CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 bijlagenbundel 18 tm 23 bij het bestemmingsplan.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 26 mei 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 2: Structuurvisie De Suikerzijde bestemmingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord en het MER De Suikerzijde (raadsvoorstel 21-4-2021)26.294 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

<Gekleurd vlak vervangen door themafoto of projectfoto 26x17 cm>

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen Gemeente Groningen

31-8-2020

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen

Voor Gemeente Groningen Postbus 30026 9700 RM GRONINGEN

Nelen & Schuurmans Zakkendragershof 34-44 3511 AE Utrecht www.nelen-schuurmans.nl

Projectgegevens Dossier :

U0267

Datum

31-8-2020

:

Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de opdrachtgever. Noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding .......................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding..................................................................................................................... 1

1.2

Leeswijzer ..................................................................................................................... 1

Werkwijze ....................................................................................................................... 2 2.1

Modelgebied ................................................................................................................ 2

2.2

Modelopbouw .............................................................................................................. 2 2.2.1

2.3

3

Modelopbouw 2D-componenten ................................................................. 2

Toetsing ...................................................................................................................... 6 2.3.1

Buien ............................................................................................................. 6

2.3.2

Nabewerking ................................................................................................. 6

Resultaten ....................................................................................................................... 7 3.1

3.2

Verkennende berekening ............................................................................................. 7 3.1.1

T100 – 58 mm ............................................................................................... 7

3.1.2

T250 – 73 mm ............................................................................................... 8

3.1.3

T1000 – 111 mm ........................................................................................... 9

Geoptimaliseerde berekening .................................................................................... 10 3.2.1

Modelaanpassingen .................................................................................... 10

3.2.2

Resultaten T100 – 58 mm ........................................................................... 12

3.2.3

Resultaten T250 – 73 mm ........................................................................... 14

3.2.4

Resultaten T1000 – 111 mm ....................................................................... 15

4

Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................... 17

I.

Resultaten verkennende berekening ............................................................................. 18

II.

Resultaten geoptimaliseerde berekening ...................................................................... 21

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

i

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Het voormalig Suikerunieterrein in Groningen wordt herontwikkeld. Het is een terrein van ongeveer 120 hectare en wordt momenteel gebruikt voor culturele evenementen. Uiteindelijk moeten er op het terrein 2.000 tot 4.000 woningen komen, waarvan de eerste in 2021 gebouwd worden. Het Suikerunieterrein moet een icoonproject worden op het gebied van duurzaamheid en klimaatbestendigheid. Zo wordt het terrein aardgasvrij, klimaatbestendig en met circulaire materialen ingericht. Binnen het Suikerunieterrein worden als eerste de Noordelijke Vloeivelden ontwikkeld. Inmiddels is van de Noordelijke Vloeivelden een stedenbouwkundig plan opgesteld, zie Figuur 1-1. Het terrein krijgt een natuurlijke afwatering. Het water dat op openbaar terrein valt, wordt over straat naar wadi’s geleid. Panden krijgen zoveel mogelijk een groen dak, waarop het water wordt geborgen. Gemeente Groningen heeft Nelen & Schuurmans gevraagd een 3Di-modelschematisatie van de Noordelijke Vloeivelden op te stellen. Met dit model wordt getoetst of de toekomstige inrichting klimaatbestendig is.

Figuur 1-1: Stedenbouwkundig plan van de Noordelijke Vloeivelden

1.2

Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft op welke wijze de studie is uitgevoerd. Het modelgebied en de modelopbouw komen hierbij aan bod. Vervolgens worden de resultaten in hoofdstuk 3 beschreven en zijn tot slot de conclusies en aanbevelingen opgenomen in hoofdstuk 4.

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

1

2

Werkwijze Voor het Suikerunieterrein is een modelschematisatie in het 3Di-modelinstrument opgebouwd. In dit hoofdstuk bespreken we hoe de modelschematisatie is opgebouwd, welke gegevens zijn gebruikt en welke aannames zijn gedaan. Ook bespreken we welke buien zijn gebruikt en welke toetsingscriteria zijn gehanteerd.

2.1

Modelgebied Voor het Suikerunieterrein is een 2D-modelschematisatie opgebouwd in 3Di. De 2Dmodelschematisatie is opgebouwd voor het studiegebied dat in Figuur 2-1 is weergegeven. Aan de noord- en oostzijde vormt het Hoendiep de modelgrens, in het zuiden de spoorlijn en aan de westzijde de hooggelegen Johan van Zwedenlaan.

Figuur 2-1: Modelgrens voor de modelschematisatie van het Suikerunieterrein (rode stippellijn)

2.2

Modelopbouw

2.2.1

Modelopbouw 2D-componenten De 2D-modelschematisatie bestaat uit de volgende lagen: ›

Hoogtelaag

›

Infiltratielaag

›

Weerstandslaag

›

Interceptielaag

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

2

Hoogtelaag Om de hoogtelaag op te bouwen, is gebruik gemaakt van de volgende bestanden: ›

Ontwerp wegprofielen (d.d. 29 januari 2020, opgesteld door Clafis)

›

Stedenbouwkundig ontwerp (d.d. 18 december 2019, opgesteld door de Zwarte Hond)

›

Straatprofielenboek (d.d. 18 december 2019)

›

Hoogtekaart AHN2

Van het stedenbouwkundig ontwerp is eerst een landgebruikskaart opgesteld. Op basis van het landgebruik zijn bepaalde maaiveldhoogtes toegekend. Voor de bouwvelden zijn we van een maaiveldhoogte van +0,55 m NAP uitgegaan. Voor de maaiveldhoogte van wadi’s zijn we uitgegaan van een hoogte van -0,35 m NAP (gebaseerd op straatprofielenboek). De hoogte van de spoordijk en Johan van Zwedenlaan is uit de AHN2 overgenomen. In Tabel 2-1 is weergegeven hoe de maaiveldhoogte per landgebruik is bepaald. Tabel 2-1: Maaiveldhoogtes voor verschillende typen landgebruik

Landgebruik

Maaiveldhoogte [m NAP]

Wegen en trottoirs

Op basis van wegontwerp Clafis

Bouwvelden

+ 0,55

Wadi’s

- 0,35

Talud wadi’s

Er wordt een interpolatie gedaan tussen de hoogte van de weg en bodemhoogte wadi

Groen

Er wordt een interpolatie gedaan tussen de weghoogtes

Park

+ 0,35

Water (Hoendiep)

- 0,93

Water (Spoordijk)

-1,70

Spoordijk en Johan van Zwedenlaan

Op basis van recente hoogtekaart

Deze gegevens leiden tot de hoogtekaart weergeven in Figuur 2-2.

Figuur 2-2: Hoogtekaart van het Suikerunieterrein

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

3

Infiltratielaag Het Suikerunieterrein wordt opgehoogd. We gaan hierbij ervan uit dat het gebied met zand wordt opgehoogd, met een infiltratiecapaciteit van 480 mm/dag (20 mm/uur). Dit is een standaard infiltratiewaarde voor grof zand. De werkelijke infiltratiecapaciteit hangt onder andere af van het type zand dat gebruikt wordt, de beworteling en de voorgeschiedenis. De infiltratiecapaciteit is ook afhankelijk van het landgebruik (onverhard of verhard). Op basis van het landgebruik hebben we de infiltratiecapaciteiten afgeleid (Tabel 2-2). Binnen de bouwvelden wordt 50 % van het oppervlak verhard (bron: De Zwarte Hond, Suikerfabriekterrein eerste deelgebied noordzijde, 17 september 2019). We nemen aan dat dit woningen zijn. De overige 50 % is onverhard. We nemen aan dat dit tuinen zijn, waarvan de helft verhard is. Dat betekent dat in 25% van het oppervlak van een bouwveld infiltratie mogelijk is. Dit is geen algemeen uitgangspunt, maar alleen een uitgangspunt voor de verkennende berekening. Tabel 2-2: Aannames voor de infiltratiecapaciteit van verschillende soorten landgebruik

Landgebruik

Infiltratiecapaciteit [mm/dag]

Wegen en trottoirs

0

Bouwvelden

120

Wadi’s

480

Groen

480

Park

480

Water

0

Spoordijk

480

Deze gegevens leiden tot de infiltratiekaart weergegeven in Figuur 2-3.

