Bijlage 2 Ontwikkelkader Hunze Eindrapportage.pdf
Tekst van het document
GRONINGEN
STAD AAN DE HUNZE
ONTWIKKELKADER VOOR DE HUNZE IN STAD GRONINGEN ONDERTITEL december November 2023
Colofon Opgesteld door Flux landscape architecture BV Jonas Papenborg Nick Hersbach In samenwerking met Landscape Collected Lieke Jildou de Jong www.fluxlandscape.nl Ravenoord 238 3523 DB, Utrecht info@fluxlandscape.nl +31 30 3031094 KvK 75223295
In opdracht van Gemeente Groningen Tamara Ekamper Datum 12 december 2023
WOORD VOORAF
Je hoeft in Groningen niet ver te zoeken om de relatie met de Hunze te ontdekken. We kennen bijvoorbeeld de Hunze als woonwijk, als roeivereniging, als cafetaria en, ongeveer op de locatie van het huidige stadion van FC Groningen, stond jarenlang de Hunzecentrale met zijn vijf herkenbare pijpen. De Hunze heeft dan ook een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de stad Groningen. Toen Groningen uitgroeide tot een middeleeuws stadje werd de interesse van de bewoners in de Hunze gewekt. De stad maakte daarbij dankbaar gebruik van de Hunze als transportader. Turf uit Drenthe werd via de Hunze naar Groningen gebracht om daar verhandeld te worden. De Groningers pasten daarbij wel de loop van de Hunze aan. Omstreeks 1400 werd de Hunzeloop onderbroken en werd haar loop naar de stad geleid via een gegraven verbinding die men Schuitendiep noemde (het latere Winschoterdiep). Via het (gegraven) Reitdiep werd het Hunzewater tenslotte naar zee geleid. Zo werd de Hunze letterlijk naar de stad toe getrokken. De Hunzebedding ten oosten van de stad kwam door deze ingreep vrijwel droog te liggen. Oude beddingen, resten van oeverwallen en bedijkingen herinneren ons nog aan het oude Hunzelandschap. Met deze restanten vertelt de waterloop nog een belangrijk deel van het verhaal van de stad. Op enkele plekken tiert de Hunze nog welig.
In de Hunzezone, temidden van de bedrijventerreinen Euvelgunne en Eemspoort, stroomt (met dank aan wijlen boer Thies Dijkhuis) nog een prachtig stukje Hunze In dit unieke natuurgebied met oude meanders en oeverwallen ervaar je volop het ‘buitengebied-gevoel’. Echter, op de meeste plekken is de Hunze geheel verdwenen of verworden tot een smal slootje. De Hunze heeft hier zijn betekenis verloren. Dat is jammer, want de betekenis van de Hunze anno 2023 is van zeer grote waarde en gaat over veel meer dan het terugbrengen van een historisch waardevolle waterloop. Met het herstellen van de Hunze door de gehele stad creëren we ruimte voor natuur, verbeteren we de waterkwaliteit en dragen we bij aan onze klimaatadaptieve opgaven rondom waterberging en voorkomen van hittestress. Bovendien maken we een aantrekkelijke leef- en werkomgeving voor bewoners en ondernemers langs de Hunzezone en verbeteren we de toeristisch- recreatieve waarde. Juist hier, aan de oostflank van Groningen, waar we de komende tijd flink gaan investeren in woningbouw in Stadshavens, Eemskanaal en Meerstad is een robuuste groenblauwe structuur als tegenhanger zeer gewenst. De historische, groenblauwe structuur van de Hunze kan hier de drager zijn van nieuwe ontwikkelingen en een plek van betekenis worden voor mens en dier.
In 2014 bracht het Groninger Landschap met de visie ‘Hunzevisie 2030: wereldnatuur binnen handbereik’ het idee naar voren om de Hunzeloop door de stad te herstellen. Deze gedachte is overgenomen in de Omgevingsvisie en in het groenplan Vitamine G. Nu ligt hier dan het ruimtelijk ontwikkelplan voor de Hunze. Dit plan is bedoeld om het herstel van de Hunze ook daadwerkelijk voor elkaar te krijgen. Het realiseren van een stromende waterloop door de gehele stad is een kwestie van een lange adem. Dat gebeurt niet van vandaag op morgen. Wel weten we dat de stad altijd in ontwikkeling is. Ook langs de Hunze vinden er continu ruimtelijke ontwikkelingen plaats. In het ontwikkelplan staan richtlijnen hoe het herstel van de Hunzeloop kan plaatsvinden, gekoppeld aan herstructurering van de stad. Overal waar gesleuteld wordt aan de stad in de Hunzezone, bouwt de gemeente verder aan een groenblauwe structuur. Zo ontstaat er voor nieuwe generaties een prachtige omgeving die zorgt voor verkoeling, biodiversiteit, schoon water, aangename langzaam verkeersroutes en een visitekaartje voor bestaande en nieuwe woningbouw en bedrijvigheid. Mirjam Wijnja Wethouder groen en klimaatadaptatie - Gemeente Groningen
3
4
INHOUD
5
Introductie
08
1
Verhaal van de Hunze
1 Verhaal van de Hunze
12
2
Ontwikkelstrategie
2 2.1 2.2 2.3
Visie op hoofdlijnen Robuuste groenstructuur Stromend water Beleefbare lijn
28 32 56 66
3
Uitwerking
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Streefbeeld Deelgebieden Wijk de Hunze Regatta-/Pop Dijkemaweg Driebond
82 84 98 106 114
4
Uitvoeringsstrategie
4 Uitvoeringsstrategie
122
Bronnen Beeldverantwoording
00 00
INTRODUCTIE
Introductie
8
Verborgen tussen de bedrijventerreinen en woonwijken in het oosten van de stad Groningen, ligt de rivier de Hunze. Een oerrivier die ooit Groningen verbond met Drenthe en het waddengebied. In de loop der eeuwen heeft de rivier aan betekenis verloren en is van de ‘Hunze stad’ weinig meer zichtbaar. Dit terwijl de groenblauwe structuren, ten behoeve van biodiversiteit, klimaatadaptatie en leefbaarheid, een steeds noodzakelijkere plek in de stad opeisen. De gemeente Groningen is hierom het initiatief gestart om de Hunze weer terug te brengen in de Hunze stad Groningen.
Aanleiding en doel De gemeente Groningen staat voor een flinke ontwikkelopgave op het gebied van wonen en werken. De stad is groeiende en ook voorzieningen groeien hierin mee. Groningen houdt daarbij vast aan het idee van de compacte stad en het zoveel mogelijk in stand houden van het landelijk gebied. De groei zal voor een groot deel terecht komen in de ontwikkelzones, zoals de Suiker en Stadshavens. In een stad die aan het groeien is, moet ook het groen meegroeien. Leefkwaliteit staat immers voorop in Groningen. Met meer groen en openbare ruimte en met meer plekken voor ontmoeting en bewegen, dragen we dan ook bij aan een leefbare stad. Meer groen en openbare ruimte en meer plekken voor ontmoeting en bewegen, draagt bij aan een leefbare stad. Groen biedt een oplossing voor problemen zoals hittestress, het vasthouden van water en de verbetering van de gezondheid van inwoners. Ook het behoud en versterken van de biodiversiteit wordt steeds belangrijker, juist in steden. Soorten die veel voorkomen in de stad, waaronder vogel- en vleermuissoorten, zijn afhankelijk van een groenblauw ingerichte stedelijke omgeving. In het groenplan Vitamine G is aangegeven hoe Groningen toewerkt naar meer, beter en bereikbaar groen. Een belangrijke groenblauwe structuur in de gemeente Groningen is de oude rivierloop van de Hunze.
