CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 Ecologische quickscan.pdf

gemeenteraad 18 februari 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: 5e: Travertijnstraat - vervangen gebiedsgerichte criteria Welstandsnota (raadsvoorstel 14-1-26)14.520 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ecologische quickscan West End Groningen

Postadres Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen

085 7737676

info@regelink.nl | www.regelink.nl

KvK 14081365 BTW NL822004379.B01 Triodosbank NL84TRIO 0390380458

Colofon Tekst, foto’s en samenstelling

Manon Mulder

In opdracht van

Gemeente Groningen

Naam opdrachtgever

Janneke van Goethem

Rapportnummer

RA22045-01

Status rapport

Concept

Datum oplevering rapport

16 december 2022

Aantal pagina’s

54

Collegiale toets quickscan

A. van Leeuwen

Wijze van citeren

Manon Mulder, 2022, Ecologische quickscan West End

Groningen. Rapport RA22045-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen.

Regelink Ecologie & Landschap Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen 085-7737676 info@regelink.nl www.regelink.nl Lid Netwerk Groene Bureaus

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

2

Inhoudsopgave 1

2 3

4

5

6

7

Aanleiding

5

1.1 1.2 1.3

5 5 6

Aanleiding Doelen Natuurwet- en regelgeving

Werkwijze Plangebied en ingreep

8 10

3.1 3.2 3.3 3.4

10 11 12 14

Deelgebied 1 Deelgebied 2 Deelgebied 3 Ingreep

Resultaten soorten

15

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Vogels Planten Vleermuizen Knaagdieren Muizen (ware-, woel- en slaapmuizen) Marterachtigen Overige zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Libellen Vlinders Overige ongewervelden

15 18 18 22 23 24 26 27 28 30 31 31 33

Resultaten gebieden en houtopstanden

34

5.1 5.2 5.3

34 35 35

Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland (NNN) Beschreming van houtopstanden

Samenvatting en vervolgstappen

36

6.1 6.2 6.3

36 37 37

Samenvatting resultaten beschermde soorten Vervolgstappen Zorgplicht

Literatuur en bronnen

38

7.1 7.2

38 39

Soortengroepen Project gerelateerde bronnen

Bijlage 1. Foto-impressie plangebied 40 Bijlage 2. Jaarrond beschermde nesten 43 Bijlage 3. Beschermde planten, verspreiding en habitatError! Bookmark not defined. Bijlage 4. Vrijgestelde soorten per provincie 46 Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

3

Bijlage 5. Potentiekaart vogels Bijlage 6. Potentiekaart vleermuizen Bijlage 7. Potentiekaart eekhoorn Bijlage 8. Potentiekaart steenmarter Bijlage 9. Potentiekaart grote vos Bijlage 10. Potentiekaart vrijgestelde soorten Bijlage 11. Stappenplan gebiedsbescherming Bijlage 12. Stappenplan soortenbescherming

Ecologische quickscan West End Groningen

47 48 49 50 51 52 53 54

RA22045-01

4

1

Aanleiding

1.1 Aanleiding Gemeente Groningen is van plan het gebied ‘West End’ in Groningen te herontwikkelen. Welke ontwikkelingen plaats zullen vinden is vooralsnog niet zeker. Daarnaast is de gemeente van plan om het fietspad ‘Zilverpad’ te verleggen om het fietspad sociaal veiliger te maken. Het is volgens de Wet natuurbescherming (Wnb) en nationale en internationale regelgeving verplicht om voorafgaand aan een ruimtelijke ingreep onderzoek te doen naar de effecten op beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN)). In bepaalde gevallen is het ook verplicht om melding te doen van het kappen van houtopstanden. In §1.3 wordt de voor natuur relevante wetgeving kort toegelicht. Deze rapportage geeft een inschatting van (potentiële) effecten van de ingreep op beschermde gebieden en beschermde soorten flora en fauna, in het kader van de Wet natuurbescherming. Beoordeeld wordt of effecten van de ingreep strijdig zijn met deze wet. Wanneer negatieve effecten op beschermde soorten niet kunnen worden uitgesloten is aanvullend onderzoek nodig. In bepaalde gevallen zijn alternatieven voor de ingreep mogelijk of kan de werkwijze worden aangepast om overtreding van de wet te voorkomen.

1.2 Doelen Een ecologische quickscan is vaak vereist bij vergunningverlening voor ruimtelijke ontwikkelingen of bij beheeringrepen. Deze rapportage is de basis voor eventuele verdere onderzoeken. Wij schrijven daarom uitgebreide quickscans waarin alle soortgroepen aan de orde komen. Met deze quickscan worden de volgende vragen beantwoord: •

Wat is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN)?

•

Heeft de ingreep (mogelijk) een negatief effect op beschermde gebieden?

•

Is er voor de effecten op beschermde gebieden een nadere toetsing nodig? (De verdere toetsing is geen onderdeel van deze quickscan.)

•

Heeft de ingreep betrekking op houtopstanden die onder de Wet natuurbescherming beschermd zijn?

•

Welke beschermde soorten flora en fauna zijn waargenomen of kunnen worden verwacht in het plangebied?

•

Heeft de ingreep (mogelijk) een effect op de potentieel aanwezige beschermde flora en fauna?

•

Naar welke soorten en voor deze soorten belangrijke functies is aanvullend onderzoek nodig?

•

Leidt het uitvoeren van de mogelijke ingrepen mogelijk tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming?

•

Zijn er mitigerende maatregelen mogelijk om overtredingen van de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming te voorkomen? (Het opstellen van een mitigatieplan maakt geen deel uit van de quickscan.

•

Welke vervolgstappen zijn er nodig, zoals nader onderzoek, ecologische werkprotocol, mitigatieplan en/of ontheffingsaanvraag

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

5

1.3 Natuurwet- en regelgeving De Wet natuurbescherming bevat Europese en nationale natuurbeschermingsregels voor Natura 2000gebieden, planten- en diersoorten en houtopstanden. Hieronder staan kort de belangrijkste punten. Voor de volledige wettekst verwijzen we naar de officiële bronnen 1. Bescherming van gebieden (Wnb) Natura 2000-gebieden zijn aangewezen vanuit de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn. Voor ieder gebied zijn doelstellingen vastgesteld om habitats en/of soorten te beschermen. Ingrepen en activiteiten in en nabij deze gebieden moeten worden getoetst op hun effect op de beschermde natuurwaarden. De bescherming van Natura 2000-gebieden staat in paragraaf 2.2 van de Wnb. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn door de provincie aangewezen en vormen samen een ruimtelijk ecologisch netwerk. De gebieden zijn planologisch beschermd via de Provinciale Ruimtelijke Verordening, waarin de regels en de wezenlijke waarden en kenmerken van gebieden in het NNN zijn beschreven. Voor activiteiten in (en soms rond) het NNN moet worden getoetst of ze negatieve effecten hebben op de kernkwaliteiten van het NNN. Bescherming van houtopstanden (Wnb) De Wet natuurbescherming beschermt bos en andere ‘houtopstanden’ zoals houtwallen, heester - en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen.

Voor het kappen van houtopstanden die onder de Wet natuurbescherming vallen moet een kapmelding bij het bevoegd gezag worden ingediend. De Wet natuurbescherming is van toepassing als: •

De houtopstand buiten de ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming ligt;

•

De houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan twintig bomen (voor uitzonderingen zie art. 4.1 Wnb).

Bescherming van soorten (Wnb) De wet Natuurbescherming kent voor soorten drie beschermingsregimes: •

Beschermingsregime Vogelrichtlijn: Europees beschermde vogels (artikel 3.1);

•

Beschermingsregime Habitatrichtlijn: Europees beschermde flora en fauna behalve vogels (artikel 3.5);

•

Beschermingsregime Andere soorten: Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10).

Voor de beschermingsregimes zijn lijsten met soorten opgesteld. Per regime gelden een aantal verbodsbepalingen. In bepaalde situaties en onder bepaalde voorwaarden zijn soorten vrijgesteld of kan ontheffing aangevraagd worden. InTabel 1 zijn de verbodsbepalingen samengevat. Zorgplicht (Wnb) Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht (art 1.11). Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, en voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat handelingen niet mogen worden uitgevoerd (of juist niet mogen worden nagelaten) als men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren. De zorgplicht geldt dus ook voor nationaal beschermde soorten die voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld.

