Bijlage 11 Ecologische quickscan.pdf
Tekst van het document
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
28
amfibieën. Een aantal beschermde amfibieënsoorten is op voorhand uit te sluiten op basis van specifieke habitateisen en/of regionale verspreiding. In Tabel 11 is hiervan een overzicht gegeven. Voor soorten die niet zijn uit te sluiten staat onder de tabel een toelichting. Tabel 11 Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wnb), HR= Habitatrichtlijn, AS = Andere Soorten. * In sommige provincies zijn soorten vrijgesteld, zie daarvoor Bijlage 3. Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of buiten verspreidingsgebied (V). Soort
Habitat
Verspreiding
Wnb Uit te sluiten
Alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris)
Allerlei typen wateren
Noord-Brabant en Limburg. Gelderland (Rijk van Nijmegen), Zeeland en Drenthe
AS
Bastaardkikker (Pelophylax klepton esculentus)
Zonnige, goed begroeide oevers, Vrijwel geheel Nederland
AS* Nee, zie toelichting
Boomkikker (Hyla arborea)
Bos, struweel en kleinschalige cultuurlandschappen
HR
Bruine kikker (Rana temporaria)
Kleinere wateren, bos en struweel Vrijwel geheel Nederland
AS* Nee, zie toelichting
Geelbuikvuurpad (Bombina variegata)
Ruderaal terrein (groeven), halfnatuurlijke graslanden
Alleen zuidelijk deel van ZuidLimburg.
AS
Gewone pad (Bufo bufo) Bosjes, overhoekjes, ruigtes, diverse watertypen met waterplanten
Vrijwel geheel Nederland
AS* Nee, zie toelichting
Heikikker (Rana arvalis)
Heide, hoog- en laagveen, halfnatuurlijk grasland, bos en struweel
Vrijwel alle provincies, in Limburg HR ontbreekt de soort in het gebied ten zuiden van de Meinweg.
Kamsalamander (Triturus cristatus)
Struweel en houtwallen nabij niet Oost en zuid Nederland, vooral verzuurd voortplantingswater met zandgronden en het onderwatervegetatie rivierengebied
Pleistocene zandgronden en de duinen
HR
Ja, H+V
Ja, H+V
Ja, H+V
Ja, H+V
Ja, H+V
Kleine watersalamander Klein ondiep water met vegetatie, Vrijwel geheel Nederland (Lissotriton vulgaris) diverse landschappen
AS* Ja, H
Knoflookpad (Pleobates fuscus)
Vennen, randen van beek- en rivierdalen, extensief beheerde, zandige agrarische gebieden. Overwintering: diep ingegraven.
Pleistocene zandgronden in Limburg, Noord-Brabant, delen van Gelderland, Overijssel en Drenthe
HR
Meerkikker (Pelophylax ridibundus)
Zonnige, goed begroeide oevers
Vooral westen en noorden van Nederland, rivierengebied
AS* Ja, V
Poelkikker (Pelophylax lessonae)
Heide, hoogveen, halfnatuurlijke graslanden, agrarisch gebied en laagveen, duinen. Zonnige, voedselarme schone wateren, begroeide oevers.
Vooral pleistocene, hogere zandgronden, rivierengebied
HR
Ja, H+V
Rugstreeppad (Epidalea Poelen, ondiepe plassen, snel calamita) opwarmend water
Pionier van duin- en rivierengebied, polders
HR
Ja, H+V
Vinpootsalamander (Lissotriton helveticus)
Bos, heidegebieden, hellingbossen
Noord-Brabant en Limburg
AS
Ja, H+V
Vroedmeesterpad (Alytes obstetricans)
Ruderaal terrein (groeven), Zuid-Limburg en elders uitgezette HR halfnatuurlijke graslanden, steden, populaties dorpen, diverse wateren
Ja, H+V
Vuursalamander (Salamandra salamandra)
Vochtige hellingbossen
Ja, H+V
Ecologische quickscan West End Groningen
Zeer zeldzaam, in hellingbossen in Zuid-Limburg
AS
Ja, H+V
RA22045-01
29
Bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad De sloten en watergangen in het plangebied zijn mogelijk geschikt als voortplantingswater voor bastaardkikker, bruine kikker en gewone pad. Deze soorten zijn tevens waargenomen tijdens het veldbezoek in de directe omgeving van het plangebied. Daarnaast bieden de bosranden en struwelen ook geschikt landhabitat voor deze soorten. Aanwezigheid van deze soorten in het plangebied is redelijkerwijs te verwachten. De potentiekaart voor bastaardkikker, bruine kikker en gewone pad is opgenomen in Bijlage 9.
