CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Structuurvisie De Suikerzijde.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 26 mei 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 2: Structuurvisie De Suikerzijde bestemmingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord en het MER De Suikerzijde (raadsvoorstel 21-4-2021)24.986 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

•

ontwerp is daarbij van groter belang dan het fysiek bewaren van enkele bochten die geen enkele relatie hebben met het ontwerp. Een deel van de structuur van het landschap van de vloeivelden wordt opgenomen in het nieuwe park

Diversiteit en coherentie Het geheel van oude bebouwingstypologieën en nieuwere buurt- en groenfragmenten heeft geleid tot veel verschillende identiteiten rondom de terreinen van de voormalige Suikerfabriek. Ook het nieuwe programma in De Suikerzijde moet in ruimtelijke zin ‘diversiteit in zich dragen’, maar tegelijkertijd ook één geheel vormen. Woningen en gebouwtypen zoeken steeds hun eigen mix binnen het bouwblok of binnen hun eigen deel van het terrein. De samenstelling kan op het Voorterrein anders zijn dan in het zuidwesten, maar de ‘mix van gebouwtypen’ in ‘een coherente stadsstructuur’ is steeds het onderliggende thema. Toevoeging aan het stedelijk netwerk De terreinen van de voormalige suikerfabriek zijn al lang een voor de stad ontoegankelijk gebied. Het terrein vormt nu een barrière voor alle vervoersvormen. Met nieuwe verbindingen kan deze barrière geslecht worden en kan het gebied een volwaardig onderdeel van de stad worden. De huidige verbinding wordt als lastig en als vol met obstakels ervaren, terwijl de feitelijke afstand tussen De Suikerzijde en Grote Markt nog geen twee kilometer is. Het netwerk van de stad kan worden doorgetrokken naar De Suikerzijde. Daardoor wordt niet alleen het terrein zelf toegankelijk, maar geven we ook omliggende gebieden een verbinding. We leggen nieuwe relaties in de gefragmenteerde westrand van de stad.

De terreinen van de voormalige suikerfabriek zelf vormen niet langer een barrière, maar worden juist een verbindende schakel. Het netwerk op De Suikerzijde is een voortzetting van het fijnmazige weefsel van de bestaande stad. Dit weefsel laat een netwerk van straten en openbare ruimtes in de bestaande stad zien. Daarin kan de passant routes kiezen via de hoofdstructuur, maar ook via de kleinste kleine hofjes en stegen. Het verkeersnetwerk We maken een fijnmazig weefsel als onderlegger voor het hele (verkeers)netwerk. Onze prioriteit ligt bij de fiets, gevolgd door het openbaar vervoer. Niettemin is ook de toekomstige automobiliteit van belang.

85

86

De Suikerzijde

Het hoofdnetwerk voor langzaam verkeer wordt bepalend voor de interne hoofdstructuur. De focus in het gebied ligt op woonstraten en enkele wijkverzamelwegen, die tegelijkertijd de dragers van betekenisvolle openbare ruimten zijn. De hoofdstructuur is de verbindende schakel tussen de delen van De Suikerzijde en naar buiten toe. Een belangrijke rol daarin speelt de tunnel midden in het plangebied: een verbinding voor wandelaars, fietsers, auto’s en bus, en dat in combinatie met het toekomstige station. De tunnel ligt niet alleen centraal in het nieuwe stadsdeel, maar ook centraal tussen binnenstad, Vinkhuizen, De Buitenhof en Hoogkerk. Een belangrijke opgave voor de stad is het beperken van het autogebruik, dat geldt ook voor De Suikerzijde. Dat kan door het bieden van goede alternatieven. Zo wordt de leefkwaliteit vergroot en het wegennet ontlast. We zien als een goed alternatief een nieuw netwerk van fietsroutes én goed openbaar vervoer, zoals bereikbaarheid per spoor. Daarvan profiteren ook de omliggende wijken, zoals De Buitenhof, Hoogkerk, Vinkhuizen, De Held en Paddepoel. Langzaam verkeer We streven ernaar dat de gebruikers van het terrein zich zoveel mogelijk lopend of met de fiets verplaatsen. Een fijnmazig netwerk rondom en door de bouwvelden helpt daarbij en voorkomt onnodig autoverkeer.

Daarnaast moeten we De Suikerzijde beter verbinden met de Binnenstad en met Hoogkerk. De primaire route voor langzaam verkeer wordt een oost-westverbinding tussen de Binnenstad en Hoogkerk met een tunnel onder de ringweg. Ook de overige doorgaande wegen in oost-westelijke richting worden doorgaande fietsroutes. Haaks daarop staat de gewenste noord-zuid route die Vinkhuizen met het Stadspark moet verbinden, via een brug over het Hoendiep en de tunnel onder het spoor. Verder zijn er nog twee bruggen over het Hoendiep voorzien (omgeving Voorterrein, Hoendiep zuid). De overige langzaam verkeerroutes verdelen zich zoals gezegd fijnmazig over het voorgestelde stedenbouwkundige grid. Openbaar vervoer Het gebied moet ook goed aangehaakt worden op het openbaarvervoernetwerk. Voor het openbaar vervoer voorzien we in eerste instantie aan de noordzijde een omleiding van lijn 8 (Binnenstad-Hoogkerk-P+R Hoogkerk-Martiniziekenhuis).

Structuurvisie

We zetten verder in op spoorverdubbeling en een nieuw station op De Suikerzijde. Een station kan een centrale rol vervullen in de bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Het station kan gaan functioneren als mobiliteitshub waar fiets, bus en trein met elkaar worden verknoopt én waarmee kansen ontstaan voor een goede OV verbinding tussen P+R Hoogkerk en economisch kerngebied Zernike. Via de fiets- en busverbindingen uit omliggende wijken is de mobiliteitshub goed te bereiken. De strategie om P+R Hoogkerk te verbinden met Zernike wordt in het kader van de gemeentelijke mobiliteitsvisie het komende jaar verder uitgewerkt. De context hiervan is dat het openbaar vervoer zich in Groningen niet alleen meer zal oriënteren op het hoofdstation (radiale structuren), maar dat er ook meer busroutes komen die wijken rondom verbinden (tangentiale structuur). Naast de openbaar vervoer-potentie die een dergelijke tangentiale structuur aan de westkant van Groningen biedt voor P&R Hoogkerk, De Suikerzijde en Zernike, wordt het openbaar vervoer ook in de tussenliggende wijken verbeterd. De komst van een station vergroot de economische mogelijkheden van De Suikerzijde. Het station Europapark bewijst dat. Daar ontstond een mix van kantoren, recreatie en onderwijs.

