Bijlage 2 Jaarrekening 2020.pdf
Tekst van het document
Onze ambitie blijft dat alle kinderen in de gemeente maximale ontwikkelingskansen hebben en zich een onderdeel van de samenleving voelen. Maar we zetten nog nadrukkelijker in op kansengelijkheid en het tegengaan van segregatie.
3.1.3 Volwasseneneducatie Met ons beleid voor volwasseneneducatie richten we ons op laaggeletterde volwassenen, analfabeten en mensen die vrijwillig inburgeren. We bieden leertrajecten Nederlandse taal, rekenen en digitale vaardigheden. Het aanbod is gericht op deelname aan de maatschappij en sociale zelfredzaamheid, opleiding (doorstroming naar vervolgonderwijs) of werk (doorstroming naar arbeidsmarktoriëntatie of werk). We doen dit binnen de kaders van de Wet educatie en beroepsopleidingen (WEB). De gemeente koopt een breed aanbod aan cursussen taal en rekenen in. Voor het formuleren van het educatiebeleid en de inkoop van cursussen werken we samen met andere gemeenten in de arbeidsmarktregio. De gemeente Groningen verzorgt als contactgemeente de inkoop van educatie en coördineert het regionale educatiebeleid. Met de onderstaande indicatoren is de voortgang van dit beleidsveld in 2020 gemeten. Als er geen gegevens beschikbaar zijn/of één maal per twee jaar gemeten worden staat er een streepje. Prestatie-indicatoren
Behaald 2019 370 960
Aantal nieuwe deelnemers basiseducatie Totaal aantal deelnemers basiseducatie
60
Beoogd 2020 400 1.000
Behaald 2020 350 877
Wat wilden we bereiken in 2020? We willen dat: • Iedereen in Groningen kan lezen, schrijven en rekenen; • Iedere cursist zijn of haar hoogst haalbare niveau bereikt. Wat hebben we hier voor gedaan? • We hebben in overleg met de andere gemeenten in de arbeidsmarktregio een regionaal educatieplan opgesteld op basis waarvan we cursussen taal, rekenen en digitale vaardigheden hebben ingekocht; • Rijk en gemeenten hebben in 2019 bestuurlijke afspraken gemaakt over de inzet van extra middelen voor het bevorderen van geletterdheid in de periode 2020-2024. In overleg met de andere gemeenten in de arbeidsmarktregio hebben we hiervoor en Regionaal plan van aanpak laaggeletterdheid opgesteld. In de gemeente Groningen zijn momenteel acht taalhuizen. Conclusie In 2020 hebben we het programma voor de Wet educatie en beroepsopleidingen zo goed mogelijk volgens plan uitgevoerd. De beschikbare middelen zijn ingezet voor cursussen Nederlandse taal, rekenen, digitale vaardigheden en Nederlands als tweede taal. De lessen worden verzorgd door de ROC’s, zowel centraal (op de ROC’s) als ook op diverse laagdrempelige locaties in wijken. Door beperkingen vanwege de corona-maatregelen zijn lessen ook digitaal aangeboden. In 2020 zijn bij het Alfa-college en Noorderpoort 350 nieuwe deelnemers met een cursus gestart. Het totaal aantal deelnemers aan formele en non-formele educatie komt uit op 877.
Daarnaast bereiken de taalhuizen bijna 250 deelnemers, waarvan ruim 130 nieuwe deelnemers. Het totaal aantal deelnemers, ruim 1100 deelnemers in basiseducatie en in de taalhuizen, ligt daarmee ruim boven het streefgetal.
3.1.4 Onderwijshuisvesting We willen kinderen en professionals eigentijdse en duurzame schoolgebouwen bieden, energiezuinig en geschikt voor onderwijs in de 21e eeuw. Daarmee willen we goed onderwijs en optimale ontwikkeling ondersteunen. De gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting van basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs. In de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs staat de procedure beschreven voor het opstellen en betalen van het programma onderwijshuisvesting. Wat wilden we bereiken in 2020? • Een integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP) voor de nieuwe gemeente. Concreet voor de komende 4 jaar, met een doorkijk naar de langere termijn (16 jaar), om de huisvesting van scholen in de richting van ons ambitieniveau te brengen; • De regelgeving voor onderwijshuisvesting en bewegingsonderwijs/gym-voorzieningen harmoniseren tussen de drie voormalige gemeenten; • Een nieuwe Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs vaststellen; • Daarnaast heeft de Rekenkamer een onderzoek uitgevoerd naar de staat van het onderhoud van de vensterscholen.
Wat hebben we hier voor gedaan? • In april heeft de raad het Integraal huisvestingsplan onderwijs 2020 – 2039 (IHP) vastgesteld; • Wij zijn begonnen met de uitvoering van de projecten genoemd in de eerste tranche van 4 jaar van het IHP; • Door het vaststellen van de geharmoniseerde Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs en de beleidsregel bekostiging lokalen bewegingsonderwijs is de regelgeving met betrekking tot onderwijshuisvesting en bewegingsonderwijs tussen de drie voormalige gemeenten geharmoniseerd. 61
Conclusie We hebben bereikt wat we ons hadden voorgenomen met betrekking tot onderwijshuisvesting en het IHP. In het onderzoeksrapport van de rekenkamer wordt geconcludeerd dat de staat van het onderhoud van de vensterscholen in eigendom van de gemeente voldoet aan het conditieniveau zoals vastgelegd in landelijke normen en gemeentelijk vastgoedbeleid. Ook wordt geconstateerd dat er vanuit de gemeentelijke begroting voldoende middelen voor beheer en onderhoud van de onderzochte (gemeentelijke) vensterscholen zijn gereserveerd. Daarnaast werd in het rapport geconcludeerd dat het concept van de vensterschool inhoudelijk toe is aan een nadere verduidelijking.
3.1.5 Talentontwikkeling Iedereen heeft talenten. Wij vinden het belangrijk dat kinderen hun talenten ontdekken en we stimuleren en faciliteren hen om die te ontwikkelen, ieder naar eigen aard en niveau. In het kader van Positief Opgroeien bieden we daarvoor veel mogelijkheden, zowel in de Vensterschool als ook in de wijk. Daarnaast kennen we talrijke stedelijk en wijkgerichte voorzieningen, waaronder NDE (natuur- en duurzaamheidseducatie), waar jeugdigen hun talenten op verschillende talentgebieden kunnen ontwikkelen. Deze talentgebieden betreffen onder andere sport en gezonde leefstijl; natuur en duurzaamheid; ICT en techniek; kunst en cultuur; en communicatie en media. Op het gebied van natuur en duurzaamheid faciliteren we een afdeling NDE van de gemeente Groningen die natuur- en duurzaamheidseducatie verzorgt onder schooltijd voor basisschoolleerlingen. Dit met als doel om hun kennis van de natuur te bevorderen en hen te stimuleren nu en in de toekomst bij te dragen aan een duurzame wereld. Zie ook paragraaf 1: Integraal gebiedsgericht werken en
beleidsveld 4.1.3: Positief opgroeien.
Met de onderstaande indicatoren is de voortgang van dit beleidsveld in 2020 gemeten. Als er geen gegevens beschikbaar zijn/of één maal per twee jaar gemeten worden staat er een streepje. Prestatie-indicatoren
Behaald 2019 90%
Beoogd 2020 >90%
Behaald 2020 *) 75%
% Scholen dat gebruik maakt van natuur- en duurzaamheidseducatie Tevredenheid scholen NDE (schaal 1-10) 8,2 8,5 8,5 Aantal deelnemers jonge onderzoekers 13.000 14.000 7.000 *) De coronacrisis en de daarbij behorende lockdown hebben geleid tot minder deelnemers bij zowel het Centrum voor NDE als de Jonge Onderzoekers.
