Bijlage 1 Zienswijzenverslag (anoniem).pdf
Tekst van het document
Zienswijzenverslag CHW bestemmingsplan ‘Suikerzijde, deelgebied noord’, structuurvisie ‘De Suikerzijde’ en de MER ‘Suikerfabriekterrein Groningen’ en Aanvulling MER (anoniem) Het ontwerpbestemmingsplan CHW bestemmingsplan ‘De Suikerzijde, deelgebied noord’, de ontwerpstructuurvisie ‘De Suikerzijde’ en de Aanvulling op het Milieueffectrapport (hierna: MER) hebben ter inzage gelegen van 10 december 2020 tot en met 20 januari 2021. Gedurende deze termijn kon iedereen zowel schriftelijk, mondeling als via het webformulier op de gemeentelijke website een zienswijze indienen. Het MER heeft ter inzage gelegen van 9 april tot en met 3 juni 2020. Er zijn naar aanleiding van deze terinzageleggingen in totaal 30 schriftelijke zienswijzen ingediend. Van de mogelijkheid om mondeling een zienswijze in te dienen, is geen gebruik gemaakt. Van de 30 zienswijzen is één zienswijze (van de Veiligheidsregio Groningen) te laat ingediend en derhalve niet-ontvankelijk. De overige zienswijzen zijn binnen het termijn van ter inzage legging ingediend en voldoen aan de voorwaarden. Deze zijn daarmee ontvankelijk. Tijdens de periode van ter inzage legging kwamen er extra stukken beschikbaar die betrekking hadden op het ontwerpbestemmingsplan en ontwerpstructuurvisie. Het betreft het definitieve toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. en een gemeentelijke notitie.
Beide documenten zijn meteen toegevoegd aan de ter inzage legging. Tevens heeft de ontwerpbesluit ‘hogere grenswaarden geluid ten behoeve van het bestemmingsplan ‘De Suikerzijde, deelgebied noord’’ ter inzage gelegen van 10 december 2020 tot en met 20 januari 2021. Voor deze zienswijze is een aparte zienswijzeverslag gemaakt en bijgevoegd bij het betreffende besluit. De termijnen voor zienswijzen lag in de periode van de tweede lockdown door Covid-19. Als gevolg hiervan was er geen mogelijkheid om fysieke informatiebijeenkomsten te organiseren. Op de projectpagina van de gemeentelijke website waren alle documenten te vinden. Ook was daarop een digitale presentatie van informatieborden en een filmpje te zien. Een aantal bijeenkomsten, zoals met de klankbordgroep en de gemeenteraad zijn digitaal georganiseerd. Op het projectbureau aan de Energieweg werden achter de ramen de panelen en de maquette gepresenteerd. In de zienswijzenota worden 4 kolommen gebruikt. De eerste kolom geeft het zienswijzenummer. Indien een zienswijze uit meerdere onderdelen bestaat, dan is de nummering nader opgedeeld (b.v.: 3.1, 3.2, etc.). De tweede kolom geeft de samenvatting van (een onderdeel van) een zienswijze. De derde kolom geeft onze reactie op de zienswijze.
De vierde kolom geeft aan of de zienswijze heeft geleid een wijziging van het ontwerp bestemmingsplan, de ontwerp structuurvisie of het MER, inclusief aanpassingen. Hierbij drie mogelijkheden: • •
•
De zienswijze leidt tot aanpassing van (een van) de stukken. Tevens wordt er een voorstel gegeven van de aanpassing(en); De zienswijze leidt niet tot aanpassing van (een van) de stukken. Hierbij wordt opgemerkt dat er verscheidene zienswijzen waren, die in deze fase van de plannen nog niet concreet beantwoord kunnen worden, of dat aandacht wordt gevraagd bij de uitwerking van de verschillende vervolgfasen. Formeel beschouwd hebben deze zienswijzen dan niet geleid tot aanpassing van de structuurvisie, het bestemmingsplan en / of het MER; Het vakje is leeg. In dit geval had hetgeen dat was ingediend niet rechtstreeks betrekking op de stukken. Vaak betreft dit een verzoek tot nader overleg. 1
Nr. 1 SV
2 BP
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
In het bestemmingsplan is er sprake van een fietsbrug over het Hoendiep ter hoogte van Hoendiep 150. Op de tekening staat nu op de plek van de inrit van de achterliggende parkeerplaats een kamp. Indiener maakt zich zorgen om de volgende punten: 1. er is daar geen aansluiting op een bestaand fietspad naar het noorden. Wat voor gevolgen kan dit krijgen voor het groen dat er nu is (en het voetpad en een waterpartij)? 2. mochten er verkeerslichten nodig zijn op die plek, hoeveel last hebben wij daar dan van qua licht en geluid. (lees knipperende lichten en optrekkende auto's/ vrachtwagens, etc) 3. hoe is het dan gesteld met de verkeerveiligheid voor fietsers en voor degene die het Hoendiep af willen naar de parkeerplaats/ ons kamp? 4. komen er niet nog meer "verdwaalde" fietsers op ons terrein? 5. word het een hele lange fietsbrug en komt deze dan heel erg bij ons in de buurt 6. blijft onze privacy zoals die nu is?
In deelgebied noord gaan we uit van een fijnmazig netwerk aan fietspaden. Doel is het gebied op termijn in alle windrichtingen met de omgeving te verbinden. Op termijn is ook de fietsverbinding ter hoogte van Hoendiep 150 mogelijk. In het Stedenbouwkundig plan hebben we hiermee rekening gehouden.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Het bezwaar geldt de bouwhoogtes van het meest noordwestelijke blok, tegenover de aldaar liggende woonbotenarken. Voor de eerste rij bebouwing, het dichtst bij het Hoendiep zou indiener graag maximaal 3 ipv 4 bouwlagenlagen zien, en het deel daarachter met max 6 ipv 12 bouwlagen.
