CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Realiseren 81 woningen ruimtelijke onderbouwing.pdf

gemeenteraad 17 december 2025, gemeente GroningenBij agendapunt: 5a: Adviesrecht aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van Project O-kade, fase 1 (raadsvoorstel 6-11-25)20.767 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing buitenplanse Omgevingsplanactiviteit

Groningen, Oosterhamrikkade

Juli 2025

Status: Definitief

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Groningen, Oosterhamrikkade

Projectnaam: Projecttype: Status: Datum:

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Definitief Juli 2025

1

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ...................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4

AANLEIDING ......................................................................................................................................... 3 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED .............................................................................................................. 3 HET OMGEVINGSPLAN ............................................................................................................................. 4 LEESWIJZER .......................................................................................................................................... 7

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE ............................................................................. 8

HOOFDSTUK 3 VOORGENOMEN ONTWIKKELING ....................................................... 10 3.1 3.2

HET VOORNEMEN ................................................................................................................................ 10 DOORVERTALING IN HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................. 13

HOOFDSTUK 4 BELEID EN REGELGEVING .................................................................. 14 4.1 4.2 4.3 4.4

RIJKSBELEID ........................................................................................................................................ 14 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................................................. 18 BELEID WATERSCHAP............................................................................................................................ 22 GEMEENTELIJK BELEID ........................................................................................................................... 26

HOOFDSTUK 5 ASPECTEN VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING ........................................... 32 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

GELUID DOOR ACTIVITEITEN .................................................................................................................... 32 BODEMKWALITEIT ................................................................................................................................ 34 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 35 EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................................. 36 MILIEUZONERING ................................................................................................................................ 38 GEUR................................................................................................................................................ 41 ECOLOGIE .......................................................................................................................................... 41 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .......................................................................................................... 43 MOBILITEIT, VERKEER EN PARKEREN ..........................................................................................................

48 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ......................................................................................................... 49

HOOFDSTUK 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ..................................................... 52 6.1 6.2 6.3

ALGEMEEN ......................................................................................................................................... 52 KOSTENVERHAAL ................................................................................................................................. 52 SITUATIE PROJECTGEBIED ....................................................................................................................... 52

HOOFDSTUK 7 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .............................................. 53 7.1

PARTICIPATIE ...................................................................................................................................... 53

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ........................................................... 56 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7

STEDENBOUWKUNDIG PLAN ............................................................................................................ 57 WATERTOETS (DIGITAAL) ............................................................................................................... 58 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI .................................................................................. 59 AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI ........................................................................................ 60 STIKSTOFONDERZOEK .................................................................................................................... 61 PARKEERBEREKENING .................................................................................................................... 62 GROEN- EN NATUURINCLUSIEF BOUWEN ............................................................................................ 63

2

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing als onderdeel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit heeft betrekking op de locatie ‘O-kade’ aan de Oosterhamrikkade (hierna: projectgebied), gelegen ten noorden van de binnenstad. Het terrein grenst zowel aan een woonwijk en aan het Oosterhamrikkanaal en betreft een voormalige bedrijfslocatie dat (samen met overige percelen welke echter niet in eigendom van initiatiefnemer zijn) de komende jaren transformeert naar een nieuw gemengd stedelijk woongebied. De ambities en ontwikkelingsrichting voor de Oosterhamrikkade zijn opgesteld door zowel de gemeente en marktpartijen en beogen de realisatie van een nieuw stedelijk woonmilieu en daarmee een forse stedenbouwkundige impuls, in vergelijking met de bestaande situatie. Het eerste concrete project is dat van initiatiefnemer. Hiervoor is in het verleden (2022 en 2023) een plan ingediend door initiatiefnemer, dat echter als gevolg van de gevoerde participatie en stedenbouwkundige beoordeling, niet de goedkeuring van alle betrokken partijen kon wegdragen, rechtdoende aan de kwaliteit die wordt beoogd voor deze locatie.

Daarom is het planvoornemen qua stedenbouwkundige opzet fors aangepast, waarbij onder andere het maaiveldparkeren is vervangen door een gebouwde parkeervoorziening, een aantal stadsvilla’s is vervangen door appartementen en de opzet van het appartementengebouw in hof 2 is aangepast, waardoor het aantal woningen stijgt van 67 naar 81. Ook de verdeling van het woningbouwprogramma is gewijzigd door meer kleinere appartementen in het betaalbare segment toe te voegen. Het plan is uitgebreid besproken met de buurt, waarbij deze tijdens een informatiebijeenkomst op 30 mei en 1 juni 2024 konden kennismaken met het aangepaste plan voor deze ‘O-kade’. Het aangepaste plan geldt als vertrekkader voor deze toekomstige ontwikkeling. De eerstvolgende stap voor het verder mogelijk maken van dit project is het volgen van de juiste planologische procedure. Het project is op basis van het omgevingsplan namelijk niet toegestaan. De beoogde ontwikkeling ziet toe op de realisatie van 81 woningen, onderverdeeld in grondgebonden eengezinswoningen en ook appartementen. Ook wordt één commerciële ruimte van circa 93 m² gerealiseerd. De geldende gebruiks- en bouwregels binnen het projectgebied zijn echter ontoereikend om de gewenste 81 woningen én commerciële ruimte te realiseren.

Daarom is een planologische procedure noodzakelijk, middels een omgevingsvergunning te verlenen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) middels de uitgebreide procedure. Hiervoor dient op basis van artikel 8.0 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) te worden aangetoond dat de BOPA in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt in de kromming van de Oosterhamrikkade. Het gaat om de percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Groningen, sectie A, nummer 14416 (deels). In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied in Groningen (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rood kader) weergegeven.

