Bijlage 3 Structuurvisie De Suikerzijde.pdf
Tekst van het document
45
46
De Suikerzijde
kan beginnen. We hebben geen vastgestelde fasering, niet in de tijd en niet naar plaats. Dit eerste bestemmingsplan biedt ruimte voor de bouw van maximaal 750 woningen en 12.500m² aan voorzieningen. Deelgebied noord heeft een omvang waarbinnen makkelijk meer programma past. Zodra duidelijk wordt hoe het gebied zich na dit eerste bestemmingsplan verder gaat ontwikkelen, worden er later, via aparte procedures onder de omgevingswet, in hetzelfde gebied meer woningen en voorzieningen toegevoegd. Op die manier wordt, met de vraag van dat moment, het gebied geleidelijk gevuld. Ook voor de rest van het structuurvisiegebied wordt te zijner tijd het omgevingsplan aangepast om de ontwikkeling te ondersteunen.
5.3
Procedure
Deze structuurvisie is voorafgegaan door verschillende andere documenten, waaronder de Structuurschets De Suikerfabriek, waarop al inspraak mogelijk was. Tevens is er een groep opgericht bestaande uit bewoners- en belangen(organisaties) uit de omgeving, die fungeert als klankbord voor plannen en ideeën. De procedure voor deze structuurvisie doorloopt verschillende stappen. Vanaf het voorjaar van 2020 hebben we de volgende stappen afgerond: • • • • •
ter inzage legging van het voorontwerp met mogelijkheid tot inspraak en overleg voor inwoners en instanties; verwerking van de reacties en aanpassen van voorontwerp naar ontwerp structuurvisie; het ter inzage leggen van de ontwerp structuurvisie met mogelijkheid voor het indienden van zienswijzen; verwerking van de zienswijzen en aanpassen van ontwerp naar definitieve versie; formele vaststelling door de gemeenteraad, juni 2021.
Na vaststelling van de structuurvisie is er geen mogelijkheid voor bezwaar of beroep. De wet voorziet daar niet in. Voor de structuurvisie is een milieueffectrapportage uitgevoerd (de m.e.r.). Het m.e.r.-traject heeft geresulteerd in een milieueffectrapport (het MER) inclusief twee aanvullingen, in deze structuurvisie besproken in paragraaf 4.4 en bijlage 4. Het MER loopt mee in de procedure voor de structuurvisie, maar is daar formeel geen onderdeel van. Het MER wordt ook niet als zodanig vastgesteld. Wel worden de milieuaspecten meegewogen bij keuzes en afwegingen voor de structuurvisie.
Structuurvisie
47
48
De Suikerzijde
Structuurvisie
Bijlagen
1.
Kader en richting: The Next City
2.
Analyse
3.
Toelichting op het ruimtelijk raamwerk
4.
Uitkomsten milieueffectrapportage
Ontwerp-Omgevingsvisie: The Next City
Faciliteren groei van de stad
49
50
De Suikerzijde
Structuurvisie
Bijlage 1 Kader en inrichting: The Next City The Next City; het Groningse model voor stedelijke groei Met The Next City bereidt Groningen zich voor op een groeispurt naar misschien wel 250.000 inwoners uit binnen- en buitenland. Dat doet Groningen op geheel eigen wijze, door te verdichten waar het kan en te transformeren waar het moet. Altijd op een steenworp afstand van de binnenstad om compact te blijven en op loop- en fietsafstand van voorzieningen. Zo ontstaat een duurzame, gezonde en groene gemeente waarin iedere inwoner profiteert van de hoge leefkwaliteit. Op 26 september 2018 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie “The Next City” vastgesteld. Daarin heeft de raad strategische keuzes gemaakt voor de toekomstige ontwikkeling van de stad, met het oog op de groei van Groningen en met het accent op de fysieke leefomgeving. Het centrale thema is de Groningse leefkwaliteit. De omgevingsvisie is een belangrijke leidraad voor de ontwikkeling van De Suikerzijde.
De werkgelegenheid groeit mee in stad en regio
De groeiende stad blijft leefbaar en aantrekkelijk voor álle inwoners
The Next City zal in 2020 worden aangepast om ook het grondgebied van de voormalige gemeenten Haren en Ten Boer te beslaan. Opgave en Visie In ranglijsten wordt Groningen vaak genoemd als een stad met een hoge woon- en leefkwaliteit, naast steden als Kopenhagen, Hamburg, Oslo en Zürich. Dat betaalt zich uit. Een aantrekkelijk leefklimaat is niet alleen cruciaal voor de eigen inwoners maar is ook een voorwaarde om (internationaal) talent naar Groningen te halen en vast te houden. Het moet een plek zijn waar mensen prettig wonen, opgroeien, studeren, ontspannen, ouder worden en uitgaan.
De energietransitie wordt versneld
Groningen is een stad met een groot en gevarieerd aanbod aan cultuur, horeca en andere voorzieningen op loop- of fietsafstand en een historisch en aantrekkelijke binnenstad in een cultuurhistorisch aantrekkelijk landschap. Een stad met deze kwaliteiten is economisch ook aantrekkelijk. Niet voor niets koos Google voor de Eemshaven met de stad Groningen dichtbij. Iedereen doet mee en helpt mee in een groeiende stad
51
52
De Suikerzijde
Over 10 tot 15 jaar is de gemeente Groningen gegroeid naar misschien wel 250.000 inwoners. Een belangrijke strategische keuze is dat we die groei op willen vangen in de bestaande stad. Dat brengt een heel stevige ontwikkelopgave met zich mee: in de schaarse beschikbare ruimte moet veel gebeuren. De oververhitte woningmarkt zorgt voor een tekort aan passende woningen. Er zijn in Groningen te weinig woningen om iedereen die dat wil een plek in de gemeente aan te kunnen bieden. De komende decennia moeten er 20.000 nieuwe woningen gebouwd worden. Daarbij houden wij vast aan het ontwerpprincipe van de compacte stad. De woningbouwopgave programmeren we daarom voor tweederde in de bestaande stad. Zo breidt Groningen haar footprint niet uit en blijft de leefkwaliteit op peil. We koesteren het landelijk groen en kiezen voor verdichting en voor de transformatie van voormalige bedrijventerreinen en industriegebieden in de bestaande stad. Voor de verdichting in de bestaande stad kijkt Groningen nadrukkelijk naar de ontwikkelzones. Dat zijn bedrijventerreinen en industriegebieden langs belangrijke waterwegen, het terrein van de voormalige suikerfabriek en stedelijke knooppunten als het stationsgebied. Het terrein van de voormalige suikerfabriek leent zich uitstekend voor de beoogde ontwikkeling van een compacte stad.
Grootschalige ingrepen in de infrastructuur ondersteunen deze ontwikkeling. Zo neemt de gemeente samen met Rijk en provincie de ringwegen op de schop en wordt het Hoofdstation een hub waar nieuwe stedelijke functies met veel bezoek uit de regio een plek kunnen krijgen. Intensiveren en verdichten in een bestaande stad brengen meer mobiliteit en parkeerdruk met zich mee. In de kern organiseren we de bereikbaarheid van stad en regio met een integraal vervoerssysteem met alle modaliteiten: voetganger, fiets, bus/trein en auto. De basis is een samenhangend stelsel van rechtstreekse en aantrekkelijke looproutes, veilige snelle en comfortabele fietsverbindingen, hoogwaardig openbaar vervoer en een autonetwerk met voldoende capaciteit. Ons uitgangspunt is: ”Te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer als het kan, met de auto als het moet”. Parkeren voor de deur is geen automatisme meer. Immers: elke parkeerplaats minder is 10 vierkante meter openbare ruimte erbij. Hoge leefkwaliteit is voor Groningen verbonden aan een ongedeelde en inclusieve stad waar iedereen naar vermogen kan
Structuurvisie
deelnemen. Gemengde woonwijken en voldoende werkgelegenheid voor alle opleidingsniveaus zijn daarvoor noodzakelijke voorwaarden. Groningen wil een gemeente zijn die verbindt en sociale tegenstellingen verkleint. Groningen is een stad met twee gezichten. Naast de kansrijke, hoogopgeleide bevolking zijn er bijna 10.000 mensen met slechte perspectieven op de arbeidsmarkt en 17.000 huishoudens met een laag inkomen. In de stad groeit één op de vijf kinderen op in armoede. In een inclusieve samenleving die niemand uitsluit en waar iedereen naar vermogen meedoet, is plaats voor mensen uit kwetsbare doelgroepen met specifieke behoeften op het gebied van onder andere wonen en zorg. In The Next City zoeken wij nadrukkelijk de mogelijkheid om met ruimtelijke thema’s ook sociale thema’s aan te pakken. Sociale vernieuwing kan worden aangejaagd met stedelijke ontwikkeling: groen, water, openbare ruimte, voorzieningen, historische gebouwen en straten, verstilde plekken, parken en pleinen geven kleur aan de omgeving en de beleving van bewoners en bezoekers. Zorg en aandacht voor de leefkwaliteit dragen dus bij aan het welbevinden, sociale ontmoetingen en de gezondheid van de Groningers. Dat geldt zowel voor de binnenstad als voor de andere wijken. Leefkwaliteit begint bij de voordeur: daar vinden de meeste sociale ontmoetingen plaats. Mensen willen niet alleen zijn en binnen zitten.