4.9.2 Effect beoordeling Bastaardkikker, bruine kikker en gewone pad zijn mogelijk aanwezig in het plangebied. Het plangebied biedt zowel voortplantingswater als landhabitat. Deze elementen zijn in alle drie de deelgebieden aanwezig. Bij de ingreep, die mogelijk het dempen van watergangen en kappen en verwijderen van bomen en struweel omvat, gaan deze habitats mogelijk verloren. In dat geval zullen de ontwikkelingen een negatief effect hebben op bastaardkikker, bruine kikker en gewone pad. Deze soorten zijn echter bij ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming waardoor geen sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Wel geldt altijd de zorgplicht.
4.10 Vissen 4.10.1 Resultaten aanwezigheid In alle deelgebieden is open water aanwezig in de vorm van slootjes en een brede watergang die de deelgebieden met elkaar verbindt. Een aantal beschermde vissoorten is op voorhand uit te sluiten op basis van specifieke habitateisen en/of regionale verspreiding. In Tabel 12 is hiervan een overzicht gegeven. Voor soorten die niet op voorhand zijn uit te sluiten staat onder de tabel een toelichting. Tabel 12 Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wnb), HR= Habitatrichtlijn, AS = Andere Soorten. Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of buiten verspreidingsgebied (V). Soort
Verspreiding
Wnb Uit te sluiten
Beekdonderpad (Cottus Kleine snelstromende beken met rhenanus), grind en stenen
Habitat
De Geul in Zuid-Limburg, de Berkel en Aa-strang in Gelderland.
AS
Ja, H+V
Beekprik (Lampetra planeri),
Kleine snelstromende beken met grind en goede waterkwaliteit
Gelderland, Overijssel, NoordAS Brabant en Limburg (alleen Geul)
Ja, H+V
Elrits (Phoxinus phoxinus)
Zuurstofrijke wateren met grindrijke bodem
Grensmaas, aantal beken in Zuid- AS Limburg en een beek op oostflank van de Veluwe.
Ja, H+V
Europese steur (Acipenser sturio)
Rivieren en kustwateren
Zeeland en in Waal bij Nijmegen
HR
Ja, H+V
Gestippelde alver (Alburnoides bipunctatus)
Snelstromende zuurstofrijke beken en rivieren met grind of stenen
Zuid- en Midden-Limburg
AS
Ja, H+V
Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis)
Verlandende oeversystemen met Verspreid in NL m.u.v. de een lage dynamiek en een kustzone en Zuid-Limburg weelderige vegetatie.
AS
Ja, H+V
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
30
Soort
Habitat
Verspreiding
Wnb Uit te sluiten
Kwabaal (Lota lota)
Rivieren, meren en beken
In en rond de grote rivieren in Gelderland, Noord-Holland, Limburg, Noord-Brabant Overijssel en Utrecht.
AS
Ja, H+V
Grote rivieren en IJsselmeer
HR
Ja, H+V
Noordzeehouting Rivieren en kustwateren (Coregonus oxyrinchus)
4.10.2 Effectbeoordeling en toetsing Wet natuurbescherming Er worden geen beschermde vissensoorten in het plangebied verwacht in verband met het ontbreken van geschikt habitat en/of de ligging buiten het verspreidingsgebied. Verder effectbeoordeling en toetsing aan de Wet natuurbescherming is zodoende niet van toepassing.
4.11 Libellen 4.11.1 Resultaten aanwezigheid De in Nederland voorkomende beschermde libellen zijn soorten die in specifieke biotopen leven en/of een zeer beperkte regionale verspreiding kennen. Alle libellensoorten hebben water of natte omstandigheden nodig voor de voorplanting. In het plangebied wordt vanwege de waargenomen vegetatie in alle watergangen en sloten uitgegaan van voedselrijke omstandigheden waardoor geschikt voortplantingswater voor beschermde libellen ontbreekt. Aanwezigheid van beschermde libellen kan zodoende in het plangebied worden uitgesloten.
4.11.2 Effectbeoordeling en toetsing Wet natuurbescherming Er worden geen beschermde libellensoorten in het plangebied verwacht. Verder effectbeoordel ing en toetsing aan de Wet natuurbescherming is zodoende niet van toepassing.
