CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Onderbouwing omgevingsplanwijziging De Suikerzijde deelgebied Noord

gemeenteraad 16 september 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: 5i: Vaststelling Omgevingsplanwijziging 4 gemeente Groningen (raadsvoorstel 24-06-26)26.028 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

14 september 2021: Het college van Gedeputeerde Staten verleent de gevraagde ontheffing aan de gemeente Groningen voor geoorde fuut, diverse weidevogelsoorten, watervleermuis, meervleermuis en poelkikker. 1 oktober 2021: Een bezwaarschrift is ingediend tegen de verleende ontheffing. 18 november 2021: De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland schorst het bestreden besluit tot 6 weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. 21 december 2021: Het college van Gedeputeerde Staten wijzigt het bestreden primaire besluit naar aanleiding van de uitspraak van de voorzieningenrechter. 28 januari 2022: Een openbare hoorzitting vindt plaats van de provinciale bezwarencommissie. 4 april 2022: De bezwarencommissie adviseert de bezwaren ongegrond te verklaren. 13 april 2022: Het college van Gedeputeerde Staten neemt een besluit op bezwaar conform het advies van de bezwarencommissie. 8 juli 2022: De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland schorst het bestreden besluit tot 6 weken na de uitspraak in de beroepsprocedure. 19 juli 2022: De rechtbank Noord-Nederland vraagt de Stichting Advisering Bestuursrecht (StAB) om een onderzoek in te stellen en advies uit te brengen. 20 december 2022: De StAB brengt haar advies uit aan de rechtbank. Dit advies geeft aanleiding voor nader overleg tussen de gemeente Groningen, bezwaarmakers en de provincie.

6 juli 2023: Het college van Gedeputeerde Staten besluit het besluit op bezwaar van 13 april 2022 te herzien en het besluit van 21 december 2021 te wijzigen. De aangevraagde ontheffing voor het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten ten aanzien van weidevogels wordt afgewezen, omdat bij het gewijzigde compensatieplan geen leefgebied van weidevogels wordt aangetast. 42 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord Het gewijzigde natuurcompensatieplan, zoals beschreven in het 'Plan van aanpak gewijzigde compensatie De Suikerzijde deelgebied noord' van 22 mei 2023 (zie Bijlage 10), houdt in dat compensatie voor vleermuizen niet langer plaatsvindt in polder De Oude Held, maar wordt verplaatst naar: Het bestaande compensatiegebied 1 in het zuidelijk deelgebied van De Suikerzijde (7 ha, reeds gerealiseerd in 2020/2021); Een nieuw park in het noordelijk deelgebied van De Suikerzijde (5 ha); De resterende 2 ha wordt ingevuld in het Westpark (Skivijver) en de vijvers in de wijk De Held (Merodegraft). Met deze wijziging is er geen sprake meer van aantasting van leefgebied van weidevogels. De compensatieopgave voor vleermuizen blijft 14 hectare, maar wordt nu anders ingevuld conform het gewijzigde compensatieplan en de ecologische onderbouwing in de notitie "Alternatief compensatie De Suikerzijde" (Regelink Ecologie & Landschap, 26 april 2023).

Soortenbescherming Naast de voorgaande ontheffing is een actualisatie uitgevoerd naar de huidige ecologische situatie van het gebied van De Suikerzijde. Binnen deze actualisatie zijn de plannen ook opnieuw getoetst aan de Omgevingswet. Uit de actualisatie van 27 november 2024 van Altenburg & Wymenga (zie Bijlage 11) komt naar voren dat het plangebied van belang is voor verschillende beschermde soorten. De ontheffing die is verleend door de provincie Groningen (herzien besluit op bezwaar d.d. 6 juli 2023, documentnummer 2023-069323) stelt specifieke voorwaarden en fasering voor de uitvoering van werkzaamheden om te waarborgen dat er steeds voldoende geschikt leefgebied voor beschermde soorten aanwezig blijft. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de gewijzigde voorschriften 5 t/m 11, 15 t/m 22 en 27 van de ontheffing. Monitoring van de effectiviteit van de compensatiemaatregelen is onderdeel van deze voorwaarden, zoals vastgelegd in voorschriften 19 t/m 22. Voor het volledige besluit wordt verwezen naar Bijlage 12. De komst van compensatiemaatregelen voor de beschermde soorten zijn geborgd door de ontheffing. Na de tot stand koming van deze compensatiemaatregelen zijn de beschermde soorten blijvend beschermd vanuit de soortenbescherming van de Omgevingswet. Het besluit is onherroepellijk en daarmee zijn de flora- en fauna-activiteiten voor deelgebied Noord juridisch geborgd.

Daarnaast is de natuurcompensatie in het park onlosmakelijk onderdeel van het stedenbouwkundig plan. Ook is de gemeente Groningen eigenaar van de gronden. Hiermee is de komst en behoud van de genoemde compensatiemaatregelen voldoende geborgd. Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt op een afstand van meer dan 4 kilometer van een Natura 2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied betreft het Leekstermeergebied, welke niet gevoelig is voor stikstofdepositie. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied (Drentsche Aa-gebied) ligt op ongeveer 8 kilometer afstand van het plangebied (zie hieronder 'stikstof'). De verhoging van het programma in deelgebied noord bevindt zich buiten de Natura 2000-gebieden en heeft geen directe effecten op ruimtebeslag of versnippering. Door de afstand van 1,9 km tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Leekstermeergebied, vindt er geen verstoring plaats die negatieve effecten zou hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. Dit blijkt uit de oplegnotitie MER en de voortoets Natura 2000-gebieden (Bijlage 1 en Bijlage 13). Hiertussen liggen diverse (snel)wegen, bebouwing en agrarische percelen. Het deelgebied ligt niet in of nabij het NNN, een bijzonder natuurgebied of een bijzonder landschap. Voor de geluidseffecten op het Leekstermeergebied is onderzoek gedaan in het kader van de oplegnotitie MER.

De conclusie hieruit is dat het aanpassen van de programmering geen nadelige effecten heeft op de Natura 2000-gebied. Zie ook paragraaf 4.1.2. 43 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord Figuur 4.2: Natuurgebieden ten opzichte van het deelgebied Stikstof Er is een voortoets opgesteld om inzicht te geven in de effecten van het plan op Natura 2000-gebieden. De inhoud van deze voortoets wordt hierna kort weergegeven. De voortoets is bijgevoegd als Bijlage 13. Met het voornemen wordt er een vergrote programmering mogelijk gemaakt. Om vast te stellen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is er een stikstofonderzoek uitgevoerd. Er is geen toename van stikstofdepositie berekend tijdens de gebruiksfase (hoger dan 0,00 mol N/ha/j). Significante effecten van de beoogde activiteiten op stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden kunnen op voorhand worden uitgesloten. Er is daarmee voor het onderdeel stikstofdepositie geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig. SES Het gewijzigde planvoornemen leidt, net zoals in het planvoornemen uit 2021, tot een betere verbinding tussen de bestaande SES-gebieden Westpark en Stadspark. Het toevoegen van programma in deelgebied Noord heeft geen invloed op de doelstellingen van de SES. De SES wordt ook behandeld in de oplegnotitie MER (zie Bijlage 1).

