Bijlage 6. Toelichting opgaven begroting 2024.pdf
Tekst van het document
Bijlage Voorjaarsbrief: Toelichting opgaven begroting 2024 Voor het opstellen van de begroting 2024 heeft een ambtelijke inventarisatie van de opgaven plaatsgevonden. Met de voorjaarsbrief leggen we de volledige lijst met opgaven voor aan de raad, zodat de raad hierover een eigen beeld kan vormen. De bestuurlijk afweging van de opgaven moet nog plaatsvinden. De financiële ruimte om opgaven op te lossen is beperkt. Bij onze afwegingen wat we wel en niet kunnen doen, betrekken we de mogelijkheden die externe financieringsmogelijkheden kunnen bieden, zoals bijvoorbeeld de middelen die voortkomen uit de parlementaire enquêtecommissie gaswinning. Het onderzoek naar externe financieringsmiddelen loop nog. Ook het effect van opgaven op de personele inzet betrekken we bij onze afwegingen. De informatie over de opgaven betreft de tussenstand op dit moment. De opgaven kunnen nog wijzigen. Pas bij de begroting 2024 vindt besluitvorming over de opgaven plaats. Op basis van het voorjaarsdebat en de voorgestelde strategie in de voorjaarsbrief vindt nadere uitwerking plaats. In het overzicht met de opgaven per spoor (bijlage 5) zijn de opgaven verdeeld in drie categorieën op basis van beïnvloedbaarheid. Het minst beïnvloedbaar zijn de bijna onontkoombare opgaven (categorie 1).
Hier nemen de kosten toe als gevolg van ontwikkelingen die de gemeente niet zelf in de hand heeft en er weinig keuze is in het niveau van uitvoering. Het verschil met de overige knelpunten in categorie 2 is dat hier meer keuze mogelijk is in de uitvoering en/of er is sprake van een andere dekkingsmogelijkheid. De opgaven in categorie 3 zijn nieuwe activiteiten of het intensiveren van bestaande activiteiten.
Spoor 1: Bestaanszekerheid bieden 1. Opgaven iederz Bij iederz is sprake van een opgave bij de vervanging van sleutelfunctionarissen en een opgave door een veranderende doelgroep / basis op orde. Beide opgave zijn opgenomen onder categorie 1 (bijna onontkoombaar). De opgave vervangende doelgroep / basis op orde valt echter onder de overige opgaven (categorie 2). Omdat de voorgestelde dekking betrekking heeft op beide opgaven zijn ze hier gezamenlijk opgenomen. Vervanging sleutelfunctionarissen sociale werkvoorziening In het beschutte bedrijf worden momenteel circa 35 sleutelfuncties ingevuld door SW-medewerkers. Omdat de oude SW wordt afgebouwd en de nieuwe instroom minder potentieel bevat, moeten we deze functies op een andere manier invullen. In de periode 2024 – 2027 betreft dit 16 medewerkers. In 2024 kunnen de kosten worden opgangen binnen de beschikbare middelen, hier blijft nog 64 duizend euro over. In 2025 zijn de extra kosten 210 duizend euro en vanaf 2026 420 duizend euro structureel. Veranderende doelgroep en basis op orde Ten aanzien van de doelgroep ‘nieuw beschut’ dient iederz een jaarlijks oplopende taakstelling te realiseren. De nieuwe doelgroep vraagt om intensievere begeleiding. Tegelijkertijd is deze nieuwe groep meer gebaat bij werksoorten die autonomie, ontwikkelingsperspectief en uitdaging bieden en minder passen bij grootschalige productiewerkzaamheden.
Dit vraagt van iederz als organisatie aanpassingen om de wettelijke taak goed te kunnen blijven uitvoeren. De structurele kosten zijn 356 duizend euro in 2024 en 458 duizend euro structureel vanaf 2025 (inclusief overhead). Daarnaast konden in de afgelopen jaren diverse noodzakelijke werkzaamheden uitgevoerd worden door tijdelijke personele invulling. Deze dienen nu geformaliseerd te worden. Ook zijn in het kader van verdere professionalisering en centralisering enkele nieuwe functies noodzakelijk om de basis op orde te brengen. In 2024 zijn de totale kosten 683 duizend euro en vanaf 2025 681 duizend euro structureel (inclusief overhead). De totale kosten voor bovenstaande opgaven zijn 975 duizend euro in 2024, 1,35 miljoen euro in 2025 en 1,56 miljoen euro vanaf 2026. Voor een deel van deze kosten is dekking binnen de begrote middelen. Daarmee resteert (in totaal) een opgave van 975 duizend euro in 2024, 1,068 miljoen euro in 2025 en 183 duizend euro in 2026. In deze kosten is rekening gehouden met de kosten voor overhead van de formatie-uitbreiding met 9 fte. Vanaf 2026 kunnen deze kosten binnen de beschikbare budgetten worden gedekt. In 2024 zijn overheadkosten 207 duizend euro en in 2025 234 duizend euro. 2. Implementatie van de Omgevingswet De Omgevingswet (Ow) treedt per 1 januari 2024 in werking.
Ook na invoering zullen nog de nodige werkzaamheden verricht moeten worden. Het landelijke gedeelte van het digitaal stelsel omgevingswet (DSO) moet in de eerste maanden uitgebouwd worden. Voor de gemeente zullen nieuwe werkwijzen ingeslepen moeten worden en zal het nieuwe omgevingsplan opgebouwd moeten worden. We willen de projectwerkzaamheden in 2024 verder afbouwen. Het streven is om in 2023/2024 een onderzoek naar de (structurele) financiële effecten van de invoering van de Omgevingswet uit te voeren. Voor 2024 hebben we een aanvullend budget nodig van 800 duizend euro.
1
3. Beleidsvernieuwing externe veiligheid Met de intrede van de Omgevingswet wordt het thema externe veiligheid gemoderniseerd. Dat betekent dat de Omgevingsdienst er taken bij krijgt op het gebied van de aanpak van het groepsrisico, een inventarisatie van risicovolle bedrijven/activiteiten en kwetsbare gebouwen, en het verwerken van informatie over externe veiligheid in een database. De kosten worden geschat op 100 duizend euro structureel vanaf 2024. 4. Meldpunt Zorg & Overlast Het aantal meldingen bij het Meldpunt Zorg & Overlast groeit al jarenlang en de complexiteit van de meldingen neemt toe. Daarnaast is er sprake van een hogere werkdruk omdat er werkzaamheden zijn bijgekomen vanwege onder andere de ‘winterregeling’ voor daklozen, vroegsignalering Verwarde Personen en overlast door kamerverhuur. Tot slot is bij de gemeentelijke herindeling, het werkgebied en daarmee het aantal te bedienen inwoners uitgebreid. Voor de extra werkzaamheden is een uitbreiding van de formatie met 1,5 fte nodig. De kosten hiervan zijn 126 duizend euro per jaar vanaf 2024. De structurele formatie-uitbreiding van 1,5 fte leidt tot een verhoging van de overhead van 39 duizend euro per jaar vanaf 2024. 5.
Eenmalige korting dierenartskosten Bij de begroting 2023 heeft de raad een motie aangenomen waarin wordt verzocht om een regeling waarbij inwoners met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum eenmalig een vergoeding kunnen krijgen voor dierenartskosten en hiervoor 50 duizend euro beschikbaar te stellen. We willen deze motie uitvoeren door mensen met een inkomen tot 120% eenmalig een korting van 20 euro te geven via de Stadjerspas. In de zomer van 2023 worden afspraken met dierenartsen gemaakt om de verstrekking van de korting op vertoon van de Stadjerspas mogelijk te maken. Vanuit enkele dierenartspraktijken is aangegeven dat zij bereid zijn een aanvullende korting te geven. We verwachten in 2023 15 duizend euro nodig te hebben. Dit wordt, zoals opgenomen in de motie, gedekt uit de algemene reserve. Het resterend benodigde budget voor 2024 bedraagt 35 duizend euro. 6. Bijzondere Bijstand Als gevolg van de daling van het aantal inwoners met een bijstandsuitkering, neemt de komende jaren de vergoeding vanuit het gemeentefonds voor bijzondere bijstand af. Tegelijkertijd zien we de uitgaven aan bijzondere bijstand niet afnemen. De grootste posten hierin zijn de kredietverlening aan statushouders, de kosten van de maaltijdvoorziening en de kosten van bewindvoering.
