CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bestemmingsplan Friesestraatweg 175 toelichting + regels.pdf

gemeenteraad 2 oktober 2024, gemeente GroningenBij agendapunt: a: Vaststelling bestemmingsplan Friesestraatweg 175 (raadsvoorstel 3-7-24)24.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De locatie ligt binnen de stedelijke structuur van Groningen, op een locatie die in het verleden voor industrie in gebruik is geweest. Het betreft een geschikte plek voor woningbouw. De plaats van het project noodzaakt niet tot een volledige m.e.r.-procedure. Kenmerken potentiële effecten Een woningbouwlocatie heeft geen belangrijke uitstraling van milieueffecten naar de omgeving. Te verwachten effecten hangen samen met de verkeersaantrekkende werking en mogelijk veranderingen in de waterhuishouding. Het bereik van het effect van een woningbouwlocatie is lokaal en heeft zeker niet een grensoverschrijdend karakter. Directe effecten zijn alleen aan de orde in de directe omgeving van het plangebied en op de ontsluitende wegen, tot aan de hoofd infrastructuur. Significante effecten op het milieu zijn niet te verwachten. In de navolgende paragrafen wordt dieper op de effecten van de ontwikkeling op de omgeving en andersom ingegaan. De kenmerken van de effecten van het project noodzaken niet tot het volgen van een volledige m.e.r.-procedure. Uiteraard zal worden voldaan aan alle eisen op het vlak van de ecologie en de flora en fauna. Conclusie Door de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten treden geen belangrijke negatieve milieugevolgen op.

Dit blijkt ook uit de beoordeling van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de volgende paragrafen zijn opgenomen. Om die reden is het op voorhand niet nodig om voor dit specifieke project een m.e.r.-procedue te doorlopen c.q. een MER op te stellen. Voor de gehele ontwikkeling van de Reitdiepzone is een structuurvisie ontwikkeld waarbij een plan-MER is opgesteld. Hierin zijn ook de ontwikkelingen binnen dit plangebied meegenomen. 4.5.2 Bedrijven(terreinen) Wet en regelgeving milieu normen Bedrijven kunnen hinder (geur, stof of geluid) of gevaar veroorzaken en daardoor de kwaliteit van de leefomgeving beïnvloeden. Dit moet zoveel mogelijk worden voorkomen, vooral bij woongebieden of gevoelige bestemmingen. Anderzijds is het zaak, dat bedrijven zich kunnen ontwikkelen en eventueel uitbreiden. De Wet Ruimtelijke ordening schrijft de zorg voor een goede ruimtelijke ordening voor. Bedrijfsmatige activiteiten kunnen invloed hebben op de leefomgeving. Het aanhouden van een bepaalde afstand tussen een bedrijfsmatige activiteit en een woonbestemming is een middel om overmatige hinder te voorkomen. De VNG-uitgave 'Bedrijven en milieu vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 27

zonering' geeft hiervoor een handreiking. De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastend functie het milieu sterker belast. Bedrijven rondom plangebied In de omgeving van het plangebied is het bedrijf Bouwselect gevestigd. Het gebouw ligt zo'n 100 meter ten noorden van het plangebied. De activiteiten van Bouwselect bevinden zich in de zakelijke dienstverlening. Op basis van de VNG brochure bedrijven en milieuzonering valt zakelijke dienstverlening onder milieucatergorie 1. Ten opzichte van het de in de VNG brochure omschreven omgevingstype 'rustige woonwijk' geldt een richtafstand (de afstand waardoor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en een milieugevoelige functie als wonen anderzijds kan worden gecreëerd) van 10 meter. Bouwselect ligt op voldoende afstand van de geplande woningen in het plangebied. Conclusie Uit het oogpunt van milieu zonering is het plan inpasbaar. 4.5.3 Geluid (industrie, spoor en weg) Geluid is één van de factoren die (grote) invloed kan hebben op de beleving van de leefomgevingskwaliteit. Daarom moet er bij nieuwe ruimtelijke- of verkeersontwikkelingen akoestisch onderzoek plaatsvinden om de geluidsituatie in beeld te brengen.

Hierbij moet de geluidbelasting op de gevel van (nieuwe) geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) worden getoetst aan de wettelijke geluidnormen. Het plangebied ligt binnen de zone van de Westelijke Ringweg/N370. De ringweg heeft een geluidzone van 400 meter. Omdat er geluidsgevoelige objecten in deze geluidzones mogelijk worden gemaakt is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het is een zogenaamde buitenstedelijke situatie, omdat de Ringweg een provinciale weg is. Daarnaast is in het kader van de Structuurvisie/MER Reitdiepzone onderzoek verricht. Hiervoor is in paragraaf 2.3 reeds ingegaan op de geluidhinderproblematiek die in de structuurvisie is beschreven. Bij de realisatie van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen binnen een geluidzone moeten de wettelijke grenswaarden van de Wet geluidhinder in acht worden genomen. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, dan moet er onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk, niet doelmatig en/of niet wenselijk, dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen. Hierbij kan voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied een hogere waarde worden vastgesteld van ten hoogste 53 dB.

De ventweg langs de Westelijke Ringweg/N370 is nu nog een 50 km/uur-weg maar zal in de nabije toekomst worden afgewaardeerd tot een 30 km/uur-weg. De Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km per uur. Derhalve kan deze weg bij de toetsing aan de Wet geluidhinder buiten beschouwing blijven. Akoestisch onderzoek In het kader van de Wet geluidhinder is voor het bouwplan een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 11 van deze toelichting. Uit het onderzoek is gebleken dat de geluidsbelasting vanwege het verkeer op de Westelijke Ringweg boven de maximale grenswaarde van de Wet geluidhinder uitkomt (=53 dB). De geluidsbelasting is maximaal 69 in Lden zonder aftrek en 67 dB inclusief 2 dB aftrek. Het gaat om alle geveldelen waar een geluidsbelasting van > 57 dB heerst in Lden zonder aftrek (57-4 = 53 dB). Tot en met een waarde van 53 dB op de gevel kan de gemeente een hogere grenswaarde geluid vaststellen. Op een deel van de woningen bedraagt de geluidbelasting niet meer dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor deze woningen zijn er vanwege de WRW/N370 geen bouwbeperkingen. vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 28