Op dit moment zijn sommige delen van de oude Hunzeloop nog nauwelijks herkenbaar in de stad. In de Omgevingsvisie van de gemeente Groningen en ook in het Groenplan Vitamine G beschrijft de wens om de oude Hunzeloop weer een prominente plek
te geven in de stad. Met het herstellen van de Hunzeloop wordt een structuur toevoegd die het landschap verstrekt en sturing kan geven aan nieuwe ontwikkelingen. Met het aanleggen van groene routes, meer aandacht voor ecologie en opgaven rondom waterberging in stedelijk gebied, kan herstel van de Hunze de leefkwaliteit voor mens en dier enorm vergroten. Vooralsnog is het herstel en behoud van de Hunze onvoldoende geborgd. Bij nieuwe ontwikkelingen rondom de oude Hunzeloop is herstel van de Hunze geen automatisch gegeven. Dit is aanleiding om een ruimtelijk ontwikkelingskader voor de Hunze te ontwikkelen. Daar waar ruimtelijke ontwikkelingen of herstructurering plaatsvindt, geven we de ontwikkelende partij een heldere agenda mee met richtlijnen over de wijze waarop het Hunzeherstel kan plaatsvinden. Ontwikkelkader Het herstel van de Hunze in de stad Groningen gaat niet alleen om water, groen of ecologie, maar biedt tevens kansen om het woongenot en het vestigingsklimaat op te waarderen. De gemeente is aan het groeien en nieuwe woon-werkgebieden of herstructurering van bestaande gebieden is aan de orde. Ook langs de Hunze is dit het geval. Waar mogelijk wordt de Hunze dan ook benutten als rode draad voor herstructurering van gebieden. Om concreet te maken hoe de Hunze als rode draad fungeert,
in de ontwikkeling van de oostkant van Groningen, is dit ontwikkelkader opgesteld. Het ontwikkelkader geeft inzicht in het volgende: • Op hoofdlijnen de gemeentelijke ambitie, ten aanzien van het herstellen van de Hunze (verwoord in beeld en tekst); • Een (realistisch) toekomstperspectief voor een zichtbare, beleefbare Hunzeloop; • De identiteit en functie van de verschillende deelgebieden aan de gehele Hunzeloop als één samenhangend gebied. Het ontwikkelkader werkt als volgt: Pas wanneer er ingrepen plaats gaan vinden in en rondom het Hunzegebied, zoals herbestemming of herstructurering, bekijken we per project wat er mogelijk is om een deel van het Hunzeherstel uit te voeren. We betrekken daar verschillende partijen en grondeigenaren bij. De uitwerkingen die op de kaart staan, zijn dan ook principe-schetsen en geen blauwdrukken. We realiseren ons dat de lijn die op de kaart is gezet ook over particuliere terreinen loopt. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat we hier nu al ontwerpvoorstellen voor gaan opstellen. Pas wanneer dit stukje stad aan de beurt is voor grootschalige vernieuwing, starten we een gebiedsproces en zoeken we gezamenlijk naar mogelijkheden om het Hunzeherstel hier uit te voeren. Het ontwikkelkader is dan ook bedoeld als een langjarige strategie om stukje bij beetje de Hunze weer zichtbaar, beleefbaar en van betekenis te maken.
9
Context Diverse beleidskaders en gebiedsvisies vormen het vertrekpunt voor het ontwikkelkader Hunze. Het gaat om onder andere: Omgevingsvisie Levende Ruimte, Groenplan ‘Vitamine G’, uitvoeringsagenda Klimaatbestendig Groningen, Ontwerpleidraad ‘Nieuwe Ruimte’, Eemskanaalzone ‘Stad aan het water’, Ruimtelijk perspectief A7 corridor en Strategie werklocaties. In al deze documenten is het herstel van de Hunze, dan wel het benutten van de potentie van de Hunze op enige manier nader uitgewerkt. Dit ontwikkelkader brengt nu voor het eerst een visie op de gehele Hunze in de stad in beeld. Proces Om tot een robuuste en gedragen visie te komen die goed aansluit op de lokale karakteristiek, is het benutten van lokale expertise cruciaal. Allereerst is zeer intensief samengewerkt met het Groninger Landschap. Groninger Landschap is met de visie ‘Hunzevisie 2030: wereldnatuur binnen handbereik’ initiatiefnemer, grondlegger en ambassadeur voor het Hunzeherstel. Het Groninger Landschap was dan ook onderdeel van het interne projectteam. Daarnaast is kennis opgedaan bij onder andere de beide waterschappen, de bewonersverenigingen, de Natuur en Milieufederatie en de bedrijvenverenigingen. Tijdens een excursie langs de Hunze is met verschillende inhoudelijke experts het gesprek gevoerd over onder andere cultuurhistorie, water en ecologie. De bevindingen van de gesprekken zijn gebruikt
om de inhoudelijke analyse aan te scherpen en te ontdekken waar de energie ligt om op aan te haken in het streefbeeld voor de toekomst. In een tweede omgevingssessie is een concept versie van het streefbeeld gepresenteerd om hierop feedback te ontvangen. Deze input is gebruikt om te komen tot een definitief streefbeeld. Leeswijzer Om het ontwikkelkader toe te kunnen passen is het belangrijk om te begrijpen hoe het ontwikkelkader is opgebouwd. Het ontwikkelkader bestaat uit 4 hoofdstukken: 1. Het verhaal van de Hunze: Hierin wordt de historie van de Hunze geduid. In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in hoe de Hunze zich in de loop van de tijd ontwikkeld heeft, wat de huidige stand van de Hunze is en wat het streefbeeld voor de toekomst is. 2. De ontwikkelprincipes: Deze geven op basis van de drie hoofdprincipes (stromend water, robuuste groenstructuur en beleefbare lijn) een doorvertaling van het verhaal naar een streefbeeld met maatvoering, vormgeving en ruimtelijke ontwerpprincipes. De ontwikkelprincipes zijn getrechterd opgesteld op basis van de ‘Why-How-What methode’. Waarbij de ‘Why’ het hoofdprincipe duidt waarom een bepaalde ingreep nodig is, de ‘How’ hoe het doel kan worden bereikt en de ‘What’ welke specifieke ontwerpeisen behoren tot de maatregelen.
3. Uitwerking in deelgebieden: De ontwikkelprincipes zijn generieke principes die de basis vormen voor de ontwikkeling van de Hunzeloop en het Hunzegebied. Lokaal verschillen de karakteristieken flink: in beschikbare ruimte, omgeving en aanwezigheid waterloop. Om inzichtelijk te maken hoe de generieke principes kunnen landen op een locatie, is voor de verschillende deelgebieden een plantekening en streefprofiel opgesteld met een beschrijving van de belangrijkste kansen en uitdagingen. Voor een drietal complexe gebieden is de uitwerking nog een slag verder gebracht, zodat inzichtelijk wordt hoe het ontwikkelkader vertaald kan worden naar een concrete uitwerking. 4. Uitvoeringsstrategie: In de uitvoeringsstrategie wordt alvast een doorkijkje gegeven hoe de totale Hunzelijn gerealiseerd kan worden. In een kaart wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven waar quick wins liggen voor het realiseren van de Hunze, waar dit mee kan lopen met andere projecten of waar nog verdere visievorming nodig is.
1. HET VERHAAL VAN DE HUNZE
De oerrivier
12
1. Het verhaal van de Hunze
Meerdere lopen uit verschillende periodes Op hoofdlijnen kan gezegd worden dat het studiegebied voor dit project op de overgang ligt van de middenloop/ veenrivier en de benedenloop onder getijden invloed. Doordat de zee in de loop van de eeuwen is opgekomen (regressie) of teruggetrokken (transgressie) heeft de Hunze zich in dit gebied een aantal keer verlegd. Hierdoor zijn, met name in dit overgangsgebied van benedenloop naar middenloop, meerdere lopen van de Hunze terug te vinden in de ondergrond. Een groot deel van deze lopen is verland.
bestaande stad
Benedenloop Zoetwater getijdenrivier
water getijdenzone kwelder kwelderwal veen dekzand stuwwal
Benedenloop Estuarium/riviermonding
Legenda
Middenloop Laagveenrivier
Van veenrivier tot estuarium De bovenloop van de Hunze, op de hogere delen van de Hondsrug, wordt gekenmerkt door een ondiep beekdal met zandige bodem. Aan de flanken van de Hondsrug stromen de verschillende bronbeken samen tot de middenloop. De middenloop heeft het karakter van een veenrivier gekregen. Een veenrivier met een kleinschalig en grillig meanderverloop, die omringd was met hoogveenkussens die de rivier van water voorzagen. In het noordelijk deel van de middenloop gaat het gebied over in laagveen. De meanders worden hier ruimer en de invloed van de zee word hier door de getijden met de afzet van sediment, geleidelijk merkbaar. Vanaf het buurtschap Waterhuizen, aan het Winschoterdiep, wordt klei dominant in de bodem. Hier begint de benedenloop van de Hunze, waar onder invloed van het getij, getijdenvlakten en kwelderwallen werden afgezet. Hoewel het getij hier duidelijk invloed had op de rivier, stond het hier niet onder invloed van zeewater. Vanaf de samenvloeiing met de Drentse Aa werd de invloed van de zee nadrukkelijk merkbaar en ontstond een kenmerkend estuarium landschap. (de Ruijter, 2015).
01 Verschillende lopen van de Hunze op basis van de paleogeografische kaart van 100nChr. met de stad Groningen in huidige omvang.
Middenloop Hoogveenrivier
Waar de Hunze nu nog maar beperkt zichtbaar is of zelfs helemaal verdwenen, was de Hunze ooit één van de grotere rivieren van Noord-Nederland. Vanuit het veen in het zuidoosten van Drenthe tot aan de Waddenzee bij het huidige Kloosterburen kronkelde de Hunze door het Drentse en Groningse landschap. De Hunze, zoals deze zich manifesteerde vóór het grootschalige ingrijpen van de mens, is grofweg in drie delen op te knippen: een bovenloop, een middenloop en een benedenloop.