Daarnaast verwachten we dat de kosten voor beschermingsbewind gaan stijgen omdat we in gevallen waar al een externe bewindvoerder is benoemd, we bijzondere bijstand moeten verlenen. Alleen in nieuwe gevallen, als belanghebbende de mogelijkheid heeft gehad gebruik te maken van kosteloos beschermingsbewind, kan geen beroep worden gedaan op bijzondere bijstand voor beschermingsbewind. We verwachten een tekort op de bijzondere bijstand van 520 duizend euro in 2024 dat oploopt naar 645 duizend euro in 2027. 7. Wet Kinderopvang We zien de afgelopen jaren een stijging van de uitgaven van de Wet Kinderopvang. Er zijn langere wachtlijsten in de GGZ, die samenhangen met de coronacrisis. We verwachten dat deze wachtlijsten de komende tijd afnemen. Daarnaast hebben mensen met een ernstige psychiatrische aandoening een langer behandeltraject nodig. De dienstverlening aan de groep kwetsbare gezinnen is in de afgelopen geïntensiveerd (vooral binnen het project stapeling sociaal domein). De vergoeding voor kinderopvang is in dat licht een investering in het kader van het bieden van passende dienstverlening. In de begroting 2023 is het budget voor uitvoering van de wet kinderopvang al met 206 duizend euro structureel verhoogd.
Op basis van de uitgavenontwikkeling in de afgelopen jaren verwachten we een verdere toename in 2023 waardoor er vanaf 2024 een tekort ontstaat van 273 duizend euro structureel. Hoe dit tekort zich verder gaat ontwikkelen valt nog niet in te schatten. 8. Individuele Studietoeslag Studenten die door een medische beperking niet kunnen bijverdienen naast hun studie kunnen studietoeslag aanvragen. Per 1 april 2022 keren we de individuele studietoeslag uit op basis van een minimumbedrag per leeftijdscategorie. In 2022 hebben we een tekort van 75 duizend euro bij de uitvoering van de individuele studietoeslag door een toename van het aantal verstrekkingen in de laatste maanden van 2022. We denken dat dit samenhangt met de publiciteit rond de energietoeslag waardoor de gemeente bij studenten in beeld is gekomen als uitvoerder van de studietoeslag. We verwachten vanaf 2024 een tekort van 225 duizend euro. Bij de berekening van dit tekort gaan we ervanuit dat de toename van het aantal verstrekkingen vanaf december 2022 stabiliseert.
2
9. Uitvoeringskosten Hersteloperatie gedupeerden kindertoeslagenaffaire De gemeente Groningen heeft een vergoeding ontvangen voor uitvoeringskosten inzake de hersteloperatie gedupeerden kindertoeslagenaffaire. Dit zijn eenmalige vergoedingen voor de kosten die de gemeente nog zal gaan maken voor de uitvoering van de regeling. De restantmiddelen zijn bij de jaarrekening 2022 vrijgevallen, we verwachten echter in 2024 nog 85 duizend euro nodig te hebben voor de dekking van de uitvoeringskosten. 10. Huisvestingskosten gebiedsgericht werken Voor de ondersteuning naar werk en participatie hebben we in 2022 de beweging naar de gebieden gemaakt en zijn er 5 gebiedsteams gevormd. Op deze manier zetten we weer een stap richting een meer integrale wijkaanpak. De extra huisvestingskosten voor de 5 gebiedsteams in de wijken ramen we op 251 duizend euro structureel vanaf 2024. 11. Veranderende doelgroep en basis op orde De toelichting staat bij 1. opgaven iederz. 12. Doorontwikkeling iederz. Iederz heeft de wettelijke taak om mensen in de doelgroep adequaat te begeleiden, van passend en veilig werk te voorzien en ontwikkelperspectief te bieden. De nieuwe doelgroep verandert, de begeleidingsvraag is complexer en meer intensief, er is meer variatie nodig in het aanbod van werksoorten en de wetgeving rond kwaliteitsaspecten wordt stringenter.
Het vergt een verdere professionalisering van iederz om door te ontwikkelen naar een sociaal ontwikkelbedrijf. De kosten voor de doorontwikkeling moeten nog nader worden verkend. 13. Inzet REACT-EU subsidie In 2022 hebben we nog een subsidie REACT-EU voor de periode 2020-2022 toegekend gekregen. Dit heeft in 2022 geleid tot een voordelig resultaat. Deze middelen kunnen worden toegevoegd aan de reserve ESF ter dekking van jaarlijkse kosten van 510 duizend euro die uit ESF reserve worden gedekt. Hiermee kunnen de kosten in 2024 worden gedekt. 14. Versterken aanpak huiselijk geweld Een effectieve aanpak van huiselijk geweld is zowel voor de betrokkenen als voor de samenleving als geheel van groot belang. Hierbij leggen we de focus op de wijken waar veel huiselijk geweld plaats vindt (Vinkhuizen, Paddepoel, Selwerd, Lewenborg, Beijum, Korrewegwijk, Wijert-Noord). Met een extra impuls in deze wijken willen we bestaande situaties van huiselijk geweld, geweld tegen vrouwen, kindermishandeling en seksueel geweld doorbreken en intergenerationele overdracht van huiselijk geweld voorkomen. We zetten in op uitbreiding van de capaciteit. Ook willen we investeren in deskundigheidsbevordering en ontwikkeling van wijknetwerken.
Voor een effectieve aanpak van huiselijk geweld hebben we vanaf 2024 300 duizend euro per jaar en incidenteel 1 miljoen euro extra nodig voor de periode 2024-2027.De structurele formatie-uitbreiding van 1 fte leidt tot een verhoging van de overhead van 26 duizend euro per jaar vanaf 2024. 15. Overlastcoördinator Woonoverlast is een maatschappelijk probleem dat regie en aandacht nodig heeft. Voor de aanpak hebben we op dit moment tot halverwege 2024 1 fte overlastcoördinator in de Schildersbuurt en de Korrewegwijk. Deze coördinator voert regie op (complexe) overlast gevallen en zorgt voor een goede afstemming tussen betrokken organisaties. Om de overlastcoördinator tot en met 2027 te continueren en de inzet uit te breiden naar alle noordelijke wijken is een toename van de formatie naar 2 fte nodig. Dit leidt tot een incidentele opgave van 128 duizend euro in 2024 en 170 duizend euro in de jaren 2025-2027.De incidentele formatie-uitbreiding in de jaren 2024-2027 van 2 fte leidt tot een verhoging van de overhead van 52 duizend euro. 16. Handhaving op het water We zien al een aantal jaren de druk op het water toenemen. Op het openbaar vaarwater gaat het met name om toename van het (recreatief) vaarverkeer, geluidshinder door rondvaarttochten, te snel varen, gevaarlijke situaties, hinderlijk drankgebruik en nomaden op het water. Daarnaast wordt het vaargebied in de gemeente groter.
Om de havencapaciteit uit te breiden met 2 fte havenassistenten is vanaf 2024 140 duizend euro nodig. Door de extra havenassistenten komt er meer capaciteit om handhaving op het water binnen het huidige werkgebied op peil te krijgen. De structurele formatie-uitbreiding vanaf 2024 van 2 fte leidt tot een structurele verhoging van de overhead van 16 duizend euro.
3
17. Woontoezicht / pandenbrigade De meerwaarde van het project “pandenbrigade” is voldoende gebleken en zijn we op de goede weg om een minder “handhavingsluwe” gemeente te worden. De tijdelijke financiering van de pandenbrigade loopt eind 2023 af en zal structureel van aard moeten worden om deze wijze van toezicht en handhaving te kunnen continueren. In totaal gaat het om een structurele formatie van 9 fte. De kosten hiervan zijn 747 duizend euro vanaf 2024. De structurele formatie vanaf 2024 van 9 fte leidt tot een overhead van duizend 126 euro. 18. Bijdrage Veiligheidsregio – strategisch huisvestingsplan In de ontwerpbegroting 2024 van de veiligheidsregio (VRG) is een aanvullende bijdrage voor de deelnemers opgenomen. Deze wordt deels veroorzaakt door de kosten van het strategisch huisvestingsplan. De hogere lasten van het strategisch huisvestingsplan leiden voor Groningen tot een hogere bijdrage van 623 duizend euro vanaf 2024. We hebben de raad geadviseerd een zienswijze in te dienen tegen de hogere bijdrage als gevolg van het strategisch huisvestingsplan. 19. Betaald voetbal De problematiek rondom betaald voetbal is de afgelopen jaren toegenomen. Dit legt een steeds groter beslag op de capaciteit van de politie.