In april 2023 heeft een actualisatie plaatsgevonden van het akoestisch onderzoek. De actualisatie is als Bijlage 12 bij deze toelichting gevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat niet meer een dusdanige verkeersgroei wordt verwacht, zoals het oude verkeersmodel liet zien. Verder blijkt dat ook in het hoge scenario de verkeersintensiteit ruim onder de eerder gehanteerde prognose het eerdere onderzoek blijft, waarmee ook de geluidsbelasting minder hoog zal zijn dan eerder verwacht. Zonder nadere overdrachtsmaatregelen bedraagt de geluidbelasting vanwege de WRW/N370 op een groot deel van de woningen meer dan de maximale grenswaarde van 53 dB. Er is onderzoek verricht naar aanvullende overdrachtsmaatregelen. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 13 van deze toelichting. Gebleken is dat het verlenen van een hogere waarde mogelijk is wanneer ten aanzien van de gevels van de relevante woningen tenminste één van de onderstaande maatregelen wordt getroffen: toepassen van balkonafscherming; loggia's als bufferruimte inrichten; toepassen van geluidsdempende ventilatieroosters; toepassen van dubbele raam/deurconstructies; een vast raam te plaats (geen te openen deel). De ontwikkelaar zal één of meerdere van de hierboven bedoelde geluidafschermende en/of -dempende voorzieningen treffen, teneinde de geluidbelasting terug te brengen tot maximaal 53 dB (met aftrek).

In dat geval moet en kan ook voor de gevels van deze woningen een hogere waarde worden vastgesteld. De woningen waarvoor de hier bedoelde overdrachtsmaatregelen onvoldoende soelaas bieden, zullen worden voorzien van een zogenaamde 'dove gevel' in de zin van de Wet geluidhinder. Waarborgen van een goed akoestisch binnenklimaat Als voor een woning/gevel vanwege wegverkeerslawaai een hogere waarde wordt vastgesteld voor de maximaal toelaatbare geluidbelasting, dan dient te worden onderzocht of de geluidwering van de betrokken gevels toereikend is om te voorkomen dat de geluidbelasting in een geluidgevoelig vertrek hoger kan worden dan 33 dB. Hierbij dient te worden uitgegaan van de cumulatieve geluidbelasting vanwege alle relevante wegen (zonder aftrek op grond van de Wet geluidhinder artikel 110f en met inbegrip van 30 km/u-wegen). Eén en ander wordt nader uitgewerkt en vastgelegd in het hogere waarden-besluit op basis van de Wet geluidhinder. Conclusie Zonder overdrachtsmaatregelen zal de geluidbelasting vanwege de Westelijke Ringweg/N370 op een deel van de toekomstige woningen hoger zijn dan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB uit de Wet geluidhinder. De geluidbelasting op deze gevels zal zoveel mogelijk worden beperkt door het aanbrengen van geluidbeperkende en/of -dempende constructies aan het gebouw.

In dat geval kan voor veel woningen een hogere waarde worden vastgesteld tot maximaal 53 dB. De woningen waarvoor dit niet haalbaar is, zullen worden voorzien van dove gevels. Eén en ander is als voorwaarde in de regels geborgd. Daarmee is het plan uitvoerbaar in het licht van de Wet geluidhinder en van goede ruimtelijke ordening. 4.5.4 Luchtkwaliteit De Wet Milieubeheer geeft het kwaliteitsniveau aan waaraan de buitenlucht moet voldoen om ongewenste effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid van mensen te voorkomen. In deze wet staan luchtkwaliteitsnormen voor onder meer stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Een groot deel van de luchtverontreiniging in Groningen wordt van elders aangevoerd met de wind. Dit geldt vooral voor fijnstof. Met name voor NO2 komen langs drukke wegen verhoogde concentraties voor. Verslag luchtkwaliteit Het 'Verslag luchtkwaliteit 2021 gemeente Groningen' geeft een beeld van de luchtkwaliteit in Groningen. Op de bijbehorende luchtkwaliteitskaart is per locatie/weg aan vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 29

de hand van kleuren te zien wat de concentratie van luchtverontreiniging is, zoals voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Het verslag en de kaart zijn gebaseerd op meetgegevens van het RIVM en op gedetailleerde modelberekeningen (conform het Besluit Regeling beoordeling luchtkwaliteit). Het verslag en de luchtkwaliteitskaart zijn opgenomen in Bijlage 14 van deze toelichting. Uit het verslag luchtkwaliteit en de luchtkwaliteitskaart 2016 blijkt dat in Groningen overal ruimschoots wordt voldaan aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen. Ook komen in Groningen geen situaties voor die uit het oogpunt van gezondheid als 'onvoldoende' moeten worden beoordeeld. Dit betekent dat er vanwege de luchtkwaliteit geen belemmering is voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Besluit niet in betekenende mate In het Besluit 'niet in betekenende mate' is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.

Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 160 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Vanuit het oogpunt luchtkwaliteit is het plan uitvoerbaar. 4.5.5 Externe Veiligheid (transport, bedrijven/instellingen en buisleidingen) Externe veiligheid gaat over overlijdensrisico's die mensen lopen vanwege productie, gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor, vaarwegen en buisleidingen. Gevaarlijke stoffen zijn bijvoorbeeld vuurwerk, lpg, chloor, ammoniak en munitie. De term 'externe' veiligheid wordt gehanteerd, omdat het overlijdensrisico van derden centraal staat. Het gaat om mensen die zelf niet deelnemen aan de activiteit die het overlijdensrisico met zich meebrengt. Voor risicovolle inrichtingen, transportroutes en transportleidingen is verschillende weten regelgeving van toepassing.

Voor inrichtingen is dit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor transportroutes het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor hogedrukaardgastransportleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). De genoemde kaders verplichten gemeenten om bij het opstellen van ruimtelijke plannen veiligheidsafstanden toe te passen en het externe veiligheidsrisico zo laag mogelijk te houden. Veiligheidsrisico's worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en in het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico vormt het basisbeschermingsniveau voor individuele burgers, het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een ramp. Bij het vaststellen van ruimtelijke plannen dient de gemeente het groepsrisico te verantwoorden. De Omgevingsdienst Groningen heeft een externe veiligheidsonderzoek uitgevoerd ten behoeve van dit bestemmingsplan. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 15 van deze toelichting. Daarnaast zijn de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid met betrekking tot het plangebied beoordeeld door de brandweer. Deze beoordeling is opgenomen in Bijlage 16. In het kader van genoemd onderzoeken is het plaatsgevonden risico en het groepsrisico van risicovolle inrichtingen, risicovolle transportassen en risicovolle transportleidingen vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 30