Figuur 2-3: Infiltratiekaart van het Suikerunieterrein

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

4

Weerstandslaag De weerstandswaarde is bepaald op basis van het landgebruik. In Tabel 2-3 is de conversie van landgebruik naar weerstand weergegeven. Figuur 2-4 geeft de uiteindelijke weerstandskaart weer. Tabel 2-3: Aannames voor weerstand voor verschillende soorten landgebruik

Landgebruik

Weerstand [Manning – s/m1/3]

Wegen en trottoirs

0,016

Bouwvelden

0,058

Wadi’s

0,03

Groen

0,03

Park

0,058

Water

0,026

Spoordijk

0,03

Figuur 2-4: Weerstandskaart van het Suikerunieterrein

Interceptielaag De particuliere terreinen op het Suikerunieterrein moeten 60 mm neerslag op het eigen terrein kunnen vasthouden. De woningen op het Suikerunieterrein krijgen daartoe zo veel mogelijk een groen dak. Op een groen dak kan water worden geborgen. Met een interceptielaag zorgen we ervoor dat het water op het particuliere terrein (de bouwvelden) wordt vastgehouden. Voor alle bouwvelden gebruiken we een interceptiewaarde van 60 mm. Op andere landgebruikstypen is er geen interceptie mogelijk. De interceptiekaart is weergegeven in Figuur 2-5.

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

5

Figuur 2-5: Interceptiekaart van het Suikerunieterrein

2.3

Toetsing

2.3.1

Buien Het 3Di-model is met de onderstaande buien doorgerekend. De buien zijn afkomstig uit de Groningse klimaatagenda:

2.3.2

›

T100-bui (58 mm in een uur)

›

T250-bui (73 mm in een uur)

›

T1000-bui (111 mm in een uur)

Nabewerking Per doorgerekende bui zijn de maximale waterdiepte en de stroombanen van het water bepaald. Ook is afgeleid of het mogelijk is dat water tegen de gevels van woningen staat (kwetsbare panden). Bij integrale gebiedsontwikkeling is een bui van 111 mm in een uur leidend.

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

6

3

Resultaten

3.1

Verkennende berekening

3.1.1

T100 – 58 mm Bij bui T100 is er weinig tot geen water op straat. De wadi’s hebben een waterdiepte van 20 tot 48 cm (Figuur 3-1). De wadi’s zijn 65 cm diep. Er stroomt dan geen water vanuit de wadi’s op de straat. Het enige water dat op straat staat, is water dan van de weg af naar een wadi toestroomt. Er staat geen water tegen de bouwvelden. In het park (westen) staat ongeveer 4,5 cm water. Het park ligt nu voor een deel hoger dan de weg die er van west naar oost doorheen loopt. Water stroomt daardoor vanaf het park, over de weg naar een wadi toe (zie Bijlage I). Daardoor hebben de twee zuidwestelijke wadi’s die het dichtstbij het park liggen de grootste waterdieptes.

Figuur 3-1: Maximale waterdiepte bui T100. De waterdieptes in de wadi’s zijn als getal (in meters) weergegeven.

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

7

3.1.2

T250 – 73 mm Bij bui T250 staat er 22 tot 68 cm water in de wadi’s (Figuur 3-2). De wadi’s zijn 65 cm diep. Bij de westelijke wadi staat er nu maximaal 3 cm water op straat. Er staat geen water tegen de bouwvelden en op wegen is de maximale waterdiepte 6 cm. Alleen bij de weg die door het park gaat staat er meer water op straat, namelijk 11 cm. Het water stroomt hier van het park naar de twee dichtstbijzijnde wadi’s toe. Daardoor hebben de twee zuidwestelijke wadi’s de grootste waterdieptes.

Figuur 3-2: Maximale waterdiepte bij bui T250. De waterdieptes in de wadi’s zijn als getal (in meters) weergegeven.

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

8

3.1.3

T1000 – 111 mm Bij bui T1000 staat er 57 tot 80 cm water in de wadi’s. De wadi’s zijn 65 cm diep. Bijna alle wadi’s zijn nu overvol. De twee zuidwestelijke wadi’s hebben de grootste waterdieptes. Dat komt doordat water vanuit het park, over de weg naar deze wadi’s toestroomt. Doordat de wadi’s overvol zijn, staat het water op straat. Het blijft wel binnen de trottoirbanden. Er zijn geen bouwvelden met water tegen de gevel Op de aanliggende weg bij het park staat nu 16 cm water.

Figuur 3-3: Maximale waterdiepte bij bui T1000. De waterdieptes in de wadi’s zijn als getal (in meters) weergegeven.

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

9

3.2

Geoptimaliseerde berekening Op 27 februari heeft er een ‘werksessie klimaatadaptatie Suikerunieterrein’ plaatsgevonden. De resultaten uit Hoofdstuk 3.1 zijn toen gepresenteerd. Naar aanleiding van de resultaten en nieuwe ontwerpinzichten, zijn er modelaanpassingen doorgevoerd. De modelaanpassingen hebben de volgende doelen: ›

Ervoor zorgen dat er geen water vanaf het park naar de weg toestroomt, door verlaging van het park en door afstroming naar het Hoendiep

›

Het water beter over de wadi’s verdelen

›

Inzicht krijgen in het effect van een hogere verhardingsgraad van enkele bouwvelden

De modelaanpassingen en resultaten worden in dit hoofdstuk besproken. 3.2.1

Modelaanpassingen Aan de hand van de resultaten van de verkennende berekening zijn nog enkele wijzigingen doorgevoerd in de uitgangspunten en modelschematisatie. De volgende modelaanpassingen zijn doorgevoerd: 1. Verhardingspercentage bouwvelden Het is mogelijk dat sommige bouwvelden een ander verhardingspercentage krijgen. Om te onderzoeken wat het effect is van een hoger verhardingspercentage, zijn de verhardingspercentages van enkele bouwvelden gewijzigd (Figuur 3-4).

Figuur 3-4: Bouwvelden waarvoor het verhardingspercentage is aangepast

2. Verlaging van park & overloop naar Hoendiep De parken hebben in de verkennende berekening een maaiveldhoogte van +0,35 m NAP. In dat geval stroomde het water vanaf het park richting de weg. Om ervoor te zorgen dat het water van de weg naar het park kan afstromen, is een deel van het park verlaagd met 10 cm tot een maaiveldhoogte van +0,25 m NAP (Figuur 3-5). Daarnaast is er een overloop aangebracht van het park naar het Hoendiep, zodat het water uit het park kan stromen. De overloop is geschematiseerd als een verlaging in het maaiveld van 2,0 meter breed (maaiveld hoogte +0,25 m NAP), die door het bestaande dijkje richting het Hoendiep loopt.

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

10

Figuur 3-5: Deel van het park waarvoor het maaiveld is verlaagd en er is een overloop naar het Hoendiep aangebracht

3. Bodemhoogte wadi’s De wadi’s op het Suikerunieterrein worden maximaal 50 cm diep, gemeten vanaf de onderkant van de weg. De wadi’s krijgen dan een bodemhoogte van -0,20 m NAP (in de verkennende berekening was dit -0,35 m NAP). Modelaanpassing 2 en 3 leiden vervolgens tot de hoogtekaart weergegeven in Figuur 3-6, gebruikt voor de geoptimaliseerde berekening.