In het Stedenbouwkundigplan voor deelgebied Noord en De zienswijze leidt de vertaling daarvan in het bestemmingsplan is niet tot aanpassing aangegeven dat de oevers openbaar blijven en een van de stukken groene en natuurvriendelijke inrichting zullen krijgen. Daarmee ontstaat naar onze mening aanvaardbare
De plek in het plan is zo gekozen dat deze oversteek over het Hoendiep ten noorden van de onderdoorgang onder het spoor kan komen, wat ook de plek is voor het nieuwe station. Op termijn kan deze route richting Vinkhuizen in noordelijke richting gecontinueerd worden, zodat ook de wijken die ten noorden van De Suikerzijde liggen nog beter met de fiets te bereiken zijn. De in de zienswijze genoemde zorgen zijn zeker van belang bij de verdere uitwerking van deze fietsroute. Gezien het intensieve gebruik van het Hoendiep is de aanleg van de brug met een verkeersveilige oversteek over het Hoendiep een punt van nadere bestudering. Naast een veilige oversteek zal ook goed gekeken worden naar de verdere inpassing, waarbij wij overigens niet uitgaan van een brug die ook over de weg Hoendiep gaat lopen.
2
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
Indiener geeft aan nu tegenover een prachtig natuurgebied met een hoge privacywaarde te wonen. Dat er bebouwing komt, is indiener niet gelukkig mee, maar met de voorgestelde maximale bouwhoogtes blijft er van privacy weinig meer over.
ruimte tussen de hoogte van de bebouwing en de ligging van de woonboten. Ook is in het bestemmingsplan geregeld dat de bebouwing langs de noordwestzijde van het Hoendiep maximaal 4 bouwlagen mag zijn en is hier een minimale afstand gehanteerd tussen de ligplaatsen en de voorgenomen bebouwing.
voorstel
Het noordwestelijke bouwveld is gericht op het nieuwe park. Hier is ruimte geboden voor een mogelijk hoogte accent aan de zuidzijde van het bouwveld. Het ligt voor de hand de nieuwe woningen te oriënteren op het park en de zonzijde. De lagere rand met woningen aan de zijde van het Hoendiep worden ontsloten via een woonpad (en is niet toegankelijk voor de auto). 3 3.1
Indiener zou graag zien dat de ambitie van 20% sociale Wij onderkennen de behoefte aan betaalbare woningen, De zienswijze leidt (betaalbare) woningen - zowel huur als koop) verhoogd wordt: de waaronder sociale huurwoningen. Samen met de niet tot aanpassing woningnood voor die doelgroep is het hoogst. corporaties maken we plannen voor de komende 10 van de stukken jaar. Vooralsnog is het streven in de stad als geheel om jaarlijks minimaal 200 tot 240 sociale huurwoningen netto toe te voegen. Dit wordt op meerdere locaties in de stad gerealiseerd. Ook Suikerzijde maakt onderdeel uit van deze ambities. Daarnaast streven we naar een (meer) evenwichtige verdeling van sociale huurwoningen over de stad. De programmering in de gebiedsontwikkelingen, waaronder de Suikerzijde, is dan ook deels gebaseerd op bestaande verhoudingen in de stadsdelen en de relatie met de omliggende wijken. In de basis gaan we voor de eerste 3
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
fase uit van 15% sociale huur voor de Suikerzijde, maar we kijken ook – gezien de grote behoefte – of we het aandeel sociale huur hier kunnen vergroten. Meer sociale huur zet de haalbaarheid van het plan echter onder druk in verband met het verschil in grondwaarde. We zijn in gesprek met het Rijk om te onderzoeken of het Rijk hierin kan ondersteunen.
3.2
3.3
Tevens willen we u erop wijzen dat de paragraaf betreffende het woonbeleid (3.3) in het bestemmingsplan is geactualiseerd en verduidelijkt. Indiener acht het van groot belang dat er uitdrukkelijk ruimte op Op basis van de motie kijken we wat ten aanzien van de Suikerzijde beschikbaar wordt gesteld voor kleine wooncoöperaties de precieze behoefte is en hoe we wooncoöperaties, vooral die coöperaties die zich richten op daaraan invulling kunnen geven. Wanneer blijkt dat er permanent betaalbare woningen. Hiervoor is het van belang dat een concrete behoefte is voor De Suikerzijde, dan kijken de gemeente open staat voor mogelijkheden van het pachten van we hoe we deze initiatieven in de planvorming kunnen grond voor non-marktgerichte prijzen. Indiener verwijst hierbij inpassen. naar de motie ‘Wooncoöperatie” van mei 2020 die inmiddels opgenomen is in de gemeentelijke woonvisie. Indiener zou graag Tevens willen we u erop wijzen dat de paragraaf zien dat de gemeente actief burgers informeert en inspireert om betreffende het woonbeleid (3.3) in het hier invulling aan te geven. Indiener maak namelijk momenteel bestemmingsplan is geactualiseerd en uitgebreid. deel uit van een initiatiefgroep voor een dergelijke wooncoöperatie dat zich wil richten op de Suikerzijde.
Ook sluit indiener aan bij een aantal insprekers dat zich sterk De gemeente werkt aan een voorstel voor maakt voor natuurinclusief bouwen en voor de vraag naar ruimte natuurinclusief bouwen. Het voorstel gaat in op voor zaken die de gezondheid en de leefkwaliteit bevorderen maatregelen die zijn te nemen aan, op of in de directe zoals een volkstuinvereniging (moestuinen) en ‘wilde’ omgeving van gebouwen. Het is de bedoeling dat er speelplekken; zaken die ontwikkeld en beheerd kunnen worden rond de zomer van dit jaar een voorstel aan de Raad door bewoners van de wijk. gepresenteerd wordt die voor de gemeente als geheel moet gelden, dus daarmee ook voor De Suikerzijde.
4
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders Daarmee wordt natuurinclusief bouwen een uitgangspunt bij ontwikkelingen. Natuurinclusief bouwen voegt biodiversiteit en ecologische kwaliteit toe en levert tegelijkertijd een bijdrage aan een prettige leefomgeving. Ook biedt het mogelijkheden voor natuurbeleving en levert zo een bijdrage aan het welzijn en de gezondheid van mensen. In deelgebied Noord hebben we dit thema op het niveau van het deelgebied uitgewerkt door uit te gaan van een robuuste en groene openbare ruimte. Dat betekent een nieuw park, natuurvriendelijke oevers langs het Hoendiep, aandacht voor biodiversiteit en veel groen in de straten en singels. Het gebied wordt niet ingericht als traditioneel stedelijk groen, met kortgemaaid gras, solitaire bomen en intensief beheer, maar wordt benaderd als veel natuurlijkere, ruigere en weelderige groenzones. Het vormt de grondtoon van de nieuwe wijk en vormt de basis voor nieuwbouw in de bouwvelden. Binnen de bouwvelden zien we dit thema terug in het groene (semi-) openbare gebied. Bij bouwplannen binnen de ontwikkelvelden is natuurinclusief bouwen na vaststelling van het voorstel door de raad een uitgangspunt. We willen voedsel een prominentere plek geven in de openbare ruimte, bijvoorbeeld door boomsoorten en beplanting toe te passen die eetbare vruchten dragen.
