CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 bijlagenbundel 1 tm 15 bij het bestemmingsplan.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 26 mei 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 2: Structuurvisie De Suikerzijde bestemmingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord en het MER De Suikerzijde (raadsvoorstel 21-4-2021)21.097 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De procedure van het bestemmingsplan, samen met de Structuurvisie en het MER start in het voorjaar van 2020. Deze procedure duurt naar verwachting anderhalf jaar. De vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad wordt dan ook in 2021 verwacht. Tegen het raadsbesluit kan beroep aangetekend worden bij de Raad van State. Grondwerk Om het gebied geschikt te maken voor bebouwing is uitvoering van grondwerk noodzakelijk. Afhankelijk van de zettingsgevoeligheid van de grond is hier 1 à 2 jaar voor nodig. Bruggen, infrastructuur en bouwrijp maken Zoals gezegd zijn voor de ontsluiting van het gebied nieuwe wegen en bruggen nodig. De eerste brug wordt gepositioneerd op de zogenoemde Floriade-as, een directe oriëntatie op de binnenstad.

Stedenbouwkundig plan

De tweede brug wordt in de buurt van het knooppunt HoendiepDiamantlaan aangelegd. Naar verwachting over 7 à 9 jaar, afhankelijk van de voortgang van het project. Dit geeft ook de tijd en ruimte om met woonbootbewoners, die niet kunnen blijven als gevolg van de komst van deze brug, een passende oplossing te vinden. De ontsluiting richting de Johan van Zwedenlaan is van belang om het gebied van twee kanten bereikbaar te maken (ook voor de hulpverleningsdiensten) en te zorgen voor een verdeling van het verkeer. Ook voor openbaar vervoer is deze ingang belangrijk, zodat er een oost-west route door het gebied ontstaat. Naast het aanleggen van de hoofdinfrastructuur wordt het gebied bouwrijp gemaakt en er wordt voor gezorgd dat de bouwvelden bereikbaar zijn, inclusief nutsvoorzieningen. Pioniersgebouw Het is de bedoeling om vanaf het begin een gemengd milieu aan te bieden, dus wordt tegelijk met de bouw van woningen een pioniersgebouw ontwikkeld, een publieke plek in het hart van het gebied. Het pioniersgebouw herbergt bijvoorbeeld enkele klaslokalen, kinderopvang, een buurtsuper, sportvoorzieningen, een plek om koffie te drinken of een kleine dependance van het Groninger Forum. Ecologie Uit ecologisch onderzoek blijkt dat er een oplossing moet komen voor de watervleermuis en de geoorde fuut. Gedacht wordt aan de inrichting van een compensatiegebied ten zuiden van het spoor.

Ontwikkelstrategie Parallel aan de uitwerking van de fasering wordt gewerkt aan een ontwikkelstrategie op hoofdlijnen. Daadwerkelijke ontwikkeling vindt pas plaats over 3 à 4 jaar, immers het doorlopen van procedures en het bouwrijp maken van het terrein spelen eerst. Samengevat luidt de opgave: • • • • • •

Afronden stedenbouwkundig plan als basis voor bestemmingsplan en grondwerk Doorlopen (planologische) procedures Uitvoering grondwerk, brug en bijbehorende infra Uitvoering bouwrijp maken Indien nodig tijdig oplossingen bieden voor verplaatsing woonboten en ecologie Voorbereiding ontwikkeling en bouw.

53

54

Suikerzijde Noordzijde

7 Bijlage Het stedenbouwkundig plan is opgebouwd uit een netwerk van straten en lanen. Voor deze openbare ruimte structuur zijn principe profielen opgesteld. De brede straatprofielen bieden ruimte aan de integrale opgave ten aanzien van mobiliteit, klimaatbestendigheid, functionaliteit (kabels & leidingen) en kwaliteit. De profielen zijn afgestemd met de verschillende disciplines binnen de gemeente (groen, water, verkeer, civiele techniek, ecologie).

D F

E F

H G

A B C

STRAATPROFIELEN A B C D E F G H

Singel Stadsstraat Spoorlaan Groene oever aan het Hoendiep Groenstraat Park rand Kade Fietsstraat

Stedenbouwkundig plan

55

groenstructuur

waterstructuur

56

Suikerzijde Noordzijde

Profielen A

Singel

Profielen B

Stadsstraat

Stedenbouwkundig plan

Profielen C

Spoorlaan

Profielen D

Groene oever aan het Hoendiep

57

58

Suikerzijde Noordzijde

Profielen E

Groenstraat

Profielen H

Haven in Park

Stedenbouwkundig plan

Profielen G

Kade Hoendiep

Profielen I

Fietsstraat

59

60

Suikerzijde Noordzijde

Disclaimer De uitwerking van het Stedenbouwkundig Plan ‘Suikerzijde Noordzijde – Uitwerking eerste deelgebied’ zoals opgenomen in dit document bevat informatie over de laatste stand van zaken en geeft een toekomstperspectief op (delen) van het project Suikerzijde Noordzijde te Groningen. Deze informatie is indicatief en kan gedurende het (plan) proces wijzigen. Gemeente Groningen staat niet in voor de volledigheid van deze informatie. Deze informatie is onder voorbehoud van typefouten. Openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding, verstrekking en/of gebruik van deze informatie (door derden) zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Gemeente Groningen is verboden. Gemeente Groningen aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor directe en/ of indirecte kosten en/of schade veroorzaakt door het gebruik van deze informatie. Aan het Stedenbouwkundig Plan ‘Suikerzijde Noordzijde – Uitwerking eerste deelgebied’ kunnen geen rechten worden ontleend.

Stedenbouwkundig plan

61

Milieueffectrapportage Suikerfabriekterrein Groningen Hoofdrapport

Projectnummer: 367844 Referentienummer: SWNL0258005 Datum: 06-03-2020

Suikerfabriekterrein Groningen Milieueffectrapport

Definitief

Opdrachtgever: Gemeente Groningen Postbus 7081 9701 JB Groningen

Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. De Bilt Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Matthijs Vrij Peerdeman Projectleider/Adviseur Milieueffectrapportage T +31 88 811 60 03 M +31 6 12 95 93 58

Verantwoording Titel

Suikerfabriekterrein Groningen

Subtitel

Milieueffectrapport

Projectnummer

367844

Referentienummer Revisie

D2

Datum

06-03-2020

Auteur

Matthijs Vrij Peerdeman, Mariska Everts, Hans Praamstra

E-mailadres

matthijs.vrijpeerdeman@sweco.nl

Gecontroleerd door

Martin Haan

Goedgekeurd door

Tim Verver

2 (149)

Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 8 1

Inleiding ................................................................................................................ 18

1.1

Aanleiding .............................................................................................................. 18

1.2

M.e.r.-plicht en te nemen besluiten ....................................................................... 19

1.3

M.e.r.-procedure .................................................................................................... 20

1.4

Leeswijzer .............................................................................................................. 21

2

Beleidskader en te nemen besluiten ................................................................. 22

2.1

Beleidskader .......................................................................................................... 22

2.2

Te nemen besluiten ............................................................................................... 25

3

Voorgenomen activiteit ....................................................................................... 26

3.1

Beschrijving voorgenomen activiteit ...................................................................... 26