Wat wilden we bereiken in 2020? • Kinderen en jongeren ook in 2020 ondersteunen en stimuleren om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen, en ze actief te betrekken bij de ontwikkeling en organisatie van activiteiten. Hun betrokkenheid bij de directe leefomgeving stimuleren met als doel dat ze zich ontwikkelen tot betrokken en verantwoordelijke burgers die een bijdrage leveren aan een duurzame samenleving; • Ons - nog meer dan voorheen - richten op kinderen en jongeren die opgroeien in een omgeving met weinig ontwikkelingskansen en -mogelijkheden. Deze jeugdigen lopen daardoor meer risico op ontwikkelingsachterstanden; • Een blijvend hoge deelname aan en waardering van basisscholen aan natuur- en duurzaamheidseducatie. Het nieuwe paviljoen voor Natuur en Duurzaamheid Educatie samen met de kinderboerderij ontwikkelen
62
tot een educatief centrum voor jong en oud, met ruimte voor lessen, excursies, ontdekroutes in het Stadspark en wat al niet meer. Wat hebben we hier voor gedaan? • We hebben activiteiten gericht op talentontwikkeling van (kansarme) jeugdigen op uiteenlopende terreinen zoals sport en gezonde leefstijl; natuur en duurzaamheid; ICT en techniek; kunst en cultuur; en communicatie en media gefaciliteerd en gesubsidieerd. Deze activiteiten zijn terug te vinden binnen verschillende (deel)programma's en beleidsvelden in deze gemeenterekening waaronder het beleidsveld 4.1.3 Positief opgroeien; • We hebben vanuit het armoedebeleid (kindpakket en Stadjerspas) mogelijk gemaakt dat ook jeugdigen die opgroeien in armoede deel kunnen nemen aan het stedelijk en wijkgericht activiteitenaanbod. En we hebben extra laagdrempelige vakantieactiviteiten voor deze doelgroep georganiseerd; • We subsidiëren het Centrum voor Natuur- en Duurzaamheidseducatie, dat via het basisonderwijs alle kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar bereikt; • We subsidiëren de Jonge Onderzoekers, een organisatie die kinderen wegwijs maakt in techniek en ICT. Zie ook beleidsveld 4.1.3: Positief opgroeien.
Conclusie De gemeente Groningen biedt jeugdigen veel mogelijkheden om hun talenten te ontwikkelen, door deel te nemen aan een breed activiteitenaanbod of door zelf, zo nodig met ondersteuning van vrijwilligers of professionals, activiteiten te organiseren. Daarbij hebben wij steeds meer oog voor de specifieke vraag van kansarme jeugdigen naar laagdrempelige (vakantie)activiteiten, ook tijdens de zomervakantie. In 2020 heeft de coronacrisis en de daarbij behorende lockdown echter in de praktijk geleid tot minder deelnemers bij zowel het Centrum voor NDE als de Jonge Onderzoekers.
Deelprogramma 3.2: Voorkomen schooluitval Zonder diploma's is het lastig om je talenten in het leven te kunnen inzetten. Daarom willen we dat kinderen hun school afmaken. Indien nodig bieden we kinderen ondersteuning om onderwijs te kunnen (blijven) volgen, bijvoorbeeld via jeugdhulp of door ondersteuning bij het vervoer naar school. Beleidsvelden • VSV en leerplicht • Leerlingenvervoer • Passend onderwijs
3.2.1 VSV en Leerplicht Met het onderwijs werken we intensief samen om verzuim en voortijdig schoolverlaten (vsv) te voorkomen. We zien toe op de handhaving van de leerplicht en voeren de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten uit. Met de onderstaande indicatoren is de voortgang van dit beleidsveld in 2020 gemeten. Als er geen gegevens beschikbaar zijn/of één maal per twee jaar gemeten worden staat er een streepje. Prestatie-indicatoren
Behaald 2019 347 2,59% 73,4% 64
Aantal voortijdige schoolverlaters % thuiszitters in schooljaar teruggeleid naar onderwijs Aantal thuiszitters in beeld bij leerplicht
63
Beoogd 2020 <250 <2,3% 75% -
Behaald 2020 81,8% 44
Wat wilden we bereiken in 2020? • Een daling realiseren van het aantal vroegtijdige schoolverlaters. Thuiszitters zo snel en zo veel mogelijk terugleiden naar het onderwijs; • Focussen op preventief werken en zorgen ervoor dat we alle jongeren tot 23 jaar zonder startkwalificatie ondersteuning geven bij de zoektocht naar een passende vervolgstap; • De samenwerking met de domeinen werk en zorg verder verstevigen. Wat hebben we hier voor gedaan? • We hebben nauw samengewerkt met het onderwijs in de regio, de WIJ-teams, de GGD, de arbeidsmarktregio en andere gemeentelijke afdelingen en organisaties om schooluitval en thuiszitten in een zo vroeg mogelijk stadium te voorkomen; • De samenwerking met de domeinen werk en zorg is verstevigd. We maken gezamenlijk plannen voor de jongeren en sluiten aan bij elkaars overleggen. De problematiek van de jongeren is door de crisis dusdanig groot, dat deze samenwerking de basis is voor een goede ondersteuning van de jongeren; • De coronacrisis heeft grote gevolgen voor de jongeren. De meeste jongeren konden in 2020 door de lockdowns maar gedeeltelijk naar school. Veel jongeren volgden online onderwijs. Omdat scholen (deels) gesloten waren konden we minder goed preventief werken.
We hebben geprobeerd de jongeren zo goed mogelijk te bereiken, contact met de jongeren te onderhouden en ze te ondersteunen bij een vervolgstap; • Het aantal voortijdig schoolverlaters is nagenoeg gelijk gebleven. De problematiek van de jongeren is groter. Een deel van de vsv-trajecten ligt vanwege de coronamaatregelen stil. De coronacrisis vraagt meer ondersteuning van het onderwijs en van leerplicht/RMC. Maatwerk is vereist. De definitieve cijfers van het aantal vsv'ers in schooljaar 2019-2020 krijgen we in het vierde kwartaal van 2021; • Van de thuiszitters die we in beeld hadden bij leerplicht, hebben we 81,4 % teruggeleid naar school. Het Thuiszitterspact liep tot augustus 2020. De opdracht van het Thuiszitterspact wordt door de bestuurders verlengd tot 2024, waarbij ook de aansluiting onderwijs - jeugdhulp wordt opgenomen. Zie ook beleidsveld: 4.1.3 Positief opgroeien; Conclusie De coronacrisis heeft grote gevolgen voor de jongeren. Hierdoor is meer ondersteuning van het onderwijs en van leerplicht/RMC noodzakelijk. Maatwerk is vereist. Het aantal voortijdig schoolverlaters is nagenoeg gelijk gebleven. De definitieve cijfers van het aantal vsv'ers in schooljaar 2019-2020 krijgen we in het vierde kwartaal van 2021. Een groot deel van de thuiszitters is teruggeleid naar school.
De opdracht van het Thuiszitterspact wordt door de bestuurders verlengd tot 2024, waarbij ook de aansluiting onderwijs- jeugdhulp wordt opgenomen.
3.2.2 Leerlingenvervoer We willen in Groningen dat alle kinderen naar school kunnen komen. Het aanbieden van leerlingenvervoer voor kinderen die vanwege bijzondere omstandigheden niet zelfstandig naar school kunnen reizen, is een van de wettelijke onderwijstaken van de gemeente. Wat wilden we bereiken in 2020? • Ouders van leerlingen, die vanwege bijzondere omstandigheden zoals handicap of afstand niet zelfstandig naar school kunnen reizen, worden ondersteund in het vervoer, zodat de leerlingen onderwijs kunnen volgen.
64
Wat hebben we hier voor gedaan? • We hebben het leerlingenvervoer verzorgd voor diegenen die daarvoor in aanmerking kwamen volgens de Verordening Leerlingenvervoer, die in 2019 is vastgesteld; • In schooljaar 2019/2020 hebben 655 leerlingen gebruik gemaakt van het leerlingenvervoer. Hiervan gingen 551 met de taxi, 25 met openbaar vervoer en 79 met eigen vervoer. Ten opzichte van het jaar ervoor is dit een lichte daling. Toen kwamen 692 leerlingen in aanmerking voor het leerlingenvervoer (593 taxi, 32 openbaar vervoer en 67 eigen vervoer). Conclusie In 2020 hebben 655 leerlingen gebruik gemaakt van het leerlingenvervoer, een lichte daling ten opzichte van het jaar ervoor. Er is geen sprake van corona-invloeden op het totaal aantal leerlingen dat gebruik heeft gemaakt van het leerlingenvervoer. Wel is het aantal vervoersbewegingen door de tijdelijke sluiting van de scholen veel lager geweest dan gebruikelijk.