Binnen de gemeente zijn er de laatste jaren vele bewonersinitiatieven gerealiseerd in het kader van Eetbaar Groningen. Binnen dit initiatief kunnen bewoners buurtmoestuinen en boomgaarden in de 5
voorstel
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
openbare ruimte aanleggen en beheren. Voor dergelijke initiatieven is binnen Suikerzijde-Noord ook ruimte. Voor de inrichting van speelplekken en speelaanleidingen in het gebied gebruiken wij als basis het gemeentelijke inspiratieboek “Sporten, spelen, bewegen en ontmoeten in Groningen”. Daar is spelen in een groene, natuurlijke en avontuurlijke omgeving in opgenomen. Nadere uitwerking vindt plaats in een latere fase van het proces.
4
Wijkoverleg Vinkhuizen (WV)
4.1
Het WV vindt de opvatting dat de nieuw te ontwikkelen wijk in tekst en beeld alleen in verbinding wordt gebracht met de binnenstad storend. In praktijk zal er veel meer verbinding te verwachten zijn met de omliggende wijken Vinkhuizen, Zeeheldenbuurt en het dorp Hoogkerk.
SV
4.2 SV
Wij zijn het met u eens dat er vanuit en naar De De zienswijze leidt Suikerzijde vanuit alle richtingen nieuwe verbindingen tot aanpassing van zullen ontstaan. Een belangrijk gegeven voor de de stukken ontwikkeling van De Suikerzijde is de grote nabijheid van de binnenstad. Voor nieuw te ontwikkelen locaties is dat De tekst en kaart een bijzonderheid, zeker in deze omvang. U leest hier op pagina 5 & 6 echter ook een eenzijdige focus op de binnenstad in en van het SV wordt dat is niet de bedoeling. Ook de andere verbindingen zijn aangepast. waardevol voor zowel De Suikerzijde als de omliggende wijken en gebieden. Wij maken in de Inleiding (blz. 5) duidelijker dat De Suikerzijde ook betekenis heeft in de relatie met Vinkhuizen, Zeeheldenburt, De Held, Hoogkerk, Buitenhof, Peizerweg/Stadspark en de Onlanden.
Het is het WV een beetje onduidelijk hoe de beslissing is genomen Het spijt ons te horen dat u negatief bent over de De zienswijze leidt om deze naam aan het gebied te geven. Zover het WV bekend is naamkeuze. De naam is na intensief overleg en discussie niet tot aanpassing daarop geen inspraakmogelijkheid geweest. De naam ‘Suikerzijde’ tussen een ambtelijke werkgroep, cultuurhistorici en van de stukken 6
Nr.
4.3 SV
4.4 SV
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
vinden het WV matig gekozen. Het refereert maar aan een korte andere deskundigen tot stand gekomen en vervolgens periode (1914-2008) in het bijna 1000-jarig bestaan van de stad. bestuurlijk vastgelegd. Er was sterk de behoefte om het Daarbij is suiker een product dat niet louter als positief wordt woord ‘suiker’ in de naam te laten terugkomen, omdat ervaren. Het WV ziet ook niet helemaal waar ‘zijde’ geografisch het heel duidelijk een indicatie geeft waar het gebied voor staat. Het lijkt niet meer dan een modieus modernisme. Het zich bevindt in de stad. Veel Groningers weten nog dat WV pleit ervoor de naam te heroverwegen. Een mooi alternatief daar lange tijd een suikerfabriek stond. Als zodanig is ziet het WV in ‘De Verbetering’, zoals ook de naam van het gemaal dan snel duidelijk voor een ieder dat het om dat deel – en de polder. die zijde - van de stad gaat. De Suikerzijde dus. De Suikerzijde een ‘stadsdeel’ noemen is verwarrend. We spreken Met ‘stadsdeel’ doelen wij in overdrachtelijke zin op De immers al over stadsdeel West. De juiste en proportionele term Suikerzijde als ‘nieuw deel van de stad’. Het aanduiden voor De Suikerzijde is volgens het WV ‘wijk’. van dit gebied als ‘stadsdeel’ moet in deze fase van de plannen als een werktitel worden opgevat.
Het ligt in de lijn der verwachting dat bij het ontwikkelen van De Suikerzijde, het uiteindelijk in de volksmond een wijk genoemd wordt. Gezien de aanzienlijke effecten voor milieu en leefkwaliteit die ook blijken uit de MER, lijkt het WV dat de optie voor een publiekstrekker geheel geschrapt dient te worden en niet open moet blijven.
Op het niveau van de Stad Groningen als geheel zijn er weinig potentiële plekken voor de vestiging van een nieuwe publiekstrekker. Toen de terreinen van de voormalige Suikerfabriek ter beschikking kwamen was het dus volstrekt logisch om hier de optie van een publiektrekker open te houden. Deze optie is vanaf het begin van de planvorming meegenomen, maar niet verder ingevuld. Nu we concreter worden over de invulling van het eerste deelgebied hebben we ook tegelijkertijd de mogelijke effecten van een publiekstrekker meegenomen. Daarmee kunnen we een volledige afweging maken over het concrete ruimtegebruik dat we nu toestaan. Uit die beoordeling blijkt dat de vestiging van een publiektrekker in algemene zin zodanige milieu- en leefkwaliteitseffecten 7
voorstel
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
heeft dat we daar nu geen mogelijkheid voor willen bieden. De concrete effecten verschillen echter per specifieke activiteit. We sluiten daarom niet uit dat er ooit een publiekstrekker in het gebied wordt gerealiseerd, maar we geven aan dat op dat moment gerichte beoordeling en besluitvorming dient plaats te vinden. Daarmee garanderen we zorgvuldigheid van besluitvorming, maar sluiten we mogelijk wel verenigbare activiteiten niet uit. 4.5 SV
Wij menen dat aan een fietsverbinding consequenties verbonden moeten worden voor de huidige weginrichting van het Hoendiep. Graag zien we dat de gehele weg binnen de bebouwde kom getrokken wordt en dat de oversteek zo mogelijk voorrang voor fietsers geeft en daarbij een veilige oversteek voor voetgangers wordt gerealiseerd.
