Bijlage 2 Ontwerpbegroting 2026 boekwerk.pdf
Tekst van het document
Eenieder zo lang mogelijk - op hun eigen manier en niveau - actief kan (blijven) deelnemen aan het economische - en maatschappelijke verkeer, ook als 76
Effectindicator(en) • % Personen dat op peilmoment 1 januari gebruik maakte van een uitkering levensonderhoud in het kader van de Participatiewet op de totale bevolking; • Waarvan jongeren 18 t/m 26-jarigen • % Minima ** (en niet-minima) (18 jaar e.o.) dat aangeeft de eigen gezondheid als matig tot slecht te beoordelen
•
•
•
gezondheidsbeperkingen en/of belemmeringen anderszins dit bemoeilijken. Ten aanzien van ‘meedoen’ het in eerste instantie gaat over het hebben van (fatsoenlijk betaalde) arbeid (in relatie tot de beroepsbevolking), en waar dit (nog) niet mogelijk is, over maatschappelijke participatie en/of tenminste sociale activering; De strategische focus ten aanzien van armoede ligt bij het bieden van bestaanszekerheid via inkomensondersteuning en schuldhulp en op het (structureel) doorbreken van (intergenerationele) armoede - dat wil zeggen het voorkomen van de overdracht van armoede van ouder op kind; Ingezet wordt op het voorkomen en bestrijden van problematische schulden.
•
% Minima ** (en niet-minima) (18 jaar e.o.) dat aangeeft: (Zeer) tevreden te zijn over de manier waarop men meedoet aan de samenleving
• • • •
% Huishoudens behorend tot de minima: 1 jaar of langer 4 jaar of langer % Minderjarige kinderen behorend tot een minimahuishouden ** % Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft moeite te hebben met rondkomen van het eigen huishoudinkomen
Effectindicator(en) Met de volgende effectindicator(en) wordt de voortgang van de uitvoering van ons beleid gemeten. Indien er geen cijfers beschikbaar zijn voor dat jaar staat er een streepje. In dat geval wordt de indicator niet jaarlijks gemeten. Effectindicator(en)
Behaald 2022
Behaald 2023
Behaald 2024
Beoogd 2025
Beoogd 2026
Beoogd 2027
5,5%
5,2%
5,1%
< 5,5%
< 5%
< 5%
2,0% Waarvan jongeren 18 t/m 26-jarigen % Huishoudens behorend tot de minima: 16% • 1 jaar of langer (2021) 11% (2021) • 4 jaar of langer
1,9%
n.n.b.
< 2%
< 2%
< 2%
15% (2022) 10% (2022) 10% (2022)
15% (2023)
< 15%
< 15%
< 15%
10% (2023)
< 10%
< 10%
< 10%
11% (2023)
< 10%
< 10%
< 10%
10%
-
< 10%
-
% Personen dat op peilmoment 1 januari gebruik maakte van een uitkering levensonderhoud in het kader van de Participatiewet op de totale potentiële beroepsbevolking (15 t/m 64 jarigen) •
% Minderjarige kinderen 11% (2021) behorend tot een minimahuishouden % Inwoners (18 jaar e.o.) dat 15% aangeeft moeite te hebben met rondkomen van het eigen huishoudinkomen % Minima (en niet-minima) (18 jaar e.o.) dat aangeeft:
77
•
de eigen gezondheid met een 7 of hoger te waarderen
-
-
•
het meedoen aan de samenleving met een 7 of hoger te waarderen
-
-
Minima: 58% geeft 7 of hoger; Nietminima: 81% geeft een 87 of hoger (betrekking op 2022) Minima: 53% geeft 7 of hoger; Nietminima: geeft 70% geeft 7 of hoger (betrekking op 2022)
-
> 65%
-
-
> 65%
-
Relevante beleidsnota's Het programma is verder uitgewerkt in de volgende beleidsnota’s: Werk en activering Visie sociaal ontwikkelbedrijf Groningen (2025) Jongeren in de bijstand (2025) Voortgang Werk en Ontwikkelprogramma 2022-2025 (2025f) Werk- en ontwikkelprogramma 2022-2025 (2022) Gebiedsgerichte aanpak voor werk en participatie (2022) Visie en rol iederz (2020) Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening Plan schuldhulpverlening gemeente Groningen 2024-2028 (2023) Uitvoeringsplan Schuldhulpverlening 2024-2025 Tussenevaluatie-uitvoering-Plan-Schuldhulpverlening-2024-2028 (2025) Uitvoeringsprogramma brede aanpak armoede en schulden (2024) Voortgangsrapportage 2024 Programma aanpak armoede en schulden (2025) Armoedemonitor 2024: Een trendonderzoek over armoede in de Gemeente Groningen (OIS 2024) Verdieping armoedemonitor 2024 (OIS 2025) Nalevings-en handhavingsbeleidsplan Participatiewet 2024-2028 Voortgang project regelingenwoud (2024)
Relevante ontwikkelingen Nieuwe wetgeving: Participatiewet in Balans en Wet van school naar duurzaam werk Afgelopen jaar is de Participatiewet in Balans is uitgesteld. De nieuwe wet treedt deels op 1 januari 2026 in werking. De wet bestaat uit ruim 20 maatregelen die de komende twee jaar gefaseerd worden ingevoerd. Het doel is een betere balans tussen bestaanszekerheid, re-integratie en handhaving waarbij vertrouwen, de menselijke maat en aansluiting op het de denk- en doenvermogen van inwoners belangrijke uitgangspunten zijn. Deze uitgangspunten zijn al een belangrijk onderdeel in de Groningse dienstverlening en werkwijze. De Participatiewet in Balans is een eerste stap naast een meer fundamentele herziening van de Participatiewet waaraan de komende tijd verder wordt gewerkt.
78
Op 1 januari 2026 gaat ook de wet van school naar duurzaam werk van kracht. Het doel van deze wet is om jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt de juiste begeleiding en ondersteuning te geven richting economische zelfstandigheid. Werk en Participatie Hoewel er sprake is van veel geopolitieke onzekerheid, lijkt de economie volgend jaar licht te groeien. De spanning op de arbeidsmarkt neemt iets af, maar de personeelsschaarste in sectoren zoals de zorg, onderwijs, ICT en techniek blijft aanhouden. Toch lukt het niet iedereen die in de bijstand zit aan het werk te komen. Sinds de inwerkingtreding van de Participatiewet in 2015 zijn andere groepen onder de Participatiewet gaan vallen die lastiger aan het werk komen. De nieuwe Participatiewet speelt hierop in door uit te gaan van arbeidsinschakeling voor wie dat kan, maar voor mensen die dat niet kunnen of daar (nog) niet aan toe zijn, de focus te leggen op andere activiteiten in de vorm van maatschappelijke participatie. Voor de juiste ondersteuning richting werk of maatschappelijke participatie, blijven we inzetten op het vergroten van het contact met inwoners. De Groningse aanpak en de verdere ontwikkeling van de gebiedsgerichte werkwijze draagt bij aan een laagdrempelige, toegankelijke en nabije overheid. Hierdoor kunnen we beter aansluiten op wat inwoners daadwerkelijk nodig hebben en ondersteuning bieden.
Ook wordt er in de wijk steeds meer samengewerkt tussen de afdelingen Werk, Inkomen en Schulden, zodat inwoners met problemen integraler en beter geholpen kunnen worden. Daarnaast blijven we inzetten op bestaanszekerheid voor mensen die niet op de reguliere arbeidsmarkt terecht kunnen via de Basisbaan. Inwoners komen hiervoor in aanmerking als ze meer ondersteuning nodig hebben. Daarom streven we naar 215 basisbanen in 2026. Op de lange termijn houden we vast aan 250 basisbanen. Ten aanzien van het Werk en Ontwikkelprogramma gaan we kijken welke succesvolle onderdelen we kunnen voortzetten. iederz We gaan verder met de doorontwikkeling van het sociaal ontwikkelbedrijf. Met de juiste ondersteuning, ruimte en begeleiding willen we meer inwoners stappen laten zetten richting werk en zelfstandigheid. Door het bieden van een veilige omgeving zetten we in op de ontwikkeling van 500 extra inwoners per jaar. Werk in Zicht Werk in Zicht is het samenwerkingsverband van gemeenten, UWV, sociaal ontwikkelbedrijven en partners in de arbeidsmarktregio Groningen en Noord-Drenthe. Via Werk in Zicht blijven we ons inzetten om inwoners met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt een stap vooruit te helpen. Dit doen vanuit het Werkcentrum met onze partners.
