CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 ruimtelijke onderbouwing.pdf

gemeenteraad 18 december 2024, gemeente GroningenBij agendapunt: b: Adviesrecht aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen van een schoolgebouw, het vellen van 3 bomen en aanleggen van het voorterrein te Woltersum (raadsvoorstel 16-10-24)21.289 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Kindcentrum Woltersum

Kindcentrum Woltersum

Ruimtelijke onderbouwing “Kindcentrum Woltersum”

Plantype: Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Status:

Definitief

Datum:

juni 2024

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Kindcentrum Woltersum

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING.............................................................4

AANLEIDING .............................................................................................................. 4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ..................................................................................... 4 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................... 5 LEESWIJZER .............................................................................................................. 6

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ...............................7

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING .................................................9

3.1 3.2

HET VOORNEMEN ........................................................................................................ 9 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE ............................................................................ 14

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2

ALGEMEEN .............................................................................................................. 16 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ....................................................................... 16

HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 16

BELEIDSKADERS.................................................... 19

RIJKSBELEID ........................................................................................................... 19 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................. 21 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................ 24

HOOFDSTUK 6

OMGEVINGSVEILIGHEID .......................................... 29

HOOFDSTUK 7

BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN ....................... 32

7.1 7.2 7.3 7.4

VIGEREND BELEID ..................................................................................................... 32 WATERASPECTEN ...................................................................................................... 33 WATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING PROJECTGEBIED .................................................. 34 CONCLUSIE ............................................................................................................. 36

HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6

GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................... 37 BODEMKWALITEIT ..................................................................................................... 40 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................... 43 GEUR ................................................................................................................... 44 TRILLINGSHINDER ..................................................................................................... 45 GEZONDHEID .......................................................................................................... 45

HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .......................... 52

WETTELIJK KADER .................................................................................................. 52 ARCHEOLOGIE ...................................................................................................... 52 CULTUURHISTORIE ................................................................................................. 53 BESCHERMING VAN HET CULTUURHISTORISCH LANDSCHAP .................................................... 53 CONCLUSIE .......................................................................................................... 54

HOOFDSTUK 11 11.1 11.2 11.3

BESCHERMING VAN DE NATUUR .................................47

GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................... 47 SOORTENBESCHERMING .............................................................................................. 49 CONCLUSIE ............................................................................................................. 51

HOOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4 10.5

BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU ................. 37

M.E.R.- BEOORDELING ............................................ 55

ALGEMEEN........................................................................................................... 55 SITUATIE PROJECTGEBIED ......................................................................................... 55 CONCLUSIE .......................................................................................................... 56

HOOFDSTUK 12

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................. 57 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Kindcentrum Woltersum

12.1 12.2 12.3

ALGEMEEN........................................................................................................... 57 KOSTENVERHAAL ................................................................................................... 57 SITUATIE PROJECTGEBIED ......................................................................................... 57

HOOFDSTUK 13 13.1

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................... 58

PARTICIPATIE ....................................................................................................... 58

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................59 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.

LOCATIE STUDIE ....................................................................................................... 59 WATERTOETS .......................................................................................................... 59 AKOESTISCH ONDERZOEK............................................................................................. 59 BODEM 1 ............................................................................................................... 59 BODEM 2 ............................................................................................................... 59 ASBEST INVENTARISATIE ............................................................................................. 59 STIKSTOFBEREKENING ................................................................................................ 59 ECOLOGISCHE QUICKSCAN ........................................................................................... 59 BOMEN EFFECT ANALYSE ............................................................................................. 59 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ........................................................................................ 59 PVE ARCHEOLOGIE .................................................................................................... 59

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Kindcentrum Woltersum

HOOFDSTUK 1

1.1

INLEIDING

Aanleiding

De gemeente Groningen is één van de gemeenten die te maken heeft met de aardbevingsproblematiek. In de kern Woltersum is de openbare basisschool ‘De Huifkar’ gevestigd aan Het Kerkpad 10. In deze basisschool is tevens een peuteropvang ondergebracht. Vanwege (dreiging tot) aardbevingsschade bestaat de noodzaak tot het versterken van dit schoolgebouw. De versterking van de huidige basisschool bleek echter bij inventarisatie kostentechnisch en civieltechnisch een te ingrijpende operatie te zijn. Om die reden is gekozen voor nieuwbouw van een kleinschalig en toekomstbestendig kindcentrum met KDV en BSO (met kinderopvang en buitenschoolse opvang) op een andere locatie binnen de kern van Woltersum, plaats biedend aan circa 50 leerlingen. Deze locatie is gevonden op de onbebouwde gronden achter de Hoofdweg nummer 16 te Woltersum op perceel BOE00 E 2468. Het voornemen bestaat om hier ter plaatse het nieuwe kindcentrum te realiseren. Het voornemen is op basis van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Groningen (bestaande uit het oude bestemmingsplan ‘Kleine Dorpskernen Ten Boer’) niet toegestaan. De beoogde nieuwbouw is geprojecteerd op gronden welke zijn voorzien van de enkelbestemming ‘Tuin’, hier is het nieuwe gebouw niet toegestaan doordat de benodigde bouw- en gebruiksmogelijkheden ontbreken.