Ze willen erop uit, elkaar ontmoeten, even een praatje maken, bewegen, gezond blijven. Groningen zet daarmee hernieuwd in op gemengde wijken met een evenwichtig woningprogramma. Zo sturen we bijvoorbeeld op minimale percentages voor sociale huurwoningen bij nieuwbouw en meer woningen voor middeninkomens. Gemengde woonmilieus stimuleren het aangaan en onderhouden van sociale contacten. Vanaf 2019 worden nieuwbouwwoningen niet langer aangesloten op het aardgasnet. Het afbouwen van de gaswinning in Groningen is een unieke kans om de transitie naar duurzame energiebronnen te versnellen. Bij de versterking van dorpen, van huizen en in de nieuwbouw kunnen we nu alles in één keer energieneutraal en klimaatbestendig maken. Samenvattend zijn de belangrijkste opgaven voor de gemeente de volgende: 1. 2. 3. 4. 5.
Faciliteren van de groei van de stad De werkgelegenheid groeit mee De groeiende stad blijft leefbaar en aantrekkelijk voor álle inwoners De energietransitie wordt versneld Iedereen doet mee en helpt mee in een groeiende stad
53
54
De Suikerzijde
Voor het invullen van de opgaven formuleert de Next City een flink aantal uitgangspunten. Hieronder geven we de uitgangspunten die het meest relevant zijn voor de ontwikkeling van De Suikerzijde. Groei van de stad • We houden vast aan de compacte stad en bouwen niet extra in buitengebied. • We ontwikkelen langs radialen die stad en ommeland verbinden. • We benutten de ontwikkelzones om de wijken aan elkaar te hechten. • We ontwikkelen alleen gemengde stedelijke gebieden; binnen deze gebieden is differentiatie mogelijk. • We benutten bestaande kwaliteiten en cultuurhistorische waarden. De groeiende stad blijft leefbaar en aantrekkelijk voor alle inwoners • We ontsluiten de belangrijke groengebieden beter. • We gebruiken bij nieuwe ontwikkelingen het bestaande landschap als onderlegger. • We versterken de (langzame) verbindingen tussen gemeente en ommeland. • We bereiden ons voor op een veranderend klimaat en de effecten daarvan • Cultuur is en blijft een van de belangrijkste pijlers van de stad. De werkgelegenheid groeit mee in stad en regio • We scheppen ruimtelijke voorwaarden voor economische groei. • We transformeren ontwikkelzones naar binnenstedelijke gemengde woonwerkgebieden. • We ontwikkelen multifunctionele nieuwe werklocaties en houden daarbij rekening met aard en omvang van bedrijven. • De verruimde binnenstad blijft ons economisch hart.
• We scheppen de juiste randvoorwaarden voor de vele studenten en kenniswerkers uit Nederland en de hele wereld. • De identiteit van onze stad blijft de belangrijkste economische motor
•
Energietransitie Alle nieuwbouw wordt aardgasloos en energieneutraal.
Structuurvisie
Iedereen doet mee en helpt in een groeiende stad • We versterken de kwaliteit van de wijkcentra en maken de wijken, inclusief de wijkcentra, beter zichtbaar en vindbaar. We verbeteren de verbinding tussen binnenstad, wijkcentra en ommeland. • We zorgen voor gemengde wijken met verschillende typen woningen aansluitend bij verschillende doelgroepen. • We zetten gericht in op fysieke maatregelen die participatie, ontmoeting en sociale contacten in de wijken stimuleren. Strategieën Op basis van de hierboven besproken uitgangspunten benoemt de Next City de volgende voor de ontwikkeling van het terrein van de voormalige suikerfabriek relevante strategieën. •
•
•
•
• •
We kiezen voor verdichting om de stad compact te houden. Vooral de ontwikkelzones, stedelijke knooppunten en de voorzieningencentra zien we als plekken voor verdichting. Hoogbouw is daarbij een mogelijkheid. Bij de ontwikkeling naar gemengde, verdichte gebieden zorgen we ervoor dat deze gebieden aantrekkelijk blijven om te verblijven en in te investeren. We geven veel aandacht aan de ruimtelijke kwaliteit en de beleving vanaf het maaiveld. Verdichting gaat samen met intensief beleefbaar groen en water. We transformeren huidige of voormalige bedrijventerreinen (geleidelijk) tot binnenstedelijke wijken met een mix van wonen, werken, verblijven, voorzieningen en sport. Om het woningtekort te verminderen geven we prioriteit aan het terrein van de voormalige suikerfabriek, Eemskanaalzone en de Reitdiepzone. Onze investeringen in infrastructuur richten we op de bereikbaarheid van de ontwikkelzones en belangrijkste verdichtingsgebieden. Doorgaand verkeer tussen wijken neemt in de toekomst vaker de ring om zo de geluids- en milieubelasting in de wijken terug te dringen. We geven ruim baan aan de fiets en aan voetgangers. We realiseren nieuwe slimme fietsroutes en verbeteren bestaande verbindingen, in de stad en met de regio. We stimuleren het Openbaar Vervoer en zorgen dat dit een aantrekkelijk alternatief blijft voor de auto. We ontwikkelen adaptief: we maken kleine deelplannen.
Zo kunnen we snel schakelen als de omstandigheden en de opgave veranderen. We richten de openbare ruimte in de wijken zo in, dat deze
55
56
De Suikerzijde
•
•
•
•
•
•
• • •
prettig is voor iedereen en uitnodigt tot ontmoeten, spelen en bewegen. Veilig, gezond, toegankelijk en senior- en kindvriendelijk. Dat doen we samen met de verschillende gebruikers. We stimuleren onze bewoners om actief mee te doen aan het verbeteren van de eigen leefsituatie. Bij de inrichting van de eigen straat, buurt of wijk en om ideeën te leveren voor sport, spel en recreatie. Daarbij geven we ruimte aan de straat als prettige, mooie en groene leefomgeving. De auto heeft niet langer de eerste rechten op het gebruik van de openbare ruimte. Bij nieuwe woningbouwlocaties willen we daarom zoveel mogelijk parkeeroplossingen op eigen terrein zien. In onze watervisie hebben we de ambitie geformuleerd om Groningen als stad aan het water te presenteren. We gaan het water beter beleefbaar en bereikbaar maken voor onze inwoners en bezoekers. Enkele locaties in de stad lenen zich voor de aanleg van (meer) natuurvriendelijke oevers. Verder gaan we de kwaliteit van de bestaande woonschepen op het water verbeteren, meer levendigheid op het water creëren, de kansen voor recreatie vergroten en meer aandacht creëren voor de economische waarde van water. We willen groen meer onderdeel maken van de stad, meer groene routes creëren en meer aandacht voor ecologie. Hoe groter de betekenis van groen, hoe groter de bijdrage aan de leefkwaliteit.