Als het terrein goed bereikbaar is, is De Suikerzijde een goede plek voor stedelijke groeisectoren zoals onderwijs, consumentendiensten, financiële en zakelijke dienstverlening en zorg. Ook andere functies zoals horeca en detailhandel profiteren van een station. Als het station er komt, wordt verder uitgewerkt hoe buslijnen aan dit station gekoppeld kunnen worden, bijvoorbeeld een buslijn die het station met Zernike kan gaan verbinden. Auto Het autonetwerk in de stad is hiërarchisch opgebouwd met woonstraten, wijkverzamelwegen, gebiedsontsluitingswegen en verbindingswegen of snelwegen. Langs de randen van De Suikerzijde liggen de verbindingsweg Westelijke Ringweg en de ontsluitingswegen Hoendiep, Peizerweg en de Johan van Zwedenlaan (in de huidige situatie nog erftoegangsweg buiten de bebouwde kom). De hoofdontsluiting van De Suikerzijde loopt via het Hoendiep en de Peizerweg naar de Westelijke Ringweg. Het voorterrein is rechtstreeks ontsloten op de westelijke ringweg via de zuidelijke rotonde bij de aansluiting Hoendiep. De nevenontsluiting loopt via de Johan van Zwedenlaan naar de A7.

87

88

De Suikerzijde

Door het gebied loopt noord-zuid de wijkverzamelweg tussen Hoendiep en Peizerweg. In de westelijke buurten loopt oost-west aan de noordzijde en zuidzijde een wijkverzamelweg door het gebied. Om het gebied te allen tijde bereikbaar te houden, is het van belang dat zowel het Hoendiep als de Peizerweg kunnen dienen als ontsluiting voor zowel de noord- als de zuidzijde van het terrein. De wijkverzamelweg van noord naar zuid vormt daarin een cruciale schakel. Als de ene ontsluiting blokkeert of onvoldoende doorstroomt, blijft het gebied toegankelijk via de andere ontsluiting, de noord-zuidroute en de tunnel. Het is echter niet de bedoeling dat de wegen door het gebied gebruikt worden als doorgaande route voor auto’s. Om sluipverkeer te voorkomen wordt de zuidelijke wijkverzamelweg niet aantrekkelijk als verbinding tussen de Johan van Zwedenlaan en Peizerweg. Dat bereiken we door lage snelheden of indirecte routes. Zo ontstaat er weliswaar een doorlopend stratenweefsel, maar zijn deze routes voor de doorgaande automobilist niet interessant om het gebied te doorkruisen, doordat het langzamer is of fysiek onmogelijk. Deze wegen bieden wel op een vanzelfsprekende, maar beheerste wijze ruimte aan vooral gebiedseigen autogebruikers. De ligging van de wegen en de ontsluitingspunten in het zuidelijk deelgebied is indicatief aangegeven.

We willen daarmee aangeven dat ze nodig zijn, en nog niet zozeer op welke plaats ze komen. De plaats ligt dus nog niet vast en wordt pas definitief bepaald bij de uitwerking van het gebied. Als de uitwerking van dit deelgebied aan de orde is, willen we in overleg met bewoners goed kijken naar de gewenste verkeersstructuur in combinatie met de gewenste groene verbinding richting het Stadspark. Doorstroming bevorderen We moeten investeren in het verkeersnetwerk om De Suikerzijde te ontsluiten en bereikbaar te maken en houden. De autohoofdstructuur aan de randen van het terrein in orde moet zijn om het extra verkeer te kunnen afwikkelen. Door de toename van het verkeer zullen de aansluitingen bij de Diamantlaan op het Hoendiep richting de Westelijke Ringweg, de Johan van Zwedenlaan op de A7 en Hoendiep en Peizerweg op de Westelijke Ringweg zwaarder belast worden. Mogelijk zijn hier in de toekomst aanpassingen van infrastructuur nodig om de doorstroming te bevorderen. Voor de bereikbaarheid is op termijn een ongelijkvloerse Westelijke Ringweg noord belangrijk, met een nieuwe aansluiting van Vinkhuizen-zuid bij de Friesestraatweg. Tegelijkertijd is het van

Structuurvisie

belang om de doorstroming en de betrouwbaarheid op de Johan van Zwedenlaan te waarborgen. Het aantal aansluitingen op de Johan van Zwedenlaan speelt hierin een rol. Parkeren De kwaliteit en de beschikbaarheid van de openbare ruimte is het vertrekpunt. Dat betekent dat de auto niet meer vanzelfsprekend de eerste rechten heeft op het gebruik van de openbare ruimte. En dat betekent weer dat parkeren in de openbare ruimte op de meeste plekken betaald is en op specifieke plekken kortstondig. Bewonersparkeren wordt dus opgelost op eigen terrein, in parkeerkoffers op binnenhoven of collectieve parkeerhuizen. In verband met zuinig ruimtegebruik en het terugdringen van de automobiliteit, hanteren we een maximum-parkeernorm. Het gebruik van deelauto’s wordt gestimuleerd. Een krachtige levendige hoofdstructuur Met het nieuwe netwerk aan wegen en groene ruimtes ontstaan er ‘nieuwe dragers’ van het gebied. De openbare ruimte speelt daarin een belangrijke rol. Maar niet alleen de openbare ruimte bepaalt het beeld van de hoofdstructuur, ook de aanliggende bebouwing en functies geven de ruimte betekenis en karakter. We streven naar een interessante mix van functies en gebouwtypologieën die zorgt voor kwaliteit en diversiteit in de verblijfsruimte.

Langs de hoofdstructuur willen we nóg meer waarborgen dat er levendigheid ontstaat, met een daadwerkelijk representatieve bebouwing die kan werken als drager van de identiteit van de plek. Denk bijvoorbeeld aan de parkrand, de stadssingel of het grachtenpand. Dat zijn openbare ruimtes in de stad waar de voornaamheid ook spreekt uit de aangrenzende gebouwen. De Suikerzijde als schakel in het groene en recreatieve netwerk De Suikerzijde vormt een cruciale schakel in het groene en recreatieve netwerk aan de westkant van de stad. Het gemeentelijk beleid voorziet er in de versterking van de Stedelijke Ecologische Structuur. Tussen de wijken, buurten en parken liggen relatief veel groene tussenruimten, met ook allerlei recreatieve plekken, zoals de Ruskenveenseplas, het Westpark en de volkstuinen tussen het Stadspark en Buitenhof. De groene plekken zijn nu nog ieder een plek op zich, en zijn nauwelijks verbonden met aantrekkelijke routes. Dat is historisch ontstaan, en is mede te danken aan de oost-west gerichte infrastructuur van A7, het spoor en het Hoendiep.