3.2.3 Passend onderwijs De Wet passend onderwijs en de Jeugdwet zijn opgesteld als spiegelwetten: beide wetten verplichten afstemming tussen de samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs en gemeenten, over het onderwijs-ondersteuningsplan en het gemeentelijk jeugdplan. De verantwoordelijkheid voor Passend onderwijs ligt op basis van de gelijknamige wet Passend onderwijs bij het onderwijs. Dit betekent dat het onderwijs niet alleen verantwoordelijk is voor het bieden van een passende onderwijsplek, maar ook voor extra - didactische en pedagogische - ondersteuning van leerlingen primair gericht op het leerproces, de onderwijsontwikkeling en/of het behalen van onderwijsdoelen. De verantwoordelijkheid voor het bieden van Jeugdhulp, ook in het onderwijs, ligt op basis van de Jeugdwet bij de gemeente. Dit betreft jeugdhulp in het kader van opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen en/of gedragsproblemen die het volgen van (passend)onderwijs belemmeren en/of risico's op thuiszitten veroorzaken. De grens tussen (passend) onderwijs en jeugdhulp is niet altijd even duidelijk. Dat maakt intensieve samenwerking in het kader van aansluiting jeugdhulp en onderwijs noodzakelijk. Komende jaren gaan we sterk inzetten op een integrale aanpak van de aansluiting jeugdhulp en onderwijs.
De Kadernotitie Transformatieagenda jeugdhulp Groninger gemeenten 2018-2020 vormt daarvoor het kader. Deze inzet zal naar onze verwachting op termijn leiden tot een afname van de vraag naar (intensieve) jeugdhulp en naar een afname van (risico’s op) schoolverzuim en vroegtijdig schoolverlaten (zonder startkwalificatie). Het bieden van (preventieve) ondersteuning en jeugdhulp in en aansluitend op (passend) onderwijs vormt een onderdeel van Positief Opgroeien. Zie ook beleidsveld 4.1.3: Positief opgroeien en deelprogramma 4.2: Passende ondersteuning en zorg. Daarnaast heeft het een directie relatie met beleidsveld 3.2.1: VSV en Leerplicht Wat wilden we bereiken in 2020? • Optimale ontwikkelingsmogelijkheden voor ieder kind en iedere jongere. Geen enkel kind of jongere onder de 18 jaar zit langer dan drie maanden thuis zonder een aanbod van passend onderwijs en/of zorg; • Meer betrokkenheid van ouders en jeugdigen bij de integrale aanpak onderwijs-jeugdhulp; • Vroegtijdige signalering - bij voorkeur op jonge leeftijd - van (complexe) problematiek bij kinderen en jongeren in de voorschoolse voorzieningen en het onderwijs. En een integrale aanpak onderwijsjeugdhulp van deze problematiek; • Zoveel mogelijk bieden van (preventieve) collectieve ondersteuning in de directe leefomgeving, waaronder het onderwijs en de voorschoolse voorzieningen;
65
•
•
•
Efficiëntere inzet van ondersteuning en jeugdhulp in het onderwijs. Omzetten van individuele ondersteuning en jeugdhulp naar (preventie) collectieve jeugdhulp in het onderwijs en collectieve onderwijs-zorg-arrangementen; Een provinciale financieringssystematiek voor collectieve ondersteuning in het onderwijs, daar waar het leerlingen uit de hele provincie betreft (onder andere het speciaal onderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo); Beschikbaarheid en analyse van jeugdhulpgegevens op schoolniveau.
Wat hebben we hier voor gedaan? • Beschikbaarheid gekregen over en analyse gemaakt van jeugdhulpgegevens op schoolniveau; • Analyses uitgevoerd op de ondersteuningsvraag in het Speciaal Onderwijs; • Het Thuiszitterspact 2018-2020 geëvalueerd en het nieuwe Thuiszitterspact 2.0 Groningen 2021-2024 vastgesteld, waarbij ook de koppeling jeugdhulp/onderwijs is belegd; • Via de provinciale Kerngroep Gemeenten/Onderwijs (vallend onder de Transformatieagenda) de eerste stappen gezet voor een bestuurlijke opdracht, om te komen tot een provinciale financieringssystematiek voor collectieve ondersteuning in het speciaal onderwijs; • Voortzetting én uitbreiding van pilots in het Speciaal Onderwijs met betrekking tot de inzet van collectieve ondersteuning; • Voortzetting van de reeds bestaande inzet zoals School als Wijk en de VO WIJ-teams.
Conclusie De samenwerking met het onderwijs op het gebied van aansluiting jeugdhulp en onderwijs is in 2020 verder versterkt. Naast voortzetting van succesvolle aanpakken, zoals School als Wijk en de VO WIJ-teams, heeft het ook geresulteerd in het collectiveren van jeugdhulp op een aantal scholen. Er is tevens extra inzet gepleegd op het goed analyseren van de ervaren problematiek en het daadwerkelijk op een andere manier inzetten van jeugdhulp in het onderwijs.
Wat heeft het gekost? In dit onderdeel geven wij per deelprogramma een toelichting op de afwijking in de baten en de lasten > 250 duizend euro. Deelprogramma (bedragen x 1.000 euro) Lasten
Primitieve begroting
Actuele begroting
Rekening 2020
Verschil
03.1 Onderwijskansen
28.014
29.924
27.297
2.627
03.1.1 Kansen en kwaliteitsbewaking
6.443
7.244
6.042
1.202
03.1.2 Nieuwe impuls vensterschool
215
211
155
56
03.1.3 Volwasseneneducatie
2.358
2.499
2.575
-75
03.1.4 Onderwijshuisvesting
16.899
18.010
16.578
1.432
03.1.5 Talentontwikkeling
2.099
1.959
1.947
12
03.2 Voorkomen schooluitval
3.381
3.385
3.293
93
03.2.1 VSV en Leerplicht
1.847
1.851
1.800
51
03.2.2 Leerlingenvervoer
1.534
1.534
1.493
41
Totaal Lasten
31.395
33.309
30.589
2.719
66
Baten 03.1 Onderwijskansen
7.603
9.249
11.024
1.775
03.1.1 Kansen en kwaliteitsbewaking
3.432
3.724
3.963
239
03.1.2 Nieuwe impuls vensterschool
0
0
0
0
03.1.3 Volwasseneneducatie
2.358
2.499
2.575
75
03.1.4 Onderwijshuisvesting
1.764
2.980
4.430
1.450
03.1.5 Talentontwikkeling
48
46
57
11
03.2 Voorkomen schooluitval
989
989
1.011
22
03.2.1 VSV en Leerplicht
989
989
989
-1
03.2.2 Leerlingenvervoer
0
0
22
22
Totaal Baten
8.592
10.238
12.035
1.797
Totaal Saldo voor bestemming
22.803
23.071
18.554
4.517
Totaal toevoegingen
3519
3.065
3.065
0
Totaal onttrekkingen
1.121
475
475
0
Totaal saldo na bestemming
25.201
25.661
21.144
4.517
Reserve mutaties
Financiële toelichting 3.1 Onderwijskansen
Lasten
Baten
Saldo
(Bedragen x 1.000 euro)
2.627
1.775
4.402
Onderwijshuisvesting (V 1,3 miljoen euro) Wij hebben het pand aan de Woldweg 7 en het pand aan de Beatrixlaan 1 verkocht. Deze verkopen waren niet begroot in 2020. Kapitaallasten Onderwijshuisvesting (V 547 duizend euro) Het voordeel op de kapitaallasten wordt enerzijds verklaard doordat met name vanuit de voormalige gemeenten Haren en Ten Boer investeringsprojecten later dan begroot worden gerealiseerd, effect is 1,1 miljoen euro. Hiertegenover staan hogere kapitaallasten doordat projecten eerder dan begroot zijn gerealiseerd (286 duizend euro). In het verleden is incidenteel bouwrente op projecten niet meegenomen in het investeringskrediet, dat is niet in overeenstemming met de financiële verordening, in 2020 is eenmalig 318 duizend euro aan bouwrente in de exploitatie verantwoord. Voor huidige projecten wordt de bouwrente meegenomen in het krediet. School Meerstad en MFA de Wijert (V 534 duizend euro) De bouw van de school Groene Wei in Tersluis en de multifunctionele accommodatie (MFA) De Wijert zijn nog onderhanden. De intensiveringsmiddelen zijn vanaf 2019 toegekend. De gymzaal van MFA De Wijert is in 2020 gereed gekomen, we verwachten dat het schoolgebouw in 2021 gereed komt. We beginnen derhalve voor de gymzaal in 2021 met afschrijven en voor het schoolgebouw in 2022. De Groene Wei is naar verwachting in 2022 gereed, vanaf 2023 wordt hier op afgeschreven.
