CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 14 Milieu effect rapportage Suikerfabriekterrein Groningen - Aanvulling MER.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 26 mei 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 2: Structuurvisie De Suikerzijde bestemmingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord en het MER De Suikerzijde (raadsvoorstel 21-4-2021)29.512 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Milieueffectrapportage De Suikerzijde Groningen Aanvulling MER

Onderwerp: Aanvulling MER Suikerzijde Referentienummer: SWNL0267549 Projectnummer: 374678 Datum: 20-10-2020

Aanvulling MER De Suikerzijde

Definitief

Sweco Rozenburglaan 11 9727 DL Groningen Postbus 7057 9701 JB Groningen

+31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. 30129769 De Bilt

Martin Haan Adviseur Duurzame Gebiedsontwikkeling +31 6 10 13 55 57

Titel

Aanvulling MER De Suikerzijde

Projectnummer

374678

Revisie

D1

Referentienummer

SWNL0267549

Datum

20-10-2020

Auteurs

Mariska Everts, Fred Verwoerd, Mervin Rozema, Ton van der Linden

E-mailadres

martin.haan@sweco.nl

Gecontroleerd

Martin Haan

Goedgekeurd

Tim Verver

2 (69)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 5

1.1

Aanleiding ................................................................................................................ 5

1.2

Aanbevelingen natuur en monitoring ....................................................................... 5

1.3

Leeswijzer ................................................................................................................ 6

2

Gemeentelijk beleid en ambties en grondwateronttrekking ............................. 7

2.1

Advies commissie .................................................................................................... 7

2.2

Aanvulling MER ....................................................................................................... 7

2.2.1

Gemeentelijk beleid en ambities ...........................................................................................7

2.2.2

Grondwateronttrekking ........................................................................................................13

3

Maximale planmogelijkheden ............................................................................. 20

3.1

Advies commissie m.e.r. ........................................................................................ 20

3.2

Aanvulling MER ..................................................................................................... 20

3.2.1

Uitgangspunten programma en maximale planmogelijkheden ............................................20

3.2.2

Wel of geen station .............................................................................................................21

3.2.3

Deelgebied noord ................................................................................................................22

4

Milieueffecten algemeen ..................................................................................... 26

4.1

Advies commissie m.e.r. ........................................................................................ 26

4.2

Aanvulling MER ..................................................................................................... 26

4.2.1

Milieueffecten - algemeen ...................................................................................................26

4.2.2

Bredere omgevingscriteria ..................................................................................................26

4.2.3

Onderzoeken water en klimaatadaptatie .............................................................................35

5

Leefomgevingskwaliteit - geluid en trillingen ................................................... 36

5.1

Advies commissie m.e.r. ........................................................................................ 36

5.2

Aanvulling MER ..................................................................................................... 36

5.2.1

Geluid..................................................................................................................................36

5.2.2

Trillingen .............................................................................................................................43

6

Mobiliteit en parkeren ......................................................................................... 45

6.1

Advies commissie m.e.r. ........................................................................................ 45

6.2

Aanvulling MER ..................................................................................................... 45

7

Energie .................................................................................................................. 56

7.1

Advies commissie m.e.r. ........................................................................................ 56

7.2

Aanvulling MER ..................................................................................................... 56

8

Conclusies............................................................................................................ 63

8.1

Inleiding ................................................................................................................. 63

8.2

Beleidsambities The Next City ............................................................................... 63

3 (69)

8.3

Maximale planmogelijkheden ................................................................................ 63

8.4

Extra toetsingscriteria ............................................................................................ 63

8.5

Hoeken speelveld .................................................................................................. 64

8.5.1

Varianten geluid ..................................................................................................................64

8.5.2

Variant Duurzame mobiliteit ................................................................................................64

8.5.3

Maatregelvarianten energie ................................................................................................64

8.6

Overzicht effecten .................................................................................................. 65

8.7

Voorkeursalternatief gemeente ............................................................................. 67

8.7.1

Structuurvisie ......................................................................................................................67

8.7.2

Bestemmingsplan ...............................................................................................................68

Bijlage 1

Bodemenergieplan WKO-systeem

Bijlage 2

Toelichting programma wonen en werken

Bijlage 3

Notitie Watertoets

Bijlage 4

Notitie toetsing klimaatrobuustheid

Bijlage 5

Notitie geluidmaatregelen

Bijlage 6

Notitie trillingen railverkeer

Bijlage 7

Notitie varianten energie

4 (69)

1

Inleiding

1.1 Aanleiding De gemeente Groningen is bezig met de voorbereiding van het plan De Suikerzijde. Voor het gehele plangebied van De Suikerzijde is een Structuurvisie opgesteld, en voor Deelgebied Noord een eerste bestemmingsplan. Voor Structuurvisie en bestemmingsplan is een m.e.r.-procedure doorlopen. Deze procedure is gestart met de publicatie van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Vervolgens is het MER zelf opgesteld. Dit MER is aangeboden aan de commissie m.e.r. met het verzoek hierover een toetsingsadvies uit te brengen. De commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: commissie m.e.r.) heeft op 28 juni 2020 een voorlopig toetsingsadvies uitgebracht. De commissie adviseert om een Aanvulling MER op te stellen waarin een aantal punten uit het voorlopige toetsingsadvies worden behandeld. Naar aanleiding van het advies van de commissie m.e.r. is deze Aanvulling MER opgesteld. Deze Aanvulling MER hoort bij het bestaande MER en gaat daar een integraal onderdeel van uitmaken. De gemeente zal deze Aanvulling MER ook laten toetsen door de commissie m.e.r.. De Aanvulling MER zal vervolgens bij het ontwerp-bestemmingsplan ter visie worden gelegd zodat de omgeving ook kennis kan nemen van de inhoud van de Aanvulling MER. 1.2 Aanbevelingen natuur en monitoring In het voorlopig toetsingsadvies doet de commissie m.e.r. enkele aanbevelingen over de onderwerpen ’Natuur’ (par.

2.3.6 advies) en ’Monitoring’ (par. 2.4 advies). Voor deze onderwerpen adviseert de commissie m.e.r. niet om het MER aan te vullen, maar om met bepaalde aspecten rekening te houden bij de vervolgbesluitvorming. De gemeente zal deze aanbevelingen van de commissie m.e.r. inderdaad betrekken bij de besluitvorming over de structuurvisie en het bestemmingsplan. Dit gebeurt als volgt: • Natuur-stikstofdepositie: bij de uitwerking van navolgende deelgebieden zal tijdig worden berekend of de aanlegwerkzaamheden effecten hebben in de vorm van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden • Natuur- soortenbescherming: voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan zullen de voorstellen voor compensatie haalbaar en realiseerbaar worden gemaakt. Bij het ontwerpbestemmingsplan zal worden beschreven hoe de compensatie concreet vormgegeven wordt. De realisatie van het eerste compensatiegebied (ten zuiden van de spoorlijn) is inmiddels in uitvoering. • Monitoring: de gemeente zal een monitoringsprogramma opzetten om milieueffecten te monitoren. De gemeente vindt het zelf ook van groot belang goed zicht te houden op de milieueffecten van de gebiedsontwikkeling, zodat de gemeente grip houdt en tijdig kan bijsturen.

In hoofdstuk 11 van het MER is reeds aangeduid dat de gemeente met name de ontwikkeling van het autoverkeer relevant vindt, omdat dit veel invloed heeft op de leefkwaliteit van bewoners in en nabij De Suikerzijde. De punten die de commissie m.e.r. noemt (doorontwikkeling Deelgebied Noord van 750 naar 2.000 woningen, het realiseren van voorzieningen en de ontwikkeling van het Voorterrein) worden in het monitoringsprogramma meegenomen.

