Bijlage 3 Eindverslag Participatie en inspraakreacties -versie 28-4 (aanpassingen vetgedrukt).pdf
Tekst van het document
Eindverslag Participatieproces
Beleidskader Participatie 2025 ‘Samen maken we Groningen’ en participatieverordening gemeente Groningen 2025
Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Projectaanpak .......................................................................................................................................... 3 Betrokken belanghebbenden .................................................................................................................. 4 Overzicht participatieproces op hoofdlijnen ........................................................................................... 5 Participatiestappen.................................................................................................................................. 5 Overzicht zienswijzen en onze reactie ..................................................................................................... 6 Evaluatie en geleerde lessen ................................................................................................................... 6 Evaluatie .............................................................................................................................................. 6 Geleerde lessen ................................................................................................................................... 7
2
Inleiding De gemeente Groningen vindt het belangrijk dat inwoners invloed hebben op de onderwerpen die hen aangaan. Inwoners verwachten duidelijkheid hoe zij met de gemeente mee kunnen denken en doen in een project of beleidsvraagstuk. Verder is met de komst van de Omgevingswet en de wet ‘Versterking participatie op decentraal niveau’ juridisch een en ander veranderd voor overheden. In het beleidskader staan onze visie, de rollen, werkwijze en de verplichte vormen van participatie. De inspraakverordening is gemoderniseerd en verbreed tot de participatieverordening. Achterliggend doel is dat de regels het voor zowel inwoners, bedrijven, instellingen als de gemeente beter inzichtelijk maken hoe, wanneer en waarom participatie mogelijk is. Dit eindverslag omvat een samenvatting van alle participatiemomenten en de opgehaalde reacties van belanghebbenden. Het verslag dient als naslagwerk voor betrokkenen, de projectgroep en de politiek. In het opstellen van dit beleidskader en de verordening hebben we de kennis en ervaring die al is ontwikkeld als uitgangspunt genomen. Daar is ook uitgebreid in meegewerkt, meegedaan en meegepraat door inwoners. We beschrijven dus geen nieuw beleid, maar we bundelen wat al is geschreven en wat we hebben geleerd op één centrale plek.
Projectaanpak We zijn als volgt te werk gegaan: - Voorwerk: Uitzoeken welke wetten en beleidsdocumenten invloed hebben op het te maken beleidskader en de participatieverordening; - Ophalen: Uitzoeken welke inwoners, bewonersorganisaties en adviesorganen we betrekken bij het maken van het beleid; - Klankbordgroep: Oprichten van een klankbordgroep met collega's van diverse directies binnen de gemeente Groningen. Deze collega's hebben in hun werk veel te maken met participatie. Met deze klankbordgroep hebben we elkaars kennis en ervaring kunnen benutten en gesproken over het gewenste beleid; - Laten zien: Het versturen van het concept beleidskader en de verordening naar interne en externe belanghebbenden om verbeterpunten op te halen; - Bestuurlijke besluitvorming: Het laten vaststellen van het definitieve concept door het college van burgemeester en wethouders en dit naar de raad sturen voor wensen en bedenkingen. Het concept zes weken ter inzage leggen om eenieder in de gelegenheid te stellen voor een inspraakreactie. De input verwerken in de definitieve conceptversie van het beleidskader en de verordening.
3
Betrokken belanghebbenden De volgende belanghebbenden zijn tijdens het participatieproces betrokken: Belanghebbenden gemeente Groningen Alle directeuren gemeente Groningen Samengestelde groep met collega’s uit de gehele organisatie die kennis en ervaring hebben met participatie. Adviesorganen gemeente Groningen Boumakring, cliëntenraad, Platform Cultureel erfgoed Groningen, werkgroep toegankelijk Groningen, Adviesraad Sociaal Domein Groningen, Koepel Economische Agenda Alle bewonersorganisaties gemeente Groningen Inwoners gemeente Groningen GMO gemeente Groningen Klankbordgroep participatie
Functies Concernadviseur strategie Ontwikkelmanager Ontwikkelmanager Communicatieadviseur Gebiedsmanager Beleidsmedewerker Adviseur Stadsdeelbeheerder Adviseur Projectmanager
4
Interne klankbordgroep participatie BV Directie Concernstaf Directie Maatschappelijke Ontwikkeling Directie Maatschappelijke Ontwikkeling Management Communicatie en Organisatie Programmabureau Wijkontwikkeling en Wijkvernieuwing Programmabureau Wijkontwikkeling en Wijkvernieuwing Stadsbeheer Stadsbeheer Stadsontwikkeling Stadsontwikkeling
Overzicht participatieproces op hoofdlijnen Om participatiebeleid op te stellen dat echt van ons samen is, is er een interne klankbordgroep opgericht. Hierin zaten vertegenwoordigers uit de directies die het meeste met participatie te maken hebben. Deze klankbordgroep is in 2024 zes keer bij elkaar geweest om onder meer samen dilemma’s, vragen, waarden en definities rondom participatie te bespreken. De opbrengst van de sessies is verwerkt in het voorlopig concept beleidskader en de concept participatieverordening. De bewonersorganisaties en adviesorganen zijn gevraagd om advies te geven: zowel schriftelijk als via een inloopbijeenkomst op 25 juni 2024. Op deze inloopavond zijn ongeveer 20 mensen langsgekomen die een bewonersvereniging of adviesorgaan vertegenwoordigden. De rode lijn van de binnengekomen reacties zijn: • Vragen over het bewonersconvenant; • Vragen over de vindbaarheid van informatie van ruimtelijke plannen; • Behoefte aan meer ondersteuning voor het wijkoverleg; • Worden de wijkorganisaties wel voldoende betrokken bij plannen van de gemeente? Tijdens de inloopbijeenkomst zijn we met de bezoekers in gesprek gegaan over onze waarden voor participatie. De reacties op de waarden van de gemeente waren positief. Wel zien bewoners graag resultaten van de gemeente in plaats van mooie woorden.
De adviezen zijn zoveel mogelijk meegenomen in het concept beleidskader participatie en in de concept participatieverordening. Het college heeft deze documenten in oktober 2024 vastgesteld en vrijgegeven voor inspraak. De documenten zijn verstuurd naar de bewonersorganisaties en adviesraden en bekendgemaakt via de gebruikelijke kanalen. Van 24 oktober tot en met 4 december 2024 konden inwoners, bedrijven en organisaties reageren op de stukken in het kader van de inspraak. Er zijn 12 inspraakreacties binnengekomen. Met de binnengekregen reacties en ons eigen voortschrijdend inzicht hebben we het concept beleidskader participatie en de concept participatieverordening verbeterd. Hieronder volgt in chronologisch volgorde een overzicht van de verschillende participatiestappen die tijdens het project aan bod zijn gekomen.
Participatiestappen Datum 31 januari 2024
Actie/ proces Presentatie klankbordgroep Omgevingswet raad Gesprek Ombudsman 6 sessies met de klankbordgroep bestaande uit collega’s vanuit verschillende directies die kennis en ervaring delen van participatie.
Doel/ resultaat Stand van zaken beleidskader presenteren Informeren -Definitie participatie -Externe stakeholdersanalyse -Feedback ontvangen op concept beleidskader en verordening -Overheidsparticipatie en inwonersparticipatie
22 mei 2024
Presentatie raad
13 juni 2024
Concept beleidskader participatie en verordening gedeeld met alle
Stand van zaken beleidskader participatie en Rapport Haagse Beek -Ophalen reacties op het concept beleidskader en verordening
15 februari 2024 Feb-april 2024
5
18 juni 2024
bewonersorganisaties en de 5 adviesorganen van de gemeente Groningen Presentatie aan alle directeuren over participatie
25 juni 2024
Inloopavond voor alle bewonersorganisaties en adviesorganen gemeente Groningen
5 september 2024
Collegetour participatie
18 september 2024
Presentatie klankbordgroep Omgevingswet
23 oktober 2024
Concept beleidskader ‘Groningen maken we samen’ en participatieverordening gemeente Groningen vastgesteld door college
20 november 2024
Presentatie cliëntenraad
27 november 2024
Meningsvormende sessie raad
Okt-dec 2024
Inspraakperiode Participatiebeleid en verordening van 23-10 t/m 4-12
-Commitment en een éénduidige werkwijze creëren binnen de gemeente Groningen Opgehaald: -vragen over bewonersconvenant -worden wijkorganisaties voldoende betrokken bij plannen gemeente Collega’s informeren over het nieuwe concept participatiebeleid Participatiebeleid en verordening in samenhang met de omgevingswetinstrumenten Concept beleidskader en participatieverordening vaststellen en ter inzage leggen voor inspraak Toelichting geven over beleidskader en participatieverordening Wensen en bedenkingen van de raad ophalen. Verzamelen van alle inspraakreacties op het beleidskader Participatie en de participatieverordening
Overzicht zienswijzen en onze reactie Weergave van de inspraakreacties of zienswijzen in de bijlage: Inspraakreacties Participatie.
