Bijlage 13 De Suikerzijde vaststelling SV BP MER MER bijlagen 5A tm 11.pdf
Tekst van het document
In de meeste recente rapportages wordt verwezen naar oudere rapportages. Indien het hierdoor niet relevant was, zijn deze oudere rapportages niet geraadpleegd. Wel zijn alle beschikbare rapportages opgeslagen op de USB-stick. Bodemarchief In week 12 en 13 (2017) zijn meerdere bezoeken gebracht aan het bodemarchief van de gemeente Groningen in Groningen. Alle documenten uit dossier B5051 zijn gescand, deze hebben betrekking op het SuikerUnieterrein. De gebruikte bodemrapportages zijn opgeslagen op de USB-stick. Luchtfoto’s en topografische kaarten De luchtfoto’s die bekeken en geanalyseerd zijn, betreffen de volgende: •
Verkregen van de gemeente Groningen: de jaren 1932, 1944, 1953, 1967 en 2005. Tussen 1967 en 2005 zit een gat van enkele tientallen jaren De luchtfoto’s van zijn tevens opgeslagen op de USB-stick
•
Verkregen van Cyclomedia: jaren 2008 tot en met 2016
Topografische kaarten zijn verkregen op www.topotijdreis.nl. In bijlage 3 zijn deze opgenomen.
14\48
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Terreininspectie Van 4 tot en met 7 april 2017 is een terreininspectie uitgevoerd door een veldmedewerker, Anne Hajes van Tauw1. Hiervoor is gebruik gemaakt van het programma Tapps, welke is ontwikkeld door Tauw om tijdens een terreininspectie middels een tablet en een applicatie direct de waarnemingen in GIS te zetten. In het programma zijn een aantal vragen en antwoorden ingeladen, welke tijdens de terreininspectie zijn beantwoord. Deze betreffen bijvoorbeeld de verhardingssituatie, verdachtheid voor asbest of activiteiten die verdacht zijn als verontreinigingsbronnen et cetera. Tijdens de terreininspectie zijn ook foto’s gemaakt. De foto’s en een overzicht van de vragen en antwoorden zijn geleverd worden op de USB-stick. Archeologische archieven De bekende archeologische gegevens voor het onderzoeksgebied als voor een zone van circa 600 meter rondom de onderzoekslocatie zijn geïnventariseerd. Hierbij is gebruik gemaakt van ARCHIS3 (Archeologisch Informatie Systeem van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) en de Cultuurhistorische waardenkaart (CWK) van de gemeente Groningen. Ook is gebruik gemaakt van het landelijke archeologische archiveringssysteem DANS-EASY. De gevonden informatie is beknopt beschreven in het archeologisch adviesrapport in bijlage 5. De bronnen zijn niet opgeslagen op de USB-stick, maar kunnen desgewenst worden opgevraagd bij bureau RAAP.
Archief OCE Ten aanzien van OCE is informatie verzameld vanuit de bestaande archieven van onderzoek. Hieruit blijkt dat er een aantal vooronderzoeken beschikbaar zijn en tevens een detectie- en benaderonderzoek. Verder zijn luchtfoto’s van WOII bestudeerd om een reconstructie van oorlogshandelingen te maken.
3.2
Beschrijving knelpunten bodem
Bij de beschrijving van de verontreinigingen in grond en grondwater is getoetst aan het volgende toetsingskader: • • •
De Streefwaarden (grondwater) en/of Interventiewaarden (grond en grondwater) uit de Circulaire Bodemsanering zoals gewijzigd op 1 juli 2013 De Achtergrondwaarden (grond) uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit per 1 juli 2013 De Tussenwaarden zijn gedefinieerd als T = ½(AW + I) voor grond en T = ½(S + I) voor grondwater
Dit toetsingskader heeft de mate van de verontreiniging aan, van belang voor de bepaling van risico’s bij een ander (gevoeliger) gebruik van de bodem en het grondwater.
1
BRL-certificaatnummer K54913
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
15\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Het knelpunt ten aanzien van de verdachtheid voor asbest wordt gebaseerd op (historische) kenmerken van locaties. Asbestverdacht zijn over het algemeen de locaties: • • • •
Met de aanwezigheid van ongedefinieerd puin waarvan de afkomst onbekend is Met asbestverdacht restmateriaal, bijvoorbeeld sloopmateriaal Met puin onder het asfalt waarvan de herkomst onbekend is en/of in het verleden is gebruikt voor ophoging Waarbij asbestverdacht restmateriaal op maaiveld is aangetroffen tijdens de terreininspectie
•
Dempingen
Naast de bodemkwaliteit ten aanzien van chemische parameters (olie, PAK, metalen) en asbest is ook geïnventariseerd welke knelpunten er mogelijk zijn naar aanleiding van de verhardingssituatie, bovengrondse en ondergrondse structuren, kabels en leidingen. Alle verzamelde gegevens ten aanzien van deze mogelijke knelpunten zijn geanalyseerd met behulp van GIS. De AW/STI-toetsingswaarden, asbestverdachtheid en knelpunten vanuit andere bevindingen hebben voor de verwerking in GIS een zogeheten ‘knelpuntcode’ gekregen. Zo heeft bijvoorbeeld een overschrijding van de achtergrondwaarde (> AW) code 2 gekregen en een overschrijding van de interventiewaarde (> I) code 4. Voor andere knelpunten zijn ook codes gegeven. Zo heeft asbestverdacht puin code 6 gekregen en een opslag van materialen code 16. In bijlage 8 is een tabel opgenomen waarin alle gebruikte knelpuntencodes staan en een eerste onderverdeling in mate van knelpunt.
3.3
Beschrijving knelpunten archeologie
Voor de potentiële archeologische knelpunten is een inventarisatie van de bekende gegevens gemaakt van de bekende gegevens binnen de onderzoekslocatie en binnen de directe omgeving (zone van circa 600 meter) rondom de onderzoekslocatie. Op basis hiervan is een voorlopige archeologische verwachting voor het plangebied opgesteld. Een hoge archeologische verwachting is een mogelijk knelpunt bij de herontwikkeling.
3.4
Beschrijving knelpunten vanuit OCE
Voor OCE is met behulp van de bekende archiefstukken beoordeeld of er kans bestaat op het vóórkomen van OCE binnen het plangebied. Daarnaast is gekeken welke knelpunten optreden voor de geplande werkzaamheden door het aantreffen van OCE.
3.5
Knelpuntenanalyse en vervolgaanpak
Per deellocatie zijn de knelpunten bepaald en in dit rapport beschreven. Bij de bepaling van de knelpunten zijn de volgende vragen als leidraad gehanteerd: • •
16\48
Zijn er verontreinigingen aanwezig die risico’s geven bij de nieuwe functie wonen en recreatie en bij de (graaf)werkzaamheden die daarvoor nodig zijn? Zijn er leemtes in de gegevens en onderzoeken?
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
• •
Zijn er mogelijke verontreinigingen (asbest, bestrijdingsmiddelen, PFOS) onvoldoende onderzocht? Zijn de onderzoeksgegevens verouderd?
•
Zijn er locaties onvoldoende onderzocht, bijvoorbeeld de stortplaats, de haven en het terrein bewoond door de stadsnomaden?
