Bijlage 4 Beleidskader plangebied Travertijnstraat.pdf
Tekst van het document
Bijlage 1
Beleidskader Travertijnstraat
Plangebied Travertijnstraat
Inhoudsopgave
Inhoud 1
Beleidsdoelen Rijksbeleid .................................................................................. 4
1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ........................................................................................... 4
1.2
Instructieregels Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) ............................................................. 5
1.3 De programmaopgave in relatie tot de uitgangspunten in het nationale beleid ......................... 6 2
Beleidsdoelen provinciaal beleid ........................................................................ 7
2.1
Omgevingsvisie provincie Groningen ...................................................................................... 7
2.2
Omgevingsverordening provincie Groningen (POV) ............................................................... 8
2.3
De programmaopgave in relatie tot de uitgangspunten van het provinciaal beleid .............. 8
3
Beleidsdoelen Regionaal beleid .........................................................................10
4
Beleidsdoelen Gemeentelijk beleid ....................................................................11
4.1 Omgevingsvisie Levende Ruimte ................................................................................................. 11 4.2 Wonen ......................................................................................................................................... 12 4.2.1 Woonvisie ‘Een thuis voor iedereen’.................................................................................... 12 4.2.2 Visie op wonen, samenleving en zorg ‘Wonen mag voor niemand (een) zorg zijn’ ............ 13 4.2.3 Strategische woningbouwprogrammering 2023-2032 ........................................................ 14 4.3 Werken ........................................................................................................................................ 15 4.3.1 Strategie werklocaties en uitvoeringsprogramma ............................................................... 15 4.4 Groen, water en openbare ruimte .............................................................................................. 17 4.4.1 Groenplan Vitamine G en uitvoeringsplan Groen 2021-2025 .............................................. 17 4.4.2 Groninger Ecologische Structuur.......................................................................................... 17 4.4.3 Beleidskader Natuurinclusief Bouwen .................................................................................
18 4.4.4 Programma Water en Riolering gemeente Groningen 2025-2029 ...................................... 19 4.4.5 Verordening afvoer hemelwater en grondwater ................................................................. 19 4.4.6 Watervisie ‘Koersen op water’ ............................................................................................. 19 4.4.7 Uitvoeringsprogramma Klimaatbestendig Groningen Uitvoeringsagenda 2020-2024 ........ 20 4.4.8 Ontwerpleidraad openbare ruimte ...................................................................................... 20 4.5 Welstand en Erfgoed ................................................................................................................... 21 4.5.1 Welstandsnota 2020 Gemeente Groningen......................................................................... 21 4.5.2 Erfgoednota 2017 en cultuurhistorische waardenkaart ...................................................... 22 4.5.3 Bestemmingsplan ‘Gebouwd Erfgoed Groningen’ ............................................................... 23 4.6
Mobiliteit ............................................................................................................................... 23
4.6.1 Mobiliteitsvisie ’Groningen goed op weg’ ............................................................................ 23 4.6.2 Beleidsregel parkeernormen 2024 ....................................................................................... 24 1
4.7 Kwaliteit leefomgeving ................................................................................................................ 24 4.7.1 Actieplan Wegverkeerslawaai 2024-2028 ............................................................................ 24 4.7.2 Nota bodembeheer 2021 ..................................................................................................... 25 4.7.3. Gezondheidsbeleid Gemeente Groningen ‘Gezond Leven in 050’ ..................................... 25 4.7.4 Handboek Hoger bouwen..................................................................................................... 26 Notitie ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’................................................................................ 28
2
In deze bijlage wordt ingegaan op het beleidskader. Dit doen we eerst op hoofdlijnen op Rijks, provinciaal en regionaal niveau. Voor het gemeentelijk beleid gaan we per thema nader in op de beleidsdoelen die relevant zijn voor het gebied en uitgangspunten die zijn geformuleerd.
3
1
Beleidsdoelen Rijksbeleid
1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De beleidsdoelen uit het nationaal beleid zijn verwoord in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Via instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) krijgt dit doorwerking naar de lagere bestuurslagen. Hieronder worden de hoofdlijnen van het nationale beleid behandeld.
Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De NOVI zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief voor 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven 4
wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden en behoeften van toekomstige generaties.
1.2
Instructieregels Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl)
De ontwikkelopgave in het plangebied wordt via een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mogelijk gemaakt en zal uiteindelijk worden doorvertaald in het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal). In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: • waarborgen van veiligheid; • beschermen van waterbelangen; • beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; • beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; • het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; • het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes; • gebruik van bouwwerken, waaronder
de aanwijzing van woningbouwcategorieën; • het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen.
5
1.3 De programmaopgave in relatie tot de uitgangspunten in het nationale beleid De herontwikkeling van het gebied Travertijnstraat naar een aantrekkelijk woonmilieu sluit goed aan bij prioriteit voor sterke en gezonde steden en regio’s en bijbehorende afwegingsprincipes. Het betreft hier een bestaand stedelijk gebied dat wordt herontwikkeld tot een woongebied met daarbinnen aan de woonfunctie ondergeschikte werkfuncties.. Hiermee is sprake is van een combinatie van functies en daarmee zorgvuldig ruimtegebruik. Verder wordt opgemerkt dat bij de gebiedsopgave Travertijnstraat zoals in dit omgevingsprogramma is uitgewerkt geen nationale belangen in het geding zijn. In het programma wordt de opgave in het gebied op hoofdlijnen getoetst aan de instructieregels. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van het omgevingsprogramma.
6
2
Beleidsdoelen provinciaal beleid
2.1
Omgevingsvisie provincie Groningen
De beleidsdoelen uit het provinciale beleid zijn verwoord in de provinciale omgevingsvisie (POVI). Via instructieregels in de provinciale omgevingsverordening (POV) krijgt dit doorwerking naar de gemeente. Hieronder worden de hoofdlijnen van het provinciale beleid behandeld.
Een belangrijk doel van de Omgevingsvisie Groningen is om op strategisch niveau samenhang aan te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarom zijn in deze omgevingsvisie zoveel mogelijk de visies op verschillende terreinen zoals ruimtelijke ontwikkeling, landschap en cultureel erfgoed, natuur, verkeer en vervoer, water, milieu en gebruik van natuurlijke hulpbronnen samengevoegd en inhoudelijk met elkaar verbonden. Er zijn ook onderdelen opgenomen van het provinciale beleid voor economie, energie en cultuur en welzijn, voor zover die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie heeft de provincie Groningen al het provinciale beleid dat op een of andere manier aan de fysieke leefomgeving raakt geformuleerd en geordend in vijf samenhangende thema’s en elf provinciale ‘belangen’. Ruimte 1. Ruimtelijke kwaliteit; 2. Aantrekkelijk vestigingsklimaat; 3. Ruimte voor duurzame energie; 4. Vitale landbouw; Natuur en landschap 5. Beschermen landschap en cultureel erfgoed; 6. Vergroten biodiversiteit; Water 7. Waterveiligheid 8. Schoon en voldoende water; Mobiliteit 9. Bereikbaarheid; Milieu 10. Tegengaan milieuhinder; 11. Gebruik van de ondergrond. Met de omgevingsvisie wil de provincie Groningen aansluiting vinden bij maatschappelijke ontwikkelingen en hier samen met anderen aan werken.
