Bijlage 4 Bomenplan Groningen participatiebijlage.pdf
Tekst van het document
Bijlage II Participatieproces Bomenplan gemeente Groningen
Inhoud 1.
Inleiding .............................................................................................................................................................................................................................................................. 3
2.
Verslag kennismakingsbijeenkomst- 9 april 2024.............................................................................................................................................................................................. 3
3.
Verslag kennismakingsbijeenkomst- 10 april 2024.......................................................................................................................................................................................... 12
4.
Reacties op de 80% versie - februari 2025....................................................................................................................................................................................................... 16
5.
Reacties op conceptvisie - juni 2024 ................................................................................................................................................................................................................ 51
2
1. Inleiding In een Urban Forest Master Plan is par cipa e een belangrijk onderdeel. Er zijn ontze end veel mensen en organisa es in Groningen die zich betrokken voelen bij bomen. Van inwoners en ‘groene’ organisa es die hart hebben voor bomen en natuur, tot nutsbedrijven die vaak in de buurt van boomwortels werken en woningcorpora es die grote aantallen bomen in eigendom hebben. Deze grote groep stakeholders is vanaf het begin betrokken bij de planvorming. Bij aanvang van het project zijn ruim 100 semi-professionele en vrijwillige organisa es en 30 professionele organisa es uitgenodigd om mee te denken met dit plan. Bij de verschillende bijeenkomsten was circa de hel van de uitgenodigde organisa es vertegenwoordigd. De resultaten van de bijeenkomsten en alle gevoerde gesprekken zijn verwerkt in het bomenplan en terug te vinden in deze bijlage.
2. Verslag kennismakingsbijeenkomst- 9 april 2024 Datum : dinsdag 9 april 2024 Tijds p: 19.30-21.45 uur Loca e: Voormalig gemeentehuis Haren (Raadhuisplein 10) Aanwezig: W. de Boer (beleidsmedewerker gemeente Groningen), Y. van Dijk (beleidsmedewerker gemeente Groningen), R. Rooijakkers (direc esecretaris Stadsbeheer gemeente Groningen, voorzi er van deze bijeenkomst), C. Konijnendijk (expert stedelijke vergroening en stadsbomen), T. Jansma (Pius Floris Boomverzorging, T. van de Hoef (Pius Floris Boomverzorging) en vele genodigden van natuurorganisa es, dorpsverenigingen, wijkverenigingen, bewonersorganisa es, bedrijfsverenigingen, andere belangenorganisa es, professionals en vrijwilligers. Verslag: Notuleerservice Mooi Werk 1. Opening De voorzi er heet de aanwezigen welkom en gee een korte uitleg van de avond. Naast het geven van informa e is deze avond vooral ook bedoeld om informa e en ideeën op te halen ten behoeve van het nieuw op te stellen bomenplan voor de gemeente Groningen. De bestaande beleidsplannen op dit gebied zijn inmiddels verouderd. De huidige coali e wil de gemeente vergroenen. Dit doen we onder andere door in 5 jaar jd 5.000 nieuwe bomen extra te planten. Deze bomen zullen op plaatsen moeten komen waar zij iets toevoegen aan klimaatadapta e en bijdragen aan de biodiversiteit. Hoe kunnen slimmere keuzes worden gemaakt voor het vergroenen van de gemeente? 3
Naast deze bijeenkomst is er in deze fase ook nog een bijeenkomst met onder andere woningbouwcorpora es, netbeheerders, waterschappen en wijkklimaatambassadeurs. Tijdens deze bijeenkomst worden foto’s gemaakt die gebruikt zullen worden voor de te maken verslagen. Indien iemand er bezwaar tegen hee om gefotografeerd te worden, dan kan dit worden gemeld. Vragen die meer toegesneden zijn op de persoonlijke situa e kunnen genoteerd worden op de flipover. Meldingen over specifieke loca es/situa es kunnen gemeld worden via meldingen.groningen.nl, te vinden via de QR-Code op het aanwezige bordje. Vraag van KNNV: waarom zijn wij hier, wat zijn jullie verwach ngen van ons en wat mogen wij van jullie verwachten? Antwoord: we hebben alle belanghebbenden uitgenodigd om met ons mee te denken over het nieuw op te stellen bomenbeleidsplan. Er is een vertegenwoordiger aanwezig namens de S ch ng Steenbreek. Hij hee op persoonlijke tel flyers rondgedeeld voor ‘Tegel eruit, plant erin’ en is niet tevreden over dat de vergroening achterblij en de verharding van Nederland toeneemt. Vertegenwoordiger van S ch ng Landelijk Gebied Haren (SLGH) uit haar zorgen over de verdroging van de Hunze en het effect daarvan op de (laan) bomen. Ze benadrukt dat er dringend maatregelen moeten komen om het regenwater op de Hondsrug beter vast te houden. 2.
Presenta e door de heer Cecil Konijnendijk De heer Konijnendijk helpt als deskundige Pius Floris en de gemeente met het ontwikkelen van een plan om het Groningse boombestand te verbeteren. Ideeën moeten worden opgehaald, omdat bij de aanwezigen veel kennis aanwezig is. Vraag uit de zaal: wat verstaat u onder een boom? Antwoord: er zijn veel defini es. Eén ervan is: een lang levend hou g organisme dat vaak één stam hee (het kunnen er ook meer zijn). Aan de hand van de PowerPointpresenta e (zie bijlage 1) wordt informa e gegeven. Samenva ng: - De hel van de Nederlanders ervaart overlast door warmte. Bomen kunnen helpen bij het verminderen van die overlast. De hi e veroorzaakt voor jdig overlijden en meer boomkronen zou dit kunnen verminderen. - Kinderen leren beter in een groene omgeving. - Bomen hebben effect op de mentale gezondheid. - De boomkroonbedekking zou rond de 30 procent moeten liggen op wijkniveau. 4
-
Urban forestry: alle bomen en vegeta e vormen één geheel, de gemeente is ook een bos. Het gaat om de verschillende func es van bomen: biodiversiteit, waterregulering etc. Het is van belang dat mensen de bomen ook echt zien en zien als onderdeel van de omgeving. Iedereen zou bomen in de buurt moeten hebben. Grote bomen hebben in veel gevallen de meeste waarde. Hiervoor is voldoende groeiplaats nodig en een goede bodem. Er moet een manier komen om die groeiplaatsen beter te beschermen, zodat de bomen groot en oud kunnen worden. Het gaat ook om goede soortkeuze en goed beheer. Lange-termijnplannen moeten gekoppeld worden aan concreet beheer, concrete ac es. Hierbij is samenwerking nodig. Bij het maken van plannen komen bomen vaak als laatste aan de orde en worden ook snel weer uit de plannen verwijderd. Bomen moeten veel eerder op de agenda staan.
Opmerking uit de zaal: de cultuurhistorische waarde van bomen wordt niet genoemd. Bomen bepalen het decor van het landschap. De heer Konijnendijk zegt dat dit inderdaad een belangrijke rol van bomen is. Opmerking van SLGH: het gaat erg slecht met de beuken. Onderzoek bijvoorbeeld of bescherming van de bomen met jute effect kan hebben. Opmerking van SLGH: Bij ontwikkelingen worden nog te vaak bomen gekapt. Het uitgangspunt moet zijn om de bomen te behouden. De spreker beaamt dit. Vertegenwoordiging van SLGH uit haar zorgen over het bermbeheer van de gemeente Groningen. Het is een bewuste keuze van het college van B&W om meer bomen in de gemeente te planten. Bomen op de Grote Markt, zou een aantal jaren geleden ondenkbaar zijn geweest. Het Urban Forest Master Plan is een lange-termijnplan met concrete doelen, ac es en middelen. Draagvlak, steun is belangrijk, alsmede samenwerking, om een sterke visie voor het boombestand te realiseren. 3. Quiz via Kahoot.it Middels een quiz werden de aanwezigen getest op hun (Groningse) bomenkennis. De winnaar hee het boek Canon Nederlandse natuur ontvangen. 4. Meningen via Kahoot.it Na een korte opwarming van de quiz gingen we over tot het verzamelen van ideeën en persoonlijke meningen, door middel van verschillende stellingen. Stellingen: -
Groningen is groen genoeg (ja, nee, geen mening) 5
Uitkomst: nee: 97%. Bij navraag blijkt de persoon die ja zei nee te bedoelen en is de score 100% - Welk argument is het belangrijkst voor het planten van bomen? Uitkomst: biodiversiteit: 56% van de stemmen. Iemand had de op e ‘anders’ ingevuld, omdat het de hele avond gaat over de mens, terwijl het ook over de bomen zelf moet gaan. Een boom is een autonoom zelfstandig organisme. - Wat is de belangrijkste reden om ergens geen bomen te planten? Uitkomst: weinig plaats 28%, overlast 24%. Bij overlast wordt gedacht aan schaduw, bladval, vruchtval etc. Bij het antwoord anders wordt aangegeven dat de boom zelf de reden kan zijn om niet te planten. De boom moet wel de mogelijkheid hebben op die plaats gezond oud te kunnen worden. - Is het belangrijk dat alle inwoners uitzicht hebben op tenminste 3 bomen? Uitkomst: ja 80%, nee 13%. Iemand hee nee ingevuld, omdat het een ‘communis sche’ stelling is. Een van de ja-stemmers gee aan dat het mooi is om dagelijks van bomen te kunnen genieten. - Waar moet de gemeente in de eerste plaats bomen planten? Uitkomst: woonstraten 50%, rond scholen 36%, in parken 14%. Vraag: onderschrij de gemeente wat hier wordt genoemd? Antwoord: ja, er is ook in de gemeenteraad over gesproken. Het Urban Forest Master Plan is toegelicht. Vraag: handelt de gemeente hier ook naar? Antwoord: nog niet volledig, niet alles gaat goed.