Om het voornemen mogelijk te maken, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiervoor dient op basis van artikel 8.0.a. lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) te worden aangetoond dat de BOPA in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt in aan de noordwestelijke zijde van de kern Woltersum, achter Hoofdweg nummer 16. Het projectgebied staat kadastraal bekend als: Gemeente ten Boer, sectie E, perceelnummer 2468 (BOE00 E 2468). In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied in Woltersum en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1 PDOK)

Ligging van het projectgebied in Woltersum en ten opzichte van de directe omgeving (Bron:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Kindcentrum Woltersum

1.3

Het omgevingsplan

1.3.1

Geldend omgevingsplan

Het geldend planologisch regime wordt ter plaatse van het projectgebied gevormd door het tijdelijk deel omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Groningen, zoals dat op 1 januari 2024 in werking is getreden. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat ter plaatse van het projectgebied uit de volgende plannen: • • • •

Omgevingsplan gemeente Groningen (In werking vanaf 01-01-2024) Kleine Dorpskernen Ten Boer (Vastgesteld 25-09-2013) Gebouwd erfgoed en Parkeren (31-10-2018) Herziening Parkeren 2021 (21-12-2023)

In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan ‘’Kleine Dorpskernen Ten Boer’’ opgenomen.

Afbeelding 1.2 Uitsnede planologisch regime bestemmingsplan “Kleine Dorpskernen Ten Boer” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.3.2

Bestemmingen

Enkelbestemming ‘Tuin’ De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Ten aanzien van bebouwing zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ De voor ‘Waarde – Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, bestemd voor het behoud van archeologische waarden. Voor het bouwen van bouwwerken met een grotere oppervlakte dan 200 m2 en een grotere diepte dan 0,45 meter beneden maaiveld, waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, geldt dat deze uitsluitend mogen worden gebouwd nadat de aanvrager een archeologisch rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouder in voldoende mate is vastgesteld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Kindcentrum Woltersum

Dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap’ De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, bestemd voor het behoud van de openheid van, het zicht op, de herkenbaarheid van en het reliëf van de wierde. Vrijwaringszone – Molenbiotoop 2’ Ter plaatse van de diverse aanduidingen 'vrijwaringszone-molenbiotoop' geldt dat de gronden mede bestemd zijn voor het behoud van de openheid met het oog op een vrije windvang en het zicht op de molens. In afwijking van het bepaalde in de bouwregels bij de bestemmingen geldt dat een belemmering van de vrije windvang, door een hogere bebouwing dan 1/100 van de afstand gemeten tussen het bouwwerk en de voet van de molen vermeerderd met de stellinghoogte verminderd met 1 meter, niet is toegestaan.

1.3.3

Opheffen strijdigheid

Het planvoornemen is strijdig met de Tuinbestemming ter plaatse. Ook zijn op voorhand geen belemmeringen met de archeologische dubbelbestemming uit te sluiten, evenals de waarde – landschap. Zo dient voor archeologisch onderzoek uit te wijzen dat geen archeologische waardes in de grond geschaad worden. Betreft de ‘Waarde – Landschap’ dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd voor het diepploegen, egaliseren, afschuiven en afgraven van grond. Met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden afgeweken van de tuinbestemming ter plaatse, welke onderdeel is van het tijdelijk deel van het omgevingsplan ter plaatse. Omdat de omgevingswet bepaald dat verleende BOPA’s op den duur onderdeel moeten gaan uitmaken van het omgevingsplan zal bij het vaststellen van het omgevingsplan ter plaatse de gewenste functie aan het projectgebied worden toegevoegd.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 en 4 gaan achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het projectgebied de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het projectgebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 7 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofstuk 8 en 9 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 10 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 en 13 behandelen de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Kindcentrum Woltersum

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE

Het projectgebied ligt aan de noordelijke zijde van de kern Woltersum, in de gemeente Groningen. Aan de noordelijke zijde grenst het projectgebied aan sportvelden behorend tot Sportvereniging Woltersum. Aan de oostelijke en zuidelijke zijde van het projectgebied zijn woningen met bijbehorende woonerven gelegen. Achter de zuidelijke bebouwing is de Hoofdweg gelegen, waar een grote hoeveelheid van het verkeer binnen de kern zich over verplaatst. Ten slotte grenst het projectgebied aan de westelijke zijde aan een nieuwbouw locatie en is hier (noordwestelijk) het dorpshuis gelegen. Het projectgebied zelf bestaat uit onbebouwd grasland, voorzien van diverse soorten opgaande begroeiing. Verspreid over het projectgebied staan voornamelijk in de noordelijke helft enkele (monumentale) bomen. Eveneens is aan de zuidelijke zijde een schuurtje aanwezig, welke gesloopt zal worden. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie in het projectgebied weergegeven, waarin het projectgebied indicatief is aangegeven met de rode omlijning. In afbeelding 2.2. zijn enkele straatbeelden weergegeven van de huidige situatie.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging projectgebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Kindcentrum Woltersum

Afbeelding 2.2

Straatbeelden in het projectgebied (Bron: BJZ.nu)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Kindcentrum Woltersum

HOOFDSTUK 3

3.1

PLANBESCHRIJVING

Het voornemen

Algemeen

Voor het projectgebied is gekozen voor nieuwbouw van een kleinschalig en toekomstbestendig kindcentrum (KDV en BSO). Op de locatie van het schoolgebouw wordt enkel gesloopt, hierdoor is deze locatie niet meegenomen in het projectgebied. Aanleiding voor het project is de vervangingsopgave voor de aardbevingsproblematiek. Voor het kindcentrum is in het verleden een locatiestudie gemaakt, zie bijlage 1 bij deze onderbouwing. Hieruit kwam naar voren dat onderhavige locatie het beste naar voren kwam. Hierbij is gekeken naar de volgende aspecten: • • • • •

flexibiliteit in de toekomst; openbare gebouwen op één plein; verbinding tussen school en peuterspeelzaal; veiligheid: zo min mogelijk oversteken en water; invloed ontwikkeling op woning(bouw).