De provincie ziet drie dominante ontwikkelingen, namelijk: bevolkingsontwikkeling, de digitale revolutie en de energietransitie. Het ontwikkelgebied Travertijnstraat bevindt zich binnen het stedelijk gebied. De ontwikkeling heeft raakvlak met het thema ‘Ruimte’ en dan meer specifiek de belangen ‘ruimtelijke kwaliteit’ en ‘aantrekkelijk vestigingsklimaat’. Hierna wordt nader op de betreffende onderdelen ingegaan. Ruimtelijke kwaliteit De provincie Groningen streeft naar een zo hoog mogelijke ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door de mate waarin binnen een gebied de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde in onderlinge verhouding geoptimaliseerd zijn. Een hoge ruimtelijke kwaliteit is van belang om de 7
provincie aantrekkelijk te laten blijven om te wonen, werken en recreëren. Het omgevingsbeleid wordt zoveel mogelijk gericht op het bieden van kansen die zich voordoen in lokale en regionale situaties. Stedelijk gebied Stedelijke ontwikkelingen dienen zoveel mogelijk plaats te vinden binnen bestaand stedelijk gebied. Reden hiervoor is het behouden en versterken van het grote contrast tussen het stedelijk gebied en het buitengebied, dit is bepalend voor de identiteit van de provincie. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de ruimtelijke kwaliteit binnen het stedelijk gebied. Bij de inpassing van grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen in het stedelijk gebied en ruimtelijke ingrepen in het stedelijk gebied die een effect hebben op het buitengebied ondersteunt en adviseert de provincie de gemeenten.
2.2
Omgevingsverordening provincie Groningen (POV)
Tegelijkertijd met de Omgevingsvisie is de bijbehorende Omgevingsverordening provincie Groningen vastgesteld. In de omgevingsverordening is aangegeven waarmee gemeenten bij ruimtelijke planvorming rekening moeten houden. De ontwikkelopgave aan de Travertijnstraat omhelst het realiseren van een ‘anders dan standaard’ woonmilieu, namelijk een gemengd gebied waar naast wonen ook ruimte is voor werken met de focus op circulaire economie, duurzaamheid en een zekere mate van collectiviteit. Voor de ontwikkelopgave in het gebied is met name artikel 3.30 ‘Instructieregel woningbouw 2’ uit de provinciale omgevingsverordening relevant. In de verordening staan ook instructieregels voor werken, maar die hebben geen betrekking op kleinschalige werkfunctie in gemengde woongebieden.
Artikel 3.30 Instructieregel woningbouw 2 Een omgevingsplan stelt beoordelingsregels op grond waarvan een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit als bedoeld in Artikel 3.28 slechts kan worden verleend als de omgevingsplanactiviteit naar aard, locatie en aantal in overeenstemming is met: a) een onder de vigeur van de Wet ruimtelijke ordening tot stand gekomen gemeentelijke woonvisie, die is afgestemd met de gemeenten binnen de regio waarvan de gemeente deel uitmaakt(e); b) de in het kader van de Regio Groningen-Assen tot stand gekomen regionale planningslijsten voor woningbouw; c) de tussen betrokken gemeenten en GS gemaakte nadere afspraken over woningbouw; of d) een onder de vigeur van de Omgevingswet tot stand gekomen omgevingsvisie of programma die is afgestemd met gedeputeerde Staten voor wat de ontwikkeling van woningbouwvoorraad betreft.
2.3 De programmaopgave in relatie tot de uitgangspunten van het provinciaal beleid De herontwikkeling van het gebied Travertijnstraat Groningen zoals in dit omgevingsprogramma is uitgewerkt geeft invulling aan de provinciale belangen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit. De gebiedsopgave beoogd een herontwikkeling van de voormalige scholenlocatie naar een aantrekkelijk woon- en werkmilieu met een hoge gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het moet een gebied worden waarin het aantrekkelijk is om de wonen, werken en verblijven. 8
Voorliggend omgevingsprogramma verwoord de opgaven en ambities en het stedenbouwkundig kader voor de herontwikkeling van het gebied. De daadwerkelijke ontwikkeling zal fasegewijs door middel van omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (Bopa’s) juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt. Deze omgevingsvergunningen worden binnen 5 jaar verwerkt in het gemeentelijk omgevingsplan, deze verplichting geldt vanaf 1 januari 2027. In het kader van de Bopa’s dient getoetst te worden aan instructieregel 3.30 uit de provinciale verordening. In paragraaf4.2 wordt nader ingegaan op het woonbeleid, woonafspraken en de regionale afstemming. Hier wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van het gebied in overeenstemming is met artikel 3.30.
9
3
Beleidsdoelen Regionaal beleid
De Regio Groningen-Assen is aangewezen als een van de zestien NOVEX-gebieden in Nederland. De regio en het Rijk werken in het programma samen aan een gebiedsgerichte regie op ruimtelijke opgaven. De RGA pakt deze uitdaging voortvarend op. • In 2023 is het Ontwikkelperspectief opgeleverd. • In 2024 werd de aanzet gegeven tot het opstellen van een Uitvoeringsagenda. • In juni 2025 ligt de 1.0-versie van de Uitvoeringsagenda ter vaststelling voor. • In het BO-MIRT najaar 2025 worden concrete uitvoerings- en investeringsafspraken gemaakt op basis van deze Uitvoeringsagenda. De Regio Groningen-Assen (RGA) is daarmee een van de zestien sleutelregio’s waarin Rijk en regio samenwerken aan integrale oplossingen voor urgente ruimtelijke opgaven. Met het Ontwikkelperspectief NOVEX Regio Groningen-Assen is in 2023 een eerste formele stap gezet in de NOVEXsamenwerking tussen Rijk, provincies en gemeenten binnen de Regio Groningen-Assen. Het Ontwikkelperspectief beschrijft de belangrijkste strategische opgaven en ontwikkelprincipes. Het ontwikkelperspectief is vervolgens uitgewerkt in een aanzet voor een Uitvoeringsagenda die is besproken in het BO MIRT 2024. Beide documenten vormen de basis van een Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda. In deze agenda worden de strategische keuzes, uitvoerings- en investeringsafspraken vastgelegd tussen Rijk en regio.
Deze Uitvoeringsagenda inclusief concrete afspraken wordt in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT 2025) vastgelegd. Daarbij gaat het om afspraken die betrekking hebben op opgaven op het regionale schaalniveau en nadrukkelijk niet op opgaven die om een nationale beleidsaanpak vragen. De agenda bevat ook geen nieuw beleid: het bestaat parallel aan het beleid van provincies en gemeenten en heeft tot doel de regionale opgaven doeltreffend aan te pakken. De agenda is geen statisch document, maar wordt periodiek aangevuld of aangescherpt met nieuwe afspraken. Zo kan deze agenda in de toekomst blijven inspelen op actuele ontwikkelingen. Het is daarbij van belang om de langetermijnvisie niet uit het oog te verliezen. Deze agenda heeft als doel om te inspireren, partijen te enthousiasmeren, uitvoering te versnellen en om met passende initiatieven en investerings- en uitvoeringsafspraken te komen. De Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda staat niet op zichzelf. De agenda borduurt voort op de strategische opgaven en ontwikkelprincipes uit het Ontwikkelperspectief. Tegelijkertijd lopen er vele andere beleidstrajecten op zowel gemeentelijk, regionaal, provinciaal als nationaal niveau. De ambities, opgaven en beleidskeuzes die hierin worden opgenomen houden verband met de afspraken die in deze agenda worden beschreven.
