CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Bijlagenbundel motivering Omgevingsplanwijziging 4 gemeente Groningen

gemeenteraad 16 september 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: 5i: Vaststelling Omgevingsplanwijziging 4 gemeente Groningen (raadsvoorstel 24-06-26)10.603 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlagenbundel motivering Omgevingsplanwijziging 4 gemeente Groningen 1. Wijziging begrip huishouden 2 2. Wijzigingen percelen bedrijventerrein Eemspoort 11 3. Wijzigingen bodem 26 C2007-06 Onderwerp Omgevingsplanwijziging 4 – motivering voor wijziging begrip huishouden

Volgvel: 1 Inhoudsopgave Samenvatting .......................................................................................................................................................... 2 1. Inleiding ......................................................................................................................................................... 3 2. Huidige situatie en nieuwe situatie ............................................................................................................... 3 2.1 Beschrijving huidige situatie ..................................................................................................................... 3 2.2 Beschrijving nieuwe situatie ..................................................................................................................... 4 3. Toetsing aan beleid ....................................................................................................................................... 5 3.1 Toetsing aan Rijksbeleid ........................................................................................................................... 5 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ..............................................................................................................

5 3.1.2 Nationale Woon- en Bouwagenda ............................................................................................................. 5 3.1.3 Conclusie .................................................................................................................................................... 5 3.2 Toetsing aan Provinciaal beleid ................................................................................................................ 6 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POV) ............................................................................................................. 6 3.2.2 Conclusie .................................................................................................................................................... 6 3.3 Toetsing aan gemeentelijk beleid ................................................................................................................. 6 3.3.1 Omgevingsvisie ‘Levende Ruimte’ ............................................................................................................. 6 3.3.2 Woonvisie ‘Een thuis voor iedereen’ ......................................................................................................... 6 3.3.3 Raadsbrief: Voortgang wijziging definitie “huishouden” en hospitaverhuur ............................................

7 3.3.4 Conclusie .................................................................................................................................................... 7 4. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)............................................................................ 7 4.1 Verkeer, parkeren en infrastructuur ............................................................................................................. 8 5. Uitvoerbaarheid ................................................................................................................................................. 8 5.1 Maatschappelijk draagvlak ........................................................................................................................... 8 5.2 Economische uitvoerbaarheid ...................................................................................................................... 9 Volgvel: 2 Samenvatting Groningen is een aantrekkelijke stad om te wonen. De afgelopen jaren is het aantal inwoners gestegen, voornamelijk door de instroom van (internationale) studenten. Om de leefbaarheid en balans in de wijken te behouden, zijn er strikte regels voor woninggebruik vastgelegd in de Huisvestingsverordening en het omgevingsplan. Dit beleid is bedoeld om de druk op de woningmarkt te verlichten en overlastsituaties te voorkomen.

Een van de regels is dat een woning dient te worden bewoond door één huishouden, wat woningdelen door twee personen die geen huishouden vormen, in de weg staat. Door de veranderende woningmarkt en de behoefte aan efficiënter woninggebruik, wordt het begrip "huishouden" herzien. De nieuwe definitie omvat een alleenstaande of twee personen (met of zonder kinderen) die een gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren. De wijziging sluit aan bij landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid. Daarnaast heeft de wijziging van het begrip "huishouden" geen directe invloed op de fysieke leefomgeving. Volgvel: 3 1. Inleiding Groningen is een aantrekkelijke stad om te wonen. De afgelopen jaren is het aantal inwoners gestegen, variërend van jong tot oud, alleenstaand tot samenwonend, zelfredzaam tot zorgbehoevend. Zowel de doelgroepen als het type woning of woonmilieu waaraan zij de voorkeur geven, zijn divers. De groei van het inwoneraantal wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door migratie, in het bijzonder door de instroom van (internationale) studenten. Om de leefbaarheid en balans in de wijken te behouden, hebben we beleid ontwikkeld om te reguleren hoe woningen worden gebruikt. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Huisvestingsverordening en omgevingsplan. Met betrekking tot het gebruik van een woning hanteren we een strikt beleid.

Dat wil zeggen dat kamerverhuur niet meer mag worden geïntensiveerd1, we terughoudend zijn met het splitsen van woningen en een woning mag worden bewoond door één huishouden. Dit beleid is ingegeven door de druk op de woningmarkt, overlastsituaties in enkele wijken, slechte woonomstandigheden en het behoud van gezinswoningen. De woningmarkt is constant in beweging. Landelijk gezien zijn de woningwaarden tussen 2014 en 2022 vrijwel verdubbeld2. De hoogte van de bouwkosten maakt het realiseren van betaalbare nieuwbouw ook een uitdaging. Voor alle doelgroepen en in belangrijke mate voor jongeren en alleenstaanden, wordt het daardoor steeds moeilijker om een betaalbare woning te vinden. Hierdoor is de wens om een woning te delen de afgelopen jaren gegroeid. Door het samenwonen van mensen in één woning te faciliteren kunnen woningen efficiënter worden gebruikt. Om de mogelijkheden met betrekking tot het gebruik van een woning te verruimen wordt de definitie van het begrip “huishouden”, zoals opgenomen in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan, opnieuw gedefinieerd. De definitie wordt ook aangepast om hospitaverhuur mogelijk te maken. Tevens wordt hiermee de onduidelijkheid rondom de handhaving van deze regelgeving weggenomen. 2.

Huidige situatie en nieuwe situatie Het begrip “huishouden” wordt al ongeveer tien jaar gehanteerd en was destijds bedoeld als een van de regels om wijken en buurten beter in balans te brengen. De afgelopen jaren is de woningmarkt door economische verschuivingen en demografische trends sterk veranderd. Landelijk gezien zijn de prijzen van woningen tussen 2014 en 2022 vrijwel verdubbeld. Mede daarom wordt de definitie van het begrip herzien. 2.1 Beschrijving huidige situatie Zoals aangegeven is het begrip “huishouden” opgenomen in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan. Deze komt voort uit het bestemmingsplan de Herziening Bestemmingsregels Wonen 2 (HBW2). In 2015 is door middel van de Woonvisie Wonen in Stad een beleidswijziging ingezet met als doel om in de bewoning van onze wijken en buurten meer evenwicht te brengen. Aanleiding voor de beleidswijziging was de constatering dat het woon- en leefklimaat in een groot deel van de stad uit balans dreigde te raken door de grote druk op de particuliere woningvoorraad om te voorzien in jongerenhuisvesting. Het evenwicht in het samenleven van jongeren en niet-jongeren dreigde te worden verstoord. Het was nodig geworden om voor de bestaande woningvoorraad regels te maken die de ongebreidelde groei van kamerverhuur, optoppingen, onzelfstandige kleine eenheden en bebouwing van binnenterreinen aan banden ging leggen.