Hier bieden we een ontschotte dienstverlening aan waarbij maatwerk voorop staat en waardoor we de arbeidsmobiliteit van onze inwoners vergroten. Hierdoor bieden we inwoners een duurzame toegang tot de arbeidsmarkt. Inkomen en Schuldhulpverlening We blijven inzetten op het bestrijden van armoede en het voorkomen van schulden onder onze inwoners. Met het Uitvoeringsprogramma armoede en schulden 2024-2026 bieden we inwoners meer financiële zekerheid. Hiermee gaan we verder door regelingen te vereenvoudigen en de toegankelijkheid te vergroten. Door de communicatie te verbeteren en beter af te stemmen op de verschillende inwoners blijven we de verschillende regelingen onder de aandacht brengen zodat meer inwoners gebruik gaan maken van de regelingen waar ze recht op hebben. Daarnaast continueren we onze inzet van Kansrijk Groningen en de Doorbraakaanpak waardoor we via maatwerk inwoners passende ondersteuning kunnen bieden in soms complexe situaties. Ook met het Uitvoeringsplan Schuldhulpverlening helpen we meer inwoners die schulden hebben. Maar bovenal proberen we te voorkomen dat inwoners in financiële problemen terechtkomen. Dit doen we door inwoners sneller te bereiken, zetten in op financiële weerbaarheid en plegen actievere nazorg om te voorkomen dat inwoners terugvallen en opnieuw hulp nodig hebben. 79
Resultaten, activiteiten en prestatie-indicatoren De resultaten geven aan wat we willen bereiken. De activiteiten geven aan wat we daarvoor doen. De prestatieindicator(en) meten de voortgang van de resultaten. De opbouw is opgesteld aan de hand van de beleidsvelden Werk en activering en Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening. Wat willen we bereiken (resultaten)
Wat gaan we daarvoor doen (activiteiten)
Werk en activering Werk in Zicht (Regionaal arbeidsmarktbeleid) •
Er is een betere aansluiting tussen vraag en aanbod van onbenut talent op de arbeidsmarkt. Inzet is gericht op het ontwikkelen van competenties van inwoners waardoor er voor (potentieel) kwetsbare doelgroepen en andere personen met een zekere afstand tot de arbeidsmarkt een beter perspectief naar een goede (betaalde) baan ontstaat. • Hierbij is ook een goede aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt van belang, waardoor de mismatch tussen kwalificaties van mensen enerzijds en gevraagde competenties anderzijds wordt verkleind, en (jong) volwassenen hierdoor makkelijker vanuit de opleiding kunnen doorstromen richting een betaalde baan of reeds werkenden meer wendbaar kunnen zijn in hun (verdere) werkzame leven. Werk
•
•
•
•
•
•
•
Binnen Werk in Zicht bieden we werkzoekenden en werkenden ondersteuning over (ander) werk en/of scholing door uit te gaan van de (ontwikkel) vraag; We streven naar een betere aansluiting tussen vraag en aanbod van (onbenut) talent van(potentieel) kwetsbare groepen door onze dienstverlening meer in te zetten op het ontwikkelen van competenties en vaardigheden; We zetten in op het bereiken van meer ongekend talent door het organiseren van Startfest en via bezoekers aan het Talentperron; De dienstverlening in het netwerk van publieke en private partners ontwikkelen we verder met de inzet van het Werkcentrum; We zorgen ervoor dat onze inwoners via trajecten, zoals Kansrijk Opleiden en Kansrijk Talent, basisvaardigheden en vakvaardigheden ontwikkelen en beter de stap naar de arbeidsmarkt kunnen maken; De wetgeving van school naar duurzaam werk versterkt de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Hierbij zetten we in op preventieve dienstverlening en een sluitende aanpak voor jongeren. Ook versterken we de samenwerking tussen onderwijs en sociaal ontwikkelbedrijven; We blijven ons inzetten voor het realiseren van afspraakbanen in de regio voor mensen met een arbeidsbeperking.
80
•
Meer inwoners in een uitkeringssituatie weten met behulp van passende ondersteuning hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten en succesvol uit te stromen naar een (reguliere) betaalde baan of als ondernemer, al dan niet via een scholingstraject. Hierin gaan we kennis en vakmanschap stimuleren.
•
•
•
•
•
•
•
•
•
We willen meer inwoners bereiken, ook zonder bijstandsuitkering, en ondersteunen hen op maat. Dit doen we door het ontwikkelen en versterken van de gebiedsgerichte en Groningse aanpak. We bieden een toegankelijke, nabije en laagdrempelige dienstverlening. Hierbij hebben we extra aandacht voor jongeren. Door gebiedsgericht te werken kennen we onze inwoners beter en kunnen we nog beter aansluiten bij hun behoeften; We bieden inwoners met een uitkering gerichte ondersteuning via onder andere activering, scholing, praktijkleren en jobcoaching. Deze activiteiten vinden zoveel mogelijk in de wijk of het trainingscentrum plaats. Wanneer uitstroom naar werk nog niet haalbaar is, faciliteren we maatschappelijke participatie om betrokkenheid en ontwikkeling te blijven stimuleren. Dit doen we zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving van de inwoner; Om meer inwoners aan werk te helpen sluiten we de werkgeversdienstverlening met accountmanagers aan in het gebied. Door deze gecombineerde aanpak inde gebieden zorgen we ervoor dat inwoners beter worden voorbereid, ondersteund en gemotiveerd om duurzaam deel te nemen aan de arbeidsmarkt en/of het ondernemerschap; We zetten extra in op het werven van instapbanen, specifiek in de branches horeca, handel en schoonmaak.
Daarbij ligt de focus op het ontwikkelen van werknemersvaardigheden en ontwikkelen we voorschakeltrajecten met als doel duurzame uitstroom te realiseren; We zetten in op groei en verduurzaming van afspraakbanen (LKS) door een goede voorbereiding van de kandidaat. Dit doen we door jobcoaching en door werkgevers/werkomgeving te betrekken in het ontwikkelproces; We zetten in op preventie van terugval in de bijstand door financiële ontzorging bij de overgang van bijstand naar werk en door inwoners vanuit de WW in een vroeg stadium te benaderen om instroom in de bijstand te voorkomen; Vanuit het Werk- en Ontwikkelprogramma is “Op Koers” een effectief instrument. We zetten dit voort en breiden uit naar de noordelijke wijken; We blijven inzetten op het ontwikkelen van basisbanen. De basisbaan is een baan voor inwoners die niet regulier op de arbeidsmarkt werk kunnen vinden. We blijven op lange termijn inzetten op 250 basisbanen. We streven naar 215 actieve basisbanen eind 2026. Medio 2025 zitten we op 173 basisbanen; We willen vraag en aanbod van werk en onderwijs beter op elkaar laten aansluiten door de brug tussen werkgever en inwoner versterken. Daarvoor organiseren we wijkgerichte en gemeente brede bijeenkomsten, banenmarkten
81
opleidingstrajecten en bieden maatwerk via jobhunten en jobcarving.
Maatschappelijke participatie •
•
Meer inwoners in een uitkeringssituatie met daarbij een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt worden geactiveerd en doen mee via verschillende vormen van maatschappelijke participatie Inwoners met een SWindicatie of een NBindicatie zijn actief binnen een Nieuw Beschut omgeving of met een LKS subsidie bij een werkgever.
•
•
• •
•
•
Inwoners bieden we een passend traject aan, dat aansluit bij het niveau, ontwikkeling en talent van de inwoner. We werken daarbij vanuit de ‘Groningse aanpak’; We ondersteunen Nieuw Beschutters om bij een reguliere werkgever aan de slag gaan. Dat kan via detachering of in dienst bij de werkgever via nieuw beschut in de markt; We zijn continu bezig met het uitbreiden van ons netwerk van geschikte werkgevers voor onze doelgroep; We bieden verschillende ontwikkeltrajecten aan bij iederz, zoals de z-route, Kansrijk Talent en Praktijkleren. Dit ter voorbereiding op een opleiding en/of naar de arbeidsmarkt; Het Instroomportaal biedt ontwikkeltrajecten aan voor iedereen die ondersteuning wil of nodig heeft bij een stap richting werk of onderwijs. Instromers hebben verschillende achtergronden zoals dagbesteding, Wajong, statushouders, ggz-cliënten, cliënten van beschermd wonen en cliënten met een verslavingsachtergrond; We gaan verder met de doorontwikkeling van het Sociaal Ontwikkelbedrijf.
