Bijlage 5 Bijlagenbundel motivering Omgevingsplanwijziging 4 gemeente Groningen
Tekst van het document
Deze wijziging bevat het aanpassen van de volgende regels van het omgevingsplan van de gemeente Groningen: - Artikel 11.5a Bodem Voorrangsregeling; - Artikel 11.5b Bodem - Aanwijzing bodembeheergebied; - Artikel 11.5c Bodem - Aanwijzing bodemfunctieklassen; - Artikel 11.5d Bodem - Toepassingsbereik; - Artikel 11.5e Bodem - Bodemvreemd materiaal; - Artikel 11.5f Bodem - Afwijken van kwaliteitseisen; - Artikel 11.5g Bodem - Aanvullende kwaliteitseisen; - Artikel 11.5h Bodem - Acceptatie bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel; - Artikel 11.5i Bodem - Toepassingsbereik; - Artikel 11.5j Bodem - Terugsaneerwaarden bij verwijderen verontreiniging. De artikelsgewijze toelichting van deze artikelen zal ook aangepast worden naar de nieuwe inhoud van de regeling. Hoofdstuk 2: Beschrijving van de huidige en nieuwe situatie De huidige situatie is dat de gemeente Groningen de “Nota bodembeheer 2021” heeft omgezet naar regels in het omgevingsplan, deze regels zijn te vinden in “Afdeling 11.7 Milieubelastende activiteiten – bodemkwaliteit” van het omgevingsplan. In de nieuwe situatie worden deze nieuwe regels opnieuw beoordeeld en tekstueel verbeterd. Inhoudelijk zal er geen wijziging plaatsen, het gaat dan ook om een technische wijziging. Hoofdstuk 3: Toetsing aan beleid De wijziging van het omgevingsplan moet voldoen aan relevant beleid.
Het relevante beleid bestaat uit rijksbeleid, provinciaal beleid, beleid van het waterschap en het gemeentelijk beleid. In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd of de wijziging van het omgevingsplan voldoet aan het relevante beleid. Uit de beoordeling van de omgevingsplanwijziging aan het relevante beleid blijkt dat de omgevingsplanwijziging niet in strijd is met het relevante beleid. Hoofdstuk 4: Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) De wijziging van het omgevingsplan moet voldoen aan 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)'. In hoofdstuk 4 wordt de voorgenomen omgevingsplanwijziging beoordeeld aan de relevante (omgevings)aspecten. Bij deze wijziging worden de regels van het omgevingsplan omtrent bodem van afdeling 11.7 aangepast. Deze regels zullen inhoudelijk niet veranderen. De ETFAL-criteria zien erop dat er een goede toedeling van functies aan locaties plaatsvindt, deze wijziging zal geen functies toelaten en inhoudelijk de regels van het omgevingsplan niet wijzigen. Hoofdstuk 5: Juridische aspecten en planverantwoording In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische regel(s) die worden toegevoegd aan het nieuwe deel van het omgevingsplan. 4 Deze omgevingsplanwijziging betreft het toevoegen van een voorrangsregel aan het nieuwe deel van het omgevingsplan.
In dit hoofdstuk wordt de systematiek en de formulering van de voorrangsregel toegelicht. Hoofdstuk 6: Participatie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op participatie. Bij omgevingsplanwijzigingen moet namelijk worden gemotiveerd hoe het bevoegd gezag participatie heeft georganiseerd en wat de uitkomst(en) zijn. Hoofdstuk 7: Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van de wijziging van het omgevingsplan. De conclusie is dat de omgevingsplanwijziging economisch uitvoerbaar is. 5 2 Inleiding 2.1.1 Aanleiding De aanleiding van deze wijziging is de regels van de vorige wijziging omtrent de het thema bodem tekstueel aan te scherpen. 2.1.2 Doel Het doel van deze wijziging is om de eerder opgeschreven regels te herzien waardoor ze beter lopen. 3 Huidige situatie en nieuwe situatie 3.1 Beschrijving huidige situatie Op dit moment heeft de gemeente Groningen regels omtrent de bodem geplaatst in Afdeling 11.7 Milieubelastende activiteiten – bodemkwaliteit. Deze regels zijn verdeeld over de volgende artikelen: - Artikel 11.5a Bodem – voorrangsregeling; - Artikel 11.5b Bodem - aanwijzing bodembeheergebied; - Artikel 11.5c Bodem - aanwijzing bodemfunctieklassen; - Artikel 11.5d Bodem - toepassen grond en baggerspecie; - Artikel 11.5e Bodem – bodemkwaliteitskaarten.
