CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 gebiedsgericht omgevingsprogramma.pdf

gemeenteraad 18 februari 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: 5e: Travertijnstraat - vervangen gebiedsgerichte criteria Welstandsnota (raadsvoorstel 14-1-26)16.856 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gebiedsgericht omgevingsprogramma Travertijnstraat

Plangebied Travertijnstraat

Inhoudsopgave

1.

2.

3.

4.

4.9

Milieuzonering ....................................................................................... 30

4.10

Lichthinder ............................................................................................. 32

4.11

Windhinder ............................................................................................ 32

INLEIDING .............................................................................. 3

4.12

Ecologie .................................................................................................. 32

1.1 Reikwijdte planvoornemen ............................................................................ 3

4.13

Klimaatadaptatie .................................................................................... 34

1.2 Totstandkoming ............................................................................................. 4

4.14

Groen...................................................................................................... 34

1.3 Leeswijzer....................................................................................................... 4

4.15

Archeologie, cultuurhistorie en landschap ............................................ 35

1.4 Digitale beschikbaarheid ................................................................................ 4

4.16

Water ..................................................................................................... 36

BELEIDSKADER EN PROGRAMMATISCHE UITGANGSPUNTEN ......... 5

4.17

Duurzaamheid en energie ...................................................................... 37

2.1

Huidig planologisch regime ...................................................................... 5

4.18

Gezondheid ............................................................................................ 37

2.2

Beleidsdoelen ........................................................................................... 6

4.19

Uiterlijk en plaatsing van bouwwerken.................................................. 37

2.3

Programmatische en gebiedsgerichte randvoorwaarden ..................... 14

4.20

Verkeer, parkeren en infrastructuur, inritten ........................................ 38

5.

Stedenbouwkundig kader ........................................................ 16

UITVOERING EN TERUGKOPPELING .......................................... 39

3.1

Uitleg over het stedenbouwkundig plan................................................ 16

5.1

Sturingsfilosofie...................................................................................... 39

3.2

Plankaart en sfeerimpressies ................................................................. 18

5.2

Uitvoering van het project ..................................................................... 41

3.3

Toetsingscriteria omgevingsprogramma ............................................... 21

5.3

Participatie (maatschappelijke draagvlak) ............................................. 42

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .......................................... 27

5.4

Economische uitvoerbaarheid ............................................................... 43

5.5

Meten, monitoring en evaluatie ............................................................ 44

4.1

Milieueffectrapport................................................................................ 27

4.2

Geluid ..................................................................................................... 27

4.3

Bodem en grondwater ........................................................................... 28

4.4

Onder- en bovengrondse infrastructuur................................................ 28

4.5

Luchtkwaliteit......................................................................................... 28

4.6

Geur........................................................................................................ 29

4.7

Omgevingsveiligheid (externe veiligheid) .............................................. 29

4.8

Trillinghinder .......................................................................................... 30

6. Conclusie Etfal-criterium (Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties) ..................................................................................... 45 Bijlagenlijst ................................................................................. 46

Bijlage 1: Beleidsanalyse .................................................................................... 46 Bijlage 2: Beeldkwaliteitsplan ............................................................................ 46 Bijlage 3: Aanmeldnotitie milieueffectrapportage ............................................ 46 Bijlage 4: Akoestisch onderzoek geluid door wegen.......................................... 46 Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek ........................................................... 46 1

Bijlage 6: Onderzoek externe veiligheid ............................................................ 46 Bijlage 7: Onderzoek stikstofdepositie .............................................................. 46 Bijlage 8: Quickscan ecologie ............................................................................. 46 Bijlage 9: Nader onderzoek ecologie ................................................................. 46 Bijlage 10: Boomeffectanalyse ........................................................................... 46 Bijlage 11: Verkennend archeologisch onderzoek ............................................. 46 Bijlage 12: Waterhuishoudkundig plan .............................................................. 46 Bijlage 13: Parkeerbalans ................................................................................... 46

2

1. INLEIDING

bijbehorend programma met rijwoningen, beneden-bovenwoningen (BeBo) en appartementen.

1.1 Reikwijdte planvoornemen

In lijn met de mogelijkheden van de Omgevingswet (hierna: Ow) wordt het stedenbouwkundige ontwerp voor het plangebied onderdeel van het gebiedsgericht omgevingsprogramma ‘Travertijnstraat’. Het (omgevings)programma is één van de kerninstrumenten van de Ow. Op basis van artikel 3.4 Ow kan het college van burgemeester en wethouder een omgevingsprogramma vaststellen, dat voor één of meer onderdelen van de fysieke leefomgeving een uitwerking bevat van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan (artikel 3.5 onder a Ow). Een omgevingsprogramma is zelfbindend voor het gemeentebestuur. Dit houdt in dat daar waar in dit omgevingsprogramma gesproken wordt over de gemeente, het college van burgemeester en wethouders wordt bedoeld, tenzij expliciet anders aangegeven.

Ten zuiden van de Travertijnstraat, aan de rand van de wijk Vinkhuizen, zijn sinds de bouw van Vinkhuizen meerdere scholen gehuisvest. Een deel van de scholen is inmiddels verhuisd. De voormalige schoolgebouwen kennen een tijdelijk gebruik; zo maken onder andere Backbone050 en het fietsendepot van stadsbeheer gebruik van de gebouwen. De gemeente Groningen wil dit gebied ontwikkelen voor woningbouw, met ondergeschikte bedrijvigheid. De noodzaak om het gebied op korte termijn te herontwikkelen is tweeledig. Enerzijds is er een grote vraag naar woningen en werkruimtes binnen de stad Groningen. Deze vraag wil de gemeente Groningen vooral binnen de huidige stadsgrenzen opvangen, op fietsafstand van de binnenstad. De locatie Travertijnstraat biedt daarvoor een uitgelezen kans en is als ontwikkelzone aangewezen in de Omgevingsvisie ‘Levende Ruimte’. Anderzijds is de staat van de gebouwen waarin nu tijdelijke gebruikers zijn gehuisvest zodanig dat deze niet nog jaren in gebruik kunnen blijven zonder daarbij fors onderhoud te verrichten. Er wordt beoogd om het plangebied te ontwikkelen in een nieuwe buurt met maximaal 300 woningen. In de nieuwe buurt zijn biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezondheid en sociale cohesie belangrijke uitgangspunten.

Naast regulier wonen wordt ook beschermd wonen mogelijk gemaakt en worden in het gebied maatschappelijke, zakelijke, horeca en dienstverleningsfuncties gerealiseerd. Het karakteristieke gebouw op het perceel aan de Travertijnstraat 12 wordt mogelijk getransformeerd naar een mix van grondgebonden woningen, appartementen en in een gemengd gebied passende werkfuncties. Voor de gebiedsontwikkeling is een stedenbouwkundig ontwerp opgesteld dat uitgaat van ontwikkeling in drie fases. De eerste fase wordt gerealiseerd door Ter Steege Bouw Vastgoed (hierna: Ter Steege). Fase twee en drie worden gerealiseerd door de gemeente Groningen. Binnen deze drie fases zijn vijf bouwvlakken beoogd met

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: Google Maps, 2025)

3

In dit omgevingsprogramma is weergegeven welk bouwprogramma in het gebied zal worden gerealiseerd en wordt via een stedenbouwkundig kader weergegeven welke functies waar kunnen gaan landen. Na vaststelling van het omgevingsprogramma worden, voor zover de in het omgevingsprogramma beschreven ontwikkelingen niet passen binnen de regels van het omgevingsplan, hiervoor omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa’s) aangevraagd om af te wijken van de regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het omgevingsprogramma werkt daarbij als toetsingskader.

1.4 Digitale beschikbaarheid

Het omgevingsprogramma wordt digitaal beschikbaar gesteld via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het omgevingsprogramma zal hier worden geplaatst als een beleidsdocument, zodat het voor inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden raadpleegbaar is.

