CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 rapport ruimtelijke onderbouwing.pdf

gemeenteraad 18 december 2024, gemeente GroningenBij agendapunt: k: Adviesrecht aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een multifunctioneel centrum Huis van Ten Post (8-11-24)19.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

grondwater regelt de gemeente Groningen hoeveel water bij nieuwbouwprojecten op eigen terrein opgevangen moet worden. De belangrijkste aanpassingen in de verordening zijn: -

-

Bij nieuwbouw vangen perceeleigenaren van percelen groter dan 250 m2 water op, op basis van de grootte van het perceel. Het liefst met groene maatregelen, bijvoorbeeld een vergroende tuin of een groen dak. Binnen bestaand bebouwd gebied kunnen gebieden worden aangewezen waar de verordening van toepassing wordt. Bijvoorbeeld gebieden waar de riolering wordt vervangen. Hier gaan we vervolgens samen met bewoners en ondernemers aan de slag met maatregelen bij percelen groter dan 250 m2 om schade door wateroverlast te voorkomen.

Groene maatregelen om water op te vangen en te bergen hebben altijd de voorkeur. Tegelijkertijd wordt zo aan meerdere doelen gewerkt: -

Groen heeft een positief effect op de gezondheid van inwoners en/of medewerkers. Groen kan zorgen voor schaduw en daardoor hitte tegengaan. Groen kan zorgen voor wateropvang: denk aan wadi’s (grasstroken met diepteverschil), een groen dak of waterdoorlatende parkeerplekken.

In voorliggend plan zijn diverse maatregelen genomen waarbij het groen een functie als waterbuffer heeft. Ook wordt halfopen bestrating toegepast. Water kan zodoende makkelijker infiltreren en daarnaast gaat het hittestress tegen. Analyse In het kader van voorliggend project is een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Bij het opstellen van het waterhuishoudkundig plan is rekening gehouden met de beleidsmatige uitgangspunten zoals die gelden op basis van het beleid van het waterschap Noorderzijlvest (peilgebied huisburen) en het beleid zoals verwoord in de gemeentelijke hemelwaterverordening. Het waterhuishoudkundig plan is als bijlage 14 van deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. De gemeentelijke verordening eist dat er berging moet worden aangebracht ter compensatie voor verhard oppervlak wanneer er op het riool wordt geloosd. Dit is in dit geval 70L per m2 aan toename verharding. In dit geval komt dat neer op een totaal van 217m3 berging, die vertraagd kan lozen op het rioolstelsel. De berging moet na een bui voor 90% beschikbaar zijn tussen 1 en 2 dagen. Beide verordeningen hanteren in dit geval een bui van T = 100 + 10%. Dit wil zeggen een bui die eens in de 100 jaar statistisch gezien voorkomt. De 10% wordt meegenomen in verband met klimaatverandering, waardoor buien heftiger worden.

De totale bergingseis bedraagt 217m3, ongeacht of er wordt geloosd op het riool of de watergang. Wanneer er geloosd wordt op het riool dient de bergingsvoorziening een ledigingstijd te hebben tussen 24 en 48 uur voor 90%. Wanneer er wordt geloosd op de watergang is het maximale debiet 1,33 L/s/ha. De eerder genoemde voorwaarden vanuit het waterschap en de gemeente zijn uitgewerkt in maatregelen. De hoeveelheden van deze eisen hoeven niet bij elkaar te worden opgeteld. De totale bergingseis is daarom 217 m2. Zoals eerder genoemd verschilt alleen de ledigingstijd van maatregelen afhankelijk van waarop wordt geloosd. 55

Hieronder wordt een tabel getoond met de totale bergingscapaciteit van het gebied.