Figuur 3-6: Hoogtekaart Suikerunie terrein voor de geoptimaliseerde berekening

4. Verbindingen en overlopen wadi’s Tot slot zijn in de geoptimaliseerde berekening de wadi’s met elkaar verbonden door middel van duikers (met geel aangegeven in Figuur 3-7). Deze duikers zijn een leiding met een diameter van 250mm en een diepteligging (bob) van -0,20 m NAP. De wadi’s aan het Hoendiep hebben een overloop gekregen (met grijs aangegeven in Figuur 3-7). Bij een waterdiepte van 20 cm in de wadi, loopt het water middels een buis in het Hoendiep. Deze leidingen hebben een diameter van 250 mm en een bob van 0,0 m NAP. Door middel van de verbindingen en overlopen wordt het water beter over de wadi’s verdeeld en is er een faalmechanisme ingebouwd.

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

11

Figuur 3-7: Verbindingen en overlopen wadi’s, toegevoegd in de geoptimaliseerde berekening

Voor de geoptimaliseerde berekening zijn dezelfde buien doorgerekend en dezelfde nabewerkingen (maximale waterdiepte, stroombanen van het water en kwetsbare panden) uitgevoerd. 3.2.2

Resultaten T100 – 58 mm Bij bui T100 is er weinig tot geen water op straat. De wadi’s hebben een waterdiepte van 16 tot 24 cm. Aangezien de wadi’s een diepte hebben van 50 cm, staat er geen water vanuit de wadi’s op straat. Het enige water dat op straat staat is water dat van de weg naar de wadi’s toestroomt. Er is geen toestroom van water vanaf de bouwvelden, omdat deze 60 mm neerslag op eigen terrein moeten kunnen bergen. Er staat geen water tegen de bouwvelden. Daarnaast stort er weinig water over naar het Hoendiep. Slechts één overloop is actief en heeft een overstortvolume van 9 m3. Door de verlaging van een deel van het park stroomt het water nu vanaf de weg richting het park. Hierdoor fungeert het park als een buffer. Het water kan dit park vervolgens ook verlaten via de overloop naar het Hoendiep. Dit is weergeven in Figuur 3-8. Daarnaast laat de maximale waterdieptekaart zien dat er water richting de tunnel onder het spoor stroomt. Het water van de noordelijk gelegen weg stroomt of naar de wadi of naar de tunnel toe. Met een verhoging in het maaiveld kan voorkomen worden dat het water richting de tunnel stroomt.

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

12

Figuur 3-8: Maximale waterdieptekaart bij de geoptimaliseerde berekening bij bui T100. Voor twee locaties zijn de stroombanen bijgevoegd (verlaagde park en tunnel).

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

13

3.2.3

Resultaten T250 – 73 mm Bij bui T250 zijn alle overlopen actief en voeren regenwater af naar het Hoendiep. De overstortvolumes zijn relatief klein. De wadi’s hebben een waterdiepte van 24 tot 36 cm. De waterdieptes zijn het grootst in de wadi’s die het verst van een overloop verwijderd zijn. Dat komt door opstuwing over de duikers. Er staat geen water tegen de bouwvelden. Aangezien de wadi’s een diepte hebben van 50 cm, staat er geen water vanuit de wadi’s op straat. In het park (met een aangepaste maaiveldhoogte van 0,25 m NAP) staat bij deze bui een maximale waterdiepte van 11 cm. In deze situatie staat er maximaal 9 cm water op de aanliggende weg. Het water stroomt van de weg richting het park. Ook stroomt er water richting de spoortunnel.

Figuur 3-9: Maximale waterdieptekaart geoptimaliseerde berekening bij bui T250

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

14

3.2.4

Resultaten T1000 – 111 mm Bij bui T1000 staat er 52 tot 64 cm water in de wadi’s. Alle wadi’s zijn vol en een deel van het water stroomt vanuit de wadi’s op de straat. Het water blijft tussen de trottoirbanden en er staat geen water op het trottoir. Er staat ook geen water tegen de bouwvelden. Bij bui T1000 stort er meer water via de overlopen naar het Hoendiep. De overloop in het oosten heeft het grootste overstortvolume, namelijk een volume van 795 m3. Bij bui T250 stortte hier het minste water over. De zuidoostelijke bouwvelden hebben in deze modelschematisatie een hoger verhardingspercentage dan de andere bouwvelden. Alle bouwvelden kunnen 60 mm water bergen. Doordat bij bui T1000 er aanzienlijk meer water valt dan 60 mm en er in het zuidoosten minder water kan infiltreren, stort hier meer water over. In het extra verlaagde park (+0,25 m NAP) staat maximaal 17 cm water en op de aanliggende weg 11 cm. De breedte van de overloop door de bestaande dijk is de beperkende factor voor de afstroming naar het Hoendiep. Het peilverschil aan weerszijden van de dijk bedraagt 4 cm. Het systeem kan nog verder verbeterd worden door de overloop te verbreden, meerdere overlopen aan te brengen, het park onder verhang richting het Hoendiep aan te leggen en of reliëf toe te passen in de hogere parkdelen, zodat daar water kan worden vastgehouden.

Figuur 3-10: maximale waterdieptekaart modelvariant 2 bij bui T1000. Daarnaast ingezoomd op de aanliggende weg bij het park en de regenwaterstructuurkaart ervan weergegeven.

Figuur 3-10: Maximale waterdieptekaart geoptimaliseerde berekening bij bui T1000

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

15

In Tabel 3-1 zijn de overstortvolumes en maximale overstortsnelheden door de overloop (ø250 mm) van de wadi’s op het Hoendiep weergegeven (van west naar oost). Het dient opgemerkt te worden dat de stroomsnelheden zullen afnemen indien de buisdiameter groter is. Tabel 3-1: Overstortvolumes en maximale overstortsnelheden van de overlopen naar het Hoendiep (van west naar oost)

Overloop

Overstortvolume [m3]

Maximale overstortsnelheid [m/s]

1

617

1,15

2

566

1,20

3

361

1,15

4

795

1,20

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

16

4

Conclusies en aanbevelingen Het voormalig Suikerunieterrein in Groningen wordt herontwikkeld en zal worden gebruikt voor duurzame en klimaatbestendig woningbouw. Het terrein krijgt een natuurlijke afwatering. Het water dat op openbaar terrein valt, zal over straat naar wadi’s worden geleid. Er is een 3Dimodelschematisatie opgesteld voor het project, waarmee getoetst wordt of de toekomstige inrichting klimaatbestendig is. Hierbij is een bui van 111 mm (T1000) in een uur leidend voor integrale gebiedsontwikkeling. Een verkennende berekening laat zien dat er bij bui T1000 geen water tegen de gevels van bouwvelden staat. Wel stroomt er water van het park, via de weg naar wadi’s toe. Dat komt doordat het park hoger ligt dan de aanliggende weg. Daarnaast zijn de waterdieptes in de wadi’s niet gelijkmatig verdeeld. Daarom zijn er in overleg met de gemeente enkele modelaanpassingen doorgevoerd: ›

Aanpassing van verhardingspercentage van enkele bouwvelden

›

Verlagen van het park & een overloop naar het Hoendiep

›

Verlagen van de wadi’s

›

Verbindingen en overlopen van wadi’s

Deze modelaanpassingen zijn opgenomen in de geoptimaliseerde variant. Bij bui T100 blijft al het water in de wadi’s. Er is slechts één overloop actief. Het water stroomt nu vanaf de weg naar het park toe. Bij bui T250 blijft ook al het water in de wadi’s. Bij bui T1000 zijn alle wadi’s overval en staat er een deel van het water op straat. Het water blijft echter binnen de trottoirbanden. Bij bui T1000 stroomt het water van de weg naar het deels verlaagde park. In het verlaagde park staat 17 cm water en op de aangrenzende weg 11 cm water. Bij alle doorgerekende buien zijn er geen bouwblokken met water tegen de gevel. Wel stroomt er bij alle doorgerekende buien een deel van het water richting de spoortunnel. Ten aanzien van de resultaten doen we de volgende aanbevelingen: ›

Het verhogen van het maaiveld bij de spoortunnel: Om ervoor te zorgen dat er geen water van de noordelijk gelegen weg richting de spoortunnel stroomt, kan er bij de kruising van de weg met het spoorplein een verhoging in het maaiveld worden gemaakt. Hierdoor stroomt er geen water richting de spoortunnel, maar wel naar de wadi.