44 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord Het vervolg op de SES, het omgevingsprogramma Gemeentelijk Ecologische Structuur (GES), is op moment van schrijven in de ontwerp fase. Deze is formeel nog niet vastgesteld. Ook bij toetsing hieraan heeft het toevoegen van programma geen invloed op de doelstelling van de GES. 4.10.3 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het omgevingsaspect ecologie. 4.11 Groen 4.11.1 Wettelijk kader De borging van de omvang en de kwaliteit van het groen valt onder de verantwoordelijkheid van decentrale overheden. Omgevingsverordening provincie Groningen De omgevingsverordening heeft in afdeling 4.5 regels opgenomen over het vellen en herbeplanting van houtopstanden. Gemeentelijk beleid De gemeente Groningen beschikt over het Beleidskader Natuurinclusief Bouwen en de beleidsregel natuurinclusief bouwen gemeente Groningen conform Omgevingswet. Het beleidskader en de bijbehorende beleidsregel richten zich op het versterken van biodiversiteit van ruimtelijke ontwikkelingen die niet in de openbare ruimte worden gerealiseerd. De beleidsregel geldt alleen voor bouwplannen waarbij sprake is van nieuwbouw en waarvoor de omgevingsvergunning 'Buitenplanse omgevingsplanactiviteit' nodig is. In artikel 1 van de beleidsregel is uitgelegd wat onder bouwplan en nieuwbouw wordt verstaan.

Op 11 november 2025 heeft de gemeente Groningen het omgevingsprogramma groennormen vastgesteld. De groennormen stellen de minimale hoeveelheid groen verplicht die bij ruimtelijke ontwikkelingen aanwezig moet zijn. Het omgevingsprogramma is ingevolge de inwerkingtredingsbepaling enkel van toepassing op projecten vanaf 1 december 2025. Vooroverleggen en privaatrechtelijke afspraken die vóór die datum zijn ingediend respectievelijk gesloten, vallen buiten het toepassingsbereik van het omgevingsprogramma groennormen. Het onderhavige project was reeds voor 1 december 2025 in voorbereiding en valt daarmee buiten het toepassingsbereik. 4.11.2 Toetsing initiatief aan omgevingsaspect Openbare ruimte Zoals in beschreven paragraaf 4.10 draagt deelgebied Noord bij aan de ontwikkeling van de SES. De exacte invulling van het groen in de openbare ruimte is nog in ontwikkeling. Wel zijn de hoofdstructuren voor groen en water bekend. In paragraaf 2.3 is in de afbeelding van het stedenbouwkundige plan te zien waar de groen-blauwstructuren gevormd worden. Ook is beschreven dat de wegen, straten en paden met veel ruimte voor groen worden ingericht. In het beeldkwaliteitsplan is nader uitgewerkt hoe de groenstructuur er in hoofdlijnen per soort straat uit komt te zien. Het beeldkwaliteitsplan is toegevoegd als Bijlage 15.

Beleidsregel natuurinclusief bouwen Bij het ontwikkelen van de bouwvelden worden bouwplannen getoetst aan de beleidsregel natuurinclusief bouwen van de gemeente Groningen. 45 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord 4.11.3 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met de omgevingsaspect groen. 4.12 Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.12.1 Wettelijk kader In deze paragraaf wordt behandeld wanneer bij het toestaan van een activiteit in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden met de aanwezige cultureel erfgoed en werelderfgoed. Cultureel erfgoed betreft monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. Werelderfgoed betreft het op het grondgebied van Nederland gelegen cultureel en natuurlijk erfgoed dat op grond van het werelderfgoedverdrag is opgenomen in de Lijst van het Werelderfgoed. Besluit kwaliteit leefomgeving De Omgevingswet verplicht gemeenten om in het omgevingsplan rekening te houden met cultureel erfgoed, waaronder archeologische monumenten.

De wetgever heeft in het Bkl een instructieregel gesteld aan provincie Groningen met het oog op het opnemen van regels in de provinciale omgevingsverordening over het behoud van werelderfgoed en cultureel erfgoed (artikel 7.4 Bkl). Het Bkl bevat ook instructieregels voor gemeenten over het behoud van cultureel erfgoed (artikel 5.130 Bkl). Daarnaast hebben initiatiefnemers op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Archeologie Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Bij het voornemen om een activiteit te verrichten die effect heeft op de bodem is het van belang dat een onderzoek naar archeologie (archeologisch vooronderzoek) plaatsvindt. Als uit het vooronderzoek blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden om hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap.

Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. Omgevingsverordening provincie Groningen (POV) Afdeling 3.2 (Omgevingskwaliteit) De provincie heeft in afdeling 3.2 (instructie)regels opgenomen voor het beschermen van cultuurhistorisch erfgoed, voor zover het gaat over de hoofdvorm van de karakteristieke en beeldbepalende gebouwen in het buitengebied en het aardbevingsgebied. De provincie heeft het slopen van een karakteristiek gebouw als omgevingsplanactiviteit aangewezen (artikel 3.5) en een instructieregel opgenomen voor gemeenten om in het omgevingsplan regels te stellen ter bescherming van de hoofdvorm van karakteristieke en beeldbepalende gebouwen (artikel 3.6). Ook bij de wijziging van een functie in het buitengebied in het omgevingsplan moet de gemeente inzichtelijke maken of het past binnen de bestaande stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van het gebied (artikel 3.7). 46 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord Afdeling 3.6 (Landschap) De provincie heeft in afdeling 3.6 regels opgenomen ter bescherming van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden. In paragraaf 3.6.2 staan instructieregels die betrekking hebben op de bescherming van landschappen, zoals essen, esgehuchten en wierden.

4.12.2 Toetsing initiatief aan omgevingsaspect Archeologie Het omgevingsplan wijst een deel van het plangebied aan met de functie-aanduiding 'aandachtsgebied archeologische verwachting'. De rest van het plangebied is reeds vrijgegeven en heeft daarmee geen archeologische verwachtingen welke een belemmering vormen voor het voornemen. Ten tijden van de nadere ontwikkeling van het deelgebied dienen de regels binnen het aandachtsgebied archeologische verwachting in acht te worden gehouden. Het gaat hierbij vooral om de regels uit hoofdstuk 19 (beoordelingsregels cultureel erfgoed) van het omgevingsplan gemeente Groningen. Hiermee zijn archeologische verwachtingen in voldoende mate beschermd. In onderstaande afbeelding is de functie-aanduiding 'aandachtsgebied archeologische verwachting' weergegeven in het plangebied. Figuur 4.3: Uitsnede functie-aanduiding 'aandachtsgebied archeologische verwachtingen' in het groen (bron: omgevingsplan gemeente Groningen) Cultuurhistorie en landschap Tevens is het gebied op de cultuurhistorische waardenkaart (CWK) opgenomen als 'Archeologische Zone: Rug van Tynaarlo' met een hoge verwachting op archeologische waarden'. Hiervoor dient te worden aangetoond dat de ingrepen geen archeologische waarden verstoren.

