CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 De Suikerzijde vaststelling SV BP MER MER bijlagen 5A tm 11.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 26 mei 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 2: Structuurvisie De Suikerzijde bestemmingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord en het MER De Suikerzijde (raadsvoorstel 21-4-2021)24.047 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

•

De rijksweg A7 is gelegen op een afstand van circa 310 meter afstand van het structuurvisie gebied. Het plasbrandaandachtsgebied en de veiligheidszone 3 transport reiken niet tot in het structuurvisie gebied. Hierdoor is dit aspect niet relevant;

•

De rijksweg A7 heeft een invloedsgebied van 355 meter en ligt over het structuurvisie gebied;

•

De provinciale weg N370 kent ter hoogte van het structuurvisie gebied, volgens de geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019, een plaatsgebonden risicocontour 10 -6 van 12 meter. De vastgestelde veiligheidszone 1 provinciale wegen (PRmax) voor de provinciale weg N370 is niet van toepassing. Hierdoor is dit aspect niet relevant;

•

De provinciale weg N370 grenst aan het structuurvisie gebied. De veiligheidszone 3 transport van de provinciale weg N370 reikt tot in het structuurvisie gebied. De gemeente Groningen dient ervoor te

Zaaknummer Z2019-00008528

Pagina: 23/24

Advies externe veiligheid

zorgen dat er geen objecten voor verminderd zelfredzame mensen binnen veiligheidszone 3 transport worden opgericht. Dit overeenkomstig de Omgevingsverordening; •

Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de provinciale weg N370 geldt een veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen van 880 meter. De veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen voor de provinciale weg N370 is gelegen over het structuurvisie gebied;

•

De risicovolle transportleidingen N-507-27 en N-507-50 hebben geen plaatsgebonden risico 10-6 contour buiten de belemmeringenstrook;

•

Met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen door de risicovolle transportleidingen N-507-27 en N-507-50 geldt een invloedsgebied (1% letaliteit) van 70 en 140 meter;

•

Het wijzigen van de bestemming bedrijventerrein naar o.a. wonen, maatschappelijk en dienstverlening is niet in strijd met de beleidsregel externe veiligheid van de gemeente Groningen.

Groepsrisico •

Het berekende groepsrisico in de huidige situatie voor de transportleidingen N-507-27 en N-507-50, de provinciale weg N370 en de spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd is gelegen onder de oriënterende waarde;

•

Voor de toekomstige situatie geldt dat het groepsrisico, door invulling te geven aan de structuurvisie Suikerfabriekterrein te Groningen, voor de transportleidingen N-507-27 en N-507-50, de provinciale weg N370 en de spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd toeneemt maar is gelegen onder de oriënterende waarde.

•

Toekomstige situatie aangevuld met mogelijke/eventuele grootschalige publiekstrekker Voor de toekomstige situatie heeft de gemeente Groningen aangegeven om een gevoeligheidsanalyse uit te voeren naar de gevolgen van een mogelijke/eventuele grootschalige publiekstrekker op het Voorterrein. In de risicoberekeningen voor de spoorlijn Groningen Oost – Sauwerd, de provinciale weg N370 en de hogedrukaardgastransportleidingen N-507-27 en N-507-50 is op het Voorterrein een grootschalige publiekstrekker (1 maar per maand 20.000 personen) opgenomen. Het resultaat van het toevoegen van een grootschalige publiekstrekker op het “Voorterrein” is dat het berekende groepsrisico niet wijzigt ten opzichte van de situatie zonder grootschalige publiekstrekker op het “Voorterrein”.

Zaaknummer Z2019-00008528

Pagina: 24/24

Bijlage 5B

Externe veiligheid Deelgebied Noord (ODG, 10 oktober 2019)

Advies externe veiligheid Extern Advies Datum

10-10-2019

Aan

Dhr. M. de Vries

Zaaknummer

Z2019-00002878

Opsteller

Patrick van Lennep

Bevoegd gezag

Groningen (Stad)

Collegiale toetser

Alfred Drenth

Kenmerk BG

Onderwerp

Advies externe veiligheid Suikerfabriekterrein Noord te Groningen

1. Inleiding De gemeente Groningen heeft de Omgevingsdienst Groningen gevraagd om voor het voornemen tot het opstellen van een bestemmingsplan Suikerfabriekterrein Noord te Groningen de situatie voor het aspect externe veiligheid inzichtelijk te maken.

1.1 Ligging plangebied De begrenzing van het plangebied is aangegeven in onderstaande figuur.

Figuur 1: Plangebied Suikerfabriekterrein Noord te Groningen In hoofdstuk 2 worden de achtergronden van het externe veiligheidsbeleid besproken. Hierin worden onder andere de begrippen plaatsgebonden risico (PR), groepsrisico (GR) en de verantwoordingsplicht toegelicht. Hoofdstuk 3 bevat het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de relevante risicobronnen voor het bestemmingsplan beschreven en in hoofdstuk 5 wordt de groepsrisico verantwoording beschreven. En als laatste wordt in hoofdstuk 6 de conclusie opgenomen.

2. Externe Veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is dit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor transportroutes het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor hogedruk aardgastransportleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.

2.1

Plaatsgebonden risico (PR)

Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die

Advies externe veiligheid

plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10 -6/jaarcontour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaarcontour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Dit betekent dat beperkt kwetsbare objecten alleen zijn toegestaan als daarvoor voldoende motivatie is gegeven.

2.2

Groepsrisico (GR)

Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet grafisch op een kaart worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de z.g. fN-curve.

Figuur 2: Weergave plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico

2.3

Verantwoordingsplicht

In de wet -en regelgeving is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Aandacht aan de verantwoording moet worden gegeven wanneer het groepsrisico boven de oriëntatiewaarde ligt of wanneer het groepsrisico (significant) toeneemt. De oriëntatiewaarde is een richtwaarde waar het bevoegd gezag zich zoveel mogelijk aan moet houden, maar men mag hiervan wel goed onderbouwd afwijken. Bij de verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van deze kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten zoals mogelijke bronmaatregelen, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De eindafweging (vertaald in een ruimtelijke onderbouwing) kan pas worden gemaakt wanneer ook het advies van de Veiligheidsregio Groningen is ingewonnen.

Figuur 3: Elementen verantwoordingsplicht groepsrisico

Zaaknummer Z2019-00002878

Pagina: 2/14

Advies externe veiligheid

3. Beleidskader Om de externe veiligheidsrisico’s te beheersen heeft de rijksoverheid een aantal besluiten opgesteld die leidend zijn voor externe veiligheidstaken van de provincie en gemeenten. Het gaat daarbij om wet- en regelgeving waarin risiconormen zijn gesteld voor respectievelijk inrichtingen, transport van gevaarlijke stoffen en buisleidingen.

3.1

Risicobedrijven

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) bevat veiligheidsnormen voor bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het Bevi verplicht gemeenten en provincies rekening te houden met de externe veiligheid als ze een milieuvergunning verlenen of een bestemmingsplan maken.