5 (69)

1.3 Leeswijzer In de Aanvulling MER gaan wij in op de punten uit het voorlopige toetsingsadvies van de commissie m.e.r.. Na dit inleidende hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 t/m 7 de punten uit het voorlopig toetsingsadvies behandeld. Hoofdstuk 8 bevat de conclusies. De hoofdstukindeling is als volgt: • • • • • • • •

Hoofdstuk 1: Inleiding, aanleiding, leeswijzer Hoofdstuk 2: Gemeentelijk beleid en ambities en grondwateronttrekking Hoofdstuk 3: Maximale mogelijkheden Hoofdstuk 4: Milieueffecten algemeen Hoofdstuk 5: Geluid en trillingen Hoofdstuk 6: Mobiliteit en parkeren Hoofdstuk 7: Energie Hoofdstuk 8: Conclusies

6 (69)

2

Gemeentelijk beleid en ambties en grondwateronttrekking

2.1 Advies commissie Hieronder is het kader uit par. 2.1 van het voorlopige toetsingsadvies van de commissie m.e.r. weergegeven.

2.2

Aanvulling MER

2.2.1 Gemeentelijk beleid en ambities De commissie m.e.r. adviseert in par. 2.1 van het advies om aan te geven hoe de ambities uit de omgevingsvisie van de gemeente Groningen (The Next City) in de plannen zijn geoperationaliseerd. Er moet worden aangegeven welke keuzes zijn afgewogen en of (milieu)argumenten daarbij een rol hebben gespeeld. Daarnaast adviseert de commissie om aan te geven welke bijdrage ‘De Suikerzijde’ levert aan de ambities van de stad op het gebied van duurzaamheid en energieneutraliteit. Het is hierbij belangrijk om aan te geven waar de knelpunten zitten en waar eventueel kansen liggen. De Omgevingsvisie The Next City is vastgesteld in 2018. Hierin is het beleid voor de fysieke leefomgeving beschreven. The Next City staat in een lange Groningse traditie van structurerende beleidsplannen. Een constante in deze plannen is het concept van de compacte en dynamische stad en het streven naar een hoogwaardige stedenbouwkundige kwaliteit. In The Next City staat het begrip Groningse leefkwaliteit voorop. Leefkwaliteit wordt in de omgevingsvisie geduid als een combinatie van objectieve meting van, en beleving van bewoners en gebruikers over de woon- en leefomgeving. Het gaat daarbij om fysieke, sociale, culturele, economische en milieukenmerken van die omgeving.

Een aantrekkelijk woon- en leefklimaat draagt bij aan economische vitaliteit, inclusiviteit, en een duurzame en toekomstbestendige gemeente. In de omgevingsvisie worden 12 kernpunten naar voren gehaald die een bijdrage leveren aan een goed woon- en leefklimaat. Om invulling te geven aan het advies van de commissie m.e.r. is er dan ook onderstaande tabel opgesteld waarin de 12 kernpunten van The Next City worden gebruikt als basis voor een nadere analyse naar de doorwerking van The Next City-beleid naar De Suikerzijde. Aanvullend op deze 12 kernpunten is geïnventariseerd hoe circulariteit een bijdrage kan leveren aan een duurzame en toekomstbestendige gemeente.

7 (69)

In de tabel zijn in de eerste kolom de 12 keuzes uit The Next City benoemd. De tabel belicht enkel die thema’s van The Next City die relevant zijn met het oog op deze ontwikkeling. Keuze 3 ‘We houden vast aan één centrum. De binnenstad wordt wel groter. Belangrijke (groot)stedelijke voorzieningen komen zoveel mogelijk in of nabij de verruimde Binnenstad. We pakken de noordwand van de Grote Markt aan.’ en keuze 12 ‘We zetten opnieuw in op een snellere verbinding Randstad-Groningen-Hamburg.’ werken niet direct door in het plangebied voor De Suikerzijde en laten wij daarom buiten beschouwing. In de tweede, derde en vierde kolom wordt geanalyseerd hoe de keuze is geoperationaliseerd in de plannen (kolom 2), welke keuzes hiervoor zijn afgewogen en welke milieuargumenten hierbij een rol hebben gespeeld (kolom 3) en welke kansen of knelpunten zich vanuit The Next City-beleid gezien voordoen (kolom 4). In de laatste kolom van de tabel wordt aangegeven of in het kader van de Aanvulling MER alsnog een variant (als ’hoek van het speelveld’) wordt verkend en in welke paragraaf van deze Aanvulling die verkenning is opgenomen Tabel 2.1 | De Suikerzijde in relatie tot de Top 12 keuzes The Next City

Top 12 keuzes The Next City

Hoe geoperationaliseerd in de plannen?

Welke keuzes afgewogen en welke milieuargumenten speelden rol?

Kansen / Knelpunten ?

Inrichtings variant / thematische variant MER ?

1. Wonen in de compacte stad, werken

Er worden middels het plan maximaal 5.000 woningen mogelijk gemaakt, met een minimum van 2.500. Een hoeveelheid die past bij de voorziene gemengde groenstedelijke en centrumstedelijke sfeer. Deze ontwikkeling voorziet in maximaal een kwart van de vraag naar woningen (5.000 van 20.000 uit The Next City). De Suikerzijde creëert ongeveer 3.000 arbeidsplaatsen en daarmee een vijfde van de doelstelling uit de omgevingsvisie.

Afweging keuzes: Met het plan De Suikerzijde wordt een grote inbreidingslocatie dicht bij de binnenstad optimaal benut en wordt groei van de stad in woningen en werkgelegenheid gefaciliteerd in de compacte stad. Het plangebied ligt dicht bij de binnenstad en is groot is omvang. Hierdoor kan een substantieel deel van de woningvraag opgevangen worden. Ca 2/3 van de woningvraag betreft stedelijk wonen dus de locatie is zeer geschikt.

Het plan biedt in principe een kans om meer programma te realiseren. De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde (5.000 woningen en 3.000 arbeidsplaatsen) aan de The Next City-opgave voldoende.

Geen extra variant

Milieuargumenten: Het planvoornemen faciliteert een compacte stad, waardoor milieueffecten op het landschap rond de stad beperkt blijven. Bovendien zijn voorzieningen dichtbij en is de bereikbaarheid voor verschillende vervoersmodi goed.

Bij inbreidingslocaties is hinder van bestaande bedrijven, wegen en spoorlijnen is een aandachtspunt. Het plangebied Suikerzijde is groot en er kan deels afstand worden aangehouden tot hinderbronnen. Op voorhand zijn geen knelpunten geïdentificeerd.

8 (69)

2. Voorzieningen (o.a. cultuur, sport, onderwijs)

4. Ontwikkelzones en transformatie bedrijventerreinen

Zowel structuurvisie als stedenbouwkundig plan schrijven voor dat De Suikerzijde een stadsdeel wordt met ruimte voor wonen, werken, leren en ontspannen. De Suikerzijde biedt ook ruimte voor daghoreca en winkels. Daarnaast sluiten voorzieningen zoals sport- en culturele voorzieningen aan bij de specifieke behoefte in de nieuwe stadswijk. Per deelgebied wordt er gestreefd naar het aanbieden van primair onderwijs binnen een straal van 1 km afstand. Binnen Deelgebied Noord is het de bedoeling om vanaf het begin een gemengd milieu aan te bieden met de bouw van een Pioniersgebouw met diverse publieke voorzieningen

Het terrein van de voormalige Suikerfabriek wordt binnen de omgevingsvisie aangeduid als ontwikkellocatie. De Suikerzijde wordt gerealiseerd op deze ontwikkellocatie en zal een gevarieerd woonwerkgebied worden met ruimte voor maximaal 5.000 woningen en 3.000 arbeidsplaatsen.

Afweging keuzes: De omvang van de woonwijk gaat gepaard met een grote vraag naar voorzieningen ter ondersteuning aan het wonen en werken. Denk aan scholen, horeca, winkels, sport- en culturele voorzieningen. Het Suikerfabriekterrein is groot in omvang en biedt daardoor voldoende ruimte om het voorzieningenaanbod aan te laten sluiten bij het aanbod aan woningen. Milieuargumenten: De nieuwe woonwijk moet een fijne leefomgeving bieden met voldoende voorzieningen in de buurt. Dit zorgt voor sociale cohesie en zet aan tot bewegen, spelen en ontmoeten. Wonen, werken, voorzieningen, onderwijs en cultuur versterken elkaar en trekken het plan naar een hoger niveau. Verplaatsingen per auto en de hiermee gemoeide milieueffecten worden bovendien beperkt door het voorzieningenaanbod. Afweging keuzes: Het Suikerfabriekterrein wordt binnen The Next City reeds aangeduid als Ontwikkellocatie en de gemeente ziet de inbreiding als logische stap om de groei van inwoners en werkgelegenheid te accommoderen. Milieuargumenten: Het terrein van de voormalige Suikerfabriek is een logische keuze voor een nieuw woonwerkgebied in het realiseren van de compacte stad. De nabijheid van de binnenstad en aanwezigheid van aangrenzende woonwijken kunnen duurzame mobiliteitsvormen stimuleren. Autogebruik met de hiermee gemoeide milieueffecten wordt door de ligging van de woonwijk beperkt.

