CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Ontwerpbegroting 2025 In 't kort.pdf

gemeenteraad 13 november 2024, gemeente GroningenBij agendapunt: e: Ontwerpbegroting 2025 Gemeente Groningen (raadsvoorstel 3-10-24)12.429 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daar komt bij dat gemeenten wettelijke taken opgelegd krijgen van het Rijk, zonder dat daar voldoende budget tegenover staat. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de jeugdzorg. Zonder die korting, zijn we in staat om met relatief eenvoudige maatregelen een sluitende meerjarenbegroting op te stellen, waarbij we tevens hebben voorzien in de dekking van de kapitaallasten voor strategische investeringsprojecten waar we de komende jaren een besluit over moeten nemen. Met die korting lukt ons dat niet. Het komen tot een reëel meerjarenperspectief wordt daarmee een steeds grotere uitdaging.

Voorpagina

Voorwoord

De financiële strategie zoals opgenomen in de voorjaarsbrief 2024 hebben we als uitgangspunt gehanteerd bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2025. ▪ In de begroting lossen we alleen de bijna onontkoombare knelpunten op en voor de overige opgaven kijken we naar externe middelen of herprioritering binnen bestaande budgetten. Alleen als dit niet mogelijk is overwegen we de inzet van incidentele middelen. ▪ Voor alle strategische investeringsprojecten beoordelen we nut en noodzaak en onderzoeken we welke keuzemogelijkheden we hebben. De uitkomsten nemen we mee in de begroting. ▪ De structurele financiering door het rijk moet toereikend zijn om de gemeentelijke taken op een goede manier uit te kunnen voeren. We blijven ons hier samen met de VNG voor inzetten. ▪ We moeten ons voorbereiden op de situatie dat het Rijk de korting op het gemeentefonds niet terugdraait. Voor de komende drie jaar kunnen we met relatief makkelijke maatregelen een sluitend beeld presenteren. ▪ Voor de langere termijn lukt dit niet. Zonder extra rijksmiddelen ontstaat vanaf 2028 een structureel en oplopend tekort en moeten we bezuinigingen. Hiervoor brengen we de keuzemogelijkheden in beeld. We kijken eerst naar de taken die we in medebewind voor het Rijk uitvoeren. Vervolgens kijken we naar de gemeentelijke taken en het verhogen van de gemeentelijke inkomsten.

▪ Begin 2025 verwachten we de raad te kunnen informeren over de mogelijke maatregelen. ▪ Bij de voorjaarsbrief 2025 laten we zien welke maatregelen nodig zijn voor een reële meerjarenbegroting. In het voorjaarsdebat 2025 kan uw raad zich hierover uitspreken.

Waar zetten we op in

Programma’s en paragrafen

Financieel perspectief

24

Financieel meerjaren beeld

Onze bestuurlijke afwegingen bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2025 hebben geleid tot het volgende financiële perspectief in de ontwerpbegroting 2025: Meerjarenbegroting (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Actueel meerjarenbeeld

11.719

9.221

11.717

4.080

738

169

Bijna onontkoombare knelpunten begroting 2025

-10.804

-10.367

-10.468

-12.021

-11.841

-11.841

Overige knelpunten begroting 2025

-15.893

-9.744

-3.672

-388

-338

-338

Strategische investeringsagenda

-1.000

-5.000

-10.000

-15.000

-20.000

-29.000

Tussenstand meerjarenbegroting 2025-2030

-15.978

-15.890

-12.423

-23.279

-31.441

-41.010

- Flexibele begrotingsruimte

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

- Maatregelen korte termijn zonder grote consequenties

5.978

5.978

5.628

4.228

3.278

3.328

pm

pm

pm

Dekkingsbronnen Korte termijn maatregelen reële begroting 2025: Begrotingsadvies VNG Voor de begroting 2025 heeft de VNG een begrotingsadvies gegeven. De belangrijkste punten hieruit zijn: 1. Zorg voor een reëel en structureel sluitende begrotingsjaar 2025, waarbij rekening is gehouden met de extra incidentele korting op het gemeentefonds in 2025. 2. Stel voor de jaren 2026-2028 een reële begroting op, waarbij wordt uitgegaan van het benodigde voorzieningenniveau op basis van gemeentelijke afwegingen. Deze reële begroting zal mogelijk leiden tot tekorten. 3. Inventariseer voor eventuele tekorten in de meerjarenbegroting mogelijke ombuigingen en kijk daarbij in eerste instantie naar medebewindstaken. Benoem de financiële en inhoudelijke consequenties van deze mogelijke ombuigingen. 4. Maak een realistische inschatting van de kosten van de jeugdzorg, rekening houdend met de in de hervormingsagenda opgenomen acties en laat eventuele tekorten zien. De ontwerpbegroting 2025 sluit aan bij het advies van de VNG. We hebben een realistische meerjarenbegroting opgesteld, waarin we de structurele korting op het gemeentefonds vanaf 2026 en de incidentele korting in 2025 hebben verwerkt.