1.2 Totstandkoming Het omgevingsprogramma is tot stand gekomen op basis van een zorgvuldige voorbereiding en samenwerking tussen verschillende partijen1. Adviesbureau BJZ.nu heeft het omgevingsprogramma opgesteld, waarbij zij de uitgangspunten, wensen en kaders voor de gebiedsontwikkeling in samenwerking met de ontwikkelende partijen in kaart hebben gebracht. In nauwe afstemming met de betrokken stakeholders is gewerkt aan een integrale visie die recht doet aan zowel de ruimtelijke kwaliteit als de ambities op het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid. De verdere ontwikkeling van het gebied wordt uitgevoerd door gemeente Groningen, in samenwerking met Ter Steege. Deze samenwerking zorgt voor een goede balans tussen publieke belangen en private investering, met als doel een toekomstbestendige en aantrekkelijke leefomgeving te realiseren.

1.3 Leeswijzer

Dit omgevingsprogramma is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk twee ingegaan op het beleidskader en de programmatische uitgangspunten. Hoofdstuk drie geeft een omschrijving van het stedenbouwkundig kader. In hoofdstuk vier wordt de gebiedsopgave op hoofdlijnen getoetst aan alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk vijf gaat in op de uitvoering van het omgevingsprogramma, waarna hoofdstuk zes afsluit met een algehele conclusie. 1

Betrokken partijen: Gemeente Groningen, Ter Steege, BJZ.nu, De Plekkenmakers, OZ Architecten en Flux.

4

•

2. BELEIDSKADER EN PROGRAMMATISCHE UITGANGSPUNTEN

• • • •

In dit hoofdstuk wordt ten eerste ingegaan op de huidige planologische situatie in het ontwikkelgebied Travertijnstraat. Vervolgens wordt het geldende beleidskader behandeld, waarbij op hoofdlijnen wordt ingegaan op het beleid op rijksniveau, provinciaal niveau en regionaal niveau. Voor het gemeentelijk beleid wordt per thema nader ingegaan op de beleidsdoelen die relevant zijn voor het gebied en uitgangspunten die zijn geformuleerd.

2.1

Bestemmingsplan ‘Herziening Bestemmingsregels Wonen 2A (HBW 2A)’; Bestemmingsplan ‘Woningsplitsing’; Bestemmingsplan ‘Geitenhouderijen 2023’; Voorbereidingsbesluit ‘Regulering flitsbezorgdiensten 2023’; Bestemmingsplan ‘Herziening Parkeren 2021’;

Voor de duiding van het planologisch regime zijn deze plannen minder van belang. Bij de uitwerking van dit omgevingsprogramma wordt wel rekening gehouden met de regels uit deze plannen. In de volgende afbeeldingen zijn uitsneden van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan ‘Vinkhuizen 2007’ (vastgesteld op 1 juni 2007) en het bestemmingsplan ‘Gebouwd Erfgoed Groningen’ opgenomen.

Huidig planologisch regime

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Groningen. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit een nieuw en een tijdelijk deel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan wordt gevormd door de besluiten die zijn aangewezen in artikel 4.6 van de Invoeringswet Ow, de kaarten en besluiten, bedoeld in artikel 3.5, lid 2 en 3 van de Aanvullingswet bodem Ow en de omgevingsplanregels van rechtswege, bedoeld in artikel 22.2, lid 1, Ow. Voor de duiding van het planologisch regime van het plangebied zijn met name het bestemmingsplan ‘Vinkhuizen 2007’ (vastgesteld op 1 juni 2007) en het bestemmingsplan ‘Gebouwd Erfgoed Groningen’ (vastgesteld op 6 maart 2024) van belang. Deze bestemmingsplannen maken onderdeel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Daarnaast zijn de volgende plannen van toepassing: •

2

Omgevingsplan gemeente Groningen, hoofdstuk 322 (voormalige bruidsschat);

Versie omgevingsplan: /akn/nl/act/gm0014/2020/omgevingsplan/nld@2024-09-30;2

Afbeelding 2.1: Uitsnede bestemmingsplan ‘Vinkhuizen 2007’ (Bron: Regels op de kaart)

5

Verkeers- en verblijfsdoeleinden De op de kaart voor verkeers- en verblijfsdoeleinden aangegeven gronden mogen onder andere worden gebruikt voor woonstraten, parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden en groenvoorzieningen. In de bouwregels is bepaald dat uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan ten behoeve van de genoemde doeleinden. Karakteristieke gebouwen en objecten Op basis van het bestemmingsplan ‘Gebouwd Erfgoed Groningen’ is het pand aan de Travertijnstraat 12, voormalige Vinkenborgh, voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Karakteristieke gebouwen en objecten’. Op gronden met deze dubbelbestemming is het uitsluitend toegestaan te bouwen indien en voor zover bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming en de bestaande hoofdvorm, gevelindeling en de positie van het gebouw of object wordt gehandhaafd. Afbeelding 2.2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Gebouwd Erfgoed Groningen’ (Bron: Regels op de kaart)

Een omgevingsvergunning kan door het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) worden verleend om toe te staan dat de goot- of bouwhoogte, de kapvorm, de nokrichting, de oppervlakte, de gevelindeling en/of de ligging van de gebouwen wordt gewijzigd, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke verschijningsvorm van het gebouw of object.

Maatschappelijke doeleinden De gronden binnen het plangebied zijn op basis van het bestemmingsplan ‘Vinkhuizen 2007’ voorzien van een maatschappelijke functie. Gronden en bouwwerken binnen deze functie mogen worden gebruikt voor maatschappelijke dienstverlening. Voor het bouwen van gebouwen is bepaald dat deze binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd, waarbij wordt voldaan aan het op de kaart aangegeven maximum bebouwingspercentage en de maximale bouwhoogte. In dit geval bedragen deze respectievelijk 70% en 12 meter.

Het is verboden een gebouw of object geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning.

2.2

Beleidsdoelen

Het beleidskader voor de ontwikkelopgave aan de Travertijnstraat bestaat uit beleid op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau. In Bijlage 1 is een analyse gemaakt van dit beleidskader en is de ontwikkelopgave hieraan getoetst. In dit hoofdstuk wordt het beleid op hoofdlijnen uiteengezet en wordt de opgaven en uitgangspunten voor het voorliggende programma weergegeven. Voor een nadere toelichting en achtergrondinformatie wordt verwezen naar bijlage 1.

Sportdoeleinden De gronden in het zuidelijk deel van het plangebied (Campus Augustinus) mogen worden gebruikt voor sportdoeleinden. Voor het bouwen van gebouwen is bepaald dat het maximum bebouwingspercentage en de maximale bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan op de kaart aangegeven. In dit geval bedragen deze respectievelijk 5% en 3 meter. 6

2.2.1 Rijks- en provinciaal beleid De herontwikkeling van het gebied Travertijnstraat naar een aantrekkelijk woonmilieu sluit goed aan bij de in de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) benoemde prioriteit voor sterke en gezonde steden en regio’s en bijbehorende afwegingsprincipes. Het betreft hier een bestaand stedelijk gebied dat wordt herontwikkeld tot een woongebied met daarbinnen aan de woonfunctie ondergeschikte werkfuncties. Hiermee is sprake is van een combinatie van functies en daarmee zorgvuldig ruimtegebruik.

over de ontwikkeling van de ‘Westflank’. Hier komen 11.000 nieuwe woningen. De herontwikkeling van de Travertijnstraat met maximaal 300 woningen en mogelijkheden voor ondergeschikte bedrijvigheid draagt bij aan het realiseren van nieuwe woningen in stad Groningen. 2.2.3 Beleidsdoelen Gemeentelijk beleid De beleidsdoelen uit het gemeentelijk beleid zijn op hoofdlijnen neergezet in de gemeentelijke omgevingsvisie ‘Levende Ruimte’. Daarnaast is het gemeentelijk beleid thematisch uitgewerkt in beleid op het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan de maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Ow.