›

Het maaiveld van het park schuin laten aflopen richting het Hoendiep en meerdere doorsteken maken: Hierdoor zal nog meer water afstromen richting het Hoendiep en zal er minder water op de aanliggende weg komen te staan. Daarnaast wordt aanbevolen om reliëf toe te passen bij de hoger gelegen parkdelen, om op deze delen het water meer vast te houden.

›

Overlopen zichtbaar maken: In het model is nu uitgegaan van een wadi-overloop in de vorm van een buis. Het maaiveld kan echter ter plaatse verlaagd worden, waardoor het water van een wadi over maaiveld naar het Hoendiep kan afstromen. Als deze overloop breed genoeg is, zullen de waterdieptes in de wadi’s verder afnemen en wordt het Suikerunieterrein nog klimaatbestendiger.

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

17

I.

Resultaten verkennende berekening

Figuur A: Regenwaterstructuurkaart verkennende berekening Bui T100

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

18

Figuur B: Regenwaterstructuurkaart verkennende berekening Bui T250

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

19

Figuur C: Regenwaterstructuurkaart verkennende berekening Bui T1000

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

20

II.

Resultaten geoptimaliseerde berekening

Figuur D: Regenwaterstructuurkaart geoptimaliseerde berekening Bui T100

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

21

Figuur E: Regenwaterstructuurkaart geoptimaliseerde berekening Bui T250

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

22

Figuur F: Regenwaterstructuurkaart geoptimaliseerde berekening Bui T1000

Toetsing klimaatrobuustheid Suikerunieterrein Groningen | U0267 | 31-8-2020

23

Milieueffectrapportage De Suikerzijde Groningen Aanvulling MER

Onderwerp: Aanvulling MER Suikerzijde Referentienummer: SWNL0267549 Projectnummer: 374678 Datum: 20-10-2020

Aanvulling MER De Suikerzijde

Definitief

Sweco Rozenburglaan 11 9727 DL Groningen Postbus 7057 9701 JB Groningen

+31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. 30129769 De Bilt

Martin Haan Adviseur Duurzame Gebiedsontwikkeling +31 6 10 13 55 57

Titel

Aanvulling MER De Suikerzijde

Projectnummer

374678

Revisie

D1

Referentienummer

SWNL0267549

Datum

20-10-2020

Auteurs

Mariska Everts, Fred Verwoerd, Mervin Rozema, Ton van der Linden

E-mailadres

martin.haan@sweco.nl

Gecontroleerd

Martin Haan

Goedgekeurd

Tim Verver

2 (69)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 5

1.1

Aanleiding ................................................................................................................ 5

1.2

Aanbevelingen natuur en monitoring ....................................................................... 5

1.3

Leeswijzer ................................................................................................................ 6

2

Gemeentelijk beleid en ambties en grondwateronttrekking ............................. 7

2.1

Advies commissie .................................................................................................... 7

2.2

Aanvulling MER ....................................................................................................... 7

2.2.1

Gemeentelijk beleid en ambities ...........................................................................................7

2.2.2

Grondwateronttrekking ........................................................................................................13

3

Maximale planmogelijkheden ............................................................................. 20

3.1

Advies commissie m.e.r. ........................................................................................ 20

3.2

Aanvulling MER ..................................................................................................... 20

3.2.1

Uitgangspunten programma en maximale planmogelijkheden ............................................20

3.2.2

Wel of geen station .............................................................................................................21

3.2.3

Deelgebied noord ................................................................................................................22

4

Milieueffecten algemeen ..................................................................................... 26

4.1

Advies commissie m.e.r. ........................................................................................ 26

4.2

Aanvulling MER ..................................................................................................... 26

4.2.1

Milieueffecten - algemeen ...................................................................................................26

4.2.2

Bredere omgevingscriteria ..................................................................................................26

4.2.3

Onderzoeken water en klimaatadaptatie .............................................................................35

5

Leefomgevingskwaliteit - geluid en trillingen ................................................... 36

5.1

Advies commissie m.e.r. ........................................................................................ 36

5.2

Aanvulling MER ..................................................................................................... 36

5.2.1

Geluid..................................................................................................................................36

5.2.2

Trillingen .............................................................................................................................43

6

Mobiliteit en parkeren ......................................................................................... 45

6.1

Advies commissie m.e.r. ........................................................................................ 45

6.2

Aanvulling MER ..................................................................................................... 45

7

Energie .................................................................................................................. 56

7.1

Advies commissie m.e.r. ........................................................................................ 56

7.2

Aanvulling MER ..................................................................................................... 56

8

Conclusies............................................................................................................ 63

8.1

Inleiding ................................................................................................................. 63

8.2

Beleidsambities The Next City ............................................................................... 63

3 (69)

8.3

Maximale planmogelijkheden ................................................................................ 63

8.4

Extra toetsingscriteria ............................................................................................ 63

8.5

Hoeken speelveld .................................................................................................. 64

8.5.1

Varianten geluid ..................................................................................................................64

8.5.2

Variant Duurzame mobiliteit ................................................................................................64

8.5.3

Maatregelvarianten energie ................................................................................................64

8.6

Overzicht effecten .................................................................................................. 65

8.7

Voorkeursalternatief gemeente ............................................................................. 67

8.7.1

Structuurvisie ......................................................................................................................67

8.7.2

Bestemmingsplan ...............................................................................................................68

Bijlage 1

Bodemenergieplan WKO-systeem

Bijlage 2

Toelichting programma wonen en werken

Bijlage 3

Notitie Watertoets

Bijlage 4

Notitie toetsing klimaatrobuustheid

Bijlage 5

Notitie geluidmaatregelen

Bijlage 6

Notitie trillingen railverkeer

Bijlage 7

Notitie varianten energie

4 (69)

1

Inleiding

1.1 Aanleiding De gemeente Groningen is bezig met de voorbereiding van het plan De Suikerzijde. Voor het gehele plangebied van De Suikerzijde is een Structuurvisie opgesteld, en voor Deelgebied Noord een eerste bestemmingsplan. Voor Structuurvisie en bestemmingsplan is een m.e.r.-procedure doorlopen. Deze procedure is gestart met de publicatie van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Vervolgens is het MER zelf opgesteld. Dit MER is aangeboden aan de commissie m.e.r. met het verzoek hierover een toetsingsadvies uit te brengen. De commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: commissie m.e.r.) heeft op 28 juni 2020 een voorlopig toetsingsadvies uitgebracht. De commissie adviseert om een Aanvulling MER op te stellen waarin een aantal punten uit het voorlopige toetsingsadvies worden behandeld. Naar aanleiding van het advies van de commissie m.e.r. is deze Aanvulling MER opgesteld. Deze Aanvulling MER hoort bij het bestaande MER en gaat daar een integraal onderdeel van uitmaken. De gemeente zal deze Aanvulling MER ook laten toetsen door de commissie m.e.r.. De Aanvulling MER zal vervolgens bij het ontwerp-bestemmingsplan ter visie worden gelegd zodat de omgeving ook kennis kan nemen van de inhoud van de Aanvulling MER. 1.2 Aanbevelingen natuur en monitoring In het voorlopig toetsingsadvies doet de commissie m.e.r. enkele aanbevelingen over de onderwerpen ’Natuur’ (par.