1

https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

6

Tabel 1. Verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming voor de drie regimes soortenbescherming

Storen

Eieren

Vernielen nesten/ verblijfplaatsen

Doden/vangen

Soorten Vogelrichtlijn art. 3.1

Soorten Habitatrichtlijn art. 3.5

Art. 3.1.1 Het is verboden opzettelijk Art. 3.5.1 Het is verboden in het wild Art 3.10.1.a. Onverminderd van nature in Nederland in het wild levende dieren HR IV soorten artikel 3.5, 1 ste,4de en 5de lid, is het levende vogels van soorten als (Verdrag Bern en Bonn) in hun verboden in het wild levende bedoeld in artikel 1 van de natuurlijk verspreidingsgebied dieren, genoemd in de bijlage A, Vogelrichtlijn te doden of te vangen. opzettelijk te doden of te vangen. bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. Art. 3.1.2 Het is verboden opzettelijk Art. 3.5.4 Het is verboden de nesten, rustplaatsen en eieren van voortplantings- of rustplaatsen van vogels als bedoeld in het 1 ste lid te dieren als bedoeld in het 1 ste lid te vernielen of te beschadigen, of beschadigen of te vernielen. nesten van vogels weg te nemen.

Art 3.10.1.b. Onverminderd artikel 3.5, 1 ste,4de en 5de lid, is het verboden de vaste voortplantings- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art. 3.1.3 Het is verboden eieren Art. 3.5 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het 1 ste lid van dieren als bedoeld in het eerste te rapen en deze onder zich te lid in de natuur opzettelijk te hebben. vernielen of te rapen.

-

Art. 3.1.4 Het is verboden vogels als Art. 3.5.2 Het is verboden dieren als bedoeld in het 1ste lid opzettelijk te bedoeld in het 1ste lid opzettelijk te storen. verstoren.

Art. 3.1.5 Verbod onder 3.1.4 geldt niet als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Plukken

-

Belangen ontheffing

Andere soorten art. 3.10

Art. 3.3 Ontheffing voorwaarden conform belangen VR

-

-

-

Art. 3.5.5 Het is verboden planten HR (en Verdrag van Bern) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art 3.10.1.c. Onverminderd artikel 3.5, 1 ste, 4de en 5de lid, is het verboden vaatplanten genoemd in de bijlage B in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art. 3.8 Ontheffing voorwaarden conform belangen HR

Art. 3.11 vrijstelling/ ontheffing op basis van diverse belangen

Vrijstellingen (Wnb) en regionale lijsten De Wnb kent een landelijke lijst met soorten waarvoor een vrijstelling geldt van een aantal verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Per provincie kunnen andere soorten zijn vrijgesteld (zie Bijlage 3). Rode lijsten Voor diverse soortgroepen zijn Rode Lijsten van bedreigde soorten beschikbaar, deze hebben geen juridische status. Daarnaast hebben diverse provincies en gemeenten een eigen lijst met soorten, die lokaal extra aandacht en prioriteit krijgen.

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

7

2

Werkwijze

Beschrijving situatie Het plangebied is op kaart ingetekend en verdeeld in drie deelgebieden welke in figuur 1 te zien zijn. De resultaten van de potentie inschatting en effectanalyse worden indien relevant per deelgebied besproken of in samenhang.

Figuur 1. Ligging van het plangebied, met de begrenzing in rood aangegeven. De deelgebieden zijn genummerd. © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2022. Bureauonderzoek Het plangebied is de locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden. Voor de literatuurstudie is een ruimer onderzoeksgebied gebruikt dan het plangebied, namelijk een gebied in een straal van ongeveer 1000 meter rondom het plangebied. Het onderzoeksgebied ligt vaak in de invloedsfeer van de werkzaamheden en geeft een beter beeld van mogelijk voorkomende soorten. Er is met bronnen en literatuur onderzocht welke beschermde soorten flora en fauna in de afgelopen tien jaar zijn waargenomen in het onderzoeksgebied. Hierbij zijn waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en gegevens uit recente verspreidingsatlassen en actuele websites gebruikt. Deze gegevens worden bij het hoofdstuk resultaten van de betreffende soortgroepen besproken. De gegevens in de NDFF geven slechts een indicatie van het voorkomen van soorten, aangezien het vaak toevallige waarnemingen betreft en geen systematisch onderzoek. Het ontbreken van waarnemingen in de NDFF sluit niet uit dat soorten voorkomen. Met provinciale kaarten is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) bepaald.

Een indicatie van negatieve effecten op Natura 2000-gebieden is bekeken met de effectenindicator (Synbios, 2022) 2. Resultaten hiervan worden voor het plangebied als geheel besproken omdat deze tussen de deelgebieden weinig tot niets zullen verschillen.

2

https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

8

Veldonderzoek Op 1 juni 2022 heeft ecoloog Manon Mulder het plangebied bezocht. In het plangebied zijn de ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd met verrekijker en fotocamera. Een veldbezoek voor een quickscan flora en fauna is nadrukkelijk geen volledige inventarisatie. Dat betekent dat de aanwezigheid van soorten met dit veldbezoek per definitie niet is uit te sluiten. Resultaten Op basis van de bevindingen uit het bureauonderzoek en het veldonderzoek is voor alle beschermde soorten bepaald of zij in het plangebied voor (kunnen) komen en welke mogelijke functie het plangebied voor deze soorten heeft. De resultaten worden per deelgebied besproken waar per soortgroep wordt beschreven welke soorten op voorhand met zekerheid zijn uit te sluiten op basis van specifieke habitateisen en/of de recente verspreidingsgegevens van soorten. Voor alle soorten die niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is beargumenteerd waarom deze wel of niet kunnen voorkomen. Voor soorten waarvoor potenties aanwezig zijn in het plangebied worden de geschikte locaties voor de soort aangegeven op een potentiekaart.

Effectbeoordeling, toetsing en vervolgstappen Op basis van de verspreidingsgegevens en habitateisen van beschermde soorten en de biotoopkenmerken van het plangebied is ingeschat of beschermde soorten (potentieel) in het plangebied voorkomen en welke mogelijke functies het plangebied heeft voor beschermde soorten. Op grond van de beschreven ingreep is bepaald: 1.

of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor nog een aanvullende toetsing noodzakelijk is;

2.

of de bescherming van houtopstanden aan de orde is;

3.

of er negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en essentiële functies te verwachten zijn;

4.

of en zo ja naar welke beschermde soorten nader onderzoek moet worden uitgevoerd;

5.

of met de ingreep mogelijk de Wet natuurbescherming wordt overtreden en zo ja welke stappen nodig zijn om de ingreep uit te kunnen voeren.

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

9

3

Plangebied en ingreep

De deelgebieden worden beschreven aan de hand van ligging en aanwezige ecotopen. Foto’s van het plangebied zijn opgenomen in bijlage 2.

3.1 Deelgebied 1 Dit deelgebied betreft het bedrijventerrein langs de Travertijnstraat in Groningen (in de gelijknamige gemeente en provincie). Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door een fietspad, bomenlaan en schoolgebouwen, aan de westzijde door bosgebied en open water, aan de noordzijde door een weg met watergang, en aan de oostzijde door de Diamantlaan, een drukke weg. In totaal heeft het plangebied een oppervlakte van ruim 7 hectare. In figuur 2 is de begrenzing van het deelgebied met rood aangegeven.

Figuur 2. Ligging van het deelgebied, met de begrenzing in rood aangegeven. © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2022. Beschrijving deelgebied Het plangebied bestaat uit meerdere grote, oude gebouwen en groene structuren langs de aangelegen wegen en fietspaden. De gebouwen betreffen (oude) schoolgebouwen van soms meerdere verdiepingen met een plat dak. Een deel van het plangebied bestaat uit een fietsdepot van de gemeenten Groningen. Enkele gebouwen hebben openingen in de buitenmuren/gevels waardoor de spouw toegankelijk is, zoals open stootvoegen en kieren bij de gevelbeplating.