Maatregelen langere termijn (vanaf 2028) Mogelijke ontwikkelingen meerjarenbegroting Doorkijk meerjarenbegroting

15.978

15.978

15.628

14.228

13.278

13.328

0

88

3.205

-9.051

-18.163

-27.682

In de ontwerpbegroting 2025 pakken we de maatschappelijke opgaven zo goed mogelijk op. Door de beperkte financiële ruimte, kunnen we niet alle opgaven structureel oplossen. Voor de strategische investeringsagenda nemen we een structurele financiële reservering op in de ontwerpbegroting 2025. Met deze structurele financiële reservering kunnen we de jaarlijkse kosten dekken van de strategische investeringsprojecten waarover op kortere termijn besloten moet worden. Daarnaast voegen we middelen toe aan de reserve sparen voor de toekomst, ter dekking van de incidentele opgave bij strategische investeringsprojecten. Om een sluitende begroting 2025 te kunnen presenteren wordt gekeken welke maatregelen we kunnen nemen om de lasten te verlagen of de baten te verhogen. Voor de korte termijn, kunnen we volstaan met een aantal relatief makkelijke maatregelen. In tegenstelling tot andere gemeenten is het nog niet nodig al in 2026 en 2027 verdergaande maatregelen te nemen. Als de korting van het Rijk blijft staan, zijn vanaf 2028 pijnlijke maatregelen nodig. Hiervoor brengen we de keuzemogelijkheden in beeld.

Uit bovenstaand financieel perspectief blijkt dat we er in geslaagd zijn in 2025, 2026 en 2027 een sluitende begroting te presenteren. Vanaf 2028 is er sprake van een structureel tekort dat in de daarop volgende jaren hard oploopt. Dit tekort wordt voor het overgrote deel veroorzaaktdoor de korting van het Rijk. De ontwerpbegroting 2025 sluit aan bij het begrotingsadvies van de VNG (zie kader hiernaast). In het vervolg van deze begroting in ’t kort gaan we nader in op de verschillende onderdelen van het financieel perspectief.

Voorpagina

Voorwoord

Waar zetten we op in

Programma’s en paragrafen

Financieel perspectief

Financieel meerjaren beeld

Het meerjarenbeeld laat de ontwikkeling van de gemeentefinanciën zien, zonder rekening te houden met (nieuwe) opgaven. In het meerjarenbeeld zitten alleen posten waar de gemeente geen invloed op kan uitoefenen. De belangrijkste zijn de actualisatie van de algemene uitkering, het effect van loon- en prijsontwikkelingen, de verwachte ontwikkeling van de rente en de aanpassing van de gemeentelijke bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen.

Actueel meerjarenbeeld Het actueel meerjarenbeeld is verbeterd ten opzichte van het beeld in de voorjaarsbrief. O ntwikkelingen gemeentefinanciën

Bedragen x € 1.000

Zoals al benoemd voert het Rijk vanaf 2026 een eenzijdige korting door op het gemeentefonds, zonder duidelijkheid te geven hoe gemeenten met deze dalende inkomsten om moeten gaan. We blijven ons hard maken voor betere gemeentefinanciën door bij de VNG aan te dringen op een kritische houding richting de rijksoverheid. We werken nauw samen met andere (grote) gemeenten. We zetten ons ook eigenstandig in door bijvoorbeeld onze zorgen op dit onderwerp te delen met leden van de Tweede Kamer.