Om grip te krijgen op de problematiek is het nodig tijdelijk te investeren in een intensievere persoonsgerichte aanpak om meer zicht te krijgen op de relatief grote doelgroep harde kernsupporters. Nu investeren biedt ook de kans om de jonge groep nog te beïnvloeden. We denken dat een tijdelijke investering 1 fte voor twee jaar nodig is. Dit leidt tot een opgave van 95 duizend euro in 2024 en 2025. We verwachten dat de situatie vanaf 2026 voldoende genormaliseerd is om binnen de staande organisatie op te kunnen pakken. De incidentele formatie-uitbreiding in 2024 en 2025 van 1 fte leidt tot een structurele verhoging van de overhead van 26 duizend euro. 20. Investeringen VTH ten gevolge invoering omgevingswet De nieuwe Omgevingswet en de nieuwe ICT omgeving leidt binnen de gemeente tot hoge aanloopkosten. Er is extra capaciteit nodig om de nieuwe werkwijze in te voeren en voor de ontwikkeling van een omgevingsvisie/ plan waarin alle regelgeving op het gebied van het ruimtelijk domein op elkaar wordt afgestemd. Het gaat onder andere om extra toezichthouders, vergunningverleners, kwaliteitsmedewerkers en juridische adviseurs. We ramen de kosten op 1 miljoen euro voor de jaren 2024, 2025 en 2026. 21. Extra toezicht en handhaving VTH De taken rondom toezicht en handhaving nemen op meerdere gebieden toe. Deels komt dit door (nieuwe) wettelijke taken.
Op het gebied van openbare orde en veiligheid kan een aantal taken niet gedekt worden uit legesinkomsten en beschikbare budgetten. Het gaat dan bijvoorbeeld om taken op het gebied van kraken, bijzondere woonvormen, arbeidsmigranten en de relatie naar ondermijning. Ook is meer inzet nodig op het gebied van erfgoed door het aanwijzen van karakteristieke panden en monumenten en de extra complexiteit in relatie tot de omgevingswet en de versterkingsopgave. Door in te zetten op een sterker toezicht en handhaving op de thema’s landschap, cultuurhistorie en ecologie wordt recht gedaan aan de ambities zoals verwoord in de Omgevingsvisie, de nader op te stellen landschapsvisie en ander bestaand beleid (natuurinclusief bouwen, kapbeleid, cultuurhistorie/landschap). Door inwerkingtreding van de wet kwaliteitsborging is het wenselijk dat er steekproefsgewijs (5%) toezicht wordt gehouden op de diverse kwaliteitsborgers in de uitvoering. De gemeente blijft uiteindelijk verantwoordelijk en moet de ingebruikname van een pand toestaan. Dit leidt tot een taakverzwaring, die niet binnen de bestaande capaciteit kan worden opgevangen. In totaal gaat het om een structurele formatie uitbreiding van 2,9 fte vanaf 2024 en aanvullend 0,5 fte in 2024 en 2025. De totale kosten zijn structureel 237 duizend euro vanaf 2024 en incidenteel 147 duizend euro in 2024 en 37 duizend euro in 2025.
De extra incidentele kosten ontstaan door tijdelijke inhuur. De structurele formatieuitbreiding van 2,9 fte leidt tot een verhoging van de overhead van 75 duizend euro per jaar vanaf 2024. De incidentele formatie-uitbreiding van 0,5 fte leidt tot een verhoging van de overhead van 13 duizend euro in 2024 en 2025. 22. Flexwonen We hebben samen met corporaties locaties in beeld gebracht waar flexwoningen gerealiseerd kunnen worden. Hiermee kunnen op korte termijn extra woningen worden toegevoegd om de druk op de woningmarkt te verlichten. De realisatie van flexwoningen wordt door het Rijk gestimuleerd en in 2022 waren daarvoor ook middelen beschikbaar. Wij hebben in 2022 een aanvraag gedaan van 12 miljoen euro voor de realisatie van de genoemde flexwoningen. Deze bijdrage is niet toegekend omdat het aantal aanvragen de beschikbare middelen overschreed. Wij zijn vervolgens in overleg gegaan met het ministerie van Binnenlandse Zaken welke mogelijkheden er zijn om toch tot realisatie van flexwoningen te komen.
4
Op basis van een uitgevoerde quickscan naar locaties hebben we locaties in beeld gebracht voor circa 600 flexwoningen. Naast een bijdrage van de corporaties verwachten we in 2024 voor 600 eenheden een gemeentelijke bijdrage van 5,75 miljoen euro incidenteel nodig te hebben. Ook is nog een substantiële bijdrage van het Rijk nodig.
5
Spoor 2: Groningen groeit groen en eerlijk 23. Operatie Ingebruikname Julianaplein Volgens planning kan het nieuwe Julianaplein in 2024 in gebruik worden genomen. De aansluiting van het nieuwe Julianaplein op het bestaande wegennet en het afbreken van het tijdelijke Julianaplein gaat voor veel overlast zorgen. De werkzaamheden daarvoor duren 26 weken en staan gepland vanaf het voorjaar van 2024. Om de overlast zoveel mogelijk te beperken, willen we op ons eigen wegennet diverse flankerende maatregelen treffen. Daarnaast zetten we in op een groot maatregelenpakket op regionale schaal. De gemeentelijke kosten van de Operatie Ingebruikname Julianaplein voor gemeente Groningen schatten we op dit moment in op 500 duizend euro in 2024. 24. Stadse monumenten Groninger Monumentenfonds (GMF) De taak van het Groninger Monumenten Fonds (GMF) is om via herbestemming en onderhoud van onrendabele monumenten, invulling te geven aan de instandhouding van monumenten in de provincie Groningen. In de gemeente Groningen zijn Prinsenhof, Pomphuis en de Watertoren Noord daar voorbeelden van. In de praktijk zien we dat de exploitatie op provinciaal niveau lastig is. Het achterstallig onderhoud begint op te lopen. Het bestuur van het GMF heeft daarom geconcludeerd dat beëindiging van het GMF het enig haalbare scenario is.
Uit onze zorg voor het behoud en de instandhouding van de monumenten in de gemeente, willen wij de monumenten in de gemeente Groningen overnemen. Het jaarlijkse exploitatietekort is geraamd op 550 duizend euro per jaar vanaf 2024. Voor het achterstallig onderhoud is eenmalig 500 duizend euro in 2024 nodig. In deze bedragen is nog geen rekening gehouden met verduurzaming. 25. Vervangingsinvesteringen en groot onderhoud Een aantal voorzieningen in de openbare ruimte is versleten en moet de komende jaren worden vervangen en/of er moet groot onderhoud worden gepleegd. Het gaat dan bijvoorbeeld om bruggen, openbare verlichtingskabels, speeltoestellen, verhardingen, bomen en oeverbeschoeiingen. Het reguliere onderhoudsbudget is niet toereikend voor dekking van de kapitaallasten die met deze investeringen zijn gemoeid. De benodigde middelen voor de komende 3 jaren (2024-2026) zijn al opgenomen in de begroting 2023. Elk jaar nemen we de benodigde middelen voor het vierde jaar mee in de begroting. Voor 2027 gaat het nu om 478 duizend euro structureel. 26. Onderhoud openbare ruimte- kosten sociaal werkgeverschap Medewerkers in de sociale werkvoorziening worden ingezet voor het onderhoud van de stad. Doordat instroom in de sociale werkvoorziening sinds 2015 niet meer mogelijk is, stijgen de kosten die gemoeid zijn met sociaal werkgeverschap.