onderzocht. De belangrijkste constateringen en te nemen maatregelen voor de verantwoording van het groepsrisico zijn: in en in de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen en geen risicovolle transportleidingen gelegen waarvan het invloedsgebied reikt tot over het plangebied; de spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd kent ter hoogte van het plangebied, volgens het Basisnet een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van 5 meter. De afstand van het spoortraject tot het plangebied is 240 meter. De plaatsgebonden risicocontour reikt niet tot het plangebied. Hierdoor is dit aspect niet relevant; de spoorlijn is gelegen op een afstand van 240 meter afstand van het plangebied. Het plasbrandaandachtsgebied reikt niet tot in het plangebied. Hierdoor is dit aspect niet relevant; de spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd heeft een invloedsgebied van 4000 meter en ligt over het plangebied; de provinciale weg N370 kent ter hoogte van het plangebied, volgens de Omgevingsverordening provincie Groningen 2016, een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van 12 meter. De vastgestelde veiligheidszone 1 provinciale wegen (PRmax) voor de provinciale weg N370 is niet van toepassing; de te realiseren appartementen aan de Friesestraatweg 175 te Groningen zijn gelegen binnen de 30 meter zone van de provinciale weg N370. Echter betreft het niet een object voor minder zelfredzame personen.

Bij het bestemmen van het perceel dient in de planregels te worden opgenomen dat het geen object voor minder zelfredzame personen zal worden; voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de provinciale weg N370 geldt een veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen van 880 meter. De veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen voor de provinciale weg N370 is gelegen over het plangebied. Ten aanzien van groepsrisico geldt: het berekende groepsrisico voor de provinciale weg N370, ter hoogte van het plangebied, is gelegen onder de oriënterende waarde; voor de toekomstige situatie geldt dat het groepsrisico, door invulling te geven aan het plan Friesestraatweg 175 en Friesestraatweg 181 te Groningen, voor de provinciale weg N370 toeneemt maar onder de oriënterende waarde ligt. De Veiligheidsregio adviseert de volgende maatregelen te treffen: aan de oostzijde van het plangebied opstelplaatsen langs de Reitdiep te realiseren en ook door de brandweer als zodanig te registreren; geen objecten en/of functies voor het verblijf van groepen verminderd zelfredzame personen langs de N370 te realiseren en dit expliciet uit te sluiten in de planregels; de maatregel om de mechanische ventilatie geheel uitschakelbaar te maken; om de bevolking bij een ramp niet alleen via het bestaande WAS maar ook op een andere wijze te alarmeren (radio, NL-Alert, televisie, geluidswagen, enz.).

Ongeacht de inzet van de gemeente Groningen en de hulpverleningsdiensten om de situatie zo veilig mogelijk te maken zal er altijd sprake zijn van een restrisico. Immers, de kans op een ongeval, hoe klein dan ook, blijft altijd aanwezig. Door, voor onderhavig plan, invulling te geven aan het advies van de Veiligheidsregio Groningen en geen objecten voor verminderd zelfredzame personen binnen 30 meter van provinciale weg te realiseren wordt getracht het restrisico zo klein mogelijke te maken. Bovenstaande analyse en aanbevelingen liggen in lijn met het uitkomsten van de externe veiligheidsanalyse in de Structuurvisie/MER Reitdiepzone. Hiervoor is in paragraaf 2.3 reeds ingegaan op de deze problematiek. Tot slot heeft de Veiligheidsregio op 6 juli 2023 nogmaals geadviseerd over de externe veiligheidssituatie, in het kader van het overleg over (en de inspraak op) het voorontwerpbestemmingsplan. Dit advies is opgenomen in bijlage Bijlage 23 van deze toelichting. Op basis van dit advies zijn in dit ontwerpbestemmingsplan de volgende vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 31

aanpassingen doorgevoerd: De relatie tussen het groepsrisico voor de gehele Reitdiepzone en dit specifieke bestemmingsplan is nader beschreven in de paragrafen 2.3 en 4.5.5. In genoemde paragrafen is (beter) gespecificeerd welke maatregelen in (dan wel op basis van) dit bestemmingsplan kunnen worden (en zijn) genomen. Dit zijn niet alle genoemde maatregelen, omdat sommige maatregelen pas bij vergunningverlening voorgeschreven kunnen worden. De planregels bevatten daarnaast de mogelijkheid om het stellen van vergunningvoorschriften via nadere eisen af te dwingen. Het bestemmingsplan past binnen de stedenbouwkundige kaders van de structuurvisie. Op de plankaart zijn daartoe de bouwvlakken met bijbehorende maximum bouwhoogten ingetekend. Hierdoor is het bouwplan, zoals dat is betrokken bij de structuurvisie en het externe veiligheidsonderzoek, in het bestemmingsplan gedetailleerd vastgelegd. Een verdere vergroting van het groepsrisico ten opzichte van de geaccepteerde waarde is niet aan de orde. Verdergaande ruimtelijke maatregelen zoals het vergroten van de afstand tussen (hogere) bebouwing en de N307 zou realisering van het bouwplan niet langer uitvoerbaar maken. Daarbij komt dat de gemeente Groningen geen bevoegdheid heeft om maatregelen te nemen inzake het gebruik en/of het tracé van de N307.

Conclusie Uit oogpunt van externe veiligheid is vaststelling van dit plan verantwoord. 4.5.6 Bodem Er is een bodemonderzoek uitgevoerd en deze is als Bijlage 17 toegevoegd aan deze toelichting. De grond en het grondwater op het perceel zijn, heterogeen verspreid, sterk verontreinigd met diverse chemische parameters. De aangetroffen verontreinigde stoffen zijn gerelateerd aan de voormalige activiteiten van de verffabriek, aan de aanwezige bijmengingen met puin, baksteen, slakken en kolengruis en/of aan voormalige bedrijfsactiviteiten op het aangrenzende perceel nr. 145. De omvang van de verontreinigingen in de grond en in het grondwater is globaal in beeld gebracht. Vanwege de ontgraving ten behoeve van nieuwbouw van het kantoor met kruipruimte van circa 1 meter hoogte en de verkregen analyseresultaten is de grond onder de huidige bebouwing licht verontreinigd. Op basis van de resultaten wordt verwacht dat de verontreinigingen in de grond tot een maximale diepte van 2,6 m -mv aanwezig zijn. De verontreinigingen zijn deels perceelgrensoverschrijdend. Op het perceel bedraagt het totaal geraamde volume boven de interventiewaarde verontreinigde grond circa 1.750 m³. Het volume sterk verontreinigde grondwater is geraamd op circa 4.000 m³. De activiteiten van de voormalige verffabriek zijn in 1976 beëindigd, zodat sprake is van een geval van verontreiniging die voor 1987 is ontstaan.