3.2

Vervoer gevaarlijke stoffen

Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is vergelijkbaar met het Bevi en bevat risiconormen voor transportroutes (spoor, weg en waterwegen). Op basis van het Bevt moet rekening worden gehouden met het Landelijk Basisnet (verder: Basisnet) voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Uitgangspunt van het Basisnet is dat door het vastleggen van veiligheidszones de gebruiksruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en ruimtelijke ontwikkelingen op elkaar kunnen worden afgestemd. Provincies kunnen een eigen Basisnet vastleggen; dat is ook binnen de provincie Groningen het geval. 3.2.1

Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen

Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt plaats via het spoor, over de weg en het water. Met het Basisnet water, weg en spoor worden risicoplafonds vastgesteld voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en worden randvoorwaarden aan de ruimtelijke ordening gesteld. In het Basisnet wordt een maximum opgelegd aan de PR 10-6. Deze PR 10-6 kan daarmee niet meer ongelimiteerd groeien. De plaatsgebonden risico contour vormt de grens van de gebruiksruimte voor het vervoer en tevens de grens van de veiligheidszone. Een veiligheidszone is een zone langs wegen, hoofdspoorwegen en/of binnenwateren waarbinnen geen nieuwe kwetsbare objecten zijn toegestaan. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn hier alleen in uitzonderingsgevallen toegestaan. De veiligheidszone wordt gemeten vanaf het hart van de spoorbundel, het midden van de weg of op de referentiepunten gelegen op de begrenzingslijnen van de vaarweg. In het kader van de ruimtelijke ordening dient de afstand die voor de veiligheidszone in het Basisnet is vastgesteld te worden gehanteerd en wordt niet meer berekend. Het groepsrisico daarentegen dient wel te worden berekend en wordt daarbij de maximale benutting van groeiruimte voor het vervoer toegepast die in de bijlage van het Basisnet is vastgelegd.

Daarnaast moet voor bepaalde transportmodaliteiten met veel vervoer van zeer brandbare en toxische vloeistoffen in het Basisnet rekening worden gehouden met een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Een PAG is een gebied tot 30 meter aan weerszijden van de spoorbaan (en erboven) en 30 meter gemeten vanaf de rechter rand van de rijstrook van de (rijks)weg of het spoor waarbinnen, bij realisatie van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Plasbranden kunnen ontstaan wanneer brandbare vloeistoffen ten gevolge van een ongeluk of calamiteit kunnen weglekken uit een tankwagen/wagon en tot ontbranding kunnen komen. 3.2.2

Provinciaal basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen

Het provinciaal basisnet Groningen is het antwoord op de Nota Vervoer gevaarlijke stoffen waarin een borging van risicoafstanden als gevolg van transporten van gevaarlijke stoffen wordt aangekondigd. Het doel is om deze transportroutes vast te leggen en een systeem te creëren waarbij rekening kan worden gehouden met de dynamiek van transport en toekomstige groei. Om dit te bereiken zijn in de Geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019 (hierna Omgevingsverordening genoemd) rondom een aantal aangewezen transportroutes (de grotere weg-, spoor- en waterinfrastructuur) veiligheidszones opgenomen. Onderstaand worden de zones weergegeven:

Zaaknummer Z2019-00002878

Pagina: 3/14

Advies externe veiligheid

Veiligheidszone 1 provinciale wegen: Zone langs wegen in verband met plaatsgebonden risico (PR

•

max) provinciale wegen. Gemeten vanaf het midden van de buitenste weg kanten; Veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciaal basisnet Groningen: Bevat een nadere verantwoording

•

van het groepsrisico en biedt inzicht in de manier waarop rekening is gehouden met het advies van de Veiligheidsregio Groningen. Wordt gemeten vanaf de buitenrand van de transportroute; Veiligheidszone 3 transport: Veiligheidszone rondom wegen en spoorwegen in verband met de

•

bescherming van minder zelfredzame personen. Deze zone is bepaald op 30 meter gemeten vanaf de buitenste wegkanten van de wegen vanaf de buitenste spoorstaven van de spoorbundel voor het doorgaand verkeer.

3.3

Buisleidingen

Voor het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn de normen voor externe veiligheid in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vastgelegd. De regels voor buisleidingen zijn op basis van het Bevb uitgewerkt in de Ministeriële regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Ook het Bevb is op dezelfde wijze opgesteld als het Bevi. Het Bevb stelt verplicht om bij onder andere het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de externe veiligheidsaspecten. 3.3.1

Belemmeringenstrook

In elk bestemmingsplan wordt ruimte gereserveerd voor onderhoud aan de leiding door middel van een belemmeringenstrook van minimaal 4 of 5 meter aan weerszijden van de leiding met een bouwverbod en een aanlegvergunningenstelsel. De afstand wordt gemeten vanuit het hart van de leiding. Voor een hogedrukaardgasleiding die valt onder de werkingssfeer van het Bevb (inwendige diameter ≥ 50 mm, druk 16 bar tot en met 40 bar) geldt een belemmeringenstrook van 4 meter. Voor aardgasleidingen met een druk > 40 bar bedraagt de belemmeringenstrook 5 meter.

3.4

Beleidsregel Externe veiligheid gemeente Groningen

In januari 2010 heeft de gemeente Groningen eigen externe veiligheidsbeleid vastgesteld. Hierin geeft de gemeente Groningen aan, hoe zij binnen haar grenzen met het milieuaspect externe veiligheid om wil gaan. In de visie worden randvoorwaarden geformuleerd voor nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast bevat de visie een afwegingskader voor de initiatieffase van nieuwe ontwikkelingen.

4. Ruimtelijke inventarisatie 4.1

Suikerfabriekterrein Noord

De gemeente Groningen is voornemens om voor het Suikerfabriekterrein Noord een nieuw bestemmingsplan op te stellen en vast te stellen. In de huidige situatie heeft het terrein de bestemming bedrijventerrein. In het nieuw op te stellen bestemmingsplan voor het Suikerfabriekterrein Noord zoals deze is weergegeven in figuur 1 is de gemeente voornemens om hier bv. woonfuncties te realiseren maar ook wonen en werken, maatschappelijke en dienstverlenende functies.

4.2

Risicovolle inrichtingen

Binnen/nabij het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen waarvan het invloedsgebied is gelegen over het plangebied.