Evaluatie en geleerde lessen Evaluatie •
• •
•
6
De gemeentelijke organisatie is groot en divers. Participatie vindt in de hele gemeenten op allerlei niveaus plaats. Daarom hebben we Interne participatie georganiseerd met onder meer de klankbordgroep en later de collegetour. De gesprekken met de klankbordgroep waren stevig en waardevol; Participatie, zowel intern als extern, kost tijd en menskracht. De ingeruimde tijd hadden we zeker nodig; In de participatiedocumenten verwoorden we de bestaande praktijk. Daarom hebben we ervoor gekozen om in- en extern stakeholders te informeren en advies in te winnen. Het lijkt ons wenselijk om ook in het vervolgtraject van implementatie dit weer samen te doen; De periodes tussen participatiemomenten en terugkoppeling kunnen, zeker door externen, als lang worden ervaren. Daardoor kunnen twijfels ontstaan of wij als gemeente wel 'iets' met de input hebben gedaan;
• • •
De gesprekken en reacties scherpten ons, waardoor de documenten wat ons betreft beter zijn geworden; De inloopbijeenkomst bleek deels tijdens een wedstrijd van het Nederlands elftal op het EK. Daardoor was het druk in het uur ervoor en erg rustig tijdens de wedstrijd; De webpagina gemeente.groningen.nl/participatie wordt wat lang en technisch.
Geleerde lessen • •
7
Betrek ook je interne stakeholders vanaf het begin; Inloopavond: houd bij het plannen niet alleen rekening met vakanties en feestdagen, maar ook met bijzondere dagen en evenementen.
Overzicht Inspraakreacties beleidskader Participatie 2025 ‘Samen maken we Groningen’ en participatieverordening gemeente Groningen 2025 Nr. 1.1
1.2 1.3
Inhoud inspraakreactie Blz. 15. Participatie is niet dat iedereen mee moet doen; wel belangrijk om actief en gericht inwoners te benaderen die betrokken (willen) zijn. blz. 22 Daarom vragen we verschillende groepen hun ervaringen te delen. Hoe gaat het proces en wanneer worden bewoners en belangenorganisaties (zoals WTG) actief betrokken worden bij gemeentelijke en niet gemeentelijke initiatieven?
Standpunt burgemeester en wethouders Dit is geen vraag maar de opmaat voor vraag 1.3.
Voorstel Geen aanleiding om aan te passen.
Dit is geen vraag maar de opmaat voor vraag 1.3.
Geen aanleiding om aan te passen. Voorstel is om Zorgplicht in de verordening opnemen. Dit wordt artikel 3a.
In het beleidskader en de verordening zijn de kaders (uitgangspunten) opgenomen waarbinnen de uitvoering plaats moet vinden. Als het gaat om het betrekken van inwoners (en belangenorganisaties) vinden we het belangrijk dat we ons actief inzetten om deze te bereiken, ook die zich niet zo snel laten horen. We schrijven in het beleid niet voor op welke wijze we dit doen, dat is afhankelijk van het vraagstuk. We hebben in de verordening artikel 3a opgenomen over de zorgplicht om participatie zo veel mogelijk te faciliteren.
2.1
Handreiking participatie voor initiatiefnemers is veel te algemeen. Er wordt gesproken over belangenorganisaties maar nergens wordt er één met naam genoemd.
Indien de Werkgroep Toegankelijk Groningen verbeterpunten heeft in de uitvoering, kunnen we hierover ambtelijk verder in gesprek. Wij zetten ons ervoor in om de initiatiefnemers aan te moedigen en te motiveren om aan participatie te doen. Hiertoe hebben wij de ‘Handreiking Participatie’ opgesteld. Wij hebben overwogen om een lijst met belangenorganisaties op te stellen en zijn tot de conclusie gekomen dat wij dat niet kunnen doen. Als gemeente kunnen wij niet aangeven welke instanties wel of welke niet geraadpleegd moeten worden door derden. Het opstellen en publiceren van dergelijke lijst kan ervoor zorgen dat partijen erin
Geen aanleiding om aan te passen.
2.2
3.1
3.2
In de handreiking voor participatieplan staat bij stap 8 alleen “denk aan Inclusiviteit”. Daar moet tenminste iets staan dat de gemeente Groningen toegankelijkheid en Inclusiviteit erg belangrijk vindt.
Participatieverordening en beleidskader participatie Welke van deze twee documenten is juridisch leidend? Voorbeeld: in artikel 8.1 lid 1 staat dat het bestuursorgaan overheidsparticipatie toepast. In beleidskader (pag. 12) staat in de visie op participatie, als het gaat hoeveel invloed passend is “vaak is dat een samenspel” dit samenspel is niet opgenomen in art. 8 lid 1 van de verordening. Zorg ervoor dat de inhoud van het beleidskader correspondeert met die van de verordening. Er is weliswaar een verordening, maar dat op veel punten een concrete en toetsbare uitwerking ontbreekt. Voorstel: uitwerking van de nieuw op te stellen nadere regels participatie Groningen 2025.
opgenomen willen worden als belangenvertegenwoordigers en daarmee is de lijst niet meer te hanteren. Inclusiviteit is in het beleidskader uitgewerkt in de manier waarop we participeren (Onze waarden). Zie punt 4: we willen iedereen de mogelijkheid geven mee te doen. Bovendien staat hierbij dat “we zorgen voor passende taal en een passende vorm, zodat iedereen in staat is om mee te doen.” Met de ‘Handreiking Participatie’ bieden wij de initiatiefnemers handvatten om aan participatie te doen. Wij schrijven niets voor. Het is aan de initiatiefnemer op welke manier er gebruik van wordt gemaakt. Dit aandachtspunt (“denk aan inclusiviteit) is juist in de handreiking voor participatieplan opgenomen omdat wij inclusiviteit erg belangrijk vinden. Het juridische document Participatieverordening geeft regels voor de wijze waarop geparticipeerd wordt. In het beleidskader beschrijft de gemeente haar beleid in algemene bewoordingen. Het is meer uitleggend van aard dan de participatieverordening. Ze vullen elkaar aan en zijn niet tegenstrijdig.
We gaan een artikel over nadere regels opnemen.
Geen aanleiding om aan te passen.
Geen aanleiding om aan te passen.
Artikel over nadere regels opnemen.