De insteek is hoe de gemeente verder komt en het beter gaat. Er spelen ook andere belangen en dat gee een zekere spanning. Het doel is om te komen tot een breed gedragen plan. Vraag: is er een goed Nederlands woord te bedenken voor Urban Forest Master Plan? Antwoord: het zou gemeentelijk bomenplan kunnen zijn, maar dat is niet hetzelfde. Sugges es voor een goede Nederlandse naam zijn welkom. Vraag: hoe is het aantal van 5.000 bomen bepaald? Antwoord: het aantal komt nog uit de vorige coali eperiode en wethouder klimaatadapta e en is als doel vastgelegd in het Groenplan. Het gaat om gedurende 5 jaar, jaarlijks 1.000 bomen extra te planten (dus bovenop de herplant). 6
Vraag namens Dorpsbelangen Noordlaren: wat voor soorten bomen moeten er komen? Er wordt steeds in het algemeen over bomen gesproken. Wat vindt u van exoten en van cul vars? Antwoord van de heer Konijnendijk (persoonlijke mening): er zouden zoveel mogelijk inheemse soorten moeten worden geplant waar mogelijk. In bepaalde stedelijke situa es kan soms gekozen worden voor exoten (en dat kan soms nodig zijn, ook vanwege de slechte groeiplaats). Er kan ook een culturele waarde aan een exoot zi en. Reac e van de vraagsteller: in het buitengebied is vaak sprake van floravervalsing. Vraag: hoeveel ruimte hee een boom nodig? Antwoord: dit is a ankelijk van de soort, de ondergrondse situa e, gesteldheid van de bodem. Dit is van belang voor het zo groot en zo oud mogelijk laten worden van de boom. De ondergrond is ook in gebruik voor kabels en leidingen en dit speelt een rol voor de boom. Opmerking: het gaat nu steeds over nieuwe bomen, maar het moet ook gaan over het behoud van de reeds bestaande bomen. Reac e: deze mening wordt breed gedeeld. Vraag: hoeveel bomen worden er jaarlijks gekapt? Antwoord: dit aantal is niet paraat, maar het eerder genoemde aantal van 5.000 nieuwe bomen komt bovenop de bomen die op grond van herplantplicht moeten worden aangeplant. 5. Groepsgesprekken Er is een korte instruc e over de groepsindeling en de taken (voorzi er, rapporteur).
Gesproken wordt over de volgende vragen: - Waarom zijn bomen zo belangrijk voor Groningen? - Waar liggen de mogelijkheden om Groningen groener te maken en meer te doen voor onze bomen? (Goede ideeën) - Hoe kun je zelf een steentje bijdragen? Terugkoppeling van de groepsgesprekken: Groep 5: er is veel mogelijk om te vergroenen: naast bomen kunnen ook struiken en heesters worden geplant. Er zou minder gekapt moeten worden. Het doel is zoveel mogelijk groen. Wellicht ook kijken naar jdelijk groen. Groep 3 (mensen uit het buitengebied): kies inheemse soorten, omdat dat goed is voor de biodiversiteit. De cultuurhistorie is in het buitengebied waarschijnlijk belangrijker dan in de stad. Er moet nazorg zijn na het planten: water geven is jarenlang nodig. Hier kunnen bewoners ook bij worden ingezet, zeker in het 7
buitengebied. Neem bij ieder plan ook het groen mee. Slecht voorbeeld: het Forum, groen ontbreekt en dat is jammer. Groep 6: de stad moet groener. Het gaat niet om bomen alleen, het gaat ook om ondergroei in verband met biodiversiteit. Geef de boom de ruimte. Vanuit de wijken en organisa es plannen maken om populieren te vervangen voor andere bomen. De wens is om tussen de populieren eiken en beuken te plaatsen, zodat deze kunnen groeien. Op termijn kan dan een aantal populieren gekapt worden. Er zijn wel plannen, maar de gemeente maakt te weinig gebruik van par cipa e, denkt te weinig mee in wat de bewoners willen. Het hee te maken met kapbeleid en onderhoudsbeleid. Stop met het schoffelen onder bomen, laat de begroeiing staan. Groep 4 (mensen uit de binnenstad): auto’s weg uit de binnenstad, propageer deelauto’s. De gemeente zou iets moeten doen aan de parkeerplaatsen in de stad die allemaal even groot zijn, creëer parkeervakken op maat. Door het terugdringen van de auto, ontstaat ruimte voor vergroening. Plan parken in nieuwe wijken en houd de planners en architecten eraan. Vergroen bij scholen. Er moeten minder populieren worden aangeplant. Propageer minder asfalt en meer groen. Binnentuinen zijn waardevol. Bijvoorbeeld de Reitemakersrijge. Bij het realiseren van nieuwbouw zouden openbaar toegankelijke binnentuinen moeten worden gerealiseerd (eventueel ’s alleen overdag).
Groep 2: Binnen dit groepje waren tegenstellingen; niet alle meningen werden door alle groepsleden gedragen. Het moet groener. De groene ecologische structuur zou verbeterd moeten worden. Er zouden meer bomen op bedrijventerreinen geplaatst moeten worden. Meer inheemse bomen voor de biodiversiteit. Waardplanten (plant waarop een organisme bestanddelen vindt voor zijn groei, vermeerdering) zijn belangrijk voor bijvoorbeeld vlinders, insecten en vogels. De karkassen van oude bomen zouden kunnen blijven staan voor de bijen. Water is belangrijk bij wilgen, ka enstaarten etc. Lindes worden vaak te hoog en te droog gezet en dat stopt de nectarproduc e. Eén van de groepsleden is allergoloog en hij zou liever minder bomen hebben die allergieën veroorzaken. Pas bijvoorbeeld op bij het planten van berken. Het gee gezondheidsproblemen en daarmee nemen de kosten ook toe. Sta toe dat mensen kunnen ontstenen en inplanten. Groep 7: Dit groepje bestond uit één deelnemer. Het belangrijkste is om bestaande bomen te behouden. Zet daar alles op in. Er moet een veteranenbomenbeleid komen. Er moeten alterna eve beheervormen komen. Over het algemeen wordt er volgens bewoner in de gemeente verkeerd gesnoeid, er zouden cursussen gevolgd moeten worden om ecologisch te snoeien. Er is passie nodig. Bomen hebben ruimte nodig, want bijvoorbeeld vallende takken moeten geen gevaar veroorzaken.