1 Intensivering: geen toename van het aantal bewoners en het aantal verhuurde eenheden. 2 Kadaster, Vastgoeddashboard – prijsindex bestaande koopwoningen Volgvel: 4 Een eerste stap werd gezet door middel van het bestemmingsplan Woningsplitsing (2014). Dit plan riep effectief een halt toe aan de opkoop van vooral relatief goedkope, vaak voor gezinnen geschikte woningen met als doel die op te delen en als kleine eenheden te verhuren. Vervolgens is de lijn doorgezet in het bestemmingsplan Herziening Bestemmingsregels Wonen (HBW1), die de binnenstad en de schilwijken besloeg. Eén van de ‘hoofdingrediënten’ van dit plan was dat bij recht alleen (nieuwe) zelfstandige woningen werden toegestaan met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m². Tevens werd geregeld dat in een zelfstandige woning één huishouden mocht wonen en een huishouden werd gedefinieerd als een duurzame vorm van samenwonen met onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. Om te voorkomen dat de vraag naar de niet meer gewenste (woon)vormen zich gingen verplaatsen naar de wijken op grotere afstand van het centrum is in 2019 het ontwerpbestemmingsplan Herziening Bestemmingsregels Wonen 2 (HBW2) in procedure gebracht. Met dit bestemmingsplan zijn de woonregels voor de stad generiek gemaakt. Het bewonen van een woning door een huishouden wordt in HBW2 geregeld door een specifieke gebruiksregel.

Deze regel stelt dat het gebruik van een woning voor bewoning door meer dan één huishouden als strijdig wordt aangemerkt. In HBW2 is een “woning” gedefinieerd als “een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Een huishouden is gedefinieerd als: “persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; hieronder niet begrepen bewoning in de vorm van kamerverhuur”. 2.2 Beschrijving nieuwe situatie Het beter benutten van de bestaande voorraad is hard nodig om het woningtekort op te lossen. Dit kan, onder andere, door het delen van een woning makkelijker te maken. Om hierin te kunnen voorzien is het nodig om het begrip “huishouden” te herformuleren. Uit jurisprudentie3 blijkt namelijk dat twee personen, bijvoorbeeld vrienden of studenten, niet worden gezien als een huishouden. Er is dan geen sprake van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. Het begrip “huishouden” wordt gewijzigd naar “een alleenstaande dan wel twee personen, met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren”. Ook zijn categorieën4 opgesomd van situaties die worden gekwalificeerd als een huishouden. Tevens is een definitie van gemeenschappelijke huishouding opgenomen.

De reden hiervoor is dat de woorden 'gemeenschappelijke huishouding' voorkomen in het begrip "huishouden". De begripsbepaling is als volgt: onder een gemeenschappelijke huishouding wordt verstaan het samen (willen) bewonen van een woonruimte waarbij sprake is van wederzijdse verantwoordelijkheid en taakverdeling. Met deze definitie wordt aangesloten bij de traditionele vorm van een huishouden. Tevens sluit de definitie aan bij de Huisvestingsverordening waarin is opgenomen dat er een vergunningplicht geldt voor woonruimte die “wordt omgezet of omgezet wordt gehouden ten behoeve van bewoning in onzelfstandige woonruimte waarbij minimaal drie bewoners in minimaal drie onzelfstandige woonruimten verblijven”. Hierdoor wordt de handhaving eveneens duidelijker. Voor bewoning door minder traditionele vormen van een huishouden kan een maatwerkafweging worden gemaakt door (tijdelijk) af te wijken van het omgevingsplan.

3 ECLI:NL:RVS:2023:2581 4 - een alleenstaande - een ouder met een of meer kinderen en daarmee gelijk te stellen pleegouder en voogd - ouders met een of meer kinderen en daarmee gelijk te stellen pleegouders en voogden - een samengesteld gezin - twee personen met een liefdesrelatie - twee personen met een eerste-, tweede- en derdegraads bloedverwantschap - twee alleenstaande personen die de woning delen (woningdelen) Volgvel: 5 HBW2 geldt niet voor de voormalige gemeenten Ten Boer en Haren. In sommige bestemmingsplannen/beheersverordeningen zit geen definitie “huishouden”, terwijl in definities/begrippen wél over huishouden wordt gesproken, zoals een begrip woning. Voor uniformiteit in regels wordt de nieuwe definitie van toepassing op de gehele gemeente. 3. Toetsing aan beleid Rijks- en provinciaal beleid vormen de kaders voor de ruimtelijke ordening in Nederland. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen wijziging getoetst zodat lokale plannen aansluiten bij bredere beleidsdoelen. 3.1 Toetsing aan Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Via de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen.

Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Aan de hand van vier prioriteiten wordt uitvoering gegeven aan deze opgaven: 1) ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, 2) een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, 3) sterke en gezonde steden en regio’s en een 4) toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder prioriteit 3 “sterke en gezonde steden en regio’s” worden de beleidskeuzes ten aanzien van de woningvoorraad nader belicht. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot. Hierbij ligt de nadruk op het ontwikkelen van woningbouwlocaties binnen bestaande stedelijke gebieden, om open landschap te behouden en steden leefbaar te houden. De bouwopgave gaat om het sturen op voldoende aantallen in een hoog tempo dat aansluit op de kwalitatieve behoefte nu en in de toekomst (ook met het oog op vergrijzing), en kwalitatieve herstructurering van de bestaande voorraad waar dat nodig is. 3.1.2 Nationale Woon- en Bouwagenda Naast de NOVI gaat het Rijksbeleid, bijvoorbeeld Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) of de Ladder voor duurzame verstedelijking hoofdzakelijk over nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Deze zijn niet van toepassing op het wijzigen van de definitie van een “huishouden”.

In de Nationale Woon- en Bouwagenda wordt het beter benutten van de bestaande voorraad als belangrijk aandachtspunt benoemd. Het is – naast inzet op grootschalige woningbouw – een van de pijlesr onder de aanpak van de huisvestingsopgave. Het is een serieuze bijdrage aan de inzet voor Nederland om beschikbare, betaalbare en toekomstbestendige woningen te realiseren. In de kamerbrief van 30 januari 2024 worden drie oplossingen benoemd om dit te bewerkstelligen: meer woningen op de kavel, meer mensen in één woning en betere doorstroming. In 2024 steeg het aantal eenpersoonshuishoudens met 93.000 naar 3.266.000. Veel mensen willen een woning delen maar ervaren hierin belemmeringen. De huidige definitie van een “huishouden” is een van deze belemmeringen. 3.1.3 Conclusie Woningdelen door twee volwassen die geen huishouden vormen is door de huidige definitie van het begrip “huishouden” niet toegestaan. Dit staat het beter benutten van de bestaande voorraad, wat als belangrijke pijler wordt aangemerkt in rijksbeleid, in de weg. Het aanpassen van de definitie draagt bij aan de aanpak van de landelijke huisvestingsopgave. Volgvel: 6 3.2 Toetsing aan Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POV) Naar verwachting wordt de provinciale Omgevingsvisie in de tweede helft van dit jaar vastgesteld. De POV is in concept gereed. In de POV zijn vijf brede ambities benoemd: 1.

Een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving; 2. Vitale en duurzaam bereikbare steden en dorpen; 3. Een sterke structuur voor innovatie, kennis en werkgelegenheid; 4. Een toekomstbestendig landelijk gebied; 5. Naar betaalbare en duurzame energie voor Groningen. Provinciaal springen twee volkshuisvestelijke opgaven in het bijzonder in het oog. De eerste opgave betreft de aanpak van het grote woningtekort. De tweede opgave betreft de verbetering van dat deel van de bestaande woningvoorraad dat een slechte kwaliteit heeft en daardoor niet toekomstbestendig is. Deze opgaven kunnen niet los van elkaar worden gezien. Herstructurering van de bestaande woningvoorraad draagt bij aan toekomstbestendige woonwijken en kwaliteitsverbetering van de leefomgeving én biedt mogelijkheden voor het toevoegen van extra woningen zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de leefomgeving. Via diverse Rijksregelingen en -programma's worden al middelen ingezet op verbetering van (onderdelen) in de woningvoorraad en woonmilieus. De provincie zet in op een overkoepelende aanpak Herstructurering op voor transformatie van de gebouwde omgeving. Daarin wordt in brede zin en integraal de herstructureringsopgave uitgewerkt.