Meerjarenbeeld voorjaarsbrief 2024

7.908

7.076

9.706

Actueel meerjarenbeeld

11.719

9.221

11.717

In mei 2024 heeft de VNG in de algemene ledenvergadering uitgesproken dat de VNG blijft werken aan een totaaloplossing voor een solide, stabiele en duurzame financiële positie van gemeenten met een balans in taken en beschikbare middelen en voldoende beleidsvrijheid. Het teruggeven van taken kan onderdeel uitmaken van de gesprekken hierover. Daarbij is ook afgesproken dat als taken en middelen in het regeerprogramma van het nieuwe kabinet onvoldoende in balans zijn ook andere mogelijkheden worden verkend. Het kabinet heeft aangegeven dat er nu geen extra geld voor gemeenten komt en de bespreking tussen Rijk en VNG over taken en middelen moet worden verdiept. Samen met de VNG en andere gemeenten blijven we ons actief inzetten om taken en middelen in balans te brengen.

Voorpagina

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2.128

-1.214

-1.783

4.080

738

169

Gemeentefonds In de voorjaarsnota 2024 van het Rijk is de oploop van de opschalingskorting geschrapt en kondigde het Rijk een extra korting op het gemeentefonds aan in 2025. Ook werd duidelijk dat we vanaf 2026 een aanvullende indexatie voor volume ontwikkelingen bij de WMO zorgkosten ontvangen. De voorjaarsnota 2024 van het Rijk is uitgewerkt in de meicirculaire 2024 en is opgenomen in het actuele meerjarenbeeld. De septembercirculaire 2024 wordt niet in de ontwerpbegroting 2025 verwerkt. Naast de wijzigingen uit de meicirculaire 2024 hebben we ook een aantal verdeelmaatstaven voor het gemeentefonds geactualiseerd. Een toename van het aantal inwoners en het aantal eenpersoonshuishoudens leidt tot een hogere algemene uitkering voor Groningen in 2025. Op basis van een nadere beoordeling kunnen we bepalen of de verhoging van de algemene uitkering structureel doorwerkt.

Overige ontwikkelingen Uit een actualisatie van de toerekening van de overheadkosten aan de tarieven blijkt dat er ruim 0,9 miljoen euro meer overheadkosten aan de tarieven (en dus minder aan de algemene middelen) moet worden toegerekend. Dit leidt tot een voordeel in het meerjarenbeeld.

Voorwoord

Waar zetten we op in

Programma’s en paragrafen

Financieel perspectief

26

Opgaven ontwerp begroting 2025

Gezien de financiële stand van zaken en de grote opgaven, zal de focus de komende tijd liggen op het komen tot een reële begr oting voor 2025 en verder. Bijna onontkoombare knelpunten moeten worden opgelost en we zullen ruimte moeten vinden voor noodzakelijke investeringen die voortkomen uit de strategische investeringsagenda. In onderstaand overzicht laten we zien welke middelen we beschikbaar stellen in de ontwerpbegroting 2025. Opgaven en knelpunten ontwerpbegroting 2025 (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Bijna onontkoombare knelpunten

-10.804

-10.367

-10.468

-12.021

-11.841

-11.841

Overige opgaven en knelpunten

-15.893

-9.744

-3.672

-388

-338

-338

Totaal opgaven

-26.697

-20.111

-14.140

-12.359

-12.179

-12.179

Bijna onontkoombare knelpunten In de voorjaarsbrief hebben we u al geïnformeerd over de bijna onontkoombare knelpunten. Voor de bijna onontkoombare knelpunten stellen we extra middelen beschikbaar in de ontwerpbegroting 2025. Deze knelpunten tellen op tot bijna 11 miljoen euro in 2025 en structureel tot bijna 12 miljoen euro vanaf 2028. De grootste knelpunten doen zich voor bij de jeugdzorg, de invoering van de Omgevingswet, armoede- en minimaregelingen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, huiselijk geweld en op het gebied van ICT.

Overige opgaven en knelpunten Bij de overige knelpunten hebben we gekeken naar mogelijkheden voor dekking binnen bestaande budgetten. Bijvoorbeeld bij een aantal knelpunten op het gebied van werk en participatie (zoals de basisbanen, afspraakbanen en de instroom nieuw beschut) zijn we er in geslaagd de structurele kosten binnen de beschikbare middelen op te lossen. In de eerste jaren is hier nog wel een incidentele aanvulling nodig. In de begroting 2024 hebben we gesubsidieerde instellingen eenmalig extra gecompenseerd voor de hoge loon- en prijsstijgingen. Vervolgens hebben we de systematiek voor het aanpassen van de subsidies aan loon- en prijsstijgingen tegen het licht gehouden. Hieruit blijkt dat er 4 miljoen euro structureel kan worden vrijgespeeld. Dit komt voor een belangrijk deel doordat middelen voor de indexering van het budget voor Maatschappelijke Opvang / Vrouwenopvang (MO/VO) wel zijn toegevoegd, maar nog niet nodig waren.