3

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Afbeelding 1.1

Ligging van het projectgebied in Groningen en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK, bewerkt)

1.3

Het omgevingsplan

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Groningen. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Binnen het omgevingsplan van rechtswege (Omgevingsplan gemeente Groningen) ligt het projectgebied binnen de grenzen van het bestemmingsplan “Herziening Bestemmingsregels Wonen 2”, waarbinnen zowel het bestemmingsplan “Korrewegwijk-De Hoogte 2009” en ook het “Bodenterrein – UMCG” van de gemeente Groningen zijn opgenomen. Tevens ligt het projectgebied binnen de grenzen van het bestemmingsplan (zover relevant) “Herziening Bestemmingsregels Wonen 2A (HBW 2A)” en “Herziening Parkeren 2021”. In het kader van de voorliggende ontwikkeling en voor de duiding van het planologisch regime van het projectgebied zijn met name “Korrewegwijk-De Hoogte 2009” alsook “Bodenterrein – UMCG” van toepassing. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend de regels van de bruidsschat. Op deze plek wordt wel benoemd dat de andere documenten minder van belang zijn op deze toetsing (parkeren, standplaatsen etc.) maar hier is in de toetsing alsmede op overige plekken in deze Bopa wel rekening mee gehouden. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van voorgenoemde bestemmingsplannen opgenomen.

4

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Afbeelding 1.2

Uitsnede planologisch regime bestemmingsplannen die van toepassing zijn (Bron: Regels op de Kaart)

5

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

1.3.2

Bestemmingen en strijdigheid

1.3.2.1 Bestemmingen Korrewegwijk-de Hoogte 2009 Op basis van dit bestemmingsplan hebben de betreffende gronden in dit bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Wonen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Binnen de enkelbestemming ‘Wonen’ is een bouwvlak aanwezig, met daarbij de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – 1’. Er mag uitsluitend binnen het bouwvlak bebouwd worden, de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan is aangegeven (5 meter). Ter plaatse van de aanduiding inzake ‘gemengd -1’ zijn bedrijven van maximaal categorie 2 van de Lijst van bedrijfstypen, dienstverlening, dienstverlenende bedrijven, kantoren, en detailhandel - met uitzondering van een supermarkt, detailhandel in volumineuze goederen en detailhandel in motorbrandstoffen – toegestaan. De voor "Waarde - Archeologie 4" aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden. Op deze bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd waarvan de ondergrondse bebouwing en/of bodemverstoring meer bedraagt dan 0,6 meter beneden maaiveld of waarvoor een bodemingreep van meer dan 200 m² nodig is. Bodenterrein – UMCG Op basis van dit bestemmingsplan hebben de betreffende gronden de enkelbestemming ‘Gemengd’.

Binnen deze enkelbestemming is een bouwvlak aanwezig, met daarbij de functieaanduiding ‘wonen’ en een maatvoeringsaanduiding voor het maximale bebouwingspercentage (70%) en de maximale bouwhoogte (15 meter). Eveneens is er een maatvoeringsaanduiding voor de vloerindex (2). Tenslotte is er een gebiedsaanduiding 'wro-zone-wijzigingsgebied-2'. Er mag uitsluitend binnen het bouwvlak bebouwd worden, waarbij de bouwhoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan is aangegeven. Ter plaatse van deze gronden zijn dus zowel bedrijven van de categorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfstypen, dienstverlening, dienstverlenende bedrijven, kantoren, en detailhandel (en nog vele andere functies onder voorwaarden) toegestaan. Ook is wonen ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’ toegestaan. Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden, die op de kaart zijn aangeduid als 'wrozone-wijzigingsgebied-2' wijzigen naar de bestemming ‘Woongebied’ en moet in dat geval deze bestemming tevens wijzigen met dien verstande dat: -

de hoogte maximaal 15 meter bedraagt; het bebouwingspercentage maximaal 100% bedraagt; op de begane grond tevens andere functies kunnen worden toegestaan die zich verdragen met de bovenliggende woonfunctie; het parkeren binnen de bestemming wordt opgelost; de geluidbelasting vanwege het wegverkeer van geluidgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan (de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of) een verkregen hogere grenswaarde.

1.3.2.2 Strijdigheid De beoogde ontwikkeling ziet toe op de realisatie van 81 woningen, onderverdeeld in grondgebonden eengezinswoningen en ook appartementen. Ook wordt één commerciële ruimte van circa 93 m² gerealiseerd. Het voornemen voldoet echter niet aan de bouwregels (het maximale bebouwingspercentage alsmede de maatvoeringen omtrent hoogtes) van voorgenoemde bestemmingsplannen. Het plan is in strijd met de geldende regels omdat het realiseren van de overkragende balkons niet in overeenstemming is met de bestemmingsomschrijving `Verkeer`. Daarnaast kent het plan een overschrijding in bouwhoogte, voor zowel de woningen als voor het trappenhuis en wordt het plan deels buiten het bestaande bouwvlak gesitueerd, waarbij de woningen op sommige plekken buiten het bouwvlak zijn gesitueerd. Als gevolg van deze laatste strijdigheid dient de gemeenteraad een zogenaamd bindend adviesrecht af te geven.

6

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Enkel voor de overschrijding van de bouwhoogte van het trappenhuis is middels de algemene ontheffingsregels onder voorwaarden medewerking mogelijk. Voor de overige strijdigheden is geen medewerking mogelijk in afwijking van de regels van het omgevingsplan van rechtswege. Echter, middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) bestaat de mogelijkheid om hiervoor medewerking te verlenen. Om het voornemen te realiseren, kan daarom een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Een omgevingsvergunning voor een BOPA kan op basis van artikel 8.0 Bkl worden verleend, wanneer de activiteit in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Hierbij dient te worden beoordeeld of sprake is van een evenredige toedeling van functies aan locaties, de zogenaamde ETFAL-onderbouwing. Voorliggende ruimtelijke motivering voorziet hierin. Voor onderhavig voornemen wordt de uitgebreide (BOPA)procedure gevolgd.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. In hoofdstuk 3 wordt de gewenste situatie in het projectgebied toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie en van de gemeente zélf beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op alle relevante milieu- en omgevingsaspecten in de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 6 staat in het teken van de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 7 in op de maatschappelijke uitvoerbaarheid met de uitkomsten van participatie.