Verder wordt uit de beleidstoets geconcludeerd dat bij de gebiedsopgave Travertijnstraat zoals in dit omgevingsprogramma is uitgewerkt geen nationale belangen in het geding zijn. De herontwikkeling van het gebied geeft verder op goede wijze invulling aan de provinciale belangen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit. De gebiedsopgave beoogt een herontwikkeling van de voormalige scholenlocatie naar een aantrekkelijk woon- en werkmilieu met een hoge gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het moet een gebied worden waarin het aantrekkelijk is om te wonen, werken en verblijven.

Omgevingsvisie Levende Ruimte De herontwikkelingsopgave met maximaal 300 woningen aan de Travertijnstraat sluit aan bij de omgevingsvisie ‘Levende ruimte’. Met Levende ruimte bereidt de gemeente Groningen zich voor op een groeispurt naar misschien wel 250.000 inwoners. Dat doet Groningen op geheel eigen wijze, door te verdichten waar het kan en te transformeren waar het moet. In dit geval gaat het om een transformatieopgave.

Voorliggend omgevingsprogramma verwoordt de opgaven en ambities en het stedenbouwkundig kader voor de herontwikkeling van het gebied. De daadwerkelijke ontwikkeling zal fasegewijs door middel van omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (Bopa’s) juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.

Om de stroom van (gemotoriseerd) verkeer te beperken, bestaande voorzieningen te versterken en groen en landschapswaarden te behouden wordt gekozen voor het zoveel mogelijk concentreren van de groei in en rond Groningen en bij haltes voor openbaar vervoer. Dit sluit naadloos aan bij het ontwerpprincipe van de compacte stad, dat al jaren de kern vormt van het beleid van de gemeente Groningen. De transformatieopgave aan de Travertijnstraat draagt bij aan deze concentratie van groei.

In paragraaf 2.2 van bijlage 1 (beleidsanalyse) is dit omgevingsprogramma reeds getoetst aan provinciale instructieregels voor woningbouw. In het kader van de Bopa’s dient het daadwerkelijk bouwprogramma en de te realiseren functie opnieuw getoetst te worden aan de instructieregels uit de op dat moment geldende provinciale verordening.

Leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare ruimte staan hoog op de agenda, als antwoord op de vraag hoe de compacte stad mét een stevige woningbouwopgave aantrekkelijk kan blijven voor alle inwoners en gebruikers. Meer ruimte voor voetganger en fietser, nabijheid van voorzieningen en realisatie van gezonde, duurzame wijken, staan centraal in alles wat de gemeente doet. Daarbij kijkt

2.2.2 Beleidsdoelen Regionaal beleid Het gebied Travertijnstraat maakt onderdeel uit van deelgebied ‘Groningen Westflank’. Met het Rijk is onlangs een akkoord gesloten 7

de gemeente bij elke ruimtelijke ontwikkeling hoe deze ‘inclusief’ en ‘compleet’ kan zijn: • •

sociale huur ook op een andere manier dan traditionele corporatiehuur te realiseren (bijvoorbeeld wooncoöperatie, woon/werk broedplaats of geclusterd wonen voor zorgdoelgroep). Voor het grootste deel van het programma moet de focus op betaalbare koop komen te liggen (€420.000: jaarlijks geïndexeerd bedrag gelijk aan opkoopbescherming).

‘Inclusief’: in sociaal opzicht en voor haar omgeving een positieve betekenis; ‘compleet’: woongebied met óók werken en voorzieningen, in een duurzame groenstructuur.

De Woonvisie wil aandacht voor groepen die de ontwikkeling en/of het beheer van hun woning op een andere manier willen vormgeven, bijvoorbeeld via wooncoöperaties en collectief opdrachtgeverschap. Een mogelijkheid is om de voormalige Vinkenborgh of een deel daarvan via een wooncoöperatie te verbouwen en beheren. Daarbij kan ook worden gedacht aan een combinatie van wonen en werken.

De transformatie van de Travertijnstraat naar een aantrekkelijk woongebied met de mogelijkheid voor aan de woonfunctie ondergeschikte werkfuncties met een groene openbare ruimte van hoge kwaliteit is in lijn met de ambities van de omgevingsvisie. Hierna wordt aan de hand van sectorale beleidsthema’s verder op de opgave ingegaan.

Voor de locatie Travertijnstraat heeft de gemeente Groningen op basis van de woningbouwprogrammering aangegeven dat er wordt voorzien in maximaal 300 woningen, waarbij de volgende uitgangspunten worden gehanteerd:

Wonen De beleidsdoelen en opgaven voor het thema ‘Wonen’ heeft de gemeente opgeschreven in haar Woonvisie ‘Een thuis voor iedereen’. Gekoppeld aan deze woonvisie zijn: • de ‘Visie op wonen, samenleving en zorg ‘Wonen mag voor niemand (een) zorg zijn’; • de Strategische woningbouwprogrammering 2023-2032; • de Verordening doelgroepen gemeente Groningen en; • de Huisvestingsverordening 2025.

• • •

Met deze opgave wordt een forse bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave in Groningen.

In de Woonvisie zijn de Travertijnstraat en Vinkhuizen zuid (ten oosten van de Diamantlaan) als inbreidingslocatie voor wonen geduid. De ongedeelde stad is een belangrijk thema in de Woonvisie. De gemeente geeft aan dat het aandeel sociale huurwoningen in sommige delen van de stad afneemt en in andere gebieden juist toeneemt. De Travertijnstraat ligt in Nieuw-West waar het aandeel sociale huur ten opzichte van het gemiddelde relatief hoog ligt. Uitgangspunt is daarom een lichte afname van het aandeel sociale huur. Het aandeel sociale huur in het plangebied Travertijn kan dan ook beperkt blijven (20% tot 30%). Daarbij is het een optie om de 3

ca. 50% grondgebonden / 50% gestapeld; ca. 20-30% sociale huur, kansen voor wooncorporatie en/of bijzondere doelgroepen (bijv. begeleid wonen); 30-50% betaalbare koop (tot €420.000 VON3).

Werken Binnen het gebied worden ook werkfuncties gefaciliteerd die niet conflicteren met de woonfunctie van het gebied. Hierbij wordt gedacht aan kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, maatschappelijk en commerciële dienstverlening. De beleidsdoelen en opgaven op het gebied van werken staan in de Strategie werklocaties en het bijbehorende uitvoeringsprogramma.

Prijspeil 2026 (Consumentenprijsindex)

8

Zoals eerder benoemd ligt in het gebied Travertijnstraat een opgave voor een aantrekkelijk woon- en werkmilieu. Het uitgangspunt is daarbij om werkfuncties mogelijk te maken die zijn te combineren met het wonen in de wijk, denk hierbij aan werkfuncties in de plinten en/of ondergeschikte werkfuncties in combinaties met wonen, zoals een kantoor aan huis. Deze programmering is geheel in lijn met en draagt bij aan de uitgangspunten en ambities van de Strategie werklocaties die waar mogelijk en mengbaar werkfuncties in woongebieden wil faciliteren.

Op basis van de GES-kaart is het plangebied omzoomd met groenen waterstructuren die van belang zijn in het ecologisch netwerk van het plangebied en haar omgeving. Bij herontwikkeling van het gebied moet er daarom bovengemiddelde aandacht zijn voor groen en water. Eventueel verlies aan oppervlakte van groen of water moet worden gecompenseerd.