Ga voor kwaliteit, bouw niet alles dicht. Kijk niet alleen naar aantallen woningen, ga voor de kwaliteit voor inwoners. Naast bomen ook struiken, kruiden, insecten, vogels, inheems. Bij De Held 3 hee de gemeente als beleid gekozen voor verdich ng (hoogbouw, weinig groen, veel asfalt). Dit is onbegrijpelijk. Groep 1: Er zijn ook steden met veel bomen (Amersfoort, Arnhem). Zorg goed voor de bomen en zorg dat er meer bomen komen. In een compacte stad als Groningen is het voor bomen moeilijk, er is weinig ruimte. Een goed voorbeeld is het plantsoen op de zuidelijke ringweg. De auto’s onder de grond en groen bovenop. Zorg voor ecologisch beheer, neemt de ecologische structuren serieus en voer dit ook door in de buitengebieden. Zorg voor een integraal gemeentelijk beleid waarin het groenbeleid is opgenomen. Het moet geborgd worden in de andere beleidsregels. Nagedacht kan worden over tegeltaks. Het begint met educa e, er moet serieus werk gemaakt worden van natuureduca e. Opmerking: het bedrijfsleven wordt gemist. Reac e: met het bedrijfsleven en de woningcorpora es worden ook gesprekken gevoerd. De bedrijvenverenigingen waren ook uitgenodigd voor deze sessie, maar 8
weinig hadden zich hiervoor aangemeld. Vraag: waarom is dat niet samengevoegd en kunnen we niet met elkaar spreken? Het samenkomen is heel belangrijk. Antwoord: woningcorpora es bezi en ook grond en die kunnen ‘meters maken’, anders dan par culieren. Het Urban Forest Master Plan is een plan van alle par jen (bedrijven, bewoners, organisa es etc.). Het is zoeken hoe en wanneer de verschillende par jen het best met elkaar verenigd kunnen worden. Dit is een nieuwe aanpak. Het doel is om met alle par jen in gesprek te gaan. Opmerking: hier horen ook de agrariërs bij. Groep 8: opmerking vooraf: natuureduca e door middel van schooltuinen is in Groningen heel goed geregeld. Er is gesproken over investeren in de binnenstad of in het buitengebied. Investeren in vergroening van het buitengebied is goedkoper, er is meer te realiseren voor hetzelfde geld. Bomen moeten niet heel dicht op de rijbaan worden geplant waardoor hoog opsnoeien niet nodig is. Er is ook boosheid in het groepje over hoe dingen soms gaan (bomenkap aan de singels). Er gaan dingen niet goed wat betre par cipa e van burgers. Er is winst te behalen door te weten wat bewoners willen en hier rekening mee te houden. Er zou bij Meerstad een nieuw stadsbos geplant kunnen worden. Er zou ook speelnatuur moeten zijn, toegang tot de natuur (taxi’s rich ng Stadspark). Par cipa e. Burgers moeten zuinig zijn op hun eigen bomen.
Goed onderhoud is heel belangrijk. Er gaat veel mis in het boomonderhoud (veel opsnoeien, slechte bodemstructuur). Boom- en groenbeheerders moeten goed worden geïnstrueerd. 6. Reflec e De heer Konijnendijk hee veel gehoord, er zijn veel kansen. Het groen en de biodiversiteit moeten sterker geposi oneerd worden in de wijken. Een integraal plan is echt nodig, niet alleen voor de groene sector maar ook met koppeling naar bijvoorbeeld gezondheid, wonen, infrastructuur. Heel weinig gemeenten durven dat te doen en wat Groningen doet is moedig en nieuw. De frustra e die er lee , wordt begrepen. Als we ons samen sterk kunnen maken voor bomen en groen, en onze passie, kennis en vaardigheden kunnen mobiliseren, dan kan dit een enorm belangrijk plan worden. Niet alleen op papier, maar een plan dat concreet kan worden gebruikt. De gedane sugges es worden heel serieus genomen. Het wordt teruggekoppeld aan de andere par jen (bedrijven, woningcorpora es, kabelbedrijven). Het beleid voor bomen moet hoger op de beleids- en beheers agenda komen. Opmerking: er zou meteen begonnen moeten worden, niet wachten tot het plan er is. De wijk Stadshavens staat op punt om te beginnen en bomen dreigen voor een groot deel gekapt te worden. Er staan oude bomen langs het water en die zullen verdwijnen. Het beton, de stenen staan centraal. Laat de bomen staan en plan daar omheen.
Er moet naar de mensen worden geluisterd. Groen moet voorop staan. Het plan gaat gewoon door, ondanks inspraak. Reac e: voor deze coali e is het groen heel belangrijk, maar sommige afspraken zijn al veel eerder gemaakt. Er zit spanning op bepaalde onderwerpen. Mensen moeten kunnen wonen, maar ook groen is belangrijk. Er zijn afspraken in het verleden gemaakt waaraan soms ook financiële consequen es verbonden zijn. Soms moet iets met tegenzin doorgaan. Vraag: er is een plan voor park Zuid bij de ringweg, maar ook daar moeten bomen gekapt worden, vanwege een oude historische zichtlijn rich ng de Mar nitoren (een zichtlijn uit de 18e eeuw). Dit is onbegrijpelijk. Die bomen moeten blijven staan. 9
Achteraf is ook gezegd dat de ringweg nooit door het Sterrebos had moeten worden aangelegd. Antwoord: er zijn raadsvragen over gesteld. Geacht van het toekoms ge bomenplan gaat het nu niet overal goed. De voorzi er: er komt een verandering op gang; groen is belangrijk geworden. De poli ek kiest voor Urban Forestry. Het zal niet meteen al jd goed gaan. Het proces wordt op gang gebracht door deze gesprekken. Ideeën kunnen worden ingebracht. De heer Konijnendijk: we zijn het met elkaar grotendeels eens. De insteek is: groen eerst. Bomen en groen moeten sterker staan, dat is de ambi e. Opmerking: er is ma g vertrouwen in. Reac e: het gaat niet al jd goed. Deze bijeenkomst is de eerste over dit onderwerp. Vertrouwen moet ook ontstaan en gehoopt wordt dat het allerbeste voor de bomen zal worden gedaan. Met elkaar brengen wij het proces op gang. De gemeenteraad moet uiteindelijk de keuze maken. Het verslag van deze bijeenkomst en de presenta e worden toegestuurd. Ideeën en sugges es kunnen worden gestuurd naar bomenplan@groningen.nl. 7. Vervolg Er zullen updates komen en soms zal gevraagd worden naar meningen of om mee te denken (door het invullen van een vragenlijst). In het najaar wordt een nieuwe bijeenkomst gepland om de stand van zaken te bespreken. Het plan is dan nog niet klaar.
Het streven is om het plan aan het einde van dit jaar klaar te hebben voor inspraak, conform de procedure die in deze gemeente geldt. In 2025 komt het plan in de raad. Vraag: wanneer komen de volgende gesprekken? In Noordlaren kan het al afgesproken worden. Waarom moet er nog weer zoveel jd overheen gaan? Voor de zandwegen ligt er ook een plan, maar er gebeurt nog steeds niets. Waarom kunnen de gedeelten waarover overeenstemming bestaat niet al worden vastgesteld en in werking treden? Antwoord: zo werkt dat in de gemeente helaas niet. Opmerking: er worden nu bomen geplant (reguliere bomenplant) met weinig soorten diversiteit. Die keuze is gemaakt, maar niet aan ons voorgelegd. Sugges e: iemand stelt als Nederlandse naam voor het Urban Forest Master Plan voor: Gemeentelijk Groenvoorzieningenplan. 10
Opmerking: op deze bijeenkomst worden jongeren gemist. Voorstel: om het beleidsplan per gebied te bespreken. Er zijn 7 gebieden in Groningen en die zouden allemaal op lokaal niveau moeten worden besproken. Reac e: de uitwerking – na planvorming - zal op wijk- /gebiedsniveau plaatsvinden in samenspraak met die gebieden. Opmerking: een inspirerende omgeving is wenselijk voor een volgende bijeenkomst. Reac e: die wens was er, maar bleek niet te realiseren voor deze bijeenkomst omdat die niet beschikbaar waren. Vraag: er is ook geld uitgetrokken voor dit plan, maar ook voor verdich ng. Hoe zijn die twee met elkaar te rijmen, in een en dezelfde gemeente? Antwoord van de heer Konijnendijk: zonder dit plan gaat verdich ng in elk geval winnen. Zorg dat er meer rekening wordt gehouden met bomen en groen, ook wanneer verdich ng noodzakelijk is. Het is van belang tegenwicht te geven aan verharding. De voorzi er: Er zijn binnen de gemeente verschillende belangen en daar zit spanning tussen. Gezorgd moet worden dat de verschillende voorzieningen (wegen, kabels, leidingen, huizen) er zijn, maar dat groen daarin belangrijk is. Opmerking: er zijn architecten die groen in gebouwen integreren. De gemeente kan sturen via vergunningen. Reac e: dit moet in beleid worden vastgelegd. Vergunningen zijn aan procedures gebonden.