Maatregel Regentuin Wadi Ecologische oever Groenvoorzieningen Groene daken Totaal

oppervlak [m2] 255 100 180 535

bergingsvolume bovengronds [m3]

bergingsvolume ondergronds [m3] 77 20 54 39 151

20 20 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 40

In het huidige plan is er 191 m3 berging beoogd. In verdere uitwerking zal dus nog 26 m3 extra aan berging moeten worden gerealiseerd. Dit is een realistische hoeveelheid om nog verder uit te werken. De berging van de groene daken is nog niet bekend. De maatregelen zijn dusdanig gedimensioneerd dat ze voldoen aan de bergingseis afhankelijk van het afstromend oppervlak. Een deel van het gebied stroomt af op groenvoorzieningen. De groenvoorzieningen waar water op afstroomt worden hiervoor verlaagd aangelegd om plek te maken voor het water. De groene daken worden zo gedimensioneerd dat ze 70L/m2 kunnen bergen en vervolgens vertraagd tot afstroming komen. Er zijn geen oppervlakken aanwezig die direct zullen lozen op de sloot of het openbare riool. Het hemelwaterriool (HWA), de wadi en de regentuin zullen allen lozen op de sloot. In beide gevallen wordt een geknepen leiding toegepast, om het debiet te verkleinen naar 1,33 L/s/ha. Door de bovenstaande maatregelen toe te passen, wordt het bestaande rioolstelsel voor vuilwater ontlast. De piek hoeveelheid afvalwater zal alleen maar afnemen of constant blijven. Hierdoor is er geen aanpassing in het afvalwaterriool nodig. Zoals beschreven bij de maatregelen wordt er 217 m3 aan berging in totaal toegepast. De maatregelen lozen door een geknepen leiding met maximaal 1,33 L/s/ha op de sloot.

Er zijn geen oppervlakken die direct en dus versneld lozen op de sloot. Hierdoor wordt er voldaan aan beide verordeningen. Er zijn geen gevolgen voor het afvalwaterriool. Conclusie Vanuit het aspect ‘water’ is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie.

6.11 Molenbiotoop Kader Een klein deel van het projectgebied ligt binnen de molenbiotoop van molen Olle Widde en kent de aanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszonemolenbiotoop' geldt dat de gronden mede bestemd zijn voor het behoud van de openheid met het oog op een vrije windvang en het zicht op de molens. Analyse Om de effecten van voorliggend plan op de windvang van de molen te bepalen, heeft een onderzoek plaatsgevonden. Het onderzoek is als bijlage 15 van deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. 56

De ontwikkellocatie bevindt zich op ruime afstand van de molen (ca. 450 m vanuit het hart van de molen tot het Multi Functioneel Centrum het Huis van Ten Post ter plaatse van de sportvelden aan de B. Kuiperweg 11). Het bouwvoornemen van de gemeente is om het Multi Functioneel Centrum het Huis van Ten Post uit te voeren in twee bouwlagen. Ingevolge de bouwregels, zoals opgenomen in art. 24.3.2 van het bestemmingsplan Kleine Dorpskernen Ten Boer, mag binnen de gebiedsaanduiding “vrijwaringszone – molenbiotoop 2” op een afstand van 450 m, gemeten vanuit de voet van de molen, tot maximaal 6,80 m boven NAP worden gebouwd. Gelet op de bestaande bebouwing en beplanting op de tussenliggende gronden per november 2021, is De Hollandsche Molen van mening dat in dit geval kan worden afgeweken van de maximale bouwhoogtes ingevolge de biotoopbepalingen in het bestemmingsplan Kleine Dorpskernen Ten Boer. In de optiek van De Hollandsche Molen zal een beperkt hogere bouwhoogte (tot ca. 7,50 m boven NAP) geen onevenredige afbreuk doen aan de windvang ten behoeve van het functioneren van de molen, of aan de molen als cultuurhistorisch en landschappelijk element. Ter verbetering van de molenbiotoop ter plaatse van de sportvelden zou de bestaande en nieuwe beplanting een maximale hoogte mogen hebben van ca. 7,50 m boven NAP, waarmee een eventueel nadeel in de windvang afdoende wordt gecompenseerd.

De Hollandsche Molen adviseert positief onder de voorwaarde dat de maximale bouwhoogte voor het Multi Functioneel Centrum Huis van Ten Post maximaal 7,50 m boven NAP bedraagt. In het plan is rekening gehouden met voorgaande uitgangspunten. Conclusie Omdat de uitkomsten van het advies met betrekking tot de windvang van de molen in acht worden genomen, heeft het project geen negatieve impact op de windvang van de molen.