Er wordt binnen het plan voor De Suikerzijde al een aanzienlijk gevarieerd programma voorzien met voorzieningen voor jong en oud. Voorzieningen die ook een meerwaarde bieden voor omliggende wijken. De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde aan deze The Next Cityopgave voldoende.

Geen extra variant

Er worden geen knelpunten geïdentificeerd.

Het plan biedt een kans om een zeer gevarieerd woonmilieu te creëren dicht bij de binnenstad en belangrijke uitvalswegen. Het gebied bij de voormalige Suikerfabriek zal middels het plan een boost krijgen. De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde aan deze The Next Cityopgave voldoende.

Geen extra variant

Er worden geen knelpunten geïdentificeerd.

9 (69)

5. Functiemenging

6. Gemengd woonprogramma

7. Ontmoeting, sociale contacten, beweging

De stad bestaat uit een menging van functies, die zorgen voor afwisseling en levendigheid. Deze menging is het uitgangspunt voor het toekomstige programma op het terrein van de voormalige suikerfabriek. Er is naast wonen ruimte voor lichte bedrijfsfuncties die verenigbaar zijn met de woonfuncties en voorzieningen. Lichte bedrijvigheid wordt op De Suikerzijde enkel toegestaan mits ze niet hinderlijk zijn voor het woonmilieu. Er wordt bovendien flexibel omgesprongen met de bebouwing, zodat functies in de gebouwen in de loop van de tijd kan veranderen. Waar een school verdwijnt, kan bijvoorbeeld bedrijvigheid terugkomen.

Afweging keuzes: Het plan omvat een grote mix aan functies en biedt ruimte aan 3.000 banen. Binnen de schaal van het plangebied is dit goed inpasbaar naast de meer gevoelige functies. Er wordt op gestuurd dat de lichte bedrijvigheid geen hinder zal vormen voor naastgelegen woningen of voorzieningen.

De groeiende stad moet voor iedereen leefbaar en aantrekkelijk zijn en iedereen is dus welkom. Het plan maakt een combinatie van gebouwtypen mogelijk: stadshuizen, vrijstaande woningen, collectieve blokken en hoogbouw. Er wordt daarnaast gestuurd op minimale percentages voor sociale huurwoningen bij nieuwbouw en meer woningen voor middeninkomens.

Afweging keuzes: Binnen de contouren van het plangebied is er veel ruimte voor verschillende woonvormen.

Binnen de structuurvisie De Suikerzijde en het stedenbouwkundig plan voor deelgebied Noord worden leefkwaliteit en verbinden als centraal thema benoemd. Het

De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde aan deze The Next Cityopgave voldoende.

Geen extra variant

Er worden geen knelpunten geïdentificeerd.

Milieuargumenten: Een wijk van deze omvang dicht bij de binnenstad is uitermate geschikt om naast wonen ook werkgelegenheid te realiseren. Door deze functies beiden mogelijk te maken dicht bij het hart van Groningen, zullen als gevolg ook minder autobewegingen verwacht worden.

Milieuargumenten: Een mix van woningen voor verschillende doelgroepen voorziet in sociale cohesie binnen het gebied. Gemengde woonmilieus stimuleren het aangaan en onderhouden van sociale contacten.

Afweging keuzes: Er is bewust gekozen om centraal in deelgebied noord een gebouw te realiseren waar veel verschillende functies samen komen. Ook in de

Bij de uiteindelijke inrichting van het gebied wordt kritisch gekeken naar de balans tussen verschillende gebouwtypen en vrije of sociale koop/huur woningen. De gemeente is voornemens actief te sturen op diversiteit in het woonaanbod. De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde aan deze The Next Cityopgave voldoende. Er worden geen knelpunten geïdentificeerd. Er zijn beperkte kansen om extra ruimte vrij te maken voor ontmoeten en bewegen door

Geen extra variant

Geen extra variant

10 (69)

7. Verbinding tussen wijken

8. groen en leefruimte in openbaar gebied, auto niet ‘eerste recht’

Pioniersgebouw dat tijdens de eerste fase direct gerealiseerd zal worden kan dienst doen als plaats voor ontmoeting, zodat er van het begin af aan meer gebeurt dan alleen wonen. De voorzieningen in dit gebouw groeien mee met de wijk. Bovendien wordt de openbare ruimte binnen het totale plangebied zo ingericht dat het prettig is voor iedereen en uitnodigt tot ontmoeten, spelen en bewegen. Dit geldt zowel voor de straten en pleinen als voor de groenzones en parken

overige deelgebieden zal volop ruimte worden geboden aan ontmoeten en bewegen

Zowel in de structuurvisie als het stedenbouwkundig plan voor deelgebied Noord zijn verbindingen naar alle omliggende wijken opgenomen. Aan de westzijde van de Suikerzijde komt een park, als verbindend groen hart met het recreatiegebied van Hoogkerk. Er zijn routes voor langzaam verkeer vanuit het park richting binnenstad en Hoogkerk. In de hoofdopzet van het nieuwe stadsdeel worden daarnaast zowel in oost-west als in noordzuid richting groene straten, lanen en singels gemaakt. De straten en pleinen hebben een zekere overmaat, zodat ruimte ontstaat voor een groenblauw netwerk. De Suikerzijde biedt daarnaast de mogelijkheid om een stevige groene schakel te maken waardoor de landschappen aan de noorden zuidkant daadwerkelijk met elkaar verbonden worden. Royale maten openbaar gebied, pleinen, grote groene zones (o.a. aan westzijde plangebied), groene en veilige routes – Auto: parkeren niet in openbare ruimte, maar in bouwvelden.

Afweging keuzes: De Suikerzijde vormt een cruciale schakel in het groene en recreatieve netwerk aan de westkant van de stad. Het is dan ook belangrijk om een sterk groenblauw netwerk door de wijk heen te laten lopen.

Milieuargumenten: De keuzes rond het ontmoeten en bewegen stimuleert de leefkwaliteit en gezondheid van de bewoners. De nabijheid van groen, sport, voorzieningen beperkt de mobiliteit per auto met de hiermee gepaarde hinder.

Milieuargumenten: Een deels toegankelijke groenblauwe structuur zet aan tot bewegen en recreëren en stimuleert de leefkwaliteit van de bewoners.

Afweging keuzes: De omvang van het plangebied biedt ruimte aan een royale maat voor openbaar gebied en kwalitatief hoogwaardig groen. Omwille hiervan is gekozen voor een goede inpassing van beleefbaar en toegankelijk groen en het beperken van de auto binnen de

ruimte voor straatparkeren verder te minimaliseren. Er worden geen knelpunten geïdentificeerd.

Binnen het plan wordt het bestaande recreatieve en groenblauwe netwerk uitgebreid naar De Suikerzijde. De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde aan deze The Next Cityopgave voldoende.

Geen extra variant

Er worden geen knelpunten geïdentificeerd.

Er zijn beperkte kansen om extra ruimte vrij te maken voor ontmoeten en bewegen door ruimte voor straatparkeren te minimaliseren.

Extra variant ‘duurzame mobiliteit’ (zie par. 6.2).

11 (69)

openbare ruimte. Bovendien wordt er binnen het plan sterk ingezet in alternatieve vervoersmiddelen zoals de fiets. Milieuargumenten: Het planvoornemen met een groen openbaar gebied stimuleert de leefkwaliteit en gezondheid van bewoners. 9. Versterken groen, verbindingen stad en regio, klimaatadaptatie

10. aardgasloos, CO2 neutraliteit

11. fiets en OV

Middels het planvoornemen wordt de SES-structuur gerealiseerd. Bovendien voorziet het plan in een verbinding tussen het Stadspark en Westpark. De SES sluit elders weer aan op NNN buiten de stad. Ook de oever van het Hoendiep wordt volledig openbaar gebied met natuurvriendelijke oevers en een groene uitstraling. Bovendien is het ontwerp van deelgebied Noord zeer robuust en klimaat adaptief met grote groenblauwe structuren die piekbuien kunnen opvangen.