4.12 Vlinders 4.12.1 Resultaten aanwezigheid De in Nederland voorkomende beschermde dagvlinders zijn soorten die in specifieke biotopen leven en/of een zeer beperkte regionale verspreiding kennen. Deze vlinders zijn onder te verdelen in soorten van droge en vochtige graslanden, soorten van natte graslanden en vlinders van bosrijke gebieden. In het plangebied komt het biotooptype bos en droog grasland voor. Het droog grasland binnen het plangebied is echter niet geschikt voor beschermde dagvlinders, omdat het voornamelijk bestaat uit voedselrijk grasland en dit bevat niet de eisen die beschermde dagvlinders aan hun leefgebied stellen. De dagvlinders van het biotooptype bos, worden in tabel 13 toegelicht. Vlinders van bosrijke gebieden Tabel 13 Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wnb), HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere Soorten. Aangegeven is of het voorkomen een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of buiten verspreidingsgebied (V). Soort
Habitat
Verspreiding
Wnb Uit te sluiten
Bosparelmoervlinder (Melitaea athalia)
Langs bosranden en open plekken in bossen met kruidenrijke en zonnige plaatsen
Enkel in de Veluwe
AS
Ecologische quickscan West End Groningen
Ja, H+V
RA22045-01
31
Soort
Habitat
Bruine eikenpage (Satyrium ilicis)
langs bosranden en kapvlakten op Verspreid in Nederland, lokaal in zandgronden, met kwijnende Zuid-Limburg eiken of jonge eikenaanplant
AS
Ja, H+V
Grote vos (Nymphalis polychloros)
Gebieden met grote vrijstaande bomen zoals bosranden, boomgaarden en open bossen
Verspreid in Nederland
AS
Nee, zie toelichting
Oost-Nederland.
AS
Ja, H+V
Iepenpage (Satyrium w- Voorkeur voor bosranden of Zuid-Limburg en met name oost- AS album) boomgroepen bestaande uit Nederland iepen. Dit kunnen ook boomgroepen in stedelijke omgeving zijn, zoals bomenlanen of stadsparken
Ja, H+V
Kleine ijsvogelvlinder (Limenitis camilla)
(oudere) vochtige loofbossen en broekbossen met de aanwezigheid van kamperfoelie
AS
Ja, H+V
Sleedoornpage (Thecla betulae)
Struwelen, houtwallen, bosranden Midden- en Noord-Nederland, en stadsparken met sleedoorn, Zuid-Limburg pruim of kers
AS
Ja, H
Grote weerschijnvlinder (oudere) vochtige loofbossen en (Apatura iris) broekbossen met de aanwezigheid van boswilg
Verspreiding
Oost-Nederland op hogere zandgronden.
Wnb Uit te sluiten
Teunisbloempijlstaart Open plekken en bosranden, Zuid-Limburg, breidt zich uit naar HR (Proserpinus proserpina) warme open plaatsen in vochtige het noorden, Noord-Brabant en bossen. Gelderland.
Ja, H+V
Grote vos De grote vos is een soort van open bossen, bosranden en boomgaarden. De waardplanten van grote vos zijn voornamelijk iep (Ulmus spec.), zoete kers (Prunus avium), populier (Populus spec.) en wilg (Salix spec.). Daarnaast wordt door de imago’s veelal gefoerageerd op meidoorn (Crataegus spec.), sleedoorn (Prunus spinosa) en bloedende plekken op zomereik (Quercus robur) en berk (Betula spec.). Grote vos overwintert veelal tussen stapels hout, in takkenrillen of in boomholtes. Het plangebied, met name deelgebied 2, heeft een open karakter met hoge bomen en open windluwe stukken. Binnen het plangebied zijn op diverse plekken populieren (waardplant) en zomereik (voedselbron) aanwezig, waarvan sommigen mogelijk met holtes (winterrustplaats). De soort is tevens waargenomen in de woonwijk ten noorden van het plangebied. Aanwezigheid van de grote vos in het plangebied kan zodoende niet worden uitgesloten. In de potentiekaart in Bijlage 8 is weergegeven welke delen van de deelgebieden geschikt zijn als leef- en voortplantingsgebied voor de soort.
4.12.2 Effectbeoordeling en toetsing Wnb Grote vos Uit de resultaten blijkt dat grote vos mogelijk aanwezig is in het plangebied, met name deelgebied 2. Bij de ingreep worden mogelijk bomen gekapt, struweel verwijderd en watergangen gedempt. Door het kappen van de bomen kan leef- en voortplantingsgebied van grote vos verdwijnen. Daardoor heeft de ingreep mogelijk een negatief effect op de soort. Grote vos is beschermd onder het beschermingsregime Andere Soorten van de Wet natuurbescherming. De ingreep kan daarmee leiden tot een overtreding op de Wet natuurbescherming. Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
32
4.13 Overige ongewervelden 4.13.1 Resultaten aanwezigheid Op basis van de regionale verspreiding en/of zeer specifieke habitateisen is aanwezigheid van een aantal beschermde ongewervelden op voorhand uit te sluiten in het plangebied. Deze soorten zijn weergeven in 18. Tabel 14 Biotoop en verspreidingskenmerken van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wnb), HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere Soorten. Aangegeven is of het voorkomen een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt biotoop (B) of buiten verspreidingsgebied (V). Soort
Biotoop
Verspreiding
Wnb Uit te sluiten
Verdwenen in Nederland
HR
Ja, H+V
Recent gevonden in Zuid-Limburg HR
Ja, H+V
Verdwenen in Nederland
HR
Ja, H+V
HR
Ja, H+V
Gestreepte Grote stilstaande, schone wateren Veensloten in laagveengebieden, HR waterroofkever met goed ontwikkelde oever- en Nieuwkoopse plassen, Noordwest (Graphoderus bilineatus) watervegetatie: meren, vennen, Overijssel en bij Oisterwijk groeves; minimaal 1 meter diep en minimaal 1 hectare oppervlakte.