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

10

De groene structuren die zich langs het plangebied bevinden zijn redelijk ruig en bestaan uit (ongemaaide) graslanden, grote bomen en laag groenblijvend struweel. De watergangen rondom het plangebied zijn niet beschoeid en hebben een flauw talud. Van onderwater begroeiing was ten tijde van het veldbezoek niet of nauwelijks sprake. Ecotopen Ecotopen zijn ruimtelijke elementen binnen het plangebied, die mogelijk een functie hebben als habitats voor (beschermde) soorten. In het plangebied zijn de onderstaande ecotopen aanwezig: •

Extensief beheerd grasland met soorten als witte en rode klaver, haagwinde, harig wilgenroosje, valse voszegge, kropaar en braam;

•

enkele gebouwen met plat dak (mogelijk met grind), gevelbeplating en open stootvoegen;

•

brede watergang van onbekende diepte met rijke oeverbegroeiing bestaande uit een rietkraag, gele lis en harig wilgenroosje.

•

ruigte bestaande uit opslag van wilg;

•

dikke essen, wilgen en populieren bomen, met holtes (diameter borsthoogte > 25 cm);

•

lage, opgaande begroeiing op terreinen bij bebouwing bestaande uit: sierbeplanting, klimop.

3.2 Deelgebied 2 Dit deelgebied betreft het groene gebied tussen het bedrijventerrein aan de Travertijnstraat en de sportvelden. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door sportvelden, aan de westzijde door de Diamantlaan en bedrijventerrein, aan de noordzijde door een watergang en woonwijk Vinkhuizen en aan de oostzijde door sportvelden. In totaal heeft het deelgebied een oppervlakte van ruim 5,5 hectare. In figuur 3 is de begrenzing van het deelgebied met rood aangegeven.

Figuur 3. Ligging van het deelgebied, met de begrenzing in rood aangegeven. © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2022. Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

11

Beschrijving deelgebied Het deelgebied bestaat uit een beschut, groen, gebied zonder bebouwing dat via één weg toegankelijk is en dat niet wordt verlicht. Het deelgebied bestaat voornamelijk uit ruig, hoog, grasland met soorten als glanshaver, kropaar en gestreepte witbol. In de kruidlaag zijn soorten als kleine klaver, gewone hoornbloem, haagwinde en jakobskruiskruid aanwezig. In de randen, met name de westelijke rand, is tevens reuzenbereklauw aanwezig. Aan de westzijde van het deelgebied ligt het grasland iets lager waardoor dit gedeelte iets natter is met soorten als grote vossenstaart, rietgras, liesgras en penningkruid in de kruidlaag. Het grasland wordt omringd door bomenrijen bestaande uit voornamelijk gewone es, eik en wilg. De bomen zijn hoog en hebben op meerdere plekken zichtbare holtes. Op een enkele plek staat er een dode boom tussen. Onder de bomenrijen is struweel bestaande uit braam en kornoelje aanwezig. Tussen de bomenrijen zijn sloten aanwezig met een steil talud zonder begroeiing en enige onderwaterbegroeiing als brede waterpest. Aan de noordzijde is een brede watergang aanwezig met een ruige oeverstrook met riet, gele lis, harig wilgenroosje. Aan de westzijde van het deelgebied, direct naast de Diamantlaan is een laan van linde- en populieren bomen aanwezig met daaronder kortgemaaid grasland.

Gezien de aanwezige soorten in zowel het grasland als de watergangen wordt uitgegaan van voedselrijke omstandigheden. Ecotopen •

droog, extensief beheerd grasland;

•

nat, extensief beheerd grasland;

•

een smalle, ondiepe sloot met steil talud;

•

breed, stilstaand water (> 2 meter breed, < 1 meter diep);

•

dikke essen, eiken, populieren en lindes mogelijk met holtes (diameter borsthoogte > 25 cm);

•

dikke essen, met holtes (diameter borsthoogte > 25 cm);

•

struweel.

3.3 Deelgebied 3 Dit deelgebied betreft de sportvelden zuidelijk van de Zilverlaan en langs het Zilverpad. Het deelgebied wordt aan de zuidzijde begrensd door sportvelden, een tankstation en een afvalverwerkingsstation, aan de westzijde door sportvelden, aan de noordzijde door de woonwijk Vinkhuizen en aan de oostzijde door de Friesestraatweg, een drukke weg. In totaal heeft het deelgebied een oppervlakte van ruim 6 hectare. In figuur 4 op de volgende pagina is de begrenzing van het plangebied met rood aangegeven.

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

12

Figuur 4. Ligging van het deelgebied, met de begrenzing in rood aangegeven. © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2022. Beschrijving deelgebied Dit deelgebied bestaat voor het grootste gedeelte uit sportvelden met kort gemaaid gras. Rondom de sportvelden zijn bomen en struweelstroken aanwezig bestaande uit essen, zwarte elzen en eik. Ten zuiden van de sportvelden is een stuk nat bosgebied aanwezig met grote populieren, esdoorn en opschot van wilg en zwarte els. Aan de zuidelijke rand van de sportvelden is een klein gebouw aanwezig van één verdieping hoog met plat dak en dilatatievoegen. Rondom het deelgebied zijn sloten aanwezig met een steil talud en een kale oever. In de sloten is kroos aanwezig. De oevers zijn bovenop het talud begroeid met soorten als fluitenkruid, brandnetel, harig wilgenroosje. De sloot langs het bosgebied in het zuiden van het deelgebied heeft geen steil talud en heeft een begroeiing bestaande uit sterrekroos, grote waterweegbree en riet. Ten noorden van het deelgebied is ook een brede watergang aanwezig met een ruige oeverbegroeiing bestaande uit gele lis en harig wilgenroosje met verder de oever op verschillende grassen en boterbloem. Gezien de aanwezige soorten in zowel het grasland als de watergangen wordt uitgegaan van voedselrijke omstandigheden. Ecotopen •

Droog, intensief gebruikt, grasland;

•

Een gebouw met plat dak (mogelijk met grind), losse daktrim en dilatatievoegen;

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

13

•

een smalle, ondiepe sloot (< 2 meter breed, < 1 meter diep);

•

breed, ondiep, stilstaand water (> 2 meter breed, < 1 meter diep);

•

ruigte met opslag van wilg en zwarte els;

•

dikke essen en populieren mogelijk met holtes (diameter borsthoogte > 25 cm);

•

dikke essen met holtes (diameter borsthoogte > 25 cm);

3.4 Ingreep Gemeente Groningen is voornemens het gebied te herontwikkelen. Omdat er nog geen duidelijke plannen zijn wordt in de effectenanalyse uitgegaan van een worst-case-scenario. Daartoe behoren de volgende ingrepen in de deelgebieden tot de mogelijkheden: •

Sloop bebouwing;

•

Kappen bomen;

•

Verwijderen overig groen;

•

Dempen watergangen;

•

Aanleg van nieuwe verharde wegen;

•

Realiseren (tijdelijke) nieuwbouw.

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

14

4

Resultaten soorten

In dit hoofdstuk wordt per soortgroep besproken of aanwezigheid in het plangebied wel of niet is uit te sluiten. Indien relevant worden de resultaten opgesplitst per deelgebied. In hoofdstuk 6 wordt per deelgebied een samenvatting van potentieel aanwezige soorten gegeven.

4.1 Vogels Alle vogels zijn beschermd volgens het beschermingsregime Vogelrichtlijn. Daarnaast zijn de nest(plaats)en van vogelsoorten uit categorie 1-4 jaarrond beschermd. Voor soorten uit categorie 5 moet beoordeeld worden of voldoende alternatieve nest(plaats)en in de omgeving aanwezig zijn. In Bijlage 2 is dit toegelicht en zijn de lijsten met jaarrond beschermde nesten opgenomen. In Bijlage 4 is de potentiekaart opgenomen met welke soorten waar worden verwacht.

4.1.1 Vogelsoorten met beschermde nesten (categorie 1-4) In het plangebied zijn biotopen aanwezig, zoals bomen met mogelijke holtes en gebouwen met openingen, die geschikt kunnen zijn voor vogels met jaarrond beschermde nesten in de categorie 1-4. Huismus & gierzwaluw Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig met openingen waar huismus of gierzwaluw gebruik van kunnen maken als nestlocatie. Zodoende worden nestlocaties van deze soorten niet in het plangebied verwacht. Roofvogels In de bomen kunnen mogelijk nesten van ekster (pica pica) of zwarte kraai (Corvus corone) aanwezig zijn, die mogelijk ook door buizerd (Buteo buteo), havik (Accipiter gentilis) of sperwer (Accipiter nisus) gebruikt kunnen worden. Gezien de stedelijke omgeving en de zeldzaamheid van de soort in de regio wordt boomvalk (Buteo subbuteo) niet verwacht. Slechtvalk (Falco peregrinus) broedt voornamelijk in stedelijk gebied op hoge kantoorgebouwen of torens. Op de Waddeneilanden zijn het incidenteel ook grondbroedende slechtvalken waargenomen. De gebouwen binnen het plangebied zijn maximaal drie verdiepingen hoog genoeg. De hoogte is onvoldoende om te kunnen dienen als nestlocatie voor slechtvalk waardoor aanwezigheid niet wordt verwacht. Uilen Binnen het plangebied zijn mogelijk (oude) nesten van kraai of ekster aanwezig die door ransuil (Asio otus) als nestlocatie wordt gebruikt.