De afgelopen jaren zijn er circa 60 medewerkers uitgestroomd. De uitstroom zal de komende jaren doorgaan. De meerkosten hiervan voor het beheer en onderhoud zijn tot en met 2026 gedekt in de begroting. Vanaf 2027 gaat het om 390 duizend euro structureel. 27. Voedsel- en eiwittransitie, visie landelijk gebied, landbouwtransitie De voedseltransitie is nauw verbonden met andere opgaven in het landelijk gebied. Naast voedseltransitie, gaat het om opgaven op het gebied van stikstof, klimaat (droogte en wateroverlast), waterkwaliteit, voedselzekerheid en biodiversiteit. Voor de structurele uitvoering van de activiteiten uit de voedselagenda zijn structurele middelen nodig. Omdat de hoogte van deze middelen nog niet duidelijk is, zetten we voor 2024 eerst in op een incidenteel werkbudget voor eiwit en landbouwtransitie en het opstellen van een visie op het landelijk gebied. De kosten hiervan zijn 250 duizend euro in 2024. Daarnaast is een formatie-uitbreiding nodig. We verwachten hiervoor na 2024 middelen uit het nationaal programma landelijk gebied (NPLG) te kunnen inzetten. Om in 2024 de formatie met 2,2 fte te kunnen uitbreiden is 200 duizend euro nodig. De totale opgave komt hiermee op 450 duizend euro in 2024.De incidentele formatieuitbreiding in 2024 van 2,2 fte leidt tot een verhoging van de overhead van 57 duizend euro.
Indien na 2024 de formatie-uitbreiding van 2,2 fte wordt gedekt uit externe middelen (NPLG) dienen de centrale overheadkosten ook uit de externe middelen te worden gedekt.
6
28. Exploitatie Fietsenstalling Grote Markt In maart 2022 is de nieuwe fietsenstalling Grote Markt met 1.700 gratis plekken geopend. Aanvankelijk was het niet de bedoeling de fietsenstalling Nieuwe Markt én Grote Markt beiden 24/7 geopend te hebben. De vraag naar stallingsplekken tijdens de nachtelijke uren bleek groter dan oorspronkelijk gedacht. Daarom zijn beide stallingen nu 24/7 geopend. De extra structurele kosten van het 24/7 openstellen van de fietsenstalling Grote Markt zijn 250 duizend euro vanaf 2024. 29. Plankosten Lelylijn Rijk en regio hebben samen het plan van aanpak Lelylijn vastgesteld. De organisatiekosten hiervoor zijn begroot op 6 miljoen euro, waarbij de helft voor rekening komt van de regio. Het Rijk betaalt de andere helft. Van de gemeente Groningen wordt een bijdrage van 500 duizend euro verwacht, verdeeld over 2023 en 2024. De kosten voor 2024 (250 duizend euro) zijn meegenomen in de opgaven voor de begroting 2024. 30. Verkenning en realisatie station De Suikerzijde Om de groei van de gemeente op te kunnen vangen is een schaalsprong nodig in het openbaar vervoer. Daarom hebben we met het Rijk afgesproken een nieuw station te realiseren binnen het projectgebied De Suikerzijde. Het Rijk heeft hiervoor in 2022 middelen toegekend.
De volgende stap is dat we gezamenlijk met de Provincie Groningen een verkenning laten uitvoeren door ProRail naar mogelijke inpassingen van een nieuw station. Voor de verkenning en de realisatie zijn aanvullende middelen nodig. De kosten voor de verkenning bedragen naar verwachting ongeveer 3 miljoen euro. Het Rijk betaalt de helft, de resterende 1,5 miljoen euro komt voor rekening van gemeente en provincie. We moeten nog in overleg met de provincie over de verdeling van de kosten. In de opgaven hebben we de totale opgave voor gemeente en provincie opgenomen (750 duizend euro in 2024 en 2025). Voor de realisatie is naast de financiële bijdrage van het Rijk ook een regionale bijdrage nodig. De benodigde investering is begroot op 180 miljoen euro. Het rijk is bereid hiervan 90 miljoen euro te dekken. In de opgaven voor de begroting 2024 houden we vooralsnog rekening met 750 duizend euro structureel vanaf 2026. Daarna zal dit bedrag waarschijnlijk verder moeten oplopen. 31. Damsterplein: uitbreiding opdracht en gebied en kostenstijging We werken aan het klimaatbestendig maken van het Damsterplein. Wij hebben in 2020 opdracht gegeven te onderzoeken hoe de verkeersstructuur kan worden aangepast ter verbetering van de leefkwaliteit op het plein. Door het snelle verkeer samen te voegen aan één zijde van het plein, ontstaat een verkeersluwe zijde voor fietsers en voetgangers.
Hierdoor wordt het leefklimaat op het plein en stuk prettiger. We ramen de extra investering op 1,45 miljoen euro. De hierbij horende kapitaallasten zijn 61 duizend euro (vanaf 2024). 32. Tekort OV bureau In de ontwerpbegroting 2024 van het OV-bureau wordt uitgegaan van een aanvullende bijdrage van de partners. Voor de gemeente Groningen wordt daarbij uitgegaan van een van een aandeel 21%. Eerder is aangegeven dat de gemeente Groningen een bijzondere positie heeft in het OV-bureau. Wij ontvangen geen rijksbijdrage voor openbaar vervoer, maar zijn wel (als enige gemeente) risicodragend voor extra tekorten. Wij zijn van mening dat onze jaarlijkse bijdrage aan het OV-bureau een bijdrage in de bedrijfsvoering is, en niet aan de exploitatie van het openbaar vervoer. Voor een eventuele aanvullende bijdrage kijken we eerst naar Rijk en vervolgens de provincies in het OV-bureau. Pas in de laatste plaats vinden we een aanvullende bijdrage van (alle) gemeenten bespreekbaar. In de opgaven hebben we de aanvullende bijdrage van de gemeente Groningen opgenomen, overeenkomstig de ontwerpbegroting 2024 van het OV-bureau. Dit is 452 duizend euro in 2024, 469 duizend euro in 2025, 411 duizend euro in 2026 en 63 duizend euro in 2027. We gaan hierover in gesprek met de deelnemers in het OVbureau. 33. Revitalisering pand Duinkerkenstraat (incl.
nieuwe wijkpost Zuid) Het pand aan de Duinkerkenstraat heeft een belangrijke functie bij de huisvesting van Stadsbeheer. Gelet op de technische staat en functionaliteit is het nodig het pand revitaliseren. Daarbij hebben we de mogelijkheid het pand te verduurzamen en de wijkpost zuid te integreren aan de duinkerkenstraat, zodat er een doelmatige bedrijfsvoering ontstaat. De kosten voor de revitalisering zijn 438 duizend euro vanaf 2027. 34. Aanpak wijkposten De huidige huisvestingssituatie van de wijkposten van Stadsbeheer sluit niet goed aan op de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen in de gemeente. Daarnaast zijn de wijkposten sterk gedateerd en passen de wijkposten niet goed meer in de omgeving. Voor de wijkposten is een huisvestingsvisie opgesteld waarmee invulling wordt gegeven aan een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering van het beheer van de openbare ruimte. De wijkposten zijn daarin belangrijke uitvalsbases voor het dagelijks onderhoud. Uitgangspunt is een toekomstgerichte opzet, een juiste balans tussen de verzorgingsgebieden onderling, de situering van de wijkpost 7
in het verzorgingsgebied en de verhouding tussen de wijkposten onderling. De totale investering voor 3 wijkposten ramen we op 14,3 miljoen euro. De structurele lasten lopen op van 28 duizend euro in 2024 tot 579 duizend euro vanaf 2027. Een nieuwe wijkpost voor Zuid is meegenomen in de opgave revitalisering Duinkerkenstraat. 35. Extra toename kosten sociaal werkgeverschap beheer en onderhoud Als gevolg van de Participatiewet uit 2015 is er geen nieuwe instroom meer mogelijk in de sociale werkvoorziening. Om een deel van de hogere kosten van alternatieve instroom in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte te kunnen dekken, zijn vanaf 2022 aanvullende middelen beschikbaar gesteld. Doordat de tarieven voor iederz medewerkers meer zijn gestegen dan de indexering van de onderhoudsbudgetten, nemen de kosten voor sociaal werkgeverschap in het onderhoud meer toe dan de beschikbare budgetten. Het gaat om 176 duizend euro in 2024, 207 duizend euro in 2025, 234 duizend euro in 2026 en 251 duizend euro vanaf 2027. 36. Meerschap Paterswolde – eigen bijdrage gemeente Groningen Het Meerschap Paterswolde is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud en de recreatieve en natuurontwikkeling van het gebied rondom de Hoornse Meer / Paterswoldse meer.