Daarmee worden bestaande (financiële) instrumenten benut én wordt ingezet op extra financiële middelen voor gebieden en segmenten waarvoor nu onvoldoende (Rijks)middelen beschikbaar zijn. 3.2.2 Conclusie De POV gaat in op het toevoegen van extra woningen zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de leefomgeving. Het beter benutten van de bestaande voorraad voorziet in dit efficiënter gebruik. Het aanpassen van de definitie van het begrip “huishouden” draagt bij aan deze aanpak. 3.3 Toetsing aan gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie ‘Levende Ruimte’ Groningen kiest ervoor de groei op te vangen in de bestaande stad en de groene ruimte tussen de stad en de omliggende dorpen open te houden. Met de visie wordt ontwikkeling mogelijk gemaakt, maar ook het verleden gekoesterd. Groningen blijft een compacte stad in een rijk cultuurlandschap. De vijf belangrijkste opgaven voor de gemeente Groningen zijn: 1. Faciliteren groei van de gemeente. 2, De werkgelegenheid groeit mee in stad en regio, 3. De groeiende gemeente blijft leefbaar, veilig en aantrekkelijk voor álle inwoners, 4. De energietransitie wordt versneld en 5. Iedereen doet mee en helpt mee in een gezonde groeiende gemeente. In Groningen wordt bewust gekozen voor nabijheid als het om verstedelijking en verdichting gaat. Bouwen en transformeren gebeurt binnenstedelijk om de leefkwaliteit te waarborgen.

Het ontwikkelen van gemengde, groene en gezonde wijken waarin wonen, werken en winkelen wordt slim gecombineerd met nieuwe voorzieningen, zoals scholen en parken. Bij de schaalsprong in de woningbouw passen hogere stedelijke dichtheden. 3.3.2 Woonvisie ‘Een thuis voor iedereen’ Groningen staat voor een forse opgave op het vlak van wonen. Die opgave zit in de aantallen maar ook in de kwaliteit en toekomstbestendigheid van onze woningen en woonomgeving. De gemeente Groningen doet dit aan de hand van vijf speerpunten: 1. Bouwen, bouwen en nog eens bouwen, maar wel met kwaliteit, 2. Binden door samenwerking: het Woonakkoord, 3. Publieke regie en sturing: een gemeente voor iedereen, 4. Groningen en de regio: verstedelijkingsstrategie en 5. Nieuwe focus op doelgroepen. Volgvel: 7 Alle prognoses laten zien dat Groningen de komende jaren flink blijft groeien. Als gemeente koersen we af op 240.000 tot 250.000 inwoners in 2028. Naast het totale aantal inwoners zit er ook forse groei in het aantal huishoudens. Dit is onder meer het gevolg van de samenstelling van onze bevolking – veel jongeren – en van gezinsverdunning. Zo verwachten we voor de periode 2018 - 2023 en 2023 - 2028 een groei van respectievelijk 7000 en 6800 huishoudens. Dit alles betekent dat we tot 2030 rekening moeten houden met de bouw van zeker 15.000 tot 20.000 extra woningen.

3.3.3 Raadsbrief: Voortgang wijziging definitie “huishouden” en hospitaverhuur In december 2024 is de gemeenteraad geïnformeerd over de voorgenomen wijziging van de definitie van een “huishouden” en hospitaverhuur. De hoogte van de bouwkosten maakt namelijk dat betaalbare nieuwbouw realiseren een uitdaging is. Voor alle doelgroepen en in belangrijke mate voor jongeren en alleenstaanden, wordt het daardoor steeds moeilijker om een betaalbare woning te vinden. Hierdoor is de wens om een woning te delen de afgelopen jaren gegroeid. Om de mogelijkheden met betrekking tot het gebruik van een woning te verruimen, hebben we recent gewerkt aan een nieuwe definitie van het begrip “huishouden”. De definitie moet ook worden aangepast om hospitaverhuur mogelijk te maken. Hiermee wordt tevens de onduidelijkheid rondom de handhaving van deze regelgeving weggenomen. 3.3.4 Conclusie Groningen staat voor een forse opgave op het vlak van wonen en kiest ervoor de groei op te vangen in de bestaande stad en de groene ruimte tussen de stad en de omliggende dorpen open te houden. Om de bevolkingsgroei te kunnen opvangen te kunnen opvangen wordt er rekening gehouden met de bouw van 15.000 tot 20.000 woningen. Het beter benutten van de bestaande voorraad vergroot de totale woningvoorraad en draagt bij aan de groeibehoefte. 4.

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) De wijziging van het begrip huishouden heeft geen directe invloed op de fysieke leefomgeving. Het is namelijk een beleidsmatige keuze om de reikwijdte van het begrip huishouden aan te passen. Het wijzigen van het begrip huishouden heeft daarentegen wél een indirecte invloed op de fysieke leefomgeving. In planregels van het omgevingsplan wordt namelijk in sommige situaties verwezen naar het begrip huishouden. Het omgevingsplan geeft bijvoorbeeld aan op welke gronden een woonfunctie uitgeoefend mag worden. Ook geeft het omgevingsplan aan welk type woonfunctie (zelfstandige woning, onzelfstandige woning en beschermd wonen) ergens mag worden uitgevoerd. Wanneer op grond van het omgevingsplan ergens een zelfstandige woning gerealiseerd mag worden geeft de definitie van het begrip huishouden aan wie in deze woning mag wonen. Voor de woonfuncties onzelfstandige woning en beschermd wonen is het begrip huishouden niet van toepassing. Doordat het begrip huishouden indirect invloed heeft op de fysieke leefomgeving vindt de raad het van belang dat gemotiveerd wordt waarom de definitie van het begrip huishouden wordt gewijzigd. Naast deze motivering vindt de raad dat de beoogde wijziging moet worden onderbouwd aan de hand van de ETFAL-criterium.

Bij de motivering van de ETFAL-criterium wordt aandacht besteed aan de gevolgen van de omgevingsplanwijziging op omgevingsaspecten. Onder de omgevingsaspecten wordt verstaan: onder- en bovengrondse infrastructuur, verkeer parkeren en infrastructuur, groen, klimaatadaptatie, gezondheid, ecologie, water geluid, bodem- en grondwater, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid, geur, lichthinder, archeologie cultuur en landschap, trillinghinder, uiterlijk en plaatsing van bouwwerken, windhinder, duurzaamheid en energie en niet gesprongen munitie. De verwachting is dat de wijziging van het begrip huishouden alleen gevolgen kan hebben voor het omgevingsaspect ‘verkeer, parkeren en infrastructuur’. In vergelijking tot de oude definitie van het Volgvel: 8 begrip huishouden is het onder de nieuwe definitie van het begrip huishouden mogelijk om met twee vrienden als huishouden samen te wonen in een zelfstandige woning. Dit kan dus betekenen dat een huishouden dat bestaat uit twee vrienden de openbare ruimte gebruikt voor het parkeren/stallen van twee auto’s. De gevolgen van het wijzigen van het begrip huishouden voor het omgevingsaspect ‘verkeer, parkeren en infrastructuur’ nader toegelicht. Het vermoeden is dat de wijziging van het begrip huishouden geen effect heeft op de andere omgevingsaspecten.