Programma onderwijshuisvesting (V 134 duizend euro) We hebben de wettelijke taak om huisvesting te verzorgen voor scholen in het primair en secundair onderwijs. In dit kader worden aan scholen beschikkingen afgegeven om werkzaamheden uit te voeren aan de schoolgebouwen. Omdat voor 870 duizend euro aan beschikkingen is doorgeschoven naar 2021 is een voordeel ontstaan. Hiertegenover staan niet begrote uitgaven voor 148 duizend euro, omdat beschikkingen uit voorgaande jaren niet zijn begroot, maar wel uitgekeerd.
67
Daarnaast is een nadeel van 217 duizend euro ontstaan omdat beschikkingen als krediet zijn aangevraagd, maar als onderhoud zijn te kwalificeren. Tot slot heeft een wijziging in de systematiek betreffende de gymvergoedingen plaatsgevonden. De gymvergoedingen worden met ingang van 2020 vooraf betaald in plaats van achteraf. Dit betekent dat in 2020 zowel de vergoedingen over 2019 als 2020 zijn verantwoord, een nadeel van 348 duizend euro. Door nog wat kleine verschillen is per saldo sprake van een voordeel van 134 duizend euro. Corona-effecten (V 430 duizend euro) Het voordeel kent diverse oorzaken. Zo zijn de uitgaven op de kwaliteitsbewaking kinder- en gastopvang 203 duizend euro lager, omdat niet alle geplande inspecties door de GGD konden worden uitgevoerd. Ook is de geplande uitbreiding van de inspecties door de coronacrisis uitgebleven. Daarnaast hebben we een voordeel van 208 duizend euro op de kosten van de organisatie van 24-uurs noodopvang voor kinderen van ouders met een cruciaal beroep. Mede door het relatief laag aantal besmettingen in Groningen, hebben weinig ouders gebruik gemaakt van deze noodopvang. Dit zelfde beeld zie we ook bij de voorschoolse peuteropvang. De voorschoolse peuteropvang heeft een beperkt aantal aanvragen van ouders voor teruggave eigen bijdrage ontvangen. De lasten zijn daardoor 99 duizend euro lager dan de rijksvergoeding.
Tijdens de coronacrisis hebben we laptops aangeschaft om het volgen van onderwijs op afstand voor alle kinderen mogelijk te maken. Een deel van deze kosten hebben we via externen terug ontvangen, per saldo resteert een nadeel van 80 duizend euro. Voorschoolse en vroegschoolse voorzieningen (V 556 duizend euro) Het voordeel wordt grotendeels veroorzaakt door de dempende factor van de coronamaatregelen. Daarnaast zien we dat het aantal kinderen en het aantal afgenomen uren achterblijft op onze ambities. Kwaliteitsbewaking kinder- en gastopvang (V 150 duizend euro) We zien een structureel voordeel van 150 duizend euro op het budget kwaliteitsinspecties op de kinder- en gastouderopvang (uitgevoerd door de GGD), met name doordat er sprake is van een hogere uitkering van het Rijk. Onderwijsachterstandenbeleid (V 209 duizend euro) Door de hogere Rijksbijdrage voor Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) hebben we minder gemeentelijk geld hoeven in te zetten, dit geeft een voordeel van 209 duizend euro. Overige verschillen (V 542 duizend euro) De overige verschillen tellen op tot een voordeel van 542 duizend euro. Aan dit voordeel liggen diverse redenen ten grondslag. Zo hebben we minder schade aan schoolgebouwen gehad en hebben we verzekeringsuitkeringen ontvangen, die niet waren begroot. Ook zijn de uitgaven natuur- en duurzaamheid educatie lager dan verwacht.
Financiële risico's & ontwikkelingen Risico's Voor een totaal overzicht van de risico's zie Paragraaf 3: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Ontwikkelingen Voor een totaal overzicht van de ontwikkelingen zie Paragraaf 3: Weerstandsvermogen en risicobeheersing
68
Programma 4: Welzijn, gezondheid en zorg Doelstelling en relevante beleidsnota's Het programma is verder uitgewerkt in de volgende beleidsnota’s: Healthy Ageing Visie en Groningen Gezond 2018-2021 Kadernotitie Transformatieagenda Jeugdhulp Groninger gemeenten 2018-2020 Versnelling transformatie sociaal domein in control 2018-2020 Nota regionaal kompas 'Actief onder Dak' (2014-2017) Samen Sterk in Stad (2012-2015) Beleidsplan/ Uitvoeringsplan Vernieuwing Sociaal Domein gemeente Groningen 2014/2015 Meedoen maakt het verschil (maatschappelijke participatie) 2014 Meerjarenprogramma 'Van Beschermd wonen naar wonen met begeleiding op maat' (2015) Regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling (2014) Contouren jeugdstelsel Groningen 2015-2018 (2014) Regionaal Transitiearrangement Groningen (2013) (Re)-visie zicht op werk & participatie in Stad (2012) Groningen voor elkaar, visie en uitgangspunten voor de uitvoering van de decentralisaties en "Jeugd ieders zorg!" (2012) Nota Sociaal Culturele accommodaties geharmoniseerd 2020 Definitieve nota De sociale basis in Groningen Harmoniseren en verder
Relevante ontwikkelingen Corona De impact van de corona pandemie is groot. Bij alle doelgroepen zagen we op alle leefgebieden een toename van zwaardere problematiek. Het aantal mensen op de wachtlijsten bij zorgaanbieders is toegenomen en de uitstroom bij Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang stagneerde. Eenzaamheid is toegenomen onder zowel ouderen als jongeren en mantelzorgers raakten overbelast. Stichting WIJ Groningen heeft extra jeugd- en jongerenwerk ingezet om samen met de politie onrust onder jongeren in te dammen. Onze basisvoorzieningen zoals buurthuizen raakten financieel in zwaar weer. Anderzijds zien we dat Groningers elkaar willen helpen en dat mooie initiatieven ontstaan. De toenemende mentale druk bij jongeren en jongvolwassenen is door de coronacrisis een nog grotere opgave geworden. Ook in andere leeftijdsgroepen zagen we meer gevoelens van angst, stress, somberheid en eenzaamheid. De verwachte economische terugval, die bepaalde bevolkingsgroepen extra raakt, zet de mentale gezondheid nog verder onder druk. De cijfers van 113 rondom suïcide zijn niet uit de pas gaan lopen in 2020. Lentis geeft ook aan dat zij niet méér problematiek zien rondom dit thema, omdat corona mogelijk ook bepaalde druk weggenomen heeft. Overigens is het wel zo dat we in het verleden vaak toenames zien in het aantal suïcides rondom economische crisissen.
Daarmee komt die boeggolf dus mogelijk nog.
69
Deelprogramma 4.1: Sociaal klimaat In het deelprogramma Sociaal klimaat staan beleidsinterventies centraal die gericht zijn op het versterken van de lokale sociale samenleving. Het draait daarbij om het bevorderen van zelf- en samenredzaamheid, met nadrukkelijke aandacht voor preventieve interventies. De maatschappelijke effecten waaraan deze interventies bijdragen zijn erop gericht dat onze inwoners het gevoel hebben erbij te horen, zich betrokken voelen bij elkaar en de eigen leefomgeving, zich inzetten voor elkaar, regie hebben over hun leven, participeren en zich gezond, veilig en zelfredzaam voelen. Deze interventies ontwikkelen we vanuit het besef dat optimale deelname aan de (lokale) samenleving niet voor iedereen een vanzelfsprekendheid is. Wij willen de sociale basis in onze gemeente bestendigen en versterken door te investeren in community ontwikkeling en in de ontwikkeling van basisvoorzieningen. Dit doen we samen met de bewoners in de dorpen en wijken, vrijwilligersorganisaties, dorpshuizen, wijkaccommodaties, kerken, scholen, ondernemers als ook met behulp van de preventieve aanpak van Stichting WIJ Groningen. Investeren in de kracht van mensen begint met het bestendigen en versterken van de sociale basis, oftewel de basisvoorzieningen op het gebied van welzijn, sport, onderwijs, cultuur, werk, inkomen en gezondheid.