Als gevolg van stijgende lasten (personeel, energie) en extra noodzakelijke inzet op onderhoud & beheer in verband met invasieve exoten verwachten we een stijging van de kosten die niet in de begroting van het Meerschap kunnen worden opgevangen. Vanaf 2025 zal nader besloten moeten worden of het structurele tekort wordt betrokken bij de gemeentelijke meerjarenbegroting, dan wel met Meerschap overlegd moeten worden hoe het tekort structureel op te lossen. In 2025 gaat het om 101 duizend euro, oplopend naar 136 duizend euro vanaf 2028. 37. Uitvoeringsplan Verlichting Binnenstad De aanpak van de binnenstad en de aanstaande vervanging van verlichting, biedt een mogelijkheid om de openbare verlichting in de binnenstad te verbeteren. Voor het opstellen en uitvoeren van een programma zijn aanvullende middelen nodig. Hiermee zorgen we voor een meer duurzame verlichting en kan worden bijgedragen aan het verbeteren van de openbare orde en veiligheid. We ramen de kosten op 80 duizend euro structureel vanaf 2024. 38. Kansendossier Gerrit Krolbrug (Programma’s Leefkwaliteit en Mobiliteit) Samen met Rijkswaterstaat en omwonenden werken wij aan een Voorlopig Ontwerp voor een nieuwe Gerrit Krolbrug. We willen een aantal groene en recreatieve onderdelen toevoegen in de directe omgeving van de brug.
Concreet gaat het om de volgende onderdelen: Aanvullende trap naar de oever (verkorten looproutes en bereikbaarheid van de waterkant), Onderdoorgang van de brug aan de Westindischekade (recreatieve wandel- en ecologische route langs het Van Starkenborghkanaal; Doortrekken Hunzeloop onder de brug (als onderdeel van de Hunzevisie), Voetgangers-/fietsverbinding in samenhang met het doortrekken van de Hunzeloop, Vergroenen van de Ulgersmakade (van steen naar groene wandelroute), kosten gemeentelijk Lokale wandelroutes en zitplekken. We verwachten hiervoor een budget van 150 duizend euro vanaf 2026 nodig te hebben. 39. Uitvoering Hunzeboord – verder werken aan herstel van de oude Hunzeloop De Hunze is een belangrijke, historisch waardevolle, groenblauwe structuur in de gemeente Groningen. Deze oude rivierloop is op sommige delen van het traject nog nauwelijks herkenbaar. We willen de oude Hunzeloop weer een prominente plek geven. Met het herstellen van de Hunzeloop willen we een stevige (groenblauwe) structuur toevoegen die het stadslandschap verstrekt, sturing kan geven aan nieuwe ontwikkelingen en kan bijdragen aan groen en waterberging in stedelijk gebied. De totale investering wordt geraamd op 2 miljoen euro, waarvan 1,2 miljoen nog niet is gedekt. De hierbij horende kapitaallasten zijn 50 duizend euro vanaf 2026. 40.
Toekomstige herinrichting van straten (inzet meeropbrengst betaald parkeren) De raad heef in 2021 besloten tot invoering van betaald parkeren in een groter gebied. Daarbij heeft de raad het voornemen uitgesproken eventuele meeropbrengsten van het betaald parkeren die voortvloeien uit dit voorstel in te zetten voor het vergroten van de kwaliteit van de leefomgeving in de wijken waar betaald parkeren is of wordt ingevoerd. Over 2022 zijn deze meeropbrengsten circa 500 duizend euro. Er zijn op dit moment geen concrete voorstellen voor inzet van deze middelen. Deze middelen kunnen in 2024 worden gereserveerd voor toekomstige herinrichting van straten (creëren van een verkeersveilige inrichting, snelheidsbeperkende maatregelen) en initiatieven die de leefbaarheid van de wijk verhogen (groen, spelen, ontmoeten).
8
41. Plankosten gebiedsontwikkeling omgeving Martiniplaza (Concourskwartier) De gebiedsontwikkelingen in de omgeving van Martiniplaza hebben betrekking op de revitalisering van het Tradepark, de gewenste groene verbinding met het Stadspark, een integrale parkeeroplossing en mogelijke ontwikkelingen langs de Paterswoldseweg (Noorderpoortlocatie) en rondom Martiniplaza (Century-locatie, hotel en locatie aan de ringweg). Voor deze gebiedsontwikkelingen moet in stappen een visie worden opgesteld. Het opstellen van de visie en het uitwerken in de deelproducten vraagt incidentele plankosten. Een deel van deze kosten kunnen worden opgevangen binnen bestaande programma’s. Er resteert een jaarlijkse incidentele opgave van 350 duizend euro per jaar voor de periode 2024-2027.
9
Spoor 3: Gelijke kansen voor alle Groningers 42. Leerlingenvervoer Door groei van het aantal kinderen die voor passend onderwijs afhankelijk zijn van het Leerlingenvervoer en het aantal gereden kilometers nemen de uitgaven toe. Als gevolg van de hoge brandstofprijzen, de inflatie en een nieuwe CAO voor het zorgvervoer, stijgen de tarieven harder dan normaal. Omdat leerlingenvervoer een open einde regeling is, kan de toegang tot vervoer niet ontzegd worden. Op basis van de doorrekening van de nu bekende gegevens is 917 duizend euro extra benodigd in 2024, oplopend naar 1,6 miljoen euro in 2027. 43. Stijging huisvestingslasten GGD en WIJ De gemeente betaalt de huisvesting van WIJ en GGD. Voor zowel 2023 als 2024 is sprake van een forse stijging van de huisvestingslasten. Dit leidt tot een structurele opgave voor de begroting 2024 van 300 duizend euro vanaf 2024. 44. Zorgkosten jeugdhulp De prognose van de zorgkosten jeugdhulp is geactualiseerd. Hierbij is (net als vorig jaar) rekening gehouden met de extra rijksmiddelen als gevolg van de uitspraak van de commissie van wijzen, een indexering van de zorgkosten over 2021-2023 en een structurele doorwerking van hogere kosten in 2022. In de prognose gaan we ervan uit dat lopende taakstellingen worden gerealiseerd.
Dit betreft onder andere een taakstelling op de stapelingsaanpak (nog te realiseren 0,7 miljoen euro) en acceleratiemodel WIJ (nog te realiseren 0,9 miljoen euro). In de hervormingsagenda zijn ook besparingen opgenomen die door gemeenten moeten worden gerealiseerd. In de raming van de zorgkosten gaan we ervan uit dat de besparingen vanaf 2023 (in totaal 9,8 miljoen euro) worden gerealiseerd. Op basis van deze uitgangspunten houden we rekening met een tekort op de zorgkosten jeugdhulp van 3 miljoen euro in 2024, 3,1 miljoen euro in 2025 en 2026 en 3,2 miljoen euro vanaf 2027. Het nadeel ontstaat vooral door een structurele doorwerking van de hogere zorgkosten in 2022. Voor de nog te realiseren taakstellingen houden we rekening met een risico. 45. Zorgkosten WMO We hebben de prognose van de zorgkosten bij de WMO geactualiseerd, waarbij we rekening houden met de doorwerking van de effecten uit de jaarrekening 2022. Om landelijk te besparen wil het kabinet per 2026 een inkomensafhankelijke bijdrage invoeren voor de hele Wmo. Hoe de regeling eruit gaat zien is niet bekend. Bij het bepalen van het financiële effect gaan we er vooralsnog vanuit dat de inkomsten als gevolg van de invoering van de eigen bijdrage en lagere zorgkosten door minder aanzuigende werking vanaf 2026 in evenwicht zijn met de korting door het Rijk.
In 2024 en 2025 is sprake van een voordeel ten opzichte van de begroting deels doordat de zorgkosten iets lager uitvallen en deels door extra rijksmiddelen in 2025. Dit leidt tot een voordeel van 1,8 miljoen euro in 2024 en 2,75 miljoen euro in 2025. Vanaf 2027 houden we rekening met een structureel nadeel van 1,1 miljoen euro als gevolg van volumestijgingen. 46. Shelfish productions De stichting SHELFISH Productions heeft in 2021 bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag voor de tweejarige regeling bewezen talent van 2021. Na een bezwaarprocedure is in 2022 besloten de aanvraag alsnog te honoreren. Voor de jaren 2023 en 2024 dient er daardoor een subsidie van 40 duizend euro beschikbaar te worden gesteld. De opgave voor de begroting 2024 betreft 40 duizend euro in 2024. 47. Actualisering “Vervangen oude SBR-kunstgrasvelden + saneren en opruimen SBR korrels” Bij vervanging van kunstgras kiezen we, vanuit milieuoverweging, voor non-infill kunstgrasvelden. De oude SBR velden worden gesaneerd als ze vervangen moeten worden. De (gefaseerde) vervanging leidt tot meerkosten. De onder- en bovenlaag van de oude SBR velden moet opgeruimd worden. De meerjarig incidentele kosten lopen via het meerjarig project “Opruimen SBR korrels kunstgrasvelden” Deels is daar al dekking voor opgenomen in de begroting.