Het nieuwe gebouw zal bestaan uit één bouwlaag met kap (hierin zijn ook enkele ruimtes en een zolder geprojecteerd) en wordt maximaal 5,5 meter hoog. De goothoogte is 3 meter hoog. De architectuur is modern en aansluitend op de omgeving en kenmerkt zich door de heldere bouwvormen. Het BVO van de school wordt circa 380 m² en biedt ruimte aan circa 50 leerlingen. Er komt een tweetal bijgebouwen bij, ondermeer voor opslagdoeleinden bijhorend bij het speelplein alsmede voor fietsenstalling en dergelijke. Het kindcentrum wordt deels bekleed met vegetatie ten behoeve van de waterretentie, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De daken worden voorzien van zonnepanelen. Deze worden tegen het dakvlak geplaatst. Biodiversiteit is dan ook het uitgangspunt, de aanwezige bomen mogen dan in beginsel niet gekapt worden en dienen zoveel mogelijk te worden gehandhaafd en ingepast te worden. Voor het behoud van deze bomen moet er minimaal 2 meter afstand tussen de kruin en bebouwing worden gehouden. De bebouwing is beoogd in het zuidelijke gedeelte van het projectgebied. De buitenruimten van de school functioneren als een groen schoolplein (met verharde en onverharde delen) en wordt ingericht met aandacht voor klimaatadaptatie, hittestress, natuur, rust en orde. Tevens zullen er moestuinen en wandelpaden, een boomgaard en twee berging/bijgebouwen worden gerealiseerd.

De kiss- and-ride voor auto verkeer vindt plaats aan de westzijde via de Dobbelstraat. Afbeelding 3.1 geeft de beoogde inrichtingssituatie van de gewenste ontwikkeling weer. In afbeelding 3.2 – 3.4 zijn impressies van het nieuwe gebouw weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Kindcentrum Woltersum

Afbeelding 3.1

Inrichtingsschets van de gewenste situatie (Bron: Sweco)

Afbeelding 3.2

Impressie van de gewenste situatie (Bron: VDP Architecten)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Kindcentrum Woltersum

Afbeelding 3.3

Referentiebeelden voor de gewenste situatie (Bron: VDP Architecten)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Kindcentrum Woltersum

Afbeelding 3.4

Impressie van de gewenste situatie (Bron: VDP Architecten)

Stedenbouwkundige randvoorwaarden Ruimtelijke samenhang/verbinding (wensen vanuit de school). • Passend bij/in de buurt / het dorp. • Goede verkeerscirculatie en routing, goed en veilig bereikbaar (ook voor beginnende fietsers). • Een logische en veilige routing voor halen en brengen (kiss & ride zone die bij voorkeur na brengen en halen kan worden afgesloten voor verkeer en worden toegevoegd aan de buitenspeelruimte à dubbele functie). • Zo veel mogelijk scheiding van snel en langzaam verkeer. • Voldoende stallings-/parkeerruimte voor fietsen (leerlingen en personeel) en auto’s (personeel en bezoekers). • Sociale veiligheid rondom het gebouw vraagt aandacht (toezicht, hangjeugd, voldoende verlichting). • Ontwerp biedt plek voor toekomstige uitbreiding. • Bouwen in 1 bouwlaag is uitgangspunt. • Vanuit het perspectief dat het passend is bij de omgeving én ruimte, licht en lucht geeft in het gebouw, spreekt een soort ‘schuurmodel met puntdaken’ met een open, ruimtelijke centrale ontmoetingsruimte tot aan de nok de school erg aan. Bij de lokalen is die hoogte niet per se een vereiste Ontsluiting en terrein (wensen vanuit de gemeente Groningen) • De entree van het Kindcentrum is gericht naar de omliggende infrastructuur. • Voor het kindcentrum dient een Kiss & Ride strook (halen en brengen) te worden aangelegd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Kindcentrum Woltersum

•

• •

Het beleid van het waterschap en de gemeente is dat afvalwater en schoon hemelwater gescheiden wordt afgevoerd. Dit samen met de visie van de school op buitenonderwijs en de voorgenomen (moes)tuin maakt de keuze voor afvoeren op oppervlaktewater logisch eventueel aanvullend met waterbuffering in de nabijheid mits dit veilig is. Ter afscheiding van het terrein en als compensatie voor de toegenomen verharding, wordt een waterafvoerende sloot gerealiseerd. Het hemelwater wat niet op het terrein kan infiltreren kan worden afgevoerd naar de naastgelegen sloot rondom het projectgebied.