3.3
“We bieden ruimte aan tegenspraak en mensen met een andere mening” De vraag is of er niet te veel vrijheid wordt gelaten aan de initiatiefnemer om te bepalen wie deze ‘tegensprekers’ zijn. Voorstel: stel als gemeente een toetsingskader op waaraan tegenspraak moet voldoen en neem dit op in nadere regels
3.4
"participatie betekent dat inwoners passende invloed hebben op gezamenlijke vraagstukken die hen aangaan”. Op pag. 39 staat “we kiezen een passende participatieaanpak” Bij passende invloed gaan wij ervan uit dat bewoners ook mee kunnen praten over het niveau van participatie. Wij vinden dat inwoners ook hierover een advies mogen uitbrengen. Voorstel: Geef inwoners ook een stem ten aanzien van het gewenste niveau van participatie Pag. 12 in beleidskader bij onderwerp “gezamenlijke vraagstukken” Welke criteria hanteert de gemeente hierbij? Voorstel: Geef criteria aan die bepalen wanneer er sprake is van een gezamenlijk vraagstuk en neem deze op in de nadere regels. Om recht te doen aan het karakter van Ten Boer en Haren lijkt het ons belangrijk om het oude bewonersconvenant te actualiseren en de voormalig gemeenten Haren en Ten Boer met hun dorpen een plek te geven. Pag. 42. Onder uitgangspunt 2: “eindverslag is een weergave van de belangrijkste uitkomsten van het participatieproces”. Voorkom dat de initiatiefnemer de uitkomsten mooier doet laten
3.5
3.6
3.7
In ons beleidskader participatie beschrijven wij wat wij als gemeente belangrijk vinden. Het gaat om onze waarden en niet die van de initiatiefnemers. Wij zijn niet voornemens een toetsingskader op te stellen voor het beoordelen van tegenspraak voor initiatieven - Participatie is verantwoordelijkheid van initiatiefnemer De keuze voor aanpak en wie er betrokken worden hangt af van het type en omvang van het initiatief. In sommige gevallen zal het bepalen van de mate van invloed zeker in overleg gebeuren, maar altijd met iedereen is niet mogelijk. Het is denkbaar dat we bijvoorbeeld met de bewonersorganisatie bespreken hoe we de rest van de wijk laten participeren.
Geen aanleiding om aan te passen.
We hebben ‘gezamenlijk vraagstuk’ geformuleerd als tegenhanger van een individueel vraagstuk. Het moet altijd gaan om een vraagstuk dat breder is dan een individueel vraagstuk en dat ook een afweging vraagt in het algemeen belang.
Geen aanleiding om aan te passen.
Het bewonersconvenant uit 2008 is en blijft van kracht. Mochten we in de toekomst besluiten deze te evalueren en eventueel te wijzigen of te actualiseren. Dan doen we dat uiteraard in overleg met alle bewonersorganisaties binnen onze gemeente.
Geen aanleiding om aan te passen.
Zie 9 en 3.13.
Geen aanleiding om aan te passen.
We gaan niet voorschrijven welke vorm en inhoud het eindverslag moet hebben. Het eindverslag is vormvrij zowel voor de gemeente
3.8
lijken in werkelijkheid. Belang dat eindverslag altijd vergezeld is met een ongecensureerde reactie van de participanten Voorstel: “Laat een weergave van de belangrijkste uitkomsten van het participatieproces altijd vergezeld gaan van een ongecensureerde reactie van de participanten”
als voor de externe initiatiefnemer. De informatie die in een eindverslag opgenomen wordt is namelijk ook afhankelijk van grootte en impact van het onderwerp van de participatie. In Hoofdstuk 7 van de participatieverordening (Omgevingswet) is aangegeven dat voor de genoemde instrumenten uit het omgevingsrecht de gemeente de Omgevingswet volgt. Daarin is bepaald wat in het eindverslag participatie over deze instrumenten dient te worden opgenomen. Dan gaat het met name om de omgevingsvisie, het programma en het omgevingsplan. We geven in de toelichting bij artikel 6 aan dat voor de eindverslagen bij vaststelling van een omgevingsvisie, een programma of een omgevingsplan wettelijk is bepaald wat er minimaal in moet worden aangegeven en verwijzen naar artikel 11 en de toelichting daarop.
Voorstellen: 1) Neem ook bij de niet-wettelijke verplichting rondom participatie op dat de gemeente beoordeelt 2) Installeer een onafhankelijke Participatiekamer voor eigen gemeentelijke initiatieven met een grote maatschappelijke impact. 3) neem in de nadere regels criteria op voor het begrip ‘grote maatschappelijke impact’
1. De Omgevingswet maakt het mogelijk om in specifieke gevallen Artikel 14 is van de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie opgenomen. verplicht te stellen. De gemeenteraad van de gemeente Groningen heeft categorieën activiteiten vastgesteld waar verplichte participatie geldt. Alleen voor aanvragen omgevingsvergunningen waarvoor participatie verplicht is gesteld, wordt participatie beoordeeld of het voldoende is. In alle andere gevallen is participatie niet verplicht. In het geval van activiteiten die passen in het omgevingsplan, kan het college participatie zelfs nooit verplicht stellen. Het is aan de initiatiefnemer of en zo ja, hoe participatie wordt georganiseerd. Dat betekent dat college ook geen eisen mogen stellen aan de niet-verplichte participatie en kan er ook geen sprake zijn van beoordeling. In geval dat de gemeente Groningen de initiatiefnemer is en een aanvraag doet voor een omgevingsvergunning gelden er dezelfde wettelijke regels. Daarnaast geldt voor het handelen van gemeente ook het Beleidskader participatie en Participatieverordening.
2. We zijn op dit moment niet voornemens een onafhankelijke participatiekamer te installeren. We hebben nu te weinig uitvoeringskracht (tijd, geld, capaciteit) om een onafhankelijke participatiekamer in te richten. Los van de vraag of hier behoefte aan is.
3.9
3.10
3.11
In art. 2 wordt onder het begrip inwoners gedefinieerd als groepen inwoners, organisaties, ondernemers en maatschappelijke instellingen die een relatie met Groningen hebben” Wij denken dat het een te ruime definitie is. Voorstel: Geef in de definitie van inwoners aan dat het handelt om belanghebbenden volgens art. 1.2 lid 1 van AWB In art. 2 wordt op pagina 12 genoemd dat het gaat om gezamenlijke vraagstukken. Onduidelijk is wie bepaalt of er sprake is van een gezamenlijk vraagstuk en aan de hand van welke criteria dit wordt bepaald. Voorstel: definieer wanneer er sprake is van een gezamenlijk belang en geef hier het afwegingskader aan. Neem dit op in de Nadere regels. Art 3 lid 3. Hier wordt onder meer in relatie tot participatie opgemerkt dat deze wordt verleend aan inwoners ‘die lokaal actief zijn of een lokaal belang hebben’. Dat lijkt ons wat ver gaan. Voorstel: alleen inwoners wier belangen rechtstreeks bij een besluit zijn betrokken (art 1:2
3. In de verordening hebben we een artikel 14 toegevoegd dat het college nadere regels kan vaststellen. In nadere regels kan het college bepaalde artikelen uit de verordening nader uitwerken. De definitie is bewust ruim gehouden. Om een zo goed mogelijk beleid te krijgen willen we ook anderen dan belanghebbenden de mogelijkheid kunnen bieden te participeren. Denk daarbij aan deskundigen, wetenschappers etc.
Geen aanleiding om aan te passen
Zie ook eerder antwoord hierover bij 3.5 We gaan geen afwegingskader opnemen in het beleidsstuk noch in nadere regels.
Geen aanleiding om aan te passen.
Zie 3.9
Geen aanleiding om aan te passen.
3.12
3.13
lid 1 AWB) komen voor participatie in aanmerking. In artikel 4 lid 1 staat: “in de participatieaanpak kan het bestuursorgaan onder meer over de volgende punten een besluit nemen”. Wij zijn van mening dat het bestuursorgaan altijd een besluit dient te nemen. Voorstel: In de zin ’kan ... een besluit nemen veranderen in ‘neemt een besluit’ en opnemen dat dit gezamenlijkheid met de participanten plaatsvindt. Art. 6 eindverslag participatie Voorstellen: 1) Neem in art. 6 op dat het bestuursorgaan een eindverslag opstelt waarbij alle punten/onderwerpen worden meegenomen 2) Onder art. 6 punt b “weergave van de belangrijkste uitkomsten van het participatieproces” 3) Maak het eindverslag openbaar en publiceer het op de gebruikelijke wijze
Er wordt een participatieaanpak gemaakt, indien inwonersparticipatie wordt toegepast. Alleen over de inhoud van die aanpak geldt de kan-bepaling.
Geen aanleiding om aan te passen.