Dat geldt ook voor bijvoorbeeld bermen en omheinde sportparken. In de ontwikkelzones houden we voldoende ruimte beschikbaar voor betaalbare locaties met flexibele huurvoorwaarden voor startende bedrijvigheid. Hier faciliteren we ook de banen van morgen. Om het netwerk van ondernemers te verbeteren faciliteren we initiatieven voor meer ontmoetingsplaatsen (third spaces), innovatiewerkplaatsen, broedplaatsen en bedrijfsverzamelconcepten. We streven naar werklocaties die goed kunnen inspelen op de behoefte aan nieuwe, flexibele werkmilieus: goed bereikbare ontmoetingsplaatsen met goede voorzieningen, snelle (digitale) verbindingen en tijd- en plaatsonafhankelijk werken. In gemengde gebieden horen ook functies als daghoreca en winkels. We zorgen voor gemengde wijken met verschillende typen woningen aansluitend bij verschillende doelgroepen. Veel van de toekomstige bewoners zijn millennials en gezinnen. Zo’n 60 procent van de woningen wordt bewoond door alleenstaanden en dit aandeel neemt verder toe. We zorgen voor passend aanbod voor deze doelgroepen: de
Structuurvisie
• •
• •
•
•
• •
•
woningen en de woonomgeving moeten aansluiten bij de woonwensen van deze groepen. In de nieuwe ontwikkelgebieden stellen we per gebied minimumpercentages vast voor schaarse woningen in de sociale huur en voor middeninkomens. We streven naar een evenwichtige spreiding van de huisvesting van bijzondere doelgroepen over de gemeente, zoals kwetsbare personen, statushouders, wonen/zorg en urgente woningzoekenden. Onze voorzieningen zoals sport- en culturele voorzieningen groeien mee met de bevolkingsgroei. We sluiten aan bij de specifieke behoefte in de wijken. Per gebied streven we er in principe naar primair onderwijs aan te bieden binnen een straal van 1 kilometer afstand. We ontmoedigen halen/brengen van kinderen per auto bij de scholen. We gaan maatschappelijk vastgoed beter benutten (programmering) en beter bezetten. Niet elke buurt heeft behoefte aan precies dezelfde voorzieningen. Dat is maatwerk. Evenementen dragen bij aan de leefkwaliteit en economische vitaliteit van Groningen. We willen onze positie als evenementenstad verder versterken, waarbij we ook rekening houden met het draagvlak onder inwoners gelet op bijvoorbeeld geluidsoverlast en bereikbaarheid. De geluidsbepalingen voor evenementen zullen uiteindelijk in het omgevingsplan worden vastgelegd. We faciliteren een duurzame groei van de gemeente: alle nieuwbouw is energieneutraal, aardgasloos en klimaatbestendig.
We maken energieplannen per wijk en zetten in op systemen voor warmtekoudeopslag (WKO), groene elektriciteit en andere nieuwe technieken. Elektrisch rijden en rijden op waterstof hebben de toekomst. Wij stimuleren dat er een laad- en tankinfrastructuur komt ten behoeve van elektrisch rijden en op waterstofgas. Zonne-energie blijven we actief stimuleren. Daken, gevels en tuinen lenen zich bijvoorbeeld uitstekend voor vergroening en het opwekken van zonne-energie. Met name daken op bedrijventerreinen en in ontwikkelzones lenen zich goed voor zonne-energie. We willen dat bewoners en ondernemers zoveel mogelijk energie duurzaam en lokaal opwekken. Slimme systemen zoals smart grids stimuleren we. Naast technische maatregelen zetten we in op bewustwording en gedragsverandering. We kijken bewoners, bedrijven en samenwerkingspartners nadrukkelijk aan hoe zij ook een bijdrage kunnen leveren aan het leefbaar en aantrekkelijk houden van onze gemeente
57
58
De Suikerzijde
•
• • •
•
•
•
en hun eigen straat, wijk, buurt of dorp. Met initiatieven en ideeën van de eigen bewoners versterken we de eigen identiteit en het karakter van elk gebied. We maken Groningen klimaatbestendig door groen te versterken en water slim af te voeren. We vergroenen gebieden en gebouwen met hittestress, bijvoorbeeld met groene daken. We hebben de gebieden in beeld die bij hevige buien overstromen. We stellen een uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie op. Innovaties en groene bedrijven passen goed bij onze economische structuur. We stimuleren bedrijvigheid meer te vergroenen. Corporatieve en gemeentelijke projecten en investeringen koppelen en verbinden we aan leefbaarheids-, gezondheidsen/ of overlastopgaven. Investeringen in verduurzaming, nieuwbouw en onderhoud dragen bij aan de leefbaarheid, zeker als deze worden gecombineerd met investeringen in de openbare ruimte. Voor 2025 zetten we in op 100% hergebruik (circulariteit) van de afvalstromen waar we regie over voeren. Deze ambitie realiseren we door een verdere versterking van ons voorzieningenniveau en door in te spelen op innovatieve ontwikkelingen. We zetten gericht in op fysieke maatregelen die participatie, ontmoeting en sociale contacten in de wijken stimuleren. We stimuleren dat mensen meer regie gaan nemen over hun eigen woon- en leefsituatie. Dat is goed tegen eenzaamheid, tweedeling en brengt bevolkingsgroepen bijeen.
We willen dit doen door versterking van de wijkcentra, groen en concentraties van voorzieningen op loopafstand. Ook cultuur in de wijk, bijvoorbeeld erfgoed, kan daaraan bijdragen. Voor maatschappelijke activiteiten en ontmoeting zoeken we ook aansluiting bij niet-gemeentelijk vastgoed, zoals verzorgingstehuizen, scholen, bibliotheken, bedrijven. Veel maatschappelijke voorzieningen hebben een stedelijke functie die ook raakt aan de fysieke leefomgeving. Het is van belang hierbij een goede integrale aanpak te waarborgen. Sociale cohesie en kleinschaligheid zijn belangrijk zodat mensen elkaar kennen en zich om elkaar bekommeren.
Structuurvisie
59
60
De Suikerzijde
Structuurvisie
Bijlage 2: Analyse Algemeen In deze bijlage onderzoeken we in hoofdlijnen de diverse aspecten van het plan en van het plangebied. Het gaat hier vooral om een beschrijving van de bestaande situatie. Op onderdelen is een uitgebreidere omschrijving opgenomen in het milieueffectrapport.
Landschap en ruimtelijke structuur Eeuwenlang hebben de stad en het omliggende landschap zich laag voor laag ontwikkeld. Daaruit zijn soms voor iedereen herkenbare kwaliteiten ontstaan, zoals het unieke Groningse Wierdenlandschap en bijzondere stadswijken als de Hortusbuurt. Maar er zijn ook complexe infrastructurele plekken ontstaan waar de herkenbaarheid van het landschap ver naar de achtergrond is geraakt. Herkenbaarheid van het landschap of de structuur van het landschap zorgt vaak voor betekenisvolle plekken die worden geassocieerd met ‘ruimtelijke kwaliteit’. In de opgave voor een gebiedsontwikkeling is het van belang om een goed begrip te hebben van de ontwikkelingslagen waaruit een gebied is opgebouwd. Vervolgens kunnen daarmee de gebiedseigen structuur en identiteiten worden benut, versterkt of opnieuw in beeld gebracht. Het prehistorische landschap Van oorsprong ligt de westflank van Groningen in een overgangsgebied tussen de Drentse zandruggen en het Groningse kreken- en wierdenlandschap. Betekenisvolle gebieden in de omgeving zijn bijvoorbeeld het Nationaal Landschap Middag Humsterland en het waterbergingsgebied van de Drentse Onlanden. Binnen het terrein dat bij de voormalige suikerfabriek hoort is nog een reliëf zichtbaar van het prehistorische krekensysteem en enkele resten van terpen (de Hege Vier) die archeologisch hoog gewaardeerd worden.
Middeleeuwen en vroege stadsuitleg In de Middeleeuwen, de ‘tweede tijdslaag’ van het cultuurlandschap, is het prehistorische landschap systematisch ontgonnen en verkaveld, waarbij soms de oude lijnen werden gevolgd en soms
61
62
De Suikerzijde
Structuurvisie
nieuwe lijnen werden getrokken. De polder De Verbetering werd aangelegd vanuit een rechte lijn tussen Dorkwerd en Eelde als ontginningsbasis. De westkant van de polder werd vanuit het Hoendiep verkaveld met sloten in noord-zuidrichting. De oostkant (het huidige Voorterrein) werd in oost-westrichting verkaveld.
Dorkwerd
Peizerweg: voorheen Drentsche Laan
Eelde
De typerende slootverkaveling in polder de Verbetering, met de as Eelde - Dorkwerd als ontiginningbasis. De typerende ‘knik’’in De Drentsche Laan (nu Peizerweg) stamt al uit deze krijtlijnen van de polderverkaveling.