Vraag: is het mogelijk om commentaar te kunnen leveren op het verslag, voordat het defini ef is? Antwoord: ja, er is ruimte om te reageren op feitelijke onjuistheden. 8. Slui ng De voorzi er dankt de aanwezigen voor hun aandacht en de inbreng en sluit de bijeenkomst.om 21.45 uur.
11
3. Verslag kennismakingsbijeenkomst- 10 april 2024 Datum: Tijdstip: Locatie:
Woensdag 10 april 2024 9.30-13.00 uur Coendersborg Groningen
Aanwezig:
W. de Boer (beleidsmedewerker gemeente Groningen), Y. van Dijk (beleidsmedewerker gemeente Groningen), C. Konijnendijk (expert stedelijke vergroening en stadsbomen), T. Jansma (Pius Floris Boomverzorging en voorzitter), T. van de Hoef (Pius Floris Boomverzorging) en vertegenwoordigers van Waterschap Noorderzijlvest, Natuur- en Milieufederatie Groningen (NMFG), Enexis, Waterbedrijf Groningen, wijkklimaatambassadeurs (Vinkhuizen, Oosterpoort, Helpman, Korreweg), Woningcorporaties (Lefier, Nijestee, Wierden en Borgen, de Huismeesters). T. van de Hoef (Pius Floris)
Verslag:
Opening: De voorzitter heet de aanwezigen welkom en geeft een korte uitleg van de ochtend. Naast het geven van informatie is deze avond vooral ook bedoeld om informatie en ideeën op te halen ten behoeve van het nieuw op te stellen bomenplan voor de gemeente Groningen. De bestaande beleidsplannen op dit gebied zijn inmiddels verouderd. De huidige coalitie wil de gemeente vergroenen. Dit doen we onder andere door in 5 jaar tijd 5.000 nieuwe bomen extra te planten. Deze bomen zullen op plaatsen moeten komen waar zij iets toevoegen aan klimaatadaptatie en bijdragen aan de biodiversiteit. Hoe kunnen slimmere keuzes worden gemaakt voor het vergroenen van de gemeente? Introductie aanwezigen en hoe komen zij in aanraking met bomen - Waterschap Noorderzijlvest: Komen veel bomen tegen in dagelijkse werkzaamheden, vaak staan deze in de weg. Willen graag meedenken en kansen bieden aan vergroening/meer bomen waar dat kan. Ook op eigen grond. - Natuur en Milieufederatie Groningen: Beleidsmaker. Dagelijkse werkzaamheden rondom bomen en groen. - Woningcorporatie Lefier: Veel te maken met bomen en hittestress en klimaat. Vaak staan bomen in de weg, maar desondanks worden bomen ook als kansen gezien - Wijkklimaatambassadeur Vinkhuizen: Willen meer groen voor klimaatadaptatie in de wijk. - Woningcorporatie Nijestee: 1200-1400 bomen in beheer. Veel vragen en problemen rondom bomen, zoals bijv.
zonnepanelen. Vaak wil de woningcorporatie wel bomen planten, maar het beleid werkt dit tegen. Wanneer een boom staat wordt het erg moeilijk om deze later weer weg te halen. - Waterbedrijf Groningen: Veel te maken met bomen bij en bovenop leidingen. Verder heeft deze organisatie te maken met nieuwe aanplant en verhoogde kosten rondom bomen. Door de aandacht voor bomen, moeten er veel kosten gemaakt worden om werkzaamheden uit te kunnen voeren. - Woningstichting Wierden en Borgen: Krijgen vaak klachten over groen. De corporatie wil groen stimuleren, maar niet op eigen gebied. Dit omdat het beleid tegenwerkt wanneer een boom later weer verwijderd moet worden. - Enexis: Ketenpartner in verduurzaming. Grote taak om netwerk te verzwaren, 1 op de 3 straten moet op termijn open. Lopen tegen hoge kosten aan bij werkzaamheden in relatie tot boombescherming. 12
-
-
Woningcorporatie De Huismeesters: De vooropgezette beleidsdoelstelling “meer bomen” is soms makkelijker gezegd dan gedaan, ook omdat Groningen al best groen is. Persoon geeft hierbij het voorbeeld van een verplichting tot het verplanten van bomen. Echter was hier nergens plek voor. Ook is De Huismeesters huiverig om bomen te planten omdat ze volgens het beleid nooit meer verwijderd mogen worden wanneer ze kapvergunning plichtig zijn geworden. Er wordt gevraagd om maatwerk en flexibiliteit. Wijkklimaatadviseurs Oosterpoort: willen eensgezind meer groen in de buurt. Wijkklimaatambassadeur Helpman: Zet zich in om kleine groenprojecten gerealiseerd te krijgen en zetten zich in om bestaand groen hoger gewaardeerd te krijgen. Wijkklimaatambassadeur Korreweg: Zet zich in voor groen in de Korrewegwijk. Pleit voor de waardering van bestaand groen en groen laten ontstaan.
Presentatie door de heer Konijnendijk De heer Konijnendijk helpt als deskundige Pius Floris en de gemeente met het ontwikkelen van een plan om het Groningse boombestand te verbeteren. Ideeën moeten worden opgehaald, omdat bij de aanwezigen veel kennis aanwezig is. Aan de hand van de PowerPointpresentatie (zie bijlage 1) wordt informatie gegeven. Samenvatting van de presentatie: - De helft van de Nederlanders ervaart overlast door warmte. Bomen kunnen helpen bij het verminderen van die overlast. De hitte veroorzaakt voortijdig overlijden en meer boomkronen zou dit kunnen verminderen. - Kinderen leren beter in een groene omgeving. - Bomen hebben effect op de mentale gezondheid. - De boomkroonbedekking zou rond de 30 procent moeten liggen op wijkniveau. - Urban forestry: alle bomen en vegetatie vormen één geheel, de gemeente is ook een bos. Het gaat om de verschillende functies van bomen: biodiversiteit, waterregulering etc. Het is van belang dat mensen de bomen ook echt zien en zien als onderdeel van de omgeving. Iedereen zou bomen in de buurt moeten hebben. - Grote bomen hebben in veel gevallen de meeste waarde. Hiervoor is voldoende groeiplaats nodig en een goede bodem. Er moet een manier komen om die groeiplaatsen beter te beschermen, zodat de bomen groot en oud kunnen worden. Het gaat ook om goede soortkeuze en goed beheer.
- Lange-termijnplannen moeten gekoppeld worden aan concreet beheer, concrete acties. Hierbij is samenwerking nodig. Bij het maken van plannen komen bomen vaak als laatste aan de orde en worden ook snel weer uit de plannen verwijderd. Bomen moeten veel eerder op de agenda staan. Er dient ook aan flexibiliteit gewerkt te worden. Alleen zo gaan we (vergroenings-)doelstellingen bereiken. - Principes: Met het UFMP wordt een ideale situatie nagestreefd. Hierbij gaat kwaliteit voor kwantiteit - Waar en hoe? 4 voorbeelden van hoe de stad vergroend kan worden zijn behandeld. - De presentatie eindigt met de uitleg wat een UFMP is. Er wordt vermeld dat er concrete doelstellen gesteld worden en hoe deze bereikt worden.
13
Quiz via Kahoot.it Middels een quiz werden de aanwezigen getest op hun (Groningse) bomenkennis. De winnaar heeft het boek Rethinking urban green spaces ontvangen. Meningen via Kahoot.it Na een korte opwarming van de quiz gingen we over tot het verzamelen van ideeën en persoonlijke meningen, door middel van verschillende stellingen. Belangrijkste resultaten: - Groningen is groen genoeg: oneens (15), geen mening (3) - Duidelijke groennormen voor Groningen zijn een goed idee: eens (14) en ik weet het niet (3) - Welk argument vind jij het belangrijkst voor het planten van bomen?: klimaat & tegengaan van hittestress (9), versterken biodiversiteit (3) en gezondheid van inwoners (3) - Belangrijkste reden om geen boom te planten: Te weinig plaats (11) , overlast (3) - Vind jij het belangrijk dat alle inwoners uitzicht hebben op ten minste 3 bomen?: Ja (10) en nee (5) - Waar moet de gemeente op de eerste plaats meer bomen planten?: Rondom scholen, kinderopvang en zorgcentra (7), in woonstraten (6) en in onze parken (4). Groepsgesprekken Na de Kahoot quiz is tijd voor groepsgesprekken. Er is een korte instructie over de groepsindeling en de taken (voorzitter, rapporteur).