In en rond het plangebied zijn waarnemingen bekend van kerkuil (Tyto alba) en ransuil. Het is mogelijk dat het plangebied onderdeel uitmaakt als essentieel leefgebied voor deze soorten.

4.1.2 Vogelsoorten met beschermde nesten (categorie 5)

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

15

Zwarte roodstaart Binnen het plangebied zijn gebouwen aanwezig waar zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros) mogelijk een nestlocatie kan hebben. Holtebroeders Binnen het plangebied zijn bomen met holtes niet uit te sluiten waardoor holtebroeders kunnen voorkomen zoals: grote bonte specht (Dendrocopos major), groene specht (Picus viridis), koolmees (Parus major), pimpelmees (Cyanistes caeruleus), boomklever (Sitta europaea), boomkruiper (Certhia brachydactyla), bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca) en gekraagde roodstaart (Phoenicurus

phoenicurus). Tijdens het veldbezoek is een paartje gekraagde roodstaarten aan de westelijke rand van het plangebied waargenomen, waardoor een nestlocatie binnen het plangebied zeer aannemelijk is. Een overzicht van te verwachten vogels met jaarrond beschermde nesten is opgenomen in Tabel 2. Tabel 2. Vogels met jaarrond beschermde nesten die kunnen worden verwacht of zijn waargenomen in het plangebied, Soort

Categorie

Functie

Buizerd

4

Mogelijk nest, foerageergebied

Havik

4

Mogelijk nest, foerageergebied

Sperwer

4

Mogelijk nest, foerageergebied

Ransuil

4

Mogelijk nest, roestplek, foerageergebied

Ekster

5

Mogelijk nest, functioneel leefgebied

Zwarte kraai

5

Mogelijk nest, functioneel leefgebied

Grote bonte specht

5

Mogelijk nest, functioneel leefgebied

Groene specht

5

Mogelijk nest, functioneel leefgebied

Koolmees

5

Mogelijk nest, functioneel leefgebied

Pimpelmees

5

Mogelijk nest, functioneel leefgebied

Boomklever

5

Mogelijk nest, functioneel leefgebied

Boomkruiper

5

Mogelijk nest, functioneel leefgebied

Bonte vliegenvanger

5

Mogelijk nest, functioneel leefgebied

Zwarte roodstaart

5

Mogelijk nest, functioneel leefgebied

Gekraagde roodstaart

5

Mogelijk nest, functioneel leefgebied

Algemene vogelsoorten Van algemene vogelsoorten zijn de nesten alleen in het broedseizoen beschermd. De gebouwen in het plangebied kunnen geschikt biotoop bieden aan broedvogels zoals kauw (Corvus monedula) en scholekster (Haematopus ostralegus). In de bomen en bosschages in het plangebied kunnen soorten zoals onder andere merel (Turdus merula), heggenmus (Prunella modularis) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) broeden.

4.1.3 Effectenbeoordeling broedvogels Broedvogels met jaarrond beschermde nesten uit categorie 1-4 In het plangebied worden meerdere vogelsoorten verwacht met een jaarrond beschermd nest, zie tabel 3. Bij de werkzaamheden worden mogelijk gebouwen gesloopt, bomen gekapt en watergangen gedempt. Hiermee verdwijnen potentiële nest- en rustplaatsen en functioneel leefgebied van deze vogelsoorten.

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

16

Broedvogels met jaarrond beschermde nesten uit categorie 5 In het plangebied zijn mogelijk nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten uit categorie 5 aanwezig. Bij de werkzaamheden worden mogelijk gebouwen gesloopt, bomen gekapt en watergangen gedempt. Hierdoor verdwijnen potentiële nest- en rustplaatsen en functioneel leefgebied van deze vogelsoorten. Vogels uit categorie 5 zijn soorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij eerder hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Hiervoor geldt wel dat er in de omgeving voldoende alternatieven aanwezig moeten zijn. Voor ekster en zwarte kraai geldt dat zij na het verliezen van een oude nestlocatie in staat zijn direct een nieuw nest te bouwen. Hiervoor kunnen bomen in bosranden, lanen en solitaire bomen worden gebruikt. Aangezien in de directe omgeving voldoende aanbod van bomen aanwezig is, worden negatieve effecten op deze soorten niet verwacht. Indien bomen worden gekapt geldt voor de holtebroeders uit deze categorie (zie tablel 2) dat op basis van de uitgevoerde ecologische quickscan, die zich alleen beperkt tot het beoordelen van functies binnen het plangebied, niet kan worden gegarandeerd dat met de werkzaamheden geen negatieve effecten optreden.

Hiervoor dient het omliggende gebied te worden beoordeeld op geschikte alternatieven en de beschikbaarheid daarvan. Indien geen bomen worden gekapt, zijn negatieve effecten niet te verwachten. Algemene broedvogels Binnen het plangebied broeden mogelijk algemene broedvogels zoals merel, roodborst en heggenmus . Voor deze soorten geldt dat er geen sprake is van negatieve effecten als de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Het verstoren of vernietigen van nestlocaties van broedende vogels is niet toegestaan. Indien niet buiten het broedseizoen van vogels kan worden gewerkt, kunnen negatieve effecten ontstaan.

4.1.4 Broedvogels - toetsing Wnb Alle vogels zijn binnen de Wnb beschermd volgens het regime van de Vogelrichtlijn. Van een aantal soorten zijn ook de nesten jaarrond beschermd. Volgens artikel 3.1 lid 1 en 2 van de Wnb is het opzettelijk doden, storen en vernielen van nesten verboden. Broedvogels met jaarrond beschermde nesten uit categorie 1-4 Met de geplande werkzaamheden kunnen nesten van vogels uit categorie 1-4 worden vernietigd. Daarnaast kunnen deze soorten worden verstoord, verwond of gedood. Dit is een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.1. Broedvogels met jaarrond beschermde nesten uit categorie 5 Negatieve effecten zijn niet met zekerheid uit te sluiten, omdat onbekend is of in de directe omgeving voldoende alternatieve, beschikbare nestmogelijkheden aanwezig zijn. Daarnaast is nog onbekend waaruit de werkzaamheden gaan bestaan en of er daadwerkelijk holtebomen worden verwijderd. Een overtreding van de Wet natuurbescherming is daarom dus niet uit te sluiten. Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

17

Algemene broedvogels Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels uit te voeren, worden negatieve effecten voorkomen en is een overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Indien niet buiten het broedseizoen wordt gewerkt, is een overtreding van de Wet natuurbescherming niet uitgesloten. Er is geen ontheffing mogelijk voor het verstoren en doden van broedende vogels.

4.2 Planten 4.2.1 Deelgebied 1, 2 en 3- resultaten aanwezigheid De meeste beschermde planten in Nederland kennen een zeer regionale verspreiding, zijn zeer zeldzaam en/of hebben een specifiek biotoop. In de tabel in Error! Reference source not found. zijn alle beschermde plantensoorten opgenomen met korte beschrijving van de specifieke standplaatseisen en het verspreidingsgebied. Daaruit is gebleken dat alle beschermde plantensoorten kunnen worden uitgesloten op basis van standplaatskenmerken en verspreiding in Nederland.

4.2.2 Deelgebied 1, 2 en 3 - effectbeoordeling en toetsing Wet natuurbescherming Aangezien er geen beschermde planten aanwezig zijn of worden verwacht heeft de ingreep geen negatieve effecten op deze soortgroep. Van een overtreding van de Wet natuurbescherming is voor deze soortgroep dus geen sprake.