De structurele ruimte van 4 miljoen euro wordt in de begroting 2025 ingezet voor een aanvulling van het budget voor gesubsidieerde instellingen (1,8 miljoen euro structureel) en een structurele indexering van de budgetten voor MO/VO (2,2 miljoen euro structureel). De middelen die In de jaren 2025-2027 nog niet nodig zijn, voegen we toe aan het financieel perspectief zoals opgenomen in de ontwerpbegroting 2025.

Voorpagina

Voorwoord

Waar zetten we op in

Programma’s en paragrafen

Financieel perspectief

Opgaven ontwerp begroting 2025

We heffen de reserve op en laten de indexering van de budgetten voor gesubsidieerde instellingen in het vervolg via het meerj arenbeeld lopen. De incidentele ruimte in de reserve accres instellingen is 8 miljoen euro. Een deel hiervan (1,5 miljoen euro) wordt ingezet voor een risicobudget voor gesubsidieerde instellingen. Daarnaast stellen we hiervan 2 miljoen euro (500 duizend euro per jaar in 2025-2028) beschikbaar voor uitvoering van de nieuwe cultuurnota 2025-2028. De resterende middelen voegen we toe aan de reserve sparen voor de toekomst, ter dekking van de incidentele opgave die voortkomt uit de strategische investeringsagenda. Naast de hiervoor genoemde knelpunten die gedekt kunnen worden binnen de bestaande begroting, vinden we het noodzakelijk voor een aantal overige opgaven extra middelen beschikbaar te stellen. Hierbij is bijvoorbeeld sprake van investeringen die toekomstige knelpunten voorkomen of ver lagen of knelpunten gerelateerd aan afspraken uit het coalitieakkoord of eerdere uitspraken van de raad. We dekken de overige knelpunten zoveel mogelijk incidenteel, binnen de beschikbare ruimte die het financieel perspectief biedt. Door opgaven incidenteel op te lossen, beperken we het structurele tekort na 2025. Maar we lopen hier wel een risico dat opgaven na 2025 weer terugkomen. In enkele uitzonderingsgevallen stellen we structureel middelen beschikbaar.

De grootste opgaven en knelpunten waarvoor we middelen beschikbaar stellen zijn: de energietransitie, de ontwikkeling van op waarden gestuurd beheer van de leefomgeving, de pandenbrigade, een tekort op de loonkostensubsidie, preventie en transformatie van de jeugdzorg, het open kunnen houden van zwembaden in de dorpen en de wijkvernieuwing. In de ontwerpbegroting 2025 staat in het hoofdstuk Financiële positie bij het onderdeel Financieel meerjarenbeeld een toelichting op alle opgaven en knelpunten.

Voorpagina

Voorwoord

Waar zetten we op in

Programma’s en paragrafen

Financieel perspectief

Strategische investeringsagenda De komende jaren hebben we een grote investeringsopgave in gebiedsontwikkeling, cultuur- en sportvoorzieningen, energietransitie en vervanging & verduurzaming. Deze projecten zijn essentieel voor het op peil houden van het voorzieningenniveau in stad en regio. Deze grote investeringsopgave en het onzekere perspectief in de komende jaren was aanleiding voor het opstellen van de strategische investeringsagenda. De raad is in meerdere sessies geïnformeerd over de strategische investeringsagenda. De vertaling in de begroting lichten we hieronder toe. Met de strategische investeringsagenda kunnen we alle projecten periodiek en in samenhang beschouwen en zo een goede afweging maken. De strategische investeringsagenda helpt ons om de komende jaren slim en verantwoord te investeren. Hiermee krijgen we vroegtijdig zicht op de (financiële) effecten van de investeringsprojecten, zodat we tijdig en integraal kunnen bespreken welke projecten we kunnen starten en ook kunnen realiseren. De daadwerkelijke uitvoering van de strategische investeringsprojecten is afhankelijk van veel factoren. De onzekerheid over omvang en fasering van de investeringen is groot. We actualiseren de strategische investeringsagenda jaarlijks, om zo steeds meer grip te krijgen op de ramingen.