Mochten bij de planontwikkeling de mogelijk aanwezige archeologische waarden niet kunnen worden ontzien, wordt volgens het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) vervolgonderzoek vereist. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart weergegeven. 47 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord Figuur 4.4: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart (bron: Gemeente Groningen) 4.12.3 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het omgevingsaspect archeologie, cultuurhistorie en landschap. 4.13 Trillinghinder 4.13.1 Wettelijk kader Besluit kwaliteit leefomgeving In paragraaf 5.1.4.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving staan instructieregels over trillingen in kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu. De Omgevingswet beschermt trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen tegen trillingen van activiteiten. Deze paragraaf is van toepassing bij: activiteiten, anders dan wonen, die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaken in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw (artikel 5.79 lid 1 sub a Bkl); of trillinggevoelige gebouwen waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaakt door een activiteit, anders dan wonen (artikel 5.79 lid 1 sub b Bkl). Bij sommige situaties is paragraaf 5.1.4.4.

van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet van toepassing. De uitzonderingsgevallen staan beschreven in artikel 5.79 lid 2 van het Bkl. Trillinggevoelige gebouwen (artikel 5.80 Bkl) en trillinggevoelige ruimten (artikel 5.81 Bkl) zijn gedefinieerd in het Bkl. Trillinggevoelige gebouwen (artikel 5.80 Bkl) Een trillinggevoelige gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; gezondheidszorgfuncties met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of bijeenkomstfuncties voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Trillinggevoelige ruimten (artikel 5.81 Bkl) Een trillinggevoelige ruimte is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een: woonfunctie of bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van die woonfunctie; 48 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord onderwijsfunctie; gezondheidszorgfunctie met bedgebied of bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van die gezondheidszorgfunctie; bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met een bedgebied. Er zijn twee soorten activiteiten die trillingen kunnen veroorzaken op trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen (artikel 5.82 Bkl): de activiteiten die staan in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteit leefomgeving.

als meerdere activiteiten op dezelfde locatie worden verricht en die rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan of elkaar functioneel ondersteunen. De gemeente moet in haar omgevingsplan rekening houden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen. De gemeente mag in het omgevingsplan alleen activiteiten toestaan waarbij trillingen ontstaan als deze aanvaardbaar zijn. Hiervoor moeten standaardwaarden worden opgenomen in het omgevingsplan (artikelen 5.83 t/m 5.89 Bkl). Omgevingsplan Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn via de Bruidsschat artikelen over trillingen in het tijdelijk deel omgevingsplan van rechtswege terechtgekomen. Deze artikelen hebben betrekkingen op andere activiteiten dan de activiteiten die staan benoemd in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In paragraaf 32.3.5 van het omgevingsplan staan artikelen die in acht moeten worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een activiteit waarbij trillingen kunnen ontstaan. Omgevingsverordening provincie Groningen (POV) De provincie heeft in de omgevingsverordening geen (instructie)regels opgenomen over activiteiten die trillingen veroorzaken op trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen of op trillinggevoelige gebouwen.

4.13.2 Toetsing initiatief aan omgevingsaspect Trillinghinder is onderzocht in het kader van de oplegnotitie MER. Uit aanvullend onderzoek van Noorman in 2025 is gebleken dat voor het ontwikkelscenario met 2.500 woningen in deelgebied Noord dezelfde conclusie kan worden getrokken als in 2020: aan de in de trillingsrichtlijn vastgelegde streefwaarden kan worden voldaan. Trillingshinder vanwege spoorwegverkeer is niet te verwachten. Verwezen wordt naar de conclusies uit de oplegnotitie (zie Bijlage 1). De conclusies uit de oplegnotitie zijn gebaseerd op het onderzoek naar spoorwegtrillingen (zie Bijlage 14). 4.13.3 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het omgevingsaspect trillinghinder. 49 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord 4.14 Water 4.14.1 Wettelijk kader In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij het toestaan van een activiteit in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het omgevingsaspect water. Voorafgaand aan het toestaan van een activiteit is het verplicht om bij het toestaan van een nieuwe activiteit de gevolgen voor de waterhuishouding in beeld te brengen. Het is onwenselijk als een activiteit effect heeft op de waterkwaliteit, waterhoeveelheid en waterveiligheid. Oppervlaktewater Het water in meren, sloten, plassen, vijvers, kanalen, beekjes en rivieren wordt beschouwd als oppervlaktewater.

Het is voor de mens van belang dat de kwaliteit van oppervlaktewater goed is. Het oppervlaktewater wordt ook gebruikt voor de winning van drinkwater. Het rijk, de provincies en de waterschappen zijn verantwoordelijk voor het halen van de waterkwaliteitsdoelen. Grondwater Grondwater is een onderdeel van het watersysteem en valt daardoor onder het waterbeheer. Grondwater heeft verschillende functies. Voor de bodem heeft grondwater bijvoorbeeld een dragende functie en is het van belang voor natuur, landbouw, drinkwaterwinning en energievoorziening. Het grondwaterbeheer is een interbestuurlijke verantwoordelijkheid. Dit betekent dat het rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen zorgdragen voor de kwaliteit van grondwater. Kaderrichtlijn Water (KRW) De Kaderrichtlijn Water is een Europese richtlijn. De doelstelling van de KRW is het realiseren en het behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. In 2027 moeten alle Europese lidstaten de doelstelling van de KRW hebben gerealiseerd. Grondwaterrichtlijn (GWR) De Grondwaterrichtlijn bevat normen voor de goede chemische toestand van grondwater. Dit is een Europese norm die is omgezet naar Nederlandse normen. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft de wetgever een omgevingswaarde vastgesteld om de kwaliteit van grondwater te borgen.

Dit is de omgevingswaarde 'een goede chemische toestand grondwaterlichaam' (artikel 2.14 Bkl). Deze omgevingswaarde bestaat uit verschillende omgevingswaarden per parameter. De KRW en de GWR zijn verwerkt in de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit Leefomgeving. Besluit kwaliteit leefomgeving De wetgever heeft in het Besluit kwaliteit leefomgeving omgevingswaarden gesteld voor oppervlaktewater en grondwater. Deze omgevingswaarden die gelden voor oppervlaktewater zien onder andere op 'een goede chemische toestand' (artikel 2.10 Bkl) en op 'een goede ecologische toestand' (artikel 2.11 Bkl). De omgevingswaarden die gelden voor grondwater gaan over 'een goede kwantitatieve toestand' (artikel 2.13 Bkl) en op 'een goede chemische toestand (artikel 2.14 Bkl). Ook heeft de wetgever een omgevingswaarde vastgesteld voor het winnen van water (artikel 2.15 Bkl) en een omgevingswaarde voor de kwaliteit van een zwemlocatie (artikel 2.19 Bkl). De provincie kan in haar omgevingsverordening aanvullende omgevingswaarden of afwijkende omgevingswaarden die strenger zijn dan de rijksomgevingswaarden opnemen (artikel 2.9 lid 3 Bkl).

50 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat verder instructieregels voor het waterschap (hoofdstuk 6) en de provincie (hoofdstuk 7) over het opnemen van (beoordelings)regels voor activiteiten in hun verordeningen die gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. Verder heeft de wetgever regels gesteld die in acht moeten worden genomen bij de behandeling van de aanvraag voor omgevingsvergunning 'milieubelastende activiteit' waarbij negatieve gevolgen voor de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater kan ontstaan. De wetgever heeft ook regels gesteld voor de behandeling van de aanvraag voor omgevingsvergunning 'wateractiviteit', 'lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam' en 'wateronttrekkingsactiviteit'. Omgevingsverordening provincie Groningen (POV) De provincie heeft in haar omgevingsverordening (instructie)regels opgenomen die zien op de bescherming van de kwaliteit van grondwater en de kwaliteit van water in waterwingebieden. Ook heeft de provincie grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen die gemeenten in acht moet nemen in het omgevingsplan (artikel 4.31 Pov). De grondwaterbeschermingsgebieden bestaan uit: waterwingebieden, grondwaterbeschermingszones en gebieden met verbod op fysische bodemaantasting.