De programmaopgave in relatie tot de uitvoeringsagenda De herontwikkeling van het gebied Travertijnstraat draagt bij aan het realiseren van nieuwe woningen in stad Groningen. Het gebied maakt onderdeel uit van deelgebied ‘Groningen Westflank’ zoals benoemd en opgenomen in de uitvoeringsagenda als een gebied met een opgave voor circa 250 woningen en bedrijvigheid.
10
4
Beleidsdoelen Gemeentelijk beleid
De beleidsdoelen uit het gemeentelijk beleid zijn op hoofdlijnen neergezet in de gemeentelijke omgevingsvisie ‘Levende Ruimte’. Daarnaast is gemeentelijk beleid thematisch uitgewerkt in beleid op het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op de omgevingsvisie en vervolgens thematisch op beleidsstukken en beleidsdoelen in de verschillende beleidsvelden.
4.1 Omgevingsvisie Levende Ruimte
De omgevingsvisie ‘Levende Ruimte’ is een actualisatie van de structuurvisie ‘The Next City’ uit 2018. In deze omgevingsvisie staan de keuzes die gemeente Groningen maakt om richting te geven aan hoe het er over 15 jaar uitziet. Er zijn een aantal nieuwe thema’s op de agenda gezet, zoals de kwaliteit van het natuur- en cultuurhistorisch landschap, duurzame landbouw, de vrijetijdseconomie en de sociaaleconomische vitaliteit en leefbaarheid van de dorpen in het landelijk gebied. Keuzes op het gebied van mobiliteit kregen een prominente plek in de visie. De vijf belangrijkste opgaven voor de gemeente Groningen zijn: • faciliteren van de groei van de gemeente; • de werkgelegenheid groeit mee in stad en regio; • de groeiende gemeente blijft leefbaar, veilig en aantrekkelijk voor alle inwoners; • de energietransitie wordt versneld; • iedereen doet mee en helpt mee in een gezonde groeiende gemeente. Naast deze strategiepunten gaat de omgevingsvisie Levende Ruimte ook in op gebiedsontwikkelingen en de instrumenten van de Omgevingswet. In voorliggend geval is met name de opgave ‘faciliteren van de groei van de gemeente’ van belang.
De gemeente Groningen heeft ten aanzien van deze opgave de volgende uitgangspunten geformuleerd: • Vasthouden aan de compacte stad, niet extra in het buitengebied bouwen; • Ontwikkelen langs de radialen die stad en ommeland verbinden en bij knooppunten van openbaar vervoer; • Mogelijk maken van een verdere groei van het OV en terugdringen van de dominante rol van de auto; • Benutten van ontwikkelzones om de wijken aan elkaar te hechten; • Ontwikkelen gemengde stedelijke gebieden; • Benutten en beschermen van bestaande kwaliteiten en zorgdragen voor cultuurhistorische, natuur- en landschappelijke waarden; • Meegroeien van voorzieningen, passend bij specifieke behoeften van wijken en dorpen. Programmaopgave in relatie tot de omgevingsvisie De herontwikkelingsopgave met 250 tot 300 woningen aan de Travertijnstraat sluit aan bij de omgevingsvisie ‘Levende ruimte’. Met Levende ruimte bereidt de gemeente Groningen zich voor op een groeispurt naar misschien wel 250.000 inwoners. Dat doet Groningen op geheel eigen wijze, door te verdichten waar het kan en te transformeren waar het moet. In dit geval gaat het om een transformatieopgave. Om de stroom van (gemotoriseerd)verkeer te beperken, bestaande voorzieningen te versterken en groen en landschapswaarden te behouden wordt gekozen voor concentreren van de groei zoveel mogelijk in/rond Groningen en haltes van openbaar 11
vervoer. Dat sluit naadloos aan bij het ontwerpprincipe van de compacte stad, dat al jaren de kern vormt van het beleid van de gemeente Groningen. De transformatieopgave aan de Travertijnstraat draagt bij aan deze concentratie van groei. Leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare ruimte staan hoog op de agenda, als antwoord op de vraag hoe de compacte stad mét een stevige woningbouwopgave aantrekkelijk kan blijven voor alle inwoners en gebruikers. Meer ruimte voor voetganger en fietser, nabijheid van voorzieningen en realisatie van gezonde, duurzame wijken, staan centraal in alles wat de gemeente doet. Daarbij kijkt de gemeente bij elke ruimtelijke ontwikkeling hoe deze ‘inclusief’ en ‘compleet’ kan zijn: • ‘Inclusief’: in sociaal opzicht en voor haar omgeving een positieve betekenis; • ‘compleet’: woongebied met óók werken en voorzieningen, in een duurzame groenstructuur. De transformatie van de Travertijnstraat naar een aantrekkelijk woongebied met de mogelijkheid voor aan de woonfunctie ondergeschikte werkfuncties met een groene openbare ruimte van hoge kwaliteit is in lijn met de ambities van de omgevingsvisie. Hierna wordt aan de hand van sectoraal beleid verder op de opgave ingegaan.
4.2 Wonen
De beleidsdoelen en opgaven voor het thema ‘Wonen’ heeft de gemeente opgeschreven in haar Woonvisie ‘Een thuis voor iedereen’. Gekoppeld aan deze woonvisie zijn: • de ‘Visie op wonen, samenleving en zorg ‘Wonen mag voor niemand (een) zorg zijn’; • de Strategische woningbouwprogrammering 2023-2032; • de Verordening doelgroepen gemeente Groningen en; • de Huisvestingsverordening 2025. Hierna wordt ingegaan op de woonvisie, de visie op wonen, samenleving en zorg en de strategische woningbouwprogrammering. De verordening doelgroepen en huisvestingsverordening wordt kort naar verwezen, maar worden niet specifiek uitgelicht. Zo is de huisvestingsverordening gericht op het voorkomen dat woningen worden onttrokken aan de woningvoorraad. Voorliggende ontwikkeling richt zich juist op het toevoegen van woningen aan de stad. 4.2.1 Woonvisie ‘Een thuis voor iedereen’ De Woonvisie van de gemeente Groningen vormt het strategisch beleidskader voor de woningbouwopgave tot 2030. De gemeente anticipeert op een aanhoudende bevolkingsgroei en een toenemende diversiteit in woonwensen, wat leidt tot een structurele behoefte aan nieuwe woningen. Om hierop in te spelen, is het doel gesteld om tot 2030 circa 20.000 extra woningen toe te voegen aan de woningvoorraad.