Gesproken wordt over de volgende vragen: - Waar liggen de mogelijkheden om Groningen groener te maken en meer te doen voor onze bomen? - Welke concrete ideeën en ac es kunnen daarbij helpen en wat kunnen wij als organisa e doen? Terugkoppeling van de groepsgesprekken: 1e groep: - Deze groep geeft aan dat er integraal gekeken moet worden bij het vergroenen. Alleen dan ga je grote stappen zetten. - Bomen moeten meer prioriteit krijgen en niet meer als sluitpost bij een ontwikkeling betrokken worden. Dit geldt ook voor een herinrichting. - Belangrijk is om te kijken wat op welke plek het meest belangrijk is. Compenseren van bomen kan ook op een andere plek/andere manier. - Er moet voorlichting gegeven worden over bomen. Veel mensen zien alleen de overlast die een boom levert. Kennis uitwisseling is hierbij van belang. - De groep is positief over de bijeenkomst. Het aan tafel zitten met stakeholders etc. wordt als goed ervaren. - Groen moet in wijkbeleid verankerd worden. Anders wordt dit vaak vergeten in de praktijk. - Er moet goed gekeken worden naar eigendom/grondgebruik. - Groen blijft vaak te vrijblijvend. Voor waterafvoer etc. zijn eisen/normen vastgelegd. Dit moet ook voor groen gebeuren. Groen en blauw kunnen elkaar versterken. 14
-
Vanuit de aanwezigen wordt een vraag gesteld over kennis bij de gemeente. Aangehaald wordt dat er maar 2 boomsoorten op het marktplein toegepast zijn. Dit wordt als gemiste kans gezien of ligt dit aan gebrekkige communicatie waarom er voor 2 soorten gekozen is?
2e groep: Vraag 1: - Er moet meer en beter (intern) gecommuniceerd worden. - Flexibiliteit is belangrijk. Er wordt een voorbeeld gegeven dat het beleid een boomverplanting van een boom op een slechte plek in de weg staat. Terwijl deze verplant zou kunnen worden naar een geschikte plek. - Er wordt voorgesteld dat het wijker/blijver systeem toegepast moet worden. - Er mist een totaalvisie Vraag 2 - Het waterbedrijf komt met een idee om bij reconstructies een mantelbuis in plantvakken aan te brengen. Dit voorkomt graafwerkzaamheden die schade aan groen toe kunnen brengen. Verwacht wordt dat dit op de lange termijn kostentechnisch gezien ook interessant is. - Er moet meer interdisciplinair gewerkt worden. Woningbouw heeft geen overleg met het waterbedrijf. - Er bestaat een WOW-portaal. Hierin zijn echter geen woningcorporaties opgenomen. Er wordt verzocht om dit wel te doen. - Er dient meer samengewerkt te worden op financieel gebied. Kosten voor bijvoorbeeld zuigwerkzaamheden komen bij 1 partij te liggen. Ook dienen er op moeilijke plekken (bijv. weinig ruimte) ook bomen geplant te worden tegen hoge kosten. Deze kosten komen vaak ook bij 1 partij te liggen. - Opmerking: Woningcorporaties huisvesten veel kwetsbare mensen met een “kleine portemonnee”. Bomen zijn niet hun hoogste prioriteit. De persoon mist particuliere huiseigenaren in de groep.
Deze hebben vaak een grotere portemonnee. - Opmerking. Er dienen betere afspraken gemaakt te worden. Wanneer afspraken vast liggen, werkt dit groen in de hand. 3e groep - Volgens de groep zijn vaste normen gewenst. Dit biedt duidelijkheid. - Er dient ook verticaal naar groen gekeken te worden (gevelgroen etc.) - Er dient meer bestaand groen behouden en verbeterd te worden. - Er dient meer gewerkt te worden volgens een gebiedsgerichte aanpak. - Open plekken in de stad dienen open en groen gehouden te worden (geen inbreidingsprojecten). - Er dienen strenge groennormen vastgelegd te worden bij de uitgifte van grond. - De gemeente moet meer voorlichting geven over bijvoorbeeld een juiste boomsoort voor een gebied. - Er dient een eenduidige boodschap omtrent groen uitgedragen te worden door de gemeente. Reflectie Er is veel feedback geleverd door de aanwezigen en er zijn levendige discussies gehouden. Het groen en de biodiversiteit moeten sterker gepositioneerd worden in de wijken. Een integraal plan is echt nodig, niet alleen voor de groene sector maar ook met koppeling naar bijvoorbeeld gezondheid, wonen, infrastructuur. Heel 15
weinig gemeenten durven dat te doen en wat Groningen doet is moedig en nieuw. Het zal dus niet in 1x goed gaan, maar het proces heeft tijd en met regelmaat input van stakeholders nodig. Vervolg Er zullen updates komen en soms zal gevraagd worden naar meningen of om mee te denken (door het invullen van een vragenlijst). Ideeën kunnen ook naar bomenplan@groningen.nl gestuurd worden. In het najaar wordt een nieuwe bijeenkomst gepland om de stand van zaken te bespreken. Het plan is dan nog niet klaar. Het streven is om het plan aan het einde van dit jaar klaar te hebben voor inspraak, conform de procedure die in deze gemeente geldt. In 2025 komt het plan in de raad.
4. Reacties op de 80% versie - februari 2025 In februari 2025 hebben we een 80% versie van het bomenplan toegestuurd aan alle betrokken organisa es. Het plan is aan ruim 50 organisa es gestuurd en hen is gevraagd om hierop te reageren. Met behulp van de ontvangen feedback zijn we tot een defini eve versie van het bomenplan gekomen en deze zal ter besluitvorming voorgelegd worden aan het college van B&W. De binnengekomen reac es en beantwoording vindt u in dit document. Een deel van de organisa es/personen hee gereageerd via de toegestuurde link naar google forms, waar per hoofdstuk een aantal vragen werd gesteld en waar uiteraard ook ruimte was om in zijn algemeenheid te reageren. Een ander deel van de respondenten hee hun reac es rechtstreeks gemaild. De namen van de organisa es die gereageerd hebben vindt u terug onder hun reac e. Onderstaande organisa es hebben via google forms gereageerd. Zij hebben een cijfer gegeven voor de algemene indruk van het bomenplan. Vanuit Boomgroep XR hebben drie leden gereageerd. Organisatie DC Klinieken (allergieën) Fietsersbond afdeling Groningen Werkgroep Toegankelijk Groningen Buurtvereniging Het A-Kwar er IVN Groningen Haren Werkgroep Stadsecologie Boomgroep XR (3 reac es) Dorpsbelangen Noordlaren en Groene Ondernemers Haren Boomwachters Groningen
Algemene indruk van het bomenplan Cijfer 3: Allergenen zijn onderbelicht in het document Cijfer 7: Geen toelichting Cijfer 7: Geen toelich ng Cijfer 8: Geen toelich ng Cijfer 6: Geen toelich ng Cijfer 7, 7 en 8: Geen toelich ng Cijfer 4: Geen toelich ng Cijfer 6: Geen toelich ng 16
Het overzicht begint met de algemene reac es die gegeven zijn en daarna komen de reac es per hoofdstuk. Per onderdeel komen dan eerst de reac es die via google forms zijn binnengekomen en daarna de reac es per mail.
ALGEMENE REACTIES Algemene reacties op de vraag in Google Forms: Heb je nog aanvullende opmerkingen die je eerder niet kwijt kon? REACTIE
ANTWOORD
Ik heb vorig jaar deelgenomen aan de voorlichtingsavond in Haren. Helaas is daar niet duidelijk naar voren gekomen hoe belangrijk het is om bij de boomkeuze rekening te houden met niet-allergene soorten, met het oog op de gezondheid van mensen met een boompollenallergie. Dit aspect verdient meer aandacht binnen het bomenbeleid (DC Klinieken (allergieën) 1. Fietsers hebben vaak en veel last van opdruk van boomwortels, wat ook leidt tot verkeersonveiligheid. Zorg voor verharding en/of bomen die dit verminderen en waar nodig voor tijdig onderhoud om de overlast te beperken. 2. Het is een mooi en gedetailleerd plan; zorg ervoor dat de nadruk (lees meeste geld) wel bij de uitvoering terecht komt en niet bij eindeloos nader onderzoek en monitoring. 3. Betrek ook andere stakeholders/weg- en terreinbeheerders om de effectiviteit te verhogen (bv provincie Groningen als wegbeheerder oostelijke ringweg bij reconstructie tot "groene vallei" en ARZ zoals bij Ring Zuid.) 4. Naast bomen kunnen ook struiken/heesters bijdragen aan doelen masterplan en voor fietsers zorgen voor beschutting in het windrijke Nederland. 5. Denk aan koppelkansen om fietspaden te verbreden in combinatie met het planten van bomen.