Om een weg of wegvak onderdeel van de bebouwde De zienswijze leidt kom te maken, moet hiervoor een duidelijk zichtbare niet tot aanpassing aanleiding zijn. Kenmerkend voor de bebouwde kom is van de stukken dat de dichtheid aan bebouwing aan weerszijden van de weg duidelijk hoger is dan buiten de bebouwde kom. Op zowel de Johan van Zwedenlaan als het Hoendiep voorzien wij niet dat een situatie zal ontstaan, waardoor uitbreiding van de bebouwde kom gerechtvaardigd is. Mocht die aanleiding in de toekomst wel ontstaan, dan wordt ter zijner tijd de bebouwde kom grens aangepast. Wij zijn het met u eens dat de fietsverbinding over het Hoendiep in de toekomst verkeersveilig moet worden ingericht. Bij het uitwerken en inpassen van deze fietsverbinding houden wij hier nauwgezet rekening mee, ongeacht of de weg Hoendiep op dat moment binnen of buiten de bebouwde kom ligt.
4.6 SV
Zorgelijk is dat de Johan van Zwedenlaan en Hoendiep aangewezen zijn als de ontsluitingswegen. Daarmee dreigen ze harde barrières te worden voor fietsers, voetgangers maar ook voor fauna. De weginrichting van beide wegen moet ons inziens
De Johan van Zwedenlaan en het Hoendiep zijn aangewezen als ontsluitingsroutes. Tegelijkertijd willen we voorkomen dat deze wegen barrières vormen voor bijvoorbeeld langzaam verkeer en dat er 8
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
daarom drastisch veranderen, waardoor de verleiding om te snel verkeersonveilige situaties ontstaan. Daarom vinden wij te rijden kleiner wordt en de sluiproutefunctie die de Johan van het van groot belang om veilige fiets- en Zwedenlaan nu heeft (via Edelsteenlaan – Diamantlaan – voetgangersoversteken te maken. Zo willen we voor Siersteenlaan) wordt weggenomen. Graag ziet het WV een nieuwe fietsers tussen Hoogkerk en De Suikerzijde, langs het weginrichting al vertaald in een visie. spoor een doorgaande fietsroute maken, met ter hoogte van de Johan van Zwedenlaan een ongelijkvloerse oversteek. Ongewenst sluipverkeer door woongebieden willen we voorkomen door maatregelen te nemen. Zo willen we de doorgaande route via de Westelijke Ringweg ongelijkvloers maken, waardoor de doorstroom verbetert en de route via Edelsteenlaan en Diamantlaan voor sluipverkeer onaantrekkelijk wordt. Deze maatregelen worden uitgevoerd in het kader van de aanpak Westelijke Ringweg.
5
Wijkoverleg Vinkhuizen (WV)
5.1
Het is het WV een beetje onduidelijk hoe de beslissing is genomen Verwezen wordt naar het antwoord bij zienswijze 4.2 om deze naam aan het gebied te geven. Zover het WV bekend is daarop geen inspraakmogelijkheid geweest. De naam ‘Suikerzijde’ vinden het WV matig gekozen. Het refereert maar aan een korte periode (1914-2008) in het bijna 1000-jarig bestaan van de stad. Daarbij is suiker een product dat niet louter als positief wordt ervaren. Het WV ziet ook niet helemaal waar ‘zijde’ geografisch voor staat. Het lijkt niet meer dan een modieus modernisme. Het WV pleit ervoor de naam te heroverwegen. Een mooi alternatief ziet het WV in ‘De Verbetering’, zoals ook de naam van het gemaal en de polder.
BP
9
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Nr. 5.2 BP
5.3 BP
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
Voorzien wordt in een fietsverbinding over het Hoendiep richting Vinkhuizen. Dat juicht het WV natuurlijk toe. Echter hoe wordt de oversteek over de weg Hoendiep geregeld? Met fietsverkeer op 1, verwachten een voorrangssituatie voor de fietser alsmede een zebrapad voor voetgangers en idealiter een verlaging van de maximumsnelheid op het Hoendiep naar 50 km/h, waarbij de hele weg dus in de bebouwde kom getrokken wordt.
voorstel
In het stedenbouwkundige plan is grofweg in het midden De zienswijze leidt van deelgebied noord een fietsverbinding opgenomen niet tot aanpassing over het Hoendiep. Op termijn kan deze route een van de stukken doorgaande fietsverbinding tot stand brengen onder het spoor door, richting het zuiden. Gelet op de verkeerssituatie ter plaatse van de te realiseren brug is een verkeersveilige oversteek over de weg Hoendiep een belangrijk uitgangspunt bij een uitwerking en aansluiting van deze fietsroute op de weg Hoendiep. Een ontwerp hiervoor wordt op termijn nader uitgewerkt. Daarnaast wordt het kruispunt nabij de Diamantlaan aangepast. Ook daar worden fietsveilige verbindingen meegenomen in het ontwerp van dit kruispunt. Ook wordt verwezen naar de beantwoording bij zienswijze 4.6 Ons valt op dat er geen geluidsonderzoek is naar de effecten van De regelgeving voor evenementen is vastgelegd in het De zienswijze leidt de nabijgelegen evenementenlocatie Suikerfabriek en Drafbaan evenementenbeleid van de gemeente Groningen. In niet tot aanpassing en daarbij rekening houdend met eventuele uitbreiding naar meer beginsel geldt in de hele stad een geluidsnorm van 85 van de stukken evenementen in het Stadspark. Graag ziet het WV daarin ook een dB(A) en 100 dB(C) ter plaatse van woningen van onderzoek. derden.