I Relatie resultaten en prestatie-indicatoren t.a.v. werk en activering Resultaten
Prestatie-indicator(en)
•
•
Werk in Zicht (Regionaal arbeidsmarktbeleid)
Totaal aantal uitkeringen levensonderhoud
Aantal plaatsingen m.b.t.: • een werk-/ stageplek gerealiseerd door SROI in de arbeidsmarktregio Aantal personen met een bijstandsuitkering dat uitstroomt naar: • een regulier betaalde baan; • een opleiding. •
Werk
Aantal personen met een bijstandsuitkering dat uitstroomt naar: • een regulier betaalde baan; • een opleiding Aantal plaatsingen m.b.t.:
82
•
• • •
Maatschappelijke participatie
Prestatie-indicator(en)
aantal mensen met LKS op een afspraakbaan met begeleiding vanuit de Participatiewet in Groningen; % Inwoners (met uitkering) dat persoonlijk contact had met hun coach; Waarvan aantal (of %) personen met bijstand dat parttime inkomsten heeft uit arbeid.
Aantal plaatsingen m.b.t.: • % Inwoners (met uitkering) dat persoonlijk contact had met hun coach; • Een beschutte werkplek ‘Nieuw’ (in het kader van de P-wet). Behaald 2022
Behaald 2023
Behaald 2024
Beoogd 2025
Beoogd 2026
• Een werk-/ stageplek gerealiseerd door SROI in de arbeidsmarktregio
1.176
1.055
1.319
900
1025
• Een beschutte werkplek ‘Nieuw’ (in het kader van de P-wet)
137
169
177
191
204
• % Inwoners (met uitkering) dat persoonlijk contact had met hun coach
-
-
95%
93%
93%
• Aantal mensen met LKS op een afspraakbaan met begeleiding vanuit de Participatiewet in Groningen
357
420
612
900
760
1. Werk en activering Aantal plaatsing met betrekking tot.:
Aantal personen met een bijstandsuitkering dat uitstroomt naar:
83
Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening Uitkeringen en minimaregelingen •
Meer huishoudens die onder of rond het sociaaleconomisch minimum (dreigen te) geraken hebben financiële rust en stabiliteit en zijn daardoor beter in staat grip op het eigen leven te houden en aan verschillende facetten van het leven actief te (blijven) participeren. Integraal armoedebeleid
•
• Meer huishoudens die onder of rond het sociaaleconomisch leven kunnen actief (blijven) participeren aan verschillende facetten van het leven, waardoor sociale uitsluiting, gezondheidsverschillen en/of ongelijke ontwikkelingskansen voor kinderen kunnen worden beperkt; • Meer huishoudens zien kans - met aanvullende ondersteuning zo lang als nodig - de regie over het eigen leven te herwinnen en de eigen financiële redzaamheid te versterken. Schuldhulpverlening
•
• Minder huishoudens raken in een financieel kwetsbare of zelfs (problematische) schuldensituatie; • Daar waar dit wel gebeurt willen we de financiële situatie door tijdige en gerichte ondersteuning eerder stabiliseren en - daar waar mogelijk -laten leiden tot (financieel) herstel en een hogere uitstroom naar
• Voorlichting, financiële educatie (budget-coaching) en andere preventieactiviteiten die gericht zijn op het voorkomen of beperken van financieel kwetsbare situaties; • Uitvoeren van de wettelijke taak ‘vroegsignalering’, waarbij inwoners bij signalen van betalingsachterstanden van vaste lasten (huur, energie, water en zorgpremie) proactief een hulpaanbod krijgen; • (integrale) Schuldhulpverlening aanbieden aan huishoudens met (problematische) schulden door meer aanwezig te zijn in de wijken en door middel van onder meer budgetbeheer, eurocoaching (jongeren), schuldregeling, sociale kredietverlening en (indien noodzakelijk) beschermingsbewind;
•
•
•
•
Voortzetting verstrekken uitkeringen voor bijstand, IOAW en IOAZ, waarbij we steeds meer werken vanuit stress-sensitieve dienstverlening; Voortzetting verstrekken minima- en armoederegeling met speciale aandacht voor de laagdrempeligheid (vereenvoudiging, minder bewijslast, vanuit vertrouwen) en het bieden van bestaanszekerheid; Verbetering van onze communicatie in afstemming met ervaringsdeskundigen zodat regelingen en voorzieningen beter in beeld zijn bij inwoners die we minder goed weten te bereiken (zoals werkenden, ouderen en anderstaligen).
Voortzetten breed palet aan armoedevoorzieningen gericht op bestaanszekerheid, ondersteuning en talentontwikkeling, zowel gemeentebreed als op gebiedsniveau; Bredere inzet van de doorbraakmethode en inzet van het Perspectiefbudget om via maatwerk doorbraken te kunnen realiseren; Extra investeren in intensieve ondersteuning van inwoners, zoals met de Kansrijk-aanpak en de aanpak 'Thoes'.
84
een financieel gezonde, zelfstandige, situatie.
• Leveren van financiële begeleiding om financiële weerbaarheid van inwoners te vergroten en bieden van nazorg zo lang als nodig.
II: Relatie resultaten en prestatie-indicatoren t.a.v. inkomensondersteuning en schuldhulpverlening Resultaten
Prestatie-indicator(en)
•
• •
Uitkeringen en minimaregelingen
•
•
Integraal armoedebeleid
• •
•
•
Schuldhulpverlening
•
•
Prestatie-indicator(en)
Totaal aantal uitkeringen levensonderhoud; Waarvan aantal (of %) uitkeringen levensonderhoud dat behoort tot de groep verkerend in een langdurig financieel afhankelijke situatie (>=3 jaar); Aantal personen dat gebruik maakt van één of meerdere (aanvullende) inkomensondersteunende minimaregelingen. Totaal aantal uitkeringen levensonderhoud; Waarvan aantal (of %) uitkeringen levensonderhoud dat behoort tot de groep verkerend in een langdurig financieel afhankelijke situatie (>=3 jaar); Aantal personen dat gebruik maakt van één of meerdere (aanvullende) inkomensondersteunende minimaregelingen. Aantal huishoudens dat gebruik maakt van een of meerdere (langdurige) trajecten van schuldhulpverlening; Percentage geslaagde 'minnelijke' schuldregelingen.
Behaald 2022
Behaald 2023
Behaald 2024
Beoogd 2025
Beoogd 2026
2. Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening Aantal personen met een uitkering levensonderhoud in het kader van de Participatiewet (bijstand): • Totaal aantal uitkeringen levensonderhoud
8.997
9.016
9.018
Afname
Afname
• Waarvan aantal (of %) personen met bijstand dat parttime inkomsten heeft uit arbeid
2.121
1.834
1.882
Toename
Toename
• Waarvan aantal (of %) uitkeringen levensonderhoud dat behoort tot de groep verkerend in een langdurig financieel afhankelijke situatie (>=3 jaar) Aantal personen dat gebruik maakt van één of meerdere (aanvullende) inkomensondersteunende minimaregelingen Aantal huishoudens dat gebruik maakt van een of meerdere (langdurige) trajecten van schuldhulpverlening Percentage geslaagde 'minnelijke' schuldregelingen
5.573
5.498
6.129
Afname
Afname
10.047
10.602
10.753
Toename
Toename
3.662
3.510
3.335
Toename
Toename
75%
83%
90%
80%
80%
85
Toelichting Indicator en (eventueel) nadere toelichting: Aantal personen met een bijstandsuitkering dat uitstroomt naar: Een regulier betaalde baan Toelichting: Het aantal dat uitstroomt naar een regulier betaalde baan wordt o.a. bepaald door een aantal factoren: 1) de mate van instroom; 2) bijstandsvolume; 3) kansen op de arbeidsmarkt voor deze groep. Er zijn steeds meer mensen die meer ondersteuning nodig hebben om uit te kunnen stromen naar regulier werk of maatschappelijke participatie. De arbeidsmarkt is nog steeds krap en biedt kansen voor inwoners met een uitkering. De mismatch is nog wel een knelpunt. Aantal personen met een bijstandsuitkering dat uitstroomt naar: Een opleiding Toelichting: Dit gaat om personen die uitstromen naar een opleiding met studiefinanciering. Aantal plaatsing met betrekking tot.: Een werk-/ stageplek gerealiseerd door SROI in de arbeidsmarktregio Toelichting: Sociale return (SROI) is onderdeel van het inkoopbeleid. We werken hierbij samen met andere gemeenten, provincie en publieke instellingen. Zo stimuleren we opdrachtnemers om werken stageplekken voor inwoners te creëren. Aantal plaatsing met betrekking tot.: Een beschutte werkplek ‘Nieuw’ (in het kader van de P-wet) Toelichting: Er is een landelijk quotum voor het aantal plekken dat gerealiseerd moet worden per gemeente.