Deze ambitie sluit aan bij de rol van de gemeente Groningen als centrumgemeente in de regio en moet bijdragen aan een evenwichtige en toekomstbestendige woningmarkt. Met de Woonvisie zet de gemeente in op de woonomgeving van morgen. Samen maken we wonen in Groningen nog beter, zodat iedereen een goede plek heeft om te wonen. De gemeente doet dat aan de hand van de volgende 5 speerpunten: 1. Bouwen, bouwen en nog eens bouwen, maar wel met kwaliteit 2. Binden door samenwerking: het Woonakkoord; 12
3. Publieke regie en sturing: een gemeente voor iedereen; 4. Groningen en de regio: verstedelijkingsstrategie; 5. Nieuwe focus op doelgroepen. In de visie ligt de nadruk op binnenstedelijke ontwikkeling. Door bestaande bebouwde gebieden optimaal te benutten, wil de gemeente zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte. Nieuwe woningbouw dient daarom zo veel mogelijk plaats te vinden binnen de bestaande stadsstructuur, waarbij verdichting samengaat met behoud van leefkwaliteit. Ontwikkelingen moeten bijdragen aan een gemengd woonmilieu, met een gevarieerd aanbod aan woningtypen, prijsklassen en doelgroepen. Daarbij is vooral aandacht voor betaalbaarheid en beschikbaarheid, met name voor starters, kleine huishoudens en senioren. Ook de doorstroming binnen de woningmarkt wordt als belangrijk aangemerkt, onder andere door het realiseren van passende woningen die verhuizing mogelijk maken voor huishoudens die elders in de stad woonruimte vrijmaken. Naast deze kwantitatieve doelstellingen zijn ook kwalitatieve aspecten bepalend voor het gemeentelijk woonbeleid. Duurzaamheid speelt hierin een centrale rol: nieuwbouw moet bijdragen aan de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire bouwprincipes. Verder streeft de gemeente naar behoud en versterking van de leefbaarheid in alle stadsdelen.
Nieuwe ontwikkelingen dienen aan te sluiten bij het karakter van de wijk, met oog voor bestaande structuren, groenvoorzieningen en de ruimtelijke samenhang. Programmaopgave in relatie tot de woonvisie In de Woonvisie zijn de Travertijnstraat en Vinkhuizen zuid (ten oosten van de Diamantlaan) als inbreidingslocatie voor wonen geduid. De ongedeelde stad is een belangrijk thema in de Woonvisie. De gemeente geeft aan dat het aandeel sociale huurwoningen in sommige delen van de stad afneemt en in andere gebieden juist toeneemt. De Travertijnstraat ligt in Nieuw-West waar het aandeel sociale huur ten opzichte van het gemiddelde relatief hoog ligt. Uitgangspunt is daarom een lichte afname van het aandeel sociale huur. Het aandeel sociale huur in het plangebied Travertijn kan dan ook beperkt blijven (20% tot 30%). Daarbij is het een optie om de sociale huur ook op een andere manier dan traditionele corporatiehuur te realiseren (bijvoorbeeld wooncoöperatie, woon/werk broedplaats of geclusterd wonen voor zorgdoelgroep). Voor het grootste deel van het programma moet de focus op betaalbare koop komen te liggen (€430.000: jaarlijks geïndexeerd bedrag gelijk aan opkoopbescherming) De Woonvisie wil aandacht voor groepen die de ontwikkeling en/of het beheer van hun woning op een andere manier willen vormgeven; bijvoorbeeld via wooncoöperaties en collectief opdrachtgeverschap.
Een mogelijkheid is om de voormalige Vinkenborgh of een deel daarvan via een wooncoöperatie te verbouwen en beheren. Daarbij kan ook worden gedacht aan een combinatie van wonen en werken. 4.2.2 Visie op wonen, samenleving en zorg ‘Wonen mag voor niemand (een) zorg zijn’ De gemeente ziet een groeiende zorgvraag van mensen die zorg nodig hebben en van mensen die (weer) zelfstandig kunnen wonen en zo lang mogelijk regie willen houden op hun eigen leven. Dit zorgt ervoor dat de vraag naar passende woonruimte in een passende woonomgeving steeds meer toeneemt. Om hierop te kunnen inspelen heeft de gemeente Groningen de visie op ‘Wonen, samenleving en zorg’
13
2023 - 2030 opgesteld. Deze nota sluit aan bij de in 2020 vastgestelde Woonvisie ‘Een thuis voor iedereen’. Voorafgaand aan de visie op wonen, samenleving en zorg, is een woonzorganalyse verricht. Hiermee is inzicht verkregen in de huidige en toekomstige vraag naar en het aanbod van passende (sociale huur-) woningen en andere woonvormen voor mensen met een zorgvraag. De analyse brengt de huisvestingsopgave voor wonen met zorg voor verschillende doelgroepen in beeld en dient als basis voor deze visie op wonen, samenleving en zorg. Deze visie is een strategisch document waarin ambities zijn geformuleerd en keuzes worden geformuleerd over aanpak van de woonzorgopgaven. In deze visie wordt niet alleen aandacht besteed aan de huisvestingsopgave, maar nadrukkelijk ook aan de leefomgeving. De gemeente zet in op een inclusieve samenleving en versterking van de sociale basis. In de visie komen meerdere aandachtsgroepen naar voren.
Er zijn sturende kaders geformuleerd vanuit het fysieke domein, het veiligheidsdomein, het sociale (medisch) domein Sturende kaders fysieke domein - Omgevingsvisie als vertrekpunt - Woonbeleid en wijkvernieuwing - Ontmoeting, werk en vervoer in de leefomgeving Sturende kaders veiligheidsdomein - Inclusieve gemeente zijn - Voldoende aandacht voor leefbaarheid en veiligheid in de wijk Sturende kaders social(medisch) domein - Healthy Ageing als verbindende waarden - Inzet op de sociale basis & aanvullende zorg en ondersteuning vanuit de gemeente - Gemeentelijke transities voor meer zorg aan (t)huis Programmaopgave in relatie tot de visie op wonen, samenleving en zorg Zoals hierboven onder de woonvisie reeds aangegeven moet voor het ontwikkelgebied Travertijnstraat het grootste deel van het programma de focus op betaalbare koop (maximaal € 430.000) liggen. Zorg aan huis is een mogelijkheid in het gebied. Verder biedt het woongebied veel potentie voor ontmoeting. 4.2.3 Strategische woningbouwprogrammering 2023-2032 Groningen staat voor een forse woningbouwopgave. Om het huidige tekort terug te dringen en de toename van de woonbehoefte bij te houden moeten jaarlijks tenminste 1.500 woningen worden gebouwd. Daarbij is het uitgangspunt dat deze woningen betaalbaar en duurzaam zijn en bijdragen aan een ongedeelde gemeente.