Op basis van de beschikbare resultaten wordt geconcludeerd dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (meer dan 25 m³ grond of 100 m³ grondwater is sterk verontreinigd). Zowel bij het huidige als het toekomstige gebruik is geen sprake van onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico's, zodat het geval van bodemverontreiniging niet als spoedeisend wordt beoordeeld. Sanerende maatregelen zijn noodzakelijk. Na sanering is het perceel geschikt voor woningbouw. PFAS Het plangebied is onderzocht op PFAS. Het onderzoek is als Bijlage 18 toegevoegd en kent de volgende resultaten: Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de grondmengmonsters de gemeten gehalten aan PFAS lager zijn dan de tijdelijke achtergrondwaarde. De grond wordt op basis van PFAS beoordeeld als klasse 'landbouw/natuur'. Door de aanwezige vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 32

verontreinigingen op de locatie kan de grond op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit ingedeeld worden in een andere klasse (wonen, industrie of niet toepasbaar). De chemische parameters zijn maatgevend, aangezien deze er voor zorgen dat de aanwezige grond van slechtere kwaliteit is dan landbouw/natuur op basis van alleen PFAS. Er zijn geen concentraties aan PFAS aangetoond die een risico vormen bij (levenslange) blootstelling in drinkwater. Hier wordt opgemerkt dat de grondwaterkwaliteit op de locatie negatief beïnvloed is door verontreiniging met minerale olie-producten, PAK en zware metalen. Vanwege de gemeten zeer lage gehaltes/concentraties aan PFAS in de grond en het grondwater zijn er geen consequenties bij hergebruik of afvoer van de grond of het gebruik van grondwater. Conclusie Sanerende maatregelen zijn noodzakelijk. Hiervoor is momenteel een saneringsplan in voorbereiding dat de procedure voor instemming zal doorlopen. Na sanering is het perceel geschikt voor woningbouw. Daarmee is het plan uit oogpunt van hygiënische bodemkwaliteit uitvoerbaar. 4.5.7 Kabels en leidingen In bestemmingsplannen worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben en/of van belang zijn in het kader van beheer, externe veiligheid of gezondheidsrisico's.

Het gaat dan altijd om de hoofdtransportstructuur. In elk bestemmingsplangebied bevinden zich uiteraard ook kabels en leidingen voor distributie en huisaansluitingen, maar die worden niet in het plan opgenomen. In het plangebied bevinden zich geen kabels en leidingen die onderdeel uitmaken van de hoofdstructuur. Conclusie Vanuit het oogpunt van kabels en leidingen is het plan uitvoerbaar. 4.5.8 Bezonning Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de openbare ruimte of tuinen van omwonenden. Voorkomen moet worden dat de schaduw te veel toeneemt. Er is geen wet- en regelgeving voor bezonning. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening is een bezonningsstudie uitgevoerd met de daarbij behoren bezonningsdiagrammen. Hieronder zijn vijf tijdstippen uit de maand maart weergegeven, namelijk 09:00; 12:00; 15:00; 18:00; 21:00. Deze maand is representatief voor zowel het voorjaar als het najaar.

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 33

Figuur 5: bezonningsdiagrammen maart Hieronder zijn dezelfde vijf tijdstippen uit de maand juni weergegeven:

Figuur 6: bezonningsdiagrammen juni Uit de diagrammen is af te leiden dat het plan in het voor- en najaar in de avonduren resulteert in een toename van schaduw op de woningen ten oosten van de locatie. Op de overige tijdstippen in voorjaar, zomer en najaar leidt het plan niet tot belangrijke toename van schaduw op woningen of andere gevoelige functies in de omgeving. Conclusie Het grootste deel van de dag en het grootste deel van het voor-, zomer- en najaarsperiode is er geen sprake van een (onevenredige toename van) schaduwwerking op woningen in de omgeving van het plangebied. De hiervoor getoonde toename is bovendien gerelateerd aan de huidige situatie, waarin geen sprake is van hoogbouw. Niettemin is de zone Friesestraatweg beleidsmatig als ontwikkelzone aangewezen, inclusief de nu opgenomen maximum bouwhoogte. Daarbij is overwogen dat enige (toename van) schaduwwerking niet is uit te sluiten, maar dat geen sprake is van een onevenredige (toename van) schaduwwerking. 4.5.9 Windhinder Expert opinion windhinder vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 34

Er gelden geen wettelijke normen voor windhinder, maar bij het realiseren van nieuwe gebouwen kunnen windsnelheden nadelige gevolgen hebben voor mensen die zich nabij de gebouwen bevinden. Hoge gebouwen, maar ook andere gebouwen, beïnvloeden het buitenklimaat, waardoor windhinder (of windgevaar) kan ontstaan. Daarom is toetsing van windhinder en -gevaar uitgevoerd overeenkomstig de Norm NEN8100 “Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving”. Deze expert-toetsing is als Bijlage 19 toegevoegd aan deze toelichting. Hierbij is rekening gehouden met de ontwikkelingen op de aangrenzende percelen Friesestraatweg 181 en Friesestraatweg 145. De resultaten van de windhinderstudie laten zien dat het mogelijk is dat in een aantal gebieden bij de hoeken van de gebouwen en in de passages tussen de blokken, een verslechtering van het windklimaat kan optreden. In de gebieden tussen de gebouwen van 175 en de aangrenzende bebouwing (175 & 145) treedt veelal windhinder op. Daarmee bestaat het risico dat het windklimaat niet voldoet aan de toetsingscriteria zoals genomen in de NEN8100. Om de windsnelheid af te remmen zijn de volgende mitigerende maatregelen een optie: aanplant van vegetatie; het plaatsen van (gedeeltelijk open) schermen of luifels, of combinaties. Windhinderonderzoek Om beter inzicht te krijgen in de windhindersituatie is een nader windhinderonderzoek uitgevoerd.

Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 20 van deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt op welke specifieke plekken nabij de bebouwing windhinder wordt verwacht en hoe deze windhinder gemitigeerd kan worden. Hierna zijn beknopt de conclusies uit het onderzoek weergegeven. Voor gebieden met activiteitsklasse 'doorlopen' wordt grotendeels een goed tot matig windklimaat verwacht. Op de gebouwhoeken aan de noordwestzijde en in de straat tussen Friesestraatweg 175 en 181 (de GemBeton locatie) wordt een matig windklimaat verwacht. In de straat tussen nr. 175 en nr. 145 (de Woldring-locatie) wordt een slecht windklimaat verwacht. Voor de doorgangen aan de westzijde van de nieuwbouw wordt een goed windklimaat verwacht. Voor gebieden met activiteitsklasse 'langdurig zitten' wordt ter plaatse van de binnentuin een slecht windklimaat verwacht. Hierbij moeten groenblijvende beplanting en andere afscherming worden toegepast om het lokale windklimaat te verbeteren. Op basis van toetsing van de berekende resultaten zijn er een aantal locaties in het plangebied met risico op windgevaar. Hiervoor moeten maatregelen getroffen worden.

Conclusie Door het nemen van mitigerende maatregelen kan ter plaatse een aanvaardbaar windklimaat worden bereikt. Aangezien deze maatregelen relatief eenvoudig genomen kunnen worden, is het plan op dit punt planologisch haalbaar. Wel moet goed worden nagedacht over de situering en keuze van beplanting. In de regels is een voorziening opgenomen om het uitvoeren van maatregelen te waarborgen. Om tot een aanvaardbaar windklimaat in het algemeen te komen zal in overleg met de eigenaren/ontwikkelaars van de naburige percelen worden getreden.

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 35

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 36

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Algemeen

Het bestemmingsplan Friesestraatweg 175 voorziet in een actueel en adequaat juridisch kader voor beheer en ontwikkeling van het plangebied. Het is een plan op basis van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daarmee kunnen met direct recht omgevingsvergunningen worden verleend. De gekozen bestemmingen en de daarbij behorende regels geven helder aan welke functies op welke plaats zijn toegestaan. Om de nodige flexibiliteit te waarborgen zijn tevens afwijkingsbevoegdheden opgenomen. Dit bestemmingsplan is gemaakt conform SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) en het standaardbestemmingsplan van de gemeente Groningen. Daarin zijn de regels gestandaardiseerd. De bestemmingsregels volgen een vaste indeling: bestemmingsomschrijving, bouwregels, nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels, en waar nodig een vergunningstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bestemmingsplan is digitaal gemaakt. De digitale verbeelding is variabel in schaal doordat kan worden in- en uitgezoomd, en bezit een meetfunctie. Het digitale plan is raadpleegbaar via het internet (gemeente.groningen.nl/projecten-en-bestemmingsplannen alsook www.ruimtelijkeplannen.nl). Daar zijn de digitale bestanden ook te downloaden.

De papieren (analoge) verbeelding bestaat uit één kaartblad met schaal 1:500. Deze verbeelding is getekend conform de PRABPK 2012 (Praktijkrichtlijn Analoge Bestemmingsplankaart). De verbeelding geeft in samenhang met de regels de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied aan. 5.2

Geldende bestemmingsplannen en overige regelingen

In het plangebied vigeren momenteel de onderstaande bestemmingsplannen. Deze worden geheel of gedeeltelijk door het voorliggend bestemmingsplan vervangen. Nr.

5.3

Bestemmingsplan

Vastgesteld door de gemeenteraad

Vastgesteld door provinciale staten n

Inpassingsplan Agrarische Bouwpercelen

n.v.t.

31 januari 2018

Facetherziening parkeren

6 augustus 2016

n.v.t.

Opheffing geluidzone en herziening Friesestraatweg

2009

n.v.t.

Toelichting op de artikelen

5.3.1 Artikelsgewijze toelichting Inleidende regels De artikelen 1 tot en met 3 bevatten achtereenvolgens de in het plan gebruikte begrippen en hun definitie, de wijze waarop moet worden gemeten en de manier van omgaan met uitmetingsverschillen. Bestemmingsregels Artikel 4 Groen De bestemming Groen omvat de hoofdgroenstructuur in het plangebied. Het gaat hier vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 37

onder meer om de vrijwaringszone langs het Reitdiep en om een groenzone tussen de verschillende complexen aan de Friesestraatweg. De bestemming Groen is ook toegekend aan een kleine hoek aan de noordwestzijde van het plangebied. Dit hoekje is tevens voorzien van een specifieke bouwaanduiding, waardoor het is toegestaan dat op deze plaats een (deel van een) balkon overhangt. Gekozen is voor de bestemming Groen met een aanduiding, omdat de grond onder het balkon deel gaat uitmaken van een groenzone tussen het Reitdiep en de Friesestraatweg. De minimum hoogte tot de onderkant van het balkon is bepaald op 3 meter. Artikel 5 Wonen De regels van de bestemming Wonen zijn gericht op de ontwikkeling van nieuwe bebouwing. Gekozen is voor een gedetailleerd eindplan, gebaseerd op een principeontwerp van de ontwikkelaar. Dit plan waarborgt daardoor een aanvaardbare ruimtelijke inpassing, maar biedt tegelijkertijd nog enige flexibiliteit om het ontwerp op onderdelen nog aan te passen, bijvoorbeeld ter voorkoming van windhinder. In de bestemming komt een nadere-eisen-regeling voor. Daarbij kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing. Naast de gebruikelijke oogmerken zijn hier de oogmerken externe veiligheid en windhinder toegevoegd. Dit is toegestaan, aangezien in de bestemmingsomschrijving deze oogmerken nadrukkelijk zijn genoemd.

Het bouwplan waarop dit bestemmingsplan is gebaseerd is voorzien van een doorlopende plintlaag waarin (onder meer) een parkeergarage komt. De maximum bouwhoogte van die plintlaag is 4,5 m. Voor wat betreft de (goot- en) bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geregeld dat voor bouwwerken op de plintlaag mag worden gemeten vanaf de bovenkant van de plintlaag. Een bijzondere regeling betreft de juridische borging om, vanwege geluidhinder, te voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, indien en voor zover de geluidbelasting op de woningen hoger is dan 48 dB. De borging voorziet erin dat akoestische maatregelen getroffen worden en dat moet worden gebouwd conform een daartoe vastgestelde hogere grenswaarde. Artikel 6 Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming is toegekend aan een vrijwaringszone langs het Reitdiep en is bedoeld om de oever van het Reitdiep te vrijwaren van bebouwing die de waterhuishouding, de waterveiligheid en/of het waterbeheer kunnen belemmeren. In beginsel mag binnen deze zone bij recht alleen ten behoeve van de waterkering worden gebouwd. De bij de beschrijving van artikel 5 genoemde plintlaag steekt voor circa 2,5 m in die vrijwaringszone. Dit is afgestemd met het Waterschap Noorderzijlvest en er zijn afspraken gemaakt omtrent het bouwen in de vrijwaringszone.

