CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Realiseren 81 woningen ruimtelijke onderbouwing.pdf

gemeenteraad 17 december 2025, gemeente GroningenBij agendapunt: 5a: Adviesrecht aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van Project O-kade, fase 1 (raadsvoorstel 6-11-25)20.767 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Archeologie

Lid 3 van artikel 5.130 Bkl bepaalt dat in het belang van de archeologische monumentenzorg in een omgevingsplan regels kunnen worden gesteld over eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie. Ook kunnen eisen worden gesteld aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden.

43

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

5.8.3

Cultuurhistorie

Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. Hierbij kan ook gedacht worden aan in de nabijheid het projectgebied gelegen werelderfgoed. Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet de gemeente rekening houden met bepaalde uitgangspunten. In artikel 5.130 lid 2 Bkl staan de instructieregels gesteld door het Rijk. Deze gaan over: • • • • • • 5.8.4

ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; verplaatsing van beschermde monumenten; gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; aantasting van de omgeving van een beschermend monument; aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen; conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. Situatie projectgebied

Archeologie De gemeente Groningen heeft haar archeologische verwachtingskaart doorvertaald in de planologische regimes. Het bestemmingsplan “Korrewegwijk-De Hoogte 2009” en het bestemmingsplan “Bodenterrein – UMCG” zijn ter plaatse van het projectgebied grotendeels niet voorzien van een archeologische dubbelbestemming, dit betekent dat er geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Daarbij zijn de gronden in verleden reeds bij de bouw van de voormalige bedrijfsbebouwing geroerd en zijn deze bij de recente sloop van deze bebouwing eveneens weer geroerd. Opgemerkt wordt dat alleen voor een klein perceel zuidwestelijk op de kavel (zie hieronder) nog een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Voor dat onderzoek is door de gemeente Groningen inmiddels opdracht gegeven, en dit zal zijn afgerond op moment dat de gronden worden overgedragen aan initiatiefnemer.

44

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Afbeelding 5.2

Uitsnede archeologische verwachtingskaart (Bron: Gemeente Groningen)

Ten aanzien van archeologie is de locatie voor het overige niet verdacht en hoeft er niets onderzocht te worden. Cultuurhistorie In of rondom het projectgebied bevinden zich geen aangewezen Rijks- en gemeentelijke monumenten. Ook bevindt het projectgebied zich niet in een cultuurhistorisch landschap. Bij het ontwerp van voorliggend project heeft het industrieel verleden echter wel als inspiratiebron gediend. In meerdere opzichten en op meerdere schaalniveaus. Groningen heeft een groene singel (zie afbeelding 5.4) rondom het historische centrum. Deze ontstaan in de negentiende eeuw na de ontmanteling van de vestingwerken. Het Oosterhamrikkanaal doorsnijdt deze groene singel en is een ecologische zone. Door het ontwerp van de hoven, de hoge poorten en het beplantingsplan (opgenomen in bijlage 7 bij deze onderbouwing) brengt dit plan zoveel mogelijk groen en biodiversiteit terug om de continuïteit van de groene singel rondom de binnenstad zoveel mogelijk te herstellen, zie afbeelding 5.3 voor een visuele weergave hiervan. Daarbij is dit een directe uitwerking van de Beleidsregel Natuurinclusief Bouwen van de gemeente Groningen, dit omdat deze duidelijke eisen stelt voor ruimtelijke ontwikkelingen zoals de O-kade. In genoemde bijlage 7 wordt het initiatief nader uitgewerkt op deze onderdelen.

45

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Afbeelding 5.3

Uitsnede concept beplantingsplan (Bron: Dijk&Co Landschapsarchitectuur)

Afbeelding 5.4

Uitsnede groene singel rondom Groningen (Bron: Dijk&Co Landschapsarchitectuur)

46

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Afbeelding 5.5

Uitsnede volumes (Bron: VanWonen)

Afbeelding 5.6

Uitsnede historische beelden (Bron: VanWonen)