13
02 Oude en nog zichtbare lopen van de Hunze op basis van afstudeerscriptie van Tessa de Ruijter (2015)
Legenda water getijdenzone kwelder kwelderwal veen dekzand stuwwal bestaande stad Loop Hunze aanwezig Loop Hunze verland Voormalige loop Hunze
Van belangrijke ader voor de stad naar verborgen relict
14
1. Het verhaal van de Hunze
De Hunze in de Middeleeuwen: verbonden met de stad Vanaf de vroege Middeleeuwen werd het gebied rondom de Hunze geleidelijk ontgonnen. De Hunze vormde hierbij een belangrijke eigendomsgrens tussen de stad Groningen en de omliggende ommelanden van de adel. Deze rol als grensrivier is terug te zien in een aantal borgen of steenhuizen die langs de Hunze zijn gebouwd. De meeste van deze steenhuizen zijn in de loop der tijd verdwenen door de groeiende stad. Naast grensrivier was de Hunze in de Middeleeuwen ook een bron van klei voor baksteen. In het Hunzedal was, tot relatief dicht bij de stad Groningen, klei afgezet die geschikt was om dakpannen en bakstenen van te maken. Langs de Hunze zijn dan ook bij opgravingen verscheidene kleiovens teruggevonden.
03 Historische kaart van de Hunze. In deze kaart is de verbinding tussen de stad Groningen en de Hunze goed zichtbaar. Oude wegen, zoals bijvoorbeeld de Korreweg, verbond de Hunze met de stad. 04 Verschillende fasen in de ontwikkeling van de Hunze: A. Verbonden met de stad B. Afsnijding door kanalen C. Opgeslokt door de stad
Afsnijden van de Hunze Naast grensrivier, was de hoofdfunctie van de Hunze met name het afvoeren van het water uit het achterliggende hoogveen. Door de vele kronkels en beperkte diepte, werd de Hunze waarschijnlijk maar beperkt gebruikt voor scheepvaart en enkel om lokaal goederen, zoals turf, te verplaatsen. Bij het opstuwen van water uit zee en piekafvoer vanuit het achterland ontstond er echter vaak wateroverlast rond de Hunze ter hoogte van de stad Groningen. Om het water sneller af te voeren werden meanders afgesneden (onder andere bij de Euvelgunnerweg en de Pop Dijkemaweg). De grootste ingreep was de aanleg van het Schuitendiep in 1400. (Van den Broek, 2011) Hierdoor werd de Hunze van secundair belang voor de afvoer van water. De aanleg van het Damsterdiep (15e eeuw), het Boterdiep (16e eeuw), het Eemskanaal (1877) en het Van Starkenborghkanaal (1938) hebben ervoor gezorgd dat het systeem van de Hunze verder opgeknipt werd en niet meer als aaneengesloten watersysteem functioneerde. Opgeslokt door de stad Na de Tweede Wereldoorlog groeit de stad Groningen snel oostwaarts. Met de aanleg van wijken Van Starkenborgh en De Hunze en de bedrijventerrein Eemspoort, Euvelgunne en Driebond wordt de Hunze geleidelijk opgeslokt door de stad.
Hoewel delen van de Hunze gered zijn van de oprukkende stad, zoals de Hunzezone bij Euvelgunne en de Hunzedijk tussen de wijken Van Starkenborgh en De Hunze, zijn toch grote delen van de loop verloren gegaan of getransformeerd tot een onherkenbare sloot.
3
BO TE RD IEP
BO TE RD IEP
BO TE RD IEP
15
VAN S
TAR KE NB
VAN S OR GH KA NA
AL
P RDIE STE DAM
NA SK A EEM
SCH UITE NDIE P
1850
4
AL
P RDIE STE DAM
NA SK A EEM
AL
SCH UITE NDIE P
1950
OR GH KA NA
IEP ITD RE
IEP ITD RE
IEP ITD RE
P RDIE STE DAM
TAR KE NB
SCH UITE NDIE P
2022
AL
16
05 Landelijke Hunze ter hoogte van afvalverwerker Stainkoeln: De oude oeverwal is goed zichtbaar, maar de Hunze is niet meer dan een sloot en een recreatieve ontsluiting ontbreekt.
17
06 Hunze langs de Euvelgunnerweg ter hoogte van het politiecellen complex: De Hunze heeft hier een fraai lommerrijk karakter, met een voormalig erf met onderscheidende beplanting. De waterloop zelf is beperkt zichtbaar door riet.
Ulgersmaborg of Kasteel selwerd
18
07 Hunze langs de Euvelgunnerweg ter hoogte van bedrijventerrein Euvelgunne en Eemspoort: Ondanks de weides met blaarkoppen en de brede Hunzeloop kent de Hunze hier door meubilair en populieren een parkachtig karakter.
19
08 Hunze bij de Euvelgunnerweg ter hoogte van het bedrijventerrein Driebond. De brede weg, de brede riet kragen en omringende bedrijfspanden decimeren de Hunze tot een nietszeggende ontwateringssloot.
20
09 Hunze ter hoogte van de Regatta weg, De Hunze is meegenomen in de aanleg van de Tasmantoren, maar door de beperkte breedte niet herkenbaar.
21
10 Bij de Hunzeboord keert het landelijke karakter, met weides, bomensingels en struweel, weer terug. Door de relatief smalle loop is de Hunze zelf nauwelijks te ervaren.
22
11 Tussen de wijken De Hunze en Van Starkenborgh is de Hunze als waterloop weer goed te ervaren. De populieren, strakgemaaide trapveldjes en dichte bossages geven de Hunze maar een beperkt natuurlijk karakter.
23
12 Aan de noordzijde van de stad is de Hunze een herkenbare loop met een bochtig verloop en golvende oeverwallen die het verhaal van de oude getijderivier vertellen. De Hunze is echter maar beperkt via voetpaden en fietspaden te volgen.
Een nieuwe verbinding met de stad
24
1. Het verhaal van de Hunze
De Hunze als drager voor een klimaatadaptieve, biodiverse en gezonde stad Zoals blijkt uit de historische analyse en de fotorapportage, is er tegenwoordig weinig meer over van een lommerrijk doorgaand beekdal. Alleen in de Hunzezone, tussen de bedrijventerreinen van Eemspoort en Euvelgunne. is nog een waardevol restant zichtbaar van het Hunzelandschap. Toch wordt in veel ruimtelijke plannen de Hunze onder de aandacht gebracht als potentie voor een toekomstbestendige stad. Zo wordt de Hunze in het Groenplan - Vitamine G- van de gemeente benoemd als een belangrijke ruggegraat voor de stedelijke en ecologische structuur. De Hunze vormt volgens hetzelfde Groenplan een belangrijke koelteplek in bijvoorbeeld de verharde wereld van bedrijventerreinen aan de oostzijde van de stad (Strootman landschapsarchitecten, Gemeente Groningen, 2020). In de omgevingsvisie 'De levende ruimte' wordt het herstel van oude waterlopen, zoals de Hunze, benoemd als vliegwiel voor het beter bereikbaar maken van groene parels in- en rondom de stad. Met name voor de wijken in het noorden en oosten (waar wijkvernieuwing speelt en de ontwikkelzones langs het Eemskanaal en de Oosterhamrikbaan zijn) kan de Hunze een goede schakel vormen naar het landelijk gebied (Gemeente Groningen, 2021). Ook kan de Hunze een belangrijke rol spelen bij wateroverlast situaties.
Om het riool te ontlasten, kan regenwater worden afgevoerd naar de Hunze en bijdragen aan de natuurlijke dynamiek van de beek. Dit gebeurt in het project Klimaatregelen Euvelgunne. Een nieuwe verbinding met de stad De Hunze van de toekomst is een Hunze die opnieuw verbonden is met de stad. Niet door kleiwinning of als grens, maar als backbone voor ecologie, klimaatadaptatie en zingeving. Dit vraagt om een Hunze als drager voor nieuwe ontwikkelingen in de stad. In het hoofdstuk ‘Ontwikkelstrategie’ is uitgewerkt hoe deze nieuwe rol van de Hunze vormgegeven kan worden.
13 Ambitie voor de Hunze: de Hunze als groenblauwe ader voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid en zingeving.
25
14 Ontwikkellocaties uit de omgevingsvisie Levende Ruimte 15 Groenplan Groningen. De Hunze vormt hierin een van de belangrijke groenblauwe structuren aan de oostzijde van de stad. 16 Gebieden met wijkvernieuwing, uit de omgevingsvisie Levende Ruimte, waar de verbinding met de groene parels hoog op de agenda staat 17 Klimaatopgaven uit het groenplan Groningen. Met name de bedrijventerreinen in het oosten van de stad kampen met wateroverlast en hittestess.