3.1.1

Suikerfabriekterrein .............................................................................................................26

3.1.2

Deelgebied Noord ...............................................................................................................29

3.2

Te onderzoeken alternatieven en scenario’s Structuurvisie .................................. 30

3.2.1

Alternatieven Suikerfabriekterrein .......................................................................................31

3.2.2

Bestemmingsplan Deelgebied Noord ..................................................................................31

3.2.3

Gevoeligheidsanalyses .......................................................................................................31

3.2.4

Realisatiefase .....................................................................................................................32

4

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen ................................................. 33

4.1

Inleiding ................................................................................................................. 33

4.2

Verkeer en vervoer ................................................................................................ 34

4.2.1

Gemotoriseerd verkeer .......................................................................................................34

4.2.2

Langzaam verkeer en openbaar vervoer ............................................................................35

4.2.3

Verkeersveiligheid ...............................................................................................................36

4.2.4

Autonome ontwikkelingen ...................................................................................................37

4.3

Leefomgevingskwaliteit ......................................................................................... 39

4.3.1

Verkeerslawaai ...................................................................................................................39

4.3.2

Industrielawaai ....................................................................................................................39

4.3.3

Geur ....................................................................................................................................41

4.3.4

Luchtkwaliteit ......................................................................................................................42

4.3.5

Externe veiligheid ................................................................................................................43

4.3.6

Gezondheid.........................................................................................................................47

4.3.7

Autonome ontwikkelingen leefomgevingskwaliteit ..............................................................47

4.4

Bodem ................................................................................................................... 48

4.4.1

Bodemopbouw ....................................................................................................................48

3 (149)

4.4.2

Bodemkwaliteit ....................................................................................................................48

4.4.3

Autonome ontwikkeling .......................................................................................................51

4.5

Water ..................................................................................................................... 51

4.5.1

Oppervlaktewaterkwantiteit en -kwaliteit .............................................................................51

4.5.2

Grondwaterkwantiteit en -kwaliteit ......................................................................................53

4.5.3

Riolering ..............................................................................................................................54

4.5.4

Autonome ontwikkeling .......................................................................................................54

4.6

Landschap, cultuurhistorie en archeologie ............................................................ 54

4.6.1

Landschap ..........................................................................................................................54

4.6.2

Cultuurhistorie .....................................................................................................................55

4.6.3

Archeologie .........................................................................................................................57

4.6.4

Autonome ontwikkeling .......................................................................................................60

4.7

Natuur .................................................................................................................... 60

4.7.1

Beschermde gebieden ........................................................................................................60

4.7.2

Beschermde soorten en rode lijstsoorten ............................................................................62

4.7.3

Autonome ontwikkeling .......................................................................................................64

4.8

Duurzaamheid ....................................................................................................... 64

4.8.1

Energietransitie ...................................................................................................................64

4.8.2

Klimaatadaptatie .................................................................................................................64

4.8.3

Autonome ontwikkeling .......................................................................................................66

5

Effectanalyse........................................................................................................ 67

5.1

Werkwijze effectanalyses ...................................................................................... 67

5.2

Werkwijze gevoeligheidsanalyses en realisatiefase .............................................. 69

6

Effecten Structuurvisie Suikerfabriekterrein .................................................... 70

6.1

Verkeer en vervoer ................................................................................................ 70

6.1.1

Toetsingscriteria ..................................................................................................................70

6.1.2

Effectbeschrijving en -beoordeling: alternatief Midden (3.750) ...........................................70

6.1.3

Alternatievenvergelijking .....................................................................................................76

6.1.4

Mitigerende en compenserende maatregelen .....................................................................77

6.2

Leefomgevingskwaliteit ......................................................................................... 78

6.2.1

Toetsingscriteria ..................................................................................................................78

6.2.2

Effectbeschrijving en -beoordeling: alternatief Midden (3.750) ...........................................78

6.2.3

Alternatievenvergelijking .....................................................................................................86

6.2.4

Mitigerende en compenserende maatregelen .....................................................................89

6.3

Bodem en water..................................................................................................... 89

6.3.1

Toetsingscriteria ..................................................................................................................89

6.3.2

Effectbeschrijving en -beoordeling: alternatief Midden (3.750) ...........................................89

4 (149)

6.3.3

Alternatievenvergelijking .....................................................................................................93

6.3.4

Mitigerende en compenserende maatregelen .....................................................................93

6.4

Landschap, cultuurhistorie en archeologie ............................................................ 94

6.4.1

Toetsingscriteria ..................................................................................................................94

6.4.2

Effectbeschrijving en -beoordeling: alternatief Midden (3.750) ...........................................94

6.4.3

Alternatievenvergelijking .....................................................................................................96

6.4.4

Mitigerende en compenserende maatregelen .....................................................................97

6.5

Natuur .................................................................................................................... 97

6.5.1

Toetsingscriteria ..................................................................................................................97

6.5.2

Effectbeschrijving en -beoordeling: alternatief Midden (3.750) ...........................................97

6.5.3

Alternatievenvergelijking ...................................................................................................101

6.5.4

Mitigerende en compenserende maatregelen ...................................................................102

6.6

Duurzaamheid ..................................................................................................... 102

6.6.1

Toetsingscriteria ................................................................................................................102

6.6.2

Effectbeschrijving en -beoordeling: alternatief Midden (3.750) .........................................102

6.6.3

Alternatievenvergelijking ...................................................................................................104

6.6.4

Mitigerende en compenserende maatregelen ...................................................................105

7

Effecten bestemmingsplan Deelgebied Noord ............................................... 106

7.1

Verkeer en vervoer .............................................................................................. 106

7.1.1

Toetsingscriteria ................................................................................................................106

7.1.2

Effectbeschrijving en -beoordeling ....................................................................................106

7.1.3

Mitigerende en compenserende maatregelen ...................................................................110

7.2

Leefomgevingskwaliteit ....................................................................................... 110

7.2.1

Toetsingscriteria ................................................................................................................110

7.2.2

Effectbeschrijving en -beoordeling ....................................................................................110

7.2.3

Mitigerende en compenserende maatregelen ...................................................................117

7.3

Bodem en water................................................................................................... 117

7.3.1

Toetsingscriteria ................................................................................................................117

7.3.2

Effectbeschrijving en -beoordeling ....................................................................................117

7.3.3

Mitigerende en compenserende maatregelen ...................................................................120

7.4

Landschap, cultuurhistorie en archeologie .......................................................... 120

7.4.1

Beoordelingskader ............................................................................................................120

7.4.2

Effectbeschrijving en -beoordeling ....................................................................................121

7.4.3

Mitigerende en compenserende maatregelen ...................................................................122

7.5

Natuur .................................................................................................................. 123

7.5.1

Toetsingscriteria ................................................................................................................123

7.5.2

Effectbeschrijving en -beoordeling ....................................................................................123

5 (149)

7.5.3

Mitigerende en compenserende maatregelen ...................................................................126

7.6

Duurzaamheid ..................................................................................................... 126

7.6.1

Effectbeschrijving en -beoordeling ....................................................................................126

7.6.2

Mitigerende en compenserende maatregelen ...................................................................128

8

Gevoeligheidsanalyses ..................................................................................... 129