2.3.6 advies) en ’Monitoring’ (par. 2.4 advies). Voor deze onderwerpen adviseert de commissie m.e.r. niet om het MER aan te vullen, maar om met bepaalde aspecten rekening te houden bij de vervolgbesluitvorming. De gemeente zal deze aanbevelingen van de commissie m.e.r. inderdaad betrekken bij de besluitvorming over de structuurvisie en het bestemmingsplan. Dit gebeurt als volgt: • Natuur-stikstofdepositie: bij de uitwerking van navolgende deelgebieden zal tijdig worden berekend of de aanlegwerkzaamheden effecten hebben in de vorm van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden • Natuur- soortenbescherming: voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan zullen de voorstellen voor compensatie haalbaar en realiseerbaar worden gemaakt. Bij het ontwerpbestemmingsplan zal worden beschreven hoe de compensatie concreet vormgegeven wordt. De realisatie van het eerste compensatiegebied (ten zuiden van de spoorlijn) is inmiddels in uitvoering. • Monitoring: de gemeente zal een monitoringsprogramma opzetten om milieueffecten te monitoren. De gemeente vindt het zelf ook van groot belang goed zicht te houden op de milieueffecten van de gebiedsontwikkeling, zodat de gemeente grip houdt en tijdig kan bijsturen.

In hoofdstuk 11 van het MER is reeds aangeduid dat de gemeente met name de ontwikkeling van het autoverkeer relevant vindt, omdat dit veel invloed heeft op de leefkwaliteit van bewoners in en nabij De Suikerzijde. De punten die de commissie m.e.r. noemt (doorontwikkeling Deelgebied Noord van 750 naar 2.000 woningen, het realiseren van voorzieningen en de ontwikkeling van het Voorterrein) worden in het monitoringsprogramma meegenomen.

5 (69)

1.3 Leeswijzer In de Aanvulling MER gaan wij in op de punten uit het voorlopige toetsingsadvies van de commissie m.e.r.. Na dit inleidende hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 t/m 7 de punten uit het voorlopig toetsingsadvies behandeld. Hoofdstuk 8 bevat de conclusies. De hoofdstukindeling is als volgt: • • • • • • • •

Hoofdstuk 1: Inleiding, aanleiding, leeswijzer Hoofdstuk 2: Gemeentelijk beleid en ambities en grondwateronttrekking Hoofdstuk 3: Maximale mogelijkheden Hoofdstuk 4: Milieueffecten algemeen Hoofdstuk 5: Geluid en trillingen Hoofdstuk 6: Mobiliteit en parkeren Hoofdstuk 7: Energie Hoofdstuk 8: Conclusies

6 (69)

2

Gemeentelijk beleid en ambties en grondwateronttrekking

2.1 Advies commissie Hieronder is het kader uit par. 2.1 van het voorlopige toetsingsadvies van de commissie m.e.r. weergegeven.

2.2

Aanvulling MER

2.2.1 Gemeentelijk beleid en ambities De commissie m.e.r. adviseert in par. 2.1 van het advies om aan te geven hoe de ambities uit de omgevingsvisie van de gemeente Groningen (The Next City) in de plannen zijn geoperationaliseerd. Er moet worden aangegeven welke keuzes zijn afgewogen en of (milieu)argumenten daarbij een rol hebben gespeeld. Daarnaast adviseert de commissie om aan te geven welke bijdrage ‘De Suikerzijde’ levert aan de ambities van de stad op het gebied van duurzaamheid en energieneutraliteit. Het is hierbij belangrijk om aan te geven waar de knelpunten zitten en waar eventueel kansen liggen. De Omgevingsvisie The Next City is vastgesteld in 2018. Hierin is het beleid voor de fysieke leefomgeving beschreven. The Next City staat in een lange Groningse traditie van structurerende beleidsplannen. Een constante in deze plannen is het concept van de compacte en dynamische stad en het streven naar een hoogwaardige stedenbouwkundige kwaliteit. In The Next City staat het begrip Groningse leefkwaliteit voorop. Leefkwaliteit wordt in de omgevingsvisie geduid als een combinatie van objectieve meting van, en beleving van bewoners en gebruikers over de woon- en leefomgeving. Het gaat daarbij om fysieke, sociale, culturele, economische en milieukenmerken van die omgeving.

Een aantrekkelijk woon- en leefklimaat draagt bij aan economische vitaliteit, inclusiviteit, en een duurzame en toekomstbestendige gemeente. In de omgevingsvisie worden 12 kernpunten naar voren gehaald die een bijdrage leveren aan een goed woon- en leefklimaat. Om invulling te geven aan het advies van de commissie m.e.r. is er dan ook onderstaande tabel opgesteld waarin de 12 kernpunten van The Next City worden gebruikt als basis voor een nadere analyse naar de doorwerking van The Next City-beleid naar De Suikerzijde. Aanvullend op deze 12 kernpunten is geïnventariseerd hoe circulariteit een bijdrage kan leveren aan een duurzame en toekomstbestendige gemeente.

7 (69)

In de tabel zijn in de eerste kolom de 12 keuzes uit The Next City benoemd. De tabel belicht enkel die thema’s van The Next City die relevant zijn met het oog op deze ontwikkeling. Keuze 3 ‘We houden vast aan één centrum. De binnenstad wordt wel groter. Belangrijke (groot)stedelijke voorzieningen komen zoveel mogelijk in of nabij de verruimde Binnenstad. We pakken de noordwand van de Grote Markt aan.’ en keuze 12 ‘We zetten opnieuw in op een snellere verbinding Randstad-Groningen-Hamburg.’ werken niet direct door in het plangebied voor De Suikerzijde en laten wij daarom buiten beschouwing. In de tweede, derde en vierde kolom wordt geanalyseerd hoe de keuze is geoperationaliseerd in de plannen (kolom 2), welke keuzes hiervoor zijn afgewogen en welke milieuargumenten hierbij een rol hebben gespeeld (kolom 3) en welke kansen of knelpunten zich vanuit The Next City-beleid gezien voordoen (kolom 4). In de laatste kolom van de tabel wordt aangegeven of in het kader van de Aanvulling MER alsnog een variant (als ’hoek van het speelveld’) wordt verkend en in welke paragraaf van deze Aanvulling die verkenning is opgenomen Tabel 2.1 | De Suikerzijde in relatie tot de Top 12 keuzes The Next City

Top 12 keuzes The Next City

Hoe geoperationaliseerd in de plannen?

Welke keuzes afgewogen en welke milieuargumenten speelden rol?

Kansen / Knelpunten ?

Inrichtings variant / thematische variant MER ?

1. Wonen in de compacte stad, werken

Er worden middels het plan maximaal 5.000 woningen mogelijk gemaakt, met een minimum van 2.500. Een hoeveelheid die past bij de voorziene gemengde groenstedelijke en centrumstedelijke sfeer. Deze ontwikkeling voorziet in maximaal een kwart van de vraag naar woningen (5.000 van 20.000 uit The Next City). De Suikerzijde creëert ongeveer 3.000 arbeidsplaatsen en daarmee een vijfde van de doelstelling uit de omgevingsvisie.

Afweging keuzes: Met het plan De Suikerzijde wordt een grote inbreidingslocatie dicht bij de binnenstad optimaal benut en wordt groei van de stad in woningen en werkgelegenheid gefaciliteerd in de compacte stad. Het plangebied ligt dicht bij de binnenstad en is groot is omvang. Hierdoor kan een substantieel deel van de woningvraag opgevangen worden. Ca 2/3 van de woningvraag betreft stedelijk wonen dus de locatie is zeer geschikt.

Het plan biedt in principe een kans om meer programma te realiseren. De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde (5.000 woningen en 3.000 arbeidsplaatsen) aan de The Next City-opgave voldoende.

Geen extra variant

Milieuargumenten: Het planvoornemen faciliteert een compacte stad, waardoor milieueffecten op het landschap rond de stad beperkt blijven. Bovendien zijn voorzieningen dichtbij en is de bereikbaarheid voor verschillende vervoersmodi goed.

Bij inbreidingslocaties is hinder van bestaande bedrijven, wegen en spoorlijnen is een aandachtspunt. Het plangebied Suikerzijde is groot en er kan deels afstand worden aangehouden tot hinderbronnen. Op voorhand zijn geen knelpunten geïdentificeerd.