14
15
16
17
2. ONTWIKKELSTRATEGIE
2 Visie op hoofdlijnen
Om de Hunze te ontwikkelen als een landschappelijke structuur die meerwaarde heeft voor de ambities van de ‘levende stad’ is het van belang om ervoor te zorgen dat de Hunze op systeemniveau (de samenhang tussen bodem, water en biodiversiteit) functioneert. Hierbij is het van belang om niet alleen naar de ecologie, maar ook naar het watersysteem en de beleving voor de mens te kijken. Met het herstel van de Hunze leveren we een bijdrage aan de volgende doelstellingen:
28
4. Vergroten klimatologische weerbaarheid van de stad Groningen (hittestress, waterberging); 5. Het gezonder en aantrekkelijker inrichten van de leef- en werkomgeving voor bewoners, bezoekers en ondernemers in en langs de Hunzeloop; 6. Vergroten/verbeteren van de openbare ruimte, wat bijdraagt aan een sterke ruimtelijke structuur van een gebied en een ander en intensiever gebruik van de openbare ruimte.
1. Herkenbare, beleefbare en zichtbare Hunze – die het verhaal van de stad vertelt en de cultuurhistorische betekenis zichtbaar maakt; 2. Vergroten van de natuurwaarde en waterkwaliteit van de Hunzezone in en rond de stad Groningen; 3. Verbeteren van de groene dooradering door de stad Groningen en het verbinden van natuur in en om de stad;
Voor de uitwerking van een robuust Hunze-systeem staan daarom drie principes centraal: • De Hunze als Robuuste Groenstructuur • De Hunze als Stromende rivier • De Hunze als Beleefbare lijn De principes staan niet op zichzelf, maar gaan voortdurend de interactie met elkaar aan. Zo is een stromend watersysteem essentieel om een plek te geven aan bepaalde doelsoorten en zorgt dit tevens voor een betere beleving van de Hunze voor recreanten. In dit hoofdstuk is per principe uitgewerkt hoe er naar een robuust systeem voor water, mens en ecologie toegewerkt kan worden. In het hoofdstuk ‘Uitwerking’ is vervolgens in een 10 tal deelgebieden uitgewerkt hoe deze verschillende aspecten samenkomen.
18 Links: drie basis principes voor de ontwikkeling van de Hunze door de stad
19 Rechts: Droombeeld Hunze, een robuuste doorgaande structuur voor water, mens en dier. Robuuste Groenstructuur
Stromend water
Beleefbare lijn
29
2.1 ROBUUSTE GROENSTRUCTUUR
2.1 Robuuste groenstructuur
Een voor mens en dier goed functionerend Hunzesysteem gaat verder dan het creëren van een doorgaande waterverbinding, maar vraagt om de ontwikkeling van een robuuste groenstructuur op basis van het natuurlijke systeem. Een natuurlijke en robuuste groenstructuur biedt niet alleen waarde voor de ecologie, maar heeft nadrukkelijk ook meerwaarde voor de bewoners van de stad. Het levert onder andere een plek op voor recreatie en ontspanning, biedt verkoeling bij hitte en een verbetering van de luchtkwaliteit. In de huidige situatie zijn de groengebieden langs de Hunze in de stad erg versnipperd. Er zijn een paar grotere groengebieden, zoals de Hunzeboord en de Hunzezone bij Euvelgunne, maar de onderlinge verbinding tussen deze gebieden en de verbinding met het buitengebied ontbreekt. Daarnaast verschilt de kwaliteit van het groen in de gebieden sterk. Waar sommige gebieden een goed werkende natuurlijke opzet kennen (waar regelmatig karakteristieke soorten worden gespot zoals de grauwe klauwier en ijsvogel), hebben andere gebieden meer het karakter van een hondenuitlaatveld of bufferstrook die beperkte meerwaarde biedt voor ecologie.
32
20 Principe robuuste groenstructuur
Om de Hunze te benutten als robuuste groenstructuur zijn drie onderdelen van cruciaal belang: • Een robuuste verbinding: een ononderbroken verbinding door de stad. Deze verbinding heeft een maatvoering (dwarsprofiel) die flora en fauna in staat stelt om zich ‘ongestoord’ te verplaatsen tussen natuurgebieden binnen- en buiten de stad. Tevens is er in dit dwarsprofiel ruimte voor recreatiepaden en rustpunten voor de mens. • Een natuurlijke vegetatie: Een vegetatie die voortbouwt op de abiotische kenmerken van het landschap, zoals water, bodem en geomorfologie. Hiermee wordt enerzijds ruimte geboden aan karakteristieke soorten en wordt anderzijds de beleving versterkt van de Hunze als natuurlijke loop. • Een diversiteit in biotopen: Benutten van de diversiteit van de aanliggende gebieden langs de Hunze zodat er ook rustplekken, paaiplekken en foerageergebieden voor soorten ontstaan. Tegelijkertijd zorgt een diversiteit aan biotopen voor een afwisselend en aantrekkelijk landschap voor de recreant.
Van geisoleerde groengebieden...
... naar robuuste groenstructuur
33
21 Totaalkaart robuuste groenstructuur
LEGENDA De verankerde hunzeloop Hunzeloop in kleigebied Hunzeloop in veengebied Hunzeloop meanderdoorsteek Hunzezone Natuurverbindingen NNN gebieden Omliggende biotopen Bebouwing Boerderij Historisch lint Hoogbouw Laagbouw Industrie Natuurtypen Houtwal Broekbos Aangrenzend grasland Overstromingsgebied Hooiland Rietoevers Stedelijk groen Wadi / recreatie Berm / kade Oude Hunzeloop Poel Oeverwal
De laaglandbeek als vertrekpunt
34
2.1 robuuste groenstructuur
Op basis van ondergrond, historische overlevering en karakteristieken van de waterloop aan weerszijden van de stad, is de Hunze is te typeren als een laaglandbeek. Laaglandbeken zijn langzaam stromende, vaak vrij brede, beken met een regelmatige waterafvoer (Stowa, 2020). In figuur 23 is een schematische weergave gemaakt van een typisch laaglandbeekdal. De kern van het beekdal wordt gevormd door de beekloop. Door het meanderen van de beekloop kent de beek afwisselend aan één zijde een steile oever en aan de andere zijde een flauwe oever. Het verloop van oevers beïnvloedt de slibafzetting en stroomsnelheid, waardoor in de binnenbocht
Langs het beekdal kunnen oeverwallen voorkomen. Deze oeverwallen zijn ontstaan doordat de beek buiten zijn oevers trad. De oeverwallen zijn ter hoogte van de stad Groningen duidelijk zichtbaar doordat de Hunze hier onder getijde invloed stond en er bij hoog water sediment werd afgezet. Op de oeverwallen komen bosschages en struweel voor.
Solitaire beplanting Struweel
komvormige laagte
bin ne n
oeverwal
steilrand
verlaten bedding
komvormige laagte
fluctuerend peil bo ch t
buitenbocht
22 Schematische weergave van een laaglandbeekdal. De maatvoering verschilt van beek tot beek.
Buiten de oeverwal ligt de beekdalvlakte (komvormige laagte). Deze vlakte ligt door inklinking en ontwatering van de bodem lager dan de oeverwal. Doordat de Hunze zich ter hoogte van de stad Groningen, onder invloed van de zee en veranderende aanvoer van het achterland, verschillende keren verlegde, zijn in de beekdalvlakte van de Hunze nog tal van oude relicten te vinden zoals oude ruggen of verlaten beddingen. Deze nuances in bodem en hoogte zorgen weer voor een variatie in vegetatie en biotopen in het beekdal. Met name in de buitengebieden zijn deze relicten nog aanwezig, maar niet altijd even zichtbaar.
meer waterplanten voorkomen dan in de buitenbocht (Stowa, 2020). Het toevoegen van oneffenheden in de beekloop, zoals dode bomen of drempels, zorgen voor variatie in de stroming en daarmee voor variatie in de biotopen van de beekloop.
actieve bedding
oeverwal
Ambassadeurs voor de Hunze
35
2.1 robuuste groenstructuur
In samenspraak met de stadsecoloog van de gemeente Groningen zijn voor de Hunze een aantal ambassadeurssoorten vastgesteld. De behoeftes van deze ambassadeurs geven samen met het vertrekpunt van de laaglandbeek vorm aan de inrichting van de robuuste groenstructuur voor de Hunze. De ambassadeurs zijn soorten die passen bij de ambitie van stromend water en tegelijkertijd passend zijn bij de stedelijke dynamiek. Stromend water is momenteel nog maar beperkt in de stad Groningen te vinden, terwijl dit wel karakteristiek is voor een stad die ontstaan is aan de lopen van de Drentse Aa en Hunze. In dit ontwikkelkader is gekozen om met de herontwikkeling van de Hunze, het biotoop van stromend water weer een plek te geven in de stad. De herontwikkeling van een stromende Hunze biedt bovendien niet alleen kansen voor een unieke habitat maar ook voor een betere beleving van het water, doordat er minder waterplanten zijn (meer zicht op water) en een hogere waterkwaliteit.