De meerkosten zijn 143 duizend euro in 2026 en 31 duizend euro in 2027. Daarnaast zijn non-infill kunstgrasvelden duurder. Dit leidt tot structureel hogere kapitaallasten. Het gaat om 62 duizend euro structureel vanaf 2027. 48. Kostenstijging investeringen scholen In het actuele integrale huisvestingsplan onderwijs (IHP) zijn de maatregelen (nieuwbouw, upgrading, renovatie) voor de periode 2020 tot en met 2023 (eerste tranche) concreet en verbindend. Met de schoolbesturen is afgesproken dat het IHP eind 2023 wordt herijkt en ter vaststelling wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. De tweede tranche van het IHP gaat over de periode 2024 tot 2028. Voor de uitvoering van de tweede tranche zijn in de begroting 2023 middelen beschikbaar gesteld (oplopend naar 2,76 miljoen euro structureel vanaf 2028). 10
Als gevolg van de wereldwijde effecten van Corona, de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis zijn de bouwkosten hard gestegen. De langjarig gehanteerde indexering van 2,5% per jaar volstaat niet meer. We achten het reëel om ten opzichte van de gehanteerde kengetallen een eenmalige kostensprong te hanteren van 15%. Hierbij gaan we uit van een verhoging van 10% om de extra bouwkostenstijging uit de afgelopen periode op te vangen en nemen we een opslag aan van 5% als gevolg van eisen op het gebied van onder andere erfgoed, circulair bouwen en natuurinclusief bouwen. Afgezet tegen het investeringsniveau van 250 miljoen euro tot en met 2028, leidt de kostenstijging tot hogere investeringskosten van circa 40 miljoen euro. De structurele kapitaallasten hiervan zijn 1,9 miljoen euro. We verwachten de hogere kosten tot en met 2027 op te kunnen vangen binnen de beschikbare middelen. Vanaf 2028 is aanvullend 1,9 miljoen euro nodig ter dekking van de kapitaallasten. 49. Kostenstijging bewegingsonderwijs Voor de bewegingsonderwijs accommodaties zijn middelen opgenomen in de begroting 2023, waarbij is aangesloten bij de fasering van het integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP). Ook zijn in de begroting 2023 middelen opgenomen voor areaaluitbreiding (sporthal en 2x gymzaal). Het investeringsniveau tot 2028 bedraagt circa 50 miljoen euro.
Net als bij de scholen is het reëel rekening te houden met een eenmalige kostensprong van 15%. Dit leidt tot een verhoging van de investering van circa 8 miljoen euro. De structurele kapitaallasten hiervan zijn 350 duizend euro. We verwachten de hogere kosten tot en met 2027 op te kunnen vangen binnen de beschikbare middelen. Vanaf 2028 is aanvullend 350 duizend euro nodig ter dekking van de kapitaallasten. 50. Definitieve oplossing naschoolse opvang voor kinderen met een beperking Naschoolse opvang voor kinderen met een beperking in het speciaal onderwijs is niet wettelijk geregeld. Er is wel behoefte aan opvang omdat het ouders in de gelegenheid stelt om betaalde arbeid te verrichten en voor kinderen de mogelijkheid biedt zich te ontwikkelen en met andere kinderen samen te spelen. Om voor het schooljaar 2023-2024 een definitieve oplossing te kunnen bieden, denken we vanaf 2024 150 duizend euro tot 250 duizend euro per jaar nodig te hebben. Het onderzoek naar de aard en de vorm van de voorziening zal een beter beeld van de verwachte kosten geven. 51. Schakelvoorziening onderwijs- jeugdhulp (Koepeltje Bedum) Het is niet langer mogelijk de schakelvoorziening onderwijs – jeugdhulp (koepeltje Bedum) te dekken vanuit onderwijsmiddelen. Om de voorziening in stand te kunnen houden is een aanvullend budget nodig van 66 duizend euro per jaar vanaf 2024. 52.
Aanvullende inzet JGZ verzuim In het thuiszitterspact 2.0 is het voorkomen van schoolverzuim een belangrijk speerpunt. De taak op het gebied van schoolverzuim wordt uitgevoerd door de GGD. Deze taak is geen onderdeel van het basistakenpakket van de GGD. De GGD heeft aangeven onvoldoende middelen te hebben voor uitvoering van deze taak. We werken een aantal scenario’s uit. Duidelijk is dat de er meer middelen nodig zijn. Op basis van een eerste inschatting zijn de benodigde kosten tussen 150 duizend euro en 200 duizend euro vanaf 2024. 53. Inzet WIJ speciaal onderwijs Sinds januari 2022 wordt de WIJ ingezet op de scholen voor het speciaal basis onderwijs (SBO). De inzet is gericht op het beter verbinden en aan laten sluiten van de jeugdhulp en de ondersteuning op school, zowel aan leerling als ouders. Dit heeft als doel om een positieve ontwikkeling van leerlingen te stimuleren, voortijdig schoolverlaten en thuiszitten te voorkomen, het onderwijs van de leerlingen te verbeteren en de vraag naar specialistische jeugdhulp terug te dringen. De inzet maak integraal onderdeel uit van het Thuiszitterspact 2.0 in de gemeente Groningen. De huidige inzet wordt bekostigd uit tijdelijke middelen vanuit het Nationaal Programma onderwijs. Deze lopen op 1 juli 2023 af. De kosten zijn 100 duizend euro per jaar vanaf 2024. 54.
Wijkcentrum bij van Houten 2e fase De gemeente Groningen is het nieuwe wijkcentrum ‘bij Van Houten’ aan het ontwikkelen in de Oosterparkwijk. Met een toegankelijke en inclusieve buurtaccommodatie investeren we in de sociale- en fysieke infrastructuur van de Oosterparkwijk waarmee we de sociale basis versterken. Voor de dekking van de exploitatie van de Van Houtenschool zijn additionele middelen nodig. Het gaat om 85 duizend euro tot 150 duizend euro per jaar vanaf 2024. 55. Accommodatiebeleid: Toevoegen accommodaties en beheer Ten Boer Haren Er is een aantal accommodaties die al langere tijd vragen in het accommodatiebeleid te worden opgenomen. Het gaat om de Stroming (76 duizend euro), Dorpshuis Ten Boer (20 duizend euro) en BSV De Kreukelhof (24 duizend euro). In totaal gaat het om 120 duizend euro vanaf 2024. Dit kan niet binnen bestaande middelen van het accommodatiebeleid worden opgevangen. 11
De accommodaties in Haren en Ten Boer hebben aangegeven dat ze behoefte hebben aan uitbreiding van de zakelijke leiding / beheer. In totaal gaat het om 80 duizend euro per jaar vanaf 2024. In totaal gaat het om 200 duizend euro vanaf 2024. 56. Gesubsidieerde instellingen -stijging kosten van huisvesting en loon De gevolgen van de aanhoudende prijsstijgingen voor maatschappelijke organisaties is een actueel landelijk thema. Ook bij onze gemeente zijn signalen ontvangen dat er maatschappelijke partners zijn die de komende periode in financiële problemen komen als gevolg van de stijgende prijzen. Voor de sterk gestegen energiekosten is eind 2022 het energiefonds ingesteld. Deze ondersteuningsmaatregel is echter tijdelijk en alleen voor energiekosten terwijl de lasten van huur en arbeid bij de instellingen ook hard stijgen. Het is de verwachting dat maatschappelijke instellingen structureel verder onder druk zullen komen te staan als gevolg van de blijvende prijsstijgingen. Gesubsidieerde instellingen ontvangen jaarlijks een compensatie voor (een deel van) de prijsstijgingen. Op basis van de huidige systematiek ontvangen instellingen voor 2024 een compensatie die is gebaseerd op definitieve cijfers over 2022. Met deze systematiek voorkomen we dat we de compensatie aan instellingen op een later moment moeten aanpassen omdat loon- en prijsontwikkelingen nog niet vast liggen.