•
Geven de staat of aanwezigheid van de verhardingen belemmeringen voor de geplande ontwikkelingen? Geven de archeologische gegevens belemmeringen voor de geplande ontwikkelingen?
• •
Geeft de aanwezigheid van niet-gesprongen conventionele explosieven belemmeringen voor de geplande ontwikkeling?
Op basis hiervan zijn de hiaten in informatie bepaald welke nodig is voor de herontwikkeling. Vervolgens zijn alle knelpunten weergegeven op integrale GIS-kaarten, zie bijlage 9. Buiten de hiaten is per knelpunt (op basis van uitgangspunten) bepaald welke aanpak mogelijk zou zijn in het kader van de (her)ontwikkeling voor woningbouw en recreatie. Hierbij is, in overleg met de opdrachtgever, geen rekening gehouden met de globale indeling van woongebieden en recreatieve gebieden zoals deze in de huidige ontwerpschets bekend is. Er is daarom uitgegaan van de situatie dat overal binnen het gebied van 130 hectare woningen gerealiseerd zouden moeten kunnen worden. De aanpak van de knelpunten is gecategoriseerd in: • • •
Aanvullend onderzoek om het knelpunt beter inzichtelijk te krijgen In de inrichting van het terrein rekening houden met de aanwezige knelpunten In sommige gevallen gedeeltelijk wegnemen van de knelpunten (tussenvariant) zodat de risico’s beheerst kunnen worden
•
Knelpunten geheel wegnemen, bijvoorbeeld het verwijderen van de stortplaats of het volledig saneren van verontreinigde grond of grondwater
Nadat de varianten voor de aanpak van de knelpunten zijn bepaald, zijn deze op kosten gezet door een kostendeskundige middels de SSK-raming systematiek, met indien noodzakelijk ook de raadpleging van de expertise van een geohydroloog. Verder zijn er zijn aanbevelingen gedaan hoe met de verwachte archeologische waarden binnen het plangebied dient te worden omgegaan. Er is een ook een eerste raming gemaakt voor de uit te voeren aanvullende archeologische onderzoeken. De archeologische verwachtingswaarde is meegenomen in de investeringskosten bij aanpak van een bodemverontreiniging en/of ander knelpunt bij herontwikkeling.
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
17\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Voor OCE is ook bepaald welke leemtes in kennis er zijn ten aanzien van de onderzoeken en de voorgenomen werkzaamheden. Verder is een advies gegeven met betrekken tot vervolgacties wanneer blijkt dat er indicaties zijn voor OCE in het plangebied. De OCE-verwachtingswaarde is ook meegenomen in de investeringskosten bij aanpak van een verontreiniging en/of ander knelpunt bij herontwikkeling.
4 Resultaten knelpuntenanalyse 4.1
Inleiding
Voor de beschrijving van de bekende gegevens, knelpunten en hiaten is de onderzoekslocatie, het voormalige SuikerUnieterrein, opgesplitst in een viertal deellocaties namelijk het voorterrein, de noordelijke vloeivelden, de zuidelijke vloeivelden en stortplaats de Halm. Zie figuur 4.1 voor de ligging van deze deelgebieden.
Figuur 4.1 Overzicht van de deellocaties, 1: het voorterrein, 2: de noordelijke vloeivelden, 3: de zuidelijke vloeivelden en 4: stortplaats de Halm
In de volgende paragrafen is per deelgebied beschreven welke potentiële knelpunten er zijn.
18\48
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de zogeheten bodemverontreinigingen inclusief asbestverdachtheid, archeologische verwachtingswaarde, OCE en overige knelpunten vanuit huidig of voormalig gebruik. Meer achtergronden over de gevonden informatie en bronnen is te vinden in de bijlages voor archeologie (bijlage 5), OCE en bodem, verhardingen en overige knelpunten (bijlage 7). Per deelgebied is de paragraaf afgesloten met beantwoording van de onderzoeksvragen en zijn de hiaten in informatie aangegeven. In hoofdstuk 5 is ingegaan op de opties om met de knelpunten om te gaan in het kader van de (her)ontwikkeling van het gebied en welke kosten hiermee samenhangen.
4.2
Deellocatie 1: Het voorterrein
Het voorterrein is het voormalige fabrieksterrein van de Suiker Unie waar het productieproces plaatsvond. Het terrein is grotendeels verhard. Het fabrieksterrein omvat ook de voormalige locaties van de bietenontvangst (noordoostelijk deel), parkeerterrein met portiersloge (zuidoostelijk deel), productielocatie (middelste deel) en opslagterrein (westelijke deel). De deellocatie heeft een oppervlakte van circa 15 hectare. 4.2.1
Bodemkwaliteit
In figuur 4.2 zijn de vlakken en punten met verhogingen boven de achtergrondwaarden in de grond weergegeven. Dit zijn met name verhogingen met metalen (punten) en minerale olie en/of vluchtige aromaten (vlakken). Zie voor meer informatie de tabel in bijlage 7 en de overzichtskaart in bijlage 9. In de figuren 4.3 en 4.4 is de ligging van andere vlakken met bodemverontreinigingen weergegeven, welke in de tabel in bijlage 7 zijn genoemd.
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
19\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Figuur 4.2 Verontreinigingen (vlakken en punten) in grond boven de achtergrondwaarde (Aw), tussenwaarde (T) of interventiewaarde (I)
Figuur 4.3 Verontreinigingen (vlakken en punten) in grondwater boven de streefwaarde (S), tussenwaarde (T) of interventiewaarde (I) inclusief formaldehyde en chloride (zie ook figuur 4.4)
20\48
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Figuur 4.4 Verontreinigingen met formaldehyde (rood) en chloride (geel) in grondwater
In hoofdstuk 5 is nader ingegaan op de knelpunten en de mogelijke kosten die samenhangen met de aanpak van de knelpunten vanuit de aanwezige bodemverontreinigingen. In figuur 4.5 is visueel weergeven welke (gedeelten van de) deellocaties asbestverdacht zijn, zie ook bijlage 7. Dit is een worst-case aanname gebaseerd op de aanwezigheid van puinverhardingslagen van onbekende herkomst en depots met puin vanuit sloop. Over een oppervlakte van circa 80.000 m2 is verharding, semi-halfverharding en puinverharding aanwezig.
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
21\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Figuur 4.5 Potentiële knelpunten in verband met asbestverdachtheid (rode ruit-arcering = geheel oppervlak en rode stippen = puntwaarnemingen)
4.2.2
Archeologie
Het voorterrein wordt in het archeologisch onderzoek ingedeeld in zone 1. Er is een lage archeologische verwachtingswaarde, voornamelijk doordat door de bodemverstoringen vindplaatsen en vondsten vernietigd zijn. Er heeft binnen deze deellocatie geen booronderzoek plaatsgevonden. Daarom wordt hier een verkennend booronderzoek voorgesteld, met een lagere boorintensiteit dan elders binnen het plangebied. Hiermee kan de mate van verstoring inzichtelijk worden gemaakt om het archeologische verwachtingsniveau nader te bepalen. Vervolgonderzoek zoals het karterend en waarderend onderzoek zijn van toepassing als er een grote kans bestaan voor de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische vindplaatsen. Zie voor meer achtergronden en detailinformatie de rapportage in bijlage 5. 4.2.3
OCE
Op basis van het bureauonderzoek is het voorterrein verdacht voor de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven vanuit WOII. Het verharde gedeelte van het voorterrein is niet tot nauwelijks verdacht en verder hebben er diverse naoorlogse activiteiten plaatsgevonden. Daarom wordt voorgesteld een Projectgebonden Risico Analyse uit te voeren om de risico’s vanuit OCE bij de herontwikkeling verder inzichtelijk te maken.