23 Ambassadeursoorten voor de Hunze in de stad
Waterspreeuw
Brempje
Oevers sneller stromend helder ondiep water met stenige bodem
Stenen, takken, waterplanten, ondiep water
Dat de Hunze dwars door de stad zal lopen betekent ook dat de habitat (door de beperkte breedte) onder invloed zal komen te staan van verstoringen van buiten af, zoals lawaai van bedrijven, recreanten en doorsnijdingen door wegen. In de keuze voor de ambassadeurs is daarom gekozen voor ambitieuze soorten die hoge eisen stellen aan de kwaliteit van de leefomgeving, maar die zich kunnen handhaven in de stedelijke dynamiek. In figuur 24 zijn de ambassadeurs voor de Hunze afgebeeld. De gekozen ambassadeurs zijn de gidssoorten waarop de inrichting van de Hunze afgestemd zal worden. De gekozen ambassadeurs zijn ambitieuze soorten. Als deze soorten niet verschijnen wil dat niet zeggen dat het systeem of de structuur of het biotoop ongeschikt zijn. Door de gidsfunctie van deze soorten zullen vergelijkbare soorten en minder kritische soorten volgen.
Weidebeekjuffer
Bataafse stroommossel
Robuust groene delen – stromende delen
Helder zuurstofrijk stromend water
Het maken van een robuuste verbinding
36
2.1 robuuste groenstructuur
STAP
STAP EEN ST
EEN ST
STAP
STAP STAP
EEN ST
24 Principe inrichting van de Hunzecorridor in lengte richting. Naast het streefprofiel is het wenselijk om, om de 500m een ecologische stapsteen in te richten en waar mogelijk de verbinding met de aanliggende groengegebieden te zoeken.
De stapstenen De stapstenen vormen een rustpunten voor soorten met een hoge kwaliteit waar kleine populaties zich kunnen vestigen. De stapstenen hebben een minimale oppervlakte van 0,5 ha. (bij voorkeur 2 ha.) en bestaan uit: 30-50 % water in de vorm van poelen of oude meanders met goed ontwikkelde oevervegetaties, 25 % nat kruidenrijk grasland en 25 % bos/ struweel. De maximale afstand tussen deze steppingstones bedraagt 500 meter. In de poelen zijn de amfibieën talrijk en in de kruidenrijke vegetaties gonst het van de insecten. Hier bevinden zich broedhopen voor de ringslang en takkenbossen en ruigten voor de bunzing. Bij de plaatsbepaling van deze nieuwe water- en ecologiestructuur dienen historische uitgangspunten mede bepalend te zijn.
EEN ST
STAP
EEN ST
Het ideale inrichtingsmodel bestaat uit een hoofdstructuur die ondersteund wordt met stapstenen.
De hoofdstructuur De hoofdstructuur of Hunzecorridor vormt de rode draad die verschillende gebieden verbindt. De Hunzecorridor dient voor de meeste soorten als verbinding tussen de verschillende kerngebieden. In het profiel en de vegetatie dient daarom voldoende schuilmogelijkheden en voedsel aanwezig te zijn. Voor vissen en andere water gebonden soorten is de hoofdstructuur tevens een leefgebied met ruimte voor paaiplekken. Vanwege de functie als ecologische verbinding en leefgebied voor vissen en tevens de toegevoegde recreatieve ontsluiting dient een streefbreedte van 30m voor de Hunzecorridor aangehouden te worden. In de paragraaf ‘dwarsprofiel’ is de Hunzecorridor verder uitgewerkt in maatvoering en vegetatie.
EEN ST
Een goede inrichting van het dwarsprofiel is belangrijk,voor de biodiversiteit in het Hunzegebied, maar kan niet los gezien worden van het functioneren in lengterichting. De ontwikkeling van robuuste verbindingen in lengte, maar ook in dwarsrichting, zijn essentieel omdat ze als het ware de bloedsomloop vormen voor biodiversiteit in de stad. De Hunze verbindt de grote kerngebieden (NNN-gebieden) aan beide kanten van de stad en voedt kleinere groengebieden, zoals parken, in de stad met biodiversiteit. Door de ontwikkeling van de Hunze als een sterke ecologische structuur in dwars- en lengteprofiel wordt de betekenis en functie van het Hunze systeem versterkt.
37
25 Het belang van de Hunze als ruggegraat in de stedelijke groenstructuur van Groningen Oost. Op de kaart zijn de verschillende kerngebieden in en buiten de stad aangegeven. De stapstenen dienen binnen deze structuur toegevoegd te worden.
A
1 4 3 2
5
6
9
LEGENDA Hunzezone Omliggende kerngebieden
8
NNN gebieden A
Koningslaagte/Reitdiepgebied
B
Ooster- Onnerpolder
7
Belangrijke kerngebieden in de stad die de Hunze verbindt 1
Selwerderhof
2
Park Osst Indischebuurt
3
Hunzeboord
4
Kardinge
5
Pioenpark
6
Eemskanaalzone
7
Zuiderplantsoen
8
Hunzezone Euvelgunne
9
Meerstad, Water van Meerstad
10 Westerbroek
10
B
Streefprofiel van de hunzeloop
38
2.1 robuuste groenstructuur
Met de structuur van de laaglandbeek en de eisen van de ambassadeurs-soorten is een streefprofiel voor de Hunze opgesteld. Het streefprofiel is gemodelleerd naar de lokale karakteristieken van de Hunze zoals deze veel in de stad terug te vinden is. Karakteristiek voor de Hunze door de stad Groningen is de dubbele waterloop aan weerszijde van een hogere oeverwal of dijk met daarop fiets- of wandelpaden. Het streefprofiel van de Hunze bestaat uit de verschillende onderdelen:
2. Oevers: De oevers zijn asymmetrisch met een flauwe oever (1:4 – 1:6) in de binnenbocht en een steile oever (1:1-1:3) in de buitenbocht. De breedte van de oevers verhouden zich 50:50 ten opzichte van de waterloop. Dit betekent dat een waterloop van 10m ook minimaal 10m aan oever heeft. 3. Oeverwal: De oeverwal steekt herkenbaar boven de omgeving uit. De oeverwal heeft een breedte van ca. 7m (fiets/wandelpad 3m + bermen)
1. Waterloop: Eén waterloop wordt ingericht als hoofdwaterloop met een breedte tussen de 7-10m. Dit is breed genoeg om open water te garanderen (cruciaal voor de ambassadeurs) en passend bij de beschikbare wateraanvoer.
4. Ontwateringssloot: Aan de andere zijde van oeverwal ligt een ontwateringssloot die, met een maximale breedte van 4m, zichtbaar smaller is dan de hoofdloop. De ontwateringssloot heeft een kenmerkende trapeziumvorm met oevers van 1:2
Hunzegebied Streefbreedte Hunze 30 m Waterloop inclusief oevers (15 - 20 m)
26 Streefprofiel voor de Hunze
Sloot (5 m)
Oeverwal (10 m)
Water (7 - 10 m)
De streefbreedte voor de Hunze komt hierbij uit op ca. 30 meter. Door lokale variatie (bijvoorbeeld een enkele in plaats van een dubbele waterloop) kan de vorm van het streefprofiel verschillen. Het is gewenst om een breedte van minimaal 30 meter te reserveren voor de Hunze, om verstoring van migrerende soorten te beperken en ruimte te hebben voor het realiseren van paden voor recreanten.
39
De inrichting/vormgeving van de waterloop en de toe te passen vegetatie verschilt, afhankelijk van de positie van de Hunze ten opzichte van het natuurlijke systeem. In het zuidelijk deel heeft de Hunze het karakter van een veenrivier, met een dichtere beplanting en een grilliger verloop van de waterloop. Vanaf de Europaweg naar het noorden gaat de Hunze over naar het kleilandschap. De watergang krijgt een vloeiender verloop, de beplanting neemt af en verandert in sortiment. Buiten de stad zijn er langs de Hunzeloop nog maar sporadisch bomen en struweel te vinden. Op een aantal plekken is de Hunzeloop, ten behoeve van waterbeheer of bevaarbaarheid, door de mens afgesneden. Deze meanderdoorsteken onderscheiden zich van de natuurlijke loop door het rechte verloop, het ontbreken van een oeverwal, ontwateringssloot en het gebruik van kades langs de loop. De beplanting kan hier ook een cultuurlijker karakter hebben zoals laanbeplanting langs de Hunze. Op de volgende bladzijden zijn de verschillende lopen verder uitgewerkt.
27 Typologiën van de Hunze op basis van bodem en stroompatroon LEGENDA Natuurlijke meander - klei Natuurlijke meander - veen Meanderdoorsteek
40
28 Impressie van het streefprofiel van de Hunze met de habitats voor verschillende soorten en de verbinding met de omgeving.