89

90

De Suikerzijde

Structuurvisie

De Suikerzijde biedt de mogelijkheid om een stevige groene schakel te maken waardoor de landschappen aan de noord- en zuidkant daadwerkelijk met elkaar verbonden worden. Aan de westzijde van De Suikerzijde komt een park, als verbindend groen hart met het recreatiegebied van Hoogkerk, vergelijkbaar met het Noorderplantsoen in de binnenstad. Deze landschapszone rondom de Johan van Zwedenlaan bestaat naast drukke gedeelten uit rustige plekken in de luwte. Het nieuwe recreatiepark wordt een actief stadslandschap, met drukke en rustige plekken voor mens en dier. Het is een waterrijk gebied met groene oevers, houtwallen en bijvoorbeeld een avontuurlijke speeltuin, een klimbos, een uitkijkheuvel en een breed cross-fietspad. Het huidige helofytenfilter wordt gehandhaafd.

Het compacte stedelijke bouwblok (voorbeelduitwerking)

De bestaande voorzieningen aan de westkant van de Johan van Zwedenlaan worden in dit park opgenomen, zoals de sportvelden, de recreatieplas en de moestuinen. Ook hier zal gewerkt moeten worden aan het verbeteren van structuur en verbindingen. We maken routes voor langzaam verkeer vanuit het park richting binnenstad en Hoogkerk. Het park voorziet in een ecologische verbinding van noord naar zuid: van de landerijen rondom Leegkerk en het Westpark naar de Polder Bangeweer, het Stadspark en de Onlanden. Onderdeel daarvan een recreatieve verbinding onder het spoor en over het Hoendiep.

Het stadsblok met binnenhof (voorbeelduitwerking)

Blokken rond een natuurlijke kreektuin (voorbeelduitwerking)

Ook op andere plekken is ruimte voor groene zones. Zo hebben we ook langs het spoor en langs het Hoendiep al ruimte gereserveerd voor groene zones. Langs het Hoendiep is ruimte voor een groene oever met houtwallen, struweel, sleedoorn, bloemen en een variatie aan kruiden gecombineerd met een recreatief wandelpad. Ook in het zuidelijk deel besteden we te zijner tijd aandacht aan groene zones. Een aandachtspunt daarbij is het maken van verbindingen over of onder het spoor door, deze kunnen gecombineerd met faunapassages. De hoofdgroenstructuren in het gebied bieden ruimte voor waterinfiltratie en krijgen een grote diversiteit aan bomen en struiken. Ook de groene binnenhoven van de bouwvelden hebben met een informele inrichting ecologische waarde. In de landschappelijke uitwerking worden zoveel mogelijk waardevolle soorten gebruikt, zoals nectar, vruchten, noten en doorns. Aan de zuidzijde van het spoor, in de oksel van de kruising met de Johan van Zwedenlaan, wordt voorafgaand aan de start van de werkzaamheden in het deelgebied noord een vervangend

91

92

De Suikerzijde

leef- en/of foerageergebied ingericht voor vleermuizen en geoorde futen. Het gaat om een wateroppervlak van ca. 7 hectare, omgeven door luwte-creërende begroeiing of dijken. Voor het nabijgelegen weilandengebied ten westen van het Westpark is een ontwerp gemaakt voor het resterende deel van de compensatieopgave voor vleermuizen en geoorde futen. Omdat hier ook weidevogels zitten, is met de inrichting zo goed mogelijk rekening gehouden wordt met alle genoemde soorten inclusief de weidevogels. Hiervoor is ondertussen ontheffing aangevraagd. Onderdeel van de ontheffingsaanvraag is een uitgewerkt compensatieplan waarin beschreven wordt hoe en waar broedgebied en foerageergebied zal worden gecompenseerd. De aanleg van natuur en ecologische voorzieningen is een belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling van het terrein. Daarnaast kan ook de bebouwing bijdragen aan de ecologische waarde van het gebied. Wij denken aan groene daken en gevelbegroeiing. Al met al versterkt het groen-blauwe netwerk van park, kanaal, natuurvriendelijke oevers, sloten, stedelijk groen en groene daken de klimaatbestendigheid van het stadsdeel. Dat onderstreept een van de ambities van The Next City: de groeiende stad blijft leefbaar en aantrekkelijk voor iedereen.

Wonen en leven gemengd in een wisselende mix Eén van de uitgangspunten voor de ontwikkeling van De Suikerzijde is dat we één samenhangend gebied willen maken dat niet uiteen valt in verschillende fragmenten en losse identiteiten. Wonen en leven is opgebouwd uit een ruimtelijke mix die van samenstelling kan variëren. Anderzijds moet het gebied ook een eenheid worden met de omliggende gebieden. Het stratenpatroon is de onderlegger voor een klassiek bebouwingsprincipe: het bouwblok. Het bouwblok, in De Suikerzijde bouwveld genoemd, heeft in principe een ‘overmaat’. Dat geeft ruimte voor verschillende typen binnenterreinen (bijvoorbeeld een plein, een hof, een veld), voor diverse gebouwtypen naast elkaar (stadshuizen, vrijstaande woningen, maar ook collectieve blokken en hoogte-accenten) en voor flexibiliteit bij de daadwerkelijke invulling. We maken graag de vergelijking met de Hortusbuurt. De bouwblokken in het stratenpatroon in de Hortusbuurt zijn ook niet vanaf het begin af aan planmatig volgebouwd, maar hebben zich door de tijd heen langzaam gevuld en doorontwikkeld tot de bebouwingssamenstelling van nu. Met de vaste basis kan de opbouw van de blokken verschillen, en daarmee in bijvoorbeeld het Voorterrein een andere sfeer uitstralen dan op andere plekken in het gebied. Op het Voorterrein kunnen

Structuurvisie

hoogte-accenten, collectieve blokken en stadshuizen samen gaan, en zullen de binnenterreinen compact blijven met dakterrassen, een kleine binnentuin of binnenpleinen. In het zuidwesten kan dit beeld heel anders zijn. Bijvoorbeeld door een opbouw van stadshuizen, huizen als het type ‘arbeidershuis’ en vrijstaande woningen. Oppervlaktewater Het Hoendiep is cultuurhistorisch waardevol en is beeldbepalend voor de identiteit van De Suikerzijde. Tegelijkertijd is het Hoendiep de voornaamste barrière voor de verbinding naar de rest van de stad. Dat betekent dat er nieuwe bruggen moeten komen. De functie van het kanaal voor (doorgaand) recreatieverkeer is minimaal en de doorvaarbaarheid richting binnenstad is beperkt door de westelijke ringweg en de spoorlijn. Het opheffen van deze barrières in de vaarroute richting centrum is nu niet aan de orde. Bij de Ringweg, de Energieweg en U.T. Delfiaweg liggen woonschepen en arken. De ligplaatsen worden meegenomen in de planvorming. Wel vervallen drie ligplaatsen om ruimte te maken voor een nieuwe brug. Bij de nieuwe bruggen houden we rekening met de doorvaarbaarheid voor de woonschepen. De stad heeft wel behoefte aan meer ruimte voor wonen op het water. In het kader van de opgave Watervisie wordt onderzocht of het aantal drijvende woningen kan toenemen. In het Hoendiep is daarvoor geen plaats, onder meer vanwege het wegverkeerslawaai.