Deze voorzieningen dragen eraan bij dat mensen elkaar kunnen ontmoeten en leren kennen, hun talenten kunnen ontwikkelen en inzetten, elkaar kunnen helpen, problemen kunnen voorkomen en/of deze zo veel mogelijk zelf en met hun sociale omgeving kunnen aanpakken. Daarnaast investeren we in verschillende vormen van informele ondersteuning. Hierbij kan worden gedacht aan mantelzorg voor familieleden, aan vrijwillige zorg voor vrienden en bekenden, aan initiatieven voor algemene voorzieningen in dorpen en wijken, die ruimte bieden aan ondersteunende activiteiten. Investeren in vrijwillige inzet heeft tot doel mensen te verbinden en moet iets toevoegen aan het leven van alle betrokkenen. Maatschappelijke initiatieven spelen een bijzondere rol in het versterken van de sociale basis. Ze zijn gericht op het versterken van sociale verbanden en op het vergroten van maatschappelijke participatie en burgerkracht. We verwelkomen en ondersteunen deze initiatieven. Beleidsvelden • Actief burgerschap en bewonersinitiatieven • Bevorderen van samenredzaamheid, sociale samenhang en leefbaarheid in de wijken • Positief opgroeien • Diversiteit, integratie en emancipatie • Lokaal gezondheidsbeleid, infectieziektebestrijding en openbare gezondheidszorg • Sociale basisvoorzieningen Met de volgende indicatoren is de werking van ons beleid in dit deelprogramma gemeten.
Als er geen gegevens beschikbaar zijn/of eenmaal per twee jaar gemeten worden staat er een streepje. Effectindicator(en): Sociale netwerken (indicatie ten aanzien van mate van sociale participatie en sociale steun) % bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft weinig mensen te kennen waarmee men echt kan praten (% oneens) % bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft voldoende mensen te kennen die men om hulp of advies kan vragen % bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn over de wijze van meedoen aan de Groningse samenleving % bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft voldoende contacten te hebben met anderen
70
Behaald 2019
Beoogd 2020
Behaald 2020
-
Toename
58%
-
Toename
87%
-
Toename
61%
-
Stabilisatie
91%
Effectindicator(en): Maatschappelijk actief en Behaald Beoogd Behaald betrokken (indicatie ten aanzien van mate van 2019 2020 2020 samenredzaamheid) % bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft bereid te zijn een Toename -* buurtgenoot te helpen in geval van ziekte of een beperking % bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft zich in de Toename 26% afgelopen 12 maanden (wel eens) actief te hebben ingezet voor de eigen woonbuurt % bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft in de afgelopen Toename 29% 12 maanden (wel eens) vrijwilligerswerk te hebben gedaan % bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft in de afgelopen Toename 21% 12 maanden (wel eens) mantelzorg te hebben geboden * Deze vraag is aangepast, waardoor er sprake is van een dusdanige trendbreuk dat vergelijking met eerdere jaren oneigenlijk is. Het gaat in de nieuwe vraagstelling over '% inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft in de afgelopen 12 maanden naaste buren of andere buurtgenoten te hebben geholpen vanwege een zorgwekkende situatie (40% ja). Waar de oude vraagstelling ging over bereidheid tot hulp (deze was nagenoeg constant zeer hoog - boven de 90%), gaat de nieuwe vraagstelling specifiek over daadwerkelijk geboden hulp. Effectindicator(en): Opgroeien (indicatie ten aanzien van positief opgroeien in relatie tot.
pijlers ontplooiing) % jongeren (groepen 2 en 4 VO) dat aangeeft minimaal 2-3 keer per maand gepest te worden % jongeren (groepen 2 en 4 VO) dat aangeef (veel) inactief (sedentair) gedrag te vertonen
Behaald 2019
Beoogd 2020
Behaald 2020
7%
-
-
56%
-
-
Effectindicator(en): Omgang, acceptatie en integratie (indicatie ten aanzien van mate van sociale cohesie) % bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft dat buurtgenoten prettig met elkaar omgaan % bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft zich in de afgelopen 12 maanden (wel eens) gediscrimineerd te hebben gevoeld
Behaald 2019 -
Beoogd 2020 Toename
Behaald 2020 73%
-
Afname
12%
Effectindicator(en): Maatschappelijke voorzieningen (indicatie ten aanzien van aanwezigheid sociale (basis)infrastructuur % bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn over de aanwezigheid van plekken om elkaar te ontmoeten, zoals buurthuizen, pleinen en parken, in of nabij de eigen buurt % bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn over de aanwezigheid van instanties voor ondersteuning en zorg, zoals WIJ-Groningen, in of nabij de eigen buurt
Behaald 2019
Beoogd 2020
Behaald 2020
-
Toename
66%
-
Toename
68%
4.1.1 Actief burgerschap en bewonersinitiatieven Wij werken aan een inclusieve samenleving waaraan iedereen naar vermogen kan deelnemen. In dat kader stimuleren we actief burgerschap in veerkrachtige dorpen, buurten en wijken en bieden we faciliteiten aan betrokken burgers die verantwoordelijkheid willen nemen voor elkaar en voor hun omgeving. We beogen hierbij de sociale veerkracht van buurten en wijken zodanig te beïnvloeden dat het vermogen van mensen en gemeenschappen om met veranderingen om te gaan en de toegang tot onderlinge en externe hulpbronnen
71
wordt versterkt. We stimuleren en faciliteren activiteiten die de verbondenheid met de medemens of de gemeenschap waartoe men behoort bevorderen. Met daarbij nadrukkelijke aandacht voor preventieve interventies. Mensen zijn in hun wijk of buurt beter in staat kansen te benutten of oplossingen aan te dragen voor problemen die zij ervaren. Niet meer de vraag 'wie lost dit op' maar 'wat kan ik bijdragen'? Dat kan door verbindingen te leggen met wijkbewoners onderling, met buurtinitiatieven, scholen en studenten, verenigingen, vrijwilligersorganisaties, welzijnswerk, zorg, kerken, moskeeën en ondernemers. Als gemeente hebben we daarin een faciliterende, stimulerende en verbindende rol. We willen als gemeente ons verbinden met burgerkracht; overheidsparticipatie in burgerinitiatieven. Met de onderstaande indicatoren is de voortgang van dit beleidsveld in 2020 gemeten. Als er geen gegevens beschikbaar zijn/of één maal per twee jaar gemeten worden staat er een streepje. Prestatie-indicatoren Aantal ondersteunende bewonersinitiatieven in het kader van innovatie ateliers
Behaald 2019 4
Beoogd 2020 Toename
Behaald 2020 4
Wat wilden we bereiken in 2020? We wilden de 'beweging' van actief burgerschap verder voeden en faciliteren zodat zij zich verder uit kan breiden. We streefden daarbij naar een toename van het aantal actieve burgers en burgerinitiatieven en richtten ons op het versterken van de sociale veerkracht in zowel de stad als in de dorpen. Wat hebben we hier voor gedaan? Vanuit het Innovatieatelier hebben we: • De sociale ondernemers challenge opgezet voor innovatieve ideeën om de sociale basis te versterken; • De vijf Groningse Pareltjes (Odenshuis, De Opstap, Kringloop Plus, De Wiershoeck en het Hamelhuys) ondersteund en begeleid als zijnde 'de Leertuin'; • De Oude Bieb, Jasmijn zorgt, Dig 050 ondersteund; • Vier burgerinitiatieven gefinancierd: The Voice/Kids with talent, Doedertoe, Vergeten talent en BuitenGewoonZijn. Dit laatste is een training waarin bewoners worden gestimuleerd en elkaar inspireren bij het uitwerken van een idee naar een daadwerkelijke actie. Hierdoor zijn in Groningen al meer dan 50 bewonersideeën uitgevoerd. Conclusie In 2020 hebben we tijd, aandacht en energie ingezet op de ontwikkeling van de ‘sociale basis’. De verdere versterking van de sociale basis behoeft meer aandacht. Daarom hebben we vastgelegd om de komende twee jaar samen met bewoners in gesprek te gaan hoe we de sociale basis nog meer kunnen versterken binnen het gebiedsgerichte werken.
We zien in het gebiedsgerichte werken mooie ontwikkelingen, de "beweging" van burgerinitiatieven groeit, steeds meer inwoners nemen initiatieven en/of sluiten zich hierbij aan. Meer ruimte voor de versterking van de sociale basis met behulp van buurtinitiatieven en - ontmoetingen leidt tot meer eigenaarschap en betrokkenheid van buurtbewoners bij hun buurt/wijk.