6.12 M.E.R.-beoordeling Kader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een BOPA volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Deze lijst is niet limitatief, zodat ook voor andere dan de hierin genoemde projecten moet worden bezien of sprake is van mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Het betreft dan overigens altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (of een ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e.d.). Daarnaast kunnen de mer-verplichtingen nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. 57

Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een merbeoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is nog maar één mer-beoordelingsprocedure. Analyse Het programma dat wordt gerealiseerd op de locatie is echter het gevolg van het clusteren van bestaande functies in het dorp. Geconcludeerd wordt dat er hier geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld onder J11 in Bijlage V bij het Ob. Om te beoordelen of aanzienlijke milieueffecten zijn te verwachten zijn in het kader van voorliggend project diverse (milieukundige) onderzoeken uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat ten gevolge van het plan geen significant negatieve effecten op de omgeving zullen optreden. Voor een uitgebreide beschrijving van de milieueffecten wordt verwezen naar diverse paragrafen in dit hoofdstuk en de bijbehorende bijlagen. Conclusie Uit de mer-beoordeling is gebleken dat de gevolgen van het uitvoeren van de activiteit op de fysieke leefomgeving geen aanleiding geven tot het opstellen van een mer-rapportage en dat er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

58

7. Uitvoerbaarheid 7.1 Economische Uitvoerbaarheid Voorliggend project maakt onderdeel uit van het Nationaal Programma Groningen, onder de projectnaam ‘Dorpsvernieuwing Ten Post, Dorpshart’. Het Nationaal Programma Groningen (NPG) werkt aan een goede toekomst voor elke Groninger, jong en oud. Het brengt mensen en ideeën samen en bundelt de krachten van inwoners, organisaties, bedrijven en overheden. Het betreft een samenwerkingsverband van Rijk, provincie en gemeenten. Het project maakt deel uit van lokaal programma: de gemeente is samen met hun bewoners aan de slag gegaan om invulling te geven aan het programma wat bijdraagt aan de toekomst van Groningen. Voor de dekking van deze investering zijn diverse bronnen beschikbaar. Vanuit het Nationaal Programma wordt een bijdrage beschikbaar gesteld vanuit het project G01 Dorpshart Ten Post en G02 Openbare ruimte, deel De oude Linten. Naast de gevraagde bijdrage worden ook de versterkingsbudgetten (NAM) en de toekomstpakketten (NCG/Rijk) voor CBS De Wieken en het Dorpshuis ingezet voor de realisatie van de maatschappelijke voorzieningen. Zowel de school als het Dorpshuis stonden op de nominatie te worden versterkt. Met de NAM is afgesproken dat de versterkingsbudgetten kunnen worden ingezet voor nieuwbouw. Vanuit de gemeente Groningen worden ook diverse bijdragen beschikbaar gesteld en wordt er een SPUK aangevraagd.

Er is voldoende dekking beschikbaar voor de realisatie van het project.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2.1 Participatie Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Voorafgaand aan de afgifte van een vergunning moet aangetoond worden welke belanghebbenden op welke manier zijn betrokken in het participatieproces. In het kader van voorliggend plan heeft al vanaf 2018 participatie plaatsgevonden. De thematafel Huis van Ten Post heeft samen met de gemeente Groningen en met externe partijen vanaf 2018 plannen gemaakt en mogelijkheden verkend. De betrokkenen hebben veel uren en energie gestopt in het Huis van Ten Post en na een stevig opstarttraject zijn ze nu een hecht team die geloven in het Huis van Ten Post en ervoor gaan. Ook de achterban van de betrokken organisaties en de inwoners van het dorp zijn meegenomen in het proces, er zijn verschillende informatie- en dorpssessies georganiseerd. De meeste recente inloopbijeenkomsten zijn hieronder weergegeven: -