De consequenties voor de begroting bepalen we elk jaar door onderscheid te maken tussen investeringsprojecten die de begroting raken (en waarvoor in de begroting middelen gereserveerd moeten worden) en projecten waarvan op langere termijn middelen beschikbaar moeten komen. Projecten raken de begroting als we verwachten op korte termijn een (investerings-)besluit aan de raad voor te leggen en hiervoor aanvullende middelen nodig zijn. De projecten die de begroting 2025 kunnen raken, zijn ook toegelicht in de brief aan de raad over de voortgang strategische investeringsopgaven (update juni 2024). Op basis van een nadere beoordeling van de projecten die de begroting raken, hebben we een inschatting gemaakt hoeveel extra middelen daarvoor nodig zijn. Het gaat om de projecten: Nieuw muziekcentrum, Martiniplaza, Museum aan de A, Westelijke ringweg, masterplan sportvoorzieningen, Meerstad Noord en de gebiedsontwikkelingen Kardinge, Stationsgebied en Meerstad. In een bijlage bij de ontwerpbegroting 2025 geven we een specificatie van de benodigde middelen per project. Daarnaast hebben we ook een inschatting gemaakt van het effect van een hogere marktrente op de jaarlijkse kosten. Het gaat alleen om een financiële reservering. Voor diverse projecten, zoals Kardinge en het nieuwe Muziekcentrum moeten nog keuzes worden gemaakt. Dit is nader toegelicht in de eerder genoemde brief.

Voorpagina

Voorwoord

Voor de dekking van de jaarlijkse lasten nemen we een structurele financiële reservering op in de begroting 2025. Het verloop van de structurele reservering is als volgt: Strategische investeringsagenda (bedragen x € 1.000)

Financiële reservering begroting 2025

2025

2026

2027

2028

2029

2030

-1.000

-5.000

-10.000

-15.000

-20.000

-29.000

Deze structurele reservering loopt van 1 miljoen euro in 2025 tot 29 miljoen euro in 2030. In de jaren tot 2030 laten we de financiële reservering stapsgewijs toenemen. Op basis van onze huidige inschattingen is de financiële reservering in de tussenliggende jaren (vooral 2026-2028) nog niet helemaal nodig. Dit geeft enige ruimte voor onvoorziene kosten. Als de financiële reservering in een jaar niet volledig wordt gebruikt, voegen we de resterende middelen toe aan de reserve sparen voor de toekomst. We merken op dat bij het bepalen van de financiële reservering alleen rekening is gehouden met de projecten die de begroting 2025 raken omdat ze de komende periode om een besluit vragen. De financiële reservering is dus lang niet voldoende voor het uitvoeren van de totale strategische investeringsagenda en zal op termijn aangevuld moeten worden. Bij een aantal strategische investeringsprojecten is sprake van een incidentele opgave. Het gaat (op dit moment) om de gebiedsontwikkelingen Kardinge, Stationsgebied en Meerstad. We hebben daarvoor de bestaande reserves nog eens goed tegen het licht gehouden. We stellen voor om middelen toe te voegen aan de reserve sparen voor de toekomst.

Als er een investeringsbesluit voor de genoemde projecten uit de strategische investeringsagenda aan de raad wordt voorgelegd, kan voor de dekking van de structurele kosten een beroep worden gedaan op de financiële reservering. Voor dekking van de incidentele kosten kijken we in eerste instantie naar de reserve sparen voor de toekomst. Voor de afspraken rondom de strategische investeringsagenda stellen we in 2025 een kader op. Dit kader leggen we in 2025 ter besluitvorming voor aan de raad.

Waar zetten we op in

Programma’s en paragrafen

Financieel perspectief

Proces reële begroting 2025 en verder We moeten ons voorbereiden op de situatie dat het Rijk de korting op gemeenten niet terugdraait. Gelet op de extra incidentele korting in 2025 op het gemeentefonds, zijn al vanaf 2025 maatregelen nodig voor een sluitende meerjarenbegroting. We maken daarbij onderscheid tussen de korte en langere termijnmaatregelen.

Korte termijn Voor de korte termijn kijken we op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren op welke terreinen we zonder grote consequenties budgetten kunnen verlagen. Daarbij kijken we ook hoe we rekening kunnen houden met ruimte in de begroting omdat in de praktijk uitgaven altijd achterblijven bij de verwachtingen. We verwachten dat we met dezemaatregelen tot en met 2027 een sluitend beeld kunnen presenteren. Deze maatregelen hebben we opgenomen in de ontwerpbegroting 2025.