7

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE

In deze paragraaf wordt ingegaan op de ruimtelijke structuur en de huidige situatie van het projectgebied. Het gebied ligt ten noorden van het centrum van Groningen direct aan het Oosterhamrikkanaal. Het is feitelijk onderdeel van de rand van het centrum van Groningen, tegen het bruisende Ebbingekwartier aan. Nu is het een in transitie zijnde gebied, waar men al goed kan vertoeven, zwemmen in het Oosterhamrikkanaal of eten bij horecazaken in de nabijheid van het projectgebied. Verder zijn er in de nabijheid scholen, parken, een supermarkt en uitvalswegen om de hoek. Langs de kade ligt een ecologische zone en het schoonste zwemwater van Groningen, het Oosterhamrikkanaal. Vanaf de kade is er direct zicht op de binnenstad van Groningen, waarbij op een kwartier afstand lopen de Martinitoren en de Grote Markt zijn gesitueerd. De locatie van het projectgebied is in eigendom van gemeente Groningen met de bedoeling te worden verworven door initiatiefnemer VanWonen, met het doel om - in lijn met de voorgenoemde visie voor deze voormalige bedrijfslocaties – voor de reeds gesloopte bedrijfsbebouwing in de plaats nieuwe woningen te realiseren. De reeds gesloopte gebouwen hadden weinig stedenbouwkundige of architectonische kwaliteiten en niet of nauwelijks een relatie met de omgeving.

De bestaande situatie betreft braakliggend terrein, met verspreid parkeervoorzieningen, zand- of sloopafval. Het is daarbij nog grotendeels verhard en voorzien van oude begane grondvloeren, klinker- of tegelverharding. Hierna is in afbeelding 2.1 is het projectgebied middels een luchtfoto weergegeven. In afbeelding 2.2 zijn enkele straatbeelden opgenomen.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie projectgebied (Bron: PDOK)

8

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Afbeelding 2.2

Weergave van de huidige situatie in het projectgebied (Bron: Maps Google)

9

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

HOOFDSTUK 3 3.1

VOORGENOMEN ONTWIKKELING

Het voornemen

De initiatiefnemer is voornemens de locatie te ontwikkelen ten behoeve van woningbouw. De beoogde ontwikkeling ziet toe op de realisatie van 81 woningen, onderverdeeld in grondgebonden eengezinswoningen en appartementen. Ook wordt een commerciële ruimte gerealiseerd. Voor de ontwikkeling is een eigen stedenbouwkundig- en beeldkwaliteitplan opgesteld, deze is opgenomen in bijlage 1. Hierna volgt een beknopte weergave van dit plan, voor een uitgebreide weergave wordt verwezen naar bijlage 1. Architect geeft middels voorgenoemde kwaliteitsplan een architectuur én een passende invulling aan deze historische plek. In de jaren 20 is gestart met het graven van het Oosterhamrikkanaal als verbindingskanaal vanuit de binnenstad naar het Van Starkenborghkanaal. Het stedenbouwkundig ontwerp voor deze locatie is geïnspireerd op het industriële verleden van het gebied. Dit komt op meerdere schaalniveaus tot uiting. Groningen kent een groene singel rond het historische centrum, ontstaan na het slechten van de vestingwerken in de 19e eeuw. Het Oosterhamrikkanaal doorsnijdt deze singel en is tegenwoordig een ecologische zone. Met de inrichting van hoven, hoge poorten en een groen beplantingsplan wordt geprobeerd deze groene structuur te herstellen en biodiversiteit te versterken. Het kanaal is oorspronkelijk gegraven voor de industrie, waaronder de voormalige gasfabriek.

Langs het kanaal ontwikkelde zich een karakteristiek patroon van diepe kavels, met aan het water representatieve kantoren en daarachter industriële bebouwing met bijvoorbeeld sheddaken. Dit historische principe is richtinggevend geweest voor de opbouw van het nieuwe plan: een ‘bouwsteen’ aan het kanaal (vijf lagen, circa 15 meter hoog) en een lager woonmilieu in de diepte van de kavel (twee à drie lagen). Deze opbouw sluit aan bij het schaalniveau van vroegere gebouwen zoals de fabriek en het kantoor van Koldam. De rijke handel en industrie langs het kanaal is grotendeels verdwenen, maar de levendige sfeer op het water en langs de kades wordt nieuw leven ingeblazen door de realisatie van woningbouw, onder andere dus ook door het project ‘O-kade’. Ook in de architectonische uitwerking is het industriële verleden herkenbaar vertaald. Het ontwerp refereert aan de negentiende-eeuwse fabrieksarchitectuur: een robuuste uitstraling, een constructief raster met invullingen van baksteen en industriële materialen als cortenstaal. Elk bouwdeel krijgt een eigen karakter in materialisatie, gevelopbouw en raamverdeling, wat past bij de historische, organische opbouw van de fabrieksterreinen. Wonen rondom 2 hofjes Het project bestaat uit 2 hofjes. Hof 1 bestaat uit: -

5 maisonettes, van circa 129 m² - 166 m² 13 driekamerappartementen, van circa 58 m² - 129 m² 2 vierkamer-appartementen, van circa 99 m² 5 rijwoningen, van circa 108 m² 6 rijwoningen, van circa 60 m² - 65 m².