De Held
Zowel de structuren van de stad (destijds bestaand uit de huidige binnenstad en de Hortusbuurt) als van het landschap waren in deze tijd nog relatief helder en eenvoudig van aard. Typerend zijn de ‘lange lijnen’ van de binnenstad en de Hortus waar de stratenpatronen zijn ingegeven door de onderliggende verkaveling. De stadswijken van toen zijn met hun eenvoudige patroon nu nog steeds gebieden van bewezen kwaliteit, met diverse woonmilieus, krachtige openbare ruimtes en verschillende typen binnenhoven. De twintigste en eenentwintigste eeuw Inmiddels is rondom de terreinen van de suikerfabriek een soort gordel van losse stads- en dorpsdelen gegroeid. De 20e eeuw kenmerkte zich door stevige groei, met stadswijken en industrie, naoorlogse wijken en buitenwijken. Aan de westkant van de stad verliep dit proces in de vorm van ruimtelijke fragmenten die niet meer zoals in de 19e eeuw één samenhangende structuur vormden. Zo ontstonden het Stadspark en de terreinen van de suikerfabriek als enclaves aan de stad. De suikerfabriek trok nieuwe bedrijvigheid aan: aan het Hoendiep en aan de Peizerweg. Om het terrein heen zijn in latere periodes naoorlogse wijken ontstaan als Vinkhuizen en Hoogkerk Zuid. Daarna ontstonden de buitenwijken Buitenhof en de Held.
vinkhuizen
Het geheel van oude bebouwingstypologieën en nieuwere buurten groenfragmenten heeft geleid tot veel verschillende identiteiten rondom de terreinen van de voormalige suikerfabriek. Daar zitten betekenisvolle bouwvormen en plekken tussen, maar er is niet een samenhangend geheel ontstaan. De verschillende identiteiten hebben veelal geen onderlinge relatie: de Peizerweg is heel anders dan de Buitenhof.
Westpark
Vloeivelden
Vloeivelden Hoogkerk Zuid SuikerFabriekTerrien
Stadspark buitenhof
Aan de Westkant van de binnenstad is de stadsuitleg fragmentarisch verlopen. Het voormalige terrein suikerfabriek en het Stadspark werden als eerse, als losse enclaves aan de stad gelegd. In de periodes daarna hebben o.a. na-oorlogse wijken en buitenwijken zich als losse eenheden om het (niet-openbare) terrein van de voormalige suikerfabriek heen geschaard.
Het terrein van de voormalige suikerfabriek was en is een afgesloten plek in de stad, voor het grootste deel ontoegankelijk en niet aangesloten op de directe omgeving. Al meer dan tien jaar ligt het terrein voor het grootste deel braak, ingesloten tussen bedrijventerreinen, wegen, kanalen en de achterkanten van lintbebouwing. Verschillende initiatieven hebben een begin gemaakt met het doorbreken van het isolement. Op het voorterrein, waar de oorspronkelijke fabrieksbebouwing stond, is gewerkt aan een tijdelijke stad als voorbode van toekomstige ontwikkelingen. In een noordelijk gedeelte van het terrein geeft opleidingscentrum Terra
63
64
De Suikerzijde
Structuurvisie
invulling aan land-making, een laboratorium voor innovaties op het gebied van onderwijs, voedsel, energie en bio-cultuur.
Barrières Op dit moment zijn er verschillende barrières die de toegang tot de Suikerzijde moeilijker maken. Bij de ontwikkeling van de Suikerzijde wordt o.a.voorzien in een onderdoorgang onder de Westelijke Ringweg en het spoor, in een spooronderdoorgang centraal in het gebied en in bruggen over het Hoendiep. De toegankelijkheid van de vloeivelden is een meer lokale opgave, die bij de uitwerking van de deelgebieden verder vorm krijgt.
Bij de laag van het verstedelijkt landschap hoort ook het fabrieksterrein zelf. Kenmerkend is de tweedeling van enerzijds het verharde terrein waar de gebouwen stonden en de productieprocessen plaatsvonden (het voorterrein) en anderzijds het terrein waar de vloeivelden lagen waar het spoelwater (met aarde: de tarra) na het wasssen van de bieten heen werd getransporteerd. De bebouwing op het voorterrein is grotendeels gesloopt. Het Zeefgebouw, de oude schoorsteen en het Werkplaatsgebouw zijn nog behouden. Onder het maaiveld liggen de fundamenten van de oorspronkelijke fabriek. Aan de overzijde van het Hoendiep stond vroeger ook nog een gebouw (de Pulpbrokjesloods). Toelevering van de suikerbieten vond tot in de jaren ‘70 plaats vanaf het Hoendiep. Later kwam er een eigen aftakking van het spoor en een eigen op- en afrit vanaf de Westelijke Ringweg. De gebouwen, de terreinvloer met kade en de fundamenten vormen de basis voor de ontwikkeling en identiteit van het voorterrein. Ten westen van het voorterrein lagen de vloeivelden. De bassins zijn gecreëerd door het opwerpen van dijken. De bassins werden gedurende aan aantal jaren gevuld en daarna een periode met rust gelaten. Eens in de zoveel jaar werden de bassins geleegd en vervolgens opnieuw met tarra gevuld. Hoewel in wezen sprake was van een industrieel proces kregen het terrein en de bassins al snel een groen aanzien.
Na het staken van de fabrieksactiviteiten is het systeem van tarra- c.q. wateraanvoer tot stilstand gekomen en is een deel van de vloeivelden verland.
Verkeer Het voormalig fabrieksterrein van de suikerfabriek was van oudsher niet ontsloten voor publiek verkeer. Nog steeds is de ontsluiting van het terrein minimaal. Dit geldt voor alle vervoersoorten: langzaam verkeer, openbaar vervoer en auto’s.
Het fijnmazig weefsel als onderlegger Een fijnmazig weefsel vormt de onderlegger voor de Suikerzijde. Dit weefsel kan in het uiteindelijk gebruik allerlei gedaantes aannemen: van stadsboulevard tot woonstraat tot steeg. Het kan zich ook verder vertakken binnen de getekende blokkenstructuur als daartoe aanleiding is. In oranje is de aanzet getekend voor een hoofdstructuur voor langzaam verkeer, waarop de OV-structuur en de autostructuur in tweede en derde instantie aanhaken. In de volgende fase wordt deze nader uitgewerkt.
Langzaam verkeer Fietsers kunnen het gebied doorkruisen via het fietspad De Verbetering, dat in 2015 in gebruik is genomen en dwars door het deelgebied Zuid loopt. Het fietspad loopt in het verlengde van de Peizerweg parallel aan het spoor naar de Ruskenveense plas. Verder kunnen zowel fietsers als voetgangers en fietsers het voorterrein bereiken via de tijdelijke brug over het Hoendiep
65
66
De Suikerzijde
Structuurvisie
7 A3 0
De Held
Openbaar vervoer Er lopen geen busverbindingen over De Suikerzijde. Ten zuiden van het plangebied ligt wel de HOV-as West, met een hoogfrequente busverbinding tussen Hoofdstation en P+R Hoogkerk. Ook ten noorden van het plangebied rijden bussen. Over het Hoendiep rijden lijn 8 van Centrum naar Hoogkerk, lijn 18/182/183/184 van Vinkhuizen naar P+R Hoogkerk.
Hoe
p ndie
De spoorverbinding Groningen – Leeuwarden snijdt in oostwestelijke richting door het plangebied. Dit deel is nog enkelspoor. Een verdubbeling wordt op termijn niet uitgesloten. Het spoor heeft nu geen functie voor het plangebied. Een station ter plaatse van De Suikerzijde zou een waardevolle en zeer wenselijke toevoeging voor dit nieuwe stadsdeel en de gehele westflank van de stad zijn. Auto Het voorterrein is te bereiken vanaf een rotonde onder de westelijke Ringweg. Het gebied daarachter is voor auto’s niet tot nauwelijks ontsloten. Rond het plangebied liggen de volgende wegen:
A7
Gebiedsentrees.