22\48
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
4.2.4
Overige knelpunten
De volgende overige knelpunten zijn gedestilleerd uit de beschikbare (bodem)rapporten, uit de Klic-melding, de terreininspectie en informatie verkregen van de opdrachtgever: • Kelders, funderingen, putten • Dempingen • • •
Opslag bouwmaterialen of depots grond Verhardingen of resten van verhardingen Sloopafval en niet-asbestverdacht puin
•
Bovengrondse activiteiten zoals bestaande gebouwen, zeecontainers, hekken, loods, tank verlichting, oliewaterafscheider
•
Ondergrondse kabels en leidingen: gasleiding, stroomaansluitingen, data-aansluitingen, persriool en riool onder vrij verval. Van de opdrachtgever ontvingen we de ligging van de kabels en leidingen op het voormalig fabrieksterrein. Deze is bijgevoegd op de USB-stick. Verder is op 18 april 2017 een Klic-oriëntatiemelding gedaan. De shapefile van deze Klic-oriëntatiemelding kan Tauw op verzoek leveren
In figuur 4.6 tot en met 4.9 is de ligging van bovengenoemde knelpunten met de hoogste prioriteit weergegeven. Een volledig overzicht van alle knelpunten is opgenomen op de knelpuntenkaart in bijlage 9. In de tabel B7.3 in bijlage 7 is een gedetailleerd overzicht van de bevindingen opgenomen.
Figuur 4.6 Ligging tanks,oliewaterafscheider, trafo, tankplaats
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
23\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Figuur 4.7 Ligging sloopafval, opslag bouwmaterialen, depot grond, brandplaats
Figuur 4.8 Ligging oude funderingen, kelders en putten (bronnen: terreininspectie, historische tekeningen)
24\48
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Figuur 4.9 Ondergrondse kabels en leidingen; niet gecategoriseerd (bron: Klic-oriëntatiemelding 18 apil 2017)
4.2.5
Hiaten
Uit de gevonden informatie kunnen de potentiële knelpunten bij herontwikkeling worden gedefinieerd, aan de hand van de gestelde onderzoeksvragen: •
Zijn er verontreinigingen aanwezig die risico’s geven bij de nieuwe functie wonen en recreatie en bij de (graaf)werkzaamheden die daarvoor nodig zijn? −
•
Er zijn verontreinigingen in grond en grondwater aanwezig die (humane/gebruiks-) risico’s geven bij ander (gevoeliger) gebruik. Dit varieert van grondwaterverontreinigingen met formaldehyde of minerale olie tot puntverontreinigingen in grond of grondwater met minerale olie. De knelpunten vanuit bodemverontreiniging zijn verder weergegeven in hoofdstuk 5 Zijn er leemtes in de gegevens en onderzoeken? −
Vanuit bovenstaande beschrijving zijn er nog enkele punten te benoemen waarbij meer onderzoek nodig is, voordat kan worden bepaald of sprake is van knelpunten voor de herontwikkeling. Deze zijn voor het voorterrein de volgende: −
Diepte van funderingen buiten het werkterrein van het Plan van Aanpak (MACG, april 2017)
−
Asbesthoudendheid van het puin. Hier dient een nader onderzoek naar asbest (conform NEN 5707 (grond) en 5897 (puin)) te worden uitgevoerd Exacte omvang van de formaldehydeverontreiniging in het grondwater
− −
Verontreinigd slib in kabelgoot. De mate van verontreiniging en omvang zijn niet bekend
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
25\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
•
− Aanwezigheid van oude spoortracés, deels onder gebouwen en verhardingen Zijn er mogelijke verontreinigingen (asbest, bestrijdingsmiddelen, PFOS) onvoldoende onderzocht? −
•
Naast asbest kan PFOS (voormalig bestanddeel van blusmiddelen) een bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. Dit is nog niet onderzocht en hiermee een hiaat. Bestrijdingsmiddelen zijn voor deze deellocatie geen verdachte stof Zijn de onderzoeksgegevens verouderd? −
Buiten bovengenoemde hiaten is er geen sprake van verouderde onderzoeksgegevens
•
Zijn er locaties onvoldoende onderzocht, bijvoorbeeld de stortplaats, de haven en het terrein bewoond door de stadsnomaden? − De kade en de waterbodem van het Hoendiep zijn onvoldoende onderzocht
•
Geven de staat of aanwezigheid van de verhardingen belemmeringen voor de geplande ontwikkelingen? −
•
Geven de archeologische gegevens belemmeringen voor de geplande ontwikkelingen? −
•
Het voorterrein is grotendeels verhard met beton, stelconplaten, puin en asfalt. Ten aanzien van asbesthoudendheid is onvoldoende bekend. Ook zijn er naar verwachting nog veel funderingen aanwezig, welke een belemmering bij herontwikkeling kunnen vormen Er is een lage archeologische verwachtingswaarde, waardoor er weinig belemmering wordt verwacht. Wel wordt een booronderzoek aanbevolen
Geeft de aanwezigheid van niet-gesprongen conventionele explosieven belemmeringen voor de geplande ontwikkeling? −
De locatie is verdacht voor OCE. Een Projectgebonden Risico Analyse wordt aanbevolen
In hoofdstuk 5 wordt nader op deze antwoorden en hiaten in informatie ingegaan.
4.3
Deellocatie 2: Noordelijke vloeivelden
Deze deellocatie omvat de vloeivelden ten noorden van de spoorlijn met uitzondering van de voormalige stortplaats ‘De Halm’. Ook omvat deze deellocatie de voormalige waterzuivering en bijbehorende wasvijvers. De deellocatie heeft een oppervlakte van circa 54 hectare. 4.3.1
Bodemkwaliteit
Verspreid over de deellocatie is sprake van minerale olie, zware metalen, PAK’s, PCB’s en bestrijdingsmiddelen in de grond, tarragrond en/of voormalig slib van de bezinkvijvers. Dit is vastgesteld middels een grootschalig locatiedekkend onderzoek. Gehalten overschrijden de achtergrond- of interventiewaarde. Zie voor meer informatie bijlage 7. In figuur 4.10 is een overzicht van de knelpunten ten aanzien van asbest weergegeven. Dit betreft de paden met puinverharding, punten met puin/menggranulaat dat is waargenomen op maaiveld en dempingen van voormalige sloten met mogelijk asbesthoudend en/of verontreinigde grond.