Hof 2 bestaat uit: -

2 maisonettes, van circa 101 m² - 144 m² 15 tweekamerappartementen, van circa 50 m² - 53 m² 23 driekamerappartementen, van circa 58 m² - 87 m² 10 rijwoningen, van circa 108 m² - 139 m² 1 commerciële ruimte, van circa 93 m²

Beide hofjes worden groen ingericht. Op de begane grond bevindt zich de parkeergarage met 45 overdekte parkeerplaatsen. Het parkeerdek (en daarmee de hofjes) wordt groen ingericht. De fietsen worden allemaal op de begane grond van de appartementen gebouwen gestald. De appartementen met een woonoppervlakte van meer dan 90 m² hebben een eigen parkeerplaats in hof 2.

10

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Type woningen in het project Er zijn diverse typologieën woningen, waarmee diverse doelgroepen (starters, gezinnen en ouderen) worden bediend. Dit zorgt in de toekomst voor een gemengde buurt, waar diverse doelgroepen met elkaar leven. Het betreft een mix van gebouwtypes, met zowel koopappartementen alsook grondgebonden eengezinswoningen. Parkeervoorzieningen Alle bewoners parkeren in de parkeervoorziening op de begane grond. Bezoekers parkeren in het openbaar gebied of in één van de openbare parkeergarages in de buurt. Door het bewonersparkeren in de parkeergarage op te lossen, ontstaat er binnen het projectgebied groene ruimte op hofjes-niveau op en om de gebouwen heen. Dit draagt dit bij aan een betere inbedding van de volumes in de context. Ook is sprake van enkele fietsenstalplaatsen, rekening houdend met diverse soorten en groottes van fietsen, op die manier is er een extra stimulans om anonimiteit te voorkomen en bewoners elkaar te laten ontmoeten. Stedenbouwkundige inpassing De initiatiefnemer wil in de beoogde nieuwbouwontwikkeling een woonproduct realiseren dat aansluit op de vraag in de gemeente Groningen en op de wensen die door de omwonenden in de gevoerde participatie (zie inleiding in paragraaf 1.1) vastgesteld zijn. Daarbij is ook een stedenbouwkundig plan (opgenomen in bijlage 1) opgesteld voor deze ontwikkeling.

Ten aanzien van het projectgebied zelf wordt opgemerkt dat vanuit stedenbouwkundig opzicht het plan qua volume past binnen de omgeving en hiermee als stedenbouwkundig acceptabel wordt aangemerkt. Het bouwvolume sluit aan op de omliggende bestaande bebouwing. De diverse bebouwingsblokken hebben elk hun eigen hoogteaccenten, zie hiervoor afbeelding 3.1, bovenop de parkeervoorziening. Het betreft een stedenbouwkundig gelaagd plan, met blokken die zijn opgebouwd uit een onder- en bovenopbouw met een plint. Deze gelaagdheid is in het gehele plan doorgetrokken, alsook in het groen wat weer een rijke biodiversiteit oplevert. In het plan wordt verblijf- en beleefgroen gerealiseerd, wat zorgt voor prettige wandelroutes tussen de gebouwen door alsmede fijne verblijfplekken voor de toekomstige bewoners. Ook wordt een goede overgang tussen de openbare gebieden en de privégebieden (tuinen) geborgd, door middel van het toepassen van groene erfafscheidingen. Daarbij vind parkeren geheel in de parkeergarage plaats, zodoende is het (buiten incidentele gevallen in de ‘straatjes’) een autovrij gebied, hetgeen het groene, stedelijke karakter van het plan versterkt. Voor een nadere uitwerking van bovenstaande wordt verwezen naar het stedenbouwkundig plan, dat is opgenomen als bijlage 1 bij deze onderbouwing.

Voor het overige worden de gronden ingericht voor (privé)tuinen en een groen dek, bovenop de parkeergarage. De woningen zijn, zoals reeds beschreven, geschikt voor uiteenlopende doelgroepen. De diversiteit aan doelgroepen (leeftijd, inkomen) bevordert de sociale cohesie. In afbeelding 3.1 is een situatieschets weergegeven van de toekomstige positionering van de bouwblokken in het projectgebied. In de afbeelding 3.2 zijn impressiebeelden van de beoogde situatie opgenomen.

11

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Afbeelding 3.1

Situatieschets toekomstige situatie projectgebied (Bron: Van Wonen)

Afbeelding 3.2

Impressie beoogde situatie (Bron: VanWonen)

12

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

3.2

Doorvertaling in het omgevingsplan

Artikel 4.17 van de Omgevingswet bepaalt dat de gemeente een voortdurende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) verwerkt in het omgevingsplan. Dit gebeurt binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van de BOPA. Deze verplichting geldt vanaf 1 januari 2032. De vergunde activiteiten worden in het Omgevingsplan opgenomen middels het toevoegen van de verleende omgevingsvergunning, waarbij concreet de toegepaste bouwregels, gebruikte maatvoering et cetera worden overgenomen en vastgelegd.

13

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

HOOFDSTUK 4

BELEID EN REGELGEVING

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

4.1.2

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. Instructieregels Rijk (Amvb’s)

Artikel 8.0b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a.

de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s;

14

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

b. c.

de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.

Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI). Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen en vervolgens beleidsneutraal overgezet naar het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit geldt ook voor de reeds opgebouwde jurisprudentie. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’, ‘stedelijke ontwikkeling’ en nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak ( ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet op het aantal woningen het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.129g Bkl Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. De beoogde woon- en kleine commerciële functie gaan goed samen op deze locatie en geven de locatie toekomstperspectief, zoals ook in de aanleiding reeds is beschreven. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit project. Besluit kwaliteit leefomgeving Dit project raakt verder geen instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die spelen bij deze ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen”. Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze definitie.

15

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Op het realiseren van woningen is onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval ziet de beoogde ontwikkeling toe op de realisatie van 81 woningen, onderverdeeld in grondgebonden eengezinswoningen en appartementen. Er is dus sprake van een stedelijke ontwikkeling wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking. Hierna wordt nader op de ladder ingegaan. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van een BOPA een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 81 woningen nabij de kern van Groningen. De woningen zullen, gezien de aard en omvang van de woningen alsmede hóe de woningen aansluiten op het woonbeleid van de gemeente Groningen, met name bedoeld zijn voor de lokale behoefte.