8.1

Inleiding ............................................................................................................... 129

8.2

Effectanalyses ..................................................................................................... 129

8.2.1

Grootschalige publiekstrekker op het Voorterrein .............................................................129

8.2.2

Aanpak Ring West ............................................................................................................131

8.2.3

De Held III .........................................................................................................................132

8.3

Conclusies ........................................................................................................... 134

9

Effecten in de realisatiefase ............................................................................. 135

9.1

Inleiding ............................................................................................................... 135

9.2

Activiteiten realisatiefase ..................................................................................... 135

9.3

Effecten realisatiefase ......................................................................................... 135

9.3.1

Geluid................................................................................................................................135

9.3.2

Trillingen ...........................................................................................................................137

9.3.3

Luchtkwaliteit ....................................................................................................................138

9.3.4

Stofhinder..........................................................................................................................139

10

Voorkeursalternatief .......................................................................................... 140

10.1

Inleiding ............................................................................................................... 140

10.2

Suikerfabriekterrein ............................................................................................. 141

10.2.1

Vergelijking alternatieven ..................................................................................................141

10.2.2

Voorkeursalternatief ..........................................................................................................143

10.3

Deelgebied Noord ................................................................................................ 145

10.3.1

Effecten .............................................................................................................................145

11

Leemten in kennis en monitoring .................................................................... 147

11.1

Inleiding ............................................................................................................... 147

11.2

Leemten in kennis................................................................................................ 147

11.3

Monitoring ............................................................................................................ 148

6 (149)

Bijlage 1

Verkeer (Goudappel Coffeng, 6 september 2019)

Bijlage 2

Verkeerslawaai (Noorman, 21 februari 2020)

Bijlage 3A

Geluid industrieterrein Groningen West (gem. Groningen, 3 februari 2020)

Bijlage 3B

Geluid bedrijventerreinen (gem. Groningen, 3 februari 2020)

Bijlage 4

Luchtkwaliteit (Noorman, 26 februari 2020)

Bijlage 5A

Externe veiligheid Structuurvisie (ODG 27 februari 2020)

Bijlage 5B

Externe veiligheid Deelgebied Noord (ODG, 10 oktober 2019)

Bijlage 6

Bodemkwaliteit en archeologie (Tauw-RAAP, 22 juni 2017)

Bijlage 7

Cultuurhistorische analyse en waardestelling (RAAP, 2 augustus 2019)

Bijlage 8

Archeologie Deelgebied Noord (RAAP, 28 augustus 2019)

Bijlage 9A

Natuuronderzoek (Waardenburg, 1 februari 2019)

Bijlage 9B

Onderzoek Geoorde fuut (A&W, 30 januari 2020)

Bijlage 9C

Onderzoek Watervleermuis (Regelink, 3 februari 2020)

Bijlage 9D

Voortoets Natura 2000 (Sweco, 6 maart 2020)

Bijlage 10

Notitie Energievoorziening (Sweco, 14 februari 2020)

Bijlage 11

Notitie Klimaatadaptatie (Sweco, 4 februari 2020)

7 (149)

Samenvatting S.1 Aanleiding van dit milieueffectrapport Herontwikkeling van het Suikerfabriekterrein In 2010 heeft de gemeente Groningen het terrein van de in 2008 gesloten suikerfabriek in Groningen aangekocht. De aangekochte locatie omvat circa 120 hectare, het gehele plangebied omvat circa 185 hectare en wordt globaal omsloten door de Johan van Zwedenlaan, het Hoendiep, de Ring West (N370) en de Peizerweg, zie figuur S.1. De locatie is gelegen tussen het centrum van Groningen en Hoogkerk.

Figuur S.1 Ligging plangebied

Doel is dat op het Suikerfabriekterrein een stadsdeel ontstaat waar wonen, werken, ontspannen en ontwikkelen centraal staan. De herontwikkeling van het terrein van de voormalige Suikerfabriek past uitstekend in de strategie die de gemeente Groningen voor de toekomstige ontwikkeling van de stad heeft gekozen. Deze strategie staat beschreven in de omgevingsvisie ‘Next City’ van de gemeente Groningen. Daarin worden strategische keuzes voor de toekomstige ontwikkeling van de stad gemaakt met het oog op de groei van Groningen en met het accent op de fysieke leefomgeving. Een belangrijke strategische keuze is dat de gemeente die groei op wil vangen in het bestaande stedelijke gebied. Het leidende principe van de compacte stad wordt voorgezet en het landelijk groen wordt

8 (149)

ontzien. De gemeente kiest voor verdichting en voor transformatie van voormalige bedrijventerreinen en industriegebieden in de bestaande stad. Als uitwerking van de Next City is een Structuurvisie voor het Suikerfabriekterrein opgesteld. Met deze Structuurvisie wordt richting gegeven aan de transformatie van het terrein. Een eerste uitwerking van deze transformatie gebeurt in Deelgebied Noord. Om deze eerste uitwerking planologisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan opgesteld. Voor zowel de Structuurvisie als het bestemmingsplan moet de procedure van de milieueffectrapportage worden doorlopen. Wat is een milieueffectrapport Milieueffectrapportage (m.e.r.) is een procedure waarmee de milieueffecten van een plan in beeld worden gebracht vóórdat de overheid daar een besluit over neemt. De verwachte effecten worden beschreven in een milieueffectrapport (MER). Effecten worden in beeld gebracht voor verschillende aspecten, zoals natuur, water, bodem, woon- en leefmilieu en landschap. Het MER moet de informatie geven voor het nemen van het besluit. In dit geval moet het MER de informatie geven om een Structuurvisie voor het Suikerfabriekterrein te kunnen vaststellen en om voor de eerste uitwerking daarvan in Deelgebied Noord een bestemmingsplan te kunnen vaststellen.

In het MER zijn voor de Structuurvisie voor het gehele Suikerfabriekterrein drie verschillende alternatieven onderzocht. Voor de uitwerking van Deelgebied Noord is één alternatief onderzocht. In hoofdstuk 3 van deze samenvatting wordt een toelichting gegeven op de onderzochte alternatieven en varianten. S.2 Waarom een structuurvisie én een bestemmingsplan? De Structuurvisie formuleert het gemeentelijke beleid voor het Suikerfabriekterrein voor een lange periode (ca 30 jaar). In deze periode wil de gemeente flexibel kunnen inspelen op veranderingen in de behoefte aan wonen, werken en voorzieningen. Om die flexibiliteit te bieden beschrijft de Structuurvisie deze ontwikkeling op hoofdlijnen. De Structuurvisie beschrijft met name de ambities voor het gebied. Deze zijn ruimtelijk vertaald in een globale Structuurvisiekaart, waarop op hoofdlijnen is aangegeven welke ontwikkeling waar in het gebied wordt beoogd.