4.3

Risicovolle transportroutes

In de nabijheid van het plangebied is de volgende risicobron, alsmede de bronnen die invloed hebben op het plangebied, geïnventariseerd. Soort Transport

Risicobron

Wet- en regelgeving

Spoorlijn Groningen Oost -

Basisnet

Sauwerd Provinciale weg N370

Geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019

Tabel 1: Risicobronnen

Zaaknummer Z2019-00002878

Pagina: 4/14

Advies externe veiligheid

4.3.1

Plaatsgebonden risico transport

Voor de spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd is het risico berekend. Voor de vervoerscijfers is gebruik gemaakt van de aantallen genoemd in het Basisnet. De spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd kent, ter hoogte van het plangebied, volgens het Basisnet een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van 5 meter. De afstand van het spoortraject tot het plangebied is 690 meter. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de spoorlijn reikt niet tot het plangebied en daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico. 4.3.2

Veiligheidszone 1 provinciale wegen Geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019

Voor de provinciale weg N370 is het risico berekend. Voor de N370 zijn voor de vervoerscijfers gebruik gemaakt van de referentiewaarden getelde provinciale wegen zoals deze zijn opgenomen in de geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019 (hierna Omgevingsvergunning genoemd). Voor de N370 is in de Omgevingsverordening aangegeven dat een plaatsgebonden risico 10-6 contour is berekend van 12 meter en dat de vastgestelde veiligheidszone 1 provinciale wegen (PRmax) niet van toepassing is voor de N370. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico. 4.3.3

Plasbrandaandachtsgebied Basisnet, veiligheidszone 3 transport en Beleidsregel externe veiligheid gemeente Groningen

4.3.3.1 Plasbrandaandachtsgebied Basisnet In het Basisnet is een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter aangegeven (gemeten vanaf de rand van de infrastructuur). Het bevoegd gezag vermeldt de redenen die er toe hebben geleid om in dat gebied nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toe te laten, gelet op de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare vloeistoffen. In de regeling Basisnet is voor de spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd aangegeven dat hier een plasbrandaandachtsgebied aanwezig is. De afstand van het plangebied tot de spoorlijn Groningen Oost Sauwerd is circa 690 meter. Dit is buiten de PAG.

4.3.3.2 Veiligheidszone 3 transport geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019 In de Omgevingsverordening is opgenomen dat voor de provinciale weg N370 en de spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd een veiligheidszone 3 transport geldt. Voor deze zone geldt een afstand van 30 meter. Een plan voorziet niet in de bouw van nieuwe objecten of het gebruik van bestaande objecten voor minder zelfredzame personen binnen deze 30 meter. De spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd is gelegen buiten het plangebied op een afstand van circa 690 meter. De veiligheidszone 3 transport reikt niet tot in het plangebied. De veiligheidszone 3 transport van het spoor vormt geen belemmering voor onderhavig plan. De provinciale weg N370 is gelegen buiten het plangebied op een afstand van circa 640 meter. De veiligheidszone 3 transport reikt niet tot in het plangebied. De veiligheidszone 3 transport van de N370 vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

4.3.3.3 Plasbrandaandachtsgebied Beleidsregel externe veiligheid gemeente Groningen In de beleidsregel externe veiligheid van de gemeente Groningen is aangegeven dat nieuwe ontwikkelingen binnen het plasbrandaandachtsgebied (PAG) in beginsel ongewenst is. Nieuwbouw wordt hier zoveel mogelijk voorkomen. In slechts zwaarwegende gevallen kan nieuwbouw binnen het PAG plaatsvinden. Elke ontwikkeling gaat gepaard met het treffen van fysieke maatregelen.

Zaaknummer Z2019-00002878

Pagina: 5/14

Advies externe veiligheid

In onderhavige situatie reikt het plasbrandaandachtsgebied niet tot het plangebied. De beleidsregel externe veiligheid gemeente Groningen vormt geen belemmering voor onderhavig plan. 4.3.4

Groepsrisico transport

Algemeen In de Handleiding risicoanalyse transport (HART, versie 1.2, 11 januari 2017, Rijkswaterstaat) is bepaald tot welke afstand bevolking invloed kan hebben op het resultaat van het groepsrisico. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens. Volgens de handleiding is voor de berekening van het groepsrisico inzicht nodig in de personendichtheden binnen het invloedsgebied van de maatgevende stof ter hoogte van het plangebied. In onderstaande tabel is de maatgevende stof, het invloedsgebied en de afstand van het onderhavige plangebied tot de spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd en de provinciale weg N370 weergegeven: Traject

Maatgevende stof

Invloedsgebied (m)

Afstand tot locatie in m

Spoorlijn Groningen

B3

4000

circa 690

LT2

880

circa 640

Oost - Sauwerd Provinciale weg N370

Tabel 2: Maatgevende stof, invloedsgebied en afstand tot plangebied In artikel 8 van het Bevt staat dat wanneer een bestemmingsplan of omgevingsvergunning betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen een afstand van 200 meter van een transportroute, het groepsrisico dient te worden verantwoord. Indien het plangebied is gelegen op een grotere afstand dan 200 meter, maar wel binnen het invloedsgebied van de transportroute, kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Het plangebied ligt buiten 200 meter van de spoorlijn en binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd. Gelet hierop geldt een beperkte verantwoording van het groepsrisico. In artikel 2.23.3 lid 1 van de geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019 staat dat wanneer een bestemmingsplan betrekking heeft op de op kaart 3 aangegeven ‘veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen' een nadere verantwoording van het groepsrisico bevat en biedt inzicht in de manier waarop rekening is gehouden met het advies van de Veiligheidsregio Groningen. Indien het plangebied op een afstand van minimaal 200 meter van de betreffende infrastructuur en binnen de op kaart 3 aangegeven ‘veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen' is gelegen kan worden volstaan met een beperkte groepsrisico verantwoording.

Het plangebied ligt buiten 200 meter van de N370 en binnen de "veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen" zoals deze op kaart 3 van de Omgevingsverordening is opgenomen. Gelet hierop kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

4.4

Risicovolle transportleidingen

In het plangebied bevindt zich een buisleiding met een werkdruk van 40 bar of hoger, van de Gasunie, welke relevant zijn voor externe veiligheid. 4.4.1

Uitgangspunten

De risicoberekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma CAROLA versie 1.0.0.52 en parameterbestand 1.3. CAROLA is in opdracht van de Nederlandse overheid ontwikkeld, specifiek ter bepaling van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van aardgasbuisleidingen.

Zaaknummer Z2019-00002878

Pagina: 6/14

Advies externe veiligheid

4.4.2

Leidinggegevens

Voor de berekening van het groepsrisico is het invloedsgebied en de begrenzing van het plangebied bepalend. Er is uitgegaan van de begrenzing van het plangebied, zoals weergegeven in figuur 1. Op basis van deze begrenzing van het plangebied is door de N.V. Nederlandse Gasunie een opgave gedaan van de aanwezige leidingen. De relevante leidinggegevens, zoals beschikbaar gesteld op 8 maart 2019 door de Gasunie, zijn in onderstaande tabel weergegeven. Plangebied Suikerfabriekterrein

Leidingnaam N-507-50

Diameter

Druk

Invloedsgebied

[mm]

[bar]

1% letaal [m]

100% letaal [m]

40

140

70

323,8

Exploitant Gasunie

Noord Groningen Tabel 3: Leidingparameters aardgasleiding 4.4.3

Plangebied Suikerfabriekterrein Noord Groningen

De leiding N-507-50 is vanwege de omvang van het invloedsgebied bepalend voor het groepsrisico en is in onderstaande figuur 4 weergegeven.