Afweging keuzes: Het plangebied wordt omgeven door andere ruim opgezette woongebieden. De grote maat van het terrein biedt mogelijkheden tot het realiseren van groenblauwe structuren richting omliggende gebieden.

Aardgasloos, werken aan CO2neutraliteit, afgestemd op het overall energiebeleid van de gemeente, WKO en zonnepanelen, gebouwde omgeving energieneutraal

Afweging keuzes: Er wordt bewust geen gebruik gemaakt van fossiele energie binnen het plangebied. Duurzame energie is het uitgangspunt.

Er worden snelle en hoogwaardige verbindingen voor fiets en OV gerealiseerd. Daarnaast zet de gemeente in op de realisatie van een nieuw station in het plangebied waarmee de westelijke stadswijken en Hoogkerk kunnen worden bediend.

Milieuargumenten: Het plan zorgt voor geen enkel ruimtebeslag op groen buiten de bestaande stad. Er worden middels het plan nieuwe verbindingen gecreëerd tussen SES-gebieden. Groenblauwe structuren bieden daarnaast ruimte voor de opvang van water en het tegengaan van hittestress.

Milieuargumenten: Het niet gebruiken van fossiele energie zorgt voor minder uitstoot van CO2 en stikstof, dit heeft positieve effecten op klimaat, milieu en natuur. Afweging keuzes: Stimuleren duurzame vervoerswijzen om autogebruik zoveel mogelijk te beperken.

De groenblauwe structuren binnen het plan zijn zeer robuust en vormen een belangrijk onderdeel van het planvoornemen. De gemeente acht de bijdrage van De Suikerzijde aan deze The Next Cityopgave voldoende.

Geen extra variant

Er worden geen knelpunten geïdentificeerd.

Kans: energieleverend gebied en tijdelijke opwek van duurzame energie

Extra varianten ’energieleverend’ en ’tijdelijke opwek’ (zie 7.2).

Knelpunt: autogebruik groter dan gewenst.

Extra variant ‘duurzame mobiliteit’ (zie par. 6.2).

Milieuargumenten: Verplaatsingen per auto en de hiermee gemoeide milieueffecten worden beperkt door stimuleren fiets en OV.

12 (69)

The Next Cityambitie circulariteit (m.n. t.a.v. water, grondstoffen en afval)

De ontwikkeling en de aanleg van de Suikerzijde volgen de principes van de circulaire economie. Deze kringloopeconomie is een economisch en industrieel systeem waarin geen eindige grondstoffenvoorraden worden uitgeput en waarin reststoffen volledig opnieuw worden ingezet. Een stadsdeel is bij uitstek het schaalniveau waarop dat kan. De open, groene structuur van het stedenbouwkundig plan biedt alle ruimte om toe te werken naar een duurzame, gezonde en circulaire wijk. Zo is er ruimte voor pilots en experimenten; is dubbelgebruik van gebouwen en openbare ruimte vanzelfsprekend; en worden kringlopen gesloten op de juiste schaal en juiste tijd.

Afweging keuzes: Het inbouwen van circulariteit binnen De Suikerzijde zorgt ervoor dat de wijk toekomstbestendig is. De open structuur van het gebied maakt veel circulaire inpassingen mogelijk

n.v.t.

Geen extra variant, wel extra toetsingscriterium.

Milieuargumenten: Circulariteit heeft een positief effect op de gezondheid en klimaatbestendigheid van de wijk en ook op grotere schaal van de stad Groningen. Hergebruik van materialen zet minder druk op de planeet en maakt de wijk zeer toekomstbestendig.

2.2.2 Grondwateronttrekking Voor de energievoorziening gaat de gemeente vooralsnog uit van de ontwikkeling van meerdere collectieve WKO-systemen. Op dit moment is nog niet duidelijk hoeveel water de WKO-systemen in het plangebied per jaar gaat verpompen. De inschatting is dat voor het hele gebied de hoeveelheid circa 8.000.000 m³/jaar kan bedragen. Voor deelgebied Noord circa 3.000.000 m³/jaar. Voor een nadere toelichting op de plannen voor de WKO wordt verwezen naar bijlage 1 (dit rapport is nog onder voorbehoud van besluitvorming door de gemeente). De Commissie constateert dat de WKO-activiteiten in het MER slechts in algemene zin zijn verkend en dat het MER voor deze aspecten niet ingaat op belangrijke onderwerpen zoals alternatieven, effecten en mitigatie. De Commissie is daarmee van oordeel dat het MER in ieder geval voor het bestemmingsplandeel onvoldoende informatie bevat voor het aspect grondwaterinfiltratie/-onttrekking. In de onderstaande paragrafen is een nadere toelichting gegeven van de effecten en risico’s op het milieu en leefomgeving. Allereerst volgt een nadere toelichting van de bodemopbouw en grondwaterhuishouding. Vervolgens zijn de effecten en risico’s als gevolg van een WKOsysteem beschouwd. In de vergunningprocedures zal nader effectonderzoek plaatsvinden. 2.2.2.1

Bodem en ondergrond

Diepere bodemopbouw De ondiepe ondergrond bestaat uit een Holoceen pakket met van enkele meters (deklaag). Deze laag bestaat voornamelijk uit klei en lokaal veen. Vervolgens is het eerste watervoerend pakket aanwezig. Dit eerste watervoerende pakket bestaat uit zeer fijn tot matig grof zand en heeft een dikte van 15 à 20 meter.

13 (69)

De onderzijde in het gehele projectgebied wordt begrensd door een slecht doorlatende laag klei, behorende tot de Formatie van Peelo. Deze slecht doorlatende laag, de zogenaamde potklei, heeft een dikte variërend van 8 tot 18 m. Onder deze laag bevindt zich een gecombineerde 2e en 3e watervoerende pakket bestaande uit fijn tot uiterst grof zand. Tussen deze watervoerende lagen bevindt zich een complex van klei- en zandlagen (van circa NAP -120 m tot NAP -140 m). De weerstand is relatief gering. Het zandpakket onder de slecht doorlatende laag (3e watervoerend pakket) heeft een lagere doorlaatfactor dan het bovenliggende 2e watervoerend pakket. De geohydrologische basis, bevindt zich op circa NAP -230 m. De dwarsdoorsnedes van de diepe ondergrond zijn opgenomen in figuur 2.1.

Figuur 2.1 Dwarsdoorsnede diepe bodemopbouw (REGIS v2.2) (WVP = watervoerend pakket, SDL = scheidende laag

14 (69)

In tabel 2.2 staat de geohydrologische schematisatie weergegeven voor de locatie. Deze zijn gebaseerd op REGIS II.2 van TNO-NITG. Tabel 2.2

Overzicht geohydrologische formaties en parameters (grijs = scheidende laag)

Diepte (m +NAP)

Samenstelling

Formatie

Geohydrologische eenheid

0,5 tot -6,3

Zeer fijn tot matig fijn zand, siltig, klei en veen zeer fijn tot matig grof zand klei zeer fijn tot matig grof zand Zandige klei

Holoceen Pakket

Ophooglaag/deklaag

Boxtel en Drente

Fijn tot matig fijn zand

Peize-Waalre, Oosterhout

Eerste watervoerend pakket Scheidende laag Tweede watervoerend pakket Slecht doorlatende laag Derde watervoerend pakket

-6,3 tot -24 -24 tot -37 -37 tot -120 -120 tot -140 -140 tot -230

Peelo Peelo, Appelscha, Peize-Waalre Peize - complex

Doorlaatvermogen (m2/d)

Weerstand (d) 500 à 600

150 - 200 7.000 – 7.500 3.800 -4.000 200 - 250 900 – 1.000

Grondwaterhuishouding De stijghoogte in het eerste watervoerend pakket bedraagt circa NAP -0,5 m tot NAP -1,0 m. De grondwaterstroming is zuidelijk tot zuidwestelijk gericht. De stijghoogte in het tweede en derde watervoerende pakket zijn nagenoeg gelijk. Dit is te verklaren door de geringe weerstand van de slecht doorlatende laag (zie tabel 2.2). In figuur 2.2 is de isohypsenkaart opgenomen van een min of meer gemiddelde situatie. Hieruit blijkt dat de isohypsen relatief ver uit elkaar liggen wat betekent dat de grondwaterstroming gering is.