26\48
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Figuur 4.10 Potentiële knelpunten ten aanzien van asbest op noordelijke vloeivelden (puinverharding, waarnemingen terreininspectie, dempingen)
4.3.2
Archeologie
De noordelijke vloeivelden en het gedeelte met vloeivelden ten zuiden van de spoorlijn worden in het archeologisch onderzoek ingedeeld in zone 2. Er is een lage archeologische verwachtingswaarde, voornamelijk doordat door de bodemverstoringen vindplaatsen en vondsten vernietigd zijn. Wel zijn er tijdens WOII meerdere wapenopstellingen op het oostelijke deel van de deellocatie opgericht. Deze zijn deels nog in het landschap zichtbaar. Ook zijn er drie bekende bunkers aanwezig. Er heeft binnen deze deellocatie geen booronderzoek plaatsgevonden. Daarom wordt hier een verkennend booronderzoek voorgesteld, met een lagere boorintensiteit dan elders binnen het plangebied. Hiermee kan de mate van verstoring inzichtelijk worden gemaakt om het archeologische verwachtingsniveau nader te bepalen. Vervolgonderzoek zoals het karterend en waarderend onderzoek zijn van toepassing als er een grote kans bestaan voor de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische vindplaatsen. Zie voor meer achtergronden en detailinformatie de rapportage in bijlage 5.
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
27\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
4.3.3
OCE
Op basis van het bureauonderzoek zijn er op deze deellocatie meerdere activiteiten die de bodem verdacht maken voor de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. Een deel van het gebied is reeds vrijgegeven tot 1,8 meter minus maaiveld of volledig; op basis van eerder detectieonderzoek en vooronderzoek. Ter plaatse van de wapenopstellingen dienen echter voorafgaand aan graafwerkzaamheden opsporingswerkzaamheden plaats te vinden. Voor een deel van de deellocatie dient het vooronderzoek te worden geactualiseerd. 4.3.4
Overige knelpunten
De overige knelpunten zijn weergegeven in de tabel in bijlage 7. In figuur 4.11 is de ligging van enkele van de knelpunten weergegeven.
Figuur 4.11 Overige knelpunten: kabels en leidingen in blauw en observaties tijdens terreininspectie
28\48
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
4.3.5
Hiaten
Uit de gevonden informatie kunnen de potentiële knelpunten bij herontwikkeling worden gedefinieerd, aan de hand van de gestelde onderzoeksvragen: • Zijn er verontreinigingen aanwezig die risico’s geven bij de nieuwe functie wonen en recreatie en bij de (graaf)werkzaamheden die daarvoor nodig zijn? − •
Er zijn verontreinigingen in grond aanwezig die (humane/gebruiks-) risico’s geven bij ander (gevoeliger) gebruik Zijn er leemtes in de gegevens en onderzoeken? −
Vanuit bovenstaande beschrijving zijn er nog enkele punten te benoemen waarbij meer onderzoek nodig is, voordat kan worden bepaald of sprake is van knelpunten voor de herontwikkeling. Deze zijn de volgende: − −
•
De asbesthoudendheid van de puinpaden is onbekend. Dit dient met een nader onderzoek naar asbest in puin (en onderliggende bodem) vastgesteld te worden Archeologische verwachting
− OCE-verdachtheid Zijn er mogelijke verontreinigingen (asbest, bestrijdingsmiddelen, PFOS) onvoldoende onderzocht? −
•
Asbest kan een bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. Dit is nog niet onderzocht en hiermee een hiaat. Bestrijdingsmiddelen zijn voldoende onderzocht. PFOS is voor deze deellocatie geen verdachte stof Zijn de onderzoeksgegevens verouderd? −
Buiten bovengenoemde hiaten is er geen sprake van verouderde onderzoeksgegevens
•
Zijn er locaties onvoldoende onderzocht, bijvoorbeeld de stortplaats, de haven en het terrein bewoond door de stadsnomaden? − Nee, wel zijn er hiaten ten aanzien van archeologie en OCE, zie boven
•
Geven de staat of aanwezigheid van de verhardingen belemmeringen voor de geplande ontwikkelingen? −
•
De paden rond de voormalige vloeivelden zijn verhard met puin, ten aanzien van asbest is onvoldoende bekend. Ook zijn er naar verwachting overig verhardings- en fundatiemateriaal aanwezig, welke een belemmering bij herontwikkeling kunnen vormen Geven de archeologische gegevens belemmeringen voor de geplande ontwikkelingen? −
•
Er is een hoge archeologische verwachtingswaarde, waardoor er belemmering wordt verwacht. Er wordt een booronderzoek aanbevolen
Geeft de aanwezigheid van niet-gesprongen conventionele explosieven belemmeringen voor de geplande ontwikkeling? −
De locatie is verdacht voor OCE. Een vooronderzoek en opsporingswerkzaamheden worden aanbevolen
In hoofdstuk 5 wordt nader op deze antwoorden en hiaten in informatie ingegaan.
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
29\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
4.4
Deellocatie 3: Zuidelijke vloeivelden
Deze deellocatie omvat de vloeivelden en het overig gebied ten zuiden van de spoorlijn. Hiertoe behoren ook de voormalige droogbedden en de weilanden, grenzend aan de percelen van de Peizerweg. De deellocatie heeft een oppervlakte van circa 72 hectare. 4.4.1
Bodemkwaliteit
Verspreid over de deellocatie is sprake van minerale olie, zware metalen, PAK’s, PCB’s en bestrijdingsmiddelen in de grond en voormalige waterbodem. Gehalten overschrijden de achtergrond- of interventiewaarde. In het grondwater zijn enkele streefwaarde overschrijdingen aangetoond. Zie voor meer informatie bijlage 7. In figuur 4.12 is weergegeven welke asbestverdachte locaties er zijn ter plaatse van de zuidelijke vloeivelden.
Figuur 4.12 Asbestverdachte knelpunten op deellocatie zuidelijke vloeivelden. Dempingen in geel, asbestverdacht puin in rood
30\48
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
4.4.2
Archeologie
Deze deellocatie wordt in het archeologisch onderzoek onderverdeeld in twee zones. Zone 2 is het gedeelte met vloeivelden, welke samenvalt met de noordelijke vloeivelden. Hier is een lage archeologische verwachtingswaarde, voornamelijk doordat door de bodemverstoringen vindplaatsen en vondsten vernietigd zijn. Zone 3 is het gedeelte van de deellocatie waar geen vloeivelden zijn aangelegd en waar de bodemverstoring minimaal is geweest. Hier ligt het AMK-terrein, een bekend gemeentelijk archeologisch monument. Ook is er een fossiel krekensysteem met een hoge verwachting voor middeleeuwse wierden. Uitgezonderd het tracé van het fietspad en enkele boringen voor cultuurhistorisch onderzoek heeft er binnen deze deellocatie geen booronderzoek plaatsgevonden. Voor zone 2 wordt daarom een verkennend booronderzoek voorgesteld, met een lagere boorintensiteit dan binnen zone 3. Hiermee kan de mate van verstoring inzichtelijk worden gemaakt om het archeologische verwachtingsniveau nader te bepalen. Vervolgonderzoek zoals het karterend en waarderend onderzoek zijn van toepassing als er een grote kans bestaan voor de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische vindplaatsen. Voor zone 3 wordt direct een karterend booronderzoek voorgesteld, met name met het oog op de verwachting voor middeleeuwse wierden.
Indien men eerst een verkennend booronderzoek wil uitvoeren dient een hogere boorintensiteit dan bij zone 1 en 2 te worden gehanteerd. Zie voor meer achtergronden en detailinformatie de rapportage in bijlage 5. 4.4.3
OCE
Op basis van het bureauonderzoek zijn er op deze deellocatie meerdere activiteiten vanuit WOII die de bodem verdacht maken voor de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. Een deel van het gebied is reeds vrijgegeven op basis van eerder vooronderzoek. Op het overige deel dient het vooronderzoek te worden geactualiseerd. Ter plaatse van de wapenopstellingen dienen voorafgaande aan graafwerkzaamheden opsporingswerkzaamheden plaats te vinden. 4.4.4
Overige knelpunten
De overige knelpunten zijn weergegeven in de tabel in bijlage 7. Deze zijn het terrein bewoond door zogeheten stadsnomaden, twee tanks en enkele begroeiingen met bomen.