Figuur 4: relevante risicovolle transportleiding 4.4.4

Bevolkingsgegevens

Op basis van de door de leidingexploitanten geleverde leidingdata en de begrenzing van het plangebied is in overeenstemming met de Handleiding Bevb het relevante interessegebied langs de buisleiding vastgesteld. De gegevens over het aantal personen binnen het invloedsgebied is met behulp van de BAG populatieservice opgehaald en medio maart 2019 ontvangen. De BAG populatieservice levert populatiebestanden voor groepsrisicoberekeningen met Safeti.NL, RBMII en CAROLA. 4.4.5

Plaatsgebonden risico

Het plaatsgebonden risico wordt bepaald door het product dat via de buisleiding wordt getransporteerd, de druk van de leiding, de diameter alsmede de diepteligging van de leiding. Conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) zijn door de Gasunie de leidingdata ter beschikking gesteld. Uit de risicoberekeningen met het programma CAROLA blijkt dat de aanwezige ondergrondse aardgasleiding geen PR 10-6 contour hebben. Buisleidingen met een druk tot 40 bar moet rekening worden gehouden met een belemmeringenstrook aan weerszijden van de leiding van 4 meter. Buisleidingen met een druk van 40 bar of meer hebben een belemmeringenstrook van 5 meter. Binnen de belemmeringenstrook mag niet worden gebouwd. Op grond van het Bevb leveren deze buisleidingen geen knelpunt voor het plaatsgebonden risico op.

Zaaknummer Z2019-00002878

Pagina: 7/14

Advies externe veiligheid

4.4.6

Groepsrisico

Van de aardgasleiding is het groepsrisico met het rekenprogramma CAROLA berekend. Het groepsrisico is gedefinieerd als het risico dat met een leidinglengte van 1 kilometer samenhangt. De mate waarin dit groepsrisico de oriëntatiewaarde nadert (of zelfs overschrijdt), wordt uitgedrukt in een overschrijdingsfactor. Als deze factor kleiner is dan 1, dan wordt de oriëntatiewaarde niet overschreden. Is zij groter dan 1, dan duidt dit op een overschrijding van de oriëntatiewaarde. 4.4.7

Hogedrukaardgasleiding

Van de leiding N-507-50 is in onderstaand figuur 5 de voor de maatgevende kilometer het hoogste berekende groepsrisico weergegeven voor de huidige situatie. Op basis van het berekende groepsrisico is van de desbetreffende leiding, voor de maatgevende kilometer, een groepsrisicoscreening gemaakt en weergegeven in figuur 6.

Figuur 5: groepsrisico maatgevende kilometer leiding N-507-50 huidige situatie

Figuur 6: Groepsrisico leiding N-507-50 huidige situatie Figuur 6 laat voor de maatgevende kilometer van de leiding het berekende groepsrisico zien in de huidige situatie. Het groepsrisico wordt naast de populatie binnen het plangebied bepaald door de populatie ten noorden en zuiden van Suikerfabriekterrein Noord te Groningen. Het berekende groepsrisico ligt onder de oriëntatiewaarde.

Zaaknummer Z2019-00002878

Pagina: 8/14

Advies externe veiligheid

Toekomstige situatie In deze "worst-case" berekening is in het plangebied Suikerfabriekterrein Noord in populatiepolygonen onderstaande bezetting toegevoegd: 700 personen wonen oostzijde leiding nieuwe situatie; 1550 personen wonen westzijde leiding nieuwe situatie; 500 personen werken oostzijde leiding nieuwe situatie; 500 personen werken westzijde leiding nieuwe situatie.

Figuur 7: groepsrisico maatgevende kilometer leiding N-507-50 met invulling Suikerfabriekterrein Noord te Groningen

Figuur 8: Groepsrisico leiding N-507-50 met invulling Suikerfabriekterrein Noord te Groningen Figuur 8 laat voor de maatgevende kilometer van de leiding het berekende groepsrisico zien met invulling Suikerfabriekterrein Noord te Groningen. Het berekende groepsrisico ligt onder de oriëntatiewaarde. 4.4.8

Aandachtsgebied 'omgeving bestaande risicobronnen' beleidsregel externe veiligheid van de gemeente Groningen

In de beleidsregel externe veiligheid van de gemeente Groningen is aangegeven dat in een ideale situatie de gemeente Groningen elke toename van het groepsrisico willen voorkomen. Echter een groot deel van het invloedsgebied rondom de inrichtingen, rijkswegen en het spoor overlapt het stedelijk gebied. Het betreft een zone met vele stedelijke functies en een hoge dynamiek. Ontwikkelingen zijn hier niet alleen gewenst maar ronduit noodzakelijk. Vanuit dit gegeven heeft de gemeente Groningen binnen dit type aandachtsgebied een toename van het groepsrisico in beginsel acceptabel geacht, mits er een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico plaatsvindt met aandacht voor alle aspecten en in het bijzonder voor risico reducerende maatregelen.

Zaaknummer Z2019-00002878

Pagina: 9/14

Advies externe veiligheid

In onderhavige situatie zullen functies als wonen, maatschappelijk en dienstverlenend gerealiseerd worden binnen het plangebied Suikerfabriekterrein Noord op circa 10 meter afstand van de dichtstbijzijnde aardgastransport leiding N-507-50. In paragraaf 4.3.2 "Aandachtsgebied omgeving bestaande risicobronnen van de beleidsregels externe veiligheid gemeente Groningen" zijn de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden aangegeven: Veiligheidsaspect

Standpunt Groningen

Toename GR

Acceptabel, mits14

Overschrijding OW

Niet acceptabel15

14: De toename mag niet leiden tot overschrijding van de oriëntatiewaarde. Elke toename dient te worden verantwoord. 15: Hierbij gaat het om nieuwe overschrijdingen als gevolg van potentiële ontwikkelingen. Soms is in de bestaande

situatie al sprake van een overschrijding van de OW. Deze situaties worden gerespecteerd.

Het voornemen van de gemeente Groningen om de bestemming bedrijventerrein te wijzigen naar o.a. wonen, maatschappelijk en dienstverlening veroorzaakt een wijziging van het berekende groepsrisico van de aardgastransport leiding N-507-50. Echter de wijziging zorgt niet voor een overschrijding van de oriënterende waarde van de leiding. Gezien vorenstaande is het wijzigen van de bestemming bedrijventerrein naar oa. wonen, maatschappelijk en dienstverlening niet in strijd met de beleidsregel externe veiligheid van de gemeente Groningen.

5. Verantwoording groepsrisico 5.1 Risicovolle transportleiding In het Besluit externe veiligheid buisleidingen is in artikel 12 eerste lid opgenomen dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op grond waarvan de aanleg van een buisleiding of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object wordt toegelaten, wordt tevens het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding verantwoord. In de toelichting bij het besluit wordt vermeld: a)

de aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken;

b)

het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-4 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar;

c)

indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door de exploitant van de buisleiding die dat risico mede veroorzaakt;

d)

andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan;

e)

de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst;

f)

de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval;

g)

de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet.