Langere termijn Als de korting van het Rijk in stand blijft zijn voor de langere termijn na 2027 verdergaande maatregelen nodig. Daarbij kijken we in eerste instantie naar de taken die we in medebewind voor het Rijk uitvoeren. Zoals eerder toegelicht pakken we dit landelijk op met de VNG en andere gemeenten, Indien we niet in staat zijn hiermee het volledige tekort op te lossen, moeten we kijken naar een besparing op gemeentelijke taken, waarbij de gemeente beleidsvrijheid heeft bij de uitvoering. We merken hierbij op dat dit in alle gevallen gaat om pijnlijke maatregelenwaar we zelf nooit voor zouden kiezen, maar waar we nu, gedwongen door het Rijk, toch over na moeten denken. Het gaat bijvoorbeeld om taken op het gebied van veiligheid, wonen, onderwijs, armoede- en minimabeleid, sport, cultuur, energie werk en participatie. Bij de inventarisatie van mogelijke maatregelen, kijken we ook naar de besparingsmogelijkheden op de organisatie en naar de mogelijkheden om de gemeentelijke inkomsten te verhogen. Het verhogen van de gemeentelijke inkomsten zal leiden tot hogere lasten voor onze inwoners, bijvoorbeeld via de parkeertarieven, toeristenbelasting of de onroerend zaakbelasting (OZB). We vinden dit onwenselijk, maar door de korting van het Rijk zijn we genoodzaakt alle oplossingsmogelijkheden in beeld te brengen en kunnen we een lastenstijging mogelijk niet voorkomen.

We verwachten uw raad begin 2025 te kunnen informeren over de mogelijke maatregelen. Op basis van het actuele financiële beeld en de geactualiseerde strategische investeringsagenda, kunnen we in de voorjaarsbrief 2025 inzichtelijk maken, welke keuzes noodzakelijk zijn om tot een reële meerjarenbegroting te komen. Op dat moment zal er ook meer duidelijkheid zijn over de koers van het nieuwe kabinet en de financiële consequenties daarvan voor gemeenten. Uw raad kan zich hier in het voorjaarsdebat 2025 dan over uitspreken.

Voorpagina

Voorwoord

Waar zetten we op in

Programma’s en paragrafen

Financieel perspectief

Weerstandsvermogen Bij de uitvoering van de gemeentelijke taken en investeringsprojecten lopen we risico’s. Het weerstandsvermogen moet ons in staat stellen om het effect van risico’s op te kunnen vangen, zonder dat we direct moeten ingrijpen in de lopende begroting, bijvoorbeeld door activiteiten of projecten stop te moeten zetten.

De grootste risico’s van de gemeente zitten bij de grondexploitaties en de zorgkosten. Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2025 is het weerstandsvermogen geactualiseerd voor de jaren 2025-2028. Dit geeft het volgende beeld:

Weerstandsvermogen 2025

2026

2027

2028

Ratio weerstandsvermogen ontwerpbegroting 2025

150%

134%

137%

127%

Ratio weerstandsvermogen gemeenterekening 2023

138%

112%

108%

Streefwaarde

100%

100%

100%

100%

Aandeel reserves ontwerpbegroting 2025

79%

70%

73%

68%

Aandeel reserves gemeenterekening 2023

73%

59%

57%

Streefwaarde

50%

50%

50%

Voorpagina

Voorwoord

Met de huidige inschatting van de risico’s en reserves zitten we de komende jaren boven de streefwaarden. Dit biedt flexibiliteit om tegenvallers op te kunnen vangen. We houden echter nog geen rekening met de strategische investeringsagenda. Door de uitvoering van projecten uit de strategische investeringsagenda zal het risicoprofiel sterk gaan toenemen. Bij een realisatiebesluit van een investeringsproject en de daadwerkelijke uitvoering ervan, neemt het gemeentelijk risico toe. De start van nieuwe projecten verhoogt dus het gemeentelijk risico en verslechtert de ratio’s van het weerstandsvermogen. Op termijn is aanvulling van de reserves nodig om de hogere risico’s op te kunnen vangen.

50%

Waar zetten we op in

Programma’s en paragrafen

Financieel perspectief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4908/documents/83902