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
31\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
4.4.5
Hiaten
Uit de gevonden informatie kunnen de potentiële knelpunten bij herontwikkeling worden gedefinieerd, aan de hand van de gestelde onderzoeksvragen: • Zijn er verontreinigingen aanwezig die risico’s geven bij de nieuwe functie wonen en recreatie en bij de (graaf)werkzaamheden die daarvoor nodig zijn? −
•
Er zijn verontreinigingen in de grond aanwezig die (humane/gebruiks-) risico’s geven bij ander (gevoeliger) gebruik. De verontreinigingen in het grondwater (>streefwaarde) zijn dermate laag dat risico’s niet worden verwacht Zijn er leemtes in de gegevens en onderzoeken? −
•
Vanuit bovenstaande beschrijving zijn er nog enkele punten te benoemen waarbij meer onderzoek nodig is, voordat kan worden bepaald of sprake is van knelpunten voor de herontwikkeling. Deze zijn de volgende: −
Op het terrein van de zogeheten stadsnomaden vinden diverse activiteiten plaats, die mogelijk bodemverontreiniging kunnen hebben veroorzaakt. Er zijn geen recente bodemonderzoeken voor chemische parameters en asbest op dit terrein bekend
−
De eventuele negatieve beïnvloeding van de bodemkwaliteit door de dieseltank en hbo-tank ter plaatse van het perceel van Peizerweg 230 op het plangebied is niet bekend
−
Het is niet bekend wat de herkomst van de grond is waarmee de dempingen zijn uitgevoerd, dit dient nader onderzocht te worden
Zijn er mogelijke verontreinigingen (asbest, bestrijdingsmiddelen, PFOS) onvoldoende onderzocht? −
• •
•
Asbest in dempingen kan een bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. Dit is nog niet onderzocht en hiermee een hiaat. Bestrijdingsmiddelen zijn voldoende onderzocht. PFOS is voor deze deellocatie geen verdachte stof Zijn de onderzoeksgegevens verouderd? − Buiten bovengenoemde hiaten is er geen sprake van verouderde onderzoeksgegevens Zijn er locaties onvoldoende onderzocht, bijvoorbeeld de stortplaats, de haven en het terrein bewoond door de stadsnomaden? − Het terrein in gebruik door de stadsnomaden is onvoldoende onderzocht Geven de staat of aanwezigheid van de verhardingen belemmeringen voor de geplande ontwikkelingen? −
•
Er zijn enkele verharde locaties, maar overwegend zijn er geen belemmeringen voor herontwikkeling Geven de archeologische gegevens belemmeringen voor de geplande ontwikkelingen? −
32\48
Er is een hoge archeologische verwachtingswaarde. Tevens is er een gemeentelijk archeologisch monument en (vermoedelijk) een fossiel krekensysteem aanwezig, welke belemmeringen voor herontwikkeling geven. Er wordt een booronderzoek aanbevolen om de verdere verwachtingswaarde in kaart te brengen
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
•
Geeft de aanwezigheid van niet-gesprongen conventionele explosieven belemmeringen voor de geplande ontwikkeling? −
De locatie is verdacht voor OCE. Een vooronderzoek en opsporingswerkzaamheden worden aanbevolen
In hoofdstuk 5 wordt nader op deze antwoorden en hiaten in informatie ingegaan.
4.5
Deellocatie 4: Stortplaats de Halm
De Halm is een voormalige stortplaats, welke in gebruik was tussen 1960 en 1991. De gemiddelde hoogte van de stort is 3,2 meter boven maaiveld en de gemiddelde diepte 1,5 meter beneden maaiveld. De deklaag bestaat uit zand en is gemiddeld 0,5 meter dik. De stortplaats had een oppervlakte van 19.075 m2, maar een gedeelte is reeds ontgraven en gesaneerd bij de aanleg van de Verbindingsweg Noord-Zuid. Het stortgedeelte binnen het plangebied van het SuikerUnieterrein heeft een oppervlakte van 1,4 hectare. De exacte dikte van het stortpakket en de deklaag ter plaatse is niet bekend. Voor de knelpuntenanalyse is alleen het gedeelte van de stortplaats dat binnen het plangebied gelegen is, gerapporteerd. 4.5.1
Bodemkwaliteit
Het stortmateriaal is verontreinigd met zware metalen en cresolen. In het grondwater in de stort zijn zware metalen en minerale olie in concentraties boven de interventiewaarde aangetoond. De bodem waarmee het stortmateriaal is afgedekt bevat verhoogde gehalten van zware metalen. Meer informatie is weergegeven in de tabel in bijlage 7. De stortplaats is in gebruik geweest in een voor asbest kritische periode (1960 tot en met 1991). Er is bouw- en sloopafval gestort, welke mogelijk asbesthoudend is. Daarmee is het stortlichaam een potentieel knelpunt bij ontwikkeling van het terrein. Uit de onderzoeken en terreininspectie is niet gebleken dat de afdeklaag van de stortplaats asbestverdacht is. 4.5.2
Archeologie
De stortplaats wordt in het archeologisch onderzoek ingedeeld in zone 1. Er is een lage archeologische verwachtingswaarde, voornamelijk doordat door de bodemverstoringen vindplaatsen en vondsten vernietigd zijn. Er heeft binnen deze deellocatie geen booronderzoek plaatsgevonden. Indien de stortplaats verwijderd wordt, wordt een verkennend booronderzoek voorgesteld, met een lagere boorintensiteit dan elders binnen het plangebied. Hiermee kan de mate van verstoring inzichtelijk worden gemaakt om het archeologische verwachtingsniveau nader te bepalen. Vervolgonderzoek zoals het karterend en waarderend onderzoek zijn van toepassing als er een grote kans bestaan voor de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische vindplaatsen. Zie voor meer achtergronden en detailinformatie de rapportage in bijlage 5.