Daarom kiest de gemeenteraad er niet voor om het effect van de omgevingsplanwijziging op de andere omgevingsaspecten niet toe te lichten. 4.1 Verkeer, parkeren en infrastructuur De wijziging in de definitie van een "huishouden" heeft geen gevolgen voor de bouwkundige staat van een woning. Twee personen zonder amoureuze relatie gebruiken een woning op dezelfde manier als twee personen met een amoureuze relatie. Ook heeft de relatievorm vrijwel geen effect op de fysieke leefomgeving. Het is mogelijk dat door het wijzigen van de definitie de parkeerbehoefte enigszins toeneemt. Wanneer twee personen, zoals bij woningdelen door vrienden, samen in één woning wonen, kan het aantal auto’s per huishouden toenemen. Vanaf 1 januari 2025 gelden er nieuwe parkeerregels. De regels moeten ervoor zorgen dat er minder geparkeerde auto’s zijn in de straat. Wanneer door de wijziging van de definitie van een huishouden het aantal auto’s toeneemt, dan helpt parkeerbeleid helpt een eventuele verhoogde parkeerdruk te beheersen. 5. Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijk draagvlak Wettelijk kader Gemeenten moeten bij het voorbereiden van een wijziging aangeven hoe participatie wordt vormgegeven, zoals vastgelegd in artikel 10.2 van het Omgevingsbesluit. Dit betekent dat burgers, bedrijven en andere belanghebbenden betrokken moeten worden bij de voorbereiding van het plan.

Raadplegen GEMMA-overleg De definitie van het begrip “huishouden” is regelmatig besproken in verschillende gremia, waaronder het GEMMA-overleg. Dit overleg, waaraan circa 60 Groningse makelaars en de gemeente deelnemen, vindt één tot twee keer per jaar plaats. In januari 2022 heeft het team Woontoezicht een presentatie gehouden over kamerverhuur. Tijdens deze presentatie werd uitgelegd dat een omzettingsvergunning noodzakelijk is wanneer een woning met drie of meer kamers wordt bewoond door drie of meer personen. Deze regels zijn opgenomen in de Huisvestingsverordening. Daarnaast werd toegelicht dat woningen die niet vergund zijn voor kamerverhuur, slechts door één huishouden mogen worden bewoond. Verschillende makelaars gingen ervan uit dat een huishouden ook twee vrienden of twee studenten kon omvatten en informeerden hun klanten dienovereenkomstig. Tijdens de presentatie werd echter uitgelegd dat er bij twee vrienden of twee studenten doorgaans geen sprake is van onderlinge verbondenheid of continuïteit in de samenstelling, en dat er dus geen sprake is van een huishouden. De makelaars gaven aan dat deze regelgeving moeilijk uitlegbaar is aan hun klanten. Zij vonden het onwenselijk om aan te geven dat een huishouden wel een stel kan zijn, maar niet twee vrienden.

Bovendien vonden zij dat dit in de praktijk moeilijk aan te tonen is, aangezien bewoners al snel aangeven dat zij een huishouden vormen. Vastgoed Belang Noord Ook tijdens de periodieke gesprekken met Vastgoed Belang kwam het gebruik van een woning regelmatig ter sprake. Vastgoed Belang is een belangenvereniging met circa 5000 particuliere verhuurders als leden, onderverdeeld in zes regioafdelingen. Met de afdeling Noord vindt één tot twee keer per jaar overleg plaats over beleidswijzigingen en praktijksituaties. De wijziging van het begrip Volgvel: 9 “huishouden” is ook opgenomen in de nieuwe huisvestingsverordening, die begin mei in de gemeenteraad wordt besproken. Naast de periodieke overleggen zijn Vastgoed Belang Noord en NVM Groningen – waar het merendeel van de Groningse makelaars bij aangesloten is – geïnformeerd over de wijzigingen in de huisvestingsverordening. Gemeenteraad “Schrap het samenwoonverbod” luidde het amendement van VVD, Student & Stad, PVV en Stadspartij 100% voor Groningen in december 2023. Het amendement werd ingediend met de overweging dat de gemeente, gezien het woningtekort, samenwonen juist moet stimuleren en dat de regelgeving niet uitlegbaar is. Het wijzigen van de definitie werd breed gesteund en de wethouder heeft toegezegd met de wijziging aan de slag te gaan.

Op basis van de verschillende gesprekken die zijn gevoerd, wordt aangenomen dat er voldoende draagvlak is voor de voorgenomen wijziging. De belangenverenigingen en de volksvertegenwoordiging fungeren als vertegenwoordigers van een bredere gemeenschap en hebben hun inzichten en ervaringen gedeeld. Op deze manier heeft er een representatieve vorm van participatie plaatsgevonden, zonder directe participatie van individuele burgers. 5.2 Economische uitvoerbaarheid Met betrekking tot het wijzigingen van de definitie van een huishouden heeft Thorbecke B.V. in december 2024 een risicoanalyse nadeelcompensatie uitgevoerd. Nadeelcompensatie is de vergoeding van schade die de overheid veroorzaakt in de rechtmatige uitoefening van haar taak of bevoegdheid. Het gaat om schade die uitstijgt boven het normale maatschappelijke risico en een burger of bedrijf onevenredig zwaar treft in vergelijking tot andere burgers of bedrijven. Dit soort schade hoeft een burger of bedrijf niet of niet geheel te dragen, maar moet de overheid geheel of gedeeltelijk vergoeden. De basisregeling voor nadeelcompensatie staat in titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze titel staan grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie. Volgens Thorbecke B.V. is de tegemoetkoming in schade door het wijzigen van de definitie te waarderen op nihil.

Waar voorheen een groep personen één huishouding kon vormen, kan onder de nieuwe regels slechts sprake zijn van één huishouden, gevormd door twee personen, al dan niet met hun kinderen. Het beperken van het maximaal aantal personen die als één huishouden worden aangemerkt en in een woning mogen wonen, kan leiden tot nadeel in de vorm van een waardevermindering van de onroerende zaak. Echter, de waarde van een woning wordt bepaald door wat een potentiële koper ervoor wil betalen, ongeacht of deze koper uit één of meerdere personen bestaat. Er is geen bewijs dat een koper uit meerdere personen altijd een hogere prijs biedt. Om die reden wordt de mogelijke schade gewaardeerd op nihil. 1 Onderwerp Omgevingsplanwijziging 3 – motivering ten behoeve van wijzigingen onbebouwde percelen (nr. 3450 en nr. 3451) op bedrijventerrein Eemspoort (Kieler Bocht)

2 Inhoudsopgave 1. Samenvatting ..................................................................................................................................... 3 ................................................................................................................................................................. 4 2. Huidige situatie en nieuwe situatie ................................................................................................. 5 2.1 Beschrijving huidige situatie ....................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving nieuwe situatie ....................................................................................................... 5 3. Toetsing aan beleid .......................................................................................................................... 11 3.1 Toetsing Rijksbeleid .................................................................................................................... 11 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ..................................................................................... 11 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking ..............................................................................

11 3.1.3 Conclusie .............................................................................................................................. 11 3.2 Toetsing aan Provinciaal beleid ................................................................................................. 11 3.2.1 Omgevingsvisie provincie Groningen ............................................................................... 11 3.2.2 Omgevingsverordening provincie Groningen (POV) ....................................................... 11 3.2.3 Conclusie .............................................................................................................................. 11 3.3 Toetsing beleid waterschap ....................................................................................................... 11 3.3.1 Conclusie .............................................................................................................................. 11 3.4 Toetsing gemeentelijk beleid ..................................................................................................... 11 3.4.1 Omgevingsvisie Levende Ruimte ...................................................................................... 11 3.4.2 Strategie werklocaties ......................................................................................................... 12 3.4.3.