Groen, water en openbare ruimte De beleidsdoelen en opgaven voor het thema ‘Groen, water en openbare ruimte’ zijn verwoord in de volgende beleidsstukken: • Groenplan Vitamine G en uitvoeringsplan Groen 2021-2025; • Omgevingsprogramma Gemeentelijke Ecologische Structuur; • Beleidskader natuurinclusief bouwen; • Waterbalans: programma Water en Riolering; • Verordening afvoer hemelwater en grondwater4; • Watervisie ‘Koersen op water’; • Uitvoeringsprogramma Klimaatbestendig Groningen Uitvoeringsagenda 2020-2024; • Ontwerpleidraad openbare ruimte; Verder is natuurinclusief bouwen conform de gelijknamige beleidsregel5 het uitgangspunt voor de ontwikkelopgave aan de Travertijnstraat. Dit houdt in dat bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de Bopa moet worden aangetoond dat rekening is gehouden met de beleidsregel en het minimum aantal punten wordt behaald.

Het gebied Travertijnstraat maakt onderdeel uit van de wijk Vinkhuizen. Hier ligt een opgave voor een karaktervol groen raamwerk in transformatiegebieden. Het realiseren van een robuust groennetwerk lift hier mee op ruimtelijke ontwikkeling (rood ontwikkeld groen). In het stedenbouwkundig plan is groen het leidende principe. ‘Groen, groen, groen’ als uitkomst van participatie wordt ruimtelijk én programmatisch op drie schaalniveaus ingezet en gaat als identiteitsdrager voor de Travertijn fungeren. Ecologisch groen en water bevindt zich aan de randen en is onderdeel van de stedelijk ecologische structuur. Publiek groen voor ontmoeting bevindt zich in het middengebied. Binnen de bouwvelden bevinden zich gezamenlijke tuinen.

De herontwikkeling van het gebied Travertijnstraat kan gelet op haar ligging geen grote bijdrage leveren aan de ambities als omschreven in de watervisie ‘Koersen op water’. Het gebied ligt niet op een prominente plek aan het water. Wel wordt met de voorgenomen herontwikkeling beter contact gemaakt met het omliggende

4

De verwachting is dat in 2026 de verordening is ingetrokken omdat deze verordening deel uit maakt van het omgevingsplan gemeente Groningen. 5 Gemeente Groningen (2022). Beleidskader Natuurinclusief bouwen.

9

oppervlaktewater via waterrijke randen en plekken aan het water die goed bereikbaar zijn en via zitelementen verblijf faciliteren. Op deze manier wordt het water beter beleefbaar gemaakt. Daarnaast worden er wadi’s in het binnengebied gerealiseerd voor waterberging. Het plan is daarmee in overeenstemming met de watervisie.

Welstand en Erfgoed Via welstandscriteria in haar Welstandsnota 2020 stuurt de gemeente Groningen op het uiterlijk en de ruimtelijke kwaliteit van bouwwerken. De beleidsdoelen en opgaven voor het thema ‘Erfgoed’ zijn verwoord in de Erfgoednota 2017, de Cultuurhistorische waardenkaart en het bestemmingsplan ‘Gebouwd Erfgoed Groningen’.

De ruimtelijke kwaliteit in de openbare ruimte wordt gerealiseerd conform de leidraad openbare ruimte. Hittestress kan worden aangepakt door conform het groenplan Vitamine G en de leidraad openbare ruimte veel groen in de wijk te realiseren die voldoende schaduwplekken biedt. In het waterhuishoudkundig plan worden concrete maatregelen genoemd om het plangebied robuust en toekomstbestendig in te richten.

Voor de Travertijnstraat is gelet op de herontwikkelingsopgave een stedenbouwkundig plan opgesteld, dat onderdeel uitmaakt van dit omgevingsprogramma. Daarnaast is een beeldkwaliteitsplan (hierna: BKP) opgesteld, dat is opgenomen in bijlage 2. Het BKP bevat kaders dat bestaat uit uitgangspunten en criteria voor de vormgeving van bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte. Deze kaders zijn bedoeld voor ontwikkelaars, architecten, ontwerpers en medewerkers van gemeente Groningen. Het doel van de kaders is dat ze bijdragen aan het bereiken van ruimtelijke ambities op een samenhangende en kwalitatieve manier. Het BKP fungeert als inspiratiebron voor ontwerp en uitvoering én kan helpen bij de motivering van de benodigde omgevingsvergunningen. De stedenbouwkundige eisen en eisen ten behoeve van de inrichting van het openbaar gebied zijn juridisch geborgd in dit gebiedsgerichte omgevingsprogramma Travertijnstaat. De gebiedsgerichte beeldkwaliteitseisen waaraan gebouwen binnen het plangebied voldoen zijn juridisch geborgd in de ‘Welstandsnota gemeente Groningen’. De gemeenteraad stelt de aanvulling op de welstandsnota op 18 februari 2026 vast. Binnen het ontwikkelgebied Travertijnstraat bevindt zich De Vinkenborgh (Trav12). Een karakteristiek schoolgebouw uit 1974 dat goed bewaard is gebleven.

Het gebouw is op de Cultuurhistorische waardenkaart aangewezen als karakteristiek pand. Daarnaast is het gebouw in het bestemmingsplan ‘Gebouwd Erfgoed Groningen’ aangeduid als karakteristiek pand met bijbehorend sloopverbod. In paragraaf 4.15 wordt nader op de cultuurhistorische waarden ingegaan. Behoud en herbestemming van dit gebouw is daarmee een belangrijke opgave voor de herontwikkeling van het gebied. De haalbaarheid van deze opgave wordt in de komende jaren nader onderzocht. 10

Mobiliteit De beleidsdoelen en opgaven voor het thema ‘Mobiliteit’ zijn verwoord in de volgende beleidstukken: • Mobiliteitsvisie ‘Groningen goed op weg’; • Beleidsregel parkeernormen 2024. De mobiliteitsvisie die ten grondslag ligt aan alle ontwikkelingen in de gemeente heeft als kernpunt om te stimuleren dat verplaatsingen binnen de stad zoveel mogelijk met de fiets en te voet gaan en wil daarnaast gebruik van het openbaar vervoer stimuleren. Rondom het ontwikkelgebied aan de Travertijnstraat gaat het concreet om behoud en verbetering van de fiets-voet verbindingen. Dit zijn: • oostwaarts langs de nieuwe West End verbinding, richting sportpark en binnenstad; • noord-zuid: langs de Diamantlaan en via een te upgraden noord-zuid route door de Eelderbaan (aan te sluiten op suikerzijde); • westwaarts: richting Eelderbaan westpark en verder. Tegenover Travertijn zal de West End verbinding aankomen. Deze 50 km/h weg sluit Vinkhuizen en het Hoendiep aan op de ring west. Hij zal zowel voor auto als fiets als OV belangrijk zijn en verankert de Travertijn beter in het netwerk. De realisatie van deze verbinding zal naar verwachting in 2032 gereed zijn. Binnen het plangebied zal geen sprake zijn van betaald parkeren. Dat vormt de basis voor het mobiliteitsconcept en de parkeernormen waarmee moet worden gerekend.

Uitgangspunt is centraal parkeren op groen ingerichte parkeervelden in de openbare ruimte of onder een dek binnen een bouwvlak. Daarnaast wordt de mogelijkheid van dubbelgebruik van parkeerplaatsen bij de scholen (zuidzijde) onderzocht. Verder wordt conform de ‘beleidsregel parkeernormen 2024’ voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor de auto en fiets. Hierbij houdt het plan nadrukkelijk rekening met meervoudig ruimtegebruik door functies slim te combineren en de beschikbare openbare ruimte efficiënt in te zetten. Groene zones worden geïntegreerd met 11

waterbergende voorzieningen. Parkeerplaatsen voor auto’s worden compact vormgegeven en waar mogelijk gecombineerd met groene elementen. Op basis van de huidige stedenbouwkundige invulling wordt een parkeerbehoefte van 322 parkeerplaatsen voor de auto verwacht. Op basis van de huidige planopzet kan op eigen terrein worden voorzien in deze parkeerbehoefte door deze in de bouwvlakken en de openbare ruimte op te lossen. Het fietsparkeren vindt plaats in het hoofdvolume van de gebouwen. Deze worden niet als los volume in het plan geplaatst. In paragraaf 4.20 ‘Verkeer, parkeren en infrastructuur’ wordt dit nader onderbouwd. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de Bopa zal dit op basis van het te realiseren bouwprogramma verder verantwoord moeten worden.