Ook willen we samen met het waterschap de oevers van het Hoendiep een ander profiel geven met een meer ecologisch karakter. De oevers worden begaanbaar en het water beleefbaar. In de verdere uitwerking van de parkzone aan de westkant worden de mogelijkheden voor nieuwe drijvende woningen onderzocht, conform de Watervisie. Hier liggen wellicht mogelijkheden voor wonen op het water in een nieuwe waterpartij die we voor ons zien ten zuiden van het Hoendiep. Door de waterkering om te leggen zouden we een haven kunnen maken die in open verbinding staat met het Hoendiep. Over het oppervlaktewater in het deelgebied zuid, zoals getoond op de kaart, hebben we nog geen ver uitgewerkte denkbeelden. De waterhuishoudingsfunctie en de ecologische functie liggen voor de hand. Of dat ook te combineren is met nevengebruik (varen, vissen, schaatsen) is punt van latere uitwerking. Bestaande functies In het gebied bevinden zich een aantal bestaande objecten en functies c.q. gronden van derden. Bij de inspraak op de

93

94

De Suikerzijde

structuurschets hebben meerdere insprekers ons gevraagd wat daarmee gaat gebeuren. Het niveau van de structuurvisie laat niet toe dat er op alle punten nu reeds concreet antwoord gegeven kan worden. Het bestemmingsplan zal daarvoor in de meeste gevallen het geëigende plan zijn. Met name in het deelgebied Zuid is verdere uitwerking op dit moment nog niet aan de orde. Vanzelfsprekend zullen wij bij verdere planuitwerking de belanghebbenden tijdig betrekken. •

•

•

•

•

•

•

Woonschipbewoners Hoendiep: In verband met de aanleg van een brug zullen enkele woonschepen moeten wijken. Uiteraard zal de woonomgeving voor de resterende woonschepen op termijn wel ingrijpend veranderen. Het Hoendiep blijft bevaarbaar voor woonschepen door toepassing van beweegbare bruggen. Stichting Bangeweer: Uitwerking van de plannen voor dit gebied zal plaatsvinden wanneer het zuidelijk deel aan de orde komt. Ten opzichte van de structuurschets is wel duidelijk geworden dat de aanleg van tunnel en aansluitende infrastructuur niet meer van directe invloed zullen zijn op het perspectief van deze locatie. Bewoners Peizerbocht / Peizerweg: voor een nadere invulling en uitwerking van de groene en ecologische ambities van De Suikerzijde (deelgebied zuid) en het algemene groenbeleid (nu: Vitamine G) van de gemeente Groningen Omliggende bedrijven: Wij zien vanuit de ontwikkeling van De Suikerzijde geen belemmeringen voor huidige bedrijvigheid in de omgeving. Voor het terreindeel Hoendiep-Zuid zetten wij in op herstructurering naar wonen. Inpasbaarheid van bestaande bedrijvigheid binnen deze woningtransformatie zullen wij te zijner tijd nader bezien. Achterkantsituaties lintbebouwing Peizerweg: Ook hier geldt dat we nog niet aan de uitwerking van dit gebied toe zijn. Wel heeft het gebied voldoende omvang om privé eigendommen waar mogelijk te kunnen ontzien.

Mocht dat onverhoopt niet mogelijk blijken, dan treden we vroegtijdig in gesprek. De ingetekende ontsluiting naar de Peizerweg is indicatief en is een ontwerp-opgave die te zijner tijd samen met bewoners en belanghebbenden wordt opgepakt. Gebruikers voorterrein: Met de gebruikers zijn afspraken gemaakt en het terrein is verhuurd voor tijdelijk gebruik tot zomer 2030. Permanente ontwikkeling is derhalve nog niet aan de orde. Terra-college: We blijven met Terra in gesprek over hun aanwezigheid op het terrein en zetten in op continuering van de vruchtbare wijze van samenwerking.

Structuurvisie

95

96

De Suikerzijde

97

Structuurvisie

Bijlage 4 Uitkomsten milieueffectrapportage Alternatieven Volgens de m.e.r-systematiek worden in een m.e.r. meerdere alternatieven van het planvoornemen onderzocht en afgezet tegen de huidige situatie en de zogenaamde autonome ontwikkeling. Dat is de situatie die zou ontstaan als we het terrein van de voormalige Suikerfabriek helemaal niet zouden invullen. We hebben er niet voor gekozen de plannen te vergelijken met het vroegere industriële gebruik als suikerfabriek. Voor 2008 was de fabriek nog volop in werking. Er reden in die tijd 1.200 vrachtwagens per dag naar de fabriek en ook het productieproces zorgde voor milieubelasting. Door de effecten te beoordelen ten opzichte van de huidige situatie worden de effecten relatief negatief ingeschat. De structuurvisie wordt over meerdere decennia gerealiseerd. We willen in die periode flexibel kunnen inspelen op veranderingen in de behoefte aan wonen, werken en voorzieningen. Dat maakt dat wij als alternatieven in de m.e.r. geen vastomlijnd programma konden onderzoeken. We hebben daarom initieël drie indicatieve programma’s laten onderzoeken. In de aanvulling op het MER zijn er nog twee andere alternatieven onderzocht. Daarmee willen we gevoel krijgen bij de draagkracht van het gebied: hoeveel woningen c.q. werkfuncties kan het gebied verdragen en wat zijn daarvan de consequenties.