Economische Agenda 2023-2026 - Met energie naar de toekomst voor een groene en eerlijke economie ......................................................................................................................... 12 Conclusie ....................................................................................................................................... 12 3.5 Overige regelingen ..................................................................................................................... 12 4. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) ......................................................... 13 5. Uitvoerbaarheid ............................................................................................................................... 14 5.1 Maatschappelijk draagvlak ........................................................................................................ 14 5.2 Economische uitvoerbaarheid .................................................................................................. 15 3 1. Samenvatting Hoofdstuk 1: Inleiding In dit hoofdstuk wordt het doel en de aanleiding voor de wijziging besproken. De twee onbebouwde percelen (3450 en 3451) aan de Kielerbocht op bedrijventerrein Eemspoort zijn door de gemeente Groningen in Erfpacht uitgegeven aan de erfpachter Abiant Holding B.V (hierna: Abiant).

Abiant heeft aangegeven de erfpachtovereenkomst te willen opzeggen. Na opzegging kunnen beide percelen als bedrijfskavels op de markt worden gezet. Dit geeft aanleiding om te kijken hoe en onder welke eventuele voorwaarden de bedrijfskavels in de markt kunnen, c.q. moeten worden gezet. Op grond van bestemmingsplan ‘bedrijventerrein Zuidoost’ is het mogelijk om bedrijven tot en met categorie 3.2 van de bij het plan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten te verrichten. Voor toekomstig gebruik wil de gemeente meer aansluiten bij de bestaande programmatische invulling van de panden aan de Kielerbocht op bedrijventerrein Eemspoort. Deze voorwaarden vragen een juridisch planologische vertaling in het omgevingsplan. Hoofdstuk 2: Beschrijving van de huidige en nieuwe situatie In hoofdstuk 2 wordt uitgebreid ingegaan op de huidige en nieuwe situatie. Hieronder worden de huidige situatie en de nieuwe situatie kort toegelicht. Huidige situatie Momenteel ligt er een bestemmingsvlak ‘bedrijventerrein’ op de percelen 3450 en 3451. Daarin is mede inbegrepen kantoren ten dienste van het bedrijf, mits de kantoorruimte niet meer bedraagt dan 50% van het bruto vloeroppervlak van het bedrijf. Verder staat het omgevingsplan qua maatvoering nu een maximum bouwhoogte van 15 meter toe met een bebouwingspercentage van het terrein van 60%.

Nieuwe situatie Om invulling te geven aan het streefbeeld uit het beleidsstuk ‘Strategie werklocaties’ is er voor een minimale bouwhoogte van 11m gekozen en blijft de maximum hetzelfde; namelijk 15 meter. Deze wijziging wordt via een beoordelingsregel (voorrangsregel) aan het Omgevingsplan toegevoegd. Deze gaat voor op bestaande regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bestemmingsplan Bedrijventerrein Zuidoost). Daarnaast wordt de lijst van toegestane bedrijfsactiviteiten aangepast. Deze aanpassing geldt alleen voor deze twee percelen. Niet alle bedrijfsactiviteiten zijn, gelet op het streefbeeld uit de Strategie werklocaties, passend op deze locatie. V oor het toekomstig gebruik wordt aangesloten bij de invulling van de bestaande panden aan de Kielerbocht; bedrijfsactiviteiten met bijbehorend kantoorprogramma, eventueel aan te vullen met andere zelfstandige kantoorfuncties. Aangezien de wijziging te groot is voor een voorrangsregel, komt er een specifieke regel in het Omgevingsplan. Die bepaalt dat op twee percelen alleen de bedrijfsactiviteiten uit de bijlage zijn toegestaan. Deze bijlage wordt onderdeel van het Omgevingsplan. Ten slotte wordt de regelgeving voor kantoorruimten op deze locatie aangepast. Aanvullende (zelfstandige) kantoorfuncties worden passend geacht op deze plek.

Na de wijziging mogen de percelen ook ingevuld worden door (meerdere) zelfstandige kantoorruimten niet ten dienste van het bedrijf, met een maximale oppervlakte van 500 m2 per zelfstandige kantoorruimte. Dit is een verruiming ten opzichte van de huidige mogelijkheden en wordt vastgelegd als een algemene omgevingsnorm op de kaart. 4 Hoofdstuk 3: Toetsing aan beleid De wijziging van het omgevingsplan moet voldoen aan relevant beleid. Het relevante beleid bestaat uit rijksbeleid, provinciaal beleid, beleid van het waterschap en het gemeentelijk beleid. In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd of de wijziging van het omgevingsplan voldoet aan het relevante beleid. Uit de beoordeling van de omgevingsplanwijziging aan het relevante beleid blijkt dat de omgevingsplanwijziging niet in strijd is met het relevante beleid. Hoofdstuk 4: Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) De wijziging van het omgevingsplan moet voldoen aan 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)'. In hoofdstuk 4 wordt de voorgenomen omgevingsplanwijziging beoordeeld aan de relevante (omgevings)aspecten. Deze omgevingsplanwijziging leidt alleen tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden. De wijziging brengt geen negatieve gevolgen voor de fysieke leefomgeving met zich mee en daarom voldoet de omgevingsplanwijziging aan de criteria 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'.

Bijlagen: In de bijlagen wordt ingegaan op de verslaglegging van het participatie traject met daarin een overzicht aan wat er aan participatie is gedaan, met wie en wat de uitkomsten ervan zijn. Daarnaast wordt er een verslag met betrekking tot de integraliteit van de diverse afdelingen en thema’s binnen de gemeente toegevoegd. En ten slotte zal er nog een verslag worden toegevoegd waarin de uitvoerbaarheid van de wijziging wordt beschreven op zowel financieel als uitvoeringstechnisch vlak en de handhaafbaarheid van de wijziging. 5 2. Huidige situatie en nieuwe situatie 2.1 Beschrijving huidige situatie De twee onbebouwde percelen (3450 en 3451) aan de Kielerbocht op bedrijventerrein Eemspoort zijn door de gemeente Groningen in Erfpacht uitgegeven aan de erfpachter Abiant Holding B.V . Abiant Holding B.V . heeft aangegeven de erfpachtovereenkomst te willen opzeggen. Na opzegging kunnen beide percelen als bedrijfskavels op de markt worden gezet. Aanleiding om te kijken hoe en onder welke eventuele voorwaarden de bedrijfskavels in de markt kunnen, c.q. moeten worden gezet.

2.2 Beschrijving nieuwe situatie Uit het streefbeeld voor Eemspoort uit de ‘Strategie werklocaties’ uit (raad 2021) is het volgende beleid voor deze locatie relevant: • De gemeente zet in op het zoveel mogelijk behouden van de economische en maatschappelijke waarde van de huidige werklocaties en het creëren van toekomstbestendige plekken. Om de waarde van de werklocaties te behouden is het belangrijk om de marktwaarde en ruimtelijke kwaliteit van werklocaties op peil te houden. Hier dragen ondernemers en de gemeente Groningen samen zorg voor. Hierbij geldt ‘de basis op orde hebben’ als uitgangspunt: schoon, heel, veilig en duurzaam; • Op basis van het gebiedsprofiel uit de strategie werklocaties voor bedrijventerrein Eemspoort worden kansen en/of opgaven in beeld gebracht en een gezamenlijke uitvoeringsagenda met de bedrijvenvereniging opgesteld. V oor Eemspoort gaat het daarbij in ieder geval om: o Intensiveren ruimtegebruik; er is veel laagbouw en de maximale bouwhoogte uit het Omgevingsplan wordt op veel plekken (nog) niet benut. Ook in de hoogte (bijv. kantoren op verdiepingen) is er nog ontwikkelruimte te vinden; • V oor specifiek de twee onbebouwde percelen aan de Kielerbocht: o Aan de zichtlocaties aan de N7 en N46 streven we naar een verzorgde, eventueel hoogwaardige uitstraling. Het betreft een zichtlocatie gelegen aan de Europaweg en de A7.