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
33\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
4.5.3
OCE
Op deze deellocatie is er onvoldoende informatie voorhanden om een uitspraak te doen over de af- of aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. Het eerdere vooronderzoek dient daarom te worden geactualiseerd. 4.5.4
Overige knelpunten
Er zijn weinig tot geen overige knelpunten op de deellocatie aangetroffen. Wel dient de ringsloot in stand te worden gehouden indien de stortplaats in stand wordt gehouden, aangezien deze een integraal beheersonderdeel is van de stortplaats. 4.5.5
Hiaten
Uit de gevonden informatie kunnen de potentiële knelpunten bij herontwikkeling worden gedefinieerd, aan de hand van de gestelde onderzoeksvragen: •
Zijn er verontreinigingen aanwezig die risico’s geven bij de nieuwe functie wonen en recreatie en bij de (graaf)werkzaamheden die daarvoor nodig zijn? −
•
Er zijn verontreinigingen in het stortmateriaal, deklaag en grondwater aanwezig die (humane/gebruiks-) risico’s geven bij ander (gevoeliger) gebruik Zijn er leemtes in de gegevens en onderzoeken? −
34\48
Vanuit bovenstaande beschrijving zijn er nog enkele punten te benoemen waarbij meer onderzoek nodig is, voordat kan worden bepaald of sprake is van knelpunten voor de herontwikkeling. Deze zijn de volgende: −
Voor stortplaats De Halm is onbekend of het stortmateriaal asbesthoudend is. Indien de stortplaats verwijderd wordt, dient men rekening te houden met mogelijk asbesthoudend materiaal. Aanvullend onderzoek is niet opgenomen in de ramingen
−
De laagdiktes van de afdeklaag en laag met stortmateriaal zijn niet exact bekend. Bij de ramingen van de kosten voor verwijdering (zie volgend hoofdstuk) zijn uitgangspunten genomen voor deze laagdiktes
•
Zijn er mogelijke verontreinigingen (asbest, bestrijdingsmiddelen, PFOS) onvoldoende onderzocht? − Niet van toepassing
•
Zijn de onderzoeksgegevens verouderd? − Niet van toepassing
•
Zijn er locaties onvoldoende onderzocht, bijvoorbeeld de stortplaats, de haven en het terrein bewoond door de stadsnomaden? − Niet van toepassing
•
Geven de staat of aanwezigheid van de verhardingen belemmeringen voor de geplande ontwikkelingen? − Niet van toepassing
•
Geven de archeologische gegevens belemmeringen voor de geplande ontwikkelingen?
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
−
•
Er is een lage archeologische verwachtingswaarde, waardoor er weinig belemmering wordt verwacht. Wel wordt een booronderzoek aanbevolen indien de stortplaats verwijderd wordt
Geeft de aanwezigheid van niet-gesprongen conventionele explosieven belemmeringen voor de geplande ontwikkeling? −
4.6 4.6.1
Een vooronderzoek wordt aanbevolen om de OCE-verdachtheid nader vast te stellen, indien de stortplaats verwijderd wordt
Overig Regionale grondwaterkwaliteit
Vanuit de Grondwaterkwaliteitskaart van Groningen (Tauw-kenmerk R001-1242173MNU-mfv-V03-NL) zijn er grondwaterverontreinigingen in de omgeving van het voorterrein (deellocatie 1) bekend die de bodem van het plangebied negatief kunnen beïnvloeden. Het gaat om verontreinigingen met 1,2-dichlooretheen (Cis) en vinylchloride (Vc) in het freatisch grondwater en eerste watervoerend pakket, waarbij mogelijk een pluim de terreingrens overschrijdt. In figuur 4.13 is de ligging van de verontreinigingen weergegeven. Of dit een knelpunt vormt voor de herontwikkeling dient nader onderzocht te worden middels archiefonderzoek en/of grondwateronderzoek.
Figuur 4.13 Cis- en Vc-verontreinigingen in de omgeving van het SuikerUnieterein
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
35\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Verder is bekend dat er van nature verhoogde concentraties arseen in het grondwater voorkomen. Dit vormt vooralsnog geen knelpunt bij herontwikkeling. 4.6.2
Hoendiep en kade
De kwaliteit van het oppervlaktewater en slib is onvoldoende bekend om vrij te kunnen geven voor de ontwikkeling van het gebied voor wonen en recreatie. Een waterbodemonderzoek en een oppervlaktewateronderzoek kan worden uitgevoerd om de kwaliteit voor gebruik als bijvoorbeeld zwemwater vast te stellen.
5 Knelpunten en maatregelen 5.1
Knelpunten en maatregelen
In voorgaande hoofdstukken zijn de knelpunten en leemtes in kennis vanuit bodem(verontreiniging), verhardingssituatie, ondergrondse structuren, archeologische verwachting, niet-gesprongen explosieven en andere milieutechnische kenmerken weergegeven. In onderstaande tabel 5.1 is een samenvatting van de knelpunten en leemtes in kennis voor alle onderdelen gegeven per deelgebied. Deze knelpunten zijn ook weergegeven op de GIS-overzichtskaart in bijlage 9. Bij het overzicht is specifiek aandacht besteed aan (potentiële) humane risico’s bij het toekomstige (gevoeliger) gebruik en de aanleg daarvan. Per deellocatie zijn de knelpunten met een aanmerkelijk risico geselecteerd. In tabel 5.1 is vervolgens per knelpunt aangegeven wat de maatregelen zijn om de knelpunten op te heffen of te beheersen in de toekomstige situatie. Zoals al in hoofdstuk 3.2 is beschreven, is de mogelijke aanpak van de knelpunten gecategoriseerd in: • Aanvullend onderzoek om het knelpunt beter inzichtelijk te krijgen en/of weg te nemen •
In de inrichting van het terrein rekening houden met de aanwezige knelpunten (minimale variant)
•
In sommige gevallen gedeeltelijk wegnemen van de knelpunten zodat de risico’s beheerst kunnen worden (tussenvariant)
•
Knelpunten geheel wegnemen, bijvoorbeeld het verwijderen van de stortplaats of het volledig saneren van verontreinigde grond of grondwater (maximale variant)
Per knelpunt zijn één of meer mogelijke varianten van maatregelen vastgesteld. Tabel 5.1 geeft een samenvatting van deze maatregelen
36\48
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Tabel 5.1 Overzicht knelpunten bodem, archeologie, OCE
Onderdeel
Locatie, locatiecode in GIS-overzichtskaart en knelpunt
Type maatregel (onderzoek, minimale
Beschrijving maatregel
variant, tussenvariant, maximale variant) Deellocatie Voorterrein Bodem,
1016,1017: Stookoliegebouw 1978:
Minimale variant
Verharding aanbrengen; rekening houden met gebruiksbeperkingen
verhardingen,
- Minerale olie in grond > I 55 m3
Tussenvariant
Verontreinigde grond ontgraven tot 1 m -mv; rekening houden met gebruiksbeperkingen
ondergrond
- Minerale olie en nikkel in grondwater > I 20 m3
Maximale variant
Verontreinigde grond tot zintuiglijk schoon ontgraven (300 m3) en grondwater onttrekken (80 m3)
1025 tot en met 1027 Ketelhuis: minerale olie in grond
Maximale variant
Verontreinigde grond tot zintuiglijk schoon ontgraven (20 m3)
1020 tot en met 1024 Achterzijde ketelhuis: minerale olie in grond