Zaaknummer Z2019-00002878

Pagina: 10/14

Advies externe veiligheid

De verantwoordingsplicht van het groepsrisico wordt integraal voor het gehele plan ingevuld.

5.2 Dichtheid personen Het plangebied van Suikerfabriekterrein Noord te Groningen bestaat in de huidige situatie uit de bestemming bedrijventerrein. Voor de risicoberekening van de transportleiding N-507-50 is de bezetting in de bestemming bedrijventerrein verwijdert en is bebouwing voor wonen en werken toegevoegd met een "worst-case" bezetting van 700 personen wonen aan de oostzijde van de leiding, 1550 personen wonen aan de westzijde van de leiding, 500 personen werken aan de oostzijde van de leiding en 500 personen werken aan de westzijde van de leiding nieuwe situatie. De personendichtheid aan de west -en oostzijde van de transportleiding N-507-50, en binnen het invloedsgebied van de transportleiding, is te kenmerken als stedelijk gebied met een hoge personendichtheid.

5.3 Omvang groepsrisico Het berekende groepsrisico voor de transportleiding N-507-50 ligt onder de oriëntatiewaarde.

5.4 Maatregelen ter beperking van het groepsrisico Bronmaatregelen zijn gericht op verlaging van het groepsrisico van een calamiteit bij een risicobron. Bronmaatregelen zijn echter niet te treffen in de onderhavige ruimtelijke procedure.

5.5 Mogelijkheden voor ontwikkelingen met lager groepsrisico Varianten waardoor het groepsrisico niet of in beperkte mate toeneemt, zijn: •

Geen vervoer van gevaarlijke stoffen door de transportleiding N-507-50 (bron maatregel);

•

Het plangebied op grotere afstand van de risicobronnen situeren;

•

Andere functies binnen de plangebieden, waarbij objecten met minder personen zijn voorzien.

Voor het eerste punt kan worden opgemerkt dat dit in het kader van deze procedure niet kan worden beslist. Wat betreft het tweede aandachtpunt geldt dat voor invulling van het plangebied gekozen is op andere gronden dan alleen het aspect externe veiligheid. De keuze voor dit alternatief wordt in de ruimtelijke onderbouwing toegelicht en komt hier niet verder aan de orde. Ten aanzien van het laatste punt kan worden gesteld dat hier specifiek gekozen is voor een invulling met wonen, wonen en werken, maatschappelijke en dienstverlenende functies in het plangebied.

5.6 Advies Veiligheidsregio Groningen In het kader van externe veiligheid is de Veiligheidsregio Groningen verzocht om advies uit te brengen op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De door Veiligheidsregio Groningen geformuleerde bevindingen en adviezen zijn op 18 juli 2019 ontvangen als tekstvoorstel in deze veiligheidsstudie overgenomen en hieronder weergegeven. 5.6.1

Regels en verbeelding van het bestemmingsplan

Ten aanzien van de regels en verbeelding van het bestemmingsplan wil Veiligheidsregio Groningen de onderstaande punten onder de aandacht te brengen. De hogedruk aardgastransportleiding loopt door het plangebied. Deze leiding kent een invloedsgebied waar dodelijke slachtoffers kunnen vallen in een zone van 70 meter aan weerszijden van het hart van de leiding. Vanuit het scenario is het gewenste handelingsperspectief om te vluchten. Verminderd zelfredzame personen kunnen echter minder goed tot niet vluchten en zich daarmee minder tot niet zelfstandig in veiligheid brengen.

Zaaknummer Z2019-00002878

Pagina: 11/14

Advies externe veiligheid

Veiligheidsregio Groningen adviseert u daarom in de regels van het bestemmingsplan uit te sluiten dat functies voor verminderd zelfredzame personen gevestigd kunnen worden in een gebied van 70 meter aan weerszijden van het hart van de leiding. 5.6.2

Beheersbaarheid bij risicobronnen

Bij beheersbaarheid gaat het om de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit. Om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken, is het van belang dat de hulpverleningsdiensten niet worden belemmerd in de uitvoering van hun taken. Om de bestrijdbaarheid goed te kunnen beoordelen is gekeken naar de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen bij de

risicobronnen. Om te bepalen of voldoende bluswater beschikbaar is, zijn zowel de aanwezigheid van primaire (brandkranen) als secundaire (open water) bluswatervoorzieningen beoordeeld. De handleiding ‘Bereikbaarheid en bluswatervoorziening regio Groningen B&B’ (Veiligheidsregio Groningen, juli 2013) geldt als uitgangspunt voor de beoordeling van de bereikbaarheid en bluswatervoorziening.

Hogedruk aardgasleiding In geval van een calamiteit spuit aardgas onder hoge druk uit de leiding. Dit geeft in de meeste gevallen een fakkelbrand. Voor de brandweer bestaat geen bestrijdingsstrategie om de bron te doven. De Gasunie zal op afstand de leiding afsluiten, waarna het gas moet opbranden en de fakkelbrand dooft. De rol van de brandweer beperkt zich tot het afzetten van de omgeving, zo mogelijk het redden van de slachtoffers, het koelen van de omgeving en het bestrijden van secundaire branden. Binnen 70 meter van het nieuwe leidingtracé liggen objecten waar secundaire branden bestreden moeten worden in geval van een calamiteit. Deze objecten zijn goed bereikbaar. Ten behoeve van het bestrijden van deze branden is het de verwachting dat in de omgeving voldoende bluswater beschikbaar gaat zijn.

Provinciale weg N370 Bij een incident op de weg is de incidentlocatie door hulpdiensten voldoende snel te bereiken om te kunnen optreden. Langs het relevante tracé van deze weg zijn vrijwel geen bluswatervoorzieningen. Aanvullende bluswatervoorzieningen langs deze weg zijn ons inziens echter niet realistisch in het kader van deze planontwikkeling.

Spoorlijn Groningen Noord - Sauwerd Bij een incident op de spoorlijn is de incidentlocatie door hulpdiensten meestal niet snel te bereiken om te kunnen optreden. Langs het relevante tracé van deze spoorlijn zijn geen bluswatervoorzieningen. Aanvullende maatregelen voor de bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen langs de spoorlijn zijn ons inziens echter niet realistisch in het kader van deze planontwikkeling. 5.6.3

Zelfredzaamheid bij incidenten met gevaarlijke stoffen

Bij zelfredzaamheid gaat het om de mogelijkheden voor personen om zichzelf in veiligheid te brengen. Belangrijk aspect hierbij is, dat zij kunnen vluchten zonder daadwerkelijke hulp van de hulpverleningsdiensten. De zelfredzaamheid van de aanwezige personen is beoordeeld op de aspecten zelfredzaam vermogen, de mogelijkheden tot vluchten of schuilen en de alarmeringsmogelijkheden.

Zelfredzaam vermogen Zoals eerder al aangegeven adviseert Veiligheidsregio Groningen u in de regels van het bestemmingsplan uit te sluiten dat functies voor verminderd zelfredzame personen gevestigd kunnen worden in een gebied van 70 meter aan weerszijden van het hart van de leiding.