Vormgeving en materiaalgebruik (wensen van beide partijen) • Het gebouw heeft een ingetogen schuur-architectuur met eigentijdse vertaling van de stijlkenmerken die nu in de omgeving aanwezig zijn, met waar mogelijk hergebruik van bestaande onderdelen/materialen. • Aandacht voor detail, maar geen uitbundige detaillering, aansluiting bij de omgeving is essentieel. • Het gebouw gaat een samenspel aan met de omgeving d.m.v. gebruik van ambachtelijke gevelsteen en houten materialen van natuurlijke kleuren in roodbruine tot bronskleurige accenten. • Het schoolplein moet binnen de terreingrenzen gerealiseerd worden en is deels verhard en deels groen. Het groen dient aan te sluiten bij het karakter en doorlopen in het interieur van het gebouw. In het voornemen zijn bovenstaande uitgangspunten verwerkt. Zo is de entree gericht op de Dobbestraat en wordt het parkeren naast het kindcentrum gerealiseerd bij Sportvereniging Woltersum. Ook is er sprake van een veilig voetpad naar het projectgebied. Ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten wordt verwezen naar hoofdstuk 5. De aspecten omtrent vormgeving en materiaalgebruik zijn verwerkt in het plan. Dit wordt uiteindelijk tevens door welstand getoetst, waarbij deze randvoorwaarden betrokken worden. Inhoud van het gebouw Het kindcentrum dient ter vervanging van de verouderde bestaande basisschool in Woltersum.

Vanwege de aardbevingsproblematiek was het versterken van deze basisschool noodzakelijk, echter bleek het versterken van het verouderde schoolgebouw een te ingrijpende operatie te zijn. Om die reden is gekozen voor nieuwbouw van een kleinschalig en toekomstbestendig kindcentrum op een andere locatie. Het gewenste nieuwe kindcentrum heeft een oppervlakte van 377 m 2 BVO en bestaat uit één bouwlaag. In het kindcentrum komen ondermeer: • • • • • • •

drie klaslokalen, waarvan één voor de onderbouw, één voor de middenbouw en één voor de bovenbouw (circa 50 leerlingen); een stilte/leerruimte; een crearuimte; een leer- en ontmoetingsplein inclusief kookstudio, bibliotheek en speelpleintje; een spreekruimte/een directiekamer; een teamkamer; verschillende algemene ruimtes en voorzieningen zoals toiletten, werkkasten en techniekruimtes.

Het doel is om een toekomstbestendig kindcentrum te realiseren, zowel qua flexibiliteit (mogelijkheid tot inspelen op veranderingen en ontwikkelingen) als duurzaamheid van het gebouw. Op het terrein om het kindcentrum heen komt een gedeeltelijk verhard en gedeeltelijk onverhard schoolplein, een moestuin, bergingen, voetpaden en beplanting. Ook worden fiets- en autoparkeerplaatsen en een kiss & ride zone gerealiseerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Kindcentrum Woltersum

3.2

Infrastructuur en openbare ruimte

3.2.1

Algemeen

Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het projectgebied. 3.2.2

Verkeer en parkeren

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen normaal gesproken berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. In dit geval beschikt gemeente Groningen over het bestemmingsplan “herziening Parkeren 2021”, vastgesteld op 21 december 2023. Doordat de basisschool, kinderopvang en de naastgelegen woningen op verschillende momenten van de dag een beroep doen op de aanwezige parkeergelegenheid is er van een gezamenlijke parkeerbehoefte uitgegaan. Hieruit komt de volgende parkeerbehoefte voort:

De gemeente heeft steekproefsgewijs onderzocht hoe hoog de parkeerbehoefte is gedurende de dagen van de week en de verschillende dagdelen. Hier kwam de onderstaande vraag uit naar voren.

De bezetting is uiteindelijk lager dan de parkeercijfers die zijn opgenomen in de parkeernota van de gemeente. In het ontwerp zijn in totaal 17 parkeerplaatsen beschikbaar, 8 bij de gymzaal en 9 bij de sociale woningen. Dit zijn voldoende parkeerplaatsen om de gevraagde parkeerbehoefte op te vangen. In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven, uitgegaan wordt van een gemiddelde. Uitgangspunten zijn verder: ‘Zeer sterk stedelijk’ (Bron: CBS Statline) en rest bebouwde kom.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Kindcentrum Woltersum

Verkeersgeneratie en ontsluiting Om de toename aan de verkeersgeneratie in kaart te brengen is naar de CROW publicatie “Toekomstbestendig Parkeren” gekeken. In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven, bij voorliggend plan wordt uitgegaan van een gemiddelde. Uitgangspunten zijn verder: ‘Zeer sterk stedelijk’ (Bron: CBS Statline) en rest bebouwde kom. Voor het kinderdagverblijf is bij bovengenoemde uitgangspunten een gemiddelde verkeersgeneratie van 28,25 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo (inclusief kiss & ride). In voorliggend geval betreft het kinderopvang met een bvo van 50 m2, dit geeft het volgende beeld: 28,25 * 0,5 = 14,125 verkeersbewegingen Opgemerkt wordt dat voor het basisonderwijs geen kengetallen in het CROW zijn opgenomen voor het aantal verkeersbewegingen. Uit ervaringscijfers van kindcentra elders in Nederland wordt uitgegaan dat circa de helft van de leerlingen met de auto wordt gebracht en opgehaald. Hierbij wordt uitgegaan van één auto per leerling. Dit geeft het volgende beeld: 50 / 2 * 2 = 50 verkeersbewegingen Het aantal verkeersbewegingen wordt weer maal 2 gedaan omdat het zowel het brengen als ophalen betreft.