4.1.2 Bevorderen van samenredzaamheid, sociale samenhang en leefbaarheid in de wijken Voor het welbevinden van bewoners zijn sociale contacten in eigen buurt of dorp van grote betekenis. Mensen kunnen hierdoor gemakkelijker samen activiteiten ondernemen, elkaar helpen en iets aan elkaar vragen. Wij hebben de overtuiging dat veel mensen iets voor een ander willen doen. Wij vinden het belangrijk dat mensen daarvoor gewaardeerd en gezien worden. Daarnaast moeten mantelzorgers en vrijwilligers kunnen rekenen op
72
adequate faciliteiten en (professionele) ondersteuning. Die worden geboden door inwoners onderling en door verschillende (gesubsidieerde) instellingen en in (wijk)accommodaties. Met de onderstaande indicatoren is de voortgang van dit beleidsveld in 2020 gemeten. Als er geen gegevens beschikbaar zijn/of één maal per twee jaar gemeten worden staat er een streepje. Prestatie-indicatoren
Behaald 2019 (791) 2.908 61%
Aantal (nieuw) ingezette vrijwilligers door Humanitas % meldingen dat afgehandeld is met inzet van een basisvoorziening en/of informele ondersteuning *
Beoogd 2020 Afname Toename
Behaald 2020 2.500 -
Wat wilden we bereiken in 2020? We wilden dat de inwoners van de Groninger wijken en dorpen met plezier wonen en leven, in veerkrachtige wijken en dorpen waar mensen elkaar kennen en elkaar waar nodig ondersteunen en helpen. En waar het bruist van activiteiten die door en voor en met bewoners worden georganiseerd. Ieder draagt naar vermogen een steentje bij met inzet van de eigen talenten, kennis en vaardigheden. Dat geeft een gevoel van onderlinge verbinding, saamhorigheid, erbij horen en thuis zijn. De nadruk lag op de ontwikkeling van preventieve individuele en collectieve activiteiten. Daarnaast wilden we de hierboven genoemde verbinding met en de aansluiting van de formele beroepsmatige zorg op de informele zorg verder versterken. Vrijwilligers en mantelzorgers voelen zich (h)erkend zij worden passend ondersteund en gewaardeerd voor hun inzet. De informele zorg is de basis waar de formele zorg zich bij aansluit en aanpast.
Wat hebben we hier voor gedaan? • We hebben onder verschillende organisaties gesubsidieerd die informele ondersteuning bevorderen (onder andere: Humanitas, LINK 050, Wehelpen, Stichting Present, Thuisgekookt, Vlegter voor de ondersteuning van een aantal vrijwilligersprojecten zoals buurtbemiddeling; buurt- en dorpshuizen/accommodaties, Bewonersorganisaties en andere kleinere vrijwilligersinitiatieven); • Daarnaast hebben we het Bondgenotenoverleg georganiseerd. Een van de gezamenlijke acties in corona tijd is de gezamenlijke actie Groningers helpen elkaar, waar Groningers worden gestimuleerd en uitgenodigd om toch vooral hulp te vragen als dat nodig is; • Bewonersinitiatieven ondersteund gericht op het verbeteren van de leefbaarheid en samenredzaamheid van de eigen woonomgeving; • Voor het waarderen en ondersteunen van mantelzorgers subsidieerden we: Humanitas en Torion (stedelijke Steunpunt Mantelzorg); o Om te voorkomen dat mantelzorgers overbelast raken, bieden getrainde vrijwilligers in de wijken mantelzorgondersteuning.
Daar waar nodig worden zij door beroepskrachten ondersteund; o Door de toenemende druk op mantelzorgers, zeker in coronatijd, is extra ingezet op het in beeld krijgen van nog niet bekende mantelzorgers, steun voor bij hen bekende mantelzorgers, door hen periodiek te bellen; o Corona beperkte het fysieke contact, maar bood ook kansen voor verbetering: van (digitale) communicatie, ontwikkeling van online aanbod (cursussen, themabijeenkomsten) en het realiseren van de online aanvraag van de mantelzorgwaarderingskaart; o Er zijn 350 nieuwe mantelzorgers bereikt. Meer al bekende mantelzorgers vroegen de waarderingskaart aan met vouchers met verwenmomentjes, cadeautjes, activiteiten, een bloemetje. De digitale aanvraagmogelijkheid maakt het gemakkelijker. Vanaf 2020 is de kaart ook beschikbaar is voor mantelzorgers uit Haren en Ten Boer; o Vrijwilligers hebben telefonisch contact gezocht met de ingeschreven mantelzorgers. Voorheen was het altijd lastig voldoende vrijwilligers te vinden. Nu meldden zich juist veel vrijwilligers. • Twee kadernotities vastgesteld: de kadernotitie voor de sociale basis is vastgesteld met ambities aan voor het bevorderen van sociale samenhang, samenredzaamheid en leefbaarheid in de wijken en dorpen en de 73
kadernota sociaal culturele accommodaties met ambities voor de instandhouding en het versterken van sociaal culturele accommodaties. Voor beide notities harmoniseerden we het beleid en de nadere regels van de Algemene Subsidieverordening. Conclusie Er is veel bedrijvigheid geweest als het gaat om het bevorderen van samenredzaamheid, sociale samenhang en leefbaarheid. Veel inwoners hebben iets gedaan voor een ander of zijn maatschappelijk actief geweest. Mantelzorgers en vrijwilligers hebben kunnen rekenen op adequate faciliteiten, waardering en (professionele) ondersteuning op maat. Het versterken van de sociale basis is verder vormgegeven. We continueren het beleid.
4.1.3 Positief opgroeien Positief opgroeien is een beweging die het kindperspectief centraal stelt en zich richt op het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van jeugdigen. We streven er naar dat alle kinderen en jongeren, ook zij die meer risico lopen op ontwikkelingsachterstanden, opgroeien in een positieve en stimulerende leefomgeving, waarin ze kansen krijgen hun talenten te ontwikkelen en actief te participeren. Deze beweging wordt gedragen door jeugdigen, ouders en maatschappelijke partners in de wijk, waaronder (venster)scholen, kinderopvang, WIJ Groningen en Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Op termijn zullen, naar we hopen, steeds meer inwoners betrokken raken bij deze beweging en samen de regie nemen op het ontwikkelen van een kindvriendelijke wijk, waar vooral ook aandacht is voor kinderen en jongeren die opgroeien in een meer risicovolle leefomgeving. Om onze ambitie met Positief Opgroeien te realiseren en met nadruk segregatie te voorkomen bieden we alle kinderen in de wijk en in de (Venster)school gelijke en de voor hen beste en passende ontwikkelingskansen. We ondersteunen en stimuleren initiatieven in de wijk en in de (Venster)school die hier op gericht zijn zie ook beleidsveld 3.1.2: Nieuwe impuls vensterscholen.
De ontwikkeling van Positief Opgroeien in de wijk en ons streven naar kindvriendelijke wijken is een integraal onderdeel van het Wijkvernieuwingsproces, dat zich richt op fysieke en sociale vernieuwing van een wijk, zo veel mogelijk onder regie van inwoners zelf. In eerste instantie ligt de prioriteit van Positief Opgroeien en van Wijkvernieuwing bij aandachtswijken. Dit zijn de wijken waar we als eerste gezamenlijk met inwoners (gaan) werken aan een sociale, groene, sterke, gezonde en kindvriendelijke samenleving. De beweging van Positief Opgroeien in de (Venster)school en in de wijk vormt de kern van ons preventief jeugdbeleid. Met dit beleid sluiten we aan bij het landelijk Actieprogramma zorg voor jeugd en bij de provinciale Transformatieagenda jeugdhulp. Het stelt het kindperspectief en de eigen kracht van kinderen en jongeren centraal en sluit aan bij het verdrag Rechten van het kind. Tevens willen we een ontwikkeling bewerkstelligen van problematiseren naar normaliseren en van jeugdhulp naar preventie. We willen zoveel mogelijk voorkomen dat kinderen en jongeren een beroep moeten doen op zwaardere vormen van jeugdhulp. Activiteiten elders in deze jaarrekening die passen bij Positief Opgroeien. Zie ook beleidsveld 3.1.2: Nieuwe impuls Vensterschool en beleidsveld 3.2.3: Passend onderwijs.