4.3 Vleermuizen Het functioneel leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Gedurende het jaar hebben verblijfplaatsen verschillende functies3, zoals winter-, zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen. Vleermuizen zijn globaal in te delen naar het type verblijfplaatsen dat ze gebruiken: gebouwbewonende soorten en boombewonende soorten. Er zijn ook soorten de in beide biotopen verblijven. Veel vleermuissoorten komen in heel Nederland voor. Enkele soorten hebben een beperkt, soms lokaal, verspreidingsgebied en worden zodoende in het hele plangebied niet verwacht. Deze soorten zijn dan ook niet meegenomen in de tabel. Het betreft de bosvleermuis, grijze grootoorvleermuis, ingekorven vleermuis, vale vleermuis, Bechsteins vleermuis en Brandts vleermuis. In de tabellen 3, 4 en 5 zijn globaal de habitatvoorkeur aangegeven. Het verschilt per deelgebied welke biotopen aanwezig zijn. Zodoende wordt per deelgebied besproken wat de potentieel aanwezige soorten zijn en de mogelijk effecten hierop. De potentiekaart voor vleermuizen is opgenomen in Bijlage 5.

3

https://regelink.nl/kenniscentrum/definities-vleermuizenonderzoek/

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

18

4.3.1 Deelgebied 1 Resultaten aanwezigheid In dit deelgebied zijn grote gebouwen aanwezig, grote bomen met mogelijk holtes en lijnvormige elementen in de vorm van bomenrijen en waterpartijen. Niet elk gebouw heeft openingen die toegankelijk zijn voor vleermuizen. Welke delen/gebouwen geschikt zijn voor gebouwbewonende vleermuizen wordt weergegeven op de potentiekaart in Bijlage 5. Op basis van de gebiedskenmerken worden bepaalde soorten en functies verwacht in dit deelgebied, dit wordt weergegeven in tabel 5.

Effect beoordeling In dit deelgebied worden mogelijk gebouwen gesloopt, bomen gekapt, groen verwijderd en watergangen gedempt. Hierdoor verdwijnen mogelijk verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes van zowel gebouw- als boombewonende soorten. Zodoende kunnen de ingrepen een negatief effect hebben op vleermuizen. Een overzicht van de te verwachten soorten en effecten wordt weergegeven in Tabel 3. Tabel 3. De potentieel aanwezige soorten vleermuizen en functies (aangegeven met X). Daarnaast is aangegeven welke soorten voor het plangebied met zekerheid kunnen worden uitgesloten: op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of ligging buiten verspreidingsgebied (V). Groen X = geen effect te verwachten. Rood X = negatief effect niet uitgesloten. - = functie niet verwacht. Soort

Habitat Uit te (verblijfplaats) sluiten

Verblijfplaatsfunctie Zomer Kraam Paar

Andere functie Winter Vliegroute

Foerageergebied

Gewone dwergvleermuis (Pipistrelllus pipistrellus)

Gebouwen (bomen)

Nee

X

X

X

X

X

X

Ruige dwergvleermuis (Pipistrelllus nathusii)

Gebouwen, bomen

Nee

X

-

X

X

X

X

Kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus)

Gebouwen

Nee

X

X

X

X

X

X

Rosse vleermuis (Nyctalus noctula)

Bomen, gebouwen

Nee

X

X

X

X

-

X

Laatvlieger (Eptesicus serotinus)

Gebouwen

Nee

X

X

X

X

X

X

Tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus)

Gebouwen

Nee

X

-

X

X

X

X

Gewone grootoorvleermuis (Plecotus austriacus)

Gebouwen, bomen

Nee

X

X

X

X

X

X

Watervleermuis (Myotis daubentoni)

Bomen

Nee

X

X

X

X

X

X

Meervleermuis (Myotis dasycneme)

Gebouwen

Nee

X

X

X

-

X

-

Franjestaart (Myotis nattereri)

Bomen

Nee

X

X

X

X

X

X

Baardvleermuis (Myotis mystacinus)

Gebouwen, bomen

Nee

X

X

X

X

X

X

Toetsing Wnb Bij de ingreep worden mogelijk gebouwen gesloopt, bomen gekapt, groen verwijderd en watergangen gedempt. Hierdoor verdwijnen mogelijk verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes. De aantasting van essentiële foerageergebieden en -vliegroutes leidt indirect tot een afname van de functionaliteit van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van vleermuizen en zijn daarmee ook een overtreding van artikel 3.5, lid 4 van de Wet natuurbescherming. Overtredingen zijn mogelijk te voorkomen door het ontwerp Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

19

dusdanig aan te passen zodat beschermde waarden niet aangetast worden. Indien dit niet mogelijk is kan een ontheffing worden aangevraagd en dienen mitigerende maatregelen en een aangepaste werkwijze te worden opgesteld.

4.3.2 Deelgebied 2 Resultaten In dit deelgebied zijn grote bomen met mogelijk holtes, een beschut ruig grasland en lijnvormige elementen in de vorm van bomenrijen en waterpartijen aanwezig. In de bomen kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Het grasveld, de bomenrijen en de waterpartijen kunnen in gebruik zijn als foerageergebied en de laatste twee tevens als vliegroute. Op basis van de gebiedskenmerken worden bepaalde soorten en functies verwacht in dit deelgebied, dit wordt weergegeven in Tabel 4. Effectbeoordeling In dit deelgebied worden tijdens de ingreep mogelijk bomen gekapt, groen verwijderd en watergangen gedempt. Hierdoor verdwijnen verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen, foerageergebied en vliegroutes. Tabel 4. De potentieel aanwezige soorten vleermuizen en functies (aangegeven met X). Daar naast is aangegeven welke soorten voor het plangebied met zekerheid kunnen worden uitgesloten: op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of ligging buiten verspreidingsgebied (V). Groen X = geen effect te verwachten. Rood X = negatief effect niet uitgesloten. - = functie niet verwacht. Soort

Habitat Uit te (verblijfplaats) sluiten

Verblijfplaatsfunctie Zomer Kraam Paar

Andere functie Winter Vliegroute

Foerageergebied

Gewone dwergvleermuis (Pipistrelllus pipistrellus)

Gebouwen (bomen)

Nee

X

-

X

X

X

X

Ruige dwergvleermuis (Pipistrelllus nathusii)

Gebouwen, bomen

Nee

X

-

X

-

X

X

Kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus)

Gebouwen

Nee

-

-

-

-

X

X

Rosse vleermuis (Nyctalus noctula)

Bomen, gebouwen

Nee

X

X

X

X

-

X

Laatvlieger (Eptesicus serotinus)

Gebouwen

Nee

-

-

-

-

X

X

Tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus)

Gebouwen

Nee

-

-

-

-

X

X

Gewone grootoorvleermuis (Plecotus austriacus)

Gebouwen, bomen

Nee

X

X

X

X

X

X

Watervleermuis (Myotis daubentoni)

Bomen

Nee

X

X

X

X

X

X

Meervleermuis (Myotis dasycneme)

Gebouwen

Nee

-

-

-

-

X

-

Franjestaart (Myotis nattereri)

Bomen

Nee

X

X

X

X

X

X

Baardvleermuis (Myotis mystacinus)

Gebouwen, bomen

Nee

X

X

X

X

X

X

Toetsing Wnb Alle in Nederland voorkomende soorten vleermuizen zijn beschermd volgens het regime Habitatrichtlijn. Vernietigen van verblijfplaatsen is een overtreding van artikel 3.5, lid 4 van de Wet natuurbescherming. Bij de ingreep worden mogelijk bomen gekapt, groen verwijderd en watergangen gedempt. Hierdoor Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

20

verdwijnen mogelijk verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes. De aantasting van essentiële foerageergebieden en -vliegroutes leidt indirect tot een afname van de functionaliteit van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van vleermuizen en zijn daarmee ook een overtreding van artikel 3.5, lid 4 van de Wet natuurbescherming. Overtredingen zijn mogelijk te voorkomen door het ontwerp dusdanig aan te passen zodat beschermde waarden niet aangetast worden. Indien dit niet mogelijk is kan een ontheffing worden aangevraagd en dienen mitigerende maatregelen en een aangepaste werkwijze te worden opgesteld.