Ja, H+V
Vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus)
Dode bomen in vochtige bossen, houtwallen en lanen met bomen.
HR
Ja, H+V
Platte schijfhoren (Anisus vorticulus)
Zoete, heldere en schone wateren Lokaal voorkomend in de meeste HR met een rijke begroeiing, in provincies draadalg-vegetaties of wateren met krabbenscheer. Voorkeur voor wateren met veenbodems en in mindere mate aanwezig bij kleiof zandbodems.
Ja, B+V
Oeveraas (Palingenia longicauda) Juchtleerkever (Osmoderma eremita)
Grote holle bomen
Bataafse stroommossel (Unio crassus)
Brede Grote stilstaande, schone wateren Drenthe geelrandwaterroofkever met goed ontwikkelde oever- en (Dytiscus latissimus) watervegetatie: meren, vennen, groeves; minimaal 1 meter diep en minimaal 1 hectare oppervlakte.
Europese rivierkreeft (Astacus astacus) Vliegend hert (Lucanus cervus)
Rottend eikenhout in oude eikenbossen, hakhout, houtwallen, lanen en parken met oude eikenbomen
Noord-Brabant, Limburg en Gelderland
Geïsoleerd: enkel in de schaatsvijver op landgoed Warnsborn nabij Arnhem
AS
Ja, B+V
Beperkt tot de Veluwe, Middenen Zuid-Limburg, de stuwwal bij Nijmegen, de Utrechtse Heuvelrug en Twente
AS
Ja, H+V
4.13.2 Effect beoordeling en toetsing Wet natuurbescherming Er worden geen beschermde ongewervelden in het plangebied verwacht. Verder effectbeoordeling en toetsing aan de Wet natuurbescherming is zodoende niet van toepassing.
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
33
5
Resultaten gebieden en houtopstanden
5.1 Natura 2000-gebieden Ligging Natura 2000-gebieden De meest dichtbijgelegen Natura 2000 gebieden zijn het ‘Leekstermeergebied’ op circa 3 kilometer afstand en het ‘Zuidlaardermeergebied’ op circa 9 kilometer afstand. Beide Natura 2000 gebieden zijn niet gevoelig voor overbelasting door stikstof. Daarnaast ligt het ‘Drentsche Aa-gebied’ op meer dan 11 kilometer afstand van het plangebied, dit gebied is wel gevoelig voor overbelasting door stikstof.
Figuur 5. Ligging van het plangebied (begrenzing in rood aangegeven) ten opzichte van beschermde gebieden. Zowel het Leekstermeergebied (links) en het Zuidlaardermeergebied (rechts) zijn aangegeven in donkerblauw. Het Drentsche Aa-gebied is weergegeven in lichtgroen onderin de afbeelding. Effectbeoordeling Natura 2000 Een ingreep kan in Natura 2000-gebieden zorgen voor verlies aan habitat, negatieve effecten op soorten en verstorende effecten. In de effectenindicator worden negentien verschillende storende factoren onderscheiden, waaronder effecten door geluid, trilling, visuele verstoring, verdroging en vermesting. De meeste storingsfactoren vinden plaats wanneer ingrepen daadwerkelijk in het gebied plaatsvinden. Dat is in deze situatie niet aan de orde, aangezien het plangebied geheel buiten de Natura 2000-gebieden ligt. Effecten van buitenaf noemen we verreikende effecten, zoals trilling, geluid of visuele verstoring en vermesting (zoals stikstofdepositie). Vanaf 1 juli 2021 is de Wet stikstof reductie en natuurverbetering van kracht, die de Wet Natuurbescherming wijzigt door toevoeging van een aantal stikstof-gerelateerde artikelen. Voor werkzaamheden van tijdelijke aard geldt een vrijstelling van natuurvergunningplicht in de aanlegfase Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
34
(rijkoverheid.nl, 2021). Hierdoor is voor de ingrepen zelf geen sprake van de Wet natuurbescherming ten aanzien van N2000-gebieden. Het is echter nog onduidelijk wat het toekomstig gebruik van het gebied wordt na de ingreep, zodoende is het niet mogelijk uitspraken te doen ten aanzien van een mogelijke toename van stikstofdepositie in de gebruiksfase. Wanneer de verwachting is dat het gebruik van het plangebied als gevolg van de ingreep sterk zal toenemen met onder andere veel autoverkeer, dan kan het noodzakelijk zijn om een AERIUSberekening uit te laten voeren ten behoeve van het Drentsche Aa-gebied. Toetsing aan Wnb Natura 2000 gebieden zijn Europese beschermingszones met specifieke instandhoudingsdoelstellingen voor leefgebieden voor bepaalde vogels en/of bescherming van natuurlijke habitats voor habitatrichtlijnsoorten. Deze Natura 2000 gebieden zijn beschermd binnen de Wet natuurbescherming. Volgens artikel 2.7, lid 2 zijn activiteiten zowel binnen als buiten Natura 2000-gebieden verboden als ze in een Natura 2000-gebied: •