• • • •
De provincie Groningen en gemeente Groningen onderzoeken verbetering van de doorstroming op de Westelijke Ringweg door het opheffen of ongelijkvloers maken van de kruisingen. De Zuidelijke Ringweg wordt de komende jaren geheel aangepast. De woningbouwontwikkeling op de Held III gaat gepaard met een nieuwe noord-zuidverbinding die aansluit op de N355 richting Aduard.
1 6
Noord: Hoendiep Oost: Westelijke Ringweg Zuid: Peizerweg en Hunsingolaan West: Johan van Zwedenlaan
3 2 7
4
Cultuurhistorie en archeologie 5 5
Hoofdelementen cultuurhistorische karakteristieken schematisch weergegeven.
1. Het Hoendiep 2. Oost- West Verkavelingsrichting voorterrein 3. Middeleeuwse polderverkaveling, ‘De verbetering’ 4. Krekenstructuur 5. Archeologisch monument, ‘De Hegevier’ (restanten van vier Wierden) 6. Vloeivelden, 20e eeuws industrieel landschap 7. Bebouwing
Het plangebied ligt deels op van de rug van Tynaarlo en deels in het stroomgebied van de Drentse Aa, ten westen van de Hondsrug. Via de Lauwers, de Oude Riet en het Reitdiep breidde het estuarium van de Lauwers zich vanaf 700 na Chr. landinwaarts uit. Vanaf de 11e eeuw werd daardoor in het plangebied klei afgezet over het dalende veen en ontstond een schiereiland van veen tegen de flank van de rug van Tynaarlo in een omgeving van kleiige gronden. In de zone op en rond de zandrug zijn sporen te verwachten uit de gehele prehistorie, met de oudste sporen op de zandrug zelf. Waar het zand is afgedekt door de veenlaag kunnen vindplaatsen goed geconserveerd zijn en is wellicht nog organisch materiaal terug te
67
68
De Suikerzijde
vinden. Waar voor de vloeivelden is gegraven tot in het dekzand of de keileemlaag is de archeologische verwachtingswaarde echter laag. Het grootste deel van het terrein is van oorsprong een veengebied. Ondanks dat het natte veengebied minder geschikt leek voor bewoning, zijn er wel vijf woonterpjes aangetroffen, de zogenaamde Hege Vier (de vijfde is er later ‘bij’ gevonden). Ze zijn aangewezen als gemeentelijk archeologisch monument. Het gebied herbergt restanten uit de Tweede Wereldoorlog, zoals Het krekenstelsel uit deze periode is ten zuiden van de spoorlijn deels nog in het landschap zichtbaar. In de ondergrond bevinden zich ook daar nog steeds geulen en oeverwallen, met in het noorden van het plangebied mogelijk archeologische vindplaatsen uit ijzertijd. Er kunnen zich ook nog andere nederzettingen in het gebied bevinden. Het voorterrein heeft een lage archeologische verwachtingswaarde, voornamelijk doordat door de bodemverstoringen potentiële vindplaatsen en vondsten vernietigd kunnen zijn. Het gebied herbergt restanten uit de Tweede Wereldoorlog, zoals een relatief onbeschadigde bunker en restanten van loopgraven. Om de stad Groningen hebben de Duitsers in de periode 19401944 een aantal verdedigingswerken aangelegd. Op het terrein van De Suikerzijde bevonden zich loopgraven met bunkers en wapenopstellingen.
Tegelijkertijd betekent dit dat zich in het gebied nog niet-gesprongen explosieven kunnen bevinden. Een deel van het gebied is op basis van onderzoek al geheel of gedeeltelijk vrijgegeven.
Ecologie Natura-2000 en Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied of van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen wettelijk beschermde gebieden waarop een ingreep in de vorm van bebouwing een negatief effect zou kunnen hebben. Het meest nabijgelegen wettelijk beschermde Natura 2000-gebied, het Leekstermeergebied, ligt circa 2 km van het plangebied. De Peizermaden (onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur) bevindt zich op circa 1 km van het plangebied. Stedelijke Ecologische Structuur (SES) Aan de westkant grenst het plangebied aan de groene strook langs de Johan van Zwedenlaan met daar direct aan vast de Ruskenveense zwemplas. Beiden zijn SES-gebieden. Het plangebied is grotendeels open en onbebouwd en wordt alleen
Structuurvisie
doorsneden door de spoordijk Groningen - Leeuwarden. Hier liggen kansen om de Stedelijke Ecologische Structuur (SES) verder te versterken. Het Stadspark is een Ecologisch Kerngebied Groen. Langs het Hoendiep schetst de SES de ‘Verbinding Eelderbaan-Stadspark’. De Eelderbaan is de groene strook ten noorden van het plangebied langs de westrand van de wijk Vinkhuizen. De verbinding over De Suikerzijde naar het Stadspark of andere SES-gebieden loopt momenteel min of meer dood aan de oost- en zuidkant vanwege met name de aanwezige industrieterreinen en andere bebouwing Ecologische waarden De ecologische waarden van het gebied zijn de afgelopen jaren veranderd. De waterplassen en bezinkingsvelden stonden bijvoorbeeld bekend om hun grote vogelrijkdom, met bezoek van bijzondere broedvogels. Na het staken van de bedrijfsvoering is een groot deel van het gebied droog komen te vallen en is de gehele waterhuishouding veranderd. Dat heeft zijn weerslag gehad op de aanwezigheid van bepaalde soorten. Ecologisch onderzoek uit 2018 toont aan dat er nog steeds een aantal wettelijk beschermde en bijzondere natuurwaarden aanwezig zijn. Een deel van de voormalige vloeivelden is foerageergebied voor vleermuizen en er is een broedpopulatie van de Geoorde Fuut. Ook zijn er sloten die dienen als voortplantingswater en leefgebied voor de Poelkikker.
Op basis van onderzoeksgegevens is door duidelijk geworden dat de compensatieopgave voor vleermuizen en geoorde futen in totaal ca 14 hectare optimaal foerageergebied bedraagt. Verlies aan foerageergebied moet worden gecompenseerd binnen het bereik van de betreffende vleermuizenpopulaties. Wij zien goede mogelijkheden om deze natuurwaarden op een andere plek hoogwaardig te compenseren. Een aantal van de deels verlande vloeivelden in deelgebied zuid wordt heringericht volgens de randvoorwaarden die voor de vleermuizen gelden. Door tevens rekening te houden met randvoorwaarden voor de geoorde fuut, kan het gebied geschikt worden gemaakt voor alle soorten waarvoor compensatie nodig is. Hier wordt met de aanleg van dit compensatiegebied nu ca 7 hectare geschikt gebied gerealiseerd. Voor het resterende deel van de compensatieopgave is een ontwerp uitgewerkt voor het nabijgelegen weilandengebied ten westen van het Westpark. Omdat hier ook weidevogels zitten, is met de inrichting zo goed mogelijk rekening gehouden wordt met alle genoemde soorten
69
70
De Suikerzijde
Structuurvisie
Verbinding groenblauw netwerk
71
72
De Suikerzijde
inclusief de weidevogels. Hiervoor is ondertussen ontheffing aangevraagd. Onderdeel van de ontheffingsaanvraag is een uitgewerkt compensatieplan waarin beschreven wordt hoe en waar broedgebied en foerageergebied zal worden gecompenseerd. De weidepercelen in het zuidelijk deelgebied van De Suikerzijde kenmerken zich nog door broedvogels als kievit, grutto, scholekster, knobbelzwaan en wilde eend. De sloten die de weiden scheiden zijn een levensbiotoop voor amfibieën. Groen Het gebied is qua groen op dit moment op te delen in een aantal gebieden. Het Hoendiep-Zuid is het zuidelijk deel van het bedrijventerrein Hoendiep. Er bevindt zich hier in beperkte mate groen. Er bevinden een groenstroken en bomen langs de wegen Hoendiep en Energieweg. Het voorterrein van suikerfabriekterrein is een nagenoeg geheel versteend en gedeeltelijk bebouwd terrein. Hier is weinig groen te vinden en biedt mogelijkheden. De achterliggende vloeivelden waren qua groen ook zeer beperkt, het was immers industriëel terrein. Enkel langs het Hoendiep staan bomen en houtopstanden. In dit gebied zijn na de sluiting van de fabriek de groenwaarden in de afgelopen 10 jaar veranderd en is vooral de oppervlakte aan houtopstanden toegenomen. Een flink deel van deze houtopstanden zullen verwijderd moeten worden om hier ontwikkelingen mogelijk te maken.