Gelet op de aard en omvang van de hiervoor genoemde functies kan het ruimtelijk verzorgingsgebied worden beperkt tot de stad Groningen en haar directe omgeving. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Kwantitatieve behoefte Met voorliggende BOPA wordt voorzien in 81 woningen nabij de kern Groningen. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de urgente woningbehoefte in Groningen. In 2020 is de nieuwe Woonvisie 2020-2025 vastgesteld in de gemeenteraad. Eén van de speerpunten is het bouwen van extra woningen om te kunnen voldoen aan de hoge vraag naar woonruimte. Die vraag wordt in de visie als volgt omschreven: "Illustratief voor de aantrekkingskracht van Groningen zijn de groeicijfers van onze gemeente. Dat het aantal huishoudens sneller toeneemt dan het aantal inwoners komt door gezinsverdunning. Alle prognoses laten zien dat de groei aanhoudt, zowel de absolute groei als de groei van het aantal huishoudens. Zo verwachten we voor 2023 - 2028 een groei van respectievelijk 6800 huishoudens. We koersen daarmee als gemeente af op 240.000 tot 250.000 inwoners in 2028. Om te kunnen voorzien in de woonbehoefte van al die (doel)groepen moeten we flink bijbouwen.

Een inhaalslag is nodig om de lage aantallen nieuwbouw uit de crisis te compenseren." In het meerjarenprogramma ‘Wonen’ en ‘Stadsontwikkeling’ is ten aanzien van de woningbouwopgave voor de gemeente Groningen het volgende vermeld: "Op basis van diverse prognoses houden we momenteel rekening met een groei van de gemeente met ongeveer 15.000 woningen tot 2030. Met onze samenwerkingspartners in de regio Groningen-Assen hebben we afspraken gemaakt over de groei van de woningvoorraad: Groningen mag jaarlijks gemiddeld groeien met 600 nieuwbouwwoningen (exclusief jongerenhuisvesting). De opgave voor jongerenhuisvesting schatten we in op 450-500 zelfstandige eenheden per jaar. Met de corporaties is afgesproken dat zij aan de jaarlijkse groei bijdragen met netto 225 sociale huurwoningen per jaar (inclusief jongerenhuisvesting). De groei hebben we de afgelopen jaren niet gehaald, maar de komende periode gaan we dit aantal wel halen. Daarnaast zouden er in Groningen (op basis van laatste regionale berekeningen) jaarlijks veel meer woningen (circa 1.500) moeten worden toegevoegd. Dit betekent dat we de komende jaren een inhaalslag moeten en kunnen maken.

Uit de woningbouwplanning blijkt ook dat we de komende jaren ruim meer dan deze 600 woningen gaan bouwen." Gelet op de huidige omstandigheden op de woningmarkt, ook die van Groningen, is de behoefte aan woningen overduidelijk aantoonbaar. Dit plan met 81 woningen past binnen de woningbouwopgave zoals die beleidsmatig is verankerd. Er kan daarom gesteld worden dat er ruime behoefte is aan het toevoegen van 81 woningen voor verschillende gebruikers aan de harde plancapaciteit.

16

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Kwalitatieve behoefte Uit de Woonvisie van de gemeente Groningen blijkt dat er grote vraag is naar nieuwbouwwoningen. Verder richt de behoefte aan woningen zich op appartementen in alle sectoren. Het voornemen bestaat om maximaal 81 woningen te realiseren, bestaande uit zowel grondgebonden woningen als appartementen, verdeeld over een tweetal hofjes. Bij dit plan gaat het planvoornemen uit van diverse soorten typologieën woningen, waarmee diverse doelgroepen (starters, gezinnen en ouderen) worden bediend. Dit zorgt in de toekomst voor een gemengde buurt, waar diverse doelgroepen met elkaar leven. In het plan wordt daarmee voldaan aan de gewenste doelgroepen: senioren, gezinnen, startende jongeren en ouders. Daarbij is de nabijheid van het stadshart en het OV aantrekkelijk voor iedere mogelijke toekomstige bewoner. Tot slot wordt voldaan aan de groeiende behoefte aan kleinstedelijke woonmilieus in de regio Groningen. Hiermee wordt geconcludeerd dat er sprake is van een kwalitatieve behoefte. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Gezien de definitie uit de Bro en later het Bkl kan worden geconcludeerd dat het projectgebied onderdeel uitmaakt van bestaand stedelijk gebied. Het projectgebied betreft een thans gesloopt, maar voormalig bebouwd bedrijfsperceel waar in dit geval sprake is van herstructurering.

Zoals in hoofdstuk 2 beschreven is, is de ambitie van de gemeente Groningen en initiatiefnemer erop gericht om het gebied te transformeren naar een passend en kwalitatief stedelijk woongebied. Met voorliggende ontwikkeling is sprake van inbreiding in bestaand stedelijk gebied, waarbij wordt voldaan aan deze trede van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Conclusie Gezien het vorenstaande wordt gesteld dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Het voornemen voldoet daarmee aan de instructieregels uit het Bkl. 4.1.4

Conclusie toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat onderhavig project in overeenstemming is met het van toepassing zijnde rijksbeleid.