Het beoogde aantal voor 2026 is gelijk aan het quotum voor onze gemeente. % Inwoners (met uitkering) dat persoonlijk contact had met hun coach Toelichting: De werkwijze van Kansen in Kaart is opgegaan in de gebiedsgerichte aanpak van Werk & Participatie. De nieuwe indicator gaat over het contact met alle inwoner met een bijstandsuitkering in de gebiedsgerichte werkwijze. Voor 2022 en 2023 zijn geen cijfers beschikbaar. Aantal mensen met LKS op een afspraakbaan met begeleiding vanuit de Participatiewet in Groningen Toelichting: Aantal mensen met een afspraakbaan die in het Landelijk Doelgroepregister (LDR) staan met Loonkostensubsidie (LKS) en/of jobcoaching. LKS is opgebouwd uit LKS regulier, brede inzet LKS en aantal Basisbanen. Het aantal (regionale) afspraakbanen staan vermeld onder regionale arbeidsmarkt: wat hebben we hier voor gedaan (activiteiten). Aantal personen met een uitkering levensonderhoud in het kader van de Participatiewet (bijstand): Waarvan aantal (of %) personen met bijstand dat parttime inkomsten heeft uit arbeid Toelichting: We streven naar dat inwoners optimaal mee doen naar vermogen. Dat betekent dat we streven dat mensen met een bijstandsuitkering parttime gaan werken. Parttime werk kan voor inwoners een opstap zijn naar volledige uitstroom naar werk.
Daarom streven we naar een toename van het aantal mensen die parttime werken als het aantal mensen met een bijstandsuitkering toeneemt. We verwachten een afname van het aantal mensen met parttime inkomsten uit werk, als het aantal mensen in de bijstand afneemt.
86
Migratie Realiseren van de taakstelling huisvesting vergunninghouders.
In samenwerking met de woningcorporaties in Groningen zorgen we voor het huisvesten van vergunninghouders. Maatschappelijke begeleiding van vergunninghouders wordt voor de gemeente Groningen uitgevoerd door Humanitas. Ook zorgt Humanitas voor het aanbieden van workshops voor de participatieverklaring. Bij Thuis in 050 zijn bijna 1.500 inburgeringsplichtigen actief in begeleiding. Ongeveer 70 procent van de mensen in begeleiding is naast de inburgering actief in werk of vrijwilligerswerk.
Vergunninghouders weten de weg te vinden in de samenleving.
Inburgeringsplichtigen slagen voor het inburgeringsexamen en zijn actief op het gebied van onderwijs of werk.
III: Relatie resultaten en prestatie-indicatoren t.a.v. Migratie Resultaten
Prestatie-indicator(en)
•
• •
Migratie
Prestatie-indicator(en)
Aantal gehuisveste vergunninghouders; Aantal personen dat in maatschappelijke begeleiding is genomen
Behaald 2022
Behaald 2023
Behaald 2024
Beoogd 2025
Beoogd 2026
363 202
612 368
424 269
650 350
380 250
Aantal gehuisveste vergunninghouders Aantal personen dat in maatschappelijke begeleiding is genomen
Met de bovenstaande indicator(en) wordt de voortgang van de uitvoering van ons beleid gemeten. Indien er geen cijfers beschikbaar zijn voor dat jaar, staat er een streepje. In dat geval wordt de indicator niet jaarlijks gemeten.
Financiën Financieel overzicht lasten en baten 03.1
Werk en inkomen Omschrijving (Bedragen x 1.000 euro)
Rekening 2024
Actuele Begroting 2025
Primitieve begroting 2026
2027
2028
2029
Lasten
314.254
324.907
335.448
330.136
336.268
340.814
Baten
212.646
210.256
217.717
213.960
219.576
222.005
Saldo van baten en lasten voor reservemutaties
-101.608
-114.651
-117.731
-116.176
-116.692
-118.809
Totaal toevoegingen
7.148
0
0
0
0
0
Totaal onttrekkingen
5.639
3.218
1.446
0
0
0
Saldo van baten en lasten na reservemutaties
-103.117
-111.433
-116.285
-116.176
-116.692
-118.809
Reserve mutaties
87
Financiële toelichtingen begroting 2026 03.1 Werk en inkomen (Bedragen x 1.000 euro)
Lasten
Baten
Saldo
Begroting 2026
335.448
217.717
-117.731
waarvan intensiveringen
4.713
-36
4.749
Bestaand beleid
330.735
217.753
-112.982
Verschil vorig jaar
5.828
7.497
-1.669
Hieronder lichten we achtereenvolgens toe waar het geld vandaan komt en waar het naartoe gaat, welke extra middelen er beschikbaar worden gesteld en of daar extra dekking tegenover staat. Hierbij geven we op hoofdlijnen aan wat de verschillen zijn in beschikbare baten en lasten ten opzichte van de vorige begroting. Waar gaat het geld voornamelijk naar toe (bestaand beleid), inclusief verklaring verschil ten opzichte van begroting 2025 op hoofdlijnen (schuin gedrukt): 3.1: Werk en inkomen Sociale Werkvoorziening (SW) en nieuwe doelgroepen De lasten betreffen met name de personeelskosten SW (inclusief begeleid werken) en Nieuw Beschut, in totaal 32,2 miljoen euro. De loonkostensubsidie (LKS) die wij ontvangen verlaagt deze lasten met 3,3 miljoen euro. We houden voor iederz rekening met 1,0 miljoen euro aan materiaalkosten (lasten) en 3,3 miljoen euro aan omzet (baten). Daarnaast verwachten we 4,1 miljoen detacheringsomzet, deels begroot als bate (1,9 miljoen euro) en deels als voordeel in de lasten (2,2 miljoen euro). De overige bedrijfslasten, met name ambtelijke personeelskosten en begeleidingsvergoeding, bedragen 9,7 miljoen euro. Verder zetten we 0,8 miljoen euro in voor doorontwikkeling van iederz, dit betreft middelen die via de meicirculaire 2025 beschikbaar zijn gesteld via een impulsbudget en een budget voor opslag infrastructuur.
Voor diverse overige posten hebben we 0,2 miljoen euro lasten begroot en 0,3 miljoen euro baten. Ten opzichte van de begroting 2025 dalen de lasten met 3,3 miljoen euro en de baten met 2,6 miljoen euro. Dit heeft de volgende oorzaken. De personeelskosten SW dalen met 2,1 miljoen euro, met name door een forse afname van de doelgroep. De personeelskosten Nieuw Beschut daarentegen stijgen met 0,4 miljoen euro door groei van het aantal deelnemers en verhoging van het wettelijk minimumloon. Daarnaast dalen de lasten met 2,7 miljoen euro en de baten met 2,6 miljoen euro doordat de ontvangst van LKS vanaf 2026 conform richtlijn BBV wordt verwerkt als lastenverlaging in plaats van als bate. Verder stijgen de lasten met 0,8 miljoen doordat de middelen voor doorontwikkeling iederz nieuw zijn ten opzichte van de begroting 2025. Door overige oorzaken ten slotte dalen de lasten met 0,3 miljoen euro. Participatie en re-integratie Van de begrote middelen zetten we 15,1 miljoen euro in voor uitvoeringskosten, met name ambtelijke personeelskosten. Daarnaast zetten we 3,2 miljoen euro in voor trajecten en 2,4 miljoen euro voor overige subsidies en bijdragen.
