Bijlage 3 Eindverslag Participatie en inspraakreacties -versie 28-4 (aanpassingen vetgedrukt).pdf
Tekst van het document
Er wordt gesteld dat voor publicatie van de aanvraag omgevingsvergunning al een vooroverleg tussen initiatiefnemer, ambtenaren en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is geweest. Wij sturen ook zoveel mogelijk op vooroverleg. In die gevallen kunnen we de initiatiefnemer op het belang van participatie (in geval van verplichte participatie) attenderen en geven wij ook informatie over participatie die op onze website is te vinden. Tot slot wordt aangegeven dat het belangrijk is dat aspirant bouwers in een eerste contact met de gemeente worden gewezen op hun verantwoordelijkheid voor participatie én op het risico dat zij in het vervolgtraject lopen wanneer zij die niet in acht nemen. Dat doen wij ook middels informatie op onze website over aanvraag omgevingsvergunning waar de 10 vuistregels zijn beschreven waaronder regel 9. Participatie.
8.5
Moeten we uit het ontbreken van een passage in de toelichting over de mogelijkheden die artikel 4:8 Awb biedt om een opgelopen participatietekort met horen van belanghebbenden te compenseren, opmaken dat de gemeente niet de intentie heeft daarvan in voorkomende gevallen gebruik te gaan maken? We hopen toch van wel!
8.6
We missen de aandacht voor participatie bij beleidsregels, in het bijzonder die welke de ruimtelijke kwaliteit betreffen (artikel 4.19 Omgevingswet). Komen er wijkgerichte criteria? Ook beeldkwaliteitsplannen voor reeds bebouwd gebied? Wanneer als gevolg van nalatigheid van de initiatiefnemer/bouwer in het voortraject van de aanvraag geen participatie is geweest over de ruimtelijke kwaliteit van de voorgenomen bouw, zou de gemeente met toepassing van artikel 4:8 Awb bezorgde omwonenden en andere belanghebbenden alsnog de kans kunnen geven (ook) daarover te worden gehoord voordat een besluit op de aanvraag wordt genomen. Is de gemeente daartoe in beginsel bereid? Als daarvoor wettelijke belemmeringen zijn, welke zijn dat dan? Waarom zit anders dan in de Friese welstandorganisatie Hûs en Hiem, geen burgerlid in de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit? Dan is daarbinnen wellicht empathie gewaarborgd voor
8.7
Het bevoegd gezag is op grond van artikel 4:8 van de Awb verplicht om belanghebbenden die naar verwachting bedenkingen hebben, de gelegenheid te geven een zienswijze in te brengen. Deze verplichting geldt alleen als de beschikking zou steunen op gegevens die de belanghebbende betreffen en die de belanghebbende niet zelf heeft verstrekt. Artikel 4:8 Awb is enkel in speciale gevallen van toepassing. Het bestuursorgaan heeft daarin geen keuzemogelijkheid. Het zal dus ook niet per definitie plaatsvinden naar aanleiding van de binnengekomen bezorgde reacties naar aanleiding van een publicatie. De beleidsregels gericht op ruimtelijke kwaliteit staan gebiedsgericht en wijkgericht genoemd in de Welstandsnota. Bij de totstandkoming van de Welstandsnota zijn die regels samen met de wijken opgesteld. Daar heeft participatie uitgebreid plaatsgevonden. Ook zitten daarin een aantal “witte vlekken” waarvan de raad aangegeven heeft dat hiervoor nieuwe beeldkwaliteitsplannen opgesteld moeten worden. Als we die hebben dan zijn ze toegevoegd aan de toetsingscriteria en terug te vinden op de gemeentelijke website.
Geen aanleiding om aan te passen.
Geen aanleiding om aan te passen.
Op de mogelijke toepassing van artikel 4:8 hebben we in onze eerdere reactie antwoord gegeven (zie 8.5).
De vraag of een burger lid toegevoegd moet worden aan de CRK is behandeld in de gemeenteraad en beantwoord bij de vaststelling van de verordening en het reglement van orde voor de CRK. De werkwijze en samenstelling van de CRK is geen onderdeel van de participatieverordening en het beleidskader participatie.
Geen aanleiding om aan te passen.