Het zuidelijk deelgebied bestaat (ook) uit vloeivelden aan de westkant en voor het overige vooral uit weilanden. Langs de vloeivelden bevinden zich in beperkte mate houtopstanden. In het weilandengebied is dit niet aanwezig. De Suikerzijde willen we ontwikkelen tot een levendig nieuw stadsdeel met ruimte voor groen en water, ecologie en duurzaam ruimtegebruik. We zetten in op een veelzijdig en gevarieerd stadsleven en we willen voorbereid zijn op de veranderingen van het klimaat. Het aanwezige groen in het gebied willen we waar mogelijk daarvoor inzetten. Om die reden hebben we voor het hele plangebied een inventarisatie gemaakt van de kapvergunningsplichtige bomen en houtopstanden. Daarbij is ook een kwaliteitsanalyse van belang, omdat een groot deel van het groen in de afgelopen tien jaar na de sluiting van de fabriek als wildgroei is ontstaan. Met deze inventarisatie willen we bij de uitwerking van de plannen voor De Suikerzijde inspelen op bestaande groenelementen. De inventarisatie wordt bij de uitwerking van de plannen gebruikt om het ontwerp te verbeteren. De start van de ontwikkeling van De Suikerzijde begint in het noordelijk deelgebied. Hier bevinden zich de grootste oppervlakten houtopstand die gekapt moeten worden.
Structuurvisie
In de overige deelgebieden, die pas op termijn ontwikkeld gaan worden, is maar weinig oppervlakte houtopstand. Voor deelgebied noord hebben we op basis van het stedenbouwkundig plan en de inventarisatie een inschatting gemaakt van hoeveel groen (bomen en opstand) er na realisatie van het hele plan zal zijn. We werken aan een groenaanpak voor het totale gebied van De Suikerzijde, waarin we ten opzichte van deelgebied noord inzetten op een vergelijkbaar aandeel groen, bomen, pleinen, wadi’s etc in de overige deelgebieden. In alle gevallen is het evident dat we in De Suikerzijde veel meer bomen terug planten. Dat zijn bomenrijen in de straten en boompartijen in parken en plantsoenen. Ook op de binnenterreinen van bouwvelden is ruimte voor veel groen en bomen. Dit groen en deze bomen hebben we nu nog niet meegeteld in onze analyse. Het nieuwe groen wordt heel divers. In de nieuwe situatie staat de herplant van houtopstand niet centraal, maar het toevoegen van een rijke en diverse mix van beplanting die de biodiversiteit en kwaliteit van de wijk versterken.
Bodem Bodemopbouw Het plangebied ligt in een veen-/kleigebied tussen de rug van Tynaarlo in het westen en de Hondsrug in het oosten. De vloeivelden bevinden zich in de polder ‘De Verbetering’, een gebied waar sterk verschillende bodemsoorten samenkomen. De bovengrond kan bestaan uit zowel lichte tot zware klei, fijn zand of veen. De ondergrond kan zowel uit zware klei als veen of zand bestaan. Klei op veen of klei op zand is echter overheersend in het gebied. Op het westelijk deel van de vloeivelden kunnen in de bovengrond plaatselijk dunne laagjes zure kalkarme katteklei voorkomen van circa 10 cm. Op het oostelijke deel is over het algemeen een dikkere kleilaag aanwezig. De cascadebassins zijn op maaiveld aangebracht. Op het fabrieksterrein bestaat de bovengrond uit opgebrachte lagen zand met diverse bijmengingen. De ondergrond bestaat uit overwegend (zware) klei met plaatselijk eerst een veenlaag in het gebied kan zonder noemenswaardige voorzieningen gebouwd worden. Gemiddeld bevindt zich op 6 à 8 meter beneden het maaiveld een zandlaag met voldoende draagkracht voor funderingen op palen. Omdat in delen van het gebied een veenlaag op het dekzand ligt, is de grond boven de zandlaag waarschijnlijk wel zettingsgevoelig.
73
74
De Suikerzijde
We houden rekening met een tijdpad van 1 à 2 jaar van aanbrengen voorbelasting tot en met bouwrijp maken. Bodemvervuiling Uit onderzoek blijkt dat er verspreid over het gebied locaties zijn waar sprake is van vervuiling als gevolg van het industriële gebruik als suikerfabriek. Dit speelt zich met name af op het voorterrein, maar er is ook sprake van (lichte) vervuiling in een deel van de noordelijke vloeivelden en één van de zuidelijke vloeivelden. Waar gebouwd wordt, zal de verontreiniging gesaneerd worden. In groenstructuren wordt alleen gesaneerd als de bodemverontreiniging schadelijk kan zijn voor mensen of de omgeving. Een ander belangrijk aandachtsgebied is De Halm. De Halm is een voormalige stortplaats, die tussen 1960 en 1991 in gebruik was. Deze locatie wordt opgenomen in de groenstructuur. Grondbalans Een gesloten grondbalans is voor het structuurvisiegebied als geheel niet haalbaar. Het tekort aan ophoogzand in deelgebied Noord is te groot om te vullen met een overschot aan zand in deelgebied Zuid (nog afgezien van het tijdstip waarop het zand nodig is en beschikbaar is).
Water
Structuurvisie
De vloeivelden zijn kunstmatig aangelegd als onderdeel van de bedrijfsmatige inrichting van het terrein. De vloeivelden en waterstanden liggen ver boven het streefpeil van de Verbetering en zijn dan ook geen onderdeel van het waterhuishoudingssysteem “de Verbetering”. Bij het ontwikkelen van gebieden gebruikt het Waterschap de vuistregel dat 10% van de verharding gecompenseerd wordt in waterberging. Aangezien het hier een groot ontwikkelgebied betreft zijn er aanvullende eisen. De beleidsnotitie Water en Ruimte van het Waterschap Noorderzijlvest geeft richting aan de verdere uitwerking. Het gemaal De Verbetering bemaalt een gebied van ca. 20 km² ten zuiden van het Hoendiep. Het gemaal is daarmee een belangrijk gemaal voor het Waterschap Noorderzijlvest. Bij de ontwikkeling van het gebied moet rekening gehouden worden met de bereikbaarheid van het gemaal.
Milieuzones en veiligheidscontouren, kabels en leidingen Rondom het plangebied liggen diverse bedrijventerreinen (Hoogkerk, Hoendiep en Peizerweg). De bijhorende milieuzones zijn in beeld gebracht en meegenomen in de planvorming. Zo vangt de groenzone aan de westzijde van het plangebied voor een belangrijk deel de geluidscontour op van de industrie in en rond Hoogkerk.
Het Hoendiep is beeldbepalend voor de identiteit van De Suikerzijde. De recreatieve functie van het kanaal is minimaal en de doorvaarbaarheid richting binnenstad is beperkt door de westelijke ringweg en de spoorlijn. Omdat het Hoendiep de belangrijkste barrière voor de verbinding met de rest van de stad is, zijn nieuwe bruggen nodig voor alle verkeerssoorten. Bij de Ringweg, de Energieweg en U.T. Delfiaweg liggen woonschepen en -arken. Bij de nieuwe bruggen moet rekening gehouden worden met de uitvaarbaarheid voor de woonschepen.
Het plangebied wordt omringd door wegen. Door het plangebied loopt een spoorweg. We hebben bij de planvorming rekening gehouden met geluidscontouren langs deze infrastructuur.
Het gehele gebied wordt bemalen en uitgeslagen op de boezem (Hoendiep) door het gemaal “De Verbetering”. Het peil ter plaatse van De Suikerzijde ligt 1,70 tot 1,90 meter beneden NAP. De gemeente Groningen hanteert een droogleggingseis van 1,30 meter. Bij de ontwikkeling van woongebieden lijkt daaraan zonder grote ingrepen voldaan te kunnen worden. Voor de woningen in het gebied ten zuiden van de spoorlijn Groningen-Leeuwarden heeft het peil van de bestaande woningen langs de Peizerweg de voorkeur.
In het gebied zelf liggen weinig kabels en leidingen. Er is een concentratie van leidingen langs de spoorlijn GroningenLeeuwarden en langs de Peizerweg in noordelijke richting. Van noord naar zuid loopt een hoofdgasleiding evenwijdig aan en in het verlengde van de Campinglaan. De stedenbouwkundige opzet houdt rekening met de veiligheidscontour rond deze leiding.