47

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Verder is het relevant om vanuit historisch oogpunt op deze plek te vermelden dat het Oosterhamrikkanaal is gegraven voor transport over water van de gasfabriek op de kop van het kanaal en de industrie langs het kanaal. De locaties langs het kanaal zijn perceelsgewijs georganiseerd met diepe kavels. Deze zijn veelal vormgegeven met een trots kantoor aan het Oosterhamrikkanaal en een fabriek met sheddaken in de diepte van het kavel. Dit principe van een bouwsteen aan het kanaal en een woonmilieu hierachter in de diepte van het kavel is leidend geweest voor de stedenbouwkundige uitleg van het projectgebied. De bouwhoogten en de hiërarchie tussen het kanaal en de hoven zijn hierop afgestemd. Het volume aan het kanaal is vijf verdieping en(15 meter hoog) en vergelijkbaar met de kantoren toendertijd. Het kantoor Koldam was bijvoorbeeld 4 lagen en een kap. Het volume in de diepte van de kavel is twee en drie verdiepingen en vergelijkbaar met de fabrieken toendertijd. De fabriek Koldam was 2 laags met een sheddak. De fabriek met sheddaken waar Wenutbutter nu in is gehuisvest is een dankbaar residu van die tijd en wordt als beeld gekoesterd om de geschiedenis van het gebied leesbaar te houden. Alleen op de kop van Wenutbutter komt een cortenstalen bouwsteen aan het kanaal, omdat deze voorbouw laagwaardig was. Zie afbeelding 5.6.

In de opzet van de architectuur van het woonmilieu is ook nadrukkelijk aansluiting gezocht met de industrieel verleden. De stad is in ontwikkeling, is nooit af en de leesbaarheid van de tijdslagen maakt de ontwikkeling begrijpelijk en interessant. Daarbij heeft VanWonen samen met de architect de oorspronkelijke typologie van de architectuur van de negentiende eeuwse fabriek verwerkt in het ontwerp. Veelal werd gebruik gemaakt van een constructie met een invulling van baksteen. Op deze wijze konden de machines makkelijk in en uit de fabriek getransporteerd worden. De materialisering was veel steenachtig, de verschijningsvorm robuust. De gegevens van de opzet van raster en invulling, de materialisering in baksteen en cortenstaal, de verschijningsvorm robuust is overgenomen in de hoofdopzet van de architectuur. In de opbouw van de volumes is aansluiting gezocht met de oorspronkelijke maat van de volumes langs het kanaal. Elk perceel heeft een andere verschijningsvorm, materialisering, raamverdeling, verticale gevelopbouw, net als de organische groei van de fabriekspercelen toendertijd, zie afbeelding 5.5 en 5.6. 5.8.5

Conclusie

Het aspect ‘archeologie en cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling. Er wordt geconcludeerd dat er voor dit aspect wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.9

Mobiliteit, verkeer en parkeren

5.9.1

Algemeen en onderzoek

Bij het opstellen van dit plan voor deze projectlocatie is rekening gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van de een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe zijn berekeningen uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte. De gemeente Groningen beschikt over een eigen parkeernota: ‘Beleidsregels parkeernormen 2024. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte is hieraan getoetst. Voor wat betreft de berekening van de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. Parkeerbehoefte De Gemeente Groningen heeft samen met ontwikkelaar VanWonen voor de voorgenomen ontwikkeling de parkeersituatie in beeld gebracht en hiervoor een berekening geschreven. De geactualiseerde parkeerbalans is

48

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

op 24 april 2025 door VanWonen ingediend, dit naar aanleiding van het verzoek om aanvulling van 7 april 2025 door de gemeente Groningen. In bijlage 6 van deze Bopa is de rapportage opgenomen. De geactualiseerde parkeerbalans is op 24 april 2025 door VanWonen ingediend, dit naar aanleiding van het verzoek om aanvulling van 7 april 2025 door de gemeente Groningen. Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen is bepaald op basis van de Beleidsregel parkeernormen 2024 van Gemeente Groningen. Het plangebied bevindt zich in zone B met betaald parkeren. Voor de verschillende woningtypen is de voorgeschreven parkeernorm voor bewoners en bezoekers aangehouden. Voor de bedrijfsruimte die kleiner is dan 100 m² GO, is gerekend met 1 parkeerplaats voor personeel en 2 parkeerplaatsen voor bezoekers. Het parkeren voor bewoners en personeel wordt opgelost in de te realiseren stallingsgarage. Het parkeren voor bezoekers wordt opgelost in openbaar gebied. De bedrijfsruimte wordt gerealiseerd als een casco-ruimte en dient na oplevering door de koper/gebruiker nog te worden ingericht. Uitgangspunt is dat binnen deze casco-ruimte door de koper/gebruiker minimaal 2 fietsparkeerplekken worden gerealiseerd. Bezoekers parkeren in het openbaar gebied of in één van de openbare parkeergarages in de buurt.