9.
belangen van omwonenden. Of moet die al bij de bestaande leden voldoende aanwezig geacht? De indiener van een zienswijze kan zich door het door uw gemeentelijke organisatie samenvatten van een zienswijze niet volledig gehoord voelen. Ik stel aan uw gemeentelijk organisatie voor, gezien de kanttekeningen in mijn inspraakreactie, dat uw gemeentelijk organisatie de volledige inhoud van een ingediende zienswijze voortaan in een zienswijzeverslag opneemt. Het betreft de volgende kanttekeningen: 1. Er ontstaat door het door uw gemeentelijke organisatie samenvatten van een zienswijze een mogelijkheid dat: a. er een ambtelijke draai, een politieke draai of een bestuurlijke draai aan de inhoud van een zienswijze kan worden gegeven; b. de inhoud van een zienswijze vertekend kan worden weergegeven; c. er voor de indiener belangrijke informatie uit de inhoud van een zienswijze kan verdwijnen; d. uw gemeenteraad en uw college van burgemeester en wethouders niet volledig worden geïnformeerd; e. deze samenvatting bij een indiener anders overkomt dan dat de indiener de zienswijze heeft bedoeld voor uw gemeenteraad en voor uw college van burgemeester en wethouders;
Zie ook 3.7 en 3.13. We spreken niet over zienswijzeverslag maar over een eindverslag. We gaan niet voorschrijven welke vorm en inhoud het eindverslag moet hebben. Het eindverslag is vormvrij zowel voor de gemeente (alle beleidsterreinen) als voor de externe initiatiefnemer. De informatie die in een eindverslag opgenomen wordt is namelijk ook afhankelijk van grootte en impact van het onderwerp van de participatie. Aan het eindverslag van een inspraakprocedure worden wel eisen gesteld. Zie artikel 7, lid 3. Een zienswijze samenvatten blijft een mogelijkheid voor een eindverslag. Een zienswijze indienen kan per post, via de website, mondeling na telefonische afspraak of bij alle locaties met een publieksloket: Kreupelstraat, Harm Buiterplein, locatie Haren en Ten Boer.
Geen aanleiding om aan te passen.
2. De indiener van een zienswijze kan zich door het door uw gemeentelijke organisatie samenvatten van een zienswijze niet volledig gehoord voelen/weten door uw gemeenteraad en door uw college van burgemeester en wethouders. Daarnaast kan uw gemeentelijke organisatie een samenvatting van de zienswijze en een reactie op de zienswijze weergeven. Ik stel voor dat een inwoner van de gemeente Groningen ook bij een gemeenteloket een zienswijze kan indienen of in een gemeentelijke brievenbus. Dit scheelt een dure postzegel.
10.
Ook stel ik voor aan uw gemeentelijke organisatie om ook op andere beleidsterreinen dan het ruimtelijk domein niet meer een ingediende zienswijze samen te vatten maar de volledige inhoud van een ingediende zienswijze voortaan in een zienswijzeverslag op te nemen. Stadsdeel overleg Noordwest Door verschillende bewonersorganisaties werd gevraagd wat de voorliggende conceptnota zou gaan betekenen voor het bewonersconvenant? En of de afspraken in dat convenant met deze nieuwe nota nu niet meer zouden gelden? Volgens het stadsdeeloverleg noordwest is het handig om daar nog een zin aan toe te voegen om de positie van het convenant te bevestigen en te verduidelijken.
Zie 3.6.
Geen aanleiding om aan te passen.
11.1
11.2
'Dat convenant heeft zijn waarde in de participatiepraktijk al ruimschoots bewezen en wordt door de bewonersorganisaties daarom erg gewaardeerd. Het convenant en de afspraken in het convenant blijven ook na het vaststellen van deze nota gewoon gelden. Het VWH-bestuur vindt dit een goed vertrekpunt, maar heeft al lezende toch enkele vragen en opmerkingen over de stukken die nu ter inspraak liggen: In de voetnoot op pagina 4 staat met inwoners bedoelen we ook groepen inwoners, organisaties, ondernemers, maatschappelijke instellingen en andere belanghebbenden. Geef bewonersorganisaties de kans om te participeren! In de versie van de conceptnota die die avond gepresenteerd werd is wel een verwijzing naar het convenant te vinden in paragraaf 1.2 getiteld ‘raakvlakken met andere nota's’. De notaschrijvers doen het belang van het bewonersconvenant tekort. Volgens het VWHbestuur is het daarom handig om aan de voorliggende nota nog een zin toe te voegen: Dat convenant heeft zijn waarde in de participatiepraktijk al ruimschoots bewezen en wordt door de meeste bewonersorganisaties daarom erg gewaardeerd. Het convenant en de afspraken in het convenant blijven ook na het vaststellen van deze nota's en het intrekken van de bestaande ‘Algemene inspraakverordening gemeente Groningen 2005’ gewoon gelden.