17

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

4.2

Provinciaal beleid

Vanaf 1 januari 2024 heeft iedereen die iets ontwikkelt in de leefomgeving te maken met de Omgevingswet, zoals eerder beschreven. Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van de landelijke wetgeving en het rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Provinciale Omgevingsvisie en de Provinciale Omgevingsverordening. 4.2.1

Omgevingsvisie provincie Groningen

4.2.1.1 Algemeen De omgevingsvisie is een nieuw instrument, voortkomend uit de Omgevingswet. De Omgevingswet is ingegaan op 1 januari 2024. De visie bevat een integrale lange termijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. Belangrijke onderwerpen in de Omgevingsvisie zijn het zorgen voor een aantrekkelijk woon- en leefklimaat, het benutten van ontwikkelingsmogelijkheden, het beschermen van karakteristieke bebouwde en onbebouwde elementen en het bieden van ruimte voor ondernemerschap. Een belangrijk doel van de Omgevingsvisie is om samenhang te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Om dit te doen is al het provinciaal beleid in vijf thema’s en elf provinciale ‘belangen’ geordend. De thema’s en belangen zijn: •

• • • •

Ruimte 1. Ruimtelijke kwaliteit 2. Aantrekkelijk vestigingsklimaat 3. Ruimte voor duurzame energie 4. Vitale landbouw Natuurlandschap 1. Beschermen landschap en cultureel erfgoed 2. Vergroten biodiversiteit Water 1. Waterveiligheid 2. Schoon en voldoende water Mobiliteit 1. Bereikbaarheid Milieu 1. Tegengaan milieuhinder 2. Gebruik van de ondergrond

Met de Omgevingsvisie wil de provincie Groningen aansluiting vinden bij maatschappelijke ontwikkelingen en hier samen met anderen aan werken. De provincie ziet drie dominante ontwikkelingen, namelijk: bevolkingsontwikkeling, de digitale revolutie en de energietransitie. Voor de voorliggende Bopa is het volgende beleid relevant: • •

De provincie wil stedelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk laten plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied, teneinde het grote contrast tussen het stedelijk gebied en het buitengebied, dat zo bepalend is voor de identiteit van onze provincie, te behouden en versterken; Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de ruimtelijke kwaliteit binnen het stedelijk gebied.

De voorgenomen ontwikkeling heeft binnen de zojuist benoemde thema’s het meeste raakvlak met het thema Ruimte en dan in specifiek de belangen ruimtelijke kwaliteit en aantrekkelijk vestigingsklimaat. Hierna wordt op de betreffende onderdelen nader ingegaan.

18

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

4.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit De provincie Groningen streeft naar een zo hoog mogelijke ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door de mate waarin binnen een gebied de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde in onderlinge verhouding geoptimaliseerd zijn. Een hoge ruimtelijke kwaliteit is van belang de provincie aantrekkelijk te laten blijven om te wonen, werken en recreëren. Het omgevingsbeleid wordt zoveel mogelijk gericht op het bieden van kansen die zich voordoen in lokale en regionale situaties. Stedelijk gebied Onder stedelijk gebied verstaat de provincie Groningen een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en water en infrastructuur. De provincie Groningen wil stedelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk laten plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied, omdat de provincie Groningen het grote contrast tussen het stedelijk gebied en het buitengebied, dat zo bepalend is voor de identiteit van de provincie, wil behouden en versterken. Dit in lijn met de 'ladder voor duurzame verstedelijking', die bij nieuwe stedelijke ontwikkeling vraagt om motivering en afweging van (1) de ruimtevraag, (2) de beschikbare ruimte en (3) de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt.

Dit vraagt extra zorgvuldigheid bij ingrepen in het stedelijk gebied die een effect hebben op het buitengebied. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de ruimtelijke kwaliteit binnen het stedelijk gebied. Bij de inpassing van grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen in het stedelijk gebied en ruimtelijke ingrepen in het stedelijk gebied die een effect hebben op het buitengebied ondersteunen en adviseert de provincie de gemeenten. 4.2.1.3 Aantrekkelijk vestigingsklimaat De provincie zet in op een leefbare omgeving, waar voldoende werk en dynamiek is. Een aantrekkelijk vestigingsklimaat wordt gerealiseerd door samen met gemeenten te werken aan een goede structuur voor wonen werken en opleiden. Gemeenten zijn goed op de hoogte van lokale omstandigheden en zijn vaak goed in staat maatwerkoplossingen te vinden voor de vraagstukken die op hen afkomen. Vraagstukken op het gebied van woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en detailhandelslocaties zijn vaak gemeentegrens overstijgend. Gemeenten krijgen voor deze onderwerpen meer verantwoordelijkheid. Om te voorkomen dat gemeenten elkaar beconcurreren met een overaanbod vindt de provincie Groningen het belangrijk dat er in regionaal verband bij voorkeur integrale visies (structuurvisie, Omgevingsvisie of beleidsvisie) worden opgesteld.

Daarbij moet worden voldaan aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' zoals die is opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. De rol van de provincie is om gemeenten hierbij te faciliteren/ondersteunen. Woningvoorraad Een hoge woonkwaliteit kan worden bereikt door het woningaanbod optimaal te laten aansluiten bij de wens van de inwoners. Het is mogelijk om kleine kernen kleinschalig uit te breiden. Hiervoor worden primair de inbreidingsmogelijkheden benut. In de stad Groningen is de opgave gericht op het vergroten van de woningvoorraad, naast uiteraard de kwaliteitsverbetering en de verduurzaming. Daarbij wordt gericht op alle doelgroepen, met een extra focus op gezinnen en jongeren. Verder verwacht de provincie de komende jaren een toename van met name eenpersoonshuishoudens, kleinere huishoudens en een sterke wens tot binnenstedelijk wonen. Inzetten op transformatie van leegstaande panden kan hierbij helpen in de regionale balans. 4.2.2

Omgevingsverordening provincie Groningen

Tegelijkertijd met de Omgevingsvisie is de bijbehorende Omgevingsverordening provincie Groningen vastgesteld. Ook de omgevingsverordening is een aantal keren partieel gewijzigd danwel geactualiseerd. In de

19

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

verordening is aangegeven waarmee gemeenten bij ruimtelijke plannen rekening moeten houden. Voor de onderliggende onderbouwing is artikel 2.15.1 (Woningbouw) van de Omgevingsverordening van belang. 4.2.2.1 Artikel 2.15.1 (Woningbouw) 1.