Door de toegenomen rente en steeds verder stijgende bouwkosten is dat geen eenvoudige opgave. De Strategische Woningbouwprogrammering (SWP) draagt bij aan oplossing van de woningnood door het vergroten van de gemeentelijke regie op de woningbouw. Dit past bij het streven van het college om meer publieke regie te voeren op belangrijke thema’s. Het vertrekpunt van de SWP is de Woonvisie ‘Een thuis voor iedereen’ (2020). De Woonvisie geeft aan welke doelstellingen we de komende jaren willen bereiken. De SWP vertaalt deze naar de vele woningbouwlocaties die Groningen
14
kent. De SWP geeft aan welke woningtypen en prijsklassen op de verschillende locaties gebouwd moeten worden en welke fasering daarbij wenselijk is. De Strategische Woningbouwprogrammering richt zich op de periode 2023 t/m 2032. De meeste woningen die in het tijdvak 2023 t/m 2027 worden opgeleverd zijn onderdeel van lopende initiatieven. Bijsturen is dan vaak nog maar beperkt mogelijk en kan gepaard gaan met vertraging van de productie in plaats van versnelling. In de periode na 2027 is bijsturen veel beter mogelijk. Om nieuwe initiatieven richting te kunnen geven en tijdig te zorgen voor voldoende woningbouwlocaties bevat de SWP dan ook een doorkijk naar de periode 2028 t/m 2032. Programmaopgave in relatie tot de Strategische woningbouwprogrammering Voor de locatie Travertijnstraat heeft de gemeente Groningen op basis van de woningbouwprogrammering de volgende uitgangspunten voor het woonprogramma aangegeven: • ongeveer 250 – 300 woningen waarbij: o ca. 50% grondgebonden / 50% gestapeld o ca. 20-30% sociale huur, kansen voor woningcorporatie en/of bijzondere doelgroepen (bijv. begeleid wonen) o 30-50% betaalbare koop (tot €430.000 VON) Met deze opgave wordt een forse bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave in Groningen. In de bijgevoegde notitie ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt het plan aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte getoetst.
Door OZ architecten is dit verwerkt in een stedenbouwkundig ontwerp. In hoofdstuk drie van het omgevingsprogramma wordt hier nader op ingegaan.
4.3 Werken Binnen het gebied worden ook werkfuncties gefaciliteerd die zich verhouden tot de woonfunctie van het gebied. De beleidsdoelen en opgaven op het gebied van werken staan in de Strategie werklocaties en het bijbehorende uitvoeringsprogramma. 4.3.1 Strategie werklocaties en uitvoeringsprogramma Door de verstedelijkingsopgave die op de regio Groningen-Assen af komt zal de regio tot 2040 35.000 nieuwe woningen gaan realiseren en komen er naar verwachting 28.000 banen bij. Een groot deel van deze woningen en banen zal terecht komen in de gemeente Groningen. Op 22 december 2021 heeft de gemeenteraad de strategie werklocaties en het bijbehorend uitvoeringsprogramma vastgesteld. In de Strategie werklocaties gaat in op: • ruimte bieden aan de economie van Groningen • het aanjagen van de economie gaan • werklocaties toekomstbestendig maken De Strategie werklocaties vervangt de beleidskaders voor bedrijventerreinen uit 2014 (de Rode loper) en kantoren uit 2010 (Structuurvisie kantoren) en geldt voor de gehele gemeente Groningen per 2021. Als belangrijkste kaders voor de Strategie werklocaties gelden (de actualisatie per 2021 van) de omgevingsvisie The Next City en het Meerjarenprogramma stadsontwikkeling. De gemeente Groningen hanteert in haar strategie drie sporen: ruimtelijk faciliteren van de vraag, aanjagen van de economie en toekomstbestendige werklocaties.
15
Ruimtelijk faciliteren van de vraag Opgave 1: ruimte bieden aan groei van de economie in bestaand gebouwd gebied: - Stevig economisch programma in ontwikkelzones (Suikerzijde, Stadshavens, Stationsgebied, Meerstad-EKZ-4); - Fasering in transformatie bedrijventerreinen t.b.v. verstedelijkingsopgave. In actualisatie omgevingsvisie The Next City bieden we duidelijkheid welk gebied wel en niet, en wanneer. Opgave 2: de bestaande ruimte op werklocaties is bijna op. - Nieuwe bedrijvigheid op de laatste plekken te faciliteren op basis van een afwegingskader + intensivering ruimtegebruik bestaande werklocaties: groei van bestaande bedrijven zoveel mogelijk op huidige locatie. Indien huisvesting binnen de gemeente niet lukt dan zoeken we naar een oplossing binnen de Regio Groningen-Assen; - Voorraad bedrijventerreinen verruimen aan west- en oostkant stad. De opgave is om deze landschappelijk goed in te passen, want ze liggen aan de entrees van de stad. In Haren, Hoogkerk en Ten Boer willen we de lokale vraag en vestigingsmogelijkheden in beeld krijgen. Aanjagen van onze economie Opgave 3: de economie aanjagen om meer werkgelegenheid te creëren. - Vestigingsbeleid t.b.v. de speerpuntsectoren van Campus Groningen, onze economische agenda, werk voor praktisch geschoolden en stimuleren startups en scale-ups.
- Investeren in onze dynamo’s voor werkgelegenheid: Campus Groningen, Corpus den Hoorn, Kardinge en Stationsgebied. Toekomstbestendige werklocaties Opgave 4: bestaande werklocaties toekomstbestendig maken en/of houden. - bieden van helderheid over het toekomstperspectief op basis van een gebiedsprofiel per werklocatie; - In beeld brengen van kansen en opgaven m.b.t. verduurzaming, vergroening en verbetering; - Een gezamenlijk uitvoeringsprogramma met bedrijvenverenigingen en ondernemers. Voor het ruimtelijk inpassen van economische functies is de ladder voor duurzame verstedelijking het uitgangspunt. Hierbij wordt eerst gekeken of ruimtevragen voor bedrijvigheid mengbaar zijn met wonen. Dan ligt programmering in nieuwe woonwerkgebieden voor de hand. Wanneer niet mengbaar, kijken we naar de mogelijkheden op bestaande werklocaties. Is intensivering van ruimtegebruik mogelijk? Pas daarna komt uitbreiding van de voorraad bedrijventerreinen in beeld. Programmaopgave in relatie tot de Strategie werklocaties Zoals eerder benoemd ligt in het gebied Travertijnstraat een opgave voor een aantrekkelijk woon- en werkmilieu. Het uitgangspunt is daarbij werklocaties mogelijk maken ondergeschikt of in combinatie met het wonen.
Deze programmering is geheel in lijn met en draagt bij aan de uitgangspunten en ambities van de Strategie werklocaties die waar mogelijk en mengbaar werkfuncties in woongebieden wil faciliteren. 16
4.4 Groen, water en openbare ruimte
De beleidsdoelen en opgaven voor het thema ‘Groen, water en openbare ruimte’ zijn verwoord in de volgende beleidsstukken: • Groenplan Vitamine G en uitvoeringsplan Groen 2021-2025; • Omgevingsprogramma Groninger Ecologische Structuur; • Beleidskader natuurinclusief bouwen; • Groninger water en rioleringsplan 2020-2024; • Verordening afvoer hemelwater en grondwater; • Watervisie ‘Koersen op water’; • Uitvoeringsprogramma Klimaatbestendig Groningen Uitvoeringsagenda 20202024; • Ontwerpleidraad openbare ruimte; 4.4.1 Groenplan Vitamine G en uitvoeringsplan Groen 2021-2025 Het groenplan Vitamine G geeft invulling aan de ambitie uit het coalitieakkoord om de gemeente te vergroenen en klimaatbestendig te maken. In het groenplan doet de gemeente voorstellen hoe meer, beter en bereikbaar groen kan worden gerealiseerd. De invulling doen bestaat uit twee stappen: 1. De koers uitstippelen stippelen via het groenplan; 2. De koers uitwerken in een uitvoeringsplan. Daarin wordt een nadere uitwerking gegeven van projecten passend binnen de koers. Deze projecten zijn op tijd en geld gezet. De ambities en opgaven zijn per thema uitgewerkt op het vlak van: • Groen & Identiteit; • Groen & Natuur; • Groen & Gezondheid van de mens; • Groen & Klimaatadaptatie; • Groen & CO2 – opgave; • Groen & Voedsel en landbouw.