Er dient altijd na een doorlopen participatieproces een eindverslag opgemaakt te worden. We willen niet voorschrijven welke onderdelen in het eindverslag opgenomen moeten worden omdat de grootte en impact van het onderwerp waarop de participatie is toegepast kan verschillen. Het eindverslag is vormvrij zowel voor de gemeente als voor de externe initiatiefnemer. Afhankelijk van de omvang van het proces zal dat meer of minder zijn. De belangrijkste uitkomsten van het participatieproces kunnen deel uitmaken van het eindverslag. Aan het eindverslag van een inspraakprocedure worden wel eisen gesteld. Zie artikel 7, lid 3. In Hoofdstuk 7 van de participatieverordening (Omgevingswet) is aangegeven dat voor de genoemde instrumenten uit het omgevingsrecht de gemeente de Omgevingswet volgt. Daarin is bepaald wat in het eindverslag participatie over deze instrumenten dient te worden opgenomen. Dan gaat het met name om de omgevingsvisie, het programma en het omgevingsplan. We geven in de toelichting bij artikel 6 aan dat voor de eindverslagen bij vaststelling van een omgevingsvisie, een programma of een omgevingsplan wettelijk is bepaald wat er minimaal in moet worden aangegeven en verwijzen naar artikel 11 en de toelichting daarop.
We nemen in de toelichting bij artikel 6 op dat voor de eindverslagen bij vaststelling van een omgevingsvisie, een programma of een omgevingsplan wettelijk is bepaald wat er minimaal in moet worden aangegeven en verwijzen naar artikel 11 en de toelichting daarop.
3.14
3.15
3.16
Art. 7 lid 2 onder b) stelt dat inspraak niet mogelijk is als er nauwelijks beleidsvrijheid is Art. 7 lid 2 onder e) stelt dat geen inspraak wordt verleend aan kwetsbare groepen, in verband met de verantwoordelijkheid van de gemeente. Voor de transparantie is het goed wanneer in de Nadere regels de criteria benoemd worden wanneer er sprake is van kwetsbare inwoners. Voorstellen: 1) Sluit niet voorhands de mogelijkheid uit als er ‘nauwelijks’ beleidsvrijheid is en benoem de criteria in de Nadere regels die het bestuursorgaan hiervoor hanteert. 2) Neem in de Nadere regels de criteria op wanneer sprake is van kwetsbare inwoners. In art 8 lid 1 wordt aangegeven dat overheidsparticipatie kan worden toegepast als het bewonersinitiatief bijdraagt aan de doelstelling van het gemeentelijk beleid. Het zou fijn zijn wanneer deze gemeentelijk doelstellingen voor bewonersinitiatieven inzichtelijk zijn. In hetzelfde artikel wordt gesteld dat “overheidsparticipatie kan worden toegepast” indien een positieve maatschappelijke bijdrage levert aan de lokale samenleving” Zou deze formulering niet beter vervangen kunnen worden door -> die een bijdrage levert aan het gezamenlijk vraagstuk. Art. 8 lid 5 geeft aan dat het bestuursorgaan indieners van een bewonersinitiatief informeert over het besluit om wel of niet
Afhankelijk van de grootte en impact van het vraagstuk maken we het eindverslag openbaar. Er zal terughoudend worden omgegaan met de uitzonderingsgronden. Als een beroep op een uitzonderingsgrond wordt gedaan en er van inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht wordt afgezien, dan moet dat worden onderbouwd. Er staat in artikel 7, lid 2 onder e* niet dat geen participatie wordt toegekend aan kwetsbare doelgroepen. Er staat juist dat in het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen soms geen inspraak zal worden verleend. Wij zien geen aanleiding om de participatieverordening hierop aan te passen.
Geen aanleiding om aan te passen.
*Is artikel 3 lid 2 geworden. Beleid is altijd in ontwikkeling. Op de website van de gemeente staan de hoofdlijnen van het beleid van de gemeente. Ook in het coalitieakkoord is daar het nodige over te lezen. Overheidsparticipatie kan worden toegepast als het een positieve bijdrage levert aan de lokale samenleving. Dat impliceert dat het een positieve bijdrage levert aan het gezamenlijke vraagstuk.
Als initiatiefnemer zich meldt, dan beslissen we (mogelijk in overleg, maar zeker niet altijd) en we koppelen (onderbouwd) terug. Het is geen eenrichtingsverkeer, het is vraag en antwoord.
Geen aanleiding om aan te passen.
3.17
3.18
4.1
overheidsparticipatie toe te passen. Wij vinden dit te veel eenrichtingsverkeer. Voorstellen: 1) Zorg ervoor dat de gemeentelijke doelstellingen openbaar te raadplegen zijn 2) vervang de formulering en/of anderszins een positieve maatschappelijke bijdrage levert aan de lokale samenleving door -> en die een bijdrage levert aan het oplossen van het gezamenlijk probleem. 3) Neem het besluit om wel of geen overheidsparticipatie toe te passen, en zo ja op welk niveau in gezamenlijk overleg met het bewonersinitiatief. Art. 10 lid 5. “De gebiedsagenda's ...opstellen en uitwerking in samenwerking met de inwoners.” Voorstel: In de Nadere regels vaststellen hoe inwoners gedefinieerd worden
Art. 12 De verordening wordt eenmaal in de vier jaar geëvalueerd. Wij vinden dat deze termijn te lang is. Voorstellen: 1) evalueer de eerste keer de verordening na twee jaar in plaats na vier jaar 2) breng jaarlijks een participatieverslag uit analoog aan het burgerjaarverslag. Wij kunnen geen vrijwilligers vinden die zich voor langere tijd willen inzetten
In artikel 2 onder c is gedefinieerd wat verstaan wordt in de verordening onder 'inwoners'. Een onderdeel van die definitie is 'die een relatie met de gemeente Groningen hebben'. We hebben artikel 10, lid 5 gewijzigd van: …. in samenwerking met de betreffende wijk- of dorpswethouder en de inwoners. Naar: …in samenwerking met de betreffende wijk- of dorpswethouder en betrokken inwoners uit het gebied. We stellen voor om in de eerste twee jaren jaarlijks naar de raad te gaan en daarna om het jaar. Dit zal worden opgenomen in het raadsvoorstel.
Artikel 10, lid 5 aanvullen met 'en betrokken inwoners uit het gebied.
De vraag is bij ons bekend. Daarover is vaker contact geweest. Wij vinden het erg belangrijk dat onze bewonersorganisaties een goed bestuur hebben. Het werk wat ze doen is erg belangrijk voor hun buurt of wijk. Door het Gebiedsteam Oude Wijken wordt nagedacht
Geen aanleiding om aan te passen.
In artikel 12 de term ’participatieverslag’ gewijzigd in ‘evaluatieverslag’. De toelichting is ook aangepast.
5.1
In algemene zin merken wij op dat zowel in het beleidskader als de verordening participatie als gunst gezien wordt en niet als recht. De gemeente (Gemandateerde ambtenaren) beslist over óf en op welk niveau een inwoner kan participeren. Nergens is duidelijk wat het afwegingskader is, noch is er een Bezwaar- of beroepsmogelijkheid opgenomen, of een onafhankelijke toetsing van deze beslissing. Wij verzoeken u deze toe te voegen.
5.2
Haagse Beek adviseerde het instellen van een participatiepunt. Dat zien wij niet terug in het beleidskader. Neemt u dit advies over?
5.3
Met betrekking tot het uitdaagrecht valt het ons op dat voor bewoners de lat hoger wordt gelegd dan voor de gemeente zelf of professionele opdrachtnemers. Wij verzoeken u toe te voegen dat een bewonersinitiatief ook ‘anders’ of ‘gelijkwaardig’ kan zijn. Kunt u voorbeelden geven van besluiten waarbij participatie gewenst is en welk niveau daarbij hoort? U schrijft dat deze verordening niet van toepassing is op ‘initiatieven van inwoners die al geregeld. Zijn in andere (…) gemeentelijke verordeningen’. Betekent dit dat de verordening dus niet van toepassing is op initiatieven in het
5.4
5.5
over de toekomst van bewonersorganisaties. Zij nemen met de indiener van de inspraakreactie contact op. Het is niet zo zwart-wit als wordt gezegd. Als het gaat om inwonersparticipatie - daar waar de gemeente initiatiefnemer is, is het uiteindelijk aan de gemeente om het gewenst niveau te bepalen. Dit is geen besluit op grond van de Awb waarop beroep en bezwaar mogelijk is. Bovendien gaat het in veel gevallen ook in samenspraak met inwoners. Ook kan het niveau nog wijzigen nadien omstandigheden en wensen veranderen gedurende het project of plan. We gaan geen onafhankelijke toetsing in het proces opnemen. Indien participatie leidt tot bestuurlijke besluitvorming is het besluit aan het college en/of raad (afhankelijk wie besluit). Ook de mate van invloed en de wijze van participatie kan onderwerp zijn van de bestuurlijke oordeels- en besluitvorming. We vinden het belangrijk dat mensen (intern/extern) geholpen worden. Daarvoor hebben we onze helpdesk/participatieteam voor intern en ons aanspreekpunt in de wijk: de gebiedsteams voor intern/extern. Wij stellen daarom geen onafhankelijk participatiepunt in. Vergeten is om in artikel 2 onder h het woord 'anders' te vermelden na 'beter'.