Het totaal aantal verkeersbewegingen zal dan als volgt zijn: 14,125 + 50 = 64,125 verkeersbewegingen Hierbij zijn de sociale huurwoningen niet meegenomen omdat deze reeds bestaand zijn. De omliggende wegenstructuur is van voldoende omvang om de toename van afgerond 65 verkeersbewegingen vlot en verkeersveilig af te wikkelen. Het projectgebied wordt aan de westzijde middels een overzichtelijke en verkeersveilige ontsluitingsweg ontsloten op de Dobbestraat. Er wordt bovendien voor het kindcentrum een ‘Kiss & Ride zone’ gerealiseerd in het westen van het projectgebied. 3.2.3

Conclusie

Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het voornemen voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Kindcentrum Woltersum

HOOFDSTUK 4

4.1

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN

Algemeen

In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •

Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking;

Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 10 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking en de gebiedsspecifieke landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.2.1

Algemeen

De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •

de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Kindcentrum Woltersum

4.2.2

Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (Artikel 5.129g Bkl). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Uit de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2 er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. In dit geval wordt voorzien in een kindcentrum met een bvo van circa 380 m2. Indien de school inclusief schoolplein in zijn geheel wordt bekeken is echter sprake van circa 700 m 2. Artikel 5.129g Bkl geeft aan dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan een aantal voorwaarden: • •

er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Hierna wordt nader op de ladder ingegaan.

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet een beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt worden opgesteld. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voorliggend plan voorziet in het realiseren van een kindcentrum met daarin een basisschool en peuterspeelzaal. Het kindcentrum vervangt de bestaande basisschool (met peuterspeelzaal) De Huifkar aan de Kerkpad 10. Het initiatief om het kindcentrum te realiseren komt vanuit de gemeente Groningen, obs De Huifkar en kinderopvangorganisatie Kids2b. Het kindcentrum voorziet dan ook in de lokale behoefte van Woltersum en omgeving (gemeente Groningen), daarom wordt de behoefte op lokaal niveau getoetst. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Kindcentrum Het kindcentrum De Huifkar wordt gebouwd als vervanging voor het verouderde schoolgebouw van obs De Huifkar. Vanwege de aardbevingsproblematiek is het gewenst om een nieuw kindcentrum te realiseren, aangezien het opknappen en versterken van het bestaande basisschoolgebouw onhaalbaar is gebleken.

Daarom dient het kindcentrum dat mogelijk wordt gemaakt middels voorliggende ruimtelijke omgevingsprocedure, ter vervanging van het bestaande gebouw van obs De Huifkar. Het nieuwe kindcentrum heeft een oppervlakte van 700 m 2 ( circa 380 m2 bvo) en biedt ruimte aan maximaal 50 leerlingen (3 klaslokalen) en één groep van circa 8 peuters voor de peuterspeelzaal. Deze ruimtebehoefte is bepaald aan de hand van het huidige aantal leerlingen/kinderen van obs De Huifkar en de bijbehorende kinderopvang en de prognoses van de leerlingenaantallen. Bovendien wordt de oude basisschool De Huifkar (inclusief peuterspeelzaal) aan de Kerkpad 10 in Woltersum opgeheven. Er is dus een concrete behoefte aan het nieuwe kindcentrum. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De ruimtevraag moet bij voorkeur worden opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. Op basis van gebied specifieke situaties dient bepaald te worden wat wordt ervaren als stedelijk gebied. In Artikel 5.129g Bkl een definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied. De definitie luidt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Kindcentrum Woltersum

In voorliggend geval ligt het projectgebied aan de noordwestelijke kant van het dorp Woltersum. De gronden liggen binnen de bebouwde kom. Aan de westelijke, zuidelijke en oostelijke zijde wordt het projectgebied begrenst door bebouwing, voornamelijk met wonen als doeleind. Aan de noordelijke zijde zijn sportvelden gelegen. Hiermee is het projectgebied omringd door gronden die onderdeel zijn van de functionele structuur van het dorp. Het projectgebied kan daarom worden gerekend tot bestaand stedelijk gebied. Conclusie ladder van duurzame verstedelijking Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Het voornemen voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Kindcentrum Woltersum

HOOFDSTUK 5

BELEIDSKADERS

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid omtrent water wordt apart behandeld in hoofdstuk 7.

5.1

Rijksbeleid

5.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

5.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 5.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Kindcentrum Woltersum

5.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 5.1.2

Instructieregels Rijk (Amvb’s)

Artikel 8.0b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. b. c.

de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.

Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: o o o o o o

o

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 5.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

In voorliggend geval betreft het geen project waarbij nationale belangen in het geding zijn, ook is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Kindcentrum Woltersum

Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor ee in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen ontwikkeling. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.