In de nieuwe versie van het Bomenplan is dit onderwerp expliciet opgenomen in paragraaf 2.3.2 ‘Overige voorwaarden en uitgangspunten’, onder het kopje Allergieën en gezondheidseffecten.
1. Door goede ondergrondse groeiplaatsen aan te leggen en bij de huidige bomen te investeren in groeiplaatsverbetering zullen boomwortels meer ruimte krijgen. Hierdoor zal wortelopdruk worden verminderd. 2. Dit bomenbeleidsplan is een startpunt voor 50 jaar stapsgewijze vergroting, verbetering en versterking van de Groningse boomkroonbedekking en het bomenbestand. Hiervoor zullen we concrete acties, gekoppeld aan voldoende budget, uitvoeren om deze doelen te bereiken. Monitoring is echter nodig om tussentijds te meten of we de juiste acties uitvoeren en op tijd te kunnen bijsturen. 3. Samenwerking met andere overheden, waaronder de provincie en terreinbeheerders, is opgenomen als structureel onderdeel van het beleid (paragraaf 4.3.3). Ook de koppelkansenkaart helpt bij het afstemmen van ambities met externe partners, zoals bij infrastructuurprojecten. Bij reconstructies zoals de Oostelijke Ringweg benutten we deze samenwerkingsverbanden om 17
(Fietsersbond afdeling Groningen)
M.b.t. Betrokkenen bomenplan # reactie pt. 18: We hebben ‘Galm verminderen’ opgenomen in de woordenwolk van waarderen. Wat moet ik mij voorstellen bij woordenwolk waarderen? Een heel andere vraag, die niets met slechthorendheid te maken heeft, maar met toename mentaal welzijn: Zal er ook aandacht komen voor meer bomen die in de herfst zo mooi kleuren? Als voorbeeld noem ik de rode kleur van de bomen aan de A-Weg en de fel gele bomen in het Noorderplantsoen (vlakbij de Plantsoenbrug). Ik kan daar zo van genieten. (Werkgroep Toegankelijk Groningen)
vergroening en boomstructuren vanaf het begin mee te nemen in de planvorming. Het plan benadrukt hiermee de regierol van de gemeente én het belang van integrale gebiedsprocessen. 4. In paragraaf 1.1.2 Biodiversiteit is toegevoegd dat ook ander groen, zoals struiken, een waardevolle bijdrage levert aan biodiversiteit en ruimtelijke samenhang. De focus van het Bomenplan ligt op het vergroten van kroonbedekking, met name in bebouwd gebied waar de impact op leefbaarheid en gezondheid het grootst is. In windrijke gebieden (voornamelijk buitengebied) is er meer ruimte voor de toepassing van struiken en mantel- en zoomvegetatie, als ecologische verrijking onder en tussen bomen. In de uitwerking via o.a. de handreiking ‘biodivers inrichten van groeiplaatsen’ wordt ook aandacht besteed aan de samenhang tussen bomen, struiken en andere vegetatie, in relatie tot de ruimtelijke context. 5. Het benutten van koppelkansen is een belangrijk uitgangspunt binnen het Bomenplan. Bij herinrichtingen zoeken we actief naar combinaties waarin vergroening en andere opgaven, zoals de verbetering van fietsverbindingen, samen kunnen gaan. Dit draagt bij aan een efficiënte en kostenbewuste uitvoering. Koppelkansen worden onder andere inzichtelijk gemaakt via de koppelkansenkaart (zie paragraaf 4.3.5). In juli 2024 is de visie voor dit bomenplan door ons college vastgesteld.
Aan deze visie waren 4 thema’s gekoppeld: waarderen, samenwerken, investeren en beheren. Onderwerpen die bij een thema hoorden hadden wij in een woordenwolk gezet. Bij de verdere uitwerking van de visie hebben we gekozen voor een andere opzet. De thema’s met woordenwolken zijn dus niet meer terug te vinden in dit bomenplan. De oude visie is nog in te zien via https://gemeenteraad.groningen.nl/Documenten/Bijlage/Bijlage-Visieen-thema-s-nieuw-bomenbeleidsplan.pdfDe juiste boom op de juiste plek is een uitgangspunt van dit bomenplan. De Groninger Bomenlijst dient hierbij als handreiking. In deze bomenlijst staan verschillende kenmerken van bomen waaronder de bladkleur in de herfst. 18
Van belang is voorts de verdeling van het bomenbestand over enerzijds de gemeente zelf en anderzijds particulieren, waaronder ook de semi-overheid. Het eigendom van de terreinen waar bomen staan en moeten komen is voor 60% in handen van de gemeente [met een boomkroonoppervlak van 16.3%] en voor 40% in die van particulieren [met een boomkroonoppervlak van 8.9%]. Voor wat betreft de te realiseren groei van het boomkroonoppervlak op terreinen die in particulier bezit zijn, merkt de nota op dat de gemeente wil stimuleren, dit is: inspireren en faciliteren [onder meer: bomen ter beschikking stellen]. De gemeente wil dit onder meer doen in overleg met woningcorporaties [het is zeker gewenst de Rijks-universiteit Groningen hier nadrukkelijk aan toe te voegen]. (Buurtvereniging Het A-Kwartier) Gegeven de genoemde percentages lijken de bestaande regelgeving [voor wat betreft kappen en verplichte heraanplant] plus het voorgenomen stimuleren sterk onvoldoende om de beoogde groei op juist particuliere terreinen te doen plaatsvinden. Het lijkt niet te vermijden - en gegeven de belangen tevens niet anders dan te wensen - dat er voor wat betreft het boomkruinoppervlak - en ruimer: het groen - op terreinen die in particulier bezit zijn regelgeving wordt ontwikkeld van een soort die we nu nog niet kennen en in de nota ook niet wordt aangestipt.
Wellicht zou men hierbij moeten denken aan regelgeving die lijkt op wat er nu is vastgelegd voor wat betreft rijks- en gemeentelijke monumenten die in particulier eigendom zijn. Verbinden zulke monumenten ons met het verleden, een vergelijkbaar soort regelgeving voor bomen [groen] in particulier eigendom zou vermoedelijk kunnen helpen om ons naar de gewenste toekomst te krijgen. (Buurtvereniging Het A-Kwartier) Stadsecologie De gemeente Groningen heeft de ambitie om het boomkroonoppervlak (BKO) in woonbuurten te vergroten tot 30% tegen 2075. Dit plan sluit aan bij internationale modellen zoals het Urban Forest Masterplan en draagt bij aan een groenere, klimaatbestendige en leefbare stad. Als IVN Groningen Haren – Werkgroep Stadsecologie juichen wij deze ambitie toe. Echter, bij de beoordeling van het conceptstuk zijn er enkele kritische vragen en aandachtspunten naar voren gekomen, met name over de uitvoerbaarheid, effectiviteit en ecologische samenhang van het plan.
We hebben onderwijsinstellingen toegevoegd aan paragraaf 4.3.2
Bomen met een stamdoorsnede groter dan 20 cm (omtrek circa 63 cm), gemeten op 1.30 meter boven maaiveld, worden beschermd door de omgevingsvergunning. Hiervoor geldt niet kappen, tenzij. Op par culiere terreinen is de reden voor het verwijderen vaak overlast. Alleen wanneer het belang voor het verwijderen van de boom groter is dan de waarde van de boom, mag een boom worden verwijderd. Sinds de aanscherping van de beleidsregels t.a.v. het kappen van bomen in 2022 passen we bij de herplantplicht maatwerk toe en leggen we ook voor par culiere tuinen een herplantplicht op voor de aanplant van een (kleinere) boom. Samen met een s muleringsregeling voor de aanplant van bomen denken we dat we hiermee kunnen zorgen voor een toename van de boomkroonbedekking op par culiere terreinen. We denken niet dat regelgeving zoals deze er voor rijks- en gemeentelijke monumenten is, een grotere bijdrage zal leveren dan de huidige regelgeving. 1. Mee eens. Het plan gaat over het bebouwde gebied. Daar vallen industrieterreinen ook onder. Dit hebben we verduidelijkt in het aangepaste plan. 2. In het bomenplan ligt de focus op het realiseren van 30% boomkroonbedekking omdat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dit een posi ef effect hee op de gezondheid van onze inwoners en het de lee aarheid verbetert. Al het groen draagt hieraan bij, echter zijn boomkronen het meest effec ef.