88
Lasten 38.400
20.700
Baten 5.500
Ten opzichte van de begroting 2025 stijgen de lasten met 1,7 miljoen euro. Dit komt onder meer doordat loonkosten met 0,8 miljoen euro toenemen als gevolg van loonindexatie en tijdelijke formatie-uitbreiding. Daarnaast stijgen de lasten voor specifieke trajecten met 0,5 miljoen euro als gevolg van indexatie en uitbreiding van het aantal trajecten. Ten slotte verwachten we dat de groei van participatiebanen doorzet (0,2 miljoen euro hogere lasten). Loonkostensubsidie Het voorlopig budget loonkostensubsidie (LKS) is door het Rijk vastgesteld op 11,3 miljoen euro. De baten nemen hierdoor met 1,4 miljoen euro toe ten opzichte van 2025. Daarentegen dalen de lasten met 0,4 miljoen euro. De inzet van LKS stijgt weliswaar met 0,6 miljoen euro doordat de groep inwoners die gebruik maakt van LKS blijft groeien. Maar anderzijds daalt het lastenbudget met 1,0 miljoen euro doordat incidentele intensiveringsmiddelen uit de begroting 2025 niet zijn verwerkt in de begroting 2026. Werk in Zicht Werk in Zicht (WIZ) is een regionaal samenwerkingsverband voor de arbeidsmarktregio Groningen, gericht op een betere aansluiting tussen vraag en aanbod van (deels onbenut) talent op de arbeidsmarkt. We zetten de middelen in volgens de WIZ programmabegroting 2023-2026 voor onder andere de JTF ontwikkelcentra en de NPG Talent tour.
Voor het programma ontvangen we bijdragen van andere gemeenten, de provincie en vanuit Europa. Per saldo begroten we 1,2 miljoen euro lagere baten in 2026. Dit is conform de meerjarenbegroting van WIZ. Basisbanen Basisbanen zijn betaalde banen die we aanbieden voor deelnemers die onder de Participatiewet vallen en voor wie uitstroom naar regulier werk, een beschutte werkplek of een afspraakbaan niet mogelijk is. De begrote lasten bestaan met name uit loonkosten (7,5 miljoen euro) en uitvoeringskosten (1,6 miljoen euro). De begrote bate betreft de ontvangst van loonkostensubsidie (LKS). De begroting 2025 is gebaseerd op gemiddeld 212 basisbanen. In de huidige prognose houden we rekening met gemiddeld 168 basisbanen in 2025 en verwachten we een meer gelijkmatige groei naar gemiddeld 203 basisbanen in 2026. Ten opzichte van de begroting 2025 is dit een lager aantal basisbanen en hierdoor dalen de begrote baten met 0,3 miljoen euro. De lasten daarentegen nemen met 0,2 miljoen euro toe door loonindexatie en de RVU-regeling. Inburgering Voor uitvoering van de inburgeringswet, die voorziet in begeleiding van statushouders naar opleiding en werk, hebben we 2,0 miljoen euro lasten begroot. Daarnaast ontvangen we van het rijk een specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen.
Op basis van de verwachte nieuwe instroom van inburgeraars verwachten we 3,0 miljoen euro SPUK middelen in te zetten (verwerkt als bate en als last). Ten opzichte van de begroting 2025 stijgen de lasten per saldo met 0,6 miljoen euro en de baten met 2,0 miljoen euro. Lasten en baten stijgen enerzijds met 2,0 miljoen euro doordat we meer SPUK middelen inzetten. Anderzijds dalen de personeelskosten met 1,4 miljoen euro doordat in het budget 2025 extra middelen zijn toegekend voor formatie-uitbreiding vanwege de verhoogde taakstelling inburgering. In de begroting 2026 zijn deze middelen niet verwerkt. We nemen deze op wanneer deze worden toegekend. 89
11.800
11.300
9.400
6.700
9.400
2.900
5.000
3.000
Afspraakbanen Afspraakbanen zijn aangepaste banen voor medewerkers met een arbeidsbeperking. Werknemers ontvangen daarbij begeleiding vanuit de gemeente en/of van externe jobcoaches. De begrote lasten betreffen met name ambtelijke loonkosten voor coaching en begeleiding en kosten voor externe jobcoaching. We begroten 0,4 miljoen euro hogere lasten dan in 2025, met name doordat ambtelijke loonkosten stijgen als gevolg van indexatie. BUIG We verwachten 184,7 miljoen euro te besteden aan uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW (Inkomensvoorziening voor Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werknemers), IOAZ (Inkomensvoorziening voor Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen), Bbz 2004 (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen) en overige wettelijke regelingen. Voor de bijbehorende uitvoeringskosten is 14,3 miljoen euro begroot. We ontvangen voor deze regelingen een BUIG-uitkering van het rijk van 181,8 miljoen euro. Daarnaast hebben we 5 miljoen euro begroot vanuit terugvordering van teveel betaalde uitkeringen. Ten opzichte van de begroting 2025 stijgen de baten met 10,8 miljoen euro, met name door de verhoging van de BUIG-uitkering vanuit het Rijk. Deze verhoging wordt veroorzaakt door stijging van het landelijke macrobudget BUIG en door toename van ons aandeel in dit landelijke budget als gevolg van actualisatie van het verdeelmodel.
De lasten zijn 11,3 miljoen euro hoger dan in 2025. De bijstandsuitgaven nemen met 10,4 miljoen euro toe en stijgen daarmee minder hard dan de BUIG-uitkering. Ons aandeel in de landelijke uitgaven is structureel gedaald door de effecten van het laatste jaar van het Werk- en Ontwikkelprogramma (2025). Daarnaast stijgen de uitvoeringskosten met 0,9 miljoen euro. Dit komt door CAO verhoging, formatieverschuiving als gevolg van organisatieontwikkeling en nominale compensatie. Schuldhulpverlening Het begrote bedrag zetten we in voor onder meer beschermingsbewind, budgetbeheer, de Eurocoach, schuldbemiddeling en voor bijkomende uitvoeringskosten. De baten betreffen eigen bijdragen cliënten en rente over leningen. De begrote lasten zijn 0,3 miljoen euro lager dan in 2025. Enerzijds dalen de lasten door het wegvallen van tijdelijke middelen voor ontzorgen statushouders en overheveling van formatie naar het bedrijfsbureau. Anderzijds nemen lasten toe door een tijdelijke formatie-uitbreiding en door CAO ontwikkelingen. Armoede- en minimaregelingen We verwachten vanuit de diverse regelingen 9,9 miljoen euro in te zetten, onder meer voor studietoeslag (2,5 miljoen euro), wet kinderopvang (1,2 miljoen euro), het plan Brede Aanpak Armoede en Schulden en diverse losse projecten. Daarnaast is rekening gehouden met 2,3 miljoen euro uitvoeringskosten.
In 2026 begroten we 0,5 miljoen euro lagere lasten. Dit komt met name doordat er minder rijksmiddelen beschikbaar zijn voor aanpak van armoede en schulden dan begroot in 2025. Bijzondere bijstand Voor de inzet van bijzondere bijstand in het geval van onverwachte maar onontkoombare kosten hebben wij 6,1 miljoen euro begroot. We zetten de middelen onder meer in voor kredietverlening aan statushouders, medische kosten, maaltijdvoorziening en de witgoedregeling. Een aantal verstrekkingen heeft de vorm van een krediet; de begrote baten hebben betrekking op ontvangsten in verband met kredietverlening. 90
3.400
199.000
186.800
11.300
1.100
12.200
6.100
500
De begrote lasten dalen met 0,3 miljoen euro ten opzichte van 2025. Dit is het gevolg van de verwachte daling van het aantal bijstandsgerechtigden en de overheveling van aanvullende bijstand voor jongeren onder 21 jaar naar de Algemene Bijstand. Individuele inkomenstoeslag Voor de individuele inkomenstoeslag die kan worden aangevraagd wanneer langer dan 2 jaar sprake is van een uitkering of laag inkomen, hebben wij 4,2 miljoen euro begroot. Werk- en Ontwikkelprogramma Het Werk- en Ontwikkelprogramma eindigt per eind 2025. De lasten dalen daardoor in de begroting 2026 met 2,2 miljoen euro. ESF Omdat we nog geen voorlopige subsidiebeschikking ESF voor 2026 hebben ontvangen kunnen we deze baten nog niet aan de begroting toevoegen, dit leidt tot een nadeel op de baten van 1,4 miljoen euro ten opzichte van 2025. Kansrijke Wijk In 2023-2025 ontvingen we rijksmiddelen voor het programma Kansrijke Wijk. Vanwege het ontbreken van een eventuele vervolgregeling en het aflopen van dit programma dalen de begrote baten en lasten in dit deelprogramma in 2026 met 0,8 miljoen euro.