Wat wilden we bereiken in 2020? • Jeugdigen groeien gezond, veilig en kansrijk op in een positieve, stimulerende – bij voorkeur hun eigen omgeving, waarin ze kansen krijgen hun talenten te ontwikkelen, actief te participeren en hun stem te laten horen en er is sprake van minder segregatie; • Inwoners zelf en betrokken maatschappelijke partners nemen regie op en verantwoordelijkheid voor de beweging van Positief opgroeien in de wijk en het ontwikkelen van kindvriendelijke wijken; 74
•
•
• •
Meerjarige subsidiëring van de wijkplannen Positief Opgroeien en een wijze van subsidieverantwoording die aansluit bij het proces om meer regie en verantwoordelijkheid neer te leggen bij inwoners zelf en bij betrokken maatschappelijke partners; De ontwikkelingen die binnen de Vensterschool onder de noemer van Positief Opgroeien plaatsvinden zoals onderwijskansenbeleid, voor- en vroegschoolse educatie, brugfunctie, vreedzaam, talentontwikkelingen en - en de ontwikkelingen in het kader van Positief Opgroeien in de wijk beter integreren tot een samenhangend aanbod in de (Venster)school en in de wijk; Meer samenhang en integratie van Positief Opgroeien in de wijk, Wijkvernieuwing en de JOGG aanpak; Meer doorlopende lijnen in de ontwikkeling en in de zorg en ondersteuning van kinderen (in de wijk), te beginnen bij het jonge kind. Uit onderzoek is immers gebleken dat de eerste duizend dagen in het leven van een kind van groot belang zijn voor de groei en ontwikkeling van het kind.
Wat hebben we hier voor gedaan? • Door de coronacrisis zijn geplande activiteiten niet of in mindere mate uitgevoerd. Zo zijn onder andere de Huiskamers een tijdlang dicht geweest. Het netwerk in de wijken heeft ook minder vaak bij elkaar kunnen komen, waarbij de scholen met name druk zijn geweest met het inrichten van het fysieke en digitale onderwijs. De keerzijde is dat door het reeds aanwezig zijn van stevige netwerken in de wijken er binnen korte tijd toch zomeractiviteiten waren georganiseerd. Daarnaast was de noodzakelijke samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang, Stichting WIJ en de gemeente ten aanzien van de noodopvang zeer snel geregeld doordat de ketenpartners elkaar goed kennen vanuit de netwerken. Hierdoor waren kwetsbare kinderen snel in beeld en kon er actie op gezet worden; • Vanuit de behoefte aan meer samenhang tussen Positief Opgroeien, Wijkvernieuwing en JOGG aanpak (Jongeren Op Gezond Gewicht) is er een start gemaakt met een herijking van Positief Opgroeien.
Hierbij is ook gekeken naar de mogelijkheid voor een meerjarige subsidiëring en wijze van verantwoording, die aansluit bij het proces om meer regie en verantwoordelijkheid neer te leggen bij inwoners zelf en bij betrokken maatschappelijke partners Conclusie Positief Opgroeien blijft in ontwikkeling, waarbij er in afstemming met de wijkpartners en wijkvernieuwing een steeds betere verbinding ontstaat tussen de verschillende voorzieningen- en activiteitenaanbod in de PO wijken. Op beleidsniveau vindt steeds meer inhoudelijke afstemming plaats, waardoor de resultaatgerichtheid en de effectiviteit van onze gezamenlijke inspanning toeneemt.
4.1.4 Diversiteit, integratie en emancipatie Groningen zijn we samen. Daarom willen we dat iedereen in de Groningse samenleving, ongeacht herkomst, geslacht, geaardheid, religie, leeftijd of andere zaken, dezelfde kansen krijgt om actief mee te doen. Want een inclusieve samenleving is een voorwaarde om mee te kunnen doen. We willen dat iedereen in Groningen zich thuis voelt: een gemeente waar al die verschillende mensen de samenleving sterker, aantrekkelijker en inclusiever maken. Waar bewoners elkaar op overeenkomsten of juist verschillen weten te vinden. Daarom ondersteunen wij deze beweging en zoeken wij de veranderkracht en de energie op. We stimuleren en ondersteunen activiteiten, projecten en samenkomsten van maatschappelijke organisaties en vrijwilligersgroepen. Iedereen is anders en in Groningen is ruimte voor iedereen. Met de onderstaande indicatoren is de voortgang van dit beleidsveld in 2020 gemeten. Als er geen gegevens beschikbaar zijn/of één maal per twee jaar gemeten worden staat er een streepje. Prestatie indicator(en) Aantal samenwerkingspartners dat zich verbindt aan de thema's van de diversiteitsagenda
75
Behaald 2019 25
Beoogd 2020 25
Behaald 2020 40
Aantal activiteiten dat vanuit het activiteitenbudget mede gesubsidieerd wordt
35
35
25
Wat wilden we bereiken in 2020? Wij wilden met projecten en activiteiten aansluiten bij actuele maatschappelijke ontwikkelingen en thema's van de diversiteitsagenda. We wilden kansen creëren voor nieuwe groepen en initiatiefnemers en afstemming van nieuwe activiteiten faciliteren. Wij wilden in gesprek met migranten, zelforganisaties en bewoners (connectoren) in de wijken om de vraagstukken die daar leven op te halen. We wilden inzetten op het tegengaan en bespreekbaak maken van grensoverschrijdend gedrag en geweld tegen vrouwen en meisjes. We wilden inzetten op het actief tegengaan van discriminatie en het ondersteunen van de educatieve activiteiten van het Discriminatie Meldpunt Groningen. Ons doel was de sociale acceptatie, de zichtbaarheid en de veiligheid(s)beleving van de LHBTPlus-gemeenschap in de gemeente te vergroten. Wat hebben we hier voor gedaan? Door de coronacrisis is aantal activiteiten het afgelopen jaar minder geweest en dat zien we terug in de cijfers van de prestatie-indicatoren. Daarnaast was er extra behoefte aan contact tussen professionals onderling en zagen we een toename van het aantal partners in onze netwerken. Discriminatie en (institutioneel) racisme hebben in 2020 hoog op de maatschappelijke agenda gestaan. De protestbeweging Black Lives Matter heeft ook Groningen in beweging gekregen.
Verhalen en ervaringen over racisme en discriminatie zijn naar de oppervlakte gekomen en breed gedeeld. Het maatschappelijke en politieke debat hierover en de daaruit voortvloeiende besluiten markeren dit bijzondere jaar. Want daarnaast heeft de Corona crisis veel vanzelfsprekende zaken op losse schroeven gezet. Het maatschappelijke verkeer heeft een ander gezicht gekregen en de levens van onze inwoners ingrijpend veranderd. Veel activiteiten konden niet doorgaan, samenwerkingsprojecten en netwerken gingen over op volledige online ontmoetingen en we moesten zoeken naar acceptabele werkvormen binnen de bestaande coronamaatregelen. Ondanks dat is er veel in gang gezet en bereikt, meestal op een aangepaste of totaal andere manier: • Bij het netwerk diversiteit sloten vertegenwoordigers van ruim 40 organisaties aan. Wij organiseerden zeven (digitale) ontmoetingen die netwerken in de gemeente versterken en aandacht vragen voor relevante thema's; • We ondersteunden de ontwikkeling van online educatie- en voorlichtingsactiviteiten van het discriminatie-meldpunt Groningen; • Het toegenomen aantal discriminatiemeldingen (van met name mensen met Aziatisch uiterlijk) kon goed worden afgehandeld .
Het (deels) wegvallen van de fysieke voorlichtingen gaf meer tijd en ruimte om dit te doen; • We hebben de intocht van Sinterklaas gemoderniseerd waardoor het een feestelijk evenement voor iedereen is; • We hebben Diversity Day dit jaar veranderd in Diversity Power Day. Er zijn een drietal online bijeenkomsten ontwikkeld en aangeboden over toegankelijkheid, anti-discriminatie en diversiteit; • We schortten de uitreiking van de diversiteitsprijs op en ontwikkelden een meer inhoudelijke benadering om discriminatie op de arbeidsmarkt tegen te gaan; • De dienstverlening en het cursusaanbod van vrouwencentrum Jasmijn stond onder druk vanwege de coronamaatregelen. Hulpvragen van deelnemers maakte het belang van de goede netwerken inzichtelijk en veranderde een deel van de werkzaamheden. Inkomsten uit cursussen waren veel minder, terwijl de kosten hoger waren om alles coronaproof te kunnen maken. De werving voor Jasmijn Werkt verliep totaal anders en leverde minder deelnemers op omdat de ontmoetingen tussen doorverwijzende professionals niet plaatsvonden;
76
• • •
• •
We organiseerden in samenwerking met bewoners en relevante organisaties 'Breaking the Chains' in het Forum. Tijdens dit programma werd de afschaffing van de slavernij herdacht en gevierd; We ondersteunden het bewonersinitiatief 'Dear white Groningen'. Tijdens deze debatavond hebben bewoners en bestuurders uit onderwijs en politiek (institutioneel) racisme op de kaart gezet; We hebben online actieweek georganiseerd en gefaciliteerd met twaalf activiteiten en vijftien organisaties rondom het thema grensoverschrijdend gedrag en (seksueel) geweld tegen meisjes en vrouwen, onder de naam 'Choose to Change'. Met oranje lichten op het kunstwerk 'Ultra' en diverse Groningse gebouwen sloten we tevens aan bij de wereldwijde actie 'Orange the World'; Wij hebben ons ingezet om actieve verbindingen tussen vergunninghouders en de Groningse samenleving tot stand te brengen. Ook pleegden we inzet op het verhogen van het taalniveau van vergunninghouders; We werkten aan het vergroten van de sociale acceptatie, de zichtbaarheid en de veiligheid(s)beleving van de LHBTPlus-gemeenschap in de gemeente.