Daarom willen we beide kavels (6.000 m2 totaal), wanneer deze terugvallen aan de gemeente, uitgeven met een op de locatie toegesneden kavelpaspoort. Met de daarin op te nemen programmatische en ruimtelijke

6 randvoorwaarden kunnen we sturen en invulling geven aan het streefbeeld uit de Strategie werklocaties. Deze voorwaarden vragen een juridisch planologische vertaling in het omgevingsplan. Programmatische randvoorwaarden Op dit moment geldt voor bedoelde percelen aan de Kielerbocht het Omgevingsplan van rechtswege (bestemmingsplan bedrijventerrein Zuidoost). De percelen hebben op grond daarvan de bestemming ‘bedrijventerrein’. De voor 'bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn, voor zover relevant, bestemd voor bedrijven als bedoeld in de categorieën 1 tot en met 3.2 van de bij het plan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, waaronder mede begrepen afvalverwerkingsbedrijven. Onder deze bestemming kan een diversiteit aan bedrijfsactiviteiten plaatsvinden; van bedrijfsunits voor de verhuur tot maakindustrie. Niet alle bedrijfsactiviteiten zijn, gelet op het streefbeeld uit de strategie werklocaties passend op deze locatie. V oor het toekomstig gebruik sluiten we aan bij de programmatische invulling van de bestaande panden aan de Kielerbocht op bedrijventerrein Eemspoort; bedrijfsactiviteiten met bijbehorend kantoorprogramma, eventueel aan te vullen met andere zelfstandige kantoorfuncties. De lijst van toegestane bedrijfsactiviteiten is hierop aangepast. Lijst toegestane bedrijfsactiviteiten SBI- | SBI-code 2008 | nr. | omschrijving | cat.

code 01 | 01 | - | landbouw en dienstverlening t.b.v. de landbouw 014 | 016 | 4 | - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= | 2 500 m² 014 | 016 | 3 | - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > | 3.1 500 m² 21 | 17 | - | vervaardiging van papier, karton en papier- en kartonwaren 2112 | 1712 | 0 | Papier- en kartonfabrieken: 2112 | 1712 | 1 | - p.c. < 3 t/u | 3.1 22 | 58 | - | uitgeverijen, drukkerijen en reproduktie van opgenomen media 2221 | 1811 | Drukkerijen van dagbladen | 3.2 2222 | 1812 | Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) | 3.2 33 | 26, 32, 33 | - | vervaardiging van medische en optische apparaten en instrumenten 33 | 26, 32, 33 | A | Fabrieken voor medische en optische apparaten en | 2 instrumenten e.d. incl. reparatie 361 | 9524 | 2 | Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 | 1 362 | 321 | Fabricage van munten, sieraden e.d. | 2 363 | 322 | Muziekinstrumentenfabrieken | 2 3663.2 | 32999 | Vervaardiging van overige goederen n.e.g. | 3.1 45 | 41, 42, 43 | 1 | - bouwbedrijven algemeen: b.o.

<= 2.000 m² | 3.1 45 | 41, 42, 43 | 3 | - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 | 2 m² 50 | 45, 47 | - | handel/reparatie van auto's, motorfietsen; benzineservicestations 501, 502, | 451, 452, 454 | Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en | 2 504 | servicebedrijven 5134 | 4634 | Grth in dranken | 2 5135 | 4635 | Grth in tabaksprodukten | 2 5136 | 4636 | Grth in suiker, chocolade en suikerwerk | 2 5137 | 4637 | Grth in koffie, thee, cacao en specerijen | 2 5138, | 4638, 4639 | Grth in overige voedings- en genotmiddelen | 2 5139 514 | 464, 46733 | Grth in overige consumentenartikelen | 2 64 | 53 | - | post en telecommunicatie 641 | 531, 532 | Post- en koeriersdiensten | 2 642 | 61 | A | Telecommunicatiebedrijven | 1 71 | 77 | - | verhuur van transportmiddelen, machines, andere roerende goederen 711 | 7711 | Personenautoverhuurbedrijven | 2 712 | 7712, 7739 | Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. | 3.1 personenauto's) 713 | 773 | Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen | 3.1 714 | 772 | Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. | 2 72 | 62 | - | computerservice- en informatietechnologie 7 72 | 62 | A | Computerservice- en informatietechnologie-bureau's | 1 e.d.

72 | 58, 63 | B | Datacentra | 2 73 | 72 | - | speur- en ontwikkelingswerk 731 | 721 | Natuurwetenschappelijk speur- en | 2 ontwikkelingswerk 74 | 63,69 t/m | - | overige zakelijke dienstverlening 71,73,74,77,78,80 t/m 82 747 | 812 | Reinigingsbedrijven voor | gebouwen | 3.1 7481.3 | 74203 | Foto- en filmontwikkelcentrales | 2 80 | 85 | onderwijs 85 | 85.53 | Auto- en motorrijscholen | 2 92 | 59 | - | cultuur, sport en recreatie 921, 922 | 591, 592, 601, | Studio's (film, TV, radio, geluid) | 2 602 93 | 96 | - | overige dienstverlening 9301.1 | 96011 | A | Wasserijen en strijkinrichtingen | 3.1 9301.1 | 96011 | B | Tapijtreinigingsbedrijven | 3.1 9301.2 | 96012 | Chemische wasserijen en ververijen | 2 9301.3 | 96013 | A | Wasverzendinrichtingen | 2 9303 | 9603 | 0 | Begrafenisondernemingen | 1 8 9 Zelfstandige kantoren In de bestemming bedrijventerrein is mede begrepen kantoren ten dienste van het bedrijf, mits de kantoorruimte niet meer bedraagt dan 50% van het bruto vloeroppervlak van het bedrijf. Het Omgevingsplan staat daarnaast max 500m2 aan zelfstandige kantoorruimte toe. Om invulling te geven aan het streefbeeld uit de strategie werklocaties kiezen we hier voor een minimale bouwhoogte van 11m. Programmatisch vinden we daarom aanvullende (zelfstandige) kantoorfuncties passend op deze plek.

Dit betekent dat de percelen ook ingevuld mogen worden door (meerdere) zelfstandige kantoorruimten niet ten dienste van het bedrijf, met een maximale oppervlakte van max 500m2 per zelfstandige kantoorruimte. De zichtlocatie vraagt, naast programmatische randvoorwaarden, gelet op specifieke kenmerken, ook om nadere ruimtelijke randvoorwaarden. Positie, inpassing en vormgeving De locatie kenmerkt zich door twee karakteristieken. Het is prominent gelegen bij de zuidentree van Eemspoort/Roode Haan aan de Europaweg en de Hunzeloop, en is onderdeel van een terrein met moderne baksteengebouwen en groene randen. Vandaaruit volgen de uitgangspunten voor de ontwikkeling van deze locatie: • Het gebouw maakt een stevige hoek met de hoofdentree gericht op de Europaweg. Dit hoeft niet per se op de kavelgrens te staan als daarmee een aantrekkelijke voorruimte wordt gemaakt. • Daarnaast zet de nieuwbouw de bebouwingslijn van de bestaande naastgelegen gebouwen van Abiant aan de Europaweg voort en sluit het in vormgeving aan bij deze baksteen gebouwen. • De prominente positie vraagt om een zorgvuldige inpassing in de groene omgeving langs de wegen. • De randen van de kavel langs de Kielerbocht zijn representatief en positief vormgegeven met mooie groeninrichting en passende erfafscheidingen. • De erfafscheiding bevindt zich minimaal 2 meter van de openbare weg.