Dit geeft ons handvatten bij de ontwikkeling van het terrein en voor de monitoring. We kunnen zo de kritieke punten identificeren waar we bij het ontwikkelen op moeten letten, waar de gevolgen van een dichtere invulling zich het eerst of het meest doen voelen, of waar externe factoren de effecten van de ontwikkeling van De Suikerzijde kunnen verzwaren. We hebben, inclusief de aanvulling MER, de volgende alternatieven gedefinieerd: LAAG

MIDDEN

HOOG

Woningen 2.500 Arbeidsplaatsen 2.000 Bebouwingsdichtheid Lager

3.750 2.500 Midden

5.000 3.000 Hoger

HOOG met station 5.000 3.000 Hoger

HOOG met station en geluidmaatregelen 5.000 3.000 Hoger

98

De Suikerzijde

Voor wat betreft de invulling van bijvoorbeeld de typen bedrijven, is een worst-case scenario aangehouden, zodat de effecten van de alternatieven in ieder geval niet onderschat worden. Daarnaast hebben we een gevoeligheidsanalyse laten maken op een aantal externe factoren die zich tegelijkertijd met de ontwikkeling van De Suikerzijde voor zouden kunnen doen. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van cumulatie van verkeerseffecten, waardoor kritieke waarden wellicht eerder worden overschreden. De gevoeligheidsanalyses zijn gedaan voor: • • •

Aanpak Ring-west met onder meer nieuwe verbinding Diamantlaan – westelijke ringweg. Realisatie van de al bestemde woonwijk De Held III met circa 1.600 nieuwe woningen De vestiging van een grote publiekstrekker op het voorterrein van de voormalige suikerfabriek.

Verkeer Door de autonome groei nemen op bepaalde punten in de omgeving de wachtrijen toe (paragraaf 6.1.2 MER). Belangrijke onderzoeksvraag was wat de ontwikkeling van De Suikerzijde kan gaan betekenen voor het verkeersnetwerk. In de drie alternatieven neemt de verkeersdruk wel toe, maar het algemene beeld van de verkeersafwikkeling verandert er niet wezenlijk door. Juist de spreiding van het verkeer door nieuwe verbindingen draagt daaraan bij. Aandachtspunten voor de bereikbaarheid zijn de aansluitingen op de A7, op de Westelijke Ringweg (Hoendiep en Peizerweg) en het Hoendiep (Johan van Zwedenlaan en Diamantlaan/Energieweg). Het toenemende verkeer is echter geen reden om één of meer van de alternatieven al op voorhand uit te sluiten. Mogelijk zijn hier in de toekomst aanpassingen van infrastructuur nodig om de doorstroming te bevorderen. De monitoring zal erop gericht zijn dit tijdig te onderkennen. Het MER signaleert ook mogelijk negatieve effecten op de HOV-as West op die plekken waar autoverkeer en openbaar vervoer zich mengen. Ook daar hebben we aandacht voor. Een belangrijk instrument is dus het monitoren van het verkeer, de ontwikkelingen in de stad en de ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit.

Daarmee willen we de effecten beter in beeld krijgen en nagaan hoe we negatieve effecten kunnen verminderen, De Suikerzijde bijvoorbeeld door te onderzoeken of de inzet op langzaam verkeer en openbaar vervoer daadwerkelijk leidt tot

Structuurvisie

een lager autogebruik. Het gemeentelijk verkeersmodel is immers gevoed met de kennis van nu en met relatief conservatieve aannames voor autogebruik. Ook kunnen toekomstige verkeersontwikkelingen van invloed zijn op de verkeerseffecten, zoals het bietenverkeer en aanpak Ring West. Ook de gevolgen van de verkeersgroei voor geluidhinder van het wegverkeer lijken relatief mee te vallen. Voor 3% van de bestaande woningen verslechtert de GES-score iets, maar niet heel veel meer dan in de autonome ontwikkeling. Uiteraard zal door de nieuwbouw het aantal woningen met slechtere GES-scores wel toenemen. Dat is inherent aan het bouwen in een geluidbelaste stedelijke omgeving, met diverse hinderbronnen rond en in het plangebied. De maxima lopen van circa 60 dB langs de wegen door het plangebied tot circa 63 dB in de invloedssfeer van bestaande wegen. Het MER adviseert de verschillende fietsoversteken over het Hoendiep en de Peizerweg veilig vorm te geven en ook de oversteken over de Johan van Zwedenlaan veilig in te richten, met een nieuwe ongelijkvloerse fietsverbinding in de richting van Hoogkerk ten zuiden van het spoor. Deze verbinding zit nu in de plannen in de vorm van een tunnel. Ook richting Binnenstad komt er een fietstunnel onder de spoorweg door.

Ten aanzien van duurzame mobiliteit biedt een station centraal gelegen in De Suikerzijde goede kansen om een mobiliteitshub te maken waar fiets, bus en trein met elkaar worden verbonden. Ook ontstaan daar kansen voor een goede OV-verbinding met andere delen van de stad. De doorontwikkeling van een treinstation met mobiliteitshub leidt tot minder autoverkeer en dus tot minder milieuhinder. We gaan ons inspannen om het station en mobiliteitshub in De Suikerzijde de komende tijd vorm te geven en randvoorwaarden op orde te brengen. Parkeren In de tweede aanvulling van het MER is de verkeersbelasting nader onderzocht. De risico’s voor parkeeroverlast binnen De Suikerzijde zijn minimaal. In de gemeente Groningen is gebleken dat de norm van 1,0 parkeerplaats per woning (te realiseren op eigen terrein) haalbaar is met collectieve oplossingen en dat nieuwe bewoners rekening houden met deze situatie. Ook de parkeerbehoefte van commerciële en maatschappelijke voorzieningen wordt uitsluitend binnen de bouwvelden opgelost en kan niet leiden tot extra parkeerdruk in het openbare gebied. Allen voor Deelgebied Zuid geldt dat parkeeroverlast in omliggende wijken mogelijk zou kunnen optreden. Hierbij kan de gemeente

99

100

De Suikerzijde

echter bijsturen met bijvoorbeeld de programmatische invulling, de ruimtelijke inrichting en het parkeerregime. Vanuit de overige deelgebieden wordt vanwege de grote loopafstanden geen parkoverlast op nabijgelegen wijken verwacht. Voor Hoendiep-Zuid geldt dat het bedrijventerrein nog op acceptabele loopafstand ligt vanaf de wijk. Het zwaartepunt van de parkeerbehoefte van de nieuwe wijk en die van het bedrijventerrein liggen echter niet op hetzelfde moment van de dag en daarom wordt geen parkeeroverlast verwacht. Geluid In de aanvulling op het MER zijn voor geluid van weg- en railverkeer aanvullende berekeningen uitgevoerd. Uit de analyses voor geluid van wegverkeer blijkt dat maatregelen als snelheidsverlaging, aanbrengen van stiller asfalt en het terugplaatsen van rooilijnen tot een (beperkte) afname van de geluidbelasting van wegverkeer leiden. Uit de analyses geluid van railverkeer kan het aanbrengen van raildempers en geluidschermen tot een reductie van de geluidbelasting leiden. De aanwezigheid van een station zorgt ervoor dat treinen langzamer door het plangebied rijden, waardoor de geluidbelasting op de gevels uiteindelijk lager uitvalt dan nu is berekend. Maatregelen om geluidbelasting door wegverkeer en railverkeer te verminderen leidt er toe dat de effectbeoordeling van verkeerslawaai en gezondheid gunstiger wordt.