Programmaopgave in relatie tot het Groenplan Vitamine G en uitvoeringsplan Groen 2021-2025 Het gebied Travertijnstraat maakt onderdeel uit van de wijk Vinkhuizen. Hier ligt een opgave voor een karaktervol groen raamwerk in transformatiegebieden. Het realiseren van een robuust groennetwerk lift hier mee bij ruimtelijke ontwikkeling (rood ontwikkeld groen). In het stedenbouwkundig plan is groen het leidende principe. ‘Groen, groen, groen’ als uitkomst van participatie wordt ruimtelijk én programmatisch op drie schaalniveaus ingezet en gaat als identiteitsdrager voor de Travertijn fungeren. Ecologisch groen bevindt zich aan de randen en is onderdeel van de stedelijk ecologische structuur. Publiek groen voor ontmoeting bevindt zich in het middengebied. Binnen de bouwvelden bevinden zich gezamenlijke tuinen.
4.4.2 Groninger Ecologische Structuur De gemeente Groningen heeft een plan gemaakt om planten en dieren te beschermen. Dit wordt de Gemeentelijke Ecologische Structuur (GES) genoemd. Het doel hiervan is de variatie aan soorten behouden en vergroten. In de GES verbindt de gemeente groene en waterrijke gebieden met elkaar, zodat planten en dieren zich vrij kunnen bewegen en ontwikkelen. Deze gebieden en 17
verbindingen zijn vastgelegd in een kaart en uitgewerkt in een omgevingsprogramma. De gemeentelijke ecologische structuur (GES) is geen nieuw instrument, maar een uitbreiding, actualisatie en verfijning van de bestaande Stedelijke Ecologische Structuur (SES). Al in de Stadsecologische visie (1994) is een samenhangend netwerk opgesteld van ecologisch waardevolle groen- en waterstructuren, onderling verbonden door ecologische verbindingen. In de groenstructuurvisie Groene Pepers (2009) wordt ingezet op de completering van dit groenblauwe netwerk, het opheffen van bestaande en voorkomen van nieuwe knelpunten. Uitgangspunt en motivatie hierbij is vooral het optimaal ecologisch functioneren van het netwerk, dat is aangeduid als de Stedelijke Ecologische Structuur (SES). In 2014 heeft de gemeente Groningen voor het eerst een ‘Stedelijke Ecologische Structuur’ op kaart vastgesteld. Dit betrof een kaart met groene kerngebieden, verbindingszones en bestaande knelpunten. Daarna is de SES een aantal keren geactualiseerd, maar de kaart is sinds 2014 niet meer formeel vastgesteld in de raad. Verder was er aan de SES-kaart geen beleidsdocument gekoppeld dat duidelijke maakte wat het betekende wanneer een gebied binnen de SES viel. Het was niet vastgelegd (geborgd) hoe er met de SES gewerkt moest worden en hoe het instrument ingezet kon worden bij (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen de SES.
Daarmee was de SES een vrij ‘zacht’ beleidsinstrument. Hoewel de SES inzicht gaf in op te lossen knelpunten en koppelkansen bij ruimtelijke ontwikkelingen, had de SES geen planologische borging of bescherming. In het Groenplan Vitamine G (2020) is daarom het uitbreiden van de SES naar GES als opdracht benoemd. Het actualiseren van ook de huidige stedelijke ecologische structuur is onderdeel van deze opdracht. De robuuste structuur die in Vitamine G op kaart is opgenomen biedt een houvast voor de nadere uitwerking ervan, maar is daarmee niet “hard”. Om de natuurwaarde ook recht te doen is ook een nadere uitwerking van de planologische bescherming van de GES een belangrijk aspect. In het Groenplan Vitamine G staat beschreven dat er gestreefd moet worden naar een nieuw groenblauw raamwerk, dat ook na transformatie een krachtige identiteitsdrager blijft. De groene lob in de Westflank is in het Groenplan Vitamine G aangewezen als een aandachtsgebied: een gebied waar groen het leidende principe is bij transformatie. Programmaopgave in relatie tot de GES Op basis van de GES-kaart zijn de waterverbindingen ten noorden en oosten van ontwikkelgebied de Travertijnstraat aangewezen als ‘Te ontwikkelen verbindingen secundair’. Bij herontwikkeling van het gebied moet er daarom bovengemiddelde aandacht zijn voor groen en water.
Eventueel verlies aan oppervlakte van groen of water moet worden gecompenseerd.
4.4.3 Beleidskader Natuurinclusief Bouwen Het beleidskader Natuurinclusief Bouwen beoogd de biodiversiteit van de bebouwde omgeving te versterken. Het beleidskader zet op drie onderdelen in voor gebouw- en natuurinclusieve maatregelen. • Maatregelen in de gevel, zoals nestkasten voor verschillende soorten vogels en vleermuizen; • Vergroening van de gevel en het dak;
18
•
Directe omgeving van een gebouw natuur inclusief maken, door meer groen te gebruiken en verharding terug te dringen.
Het beleidskader geldt niet voor de inrichting van de openbare ruimte. Het beleidskader is uitgewerkt in een beleidsregel. In de beleidsregel staat onder andere dat natuurinclusief bouwen voorlopig alleen verplicht is als een nieuwbouwplan afwijkt van een omgevingsplan. De regeling schrijft niet voor wat moet worden gedaan. Wel is er een keuzetabel gemaakt. Daarin staan verschillende mogelijkheden aangegeven. Ook kunnen er vernieuwende en innovatieve maatregelen worden voorgesteld. Uiteindelijk moet er een minimaal aantal punten worden behaald om aan natuurinclusief bouwen te voldoen. Programmaopgave in relatie tot het beleidskader Natuurinclusief Bouwen Natuurinclusief bouwen is conform de gelijknamige beleidsregel het uitgangspunt voor de ontwikkelopgave aan de Travertijnstraat. Dit houdt in dat bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de BOPA moet worden aangetoond dat rekening is gehouden met de beleidsregel en het minimum aantal punten wordt behaald.
4.4.4 Programma Water en Riolering gemeente Groningen 2025-2029 Het Programma Water en Riolering 2025-2029 (PWR) beschrijft – financieel, planmatig en technisch – het beheer en onderhoud van het programma water en riolering. Het geeft antwoord op de vragen wat wil de gemeente bereiken, hoe wil de gemeente dat gaan doen, en hoeveel geld gaat ermee gemoeid. Klimaatadaptieve maatregelen, om ook in de toekomst een prettige leef- en werkomgeving te behouden, zijn een belangrijk onderdeel. Programmaopgave in relatie tot het programma Water en Riolering Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) moet worden aangetoond dat rekening is gehouden met de uitgangspunten van het programma Water en Riolering. 4.4.5 Verordening afvoer hemelwater en grondwater Vanwege klimaatverandering en de effecten daarvan werkt de gemeente aan het klimaatbestendig maken van haar grondgebied. De gemeente kan de effecten van klimaatverandering niet alleen oplossen in de openbare ruimte. Daarvoor zijn ook privé terreinen nodig. Met de verordening afvoer hemelwater en grondwater wordt geregeld hoeveel water bij nieuwbouwprojecten op eigen terrein opgevangen moet worden.