12

Kwaliteit leefomgeving De gemeentelijke beleidsdoelen en opgaven voor de kwaliteit van de leefomgeving zijn naast het reeds behandelde beleid inzake groen, water en klimaatadaptatie beschreven in: • Het Actieplan Wegverkeerslawaai 2024-2028; • De Nota Bodembeheer 2021 (opgenomen in hoofdstuk 11 van het gemeentelijk omgevingsplan); • Het Gezondheidsbeleid Gemeente Groningen ‘Gezond Leven in 050’; • Handboek Hoger bouwen.

deel van uitmaakt, bestaat uit een reeks deelgebieden met elk een eigen programma, karakter en opzet. Een deel van die gebieden (Travertijn, scholencampus, Sportpark West End) maakt deel uit van een groene lob tussen de noordwestelijke wijken en Suikerzijde/Hoogkerk. Deze reikt vanaf het buitengebied tot diep de stad in. De Travertijnstraat is van origine een scholenlocatie, met rechthoekige lagere bouwwerken, daterend uit de realisatie van Vinkhuizen in de jaren ’60. Ten zuiden ervan ligt een groene campusachtige wereld met nieuwere schoolgebouwen. Langs het Hoendiep een menging van werken en wonen, vrij typerend langs oude uitvalswegen op de (voormalige) overgang stad- buitengebied. Oostelijk van de Diamantlaan zijn het sportpark West End en het bedrijventerrein Hoendiep noord gelegen.

Het doel van het Actieplan Wegverkeerslawaai is de leefbaarheid in Groningen verder verbeteren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in bestaande situaties en nieuwe situaties. De ontwikkelopgave Travertijnstraat betreft een nieuwe situatie. Voor nieuwe situaties stelt de gemeente geluidbeleid op dat integraal onderdeel wordt van het Omgevingsplan. Met dat beleid zorgt de gemeente ervoor dat bij alle nieuwe geluidgevoelige gebouwen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In paragraaf 4.2 van het omgevingsprogramma wordt nader ingegaan op wegverkeerslawaai binnen het ontwikkelgebied Travertijnstraat.

De huidige bebouwing van Travertijn heeft een eigen opzet en identiteit: rechthoekige lagere bouwwerken, daar waar langs de noord-, west- en oostrand juist forse flats in de groene zoom rond Vinkhuizen gelegen zijn. Connectie op wijkniveau is er via de Diamantlaan: één van de hoofdaders, waarlangs maatschappelijke voorzieningen in ándere vorm en hoogte dan de stempels rondom, gelegen zijn. De Travertijnstraat vormt een eigen wereld, sfeer op zich.

De uitgangspunten van de Nota Bodembeheer 2021 zijn leidend voor de bodemkwaliteit in het ontwikkelgebied Travertijnstraat. De bodemkwaliteit dient hieraan te voldoen. In paragraaf 4.3 van het omgevingsprogramma wordt hier nader op ingegaan.

De ontwikkelopgave gaat uit van een gemengd woon-werkmilieu met woon- en werkprogramma (bijvoorbeeld kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, maatschappelijk en commerciële dienstverlening) met maximaal 300 woningen waarvan circa 50% gestapeld. Hierbij wordt uitgegaan van een gevarieerde bouwhoogte met hoogteaccenten. In de toetsingscriteria zoals opgenomen in paragraaf 3.3 wordt hier nader op ingegaan.

Voor de herontwikkeling van het gebied Travertijnstraat staat het thema gezonde leefomgeving centraal. Zoals aangeven bij andere beleidsopgaven is groen het leidende principe voor de ontwikkelopgave aan de Travertijnstraat. Het groen en bijbehorende schaduw voorkomt hittestress. Daarnaast zorgt een openbare ruimte die ontmoeting en bewegen stimuleert en de auto zoveel mogelijk weert voor een gezondere en veiligere leefomgeving. Het ontwikkelgebied Travertijnstraat kan vanwege het maximaal aantal bouwlagen van 5 tot 7 bouwlagen worden gezien als een compact basismilieu kijkend naar het Handboek Hoger bouwen. Het tussengebied tussen Vinkhuizen en het Hoendiep, waar de Travertijn 13

Gebiedsgerichte uitwerking opgaven

2.3 Programmatische en gebiedsgerichte randvoorwaarden

Groen als leidend principe • Bomen en houtopstanden (zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers en struiken) zoveel mogelijk behouden met inachtneming van de levenskwaliteit en de ecologische waarde. Eventuele compensatie binnen het plangebied volgens gemeentelijke BEA-systematiek; • Ecologische groen en waterverbindingen langs randen plangebied (onderdeel GES) ontwikkelen en beleefbaar maken. Eventueel verlies aan oppervlak compenseren; • Nader onderzoek naar beschermde flora en fauna conform uitkomsten ecologisch onderzoek en ecologisch werkprotocol. Indien nodig treffen van mitigerende maatregelen op basis van aanbevelingen nader onderzoek; • Hanteren Leidraad openbare ruimte.

Uit bovenstaande beleidsopgaven zijn programmatische en gebiedsgerichte randvoorwaarden te filteren. Deze opgaven liggen op verschillende thema’s. Programmatische uitwerking opgaven Voor de locatie Travertijnstraat heeft de gemeente Groningen de volgende programmaopgave geformuleerd: Woonprogramma Voor het hele gebied maximaal 300 woningen waarbij: • ca. 50% grondgebonden / 50% gestapeld; • ca. 20-30% sociale huur, kansen voor wooncorporatie en/of bijzondere doelgroepen (bijv. begeleid wonen); • 30-50% betaalbare koop (tot €420.000 VON).

Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen conform de beleidsregel natuurinclusief bouwen. Dit houdt in dat bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) moet worden aangetoond dat rekening is gehouden met de beleidsregel en het minimum aantal punten wordt behaald.

Voor fase 1 bestaat het programma het realiseren van circa 120 woningen bestaande uit de volgende segmenten: • Circa 49 grondgebonden woningen (hoog) • Circa 16 beneden-/bovenwoningen (midden) • Circa 25 appartementen (sociaal) • Circa 32 appartementen met mogelijkheid tot beschermd wonen.

Water, klimaatadaptatie en leefbaarheid • minimaliseren verhard oppervlak binnen en buiten de bouwvlakken • waterbuffer (vertraagd afvoer) als gezamenlijke opgave: deels binnen de bouwvlakken, deels in openbare ruimte, conform het beleid (gemeente of waterschap); • water in bouwvelden en openbare ruimte zoveel mogelijk vasthouden t.b.v. groen en beleefbaar maken in wadi's of raingardens; • onderzoeken in hoeverre het afkoppelen van (gemengd) riool technisch mogelijk is; • geen schade aan woningen bij piekbui van 73mm; • Hanteren leidraad openbare ruimte voor voldoende groen en openbare ruimte die hittestress voorkomt en ontmoeting en interactie faciliteert.