Op 10 december 2020 hebben wij daarom voor het eerst op Dag van de Mensenrechten de voor Nederland unieke mensenrechtenvlag uitgehangen vanaf de Martini toren; Onder de noemer 'Staat van de Regenboogstad' bereidden wij een presentatie in de raad voor, waarin diverse maatschappelijke organisaties aangeven hoe het in Groningen is gesteld met de LHBTIgemeenschap (lesbische vrouwen (L), homoseksuele mannen (H), biseksuelen (B), transgenders (T) en intersekse personen (I)), als het gaat om veiligheid, zichtbaarheid en sociale acceptatie.
Conclusie We hebben ons ingezet om een tegengeluid te geven aan polarisatie en discriminatie. Er is een breder draagvlak ontstaan voor diversiteit en inclusie en de aandacht hiervoor is vergroot. In het jaar waarin de coronapandemie het bestaande maatschappelijke verkeer, plannen en activiteiten overhoop haalde, hebben we op verschillende manieren ondersteuning geboden aan organisaties om op een verantwoorde manier activiteiten te organiseren. Door de pandemie is er een vergrootglas komen te liggen op de maatschappelijke verhoudingen en verschillen en de manier waarop wij omgaan met diversiteit, emancipatie en inclusie. De noodzaak van veel activiteiten werd er nog duidelijker door. Gezamenlijk optrekken met bewoners, met organisaties die hiervoor de dialoog en samenwerking zoeken en de inzet van ambassadeurs, sleutelfiguren en rolmodellen kan de toon van dit tegengeluid bepalen. Een stabiel aanbod van onze kern organisaties helpt daarbij.
4.1.5 Lokaal gezondheidsbeleid en publieke gezondheid Onze ambitie is dat iedereen, jong en oud, gezonder door het leven gaat en gezond ouder wordt. Ons doel is een samenleving waar iedereen naar vermogen meedoet en geniet van een onafhankelijk leven met een hoge levenskwaliteit. We investeren dan ook in een sociale en fysieke leefomgeving die de gezondheid van onze inwoners beschermt en die gezond gedrag gemakkelijker maakt. Een gezonde dagelijkse omgeving moet veilig zijn, rookvrij, uitnodigen tot ontmoeting en beweging en de consumptie van gezonde voeding stimuleren. We betrekken de inwoners hierbij. Tussen groepen inwoners en wijken bestaan substantiële verschillen qua gezondheid en leefstijl, die mede samenhangen met de sociaaleconomische situatie van de bewoners. Om deze reden richten wij ons extra op de wijken waar veel gezondheidspotentieel is (de vier wijkvernieuwingswijken). De gebiedsgerichte aanpak biedt grote kansen om een gezonde en veerkrachtige wijk te realiseren. Daarbij hanteren we geen top down benadering maar bekijken samen met inwoners en andere partijen wat waar nodig is en waar kansen liggen om een gezonde - fysieke en sociale - leefomgeving te creëren. Onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak is Positief Opgroeien.
We willen dat alle Groningse kinderen gezond opgroeien in een veilige leefomgeving waar ze hun talenten kunnen ontwikkelen, meetellen en leren zich verantwoordelijk te voelen voor zichzelf en anderen. Inwoners, jeugdigen, professionals en vrijwilligers worden uitgedaagd om hierin samen te werken en - op basis van zowel kwalitatieve als kwantitatieve gegevens 77
gezamenlijk een plan op te stellen. Belangrijke thema’s op het terrein van gezondheid zijn: gezonde start, gezond gewicht, gezonde en actieve leefstijl, positief ouderschap, sociale aansluiting en sociale veiligheid. De coronapandemie van 2020 heeft het belang van een gezonde leefomgeving en leefstijl extra op de kaart gezet. Op basis van de Wet publieke gezondheid voert de GGD taken uit op het gebied van preventie, gezondheidsbevordering- en bescherming. Daarnaast heeft de gemeente Groningen een dienstverleningsovereenkomst met de GGD waarin we afspraken maken op welke wijze de GGD optimaal kan bijdragen aan het realiseren van onze doelen. Gedurende een substantieel deel van 2020 heeft de GGD haar reguliere inzet moeten gebruiken voor de crisisorganisatie en het bron- en contactonderzoek. Wat wilden we bereiken in 2020? • In de Oude Wijken, West, Oost en Zuid hebben we samen met partners en bewoners in de wijkvernieuwingswijken een samenhangende aanpak ontwikkeld gericht op een gezonde leefomgeving (sociaal en fysiek) en het bevorderen van gezond gedrag. Zie ook paragraaf 1: Integraal gebiedsgericht werken - Oude wijken; •
•
•
Positief Opgroeien: JOGG (Jongeren op gezond gewicht) is een integraal onderdeel van het netwerk en aanpak Positief Opgroeien. Het bevorderen van gezondheid en maken van gezonde keuzes is ingevlochten in de werkpraktijk en in de activiteiten binnen Positief Opgroeien Zie ook beleidsveld 4.1.3: Positief opgroeien; We hebben de samenwerking tussen het medische en het sociale domein (inclusief WIJ) versterkt door een strategische - en een uitvoeringsagenda met Menzis op te stellen en door de inzet van Ondersteuners Jeugd & Gezin (OJG); Een kansrijke start voor meer kinderen, door het verstevigen van het netwerk rondom geboortezorg (huisartsen, verloskundigen, kraamhulp et cetera).
Wat hebben we hier voor gedaan? • In de vier wijkvernieuwingswijken zijn we verder gegaan met de uitvoering van de wijkvernieuwingsplannen die in 2018 zijn vastgesteld. Zie ook paragraaf 1: Integraal gebiedsgericht werken - Oude wijken , West, Oost, en Zuid; • De gemeente Groningen heeft in 2020 1,7fte JOGG-regisseurs ingezet. Deze JOGG-regisseurs zijn gezondheid-bevorderaars van de GGD Groningen en zijn werkzaam in de wijken De Wijert-Noord, Lewenborg, Beijum, Korrewegwijk, Selwerd/Paddepoel/Tuinwijk (SPT). Het wijkbudget is in 2020 onder andere gebruikt voor inzet op Lifestyle Energy Fun & Friends (LEFF) en het beweegprogramma ‘Nijntje beweegt’ voor peuters en hun ouders. In 2020 is de koppeling gemaakt met de noodopvang in coronatijd waarbij het ‘Nijntje beweegt’ materiaal ook voor deze kinderen is ingezet; • Gezamenlijk met de overige Groningse gemeenten, is samen met Menzis een regionale agenda opgesteld. Wij hebben vervolgens een eigen inkleuring gegeven met een lokale werkagenda.
In de lokale werkagenda is onder andere het meerjarenprogramma psychisch kwetsbaren, kansrijke start en de samenwerking rondom de gecombineerde leefstijlinterventie opgenomen; • Om ervoor te zorgen dat meer kinderen in Groningen een kansrijke start hebben, hebben de samenwerkende partners in de geboortezorg (de Coalitie KSG) de verbeterpunten beschreven in het gezamenlijke plan ‘Kansrijke Start Groningen’. De Coalitie KSG is vervolgens gestart met de uitvoering. Hiervoor zijn vijf werkgroepen gevormd op onder andere de thema’s ‘voor- ‘, ‘tijdens-‘en ‘na de zwangerschap’ en rond communicatie. Er zijn al stappen gezet, zo is de aanpak Nu Niet Zwanger verder uitgerold in de gemeente en draait het nu als volwaardig programma. Ook is gewerkt aan preventie en een gezonde zwangerschap in samenwerking met het MBO, ambassadeurs voor de aanpak vroegsignalering en een extra signaleringsmoment tijdens de zwangerschap, maar de maatregelen rond 78