5.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. 5.2.1

Omgevingsvisie

Op 1 juni 2016 is door Provinciale Staten de Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 en de Omgevingsverordening provincie Groningen 2016 vastgesteld. Nadien hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening geactualiseerd, waarvan de geconsolideerde versie in november 2023 de laatste versie betreft. Een belangrijk doel van de Omgevingsvisie is om samenhang te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Om dit te doen is al het provinciaal beleid in vijf thema’s en elf provinciale ‘belangen’ geordend. De thema’s en belangen zijn:

•

• • • •

Ruimte 1. Ruimtelijke kwaliteit 2. Aantrekkelijk vestigingsklimaat 3. Ruimte voor duurzame energie 4. Vitale landbouw Natuur landschap 5. Beschermen landschap en cultureel erfgoed 6. Vergroten biodiversiteit Water 7. Waterveiligheid 8. Schoon en voldoende water Mobiliteit 9. Bereikbaarheid Milieu 10. Tegengaan milieuhinder 11. Gebruik van de ondergrond

Met de Omgevingsvisie wil de provincie Groningen aansluiting vinden bij maatschappelijke ontwikkelingen en hier samen met anderen aan werken. De provincie ziet drie dominante ontwikkelingen, namelijk bevolkingsontwikkeling, de digitale revolutie en de energietransitie. De voorgenomen ontwikkeling heeft binnen de zojuist benoemde thema’s en belangen, het meeste raakvlak met het thema ‘Ruimte’ en de belangen die gelden vanuit ‘ruimtelijke kwaliteit’. Ruimtelijke kwaliteit De provincie Groningen streeft naar een zo hoog mogelijke ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door de mate waarin binnen een gebied de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde in onderlinge verhouding geoptimaliseerd zijn. Een hoge ruimtelijke kwaliteit is van belang om de provincie aantrekkelijk te laten blijven om te wonen, werken en recreëren. Het omgevingsbeleid wordt zoveel mogelijk gericht op het bieden van kansen die zich voordoen in lokale en regionale situaties. In het beleid maakt de provincie onderscheid tussen stedelijk gebied en buitengebied. Binnen het stedelijk gebied laat de provincie zeer veel ruimtelijke bevoegdheden over aan gemeenten. In het buitengebied ziet de provincie, in verband met taken op het gebied van onder meer natuur, water, landschap en erfgoed een grotere verantwoordelijkheid voor de provincie.

Zoals in afbeelding 3.1 is te zien, ligt het plangebied (rode contour) in het stedelijk gebied. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Kindcentrum Woltersum

Afbeelding 3.1

Ligging plangebied binnen themakaart ‘Ruimte’ (Bron: Provincie Groningen)

Stedelijk gebied Onder stedelijk gebied wordt verstaan een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en water en infrastructuur. De provincie wil stedelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk laten plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied, om zo het grote contrast tussen het stedelijk gebied en het buitengebied, dat zo bepalend is voor de identiteit van de provincie, te behouden en versterken. Dit in lijn met de 'ladder voor duurzame verstedelijking', die bij nieuwe stedelijke ontwikkeling vraagt om motivering en afweging van (1) de ruimtevraag, (2) de beschikbare ruimte en (3) de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Dit vraagt extra zorgvuldigheid bij ingrepen in het stedelijk gebied die een effect hebben op het buitengebied. Buitengebied Onder het buitengebied verstaat de provincie die gebieden die buiten stedelijke gebieden liggen en een overwegend agrarische-, natuur- en recreatieve functie hebben. De provincie wil de waarde van het buitengebied voor natuur en recreatie ontwikkelen en de landschappelijke kernkarakteristieken behouden en waar mogelijk versterken.

Ook wil de provincie het buitengebied als woongebied aantrekkelijk houden en bedrijven de mogelijkheid bieden om zich te vestigen in vrijkomende bebouwing en zich daar te ontwikkelen. Omdat de inrichting van het buitengebied zowel vitaal als duurzaam dient te zijn, is daarnaast zuinig ruimtegebruik een belangrijk uitgangspunt. Hiervoor zijn regels opgenomen in de Omgevingsverordening (titel 2.3). Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Het voornemen is om de locatie te ontwikkelen tot een Kindcentrum. Dit valt aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. De provincie Groningen heeft als uitgangspunt dat stedelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied plaatsvinden. Deze wordt dan ook in het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd, zoals aangeduid door de provincie Groningen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Kindcentrum Woltersum

Al met al wordt geconcludeerd dat er sprake is van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en dat het voornemen in lijn is met de provinciale uitgangspunten. Tevens wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals in paragraaf 4.2 is aangetoond. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Omgevingsvisie Groningen’. 5.2.2

Omgevingsverordening

Tegelijkertijd met de Omgevingsvisie is de bijbehorende Omgevingsverordening provincie Groningen 2016 – 2022 vastgesteld (deze is geconsolideerd en in werking sinds januari ‘24). De Omgevingsverordening is de juridische vertaling van de Omgevingsvisie. Op basis van de Omgevingsverordening is het projectgebied gelegen in ‘Veiligheidzone 4’ Artikel 3.156 Instructieregel Veiligheidszone 4

•

1.

Bij vaststelling van een omgevingsplan dat betrekking heeft op Veiligheidszone 4 wordt:

•

o

a. aandacht besteed aan het veiligheidsniveau op de kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties en

o

b. rekening gehouden met het veiligheidsrisico van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 5.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

2.

Aan het eerste lid wordt voldaan door met betrekking tot Veiligheidszone 4 in te gaan op de volgende aspecten:

•

o

a. de inventarisatie van de bestaande en de mogelijke, kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties;

o

b. de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit;

o

c. de optimalisering van de vluchtmogelijkheden, waarbij het zowel de ontvluchtingsmogelijkheden van de locatie en ook de vluchtmogelijkheden van de risicobron af betreft.

3.