• Het binnenterrein waar parkeren, laden en lossen en het keren van (grote) voertuigen plaatsvindt, wordt samen met een groeninrichting ontworpen. • Het terrein wordt zoveel mogelijk in samenhang met het bestaande belendende terrein ingericht, om kansen voor samenwerking, efficiëntie en combinaties te benutten (ecologische- en groenstructuren, waterbuffering, draaicirkels, deelvoorzieningen). Hoogte Om aan te sluiten bij bestaand naastgelegen panden en om een markante hoek te maken is een hoogte van minimaal 11 meter hoogte nodig. Afwijking van de minimale hoogte is mogelijk mits er overtuigend wordt voldaan aan de onderliggende doelstelling. Met een minimale bouwhoogte wordt tevens invulling gegeven aan de intensiveringsopgave op Eemspoort uit de Strategie werklocaties. Parkeren Het parkeren voor de nieuwe ontwikkeling wordt ontsloten vanaf de Kielerbocht, bij voorkeur gecombineerd met bestaand terrein om verkeersveiligheid te behouden en het ruimtegebruik voor de inritconstructie te beperken. De verwachte hoeveelheid parkeerplaatsen volgt uit de parkeernota. Laden en losruimte en ruimte voor het keren van voertuigen bevindt zich op eigen terrein. Daarnaast zijn de criteria uit de welstandsnota van toepassing. 10

11 3. Toetsing aan beleid 3.1 Toetsing Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Een van de speerpunten uit de NOVI is zorgvuldig omgaan met de beschikbare milieu- en fysieke ruimte voor industrie, transport en distributie en andere economische clusters. Met de strategie werklocaties is dit vertaald naar intensivering van het ruimtegebruik. Met het instellen van een minimale bouwhoogte wordt hieraan invulling gegeven. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De gewenste ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. De ladder is daarom niet van toepassing. 3.1.3 Conclusie De voorgestelde wijziging is niet in strijd met rijksbeleid. 3.2 Toetsing aan Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie provincie Groningen De provincie Groningen kiest met de Omgevingsvisie voor het scheppen randvoorwaarden voor een sterke en duurzame economische structuur. Dit om te zorgen dat de Groningse economie concurrerend, bereikbaar en toekomstbestendig blijft. Dit betekent onder meer het goed bereikbaar houden van de stad Groningen, de regionale kernen en de havengebieden. Dat betekent ook het bieden van ruimte voor bedrijven die zich willen (her)vestigen of uitbreiden. De voorgenomen wijziging is in lijn met deze visie.

3.2.2 Omgevingsverordening provincie Groningen (POV) Betreft een aanpassing binnen bestaande planologische kaders waarop de Omgevingsverordening niet van toepassing is. 3.2.3 Conclusie De voorgestelde wijziging is niet in strijd met provinciaal beleid. 3.3 Toetsing beleid waterschap 3.3.1 Conclusie In het kader van een vergunningaanvraag zal moeten worden voldaan aan de regels van het waterschap v.w.b. compensatie. De voorgestelde wijziging is niet in strijd met beleid van het waterschap. 3.4 Toetsing gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Levende Ruimte Groningen staat voor een bijzonder stevige ontwikkelopgave op het gebied van wonen en werken. Dat betekent letterlijk ruimte maken: voor een deel op bestaande locaties, maar ook op nieuwe locaties in de stad, waarbij wordt vastgehouden aan het idee van de compacte stad en het open en groen houden van het landelijk gebied. 12 Groningen is de economische motor van Noord-Nederland. Meer dan de helft van alle banen in de provincie bevindt zich in de gemeente Groningen. Er moet voldoende ruimte blijven voor de werkfunctie om mee te groeien met de bevolkingsgroei, zodat de economische positie van Groningen ten volle wordt benut. Omdat de directe invloed van de gemeente op het creëren van banen beperkt is zet de gemeente in op het scheppen van de juiste randvoorwaarden voor economische groei.

Daarbij gaat het om: het scheppen van ruimtelijke voorwaarden voor economische groei en het inzetten op het structureel versterken van ons economisch profiel en aan de voorkant meer sturen op welke bedrijvigheid, en waar, zich in de gemeente vestigt. 3.4.2 Strategie werklocaties De gemeente zet in op het zoveel mogelijk behouden van de economische en maatschappelijke waarde van de huidige werklocaties en het creëren van toekomstbestendige plekken. Om de waarde van de werklocaties te behouden is het belangrijk om de marktwaarde en ruimtelijke kwaliteit van werklocaties op peil te houden. Hier dragen ondernemers en de gemeente Groningen samen zorg voor. Hierbij geldt ‘de basis op orde hebben’ als uitgangspunt: schoon, heel, veilig en duurzaam. V oor alle werklocaties zijn gebiedsprofielen opgenomen in de strategie. V oor Eemspoort gaat het daarbij in ieder geval om: • Intensiveren ruimtegebruik; er is veel laagbouw en de maximale bouwhoogte uit het Omgevingsplan wordt op veel plekken (nog) niet benut. Ook in de hoogte (bijv. kantoren op verdiepingen) is er nog ontwikkelruimte te vinden. • V oor specifiek de twee onbebouwde percelen aan de Kielerbocht: aan de zichtlocaties aan de N7 en N46 streven we naar een verzorgde, eventueel hoogwaardige uitstraling. 3.4.3.

Economische Agenda 2023-2026 - Met energie naar de toekomst voor een groene en eerlijke economie De economische agenda beschrijft hoe de gemeente Groningen samen met haar partners verder werkt aan een toekomstbestendige economie. Een toekomstbestendige economie impliceert niet alleen economische groei. Meer dan voorheen staat het stimuleren van economische ontwikkeling ten dienste aan het welzijn en de welvaart van onze inwoners. De agenda beschrijft de belangrijkste opgaven, de economische thema’s waar we ons als gemeente hard voor maken, de rol die we daarbij invullen en onze belangrijke samenwerkingspartners. De ruimte voor bedrijvigheid in Groningen is schaars. V oldoende en kwalitatief juiste ruimte voor bedrijvigheid op een goede locatie is een vereiste voor een goed vestigingsklimaat en behoud van werkgelegenheid. Daarom ontwikkelen we nieuwe werklocaties en maken we bestaande locaties toekomstbestendig. Omdat de ruimte schaars is het zoeken naar een balans tussen wat goed is voor een bedrijf en wat goed is voor (de economie van) de gemeente. De uitvoering van de agenda doen wij in samenwerking met het bedrijfsleven, het onderwijs en andere overheden. Door bij te dragen aan innovatie in onze gemeente en in de regio, door ruimte te bieden voor duurzame bedrijvigheid, door af te stemmen en samen te werken met relevante partijen in de regio, Nederland, Europa en de wereld.