Figuur 2.2 Isohypsenkaart 1-5-2015 (Grondwatertools, NHI)

15 (69)

Brak-zout grensvlak In het tweede watervoerend pakket (waar de WKO installaties gebruik van maken) is het brak-zout grensvlak aanwezig op een diepte van NAP -10 m tot NAP -50 m, zie figuur 2.3.

Figuur 2.3 Brak-zout grensvlak (bron Geologische Dienst Nederland, https://www.grondwatertools.nl/zoet-en-zout-grondwater)

Bestaande WKO systemen In de omgeving zijn vijf WKO-systemen aanwezig. Aan de Diamantlaan (1), zie figuur 2.4, is een gesloten systeem aanwezig met een Monobron op een diepte van 70 tot 120 m -mv en heeft een capaciteit van 20 m3 per uur en een straal van circa 40 m. Aan de westzijde van het projectgebied (2) is een open systeem aanwezig op een diepte van 60 tot 80 m-mv (2). De capaciteit van deze bron is 10 m3 per uur en heeft een straal van circa 25 m. Aan de Paterswoldseweg/Grunostraat bevinden zich twee open KWO-systemen op een diepte van 85-130 m -mv en hebben een straal; van circa 700 m (3 & 4). Aan het Cascadeplein bevindt zich het vijfde KWO-systeem. Dit is eveneens een open systeem op een diepte van 70-104 m -mv met een capaciteit vna 80 m3/uur. De straal van dit sysyeem is circa 60 m. In de omgeving zijn geen grondwateronttrekkingen voor industrie of drinkwater bekend (Nationaal Georegister).

16 (69)

Figuur 2.4 Bestaande WKO-systemen (bron: Nationaal Georegister)

2.2.2.2

Effecten en risico’s op leefomgeving en milieu

Geohydrologische effecten Afhankelijk van waar een open WKO-systeem wordt geplaatst, kunnen (negatieve) effecten optreden op leefomgeving en milieu. Het WKO-systeem is gesitueerd in het tweede en/of derde watervoerend pakket. Door de dikke scheidende laag met hoge weerstand tussen het eerste en tweede watervoerend pakket worden eventuele geohydrologische effecten in het eerste watervoerend pakket en deklaag beperkt/opgeheven. In de bronnen wordt seizoensafhankelijk onttrokken of geïnfiltreerd. Door de scheidende laag is er op lange termijn geohydrologisch gezien geen invloed in het eerste watervoerend pakket of deklaag (zie ook tabel 2.2). Effecten op bestaande waarden en gebruiksfuncties In de ondiepe ondergrond zijn in het projectgebied waarden en gebruiksfuncties aanwezig waar rekening mee gehouden moet worden ten tijde van de plaatsing van het WKOsysteem. Hieronder worden eventuele effecten op waarden en gebruiksfuncties behandeld. Bodem- en grondwaterverontreinigingen Bestaande bodem- en grondwaterverontreinigingen mogen niet verminderd, verplaatst of verspreid worden. Naar verwachting reiken deze verontreinigingen niet tot in de diepere watervoerende pakketten, waardoor beïnvloeding van deze verontreinigingen niet verwacht worden. Bij de aanleg van het WKO-systeem dient wel rekening gehouden te worden met de verontreinigingssituatie in het plangebied.

17 (69)

Waterkeringen Het Hoendiep, ten noorden van het projectgebied heeft aan weerszijden een regionale waterkering. Deze heeft een beschermingszone rondom de kernzone. In beide zones mogen geen graafwerkzaamheden of boringen worden uitgevoerd. Voor de inpassing van het WKO-systeem dient daar rekening mee te worden gehouden: geen bronnen ter plaatse van de beschermingszone. Natuur/openbaar groen Binnen het gebied bevindt zich relatief veel natuur en openbaar groen. Doordat het grondwater gecirculeerd wordt in de diepe ondergrond, is er sprake van een gesloten waterbalans onder de deklaag; verlagingen of verhogingen van de grondwaterstand vinden niet plaats in de diepe ondergrond (onder de deklaag). Doordat er in de diepe ondergrond geen verandering van de grondwaterstand plaatsvindt, gaat er ook geen verlaging of verhoging van de grondwaterstand in de deklaag optreden. Negatieve invloeden zoals verdroging of vernatting van natuur en openbaar groen worden niet verwacht. Archeologie en cultuurhistorie Binnen het projectgebied bevinden zich enkele archeologische en cultuurhistorische objecten. Echter, doordat deze zich in de ondiepe ondergrond bevinden en het WKOsysteem geen beïnvloeding heeft op het grondwatersysteem in het eerste watervoerend pakket en het freatisch pakket, heeft het WKO-systeem geen invloed op deze objecten.

Infrastructuur Binnen het projectgebied ligt een hogedruk gasleiding met een beschermingszone. Deze ligt in zowel Deelgebied Noord als Deelgebied Zuid. Verder dient rekening gehouden te worden met andere bestaande kabels en leidingen (zonder beschermingszones) in de ondiepe ondergrond bij het plaatsen van het WKO-systeem. Invloeden van veranderingen in het tweede en derde watervoerend pakket stralen niet uit tot aan het oppervlak. Negatieve effecten op de bovengrondse infrastructuur zijn daarom niet aanwezig. Bestaande ondergrondse energiesystemen Bij het ontwerp van het WKO-systeem voor De Suikerzijde mogen de bestaande WKOsystemen niet negatief beïnvloed worden; de straal van het nieuwe systeem mag niet reiken tot binnen de straal van de bestaande systemen. De stralen van het toekomstige WKOsysteem zijn tot dusver onbekend. Dit zal nader onderzocht worden in de vergunningprocedure voor de toekomstige WKO-systemen. Temperatuur De chemische samenstelling en de temperatuur van het grondwater zijn van belang voor het goed functioneren van een open systeem. Het grondwater heeft een temperatuur tussen 11°C en 14°C (Bodemenergieplan Suikerzijde deelgebied Noord in Groningen, IF, 6-22020). Daarmee voldoet het aan de voorwaarden dat de temperatuur van het grondwater tussen 5 °C en 25 °C die zijn vastgesteld door gemeente Groningen.

Enige uitstraling van de opgeslagen warmte en koude zal plaatsvinden in de diepe ondergrond. Een plaatselijke verhoging en verlaging van de grondwatertemperatuur zal kunnen leiden tot een lokaal veranderende onderlinge stromingsrichting tussen warmte- en koudebellen. Verwacht wordt dat dit effect zeer beperkt zal blijven en niet merkbaar is voor de leefomgeving. Verzilting Een open systeem mag geen verzilting veroorzaken. Op basis van het onderzoek van IF (Suikerzijde deelgebied Noord in Groningen, 6-2-2020) ligt het zoet-brak-grensvlak op circa 5 m-mv, binnen het eerste watervoerende pakket en de deklaag.

18 (69)

Het grensvlak met zoetwater zal niet verschuiven doordat er afwisselend onttrokken en geïnfiltreerd wordt in het tweede watervoerend pakket en er geen invloed is in het eerste watervoerend pakket. 2.2.2.3 Conclusie In onderstaande tabel zijn de effecten samengevat. Tabel 2.3: Conclusies effecten WKO

Onderdeel Freatische grondwaterstand

Effect Geen

Bodem- en grondwaterverontreinigingen Waterkeringen Natuurwaarden Archeologie en cultuurhistorie Infrastructuur Bestaande ondergrondse energiesystemen

Geen Geen Geen Geen Geen Gering

Temperatuur

Geen

Verzilting eerste watervoerend pakket

Geen

opmerking Door scheidende laag beperkte/geen invloed eerste watervoerend pakket

Invloedsgebieden bestaande WKO’s reiken mogelijk tot in projectgebied Beperkte invloed in tweede en derde watervoerend pakket Invloed mogelijk in tweede en derde watervoerend pakket

19 (69)

3

Maximale planmogelijkheden

3.1 Advies commissie m.e.r. Hieronder is het kader uit par. 2.2 van het voorlopige toetsingsadvies van de commissie m.e.r. weergegeven.