4.200
Waar zetten we dit jaar extra geld voor in (intensiveringen) en waar hebben we extra dekkingsbronnen binnen dit deelprogramma: 3.1 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 35. 36. 37. 38. 39. D6.
Intensiveringen en dekkingsbronnen 2026 Wet Kinderopvang Bijzondere Bijstand Studietoeslag Ontzorgen statushouders Hoge instroom statushouders Frictiekosten loonkostensubsidies Vervanging sleutelfunctionarissen Vervanging sleutelfunctionarissen - beveiliger Afschaffing compensatie transitievergoeding WSW, detachering en nieuw beschut Nominale compensatie Schuldhulpverlening Rijksmiddelen armoede en schulden (enveloppe) Borgen werkprogramma Basisbanen Route Arbeid+ Bijstandsuitkeringen (BUIG)
Intensivering 320 1.539 306 1.141 138 110 197 765 646 444 1.050 350
I/S S S S I I I I S S S I I I I I S
De nummering komt overeen met de nummering in het Financieel meerjarenbeeld, hier staat een totaaloverzicht van en toelichting op de intensiveringen en dekkingsbronnen uit voorgaande jaarschijven.
Deelprogramma 3.2: Onderwijs
91
Dekking 200
310
460 1.287
Wij vinden het van groot belang dat kinderen en jongeren optimale kansen geboden worden om op een positieve wijze op te groeien. Wij bieden hen de mogelijkheden om kennis en vaardigheden op te doen, zodat zij zich kunnen ontwikkelen tot perspectiefrijke, participerende en verantwoordelijke volwassenen. Hiervoor is het cruciaal dat kinderen en jongeren kunnen opgroeien binnen een pedagogisch gezonde, stimulerende en veilige omgeving; een omgeving die ruimte biedt om de eigen talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Wij vinden het ook belangrijk dat alle volwassenen volop mee kunnen doen. Daarvoor is het van belang dat zij over voldoende basisvaardigheden beschikken. Samen met onze partners in onderwijs en opvang zetten wij ons daarom in om het onderwijs in Groningen blijvend te vernieuwen en te verbeteren om zo een uitstekend leerklimaat voor onze kinderen, jongeren en volwassenen te realiseren. Doelen Deelprogramma 3.2: Onderwijs 1. Wij versterken de kwaliteit van het onderwijs en de onderwijshuisvesting; 2. Wij bieden gelijke kansen aan alle kinderen; 3. Wij creëren een klimaat voor een leven lang leren en ontwikkelen. Effectindicator(en) Met de volgende effectindicator(en) wordt de voortgang van de uitvoering van ons beleid gemeten. Indien er geen cijfers beschikbaar zijn voor dat jaar staat er een streepje. In dat geval wordt de indicator niet jaarlijks gemeten.
I: Relatie doelen en effectindicatoren t.a.v. 'onderwijskansen en voortijdig schoolverlaten' Doelen
Effectindicator(en)
•
Versterken kwaliteit van het onderwijs
• • • •
Leesniveau; Taalverzorging; Schooladvies; Aantal schoolverlaters.
•
Bieden van gelijke kansen
• • •
Dissimilariteitsscore naar opleidingsniveau; Dissimilariteitsscore naar huishoudinkomen; Dissimilariteitsscore naar migratieachtergrond.
•
Leven lang leren en ontwikkelen
Geen effectindicator
Effectindicator(en)
Behaald 2022
Behaald 2023
Behaald 2024
Beoogd 2025
Beoogd 2026
Beoogd 2027
-
-
98,1% 96,3%
> 85% > 85%
> 85% > 85%
> 85% > 85%
-
-
94,4%
> 73%
> 73%
> 73%
Onderwijsniveau: •
•
Percentage scholen dat de signaleringswaarde 1F behaalt voor A) Lezen in groep 8 B) Taalverzorging groep 8 Percentage scholen dat de signaleringswaarde 2F/1S behaalt voor
92
A) Lezen in groep 8 B) Taalverzorging groep 8
-
-
68,5%
> 62%
> 62%
> 62%
•
% leerlingen VO (voortgezet onderwijs) met niveau gelijk of boven niveau schooladvies in relatie tot landelijk gemiddelde
-
-
-
-
-
-
•
Percentage leerlingen in leerjaar 1 VO dat zich - boven - op - onder het gegeven schooladvies bevindt
-
-
-
-
-
-
•
Percentage leerlingen in leerjaar 3 VO dat zich - boven - op - onder het gegeven schooladvies bevindt
-
23% 66% 11%
< 20% > 70% < 10%
< 20% > 70% < 10%
< 20% > 70% < 10%
•
% Voortijdig schoolverlaters (VSV)
3,45%
3,12%
Afname
Afname
Afname
•
% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn met de aanwezigheid van scholen in het primair onderwijs
-
- Toename
Toename
Toename
3,24%
Toelichting • Percentage 1F is een nieuwe indicator (dus geen scores 2020 en 2022), beoogde score is conform landelijk doel. Afspraak is om de landelijke streefcijfers ook de gemeentelijke streefcijfers te laten zijn. • Percentage 2F/1S is een nieuwe indicator (dus geen score 2020 en 2022), beoogde score is gebaseerd op landelijk gemiddelde in het voorafgaande schooljaar (zie ook 1F). • Percentage leerlingen met niveau gelijk of boven schooladvies is niet langer te bepalen. De gegevens over de schooladviezen zijn weliswaar, net als voorgaande jaren, beschikbaar bij DUO, maar zijn beperkt weergegeven in verband met de AVG wetgeving. Adviezen die minder dan 5 keer zijn uitgedeeld op een locatie, worden niet meer numeriek weergegeven, maar met een indicator <5. Dit maakt het onmogelijk om percentages/gemiddelden te berekenen en overzichten te genereren. • Percentage leerjaar 1 en 3 VO zijn nieuwe indicatoren (dus geen score 2020 en 2022). Leerjaar 1 is echter niet opgenomen in de monitor, leerjaar 3 wel. De beoogde resultaten zijn gebaseerd op een bestaand beeld, waarbij gestreefd wordt naar zo goed mogelijke adviezen.
93
Effectindicator(en) Dissimilariteitsscore naar opleidingsniveau Dissimilariteitsscore naar huishoudinkomen Dissimilariteitsscore naar migratieachtergrond
Behaald 2022
Behaald 2023
Beoogd 2024
Beoogd 2025
Beoogd 2026
Beoogd 2027
40,4
--
< 2022
--
< 2024
--
41,9
--
< 2022
--
< 2024
--
38,3
--
< 2022
--
< 2024
--
Toelichting Indicator en (eventueel) nadere toelichting: De segregatiemonitor wordt 1 keer per 2 jaar uitgevoerd. De dissimilariteitsscores van 2024 worden geleverd in de segregatiemonitor van 2026. Relevante beleidsnota's Het programma is verder uitgewerkt in de volgende beleidsnota’s: Onderwijskansen en onderwijshuisvesting Onderwijsagenda Gemeente Groningen 2020+: Goed onderwijs voor iedereen + update 2024 Beleidsplan ‘Een goede start voor alle jonge kinderen 2023-2026' Beleid toezicht en handhaving kwaliteit kinderopvang gemeente Groningen 2024 Samen laaggeletterdheid bestrijden; Plan van aanpak Laaggeletterdheid 2020-2024, Arbeidsmarktregio Groningen + Regionaal Plan van Aanpak Laaggeletterdheid 2025 Arbeidsmarktregio Groningen Lezen is Goud! Samen voor een leesrijke generatie in de gemeente Groningen Scholenplan Gro Up actualisatie 2024-2039 Ambitiedocument (door)ontwikkeling sportvoorzieningen 2037 Voortijdig schoolverlaten en leerlingenvervoer Jaarverslag Leerplicht en Doorstroompunt 2023-2024 Thuiszitterspact 2.0 Groningen 2021-2024
Relevante ontwikkelingen Wij blijven volop inzetten op om de ontwikkelingskansen voor al onze kinderen te optimaliseren. We doen dit met name via ons vve-beleid (voor- en vroegschoolse educatie). We voeren nieuwe beleidsmaatregelen in om het vve-bereik in 2026 verder te laten stijgen, we zijn met het Kennisnetwerk VVE gestart om de expertise verder te vergroten en we werken aan de implementatie van de pilot “Inzet 3e pedagogisch medewerker” in ons vvebeleid, gekoppeld aan de opzet van een meer inclusieve kinderopvang. Geletterdheid is en blijft een belangrijk thema. De gemeente Groningen heeft de adviezen van de Taalraad en de Taalunie in samenwerking met betrokken partners vertaalt naar het Gronings leesplan ‘Lezen is Goud!’. Het plan zet niet alleen in op leesvaardigheid, maar ook op digitale geletterdheid, waaronder informatievaardigheden en mediawijsheid. Deze vaardigheden zijn belangrijk om (door) te kunnen leren en goed te kunnen functioneren in de huidige maatschappij. We gaan meedoen aan het certificeringstraject van de Certificeringsorganisatie Bibliotheekwerk Cultuur en Taal (CBCT) om zo de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de Taalhuizen te verbeteren. Ook zijn er nieuwe afspraken gemaakt over betere doorverwijzing naar Taalhuizen. Nieuw is de Gemeentelijke Gezinsaanpak Geletterdheid (GGG) om de cyclus van beperkte basisvaardigheden te doorbreken.