8 (69)

2. Voorzieningen (o.a. cultuur, sport, onderwijs)

4. Ontwikkelzones en transformatie bedrijventerreinen

Zowel structuurvisie als stedenbouwkundig plan schrijven voor dat De Suikerzijde een stadsdeel wordt met ruimte voor wonen, werken, leren en ontspannen. De Suikerzijde biedt ook ruimte voor daghoreca en winkels. Daarnaast sluiten voorzieningen zoals sport- en culturele voorzieningen aan bij de specifieke behoefte in de nieuwe stadswijk. Per deelgebied wordt er gestreefd naar het aanbieden van primair onderwijs binnen een straal van 1 km afstand. Binnen Deelgebied Noord is het de bedoeling om vanaf het begin een gemengd milieu aan te bieden met de bouw van een Pioniersgebouw met diverse publieke voorzieningen

Het terrein van de voormalige Suikerfabriek wordt binnen de omgevingsvisie aangeduid als ontwikkellocatie. De Suikerzijde wordt gerealiseerd op deze ontwikkellocatie en zal een gevarieerd woonwerkgebied worden met ruimte voor maximaal 5.000 woningen en 3.000 arbeidsplaatsen.

Afweging keuzes: De omvang van de woonwijk gaat gepaard met een grote vraag naar voorzieningen ter ondersteuning aan het wonen en werken. Denk aan scholen, horeca, winkels, sport- en culturele voorzieningen. Het Suikerfabriekterrein is groot in omvang en biedt daardoor voldoende ruimte om het voorzieningenaanbod aan te laten sluiten bij het aanbod aan woningen. Milieuargumenten: De nieuwe woonwijk moet een fijne leefomgeving bieden met voldoende voorzieningen in de buurt. Dit zorgt voor sociale cohesie en zet aan tot bewegen, spelen en ontmoeten. Wonen, werken, voorzieningen, onderwijs en cultuur versterken elkaar en trekken het plan naar een hoger niveau. Verplaatsingen per auto en de hiermee gemoeide milieueffecten worden bovendien beperkt door het voorzieningenaanbod. Afweging keuzes: Het Suikerfabriekterrein wordt binnen The Next City reeds aangeduid als Ontwikkellocatie en de gemeente ziet de inbreiding als logische stap om de groei van inwoners en werkgelegenheid te accommoderen. Milieuargumenten: Het terrein van de voormalige Suikerfabriek is een logische keuze voor een nieuw woonwerkgebied in het realiseren van de compacte stad. De nabijheid van de binnenstad en aanwezigheid van aangrenzende woonwijken kunnen duurzame mobiliteitsvormen stimuleren. Autogebruik met de hiermee gemoeide milieueffecten wordt door de ligging van de woonwijk beperkt.

Er wordt binnen het plan voor De Suikerzijde al een aanzienlijk gevarieerd programma voorzien met voorzieningen voor jong en oud. Voorzieningen die ook een meerwaarde bieden voor omliggende wijken. De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde aan deze The Next Cityopgave voldoende.

Geen extra variant

Er worden geen knelpunten geïdentificeerd.

Het plan biedt een kans om een zeer gevarieerd woonmilieu te creëren dicht bij de binnenstad en belangrijke uitvalswegen. Het gebied bij de voormalige Suikerfabriek zal middels het plan een boost krijgen. De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde aan deze The Next Cityopgave voldoende.

Geen extra variant

Er worden geen knelpunten geïdentificeerd.

9 (69)

5. Functiemenging

6. Gemengd woonprogramma

7. Ontmoeting, sociale contacten, beweging

De stad bestaat uit een menging van functies, die zorgen voor afwisseling en levendigheid. Deze menging is het uitgangspunt voor het toekomstige programma op het terrein van de voormalige suikerfabriek. Er is naast wonen ruimte voor lichte bedrijfsfuncties die verenigbaar zijn met de woonfuncties en voorzieningen. Lichte bedrijvigheid wordt op De Suikerzijde enkel toegestaan mits ze niet hinderlijk zijn voor het woonmilieu. Er wordt bovendien flexibel omgesprongen met de bebouwing, zodat functies in de gebouwen in de loop van de tijd kan veranderen. Waar een school verdwijnt, kan bijvoorbeeld bedrijvigheid terugkomen.

Afweging keuzes: Het plan omvat een grote mix aan functies en biedt ruimte aan 3.000 banen. Binnen de schaal van het plangebied is dit goed inpasbaar naast de meer gevoelige functies. Er wordt op gestuurd dat de lichte bedrijvigheid geen hinder zal vormen voor naastgelegen woningen of voorzieningen.

De groeiende stad moet voor iedereen leefbaar en aantrekkelijk zijn en iedereen is dus welkom. Het plan maakt een combinatie van gebouwtypen mogelijk: stadshuizen, vrijstaande woningen, collectieve blokken en hoogbouw. Er wordt daarnaast gestuurd op minimale percentages voor sociale huurwoningen bij nieuwbouw en meer woningen voor middeninkomens.

Afweging keuzes: Binnen de contouren van het plangebied is er veel ruimte voor verschillende woonvormen.

Binnen de structuurvisie De Suikerzijde en het stedenbouwkundig plan voor deelgebied Noord worden leefkwaliteit en verbinden als centraal thema benoemd. Het

De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde aan deze The Next Cityopgave voldoende.

Geen extra variant

Er worden geen knelpunten geïdentificeerd.

Milieuargumenten: Een wijk van deze omvang dicht bij de binnenstad is uitermate geschikt om naast wonen ook werkgelegenheid te realiseren. Door deze functies beiden mogelijk te maken dicht bij het hart van Groningen, zullen als gevolg ook minder autobewegingen verwacht worden.

Milieuargumenten: Een mix van woningen voor verschillende doelgroepen voorziet in sociale cohesie binnen het gebied. Gemengde woonmilieus stimuleren het aangaan en onderhouden van sociale contacten.

Afweging keuzes: Er is bewust gekozen om centraal in deelgebied noord een gebouw te realiseren waar veel verschillende functies samen komen. Ook in de

Bij de uiteindelijke inrichting van het gebied wordt kritisch gekeken naar de balans tussen verschillende gebouwtypen en vrije of sociale koop/huur woningen. De gemeente is voornemens actief te sturen op diversiteit in het woonaanbod. De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde aan deze The Next Cityopgave voldoende. Er worden geen knelpunten geïdentificeerd. Er zijn beperkte kansen om extra ruimte vrij te maken voor ontmoeten en bewegen door

Geen extra variant

Geen extra variant

10 (69)

7. Verbinding tussen wijken

8. groen en leefruimte in openbaar gebied, auto niet ‘eerste recht’

Pioniersgebouw dat tijdens de eerste fase direct gerealiseerd zal worden kan dienst doen als plaats voor ontmoeting, zodat er van het begin af aan meer gebeurt dan alleen wonen. De voorzieningen in dit gebouw groeien mee met de wijk. Bovendien wordt de openbare ruimte binnen het totale plangebied zo ingericht dat het prettig is voor iedereen en uitnodigt tot ontmoeten, spelen en bewegen. Dit geldt zowel voor de straten en pleinen als voor de groenzones en parken

overige deelgebieden zal volop ruimte worden geboden aan ontmoeten en bewegen

Zowel in de structuurvisie als het stedenbouwkundig plan voor deelgebied Noord zijn verbindingen naar alle omliggende wijken opgenomen. Aan de westzijde van de Suikerzijde komt een park, als verbindend groen hart met het recreatiegebied van Hoogkerk. Er zijn routes voor langzaam verkeer vanuit het park richting binnenstad en Hoogkerk. In de hoofdopzet van het nieuwe stadsdeel worden daarnaast zowel in oost-west als in noordzuid richting groene straten, lanen en singels gemaakt. De straten en pleinen hebben een zekere overmaat, zodat ruimte ontstaat voor een groenblauw netwerk. De Suikerzijde biedt daarnaast de mogelijkheid om een stevige groene schakel te maken waardoor de landschappen aan de noorden zuidkant daadwerkelijk met elkaar verbonden worden. Royale maten openbaar gebied, pleinen, grote groene zones (o.a. aan westzijde plangebied), groene en veilige routes – Auto: parkeren niet in openbare ruimte, maar in bouwvelden.