Een aantal instructieregels is: de gemeente mag in haar omgevingsplan op een locatie een activiteit toestaan waarbij grondwater wordt gewonnen en opgeslagen (artikel 3.14 Pov); de gemeente mag in haar omgevingsplan niet toestaan dat in een grondwaterbeschermingsgebied (aangewezen door de provincie) as mag worden verstrooid (artikel 3.110 Pov); de gemeente mag in haar omgevingsplan geen milieubelastende activiteiten toestaan op locaties die gevolgen hebben in de ondergrond van een grondwaterbeschermingsgebied (artikel 3.34 Pov). het is verboden om in een waterwingebied milieubelastende activiteiten toe te staan (artikel 4.47 Pov). Waterschapsverordening Noorderzijlvest In de waterschapsverordening staan regels over activiteiten van burgers, bedrijven en mede-overheden die van invloed zijn op het watersysteem, de waterveiligheid en de zuiveringtechnische werken (rioolwaterzuiveringsinstallaties, RWZI). De waterschapsverordening bevat regels (hoofdstuk 3, afdeling 3.4) voor activiteiten waarbij grondwater wordt onttrokken of waarbij water in de bodem wordt geïnfiltreerd. Lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk zijn geregeld in bijlage 5 bij de verordening.

Gemeentelijke regels Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet had de gemeenteraad op grond van artikel 10.32a van de Wet Milieubeheer de mogelijkheid om een verordening vast te stellen over de afvoer van hemel- en grondwater. Verordening afvoer hemel- en grondwater Groningen 2023 De gemeenteraad heeft op 20 december 2023 de 'Verordening afvoer hemel- en grondwater' vastgesteld. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de verordening via het overgangsrecht onderdeel geworden van het tijdelijk deel omgevingsplan van rechtswege (artikel 1.5 Vangnetregeling Omgevingswet en artikel 4.4 Invoeringswet Omgevingswet). De verordening bevat regels over de afvoer van hemel- en grondwater. Het is bijvoorbeeld verboden om in een hemel- en grondwaterscheidingsgebied hemel- en grondwater te lozen in het openbaar vuilwaterriool (artikel 2). Ook is het bij de toename van de bebouwd oppervlakte door nieuwbouw verboden om hemelwater te lozen in een openbaar riool. Het hemelwater mag alleen worden geloosd in een openbaar 51 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord riool als de burger, ondernemer of organisatie het hemelwater eerst loost op een hemelwaterberging (artikel 3).

4.14.2 Toetsing initiatief aan omgevingsaspect Hemelwaterafvoer Als gevolg van een wijziging van de plannen voor de natuurcompensatie, zal meer ruimte worden gemaakt voor water aan de westkant van deelgebied Noord. De totale verharding zal daarmee verkleinen. Bovendien zorgt het extra wateroppervlakte voor meer waterberging. Er heeft afstemming plaatsgevonden met het waterschap ten behoeve van deze aanpassing. De aanpassingen zijn mogelijk binnen het huidige planologische regime, er wordt met onderliggende wijziging van het omgevingsplan geen aanpassingen aan de planologische kaders doorgevoerd. Huishoudelijk afvalwater Als gevolg van het gewijzigde woningbouwprogramma, met relatief meer kleine woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens, daalt de gemiddelde woningbezetting naar circa 2,5 persoon per woning. De totale dwa bedraagt daarmee circa 80 m³/u, vergelijkbaar met de eerder berekende situatie op basis van 2.000 woningen bij een woningbezetting van 3 personen. De vergroting van het woningbouwprogramma leidt daarmee niet tot een substantiële toename van het huishoudelijk afvalwater. Nadelige effecten voor het rioolstelsel, de persleiding en de RWZI van waterschap Noorderzijlvest zijn niet te verwachten. Waterschap Noorderzijlvest heeft met deze conclusie ingestemd. 4.14.3 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het omgevingsaspect water.

4.15 Verkeer, parkeren en infrastructuur 4.15.1 Wettelijk kader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 744 'Parkeerkencijfers 2024' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis op het gebied van verkeer en parkeren. De kerncijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaring van gemeenten. De kerncijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeersgeneratie. Hierbij wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is een bandbreedte. Omgevingsverordening provincie Groningen (POV) De provincie heeft in haar omgevingsverordening (instructie)regels opgenomen over de infrastructuur. In afdeling 3.9 staan artikelen die gaan over het beheer van de infrastructuur en het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten. De afdelingen 4.10 en 4.11 gaan over activiteiten die worden uitgevoerd gevolgen hebben op provinciale vaarwegen en wegen.

Gemeentelijke regels De gemeente heeft beleid en regels over de realisatie van het behoud van voldoende parkeerplaatsen in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen. Het tijdelijk deel omgevingsplan – waarvan het voormalige bestemmingsplan Facetherziening Parkeren onderdeel van is – bevat regels over het verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die ziet op de realisatie van een gebouw (artikel 4). De omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit wordt in beginsel alleen verleend als bij het initiatief in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's. Bij de beoordeling van de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit moet de 52 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord beleidsregel 'Parkeernormen 2024' in acht worden genomen. 4.15.2 Toetsing initiatief aan omgevingsaspect Verkeer Met het voornemen wordt er meer programmering toegelaten welke verkeer kan aantrekken. In de MER van 2020 is er ten behoeve van De Suikerzijde deelgebied Noord een verkeersmodellering uitgevoerd met het verkeersmodel GroningenPlus. Na 2020 is door de gemeente Groningen een nieuw verkeersmodel ontwikkeld, het model GroVem 2.0. Anders dan GroningenPlus is GroVem 2.0 een multimodaal model, wat inhoudt dat behalve autoverkeer ook fietsverkeer en openbaar vervoer worden meegenomen.

Bij het ontwikkelen van het model GroVem 2.0 zijn actuele gegevens over verkeersbewegingen en ruimtelijke ontwikkelingen gebruikt. Hier is in het ruimtelijk-verkeerskundige structuur van het stedenbouwkundig plan al rekening mee gehouden. Berekeningen met het model GroVem 2.0 voor een referentiesituatie met geen woningen in Deelgebied Noord tonen andere intensiteiten dan in het verkeersonderzoek uit 2020. Opvallend is dat de intensiteiten op het Hoendiep hoger zijn, en op de Johan van Zwedenlaan lager. Op het wegvak Hoendiep-West zijn de intensiteiten vergelijkbaar. In onderstaande tabel zijn de verkeersintensiteiten weergegeven. Tabel 4.3 - Verkeersinsiteiten deelgebied Noord (bron: oplegnotitie MER) Locatie | Referentiesituatie 0 woningen | Referentiesituatie 0 woningen onderzoek 2020 | onderzoek 2025 1. Hoendiep Diamantlaan (de | 600 | 0 noordoostelijke weg vanuit Deelgebied Noord (in 2020 “Toegang Energieweg West” genoemd) 5. J. van Zwedenlaan Noord | 0 | 0 (aansluiting vanuit Deelgebied Noord) (in 2020 “Toegang Deelgebied Noord West” genoemd) 10. Hoendiep tussen Diamantlaan | 14.700 | 8.600 en Energieweg (in 2020 “Hoendiep Oost” genoemd) 15. J. van Zwedenlaan ten zuiden | 4.900 | 7.800 spoor 16. J van Zwedenlaan ten noorden | 8.100 | 11.000 spoor 17.