Om die reden is in de regels een uitzondering opgenomen op het bouwverbod voor de eerste realisering van gebouwen. Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat de anti-dubbeltelregel. De redactie is conform artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze bepaling is ervoor om te voorkomen dat dezelfde grond meer dan eens betrokken wordt bij de toets van de aanvraag om een omgevingsvergunning en daarmee meer gebouwd kan worden dan is toegestaan. Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Parkeren In dit artikel is geregeld dat in een omgevingsvergunning voor bouwen of verbouwen in het plangebied moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor de beoogde functie. Het toetsingskader dat hierbij wordt gehanteerd zijn de Beleidsregels Parkeernormen van de gemeente Groningen die op het moment van aanvragen van de vergunning gelden. De verwijzing naar deze beleidsregels is toegestaan op grond van vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 38

artikel 3.1.2 tweede lid onder a. van het Besluit ruimtelijke ordening. In principe dient op eigen terrein in de parkeerbehoefte te worden voorzien. Voor gevallen waarin dit door bijzondere omstandigheden redelijkerwijs niet kan worden gerealiseerd, of wanneer elders aan de parkeerbehoefte kan worden voldaan, kunnen burgemeester en wethouders gebruik maken van de opgenomen afwijkingsmogelijkheid. 8.2 Ruimte tussen bouwwerken De bepalingen omtrent dit onderwerp zijn overgenomen uit de inmiddels uit de Woningwet geschrapte stedenbouwkundige bepalingen van de (in dit geval) Groninger Bouwverordening. Artikel 9 Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat de gebruiksregels die op alle bestemmingen van toepassing zijn. In het voorliggend bestemmingsplan zijn geen seksinrichtingen toegestaan. Reden is, dat de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders, de raad gehoord, hebben besloten seksinrichtingen te concentreren in één concentratiegebied binnen de Diepenring en in de tippelzone. Daarbuiten wordt vestiging van prostitutie-inrichtingen tegengegaan. Het gemeentelijk beleid heeft onder meer ten doel om het woon- en leefklimaat te beschermen. De strijdigheid met de woonfunctie ontstaat door de ruimtelijke uitstraling door bijvoorbeeld aanstootgevende of storende uiterlijke kentekenen, en/of door de mogelijke verkeers- en parkeeroverlast.

Artikel 10 Algemene aanduidingsregels Op de plankaart is de aanduiding 'Veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' opgenomen, vanwege dit vervoer over de Friesestraatweg. Binnen de zone is de bouw van nieuwe objecten voor het verblijf van verminderd zelfredzame personen niet toegestaan, aangezien hierdoor het externe veiligheidsrisico onaanvaardbaar zou worden vergroot. Voorts is het (om dezelfde reden) verboden gebouwen en/of terreinen te gebruiken als een object voor langdurig verblijf van verminderd zelfredzame personen. Mocht het risico in de toekomst verminderen of zijn weggenomen dan kan de aanduiding (en daarmee de regeling) via een wijzigingsbevoegdheid worden verkleind of geheel vervallen. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Dit artikel bevat een afwijkingsbevoegdheid, die op alle bestemmingen in het plangebied van toepassing zijn. Bedoeling van de bepaling is om relatief kleine afwijkingen van het bestemmingsplan toe te staan, zowel qua omvang als qua functie. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 12 Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht. De redactie is conform de artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 13 Slotregel Dit artikel bevat de zogenaamde slotregel, die bedoeld is voor een eenduidige vastlegging van de naam van het bestemmingsplan.

5.3.2 Toelichting regeling van vrije beroepsactiviteiten bij woningen Dit bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om een aan huis verbonden beroep -met behoud van de woonfunctie- uit te oefenen in een woning. In het algemeen is het verboden om gronden en bouwwerken met een woonbestemming te gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met die woonbestemming. Een ander gebruik dan wonen is daarmee niet toegestaan. In de jurisprudentie is echter bepaald dat het vestigen van een vrij beroep onder voorwaarden niet in strijd is met de woonbestemming (tenzij het bestemmingsplan expliciet het tegendeel bepaalt). Onder een 'vrije beroepsbeoefenaar' wordt verstaan: 'iemand die wordt gevraagd om zijn individuele, persoonlijke kwaliteiten, die in het algemeen op artistiek of academisch/HBO-niveau vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 39

liggen'. In de praktijk is het onderscheid moeilijk aan te geven. Bij vrije beroepen valt te denken aan: advocaat, accountant-administratieconsulent, alternatieve genezer, belastingconsulent, bouwkundig architect, dierenarts, fysiotherapeut, gerechtsdeurwaarder, huidtherapeut, huisarts, interieurarchitect, juridisch adviseur, kunstenaar, logopedist, makelaar, medisch specialist, notaris, oefentherapeut, organisatieadviseur, orthopedagoog, psycholoog, raadgevend adviseur, redacteur, registeraccountant, stedenbouwkundige, tandarts, tandarts-specialist, (al dan niet beëdigd) tolk-vertaler, tuin- en landschapsarchitect, verloskundige. Het gaat veelal om een eenpersoonsbedrijf. Volgens de jurisprudentie is de uitoefening van een vrij beroep binnen de woonbestemming slechts toegestaan als het beroep wordt uitgeoefend door de bewoner van het pand, het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en de ruimtelijke uitwerking of uitstraling van het beroep in overeenstemming is met de woonfunctie. Dit bestemmingsplan sluit aan bij de jurisprudentie en bezigt de term aan huis verbonden beroepen.

Die zijn als volgt gedefinieerd: het beroepsmatig uitoefenen van activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en/ of de daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken kan worden uitgeoefend, mits: 1. het beroep door de bewoner van het pand wordt uitgeoefend, en 2. de woonfunctie in overwegende mate intact blijft, en 3. waarbij het beroep een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is. Voor dergelijke activiteiten in een woning en/of de daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken is geen omgevingsvergunning nodig. Of een de uitstraling van een bepaald gebruik in overeenstemming is met de functie woondoeleinden wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: a. de aard van het gebruik b. de omvang van het gebruik c. de intensiteit van het gebruik Ad a. Bij de 'aard' van het gebruik kan men denken aan een beroep dat naar zijn aard (ernstige) hinder voor zijn omgeving oplevert, of dat naar zijn aard grote verkeersproblemen zal opleveren. Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer of een onevenredige parkeerdruk veroorzaken. Ad b.