Afweging keuzes: De Suikerzijde vormt een cruciale schakel in het groene en recreatieve netwerk aan de westkant van de stad. Het is dan ook belangrijk om een sterk groenblauw netwerk door de wijk heen te laten lopen.

Milieuargumenten: De keuzes rond het ontmoeten en bewegen stimuleert de leefkwaliteit en gezondheid van de bewoners. De nabijheid van groen, sport, voorzieningen beperkt de mobiliteit per auto met de hiermee gepaarde hinder.

Milieuargumenten: Een deels toegankelijke groenblauwe structuur zet aan tot bewegen en recreëren en stimuleert de leefkwaliteit van de bewoners.

Afweging keuzes: De omvang van het plangebied biedt ruimte aan een royale maat voor openbaar gebied en kwalitatief hoogwaardig groen. Omwille hiervan is gekozen voor een goede inpassing van beleefbaar en toegankelijk groen en het beperken van de auto binnen de

ruimte voor straatparkeren verder te minimaliseren. Er worden geen knelpunten geïdentificeerd.

Binnen het plan wordt het bestaande recreatieve en groenblauwe netwerk uitgebreid naar De Suikerzijde. De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde aan deze The Next Cityopgave voldoende.

Geen extra variant

Er worden geen knelpunten geïdentificeerd.

Er zijn beperkte kansen om extra ruimte vrij te maken voor ontmoeten en bewegen door ruimte voor straatparkeren te minimaliseren.

Extra variant ‘duurzame mobiliteit’ (zie par. 6.2).

11 (69)

openbare ruimte. Bovendien wordt er binnen het plan sterk ingezet in alternatieve vervoersmiddelen zoals de fiets. Milieuargumenten: Het planvoornemen met een groen openbaar gebied stimuleert de leefkwaliteit en gezondheid van bewoners. 9. Versterken groen, verbindingen stad en regio, klimaatadaptatie

10. aardgasloos, CO2 neutraliteit

11. fiets en OV

Middels het planvoornemen wordt de SES-structuur gerealiseerd. Bovendien voorziet het plan in een verbinding tussen het Stadspark en Westpark. De SES sluit elders weer aan op NNN buiten de stad. Ook de oever van het Hoendiep wordt volledig openbaar gebied met natuurvriendelijke oevers en een groene uitstraling. Bovendien is het ontwerp van deelgebied Noord zeer robuust en klimaat adaptief met grote groenblauwe structuren die piekbuien kunnen opvangen.

Afweging keuzes: Het plangebied wordt omgeven door andere ruim opgezette woongebieden. De grote maat van het terrein biedt mogelijkheden tot het realiseren van groenblauwe structuren richting omliggende gebieden.

Aardgasloos, werken aan CO2neutraliteit, afgestemd op het overall energiebeleid van de gemeente, WKO en zonnepanelen, gebouwde omgeving energieneutraal

Afweging keuzes: Er wordt bewust geen gebruik gemaakt van fossiele energie binnen het plangebied. Duurzame energie is het uitgangspunt.

Er worden snelle en hoogwaardige verbindingen voor fiets en OV gerealiseerd. Daarnaast zet de gemeente in op de realisatie van een nieuw station in het plangebied waarmee de westelijke stadswijken en Hoogkerk kunnen worden bediend.

Milieuargumenten: Het plan zorgt voor geen enkel ruimtebeslag op groen buiten de bestaande stad. Er worden middels het plan nieuwe verbindingen gecreëerd tussen SES-gebieden. Groenblauwe structuren bieden daarnaast ruimte voor de opvang van water en het tegengaan van hittestress.

Milieuargumenten: Het niet gebruiken van fossiele energie zorgt voor minder uitstoot van CO2 en stikstof, dit heeft positieve effecten op klimaat, milieu en natuur. Afweging keuzes: Stimuleren duurzame vervoerswijzen om autogebruik zoveel mogelijk te beperken.

De groenblauwe structuren binnen het plan zijn zeer robuust en vormen een belangrijk onderdeel van het planvoornemen. De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde aan deze The Next Cityopgave voldoende.

Geen extra variant

Er worden geen knelpunten geïdentificeerd.

Kans: energieleverend gebied en tijdelijke opwek van duurzame energie

Extra varianten ’energieleverend’ en ’tijdelijke opwek’ (zie 7.2).

Knelpunt: autogebruik groter dan gewenst.

Extra variant ‘duurzame mobiliteit’ (zie par. 6.2).

Milieuargumenten: Verplaatsingen per auto en de hiermee gemoeide milieueffecten worden beperkt door stimuleren fiets en OV.

12 (69)

The Next Cityambitie circulariteit (m.n. t.a.v. water, grondstoffen en afval)

De ontwikkeling en de aanleg van de Suikerzijde volgen de principes van de circulaire economie. Deze kringloopeconomie is een economisch en industrieel systeem waarin geen eindige grondstoffenvoorraden worden uitgeput en waarin reststoffen volledig opnieuw worden ingezet. Een stadsdeel is bij uitstek het schaalniveau waarop dat kan. De open, groene structuur van het stedenbouwkundig plan biedt alle ruimte om toe te werken naar een duurzame, gezonde en circulaire wijk. Zo is er ruimte voor pilots en experimenten; is dubbelgebruik van gebouwen en openbare ruimte vanzelfsprekend; en worden kringlopen gesloten op de juiste schaal en juiste tijd.

Afweging keuzes: Het inbouwen van circulariteit binnen De Suikerzijde zorgt ervoor dat de wijk toekomstbestendig is. De open structuur van het gebied maakt veel circulaire inpassingen mogelijk

n.v.t.

Geen extra variant, wel extra toetsingscriterium.

Milieuargumenten: Circulariteit heeft een positief effect op de gezondheid en klimaatbestendigheid van de wijk en ook op grotere schaal van de stad Groningen. Hergebruik van materialen zet minder druk op de planeet en maakt de wijk zeer toekomstbestendig.

2.2.2 Grondwateronttrekking Voor de energievoorziening gaat de gemeente vooralsnog uit van de ontwikkeling van meerdere collectieve WKO-systemen. Op dit moment is nog niet duidelijk hoeveel water de WKO-systemen in het plangebied per jaar gaat verpompen. De inschatting is dat voor het hele gebied de hoeveelheid circa 8.000.000 m³/jaar kan bedragen. Voor deelgebied Noord circa 3.000.000 m³/jaar. Voor een nadere toelichting op de plannen voor de WKO wordt verwezen naar bijlage 1 (dit rapport is nog onder voorbehoud van besluitvorming door de gemeente). De Commissie constateert dat de WKO-activiteiten in het MER slechts in algemene zin zijn verkend en dat het MER voor deze aspecten niet ingaat op belangrijke onderwerpen zoals alternatieven, effecten en mitigatie. De Commissie is daarmee van oordeel dat het MER in ieder geval voor het bestemmingsplandeel onvoldoende informatie bevat voor het aspect grondwaterinfiltratie/-onttrekking. In de onderstaande paragrafen is een nadere toelichting gegeven van de effecten en risico’s op het milieu en leefomgeving. Allereerst volgt een nadere toelichting van de bodemopbouw en grondwaterhuishouding. Vervolgens zijn de effecten en risico’s als gevolg van een WKOsysteem beschouwd. In de vergunningprocedures zal nader effectonderzoek plaatsvinden. 2.2.2.1

Bodem en ondergrond

Diepere bodemopbouw De ondiepe ondergrond bestaat uit een Holoceen pakket met van enkele meters (deklaag). Deze laag bestaat voornamelijk uit klei en lokaal veen. Vervolgens is het eerste watervoerend pakket aanwezig. Dit eerste watervoerende pakket bestaat uit zeer fijn tot matig grof zand en heeft een dikte van 15 à 20 meter.