Voor 2024 betekent het echter dat de compensatie aan instellingen veel lager is dan we verwachte loon- en prijsontwikkelingen in 2024. Daarnaast verwachten we dat instellingen te maken hebben met hogere prijsstijgingen dan waarvoor ze uiteindelijk worden gecompenseerd. Op basis van de verwachte loon- en prijsontwikkelingen in 2023 en 2024 schatten we in dat instellingen 3,4 miljoen euro minder ontvangen dan nodig is om de effecten van loon- en prijsontwikkelingen op te kunnen vangen. Zonder aanvullende middelen zullen instellingen minder maatschappelijke waarde kunnen leveren. Wat dit concreet voor instellingen betekent kan variëren van het verhogen van contributies tot het (deels) moeten sluiten van de deuren voor bezoekers/gebruikers/leden. 57. Gesubsidieerde instellingen: stijging energiekosten bij gemeentelijke aansluiting Een aantal panden die door de gemeente worden verhuurd aan meerdere huurders hebben maar één energiemeter. In deze gevallen belast de gemeente de energie door aan de huurder. We verwachten dat de energiekosten voor deze huurders gaan stijgen. Voor buurtaccommodaties in vensterscholen en culturele panden leidt dit naar verwachting tot een verhoging van de energielasten binnen een bandbreedte van 297 duizend euro tot 347 duizend euro vanaf 2024. Deze lasten kunnen niet worden opgevangen binnen de begroting van deze instellingen. 58.
Aanpassing indexatiemethodiek WIJ Groningen Gesubsidieerde instellingen ontvangen jaarlijks een compensatie voor (een deel van) de prijsstijgingen. Op basis van de huidige systematiek ontvangen instellingen voor 2024 een compensatie die is gebaseerd op definitieve cijfers over 2022. Met deze systematiek voorkomen we dat we de compensatie aan instellingen op een later moment moeten aanpassen omdat loon- en prijsontwikkelingen nog niet vast liggen. Deze systematiek wordt ook gehanteerd voor de subsidie aan WIJ Groningen. Voor het onderdeel basis jeugdhulp (SAMEN.) hanteren we een andere methodiek. Dit onderdeel wordt geïndexeerd aan de hand van de OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling) index. Deze methode wordt ook gehanteerd voor het indexeren van de tarieven voor alle gecontracteerde partners in de Jeugdhulp. Ook hier hanteren we vooraf een percentage die niet tussentijds wordt bijgesteld. WIJ Groningen geeft aan dat de huidige indexatiemethode niet goed aansluit bij de kostenontwikkeling (cao, bedrijfslasten, personeelslasten). Daarnaast wil WIJ Groningen dat er één systematiek wordt gehanteerd waarbij de voorkeur uit gaat naar de OVA index. Er wordt nog met WIJ Groningen gesproken over de indexatiemethode. De financiële impact moet nog worden bepaald. 59.
Accommodatiebeleid (kostprijsdekkende huur en zakelijke eigenaarslasten) Binnen het accommodatiebeleid is er een subsidieregeling voor het vergoeden van de werkelijke kosten van huur- of hypotheekkosten en zakelijke eigenaarslasten. Zowel de gemeente als onderwijsinstellingen (OOG) verhuren onderdelen van vensterscholen aan buurtaccommodaties. Beide partijen hebben aangegeven dat bij verhuur de kosten niet volledig worden gedekt door de huurinkomsten en beiden willen de verhuurovereenkomsten met de accommodaties aanpassen. BSV van Ostade en buurtcentrum Stadspark huren van onderwijsinstelling OOG. OOG gaat de overeenkomst actualiseren en een kostprijsdekkende huur in rekening brengen. De kosten lopen hiervoor naar verwachting op met 57 duizend euro structureel vanaf 2024. Op basis van de subsidieaanvragen en verleningen voor 2023 is geconstateerd dat de huren en zakelijke lasten (kosten van verzekeringen en belastingen) in 2023 sterk zijn gestegen. Voor 2024 wordt een verdere stijging verwacht. De verwachte indexering van de subsidies in 2024 is ontoereikend om de stijging volledig te dekken. We gaan uit van structureel hogere kosten van 109 duizend euro vanaf 2024. De totale opgave komt ut op 166 duizend euro vanaf 2024. 12
60. Huis van Ten Post We hebben in 2021 het besluit genomen om het Huis van Ten Post te realiseren op de sportvelden achter het huidige dorpshuis in Ten Post. Eén van de toekomstige gebruikers is Dorpshuis ’t Holt, daarnaast maken de kerken, voetbalvereniging TEO en het basisonderwijs gebruik van het Huis van Ten Post. Het nieuwe pand zal naar verwachting in 2025 worden opgeleverd. Doordat de investering in het gebouw en de buitenruimte hoger is dan eerder aangenomen (als gevolg van de stijgende bouwkosten) heeft dit gevolgen voor de huisvestingskosten. We ramen de extra kosten op 57 duizend euro structureel vanaf 2025. 61. Nieuw muziekcentrum Muziekcentrum De Oosterpoort gaat niet langer mee. Beoogd wordt in 2030 een opvolger van muziekcentrum De Oosterpoort in gebruik te nemen. Daarbij gaan we uit van een aparte, vergrote pop zaal, integratie met het vakonderwijs (beroepsopleidingen gericht op werken in cultuur), een maatschappelijk programma en een parkeergarage. Ook moet het nieuwe muziekcentrum gaan vooroplopen op het gebied van digitale ontwikkelingen en duurzaamheid. Met het nieuwe muziekcentrum wil Groningen haar positie op het gebied van pop, cultuur en evenementen behouden en versterken. De ontwikkeling en bouw van het nieuwe muziekcentrum met een parkeergarage vraagt naar verwachting een investering van circa 380 miljoen euro.
In de begroting 2023 is al een dekking van 2 miljoen euro structureel in 2027, oplopend naar 4 miljoen euro in 2028 en 6 miljoen euro vanaf 2029 opgenomen. Voor de begroting 2024 is een actualisatie opgesteld van de benodigde middelen. Vanaf 2027 moeten we aanvullende middelen reserveren voor het nieuwe muziekcentrum. In 2027 gaat het om 3,7 miljoen euro. In de jaren daarna loopt het verder op tot 10 miljoen structureel vanaf 2030. Daarnaast zijn in 2029-2032 incidenteel extra middelen nodig. Het nieuwe muziekcentrum leidt tot een formatie uitbreiding van 15 fte in 2029 en 20 fte in 2030. In de jaren tot en met 2033 loopt de verwachte formatie uitbreiding verder op naar 35 fte. De kosten van de formatie uitbreiding zijn opgenomen in de opgave. De structurele formatie-uitbreiding leidt ook tot een verhoging van de overhead van naar verwachting 390 duizend euro per jaar in 2029 en 520 duizend euro in 2030.In de jaren daarna loopt dit bedrag verder op tot 910 duizend euro vanaf 2033. 62. Museum aan de A Museum aan de A (MadA) is de opvolger van het Noordelijk Scheepvaartmuseum en werkt sinds 2017 aan de vernieuwde invulling van een historisch museum over de stad en de provincie Groningen. Daarmee willen we een kwalitatieve aanvulling realiseren op het huidige aanbod aan musea in de stad. Ook biedt het een kans om het historisch A-kwartier als plek te verbeteren.
De geraamde investeringskosten liggen tussen de 19 en 23 miljoen euro. Hierin zijn de kosten voor de aankoop van een pand, de uitbreiding aan de Schuitemakersstraat, de verbouw en restauratie van de rijksmonumentale panden, opslagen, prijsstijgingen, rentelasten en de plan- en uitvoeringskosten verwerkt. Uitgangspunt is dat de gemeente eigenaar wordt van de panden en deze aan MadA zal verhuren. Om deze huur te kunnen betalen is een verhoging van de exploitatie aan het MadA nodig. Hoeveel dit precies is moet nog worden bepaald. Vooralsnog houden we rekening met een pm opgave. 63. Fair Practice Code De fair practice code is gericht op een duurzame en eerlijke arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector om als sector aantrekkelijk te blijven voor verschillende beroepsgroepen. Toepassing van de fair practice code cultuursector leidt bij een gelijkblijvende omvang van gesubsidieerde activiteiten tot meerkosten. In de begroting 2023 is voor 2023 en 2024 350 duizend euro beschikbaar gesteld. Daarbij hebben we afgesproken de financiële consequenties vanaf 2025 op te vangen binnen de beschikbare middelen van cultuur. Als gevolg van de stijging van de personeelskosten (inhuur en in loondienst) voor instellingen zullen de kosten door toepassing van de fair practice code naar verwachting stijgen.