Bij de 'omvang' van het gebruik is relevant of het gebruik meerdere ruimten of gebouwen in beslag neemt, welk gedeelte van het gebouw door het gebruik in beslag wordt genomen, hoeveel vierkante meter het gebruik in beslag neemt. Ad c. Bij de 'intensiteit' van het gebruik kan worden gedacht aan frequent of incidenteel gebruik. Als volgens de criteria blijkt dat de uitstraling van het gebruik niet te rijmen valt met de woonbestemming, dan is het gebruik strijdig met de woonbestemming (zie ARRvS, AB 1993/163).

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 40

Hoofdstuk 6 6.1

Participatie, inspraak en overleg

Participatie

De initiatiefnemer Kwest heeft over de planontwikkeling overleg gevoerd met belanghebbenden uit de omgeving. De initiatiefnemer heeft de voorgenomen ontwikkeling toegelicht en is daarbij ingegaan op de gemaakte keuzes alsmede op de gehanteerde (beleids-)uitgangspunten en randvoorwaarden. Meerdere belanghebbenden hebben hun mening over het plan kenbaar gemaakt, vragen gesteld of suggesties aangedragen. In deze paragraaf wordt beknopt verslag gedaan van de verschillende overlegmomenten en -mogelijkheden. Informatieavonden Er zijn twee informatieavonden gehouden waarbij gesproken is met bewoners uit de omgeving. 1. Informatieavond 9 april 2019 in Stadskerk te Groningen, bezocht door ca. 150 personen. Een verslag van deze avond is opgenomen in Bijlage 21 van deze toelichting. 2. Informatieavond 4 september 2019 in Van der Valk te Hoogkerk. Tijdens deze avond waren de belangrijkste reacties als volgt: T.a.v. bouwhoogte: Waarom is de maximale bouwhoogte van de gebouwen 11 bouwlagen? Antwoord initiatiefnemer: De maximale bouwhoogte is door de gemeente Groningen als kader meegegeven. Dit kader vloeit voort uit het geldende ruimtelijke beleid van de gemeente, met name de Ontwikkelstrategie. Door hoog en dicht te bouwen wordt de beperkt beschikbare ruimte efficiënt benut.

Bij het bepalen van het maximum aantal bouwlagen heeft de gemeente onder meer afstemming gezocht met bestaande hogere bouwvolumen in de omgeving. T.a.v. geluidsoverlast: De omgeving (bewoners Voermanhaven) maakt zicht zorgen om eventuele geluidsoverlast vanwege de nieuwe ontwikkeling. De zorg is ingegeven doordat er relatief veel mensen komen te wonen, terwijl de buitenruimte beperkte is. Gevreesd wordt dat studenten in de avond en nachtelijke uren geluidsoverlast veroorzaken rondom het Reitdiep. Daarnaast ervaart men nu reeds overlast vanwege geluidweerkaatsing. Antwoord initiatiefnemer: Het aspect van eventuele geluidoverlast in de buitenruimte is een zaak van openbare orde. Er is aangeboden een geluidsexpert in te zetten voor de bewoners van de Voermanhaven, maar zij hebben schriftelijk aangegeven hier van af te zien. Een verslag van deze avond is opgenomen in Bijlage 21 van deze toelichting. Website De initiatiefnemer heeft de website www.friesestraatweggroningen.nl opengesteld om de omgeving en andere geïnteresseerden te informeren over dit plan. Op deze website wordt de mogelijkheid geboden om een schriftelijke reactie bij de initiatiefnemer in te dienen. 6.2

Inspraak

Het voorontwerpbestemmingsplan heeft in het kader van de inspraak ter inzage gelegen van 29 juni tot en met 26 juli 2023. Ingekomen zijn reacties van: 1. een particulier; 2. een wijkoverleg; vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 41

3. Veiligheidsregio Groningen. ad 1. Samenvatting inspraakreactie: De bewoner geeft aan dat de locatie niet geschikt is voor hoogbouw en dat de gemeente vooral het parkeerprobleem onderschat. Benadrukt wordt om parkeergarages in het bestemmingsplan op te nemen. De reactie van de gemeente is opgenomen in die inspraaknota die als bijlage Bijlage 22 bij deze toelichting opgenomen. De reactie geeft geen aanleiding tot een aanpassing van het plan.

ad 2. Samenvatting inspraakreactie: Het wijkoverleg vraagt om in het plan nader in te gaan op de volgende aspecten: T.a.v. algemeen karakter: men verwacht een andere benadering van de Reitdiepzone dan een presentatiefunctie; de Reitdiepzone staat bekend als buurt Friesestaatweg en maakt onderdeel uit van Vinkhuizen; voorkom dat de zone een architectonische lappendeken wordt, gevraagd wordt een visie te geven op de relatie tussen dit bestemmingsplan, de reeds gerealiseerde plannen en de toekomstige plannen en definieer het stedenbouwkundig belang daarbij. T.a.v. verkeer en parkeren: overweeg een groter aantal parkeerplekken, bijvoorbeeld 1:1, omdat in de praktijk in de omgeving Friesestraatweg / Vinkenhuizen-Zuid de vraag naar parkeerplaatsen groter is dan het aanbod; er wordt een visie op het fietsparkeren gemist, omdat dit bij de opgeleverde complexen niet goed gaat (verrommeling openbare ruimte); gevraagd wordt om de 30 km/u-limiet op de Friesestraatweg zo snel mogelijk te realiseren; het is een gemiste kans dat in het bestemmingsplan geen visie staat op het aansluiten van de plannen voor Ring West, waardoor voor toekomstige verkeersproblemen moet worden gevreesd; het verkeersonderzoek dateert van 2018, gevraagd wordt of een actualisatie noodzakelijk is; T.a.v.

groen en afval: geef een visie om afvalstromen in goede banen te leiden, omdat bij de opgeleverde complexen het aanbieden van huisvuil niet goed verloopt, waardoor bij ondergrondse afvalcontainers sprake is van zwerfvuil en bijplaatsingen; gevraagd wordt wat de concrete invulling is van de openbare buitenruimte; groenaanleg mag geen sluitpost worden maar moet wezenlijk bijdragen aan duurzaamheid en klimaatadaptatie; daarnaast worden kansen gezien voor schaduwrijke beplanting (bomen) aan de oever van het Reitdiep. De reactie van de gemeente is opgenomen in die inspraaknota die als bijlage Bijlage 22 bij deze toelichting opgenomen. De reactie geeft geen aanleiding tot een aanpassing van het plan.

ad 3. De reactie van de gemeente is als Bijlage 23 bij deze toelichting opgenomen. In paragraaf vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 42

4.5.5 wordt deze reactie behandeld, hetgeen een beperkte aanpassing van het plan tot gevolg heeft gehad

Daarnaast zijn enkele ambtshalve aanpassingen in het plan doorgevoerd. Deze liggen vooral in de sfeer van de motivering, waaronder een nadere beschouwing van de relatie tussen dit plan en de recente structuurvisie. 6.3

Overleg

Het (concept) voorontwerpbestemmingsplan is ter kennisname naar de gebruikelijke overlegpartners gezonden. In het overlegrapport zoals opgenomen in Bijlage 24 zijn de ingekomen reacties vermeld en voorzien van een beantwoording door burgemeester en wethouders. Tevens is aangegeven welke aanpassingen in het plan daartoe zijn doorgevoerd.