13 (69)

De onderzijde in het gehele projectgebied wordt begrensd door een slecht doorlatende laag klei, behorende tot de Formatie van Peelo. Deze slecht doorlatende laag, de zogenaamde potklei, heeft een dikte variërend van 8 tot 18 m. Onder deze laag bevindt zich een gecombineerde 2e en 3e watervoerende pakket bestaande uit fijn tot uiterst grof zand. Tussen deze watervoerende lagen bevindt zich een complex van klei- en zandlagen (van circa NAP -120 m tot NAP -140 m). De weerstand is relatief gering. Het zandpakket onder de slecht doorlatende laag (3e watervoerend pakket) heeft een lagere doorlaatfactor dan het bovenliggende 2e watervoerend pakket. De geohydrologische basis, bevindt zich op circa NAP -230 m. De dwarsdoorsnedes van de diepe ondergrond zijn opgenomen in figuur 2.1.

Figuur 2.1 Dwarsdoorsnede diepe bodemopbouw (REGIS v2.2) (WVP = watervoerend pakket, SDL = scheidende laag

14 (69)

In tabel 2.2 staat de geohydrologische schematisatie weergegeven voor de locatie. Deze zijn gebaseerd op REGIS II.2 van TNO-NITG. Tabel 2.2

Overzicht geohydrologische formaties en parameters (grijs = scheidende laag)

Diepte (m +NAP)

Samenstelling

Formatie

Geohydrologische eenheid

0,5 tot -6,3

Zeer fijn tot matig fijn zand, siltig, klei en veen zeer fijn tot matig grof zand klei zeer fijn tot matig grof zand Zandige klei

Holoceen Pakket

Ophooglaag/deklaag

Boxtel en Drente

Fijn tot matig fijn zand

Peize-Waalre, Oosterhout

Eerste watervoerend pakket Scheidende laag Tweede watervoerend pakket Slecht doorlatende laag Derde watervoerend pakket

-6,3 tot -24 -24 tot -37 -37 tot -120 -120 tot -140 -140 tot -230

Peelo Peelo, Appelscha, Peize-Waalre Peize - complex

Doorlaatvermogen (m2/d)

Weerstand (d) 500 à 600

150 - 200 7.000 – 7.500 3.800 -4.000 200 - 250 900 – 1.000

Grondwaterhuishouding De stijghoogte in het eerste watervoerend pakket bedraagt circa NAP -0,5 m tot NAP -1,0 m. De grondwaterstroming is zuidelijk tot zuidwestelijk gericht. De stijghoogte in het tweede en derde watervoerende pakket zijn nagenoeg gelijk. Dit is te verklaren door de geringe weerstand van de slecht doorlatende laag (zie tabel 2.2). In figuur 2.2 is de isohypsenkaart opgenomen van een min of meer gemiddelde situatie. Hieruit blijkt dat de isohypsen relatief ver uit elkaar liggen wat betekent dat de grondwaterstroming gering is.

Figuur 2.2 Isohypsenkaart 1-5-2015 (Grondwatertools, NHI)

15 (69)

Brak-zout grensvlak In het tweede watervoerend pakket (waar de WKO installaties gebruik van maken) is het brak-zout grensvlak aanwezig op een diepte van NAP -10 m tot NAP -50 m, zie figuur 2.3.

Figuur 2.3 Brak-zout grensvlak (bron Geologische Dienst Nederland, https://www.grondwatertools.nl/zoet-en-zout-grondwater)

Bestaande WKO systemen In de omgeving zijn vijf WKO-systemen aanwezig. Aan de Diamantlaan (1), zie figuur 2.4, is een gesloten systeem aanwezig met een Monobron op een diepte van 70 tot 120 m -mv en heeft een capaciteit van 20 m3 per uur en een straal van circa 40 m. Aan de westzijde van het projectgebied (2) is een open systeem aanwezig op een diepte van 60 tot 80 m-mv (2). De capaciteit van deze bron is 10 m3 per uur en heeft een straal van circa 25 m. Aan de Paterswoldseweg/Grunostraat bevinden zich twee open KWO-systemen op een diepte van 85-130 m -mv en hebben een straal; van circa 700 m (3 & 4). Aan het Cascadeplein bevindt zich het vijfde KWO-systeem. Dit is eveneens een open systeem op een diepte van 70-104 m -mv met een capaciteit vna 80 m3/uur. De straal van dit sysyeem is circa 60 m. In de omgeving zijn geen grondwateronttrekkingen voor industrie of drinkwater bekend (Nationaal Georegister).

16 (69)

Figuur 2.4 Bestaande WKO-systemen (bron: Nationaal Georegister)

2.2.2.2

Effecten en risico’s op leefomgeving en milieu

Geohydrologische effecten Afhankelijk van waar een open WKO-systeem wordt geplaatst, kunnen (negatieve) effecten optreden op leefomgeving en milieu. Het WKO-systeem is gesitueerd in het tweede en/of derde watervoerend pakket. Door de dikke scheidende laag met hoge weerstand tussen het eerste en tweede watervoerend pakket worden eventuele geohydrologische effecten in het eerste watervoerend pakket en deklaag beperkt/opgeheven. In de bronnen wordt seizoensafhankelijk onttrokken of geïnfiltreerd. Door de scheidende laag is er op lange termijn geohydrologisch gezien geen invloed in het eerste watervoerend pakket of deklaag (zie ook tabel 2.2). Effecten op bestaande waarden en gebruiksfuncties In de ondiepe ondergrond zijn in het projectgebied waarden en gebruiksfuncties aanwezig waar rekening mee gehouden moet worden ten tijde van de plaatsing van het WKOsysteem. Hieronder worden eventuele effecten op waarden en gebruiksfuncties behandeld. Bodem- en grondwaterverontreinigingen Bestaande bodem- en grondwaterverontreinigingen mogen niet verminderd, verplaatst of verspreid worden. Naar verwachting reiken deze verontreinigingen niet tot in de diepere watervoerende pakketten, waardoor beïnvloeding van deze verontreinigingen niet verwacht worden. Bij de aanleg van het WKO-systeem dient wel rekening gehouden te worden met de verontreinigingssituatie in het plangebied.

17 (69)

Waterkeringen Het Hoendiep, ten noorden van het projectgebied heeft aan weerszijden een regionale waterkering. Deze heeft een beschermingszone rondom de kernzone. In beide zones mogen geen graafwerkzaamheden of boringen worden uitgevoerd. Voor de inpassing van het WKO-systeem dient daar rekening mee te worden gehouden: geen bronnen ter plaatse van de beschermingszone. Natuur/openbaar groen Binnen het gebied bevindt zich relatief veel natuur en openbaar groen. Doordat het grondwater gecirculeerd wordt in de diepe ondergrond, is er sprake van een gesloten waterbalans onder de deklaag; verlagingen of verhogingen van de grondwaterstand vinden niet plaats in de diepe ondergrond (onder de deklaag). Doordat er in de diepe ondergrond geen verandering van de grondwaterstand plaatsvindt, gaat er ook geen verlaging of verhoging van de grondwaterstand in de deklaag optreden. Negatieve invloeden zoals verdroging of vernatting van natuur en openbaar groen worden niet verwacht. Archeologie en cultuurhistorie Binnen het projectgebied bevinden zich enkele archeologische en cultuurhistorische objecten. Echter, doordat deze zich in de ondiepe ondergrond bevinden en het WKOsysteem geen beïnvloeding heeft op het grondwatersysteem in het eerste watervoerend pakket en het freatisch pakket, heeft het WKO-systeem geen invloed op deze objecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4226/documents/62143