Als het omgevingsplan betrekking heeft op een kwetsbare locatie in Veiligheidszone 4, wordt ook ingegaan op de volgende aspecten:

o

a. het advies van de Veiligheidsregio als bedoeld in artikel 5.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt bij het vaststellen van het omgevingsplan betrokken;

o

b. de afweging voor de locatie binnen, en niet buiten, de Veiligheidszone;

o

c. de afweging van de mogelijkheden voor het beperken van de toename van het aantal personen;

o

d. de afweging van de mogelijkheden, aan zowel de kant van de risicobron als aan de kant van de risico-ontvanger, om het veiligheidsniveau te verhogen;

o

e. de afweging van aanvullende repressieve mogelijkheden om het veiligheidsniveau te verhogen;

o

f. als op een aspect, als bedoeld onder a tot en met e, of als bedoeld onder b en c van het tweede lid, wordt ingegaan op rekenresultaten van een groepsrisicoberekening dan dient de berekening te zijn uitgevoerd met de referentiewaarden uit de tabellen 1 en 2 in Bijlage 4.

Toetsing van het initiatief aan artikel 3.156 van de omgevingsverordening Het voornemen betreft het verplaatsen van de basisschool in Woltersum naar de locatie in het projectgebied. Een basisschool of kindcentrum valt aan te merken als een gevoelige locatie waardoor aandacht besteed dient te worden aan het veiligheidsniveau. Zowel de oude als de nieuwe locatie is gelegen binnen ‘Veiligheidszone 4’. Er wordt dus ook geen nieuwe kwetsbare locatie mogelijk

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Kindcentrum Woltersum

gemaakt. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de omgevingsveiligheid ter plaatse van het projectgebied, welke nadrukkelijk op een grotere afstand ligt van de dichtstbijzijnde risicobron. 5.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciale beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met hetgeen gesteld in provinciaal beleid.

5.3

Gemeentelijk beleid

Het gemeente beleid is verwoord in tal van beleidsplannen het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 5.3.1

Omgevingsvisie Gemeente Groningen ‘Levende Ruimte’

5.3.1.1 Algemeen Groningen kiest ervoor de groei op te vangen in de bestaande stad en de groene ruimte tussen de stad en de omliggende dorpen open te houden. Met de visie wordt ontwikkeling mogelijk gemaakt, maar ook het verleden gekoesterd. Groningen blijft een compacte stad in een rijk cultuurlandschap. De omgevingsvisie ‘Levende Ruimte’ (december 2021) is een actualisatie van de structuurvisie ‘The Next City’ uit 2018. In de omgevingsvisie ‘Levende Ruimte’ staan de keuzes die Groningen maakt om richting te geven aan hoe de gemeente er over 15 jaar uitziet. Er zijn een aantal nieuwe thema’s op de agenda gezet. Denk hierbij aan de kwaliteit van het natuur- en cultuurhistorisch landschap, duurzame landbouw, de vrijetijdseconomie en de sociaal-economische vitaliteit en leefbaarheid van de dorpen in het landelijk gebied. Keuzes op het gebied van mobiliteit kregen een prominente plek in de visie. 5.3.1.2 Van opgaven naar strategie In The Next City (2018) presenteerde de gemeente de vijf belangrijkste opgaven voor de gemeente: 1. 2. 3. 4. 5.

Faciliteren groei van de gemeente. De werkgelegenheid groeit mee in stad en regio. De groeiende gemeente blijft leefbaar, veilig en aantrekkelijk voor álle inwoners. De energietransitie wordt versneld. Iedereen doet mee en helpt mee in een gezonde groeiende gemeente.

Deze opgaven zijn vertaald naar strategieën. Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn de volgende opgaven en strategieën van belang: Faciliteren groei van de gemeente • • • • • • •

Vasthouden aan de compacte stad, niet extra in het buitengebied bouwen. Ontwikkelen langs de radialen die stad en ommeland verbinden en bij knooppunten van openbaar vervoer. Mogelijk maken van een verdere groei van het OV en terugdringen van de dominante rol van de auto. Benutten van ontwikkelzones om de wijken aan elkaar te hechten. Ontwikkelen gemengde stedelijke gebieden. Benutten en beschermen van bestaande kwaliteiten en zorgdragen voor cultuurhistorische, natuur- en landschappelijke waarden. Meegroeien van voorzieningen, passend bij specifieke behoeften van wijken en dorpen.

In de dorpen wil de gemeente beperkt ruimte bieden voor woningbouw. Voorwaarde is dat het gaat om goede en breed gedragen initiatieven, die passen bij de vraag, schaal en uitstraling van het dorp. De gemeente houdt het groene gebied tussen Groningen en Ten Boer en tussen Groningen en Haren

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Kindcentrum Woltersum

open. In overeenstemming met de ‘Bestuursovereenkomst herindeling Groningen-Ten Boer-Haren’ staat de gemeente hier in elk geval tot 2040 geen nieuwbouw toe. Bij het ontwikkelen van nieuwe woningbouwlocaties houdt de gemeente vanaf het begin sterker rekening met de leefkwaliteit. Dat doet ze door zo veel mogelijk parkeeroplossingen op eigen terrein te eisen, door de bestaande groencompensatieregeling verder aan te scherpen en door cultuurhistorische waarden te integreren. Ze faciliteert een duurzame groei van de gemeente: alle nieuwbouw is aardgasloos en nul-op-de-meter of energieleverend, en klimaatbestendig. De groeiende gemeente blijft leefbaar, veilig en aantrekkelijk voor álle inwoners. • • • • • • • • • •

Zorgen voor een aangename en toegankelijke openbare ruimte. Creëren van meer en diverser groen, bereikbaarder groen en beleefbaarder groen dat ook bijdraagt aan de biodiversiteit. Bestaand waardevol groen beter integreren in de bouwplannen. Versterken van de sociale structuur in de dorpen. Beter benutten van de economische potentie en belevingswaarde van het water. In toom houden van de hoge recreatiedruk in gebieden waar spanning ontstaat met ecologische waarden. Gebruik maken van de kwaliteiten van het landschap en historische structuren als onderlegger bij nieuwe ontwikkelingen. Versterken van de langzame verbindingen in onze gemeente. Voorbereiden op een duurzame ontwikkeling: klimaatadaptie, natuur, biodiversiteit en contrast tussen stad en landelijk gebied. Vasthouden aan een ambitieus kunst- en cultuurbeleid.