In de omgeving van het plangebied vinden diverse activiteiten plaats, zoals bijvoorbeeld het tankstation op het bedrijventerrein Hoendiep en het vervoer van stoffen over de Westelijke Ringweg, die veiligheidscontouren hebben. Door de Omgevingsdienst is dit nader onderzocht en de uitkomsten zijn vertaald in de structuurvisie.
75
76
De Suikerzijde
Structuurvisie
Programma Voor De Suikerzijde streven we naar een gemengd groenstedelijk en centrumstedelijk milieu, een stadsmilieu met een stevige dichtheid, uiteenlopende functies en een rijk sociaal-maatschappelijk leven op straat. De Suikerzijde kan het stadsdeelcentrum van de westzijde worden met een onderscheidend woon-werkmilieu. Alle prognoses laten zien dat Groningen de komende jaren flink blijft groeien. Als gemeente koersen we af op 240.000 tot 250.000 inwoners in 2028. Het aantal huishoudens zal volgens de prognosevarianten tot 2028 toenemen met ca. 10.000 tot 15.000 huishoudens en in de periode 2028-2038 verder groeien met ca. 4.000 tot 7.500. De forse groei van het aantal huishoudens is onder meer het gevolg van de samenstelling van onze bevolking – veel jongeren – en van gezinsverdunning. Tabel 0.2: Gementee Groningen, Huishoudensprognose ‘scenario laag’ en ‘scenario hoog’, 2018 - 2038 2018 -2028 2028 -2038
2018
2023
2028
2033
2038
Huishoudensprognose scenario laag
136.250
142.400
146.120
148.760
150.360
+ 9.780
+ 4.240
Huishoudensprognose scenario laag
136.250
145.730
151.140
155.480
158.760
+ 14.890
+ 7.620
Bron: Provincie Groningen 2016, Gementee Groningen 2018, bewerking Companen
De Hortusbuurt als referentie voor een stedelijk raamwerk, waarin een keur aan functies en programma een plek heeft gekregen.
Dit alles betekent dat we tot 2030 rekening moeten houden met de bouw van zeker 15.000 tot 20.000 extra woningen in de gemeente. Een aanzienlijk deel van de woonbehoefte richt zich op stedelijk wonen. De behoefte aan stedelijk wonen richt zich vooral op woningen voor 1 à 2 persoonshuishoudens, nabij de binnenstad en voorzieningen. Voor deze doelgroepen is het aanbieden van woningen in omliggende kernen geen gewenst en geschikt alternatief. De gemeente heeft een tekort aan voldoende (binnen) stedelijke locaties om aan de vraag te kunnen voldoen. Bij gebrek aan ruimte in het centrum en de stadswijken vormen herontwikkelgebieden een alternatief, aansluiting op de vooroorloogse stad is hier goed maakbaar. Hiervoor is de ontwikkellocatie De Suikerzijde nadrukkelijk in beeld. In De Suikerzijde is in theorie ruimte voor misschien wel 10.000 woningen. In de Structuurschets hebben wij uitgesproken voor de planhorizon van 25 jaar ruimte te zien voor 2.000 tot 4.000 woningen, met nog eens 500 tot 1.000 op Hoendiep-Zuid. Deze omvang past bij de voorziene gemengde groenstedelijke en centrum-stedelijke sfeer. We sorteren daarbij voor op een oplopende stedelijkheid en dichtheid richting de binnenstad. Bij een
Typisch voor de Groningse binnenstad zijn de enorme bouwblokken met grote binnenterreinen.
77
78
De Suikerzijde
langjarige ontwikkeling nemen ook de onzekerheden over woningbehoeften en het woonprogramma toe, hetgeen de reden is flexibel te ontwikkelen en daarbij te werken met een ruime bandbreedte. In het Milieueffectrapport hebben wij de genoemde bandbreedte onderzocht. Daarin zien wij geen aanleiding ons op voorhand te beperken tot een lager woningaantal. Niet alleen staat het aantal woningen nog niet vast, ook het type woningen (van appartement tot vrijstaand) zal variëren in de tijd en per gebied. Dit wordt per woongebied verder gedetailleerd binnen het raamwerk van dit structuurplan. We hebben geprobeerd het raamwerk van deze structuurvisie zo robuust te maken dat de visie deze onzekerheden op kan vangen. Daarbij maken de grootte en de gevarieerdheid van het terrein het mogelijk om verschillende leefmilieus te onderscheiden en te creëren. Gelegenheden voor wonen op water zijn in de stad schaars. De mate waarin De Suikerzijde kan bijdragen aan deze vraag zal in vervolgfasen verder onderzocht worden. Het voorzien in de woningbouwbehoefte voor de stad is de primaire aanleiding om het terrein tot ontwikkeling te brengen. Woningbouw is dan ook een belangrijke drager voor het gebied, maar de opgave reikt verder. Wij willen het gehele terrein ontwikkelen tot een levendig stuk stad waar geïntegreerd gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt.
Met name het Voorterrein en het centrale deel van deelgebied Noord lenen zich voor een commercieel en wijk overstijgend programma. De opgave voor de stad Groningen tot 2035 is het huisvesten van ca. 6500 banen en dan vooral in de ontwikkelzones. De Suikerzijde is aangemerkt als een ontwikkelzone. Er zijn mogelijkheden voor (stuwende) werkgelegenheid, gerelateerd aan bijvoorbeeld dienstverlening. Stedelijke groeisectoren zijn consumentendiensten, financiële en zakelijke dienstverlening, onderwijs en zorg. Ook zijn er kansen voor (tijdelijke) startups en woon-werkcombinaties. Bedrijfsmatige concepten waar gewoond wordt naast een bedrijf (maakindustrie, aannemers, kleine loodsen) behoren tot de mogelijkheden. Ook zien wij ruimte aan gebiedsondersteunende werkgelegenheid: horeca, leisure en detailhandel. In totaal streven wij naar een toevoeging van 2.000 tot 3.000 arbeidsplaatsen in het gebied. We hebben er voor gekozen de groei uit te drukken in arbeidsplaatsen, omdat het uitdrukken van groei in vierkante meters een vertekend beeld kan geven. Immers, er is een groot verschil tussen de vierkante meters die nodig zijn om thuis te werken of een
Structuurvisie
kantoorbaan uit te oefenen en de vierkante meters die een beheerder van een sporthal tot zijn beschikking heeft. We hebben de arbeidsplaatsen vooralsnog vertaald in een ruimtebehoefte van circa 50.000 – 70.000 m² voor het totale gebied. Het overgrote deel van de banengroei (en dus daarbij behorende werklocaties) betreft dienstengerelateerde werkgelegenheid die makkelijk inpasbaar is in het stedelijk weefsel. Juist de combinatie van wonen, werken en voorzieningen leidt tot een aantrekkelijk verblijfsgebied voor nieuwe inwoners, bedrijven en bezoekers. Ook uit de MER blijkt dat we economische functies voorzien die goed samengaan met de woonfuncties. Wij zullen blijven sturen op het bereiken van een goede mix van functies en het voorkomen conflicten tussen functies. Dit gebeurt zowel bij de gronduitgifte (privaat) als via nadere regelingen in bestemmingsplannen en omgevingsplannen (publiek). Op deze wijze is dus geborgd dat werkfuncties die hinder of gevaar kunnen veroorzaken geweerd worden of goed ingepast worden binnen de plannen. Het nieuwe stadsdeel heeft voorzieningen nodig als basisonderwijs, sport, buurtaccommodaties, wijkgerichte medische zorg (huisarts, fysiotherapie, etc.) of een sportschool. Het aanbod zal stapsgewijs meegroeien met de woningbouw. Daarbij betrekken wij ook de voorzieningen in het grotere gebied rond De Suikerzijde.