9 (149)

Figuur S.2 Structuurvisie (concept)

Om in de toekomst beter in te kunnen spelen op de behoeftes die er op dat moment spelen, wordt het gebied gefaseerd uitgewerkt. Het eerste gebied dat wordt ingevuld is Deelgebied Noord. Voor dit deelgebied wordt de planologische ontwikkeling mogelijk gemaakt door middel van een nieuw bestemmingsplan. Ook in het bestemmingsplan wordt zoveel mogelijk flexibiliteit geboden. Het bestemmingsplan is een globaal plan met een moderne regeling, die zoveel als mogelijk en wenselijk vooruitloopt op de Omgevingswet 1. Dit wordt gedaan door aan te sluiten bij de mogelijkheden die worden geboden onder de Crisis- en herstelwet (Chw). De gemeente heeft een stedenbouwkundig plan opgesteld op basis waarvan de invulling van Deelgebied Noord zal plaatsvinden.

1

Inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt op het moment van publiceren van dit MER per 1-1-2021 verwacht.

10 (149)

Figuur S.3 Stedenbouwkundig plan Deelgebied Noord

S.3 Welke alternatieven worden in dit milieueffectrapport onderzocht? Het Suikerfabriekterrein in de Structuurvisie: de onderzochte alternatieven Het is de bedoeling dat de Structuurvisie flexibel kan inspelen op de veranderingen in de behoefte aan wonen, werken en voorzieningen. Dit heeft als gevolg dat er geen vastomlijnd programma is. Voor deze MER-studie wordt uitgegaan van 2.500 – 5.000 woningen en 2.000 – 3.000 arbeidsplaatsen. Om in dit MER de milieueffecten in beeld te kunnen brengen is deze bandbreedte aan programma verdeeld over drie alternatieven: • • •

Alternatief Laag: gemengd stedelijk gebied met 2.500 woningen en 2.000 arbeidsplaatsen; Alternatief Midden: gemengd stedelijk gebied met 3.750 woningen en 2.500 arbeidsplaatsen; Alternatief Hoog: gemengd stedelijk gebied met 5.000 woningen en 3.000 arbeidsplaatsen.

De verdeling van de woningen en arbeidsplaatsen over het Suikerfabriekterrein staat niet van te voren vast. Wel is uitgegaan van de Structuurvisiekaart (zie figuur S.2), zodat de daarop aangegeven groen- en blauwstructuren en ontwikkelgebieden de basis vormen van de verdeling over het gebied. Hetzelfde geldt voor de hoofdinfrastructuur die globaal op de Structuurvisiekaart is weergegeven. Deze is als uitgangspunt gebruikt voor het bepalen van de verdeling van verkeer over het gebied en ontsluitingsroutes van het plangebied op de omliggende wegen. Voor de energievoorziening gaat de gemeente vooralsnog uit van de ontwikkeling van meerdere collectieve Warmte Koude Opslag (WKO)-systemen die het grondwaterpakket tussen ca 60 en 290 meter diepte benutten. Op dit moment is nog niet duidelijk hoeveel water de WKO in het plangebied per jaar gaat verpompen. De inschatting is dat in het hele Structuurvisiegebied de hoeveelheid ca 8 miljoen m3 kan bedragen.

11 (149)

Ontwikkelscenario’s Structuurvisie Suikerfabriekterrein Op en nabij het Suikerfabriekterrein zijn plannen in ontwikkeling. De uitvoering hiervan is nog onzeker. Niettemin is voor deze ontwikkelingen in het kader van dit MER een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Het gaat om de volgende ontwikkelingen: •

•

•

•

Grootschalige publiekstrekker Voorterrein; In dit scenario wordt uitgegaan van een publieksaantrekkende functie op het Voorterrein. Deze functie zal een sterke verkeersaantrekkende werking hebben. Er is geanalyseerd welke extra verkeerseffecten kunnen optreden en tot welke extra milieuhinder dit kan leiden. Aanpak Ring West: De Aanpak Ring West houdt in dat de gelijkvloerse kruispunten in de Westelijke Ringweg worden vervangen door ongelijkvloerse aansluitingen. Voor de ontsluiting van de woongebieden in Groningen-west, is een nieuwe verbinding voorzien tussen de Diamantlaan en de Ringweg. Er is geanalyseerd welke effecten (verkeer en milieuhinder) optreden als de plannen voor Suikerfabriekterrein en Aanpak Ring West beide worden uitgevoerd. De Held III: Toekomstig woongebied De Held III omvat circa 1.600 nieuwe woningen. De Held III heeft een nieuwe wijkontsluitingsweg die aan de noordzijde aansluit op de Friesestraatweg en aan de zuidzijde op de Siersteenlaan. Er is geanalyseerd welke effecten (verkeer en milieuhinder) optreden als de plannen voor Suikerfabriekterrein en voor De Held III beide worden uitgevoerd. Spoorverdubbeling en station: In de NRD is benoemd dat een gevoeligheidsanalyse wordt uitgevoerd voor een station en/of een spoorverdubbeling.

De bouw van een nieuw station (en de daarvoor mogelijk benodigde aanleg van een extra spoor bij het station) is in dit MER opgenomen in het planvoornemen, en de effecten hiervan worden daarom beschreven in hoofdstuk 6 van dit MER. Een gevoeligheidsanalyse is daarom niet meer van toepassing.

Deelgebied Noord in het bestemmingsplan Voor Deelgebied Noord is een stedenbouwkundig plan opgesteld, dat als basis dient voor het op te stellen bestemmingsplan (zie figuur S.3). Voor het programma dat in deze MERstudie wordt onderzocht, wordt uitgegaan van maximaal 750 woningen en 750 arbeidsplaatsen. Deelgebied Noord is in omvang zo groot dat er meer programma in past. In de ruimtelijke structuur uit het stedenbouwkundig plan is hierop geanticipeerd. Zodra meer bekend is hoe het gebied zich na de eerste stap gaat ontwikkelen, wil de gemeente later, via aparte procedures, het aantal woningen en de voorzieningen in Deelgebied Noord vergroten. Het stedenbouwkundige plan geeft aan waar de groenblauwe structuren komen en waar het hoofdwegennet komt. Daarbinnen zijn ontwikkelkavels weergegeven, die flexibel ingevuld kunnen worden. De energievoorziening moet nog worden uitgewerkt. Vooralsnog denkt de gemeente aan ontwikkeling van één of meerdere collectieve Warmte Koude Opslag (WKO)-systemen die het grondwaterpakket tussen ca 60 en 290 meter diepte benutten. Op dit moment is nog niet duidelijk hoeveel water de WKO in het plangebied per jaar gaat verpompen. De inschatting is dat in Deelgebied Noord met 750 de hoeveelheid ca 3 mln m3 kan bedragen.