de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren en/of,
•
een significant verstorend effect hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
Daarbij is wetgeving voor stikstofdepositie vastgelegd in de Wnb en in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering4. Werkzaamheden mogen geen enkele stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden veroorzaken. Een uitzondering van natuurvergunningplicht geldt voor kleine tijdelijke werkzaamheden in de aanlegfase (rijkoverheid.nl, 2021). Het is niet uit te sluiten dat de ingreep na aanlegfase in de gebruiksfase ten aanzien van stikstofdepositie tot negatieve effecten leidt op N2000-gebieden.
5.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt buiten het Natuur Netwerk Nederland. In provincie Groningen is men voornemens om externe werking te laten gelden, maar tot op heden is hier nog niks over vastgelegd. Er is daarom op dit moment geen sprake van externe werking. Verdere toetsing is zodoende niet noodzakelijk.
5.3 Bescherming van houtopstanden De bomen binnen het plangebied vallen binnen de bebouwde kom houtopstanden waardoor de Wet natuurbescherming niet aan de orde is. Voor de bomen binnen de bebouwde kom, en dus binnen dit plangebied, geldt de Algemeen Plaatselijke Verordening Groningen.
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-140.html en https://wetgevingskalender.overheid.nl/Regeling/WGK011476 4
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
35
6
Samenvatting en vervolgstappen
Uit de resultaten, de effectbeoordeling en toetsing aan de Wnb volgt dat in het plangebied voor verschillende soorten een overtreding op de Wnb niet kan worden uitgesloten. Onderstaande tabellen geven een samenvatting van de effectbeoordeling en ingreep, de toetsing aan de Wnb en de eventuele vervolgstappen voor gebiedsbescherming en per soort(groep).
6.1 Samenvatting resultaten beschermde soorten In onderstaande Tabel 15 wordt een samenvatting gegeven van te verwachten beschermde functies per deelgebied. Per soort(groep) is aangegeven welke ingrepen naar verwachting een negatief effect hebben op welke functies. Tabel 15. Resultaten potentieel aanwezige beschermde soorten in deelgebied 1. Deelgebied
Soort/ soortgroep
Functie (mogelijk)
Ingreep met effect
Overtreding Vervolgstappen Wnb
2, 3
Vogels met jaarrond beschermde nesten categorie 1-4
Leefgebied, nesten
Bomenkap, verwijderen groen,
VR
Nader onderzoek
1, 2, 3
Vogels met jaarrond beschermde nesten categorie 5
Leefgebied, nesten
Sloop gebouwen, Bomenkap, verwijderen groen, dempen watergangen
VR
Onderzoek naar alternatieve beschikbare nestlocaties, evt. nader onderzoek
1, 2, 3
Algemene broedvogels
Leefgebied, nesten
Sloop gebouwen, Bomenkap, verwijderen groen, dempen watergangen
VR
Werken buiten broedseizoen
1, 3
Vleermuizen
Verblijfplaatsen (gebouw)
Sloop gebouwen,
HR
Nader onderzoek (Is in 2022 uitgevoerd)
1, 2, 3
Vleermuizen
Verblijfplaatsen (bomen) Foerageergebied, vliegroutes
Bomenkap, Verwijderen groen, dempen watergangen
HR
Nader onderzoek (Is in 2022 uitgevoerd)
1, 2, 3
Eekhoorn
Leefgebied, nestlocaties
Bomenkap, verwijderen groen
AS
Nader onderzoek
1
Steenmarter
Verblijfplaatsen (gebouw)
Sloop gebouwen,
AS
Nader onderzoek
1, 2, 3
Steenmarter
Functioneel leefgebied
Bomenkap, verwijderen groen
AS
Nader onderzoek
1, 2, 3
Bunzing, wezel, hermelijn
Verblijfplaatsen Functioneel leefgebied
Bomenkap, verwijderen groen
AS
Nader onderzoek
1, 2, 3
Egel, konijn
Verblijfplaatsen, Functioneel leefgebied
Bomenkap, verwijderen groen
Nee, vrijgesteld wel zorgplicht
Aangepaste werkwijze
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
36
Deelgebied
Soort/ soortgroep
Functie (mogelijk)
Ingreep met effect
Overtreding Vervolgstappen Wnb
1, 2, 3
Bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad
Voortplantingswateren, Landhabitat