94
Met de manifestatie scholenbouw willen we een extra impuls gegeven aan ons meerjaren Scholenplan Gro Up. We werken aan een duurzamere gebouwvoorraad, dragen bij aan het behalen van de klimaatdoelstellingen én dragen bij aan de toekomst van alle kinderen in de gemeente Groningen. De invoering Wet Van School naar Duurzaam Werk vindt plaats per 1 januari 2026. Dit betekent een uitbreiding van de doelgroep van het Doorstroompunt tot 27 jaar (was 23). We zetten in op een gezamenlijke aanpak vanuit de afdelingen werk en participatie, onderwijs en arbeidsmarktregio in onze doorstroompuntregio. Daarnaast spelen er twee landelijke discussies. De eerste betreft de verouderde leerplichtwet en de vraag of leerplicht nog wel in het strafrecht moet blijven. De tweede betreft de veranderende rol van de leerplichtambtenaar, waarbij de insteek verandert van leerplicht naar leerrecht, en van schoolverzuim naar schoolaanwezigheid. We zien dat het thema onderwijs-jeugdhulp inmiddels zowel beleidsinhoudelijk als budgettair zo groot is geworden, dat het om een eigen gemeentelijke uitwerking én perspectief op dit thema vraagt. In goed partnerschap met het onderwijs en andere netwerkpartners gaan we de visie en het perspectief op onderwijsjeugdhulp aanscherpen en de belangrijkste speerpunten voor de komende jaren bepalen, uitwerken en vastleggen.
Medio 2026 loopt de huidige overeenkomst leerlingenvervoer af. Met de nieuwe aanbesteding van het doelgroepenvervoer wordt ook het leerlingenvervoer meegenomen.
Resultaten, activiteiten en prestatie-indicatoren De resultaten geven aan wat we willen bereiken. De activiteiten geven aan wat we daarvoor doen. De prestatieindicator(en) meten de voortgang van de resultaten. De opbouw is opgesteld aan de hand van de beleidsvelden Onderwijskansen en onderwijshuisvesting en Voortijdig schoolverlaten en leerlingenvervoer. Wat willen we bereiken (resultaten)
Wat gaan we daarvoor doen (activiteiten)
1. Onderwijskansen en onderwijshuisvesting Maatschappelijk Akkoord Sociale Inclusie Meer kinderen boeken • Uitvoeren van de 12 onderwerpen van de tweejaarlijkse ontwikkelingswinst en stromen uitvoeringsagenda (2025-2026) van het Maatschappelijk daardoor beter toegerust het Akkoord, sociale inclusie. Het betreft deels bestaande onderwijs uit. programma’s zoals de brugfunctionaris en de verlengde schooldag. Het betreft ook nieuwe onderwerpen zoals uniforme afspraken rondom de informatievoorziening en de aanmeldprocedure voor het primair onderwijs en afspraken over schoolkosten. Ook de doorgaande ontwikkellijn 0-27 jaar met aandacht voor de brede brugperiode en onder- en overadvisering (kansrijk adviseren) is nieuw; • Organiseren van (thema) bijeenkomst(en) voor de partners van de Sociale Inclusie Coalitie. OAB (onderwijsachterstandenbeleid) & VVE (voor- en vroegschoolse educatie) Meer (jonge) kinderen boeken • Opzetten en uitvoeren van het Kennisnetwerk VVE om de ontwikkelingswinst en stromen expertise van beroepskrachten in de kinderopvang en beter toegerust het primair onderbouw van het basisonderwijs te vergroten en daarbij de onderwijs in. doorgaande ontwikkellijn te versterken;
95
• •
Verlengde schooldag (VSD) Meer kinderen boeken ontwikkelingswinst en stromen daardoor beter toegerust het voortgezet onderwijs in.
Versterken van de inzet van ouderprogramma’s zoals VVE-thuis, Opstapje en de Voorleesexpress; Uitbouwen van de relatie met Kansrijke Start en Positief opgroeien, zodat de verbinding tussen wijk- en gemeentelijk beleid wordt versterkt en samen wordt gewerkt om het vvebereik te vergroten.
Met de VSD bieden we een extra aanbod naast het reguliere onderwijscurriculum, waarbij we op de volgende zaken inzetten. • Duurzaam verankeren van programma’s bij de deelnemende scholen en opschalen naar meer deelnemende kinderen; • Visie van de school tot uitdrukking laten komen in activiteiten; • Structureel koppelen van rollen, zoals wijkprojectleider, brugfunctionaris en schoolcoördinator; • Brugfunctionarissen meer actieve rol laten vervullen in toeleiden van kinderen naar VSD-activiteiten; • Opschaling van het integraal werken met de kinderopvang; • Scholing van aanbieders in pedagogische en didactische kwaliteiten; • Vergroten verbinding met de wijk, o.a. vanuit de wijkplannen; daarbij ook aanbieders vanuit de wijk aantrekken; • Vergroten ouderparticipatie; • Opschalen aantal deelnemende scholen vanuit Sociale Agenda; • Ontwikkelen van een langetermijnvisie op meer onderwijstijd en VSD-activiteiten onder schooltijd zodat alle kinderen bereikt worden.
Volwasseneneducatie Meer inwoners (18+) ontwikkelen betere basisvaardigheden en/of behalen een kwalificatie. Hierdoor krijgen zij een betere plek in de samenleving, worden zij meer zelfredzaam en krijgen zij een betere arbeidsmarktpositie.
We richten ons op volwassenen die moeite hebben met basisvaardigheden, op analfabeten en op mensen die vrijwillig inburgeren. • Aanbieden van leertrajecten Nederlandse taal, rekenen en digitale vaardigheden. Het aanbod is gericht op deelname aan de maatschappij en sociale zelfredzaamheid, op opleiding (doorstroming naar vervolgonderwijs) of op werk (doorstroming naar arbeidsmarktoriëntatie of werk); • Versterken van de aanpak van basisvaardigheden onder meer via het educatie-aanbod en via de Taalhuizen en de bibliotheken in onze wijken en dorpen; • Als contactgemeente verzorgen van de inkoop van educatie en coördineren van het regionale educatiebeleid.
96
Onderwijshuisvesting Er zijn voldoende goede scholen in de nabijheid van leefomgeving kind; de scholen zijn daarbij een goede afspiegeling van wijk waarin ze staan en de populatie die er gebruik van maakt, zodat segregatie voorkomen of bestreden kan worden.
Bewegingsonderwijs De randvoorwaarden voor goed bewegingsonderwijs zijn aanwezig.