Bestaande, goed gewaardeerde, groene ruimten houdt de gemeente open. Dit gaat zowel om openbaar als privaat groen. De manier waarop de gemeente dit doet, wordt beschreven in de regeling Natuurinclusief Bouwen. Ze bekijken met welke planologische maatregelen een klimaatbestendige inrichting van privéterreinen (bijvoorbeeld minder verharding) kunnen bevorderen. In de dorpen in het gebied Ten Boer actualiseert de gemeente jaarlijks samen met de inwoners de dorpsvisies en vertalen deze naar uitvoeringsplannen per dorp. Zo krijgen de bewoners meer regie op hun leefomgeving. Om sturing te geven aan de complexe opgave in Ten Boer gaat de een gebiedsontwikkelkader opstellen voor het dorp. 5.3.1.3 Gebied Ten Boer In het noordoostelijke deel van de gemeente ligt het gebied van de voormalige gemeente Ten Boer. Het gebied wordt gekenmerkt door haar kleinschalige, unieke en vitale dorpen, met haar cultuurhistorische waarden zoals het eeuwenoude wierdenlandschap, de Fivel, de kerk van Garmerwolde en het klooster Wittewierum. De eigenheid van de negen dorpen wordt gekoesterd door haar inwoners. Dit betekent dat elk dorp anders is, zowel ruimtelijk, sociaal als demografisch. Het groene en open landschap maakt het gebied een tegenpool van de drukke stad en biedt ruimte voor de agrarische sector en de vrijetijdseconomie.

De afstand tot de stad en de uitstekende bereikbaarheid maken Ten Boer tot een ideale uitvalsbasis voor mensen die werken in de stad en willen wonen in een landelijk woonmilieu. Omzien naar elkaar, gecombineerd met een sterke saamhorigheid en voorzieningen zorgen ervoor dat kinderen in een veilige omgeving op kunnen groeien en ouderen kunnen blijven wonen in hun dorp. Noodzakelijk om de leefbaarheid in dit gebied op peil te houden, is het versterken van bestaande voorzieningen, het realiseren van nieuwe voorzieningen, zoals snel internet in het buitengebied, en kleinschalige woningbouw in de dorpen. Tegelijkertijd zorgen nieuwe vormen van mobiliteit, zoals de e-bike, ervoor dat het verzorgingsgebied van de voorzieningen groter wordt. De agrarische sector staat onder druk doordat een deel van de sector met moeizame bedrijfsopvolging kampt. De zware opgave om de CO2 uitstoot terug te brengen, is een factor van belang op de ervaren druk in de sector. In de toekomst kan dit leiden tot een toename van vrijkomende agrarische bebouwing. De komende jaren zal de gemeente hierop een antwoord moeten formuleren, in samenhang met het provinciaal beleid. De grootste opgaven voor het gebied Ten Boer zijn: • • •

Leid het versterkingsproces in goede banen. Vergroot de leefbaarheid in het gebied en de dorpen. Realiseer de vastgestelde dorpsvisies samen met de bewoners.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Kindcentrum Woltersum

• • • • •

Betrek bewoners bij gebiedsontwikkelingen en bij het formuleren van beleidsdoelen die ook hun weerslag vinden in het gebied. Maak vanuit de stad meer gebruik van de kwaliteiten die Ten Boer biedt. Bied ruimte voor functieverandering van de agrarische sector en stimuleer lokaal voedsel. Blijf investeren in dorpsvernieuwing, ook na de versterkingsopgave. Versterk het landschap, maak ruimte voor water en stimuleer recreatie en toerisme, natuurontwikkeling en de beleving van het gebied in het algemeen.

5.3.1.5 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Het voornemen vindt plaats op een braakliggend grasland in de kern van Woltersum. Binnen het projectgebied wordt een vervangend multifunctioneel kindcentrum gebouwd voor onderwijs met een peuterspeelzaal. Het nieuwe kindcentrum is toekomstbestendig en vervangt het verouderde kindcentrum aan de Kerkpad 10 in Woltersum, dat niet geschikt bleek voor versterking in het kader van de aardbevingsproblematiek. Het kindcentrum zorgt voor dynamiek in Woltersum en zorgt ervoor dat er voorzieningen aanwezig blijven binnen het dorp. Het nieuwe kindcentrum heeft daarnaast ook een capaciteit van circa 50 kinderen terwijl de huidige een capaciteit heeft van circa 30 kinderen, waarmee ook een kleine hoeveelheid groei kan worden gefaciliteerd. Het voornemen is daarmee passend in de Omgevingsvisie van de gemeente Groningen. 5.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4910/documents/84310