Hoendiep tussen Diamantlaan | 8.000 | 7.200 en Delfiaweg (in 2020 “Hoendiep West” genoemd) De bereikbaarheid van gemotoriseerd verkeer en verkeersveiligheid zijn, ten opzichte van het MER van 2020, bijgesteld van beperkt negatief naar negatief. Voor de bereikbaarheid van langzaam verkeer en OV blijft de beoordeling beperkt positief. De negatieve effectbeoordeling van de bereikbaarheid van gemotoriseerd verkeer en verkeersveiligheid zijn logischerwijs het gevolg van de vergroting van het programma. Deze effecten komen overeen met de score in het MER voor de structuurvisie voor scenario 'hoog'. In de oplegnotitie MER in Bijlage 1 is het omgevingsaspect verkeer nader toegelicht. 53 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord Parkeren De Suikerzijde valt onder de ontwikkelzones uit de beleidsregel parkeernormen 2024 (artikel 8). Hiervoor zijn separaat parkeernormen uitgewerkt. Voor deelgebied Noord gelden de parkeernormen van zone B (met betaald parkeren). Bij verdere ontwikkeling van de bouwvelden dient te worden voldaan aan de geldende parkeernormen. 4.15.3 Conclusie Het voornemen houdt voldoende rekening met verkeer, parkeren en infrastructuur. Het initiatief is niet in strijd met het omgevingsaspect verkeer, parkeren en infrastructuur.

4.16 Gezondheid 4.16.1 Wettelijk kader Bij het toestaan van een activiteit moet rekening worden gehouden met het omgevingsaspect gezondheid. Het omgevingsaspect gezondheid ziet op de bescherming van gezondheid en het bevorderen van gezondheid. Het beschermen van gezondheid houdt in dat het onwenselijk is als bij het toestaan van een activiteit ernstige nadelige of mogelijke nadelige gevolgen voor de gezondheid ontstaan. Het bevorderen van gezondheid houdt in dat het wenselijk is om activiteiten toe te staan waardoor sporten en ontspanning (positieve gezondheid) wordt bevorderd. Het borgen en beschermen van gezondheid volgt uit artikel 1.3 sub a van de Omgevingswet. Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit is een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten 'veilige en gezonde leefomgeving' en 'een goede omgevingskwaliteit' hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet wordt dit omgevingsaspect breed gemotiveerd. Om een gezonde fysieke leefomgeving te bereiken en in stand te houden bevat het Besluit kwaliteit leefomgeving een aantal instructieregels die als doel hebben om de gezondheid en het milieu te beschermen. Deze instructieregels hebben onder andere betrekking op: geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem.

Deze vijf omgevingsaspecten zijn in de voorgaande paragrafen behandeld en gemotiveerd. Ook de provinciale omgevingsverordening (POV) en het tijdelijk deel omgevingsplan bevatten regels die indirect de bescherming van gezondheid borgen. Daarnaast is het wenselijk om aan te geven op welke wijze het gezondheidsaspect bij de motivering van de besluitvorming wordt meegenomen. Het is voor omwonenden en de medewerkers van gevestigde bedrijven rondom het projectgebied waar een nieuwe activiteit wordt toegestaan van belang of de nieuwe activiteit effect heeft op hun gezondheid. 4.16.2 Toetsing initiatief aan omgevingsaspect Bescherming gezondheid Ten opzichte van het huidige plan worden meer woningen en commerciële en maatschappelijke voorzieningen mogelijk. Deze hebben als gevolg dat de situatie qua milieuhygiënische aspecten veranderd is. In deze motivering en oplegnotitie MER is beschreven wat de effecten kunnen zijn. De bescherming van de gezondheid van toekomstige inwoners en huidige omwonenden blijft van voldoende kwaliteit. De oplegnotitie is toegevoegd als Bijlage 1. Bevorderen gezondheid 54 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord Het initiatief heeft een positieve invloed op de gezondheid van toekomstige inwoners. Actieve vormen van mobiliteit worden gefaciliteerd, terwijl autoverkeer wordt ontmoedigd.

Dit kan leiden tot het verkiezen van actieve vormen van mobiliteit boven dat van autoverkeer. De gevolgen hiervan zijn direct aantoonbaar in de vorm van een verbetering van de luchtkwaliteit, maar ook indirect door lange termijn gezondheidsvoordelen van verkeersgebruikers en bewoners. De ontwerpuitgangspunten van De Suikerzijde sluiten aan bij de gemeentelijke visie om de openbare ruimte in te richten met het oog op gezondheid. Het verminderen van autoverkeer en het creëren van ruimte voor langzaam verkeer past in de bredere gemeentelijke ambitie om de leefomgeving gezonder en beweegvriendelijker te maken. Specifiek wordt hierbij aangesloten op de uitgangspunten uit de mobiliteitsvisie, en nog breder op de omgevingsvisie van de gemeente. Gezondheidsbeleid gemeente Groningen De gemeente Groningen heeft de hoofdlijnen van het gezondheidsbeleid Groningen in de nota 'Gezond leven in 050' staan. Leidend voor het beleid is de Healthy Ageing Visie. In de Healthy Ageing Visie staan 6 kernwaarden centraal die bijdragen aan een sociale en fysieke gezonde leefomgeving: Actief Burgerschap, Bereikbaar Groen, Actief Ontspannen, Gezond Verplaatsen, Gezond Bouwen en Gezonde Voeding. Daar is in 2023 de kernwaarde 'Veiligheid' aan toegevoegd. In de plannen is nadrukkelijk aandacht voor gezondheid.

De planopzet bevat veel elementen waarmee gezondheid wordt gestimuleerd (zoals veel ruimte voor bewegen). Dit wordt bevestigd in de oplegnotitie MER (zie Bijlage 1). 4.16.3 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het omgevingsaspect gezondheid. 4.17 Klimaatadaptatie 4.17.1 Wettelijk kader De gemeente Groningen werkt momenteel aan de ontwikkeling van nieuw beleid op het gebied van klimaatadaptatie. Tot die tijd geldt de Uitvoeringsagenda Groningen Klimaatbestendig 2020-2024 als het vigerende beleidskader. Hierin zijn de ambities en maatregelen vastgelegd om Groningen voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering, zoals hevigere neerslag, langere periodes van droogte en hogere temperaturen. Van nieuwbouwontwikkelingen wordt verwacht dat zij hieraan een bijdrage leveren. 4.17.2 Toetsing initiatief aan omgevingsaspect De doelstellingen uit de uitvoeringsagenda zijn: Wateroverlast voorkomen, hittestress voorkomen en verminderen, ruimtelijke kwaliteit verbeteren, en kwetsbare groepen extra beschermen. Het plan ziet concreet op het beperken van wateroverlast en het voorkomen van hittestress. Ten aanzien van de hemelwaterafvoer wordt rekening gehouden met het klimaatbestendig ontwerpen. Daarnaast wordt er veel groen aangeplant. Groenvoorzieningen zorgen voor het tegengaan van het stedelijk hitte effect.

Dit zorgt voor een verbetering ten aanzien van periodes met hogere temperaturen. Aan de westzijde van het plangebied komt een park met veel water en groen, in combinatie met het recreatiegebied van Hoogkerk. In de hoofdopzet worden in zowel oost-west als in noord-zuid richting gorene straten, lanen en singels gemaakt. De basisstructuur hiervan is opgezet met een overmaat zodat ruimte ontstaat voor een groenblauw netwerk. Het groenblauwe netwerk van park, kanaal, natuurvriendelijke oevers, sloten, stedelijk groen en groene daken versterkt de klimaatbestendigheid van het stadsdeel en onderstreept één van de ambities van de omgevingsvisie: de groeiende stad blijft leefbaar en aantrekkelijk voor iedereen. Al met al ziet het initiatief op een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Hier ziet de toevoeging van groen ook toe. Dit is in lijn met de verwoording in het beleid: 'De fysieke ingrepen die we in de openbare ruimte 55 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord moeten nemen, grijpen we aan om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren.' (p. 48, Klimaatbestendig Groningen 2020 - 2024). Daarnaast zal de invulling van de bouwvelden verlopen volgens de uitgangspunten van gemeentelijk beleid en het stedenbouwkundig plan, hierin is voorzien in een klimaatadaptief ontwerp.