Naast de ac es die we 19
1. Beperkte focus op woonbuurten – waarom geen industrieterreinen? Het plan richt zich uitsluitend op woonwijken, terwijl industrieterreinen en bedrijventerreinen vaak de grootste hitte-eilanden vormen. Waarom zijn industrieterreinen niet meegenomen? Uit de hittestresskaart van Groningen blijkt dat deze gebieden de hoogste temperaturen bereiken. Juist hier zou vergroening bijdragen aan temperatuurverlaging, luchtzuivering en wateropvang. Aanbeveling: Breid de focus uit naar industrieterreinen en andere hitte-eilanden. 2. Is de rol van warmte producerende sectoren voldoende onderzocht? Bomen zijn niet de enige manier om hittestress te verminderen. Wordt in dit plan ook rekening gehouden met de impact van verharding, asfalt en industriële warmteproductie? Combineer vergroening met andere maatregelen zoals schaduwcreatie en vermindering van verharde oppervlakken. (IVN Groningen Haren Werkgroep Stadsecologie) Realisme en effectiviteit van de 30%-norm. Het plan hanteert een algemene norm van 30% BKO per wijk. Dit roept vragen op over de praktische haalbaarheid en de ecologische meerwaarde. 1. Is 30% realistisch in dichtbebouwde wijken? 2. 2.In compacte wijken met flats en smalle straten kan het lastig zijn om deze norm te halen. Wordt gekeken naar alternatieve vergroening, zoals gevelgroen en daktuinen? 3.
3.Houdt de norm rekening met bevolkingsdichtheid? Het aantal inwoners per wijk varieert sterk. Wordt er rekening gehouden met de hoeveelheid groen per persoon in plaats van een generiek percentage per wijk? 4. Wat als particulieren niet meewerken? Een groot deel van de bomen staat op privégrond. Hoe wordt participatie gestimuleerd? Zijn er subsidies of andere stimulansen voor bewoners en bedrijven? 5. Aanbeveling: Vervang de generieke 30%-norm door maatwerk per wijk, waarbij bevolkingsdichtheid en ruimtelijke mogelijkheden worden meegenomen. (IVN Groningen Haren Werkgroep Stadsecologie)
vanuit dit bomenplan gaan uitvoeren, voeren we ook andere maatregelen uit om vergroening van onze gemeente te bevorderen zoals het vervangen van overbodige verharding door groen zoals beschreven in het Groenplan Vitamine G. Ten aanzien van verharding hebben we een eigen asfaltmengsel GemGroRefec on ontwikkelt met een lagere oppervlaktetemperatuur dan regulier asfalt. Ook dit draagt bij aan het verlagen van hi estress binnen onze gemeente.
We streven naar 30% kroonbedekking, ook in de binnenstad, omdat dit essentieel is voor een gezonde, leefbare en klimaatbestendige woonbuurten. We realiseren ons dat de opgave heel groot is in de dichtbebouwde binnenstad. Maatwerk is hierbij nodig, wat zich zal vertalen in de op te stellen boomstructuurkaarten. De looptijd van 50 jaar geeft ons de ruimte om bij herinrichtingen en nieuwbouwplannen stapsgewijs toe te werken naar 30% kroonoppervlak en waar nodig groeiplaatsen van bestaande bomen te verbeteren. In dichtbebouwde buurten met beperkte openbare ruimte richten we ons ook op het stimuleren van aanplant van bomen op particulier terrein. Door om de 4 jaar de boomkroonbedekking te meten weten we of we op de goede weg zijn. 2. Daar waar 30% boomkroonbedekking niet haalbaar is wordt ingezet op andere vormen van vergroening zoals gevelgroen, daktuinen en kruidachtige vegetatie. Hoewel deze niet meetellen voor de boomkroonbedekking, dragen ze wel degelijk bij aan verkoeling, waterberging, biodiversiteit en de beleving van groen. Op dit 1.
20
Onduidelijkheid over het ‘Omgevingsprogramma Bomen ’Het plan verwijst naar een ‘Omgevingsprogramma Bomen’ als belangrijk beleidsinstrument, maar de inhoud blijft onduidelijk. Wat houdt dit programma precies in? Op pagina 10 en 37 wordt het genoemd, maar zonder toelichting op de doelstellingen, maatregelen en uitvoering. Aanbeveling: Geef een duidelijke uitleg over het Omgevingsprogramma Bomen en hoe het bijdraagt aan de uitvoering van het Urban Forest Masterplan. (IVN Groningen Haren Werkgroep Stadsecologie) De rol van parken en monumentale bomen. Het plan legt veel nadruk op nieuwe aanplant, maar erkent onvoldoende de ecologische waarde van bestaande bomen en parken. Hoe tellen parken mee in de 30%-berekening? Parken vormen een belangrijk deel van het stedelijk groen, maar hun bijdrage aan het BKO blijft onduidelijk. Wat is de status van monumentale bomen? In parken zoals het Zuiderpark en het Sterrebos staan monumentale bomen met grote ecologische waarde. Is er voldoende bescherming? Te veel focus op groeisnelheid. Het plan benadrukt bomen die bijdragen aan een groeiend BKO. Maar ook oude, langzaam groeiende bomen hebben een grote ecologische
moment is de 30% kroonbedekking ingezet als generieke doelstelling. Er zijn voorbeelden van gemeenten die de doelstelling omrekenen naar de mate van bebouwing, maar hiervoor is nog geen wetenschappelijke onderbouwing. We volgen deze ontwikkelingen en passen eventuele maatwerk percentages toe bij de uitwerking van dit plan. 3. Bevolkingsdichtheid speelt hier geen rol. Wel kan de verhouding bebouwd versus onbebouwd een rol spelen (zie antwoord op vraag 2). Binnen het ontwerp omgevingsprogramma groennormen wordt deze wijze van berekenen wel meegenomen. 4. We kunnen particulieren niet verplichten om bomen aan te planten. Wel kunnen we de meerwaarde ervan aangeven en via subsidies of het weggeven van bomen ervoor zorgen dat meer bomen op particuliere gronden worden aangeplant. De buurten met de laagste kroonbedekkingspercentages zullen we hierbij voorrang geven. 5. Zie antwoord op vragen 1, 2 en 3 Het bomenplan zou in eerste instantie worden vormgegeven als omgevingsprogramma bomen. Bij nader inzien bleek het bomenplan niet te kunnen voldoen aan de vereisten van een omgevingsprogramma en fungeert het nu als beleidsvoornemen is bouwsteen van de Omgevingsvisie. Dit wordt in het bomenplan in 1.2. Beleidskader toegelicht.
De 30% boomkroonbedekkingsnorm geldt alleen voor bebouwd gebied (woonbuurten en industriegebieden). De grotere parken rekenen we niet mee. We willen niet dat bomen snel groeien, maar juist dat bomen oud kunnen worden. Bomen met grote kronen, zoals monumentale bomen, dragen het meeste bij aan de boomkroonbedekking. Daarnaast leveren monumentale bomen veel ecosysteemdiensten waardoor ze van groot belang zijn voor een gezonde leefomgeving. Door bij aanplant van nieuwe bomen te investeren in een goede groeiplaats en bij bestaande bomen groeiplaatsverbetering toe te passen, willen we ervoor zorgen dat 21
waarde, bijvoorbeeld als leefgebied voor insecten en vogels. Aanbeveling: Versterk de bescherming van monumentale bomen en maak expliciet hoe parken worden meegenomen in de BKO-berekening. (IVN Groningen Haren Werkgroep Stadsecologie) Biodiversiteit en spontane natuurontwikkeling. Het plan richt zich vooral op bomen, maar een bredere ecologische visie ontbreekt. Bomen in verhard gebied hebben beperkte ecologische waarde. In buurten zoals de Gruno buurt worden bomen in betonnen bakken geplant. Dit draagt bij aan het BKO, maar nauwelijks aan biodiversiteit. Hoe wordt spontane natuurontwikkeling meegenomen? Sommige gebieden ontwikkelen zich spontaan met bomen en struiken, zoals meidoorns en vlieren. Hoe worden deze gewaardeerd en beschermd? Te beperkte kijk op biodiversiteit. Het plan focust op bomen en hun groeiplaatsen, maar houdt nauwelijks rekening met andere elementen van het ecosysteem zoals schimmels, insecten, vogels en water. Aanbeveling: Neem een bredere ecologische visie op, waarin biodiversiteit niet alleen wordt gekoppeld aan boomaanplant, maar ook aan struiken, kruiden, bodembedekkers en fauna. We pleiten ervoor om specifiek bomen te planten die van belang zijn voor de ontwikkeling van ectomycorrhiza-vormende paddenstoelen, zoals eik, beuk, populier en berk. Deze soorten zijn van groot belang voor het ondersteunen van schimmelsoorten in het stedelijke ecosysteem.