Geen aanleiding om aan te passen.
Geen aanleiding om aan te passen.
Anders wordt toegevoegd in artikel 2, onder h.
We hebben in ons beleidskader voorbeelden gegeven van de verschillende participatieniveaus (blz. 24 t/m 35).
Geen aanleiding om aan te passen.
Speciale regelgeving gaat voor algemene regelgeving. Deze participatieverordening kan gezien worden als een algemene verordening over participatie. Daar waar de speciale verordening, bijvoorbeeld de verordening Maatschappelijke Ondersteuning, ruimte laat is de algemene participatieverordening aanvullend.
Artikel 3, lid 5 aangepast.
5.6
5.7
5.8
5.9
kader van de huidige verordening Maatschappelijke Ondersteuning die ook een Recht Om Uit Te dagen bevat? Als de participatieverordening wel van toepassing is, welke van beide verordeningen (Participatie vs Maatschappelijke Ondersteuning) is straks, na invoering van de participatieverordening bovenliggend, als er sprake is van buurtinitiatieven die activiteiten uitvoeren binnen de maatschappelijke ondersteuning? Haagse Beek adviseerde in haar onderzoek om een onafhankelijk ‘participatiepunt’ op te richten om inwoners bij te staan en expertise te bundelen. Neemt u dit advies over? Op welke manieren gaat u participatie bevorderen?
We hebben naar aanleiding van deze vraag de tekst in artikel 3 van de verordening aangepast. Zodat het duidelijker is. Zie 5.5
Zie 5.2
Het beleidskader en de verordening is opgesteld zodat we heldere verwachtingen hebben naar onze inwoners en omgekeerd. In uitgangspunt 6 van ons beleidskader hebben we als uitgangspunt geformuleerd dat we initiatieven van inwoners willen ondersteunen. We zien dat deze van grote waarde zijn voor ons als gemeente. Wanneer we initiatieven goed ondersteunen, kunnen we het vertrouwen in de gemeente vergroten. Onze gebiedsteams spelen hierin een belangrijke rol. Ondersteuning kan op verschillende manieren, deze zijn opgenomen in hoofdstuk 4 en 5 van de verordening. Op deze manier willen we participatie voor inwoners bevorderen. In de toelichting bij ‘bestuursorgaan’ staat dat de In de verordening is een extra lid opgenomen, zodat duidelijk is dat bevoegdheid van college c.q. de gemeenteraad het college het plan opstelt en de gemeenteraad informeert over over een bepaald besluit, ook bepalend is voor de de inhoud. Voorbeelden van participatieplannen die ter informatie vaststelling van het participatieniveau. Kunt u naar de raad zijn gestuurd zijn: voorbeelden geven wanneer de raad bevoegd is, - Participatieplan voor zonne- en windparken en wanneer B&W bevoegd zijn? - Participatieplan omgevingsprogramma warmte Uit de toelichting blijkt dat het bestuursorgaan Zie 5.8. feitelijk bestaat uit gemandateerde ambtenaren.
Artikel 3, lid 5 aangepast.
Geen aanleiding om aan te passen.
Artikel 4, lid 3 toegevoegd
Geen aanleiding om aan te passen.
5.10
5.11
5.12
5.13
5.14
5.15
Betekent dit dat deze ambtenaren zonder officiële goedkeuring van het college het niveau van participatie kunnen vaststellen? Geldt deze mandatering ook voor besluiten/ onderwerpen waar de gemeenteraad beslissingsbevoegd is i.p.v. het college? Wat als de beslissingsbevoegd niet duidelijk is? Bijvoorbeeld als de raad over het beleid gaat
Het is onze ervaring dat het niveau van participatie enerzijds afhankelijk is van de kwaliteit van de participerende partij, maar veelal bepaald wordt door het lef en de bereidheid van individuen of afdelingen binnen de gemeente om taken aan bewoners over te laten. Hoe voorkomt u straks dat de participatiegraad bepaald wordt door het lef van individuele ambtenaren? Is het besluit over of participatie plaatsvindt en welk participatieniveau een voor beroep vatbare beslissing? Met andere woorden, kunnen wij als bewoners bezwaar maken als er wordt bepaald dat er geen participatie plaatsvindt, of als wij van mening zijn dat het participatie niveau te laag wordt vastgesteld? Ons is niet duidelijk wat de gemeente straks ‘triggert’ om overheidsparticipatie toe te passen. Is dat op basis van een verzoek van het initiatief? Of stelt de gemeente bij elk bewonersinitiatief vast in hoeverre zij wil participeren? Gaat op deze manier ook de aanvraag voor een subsidie anders lopen? Wordt een
Nee, er is geen mandaatbesluit van de gemeenteraad aan ambtenaren.
Geen aanleiding om aan te passen.
De bevoegdheden zijn in wetten en andere voorschriften vastgelegd. Dat geeft duidelijkheid. De Gemeentewet geeft ook aan dat het college aan de raad om wensen en bedenkingen kan vragen over een voorgenomen besluit. We zijn het als gemeente niet altijd gewend om (meer) los te laten. Dat zal een proces zijn waarin ‘leren’ voorop staat, op niveau van organisatie, bestuur, raad en inwoners. Dit is onderdeel van het leren en monitoren in de uitvoeringsagenda 2025-2026.
Geen aanleiding om aan te passen.
Zie 5.1.
Geen aanleiding om aan te passen.
Op basis van een verzoek, dat verzoek is vormvrij. (Telefonisch/mail/brief/gesprek) Welke vorm van participatie het wordt, gaat uiteraard in overleg met en op uitnodiging van de initiatiefnemers.
We passen de toelichting in de verordening hierop aan.
Nee.
Geen aanleiding om aan te passen.
Geen aanleiding om aan te passen.
5.16
5.17
5.18
5.19
5.20
subsidietoekenning straks voorzien van een participatieniveau? Waarom stelt u in de Participatieverordening scherpere voorwaarden (‘beter en /of goedkoper’) dan de wet voorschrijft Waarom stelt u scherpere voorwaarden dan op dit moment staande praktijk is in de verordening Maatschappelijke Ondersteuning? Dit terwijl u in de inleiding van het beleidskader aangeeft dat u inwoners ‘meer zeggenschap wil geven'. Hoe bepaalt u of de uitvoering van de taken goedkoper of beter gaan gebeuren? Betekent dat dat er verschillende offertes opgevraagd gaan worden, of dat er een vorm van aanbesteding gaat plaatsvinden? Wat als de gemeentelijke taak/ taken die overgenomen kunnen worden de Europese aanbestedingsgrens overschrijden? Wordt er dan een aanbesteding uitgeschreven? In dat geval zult u als gemeente dezelfde criteria dienen te hebben voor elke aanbieder, en hebben bewonersorganisaties geen voordeel. Waarom stelt u überhaupt dat het beter of goedkoper moet? In artikel 9 spreekt u ook van ‘anders’. Het is bekend dat een bewonersinitiatief misschien hetzelfde doet als een professionele organisatie maar juist de lokale 'buurt’ component een extra dimensie toevoegt.
Het kan dus zijn dat een professional hoveniersbedrijf goedkoper is dan een buurtinitiatief, maar de laatste een maatschappelijke waarde toevoegt die zich lastig laat kapitaliseren, laat staan te vergelijken met de opbrengst van een
Zie 5.3.