4.3.3 Deelgebied 3 Resultaten In dit deelgebied is een klein, laag gebouw met potentieel geschikte verblijfplaatsen aanwezig. Het geldt voornamelijk als potentieel geschikt voor zomer- en paarverblijfplaatsen. Door het kleine oppervlak en het lage bufferend vermogen worden kraamverblijfplaatsen en massawinterverblijfplaatsen uitgesloten. Ook verblijfplaatsen voor laatvlieger, tweekleurige vleermuis en meervleermuis worden daarom redelijkerwijs niet verwacht. Naast het kleine gebouw zijn ook grote bomen met mogelijk holtes, grote open sportvelden en lijnvormige elementen in de vorm van bomenrijen en waterpartijen aanwezig. In de bomen kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. De sportvelden, de bomenrijen en de waterpartijen kunnen in gebruik zijn als foerageergebied en de laatste twee tevens als vliegroute. Op basis van de gebiedskenmerken worden bepaalde soorten en functies verwacht in dit deelgebied, dit wordt weergegeven in Tabel 5. Effectbeoordeling In dit deelgebied worden tijdens de ingreep mogelijk een klein gebouw gesloopt, bomen gekapt, groen verwijderd en watergangen gedempt. Hierdoor verdwijnen mogelijk verblijfplaatsen van gebouw en boombewonende vleermuizen, foerageergebied en vliegroutes. Tabel 5. De potentieel aanwezige soorten vleermuizen en functies (aangegeven met X).

Daarnaast is aangegeven welke soorten voor het plangebied met zekerheid kunnen worden uitgesloten: op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of ligging buiten verspreidingsgebied (V). Groen X = geen effect te verwachten. Rood X = negatief effect niet uitgesloten. - = functie niet verwacht. Soort

Habitat Uit te (verblijfplaats) sluiten

Verblijfplaatsfunctie Zomer Kraam Paar

Andere functie Winter Vliegroute

Foerageergebied

Gewone dwergvleermuis (Pipistrelllus pipistrellus)

Gebouwen

Nee

X

-

X

X

X

X

Ruige dwergvleermuis (Pipistrelllus nathusii)

Gebouwen, bomen

Nee

X

-

X

-

X

X

Kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus)

Gebouwen

Nee

X

-

X

-

X

X

Rosse vleermuis (Nyctalus noctula)

Bomen, gebouwen

Nee

X

X

X

X

-

X

Laatvlieger (Eptesicus serotinus)

Gebouwen

Nee

-

-

-

-

X

X

Tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus)

Gebouwen

Nee

-

-

-

-

X

X

Gewone grootoorvleermuis (Plecotus austriacus)

Gebouwen, bomen

Nee

X

X

X

X

X

X

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

21

Soort

Habitat Uit te (verblijfplaats) sluiten

Verblijfplaatsfunctie

Andere functie

Watervleermuis (Myotis daubentoni)

Bomen

Nee

X

X

X

X

X

X

Meervleermuis (Myotis dasycneme)

Gebouwen

Nee

-

-

-

-

X

-

Franjestaart (Myotis nattereri)

Bomen

Nee

X

X

X

X

X

X

Baardvleermuis (Myotis mystacinus)

Gebouwen, bomen

Nee

X

X

X

X

X

X

Toetsing Wnb Alle in Nederland voorkomende soorten vleermuizen zijn beschermd volgend het regime Habitatrichtlijn. Vernietigen van verblijfplaatsen is een overtreding van artikel 3.5, lid 4 van de Wet natuurbescherming. Bij de ingreep worden mogelijk gebouwen gesloopt, bomen gekapt, groen verwijderd en watergangen gedempt. Hierdoor verdwijnen mogelijk verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes. De aantasting van essentiële foerageergebieden en -vliegroutes leidt indirect tot een afname van de functionaliteit van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van vleermuizen en zijn daarmee ook een overtreding van artikel 3.5, lid 4 van de Wet natuurbescherming. Overtredingen zijn mogelijk te voorkomen door het ontwerp dusdanig aan te passen zodat beschermde waarden niet aangetast worden. Indien dit niet mogelijk is kan een ontheffing worden aangevraagd en dienen mitigerende maatregelen en een aangepaste werkwijze te worden opgesteld.

4.4 Knaagdieren 4.4.1 Deelgebied 1, 2 en 3 - Resultaten aanwezigheid In Nederland worden drie knaagdiersoorten beschermd. In Tabel 6 is de mogelijke aanwezigheid beoordeeld. Tabel 6 Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wnb): HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere soorten. Aangegeven is welke soorten met zekerheid voor het plangebied zijn uit te sluiten: vanwege het ontbreken van geschikt habitat (H) en/of ligging buiten verspreidingsgebied (V). Soort

Habitat

Verspreiding

Wnb Uit te sluiten

Bever (Castor fiber)

Overgangszones tussen land en water van rivieren, meren en broekbossen, bomen op oever, rust

Langs alle grote rivieren, Flevoland, delen van NoordNederland, Gelderland, Limburg, soort breidt zich uit

HR

Ja: H+V

Hamster (Cricetus cricetus)

Open, agrarisch landschap op Alleen Zuid-Limburg leem- of lössgrond, met een lage grondwaterstand, graanakkers of percelen met luzerne

HR

Ja: H+V

Eekhoorn (Sciurus vulgaris)

Naald- en loofbos

AS

Nee, zie toelichting

Vrijwel geheel Nederland

Eekhoorn Het plangebied valt binnen het verspreidingsgebied van eekhoorn en biedt geschikt habitat voor de soort. Dit blijkt uit de aanwezige bosranden en grote bomen met (mogelijk) holtes die gebruikt kunnen worden als nestlocatie. Geschikt habitat is voornamelijk aanwezig aan de westelijke rand van deelgebied 1, heel

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

22

deelgebied 2 en de bosrand rond deelgebied 3. In alle deelgebieden zijn potentiële nestlocaties aanwezig. In het stadspark, dat op ongeveer 1 kilometer afstand ligt ten opzichte van het plangebied, is een eekhoornpopulatie bekend. Daarnaast is de soort in 2017 en 2022 in de woonwijk ten noorden van het plangebied waargenomen. Aanwezigheid van eekhoorn in het plangebied is zodoende niet uit te sluiten. In Bijlage 6 is de potentiekaart voor deze soort opgenomen waarop te zien is waar aanwezigheid te verwachten is in elk deelgebied.

4.4.2 Effectbeoordeling & toetsing Wnb Eekhoorn Uit de resultaten blijkt dat functioneel leefgebied en nestlocaties van eekhoorn niet uit te sluiten zijn in het plangebied. Bij de ingreep worden bomen gekapt en groen verwijderd. Hierbij verdwijnt mogelijk functioneel leefgebied en mogelijk voortplantingsplaatsen voor eekhoorn. Een negatief effect kan daarom niet worden uitgesloten. Daarmee leidt de ingreep mogelijk tot een overtreding van de Wet natuurbescherming.

4.5 Muizen (ware-, woel- en slaapmuizen) 4.5.1 Resultaten aanwezigheid Op basis van de regionale verspreiding en/of zeer specifieke habitateisen is aanwezigheid van een aantal beschermde muizensoorten op voorhand uit te sluiten in het plangebied. Deze soorten zijn weergeven in Tabel 7. Overige muizensoorten zijn door de provincie vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen (zie ook Bijlage 3). Tabel 7 Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wnb): HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere soorten. Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten: vanwege het ontbreken van geschikt habitat (H) en/of ligging buiten verspreidingsgebied (V). Soort

Habitat

Verspreiding

Wnb Uit te sluiten

Eikelmuis (Eliomys quercinus)

Structuurrijke loofbossen in glooiend gebied,

Specifieke gebieden in ZuidLimburg

HR

Grote bosmuis (Apodemus flavicollis)

Diverse biotopen met enige bedekking

Limburg, Noord-/Oost-Nederland, AS breidt zich uit

Ja: H+V Ja: V

Hazelmuis (Muscardinus Gemengd loofbos, vooral aan de Zuid-Limburg avellanarius) bosrand, in voedselrijke struiklaag (bijv. hazelaar, sleedoorn, meidoorn)

HR

Ja: H+V

Molmuis (Arvicola scherman)

Laaggelegen, vochtige gebieden, Zuid-Limburg dichtbegroeide oevers, ook verder weg van water in akkers, graslanden, tuinen, boomgaarden

AS

Ja: H+V

Noordse woelmuis (Microtus oeconomus)