Er wordt dus gezorgd voor voldoende (groene) openbare ruimte om hevige regenval op te vangen, het water vast te houden en de afvoer te vertragen. Water en vooral de vele bomen in de openbare ruimte zorgen voor verkoeling. Gezien de bijdrage aan de klimaatadaptatie van het initiatief, is het voornemen in lijn met de Uitvoeringsagenda Groningen Klimaatbestendig 2020-2024. Ten behoeve van de oplegnotitie MER is klimaatadaptatie onderzocht (zie Bijlage 1). Ook met het vergroten van het programma kunnen voldoende maatregelen worden getroffen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Het risico op overstroming verandert niet met het vergroten van het programma. Echter, een toename van programma betekent wel dat meer mensen blootgesteld worden aan overstromingsrisico's. 4.17.3 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het omgevingsaspect klimaatadaptatie. 4.18 Uiterlijk en plaatsing van bouwwerken 4.18.1 Wettelijk kader Onder de Omgevingswet kan de gemeenteraad ervoor kiezen om wel of geen regels te stellen over het uiterlijk van bouwwerken, artikel 4.19 Ow. Het stellen van welstandscriteria is daarmee geen verplichting meer. Als een gemeenteraad ervoor kiest om wel welstandscriteria op te nemen dan moet dat in het omgevingsplan worden opgenomen.

Als de toepassing van deze regels uitleg behoeft, moet de gemeenteraad beleidsregels vaststellen voor de beoordeling of een bouwwerk aan die regels voldoet. Deze beleidsregels moeten zo veel mogelijk toegesneden zijn op de te onderscheiden bouwwerken. Onder het bedoelde 'uiterlijk' van bouwwerken vallen de aspecten vormgeving, maatvoering, materiaalgebruik en kleurgebruik. In het overgangsrecht van de Omgevingswet is geregeld dat de huidige welstandsregels van toepassing blijven, deze zijn deel geworden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan (artikel 22.7 en 22.29 Invoeringsbesluit Omgevingswet). 4.18.2 Toetsing initiatief aan omgevingsaspect Het beeldkwaliteitsplan De Suikerzijde deelgebied Noord beschrijft de richtlijnen voor realisatie van gebouwen binnen het robuuste raamwerk van de openbare ruimte uit het stedenbouwkundig plan. De richtlijnen zijn opgesteld vanuit de kwaliteiten van het groene raamwerk. Zo begeleiden en versterken nieuwe ontwikkelingen de structuur van royale stadsstraten, pleinen en groenstraten. Het beeldkwaliteitsplan is onderdeel van de Welstandsnota van de Gemeente Groningen (2020). Het doel van het beeldkwaliteitsplan is de samenhang in de nieuwe woonwijk te waarborgen en een sterke herkenbare De Suikerzijde identiteit neer te zetten. Het dient als inspiratiedocument voor de architect en als toetsingsdocument voor de welstandscommissie.

Het beeldkwaliteitsplan is opgebouwd uit vier hoofdstukken. 56 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord 1. De nieuwe wijk De Suikerzijde: beschrijving van de algemene kernwaarden met toelichting op het robuuste groene raamwerk. 2. Publiek raamwerk: algemene en specifieke beeldkwaliteitseisen voor de formele publieke ruimte. 3. Informele binnenterreinen met overmaat: beeldkwaliteit van de binnenterreinen. 4. Waarborgen: het te doorlopen proces om de kwaliteit van ontwerpen op de lange termijn te waarborgen. De kernwaarden voor De Suikerzijde zijn: De openbare ruimte is leidend: gebouwen reageren op en zijn dienend aan de openbare ruimte. Continue lijnen van menselijke maat: horizontale gebaren, verticale ritmiek; eenheid in verscheidenheid. Woonkwaliteit voorop: rijkheid aan typologieën, bijzondere plattegronden en goede buitenruimte. Formeel buiten, informeel binnen: formele buitenzijde met verrassende en informele binnenwereld. Levendig straatbeeld: mix aan programma met uitnodigende entrees en passende overgangen. Gezond en duurzaam: toekomst- en klimaatbestendig, gericht op sociale cohesie en ontmoeting. Voor het publieke raamwerk gelden twaalf gebiedsgerichte beeldkwaliteitseisen: 1. Continuïteit: royale openbare ruimte begeleid door lange lijnen van 4-6 lagen. 2. Stadse korrel: elegante stadsblokken met een wisselende korrel van gemiddeld 30 tot 40 m. 3.

Overgangen: een vaste rooilijn zorgt voor een formele buitenzijde en dient als schakel tussen openbaar en privé. 4. Ton sur ton: gebouwen vormen een familie van lichte warme tinten. 5. Geleding: klassieke gevelopbouw plint-midden-kroon. 6. Plasticiteit: horizontale gebaren, verticale ritmiek ten behoeve van menselijke maat. 7. Levendige plinten: interactieve plinten die uitnodigen tot ontmoeting. 8. Entrees: gemiddeld elke 10m een voordeur. 9. Poorten en stegen: verbijzondering van de gevelwand als toegang naar de informele binnenwereld. 10. Natuur inclusief: ruimte voor mens en dier. 11. Overig: bergruimtes en nuts/installaties geïntegreerd in de architectuur. 12. De vijfde gevel: dubbelgebruik van het dak. Voor de kwaliteitsborging is een supervisor aangesteld die de stedenbouwkundige samenhang en kwaliteit van het project bewaakt. De supervisor stuurt aan op kwaliteit en verrijking van de plannen. Welstandsadvies kan alleen ingewonnen worden als de supervisor beoordeeld heeft dat het plan daar geschikt voor is. Het beeldkwaliteitsplan is toegevoegd als Bijlage 15 bij de motivering. Met het beeldkwaliteitsplan wordt het uiterlijk en plaatsing van het bouwwerk voldoende omschreven en weergeven.

57 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord 58 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord Figuur 4.5: De Suikerzijde van visie naar uitvoering (bron: gemeente Groningen) 4.18.3 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het omgevingsaspect uiterlijk en plaatsing van bouwwerken. 4.19 Windhinder 4.19.1 Wettelijk kader Windhinder kan optreden rond hoge gebouwen. De gemeente kan de gevolgen van windhinder beperken door bijvoorbeeld regels te stellen over bouwwerken in het omgevingsplan. Omgevingswet Windhinder is een aspect van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Ow). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het borgen van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan (artikelen 2.4 en 4.2 Ow). De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld voor het omgevingsplan. Daardoor heeft de gemeente de vrijheid om zelf regels op te nemen in haar omgevingsplan over windhinder. In het omgevingsplan van de gemeente Groningen zijn (nog) geen regels hierover opgenomen. Handboek hoger bouwen Voor de beoordeling van het windklimaat bij dit plan, wordt gebruik gemaakt van de gemeentelijke richtlijnen in het Handboek hoger bouwen. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de NEN 8100.