Uitvoeren van het Scholenplan Gro Up, actualisatie 2024-2039. In 2026 worden in dat kader de volgende projecten gestart of uitgevoerd: • Starten en/of uitvoeren van trajecten op de Wegwijzer (Selwerd); Suikerzijde; OPDC Rebound (Kapteijnlaan); Maartenscollege + ISG + GSV (Haren); sws Meeroevers (Meerstad); Montessori Vaklyceum (De Wijert); Karrepad (1955 deel, Korreweg-Indische Buurt); Nassauschool (Oranjebuurt); Quintusschool (Glimmen), Meerstad Eemskanaalzone; • Uitvoeren onderzoek capaciteit omgeving De Held (Vinkhuizen, Gravenburg, Reitdiep), Stadshavens (Oosterpoort, Oosterpark); • Realisatie (bouwen): Bisschop Bekkersschool met gymzaal (Paddepoel), Brinkschool met gymzaal (Haren), De Huifkar, (Woltersum), De Wieken (Ten Post), De Wegwijzer (Selwerd); Meeroeversschool (Meerstad), OPDC/ Rebound (Kapteijnlaan). • Uitvoeren locatiestudies: CSG Augustinus, Gomarus College, Parcival College, Widar Vrijeschool, Erasmusschool, Noorderbasis (meerdere scholen), Bladergroenschool en scholen in de wijk Beijum. Daarnaast besluit de raad jaarlijks in december over het Programma onderwijshuisvesting voor het komende jaar. Zie hiervoor het Scholenplan Gro Up en de uitvoeringsagenda masterplan sport in deelprogramma 3.4
2. Voortijdig schoolverlaten en leerlingenvervoer Voortijdig schoolverlaten (VSV) Meer kinderen en jongeren volgen onderwijs en ronden hun onderwijscarrière af met een erkend diploma.
•
•
Aansluiting jeugdhulp-onderwijs Kinderen en jongeren worden optimale kansen geboden om zich te ontwikkelen met als uitgangspunt dat elk kind onderwijs krijgt en dat dit zo gewoon mogelijk is.
Opstellen plan op basis van de invoering van de Wet “Van School naar duurzaam werk”. Doel is een doorlopende aanpak van school naar werk voor jongeren tot 27 jaar. We verstevigen de samenwerking met professionals in de gebieden; Onderzoeken op welke manier we onze adviserende rol over bevorderen schoolaanwezigheid kunnen versterken, naast de uitvoering van de reguliere taken met betrekking tot schoolverzuim.
We bieden een preventief integraal passend aanbod van onderwijs, ondersteuning en zorg. • Inzetten op inclusie en normaliseren, meer inzetten op acceptatie van ‘vallen en opstaan in opvoeden en opgroeien'; • Aanbieden van algemene preventieve voorzieningen en het versterken van het pedagogisch klimaat op de scholen en wijken; • Bieden van collectieve ondersteuning in de school, om individuele zorgtoewijzingen te verminderen en kinderen in staat te stellen aan het onderwijs te kunnen blijven deelnemen en zo thuiszitten te voorkomen; 97
Leerlingenvervoer Alle kinderen kunnen de voor hen dichtstbijzijnde toegankelijke school bezoeken.
•
Tegengaan van vrijstelling onder artikel 5a van de leerplichtwet en het bevorderen van onderwijsdeelname.
•
Regelen van leerlingenvervoer voor kinderen die hier volgens de verordening van de gemeente Groningen gebruik van kunnen maken. Kinderen worden zoveel mogelijk gestimuleerd om zelfstandig of met begeleiding naar school te gaan. Bijvoorbeeld per fiets, met de bus of met eigen vervoer. Voor kinderen met een specifieke vervoersbehoefte kan gebruik worden gemaakt van taxivervoer als er geen andere vervoersvorm mogelijk is.
I: Relatie resultaten en prestatie-indicatoren t.a.v. onderwijskansen en onderwijshuisvesting Resultaten
Prestatie-indicator(en)
•
•
Meer (jonge) kinderen boeken ontwikkelingswinst
•
•
• • • •
•
Meer volwassenen ontwikkelen beter basisvaardigheden en/of halen kwalificaties
•
Prestatie-indicator(en)
% doelgroeppeuters dat na deelname aan een vve-programma doorstroomt naar het basisonderwijs met een leeftijdsadequaat niveau op de ontwikkelingslijnen taal en rekenen; % doelgroepkleuters dat na deelname aan een vve-programma doorstroomt naar groep 3 met een leeftijdsadequaat niveau op de ontwikkelingslijnen taal en rekenen; % doelgroepkleuters waarbij de ontwikkelingslijn taal en rekenen bij instroom groep 3 gelijk of beter is ten opzichte van de instroom groep 1; Aantal scholen dat een verlengde schooldag (VSD) aanbiedt; Aantal scholen met een brugfunctionaris; % Schoolverzuimers dat succesvol is teruggeleid naar het onderwijs. Aantal deelnemers Taalhuizen - waarvan nieuwe deelnemers Aantal deelnemers Volwasseneneducatie - waarvan nieuwe deelnemers
Behaald 2022
Behaald 2023
Behaald 2024
Beoogd 2025
Beoogd 2026
•
% doelgroeppeuters met leeftijdsadequaat niveau op taal en rekenen instroom groep 1
-
-
-
Minimaal 75%
Minimaal 75%
•
& doelgroepkleuters met leeftijdsadequaat niveau taal/rekenen doorstroom groep 3
-
-
-
Minimaal 75%
Minimaal 75%
•
% doelgroepkleuters met groei ontwikkelingslijn taal en rekenen
-
-
-
Minimaal 75%
Minimaal 75%
•
Aantal scholen dat VSD aanbiedt
19
22
33
37
40
98
•
Aantal scholen met een brugfunctionaris
17
20
Aantal deelnemers taalhuizen
Aantal deelnemers Volwasseneneducatie
99
20
24
24
Toelichting Indicator en (eventueel) nadere toelichting: % doelgroeppeuters met leeftijdsadequaat niveau op taal en rekenen instroom groep 1; Toelichting: Vanaf 2023 mogen kleuters in het basisonderwijs niet langer worden getoetst. Daarmee is het onduidelijk geworden of kleuters op leeftijdsadequaat niveau in groep 1 starten. Ook zijn basisscholen sindsdien vrij in het kiezen van een toetssysteem (keuze uit Cito, Boom, Dia of Iep). Dit betekent dat resultaten over de voorgaande jaren en de resultaten tussen de basisscholen onderling niet meer met elkaar kunnen worden vergeleken. Daarom zijn we nu met het basisonderwijs bezig om een vervangende monitor hiervoor te ontwikkelen. Deze monitor gaat inzicht geven in hoeveel kinderen wel of niet op een leeftijdsadequaat niveau in groep 1/3 instromen, maar gaat geen conclusies geven over de achterliggende oorzaken van deze uitkomst. De nieuwe monitor gaat naast de VVE-monitor, Monitor Leerprestaties en subsidieverantwoording worden opgezet. Omdat dit veel vraagt van de basisscholen streven we naar een het verbinden van de monitoren om de administratieve last van zowel subsidieontvangers als de gemeente te verlagen.
% doelgroepkleuters leeftijdsadequaat niveau taal/rekenen doorstroom groep 3 Toelichting: zie boven % doelgroepkleuters groei ontwikkelingslijn taal en rekenen Toelichting: zie boven Aantal deelnemers Taalhuizen en Volwasseneneducatie Toelichting: Vanaf 2024 maken wij onderscheid tussen het aantal (nieuwe) deelnemers Taalhuizen en het aantal (nieuwe) deelnemers Volwasseneneducatie. Over 2022 en 2023 beschikken we alleen over de totalen van Taalhuizen en Volwasseneneducatie samen. Daarom zijn voor 2022 en 2023 alleen de totale aantallen weergegeven.
II: Relatie resultaten en prestatie-indicatoren t.a.v. voortijdig schoolverlaten en leerlingenvervoer Resultaten
Prestatie-indicator(en)
•
•
Meer kinderen en jongeren volgen onderwijs en ronden hun onderwijscarrière af met een erkend diploma.
Prestatie-indicator(en) •
% Schoolverzuimers met langdurig relatief verzuim dat succesvol is teruggeleid naar het onderwijs.
% Schoolverzuimers met langdurig relatief verzuim dat succesvol is teruggeleid naar het onderwijs. Twee kanttekeningen hierbij. Het betreft jaarlijks circa 40 leerlingen, waarvan enkele leerlingen ook succesvol worden doorgeleid naar alternatieven.
Behaald 2022
Behaald 2023
Behaald 2024
Beoogd 2025
Beoogd 2026
84,2%
72,2%
66,7%
Toename
Toename
Met de bovenstaande indicator(en) wordt de voortgang van de uitvoering van ons beleid gemeten. Indien er geen cijfers beschikbaar zijn voor dat jaar, staat er een streepje. In dat geval wordt de indicator niet jaarlijks gemeten.
100