Voor fase 2 en 3 volgt een verdere uitwerking van het programma. Het omgevingsprogramma wordt hier te zijner op geactualiseerd. In afbeelding 3.2 is de fasering weergegeven. Werken Het uitgangspunt is om werkfuncties mogelijk te maken die zijn te combineren met het wonen in de wijk, denk hierbij aan werkfuncties in de plinten en/of ondergeschikte werkfuncties in combinaties met wonen, zoals een kantoor aan huis. Ten tijde van de verlening van de omgevingsvergunning voor fase 2 zal dit concreet moeten worden uitgewerkt naar bvo’s per functie. 14

Beeldkwaliteit en Erfgoed • Een bij Groningen passende beeldkwaliteit realiseren op basis van de uitgangspunten en criteria voor de vormgeving van bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte, zoals deze zijn opgenomen in het BKP; • Nader onderzoek naar mogelijkheden behoud en herbestemming van De Vinkenborgh voor een woon-, woonzorg- en werkfuncties. Bouwhoogte • Uitgangspunt is een compact basismilieu conform Handboek Hoger bouwen: maximaal 7 bouwlagen. Mobiliteit en parkeren • Behoud en verbeteren fiets- en voetverbindingen binnen het plangebied; • Zone zonder betaald parkeren als uitgangspunt voor het mobiliteitsconcept en te hanteren parkeernormen; • In het kader van efficiënt en zorgvuldig ruimtegebruik onderzoek doen naar dubbelgebruik parkeerplaatsen; • Centraal en afgeschermd parkeren in het groen of onder dek; • Ontsluiting zoveel mogelijk via bestaande structuren van Travertijnstraat en ontsluitingsweg scholen.

15

3. Stedenbouwkundig kader 3.1

Uitleg over het stedenbouwkundig plan

3.1.1 Opgaven en uitgangspunten De in hoofdstuk 2 beschreven opgaven vanuit de beleidskaders zijn vertaald in de bebouwde en onbebouwde principes van het plangebied. Het gebied zal een verbindende schakel vormen tussen de stad en Westpark. De oost-west fietsroute wordt versterkt en de Diamantlaan krijgt een sterk gezicht als straat met maatschappelijke functies. De bestaande groenstructuren in oost-west richting worden versterkt. De groenstructuren gaan ruimtelijk én programmatisch als de identiteitsdrager voor de Travertijn fungeren. Het ecologisch groen bevindt zich aan de randen en is onderdeel van de gemeentelijke ecologische structuur. Publiek groen voor ontmoeting bevindt zich in het middengebied. Binnen de bouwvelden worden ten slotte gezamenlijke tuinen gerealiseerd. De woningtypologie en stedenbouwkundige opzet zullen zijn gericht op collectief gebruik. Daarmee komt geen ‘standaard’ woonprogramma en verkaveling tot stand, maar een woonconcept gericht op collectief gebruik van buitenruimtes en een ruimtelijk concept van gevarieerde bouwvlakken in het groen. Voor het parkeren is gekozen voor collectieve parkeervelden, voor alle bewoners/gebruikers. Daarbij wordt dubbelgebruik van het parkeren rondom de scholen onderzocht, waarbij geldt dat rekening moet worden gehouden met het eigendom van de scholen.

Afbeelding 3.1: Visiekaart Travertijnstraat (Bron: Gemeente Groningen, OZ)

3.1.2 Stedenbouwkundige principes De bouwvlakken worden ontwikkeld op basis van een helder en samenhangend stedenbouwkundig uitgangspunt. Elk blok start vanuit een eenvoudige, compacte hoofdvorm die vervolgens wordt aangepast om beter aan te sluiten op de omgeving en ruimte te bieden aan groen. Door strategische openingen in het bouwvolume worden de binnengebieden verbonden met de openbare ruimte of ingericht als collectieve buitenruimtes die indien gewenst afsluitbaar zijn. Hoeken en rooilijnen worden zodanig vormgegeven dat de overgang naar de omliggende groene structuren soepel en uitnodigend is. Entrees liggen aan de straatzijde en parkeeroplossingen worden op een logische manier in het geheel geïntegreerd. Binnen de blokken is ruimte voor verschillende typen tuinen, variërend van privé-tuinen tot gezamenlijke binnentuinen, waarvan de precieze inrichting kan verschillen per situatie. Deze algemene principes zorgen samen voor een duidelijke, leesbare

Het plangebied bestaat uit maximaal zes bouwvlakken: de locatie TRAV12 en vijf nieuwe te realiseren bouwvlakken. Om de balans tussen het groen en de bebouwing, en meteen ook tussen het publiek/semipubliek en privé goed vast te leggen, worden de verschillende bouwvlakken vastgelegd. Binnen deze bouwvlakken kan het programma worden gerealiseerd binnen de kaderstelling zoals in dit omgevingsprogramma wordt vastgelegd. In de volgende afbeelding zijn de te realiseren vlakken weergegeven.

16

structuur waarin bebouwing, groen en gebruiksruimten op een evenwichtige manier samenkomen.

Binnen het plangebied worden zowel woonfuncties als werkfuncties toegestaan. Binnen de toetsingscriteria in paragraaf 3.3 is weergegeven welke functies dit zijn. Voor wat betreft het wonen wordt in het hele plangebied voorzien in de reguliere functie ‘wonen’.

3.1.3 Fasering Binnen de stedenbouwkundige opzet is gekeken naar een fasering waarbij bestaande functies behouden kunnen blijven zonder dat de kwaliteit van de openbare ruimte er onder te lijden heeft. Dit heeft geleid tot een ontwikkeling van het gebied in drie fases. Fase 1 bestaat uit de nieuwbouw van drie vlakken (A, B en E, zie afbeelding 3.4) ten oosten van de Vinkenborgh. Fase 2 betreft de transformatie van scholencomplex De Vinkenborgh. Na realisatie van fase 3 (blok C en D), het voormalige Noorderpoort College, ontstaat het eindbeeld van een gevarieerde, groene woonwijk met werkfuncties in combinaties met wonen, zoals een kantoor aan huis. In onderstaande afbeelding wordt de fasering weergegeven.

Naast de reguliere functie ‘wonen’ wordt ter plaatse van de ‘woontoren’ in blok A ook voorzien in de functie ‘beschermd wonen’. Binnen deze functie is het toegestaan om vormen van wonen op te richten voor mensen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Daarbij geldt als uitgangspunt dat ‘beschermd wonen’ altijd plaatsvindt in een accommodatie van een instelling met de daarbij behorende toezicht en begeleiding. Onder beschermd wonen wordt binnen gemeente Groningen ‘Verblijf met 24-uurs toezicht’, ‘Verblijf met toezicht nabij en op afroep’ verstaan. Binnen gemeente Groningen is het in beginsel niet mogelijk om het aantal woningen met zorg die vallen onder de reikwijdte van ‘beschermd wonen’ uit te breiden. Binnen de functie ‘beschermd wonen’ dat passend wordt geacht binnen het projectgebied Travertijnstraat geldt daarom ook de voorwaarde dat geen nieuwe zorgaanbieder een vorm van wonen met zorg (beschermd wonen) mag aanbieden. Het is dus alleen mogelijk dat een bestaande zorgaanbieder een al bestaande vorm van wonen met zorg op een andere locatie beëindigt en voortzet op de beoogde locatie binnen het projectgebied Travertijnstraat. Daarnaast is het onder de reguliere functie ‘wonen’ toegestaan om ambulante begeleiding te krijgen in de eigen woning van een zorgontvanger.

Onder ambulante begeleiding wordt binnen gemeente Groningen ‘Thuis Plus in eigen woning’ beschouwd. Ook is het onder de reguliere functie ‘wonen’ toegestaan om een beroep aan huis uit te voeren waarbij wonen de hoofdactiviteit blijft. Fase 1: Nieuwbouw Fase 1 bestaat uit de realisatie van blok A, B en E, zoals weergegeven in afbeelding 3.1. In blok A en B wordt voorzien in een mix van grondgebonden woningen, BeBo woningen en appartementen. Blok E biedt ruimte aan grondgebonden woningen en appartementen.