De NEN 8100 is vanuit de wet niet verplicht, maar wordt wel algemeen gebruikt om het windklimaat te beoordelen. Het Handboek hoger bouwen van de gemeente Groningen biedt richtlijnen ten aanzien van verschillende aspecten bij hoogbouw. Het Handboek is een beleidsdocument met kaders voor hoogbouw in Groningen. Dit document vervangt de Hoogbouwnota (2009). In het Handboek is de verstedelijking opgedeeld in een aantal oplopende categorieën. Dit zijn het compact basismilieu (1), gemengd stadsmilieu (2), hoog-stedelijk milieu (3) en het centrum-stedelijk milieu (4). Bij hoger bouwen vanaf de tweede categorie dient er een effectrapportage opgesteld te worden. Hier valt ook onderzoek naar windhinder onder. 4.19.2 Toetsing initiatief aan omgevingsaspect De huidige bouwhoogtes worden met het voornemen niet aangepast. Naar aanleiding van de wijziging is geen nader onderzoek naar windhinder nodig. 4.19.3 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het omgevingsaspect windhinder. 4.20 Duurzaamheid en energie 4.20.1 Wettelijk kader Op grond van de Omgevingswet is het mogelijk om regels te stellen over activiteiten die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving (artikel 4.2 Ow). Dit betekent dat de gemeente en provincie regels in het omgevingsplan of provinciale omgevingsverordening mogen opnemen over duurzaamheid en energie.

Omgevingsverordening provincie Groningen (POV) 59 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord De provincie heeft in haar omgevingsverordening drie afdelingen die regels bevatten over duurzaamheid en energie. Energie (Afdeling 3.10) De provinciale omgevingsverordening stelt regels op voor de opwekking van energie en de opslag van afval als resultaat van de opwekking van energie. Energie & Milieu (Afdelingen 5.5 en 5.6) De voorbeschermingsregels van de afdelingen 5.5 en 5.6 van de provinciale omgevingsverordening stellen regels vast ter bescherming van het leefmilieu van mensen. Dit doen de regels door de bouw van kerncentrales, kolencentrales en zonneparken aan banden te leggen en te reguleren hoe omgegaan moet worden met radioactief afval en ander gevaarlijk afval. Als een initiatief ziet op een van deze activiteiten dan zal gemotiveerd moeten worden in hoeverre het initiatief voldoet aan de regels van de provinciale omgevingsverordening. Gemeentelijke regels Ook bij het toestaan van activiteiten met een wijziging van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit moet gemotiveerd worden of de activiteit invloed heeft op circulariteit en de energietransitie. 4.20.2 Toetsing initiatief aan het omgevingsaspect De regels ten aanzien van energie en milieu vanuit de POV zijn niet van toepassing op de wijziging van het omgevingsplan.

De wijziging van het omgevingsplan heeft namelijk geen betrekking op regels ten aanzien van windenergie en zonne-energie. Daarnaast is de wijziging van de programmering niet (direct) relevant voor de energietransitie. Wel is met de ondertekening van de Greendeal Duurzaam GWW 2.0. (Grond, Weg- en Waterbouw) in 2017 duurzaamheid nadrukkelijker meegenomen in de planvorming en uitvoering. In de uitvoering gaat het hierbij onder meer om de onderstaande duurzaamheidsaspecten: het toepassen van zuinige LED verlichting; het uitdagen van ontwikkelaars om zo duurzaam mogelijk te bouwen; het toepassen van de MKI-score systematiek waardoor de aannemer zo veel mogelijk uitstootvrije machines gaan gebruiken; het toevoegen van ecologische kwaliteiten; hoogwaardig materiaal gebruik/ gebruik van materialen met een lange levensduur; het gebruik van zonnepanelen; en het toepassen van een WKO-systeem. Door bovengenoemde aspecten mee te nemen in de uitvoering wordt er voldoende rekening gehouden met het aspect duurzaamheid. 4.20.3 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het omgevingsaspect duurzaamheid en energie. 4.21 Niet-gesprongen munitie 4.21.1 Wettelijk kader Diverse wetten vormen het kader voor het veilig omgaan met ontplofbare oorlogsresten (niet-gesprongen munitie) uit de Tweede Wereldoorlog.

Relevante artikelen over dit onderwerp zijn opgenomen in: 60 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord de Gemeentewet, Arbeidsomstandighedenwet, Wet veiligheidsregio's en de Wet wapens en munitie. Elke gemeente kan in, onder andere, haar algemene plaatselijke verordening, omgevingsplan of specifiek beleid aanvullende regels opnemen. 4.21.2 Toetsing initiatief aan omgevingsaspect Ten opzichte van het voormalige bestemmingsplan is er geen wijziging van de eerdere conclusies verwacht ten aanzien van niet-gesprongen explosieven. Op basis van het eerdere bureauonderzoek (zie Bijlage 5) zijn er in het deelgebied meerdere activiteiten die de bodem verdacht maken voor de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. Een deel van het gebied is reeds vrijgegeven tot 1,8 meter minus maaiveld of volledig; op basis van eerder detectieonderzoek en vooronderzoek. Ter plaatse van oude wapenopstellingen dienen echter voorafgaand aan graafwerkzaamheden opsporingswerkzaamheden plaats te vinden. Voor een deel van het deelgebied dient het vooronderzoek te worden geactualiseerd. In onderstaande afbeelding is een kaart met de bevindingen van het vooronderzoek naar niet-gesprongen explosieven, hierin wordt nog de term Opsporen Conventionele Explosieven (OCE) gebruikt. Figuur 4.6: OCE bevindingen (bron: Tauw) Het wijzigen van het omgevingsplan verandert voorgaande conclusies niet.

In de uitvoering en ontwikkeling van de bouwvelden wordt hier rekening mee gehouden. 4.21.3 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het omgevingsaspect niet gesprongen munitie. 61 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord 4.22 Bestrijdingsmiddelen 4.22.1 Wettelijk kader Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat in het algemeen een afstand van 50 meter moet worden aangehouden tussen gevoelige functies (zoals wonen) en agrarische bedrijvigheid waarbij bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Die zone van 50 meter wordt een spuitzone, een spuit(vrije)zone of een milieuzone genoemd. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan of omgevingsplan dat nieuwe gevoelige functies toelaat, moet de planwetgever voor de nabijgelegen agrarische percelen uitgaan van hetgeen op grond van het bestemmingsplan (of omgevingsplan) maximaal is toegelaten. Of feitelijk ook van die maximale mogelijkheden gebruik wordt gemaakt, is in principe niet relevant. Een nieuwe gevoelige functie kan namelijk een belemmering opleveren voor de toekomstige exploitatie op het agrarische perceel. 4.22.2 Toetsing initiatief aan het omgevingsaspect bestrijdingsmiddelen De dichtsbijzijnde agrarische functie bevindt zich op circa 225 meter van het plangebied, ten noordwesten van deelgebied Noord. De minimale zone voor mogelijk gebruik van bestrijdingsmiddelen is zoals eerder beschreven 50 meter.

Andere agrarische activiteiten bevinden zich op grotere afstand. Daarnaast is het plangebied gelegen in het stedelijk gebied van de gemeente Groningen. Het initiatief bevindt zich niet binnen een spuitzone van bestrijdingsmiddelen. 4.22.3 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het omgevingsaspect bestrijdingsmiddelen. Hoofdstuk 5 Participatie 5.1 Wettelijk kader Op grond van het Omgevingsbesluit is het verplicht dat het bevoegd gezag aangeeft hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Hierbij wordt ook ingegaan op het participatiebeleid van gemeente. De grondslag om in te gaan op participatie bij de vaststelling van het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan volgt uit artikel 10.2 lid 2 Omgevingsbesluit. De gemeente Groningen heeft dit uitgewerkt in de "Beleidsregels verplichte participatie bij aanvragen omgevingsvergunningen gemeente Groningen 2024". Dit beleid geeft het kader voor de beoordeling van participatie. Het gaat hier echter niet om een aanvraag van een omgevingsvergunning, wel biedt dit beleid houvast voor het invullen van de navolgende paragraaf. 5.2 Motivering De plannen voor De Suikerzijde zijn in de afgelopen jaren in meerdere rondes tot stand gekomen.