Evenementen die op het voorterrein en in het Stadspark plaatsvinden moeten, ook bij de nieuw te bouwen woningen, aan deze norm voldoen. In een vergunning voor evenementen wordt altijd een voorschrift opgenomen dat de geluidsbelasting ter plaatse van het mengpaneel of 15 meter voor het podium niet meer mag bedragen dan 100 dB(A) en 115 dB(C). Uit berekeningen blijkt dat de geluidbelasting ter plaatse van de woningen in De Suikerzijde deelgebied noord lager zal zijn dan 85 dB(A). 10
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
Uit berekeningen blijkt dat het geluidsniveau t.g.v. evenementen op de drafbaan, ter plaatse van De Suikerzijde minder bedraagt dan 60 dB(A). Meer informatie over onder andere de geluidnormen bij evenementen zijn te vinden in de ‘Nota vergunningen evenementen 2021’. Bij deze nota zijn bijlagen bijgevoegd met locatieprofielen van een aantal grote evenementen locaties, waar onder de locaties ‘Suikerfabriek terrein’ (de aanduiding voor het voorterrein van De Suikerzijde) en ‘Stadspark-drafbaan’. 5.4 BP
Gesproken wordt over mogelijk waterpeilverhoging van het Hoendiep. Welke effecten heeft dit op het waterpeil in de waterboezems langs Ring West en de Vinkhuizer graft? Graag ziet het WV deze effecten uitgewerkt.
Het Hoendiep maakt onderdeel uit van de 3e Schil van de De zienswijze leidt Electraboezem. Waterschap Noorderzijlvest beheert het niet tot aanpassing waterpeil van het regionale watersysteem waarvan het van de stukken Hoendiep onderdeel is. Het Hoendiep heeft een vast streefpeil van -0.93 m NAP. Echter door het jaar heen fluctueert dit waterpeil. Deze peilfluctuatie is inherent aan de functie van de boezem en hangt af van afvoer- en bergingscapaciteit en de hoeveelheden neerslag. Ontwikkelingen mogen niet leiden tot een versnelde afvoer op het regionale watersysteem waardoor (extra) peilstijgingen kunnen ontstaan. Voor ontwikkelingen die afvoeren op oppervlaktewater geldt daarom een waterbergingscompensatieplicht. Deze watercompensatie wordt in het plangebied deels ingezet in de vorm van een plas-draszone langs het Hoendiep en een grote waterpartij in het westelijk park. Hierdoor neemt het wateroppervlak toe zodat er geen extra 11
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
peilstijgingen optreden als gevolg van de ontwikkeling van De Suikerzijde en het nieuwbouwproject Westerwal. De ontwikkeling, afvoerwijze op Hoendiep en vergroting van het wateroppervlak is in samenspraak met waterschap Noorderzijlvest tot stand gekomen. De Vinkhuizergraft en de waterpartijen langs de westelijke ringweg maken onderdeel uit van het bemalingsgebied De Helden. Dit poldersysteem wordt apart bemalen en afgevoerd naar het Hoendiep. Peilstijgingen op het Hoendiep zijn daarmee niet van invloed op de genoemde watergangen en – partijen. 5.5 BP
5.6
5.7 BP
Er wordt in het kader van het prehistorisch landschap gesproken over terpen. In Groningen worden deze over het algemeen ‘wierden’ genoemd. Deze term is wellicht passender.
De Groninger benaming voor ‘terp’ is inderdaad ‘wierde’. Het gaat om hetzelfde archeologische verschijnsel in het Groninger kustgebied. Het woord terp wordt in de wetenschappelijke literatuur gebruikt (en ook internationaal) voor de verhoogde woonheuvels op kwelders in het noord Nederlandse kustgebied. Voor commerciële en maatschappelijke functies wordt maximaal Het bestemmingsplan maakt binnen de bestemming 12.500 m2 gereserveerd. Cruciaal voor de leefbaarheid van de ‘Gemengd-Ontwikkelgebied’ het realiseren van een nieuwe wijk en ‘de fiets op 1’ lijkt ons het realiseren van een supermarkt mogelijk. Wanneer er een supermarkt (grote) supermarkt. Graag zien we een supermarkt al opgenomen ontwikkeld gaat worden, is nog niet bekend. Wel is het in het bestemmingsplan. onze ambitie een gemengd stedelijk gebied te ontwikkelen met ruimte voor een supermarkt. Aan de oostkant van het park wordt ruimte gelaten voor In de Watervisie Groningen ’Koersen op water’ uit 2017 waterwoningen ofwel woonboten of woonbootachtige is het nieuwe beleid voor wonen op het water in onderkomens. Dit vind het WV de beeldkwaliteit van het park Groningen bepaald. In de Watervisie is onder meer voor bedreigen en bewoning brengt ook de natuurwaarden en De Suikerzijde een opgave meegegeven. Daarbij is het openbare toegankelijkheid in gevaar.
Het lijkt het WV dat het hele belang aangegeven dat dit passend moet zijn in de (toekomstige) setting van De Suikerzijde. 12
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
park gevrijwaard moet zijn van bebouwing en andere bewoonde objecten.
Met deze opgave hebben we in het bestemmingsplan rekening gehouden door aan de oostkant van het park Er wordt daarbij het aantal van 20 waterwoningen genoemd. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen Gezien het visuele aspect van zo’n woning vinden wij dat wel veel. waterwoningen' op te nemen. Of deze woonvorm Graag ziet het WV de waterwoningen op deze plek geschrapt uit conform de ambities uit de Watervisie - op het water het bestemmingsplan. De in de klankbordbijeenkomst van daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden willen wij op 13.1.2021 gegeven reden dat de gemeente een opdracht heeft een later moment bepalen. We koppelen deze opgave wonen op het water mogelijk te maken, vindt het WV mager. De aan de verdere uitwerking van de parkzone. Daarbij woondeal die gesloten is, vereist keuzes van de gemeente, soms maakt de gemeente een integrale afweging, waarbij ook ook ongemakkelijke keuzes. Niet alle programma’s kunnen wordt gekeken naar andere functies die het water in het tegelijkertijd op dezelfde plaats worden uitgevoerd: en woningen park kan krijgen, zoals op het gebied van ecologie, en groen en duurzaam en klimaatadaptief en energieneutraal en beleving openbare ruimte en recreatie. Te denken valt recreatie en evenementen is onmogelijk te combineren.
aan een aantal programmatische zones in het park: rust en ecologie, bewegen en ontspannen en een meer stedelijke dynamiek in / aan het park.
5.8 BP
Het genoemde aantal evenementendagen van 30 in het parkgebied vinden we fors. Deze dagen zullen immers vooral in het zomerseizoen zijn, wat de belasting in juni tot augustus wel groot maakt.