Afbeelding 3.2: Fasering Travertijnstraat (Bron: Gemeente Groningen, OZ)

17

Fase 2: Transformatie Vinkenborgh Als in vrijwel originele staat bewaard gebleven schoolcomplex uit de jongste generatie monumentale naoorlogse gebouwen, heeft De Vinkenborgh een zeer hoge bouwhistorische waarde. In paragraaf 4.16 wordt dieper ingegaan op de waarden van dit gebouw. Binnen de transformatie van De Vinkenborgh is het versterken van de waarden een centrale doelstelling.

De grondgebonden woningen en de BeBo woningen hebben in het plan een maximale bouwhoogte van 14 meter (maximaal vier bouwlagen). Door de vereiste hoogteverschillen binnen alle gevelvlakken ontstaat er echter een gevarieerd beeld in de bouwhoogte. De accenten, zoals weergegeven met de gele sterren in onderstaande afbeelding, zullen in hoogte afwijken en bestaan uit maximaal 7 bouwlagen.

In dit omgevingsprogramma wordt uitgegaan van het behoud van de karakteristieke hoofdvorm van het scholencomplex vanwege de cultuurhistorische waarden, waarbij wordt ingezet op de transformatie naar wonen met ruimte voor werkplekken voor zelfstandigen en creatievelingen (krijgt de functie ‘broedplaats’). Fase 3: Noorderpoort Het Noorderpoort college (fase 3) kan gedurende de realisatie van fase 1 en 2 blijven functioneren in zijn huidige vorm. Mogelijk zal de westzijde van de kavel deels groen ingevuld kunnen worden om zo onderdeel te worden van het park/de doorgaande groene verbindingen.

3.2

Plankaart en sfeerimpressies

In het voorlopig ontwerp staat de balans tussen groen en bebouwing centraal. Ook de relatie tussen (semi-)publiek en privé wordt hiermee goed vastgelegd. De ontwikkelvelden van de verschillende te bebouwen delen wordt daarom vastgelegd in dit omgevingsprogramma. Binnen de bouwvlakken kan het programma worden gerealiseerd binnen de kaders van de massaopbouw en geleding zoals wordt aangegeven in paragraaf 3.3.

Afbeelding 3.3: Gebouwhoogtes en hoogteaccenten (Bron: Gemeente Groningen, OZ)

Binnen de stedenbouwkundige opzet is gezocht naar de optimale parkeerinvulling. Een parkeeroplossing half of verdiept is kostbaar en gezien de context van Vinkhuizen daardoor niet haalbaar. Daarom is gekozen voor collectieve parkeervelden op maaiveld en, met uitzondering van blok E, parkeren onder een dek binnen de bouwvolumes. Deze hebben een maximale bouwhoogte van 3,5 meter (maximaal 1 bouwlaag).

De ruimte voor het groen en het daaraan ondergeschikt gebruik is hiermee op de minimale maat vastgesteld en afhankelijk van de bouwvolumes, bestaande bomen, routes, en invulling van de binnengebieden wordt de publieke groene ruimte uitgebreid met semipublieke en/of collectieve tuinen, dekken of hofjes. Hiermee wordt de basis gevormd voor de te verlenen vergunningen. Hieronder is de inrichting van de vijf nieuwe bouwvlakken te zien en volgt een sfeerimpressie van het eindbeeld. 18

19

20

3.3

gebruiksoppervlakte de vloeroppervlakte binnen de bouwmuren bepaald volgens NEN 2580 met dien verstande dat daarbij aangebouwde bergingen, garages en andere niet voor bewoning geschikte ruimtes niet worden meegeteld.

Toetsingscriteria omgevingsprogramma

3.3.1 Begripsbepalingen Aanvullend aan de begripsbepalingen zoals opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Groningen, zijn de volgende begripsbepalingen van toepassing:

gemeenschappelijke huishouding het samen (willen) bewonen van een woonruimte waarbij sprake is van wederzijdse verantwoordelijkheid en taakverdeling.

bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw tussen vloeren en/of balklagen die op gelijke of bijna gelijke hoogte doorlopen of aansluiten. De begane grond wordt gerekend als een bouwlaag, een onderbouw en zolder niet.

groen Onder het gebruik ‘groen’ verstaan wij het realiseren, in stand houden en gebruiken van groenvoorzieningen in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen en open speelplekken, met de daarbij behorende waterpartijen.

bouwvlak Een bouwvlak is een duidelijk omlijnt stuk grond waar volgens de bouwregels uit het omgevingsprogramma Travertijnstraat een complex met hoofdgebouwen en bouwwerken met een dak gebouwd mag worden.

hoofdgebouw Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op het gebruik het belangrijkste is.

bouwwerk met een dak Een bouwwerk met een dak is een overdekte en voor mensen toegankelijke ruimte waarvan het gebruik functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

huishouden Een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, zoals hieronder opgesomd, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren; Categorieën die in ieder geval gekwalificeerd worden als huishouden zijn: 1. een alleenstaande; 2. een ouder met een of meer kinderen en daarmee gelijk te stellen pleegouder en voogd; 3. ouders met een of meer kinderen en daarom gelijkt te stellen pleegouders en voogden; 4. een samengesteld gezin; 5. twee personen met een liefdesrelatie; 6. twee personen met een eerste-, tweede- en derdegraads bloedverwantschap; 7. twee vrienden;

collectief gebied Onder collectief gebied wordt in ieder geval begrepen een buitenruimte waar alle bewoners van het woongebouw toegang tot hebben om daar te kunnen recreëren. gebiedsondersteunende horeca Een horecabedrijf dat is gericht op het verstrekken van etenswaren en drankwaren die ter plaatse gegeten en gedronken worden. Het betreft een horecabedrijf dat hoofdzakelijk bedoeld is voor bezoekers van de commerciële functies en de broedplaats. De uitbater van een horecabedrijf houdt zich aan de openingstijden zoals bedoeld in artikel 2 van de Winkeltijdenwet. Onder horecabedrijf wordt verstaan een croissanterie, bakkerscafé, lunch- en tearoom en naar de aard en omstandigheden daarmee gelijk te stellen horecabedrijven. 21

8. twee alleenstaande personen die de woning delen (woningdelen).

r. s. t. u. v.

kleinschalige ambachten Onder ‘kleinschalige ambachten’ wordt in ieder geval begrepen Kleinschalige ambachten die zich laten mengen/mixen met wonen: vakwerk, ambacht, kledingreparatie, computer- en telefoonreparatie, fietsenmaker, sieradenmaker en daarmee te vergelijken zaken.

8041: Auto- en motorrijscholen 921, 922: Studio’s voor film, TV, radio en geluid 9301.2: Chemische wasserijen en ververijen 9301.3A: Wasverzendinrichtingen 9303: Begrafenisondernemingen

ondergeschikte bouwdelen ondergeschikte delen aan een gebouw, zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen

midden- en klein bedrijvigheid Onder midden- en klein bedrijvigheid worden bedrijven verstaan die bedrijfsactiviteiten verrichten in kader van onderstaande bedrijven die voorkomen op Staat van bedrijfsactiviteiten onder de Wet ruimtelijke ordening die bij de totstandkoming van bestemmingsplannen werd gehanteerd: a. 0144: Plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven (b.o. ≤ 500 m²) b. 1552: Consumptie-ijsfabrieken (p.o. ≤ 200 m²) c. 1581: Brood- en banketbakkerijen (v.c. < 2500 kg meel/week) d. 30A: Kantoormachines- en computerfabrieken e. 33A: Fabrieken voor medische en optische apparaten f. 3612: Meubelstoffeerderijen (b.o. < 200 m²) g. 362: Fabricage van munten, sieraden e.d. h. 363: Muziekinstrumentenfabrieken i. 3661.1: Sociale werkvoorziening j. 453: Aannemersbedrijven met werkplaats (b.o. < 1000 m²) k. 501, 502, 504: Handel en reparatie van auto’s en motorfietsen l. 641: Post- en koeriersdiensten m. 642A: Telecommunicatiebedrijven n. 714: Verhuur roerende goederen (m.u.v. film/videodragers aan particulieren) o. 72A: IT- en computerservicebedrijven p. 731: Natuurwetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling q. 7481.3: Foto- en filmontwikkelcentrales