Door het bewonersparkeren in de parkeergarage op te lossen, ontstaat er binnen het projectgebied groene ruimte op hofjes-niveau op en om de gebouwen heen. Dit draagt dit bij aan een betere inbedding van de volumes in de context. Ook is sprake van enkele fietsenstalplaatsen, rekening houdend met diverse soorten en groottes van fietsen, op die manier is er een extra stimulans op anonimiteit te voorkomen en bewoners elkaar te laten ontmoeten. Verkeersgeneratie De nieuw te realiseren woningen worden, direct vanuit de parkeervoorziening, ontsloten op de Oosterhamrikkade. Uit ervaringscijfers blijkt dat deze, als onderdeel van de wegenstructuur van het omliggende gebied, ruim voldoende verkeersbewegingen kan afwikkelen zonder dat dit tot problemen leidt. De hierop aansluitende en omliggende wegen rondom het projectgebied, in de wijdere omgeving, zijn eveneens van voldoende omvang om de verkeersbewegingen af te kunnen wikkelen. Tot slot wordt opgemerkt dat er geen sprake zal zijn van een forse toename van verkeersbewegingen in vergelijking met de bestaande planologisch mogelijke verkeersgeneratie afkomstig van het projectgebied. Daarom zal naar verwachting het aantal verkeersbewegingen in de toekomst gelijk zijn of zelfs lager zijn dan bij een maximale invulling van de huidige bestemmingen.

Bovendien zal er, in tegenstelling tot bij een bedrijfsmogelijkheden binnen de bestaande bestemmingen, nauwelijks sprake zijn van vrachtverkeer. Er is rekening gehouden met één of meerdere punten voor ondergrondse containers aan de Oosterhamrikkade voor huisvuil als gevolg van het project. Het aantal containers en de capaciteit ervan moet nog bepaald worden. Daarnaast is ook rekening gehouden met een plek voor bestelbusjes voor leveringen. Er is ook rondom het plan rekening gehouden met de toegang voor nood- en hulpdiensten. Voor bepaalde verkeersbewegingen zoals verhuizingen en voor onderhoud kan binnen het plangebied van de tussenstraatjes gebruik worden gemaakt. Deze route is buiten deze gevallen niet toegankelijk voor het normale autoverkeer. Op basis van het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat er door de woningbouwontwikkeling geen onaanvaardbare toename van de verkeersintensiteit op de omliggende wegen ontstaat. 5.9.2

Conclusie

Vanuit het aspect verkeer en parkeren is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.10

Besluit Milieueffectrapportage

5.10.1 Algemeen Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan mer-plichtig of merbeoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen:

49

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

• • • •

In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend.

Bij de project-mer-beoordeling is een mededeling nodig aan het bevoegd gezag. Deze mededeling bevat een beschrijving van de eisen die zijn opgenomen in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit en bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, met de bijbehorende motivering, op in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artikel 11.11, lid 2 Omgevingsbesluit). In de motivering van de beslissing (art. 11.11 lid 3 Omgevingsbesluit) wordt in ieder geval verwezen naar: 1. 2.

de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn; en als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt: a. 1˚. de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en b. 2˚. het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd.

Kenmerken en maatregelen als bedoeld in artikel 11.10, lid 3 Ob. Bij een mededeling als bedoeld in artikel 16.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is het project uit te voeren in ieder geval een beschrijving van: 1.

2. 3.

het project, met in ieder geval een beschrijving van: a. de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van sloopactiviteiten; b. de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project ten gevolge van: a. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en b. het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit.

5.10.2 Situatie projectgebied Gelet op de aard en omvang van de herontwikkeling is er, bezien de definitie van de ladder voor duurzame verstedelijking, sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Echter is van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is, dit in relatie tot de bestaande situatie. Het projectgebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Drentsche Aa-gebied’ is gelegen op circa 10,9 kilometer afstand van het projectgebied. Gelet op de afstand tot Natura 2000-gebied en het feit dat de uitkomsten van het uitgevoerde stikstofonderzoek middels AERIUS geen significante negatieve effecten oplevert alsmede dat voorliggende ontwikkeling na realisatie een minimale toename van extra verkeersaantrekkende werking heeft en tenslotte de aard en omvang van de ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voorliggend initiatief heeft met uitzondering van tijdelijke milieueffecten tijdens de sloop- en bouwfase geen significante nadelige milieubelastende gevolgen.