Bij iedere ronde konden omwonenden, belangenorganisaties en andere betrokkenen reageren. Onderliggende wijziging van het omgevingsplan is een logisch vervolg op de doorgelopen stappen. In onderstaande afbeelding is het proces zoals gecommuniceerd naar eerder genoemde partijen weergegeven. 62 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord Figuur 5.1: Het proces, van schets naar schep (bron: gemeente Groningen) Op 2 juni 2021 is het voormalige bestemmingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord, de structuurvisie De Suikerzijde en het MER vastgesteld door de gemeenteraad. Hiermee werd de bouw van de eerste 750 woningen en 12.500 m² aan commerciële en maatschappelijke voorzieningen mogelijk gemaakt. Daarbij is aangegeven dat het nog niet om een eindbeeld ging en dat de verdere invulling van het programma nog zou volgen via bijbehorende procedures. Op 13 mei 2025 is de klankbordgroep De Suikerzijde geïnformeerd over de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan. De leden van de klankbordgroep zijn vertegenwoordigers van omwonenden van De Suikerzijde. Het gaat om onder meer de Peizerweg, de Peizerbocht Hoogkerk, Vinkhuizen, Buitenhof, UT Delfiaweg, woonbootbewoners aan het Energieweg en Stichting Bangheweer.

Tijdens de bijeenkomst op 13 mei is een toelichting gegeven op het voornemen om in deelgebied Noord 2.500 woningen en 55.000 m2 aan commerciële en maatschappelijke voorzieningen mogelijk te maken. Dit alles binnen de reeds vastgestelde contouren en zonder significant nadelige omgevingseffecten. Vanuit de klankbordgroep is de vraag gesteld of deze wijziging nog gevolgen heeft voor de toegestane bouwhoogtes. Dat is niet het geval. Verder leidde het tot de vraag wanneer gestart wordt met de planvorming voor deelgebied zuid. Op 20 mei 2025 is een inloopbijeenkomst georganiseerd op het projectbureau van De Suikerzijde. Hiervoor zijn 1.350 uitnodigingskaart bezorgd over adressen in de omgeving van De Suikerzijde. Ook stond de uitnodiging in de digitale nieuwsbrief van de gemeente. Onderwerpen van de inloop waren de komende werkzaamheden, de planvorming voor het voorterrein, het ontwerp van een nieuwe brug en de voorgenomen aanpassing van het omgevingsplan. Er kwamen 15 bezoekers naar de inloop. Er zijn een aantal reacties ontvangen. Één bezoeker gaf aan begrip te hebben voor de wens om meer en kleinere woningen te bouwen gezien de grote vraag en betaalbaarheid. Een andere bezoeker voegde daar de wens aan toe om ook de woningen aan UT Delfiaweg mee te nemen in deze wijziging van het omgevingsplan. Dit valt echter buiten het plangebied van De Suikerzijde deelgebied Noord.

Als laatste is gevraagd om een stookverbod mee te nemen in de wijziging van het omgevingsplan. Dit is echter niet aan de orde vanuit De 63 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord Suikerzijde, gezien dit gemeentelijk beleid betreft. De gemeenteraad wordt op 18 juni 2025 geïnformeerd over de actuele ontwikkelingen in De Suikerzijde. Hieronder valt ook onderliggende wijziging van het omgevingsplan. De inspraakperiode van woensdag 12 maart t/m donderdag 23 april 2026 is naast de reguliere publicatie in de Groninger Gezinsbode aangekondigd via de digitale nieuwsbrief van De Suikerzijde, via de digitale gemeentelijke nieuwsbrief, via de website van De Suikerzijde en via de klankbordgroep De Suikerzijde. Tijdens de inspraakperiode zijn twee inloopspreekuren georganiseerd: op maandag 30 maart 2026 en op donderdag 2 april 2026. Daar is geen gebruik van gemaakt. Ook op andere momenten zijn geen vragen binnengekomen over de wijziging omgevingsplan. Als er al een reactie werd gegeven, bijvoorbeeld tijdens een presentatie bij een bewonersvereniging, dan was deze positief met als strekking: 'mooi dat er meer woningen bij komen, de vraag is groot.' 5.3 Conclusie Het participatieproces rondom de wijziging van het omgevingsplan voor De Suikerzijde deelgebied Noord voldoet aan de eisen van het Omgevingsbesluit.

Betrokkenen werden op verschillende momenten in het proces geïnformeerd en kregen de gelegenheid om hun input te geven. De ontvangen reacties zijn meegenomen in de verdere planvorming. De gemeenteraad is tijdig geïnformeerd over de ontwikkelingen. Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid De gemeenteraad heeft middelen ter beschikking gesteld als dekking voor de ontwikkeling van De Suikerzijde. De gemeentelijke middelen zijn ondergebracht in de gebiedsbegroting van De Suikerzijde, welke de gemeenteraad op 21 december 2022 heeft vastgesteld. De gebiedsbegroting omvat de ontwikkeling van het totale plangebied van De Suikerzijde, namelijk deelgebieden Noord, Zuid, Voorterrein en Hoendiep Zuid. In de gebiedsbegroting is de realisatie van 5.000 woningen en 110.000 m2 voorzieningen opgenomen, inclusief de benodigde grondkosten en bovenwijkse investeringen. De wijziging van het omgevingsplan van deelgebied noord naar 2.500 woningen en 55.000 m2 aan voorzieningen is financieel verwerkt binnen de gebiedsbegroting van De Suikerzijde. Het totaal aantal woningen van de gehele De Suikerzijde wordt verhoogd met 500 naar 5.500 woningen. Het aandeel van 25% sociale huur in deelgebied noord past binnen de gebiedsbegroting. Hiermee is de wijziging van het omgevingsplan economisch uitvoerbaar.

De ambitie om in deelgebied Noord naar 30% sociaal te gaan, vraagt aanvullende middelen. De mogelijkheden voor aanvullende middelen worden de komende tijd verkend en eind 2025 verwerkt in een geactualiseerde gebiedsbegroting. Alle gronden in het deelgebied zijn in eigendom van de gemeente Groningen. Het omgevingsplan maakt daarom geen ontwikkelingen mogelijk op gronden die in bezit zijn van derden. Hierdoor is het niet noodzakelijk om tegelijkertijd met het omgevingsplan een exploitatieplan vast te stellen ter verzekering van het kostenverhaal. De gemeente Groningen gaat alle bouwkavels zelf op basis van actief grondbeleid tot ontwikkeling brengen. Eventuele te vergoeden schade wordt daarbij op een ontwikkelende partij verhaald. 64 Wijziging omgevingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Bestuurlijk vooroverleg Op basis van artikel 2.2 Omgevingswet houdt een bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden rekening met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en stemt zo nodig met deze andere bestuursorganen af. Met provincie Groningen vindt vooroverleg plaats. Het Waterschap Noorderzijlvest heeft ingestemd met het voornemen na vooroverleg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5424/documents/94152