Verwijderen groen, dempen watergangen
Nee, vrijgesteld wel zorgplicht
Aangepaste werkwijze
1, 2, 3
Grote vos
Leefgebied
Bomenkap, verwijderen groen
AS
Nader onderzoek
6.2 Vervolgstappen In de effectbeoordeling is uitgegaan van een worst-case-scenario omdat de plannen voor het gebied nog niet duidelijk zijn. Welk onderzoek uitgevoerd dient te worden is afhankelijk van de ingrepen die daadwerkelijk uitgevoerd zullen worden. Per te verwachten soort/soortgroep zijn potentiekaarten (Bijlages 5 t/m 10) gemaakt die aangeven waar in het plangebied beschermde functies voor deze soorten/soortgroepen te verwachten zijn. De tabellen onder 6.2 geven per deelgebied aan welke functies voor beschermde soorten in de delen met potentie (volgens potentiekaarten) aanwezig zijn. Door de gebieden met potenties voor soorten en de generieke effectbeoordeling naast de daadwerkelijke werkzaamheden te leggen kan gekeken worden welke vervolgstappen nodig zijn. Vervolgstappen zoals nader onderzoek kunnen daarmee worden gespecificeerd op mogelijk aanwezige functies. Gezien de nog onbekende omvang en inhoud van de werkzaamheden wordt verder nog niet ingegaan op mogelijke vormen van nader onderzoek voor de te verwachten soorten/soortgroepen. Onderzoeksinspanning en vorm van onderzoek is hiervan namelijk sterk afhankelijk.
6.3 Zorgplicht Om invulling te geven aan de zorgplicht kunnen de volgende maatregelen worden genomen. Bij grote/ingewikkelde projecten kunnen we dit ecologische begeleiden en/of een ecologisch werkprotocol opstellen. Enkele algemeen geldende maatregelen: •
Werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd rustig en vanuit één zijde aanvangen.
•
De werkzaamheden altijd naar een open einde uitvoeren, zodat dieren kunnen vluchten (dus niet in een brede baan richting het water). Dit geldt ook voor het dempen van watergangen;
•
Dieren de ruimte en de tijd geven om zelfstandig te vluchten voor het werk.
•
Voorafgaand aan de werkzaamheden het plangebied inspecteren op aanwezigheid van holen van vos en konijn.
•
De ruige delen van het plangebied handmatig en langzaam te maaien, waarbij wordt uitgekeken naar holen van vos en konijn; o
holen van konijn mogen niet worden vergraven in de periode dat ze jongen hebben; globaal januari tot in juli.
o
holen van vossen mogen niet worden vergraven in de periode dat ze jongen hebben; globaal maart tot in augustus.
•
Voorafgaand aan het winterseizoen de plekken waar amfibieën typisch overwinteren verwijderen uit het deel van het plangebied dat wordt afgegraven (takkenhopen, houtwallen, dood hout etc);
•
Indien tijdens de werkzaamheden (beschermde) soorten worden aangetroffen, dienen de werkzaamheden te worden stilgelegd en een ecoloog te worden geraadpleegd. Het oppakken van dieren is te allen tijde niet toegestaan.
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
37
7
Literatuur en bronnen
7.1 Soortengroepen Amfibieën, vissen en reptielen •
BIJ12, 2017, Kennisdocument Heikikker, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Kamsalamander, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Levendbarende hagedis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Poelkikker, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Rugstreeppad, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Zandhagedis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Grote modderkruiper, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
Creemers, C.M. & J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
www.ravon.nl
Zoogdieren •
BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Rosse vleermuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Watervleermuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Bever, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Das, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Noordse woelmuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.
•
Dietz, C., A. Kiefer, 2017. Veldgids Vleermuizen van Europa. Alle soorten van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman, 2011. Cursus vleermuizen en planologie. Cursusmap, Zoogdiervereniging.