We blijven het verkeer en het weg- en railverkeerslawaai monitoren en maken bij de deelplannen steeds een afweging over in te zetten geluidmaatregelen, zoals het MER adviseert. Ook voor het geluid geldt overigens dat als andere toekomstige ontwikkelingen verkeer genereren, dat invloed heeft op de geluidssituatie op De Suikerzijde. Tevens is in de aanvulling het onderdeel trillingshinder van railverkeer beoordeeld in de aanvulling MER. Hiervan wordt verwacht dat deze zich niet of nauwelijks zal voordoen. Luchtkwaliteit In het MER is ook gekeken naar de effecten van de verkeersgroei op de luchtkwaliteit (NO2, PM10 en PM2,5). Wat geldt voor het wegverkeerslawaai, geldt min of meer ook voor de luchtkwaliteit: extra verkeer leidt tot meer uitstoot. Hoewel circa 2,5% van de bestaande adressen daardoor een slechtere GES-score krijgt, worden in geen van de doorgerekende varianten grenswaarden overschreden.

Structuurvisie

Bedrijven De suikerfabriek en de kartonfabriek in Hoogkerk vormen geen belemmering voor het plan. We houden voldoende afstand voor het aspect geluid, mede dankzij het gewijzigde ontwerp met een bredere groenstructuur aan de westkant van het plangebied, die extra afstand creëert. Het plangebied ligt ook buiten de IMR- contour. Overigens past de suikerfabriek in Hoogkerk de komende jaren het proces aan. De kenmerkende suikerbietengeur tijdens de campagne zal daardoor sterk verminderen Op enkele plaatsen reikt de geluidhindercontour van het bedrijventerrein Peizerweg tot in het plangebied. Woningbouw is daar mogelijk zonder de bedrijven te belemmeren, maar dat zou wel een minder gunstige woonsituatie kunnen betekenen. In het MER wordt voorgesteld in de structuurvisie uit te spreken dat zolang de geluidshindercontouren van het bedrijventerrein Peizerweg aanwezig zijn, woningbouw daarbinnen beperkt blijft. In beginsel onderschrijven we dat uitgangspunt, al kunnen er situaties zijn waarin wij daarvan af zouden willen wijken, bijvoorbeeld waar woningen wenselijk zijn voor de sociale veiligheid van bijvoorbeeld een fietsroute. Die keuzes maken we op het moment dat uitwerking van dat gebied aan de orde is. Omgekeerd kunnen in het plangebied activiteiten ontstaan die geur- of geluidhinder zouden kunnen veroorzaken naar woningen in de omgeving.

We streven immers naar een gemengd gebied met vele functies. Het MER adviseert daar uitspraken over te doen in de structuurvisie. Uiteraard gaan we zorgvuldig om met het plaatsen van bedrijvigheid bij woningen of omgekeerd, zowel in het plangebied als buiten het plangebied. In het bestemmingsplan voor het eerste, noordelijke deelgebied nemen we daar een systematiek voor op. In de jaren daarna kunnen we zien hoe dat werkt en daar lering uit trekken bij de vaststelling van het omgevingsplan. In dat omgevingsplan moeten we opnieuw een afwegingskader formuleren voor de relatie tussen hinderlijke en gevoelige functies. Het ligt voor de hand die inzichten af te wachten voor die delen van het plangebied die nu nog niet aan realisatie toe zijn. Kortom: voor deelgebied Noord regelen we het nu, voor de andere delen oordelen we later op basis van de dan geldende inzichten en opvattingen. Externe Veiligheid Het MER- rapport adviseert vanwege de groepsrisicocontouren lagere dichtheden aan te houden in de invloedsgebieden rond N370, het spoor en de aardgasleiding die door het gebied loopt.

101

102

De Suikerzijde

Het invloedsgebied van het spoor naar Sauwerd ligt meer dan 3 kilometer over het plangebied, dat van de N370 circa 220 meter. De gasleiding loopt door het gebied, met een invloedsgebied van 70 meter. Gegeven het uitgangspunt dat dit gebied beoogd is als nieuw stadsdeel, is niet ontwikkelen niet aan de orde. We houden in ieder geval rekening met de aanbeveling van de Veiligheidsregio om De Suikerzijde binnen het invloedsgebied van de aardgasleiding geen verminderd zelfredzame personen te vestigen. Voor wat betreft de invloedsgebieden rond de westelijke ring en het spoor naar Sauwerd zullen wij ook daar vooral gaan differentiëren in kwetsbare, c.q. verminderd zelfredzame doelgroepen. Mogelijk laten wij ook de veronderstelde verblijfsduur een rol spelen. Bij de nadere uitwerking komt dat aan de orde. Oppervlaktewaterkwaliteit Het MER-rapport stelt dat nieuw gebruik van het voormalige fabrieksterrein zou kunnen leiden tot een verslechtering van de oppervlaktewaterkwaliteit. Dat hoeft echter niet zo te zijn als drie aandachtspunten in acht worden genomen:

Structuurvisie

Bodemkwaliteit Het MER-rapport waardeert de effecten van het plan op de bodemkwaliteit gematigd positief, omdat er op bepaalde plaatsen gesaneerd gaat worden. Het rapport beveelt desondanks als mitigerende maatregel aan om het voorterrein en een terrein nabij De Halm te saneren én om zoveel mogelijk multifunctioneel te saneren in plaats van functiegericht. Wij proberen een evenwicht te vinden tussen de kosten en baten van een grootschalige gebiedsontwikkeling, waaronder de kosten en baten van bodemsaneringen. Wij richten ons daarom opeen balans tussen investering en rendement. Het beleid van de gemeente Groningen is dat wij in beginsel functiegericht saneren. Op dit moment zijn wij daarom niet voornemens de aanbeveling op grote schaal op te volgen. Waar in bepaalde gevallen op simpele en kostenefficiënte wijze toch extra milieuwinst kan worden geboekt zullen wij dat uiteraard in overweging nemen. Het Mer adviseert bij vergunningverlening en realisatie van WKO-systemen te borgen dat er geen grondwaterverontreinigingen ontstaan of worden vergroot.

We willen ons inspannen om dit zoveel mogelijk realiteit te maken. In de eerste noordelijke deeluitwerking bijvoorbeeld voorzien we hierin met een gescheiden rioolstelsel, maar ook door regenwater zoveel mogelijk op te vangen in bermen, wadi’s en groenzones met bomen. Ook gaan we deels plasdrasoevers aanleggen, die zorgen voor enige verbetering van de waterkwaliteit van het boezemwater Hoendiep.