50

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

5.10.3 Conclusie Uit de m.e.r-beoordeling is gebleken dat de gevolgen van het uitvoeren van de activiteit op de fysieke leefomgeving geen aanleiding geven tot het opstellen van een m.e.r-rapportage en dat er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

51

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

HOOFDSTUK 6 6.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Algemeen

In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden.

6.2

Kostenverhaal

Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen.

6.3

Situatie projectgebied

In dit geval is de gemeente Groningen zelf eigenaar van het projectgebied. Het projectgebied wordt verkocht aan VanWonen. Daarvoor wordt een koopovereenkomst gesloten tussen Van Wonen en de gemeente Groningen. Gezien de gemeente volledig eigenaar is van de gronden hoeft er geen anterieure overeenkomst te worden gesloten. Ook hoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld, omdat de gemeente de gronden gaat verkopen aan VanWonen. Met deze verkoop is het risico van planschade alsmede het kostenverhaal volledig verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

52

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

HOOFDSTUK 7 7.1

Participatie

7.1.1

Algemeen

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. 7.1.2

Gemeentelijk participatiebeleid

Beleidsnotitie participatie onder de omgevingswet Binnen de gemeente Groningen is participatie niet nieuw. De gemeente vraagt inwoners in een vroege fase mee te denken, mee te doen of mee te beslissen bij het maken van de plannen en ideeën. Omgekeerd weten inwoners de gemeente ook steeds vaker te vinden. Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Door inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties op tijd bij projecten en plannen mee te laten denken en te doen is de kans groter op meer steun. Ook kan de kwaliteit van plannen en projecten groter worden. De manier waarop participatie in Groningen een plek krijgt, staat in de beleidsvisie op (inwoners) participatie. Hierin staan de regels voor: inwonerparticipatie, overheidsparticipatie, het uitdaagrecht en participatie onder de Omgevingswet. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet een initiatiefnemer aangeven of hij/zij aan participatie heeft gedaan. Als dat zo is, geeft de aanvrager ook aan hóe dat is gedaan. En wat het resultaat daarvan is. Het gaat alleen om een indieningsvereiste voor de aanvraag. Het is daarmee niet verplicht om participatie ook echt toe te passen. Er is één uitzondering hierop: de gemeenteraad kan bepalen voor welke gevallen participatie (wel) verplicht is.

Visie op (inwoner) Participatie Partijen die de omgeving betrekken bij plannen krijgen hier waardevolle inzichten en betere initiatieven voor terug. Als de omgeving vroeg bij een traject betrokken wordt, voorkomt dat vaak bezwaren in een later stadium. Om die reden moet een initiatiefnemer bij de aanvraag van een omgevingsvergunning aangeven of en hoe de omgeving betrokken is bij zijn plan en wat er met de resultaten is gedaan. Dit noemt de gemeente een indieningsvereiste. Soms is het niet nodig om een (groot) participatietraject te starten. Bijvoorbeeld als het initiatief geen consequenties heeft voor de omgeving. Daarom is participatie niet per definitie verplicht en altijd vormvrij. Het ontbreken van een participatieproces is dus op zich geen reden om een vergunning te weigeren. 7.1.3

Situatie projectgebied

Dit project is een BOPA en daarom zijn omwonenden en betrokkenen in de aanloop naar dit plan uitgebreid geïnformeerd en kon men op verzoek een toelichting op de plannen krijgen. Hieronder volgt een samenvatting van de gevoerde inspraak door VanWonen met de omwonenden en betrokkenen. “Samenwerken staat voor VanWonen centraal. Binnen het projectteam met de gemeente, architect, aannemer, maar ook met de omgeving. VanWonen gaat bij iedere nieuwbouwontwikkeling transparant in gesprek met de omgeving om te komen tot een gedragen plan. Met inbreng van de omgeving willen men graag de plannen beter maken, en zorgen dat de buurt zich gehoord voelt. Aanpak O-kade

53

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Alle omwonenden, bedrijven en instellingen in het gebied tussen de paarse lijnen (zie onderstaand kaartje) zijn per brief uitgenodigd voor een informatieavond. Deze is gehouden op donderdagavond 30 mei bij VanWonen op kantoor.