3.2

Aanvulling MER

3.2.1 Uitgangspunten programma en maximale planmogelijkheden De commissie m.e.r. wijst erop dat in het MER niet is aangegeven welke uitgangspunten de gemeente heeft gehanteerd bij het opstellen van de programma’s. Daarnaast stelt de commissie m.e.r. dat door de focus in het MER op aantallen woningen en arbeidsplaatsen de andere voorzieningen mogelijk worden gemaakt onderbelicht blijven. Uitgangspunten programma In het MER (par. 3.2.1) is benoemd dat, mede gelet op de lange ontwikkeltermijn, vooraf geen blauwdruk is te geven van de toekomstige invulling. Wel zijn er in het kader van het MER uitgangspunten geformuleerd om het milieuonderzoek te kunnen uitvoeren. Deze uitgangspunten zijn opgenomen par. 3.2.1 van het MER en in bijlage 1 van het Verkeersonderzoek van 6 september 2019. Naar aanleiding van het advies van de commissie zijn de uitgangspunten voor het programma nader toegelicht in bijlage 2. Hierin wordt ingegaan op wonen, werken en maatschappelijke voorzieningen. Er wordt en schets gegeven van de kwantiteit van het programma (hoeveel) als van de kwaliteit van het programma (wat). Ook is in deze bijlage nader toegelicht wat de relatie is tussen het programma voor werken en voorzieningen en de effectonderzoeken zoals de verkeersmodellering en de analyse van de energievoorziening.

Uit de omschrijving van de werkfuncties in bijlage 2 blijkt dat economische functies worden voorzien die goed samengaan met de woonfuncties. De gemeente Groningen zal ook blijven sturen op het bereiken van een goede mix van functies en het voorkomen conflicten tussen functies. Dit gebeurt zowel bij de gronduitgifte (privaat) als via nadere regelingen in bestemmingsplannen en omgevingsplannen (publiek). Op deze wijze is dus geborgd dat werkfuncties die hinder of gevaar kunnen veroorzaken geweerd worden.

20 (69)

Milieuonderzoek maximale planmogelijkheden De maximale planmogelijkheden van de structuurvisie komt overeen met alternatief Hoog: 5.000 woningen en 3.000 arbeidsplaatsen (werken en maatschappelijke voorzieningen). De maximale planmogelijkheden van het eerste bestemmingsplan voor Deelgebied Noord komen overeen met alternatief Noord: 750 woningen en 750 arbeidsplaatsen (werken en maatschappelijke voorzieningen). Op basis van deze uitgangspunten heeft Goudappel een verkeersmodel opgesteld waarmee prognoses zijn gemaakt voor het toekomstige verkeersbeeld. Op basis hiervan is het kwantitatieve milieuonderzoek naar geluid en lucht als gevolg van wegverkeer uitgevoerd. De niet-verkeersgerelateerde milieuhinder van lichte bedrijvigheid in het plangebied (zoals bijv. geluidhinder, geurhinder, luchtkwaliteit) is in het MER zelf kwalitatief beschreven. Ten behoeve van de analyse van de energievoorziening is de aanname gehanteerd dat de ruimtebehoefte voor werken en maatschappelijke voorzieningen ca. 50.000 - 70.000 m2 bedraagt. Op basis hiervan is het gebouwgebonden energiegebruik van werken + maatschappelijke voorzieningen bepaald. Concluderend: in het MER inclusief deze Aanvulling MER zijn de milieueffecten van de maximale planmogelijkheden van structuurvisie en bestemmingsplan voor zowel wonen als werken als maatschappelijke voorzieningen onderzocht.

De gemeente zal bij de uitwerking van het structuurvisiebeleid (publiek) en als grondeigenaar (privaat) blijven sturen op het toestaan van werkfuncties, en op deze wijze borgen dat de toegestane functies passen in een gemengd stedelijk gebied. 3.2.2 Wel of geen station De commissie m.e.r. is van oordeel dat voor zowel de structuurvisie als het bestemmingsplan een variant met en een variant zonder station moet worden onderzocht. De commissie m.e.r. merkt op dat het treinstation een grote impact op de inrichting en het gebruik van het gebied heeft, en daarmee ook op de te verwachten milieueffecten. Treinstation Structuurvisie en bestemmingsplan Zoals ook al in de MER is benoemd, streeft de gemeente in De Suikerzijde nadrukkelijk naar Transit Oriënted Development. De gemeente wil het gebied direct rond het station benutten om meer stedelijkheid te creëren met hogere dichtheden en grotere bouwhoogten. Dit geldt in principe zowel voor wonen als werken als maatschappelijke voorzieningen. In het beoogde programma voor werken en voorzieningen (50-70.000 m2) is ook geanticipeerd op de komst van een station.

Mocht het station toch uitblijven dan blijft het raamwerk van de structuurvisie en stedenbouwkundig plan voor Deelgebied Noord gehandhaafd, maar zal het gebied een minder stedelijk karakter krijgen (lagere dichtheden en minder bouwhoogte, met name als gevolg van beperktere ontwikkelmogelijkheden op het gebied van onderwijs en kantoorachtige werkfuncties). Ook zal het gebied zonder station naar verwachting wat meer eenzijdig woningbouw worden en minder een gemengd gebied. Voor de Structuurvisie (alternatief Hoog 5000 woningen en 3000 arbeidsplaatsen) is het treinstation onderdeel van het planvoornemen. Een onderdoorgang onder het spoor door zorgt voor een goede verbinding tussen het noordelijk en zuidelijke deel van De Suikerzijde voor fiets, bus en auto. Het station is beoogd als mobiliteitshub waar fiets, bus en trein met elkaar worden verknoopt én waarmee kansen ontstaan voor een goede OV verbinding tussen P+R Hoogkerk en economisch kerngebied Zernike.

21 (69)

Via deze mobiliteitshub kunnen bewoners in De Suikerzijde en omliggende wijken zich op duurzame wijze verplaatsen naar bestemmingen binnen en buiten de stad Groningen. Voor het eerste bestemmingsplan (750 woningen 750 arbeidsplaatsen) geldt dat het treinstation nog geen onderdeel is van het planvoornemen. De reden hiervoor is dat het veel tijd kost om de ontwikkeling van een station voor te bereiden. De genoemde mobiliteitshub kan in deze situatie nog niet tot ontwikkeling komen, wel komt er een uitgebreid fietsnetwerk en zullen er goede OV-verbindingen komen (buslijnen over de ontsluitingswegen door deelgebied Noord). MER-onderzoek In het MER-onderzoek zijn voor de woningen en arbeidsplaatsen ritproducties (aantal autoritten per dag) gehanteerd die overeenkomen met de situatie dat er géén station aanwezig is in het plangebied. Dit is voor de Structuurvisie een worst case aanname, aangezien het planvoornemen juist inhoudt dat er wèl een treinstation komt. Voor het eerste bestemmingsplan sluit de aanname aan bij het planvoornemen (waarin geen station is voorzien). Zodra (als onderdeel van het structuurvisiebeleid voor Suikerzijde) het treinstation in het plangebied gerealiseerd is, zal een deel van de autoritten vanuit en naar het plangebied vervangen worden door niet-autoritten (trein, bus, fiets of een combinatie daarvan).