S.4 Wat zijn de conclusies van het onderzoek? In het MER is ingegaan op de milieueffecten van de Structuurvisie voor het gehele Suikerfabriekterrein en de milieueffecten van het bestemmingsplan voor Deelgebied Noord. De effecten worden vergeleken met de referentiesituatie. De referentiesituatie is de huidige

12 (149)

situatie aangevuld met autonome ontwikkelingen. Bij de effectbeoordeling is gebruik gemaakt van de volgende schaal: Score ++ + 0/+ 0 0/--

Sterk positief effect Positief effect Beperkt positief effect Neutraal Beperkt negatief effect Negatief effect Sterk negatief effect

Effectbeoordeling Structuurvisie Suikerfabriekterrein In de onderstaande tabel is de effectbeoordelingen uit het MER samengevat weergegeven. Beoordelingscriterium

Alternatief Laag (2.500)

Verkeer en vervoer Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer Bereikbaarheid langzaam verkeer en OV Verkeersveiligheid Leefomgevingskwaliteit Verkeerslawaai Industrielawaai Geurhinder Luchtkwaliteit Externe veiligheid Gezondheid Bodem en water Bodemkwaliteit Grondbalans Grondwaterkwantiteit Oppervlaktewaterkwantiteit Grond- en oppervlaktewaterkwaliteit Waterketen, riolering, afkoppeling Landschap cultuurhistorie en archeologie Landschap Cultuurhistorie Archeologie Natuur Gebiedbescherming: Natura 2000 Gebiedbescherming: NNN Gebiedbescherming: SES Soortenbescherming Duurzaamheid Energietransitie Klimaatadaptatie

Alternatief Midden (3.750)

Alternatief Hoog (5.000)

-

-

-

++

++

++

-

-

-

0/0 0/0/-

0 0/-

-0 0/--

0/+ 0 0/0/+

0/+ 0 0/0/+

0/+ 0 0/0/+

0

0

0

-

-

-

0 0/+ -

0 0/+ -

0 0/+ -

0/+ +

0/+ 0/+

0/+ 0

13 (149)

In de tabel blijkt dat de 3 alternatieven uiteindelijk op vrijwel alle beoordelingscriteria gelijk zijn beoordeeld. De enige verschillen in effectbeoordeling ontstaat bij geluidhinder en in het verlengde daarvan het aspect gezondheid en bij klimaatadaptatie. Hieronder wordt nader ingegaan op het onderscheid tussen de alternatieven. Verkeer en vervoer In de onderzoeken die voor deze aspecten zijn uitgevoerd zijn wel verschillen zichtbaar tussen de alternatieven als het gaat om aantal verkeersbewegingen. Meer woningen/arbeidsplaatsen betekent meer verkeersbewegingen. In alle alternatieven wordt echter hetzelfde wegennet aangelegd, daarin zijn ze niet onderscheidend. Dit wegennet is bovendien vrij uitgebreid, er ontstaan veel nieuwe routes. Ook hierin zijn de alternatieven niet onderscheidend. Op dit wegennet ontstaan potentieel dezelfde knelpunten op enkele kruispunten, daarbij blijkt het verschil in aantal verkeersbewegingen tussen de alternatieven niet in belangrijke mate uit te maken. Alternatieven Midden en Hoog leiden ten opzichte van Laag dus wel tot extra verkeer, maar dit verkeer verspreidt zich over een groot aantal routes, waardoor de extra effecten per route beperkt zijn en niet tot uiting komen in de effectbeoordeling. Voor fietsverkeer en OV scoren alle alternatieven zeer positief vanwege het hoogwaardige fietsnetwerk en het nieuwe station.

Voor verkeersveiligheid zijn er in alle alternatieven potentieel negatieve effecten doordat fietsers en voetgangers drukke wegen moeten oversteken. Leefomgevingskwaliteit Voor verkeersgeluid, en in het verlengde daarvan het criterium gezondheid, is er wel onderscheid tussen de alternatieven. Bij dit criterium zijn zowel de effecten op bestaande woningen als gevolg van het extra verkeer, als ook de effecten op nieuw te bouwen woningen relevant. In alternatief Laag is zowel de verkeersproductie als aantal nieuwe geluidbelaste woningen lager, en is de score 0/-. In Hoog is de verkeersproductie en het aantal nieuwe geluidbelaste woningen hoger en is de score - -. Alternatief Midden zit hier tussenin. Voor de criteria industrielawaai, luchtkwaliteit, geur en externe veiligheid is er geen onderscheid tussen de alternatieven. Voor deze criteria zijn de effecten negatief (externe veiligheid en industrielawaai) en beperkt negatief (luchtkwaliteit). Het verschil in het aantal woningen leidt bij deze drie criteria niet tot onderscheidende milieueffecten. Voor geur worden geen effecten verwacht. Bodem, water, landschap, cultuurhistorie, archeologie en natuur Uit de onderzoeken voor deze criteria blijkt dat de effecten vooral worden veroorzaakt door ruimtebeslag.

In alle gevallen zullen in hetzelfde gebied ingrepen plaatsvinden, en deze ingrepen leiden in alle alternatieven in nagenoeg dezelfde mate tot effecten. Het aantal woningen/arbeidsplaatsen (waarin de onderzochte alternatieven van elkaar verschillen) heeft voor deze criteria veel minder impact. Mogelijk biedt alternatief Laag uiteindelijk wat meer ruimte om aanwezige waarden in te passen dan alternatief Midden en Hoog, maar op voorhand is dit niet met zekerheid te zeggen. Om die reden scoren alle alternatieven op deze aspecten gelijk. De effecten op grondbalans, landschap, cultuurhistorie en archeologie en beschermde soorten zijn negatief, en de effecten op waterkwantiteit en NNN beperkt negatief. Er zijn ook positieve effecten vanwege verbetering van de bodemkwaliteit en waterkwaliteit en het aanleggen van nieuw SES-gebied. Duurzaamheid Voor de energievoorziening maakt daarbij niet uit welk alternatief ontwikkeld wordt. Het bouwen van meer woningen leidt tot een grotere energievraag, maar de energiesystemen kunnen hier goed op inspelen. (Een groot aantal woningen dicht bij elkaar kan juist ook leiden tot extra efficiëntie van het energiesysteem). Het effect is beperkt positief. Voor

14 (149)

klimaatadaptatie is een alternatief met minder woningen wel gunstiger dan een alternatief met meer woningen. Meer woningen zorgt voor relatief meer verharding en bebouwing, waardoor klimaatrisico’s als hittestress en wateroverlast toenemen. Ook is het aantal woningen bepalend voor hoeveel mensen in gebied met een overstromingsrisico komen te wonen. Dit is de reden dat alternatief Laag wordt beoordeeld als positief (+), alternatief Midden als beperkt (0/+) en alternatief Hoog als neutraal (0). Voorkeursalternatief Suikerfabriekterrein voor in Structuurvisie Uit de effectanalyse van dit MER blijkt dat het verschil in effecten tussen de 3 onderzochte alternatieven gering is. Op grond daarvan kiest de gemeente als voorkeursalternatief voor de Structuurvisie het alternatief Hoog. Uit de effectanalyses van dit MER blijkt dat het verkeer in alternatief Hoog goed verdeeld wordt over de omliggende wegen, waardoor ook de milieuhinder wordt verdeeld. Bij de uitwerking van de deelgebieden kan de gemeente sturen op het beperken van de milieuhinder voor nieuwe woningen, en op een klimaatadaptieve inrichting. Gevoeligheidsanalyse ontwikkelscenario’s Voor de ontwikkelscenario’s is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Doel hiervan is om te analyseren welke effecten t.a.v.

verkeer en milieuhinder optreden als de plannen voor het Suikerfabriekterrein en de andere projecten in combinatie met elkaar worden uitgevoerd. Op basis van de gevoeligheidsanalyses kunnen de volgende conclusies worden getrokken die relevant zijn voor de Structuurvisie voor het Suikerfabriekterrein: • •