Bewonersorganisaties zijn groepen inwoners en vallen onder deze definitie.
Geen aanleiding om aan te passen.
Zie 3.6.
Geen aanleiding om aan te passen.
11.3
12.1
Het VWH-bestuur heeft verder een vraag over de uitwerking van uitgangspunt 1 (p. 40). Dat uitgangspunt luidt: ‘We kiezen bij de start van ieder proces bewust voor wel of geen participatie’ We hopen in dergelijke gevallen wel dat de ‘we’ die de participatie willen overslaan daarvoor dan eerst de collega's uit het gebiedsteam en de voorzitter van de bewonersorganisatie informeert. Bewonersorganisatie HortusEbbinge: Het is ons opgevallen dat bewonersorganisaties en bewonersinitiatieven gescheiden worden behandeld in concept bewoners Nota Bewonersorganisaties en Bewonersinitiatieven, terwijl dat toch beter in samenhang kan gebeuren
Dit uitgangspunt wijzigt: we doen participatie, tenzij. In het beleid nemen we geen standaard procesafspraken op. We willen maatwerk toepassen, dat is afhankelijk van de impact en grootte van het participatietraject.
Uitgangspunt1 is gewijzigd in participatie, tenzij.
Bewonersorganisaties en bewonersinitiatieven hebben veel met Geen aanleiding om elkaar gemeen. Namelijk dat bewoners zich organiseren om aan te passen. activiteiten te ontwikkelen voor hun wijk, dorp of gemeente. Bewonersorganisaties doen dit, in tegenstelling tot bewonersinitiatieven, langdurig en houden zich daarnaast ook bezig met het informeren van hun wijk- of dorpsbewoners, vertegenwoordigen van wijk- en dorpsbelangen en het ondersteunen en eventueel beoordelen van bewonersinitiatieven. Een bewonersinitiatief richt zich op één specifieke activiteit. Vaak is dat eenmalig of voor kortere tijd, maar zo’n initiatief kan ook uitgroeien tot iets blijvends. Een bewonersinitiatief vindt meestal plaats binnen een wijk of dorp, maar kan ook breder zijn. De bewonersorganisaties zijn vaak betrokken bij bewonersinitiatieven. Dit is afhankelijk van wat voor soort initiatief. We zien dat bewoners met een initiatief vaak met de bewonersorganisatie in hun buurt optrekken. Dat gaat dus vaak vanzelf en die keuze willen we dan graag aan de bewoners onderling overlaten. En ja natuurlijk kennen de bewonersorganisaties hun wijk of dorp als geen ander en weten wat er onder de bewoners leeft. En ze zorgen voor meer verbinding tussen inwoners en de gemeente zorgen. Dit maakt dat de rollen van belangenbehartiger en
spreekbuis van de wijk of het dorp de bewonersorganisaties goed liggen.
12.2
Als we goed ingelicht zijn worden de Nota Bewonersorganisaties, het beleidskader participatie, en de participatieverordening begin 2025 gecombineerd behandeld in de gemeenteraad. Nu de verhouding tussen bewonersorganisaties en bewonersinitiatieven in de Nota Bewonersorganisaties en Bewonersinitiatieven onbesproken blijft, vragen we om de hierboven genoemde redenen daaraan wel aandacht te besteden in het overkoepelende beleidskader. In ieder geval in hoofdstuk 3 (onze werkwijze bij participatie) onder uitgangspunt 5 (gebiedsteams) en uitgangspunt 6 (we ondersteunen initiatieven van inwoners)
Zie ook 12.2. We leggen deze link duidelijker uit in de nota bewonersorganisaties en bewonersinitiatieven. In de nota bewonersorganisaties en –initiatieven wordt in de inleiding een beschrijving opgenomen van de verhouding tussen beide. Daarin wordt de bredere rol van bewonersorganisaties (nu) ook genoemd.
Geen aanleiding om aan te passen.