Minimale variant
Verharding aanbrengen; rekening houden met gebruiksbeperkingen
in twee verontreinigingskernen
Tussenvariant
Verontreinigde grond ontgraven tot 1 m -mv; rekening houden met gebruiksbeperkingen
Maximale variant
Verontreinigde grond tot zintuiglijk schoon ontgraven (465 m3), geen grondwater sanering
Maximale variant
Sanering middels grondwateronttrekking/bemaling
1005: Chemicaliënloodsen: minerale olie in grond
Maximale variant
Verontreinigde grond tot zintuiglijk schoon ontgraven (20 m3)
1002: Opslag formaline: formaldehyde in grondwater oppervlakte
Minimale variant
Verharding aanbrengen; rekening houden met gebruiksbeperkingen, duurder dan maximale variant
1034: Weegbrug portiersloge: minerale olie en naftaleen in grondwater
4.500 m
2
1029, 1030: Diffusietorens, meerdere verontreinigingen: - Stortmateriaal
Maximale variant
Sanering middels grondwateronttrekking
Tussenvariant
Verontreiniging in grond en puin tot 1 m -mv ontgraven; rekening houden met gebruiksbeperkingen
Maximale variant
Verontreinigde grond volledig wegnemen en grondwatersanering middels grondwateronttrekking
- xylenen in grond - minerale olie en aromaten in grondwater - formaldehyde in grondwater - PAK in grondwater
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
37\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Onderdeel
Locatie, locatiecode in GIS-overzichtskaart en knelpunt
Type maatregel (onderzoek, minimale
Beschrijving maatregel
variant, tussenvariant, maximale variant) 1011: Pekelbad chloride in grond en grondwater
Tussenvariant
Ontgraven tot circa 3 m -mv inclusief bemaling, duurdere variant dan maximale variant
Maximale variant
Sanering middels grondwateronttrekking
Minimale variant
Aanbrengen verharding; rekening houden met gebruiksbeperkingen
Maximale variant
Verontreinigde grond volledig ontgraven (10 m3)
Bietenopslag
Maximale variant
Verontreinigde puinlaag en grondlaag daaronder volledig ontgraven
Ondergrondse tanks
Maximale variant
Tank en grond verwijderen, aanvullen met schone grond
Hiaat: aanwezigheid en diepte van funderingen
Onderzoek
Onderzoek middels Grondradar na verwijdering bebouwing en verhardingen
Tussenvariant
Indien knelpunt: verwijderen van fundering zover nodig (30.000 m2) tot 0,5 meter diep
Maximale variant
Indien knelpunt: geheel verwijderen van alle fundering m.u.v. Silokathedraal (30.000 m2) tot
1004: Spoorsloot, minerale olie in grond
6 m -mv Hiaat: asbesthoudendheid van het puin
Onderzoek
Nader onderzoek naar asbest in grond en puin oppervlakte circa 80.000 m2. Bij circa 4500 m2 is reeds bekend dat er sprake is van asbesthoudend puin
38\48
Minimale variant
Leeflaag aanbrengen van 1 meter en klinkers
Tussenvariant
Puin en grond ontgraven tot 1 m-mv en aanvullen met schone grond
Maximale variant
Puin en grond ontgraven tot 3 m-mv en aanvullen met schone grond
Hiaat: beïnvloeding bodemkwaliteit door blusmiddelen
Onderzoek
Indicatief onderzoek naar PFAS in grond en grondwater
1033: verontreinigd slib in kabelgoot
Onderzoek
Bodemonderzoek
Minimale variant
Aanbrengen verharding
Maximale variant
Verontreinigde grond volledig ontgraven
Onderzoek
Bodemonderzoek
Tussenvariant
Indien knelpunt: verwijderen oude sporen en grondverontreiniging
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Onderdeel
Locatie, locatiecode in GIS-overzichtskaart en knelpunt
Type maatregel (onderzoek, minimale
Beschrijving maatregel
variant, tussenvariant, maximale variant) Hiaat: aanwezigheid oude spoortracés en negatieve beïnvloeding bodemkwaliteit
tot 1 m -mv Maximale variant
Indien knelpunt: verwijderen oude sporen en grondverontreiniging tot 2 m -mv
Verhardingen op het gehele voorterrein
Maximale variant
Geheel verwijderen over oppervlakte van 80.000 m2 met een verdeling klinkers (25 %), asfalt (50 %) + onderliggende puinverharding, beton (40%) + onderliggende puinverharding en stelconplaten (10 %). Geen grond aanvullen
Archeologie
Hiaat: gebrek aan archeologisch (onderzoeks)informatie over
Onderzoek
mogelijk oude dijk ter plaatse van tracé spoorlijn Groningen-
OCE
Uitvoeren booronderzoek en waar nodig proefsleuvenonderzoek, kans op gedeeltelijke verstoring bodem, daarom 3 boringen per ha
Leeuwarden en over tankgracht ten noordoosten voorterrein
Maximale variant
Opgraving, uitgangspunt is 1 opgraving bij herontwikkeling
Verdachtheid voor niet-gesprongen explosieven nog onvoldoende
Onderzoek
Uitvoeren Projectgebonden Risico Analyse OCE
in kaart te brengen Deellocatie Noordelijke vloeivelden Bodem,
Hiaat: asbesthoudendheid van de puinpaden circa 50.000 m2 en
Onderzoek
Onderzoek puin en onderliggende bodem conform NEN 5707, 5897
verhardingen,
onderliggende bodem
Tussenvariant variant
Leeflaag aanbrengen van 1 meter, rekening houden met gebruiksbeperkingen
ondergrond
Maximale variant
Geheel verwijderen puinpaden
Grond over oppervlakte van 140.000 m2 tot 2 m -mv overschrijding
Minimale variant
Leeflaag aanbrengen van 1 meter, sliblaag verwijderen, rekening houden met gebruiksbeperkingen
klasse Wonen (Besluit Bodemkwaliteit), samen met deellocatie
Tussenvariant
Verontreinigde grond tot 1 m -mv verwijderen
Zuidelijke vloeivelden
Maximale variant
Geheel verwijderen verontreinigde grond tot 2 m -mv inclusief bemaling
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
39\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Onderdeel
Locatie, locatiecode in GIS-overzichtskaart en knelpunt
Type maatregel (onderzoek, minimale
Beschrijving maatregel
variant, tussenvariant, maximale variant) Archeologie
Hiaat: gebrek aan archeologische (onderzoeks)informatie over
Onderzoek
steentijdvindplaatsen op de Rug van Tynaarlo, circa 13 ha
OCE
Uitvoeren booronderzoek en waar nodig proefsleuvenonderzoek, kans op gedeeltelijke verstoring bodem, daarom 3 boringen per ha
Maximale variant
Opgraving, uitgangspunt is 1 opgraving bij herontwikkeling,
Loopgraven, drie bunkers en vijf wapenopstellingsplekken WOII
Minimale variant
Advies: inpassen in de plannen
Deel van de locatie onvoldoende gegevens / gedateerd
Onderzoek
Vooronderzoek voor noordelijke gedeelte van het terrein
Maximale variant
Opsporingswerkzaamheden
vooronderzoek Verdachtheid voor OCE na vooronderzoek Deellocatie Zuidelijke vloeivelden Bodem,
Hiaat: bodemkwaliteit en asbestverdachtheid bodem terrein
verhardingen,
stadsnomaden circa 20.000 m2
Onderzoek
Verkennend bodemonderzoek (strategie verdacht VED-HE) Nader bodemonderzoek asbest NEN 5707
ondergrond
Minimale variant
Inpassen in plannen, verwijderen bomen, opstallen
Maximale variant
Grond verwijderen en braakliggend opleveren. Asbesthoudende grond van circa 500 m3 verwijderen
2
3005: Perceel naast Peizerweg 288: PAK en zink in grond (375 m ) Minimale variant