Soms kan gebruik gemaakt worden van ruimte in voorzieningen om de hoek, soms kan door een gezamenlijk draagvlak een kwalitatief hoogwaardiger voorziening in een groter gebied binnen bereik komen. Zorg (onder meer levensloopbestendige woningen) en huisvesting van specifieke doelgroepen zijn belangrijke thema’s, net als culturele broedplaatsen en kunst op straat. Iedereen doet mee en helpt mee in een groeiende stad. We willen een ongedeelde stad met vitale wijken. Bij de inrichting van een nieuwe wijk willen we daar optimaal aan bijdragen. De grootte en de gevarieerdheid van het terrein maken het mogelijk om verschillende leefmilieus te onderscheiden. Met een goede bereikbaarheid, met name per fiets en openbaar vervoer (nieuw station plus mobiliteitshub), ziet de gemeente veel potentie voor middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Anders dan bij het (in zekere zin aan het wonen verbonden) basisonderwijs heeft de gemeente bij de vestiging van middelbaar en hoger onderwijs geen initiërende en ontwikkelende rol.
79
80
De Suikerzijde
Structuurvisie
Bijlage 3 Toelichting op het ruimtelijk raamwerk Het ruimtelijk raamwerk Het ruimtelijk raamwerk vormt de robuuste basisstructuur voor het nieuwe stadsdeel. In het raamwerk komen veel onderwerpen en keuzes samen. De ambities zijn vertaald naar een concrete ruimtelijke structuur. Hieronder lichten we het ruimtelijk raamwerk toe aan de hand van de verschillende onderdelen en bouwstenen. Globaal karakter De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van het beleid c.q. de visie en ambities ten aanzien van de ontwikkeling van De Suikerzijde. Deze visie is tevens neergelegd in een kaartbeeld. De kaart is een visuele vertaling van visie en ambities en zeker geen exacte uitwerking van dan wel blauwdruk voor het uiteindelijke plan. De structuurvisie wordt in de komende decennia stukje bij beetje verder uitgewerkt en geconcretiseerd. Dat betekent dat het kaartbeeld indicatief is. Op de kaart staan bijvoorbeeld ontsluitingspunten die aangeven dat er een ontsluiting moet komen, zonder dat daarmee al tot een exacte plaatsbepaling is gekomen. Datzelfde geldt voor de wegen of de grenzen van de bouwvelden. De uiteindelijke ligging wordt in de verdere planuitwerkingen vastgelegd. Multifunctioneel en flexibel De Suikerzijde moet voor enige decennia voorzien in uitbreidings- en ontwikkelbehoeften van de stad.
Welke functies er komen kunnen we nu nog niet overzien, al is al wel duidelijk dat er de komende periode behoefte is aan zowel stedelijke als suburbane woonmilieus. We moeten dus ruimte kunnen bieden aan veel verschillende functies en activiteiten. En we willen ook veel verschillende functies: we willen een compleet leefgebied en een nieuw stadsdeel, met een menging van functies, die zorgen voor afwisseling en levendigheid. Deze menging is het uitgangspunt voor het toekomstige programma op De Suikerzijde. We moeten flexibel in kunnen spelen op de vragen die zich vandaag, morgen en over vijfentwintig jaar aandienen vanuit de stad en daarbuiten. Daarbij creëren we geen statische situatie: functies en bebouwing kunnen in de loop van de tijd veranderen. Functies Afbeelding linkerpagina: groene woonomgeving afbeelding door studioninedots voor de Suikerzijde
81
82
De Suikerzijde
Structuurvisie
en gebouwen zullen komen en gaan. Waar een school verdwijnt, kan bijvoorbeeld bedrijvigheid terugkomen. We willen steeds meer duurzaam leven met aandacht voor het klimaat, we hebben meer aandacht voor gezond leven en zijn we betrokken op voedselproductie en buitenleven. Ook op dat vlak moeten we gedurende de ontwikkeling van De Suikerzijde steeds blijven inspelen op actuele en toekomstige trends en behoeftes. We verwachten tijdens de looptijd van het project nog veel nieuwe ontwikkelingen waarmee we rekening moeten houden, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit, duurzaamheid, energie, gezondheid en ondernemerschap.
De Held
0
7 A3
Groenblauwe hoofdstructuur
Daarom willen we ruimtelijk en programmatisch inzetten op diversiteit en flexibiliteit. ‘Flexibel zijn’ wil dan zeggen: binnen de gestelde ruimtelijke principes zo ruim mogelijk gelegenheid bieden aan actuele programmavragen. Dat maakt het plan robuust en toekomstbestendig. Hon
A7
Gebiedsentrees karakteristiek
diep
Het principe van bouwvelden helpt daarbij. De stad is opgebouwd uit verschillende typen gebouwen: stadshuizen, winkels, instituten, bedrijfspanden, arbeiderswoningen met private, semi-private en openbare tuinen. Binnen de bouwvelden van De Suikerzijde is altijd een variatie van gebouwtypen en individuele verkaveling aanwezig, een combinatie van verschillende typologieën en buitenruimtes. Deze combinatie zorgt binnen een bouwveld steeds voor één of meerdere diverse stedelijke blokken. De bouwvelden hebben in principe een overmaat, die de gelegenheid geeft om verschillende binnenterreinen te maken: pleinen, hoven, velden. Ook maakt deze overmaat een combinatie van gebouwtypen mogelijk: stadshuizen, vrijstaande woningen, collectieve blokken, hoogteaccenten. Er is ruimte voor het mengen van wonen en werken (kantoren en bedrijven) als ook de combinatie met een recreatieve invulling (zoals een moestuin). De bouwvelden bieden flexibiliteit voor de invulling, ook op de langere termijn. Het landschap De structuur van het raamwerk voor De Suikerzijde moet in zichzelf robuust zijn en passen bij het landschap, maar moet ook de structuur van het omliggende gebied beter tot zijn recht laten komen. Zoals geschetst ligt de westflank van Groningen in een overgangsgebied tussen de Drentse zandruggen en het Groningse kreken- en wierdenlandschap.
We zetten De Suikerzijde in om de verbinding tussen deze landschappen te verbeteren. Kansen liggen daarbij in het uitbouwen van het fietsroutenetwerk en in
Ontwikkelgebieden en bestaande kavels aan het lint
83
84
De Suikerzijde
Structuurvisie
het koppelen van watersystemen. Het karakter, de structuur en de identiteit van het gebied worden voor een groot deel bepaald door: • • • • • •
het Hoendiep; het Voorterrein, met de stenige kade, de industriële vloer en het zeefgebouw; de lintbebouwing langs de Peizerweg en het Hoendiep; het slotenpatroon; de kreken; de structuur van de vloeivelden.
Deze karakteristieken kunnen dienen als ingrediënten en inspiratie voor de inrichting van de openbare ruimte. Daarmee kan het hele gebied karakter en identiteit krijgen. Om de cultuurhistorische waarde in het plan goed tot zijn recht te laten komen nemen we deze vroegtijdig in het ontwerp mee. Aan de terreinen van de voormalige suikerfabriek wordt straks een nieuwe geschiedenislaag met een eigen structuur toegevoegd, maar de gelaagde landschappelijke en culturele ontwikkeling blijft beleefbaar. •
• • • • •
Voor De Suikerzijde zetten we de richting van het slotenpatroon in als basisstructuur voor het plangebied. Het ruimtelijk raamwerk volgt de richting van de oude verkaveling: de lange lijnen, maar ook de subtiele hoekverdraaiingen daartussen verwijzen rechtstreeks naar het oude landschap en versterken daarmee de verwantschap van het nieuwe gebied met de bestaande ondergrond. Dit patroon biedt gelegenheid om vanzelfsprekende, doorverbonden routes te maken, om verbinding te leggen. Tussen de verschillende deelgebieden én net als in de oude stadswijken krachtige openbare ruimtes met diverse bebouwing te maken. Een deel van de noord-zuid verbindingen volgt het slotenpatroon van de polderverkaveling en bieden lange landschappelijke doorzichten. De ontginningsas Eelde-Dorkwerd blijft gehandhaafd in de structuur van het stadsdeel. De bunkers uit WOII krijgen een bijzondere plek in de groenstructuur. Binnen De Suikerzijde is nog reliëf aanwezig van het prehistorische krekensysteem en enkele resten van terpen (de Hege Vier) die archeologisch hoog gewaardeerd worden. We proberen de kreken een nieuwe betekenis te geven in de openbare ruimte en de bouwvelden. De waarde van de kreken ligt daarbij niet zozeer in het ‘bevriezen’ van het reliëf van het landschap, maar in het doorvertalen van dit grillige patroon in delen van het ontwerp. Een goed doordacht