Landschap en cultuurhistorie Het MER-rapport signaleert dat het aantasten van het waardevolle krekensysteem en de historische verkaveling zorgen voor een verslechtering van de cultuurhistorische waarden in het plangebied. De aanbeveling is de karakteristieke middeleeuwse verkavelingsstructuur in acht te nemen, zoveel mogelijk van het historische krekensysteem in deelgebied Zuid te behouden en te integreren in het plan, en rekening te houden met de relatie met het bebouwingslint van de Peizerweg. Ook is het advies de landschappelijke context rond de veenterpen te versterken. Verder wordt aanbevolen bij de uitwerking van de deelplannen locaties met bekende vindplaatsen en locaties met een hoge verwachtingswaarde te ontzien.

Oppervlaktewaterkwantiteit De vloeivelden maakten deel uit van de bedrijfsmatige activiteiten van de voormalige Suikerfabriek en maken geen onderdeel uit van het watersysteem. Het dempen van de vloeivelden hoeft daarom niet te worden gecompenseerd. Dat geldt wel voor te dempen sloten. Dat wordt echter voldoende opgevangen door de beoogde groen-blauwe structuur. Die kan ook voorzien in compensatie voor een deel van de toenemende verharding. Het MER-rapport adviseert daarvoor als mitigerende maatregel om voldoende oppervlaktewater te creëren. Dat ligt zeker in de bedoeling. In deelgebied Noord komt in een park een waterpartij, leggen we de groenstructuren met wadi’s aan, en komen langs het Hoendiep met natuurvriendelijke plasdraszones.

Aan het terrein van de voormalige suikerfabriek wordt een nieuwe laag met een eigen structuur toegevoegd, waarbij niet alle aanwezige waarden behouden kunnen blijven. In het verlengde van het MER-advies blijft in de plannen de gelaagde landschappelijke en culturele ontwikkeling te ervaren: • een deel van de structuur van het landschap van de vloeivelden wordt opgenomen in het nieuwe park; • een deel van de noord-zuid verbindingen, bijvoorbeeld ter plaatse van het station, volgt het slotenpatroon van de polderverkaveling en bieden lange landschappelijke doorzichten; • de ontginningsas Eelde-Dorkwerd blijft gehandhaafd in de structuur van het stadsdeel;

• • •

een volledig gescheiden rioolstelsel; wegwater opvangen in de bermen zodat het niet uitspoelt naar het oppervlaktewater; de nieuw waterstructuren worden (deels) uitgevoerd met waterzuiverende flauwe oevers of rietzomen.

103

104

De Suikerzijde

• • •

in deelgebied Zuid wordt de landschappelijke structuur van de kreken gebruikt als inspiratiebron voor de nieuwe ruimtelijke opzet; de bunkers uit de tweede wereldoorlog krijgen een bijzondere plek in de groenstructuur. bij de uitwerking van de deelplannen wordt verder onder meer aandacht besteed aan de archeologische waarden en wordt nader onderzoek gedaan. Aan de aan de hand van dat nader onderzoek zullen we bezien welke waarden op de vindplaats (‘in situ’) behouden kunnen worden.

Groen en gezondheid In zowel de structuurvisie als het stedenbouwkundig plan voor deelgebied noord is voorzien in een ruime, aantrekkelijke en groene openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen, verblijven en ontmoeten. Voor alle alternatieven van de structuurvisie en ook voor het bestemmingsplan deelgebied noord geldt dat er in de plannen nadrukkelijk aandacht is voor gezondheid. De planopzet bevat veel elementen waarmee gezondheid wordt gestimuleerd (zoals veel ruimte voor bewegen). Tevens is in de aanvulling MER nadere informatie opgenomen over verminderd autogebruik en geluidbelasting, wat ook relevant is voor de gezondheid van bewoners. Gebiedsbescherming De ontwikkeling van De Suikerzijde zou in beginsel kunnen leiden tot een verandering van het ontwikkelingspotentieel voor de verbeterings- en/of uitbreidingsopgaven van Natura 2000 gebieden of de beheertypen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Voor Natura 2000 is een Voortoets opgesteld (Sweco, 2020). In het MER zijn de resultaten daaruit samengevat. Zo is er onder meer gekeken naar stikstofdepositie. Uit de voortoets blijkt dat de voorgenomen plannen voor De Suikerzijde niet leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden.

Soortenbescherming De plannen voor deelgebied noord tasten mogelijk de zogenaamde gunstige staat van instandhouding voor een aantal beschermde diersoorten aan: geoorde fuut, water- en meervleermuis en poelkikkers. Hiervoor zijn nader onderzoek en compenserende en mitigerende maatregelen nodig. Deze worden uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan voor het eerste, noordelijke deelgebied. Een deel van de compensatieopgave wordt ingevuld aan de zuidzijde van het spoor. Een aantal van de deels verlande vloeivelden is hier ingericht volgens de randvoorwaarden die voor de vleermuizen gelden. Door tevens rekening te houden met

Structuurvisie

randvoorwaarden voor de geoorde fuut, is het gebied van circa 7 ha geschikt gemaakt voor alle soorten waarvoor compensatie nodig is. Voor het resterende deel van de compensatieopgave is een ontwerp uitgewerkt voor een strook weilanden ten westen van het Westpark. Omdat daar ook weidevogels zitten, wordt in het ontwerp zo veel mogelijk rekening gehouden met de aanwezige weidevogels. Weidevogelgebied dat door de aanleg van de compensatieopgave hier verdwijnt, zal elders meer dan voldoende worden gecompenseerd. Bij de ontwikkeling van de overige deelgebieden wordt kort van tevoren onderzoek gedaan naar beschermde planten- en diersoorten. Als leefgebied van deze soorten wordt aangetast, zijn mogelijk ook daar mitigerende en compenserende maatregelen aan de orde. Duurzaamheid De realisatie van De Suikerzijde duurt een groot aantal jaren, waarbij de technieken zich steeds verder ontwikkelen. We willen ons nu nog niet langdurig vastleggen, maar juist flexibel in kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen. De ontwikkelingen op het gebied van hernieuwbare en duurzame energie gaan namelijk hard. De voortschrijdende kennis en technologie vertalen zich in steeds strengere (bouw)normen. Door de nieuwe inrichting van het gebied neemt de energiebehoefte toe. Het MER verwacht dat een duurzame energievoorziening mogelijk is.