•

De grootschalige publiekstrekker op het Voorterrein zorgt voor extra verkeer op de Ring West, Johan van Zwedenlaan, Diamantlaan en Peizerweg. Hier zal extra stagnatie optreden. Ook is sprake van enige extra milieuhinder voor woningen langs deze wegen. De Aanpak Ring West zorgt primair voor een verschuiving van verkeersstromen. Doordat de doorstroming op de ringweg beter wordt, is er sprake van bundeling van verkeer op de ringweg en dit leidt tot extra milieuhinder voor woningen nabij de ringweg. De verbinding tussen de ringweg en de Diamantlaan leidt tot veel extra verkeer op die route, en tot extra milieuhinder voor woningen langs die route. Daar staat tegenover dat vooral op Metaallaan, de Johan van Zwedenlaan en Hoendiep-Oost de verkeersaantallen afnemen. Dit leidt tot afname van milieuhinder t.o.v. de situatie met een ongewijzigde ringweg. De Held III zorgt voor extra verkeer op o.a. de route ten westen (Johan van Zwedenlaan) en noorden (Hoendiep, Diamantlaan) van het Suikerfabriekterrein. Dit leidt tot extra milieuhinder voor woningen nabij die wegen.

Op basis van de gevoeligheidsanalyse kiest de gemeente ervoor om in de Structuurvisie geen grootschalige publiekstrekker op het voorterrein mogelijk te maken. Uit de analyse blijkt dat deze zal leiden tot veel extra verkeersbewegingen en daarmee milieubelasting. Eventueel kan later in een aparte procedure alsnog meer in detail onderzoek worden gedaan naar de wenselijkheid en mogelijkheid van een dergelijke publiekstrekker op deze locatie. Voor Aanpak Ring West en De Held III geldt dat de gemeente bij de planvorming voor deze projecten nadrukkelijk rekening zal houden met de gecombineerde effecten van de verschillende plannen op verkeer en milieuhinder.

15 (149)

Bestemmingsplan Deelgebied Noord In de onderstaande tabel worden de effectbeoordelingen voor Deelgebied Noord weergegeven. Beoordelingscriterium

Bestemmingsplan (750)

Verkeer en vervoer Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer Bereikbaarheid langzaam verkeer en OV Verkeersveiligheid Leefomgevingskwaliteit Verkeerslawaai Industrielawaai Geurhinder Luchtkwaliteit Externe veiligheid Gezondheid Bodem en water Bodemkwaliteit Grondbalans Grondwaterkwantiteit Oppervlaktewaterkwantiteit Grond- en oppervlaktewaterkwaliteit Waterketen, riolering en afkoppeling Landschap, cultuurhistorie en archeologie Landschap Cultuurhistorie Archeologie Natuur Gebiedbescherming: Natura 2000 Gebiedbescherming: NNN Gebiedbescherming: SES Soortenbescherming Duurzaamheid Energietransitie Klimaatadaptatie

0/0/+ 0/0/0/0 0/0/0/0 0/0 0/0/+ 0 0 0/0/0 0/0/+ 0/+ 0/+

Voor de invulling van Deelgebied Noord is één alternatief onderzocht: invulling van dat deelgebied met 750 woningen en 750 arbeidsplaatsen. Qua aantallen valt dit alternatief daarmee binnen de bandbreedte van het voor de Structuurvisie onderzochte alternatief Laag (waarin voor Deelgebied Noord meer woningen/arbeidsplaatsen zijn voorzien dan de nu onderzochte 750). In het algemeen zijn de effecten beperkt, zowel waar het negatieve als positieve effecten betreft. Voor beschermde soorten zijn de effecten negatief. S.5 Hoe verloopt de procedure van de milieueffectrapportage? De gemeente Groningen is de initiatiefnemer voor de plannen voor het Suikerfabriekterrein en daarmee initiatiefnemer in de m.e.r.-procedure. De gemeente is tevens het bevoegde gezag voor de m.e.r. procedure. De formele m.e.r.-procedure is van start gegaan met de openbare kennisgeving van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD heeft (samen met de Structuurschets) ter inzage gelegen van 21 juni 2018 tot en met 18 juli 2018. De NRD is ook verzonden naar de

16 (149)

betrokken bestuursorganen en de wettelijke adviseurs. De gemeente Groningen heeft in februari 2019 een Nota van beantwoording vastgesteld. Op basis hiervan is het voorliggend MER opgesteld. Het MER wordt na afronding ter inzage gelegd. Een ieder krijgt hierbij de mogelijkheid om gedurende zes weken een zienswijze in te dienen. In deze fase gaat het MER voor advies naar de Cie-m.e.r., de wettelijke adviseurs en de bestuursorganen. Het MER wordt door de Cie-m.e.r. getoetst op de wettelijke eisen, juistheid en volledigheid. Als uitgangspunt voor de toetsing geldt dat het MER voldoende gegevens moet bevatten om een besluit te kunnen nemen voor vaststelling van de structuurvisie en het bestemmingsplan. Het eindoordeel van de Cie-m.e.r. wordt, nadat dit is besproken met het bevoegd gezag, neergelegd in een toetsingsadvies. Inspraakreacties kunnen gedurende de inspraakperiode worden gericht aan: College van B&W van de gemeente Groningen Postbus 7081 9701 JB Groningen De ingediende inspraakreacties en adviezen worden door het bevoegd gezag bestudeerd en meegenomen in de besluitvorming.

17 (149)

1

Inleiding

1.1 Aanleiding In 2010 heeft de gemeente Groningen het terrein van de in 2008 gesloten suikerfabriek in Groningen aangekocht. De aangekochte locatie omvat circa 120 hectare, het gehele plangebied omvat circa 185 hectare en wordt globaal omsloten door de Johan van Zwedenlaan, het Hoendiep, de Ring West (N370) en de Peizerweg, zie figuur 1.1. De locatie is gelegen tussen het centrum van Groningen en Hoogkerk.

Figuur 1.1 Ligging plangebied

In november 2016 is het draaiboek "Nieuwe energie voor de Suikerfabriek" door de gemeenteraad van Groningen vastgesteld, waarin de ontwikkelstrategie voor dit terrein is toegelicht. Eind 2017 is een uitvoeringsprogramma opgesteld, waarin de mogelijke ontwikkeling van het gebied met minimaal 2.500 woningen en bijbehorende functies is onderzocht en de volgorde waarin de infrastructuur kan worden aangelegd. In 2018 is een Structuurschets opgesteld. Hierin worden de ruimtelijke contouren van de ontwikkeling van het Suikerfabriekterrein geschetst. De volgende stap is een verdere uitwerking in een Structuurvisie. De gemeente Groningen is voornemens in het gemengde stedelijke gebied op termijn 2.000 à 4.000 woningen met bijbehorende voorzieningen te realiseren. Het gedeelte van het bedrijventerrein Hoendiep dat binnen het plangebied valt wordt naar verwachting op termijn ook ontwikkeld tot een woningbouwgebied met 500 à 1.000 woningen.