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 43

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 44

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid / exploitatie

Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van woongebouwen en grondgebonden woningen. Dit zijn bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatieregeling bepaalt daarom dat de gemeente in beginsel samen met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet vaststellen om de economische haalbaarheid van het plan aan te tonen. Hiervan kan worden afgezien als de kosten 'anderszins verzekerd' zijn, bijvoorbeeld door overeenkomsten. De betrokken partijen hebben een exploitatieovereenkomst gesloten, waarin onder andere de verdeling van kosten is verzekerd. Van de verplichting tot het opstellen van een grondexploitatieplan kan daarom worden afgezien.

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 45

Bestemmingsplan

Friesestraatweg 175 versie vastgesteld

Friesestraatweg 175

Inhoudsopgave Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1

Begrippen

4

Artikel 2

Wijze van meten

11

Artikel 3

Uitmetingsverschillen

12

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

13

Artikel 4

Groen

13

Artikel 5

Wonen

14

Artikel 6

Waterstaat - Waterkering

17

Hoofdstuk 3

Algemene regels

18

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

18

Artikel 8

Algemene bouwregels

19

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

20

Artikel 10

Algemene aanduidingsregels

21

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

22

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

24

Artikel 12

Overgangsrecht

24

Artikel 13

Slotregel

25

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 2

Regels

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 3

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan Friesestraatweg 175 met identificatienummer NL.IMRO.0014.BP601Friesestrw175-vg01 van de gemeente Groningen. 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3

verbeelding:

de verbeelding van het bestemmingsplan Friesestraatweg 175, met het identificatienummer NL.IMRO.0014.BP601Friesestrw175-vg01. 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.7

bebouwingspercentage:

een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.8

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak. 1.9

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.10

bewassingsraam:

een in de normale gebruikssituatie niet te openen raam, uitsluitend bedoeld voor het van binnenuit kunnen reinigen van de buitenzijde van ramen. Een bewassingsraam mag, met het oog op de geluidwering, niet eenvoudig geopend kunnen worden, bijvoorbeeld door toepassing van een afneembaar los raamboompje of een raamgreep met slot. 1.11

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak. 1.12

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 4

1.13

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel. 1.14

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.15

aan huis verbonden beroep:

het beroepsmatig uitoefenen van activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en/ of de daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken kan worden uitgeoefend, mits: 1. het beroep door de bewoner van het pand wordt uitgeoefend, en 2. de woonfunctie in overwegende mate intact blijft, en 3. waarbij het beroep een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.16

additionele voorzieningen:

voorzieningen die een onderdeel vormen van en ondergeschikt zijn aan een bestemming of functie. 1.17

bebouwingsgebied:

achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw. 1.18

bedrijfsgebouw:

een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.19

bedrijfswoning / dienstwoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. 1.20

bestaand:

op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand. 1.21

bodemingrepen:

werken en werkzaamheden waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten. 1.22

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats. 1.23

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, kapverdieping en dakopbouw ten behoeve van technische voorzieningen.

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 5

1.24

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoelt om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties. 1.25

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. Een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is tevens functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw. 1.26

bruto vloeroppervlakte:

de som van de oppervlaktes van alle bouwlagen van een gebouw, gemeten op de vloer van de bouwlaag, tussen de binnenzijde van de gevelmuren. 1.27

dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.28

daknok:

hoogste punt van een schuin dak. 1.29

dakvoet:

laagste punt van een schuin dak. 1.30

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.31

dove gevel/voorzetgevel:

een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. 1.32

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw voor zover dit bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt. 1.33

erotisch getinte vermaaksfunctie:

een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal. 1.34

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 6

1.35

gebruiksoppervlakte woonfunctie:

de oorspronkelijke vloeroppervlakte binnen de bouwmuren bepaald volgens NEN 2580 met dien verstande dat daarbij aangebouwde bergingen, garages en andere niet voor bewoning geschikte ruimtes niet worden meegeteld. 1.36

geluidsbelasting:

de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg. 1.37

geluidsgevoelige objecten:

woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en elk ander gebouw waar gedurende een langere periode van de dag mensen verblijven. 1.38

gevellijn

de als zodanig op de verbeelding aangegeven lijn, waarin de voorgevel van een woning moet zijn geplaatst. 1.39

hogere grenswaarde:

een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder. 1.40

hoofdgebouw:

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.41

huishouden:

persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; daaronder niet begrepen kamerverhuur. 1.42

kamerverhuur:

gebruik voor bewoning anders dan door een huishouden of voor beschermd wonen. 1.43

kampeermiddel:

1. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan. 2. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.44

kap:

een door tenminste één hellend dakvlak omsloten dak dat meer dan 50% van de bovenste vloerlaag van de onderliggende verdieping omvat.

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 7

1.45

kas:

een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten. 1.46

kleinschalige bedrijfsmatige activiteit:

bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woning met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.47

logies met ontbijt:

het verstrekken van gelegenheid tot overnachting met ontbijt als toeristisch-recreatieve voorziening in een woning en ondergeschikt aan de woonfunctie. 1.48

mantelzorg:

zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie. 1.49

NEN:

door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm. 1.50

onderbouw:

een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1.20 meter boven peil is gelegen. 1.51

onzelfstandige woning:

Een woning die geen zelfstandige woning is. 1.52

openbaar toegankelijk gebied:

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.53

pand:

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.54

peil: a. voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde: het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke niet bij het verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

1.55

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 175 8

1.56

recreatieve bewoning:

de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie. 1.57

seksinrichting:

de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4907/documents/82847