-

6 april 2022 – de direct omwonenden zijn persoonlijk uitgenodigd voor een informatieavond. Hier is het concept stedenbouwkundig kader toegelicht. 15 maart 2023 – onderdeel informatiebijeenkomst programma Versterken en Vernieuwen. De eerste contouren van Schets Ontwerp zijn getoond op de bijeenkomst. Juni 2023 – alle toekomstig gebruikers van het dorpshuis zijn individueel in gesprek geweest met het bestuur van het dorpshuis om het ontwerp door te nemen en te voorzien van op- en aanmerking. 27 juni 2023 – middels een huis aan huis uitnodiging zijn alle inwoners van Ten Post uitgenodigd voor een inloop bijeenkomst, waarbij de architect en landschapsarchitect aanwezig waren om het concept Voorontwerp toe te lichten en om informatie en suggesties 59

-

op te halen bij de bewoners. Het ontwerp van de sportvelden is gepresenteerd door sport050 en de aanpak van het verkeersonderzoek is toegelicht. 25 januari 2024 – inloopbijeenkomst in combinatie met het programma Versterken en Vernieuwen. De architect en landschapsarchitect waren aanwezig om het concept Definitief Ontwerp toe te lichten en om informatie en suggesties op te halen bij de bewoners. De resultaten van het verkeersonderzoek zijn gedeeld met de belangstellenden.

Met voorgaand participatieproces is eenieder in de gelegenheid gesteld zijn of haar inbreng te leveren. De informatie die gepresenteerd is op alle bijeenkomsten is terug te vinden op de website www.huisvantenpost.nl.

7.2.2 Vaststellingsprocedure De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. In bepaalde gevallen kan het college bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide procedure op basis van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaren. Dit kan op grond van artikel 16.65 lid 4 Omgevingswet. Het bevoegd gezag kan afd. 3.4 van de Awb bij besluit van toepassing verklaren op de voorbereiding van de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Vanaf 22 maart 2024 geldt het raadsbesluit ‘Activiteitenlijst bindend adviesrecht’. Dit betekent dat als een ontwikkeling valt binnen deze categorieënlijst het college verplicht is om aan de gemeenteraad ‘bindend advies’ te vragen. Huis van Ten Post valt onder categorie ‘F. Nieuwbouw op open plekken’. Huis van Ten Post wordt gerealiseerd op een open plek en het initiatief wordt daarom voorgelegd aan de gemeenteraad voor bindend advies. Naast de Activiteitenlijst bindend advies geldt het raadsbesluit ‘Activiteitenlijst verplichte participatie’. Als een ontwikkeling die wordt gerealiseerd met een Bopa valt binnen deze categorieënlijst moet de initiatiefnemer participeren. Dat is in voorliggend geval gedaan, zie voorgaande paragraaf.

7.2.3 Bezwaar/ Beroep De mogelijkheid van bezwaar komt alleen in de reguliere procedure voor. Het bezwaar dient ingediend te worden bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen. Wanneer iemand het niet eens is met het besluit op dat bezwaar, kan hij of zij nog in beroep gaan. In de uitgebreide procedure is bezwaar niet nodig. Daar bestaat namelijk de mogelijkheid om zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarna kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. In bijlage 2 artikel 2 van de Algemene wet bestuursrecht staan besluiten opgenomen waarbij er geen beroepsmogelijkheid is. Belanghebbenden kunnen eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevingsvergunning.

60

8. Belangenafweging en conclusie 8.1 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 4). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling (van functies aan locaties). Anders gezegd: is er – na een zorgvuldige belangenafweging - met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7).

8.2 Conclusie Het plan is uitvoerbaar. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie.

61

Bijlagen Bijlage 1. Bomen Effect Analyse Bijlage 2. Stedenbouwkundig kader Bijlage 3. Voorlopig ontwerp buitenruimte Bijlage 4. Scenariokeuze Bijlage 5. Archeologisch onderzoek Bijlage 6. Onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 7. Onderzoek industrielawaai Bijlage 8. Bodemonderzoek Bijlage 9. Verkeerskundig onderzoek Bijlage 10. Onderzoek omgevingsveiligheid Bijlage 11. Ecologische quickscan Bijlage 12. Stikstofberekening Bijlage 13. Digitale watertoets Bijlage 14. Waterhuishoudkundig plan Bijlage 15. Onderzoek molenbiotoop

62

Postadres: Korenbloemstraat 30, 8012 XS Zwolle | info@bureaupena.nl | www.bureaupena.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4910/documents/84700