18 (149)

Parallel aan de Structuurvisie wordt gewerkt aan het opstellen van een bestemmingsplan voor Deelgebied Noord dat de realisatie mogelijk maakt van het eerste deelgebied, bestaande uit gemengd stedelijk gebied met 750 woningen en bijbehorende voorzieningen en infrastructuur. 1.2 M.e.r.-plicht en te nemen besluiten De Wet milieubeheer (hierna: Wm) en het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) geven aan of voor een project een m.e.r.-(beoordelings)plicht van toepassing is. Activiteiten die worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben, staan in het Besluit m.e.r. op de zogenaamde ’C-lijst’. Voor andere activiteiten geldt dat zij afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben, hiervoor is een ’D-lijst’ opgesteld. M.e.r. plicht stedelijk ontwikkelingsproject Het ontwikkelen van een gebied met 2.500 à 5.000 woningen met bijbehorende voorzieningen en ontsluitingsstructuur, valt onder categorie D11.2 uit de bijlage bij het Besluit m.e.r.: stedelijk ontwikkelingsproject van meer dan 100 ha c.q. de bouw van meer dan 2.000 woningen. Voor de herontwikkeling van het Suikerfabriekterrein wordt een (kaderstellende) Structuurvisie voorbereid, dit is een plan genoemd in kolom 3 van de bijlage van het Besluit. Voor de Structuurvisie geldt een plan-m.e.r.-plicht.

Tevens wordt een bestemmingsplan voorbereid voor het mogelijk maken van het eerste deelgebied voor 750 woningen en bijbehorende functies/voorzieningen. Dit deelgebied (Deelgebied Noord) is ca 50 ha groot. Deze ontwikkeling blijft onder de drempelwaarden van D11.2 van het Besluit m.e.r.. Voor het bestemmingsplan is wel een vormvrije m.e.r. beoordeling nodig. De gemeente heeft gekozen om vrijwillig een plan-MER te maken voor het bestemmingsplan voor Deelgebied Noord. M.e.r.-plicht ontgronding In categorie C 16.1 uit de bijlage bij het Besluit m.e.r. is onder meer als activiteit aangewezen de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem in het geval de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 25 hectare of meer. In categorie D16.1 is dezelfde activiteit opgenomen met een drempelwaarde van 12,5 hectare. Op grond van kolom 3 zijn de Structuurvisie en het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig als de ontgronding meer dan 25 resp. 12,5 ha bedraagt. De totale oppervlakte ontgronding in het Structuurvisiegebied is nog onbekend, mogelijk overschrijdt deze oppervlakte drempelwaarden. Aangenomen wordt dat voor de structuurvisie een plan-m.e.r.-plicht geldt omdat het een kaderstellend plan vormt voor ontgrondingen. Het totale oppervlak van de ontgronding in Deelgebied Noord zal onder de 12,5 hectare blijven.

Voor de ontgrondingen die door het bestemmingsplan Deelgebied Noord mogelijk wordt gemaakt geldt geen m.e.r.plicht. In kolom 4 is als m.e.r.-plichtig besluit de vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Ontgrondingenwet aangewezen. Het bevoegd gezag voor deze vergunning (en voor mogelijk daarmee samenhangende m.e.r. plichten) is de Provincie Groningen. M.e.r.-plicht WKO In het Besluit m.e.r. is de infiltratie van water in de bodem of onttrekking van grondwater aan de bodem m.e.r.-(beoordelings)plichtig (activiteit C15.1 en D15.1). Deze activiteit is direct m.e.r.-plichtig in het geval het gaat om meer dan 10 mln m3 water per jaar (C15.1). De drempel voor de activiteit D15.1 ligt bij 1,5 miljoen m3 per jaar. Op dit moment is nog niet

19 (149)

duidelijk hoeveel water de WKO in het plangebied per jaar gaat verpompen. De inschatting is dat in het hele Structuurvisie gebied de hoeveelheid ca 8 mln m 3 kan bedragen, en in Deelgebied Noord ca 3 mln m3. Voor zowel de Structuurvisie als voor het bestemmingsplan geldt daardoor een plan-m.e.r.-plicht. Voorliggend MER geeft hier invulling aan. Voor de latere Waterwetvergunningen geldt een m.e.r. beoordelingsplicht voor onttrekkingen boven de 1,5 mln m3 per jaar (en onder de 10 mln m3 per jaar). Bevoegd gezag voor de onttrekkingsvergunningen (en de mogelijk daarmee samenhangende m.e.r. plichten) is de Provincie Groningen. M.e.r plicht Passende Beoordeling In het kader van dit MER is een Voortoets uitgevoerd naar de effecten van de plannen voor het Suikerfabriekterrein voor Natura 2000-gebieden . Uit deze Voortoets blijkt dat het opstellen van een Passende Beoordeling niet nodig is, Om die reden geldt er geen planm.e.r.-plicht op grond van artikel 7.2a Wet milieubeheer Conclusie Voor zowel de Structuurvisie als voor het bestemmingsplan geldt een plan-m.e.r. plicht. Om hier invulling aan te geven kiest de gemeente ervoor om een gecombineerd MER op te stellen. In dit MER wordt op twee niveau’s een effectanalyse uitgevoerd. De Structuurvisie zelf is een wat globaler plan, dus hiervoor zijn de effectanalyses ook wat globaler.

Het bestemmingsplan is ten opzicht van de Structuurvisie wat concreter, dus hier zijn de effectanalyses ook wat concreter. 1.3 M.e.r.-procedure De gemeente Groningen is de initiatiefnemer voor de plannen voor het Suikerfabriekterrein en daarmee initiatiefnemer in de m.e.r.-procedure. De gemeente is tevens het bevoegde gezag voor de m.e.r. procedure. De formele m.e.r.-procedure is van start gegaan met de openbare kennisgeving van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD heeft (samen met de Structuurschets) ter inzage gelegen van 21 juni 2018 tot en met 18 juli 2018. De NRD is ook verzonden naar de betrokken bestuursorganen en de wettelijke adviseurs. De gemeente Groningen heeft in februari 2019 een Nota van beantwoording vastgesteld. Op basis hiervan is het voorliggend MER opgesteld. Het MER wordt na afronding ter inzage gelegd. Een ieder krijgt hierbij de mogelijkheid om gedurende zes weken een zienswijze in te dienen. In deze fase gaat het MER voor advies naar de Cie-m.e.r., de wettelijke adviseurs en de bestuursorganen. Het MER wordt door de Cie-m.e.r. getoetst op de wettelijke eisen, juistheid en volledigheid. Als uitgangspunt voor de toetsing geldt dat het MER voldoende gegevens moet bevatten om een besluit te kunnen nemen voor vaststelling van de structuurvisie en het bestemmingsplan. Het eindoordeel van de Cie-m.e.r.

wordt, nadat dit is besproken met het bevoegd gezag, neergelegd in een toetsingsadvies. Inspraakreacties kunnen gedurende de inspraakperiode worden gericht aan: College van B&W van de gemeente Groningen Postbus 7081 9701 JB Groningen De ingediende inspraakreacties en adviezen worden door het bevoegd gezag bestudeerd en meegenomen in de besluitvorming.