Natte kruidenrijke vegetatie, rietland, moeras, zeer extensief gebruikt nat weiland en periodiek overstroomde terreinen

Friese merengebied, Texel, HR Noord-Holland-Zuid, het Utrechts/Zuid-Hollands veenweidegebied en deltagebied

Ja: H+V

Veldspitsmuis (Crocidura leucodon)

Kleinschalige landschappen met open karakter, vegetaties met

Twente en Zeeuws-Vlaanderen

Ja: H+V

Ecologische quickscan West End Groningen

AS

RA22045-01

23

Soort

Habitat

Verspreiding

Wnb Uit te sluiten

gesloten goed ontwikkelde kruidlaag Waterspitsmuis (Neomys Schone wateren met een fodiens) ontwikkelde watervegetatie en een rijke oevervegetatie

Groot deel van Nederland, vooral AS Friesland, Overijssel, NoordHolland

Ja: H

Vrijgestelde muizen-soorten Een aantal muizensoorten is door de provincie Groningen vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen. Het betreft de volgende soorten: aardmuis (Microtus agrestis), bosmuis (Apodemus sylvaticus), dwergmuis (Micromys minutus), dwergspitsmuis (Sorex minutus), gewone bosspitsmuis (Sorex araneus), huisspitsmuis (Crocidura russula), ondergrondse woelmuis (Microtus subterraneus), rosse woelmuis (Myodes glareolus), tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus), veldmuis (Microtus arvalis) en woelrat (Arvicola amphibius). In Bijlage 3 is aangegeven voor welke verbodsbepalingen dit precies geldt. Voor alle vrijgestelde soorten geldt wel altijd een zorgplicht.

4.5.2 Effectbeoordeling en toetsing Wnb Er worden geen beschermde muizensoorten in het plangebied verwacht. Verder effectbeoordeling en toetsing aan de Wet natuurbescherming is zodoende niet van toepassing.

4.6 Marterachtigen 4.6.1 Resultaten aanwezigheid Voor een aantal marterachtigen is de aanwezigheid in het plangebied op voorhand uit te sluiten, vanwege specifieke habitateisen en/of regionale verspreiding. Tabel 8 geeft een overzicht. Voor soorten die niet zijn uit te sluiten staat onder de tabel een toelichting. Tabel 8 Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wnb): HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere soorten. Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten: vanwege het ontbreken van geschikt habitat (H) en/of ligging buiten verspreidingsgebied (V). Soort

Habitat

Boommarter (Martes martes)

Komt voor in allerlei typen en Midden- en Noord-Nederland, AS leeftijden bos, verblijft in holten delen van Brabant, Zeeland, Zuid(zoals boomholten, konijnen-, Holland en Noord-Holland vossen- en dassenholen); jongen groeien bijna altijd op in een boomholte

Ja, H

Das (Meles meles)

Bossen in combinatie met weides, Gehele oostelijk helft van AS akkers, lijnvormige elementen Nederland, incidenteel in Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Holland, Flevoland

Ja, H

Otter (Lutra lutra)

Langs oevers van stromend water, meren, plassen met voldoende dekking en rust en voedsel

HR

Ja, H + V

Steenmarter (Martes foina)

Gebieden met kleinschalige Vooral in de oostelijke helft en het AS landbouw met oude schuren, midden van Nederland, maar ook Heggen en geriefbosjes, in de westelijke helft van verblijfplaatsen in gebouwen (o.a. Nederland.

Nee, zie toelichting

Ecologische quickscan West End Groningen

Verspreiding

Delen van Noord-Nederland, Flevoland, Zuid-Holland, Gelderland, Overijsselse Vecht, lokaal in Noord- en MiddenLimburg

Wnb Uit te sluiten

RA22045-01

24

Soort

Habitat

Verspreiding

Wnb Uit te sluiten

op zolders, kruipruimtes, spouwmuren, onder dakpannen), heeft binnen het territorium ook meerdere rust- en verblijfplaatsen in boomholtes, takkenhopen en struweel Bunzing (Mustela putorius)

Half open, structuurrijke gebieden Vrijwel geheel Nederland met voldoende dekking, oude holen van konijn, vos, das

AS

Nee, zie toelichting

Wezel (Mustela nivalis)

Half open, structuurrijke gebieden Vrijwel geheel Nederland met voldoende dekking, oude holen van konijn, vos, das

AS

Nee, zie toelichting

Hermelijn (Mustela erminea)

Half open, structuurrijke gebieden Vrijwel geheel Nederland met voldoende dekking, oude holen van mol, muizen

AS

Nee, zie toelichting

Steenmarter Het plangebied valt binnen het verspreidingsgebied van steenmarter en biedt geschikt habitat voor de soort. In het plangebied zijn namelijk struiken en ruigtes aanwezig waar de soort kan foerageren en schuilen. Daarnaast zijn de gebouwen, zoals het oude schoolgebouw geschikt als verblijfplaats van de soort. De bosranden, houtwallen en het struweel in alle deelgebieden zijn geschikt als foerageer -, rust- en schuilplaatsen voor de soort. Tijdens de ecologische quickscan zijn geen holen van bijvoorbeeld konijn gevonden, maar deze kunnen niet worden uitgesloten omdat de vegetatie vol in het blad stond en daarom is het onmogelijk om te zien wat daaronder aanwezig is. De oude bedrijfs- en schoolgebouwen in deelgebied 1 hebben potentie als geschikte voortplantings- en verblijfplaatsen voor steenmarter. Steenmarters kunnen hier via kapotte ramen de panden binnengaan. Steenmarter is tevens in de directe omgeving van het plangebied waargenomen (NDFF, 2022). De aanwezigheid van de soort en beschermde functies zijn daarom niet op voorhand uit te sluiten. De potentiekaart voor steenmarter is opgenomen in Bijlage 7.

Bunzing, wezel, hermelijn Het plangebied valt binnen het verspreidingsgebied van bunzing, wezel en hermelijn en biedt geschikt habitat in de vorm van bosranden, houtwallen en (dicht) struweel met dood hout. Van alle drie de soorten zijn waarnemingen in de directe omgeving het plangebied bekend (NDFF, 2022) Hermelijn is waargenomen in de bosrand aan de andere zijde van het water aan de westzijde van deelgebied 1. Zowel hermelijn en wezel maken gebruik van oude muizenholletjes als verblijfplaats, aanwezigheid hiervan in het plangebied kan niet worden uitgesloten. Aanwezigheid van leefgebied en voortplantingsplaatsen van bunzing, wezel en hermelijn in het plangebied kan zodoende niet worden uitgesloten. De potentiekaart voor bunzing, wezel en hermelijn is opgenomen in Bijlage 9.

4.6.2 Effectbeoordeling en toetsing Wnb Steenmarter Uit de resultaten blijkt dat in het plangebied geschikt leefgebied aanwezig is en potentieel voortplantingsgebied in de bebouwing van deelgebied 1. Indien bij de geplande werkzaamheden groenstructuren zoals houtwallen en struweel worden verwijderd, kunnen schuilplaatsen en Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

25

foerageergebied verdwijnen. Indien bij de geplande werkzaamheden in deelgebied 1 de oude kantoor- en schoolgebouwen worden gesloopt, kunnen vaste verblijfplaatsen en voortplantingshabitat worden vernietigd. Daarnaast kunnen daarmee ook steenmarters worden verstoord, verwond of gedood en dat is een overtreding van de Wet natuurbescherming. Bunzing, wezel, hermelijn Uit de resultaten blijkt dat in het plangebied geschikt leef- en voortplantingsgebied aanwezig is voor bunzing, wezel en hermelijn. Bij de ingreep worden mogelijk bomen gekapt en groen verwijderd waardoor leefgebied en vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soorten kan verdwijnen. Daarmee kan de ingreep leiden tot een negatief effect op bunzing, wezel en hermelijn. Daarnaast kunnen bij deze genoemde werkzaamheden ook dieren worden verstoord, verwond of gedood, waarmee de Wet natuurbescherming kan worden overtreden.