41
UPDATE
Vegetatie in het veengebied
42
2.2 robuuste groenstructuur
De Hunze in het veenlandschap kenmerkt zich door een bochtig verloop van de watergang. Hierdoor ontstaat er afwisseling in oevers, diversiteit in stroomsnelheid en verschil in waterplanten. De flauwe zijde kent een natuurlijk verloop van open water naar waterplanten naar riet. De steile oever kent weinig tot geen begroeiing. De hoger gelegen oeverwal heeft doorgaans een kleiige of zandige bodem. De kruidenrijke vegetatie, met grote ratelaars, dotters en echte koekoeksbloem varieert hier van de lagere venige beekvlakte die beter tegen de natte omstandigheden kan, tot droger hooiland.
29 Profiel, vegetatie en voorkomen soorten natuurlijke meander veen
De Hunze in het veengebied heeft ten opzichte van het kleigebied een meer besloten karakter. Circa eenderde van de oevers is begroeid met opgaande beplanting, zoals solitaire bomen of struweel (Elzen, Wilgen). De inrichting van het Hunzeprofiel kan niet losgezien worden van de inrichting van de aanliggende biotopen (zie pagina 48) Door hier, waar mogelijk, houtwallen, broekbos of erfbeplanting toe te passen zal de Hunzeloop ruimtelijk worden ingekaderd. Daarnaast zorgen de bomen aan de rand voor schaduw om het hitte-eiland effect te beperken. Waar geen ruimte is om bomen aan de randen toe te voegen kan een hoger percentage opgaande beplanting (tot 50%) langs de oever aangeplant worden.
LEEF
NEST
VOER
SCHUIL
S l o o t
O e ve r w a l
H u n z e
Vo c h t i g
H o o i l a n d
D ro o g
Kleine watereppe Berula erecta
Moeraszegge Carex acutiformis
Scherpe zegge Carex acuta
Tweerijige zegge Carex disticha
Grote Ratelaar Rhinanthus angustifolius
Echte Koekkoeksbloem Silene flos-cucili
Snavelzegge Carex rostrata
Holpijp Equisetum fluviatile
Beekpunge Veronica beccabunga
Bosbies Scirpus sylvaticus
Waterkruiskruid Jacobaea aquatica
Rietorchis Dactylorhiza praetermissa
Brede Orchis Dactylorhiza majalis
Gewone Dotterbloem Caltha palustris subsp. palustris
Riet Phragmites australis
Drijvende water weegbree Luronium natans
Rivierfonteinkruid Potamogeton nodosus
Gekroesd fontein kruid Potamogeton crispus
Rossig fontein kruid Potamogeton alpinus
Haaksterrenkroos Callitriche brutia
Fluitekruid Anthriscus sylvestris Goudhaver Trisetum flavescens
Grote vossenstaart Alopecurus pratensis
Gele Morgenster Tragopogon pratensis subsp. pratensis
Glanshaver Arrhenatherum elatius
Pastinaak Pastinaca sativa
Neerslag
h o o i l a n d
43
30 Referentie voor de natuurlijke meander in het veen: Oude Hunze arm in de Oosterpolder
Vegetatie in het kleigebied
44
2.2 robuuste groenstructuur
Net als in het veenlandschap kent de Hunze in het klei een bochtig verloop. De meanders zijn hier wat trager waardoor de afwisseling in oever wat meer uitgestrekt is. Het water in het kleigebied is voedselrijker en bevat meer mineralen dan het veengebied, waardoor er een andere mix aan planten voorkomt. Dit verschil is niet alleen in het water en de oeverbeplanting te herkennen maar ook in de laagtes aan weerszijde van de Hunze. Daar komen in de voedselrijke hooilanden soorten voor als grote vossenstaart, gele morgenster en pastinaak.
Anders dan de natuurlijke meanders in het veen zijn de oevers minder begroeit met opgaande beplanting. In het stedelijk gebied staat er pluksgewijs opgaande beplanting. In het buitengebied komen bomen (fladderiep, zwarte populier) of struweel (sleedoorn, grauwe wilg) alleen incidenteel voor. Kenmerkend zijn ook de verschillende hoogtes van de oevers langs de Hunze.
Net als in het veen kan de inrichting van het Hunzeprofiel kan niet losgezien worden van de inrichting van de aanliggende biotopen (zie pagina 48) Door hier, waar mogelijk, houtwallen, broekbos of erfbeplanting toe te passen zal de Hunzeloop ruimtelijk worden ingekaderd. Daarnaast zorgen de bomen aan de rand voor schaduw om het hitte-eiland effect te beperken. Waar geen ruimte is om bomen aan de randen toe te voegen kan er meer (niet meer dan 40%) opgaande beplanting langs de oever aangeplant worden.
31 Profiel, vegetatie en voorkomen soorten natuurlijke meander klei
LEEF
NEST
VOER
SCHUIL
Neerslag
H u nze
Vo cht ig
Hooiland
Fioringras Agrostis stolonifera Geknikte vossenstaart Alopecurus geniculatus Platte Rus Juncus compressus Ruige zegge Carex hirta Moeraszoutgras Triglochin palustris Slanke waterbies (brak) Eleocharis uniglumis Aardbeiklaver (brak) Trifolium fragiferum
Moeraszegge Carex acutiformis
Scherpe zegge Carex acuta
Tweerijige zegge Carex disticha
Kleine watereppe Berula erecta
Draadzegge Carex lasiocarpa
Waterdrieblad Menyanthes trifoliata
Snavelzegge Carex rostrata
Grote kattenstaart Lythrum salicaria
Kransvederkruid Myriophyllum verticillatum
Zwanenbloem Butomus umbellatus
Witte waterlelie Nymphaea alba
Gele plomp Nuphar lutea
Aarvederkruid Myriophyllum spicatum
Fluitekruid Anthriscus sylvestris Goudhaver Trisetum flavescens
Grote vossenstaart Alopecurus pratensis
Gele Morgenster Tragopogon pratensis subsp. pratensis
O e ve r wal
Fontijnkruid (Doorgoeid, gekroesd, drijvend en rivier-) Potamogeton alpinus, crispus, nodosus
Sloot
Glanshaver Arrhenatherum elatius
Pastinaak Pastinaca sativa
Overstroming gevoed
Droog
hooiland
45
32 Referentie voor de meander in het het klei. Het Oude Diepje bij Wetsinge
Vegetatie langs de meanderdoorsteek
46
2.2 robuuste groenstructuur
In de meanderdoorsteken heeft de loop van de Hunze een ander karakter dan de natuurlijke meanders. De loop is recht en de Hunze kent een asymmetrisch profiel waarvan één oever zeer steil (1:1) of een kademuur kan zijn. De andere oever kent een flauw talud met een natuurlijk verloop in beplanting, gelijk aan het verloop bij de natuurlijke meanders. De kademuur vormt een eigen biotoop met varens, mossen en andere muurplanten. Een ondiep vlak onder het wateroppervlak vormt een foerageerplek voor soorten als waterspreeuw of grote gele kwikstaart.
Langs de meanderdoorsteek kan de opgaande beplanting een meer cultuurlijk karakter hebben door bijvoorbeeld de toepassing van laanbomen.
33 Profiel, vegetatie en voorkomen soorten meanderdoorsteek
LEEF
NEST
VOER
SCHUIL
K ruid enr ijk
gra sla nd
O ever
Hunze
Muurvaren Asplenium ruta-muraria
Haaksterrenkroos Callitriche brutia
Rossig fontein kruid Potamogeton alpinus
Gekroesd fontein kruid Potamogeton crispus
Rivierfonteinkruid Potamogeton nodosus
Drijvende water weegbree Luronium natans
r
Riet Phragmites australis
afvoe
Glanshaver Arrhenatherum elatius
water
Goudhaver Trisetum flavescens
lijke
Pastinaak Pastinaca sativa
Gele Morgenster Tragopogon pratensis subsp. pratensis
Fluitekruid Anthriscus sylvestris
Grote vossenstaart Alopecurus pratensis
Iep Ulmus
Wilg Salix Alba
Zachte berk Betula pubescens
Zwarte els Alnus Glitinosa
Stede
Ond i ep te
K ad emuur
47
34 Referentie stedelijke inrichting bij een meanderdoorsteek. Voorbeeld: Grift in Apeldoorn (ontwerp Okra)
Diversiteit van omliggende biotopen
48
2.2 robuuste groenstructuur
Grofweg bestaat het Hunzegebied uit 2 delen. 1. De Hunzeloop; Dit is de waterloop van de Hunze inclusief oevers en oeverwal. Het gedeelte waar de Hunze letterlijk zichtbaar is, in de vorm van waterlichaam of inversierug. In de stad herkenbaar aan doorgaande water, in het landelijk gebied ook zichtbaar gemaakt als relicten van overgebleven Hunze delen in het landschap. 2. De omliggende biotopen; Dit zijn de gebieden die buiten de Hunzeloop liggen, maar ook meedoen in het Hunze systeem, in de vorm van wateraanvoer, vloeivelden, voorzieningen voor biodiversiteit en recreatie.