3.2 Beschrijving nieuwe situatie De voorgestelde wijziging zal inhoud van de bovenstaande artikelen herformuleren. Deze regels zullen worden omgezet naar de volgende set met regels: - Artikel 11.5a Bodem – Voorrangsregeling; - Artikel 11.5b Bodem - Aanwijzing bodembeheergebied; - Artikel 11.5c Bodem - Aanwijzing bodemfunctieklassen; - Artikel 11.5d Bodem - Toepassingsbereik; - Artikel 11.5e Bodem - Bodemvreemd materiaal; - Artikel 11.5f Bodem - Afwijken van kwaliteitseisen; - Artikel 11.5g Bodem - Aanvullende kwaliteitseisen; - Artikel 11.5h Bodem - Acceptatie bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel; - Artikel 11.5i Bodem - Toepassingsbereik; - Artikel 11.5j Bodem - Terugsaneerwaarden bij verwijderen verontreiniging. De tekst van het omgevingsplan zal wel veranderen maar de praktische inhoud ervan niet. Naast deze tekstuele wijziging zullen de werkingsgebieden aangepast worden naar de huidige stand van kennis. 6 4 Toetsing aan beleid 4.1 Instructieregels Rijks (Amvb’s) Deze wijziging geeft uitvoering aan de instructieregels van het rijk zoals beschreven in “§ 5.1.4.5 Bodemkwaliteit” van het Besluit kwaliteit Leefomgeving en voldoet aan de voorwaarden die daarin zijn genoemd. Deze wijziging voldoet hiermee aan het rijksbeleid.
Lokale overheden kunnen geen beleid opgesteld hebben in strijd met deze instructies, de voorliggende wijziging is daarmee dan ook in overeenstemming met het lokale beleid. 4.2 Overig beleid Er is verder geen relevant provinciaal of gemeentelijk beleid die van toepassing is op deze wijziging. 5 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) In dit hoofdstuk wordt de gewenste ontwikkeling getoetst aan de aspecten uit de fysieke leefomgeving. In dit geval worden de regels van het thema bodem tekstueel aangescherpt. Dit maakt dat deze wijziging geen verandering aanbrengt in de fysieke leefomgeving enkel bestaat uit een tekstuele aanpassing. Ook de werkingsgebieden zullen aangepast worden naar de huidige stand van kennis. Onder het kopje ETFAL zal in dit geval daarom worden toegelicht waarom gekozen is om de genoemde regels te laten gelden op de aangewezen locaties. Voor deze wijziging richten wij ons uitsluitend op het ETFAL-aspect bodem. We benoemen dit aspect omdat het direct te maken heeft met het onderwerp. De andere onderwerpen die normaal gesproken naar voren komen bij de ETFAL-toets, zoals externe veiligheid, archeologie, geluid etc. zijn niet relevant voor deze wijziging. Door deze focus beperken we de analyse tot het aspect bodem, wat zorgt voor een gerichte en efficiënte verwerking binnen het omgevingsplan.
5.1 Bodem Besluit kwaliteit leefomgeving Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen. De inhoud van deze regels zijn via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem. Dit doet de gemeente door in onderlinge samenhang de volgende onderwerpen te regelen: • bescherming van de bodem tegen nieuwe verontreinigingen en aantastingen • evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdende met de kwaliteit van de bodem • duurzaam en doelmatig beheer van de resterende historische verontreinigingen en - aantastingen. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage VA van het Bkl.
De toelaatbare kwaliteit van 7 de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Het Rijk stelt instructieregels aan gemeenten voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. De gemeente moet: ▪ de waarde vaststellen waarboven er bij de realisatie van gebouwen op bodemgevoelige locaties maatregelen nodig zijn (artikel 5.89i en 5.89j Bkl) ▪ aangeven welke sanerende of andere beschermende maatregelen nodig zijn bij overschrijding van de waarde (artikel 5.89k) ▪ een meldingsplicht instellen voor locaties die op grond van het omgevingsplan niet vergunningplichtig zijn (artikel 5.89l Bkl) ▪ een bepaling opnemen over de ingebruikname (artikel 5.89m Bkl) Toetsing initiatief aan omgevingsaspect bodem en grondwater De voorliggende wijziging past het gemeentelijke omgevingsplan aan wat betreft de regels over bodem zoals ze staan in afdeling 11.7 Milieubelastende activiteiten – bodemkwaliteit. De gemeente kiest ervoor om dit doel te bereiken doormiddel van een aantal werkingsgebieden in het omgevingsplan die gebieden opdelen en verbinden aan een tabel waarop staat welke bodemwaarden gehanteerd dienen te worden in die gebieden. Bodemfunctieklassen De eerste kaart gaat over de bodemfunctieklassen, deze klassen geven aan tot welk niveau de grond gesaneerd dient te worden als er een nieuwe ontwikkeling plaatsvindt.