Daarmee wordt het moeilijker om de effecten vanaf 2025 binnen de cultuursector op te vangen. Op basis van de omvang van de gemeentelijke subsidies stijgen de kosten voor 2024 met 49 duizend euro. Indien de consequenties niet binnen de cultuursector kunnen worden opgevangen stijgen de kosten vanaf 2025 met 399 duizend euro. 64. Jongerenparticipatie We willen meer jongeren betrekken bij het maken en implementeren van beleid. Bij de begroting 2023 heeft de raad een motie aangenomen waarin wordt gevraagd om samen met jongeren te kijken hoe wij jongeren beter en meer kunnen betrekken bij het gemeentelijk beleid, welke vormen van participatie daarbij passen en wat er nodig is om deze vormen te borgen. In 2023 is er 50 duizend euro beschikbaar voor het opstellen van een visie en actieplan. Voor de uitvoering in 2024 en 2025 verwachten we 50 duizend euro nodig te hebben.
13
65. Kunstpunt – knelpunten verzelfstandiging Het Centrum Beeldende Kunst Groningen is eind 2018 verzelfstandigd. Op financieel gebied is sprake van lagere inkomsten dan verwacht bij verzelfstandiging. Zo is de veronderstelde groei van de inkomsten uit de kunstuitleen en projectensubsidies) in de praktijk niet realistisch. Dit leidt tot een knelpunt van 20 duizend euro in 2025 en 30 duizend euro vanaf 2026. Daarnaast is 80 duizend euro vanaf 2025 nodig voor de organisatiekosten bij de uitvoering van kunst op straat. Het is niet mogelijk deze kosten te dekken met externe fondsen. Tot slot heeft de gemeente bij de verzelfstandiging toegezegd om financieel verantwoordelijk te zijn voor de huisvesting van Kunstpunt in of nabij de binnenstad. Bij sluiting van de Oosterpoort dient rekening te worden gehouden met de huisvestingskosten van Kunstpunt. Vooralsnog is hier nog geen rekening mee gehouden. De totale opgave komt op 100 duizend euro in 2025 en 110 duizend euro vanaf 2026. 66. Compensatie stijging lonen en prijzen Martiniplaza De aanhoudende prijsstijgingen raken ook MartiniPlaza. Zo moet Martiniplaza door de stijgende bouwkosten de geplande (tussentijdse) opwaardering aan het gebouw afschalen. Ook wordt de exploitatie geraakt door de stijgende energielasten.
Deze stijgen in 2023 naar verwachting met 750 duizend euro en vanaf 2024 (ten opzichte van 2022) met structureel 500 duizend euro. Het compenseren van de hogere kosten in 2023 en 2024 leidt tot een opgave van 1,25 miljoen euro in 2024. Voor 2025 en verder zal bij de begroting 2025 een nieuwe inschatting worden gemaakt. 67. Verlengen talentregeling We willen de subsidie bewezen talentregeling met twee jaar verlengen, zodat de regeling een eerlijke kans krijgt zich te ontwikkelen. Hiermee geven we invulling aan de motie ‘Maak het makers mogelijk’ van 16 november 2022 (begroting 2023). Het benodigde budget voor 2023 is meegenomen in het steunpakket “herstel cultuur na corona”. Het benodigd budget voor 2024 is 120 duizend euro. 68. Hoge indexaties en verhoging kosten podiumtechniek Over de gehele linie stijgen de kosten voor inkoop en onderhoud. Deze kostenstijgingen kunnen niet volledig worden opgevangen door de jaarlijkse indexering van budgetten. Daarnaast zijn de kosten van podiumtechniek sterk gestegen als gevolg van de krappe arbeidsmarkt. We ramen de hogere kosten op 70 duizend euro vanaf 2024. 69. Particuliere zwembaden Ten Boer (incl. sporthal), Hoogkerk en Haren De gemeente Groningen heeft een subsidierelatie met drie particuliere zwembaden. Het gaat om het Scharlakenhof in Haren, Zwembad Hoogkerk en Zwembad de Blinkerd/Tiggelhal in Ten Boer.
Deze zwembaden hebben te maken met financiële knelpunten in de exploitatie of bij het realiseren van investeringen. Het gaat bijvoorbeeld om personeelskosten, achterstallig onderhoud en gestegen prijzen en energielasten. Daarnaast is per 1 juli 2021 de Wet bestuur toezicht en rechtspersonen (WBTR) ingetreden. Deze wet geeft onder andere regels voor aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen van verenigingen en stichtingen in geval van faillissement wegens onbehoorlijke taakvervulling. Voor een sluitende exploitatie in 2024 is naar verwachting 60 duizend euro nodig. Op dit moment laten we een onderzoek uitvoeren naar de rol van de gemeente bij de financiering, het onderhoud en/of de exploitatie van de particuliere zwembaden om gezamenlijk tot een haalbaar toekomstperspectief te komen. Onderdeel hiervan is het opstellen van een meerjaren onderhoudsplanning en het uitvoeren van een nadere analyse naar de benodigde capaciteit van zwembaden. We verwachten dat op korte termijn een investering in een aantal baden nodig is om voldoende zwemcapaciteit te kunnen blijven aanbieden. Vooralsnog houden we rekening met een pm-opgave. 70. Atletiek baan De kwaliteit van de atletiekbaan is onvoldoende. Als deze niet wordt gerepareerd, wordt de baan afgekeurd en kan deze niet meer worden gebruikt voor trainingen en wedstrijden.
In 2024 zal de toplaag en de belijning moeten worden aangepakt. In de daarop volgende jaren zullen lokale reparaties van de toplaag noodzakelijk zijn. We ramen de kosten op 80 duizend euro in 2024 en 50 duizend euro in 2025 en 2026. 71. Doorbelasting exploitatiekosten Vensterscholen met Sportaccommodatie In een aantal vensterscholen zit een gymzaal of sporthal. De exploitatiekosten die in deze gebouwen worden gemaakt worden onvoldoende doorbelast aan de gymzalen en sporthalen. Daarmee kunnen de kosten van het vastgoed niet meer worden gedekt. Dit leidt tot hogere kosten van 70 duizend euro structureel vanaf 2024. 72. Ontwikkelingen sportpark Corpus den Hoorn De sportclubs op sportpark Corpus den Hoorn groeien. Dit sportpark is het grootste Groningse sportpark qua gebruik. Maar door de groei van de clubs begint het gebruik van het sportpark te knellen. Daarnaast is FC 14
Groningen vanaf het seizoen ’22-‘23 gestart met vrouwenvoetbal, wat ook ruimte vraagt op het sportpark. Voor een toekomstbestendige oplossing voor alle gebruikers zijn nadere keuzes noodzakelijk. Voor de korte termijn willen we met de gebruikers van het sportpark bespreken of we een natuurgrasveld voetbal kunnen omzetten in een kunstgrasveld. Hiermee kunnen we trainingscapaciteit toevoegen voor de breedtesport. Deze investering willen we dekken uit het co-investeringsfonds sport. Voor de middellange termijn verkennen we de mogelijkheden om honk- en softbalclub Caribe te verplaatsen. Dit is ook afhankelijk van de plannen van FC Groningen. Eventuele vrijgekomen capaciteit kan worden ingezet voor de breedtesport. Het lopende capaciteitsonderzoek sport geeft de komende tijd meer informatie hoe deze oplossing te realiseren is. Voor deze ontwikkelingen zijn geen middelen gereserveerd. Voor de lange termijn ontwikkelen we een ‘masterplan Sportvoorzieningen 2035’. Hierin kijken we naar de ruimtelijke sportieve capaciteit voor binnen- en buitensportaccommodaties (sportparken) in de gemeente. Vooralsnog houden we rekening met een pm opgave. 73.