Dat staat niet in de Verordening maatschappelijke ondersteuning, maar in hoofdstuk 8 van de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning. We willen geen scherpere voorwaarden stellen. Door toevoeging van het begrip 'anders' in artikel 2, onder h wordt dit duidelijk. Er zal hiervoor een zorgvuldige vergelijking en afweging gemaakt worden. Omdat het mogelijk is, dat de uitvoering van taken 'anders' kan, wordt bijvoorbeeld ook de sociale meerwaarde hierbij betrokken.
Artikel 2, onder h aanvullen met 'anders' Artikel 2, onder h aanvullen met 'anders'
Geen aanleiding om aan te passen.
Bij de uitoefening van het uitdaagrecht moet de gemeente het aanbestedingsrecht in acht blijven nemen. Er zijn meerdere routes om burgerinitiatieven aan te moedigen binnen de context van het aanbestedingsrecht. Mocht het komen tot een aanbesteding dan kan de gemeente een burgerinitiatief hulp bieden. Zie de Handreiking burgerinitiatieven & het aanbestedingsrecht
Geen aanleiding om aan te passen.
Zie 5.3.
Artikel 2, onder h aanvullen met 'anders'
5.21
5.22
5.23
5.24
5.25
professionele organisatie. Hoe gaat u die maatschappelijk waarde inzichtelijk maken en/of meewegen in uw besluit? Kan het zo zijn dat een bewonersinitiatief een taak uitvoert, er vervolgens een professionele organisatie een lagere aanbieding doet, en de taak weer op basis van financiële overwegingen naar een professionele organisatie overgaat? Wat zijn uw ideeën over de duur van afgesproken samenwerking? U vraagt het initiatief aan te tonen dat de uitvoering een duurzaam karakter heeft. Biedt u ook duurzame, langjarige samenwerking aan? Lid 3 is niet helder. Er staat dat elk verzoek wordt getoetst aan de in lid 2 genoemde onderdelen. Maar een verzoek bestaat juist uit deze onderdelen. De vraag is dus waar deze onderdelen uit lid 2 aan getoetst worden?
U schrijft dat de afspraken vastgelegd worden in een overeenkomst. Is dat een opdrachtovereenkomst? Of kan de samenwerking op basis van een subsidierelatie geborgd worden? U schrijft: “Het bestuursorgaan wijst een voorstel af indien onvoldoende aannemelijk wordt gemaakt dat het voorstel voldoet aan de in lid 3 genoemde voorwaarden, of indien zij overname van de gemeentelijke taak om andere redenen onwenselijk vindt”. Wat zijn mogelijke redenen om overname van een gemeentelijke taak onwenselijk te vinden?
Als er een overeenkomst is gesloten met een burgerinitiatief dan geldt die overeenkomst voor de duur die daarin is opgenomen.
Geen aanleiding om aan te passen.
De looptijd wordt afgesproken. Zie artikel 9, lid 4*. De afgesproken duur van de samenwerking zal afhankelijk zijn van de over te nemen taak. De duur kan langjarig zijn.
Geen aanleiding om aan te passen.
*Is artikel 9, lid 3 geworden. Dat is juist. Dit lid kan weg.
Dat kan beide.
Een mogelijke reden is de continuïteit. Als de continuïteit een risico is, is dat een reden om een voorstel om een taak over te nemen af te wijzen.
Artikel 9, lid 3 verwijderen uit de verordening en de leden 4 tot en met 6 worden vernummerd in 3 tot en met 5. Geen aanleiding om aan te passen.
Geen aanleiding om aan te passen.
5.26
Zijn er taken waarvan u nu al kunt zeggen dat het overnemen ervan onwenselijk is? En wat zijn uw beweegredenen? In artikel 5 staat dat het voorstel getoetst wordt aan de in lid 3 genoemde voorwaarden, maar lid 3 bevat geen voorwaarden.
Zie 5.25.
Geen aanleiding om aan te passen.
Bedoeld wordt waarschijnlijk artikel 9, lid 3. Dat lid wordt geschrapt. Zie 5.23
Artikel 9, lid 3 verwijderen uit de verordening en de leden 4 tot en met 6 worden vernummerd in 3 tot en met 5.
5.28
Kunt u voorbeelden geven van gemeentelijke taken die zich lenen voor het overnemen door inwoners.
Beheer van lokale voorzieningen zoals het onderhoud van groen en parken zijn bekende (ook landelijke) voorbeelden. Andere voorbeelden moeten zich nog in de praktijk uitwijzen.
5.29
U schrijft: “De gebiedsagenda's worden eens per vier jaar vastgesteld. Het opstellen en de uitwerking daarvan vindt plaats in samenwerking met de betreffende wijk- of dorpswethouder en de inwoners. Bij de invoering van de gebiedsteams heeft de gemeenteraad bepaald dat jaarplannen van het gebiedsteam ter instemming voorgelegd moeten worden ‘aan de wijk’. Voor zover wij weten is dit geen staande praktijk Wie stelt voortaan de gebiedsagenda's vast? Is dat alleen de gemeente of hebben inwoners hierbij ook zeggenschap? Hoe wordt deze zeggenschap geborgd?
De gebiedsagenda’s worden vastgesteld door het college. De doelen die we hier in formuleren nemen we jaarlijks over in de gemeentebegroting (paragraaf 1). De gemeentebegroting wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
5.27
5.30
De gemeente Groningen werkt nu een aantal jaren met gebiedsteams. U noemt dit ‘gebiedsgericht werken’, alleen de gemeentelijke organisatie zelf is nog steeds ingericht op domeinen en afdelingen. De functionele
Geen aanleiding om aan te passen.
De activiteiten die we uitvoeren om de geformuleerde doelen te bereiken; en het samenstellen van de doelen in de gebiedsagenda’s gebeurt per gebied door de gebiedsteams. Dit gebeurt in overleg met netwerkpartners en bewoners(organisaties). Omdat er per wijk verschillende manieren van samenwerken of zeggenschap zijn, is er geen uniforme manier vastgelegd. In sommige gebieden zijn sinds de eerste gebiedsagenda gezamenlijke overleggen geïntroduceerd met bewonersorganisaties over de prioritering van de opgaven in de gebieden. Dit is vertaald naar de gebiedsagenda. Er zijn twee ontwikkelingen te noemen. Ten eerste werken de Geen aanleiding om directies van de gemeentelijke organisatie steeds gebiedsgerichter. aan te passen. Een voorbeeld is de directie Werk en Participatie die afgelopen jaren gereorganiseerd is van een doelgroepgerichte organisatie naar een gebiedsgerichte organisaties. De coaches werk zijn nu in een
afdelingen lijken dominant ten opzichte van de gebiedsteams. Gaat u de gebiedsteams de komende jaren versterken, bijvoorbeeld door uitbreiding van bevoegdheden of budget?
gebied actief, in plaats van voor een specifieke doelgroep over de hele gemeente. In deze beleidskader leggen we daarom ook vast dat gebiedsgericht werken één van de uitgangspunten is. Ten tweede bestaan de gebiedsteams uit vertegenwoordigers uit de verschillende directies. Zij zijn de verbindende schakel tussen het gebied en het desbetreffende beleidsterrein.
5.31
5.32
Zijn er plannen om gebiedsteams uit te breiden met inwoners? Op dit moment zijn gebiedsambtenaren en bewonersorganisaties gescheiden werelden. Het werken met lokale coalities met daarin ambtenaren, wijkorganisaties en bewonersorganisaties, voorzien van mandaat en budget, kan leiden tot beter gedragen besluiten en plannen. Wij pleiten dan ook voor gecommitteerde lokale samenwerking met ‘radicale gelijkwaardigheid’ voor inwoners en professionals. In art. 13 staat dat de oude verordening wordt ingetrokken. In de inleiding van het beleidskader (pagina 4) geeft u in de inleiding aan dat ‘de gemeente Groningen het belangrijk vindt dat inwoners meer zeggenschap krijgen.’ Bedoelt u daarmee 'meer dan nu het geval is?’ En waar zit het ‘meer’ dan precies in? Uw beleidskader en de verordening beschrijven vooral de structuur van de participatie en de procedures, maar daaruit blijkt niet dat inwoners ook daadwerkelijk meer zeggenschap krijgen.