Op de evenementen binnen het plangebied is het evenementenbeleid van de gemeente Groningen van toepassing. Hiermee geldt dat dit gebied niet als evenementengebied is aangewezen (zoals bijvoorbeeld in het Stadspark) en er dus geen grote evenementen mogen plaatsvinden. Ook wordt er bij een evenementenvergunning eisen gesteld aan de (maximale) belasting van het evenement op het gebied en de omwonenden. Daarom is het plangebied vergelijkbaar met andere wijken/buurten in de stad. Wel wordt geconstateerd dat de regels betreffende evenementen niet consistent zijn opgenomen in de 13
De zienswijze leidt tot aanpassing van de stukken Het onderdeel ‘evenementen’ uit de tabel in artikel 6.2.1 wordt verwijderd.
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
regels. In de bestemming ‘Groen – Park’ zijn evenementen zowel in de tabel in artikel 6.2.1 als in de tabel in art. 6.2.2 opgenomen. Hiermee ontstaat conflict tussen de regels. Om dit op te heffen wordt het onderdeel ‘evenementen’ uit de tabel in artikel 6.2.1 verwijderd.
5.9 MER
5.10 MER
Het WV leest dat de MER uitgaat van nog niet besloten varianten van de inrichting van Ring West. Een scenario waar Ring West maar beperkt wordt aangepast, hetgeen door onzekerheden als gevolg van de coronacrisis en de stikstofcrisis, niet ondenkbaar is, is niet meegerekend.
Een ander punt van aandacht is het ontbreken van een paragraaf over geluidsoverlast door een eventueel te ontwikkelen publiekstrekker op het Voorterrein.
In de omgeving van De Suikerzijde zijn meerdere plannen in ontwikkeling. Een daarvan is de Aanpak Ring West. Een besluit hierover is nog niet genomen en de uitvoering is op dit moment nog onzeker. Daarom is deze aanpassing aan de Westelijke Ringweg niet meegenomen in de onderzoeken in het kader van het MER De Suikerzijde. Wel zijn in een gevoeligheidsanalyse de effecten van verkeer en milieuhinder onderzocht voor het scenario waarin De Suikerzijde en de Aanpak Ringweg West beiden zijn uitgevoerd. Nu we concreter worden over de invulling van het eerste deelgebied hebben we ook de mogelijke effecten van een eventuele publiekstrekker op het voorterrein onderzocht. Uit die beoordeling blijkt dat de vestiging van een publiektrekker in algemene zin zodanige milieuen leefkwaliteitseffecten heeft dat we daar nu geen mogelijkheid voor willen bieden. De concrete effecten verschillen echter per specifieke activiteit. We sluiten daarom niet uit dat er ooit een publiekstrekker in het gebied wordt gerealiseerd, maar we geven aan dat op dat moment gerichte beoordeling en besluitvorming dient plaats te vinden. Dat zal dan dus ook gelden voor 14
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Nr.
5.11 MER
6
Inhoud zienswijze
Tot slot mist het WV aandacht in de rapportage op de te verwachten effecten door recreanten in de geplande groenvoorzieningen aan de westzijde van het plangebied. Dit wijkpark zal in de toekomst de groene long moeten worden van misschien wel 40.000 bewoners. Dat effecten op parkbezoek groot kunnen zijn, blijkt bijvoorbeeld uit het gebruik van het Noorderplantsoen.
GGD Groningen
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
mogelijke geluidsoverlast. Daarmee garanderen we zorgvuldigheid van besluitvorming, maar sluiten we mogelijk wel verenigbare activiteiten naar de toekomst niet uit. Tevens wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.4 Het park aan de westzijde van De Suikerzijde is bedoeld De zienswijze leidt als groene verbinding tussen De Suikerzijde en niet tot aanpassing Hoogkerk. In het park komen zowel groengebieden met van de stukken ruimte voor ecologie en natuur, als plekken voor vooral recreatieve activiteiten. Hierbij wordt ook een verbinding gemaakt met het recreatiegebied van Hoogkerk. Het is de bedoeling het park voor langzaam verkeer goed bereikbaar te maken vanuit Hoogkerk en de binnenstad, zodat het park ook voor omliggende woongebieden een plek wordt voor ontspanning en ontmoeting. Door deze langzaam verkeersverbinding verwachten we dat de verkeerseffecten en milieuhinder van parkbezoek beperkt blijven. Vandaar dat in het MER de effecten op het parkbezoek niet nader zijn onderzocht. Kanttekening: het eerste deel van de brief van de GGD Groningen gaat in op ontwerpbesluit hogere grenswaarden geluid. Die zienswijze wordt in dat besluit beantwoord.
15
Nr. 6.1 AMER
6.2 AMER
6.3
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
Ook wordt in het document Aanvulling MER-rapport de uitvoering van de Top 12 keuzes uit de Next City voor de Suikerzijde beschreven. Hierbij wordt genoemd dat hinder van bestaande bedrijven, wegen en spoorlijnen een aandachtspunt is, maar dat er geen knelpunten worden geïdentificeerd. De GGD geeft aan dat de voorkeurswaarde voor geluid wordt overschreden. Er is gekozen voor het aanvragen van een hogere waarde voor geluidsbelasting. Gezien de genoemde gezondheidsrisico’s wordt dit vanuit gezondheidskundig perspectief als knelpunt aangewezen.
In de stad Groningen geldt voor (nagenoeg) alle De zienswijze leidt eerstelijnsbebouwing de voorkeurswaarde wordt niet tot aanpassing overschreden. Hierdoor moeten wij een afweging maken van de stukken tussen de verschillende belangen in het stedelijk gebied, waarbinnen geluid een afweging is. De voorkeursgrenswaarde geluid wordt op een aantal plekken in deelgebied noord overschreden. De berekende hogere geluidsbelasting op deze plekken vinden wij passen binnen een stedelijk gebied. Vanuit stedenbouwkundige redenen is er niet voor gekozen om de rooilijnen van de gevels terug te leggen. Ook zijn geluidschermen langs wegen stedenbouwkundig niet wenselijk.