Mogelijkheden tot vluchten of schuilen De mogelijkheden tot zelfredzaamheid worden bepaald door het type van incident.

Zaaknummer Z2019-00002878

Pagina: 12/14

Advies externe veiligheid

Bij een incident met toxische stoffen bij de weg en de spoorlijn is schuilen in een adequate afsluitbare ruimte de beste optie. Om goed te schuilen dient, indien aanwezig, de automatische ventilatie uitgezet te worden. Verder moeten deuren en ramen gesloten worden. U heeft aangegeven dat het niet aannemelijk is dat de vergunning voor het bouwen van de woningen verleend wordt voor 1 jan 2021. Vanaf die datum is het Besluit bouwwerken leefomgeving (van de Omgevingswet) van kracht. Dit besluit regelt reed dat een mechanisch ventilatiesysteem een voorziening heeft waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit (Bbl 4.124 d). Indien de bouwvergunningen verleend gaan worden vóór 1 jan 2021 (of de wetgeving later van kracht wordt) adviseren we u deze regel op te nemen in het bestemmingsplan. Bij een incident met de buisleiding kan een gaswolkontsteking gevolgd door een langdurige fakkelbrand optreden. Het gewenste handelingsperspectief is direct vluchten. Wij adviseren u in dit geval bronmaatregelen te treffen om de kans op het incident te verlagen. Deze maatregelen zijn veel kosteneffectiever en risico-effectiever dan andere maatregelen, zoals afstand creëren tussen de leiding en de bebouwing of maatregelen aan de bebouwing zelf.

Veiligheidsregio Groningen adviseert u bronmaatregelen te nemen in relatie tot de hogedruk aardgasleiding. Voor het complete advies van de Veiligheidsregio Groningen wordt verwezen naar de brief van 30 augustus 2019 met zaaknummer Z/19/029806.

6. Conclusie De Omgevingsdienst Groningen heeft een externe veiligheidsonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het Suikerfabriekterrein Noord te Groningen. In het geldende bestemmingsplan heeft het Suikerfabriekterrein Noord de bestemming bedrijventerrein. In het nieuw op te stellen en vast te stellen bestemmingsplan zal de bestemming bedrijventerrein komen te vervallen en is gemeente voornemens om hier bv. woonfuncties te realiseren maar ook wonen en werken, maatschappelijke en dienstverlenende functies. Hiervoor is het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van risicovolle inrichtingen, risicovolle transportassen en risicovolle transportleidingen beoordeelt. De belangrijkste constateringen en te nemen maatregelen voor de verantwoording van het groepsrisico kunnen als volgt worden samengevat. •

In en in de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle (Bevi) inrichtingen gelegen waarvan het invloedsgebied reikt tot over het plangebied;

•

De spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd kent ter hoogte van het plangebied, volgens het Basisnet een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van 5 meter. De afstand van het spoortraject tot het plangebied is 690 meter. De plaatsgebonden risicocontour reikt niet tot het plangebied. Hierdoor is dit aspect niet relevant;

•

De spoorlijn is gelegen op een afstand van 690 meter afstand van het plangebied. Het plasbrandaandachtsgebied en de veiligheidszone 3 transport reiken niet tot in het plangebied. Hierdoor is dit aspect niet relevant;

•

De spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd heeft een invloedsgebied van 4000 meter en ligt over het plangebied;

•

De provinciale weg N370 kent ter hoogte van het plangebied, volgens de geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019, een plaatsgebonden risicocontour 10 -6 van 12 meter. De vastgestelde veiligheidszone 1 provinciale wegen (PRmax) voor de provinciale weg N370 is niet van toepassing;

•

De provinciale weg N370 is gelegen op een afstand van 640 meter afstand van het plangebied. De veiligheidszone 3 transport van de provinciale weg N370 reikt niet tot in het plangebied. Hierdoor is dit aspect niet relevant;

Zaaknummer Z2019-00002878

Pagina: 13/14

Advies externe veiligheid

•

Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de provinciale weg N370 geldt een veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen van 880 meter. De veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen voor de provinciale weg N370 is gelegen over het plangebied;

•

De risicovolle transportleiding N-507-50 heeft geen plaatsgebonden risico 10-6 contour buiten de belemmeringenstrook;

•

Met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen door de risicovolle transportleiding N-507-50 geldt een invloedsgebied (1% letaliteit) van 70 meter;

•

Het wijzigen van de bestemming bedrijventerrein naar o.a. wonen, maatschappelijk en dienstverlening is niet in strijd met de beleidsregel externe veiligheid van de gemeente Groningen.

Groepsrisico •

Het berekende groepsrisico in de huidige situatie voor de transportleiding N-507-50 is gelegen onder de oriënterende waarde;

•

Voor de toekomstige situatie geldt dat het groepsrisico, door invulling te geven aan het plan Suikerfabriekterrein Noord te Groningen, voor de transportleiding N-507-50 toeneemt maar onder de oriënterende waarde ligt.

Ongeacht de inzet van de gemeente Groningen en de hulpverleningsdiensten om de situatie zo veilig mogelijk te maken zal er altijd sprake zijn van een restrisico. Immers, de kans op een ongeval, hoe klein dan ook, blijft altijd aanwezig. Geadviseerd wordt om invulling te geven aan het advies van de Veiligheidsregio Groningen. Alles overwegende wordt geconcludeerd dat vanuit oogpunt van externe veiligheid het verantwoord is om het bestemmingsplan Suikerfabriekterrein Noord te Groningen vast te stellen. Het restrisico is in dit kader aanvaardbaar.

Zaaknummer Z2019-00002878

Pagina: 14/14

Bijlage 6:

Bodemkwaliteit en archeologie (Tauw-RAAP, 22 juni 2017)

Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen

Bodem, archeologie, niet-gesprongen explosieven

22 juni 2017

Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen

Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL

Verantwoording Titel Opdrachtgever Projectleider Auteurs Terreininspectie Kostenraming Projectnummer Aantal pagina's Datum Handtekening

Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen Gemeente Groningen Suzan Vaessen Sanne Bink en Annelies Voogt Anne Hajes (BRL-certificaat K54913) Patrick Buzing, Martin Roelfs 1249785 48 (exclusief bijlagen) 22 juni 2017 Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon Tauw bv BU Meten, Inspectie & Advies W.A. Scholtenstraat 3a Postbus 722 9400 AS Assen Telefoon +31 59 23 91 30 0

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem worden gebruikt voor het doel waarvoor het is vervaardigd met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Tauw. Kwaliteit en verbetering van product en proces hebben bij Tauw hoge prioriteit. Tauw hanteert daartoe een managementsysteem dat is gecertificeerd dan wel geaccrediteerd volgens: -

NEN-EN-ISO 9001

Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen

5\48

Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL

6\48

Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen

Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL

Inhoud Verantwoording en colofon .......................................................................................................... 5 1

Inleiding .......................................................................................................................... 9

1.1 1.2

Aanleiding........................................................................................................................ 9 Scope van de knelpuntenanalyse.................................................................................... 9