Met deze nota en verordening worden verschillende bevoegdheden vastgelegd. Het budget dat gebiedsteams ter beschikking hebben wordt bepaald door het college in het coalitieakkoord. Nee, er zijn niet zulke plannen. Het is aan de gebiedsteams om goed contact te houden met bewonersorganisaties en bewonersinitiatieven om met ze samen te werken. Dat kan per wijk verschillend georganiseerd zijn. In sommige wijken zijn goede netwerken ontstaan, met een samenwerking tussen gemeente (gebiedsteam), bewoners, en andere partijen in de wijk zoals bewonersorganisaties, corporaties, WIJ, WerkPro. Om dat op gebiedsniveau in elk gebied te organiseren past niet bij onze werkwijze om met maatwerk per wijk samen te werken.
Participatie is straks aan de orde bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Met het beleidskader participatie hebben we nu voor het eerst gemeentebreed beleid: zo gaan we werken. Dat betekent dat op alle plekken in de organisatie – ook daar waar we het niet gewend waren - nagedacht moet worden over participatie en hoe dit in te zetten. Bovendien willen we inwoners ‘betere’ zeggenschap geven door het formuleren van de belangrijkste uitgangspunten waarop we willen werken.
Geen aanleiding om aan te passen.
Geen aanleiding om aan te passen.
6.1
6.2
6.3
6.4
Voeg aan het beleidsdocument toe wat het college uiteindelijk wil bereiken, maak concreet wat de stip op de horizon is. Neem in de verordening op dat elk collegevoorstel een paragraaf bevat waarin wordt uiteengezet hoe inspraak en participatie is vormgegeven en waarom voor die bepaalde vorm is gekozen, wat dat heeft opgeleverd, hoe dat om welke reden wel en niet is verwerkt in het desbetreffende voorstel en wat is geleerd van dit traject van inspraak en participatie. Dit voorstel is deels een nadere invulling van hoofdstuk 2 artikel 6 van de verordening. Voeg een paragraaf toe waarin wordt beschreven hoe de gemeente moeilijk bereikbare inwoners actief laat participeren, ook zij die het nog niet vaak hebben gedaan. De ASDG is bereid hierin mee te denken. Tot slot vragen wij ons af waarom er geen aansluiting is gezocht bij Afdeling 3.4 van de AWB, waarin de mogelijkheid is opgenomen voor inwoners om hun zienswijzen op beleidsvoorstellen aan het college kenbaar te maken. We stellen voor deze mogelijkheid aan de verordening toe te voegen. Daarnaast zou in het beleidsvoorstel meer aandacht moeten zijn voor de wettelijke geregelde rechten en verantwoordelijkheden voor gemeente en inwoners. Voeg aan verordening conform Afdeling 3.4 van de AWB toe dat op het beleidsvoorstel inwoners hun zienswijze kenbaar kunnen maken. Voeg tevens de wettelijke
Wat het college wil bereiken staat verwoord in het hoofdstuk ‘Onze visie op participatie’ van het beleidskader. In het format van een collegevoorstel en ook in dat van een raadsvoorstel is een ‘kopje’ opgenomen dat heet ‘Maatschappelijk draagvlak en participatie’ dat verplicht ingevuld moet worden. De invulinstructie op dit onderwerp kunnen we aanscherpen.
Geen aanleiding om aan te passen.
Zie 1.3. We gaan t.z.t. hierover graag met de ASDG in gesprek.
Geen aanleiding om aan te passen.
Er is aansluiting gezocht bij afdeling 3.4 van de Awb, zie hoofdstuk 3 van de verordening.
Geen aanleiding om aan te passen.
6.5
6.6
6.7
verplichtingen over rechten en plichten van de gemeente en haar inwoners toe. Waarom heeft het college er niet voor gekozen om deze verordening het resultaat te laten zijn van een traject van inspraak en participatie, zoals elders (bv in gemeenten Rijswijk en Ommen) wel is gebeurd? Dat zou naar ons idee meer gepast hebben bij het coalitieakkoord en de voorloperrol die de gemeente Groningen naar ons idee heeft met betrekking tot democratische vernieuwing. Dat zou er bovendien toe hebben geleid dat inspraak en participatie gaat leven bij de bewoners én de beleidsadviseurs. En dat de inwoners vertrouwen krijgen in wat er gedaan wordt met hun bijdrage. Daarmee kunnen zowel inwoners als beleidsadviseurs tevens een begin maken met het leren omgaan met inspraak en participatie. En kan de ontwikkeling van een lerende organisatie worden versterkt. Practice What you preach. Ga alsnog een traject in waarin de inwoners mede vormgeven aan het beleid, inspraak en participatie en maak daarbij gebruik van eerder opgedane ervaring met democratische vernieuwing en van de ervaring in andere gemeenten, die de inwoners een rol hebben gegeven in het ontwikkelen van dit beleid. Draag zorg dat inwoners in zowel de vorming van het beleid, als de latere uitvoering hiervan, het proces (deels) eigen kunnen maken, en naar behoefte en in samenspraak kunnen aanpassen.
In het beleidsvoorstel missen we welke lessen geleerd kunnen worden uit de vernieuwende
We konden voor de verordening, in hoofdlijnen, op twee manieren het proces aanpakken. 1. De modelverordening nemen, deze aan de raad voorleggen en laten vaststellen. Dan is er een participatieverordening en om van daaruit verder te gegaan. Dat hebben we niet gedaan. 2. Wat we (ook) niet wilden doen, is net doen alsof we het wiel opnieuw gingen uitvinden. We wilden alle goede dingen, de kennis en ervaring die al is ontwikkeld en opgehaald in de gemeente hierbij gebruiken. Daar is in de afgelopen jaren door een heleboel inwoners al uitgebreid aan meegewerkt, meegedacht en meegepraat. De verordening die straks wordt vastgesteld is het resultaat van ervaring in ons werk met inwoners en van inspraak.
Geen aanleiding om aan te passen.
De gemeente start niet op nul, we hebben al veel ervaring op het gebied van participatie. Naast het beleidskader en de participatieverordening wordt er ook een uitvoeringsagenda 20252026 vastgesteld. In de agenda zijn we van plan een actiepunt op te nemen dat we samen met de inwoners gaan bepalen waar we de komende jaren aan gaan leren en doorontwikkelen.
Geen aanleiding om aan te passen.
Dit punt betrekken we bij het onderwerp leren & monitoren in het vervolgtraject (uitvoeringsagenda 2025-2026).
Geen aanleiding om aan te passen.
7.
participatietrajecten in Hoogkerk, en Oosterpark en mogelijk andere wijken en dorpen. Wat gaat daar goed en moet vooral gebruikt blijven worden en wat kan beter. In de concept verordening vult de gemeente ons inziens het uitdaagrecht te beperkt in. Wij stellen u voor het uitdaagrecht als volgt te definiëren. Artikel 2, lid h. Uitdaagrecht: het recht van ingezetenen en (lokale) maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, of het recht op een vernieuwende wijze van samenwerking met gemeente (samenwerkingsrecht), als zij denken deze taak beter, met meer maatschappelijk draagvlak en/of goedkoper uit te kunnen voeren.
Het uitdaagrecht omvat ook het samenwerkingsrecht. Wij zien geen aanleiding om de verordening hierop aan te passen. U verwijst voor de door jullie voorgestelde wijzigingen naar de Memorie van Toelichting[1] op de Wet versterking participatie op decentraal niveau (MvT). In de MvT staat een uitgebreide uitleg over het uitdaagrecht. Zo staat erin dat het uitdaagrecht het voor inwoners en maatschappelijke partijen mogelijk maakt om de gemeente de verzoeken om de feitelijke uitvoering van een taak van de gemeente over te nemen. Al dan niet met het bijbehorend budget. Bijvoorbeeld omdat zij denken deze taak beter, anders en/of goedkoper kunnen uitvoeren. In de MvT is ook aangegeven dat de beschrijving ‘beter’ van alles kan inhouden: met meer maatschappelijke meerwaarde, duurzamer, efficiënter et cetera. Bij maatschappelijke partijen kan worden gedacht aan onder meer lokale verenigingen of stichtingen, buurtcomités, woongroepen, vrijwilligersorganisaties, sociale bedrijven zonder winstoogmerk of een georganiseerd collectief van inwoners dat geen formele rechtsvorm heeft. In de definitie zoals hij is opgenomen in de concept Participatieverordening hebben we aangegeven dat het moet gaan om lokale maatschappelijke partijen. Juist vanwege de vergroting van de betrokkenheid en het eigenaarschap van inwoners en maatschappelijke partijen in de directe leefomgeving.