ondergeschikt gebruik 1. Bij gebruiksactiviteiten is ondergeschikt gebruik toegestaan. Onder ondergeschikt gebruik verstaan wij gebruik dat naar aard en omvang past bij het gebruik dat op die locatie is toegestaan. Onder ondergeschikt gebruik kunnen onder meer vallen: a. groenvoorzieningen; b. water; c. kades en oevers; d. voetpaden en fietspaden; e. speelvoorzieningen; f. sportvoorzieningen g. en voorzieningen voor dieren en planten. 2. Ondergeschikt gebruik moet een beperkte functionele en/of ruimtelijke omvang hebben. Het hoofdgebruik moet in overwegende mate in stand blijven en herkenbaar zijn. ondergeschikte horeca Het verstrekken van etenswaren en drankwaren is niet de hoofdactiviteit. Het is van belang dat het verstrekken van etenswaren en drankwaren ondersteunend en rechtstreeks verbonden is met de hoofdactiviteit. onzelfstandige woning Een woning die geen zelfstandige woning is. 22

onzelfstandige woonruimte woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder gebruik te maken van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte.

persoonlijke dienstverlening Onder ‘persoonlijke dienstverlening’ wordt in ieder geval begrepen het verlenen van diensten dat niet bestaat uit zakelijke dienstverlening, commerciële dienstverlening en detailhandel, hieronder vallen in ieder geval: a. kappers; b. schoonheidssalons; c. nagel- en voetverzorging d. en ander daarmee te gelijk te stellen persoonlijke dienstverlening.

overig onderwijs Onder overig onderwijs verstaan wij het geven van onderwijs dat niet wordt gegeven in het basisonderwijs, middelbaar onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs. Onder het begrip ‘overig onderwijs’ wordt in ieder geval verstaan: • Muziekscholen (in o.a. het aanbieden van lessen die zien op zang, piano, gitaar, viool, drums). • Dansscholen (in o.a. het aanbieden van lessen die zien op klassiek ballet, moderne dans, hiphop, salsa, ballroom). • Bijlesscholen (in o.a. het aanbieden van extra ondersteuning in vakken zoals wiskunde, taal, natuurkunde). • Kunst- en tekenacademies (in. o.a. het aanbieden van schilderen, beeldhouwen, grafisch ontwerp). • Toneel- en theaterscholen (in o.a. het aanbieden van lessen die zien op acteren, improvisatie, podiumkunst). • Taalinstituten (in o.a. het aanbieden van cursussen in vreemde talen). • Computerscholen (in o.a. het aanbieden van lessen die zien op programmeren, digitale vaardigheden, media-educatie). • Scholen voor welzijn en persoonlijke ontwikkeling (in o.a. het aanbieden van lessen die zien op yoga, mindfulness, meditatie). • Vakscholen en hobbycursussen (in o.a. het aanbieden van lessen die zien ophoutbewerking, koken, fotografie, bloemschikken).

wonen Een activiteit inhoudende de bewoning van een woonruimte. woning een complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. woonruimte een voor mensen bedoelde besloten ruimte of ruimten om in te wonen. Onder woonruimte vallen ook standplaatsen voor woonwagens en ligplaatsen voor woonschepen. In een woonruimte mag maximaal een huishouden wonen. zakelijke dienstverlening Onder ‘zakelijke dienstverlening’ wordt in ieder geval begrepen het verlenen van diensten, al dan niet in een kantoorgebouw, op het gebied van: 1. administratie; 2. boekhouding; 3. financiën; 4. organisatie; 5. juridisch; 6. informatie- en communicatietechnologie; 7. de verhuur en handel in onroerend goed a. architectenbureaus b. onderzoeksbureaus c. marketingbureaus d. uitzendbureaus

Onder het begrip ‘overig onderwijs’ wordt in ieder geval niet begrepen: Sportscholen

23

e. beveiligingsbureaus

Dit kan er in resulteren dat voor het realiseren van nieuwbouw uiteindelijk meer parkeerplaatsen nodig zijn.

zelfstandige woning een woning met een eigen afsluitbare toegang die een huishouden kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte.

Gemotoriseerd weggebruik Binnen het gebied ‘Gemotoriseerd weggebruik’ is het toegestaan om de gronden te gebruiken voor gemotoriseerd weggebruik.

zelfstandige woonruimte woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte.

Opvang hemelwater 1. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning Bopa dient tenminste 70 liter waterberging per m2 verhard oppervlak op de bouwkavel en in de openbare ruimte te worden aangebracht; 2. Indien het water in de watergang wordt geloosd geldt het beleid van het vigerend waterschap.

3.3.2 Gebruiksregels Algemeen 1. In het werkingsgebied 'omgevingsprogramma Travertijnstraat' is het ondergeschikt gebruik zoals opgenomen in artikel 10.8 van het omgevingsplan gemeente Groningen toegestaan. 2. In het werkingsgebied 'omgevingsprogramma Travertijnstraat' is het maximaal aantal bouwvlakken zes. 3. In het werkingsgebied 'omgevingsprogramma Travertijnstraat' is het maximaal aantal woningen 300.

Wonen in een zelfstandige woning 1. Binnen het gebied ‘wonen in een zelfstandige woning’ is het toegestaan om de gronden te gebruiken voor het wonen in een zelfstandige woning. 2. Wonen in een zelfstandige woning is alleen toegestaan in het gebied 'wonen in een zelfstandige woning'. 3. Binnen het gebied ‘wonen in een zelfstandige woning – maximaal aantal woningen’ is het maximaal aantal woningen weergegeven op de kaart. 4. Wonen in vrijstaande gebouwen buiten het hoofdgebouw mag niet. 5. Het gebruiken van aangebouwde gebouwen aan het hoofdgebouw als zelfstandige woning mag niet. 6. In een woning mag maximaal 1 huishouden wonen. 7. Een zelfstandige woning mag niet worden veranderd of gesplitst in twee of meer woningen of woonruimten. Ook bij sloop en vervangende nieuwbouw mag het aantal woningen niet toenemen. 8. De gebruiksoppervlakte van alle zelfstandige woningen moet minimaal voor de helft op of boven bouwwerkpeil liggen. 9. In het gebied 'wonen in een zelfstandige woning' moet de gebruiksoppervlakte van een woning meer zijn dan het aangegeven aantal m2.

Tuin 1. Binnen het gebied ‘Tuin’ is het toegestaan om de gronden te gebruiken als tuin. 2. Is het gebied ‘Tuin’ gelegen aan de voorkant van een gebouw dan mag de tuin niet dieper zijn dan 1,5 meter. Parkeren 1. Binnen het gebied ‘Parkeren’ is het toegestaan om de gronden te gebruiken voor het parkeren van motorvoertuigen. 2. Binnen het gebied ‘Parkeren – minimum aantal parkeerplaatsen’ is het aantal parkeerplaatsen niet minder dan aangegeven op de kaart. 3. Naast het minimum aantal parkeerplaatsen per bouwvlak is op het realiseren van nieuwbouw ook het beleid en de beleidsregel over parkeernormen binnen gemeente Groningen van toepassing. 24

10. Het is toegestaan een bestaande bouwwerk te gebruiken voor huisvesting in verband met mantelzorg. Huisvesting in verband met mantelzorg hoeft niet te voldoen aan de vereisten van een woning in dit omgevingsplan. 11. In het gebied ‘wonen in een zelfstandige woning - minimum percentage sociale huurwoningen' is het minimum aantal sociale huurwoningen niet minder dan het op de kaart aangegeven percentage.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5416/documents/92079