De ambitie voor het gebouwgebonden energieverbruik en met name de verwarming en koeling van gebouwen lijkt voor deelgebied noord haalbaar te zijn met de gekozen oplossingsrichting van collectieve WKO-sytemen in combinatie met zonnepanelen. Het MER adviseert daarnaast ook zoveel mogelijk energiegebruik te voorkomen, dus energiebesparing. In de aanvulling MER is dit onderdeel nader verkend met de varianten ‘energieleverend’ en ’tijdelijke opwek’. Uit de analyses voor de variant ’energieleverend’ blijkt dat er in theorie mogelijkheden zijn om meer energie op te wekken dan nodig is voor de gebouwgebonden energie van De Suikerzijde zelf. Uit de analyses voor de variant ’tijdelijke opwekking’ blijkt dat er in het plangebied mogelijkheden zijn voor tijdelijke opwekking op daken en op het maaiveld. De praktische, juridische en financiële consequenties van deze mogelijkheden vragen echter nadrukkelijk om nader onderzoek. Dit complexe vraagtuk doet zich niet alleen voor in De Suikerzijde. Daarom wordt gemeentebreed onderzocht

105

106

De Suikerzijde

of er mogelijkheden zijn om eventuele knelpunten weg te nemen en of deze mogelijkheden binnen de invloedssfeer van de gemeente liggen. Het gemeentelijke beleid voor circulariteit is een relatief nieuw beleidsthema. In de plannen voor De Suikerzijde zijn nog weinig concrete acties voor circulariteit opgenomen. Dit thema willen we in de komende periode gemeentebreed nader onderzoeken We blijven voor De Suikerzijde alert op kansrijke ontwikkelingen die zich op termijn kunnen voordoen.Uit het MER blijkt dat bij de bouw op De Suikerzijde voldoende maatregelen mogelijk zijn om de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van wateroverlast, droogte en hittestress op te vangen. Het vestigen van nieuwe stedelijke functies in een laaggelegen gebied leidt wel tot extra bewoond gebied met een zeker overstromingsrisico vanuit zee of kanalen. Het MER adviseert daarom waterrobuust bouwen. Wij kunnen hier pas uitspraken over doen wanneer wij de implicaties daarvan concreet op een rij kunnen zetten. Effecten in de realisatiefase Het gaat hierbij om tijdelijke hinder tijdens de aanleg- en de bouwfase door onder meer grondverzet, bouwrijp maken en bouwverkeer. Het MER inventariseert de normen die daarvoor gelden en doet aanbevelingen hoe we aan die normen kunnen voldoen.

De aanbevelingen richten zich vooral op het proces: planning van werkzaamheden en wanneer wat te onderzoeken en waar rekening mee te houden.

Structuurvisie

van voor de routes binnendoor. Daardoor worden bepaalde wegen rustiger en stiller, en andere wegen juist drukker. De combinatie met de ontwikkeling van De Suikerzijde leidt niet op voorhand tot onoplosbare problemen. Wel moeten we de ontwikkelingen blijven volgen en onderzoek doen zodra dat nodig en noodzakelijk is. Ontwikkeling De Held III Verkeer van De Held III zal grotendeels gebruik maken van dezelfde toegangswegen als De Suikerzijde. Zodra De Held III tot ontwikkeling komt, worden deze toegangswegen drukker. Op dit moment is nog niet in te schatten hoe groot die effecten precies zullen zijn. Dat hangt onder meer af van de ontwikkelingen in de mobiliteit, van de meer of minder intensieve invulling van De Suikerzijde en van maatregelen die we treffen. We monitoren de ontwikkelingen, zodat we problemen bijtijds onderkennen en bij kunnen sturen. Monitoring Het essentieel de ontwikkelingen te blijven monitoren. Monitoring kent drie doelen: • •

Gevoeligheidsanalyses Publiekstrekker In het MER (hoofdstuk 8) zijn ook de gevolgen onderzocht van een eventuele publiekstrekker voor 20.000 bezoekers op het voorterrein. De gevolgen blijken aanzienlijk, zowel voor wat betreft de verkeersafwikkeling, de geluidsaspecten, maar ook de externe veiligheid is een aandachtspunt. In deze structuurvisie wordt daarom vooreerst geen rekening gehouden met realisatie van een dergelijke publiekstrekker. Mocht er op enig moment wel behoefte De Suikerzijde aan ontstaan, dan moeten de mogelijkheden en voorwaarden nader onderzocht worden. We zijn dan ook verder in de tijd en de monitoring van de ontwikkeling en het verkeer geeft ons dan ook meer en nieuwere informatie.

•

Monitoring is ook essentieel voor de gekozen strategie van adaptief ontwikkelen. Dat betekent steeds zien waar je staat, richting bepalen en bijsturen. Daarbij zijn onder meer de volgende aspecten van belang. • •

Aanpak Ring-West Aanpak Ring West zorgt ervoor dat de doorstroming op de Ring West vlotter verloopt. Daardoor ontstaat een andere verdeling van het verkeer: meer automobilisten kiezen voor de ring, in plaats

Toetsen of de (milieu)effecten niet groter uitpakken dan in het MER beschreven; Toetsen of de in het MER voorgeschreven mitigerende/ compenserende maatregelen in voldoende mate bijdragen aan het beperken of voorkomen van effecten. Daar waar voorbeelden van maatregelen zijn benoemd (bijvoorbeeld voor verkeer) moet op basis van monitoring worden bepaald of en op welke manier maatregelen doorgevoerd moeten worden; Toetsen of de duurzaamheidsambities van de gemeente behaald worden.

•

Kloppen de aannamen nog? Bijvoorbeeld op het gebied van aantallen woningen, bedrijfsactiviteiten, inwoners en verkeersbewegingen. Kan of moet de inschatting van de verkeersspreiding worden bijgesteld? In de loop van de tijd kunnen bijvoorbeeld vervoersmodaliteiten anders uitpakken. Meer gedetailleerde analyses kunnen meer inzicht geven wanneer welke effecten in het verkeersmodel optreden.

107

108

De Suikerzijde

• •

Bij de verdere planuitwerking vindt nader archeologisch onderzoek plaats. De thema’s energievoorziening en klimaatadaptatie zijn beoordeeld op basis van huidige kennis. De technische, financiële en maatschappelijke ontwikkelingen gaan echter snel. Welke ontwikkelingen dit zijn en wat impact op het Suikerfabriekterrein zal zijn, is op dit moment niet bekend.

We ontwikkelen de monitoringsaanpak mede in samenhang met de wijze waarop we de monitoring van het omgevingsbeleid onder de Omgevingswet willen vormgeven. Voor wat betreft de mobiliteit ligt het voor de hand de monitoring te bezien in samenhang met de ontwikkeling onder meer De Held III en de Aanpak Ring West.

Structuurvisie

109

110

De Suikerzijde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4226/documents/62138