•
www.zoogdiervereniging.nl
Planten en vegetatie •
Floron, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
www.floron.nl
Insecten en ongewervelden •
www.vlinderstichting.nl
•
www.eis-nederland.nl
Vogels •
BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Roek, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Steenuil, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Buizerd, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
38
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Kerkuil, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
www.sovon.nl
Methoden, databanken, wetgeving •
www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/soortinventarisatieprotocollen
•
www.ndff-ecogrid.nl
•
www.telmee.nl
•
www.verspreidingsatlas.nl
•
www.minez.nederlandsesoorten.nl/zoeken-naar-soort
•
www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx
•
www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicator.aspx
•
www.ruimtelijkeplannen.nl
•
www.raadvanstate.nl/@115651/pas-mag/
•
www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof/toestemmingverlening-zonder-pas
•
www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpakstikstof/documenten/publicaties/2019/10/12/beslisboom-toestemmingverlening-stikstofdepositiebij-nieuwe-activiteiten
7.2 Project gerelateerde bronnen •
Heijden, E. van der 2019. Ecologische beoordeling reconstructie Friesestraatweg (N370) te Groningen. A&W-notitie 3219. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden.
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
39
Bijlage 1.
Foto-impressie plangebied
Foto 1. Brede watergang zoals zich langs de noordzijde van de deelgebieden bevindt.
Foto 2. Sloot zoals deze op meerdere plekken in alle deelgebieden aanwezig zijn.
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
40
Foto 3. Oud schoolgebouw in deelgebied 1.
Foto 4. Bosgebiedje in deelgebied 1 waar gekraagde roodstaart is waargenomen.
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
41
Foto 5. Grasland en omringende bomenrand in deelgebied 2.
Foto 6. Sportvelden in deelgebied 3.
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
42
Bijlage 2.
Jaarrond beschermde nesten
Het Ministerie van LNV heeft een lijst met vogelsoorten vastgesteld waarvan de nesten het hele jaar door beschermd zijn aangepast. Nestplaatsen van de soorten van categorie 1-4 zijn jaarrond beschermd, voor soorten van categorie 5 is een inventarisatie gewenst. De provincies Overijssel, Gelderland en Limburg hebben een eigen lijst. De tabel met soorten staat op de volgende pagina. Categorieën van ministerie van LNV Cat. 1
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, ook buiten het broedseizoen gebruikt worden als vaste rust- en verblijfplaats (Steenuil)
Cat. 2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing of biotoop zijn. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (Roek, Gierzwaluw en Huismus)
Cat. 3
Nesten van vogels, zijnde géén koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing zijn. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (Grote gele kwikstaart, Kerkuil, Oehoe, Ooievaar en Slechtvalk)
Cat. 4
Nesten van vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (Boomvalk, Buizerd, Havik, Ransuil, Sperwer, Wespendief en Zwarte wouw)
Cat. 5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (diverse soorten waaronder Boerenzwaluw, Groene specht en Torenvalk)
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
43
LNV
Friesland
Groningen
Noord-Holland
Drenthe
Utrecht
Zuid-Holland
Zeeland
Overijssel
Gelderland
Limburg
Flevoland
Noord-Brabant
Tabel 16 Vogelsoorten en de beschermingscategorieën van de nesten per provincie. In zwart de provincies die volgens de lijst van LNV werken, in rood provincies met een eigen lijst.
Steenuil (Athena noctua)
1
1
1
1
1
1
1
1
1 1
4
1
1
Gierzwaluw (Apus apus)
2
2
2
2
2
2
2
2
2 2
4
2
2
Huismus (Passer domesticus)
2
2
2
2
2
2
2
2
2 2
4
2
2
Roek (Corvus frugilegus)
2
2
2
2
2
2
2
2
2 2
4
1
2
Grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
2
3
Kerkuil (Tyto alba)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
1
1
Oehoe (Bubo bubo)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
1
5a
Ooievaar (Ciconia ciconia)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
2
5a
Slechtvalk (Falco peregrinus)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
2
3
Boomvalk (Falco subbuteo)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
5a
Buizerd (Buteo buteo)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
4
5a
Havik (Accipiter gentilis)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
5a
Ransuil (Asio otus)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
4
Sperwer (Accipiter nisus)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
4
5a
Wespendief (Pernis apivorus)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
5a
Zwarte wouw (Milvus migrans)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
5a
Blauwe reiger (Ardea cinerea)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
4
5b
Boerenzwaluw (Hirundu rustica)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 3
5
2
3
Bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Boomklever (Sitta europaea)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Boomkruiper (Certhia brachydactyla)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Bosuil (Strix aluco)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 3
5
2
4