De biotopen zijn plekken aan de Hunze die een specifieke functie kennen voor water, mens en dier. De biotopen zijn opgesplitst in verschillende categorieën: Natuurlijk, Stedelijk onbebouwd en Bebouwd.
natuurlijk biotoop worden gecreëerd, door bijvoorbeeld een braakliggend gebied in te richten als broekbos. Hierdoor ontstaan er ook midden in de stad schuilgebieden voor fauna en waterberging.
Iedere biotoop borgt functies voor verschillende doelen; water, mens en dier. Zo kan het bebouwd gebied een functie hebben voor wonen, maar ook als wateraanvoer voor de Hunze en leefgebied zijn voor verschillende doelsoorten (ambassadeurs). Wanneer het biotoop uit een boerenerf bestaat, dan kan deze zorgen voor een versterking van de cultuurhistorische waarden en tegelijkertijd een schuilplaats vormen voor vogels en klein wild. Ook kan in de stad een
In figuur 36 is een overzicht gegeven van de ligging van de verschillende biotopen. In figuur 37 zijn de verschillende biotopen verder toegelicht.
Hunzegebied Streefbreedte Hunze 30 m Waterloop inclusief oevers (15 - 20 m)
35 Biotopen aan weerszijden van de Hunzeloop zijn onderdeel van de Hunzezone
Sloot (5 m)
Oeverwal (10 m)
Water (7 - 10 m)
49
Re
itd
Van
Sta rk
enb
org
hka
naa
l
ter die p
iep
Bo
36 Biotopenkaart van het Hunzegebied
am
rh
ste
Oo
rik
al
na
ka
diep ster
Dam
l
naa
ska
Eem
LEGENDA Omliggende biotopen Bebouwing Boerderij Historisch lint Hoogbouw Laagbouw Bedrijventerrein Natuurtypen Houtwal Broekbos Aangrenzend grasland Overstromingsgebied Hooiland Rietoevers
Oude Hunzeloop Poel Oeverwal
e Win
scho
terdie
p
Wi ns
ch
ote
rdi e
p
iep ntsd Dre
Stedelijk groen Wadi / recreatie Berm / kade
Oud
50
Hunzebiotoop LANDELIJK ONBEBOUWD
STEDELIJK ONBEBOUWD
37 Palet van biotopen die kunnen voorkomen in de Hunzezone
GRASLAND
OEVERSTROMINGSGEBIED
WA D I / R E C R E AT I E O E V E R
- Melkvee
- Diverse hoogteverschillen
- Speelelementen in de oeverrand
- Gemengd grasland
- Stilstaand water
- Waterberging
- Waterberging
- Verbetering waterdynamiek
HOOILAND
RIETOEVER
STIJLE KADE
- Agrarisch beheer
- Waterberging
- Gekoppeld aan oud lint en weg
- Gemengd hooiland
- Waterzuiverende waterwerking
- Nestlocaties voor vogels
- Hoogwater
- Verbetering waterdynamiek
- Verbetering waterdynamiek
H O U T WA L
BROEKBOS
BERM / KADE
- Schaduwwerking op het water
- Schaduwwerking op het water
- Bloemrijke bermen
- Afscherming industrie
- Waterberging
- Stadsdoelsoorten verbinding
- Schuilplekken biodiversiteit
- Schuilplekken biodiversiteit
- Schuilplekken biodiversiteit
51
Hunzeloop BEBOUWD
Sloot 5 m
HISTORISCH LINT
BOERDERIJ
- Hagen en stoep
- Boomsingel
- Steile kade: nestgelegenheid
- Gracht
POEL
LAAGBOUW
HOOGBOUW
- Zichtbaar maken van de Hunze
- Afwatering hemelwater
- Afwatering
- Paaiplaats voor vissen
- Flauwe oevers
- Nestkastjes voor vogels
Oeverwal 10 m
Waterloop 7-10 m Hunzeloop incl oevers 15-20 m
Streefbreedte Hunze 30 m
HUNZELANDSCHAPSRELICT
- Leefgebied voor reptielen
- Gebouw in oeverzone
O E V E RWA L
BEDRIJVENTERREIN
- Zichtbaar maken van de Hunze
- Afwatering: dak en straat
- Droge dooradering in veengebied
- nestkasten voor vogels
- Drager voor wandelpaden
- Houtwal nabij Hunze
Maatregelen bij versmalling
52
2.2 robuuste groenstructuur
Op een aantal plekken is het, door de beperkte ruimte, lastig om het streefprofiel van 30 meter breedte te realiseren. Op deze plekken kan er voor gekozen worden om de Hunzecorridor te versmallen tot maximaal 15 meter. Vanuit ecologisch (verstoringsgevoeligheid) maar ook ruimtelijk perspectief (tunnelvorming) is het van belang om de versmalling maximaal over een lengte van 3x de breedte van de Hunze corridor toe te passen. Hierna volgt een tussenruimte van minimaal 30 meter waarna de versmalling zich kan herhalen.
Z
N U H
Op plekken waar versmallingen worden toegepast is maatwerk essentieel. De versmallingen dienen daarom altijd in samenwerking met een ecoloog en een stedenbouwkundige of landschapsarchitect ruimtelijk getoetst worden.
LO E P O Max. lengte versmalling is 3x breedte
Versmalling max: 15 meter Streefbreedte Hunze - 30 meter Tussenruimte min. 30m
Z
N U H
38 Principe voor versmalling van het streefproel
LO E
Max. lengte versmalling is 3x bree edte
P O
53
Voor de ruimtelijke en ecologische kwaliteit is het van belang om bij versmallingen in het streefprofiel natuurinclusieve maatregelen, als gevelbeplanting, groene daken en gevelbeplanting, in de bebouwing te integreren. Hierdoor wordt niet alleen de functie van de Hunzecorridor als schuil en fourangeerplek voortgezet, maar krijgt de versmalling ook een zachtere en pretterige uitstraling.
39 Wanneer de streefbreedte van 30m niet behaald kan worden dient in de bebouwing ruimte voor groen en natuur gezocht te worden. 40 Voorbeelden van het integreren van groen in de gebouwen
: TE D E: EE DT BR EE EF BR0m RE EF 3 0m ST RE 3 ST : TE D E: EE DT BR EE E R AL E B5m IM L 1 m IN A 15 M INIM M
2.2 STROMEND WATER
2.2 Stromend water
56
Het weer laten stromen van de Hunze in de stad dient meerdere doelen: 1. Herstel van de ecologische kwaliteit door het terugbrengen van een biotoop van laaglandbeken, die nu niet meer in de stad te vinden is. 2. Verbeterde waterkwaliteit door betere zuurstofopname en afvoer van afvalstoffen. 3. Betere herkenbaarheid van de Hunze, doordat stromend water dichtgroeien van de waterloop beperkt.
41 Rechts: Uitgangspunt voor het watersysteem 42 Onder: Stromend water kan worden bereikt door ingrepen op verschillende schalen.
Om de Hunze weer te laten stromen zijn er op verschillende schaalniveaus ingrepen nodig. Op grote schaal moeten de peilvakken op elkaar afgestemd worden zodat een natuurlijk verval mogelijk is. Dit vraagt op een aantal punten een aanpassing van de bestaande peilhoogtes. Daarnaast dienen op de allergrootste schaal ontbrekende schakels hersteld te worden. Met name de kruising van infrastructuur vraagt hierbij om aandacht. Het lijkt (vooralsnog) niet reeël om een ononderbroken loop van Drenthe naar het Wad te herstellen. Wel kan het aanpassen van de peilen bijdragen aan het terugbrengen van stroming. Op lokale schaal kan stroming worden gestimuleerd door regenwater zoveel mogelijk af te koppelen en via de Hunze af te voeren. Met name de verharde bedrijventerreinen kunnen zo een belangrijke bron vormen voor een stromende Hunze. Door tenslotte in de vormgeving van de waterloop nog te variëren (in breedte, binnen- en buitenbochten en door elementen toe te voegen in de Hunze) kan ook op de kleinste schaal de stroming worden gestimuleerd en zichtbaar worden gemaakt. Op de volgende pagina’s is per schaalniveau uitgewerkt hoe stromend water gerealiseerd kan worden en hoe hierbij de koppeling met ecologie en klimaatadaptatie gelegd kan worden.
S
S. Stroming door inrichting en vormgeving
Van versnipperd watersysteem...