Dit geldt zowel voor de woonfuncties als de werkfuncties en maatschappelijke voorzieningen. Voor de eerste bewoners en gebruikers zal deze ’mobiliteitsverandering’ een zekere inspanning kosten. Ook de autoritten van en naar omliggende wijken zullen afnemen. De gemeente wil voorkomen dat het treinstation gaat fungeren als P+R voorziening en daarmee extra autoverkeer aantrekt, om die reden worden er bij het nieuwe station geen autoparkeervoorzieningen gerealiseerd. Ook zal in woonstraten een terughoudend parkeerregime worden gevoerd. In hoofdstuk 6 van deze Aanvulling is een analyse opgenomen naar een situatie met een een situatie zonder station + mobiliteitshub. 3.2.3 Deelgebied noord De commissie adviseert om in het MER aan te geven waar en hoe het plan mogelijkheden biedt om het bouwprogramma in de toekomst uit te breiden, en in te gaan op de milieueffecten (inclusief de vraag of deze milieueffecten leiden tot randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de eerste 750 woningen). Algemeen De gemeente heeft voor Deelgebied Noord een robuust raamwerk voor de openbare ruimte ontworpen. Dit robuuste raamwerk bestaat uit ruim bemeten groen-blauwe structuren, zowel in parken en op pleinen als langs het Hoendiep, het spoor en de ontsluitingswegen (zie verder het stedenbouwkundig plan voor Deelgebied Noord). Dit raamwerk vormt de drager voor bouwvelden.

Hoe de bouwvelden precies worden ingevuld is op dit moment niet bekend, maar het raamwerk biedt ruimte voor veel verschillende opties. De mate van stedelijkheid (dichtheden, bouwhoogte) kan hierbij ook variëren, zie onderstaande afbeelding. Het raamwerk van de openbare ruimte zorgt ervoor dat er in de bouwvelden flexibiliteit kan worden geboden, wat nodig is om in te kunnen spelen op trends en ontwikkelingen in de maatschappij (zoals veranderende woonwensen).

22 (69)

Figuur 3.1: Verschillende invullingen bouwvelden mogelijk (bron: stedenbouwkundig plan Deelgebied Noord)

In het MER zijn de maximale mogelijkheden voor Deelgebied Noord onderzocht. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen het bestemmingsplan (korte termijn) en de structuurvisie (langere termijn). In de onderstaande tabel zijn de uitgangspunten voor Deelgebied Noord in bestemmingsplan en Structuurvisie weergegeven. Tabel 3.1 Milieuonderzoek Deelgebied Noord Plan Uitgangspunten milieuonderzoek Deelgebied Noord Bestemmingsplan 750 woningen en 750 (MER-alt Noord) arbeidsplaatsen Structuurvisie 1900 woningen en 1.050 (MER-alt Hoog) arbeidsplaatsen1

Resultaten milieuonderzoek Hoofdstuk 7 (en onderzoeken verkeer, geluid e.d.) Hoofdstuk 6 MER (en onderzoeken verkeer, geluid, e.d.)

1 Zie bijlage 2 bij deze Aanvulling MER voor berekening aantal arbeidsplaatsen deelgebied Noord in alternatief

Hoog. In bijlage 1 bij het Verkeersrapport is een deel van arbeidsplaatsen Hoendiep-Zuid aan Deelgebied Noord toebedeeld, om die reden is het in dat rapport vermelde aantal arbeidsplaatsen hoger (nl. 1.450)

23 (69)

Fase 1: 750 woningen (bestemmingsplan) Deze fase wordt mogelijk gemaakt met het bestemmingsplan dat nu in procedure wordt gebracht. Er worden maximaal 750 woningen en 750 arbeidsplaatsen mogelijk gemaakt. De gemeente streeft ernaar Deelgebied Noord tussen 2023 en 2030 te ontwikkelen (rekening houdend met tal van factoren, waaronder de ontwikkelingen op de woningmarkt). De ontwikkeling zal starten in het oostelijke deel van Deelgebied Noord (zie figuur 3.2). De ambitie is om eind 2021 te beginnen met het grondwerk, het bouwrijp maken en het bouwen van de eerste brug over het Hoendiep (de meest zuidelijke) om het gebied bereikbaar te maken. Vanaf begin 2023 kan begonnen worden met het realiseren van woningen. Het aantal woningen dat in dit oostelijk deel gebouwd kan worden is nog niet bepaald. In dit oostelijk deelgebied is overigens in beginsel al voldoende ruimte voor 750 woningen. Voor het oostelijke deelgebied wordt de ontwikkeling afgestemd op de voortgang van de compensatie van ecologische waarden. Zodra deze compensatie geregeld is, zullen in het westelijke deel de fietsverbinding langs het spoor onder de Johan van Zwedenlaan door naar Hoogkerk en de ontsluitingsweg (OV en auto) naar de Johan van Zwedenlaan worden aangelegd. Mogelijk komt in dit westelijk deel ook een gedeelte van de geplande 750 woningen.

Figuur 3.2: Indicatie oostelijk en westelijk deel van Deelgebied Noord

De milieueffecten van fase 1 (750) zijn in het MER-onderzoek en aanvullend in het bestemmingsplanonderzoek in detail onderzocht. Hierbij is voor de verkeerscijfers uitgegaan van een maximale situatie waarin het gehele programma van de Structuurvisie is gerealiseerd (voor Deelgebied Noord is overigens vooral de ontwikkeling van Deelgebied Zuid, Hoendiep Zuid en de aanleg van de weg onder het spoor door relevant). Deze worst case benadering is gekozen om ervoor te zorgen dat de maximale uiteindelijke milieueffecten langs drukke wegen in Deelgebied Noord van het begin af aan in beeld zijn en hier ook rekening mee kan worden gehouden in afwegingen (zoals het treffen van geluidmaatregelen). Vanzelfsprekend zullen deze maximale milieueffecten pas op lange termijn optreden, als ze al optreden want de gemeente zet maximaal in op duurzame mobiliteit waarin verplaatsingen per fiets en OV de voorkeur hebben boven auto. Op de kortere termijn (waarin Structuurvisie-programma nog niet is gerealiseerd) zullen de milieueffecten dus nog veel beperkter zijn dan wat in de onderzoeken is beschreven. In het milieuonderzoek voor Deelgebied Noord is uitgegaan van de realisatie van drie ontsluitingsroutes, waarover het verkeer zich goed kan verdelen zodat ook de milieuhinder verdeeld wordt.

24 (69)

Uit het voorgaande blijkt dat de drie ontsluitingsroutes gefaseerd worden aangelegd. De fasering van woningbouw en infrastructuur wordt uiteraard zorgvuldig op elkaar afgestemd, zodat ook in de ontwikkelfase het verkeer en de milieuhinder al verdeeld kunnen worden. Fase 2: Verdere doorontwikkeling (Structuurvisie) Hoe Deelgebied Noord na fase 1 binnen het stedenbouwkundige raamwerk verder wordt ontwikkeld is op dit moment niet in detail bekend. Dit is afhankelijk van o.a. de toekomstige woningmarktsituatie en economische situatie. Wel zal Deelgebied Noord als gevolg van deze doorontwikkeling ’voller en drukker’ worden, maar dat is ook wat de gemeente beoogt: Deelgebied Noord wordt ontwikkeld als een levendig en gemengd stedelijk gebied. Om de doorontwikkeling mogelijk te maken zijn er nieuwe planologische besluiten nodig (omgevingsplannen), met onder meer een ruimtelijke en milieutechnische onderbouwing. Wat betreft de milieueffecten, en de vraag van de commissie m.e.r. of er in fase 1 randvoorwaarden moeten worden gesteld aan de verdere doorontwikkeling, het volgende. Ten eerste: er is een stedenbouwkundig raamwerk ontwikkeld voor geheel Deelgebied Noord. Dit raamwerk zorgt ervoor dat fase 1 (750 woningen) en vervolgfasen op elkaar zijn afgestemd en samenhang vertonen.

Alle ontwikkelingen in Deelgebied Noord, op de kortere en de langere termijn, zullen plaatsvinden binnen dit raamwerk. Met het stedenbouwkundige raamwerk zijn milieuaspecten zoals water, klimaatadaptatie en groene leefomgeving op voorhand al geborgd. In het raamwerk is voor deze aspecten volop ruimte opgenomen. Ten tweede: in het verkeers- en milieuonderzoek voor Deelgebied Noord is al rekening gehouden met verkeersaantallen in de situatie waarin de hele Structuurvisie is uitgevoerd (volledige ontwikkeling deelgebieden Noord, Zuid en Hoendiep-Zuid en de aanleg van een weg onder het spoor). Voor woningen die in het kader van de verdere doorontwikkeling van Deelgebied Noord langs ontsluitingswegen worden gebouwd geldt dus dat van het begin af aan al rekening wordt gehouden met een worst case situatie, die wellicht nooit daadwerkelijk zal optreden. Ten derde: bij de start van de doorontwikkeling zijn er mogelijk al 750 woningen, werkfuncties en maatschappelijke functies in ontwikkeling of aanwezig. De gemeente is grondeigenaar en zal sturen op een planmatige en logische invulling van fase 1 (waarbij het zwaartepunt naar verwachting zal liggen in het oostelijke deel). De doorontwikkeling zal te zijner tijd ook planmatig worden opgepakt door de gemeente en een logische aansluiting krijgen op fase 1.