2.

3.

Onverminderd artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan alleen voorzien in de bouw van nieuwe woningen, voor zover deze woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal overeenstemmen met een regionale woonvisie die rekening houdt met regionale woningbehoefteprognoses die de provincie elke twee jaar uitbrengt, of met nadere regels als bedoeld in het tweede lid. Wanneer niet binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening een regionale woonvisie is vastgesteld, kunnen Gedeputeerde Staten op verzoek van de betrokken gemeenten nadere regels over de nieuwbouwruimte vaststellen. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan - onverminderd artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening - voorzien in de bouw van nieuwe woningen, voor zover deze woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal in overeenstemming zijn met:

1.

2.

4.2.3

een woonvisie of een woon- en leefbaarheidsplan waarover ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening overeenstemming bestaat met de gemeenten in het regionaal samenwerkingsverband waar de betreffende gemeente deel van uitmaakt, of bij het ontbreken van een dergelijk samenwerkingsverband, met de Groninger buurgemeenten van de betreffende gemeente; of de in het kader van de Regio Groningen-Assen tot stand gekomen regionale planningslijsten voor woningbouw.

Toetsing initiatief aan het provinciaal beleid

Met de in deze onderbouwing besloten ontwikkeling wordt goed aangesloten op de beleidsuitgangspunten uit de provinciale Omgevingsvisie en wordt voldaan aan de relevante artikelen uit de verordening. •

• •

4.2.4

Dit plan voorziet in een (gewenste) ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Om te komen tot een verantwoorde planologische inpassing, waarvan ruimtelijke kwaliteit deel uitmaakt, is het voornemen op tal van aspecten onderzocht. De resultaten daarvan zijn uitgebreid in deze onderbouwing beschreven, waar nodig zijn onderzoeksrapporten bijgevoegd. Middels deze ontwikkeling wordt op een binnenstedelijke locatie nadrukkelijk ingespeeld op hergebruiken van een binnenstedelijke locatie. Hierdoor vindt geen extra ruimtebeslag plaats buiten het stedelijk gebied. . In voorliggend geval is sprake een woningbouwontwikkeling waarbij 81 woningen alsmede een commerciële ruimte worden gerealiseerd op een inbreidingslocatie in bestaand stedelijk gebied van Groningen. Daarbij wil de provincie transformatie naar andere functies zoveel mogelijk stimuleren. Met deze ontwikkeling wordt daarbij een bijdrage geleverd aan de lokale woningbouwbehoefte, en hiermee tevens het vitaal houden van de kern Groningen. Bij de realisatie van het voornemen wordt rekening gehouden met de duurzaamheidsaspecten. Overig beleid

Regiovisie Groningen-Assen De Regio Groningen-Assen is een samenwerkingsverband van twaalf gemeenten en twee provincies. Samen vormen zij de belangrijkste concentratie van bevolking en werkgelegenheid in Noord-Nederland. Het samenwerkingsverband heeft een globale visie opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van de regio tot 2030. In 2013 is deze visie geactualiseerd met de publicatie "Veranderende context, blijvend perspectief, actualisatie regiovisie Groningen-Assen". De Regio Groningen-Assen streeft naar een gezonde economische basis, een goede bereikbaarheid, een voldoende en gevarieerd woningaanbod en behoud van rust, ruimte en schone lucht. Daarvoor zijn in 2012 regionale woningbouwafspraken gemaakt. In dit verband worden de woningbouwplanningen in de regiogemeenten jaarlijks gemonitord en afgestemd. De opgave voor de gemeente Groningen is vastgesteld op

20

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

circa 600 woningen per jaar tot 2030. De gemeentelijke woningbouwplanning is in lijn met deze afspraak. De plancapaciteit van Groningen ligt tot nu toe onder de regioafspraken en is flexibel. Verstedelijkingsstrategie Regio Groningen-Assen Gemeenten, provincies en Rijk hebben in 2021 de woningbouwopgave in het bredere verband van de Regio Groningen-Assen opgepakt en gezamenlijk een regionale verstedelijkingsstrategie opgesteld. Met een langere termijn ontwikkelperspectief, een meerjarenplanning en een uitvoeringsstrategie willen de gezamenlijke overheden hun krachten bundelen om maximaal aan de noodzakelijke versnelling en vergroting van de productie bij te dragen. Voor dit plan is de strategie voor de noordflank van belang: "Deze flank van Groningen biedt ruimte voor een sprong in verstedelijking. Als de flanken zich ontwikkelen als subcentra in de stad ontstaat er meer evenwicht qua verdichting, voorzieningen, vervoersbewegingen, maar ook qua nieuwe impuls voor bestaande wijken." 4.2.5

Toetsing initiatief aan het overig beleid

Dit plan past binnen regionale woningbouw- en verstedelijkingsafspraken (waarbij ook de provincie Groningen is betrokken). Dit plan voldoet ook aan de hiervoor vermelde provinciale instructieregel uit de Omgevingsverordening.

21

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

4.3

Beleid Waterschap

4.3.1

Vigerend beleid

4.3.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 4.3.1.2 Rijksbeleid Het Nationaal Waterprogramma (NWP) 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016-2021. Het NWP komt voort uit de Waterwet en met het oog op de Omgevingswet zijn deze twee plannen samengevoegd tot één programma. In het NWP staan de internationale verplichtingen voortkomend uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) en de Kaderrichtlijn Maritieme Strategie (KRM). Het Nationaal Waterprogramma geeft op hoofdlijnen het beleid aan van het Rijk in de periode 2022 – 2027.