De locaties die zijn ingedeeld in de volgende bodemfunctieklassen: - Landbouw/natuur - Wonen (gevoelig gebruik) - Wonen (boezemkades) - Wonen (overig) - Industrie De kwaliteit van een partij grond of baggerspecie wordt getoetst aan de Lokale Maximale Waarde die voor het gebied geldt waarbinnen de toepassingslocatie ligt. Wat deze waarden precies inhouden staat in de bij de regels gevoegde tabel. Bodemkwaliteitskaart bovengrond & ondergrond De bodemkwaliteitskaart is met de Nota bodembeheer vastgesteld. Deze kaart is volgens de toen geldende richtlijnen uit de Regeling Bodemkwaliteit en het tijdelijk handelingskader PFAS opgesteld. De bodemkwaliteitskaart van de “Nota bodembeheer 2021” is opgesteld in een gezamenlijk proces met nagenoeg alle gemeenten (uitgezonderd Veendam en Pekela) in de provincie Groningen en de waterschappen Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest. Dit heeft tot een grotere herkenbaarheid en uniformiteit geleid. In de rapportage van de regionale kaart was sprake van verschillende kaarten (buitengebied, stedelijk gebied, wegbermen, boezemkades, PFAS buitengebied en PFAS stedelijk gebied). Voor de gemeente Groningen hebben we ervoor gekozen om deze kaarten samen te voegen. Dit betekent dat we één bodemkwaliteitskaart van de bovengrond en één bodemkwaliteitskaart van de ondergrond hadden.
Indeling in zones Om de gebruiksvriendelijkheid en herkenbaarheid in de regio te vergroten is het aantal zones tot een minimum beperkt. Hierbij is de volgende onderverdeling gehanteerd: • Stedelijk gebied en buitengebied; 8 • Wegbermen; • Primaire waterkeringen en boezemkades. Voor de boezemkades geldt dat de waterzijde van de kade valt onder de bevoegdheid van de waterschappen en de landzijde onder de bevoegdheid van de gemeenten. De waterschappen en de gemeente Groningen hanteren voor beide zijden dezelfde spelregels. Binnen de gemeente Groningen zijn de wegen en wegbermen meegenomen in de bodemkwaliteitzones met uitzondering van de bovengrond van provinciale wegbermen buiten de bebouwde kom. Deze zijn voor de verwachte bodemkwaliteit apart gezoneerd in zone 9. Uitgangspunten bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteit is niet vastgesteld voor: • De uitzonderingsgebieden (voor Groningen zijn dat de huidige en voormalige stortplaatsen, begraafplaatsen); • Locaties die verdacht zijn van een puntbronverontreiniging2 uitgezonderd de locaties die voldoende zijn onderzocht waarmee de verdachtmaking teniet is gedaan (door onderzoek en/of bodemsanering); • Locaties met een aangetoonde puntbronverontreiniging.
De bodemkwaliteitskaart is wel opgesteld: • Voor de parameters: o barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; o voor de boezemkades en wegbermen aanvullend arseen en chroom; o Tien polycyclische aromatische koolwaterstoffen; PAK 10 Vrom; o Zeven polychloorbifenylen; PCB som 7 o Minerale olie (GC). o PFAS (30 stoffen, advieslijst versie 13 juli 2019). In deze wijziging worden de bodemkwaliteitskaart bovengrond en Bodemkwaliteitskaart ondergrond beide als kaarten in het omgevingsplan gezet. Beide kaarten hebben gebieden met kwalitatieve waarden die samen met de tabel aangeven welke waarden waar zijn toegestaan binnen de aangegeven diepten. Conclusie De voorliggende wijziging geeft een goede invulling voor het aspect bodem bij komende wijzigingen van het omgevinsplan. 9 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het voorliggend plan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels.
Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. 6.2 De regels 6.2.1 Aanpassing van de regels Deze wijziging is onderdeel van een bundel met andere wijzigingen. Bij de bundel is een lijst toegevoegd met een overzicht van alle wijzigingen. Voor een overzicht van de wijzigingen kunt u deze lijst raadplegen. 7 Participatie 7.1 Wettelijk kader Op grond van het Omgevingsbesluit zijn wij verplicht om aan te geven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Hierbij wordt ook ingegaan op het participatiebeleid van gemeente Groningen. De grondslag om in te gaan op participatie bij de vaststelling van het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan volgt uit artikel 10.2 lid 2 Omgevingsbesluit. 7.2 Motivering Kennisgeving Voor het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan hebben wij vroegtijdig aan de omgeving kenbaar gemaakt dat wij voornemens zijn om het omgevingsplan te wijzigen (de kennisgeving). De kennisgeving hebben wij gepubliceerd in het Gemeenteblad. Ook hebben wij in de Groninger Gezinsbode een tekst geplaatst over het voorgenomen wijzigingsbesluit van het omgevingsplan. Verder is er niet geparticipeerd.
Deze wijziging tast geen belangen aan, het gaat om een tekstuele verfijning. Er was dan ook na de kennisgeving geen gegronde reden om verdere participatie toe te passen. 8 Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de wijze van bekostiging van het initiatief beschreven samen met de organisatorische uitvoerbaarheid. 8.1 Organisatorische uitvoerbaarheid 8.1.1 Capaciteit VTH De voorliggende wijziging past de regels aan van het omgevingsplan. Deze aanpassing is een tekstuele aanpassing van bestaande regels zonder verdere praktische wijziging. De gemeente zal dan ook geen verschil merken in de uitvoerbaarheid tussen de situatie voor en na deze wijziging. 10 8.2 Economische uitvoerbaarheid 8.2.1 Kostenverhaal Daar waar nodig zal op basis van artikel 13.18 het publiekrechtelijke kostenverhaal worden verrekend door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Tevens worden voor het in behandeling nemen van en de procesbegeleiding kosten gerekend. Deze worden verrekend via de leges. 8.2.2 Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie is de vergoeding van schade die de overheid veroorzaakt in de uitoefening van haar taak of bevoegdheid. De schade is het gevolg van een rechtmatig besluit.
Alleen schade dat uitstijgt boven het normale maatschappelijke risico en een burger of bedrijf onevenredig zwaar treft in vergelijking tot andere burgers of bedrijven komt in aanmerking voor nadeelcompensatie. De overheid moet de geleden schade geheel of gedeeltelijk vergoeden. De basisregeling voor nadeelcompensatie staat in titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hieronder vallen alle handelingen die door de overheid zijn verricht en waardoor schade is veroorzaakt. Dit bestaat uit besluiten, maatregelen en feitelijk handelen. Hoofdstuk 15 van de Omgevingswet bevat aanvullende regels op titel 4.5 van de Awb voor omgevingsrechtelijke besluiten die hebben geleid tot schade bij burgers of bedrijven waarbij de schade uitstijgt boven het normaal maatschappelijk risico. Een nieuwe regel voor een activiteit dat via een vaststellingsbesluit door de gemeenteraad onderdeel is geworden van het omgevingsplan wordt als schadeveroorzakend besluit aangemerkt (artikel 15.1 lid 1 sub d Ow). Met een regel in het omgevingsplan wordt een functie toegedeeld aan een locatie. Deze regel heeft een rechtstreeks werkende werking die activiteiten kunnen beïnvloeden. Risico-aanvaarding en voorbereidingsbesluit Bij de vraag of iemand in aanmerking komt voor nadeelcompensatie moet worden beoordeeld of diegene het risico op schade heeft aanvaard.
Als blijkt dat de verzoeker om nadeelcompensatie de geleden schade heeft aanvaard, hoeft de overheid geen nadeelcompensatie te vergoeden. Risico- aanvaarding kan verdeeld worden in actieve en passieve aanvaarding. Als de huidige grondeigenaren bij de gemeente een verzoek tot nadeelcompensatie indienen moeten wij het verzoek behandelen. Conclusie Wij voorzien niet dat er een kostenpost zal zijn voor deze wijziging. Deze wijziging voorziet niet in een inhoudelijke wijziging van de reels. De wijzingen in de werkingsgebieden zullen geen aanzienlijke veranderingen met zich meebrengen voor de grondeigenaren. Er is dus geen aanleiding om schade te verwachten.