20 (149)

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 van dit MER wordt eerst geschetst welke beleidsdocumenten invloed hebben op de planontwikkeling voor het Suikerfabriekterrein en welke plannen en besluiten nog volgen. In hoofdstuk 3 wordt de voorgenomen activiteit beschreven, waarbij wordt ingegaan op de Structuurvisie voor het gehele Suikerfabriekterrein en op het bestemmingsplan voor Deelgebied Noord. In hoofdstuk 4 wordt de referentiesituatie beschreven, deze wordt gevormd door de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. In hoofdstuk 5 wordt geschetst hoe de effectanalyses zijn uitgevoerd. In hoofdstuk 6 en 7 zijn vervolgens de effectanalyses voor het Suikerfabriekterrein (6) en Deelgebied Noord (7) opgenomen. In hoofdstuk 8 en 9 ingegaan op enkele bijzondere thema’s. In hoofdstuk 8 wordt geanalyseerd wat er gebeurt als naast de plannen voor het Suikerfabriekterrein ook andere plannen worden uitgevoerd en in hoofdstuk 9 wordt specifiek ingegaan op de tijdelijke effecten gedurende de realisatie van het Suikerfabriekterrein. In hoofdstuk 10 worden de effectanalyses samengevat weergegeven, en wordt beschreven wat het voorkeursalternatief is van de gemeente Groningen (zowel voor de Structuurvisie als het bestemmingsplan). Tot slot worden in hoofdstuk 11 ingegaan op de leemten in kennis die in de MER-studie zijn geconstateerd en op de toekomstige monitoring van milieueffecten.

Zicht vanaf het Zeefgebouw richting binnenstad

21 (149)

2

Beleidskader en te nemen besluiten

2.1 Beleidskader Voor een project als het Suikerfabriekterrein gelden vele wettelijke- en beleidsmatige kaders. Een aantal daarvan zijn in grote mate bepalend voor de uitwerking van het project. In de onderstaande tabel zijn de meest relevante plannen en beleidsdocumenten voor het Suikerfabriekterrein opgenomen. Wettelijk kader en beleidsdocument Ruimtelijke Ordening N Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 2012 (SVIR)

P

Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020

G

The Next City

G

Woondeal Groningen

Inhoud

Relevantie voor het Suikerfabriekterrein

Integrale aanpak van ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Dit moet bereikt worden door middel van decentralisatie en focus op de gebruiker. Belangrijke speerpunten in relatie tot het Suikerfabriekterrein zijn: - Waarborgen kwaliteit leefomgeving en duurzame verstedelijking: - Verbeteren milieukwaliteit en bescherming tegen geluidsoverlast en veiligheidsrisico’s. - Ruimte voor waterveiligheid en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling. - Behoud en versterking van cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. - Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. In de Omgevingsvisie staat het provinciale omgevingsbeleid rondom milieu, verkeer en vervoer, water en ruimtelijke ordening. Er zijn zes grote opgaven waar de provincie in de komende jaren in het bijzonder aan werkt: Leefbaarheid, Circulaire Economie, Gaswinning, Waddengebied, Energietransitie en Erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap. Omgevingsvisie voor de huidige gemeente Groningen met strategische keuzes voor de toekomstige ontwikkeling van de stad, met het accent op de fysieke leefomgeving.

Voor de planvorming van het Suikerfabriekterrein zijn de genoemde speerpunten belangrijk om rekening mee te houden. De manier waarop het plan hier rekening mee houdt wordt in het MER bij de effectbeoordeling meegenomen.

Afspraken (woondeals) die de gemeente Groningen en minister Ollongren (BZK) gemaakt hebben over het versnellen van

Het SFT wordt genoemd als een locatie waar op korte termijn (voor 2023) versneld woningen zullen worden gebouwd door

De regiofunctie van de stad Groningen groeit door een groeiend aantal inwoners en een krimpend ommeland. De stad zal deze bevolkingstoename moeten huisvesten in nieuwe woningbouwprogramma’s zoals het Suikerfabriekterrein. Bij de ontwikkeling van deze woningbouwprogramma’s moet rekening worden gehouden met de opgaven die gelden voor de provincie. Het SFT wordt een ontwikkelzone genoemd. Dit zijn voormalige bedrijventerreinen die geleidelijk getransformeerd worden tot gemengde stedelijke gebieden met een mix van wonen, werken en voorzieningen. Het SFT wordt deels versneld (in 2020 ipv 2023) ontwikkeld.

22 (149)

Verkeer P Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020

de woningbouw, over specifieke versnellingslocaties, over de beschikbaarheid van betaalbaar woningaanbod en over de aanpak van excessen die het gevolg zijn van de krapte op de woningmarkt.

middel van een experimenteerstatus bij het Rijk.

Het mobiliteitsbeleid van de provincie heeft tot doel om ruimtelijke functies met elkaar te verbinden zodat mensen en goederen zich vlot, veilig en duurzaam van de ene naar de andere plek kunnen verplaatsen.

De provincie investeert in het ongelijkvloers maken van de Groningse Westelijke ringweg na 2020. Deze ontwikkeling is in het MER als scenario meegenomen. Er wordt voorts geïnvesteerd in ketenmobiliteit en HOV (trein en bus). Op het SFT krijgen fietsers en voetgangers prioriteit boven het autoverkeer. De fietsverbinding van oost naar west moet in 2022 klaar zijn. Een andere doorfietsroute is vanaf de Diamantlaan, over het SFT naar de Peizerweg. De oost-west fietsverbinding is onderdeel van het planvoornemen.

G

Fietsstrategie Groningen 20152025

De gemeente hanteert de volgende strategieën: 1. de fiets eerst; 2. een samenhangend fietsnetwerk; 3. ruimte voor de fiets; 4. fietsparkeren op maat; 5. het verhaal van Groningen Fietsstad.

G

Uitvoeringsprogram ma Fiets 2019-2022

In het Uitvoeringsprogramma Fiets 20192022 wordt het volgende beschreven over een fietsverbinding SuikerfabriekBinnenstad: “ […] In deze nieuwe woonwijk krijgen fietsers en voetgangers prioriteit boven het autoverkeer. Eén van de belangrijkste fietsverbindingen loopt dwars door het gebied van oost naar west. Het verbindt de binnenstad, het Voorterrein en de Kreken met Hoogkerk. Om ervoor te zorgen dat de nieuwe bewoners vanaf dag één gebruik maken van de fiets in plaats van de auto, willen we deze fiets/voetgangersverbinding in een zo vroeg mogelijk stadium aanleggen. Volgens de huidige planning zou deze in 2022 in gebruik kunnen worden genomen.”

Natuur N Wet Natuurbescherming

P

Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020

G

Groene Pepers 2009

De wet regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden en van aangewezen beschermde planten- en diersoorten.

Natuurbeleid ten behoeve van een toekomstbestendige, robuuste, schone, gevarieerde en tegelijk beleefbare natuur. Het doel is om in 2027 een netwerk van robuuste, toekomstbestendige en onderling verbonden natuurgebieden te hebben gerealiseerd. Een groenstructuurvisie ten behoeve van de groene en blauwe

Natura 2000-gebieden in de omgeving zijn het Leekstermeergebied, Zuidlaardermeergebied en het Drentse Aagebied. In het plangebied komen beschermde diersoorten voor. Nabij het SFT liggen een aantal NNNgebieden (o.a. weidevogelgebied aan de noordwestzijde van het plangebied en uitgestrekde moerasgebieden ten zuiden van het plangebied).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4226/documents/62140