Afbeelding 7.1

Uitsnede gebied welke is uitgenodigd voor een informatieavond (Bron: VanWonen)

De avond was een vrije inloop. Het projectteam was aanwezig om een toelichting te geven op de voorgenomen plannen en om de zorgen en wensen op te halen. De mensen die niet aanwezig konden zijn op deze avond zijn vervolgens uitgenodigd om op zaterdag 1 juni 2024 langs te komen tijdens een algemene informatiebijeenkomst. Ook was het mogelijk om individueel een afspraak te maken. Van deze laatste optie is geen gebruik gemaakt.

Opbrengst Er waren 9 buren aanwezig om de plannen te bekijken. Over het algemeen werd het plan zeer positief ontvangen. Met name het feit dat het plan aan de achterzijde lager is geworden ten opzichte van het “oude” plan, werd zeer gewaardeerd. Eén buurvrouw die woont aan de C.H. Petersstraat achter het toekomstige hof 4, vond de 3-laagse woning in hof 2 nog steeds te hoog. De architectuur en de gekozen parkeeroplossing werd door alle aanwezigen zeer gewaardeerd. Onderstaand een overzicht van de gestelde vragen: Vraag

Opmerking

Hoe gaan de gemeente en de aannemer om met de wortels van de

De sanering wordt uitgevoerd onder regie van de gemeente, de bouw onder regie van VanWonen. VanWonen en de gemeente

54

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

bomen in de achtertuinen van de C.H. Petersstraat tijdens de sanering en de bouw?

zullen een inventarisatie maken van de huidige situatie en het plan van aanpak hierop afstemmen.

Kan er een doorgang komen tussen de brandgang en de straatjes tussen de hofjes?

Dit is bespreekbaar indien dit akkoord is voor alle bewoners/eigenaren die gebruik maken van de brandgang. Het is aan de bewoners/eigenaren om te inventariseren of dit gewenst is.

Wat wordt er gedaan aan de overlast van DOT anno nu?

Door de gemeente zijn huisregels opgesteld voor het gebruik van het stadsstrand. Het stadsstrand is in principe een tijdelijke voorziening (tot 2026). Momenteel wordt er door de gemeente een gebiedsvisie opgezet voor het Bodenterrein, waarin het faciliteren van zwemmen in de Oosterhamrikkade wordt meegenomen als uitgangspunt. De planning is om de gebiedsvisie eind dit jaar af te hebben, daarmee volgt tegen die tijd meer duidelijkheid over de toekomst van het stadsstrand.

Hoe komt de Oosterhamrikkade er straks uit te zien? Wordt dit groener dan nu het geval is?

Er is nog geen inrichtingsplan voor de aanpak van de Oosterhamrikkade. Zodra deze gemaakt is, zullen we die via onze website delen.

Er is niet voor iedereen een parkeerplaats, waar moeten de mensen zonder parkeerplaats parkeren?

In de parkeergarage aan het Boterdiep.

Komt er meer groen in de buurt?

We maken een integraal ontwerp voor de inrichting van de hofjes en de straatjes. We zullen hier zoveel mogelijk groen gaan realiseren.

Terugkoppeling VanWonen heeft aangegeven dat men de terugkoppeling via de website zal doen. Ook zullen de aanwezige bewoners persoonlijk antwoord op hun specifieke vragen krijgen. Tijdens de bouw zal gebruik worden gemaakt van een ‘bouwapp’ zodat indien nodig snel kan worden geschakeld met de bewoners.”

Vervolg De volgende stap is dat de BOPA als ontwerp ter inzage wordt gelegd. Op dat moment is het mogelijk om zienswijzen in te dienen tegen deze BOPA. Van deze zienswijzen wordt een verslag gemaakt en de zienswijzen worden beoordeeld om te kijken of ze leiden tot aanpassing van het project. Deze zienswijzen en eventuele aanpassingen zullen in de vastgestelde BOPA worden opgenomen.

55

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

56

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

57

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Bijlage 2

Watertoets (digitaal)

58

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

59

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek industrielawaai

60

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Bijlage 5

Stikstofonderzoek

61

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Bijlage 6

Parkeerberekening

62

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Bijlage 7

Groen- en natuurinclusief bouwen

63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5195/documents/90784