Programmaopgave in relatie tot de verordening afvoer hemelwater en grondwater Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) moet worden aangetoond dat rekening is gehouden met de uitgangspunten uit de verordening afvoer hemelwater en grondwater. 4.4.6 Watervisie ‘Koersen op water’ Groningen wil zich sterker presenteren als stad aan het water en daarmee ook de economische potentie en belevingswaarde van het water in de stad beter benutten. Uitgangspunten van de watervisie 'koersen op water' zijn: • Meer contact met het water • Het water beter toegankelijk maken 19
•
Meer kansen scheppen voor recreatie en varen
Programmaopgave in relatie tot de watervisie De herontwikkeling van het gebied Travertijnstraat kan gelet op haar ligging geen grote bijdrage leveren aan deze ambities. Het gebied ligt niet op een prominente plek aan het water. Wel wordt met de voorgenomen herontwikkeling beter contact gemaakt met het omliggende oppervlaktewater aan de noord- en westzijde van het plangebied via waterrijke randen en plekken aan het water die goed bereikbaar zijn en via zitelementen verblijf faciliteren. Op deze manier wordt het water beter beleefbaar gemaakt. Daarnaast worden er wadi’s in het binnengebied gerealiseerd voor waterberging. 4.4.7 Uitvoeringsprogramma Klimaatbestendig Groningen Uitvoeringsagenda 2020-2024 De leefbaarheid van Groningen kan onder druk komen te staan door de veranderingen in het klimaat. De gemeente komt daarom in actie om Groningen voor te bereiden en aan te passen aan het veranderende klimaat. Dit wordt klimaatadaptatie genoemd. De uitvoeringsagenda op klimaatadaptatie 2020-2024 beschrijft wat de gemeente de komende jaren gaat doen aan klimaatadaptatie. Het geeft antwoord op de vraag: hoe willen we Groningen voorbereiden op het veranderende klimaat en welke aanpassingen zijn hierbij nodig? Belangrijk is hierbij het besef dat de gemeente het niet in haar eentje af kan.
Ook van inwoners, bedrijven, instellingen, andere overheden en grondeigenaren wordt een inspanning verwacht. De ambitie is dat de gemeente Groningen in 2050 klimaatbestendig is. Om deze ambitie waar te kunnen maken zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: 1. 2. 3. 4.
Wateroverlast voorkomen; Hittestress voorkomen en verminderen; Ruimtelijke kwaliteit verbeteren; Kwetsbare groepen extra beschermen.
Programmaopgave in relatie tot het uitvoeringsprogramma Klimaatbestendig Groningen De ruimtelijke kwaliteit in de openbare ruimte wordt gerealiseerd conform de leidraad openbare ruimte. Hittestress kan worden aangepakt door conform het groenplan en de leidraad openbare ruimte veel groen in de wijk te realiseren die voldoende schaduwplekken biedt. In het waterhuishoudkundig plan (bijlage 11 bij het omgevingsprogramma) worden concrete maatregelen genoemd om het plangebied robuust en toekomstbestendig in te richten. In paragraaf 4.16 van het omgevingsprogramma is hier nader op ingegaan. Bij de aanvragen omgevingsvergunningen buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa’s) voor het realiseren van gebouwen wordt rekening gehouden met het voorkomen van hittestress. Het streven is dat groene gevels en/of daken worden toegepast en dat de buitenruimten zijn voorzien van voldoende schaduwplekken. Hier ligt een relatie met het toepassen van de beleidsregel Natuurinclusief Bouwen die ook voorziet in groene gevels of daken. 4.4.8 Ontwerpleidraad openbare ruimte
20
De ontwerpleidraad Leefkwaliteit Openbare Ruimte 'Nieuwe Ruimte' is een inspiratiedocument voor een andere openbare ruimte. Meer ruimte voor groen, sporten, spelen en ontmoeten en langzaam verkeer, Minder ruimte voor geparkeerde auto’s. De gemeenteraad heeft de Leidraad in december 2021 vastgesteld. De ontwerpleidraad Leefkwaliteit Openbare Ruimte vloeit voort uit het coalitieakkoord Gezond, Groen, Gelukkig Groningen, waarin het herwinnen van de openbare ruimte één van de pijlers is. Tevens is het een doel uit de omgevingsvisie The Next City uit 2018. Daarin is het verhogen van de Groningse leefkwaliteit het centrale thema. De Leidraad brengt met foto’s, profielen, 3D-beelden en korte toelichtingen de veranderende openbare ruimte in beeld. Daarin gaat het niet om ontwerpen maar om inspiratiebeelden. Programmaopgave in relatie tot de ontwerpleidraad openbare ruimte Voor de ontwikkelopgave Travertijnstraat worden de principes uit de leidraad als vertrekpunt voor de openbare ruimte ingezet. Meer ruimte voor groen, water, ontmoeting zijn in dít plangebied het belangrijkste uitgangspunt. In het stedenbouwkundig plan komt dit duidelijk tot uiting met groen als identiteitsdrager (bouwblokken in het groen), collectieve parkeervelden en een toegankelijke openbare ruimte die ontmoeten, interactie en gastheerschap faciliteert.
4.5 Welstand en Erfgoed
Via welstandscriteria in haar Welstandsnota 2020 stuurt de gemeente Groningen op het uiterlijk en de ruimtelijke kwaliteit van bouwwerken. De beleidsdoelen en opgaven voor het thema ‘Erfgoed’ zijn verwoord in de volgende beleidstukken: • Erfgoednota 2017; • Cultuurhistorische waardenkaart; • Bestemmingsplan ‘Gebouwd Erfgoed Groningen’. 4.5.1 Welstandsnota 2020 Gemeente Groningen De Welstandsnota 2020 Gemeente Groningen stuur op verschillende niveaus op het uiterlijk en de ruimtelijke kwaliteit van bouwwerken. Ten eerste zijn er een aantal ‘Algemene Groninger criteria’ benoemd: 1. Bouwwerken hebben een overtuigend ontwerpidee en leveren een positieve bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving 2. De schaal en schaalbeleving van een bouwwerk passen bij het ontwerpvraagstuk en bij de omgeving waarin het wordt gerealiseerd. Als er binnen een bestaande (monumentale) context wordt gebouwd, bestaat er een duidelijk idee over de relatie tussen het ontwerp en de omgeving 3. Bouwwerken zijn in architectuurstijl, vorm, maatverhoudingen, materialisatie en detaillering zijn consequent uitgevoerd. Materiaalgebruik, textuur, kleur en lichtwerking zijn oprecht, ze ondersteunen het karakter van het bouwwerk en zijn in overeenstemming met het ontwerpidee. Naast de algemene criteria gelden er gebiedsgerichte criteria en zijn beschermde stads- en dorpsgezichten aangewezen.