-1.5
M
L
Naar stromend water
-1.3
-1.0
-0.8 -0.2 +0.4
XL
M. Stedelijk water benutten voor
L Aanpassen peilvakken voor natuurlijk
XL Herstel knelpunten stroming van
dynamiek
verval
Drenthe tot Wad
-0.93 0.25
-0.93 -1.27
57
-0.93 -0.93
-0.93 -0.93
-0.93 -0.93 -0.93
43 Totaalkaart stromend water -0.93
-0.93 -1.21
Wijk de Hunze
-0.93 -1.4
Gerrit Krolbrug
Oosterhamrikbaan -0.93 -0.58
Bedrijven Pop Dijkemaweg
Bedrijven Oosterhoogebrug
-1.2 -1.4
+0.53 -1.5
-1.2 -1.2 -0.7 -0.5
Driebond -0.7 -0.5
Beneluxweg
Eemspoort -0.7 -0.6 -0.7 -0.7
Euvelgunne
-0.7 -1.1
Europaweg -0.7 -1.94
-0.7 -1.31
LEGENDA Hunzeloop Hunzeloop onderbroken Start peilvak Stroomrichting Inlaat Belangrijke kruizing Vistrap Nieuw peil Huidig peil Benutten van stedelijk water
-0.40
+0.53
-0.60
-0.7 -0.5
-0.40
Infiltratiegebied
-0.50
Hemelwater afvoergebied Hemelwater stroomrichting
-0.03 -0.60
+0.53
Een aaneengesloten waterloop
58
2.2 stromend water
Daarnaast vragen ook de lage maaiveldhoogtes op sommige plekken in de stad en de mogelijke verontreiniging van grondwater bij Stainkoeln, bij toekomstige uitwerking, nog het nodige maatwerk (zie figuur 44 en 45). Het waterpeil rondom nieuwe en voormalige stortplaatsen kan niet aangepast worden vanwege de geohydrologische beheersbaarheid en het eeuwigdurend onderhoud. Een overzicht van alle voormalige stortplaatsen is te vinden via provinciale gegevens via Navos (Nazorg voormalige stortplaatsen). Wanneer we rondom deze stortplaatsen het waterpeil willen verhogen, gaan we in overleg met de eigenaar en beheerder in gesprek over alternatieven (zoals het omleiden van de waterloop op grotere afstand van de stortplaats).
Naast de barrières vraagt ook de diepgelegen ligging van enkele polders en de daarin gelegen woon- en werkgebieden om nuancering van de mogelijkheid om de Hunze onder natuurlijk verloop van Drenthe naar het Wad te laten stromen. De Hunze als voortzetting van het Drents Diep vraagt om een dermate hoog peil (+0.53) dat de Hunze in de laaggelegen gebieden met waterkeringen zal moeten worden uitgevoerd. Dit zorgt niet alleen voor een groot ruimtebeslag (watergang + dijken) maar ook om een ruimtelijk onwenselijke situatie. Praktisch betekent dit dat de Hunze door de stad Groningen niet onderdeel van de boezem (waar het Drents Diep onderdeel van is) zal zijn, maar zal functioneren als een lokale aftakking. Met de inrichting (vistrappen, inlaten, sortiment) wordt de verbinding met het grotere boezemsysteem wordt gezocht.
-1.2
Ring Zuid
St Petersburgweg -0.7
-0.7
-0.7
1
0
-0.7
-1
-1.2
Boezem
-0.93
Damsterdiep -1.2
-0.93
Oosterhamrikbaan
Gerrit Krolbrug
Boterdiep -0.93
Aandachtsgebieden waar drooglegging van 1.30 mogelijk niet wordt gehaald
Europaweg
Gewenst waterpeil en afvoerrichting
Winschoterweg
Eemskanaal +0.53
Huidig waterpeil
-0.93
Winschoterdiep +0.53
44 Schematische weergave van de benodigde aanpassing in peilen en mogelijke conflicten
Boezem
Het realiseren van een ononderbroken stromende waterloop van Drenthe naar het Wad brengt vele uitdagingen met zich mee. In de eerste plaats dienen er enkele grote barrières, zoals kanalen met vaarfuncties en hoofdwegen gepasseerd te worden. De belangrijkste obstakels zijn, van zuid naar noord: het Winschoterdiep, de zuidelijke ringweg, het Eemskanaal, Damsterdiep en het Boterdiep (van Lohuizen, 2017). Daartussen liggen tal van kleinere barrières zoals de Oude Rijksweg, Beneluxweg, Sint Petersbrug en de Gerrit Krolbrug, die nu nog een obstakel in het verloop van de Hunze vormen. Veel van deze obstakels kunnen met duikers worden opgelost. Voor de grote kanalen met vaarfuncties zoals het Eemskanaal, zal een sifon of andere civiel technische oplossing nodig zijn. De vraag rijst of de (ecologische) meerwaarde hierbij opweegt tegen de kosten die hiervoor gemaakt dienen te worden. Het is echter aan te bevelen om dergelijke ingrepen niet als onmogelijk te zien, maar de peilhoogtes van de Hunze zo te kiezen dat dit in een later stadium eventueel nog wel gerealiseerd kan worden.
-2
59
In de huidige situatie is een aaneengesloten Hunze die onder vrij verval kan afwateren, niet reëel. Los van het oplossen van de barrières van de kanalen, die een opgave op zichzelf vormen (zie Extra Large), dienen de peilvakken tussen de kanalen zoveel mogelijk op één niveau te worden gebracht om tot een aaneengesloten stromend watersysteem te komen. In de huidige situatie bestaat de beoogde loop in de stad Groningen uit een patchwork van peilvakken met verschillende hoogtes. Op basis van gesprekken met de waterschappen en voortbouwend op lopende projecten (zoals Hunzeboord, waar het waterpeil van de Hunze al op niveau van het Boterdiep wordt gebracht) lijkt het realistisch om het onderstaande verloop van waterpeilen voor de Hunze te hanteren. De Hunze wordt hierbij in 3 delen opgedeeld:
Van Starkenborghkanaal
! Boterdiep
!
Pop Dijkemaweg
• Het zuidelijk deel van Winschoterdiep tot Eemskanaal met een peil van -0,7 NAP; • Het middelste deel rondom het Damsterdiep op een peilhoogte van -1,20 NAP en • Een noordelijk deel vanaf het Damsterdiep met een peilhoogte van -0,93 NAP.
Rijksweg
!
!
Op de! meeste plekken zal het aanpassen van de waterpeilen geen grote problemen opleveren. Voordat de peilvakken aangepast worden! dient eerst per peilvak in beeld worden gebracht of dit geen nadelige gevolgen (verzakking of wateroverlast) voor de omgeving oplevert. Op een aantal plekken zal maatwerk nodig zijn.
Eemskanaal
Beneluxweg
Hooghoudtstraat
!
Europaweg
Winschoterweg
!
-0.7 -0.5
Winschoterweg
45 Belangrijkste barrieres voor het realiseren van een continue Hunze
!
LEGENDA Hunzeloop
!
!
Grote barrière Kleine barrière Aandachtsgebieden waar drooglegging van 1.30 niet wordt gehaald
!
Winschoterdiep
Afkoppelen van overtollig regenwater
60
2.3 stromend water
De Hunze loopt in de stad Groningen door een sterk verstedelijkt en verhard gebied. Klimaatverandering veroorzaakt hevigere buien (piekbuien) waardoor grotere hoeveelheden regenwater versneld afgevoerd moeten worden. Met name in de laaggelegen en sterk versteende bedrijventerreinen, leidt dit bij piekbuien tot overlast. Het afkoppelen van regenwater van verharde woonwijken en industriegebieden naar de Hunze biedt kansen voor een klimaatbestendige inrichting van de stad en tegelijkertijd het creëren van meer waterdoorvoer in de Hunze. Door de aanleg van laagtes, poelen en greppels kan tijdens piekbuien overtollig regenwater uit de omliggende stedelijke gebieden worden opgevangen. Door dit water vervolgens zoveel mogelijk vast te houden en vertraagd af te voeren, ontstaat er gedurende een langere periode na de regenbui een toename van stroming in de Hunze. De laagtes vormen tevens een belangrijke biotoop in het Hunze-systeem. Deze dienen als een paaiplek voor vissen en door de fluctuerende waterstanden ontstaat er een habitat voor bijzondere soorten planten. Naast de inrichting van de Hunze is het aan te bevelen om op de bedrijventerreinen aandacht te besteden aan een klimaatrobuuste inrichting. Met name in de gebieden die door de lage ligging niet oppervlakkig kunnen afwateren op de Hunze.
Voor deze bedrijventerreinen is het realiseren van groene daken, regentuinen en groene bermen langs de wegen essentieel voor een klimaatrobuuste inrichting. Vanuit dit lager gelegen gebied kan het water vervolgens vertraagd worden afgevoerd naar het lager gelegen deel van het Hunzegebied, waar het voor langere tijd kan worden gebufferd.