Uiteindelijk wordt in het Aanvulling MER-rapport de effectbeoordelingen voor het gehele plangebied van de Suikerzijde weergegeven voor de alternatieven Laag, Midden en Hoog (met en zonder treinstation). Met name voor het alternatief Hoog (5.000 woningen met en zonder station ) is er een (zeer) slechte score op het aspect verkeerslawaai en daardoor ook voor gezondheid. Vervolgens wordt in dezelfde tabel weergegeven dat voor de G6-kernwaarden goede scores worden behaald voor alle alternatieven (Laag-Midden-Hoog met en zonder station). Gezondheidsbescherming en -bevordering hangen met elkaar samen; ze hebben beide invloed op de algehele gezondheid. De tegenstrijdigheid in de scores op Gezondheid in het Aanvulling MER-rapport geeft daarom een verkeerd beeld.
In het voorlopige advies van de Commissie m.e.r. werd geadviseerd om naast de klassieke milieucriteria , zoals geluid en verkeerseffecten, ook op de bredere beoordelingscriteria mee te nemen conform de scope van de Omgevingswet. Ook werd geadviseerd de wijze waarop de ambities uit The Next City in De Suikerzijde plek krijgen, beter te duiden. Daarom zijn in de Aanvulling MER vier extra toetsingscriteria opgenomen, die ook van invloed zijn op het thema gezondheid. De beoordeling van deze criteria is aan de beoordelingstabel van het MER toegevoegd. Hierdoor ontstaat er een bredere perspectief op de effecten die van invloed zijn op het thema gezondheid.
De GGD wil graag samen met de gemeentelijke beleidsadviseurs volksgezondheid betrokken worden bij het vervolg.
Wij gaan graag in op uw aanbod betrokken te willen zijn bij het vervolg van de ontwikkeling. 16
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Nr.
Inhoud zienswijze
7
Buurtcommissie Peizerbocht (BP)
7.1
Als reactie op inspraak van de BP geeft de Gemeente te kennen dat het behoudt van de huidige locatie van Stichting Bangeweer nadrukkelijk één van de onderzoek varianten is, maar dat het nog te vroeg om daar reeds nu uitspraken over te doen. Het is fijn om te lezen dat de bewoners van de Stichting Bangeweer uiteraard bij de verdere uitwerking van de plannen betrokken zullen worden en de Gemeente vroegtijdig eventuele consequenties van de verdere planontwikkeling met hen gaat bespreken.
SV
De BP hecht eraan nogmaals te benadrukken dat de BP niet inziet waarom er een onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen de verschillende bewoners van de Peizerbocht. De bewoners van nr. 298 wonen daar nu ruim 30 jaar, hebben gezamenlijk als Stichting Bangeweer een huurovereenkomst en zijn daarmee een integraal onderdeel van de Peizerbocht. Daarbij wordt de, in de gemeentelijke plannen gewenste diversiteit door de aanwezigheid van de stadsnomaden bevorderd. 7.2 SV
Omdat de BP serieus bezorgd is over toename van de autoverkeersstroom over de Peizerweg, vanwege het feit dat de Peizerweg een cruciale rol zal gaan spelen in het ontsluiten van het zuidelijk deelgebied voor autoverkeer, is de BP verheugd te lezen in uw reactie dat onze betrokkenheid als bewonersorganisatie bij het inrichten van de toekomstige verkeersstructuur gewaardeerd wordt. De BP ziet de uitnodiging graag tegemoet om, zodra de verdere uitwerking aan de orde is,
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
De discussie over het perspectief van de locatie van de De zienswijze leidt Stichting Bangeweer is pas aan de orde wanneer we aan niet tot aanpassing planvorming voor het gebied ten zuiden van de spoorlijn van de stukken toe zijn. Bij het opstellen van de eerste conceptstructuurvisie hebben we de bewoners reeds toegezegd dat zij dan volwaardig bij planontwikkeling betrokken worden. Die toezegging blijven we herhalen. Er hebben zich geen feiten en omstandigheden voorgedaan die aanleiding zouden kunnen zijn om nu toch definitieve uitspraken over het perspectief van de locatie te doen.
Het zuidelijke deelgebied moet de komende jaren nog verder worden uitgewerkt. De verkeersontsluiting van dit deelgebied vormt daarbij een belangrijk onderzoeksvraagstuk. Wij waarderen uw betrokkenheid als bewonersorganisatie bij de plannen voor De Suikerzijde. Graag maken wij bij de verdere uitwerking van deze plannen in de toekomst ook gebruik van uw inbreng.
17
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
gezamenlijk naar de gewenste verkeersstructuur en ligging van de zuidelijke ontsluitingsweg te kijken. 7.3 SV
Het stelt ons gerust te lezen dat het een standaard verplichting is om voor en tijdens werkzaamheden onderzoek te doen naar mogelijke risico’s op schade voor de gebouwde omgeving, deze te monitoren en passende maatregelen te nemen om schade te voorkomen. Voordat er met bouwactiviteiten gestart gaat worden, horen wij graag hoe er gemonitord gaat worden en wat deze passende maatregelen concreet gaan inhouden.
Concreet betekent dit dat er een zogenaamde De zienswijze leidt vooropname moet worden uitgevoerd. Dit gebeurt niet tot aanpassing voorafgaand aan de toekomstige bouwactiviteiten in de van de stukken nabijheid van (zettings)gevoelige belendingen (zoals bijvoorbeeld de woningen in de Peizerbocht die over het algemeen op staal gefundeerd zijn). Een vooropname of zgn. 0-opname is een exterieure en interieure opname van de staat van de woning(en) op dat moment. Deze opname geeft de bewoners de mogelijkheid aan te kunnen tonen dat schade aan hun belending(en) is veroorzaakt door bouwactiviteiten. Ook geeft dat de gemeente, dan wel een ontwikkelaar, de mogelijkheid aan te kunnen tonen dat dat eventueel niet zo is. Deze vooropname of 0-opname wordt verstrekt aan bewoner(s) en tevens gedeponeerd bij een notaris. Wij zien er op toe dat deze vooropname daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de toekomstige bouwactiviteiten en of deze plaatsvinden in de nabijheid van (zettings)gevoelige belendingen wordt voorafgaand een risico-analyse opgesteld van de voorgenomen bouwwerkzaamheden. Uitkomst van deze analyse kan zijn dat een ontworpen funderingswijze moet worden aangepast, omdat deze teveel trillingen veroorzaakt. Op basis van de risico-analyse en eventueel aangepaste bouwwijzen wordt een monitoringsplan opgesteld, waarin staat beschreven hoe er gemonitord dient te 18
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
worden. Daarbij kunt u denken aan het monitoren van grondwaterstanden met peilbuizen, het doen van trillingsmetingen aan de gevel met daarop aangebrachte trillingsmeters en het uitvoeren van hoogtemetingen van vooraf aangebrachte hoogteboutjes in de gevels om te kunnen meten of een belending wel of niet zakt. 7.4 SV
De BP wil graag ingaan op de verdere invulling van “groen en ecologie”. De BP beperkt zich nu ook weer tot opmerkingen op hoofdlijnen op de ontwikkelvisie van het hele terrein Suikerzijde, aangezien deelplannen qua invulling voor het gebied ten zuiden van de spoorverbinding pas in een later stadium aan de orde zullen zijn. Tevens wil de BP bij hun zienswijze ook het recent gelanceerde plan ‘Vitamine Groen’ van de Gemeente betrekken. Hierin streeft de Gemeente naar vergroening en verduurzaming door 1000 extra bomen per jaar aan te planten. Tevens omvat dit plan herstelprojecten en is het de bedoeling om hier overal inwoners te betrekken.