Verder blijkt uit de MvT dat het uitdaagrecht breder wordt ingevuld dan alleen het daadwerkelijke overnemen van een taak. Een verzoek tot overname van de feitelijke uitvoering van een taak (van de gemeente) kan leiden tot afspraken over het uitvoeren van publieke taken tussen inwoners en gemeente. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het uitdaagrecht en het
Geen aanleiding om aan te passen.
samenwerkingsrecht. Het begrip ‘uitdaagrecht’ omvat onder meer ‘samenwerkingsrecht’. Het uitdaagrecht gaat echt om het feitelijk uitvoeren van een taak van de gemeente op eigen verzoek. Wij zijn van mening dat de door ons gehanteerde definitie juist is. De tekst blijft hetzelfde. [1]
8.1
Platform Ruimtelijke Kwaliteit Groningen Handreiking participatie voor initiatiefnemers (art. 11, lid 5 Participatieverordening) Toch zou naar onze mening in de Handreiking ook moeten worden gewezen op risico’s die initiatiefnemers lopen in het vervolgtraject wanneer zij omwonenden en andere belanghebbenden niet of onvoldoende bij hun plan hebben betrokken.
8.2
Lijst van potentieel belanghebbende organisaties ter beschikking stellen aan initiatiefnemers die
Tweede kamer, vergaderjaar 2022-2023, 36 210, nr. 3
In de brief wordt voorgesteld dat gemeente Groningen in haar ‘Handreiking Participatie’ de initiatiefnemers op de risico’s wijst. Risico’s die zij in het vervolgtraject kunnen oplopen wanneer zij omwonenden en andere belanghebbenden niet of onvoldoende bij hun plan hebben betrokken. Wij zijn van mening dat hier al op gewezen wordt in de passages zoals: “De gemeente Groningen vindt participatie belangrijk. Want als je plannen vooraf met anderen bespreekt, kunnen ze beter worden. Door in gesprek te gaan hoor je andere ideeën, creatieve oplossingen, waar je zelf misschien niet aan hebt gedacht. Alle meningen, kennis en bezwaren komen ter sprake. Hiermee kun je jouw plan bijstellen en is er meer kans op steun.” en “Het gaat erom dat iedereen ermee bekend is en dat je weet wat de bezwaren en suggesties zijn. Door het goed te bespreken en uit te leggen, is de kans groter dat het later minder discussie en weerstand oplevert. Als je een omgevingsvergunning aanvraagt, vraagt de gemeente of je participatie hebt georganiseerd. Op een omgevingsvergunningaanvraag kan iedereen bezwaar maken. Een bezwarencommissie brengt een advies uit en het bestuursorgaan neemt dan een besluit op jouw bezwaar. Er wordt bepaald of een bezwaar terecht is of niet. Als je bij de aanvraag kan aantonen dat je voldoende aan participatie hebt gedaan, kan het helpen bij de behandeling van de bezwaren.” Zie 2.1.
Geen aanleiding om aan te passen.
Geen aanleiding om aan te passen.
8.3
zich bij de gemeente melden. Wordt ons advies overgenomen? De categorieën A en F van die lijst sluiten vervangende nieuwbouw op dezelfde locatie respectievelijk nieuwbouw op nieuwe plekken uit voor verplichte participatie. Voor burgers zijn dat niet te begrijpen beperkingen van de participatieplicht. De nieuwbouw zou een grote impact op de woonomgeving kunnen hebben. Wat is de reden voor deze beperkingen met open eind van de participatieplicht. Betekent bijvoorbeeld ‘op dezelfde locatie’ in categorie A dezelfde bouwoppervlakte voor het nieuwe gebouw zonder enige afwijking? Of wordt met locatie het adres bedoeld?
8.4
We hebben begrepen dat de lijst in de komende tijd wordt gepreciseerd en adviseren daarbij onbedoelde (?) participatielekken te dichten. Bij binnenplanse activiteiten en buitenplanse die niet voorkomen op de lijst die de gemeenteraad voor verplichte participatie heeft vastgesteld, zijn omwonenden die in bouwvoornemens gekend willen worden, naar het lijkt volledig overgeleverd aan de goede wil van initiatiefnemer. Als die de adviezen in de handreiking in de wind slaat, komen omwonenden en andere belanghebbenden pas op de hoogte van een bouwvoornemen wanneer de gemeente een aanvraag voor een omgevingsvergunning heeft gepubliceerd. Anders dan is geregeld voor buitenplanse activiteiten
Verplichte participatie vindt juist plaats bij vervangende nieuwbouw (categorie A). Met de term ’waarbij vervangende nieuwbouw niet op dezelfde locatie plaatsvindt’ houdt in dat wanneer niet binnen het bestaande bouwvlak wordt gebouwd, er sprake is van verplichte participatie.
Geen aanleiding om aan te passen.
Het klopt dat wij, sinds de inwerkingtreding, de lijsten zowel voor adviesrecht als die voor participatie continue beoordelen op de toepasbaarheid bij ingediende aanvragen omgevingsvergunningen en vooroverleggen. Het afgelopen jaar (2024) hebben we echter nog weinig ervaring op kunnen doen. Wij nemen uw opmerking over categorie A hierin ook mee. Pas nadat voldoende ervaring is opgedaan, worden beide lijsten geëvalueerd en aan de raad voorgelegd. Het eventueel aanpassen van de lijst(en) blijft een besluit van de raad.
Er wordt gesproken over participatienalatigheid van de initiatiefnemer bij de binnenplanse omgevingsplanactiviteiten en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die niet voorkomen op de lijst die de gemeenteraad voor de verplichte participatie heeft vastgesteld. Wij stellen dat er geen sprake is van nalatigheid, aangezien participatie in die gevallen niet verplicht is en dus een keuze is van de initiatiefnemer. Wij zetten ons ervoor in om participatie bij initiatieven te stimuleren en te motiveren. Dat doen we middels de Handreiking participatie voor initiatiefnemers. De handreiking is geen verplichting maar een hulpmiddel. Het is aan de initiatiefnemer zelf of en op welke wijze het wordt toegepast.
Geen aanleiding om aan te passen.
waarvoor participatie verplicht is gesteld, geldt zelfs niet de bekendmaking van het bouwvoornemen als aanvraagvereiste. Wanneer omwonenden als gevolg van participatienalatigheid van de initiatiefnemer pas kunnen reageren naar aanleiding van de publicatie van een aanvraag door de gemeente is er echter al vooroverleg tussen initiatiefnemer, ambtenaren en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit geweest. En waren in die fase eventuele zorgen en wensen van omwonenden en andere belanghebbenden nog niet bij de gemeente bekend. Dan is in die gevallen sprake van een asymmetrische behandeling van initiatiefnemer en omwonenden (en mogelijk andere belanghebbenden) in het voortraject. Dat als zorgvuldigheidsmanco kan doorwerken in de voorbereiding van het besluit op de aanvraag. Tenzij de gemeente gebruik maakt van de mogelijkheden die de Awb biedt om het participatietekort met horen van belanghebbenden te compenseren. En zich bij de belangenafweging niet gebonden weet aan eerste (voorbarige) conclusies in het voortraject met de initiatiefnemer. Met het oog daarop is het belangrijk dat aspirant bouwers in een eerste contact met de gemeente wordt gewezen op hun verantwoordelijkheid voor participatie én op het risico dat zij in het vervolgtraject lopen wanneer zij die niet in acht nemen. Dat zou zelfs al als algemene waarschuwing in de eerdergenoemde Handreiking kunnen worden opgenomen.