Brilduiker (Bucephala clangula)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Draaihals (Jynx torquilla)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
4
5b
Eidereend (Somateria mollissima)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Ekster (Pica pica)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Glanskop (Parus palustris)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Grauwe vliegenvanger (Muscicapa striata)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Groene specht (Picus viridis)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
5b
Grote bonte specht (Dendrocopos major)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
5b
Hop (Upupa epops)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Huiszwaluw (Delichon urbicum)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 2
5
2
5b
IJsvogel (Alcedo atthis)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
4
5b
Kleine bonte specht (Dryobates minor)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Kleine vliegenvanger (Ficedula parva)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Koolmees (Parus major)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Kortsnavelboomkruiper (Certhia familiaris macrodactyla)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Oeverzwaluw (Riparia riparia)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Pimpelmees (Cyanistes caeruleus)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Raaf (Corvus corax)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 4
5
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
5b
4
5b
3
5a
44
Drenthe
Utrecht
Zuid-Holland
Zeeland
Noord-Brabant
5
5
5
5
5
5
5
Spreeuw (Sturnus vulgaris)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Tapuit (Oenanthe oenanthe)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Torenvalk (Falco tinninculus)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 4
5
Zeearend (Haliaeetus albicilla)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 4
5
Zwarte kraai (Corvus corone)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Zwarte mees (Periparus ater)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Zwarte specht (Dryocopus martius)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 3
5
5b 5b 3
4 4
Grauwe klauwier (Lanius collurio)
4 5
Kramsvogel (Turdus pilaris)
4 4
5
Paapje (Saxicola rubetra) Ringmus (Passer montanus)
5b 4
5
4
Rode wouw (Milvus milvus)
3
Roerdomp (Botaurus stellaris)
4
Spotvogel (Hippolais icterina)
4
Tureluur (Tringa totanus)
5
Veldleeuwerik (Alauda arvensis)
5
Visdief (Sterna hirundo)
5a
4
Wulp (Numenius arquata)
5
4
Zomertortel (Streptopelia turtur)
5
4
Ecologische quickscan West End Groningen
5b
4
Kwartelkoning (Crex crex) Middelste bonte specht (Dendrocoptes medius)
3 5a
Bijeneter (Merops apiaster) Grutto (Limosa limosa)
Flevoland
Noord-Holland
5
Limburg
Groningen
5
Gelderland
Friesland
5
Overijssel
LNV Ruigpootuil (Aegolius funereus)
RA22045-01
45
Limburg
N-Brabant
Zeeland
Z-Holland
Utrecht
Gelderland
Drenthe
Overijssel
Flevoland
N-Holland
Groningen
Vrijgestelde soorten per provincie
Friesland
Bijlage 3.
Aardmuis Bosmuis (1) Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn
2
Egel Gewone bosspitsmuis Haas
Zoogdieren
Hermelijn Huisspitsmuis (1) Konijn Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter
9
10
7
3
Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis (1) Vos Wezel Wild zwijn
Reptielen- Amfibieën
Woelrat
8
Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Hazelworm
4
Levendbarende hagedis
5
Groen = vrijgesteld voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1 Lichtgroen= vrijgesteld voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1 met uitzondering van het opzettelijk doden Oranje = niet vrijgesteld Geel = vrijgesteld met voorwaarden 1. En alg vrijstelling in/op gebouwen (Wnb art 3.10 lid 3) 2. Vrijgesteld in de periode maart-april en juli t/m november voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. 3. Vrijgesteld in periode 15 augustus t/m februari voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. 4. Vrijgesteld in periode juli t/m september voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. 5. Vrijgesteld in periode 15 augustus t/m 15 oktober voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. 6. Vrijgesteld in periode 1 juli t/m 29 februari 7. Vrijstelling geldt voor binnen de bebouwde kom en alleen op grond van een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd soortbeheerplan voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. met uitzondering van het opzettelijk doden. 8. Vrijstelling uitsluitend met gebruik van de toegestane middelen, op percelen waar teelt van appels en peren plaatsvindt voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. met uitzondering van het opzettelijk doden. 9. Vrijstelling uitsluitend met gebruik van de toegestane middelen, op percelen waar teelt van appels en peren plaatsvindt voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1.
10. vrijstelling uitsluitend bij asbestsanering buiten de bebouwde kom in de periode 31 aug-15 mrt, Wnb Art 3.10 lid 1b
Ecologische quickscan West End Groningen
RA22045-01
46
Bijlage 4.
Potentiekaart vogels
Bijlage 5.
Potentiekaart vleermuizen
Bijlage 6.
Potentiekaart eekhoorn
Bijlage 7.
Potentiekaart marterachtigen
Bijlage 8.
Potentiekaart grote vos
Bijlage 9.
Potentiekaart vrijgestelde soorten
Bijlage 10. Stappenplan gebiedsbescherming
Bijlage 11. Stappenplan soortenbescherming