2

Introductie onderzoekslocatie .................................................................................... 10

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2

Algemeen ...................................................................................................................... 10 Historische gegevens .................................................................................................... 11 Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................................. 12 Bodemopbouw............................................................................................................... 12 Geohydrologie ............................................................................................................... 13

3

Methode knelpuntenanalyse ....................................................................................... 14

3.1

Informatie verzamelen ................................................................................................... 14

3.2 3.3 3.4

Beschrijving knelpunten bodem ..................................................................................... 15 Beschrijving knelpunten archeologie ............................................................................. 16 Beschrijving knelpunten vanuit OCE ............................................................................. 16

3.5

Knelpuntenanalyse en vervolgaanpak ........................................................................... 16

4

Resultaten knelpuntenanalyse ................................................................................... 18

4.1 4.2 4.2.1

Inleiding ......................................................................................................................... 18 Deellocatie 1: Het voorterrein ........................................................................................ 19 Bodemkwaliteit .............................................................................................................. 19

4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.3 4.3.1

Archeologie ................................................................................................................... 22 OCE ............................................................................................................................... 22 Overige knelpunten ....................................................................................................... 23 Hiaten ............................................................................................................................ 25 Deellocatie 2: Noordelijke vloeivelden ........................................................................... 26 Bodemkwaliteit .............................................................................................................. 26

4.3.2 4.3.3 4.3.4

Archeologie ................................................................................................................... 27 OCE ............................................................................................................................... 28 Overige knelpunten ....................................................................................................... 28

4.3.5 4.4 4.4.1

Hiaten ............................................................................................................................ 29 Deellocatie 3: Zuidelijke vloeivelden .............................................................................. 30 Bodemkwaliteit .............................................................................................................. 30

Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen

7\48

Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL

4.4.2 4.4.3

Archeologie .......................................................................................................................... 31 OCE ..................................................................................................................................... 31

4.4.4 4.4.5 4.5

Overige knelpunten ........................................................................................................ 31 Hiaten ................................................................................................................................... 32 Deellocatie 4: Stortplaats de Halm ................................................................................. 33

4.5.1 4.5.2 4.5.3

Bodemkwaliteit ..................................................................................................................... 33 Archeologie .......................................................................................................................... 33 OCE ..................................................................................................................................... 34

4.5.4 4.5.5 4.6

Overige knelpunten ........................................................................................................ 34 Hiaten ................................................................................................................................... 34 Overig................................................................................................................................... 35

4.6.1 4.6.2

Regionale grondwaterkwaliteit ....................................................................................... 35 Hoendiep en kade.......................................................................................................... 36

5

Knelpunten en maatregelen ........................................................................................ 36

5.1

Knelpunten en maatregelen ........................................................................................... 36

6

Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................... 43

Bijlage(n) 1 Regionale ligging van de onderzoekslocatie 2 Overzichtskaart voormalig SuikerUnieterrein 3 Historische topografische kaarten en luchtfoto’s 4 Literatuurlijst meest recente bodemdocumenten 5 Knelpuntenanalyse archeologie (rapportage RAAP) 7 Knelpuntenanalyse bodem, verhardingen, overige knelpunten 8 Knelpuntencodes GIS-analyse 9 Integrale overzichtskaarten knelpunten

8\48

Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen

Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL

1 Inleiding In opdracht van de gemeente Groningen heeft Tauw een knelpuntenanalyse uitgevoerd voor de voorgenomen (her)ontwikkeling van het SuikerUnieterrein in Groningen. De knelpuntenanalyse is uitgevoerd voor de onderdelen bodem, archeologische waarden en niet-gesprongen conventionele explosieven.

1.1

Aanleiding

Het voormalige SuikerUnieterrein is in eigendom van gemeente Groningen. De gemeente is voornemens om het terrein te ontwikkelen tot woon- en recreatiegebied. In verband met de toekomstige ontwikkeling moet duidelijkheid verkregen worden over knelpunten voor wat betreft de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, archeologie, aanwezige explosieven en de kosten die als gevolg hiervan zullen worden gemaakt.

1.2

Scope van de knelpuntenanalyse

De knelpuntenanalyse omvat een analyse van de bekende relevante onderzoeksgegevens. Vanuit deze informatie is bepaald welke knelpunten bij herontwikkeling kunnen optreden en welke hiaten er aanwezig zijn. Voor de knelpunten en hiaten is een inschatting van de kosten gemaakt. In de navolgende hoofdstukken richten wij ons op de knelpunten ten aanzien van bodem(verontreiniging), verhardingssituatie, archeologische verwachting, niet-gesprongen explosieven (hierna OCE) en overige knelpunten vanuit boven- en ondergrondse structuren en andere milieutechnische kenmerken. Deze rapportage is als volgt opgebouwd: • • • • •

Hoofdstuk 2: een beschrijving van de onderzoekslocatie, waaronder algemene gegevens en de geschiedenis Hoofdstuk 3: de methode van de knelpuntenanalyse Hoofdstuk 4: de resultaten van de knelpuntenanalyse per deellocatie Hoofdstuk 5: een overzicht van de knelpunten vanuit bodem, archeologie en OCE inclusief kostenramingen voor varianten van aanpak Hoofdstuk 6: de conclusies en aanbevelingen

Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen

9\48

Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL

2 Introductie onderzoekslocatie 2.1

Algemeen

De onderzoekslocatie ligt ten westen van het centrum van Groningen en wordt omgeven door de Laan 1940-1945, het Hoendiep, de Van Heemskerckstraat, de Johan van Zwedenlaan en de Peizerweg. Aan de oostkant bevindt zich het voormalige fabrieksterrein. Aan de westkant bevinden zich de voormalige vloeivelden. Deze worden doorsneden door de spoorlijn Groningen - Leeuwarden en hierdoor verdeeld in een noordelijk en zuidelijk deel. De algemene gegevens van de onderzoekslocatie staan in tabel 2.1. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. Een overzichtstekening van het volledige terrein is opgenomen in bijlage 2. In figuur 2.1 is een luchtfoto van het terrein weergegeven.

Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie

Adres

Van Heemskerckstraat 101, Groningen

Oppervlakte

130 ha

Voormalig gebruik

Oostelijk deel: industrieterrein SuikerUnie met opstallen, silo’s, kade, spoorlijnen en waterzuivering. Westelijk deel: vloeivelden (nat en droog), droogbedden, weiland

Huidig gebruik

Oostelijk deel: deels braakliggend, voormalig industrieterrein ingericht met tijdelijk gebruik (industrie, kantoren) Westelijk deel: tijdelijke bewoning door stadsnomaden, fietspad, weidegrond, braakliggend

Toekomstige bestemming

10\48

Woningen en recreatie, detailplannen nog onbekend

Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen

Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL

Figuur 2.1 Luchtfoto van het terrein uit 2016 (bron: Cyclomedia) met witte omlijning van het plangebied

2.2

Historische gegevens

De suikerfabriek is op het zogeheten voorterrein in verschillende fases opgebouwd. De eerste bouwfase was in 1914. In de jaren 1940-1960 zijn grootschalige verbouwingen en vernieuwingen uitgevoerd. Moderniseringen hebben tot in het laatste jaar (2008) plaatsgevonden. Op de locatie lagen diverse spoortracés, zie figuur 2.2. Toen er werd overgegaan op transport via weg en water, zijn gebouwen over de spoortracés gebouwd (Van der Hoeve en Overbeek, 2009). De fabriek is in de periode van 2009 tot 2011 grotendeels ontmanteld. Vrijwel alle bovengrondse bebouwing en infrastructuur zijn daarbij gesloopt. Een deel van de bebouwing, zoals het zeefgebouw, de werkplaats en de oude schoorsteen zijn behouden. Ook de funderingen en verhardingen zijn nog aanwezig. Bij de ontmanteling zijn asbestinventarisaties uitgevoerd, omdat enkele elementen in de gebouwen asbesthoudend waren. Er wordt vanuit gegaan dat dit materiaal conform de huidige wet- en regelgeving verwijderd is voor aanvang van de sloop. Detailinformatie over de asbesthoudendheid van voormalige en huidige gebouwen is bij Tauw niet bekend, het bouwarchief is niet geraadpleegd.

Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen

11\48

Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL

Figuur 2.2 Uitsnede uit situatieplan Friesch-Groningsche Coöperatieve Beetwortelfabriek uit 1960. Bron: Van der Hoeve en Overbeek, 2009

Aan de noordwestzijde van de vloeivelden ligt stortplaats ‘De Halm’, welke deels binnen en deels buiten het huidige plangebied ligt. De kartonfabriek ‘De Halm’ ten westen van het terrein heeft hier bouw- en sloopafval (gebitumeerd dakbedekkingsafval en grit) en ‘reject’ (stroknopen, papier, kartonafval en ander kantoorafval) gestort in de periode 1960 tot 1991 (bron: GRONOS, 1998). In bijlage 3 zijn historische topografische kaarten van de website www.topotijdreis.nl en luchtfoto’s (bron: gemeente Groningen en Cyclomedia) opgenomen. Deze kaarten en foto’s geven een goed en duidelijk beeld van de inrichting van het terrein vanaf 1926 tot en met 2016.

2.3 2.3.1

Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw

Het gebied bevindt zich in een veen-/kleigebied dat in het westen wordt begrensd door de rug van Tynaarlo en meer naar het oosten door de Hondsrug. De vloeivelden bevinden zich in de polder ‘De Verbetering’, een gebied waar sterk verschillende bodemsoorten samenkomen. De bovengrond kan bestaan uit zowel lichte tot zware klei, fijn zand of veen. De ondergrond kan zowel uit zware klei als veen of zand bestaan. Klei op veen of klei op zand is echter overheersend in het gebied. Op het oostelijk deel van de vloeivelden kan plaatselijk, zure kalkarme katteklei voorkomen in dunne laagjes (circa 10 cm) in de bovengrond. Op het oostelijke deel is over het algemeen een dikkere kleilaag aanwezig.

12\48

Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen

Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL

Bij de aanleg van de vloeivelden is grond opgebracht voor de vorming van de dijken rond elk vloeiveld. De cascadevijvers zijn op maaiveld aangebracht. Beide basin-soorten kunnen een diepte van 5 meter minus maaiveld hebben. Op het fabrieksterrein bestond de oorspronkelijke bovengrond uit opgebrachte lagen zand met diverse bijmengingen. De ondergrond bestaat uit overwegend (zware) klei met plaatselijk eerst een veenlaag. 2.3.2

Geohydrologie

In tabel 2.2 zijn enkele gegevens van de regionale geohydrologische situatie opgenomen, aangepast indien lokale gegevens beschikbaar zijn.

Tabel 2.2 Geohydrologische gegevens

Grondwater stromingsrichting *1)

Zuid

Stijghoogte van het grondwater *1)

Circa -0,7 m +NAP

Ligging t.o.v. grondwaterbeschermingsgebied *2)

Circa 6 km

Maaiveld hoogte *3)

Circa 0,3 m +NAP

Diepte freatisch grondwater *4)

Variërend tussen 0,5 en 1,5 m -mv

Geologie *5)

Klei/veen lagen op fijn zand, soms lemig

Dikte van de deklaag *4)

Circa 30-50 m

*1) NAGROM. NAtionaal GROndwater Model. *2) VEWIN. Provinciale overzichten win- en produktiemiddelen. *3) Topografische Dienst. Hoogtecijferkaart *4) RIVM (ed.) 1987. Kwetsbaarheid van het grondwater *5) Toegepaste Geologische kaart

De grondwaterstand op het terrein varieert van circa 0,5 m -mv tot 1,5 m -mv afhankelijk van de terreinhoogte die varieert van circa 0,60 m -NAP op de vloeivelden tot circa -0,20 m +NAP op het fabrieksterrein. In eerdere onderzoeken is het verhang van de grondwaterstanden op het fabrieksterrein bepaald (0,5 %). In de klei zorgt dit voor een zeer minimale grondwaterstroming in de ordegrootte van millimeters per jaar. In de opgebrachte zandlagen op het fabrieksterrein kan hangwater voorkomen en bij hoge grondwaterstanden kan er sprake zijn van enige (af)stroming van oppervlakkig grondwater. Op de locatie is sprake van een overwegend zuidelijke grondwaterstromingsrichting.

Knelpuntenanalyse ontwikkeling voormalig SuikerUnieterrein Groningen

13\48

Kenmerk R001-1249785BSA-sbb-V04-NL

3 Methode knelpuntenanalyse 3.1

Informatie verzamelen

De eerste stap van dit onderzoek is het verzamelen van alle beschikbare informatie. De informatie die gebruikt is voor de knelpuntenanalyse voor de bodemkwaliteit is afkomstig van meerdere bronnen. De bodemrapporten zijn verzameld uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente (Squit) en het bodemarchief van de gemeente Groningen. Luchtfoto’s zijn verkregen van de gemeente en Cyclomedia. Verder is er een terreininspectie uitgevoerd op het terrein. De bekende archeologische gegevens zijn verkregen via archiefonderzoek. Ten aanzien van nietgesprongen explosieven is informatie verkregen middels eerdere uitgevoerde onderzoeken. Hieronder wordt ingegaan op de verschillende informatiebronnen. Bodeminformatiesysteem Squit Op 23 en 24 maart 2017 is een bezoek aan de gemeente Groningen gebracht om gebruik te kunnen maken van het bodeminformatiesysteem Squit. In dit programma is de onderzoekslocatie geselecteerd en informatie verzameld. In de periode waarin de suikerfabriek in gebruik was tot en met heden is een groot aantal bodemonderzoeken uitgevoerd. Een tabel met de meest recente bodemonderzoeken vanaf 2009 tot en met nu is opgenomen in bijlage 4. Alle beschikbare bodemrapporten zijn opgeslagen op de USB-stick die samen met dit rapport geleverd wordt. Ook zijn de bekende verontreinigings- en saneringscontouren overgenomen uit Squit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4226/documents/62148