4.7 Overige zoogdieren 4.7.1 Resultaten aanwezigheid Binnen de groep overige zoogdieren komen zowel streng beschermde soorten van de habitatrichtlijn voor als soorten volgens beschermingsregime Andere Soorten. Ook zijn een aantal soorten door de provincie Groningen vrijgesteld. Van een aantal soorten is op basis van specifieke habitateisen en/of regionale verspreiding de aanwezigheid in het plangebied op voorhand uit te sluiten. In Tabel 9 is hiervan een overzicht gegeven. Voor soorten die niet zijn uit te sluiten staat onder de tabel een toelichting. Tabel 9 Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wnb), HR= Habitatrichtlijn, AS = Andere Soorten. * In sommige provincies zijn soorten vrijgesteld, zie daarvoor Bijlage 3. Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of buiten verspreidingsgebied (V). Soort

Habitat

Verspreiding

Wnb

Uit te sluiten

Damhert (Dama dama)

Loofbossen met ondergroei, grazige randzones

Duingebieden, Veluwe, Utrechtse Heuvelrug, Zuidwest Limburg, landelijk verspreid (Nulstandbeheer)

AS

Ja, V+H

Edelhert (Cervus elaphus).

Bossen, grasgebieden

Veluwe, Oostvaardersplassen, Weerterbos. Incidenteel Utrechtse Heuvelrug, NoordBrabant en Limburg (Nulstandbeheer)

AS

Ja, V+H

Egel (Erinaceus europaeus)

Zeer uiteenlopende biotopen

Heel Nederland

AS*

Nee, zie toelichting

Haas (Lepus europaeus)

Zeer uiteenlopende biotopen

Heel Nederland

AS*

Nee, zie toelichting

Konijn (Oryctolagus cuniculus)

Zeer uiteenlopende biotopen

Heel Nederland

AS*

Nee, zie toelichting

Lynx (Lynx lynx)

Dichte bossen met ondergroei, heuvels

Incidenteel in Zuid-Limburg

HR

Ja, V+H

Ree (Capreolus capreolus)

Bos, bosranden, grasland, Heel Nederland heide, duinen, cultuurlandschap

AS*

Nee, zie toelichting

Vos (Vulpes vulpes)

Zeer uiteenlopende biotopen

AS*

Nee, zie toelichting

Ecologische quickscan West End Groningen

Heel Nederland

RA22045-01

26

Soort

Habitat

Verspreiding

Wnb

Uit te sluiten

Wild zwijn (Sus scrofa)

Voedselrijke bossen met natte plaatsen

(Nulstandbeheer)

AS*

Ja, V+H

Wilde kat (Felis silvestris)

Oude, structuurrijke loofbossen Lokaal in Zuid-Limburg

HR

Ja, V+H

Wolf (Canis lupus)

Diverse landschappen en biotopen, voorkeur voor grote bossen.

Vestiging op de Veluwe en Drenthe, elders incidenteel zwervend

HR

Ja: V+H

Noordzee, sommige soorten incidenteel in havens, delta.

HR

Ja: H+V

Zeezoogdieren Zee 21 beschermde soorten

Egel, haas, konijn, ree en vos Het plangebied ligt binnen het verspreidingsgebied van egel, haas, konijn, ree en vos. De deelgebieden, met name deelgebied 2 en 3 zijn zeer geschikt voor egel en konijn. Dit blijkt uit de aanwezigheid van ruigere graslanden en bos/struweelranden die foerageergebied en schuilmogelijkheden bieden. Functioneel leefgebied en voortplantingsgebied is voor deze soorten derhalve niet uit te sluiten . Het gebied is vanwege de stedelijke omgeving en daardoor verminderde bereikbaarheid matig geschikt voor haas, ree en vos. Van de laatste zijn tevens geen waarnemingen bekend in de wijde omgeving van het plangebied (NDFF, 2022). Incidentele aanwezigheid van haas, ree en vos kan echter niet worden uitgesloten. De potentiekaart voor egel, haas, konijn, ree en vos is opgenomen in Bijlage 9.

4.7.2 Effectbeoordeling en toetsing Wnb Egel en konijn Uit de resultaten blijkt dat voor egel en konijn leefgebied en voortplantingsplaatsen aanwezig kunnen zijn in het plangebied. In alle deelgebieden is dit het geval maar met name in deelgebied 2 en 3. Bij de ingreep worden mogelijk bomen gekapt, groen verwijderd en watergangen gedempt. Dit kan leiden tot negatieve effecten op deze soorten. Omdat egel en konijn door de provincie Groningen zijn vrijgesteld is een overtreding van de Wet natuurbescherming hiervoor niet aan de orde. Haas, ree en vos Uit de resultaten blijkt dat haas, ree en vos mogelijk incidenteel in het plangebied bezoeken, maar dat binnen het plangebied geen essentiële functies voor deze soorten aanwezig zijn. Negatieve effecten op haas, ree en vos kunnen daarom redelijkerwijs worden uitgesloten.

4.8 Reptielen 4.8.1 Resultaten aanwezigheid Binnen de soortgroep reptielen is het voorkomen in het plangebied van een aantal beschermde soorten op voorhand uit te sluiten, op basis van specifieke habitateisen en/of regionale verspreiding. In Tabel 10 is hiervan een overzicht gegeven.

Ecologische quickscan West End Groningen

RA22045-01

27

Tabel 10 Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wnb), HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere Soorten. Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of buiten verspreidingsgebied (V). Soort

Habitat

Adder (Vipera berus)

Natte heide en hoogveen, bossen Pleistocene zandgronden, in Limburg alleen op de Meinweg

Verspreiding

Wnb Uit te sluiten AS

Ja: V + H

Gladde slang (Coronella Heide en hogere droge delen in austriaca) hoogveenvegetaties

Oostelijk helft van Nederland (hogere zandgronden) en ZuidLimburg

HR

Ja: V+ H

Hazelworm (Anguis fragilis)

Heel Nederland m.u.v. Zeeland, uitgezette populaties in de Hollandse duinen

AS

Ja: V, zie toelichting

Levendbarende hagedis Heide, hoogveen, open bos, Vrijwel geheel Nederland m.u.v. (Zootoca vivipara) bermen, diverse zonnige plekken. Zuid-Holland en Noord-Holland

AS

Ja: V, zie toelichting

Muurhagedis (Podarcis muralis)

Warme beschutte locaties, met name muren en rotsen.

Maastricht en enkele (uitgezette) populaties

HR

Ja: H+V

Ringslang (Natrix helvetica)

Waterrijke habitats, met droge biotopen voor overwintering en eiafzet

Noord-Holland, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Drenthe en Friesland, verder verspreid

AS

Ja: H+V

Zandhagedis (Lacerta agilis)

Droge warme gebieden in duinen Kust- en rivierduinen, Veluwe en en zandgronden stuwwallen

HR

Ja: H+V

Vochtige bos en heide met een dichte vegetatiestructuur, houtwallen, struweel, stenige habitats.

Hazelworm & Levendbarende hagedis Hazelworm en levendbarende hagedis circa 10 kilometer ten zuiden, onder de dorpen Roden en Peize, waargenomen. De afstand tot het plangebied, met daartussen vele obstakels zoals snelweg A7, Provinciale wegen N370, N372 en N386 en de vele kleinere autowegen, maken het voor deze soorten onmogelijk om het plangebied te bereiken. Deze soorten kunnen daarom redelijkerwijs worden uitgesloten.

4.8.2 Effect beoordeling en toetsing Wet natuurbescherming Er worden geen beschermde reptielen in het plangebied verwacht. Verder effectbeoordeling en toetsing aan de Wet natuurbescherming is zodoende niet van toepassing.

4.9 Amfibieën 4.9.1 Resultaten aanwezigheid Het functioneel leefgebied van amfibieën bestaat uit voortplantingswater en landhabitat. De meeste soorten maken in het voorjaar en/of zomer gebruik van het water en de rest van het jaar hebben ze zomer- en winterverblijfplaatsen op het land. Sommige soorten overwinteren onder water in de modder. In het plangebied zijn meerdere sloten en watergangen aanwezig. Gezien de waargenomen soorten, gele lis, brandnetel en braam, en het gebied wordt uitgegaan van (licht) voedselrijke eigenschappen. Er is in de sloten weinig tot geen onderwaterbegroeiing aanwezig en deze hebben een steil talud. De bredere watergangen hebben flauwe oevers en onderwaterbegroeiing. Hierin is mogelijk ook vis aanwezig. De sloten en watergangen zijn het grootste gedeelte van de dag beschaduwd. De sloten maar met name de bredere watergangen zijn mogelijk geschikt als voortplantingswater voor een aantal soorten beschermde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5416/documents/92087