In gebieden zoals de Peizerweg langs de busbaan, waar eiken in de herfst talloze paddenstoelensoorten aantrekken, zoals parelamaniet, panteramaniet, vliegenzwam en russulas, is al te zien wat dergelijke bomen kunnen opleveren voor de biodiversiteit. Het is van belang dat de gemeente hierbij ook specifiek beheer in overweging neemt om deze ecologische relaties te ondersteunen en te versterken. (IVN Groningen Haren Werkgroep Stadsecologie) Financiering, haalbaarheid en aansluiting op bestaande documenten. Het plan mist een financiële onderbouwing en concrete strategieën voor beheer en onderhoud. Daarnaast roept het vragen op over de samenhang met bestaande kennis en beleid. Onvoldoende aandacht voor privaat en gemeentelijk eigendom. Er is onduidelijkheid over de verdeling tussen privaat en gemeentelijk eigendom van de te beplanten gebieden. Dit zou duidelijker
meer bomen monumentaal worden. Monumentale bomen die aftakelen (veterane bomen) behouden we zo lang als mogelijk.
Zoals we hierboven aangeven geldt de 30% boomkroonbedekkingsnorm alleen voor bebouwd gebied (woonbuurten en industriegebieden). Hier is weinig ruimte voor spontane natuurontwikkeling. Daarom benoemen we dit niet in dit bomenplan. We erkennen dat de waarde van bomen ligt in hun bijdrage aan een breder stedelijk ecosysteem. Bomen functioneren in samenhang met onderbeplanting, bodemleven, fauna en waterhuishouding. Bij de uitvoering van het plan wordt daarom niet alleen gestuurd op hoeveelheid kroon, maar ook op de kwaliteit en functie van vergroening, met oog voor ecologische samenhang, biodiversiteit, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. In de uitwerking via o.a. de handreiking ‘biodivers inrichten van groeiplaatsen’ besteden we aandacht aan de samenhang tussen bomen, struiken en andere vegetatie, afhankelijk van de ruimtelijke context.
Het financiële hoofdstuk is toegevoegd aan het plan. Voor de genoemde activiteiten in het plan is financiële dekking. De begroting voor de eerste vijf jaar van het programma Bomen is opgenomen in paragraaf 6.2. De verhouding privaat versus openbaar is aangepast in het plan. De gemeente Groningen bezit 26,7% van de totale oppervlakte, terwijl 73,6% in particulier eigendom is. 22
moeten worden gedefinieerd om effectief beleid te voeren. 60% van het oppervlak in gemeentelijk eigendom is niet realistisch. De claim dat 60% van het oppervlak van de gemeente in gemeentelijk eigendom is, blijkt feitelijk onjuist te zijn. Het is belangrijk dat het plan realistische cijfers en informatie bevat. Hoe wordt dit gefinancierd? Er wordt geen inzicht gegeven in budgetten of subsidiemogelijkheden. Onvoldoende aandacht voor beheer en onderhoud Het planten van bomen is één ding, maar goed beheer is essentieel. Hoe wordt dit georganiseerd en geborgd? Is het plan voldoende afgestemd op bestaande documenten? Een deel van de relevante informatie is al opgenomen in het Handboek Groninger Bomen. Zijn de bestaande documenten voldoende tegen het licht gehouden? Hoe is dat getoetst? Bevat het plan alles wat nodig is om een stevig beleidskader te vormen? Of blijven er belangrijke vragen open? Hoe kunnen we dit als externe partijen beoordelen? Aanbeveling: Voeg een financiële onderbouwing toe en besteed expliciet aandacht aan beheer en onderhoud. Onderzoek of het plan daadwerkelijk alles bevat wat nodig is voor een effectief beleid, of dat aanvullende toetsing en afstemming met bestaande documenten nodig is. (IVN Groningen Haren Werkgroep Stadsecologie) Breder perspectief: mondiale ontbossing.
Vergroening van Groningen is positief, maar draagt slechts beperkt bij aan het wereldwijde klimaatprobleem. Wat is de echte impact van 1000 bomen per jaar? Als elders in de wereld duizenden bomen per dag verdwijnen, wat is dan het netto-effect? Moet Groningen zich ook inzetten voor mondiale herbebossing? De gemeente zou via VNG, de landelijke overheid of NGO’s actief kunnen bijdragen aan internationale herbebossing. Aanbeveling: Stimuleer internationale samenwerking tegen ontbossing, naast lokale vergroening. (IVN Groningen Haren Werkgroep Stadsecologie) Aanvullende Kritische Opmerkingen: 1. 1.3.1 "De gedachte is dat alle bomen collectief bijdragen..."wij vroegen ons af of deze stelligheid wel wijsheid is. Moet er niet kritischer gekeken worden naar welke bomen daadwerkelijk bijdragen en welke misschien niet of minder? Dit zou ook moeten worden bekeken in het bredere plaatje van gehele ecosystemen. Het gaat namelijk om meer dan alleen de
Het beheer en onderhoud van bomen staat niet beschreven in het bomenplan maar in de nota ‘Herijking zorgplicht’. Deze zal worden opgenomen in het Handboek Groninger Boom. Dit bomenplan vormt een strategisch beleidskader voor bomen met bijbehorend actieplan. Onderdeel hiervan is een grondige beleidsanalyse van boom gerelateerd beleid en een analyse van andere gemeentelijke beleidsdocumenten. Hiervoor verwijzen we naar bijlage I. Hierin geven we ook een overzicht van beleidsmatige raakvlakken en knelpunten bij een integrale afweging.
We herkennen het bredere perspectief dat wordt geschetst. En beseffen ons dat mondiale ontbossing een urgent probleem is. Het Bomenplan richt zich primair op de lokale context, waar vergroening bijdraagt aan leefbaarheid, gezondheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie in onze eigen gemeente.
1.
In paragraaf 1.4.1 (voorheen 1.3.1 wordt inderdaad gesteld dat alle bomen bijdragen, maar dit is bedoeld als collectief uitgangspunt. We erkennen dat de mate van bijdrage per boomtype en locatie verschilt. In paragraaf 2.3.1 en via de handreiking voor het biodivers inrichten van groeiplaatsen wordt verder uitgewerkt hoe bomen – 23
bomenkroon. Sommige bomen, vooral in verhard gebied, kunnen mogelijk weinig bijdragen aan de biodiversiteit en het ecosysteem. 2. 2.3.2 "Juiste boom op de juiste plek "Het planten van enkel inheemse soorten lijkt geen vereiste of richtlijn. Wat wordt er bedoeld met "wensen en behoeften uit de omgeving"? Dit komt enigszins over als het ook gaat om esthetische voorkeuren, zoals hoe een boom eruitziet. Verderop in de tekst wordt gepraat over de Groninger Bomenlijst. Hoe is dit gekoppeld aan de keuze van bomen voor het plan? 3. 4.2/4.3 Actiepunten: Monitoring en in kaart brengen. De actiepunten die genoemd worden, gaan vrijwel alleen over monitoring en "het in kaart brengen van" de huidige situatie. Dit lijken voornamelijk eerste stappen te zijn, maar er ontbreken concrete vervolgstappen, terwijl dit plan voor 50 jaar is bedoeld. Moeten er geen actiepunten worden genoemd over de daadwerkelijke aanplant en uitbreiding van bomen, en over het beheer en onderhoud ervan op langere termijn? (IVN Groningen Haren Werkgroep Stadsecologie)