Daarnaast gelden voor een aantal gebieden beeldkwaliteitsplannen. In tegenstelling tot de gebiedsgerichte criteria en de beschermde stadsgezichten zijn beeldkwaliteitsplannen niet gebaseerd op een bestaande ruimtelijke kwaliteit, maar juist op een gewenste toekomstige situatie ter
21
plaatse van een nieuwbouwlocatie. De criteria van een beeldkwaliteitsplan zorgen voor het gewenste basisniveau van de toekomstige context. Beeldkwaliteitsplannen vormen een specifieke invulling van de Algemene Groninger Criteria en in feite de vervanging van de gebiedsgerichte criteria. Ze kunnen een andere beeldkwaliteit dan de gebiedsgerichte criteria nastreven, maar voldoen altijd aan het niveau van de Algemene Groninger Criteria. Een beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld als ‘los’ aanvullend document aan de welstandsnota toegevoegd. Programmaopgave in relatie tot de Welstandsnota Voor de Travertijnstraat is gelet op de herontwikkelingsopgave een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In paragraaf 5.1.4 van het omgevingsprogramma is nader ingegaan op de relatie van het omgevingsprogramma met het beeldkwaliteitsplan. 4.5.2 Erfgoednota 2017 en cultuurhistorische waardenkaart In de Erfgoednota heeft de gemeente haar visie op erfgoed (archeologie en cultuurhistorie) vastgesteld. Wat kan erfgoed bijdragen aan de stad van nu en straks? De "Cultuurhistorische waardenkaart, Erfgoed" van gemeente Groningen biedt informatie over zowel bovengronds als ondergronds erfgoed. De kaart geeft informatie over rijks- en gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden, archeologische percelen en/of verwachtingszones.
Ook zijn de resultaten van verschillende soorten (archeologische) onderzoeken in deze kaart opgenomen. Cultuurhistorisch waardevolle structuren en gebieden zijn vaak niet als monument beschermd. De waarde van erfgoed draait echter niet alleen om afzonderlijke gebouwen, maar ook om de kwaliteit van het geheel. De gemeente wil daarom het onbeschermde erfgoed mee laten wegen in de discussie over stadsontwikkeling. De ambitie is om: • Erfgoed te gebruiken als inspiratiebron bij nieuwe ontwikkelingen; • Erfgoedwaarden op te nemen in ruimtelijke plannen; • Te vernieuwen op een manier die recht doet aan de kwaliteit die er al is. Om deze ambitie waar te maken is het nodig om de cultuurhistorische waarden van Groningen in kaart te brengen, te duiden en een plaats te geven in de processen van ruimtelijke ordening. Zo wordt het mogelijk om een bewuste afweging te maken of het bestaande kan bijdragen aan de kwaliteit van nieuwe ontwikkelingen. De gemeente wil erfgoed benutten bij gebiedsontwikkeling. Erfgoed kan eigenheid, karakter en kwaliteit toevoegen aan een ontwikkeling. Bovendien is erfgoed essentieel om de geschiedenis van een plek zichtbaar te maken of te houden. Erfgoed benutten bij gebiedsontwikkeling levert zowel een bijdrage aan de kwaliteit van de ontwikkeling als aan het behoud van waardevolle gebouwen, gebieden en structuren.
Programmaopgave in relatie tot de Erfgoednota 2017 en cultuurhistorische waardenkaart Binnen het ontwikkelgebied Travertijnstraat bevindt zich De Vinkenborgh (Trav12). Een karakteristiek schoolgebouw uit 1974 dat goed bewaard is gebleven. Het gebouw is op de Cultuurhistorische waardenkaart aangewezen als karakteristiek pand. Behoud en herbestemming van dit gebouw is daarmee een belangrijke opgave voor de herontwikkeling van het gebied. De haalbaarheid van deze opgave wordt in 22
de komende jaren nader onderzocht. Wanneer herbestemming niet haalbaar blijkt is ook sloop en nieuwbouw een optie.
4.5.3 Bestemmingsplan ‘Gebouwd Erfgoed Groningen’ Dit bestemmingsplan regelt de vastlegging, behoud en instandhouding van karakteristieke en beeldondersteunende gebouwen en objecten binnen de grenzen van de gemeente Groningen. De verschijningsvorm van de geselecteerde gebouwen en objecten wordt vastgelegd en sloop (of gedeeltelijke sloop of verregaande transformatie) is gekoppeld aan een vergunning. Programmaopgave in relatie tot het bestemmingsplan ‘Gebouwd Erfgoed Groningen’ Het gebouw de Vinkenborgh (Trav12) is aangewezen als karakteristiek. De bestaande hoofdvorm, gevelindeling en positie van het gebouwen moeten worden gehandhaafd. Met een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk zoals beschreven in artikel 4.4 van het bestemmingsplan, kan hiervan worden afgeweken.
4.6
Mobiliteit
De beleidsdoelen en opgaven voor het thema ‘Mobiliteit’ zijn verwoord in de volgende beleidstukken : • Mobiliteitsvisie ‘Groningen goed op weg’ • Beleidsregel parkeernormen 2014 4.6.1 Mobiliteitsvisie ’Groningen goed op weg’ In gemeente Groningen staat leefkwaliteit voorop. Er is een directe relatie tussen welzijn van inwoners, de manier waarop we de gemeente vormgeven en de manier waarop inwoners zich in Groningen verplaatsen. Bij een gemeente die groeit naar 250.000 inwoners hoort een vooruitstrevende, doordachte visie op mobiliteit en op het gebruik van de schaarse openbare ruimte. In de Omgevingsvisie ‘Next City’ (2018) is bepaald waar we gaan groeien. In de mobiliteitsvisie en in de nieuwe Ontwerpleidraad Openbare Ruimte heeft de gemeente uitgewerkt hoe ze dat wil doen. Van oudsher is Groningen een gemeente waar de fiets de slimste, snelste en meest gezonde manier is om je te verplaatsen. Nu geven we ook de voetganger ruim baan. Fietser én voetganger krijgen letterlijk en figuurlijk veel meer ruimte. Dat gaat ten koste van de ruimte die de auto nu inneemt. De gemeente wil afscheid nemen van de ´autologica´. Zo noemen we het denken waarbij de auto als vanzelfsprekend centraal staat. In de binnenstad en het centrum van Haren is deze omslag in denken al een tijd geleden met succes gemaakt. Het loslaten van de autologica wordt daarom op nog meer plekken het uitgangspunt.
Wijken en dorpen worden voor de auto ‘doorwaadbaar’. De maximumsnelheid voor autoverkeer wordt op bijna elke weg binnen de bebouwde kom teruggebracht naar 30 kilometer per uur en langzaam verkeer krijgt meer prioriteit. Verder wil de gemeente het aantal geparkeerde auto’s op straat verminderen om ruimte te creëren om straten opnieuw in te richten en de verkeersveiligheid te vergroten. Programmaopgave in relatie tot de mobiliteitsvisie Rondom het ontwikkelgebied aan de Travertijnstraat gaat het concreet om behoud en verbeteren van de fiets-voet verbindingen. Dit zijn: • oostwaarts langs de nieuwe West End verbinding, richting sportpark en binnenstad