Door klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreiniging, het verlies aan biodiversiteit en ruimtedruk worden de wateropgaven steeds groter en complexer. De opgaven zijn complex door deze in samenhang met de opgaven voor energietransitie, de woningbouw, de transitie van het landelijk gebied en de verouderde infrastructuur aan te pakken. Bij de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn daarvoor water en bodem leidend. Het vraagt daarvoor in te zetten op klimaat- en landbouwtransitie en herstel voor natuur. 4.3.1.3 Provinciaal beleid In Omgevingsvisie provincie Groningen wordt ruim aandacht besteedt aan de wateraspecten en wordt een aantal doelen nagestreefd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de aspecten 'bescherming tegen overstroming en wateroverlast' en de zorg voor 'voldoende schoon drinkwater'. Beide aspecten worden als essentieel gezien om een schone, gezonde en veilige leefomgeving te creëren binnen de provincie. Bescherming tegen overstroming grote delen van de provincie Groningen liggen onder de zeewaterspiegel. Door de klimaatverandering zal de zeespiegel in de toekomst verder gaan stijgen en door aardgaswinning in de provincie zal de bodem in delen van de provincie verder gaan dalen. Verder heeft het veranderde klimaat ook gevolgen voor de neerslag.

Door toename van de neerslag wordt er meer aandacht gevraagd voor de bescherming van laag gelegen delen van de provincie tegen wateroverlast. Om een optimale bescherming tegen overstromingen en wateroverlast te kunnen garanderen en om dit te kunnen bereiken is een aantal concrete uitgangspunten geformuleerd: • • • • • •

Klimaatadaptatie Kustverdediging Wateroverlast uit boezemsystemen Regionale wateroverlast Bodemdaling door delfstoffenwinning Overstromingsrisico's

4.3.1.4 Beleid waterschap Noorderzijlvest Waterschap Noorderzijlvest heeft het Waterbeheerprogramma 2022-2027 opgesteld. Hierin zijn strategische ambities aangegeven over hoe uitvoering wordt gegeven de wettelijke waterschaptaken.

22

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Ruimtelijke adaptatie Het klimaat verandert: Hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. Daar moeten we, ook volgens het KNMI, in de toekomst in Nederland rekening mee houden. De verwachting van het KNMI is dat het klimaat in Nederland in 2050 ongeveer overeen zal komen met het huidige klimaat in Zuid-Frankrijk. Maar ook nu al is de klimaatverandering merkbaar. Extreme neerslag, droogte en hitte kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Dit geeft aanleiding om aanpassing van de inrichting van de bebouwde omgeving aan het veranderende klimaat te agenderen en aan te werken. Dit beleid is vorig jaar vastgelegd in de Deltabeslissing voor Nederland. In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft het Deltaprogramma voorstellen opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor. De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft als doel: • •

De bebouwde omgeving is in 2050 nog steeds aantrekkelijk om te leven; Sinds 2020 moeten ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig zijn en worden opgebouwd en getoetst.

Klimaatverandering heeft effecten op grote schaal maar ook op de kleine schaal van een stad. Door de toenemende hoeveelheid verharding in steden wordt het steeds moeilijker om water makkelijk weg te krijgen. Door het grootschalig verharden van tuinen van particulieren neemt de kans op wateroverlast toe.

4.3.1.5 Gemeentelijke Verordening afvoer hemel- en grondwater Groningen 2023 Afvoer hemelwater en grondwater Klimaatverandering treedt steeds sneller op. Daardoor krijgen we ook steeds meer te maken met de effecten daarvan. Zo wordt het steeds heter en worden ook de regenbuien heviger. Dat kan overlast veroorzaken en schadelijk zijn voor de gezondheid van inwoners. Daarom werkt de gemeente er hard aan om haar grondgebied klimaatbestendig te maken. Verordening Maar de gemeente kan de effecten van klimaatverandering niet alleen oplossen in de openbare ruimte. Daarvoor zijn ook privé terreinen nodig. Met de ‘verordening afvoer hemelwater en grondwater’ regelt de gemeente Groningen hoeveel water bij nieuwbouwprojecten op eigen terrein opgevangen moet worden. De belangrijkste aanpassingen in de verordening zijn: • •

Bij nieuwbouw vangen perceeleigenaren van percelen groter dan 250 m²water op, op basis van de grootte van het perceel. Het liefst met groene maatregelen, bijvoorbeeld een vergroende tuin of een groen dak. Binnen bestaand bebouwd gebied kunnen gebieden worden aangewezen waar de verordening van toepassing wordt. Bijvoorbeeld gebieden waar de riolering wordt vervangen. Hier gaan we vervolgens samen met bewoners en ondernemers aan de slag met maatregelen bij percelen groter dan 250 m2 om schade door wateroverlast te voorkomen.

Groen als waterberging Groene maatregelen om water op te vangen en te bergen hebben altijd de voorkeur. Tegelijkertijd wordt zo aan meerdere doelen gewerkt: • • •

4.3.2

Groen heeft een positief effect op de gezondheid van inwoners en/of medewerkers. Groen kan zorgen voor schaduw en daardoor hitte tegengaan. Groen kan zorgen voor wateropvang: denk aan wadi’s (grasstroken met diepteverschil), een groen dak of waterdoorlatende parkeerplekken. Toetsing van initiatief aan beleid van het desbetreffende Waterschap Noorderzijlvest

Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Zoals in bovenstaande uiteen is

23

Groningen, Oosterhamrikkade Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen, deze is in navolgende paragraaf opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.3.2.1 Watertoetsproces en waterhuishouding projectgebied Het Waterschap is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (www.hetwateradvies.nl). De digitale watertoets heeft geleid dat de zogenaamde ‘normale procedure' van de watertoets van toepassing is. De waterparagraaf en de voorgenomen ontwikkeling wordt voorgelegd aan het waterschap. Het watertoetsresultaat is opgenomen in bijlage 2 bij deze onderbouwing. Hierna wordt ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten in het projectgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5195/documents/90784