Daarbij nemen we in aanmerking wat onze planeet aankan en wat maatschappelijk verantwoord is. Conclusie De voorgestelde wijziging is niet in strijd met gemeentelijk beleid. 3.5 Overige regelingen N.v.t. 13 4. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) De voorgenomen wijziging heeft geen directe invloed op de fysieke leefomgeving. Het is namelijk een beleidsmatige keuze om op deze specifieke locatie een minimale bouwhoogte in te voeren, de bedrijvenlijst aan te passen en meer m2 aan zelfstandige kantoorfuncties toe te staan. De verwachting is dat de wijziging vanwege het intensiever ruimtegebruik alleen gevolgen kan hebben voor het omgevingsaspect ‘parkeren’. De mogelijkheden op de locatie zelf als in de openbare ruimte bieden voldoende ruimte voor passende parkeeroplossingen. De onderzoeksplicht daarvoor rust in eerste instantie bij de aanvrager van een omgevingsvergunning, waarbij toetsing plaatsvindt aan de gemeentelijke parkeernormen. Conclusie Omdat niet wordt afgeweken van wat maximaal is toegestaan op basis van het omgevingsplan zijn er geen aanvullende onderzoeken nodig. De concrete uitwerking en toetsing van ETFAL vindt plaats wanneer op basis van het kavelpaspoort een aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend. 14 5.

Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijk draagvlak Wettelijk kader Gemeenten moeten bij het voorbereiden van een wijziging aangeven hoe participatie wordt vormgegeven, zoals vastgelegd in artikel 10.2 van het Omgevingsbesluit. Dit betekent dat burgers, bedrijven en andere belanghebbenden betrokken moeten worden bij de voorbereiding van het plan. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Om de schaarse ruimte op bedrijventerreinen optimaal te benutten, is besloten dat zelfstandige horeca op de percelen naast Abiant niet langer passend is. De gemeenteraad van Groningen heeft daarom op 20 december 2023 een voorbereidingsbesluit genomen dat zelfstandige horeca tijdelijk uitsluit op deze locatie. Dit besluit maakt tijdelijk deel uit van het Omgevingsplan. De direct aangrenzende ondernemers zijn tweemaal schriftelijk geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld om te reageren: tijdens de formele reactieperiode van 27 juli tot 13 september 2024 en opnieuw op 13 mei 2025. In beide gevallen zijn er geen reacties ontvangen. Abiant, als erfpachter van de betreffende gronden, is als belanghebbende betrokken. In drie gesprekken is Abiant meegenomen in de overwegingen en randvoorwaarden voor het op te stellen kavelpaspoort. Eind februari 2025 heeft Abiant ingestemd met het kavelpaspoort en aangegeven de erfpacht te willen beëindigen.

Programmatische en ruimtelijke randvoorwaarden De locatie wordt geschikt geacht voor aanvullende zelfstandige kantoorfuncties. Binnen de bestemming ‘bedrijventerrein’ blijft kantoorruimte ten dienste van het bedrijf toegestaan tot 50% van het bruto vloeroppervlak. Daarnaast is maximaal 500 m² aan zelfstandige kantoorruimte per eenheid toegestaan. Dit sluit aan bij het streefbeeld uit de ‘Strategie werklocaties’. Om dit te ondersteunen is een minimale bouwhoogte van 11 meter vastgesteld. De zichtlocatie aan de zuidentree van Eemspoort/Roode Haan vraagt om zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Belangrijke uitgangspunten zijn: • Een markante hoekoplossing richting de Europaweg. • V oortzetting van de bebouwingslijn en aansluiting in vormgeving bij bestaande baksteengebouwen. • Groene inrichting van de randen, met representatieve erfafscheidingen op minimaal 2 meter van de openbare weg. • Parkeren, laden en lossen op eigen terrein, ontsloten via de Kielerbocht. • Samenhangende inrichting met het naastgelegen terrein, met oog voor ecologie, waterbuffering en gedeelde voorzieningen. De minimale bouwhoogte van 11 meter draagt bij aan de intensiveringsopgave voor Eemspoort. Afwijking hiervan is mogelijk mits de doelstelling behouden blijft. De maximale bouwhoogte blijft 15 meter.

De wijzigingen in het Omgevingsplan omvatten: • Toevoeging van een beoordelingsregel voor de minimale bouwhoogte. • Aanpassing van de lijst met toegestane bedrijfsactiviteiten, specifiek voor deze twee percelen. • Verruiming van de mogelijkheden voor zelfstandige kantoorruimten tot maximaal 500 m² per eenheid, vastgelegd als algemene omgevingsnorm. De randvoorwaarden zijn opgesteld binnen bestaande beleidskaders, zoals de welstandsnota en de Leidraad leefkwaliteit. Andere gemeentelijke programma’s zijn niet betrokken omdat de wijziging 15 binnen de bestaande kaders past. Wel wordt de uitvoering actief betrokken bij de planwijziging, zodat duidelijk is wat de gevolgen zijn voor hun werkzaamheden. 5.2 Economische uitvoerbaarheid Financieel De gemeente is bloot eigenaar van de betreffende percelen. Na opzegging van de erfpacht worden de percelen in de markt gezet met een kavelpaspoort. De programmatische en ruimtelijke randvoorwaarden vallen binnen de maximale planologische mogelijkheden op grond van het omgevingsplan. Er vindt daarom geen nadeelcompensatie plaats door het opnemen van een minimale bouwhoogte en wijziging van de bedrijvenlijst. Handhaafbaarheid De maximale bouwhoogte verandert niet. Dit is voor handhaving geen verandering ten opzichte van nu.

V oor het toekomstig gebruik sluiten we aan bij de programmatische invulling van de bestaande panden aan de Kielerbocht op bedrijventerrein Eemspoort; bedrijfsactiviteiten met bijbehorend kantoorprogramma, eventueel aan te vullen met andere zelfstandige kantoorfuncties. De lijst van toegestane bedrijfsactiviteiten is hierop aangepast door de bedrijfsactiviteiten in de staat van inrichtingen, behorend bij het omgevingsplan, die hier niet binnen passen uit de lijst te schrappen. De minimale bouwhoogte en de bedrijfsactiviteiten zijn te controleren als de omgevingswijziging is doorgevoerd en er een nieuwe aanvraag wordt ingediend die door de accountmanagers wordt beoordeeld.

1 Wijziging regels bodem Omgevingsplanwijziging 4 gemeente Groningen 2 Inhoud Inhoud 2 Samenvatting 3 2 Inleiding 5 2.1.1 Aanleiding 5 2.1.2 Doel 5 3 Huidige situatie en nieuwe situatie 5 3.1 Beschrijving huidige situatie 5 3.2 Beschrijving nieuwe situatie 5 4 Toetsing aan beleid 6 4.1 Instructieregels Rijks (Amvb’s) 6 4.2 Overig beleid 6 5 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 6 5.1 Bodem 6 6 Juridische aspecten en planverantwoording 9 6.1 Inleiding 9 6.2 De regels 9 6.2.1 Aanpassing van de regels 9 7 Participatie 9 7.1 Wettelijk kader 9 7.2 Motivering 9 8 Uitvoerbaarheid 9 8.1 Organisatorische uitvoerbaarheid 9 8.1.1 Capaciteit VTH 9 8.2 Economische uitvoerbaarheid 10 8.2.1 Kostenverhaal 10 8.2.2 Nadeelcompensatie 10 3 Samenvatting Hoofdstuk 1: Inleiding In hoofdstuk 1 worden het doel en de aanleiding voor de wijziging besproken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5424/documents/94153