Leeflaag van 1 meter op onverharde gedeeltes; rekening houden met gebruiksgebeperkingen
tpv fietspad
Verontreiniging tot 0,5 m -mv ontgraven en leeflaag 1 meter aanbrengen. Geen / nauwelijks
Tussenvariant
gebruiksbeperkingen Maximale variant 3002, 3005: Drie dammen tpv fietspad: asbesthoudende puingrond Tussenvariant
3006: Vluchtige aromaten in grondwater > S
40\48
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Geheel verwijderen verontreiniging Leeflaag opbrengen van 1 m
Maximale variant
Gehele sanering dammen
Onderzoek
Grondwateronderzoek: verificatie S-waarde overschrijdingen. Vooralsnog geen maatregelen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Onderdeel
Locatie, locatiecode in GIS-overzichtskaart en knelpunt
Type maatregel (onderzoek, minimale
Beschrijving maatregel
variant, tussenvariant, maximale variant) 3001: Metalen, vluchtige aromaten, chloorcresolen in grondwater
Onderzoek
Grondwateronderzoek: verificatie S-waarde overschrijdingen. Vooralsnog geen maatregelen
Tussenvariant
Verwijderen opstallen en grond 0-0,5 m -mv over 1.000 m2
Maximale variant
Verwijderen opstallen en grond 0-0,5 m -mv over 5.000 m2
Minimale variant
Leeflaag van 1 m over 25 m2
Tussenvariant
Verontreiniging tot 0,5 m -mv verwijderen en leeflaag van 1 meter
Maximale variant
Geheel verwijderen verontreiniging
Onderzoek
Verkennend bodemonderzoek
>S 3203: Vervallen gebouwen westzijde
Verspreid drie spotjes met verontreinigde grond
Hiaat: kwaliteit en asbestverdachtheid aanvulgrond van dempingen van circa 1950 meter lengte Archeologie
Hiaat: gebrek aan archeologische (onderzoeks)informatie over
Nader bodemonderzoek asbest Onderzoek
dus 6 boringen per ha
steentijdvindplaatsen op de Rug van Tynaarlo, circa 13 ha
Hiaat: dempingen voormalige sloten en vondsten middeleeuws
Maximale variant
Opgraving, uitgangspunt is 1 ontgraving
Onderzoek
Uitvoeren verkennend of waarderend onderzoek voordat uitspraak kan worden gedaan over
aardewerk op tracé fietspad AMK-terrein 7160: de Hege Vier. Terrein met vier verhoogde
Uitvoeren booronderzoek en waar nodig proefsleuvenonderzoek, weinig kans op bodemverstoring
behoudenswaardigheid Minimale variant
Advies: inpassen in de plannen
Loopgraven en vijf wapenopstellingsplekken WOII
Minimale variant
Advies: inpassen in de plannen
Deel van de locatie onvoldoende gegevens / gedateerd
Onderzoek
Vooronderzoek voor zuidelijke gedeelte van het terrein
Maximale variant
Opsporingswerkzaamheden
woonplaatsen (wierden) daterend uit de late Middeleeuwen
OCE
vooronderzoek Verdachtheid voor OCE na vooronderzoek
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
41\48
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
Onderdeel
Locatie, locatiecode in GIS-overzichtskaart en knelpunt
Type maatregel (onderzoek, minimale
Beschrijving maatregel
variant, tussenvariant, maximale variant) Deellocatie Stortplaats De Halm Bodem
Archeologie
Stortmateriaal en afdeklaag
Hiaat: gebrek aan archeologische (onderzoeks)informatie over
Minimale variant
Leeflaag van 1 meter aanbrengen binnen plangebied
Tussenvariant
Stortmateriaal en afdeklaag gedeeltelijk wegnemen binnen plangebied
Maximale variant
Geheel ontgraven stortplaats binnen plangebied, grondwateronttrekking en zuivering
Onderzoek
Uitvoeren booronderzoek en waar nodig proefsleuvenonderzoek in combinatie met deellocatie
steentijdvindplaatsen op de Rug van Tynaarlo OCE
Noordelijke vloeivelden, grote kans op bodemverstoring
Onvoldoende gegevens / gedateerd vooronderzoek
Onderzoek
Vooronderzoek in combinatie met deellocatie Noordelijke vloeivelden
Hiaat: negatieve invloed Cis- en Vc-grondwaterverontreinigingen
Onderzoek
Grondwateronderzoek obv detailplanning
Onderzoek
Waterbodemonderzoek en oppervlaktewateronderzoek (zwemkwaliteit)
Overig Bodem
omgeving Hiaat: Hoendiep kwaliteit water en slib
42\48
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL
6 Conclusies en aanbevelingen Uit de knelpuntenanalyse ten aanzien van bodem, archeologie en niet-gesprongen explosieven voor het voormalig SuikerUnieterrein blijkt dat voor de (her)ontwikkeling tot woon- en recreatiegebied diverse knelpunten aanwezig zijn. De volgende conclusies kunnen worden getrokken: •
Er zijn knelpunten ten aanzien van bodemverontreinigingen in grond en grondwater, met name ter plaatse van het voormalige fabrieksterrein (het zogeheten voorterrein). Er zijn bekende gevallen van verontreiniging in grond en grondwater. Ook zijn er enkele voormalige bedrijfsactiviteiten die mogelijk een bodemverontreiniging hebben veroorzaakt
•
Er zijn knelpunten ten aanzien van de asbestverdachtheid van puinverhardingsmateriaal, stortlocaties en oude opslag van materialen
•
Hiaten in kennis over de bodemkwaliteit geven een knelpunt, met name ten aanzien van asbest in puin en bodem
•
Ter plaatse van de delen van het terrein waar relatief weinig bodemroering heeft plaatsgevonden is er een hoge archeologische verwachtingswaarde. Dit geldt voor het gedeelte ten zuiden van de spoorlijn, buiten de vloeivelden. Voor het gehele gebied dient dit nader in kaart te worden gebracht middels een verkennend booronderzoek. Ook dient bij graafwerkzaamheden rekening te worden gehouden met opgravingswerkzaamheden
•
Bij eventuele graafwerkzaamheden dient bij de noordelijke vloeivelden rekening te worden gehouden met opsporing van niet-gesprongen explosieven (OCE). Op het voorterrein dient een Projectgebonden Risico Analyse te worden uitgevoerd en op een gedeelte van de noordelijke en zuidelijke vloeivelden dient het vooronderzoek geactualiseerd te worden. De verdere knelpunten vanuit OCE zijn middels een vooronderzoek van een gedeelte van het SuikerUnieterrein beter inzichtelijk te krijgen
•
Met ondergrondse structuren zoals funderingen, kelders en kabels en leidingen dient rekening te worden gehouden bij de herontwikkeling, dit geldt met name ter plaatse van het voormalige fabrieksterrein (voorterrein). Deels dient dit nog beter in kaart te worden gebracht
De knelpunten zijn visueel weergegeven op de knelpuntenoverzichtskaarten die zijn opgenomen in bijlage 9.
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
43\48
Bijlage
1
44\48
Regionale ligging van de onderzoekslocatie
Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen
Regionale ligging voomalige Suikerunie Groningen
´
0
1
1
2 Km
Esri Nederland & Community Maps Contributors 1249785_10008D.MXD
Bijlage
2
Overzichtskaart voormalig SuikerUnieterrein
Deellocaties voomalige SuikerUnieterrein Groningen
´
Voorterrein Noordelijke vloeivelden
2
0
125
250 m
Zuidelijke vloeivelden Stortplaats De Halm
Esri Nederland & Community Maps Contributors 1249785_10021D.MXD
Bijlage
3
Historische topografische kaarten en luchtfoto’s