Door deze planmatige aanpak kan worden voorkomen dat fase 1bewoners onevenredige milieuhinder ondervinden van de verdere doorontwikkeling. Enige milieuhinder (verlies uitzicht, verlies tijdelijk groen, drukkere wegen, bouwlawaai) kan uiteraard wel optreden. Conclusie: de gemeente heeft voor de gehele ontwikkeling van Deelgebied Noord al belangrijke randvoorwaarden opgenomen in het stedenbouwkundig plan (met name het robuuste raamwerk). Het stedenbouwkundig plan is vertaald in een bestemmingsplan. Daarnaast zal de gemeente alle openbare ruimte inrichten en verantwoordelijk zijn voor het in stand houden en beheren van de openbare ruimte. Ook zal de gemeente als grondeigenaar sturen op een planmatige en logische ontwikkeling, waarbij rekening worden gehouden met de fase 1- bewoners. Enige milieuhinder voor fase 1-bewoners (verlies uitzicht, verlies tijdelijk groen, drukkere wegen, bouwlawaai) kan optreden. Dergelijke hinder hoort tot op zekere hoogte bij het wonen in een stedelijke ontwikkelingsgebied. In de communicatie richting nieuwe bewoners zal de gemeente hier ook op wijzen.

25 (69)

4

Milieueffecten algemeen

4.1 Advies commissie m.e.r. Hieronder is het kader uit par. 2.3.1 uit het voorlopige toetsingsadvies van de commissie m.e.r. weergegeven.

4.2

Aanvulling MER

4.2.1 Milieueffecten - algemeen De commissie m.e.r. adviseert in par. 2.3.1 van het advies om niet alleen in te gaan op de ’klassieke’ milieuthema’s maar ook op bredere omgevingscriteria (conform de scope van de Omgevingswet). Daarnaast adviseert de commissie om alle uitgevoerde onderzoeken onderdeel uit te laten maken van het MER. (In het tekstkader op p. 8 van het advies wordt ook genoemd dat het MER de effecten van de maximale mogelijkheden moet beschrijven. Dit wordt behandeld in par. 2.2 van deze Aanvulling MER). 4.2.2 Bredere omgevingscriteria Naar aanleiding van het advies van de commissie m.e.r. is een analyse gemaakt welke aanvullende omgevingscriteria relevant kunnen zijn voor de besluitvorming over de Structuurvisie en het bestemmingsplan. Hierbij is ten eerste gekeken naar de analyse in par. 2.1 van deze Aanvulling MER (hoe zijn gemeentelijke ambities uit The Next City doorvertaald naar de plannen voor de De Suikerzijde?). In par. 2.1 van deze Aanvulling kwamen de volgende thema’s naar voren die als aanvullende omgevingscriteria kunnen worden toegevoegd • gezondheid - G6-kernwaarden; • groene leefomgeving; • duurzaamheid – circulariteit. 4.2.2.1

Extra criterium ”Gezondheid – G6-kernwaarden”

Inleiding In het MER is zijn de gezondheidseffecten beschreven via een beoordeling met GES-scores (GES=Gezondheidseffectscreening). Hierbij is gekeken naar gezondheidseffecten van geluid, luchtkwaliteit, geur en externe veiligheid. In deze Aanvulling MER is nadere informatie opgenomen over verminderd autogebruik en geluidbelasting. Deze informatie is ook relevant voor de gezondheid van bewoners.

26 (69)

De genoemde informatie is in het MER en de Aanvulling MER gepresenteerd, inclusief scores op het criterium ”Gezondheid” (van 0/- naar - - ). Deze informatie kan worden meegewogen bij de besluitvorming over Structuurvisie en bestemmingsplan. De gepresenteerde informatie gaat vooral over gezondheidsbescherming. Een andere invalshoek is gezondheidsbevordering. Hoe kan dit nieuwe stedelijke gebied zo worden vormgegeven dat gezond gedrag wordt bevorderd? De gemeente Groningen heeft beleidsambities om een gezonde leefstijl te bevorderen (The Next City, Healthy Ageing Visie, Groningen Gezond 2018-2021). Groningen werkt met de ”G6 kernwaarden”: • G1. Actief Burgerschap; • G2. Bereikbaar Groen; • G3. Actief Ontspannen; • G4. Gezond Verplaatsen; • G5. Gezond bouwen; • G6. Gezonde voeding. De G6-kernwaarden zien op het gemeentebrede beleid (hele grondgebied, hele samenleving). In het Groninger Ambitieweb zijn de G6-kernwaarden doorvertaald naar de fysieke leefomgeving, waarbij 3 ambitieniveaus zijn benoemd (Basis, Plus en Max). Tabel 4.1 | G6 voor Gezonde Leefomgeving (bron: Groninger Ambitieweb)

27 (69)

Effectanalyse In de onderstaande tabel is weergegeven wat de 6 G’s zijn (volgens het Groninger Ambitieweb) en hoe hier invulling aan is gegeven in De Suikerzijde. Tabel 4.2 | 6 G's De Suikerzijde G6 kernwaarden Wat is het (volgens Groninger Ambitieweb)? G1: Actief Betrokkenheid bewoners Burgerschap bij leefomgeving

G2: Bereikbaar Groen

Groen met kwaliteit en diversiteit

G3: Actief Ontspannen

Kwaliteitsvolle plekken voor ontmoeten en bewegen

G4: Gezond Verplaatsen

Ruimte en veiligheid voor actief verplaatsen (lopen, fietsen, skeeleren, e.d.)

G5: Gezond Bouwen

Aandacht voor gezond binnenklimaat woningen

G6: Gezonde Voeding

Gezond voedsel verbouwen en/of aanbieden

Structuurvisie (alternatief Midden) Participatief proces bij totstandkoming plan en verdere invulling, door middel van individuele gesprekken, klankbordgroep, belangengroepen en bewonersavonden. Ruimte voor eigen initiatieven bewoners, bijv. in vorm Collectief Particulier Opdrachtgeverschap Robuuste openbare groenstructuren met hoge kwaliteit verspreid in het plan, daarnaast goede verbindingen naar o.a. Stadspark en Westpark. Groene ruimtes in nabijheid van elke woning. Veel ruimte in plan voor ontmoeten in openbare ruimte, door ruim bemeten pleinen, troittoirs, parken en oeverzone langs het Hoendiep Onderdeel plan is om actief voortbewegen snel, veilig en comfortabel te maken. Routes voor langzaam verkeer zijn ruim bemeten en krijgen hoge kwaliteit en verbinden het plangebied met omliggende gebieden in alle windrichtingen. Actie ligt primair bij ontwikkelaars en bouwers. Gemeente zal op grond van wettelijke taken toezien op naleven bouwvoorschriften. In de structuurvisie wordt ruimte geboden voor het verbouwen van voedsel in het plangebied (bijv. in moestuinen). Hierbij ligt ook relatie met actie burgerschap van G1.

Alternatievenvergelijking In de onderstaande tabel is weergegeven of een alternatief voor ”Gezondheid: G6kernwaarden” wordt beoordeeld bij toepassing van een alternatief. Voor alle alternatieven van de structuurvisie en ook voor het bestemmingsplan Deelgebied Noord geldt dat er in de plannen nadrukkelijk aandacht is voor gezondheid. De planopzet bevat veel elementen waarmee gezondheid wordt gestimuleerd (zoals veel ruimte voor bewegen). De beoordeling is daarom positief (+). Leefomgevingskwaliteit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4226/documents/62149