Wij onderschrijven de vaststelling dat in het zuidelijk gebied grote kansen liggen om de ambities van het Groenplan Vitamine G en de ontwikkeling van De Suikerzijde te combineren. Wij nemen het aanbod van de BP om hier te zijner tijd gezamenlijk met ons invulling aan te geven graag aan.
De BP ziet hier een geweldige kans voor Gemeente en inwoners om deze twee programma’s met elkaar te verbinden. De Groenstructuur Suikerzijde kan uitstekend samengaan met de uitvoeringsambities van plan ‘Vitamine Groen’, bijvoorbeeld door het aanleggen en inrichten van ‘Tiny Forests’ in het plangebied ten zuiden van het fietspad. Het uitvoeren van diverse landschap herstelprojecten is in onze ogen ook van toepassing voor dit gebied. Dit kan tevens een passende invulling zijn ter voorkoming dat het krekengebied aan alle kanten omsloten wordt door bebouwing.
19
De zienswijze leidt tot aanpassing van de stukken De tekst op pagina 94 van het SV wordt aangepast. Hier wordt een extra bullit voor de bewoners Peizerbocht / Peizerweg toegevoegd.
Nr.
7.5 SV
7.6
7.7
Inhoud zienswijze De BP voelt zich (als buurtbewoners) door beide beleidsimpulsen gestimuleerd om samen met de gemeente tot nader invulling te komen. Om de groene en ecologische ambitie van de Gemeente Groningen bij het door ontwikkelen van De Suikerzijde een extra stimulans te geven, stelt de BP voor om de ingetekende ontwikkelgebieden ten zuiden van de fietsverbinding over de hele lengte van het Hegepad op te nemen in de groenblauwe verbindingszone van oost naar west. Het garandeert een belangrijke groene ecologische schakel in de toekomstige ontwikkeling, door de weidevelden en het krekengebied ten zuiden van het fietspad aan elkaar te verbinden en door te trekken van noord naar zuid en oost naar west. Behalve Tiny Forests stelt de BP voor het hele gebied ten zuiden van het fietspad in te richten via het principe ‘combinatiegroen’; te weten boerengeriefhout, houtwallen, eetbaar bos, boomgaard, inheemse bomen, vlinder en insectentuin maar ook het huidige weidelandschap die het gebied verbindt via Stadspark met Ommelanden. Zo behoudt het gebied de ecologische waarde die daarnaast ook nog eens versterkt wordt door de nieuwe aanplant van bovengenoemd groen.
Door dit groen de komende jaren te gaan inplannen en planten zal tegen de tijd dat de stad in dit gebied uitgebreid wordt een jong maar volgroeide groene zone zijn die een absolute toevoeging kan zijn voor de nieuwe bewoners en een prachtige uitstraling geven aan het gehele plan.
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
We kunnen nu niet vooruitlopen op de planuitwerking in De zienswijze leidt het zuidelijk deel, maar het voorstel van de bewoners niet tot aanpassing van de Peizerbocht zal er op basis van de huidige van de stukken inschattingen toe leiden dat de taakstelling van 5000 woningen voor De Suikerzijde als geheel (incl. HoendiepZuid) niet gehaald kan worden. Daarom kunnen wij geen gehoor geven aan het verzoek om de aangegeven ‘ontwikkelgebieden’ te wijzigen in ‘nieuwe groenstructuur’. Wij benadrukken nogmaals dat de definitieve invulling van het genoemde gebied te zijner tijd in overleg met de bewoners zal plaatsvinden. Verwezen wordt naar de beantwoording bij 7.5
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Het is een logische en aansprekende gedachte om nu al De zienswijze leidt in het zuidelijk deel groen aan te planten, om zo reeds niet tot aanpassing over volwaardig ontwikkeld groen te beschikken van de stukken wanneer de verdere ontwikkeling van het gebied aan snee komt. Helaas hebben we bij de ontwikkeling van het noordelijk deel al gezien dat het vanwege waterhuishouding, draagkracht van de bodem, etc. allerminst zeker is dat het huidige maaiveld gehandhaafd 20
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
kan worden. Daarmee is er grote kans dat groen dat nu aangeplant wordt uiteindelijk niet op de plek zelf gehandhaafd kan worden. Wij willen wel gaan onderzoeken in hoeverre aanplant van groen in de tijdelijke situatie kan bijdragen aan grotere aantrekkelijkheid van het gebied nu én ontwikkeling van plantmateriaal voor de definitieve ontwikkeling. 7.8
Sommige ecologische waarden van het gebied zijn inderdaad in de afgelopen jaren veranderd. Waar de vloeivelden vroeger bekend stonden door hun grote diversiteit op fauna gebied zijn nu met name de weidepercelen van het krekengebied ten zuiden van het fietspad een waar paradijs voor vele vogelsoorten als kievit, grutto, zwaluw, vink, reiger, knobbelzwaan, scholekster, wilde eend, (kleine) roofvogels en diverse foeragerende zomergasten als Canadese ganzen. Ook ander klein wild, hazen, konijnen, veldmuizen, padden, wezel, steenmarter en vleermuizen hebben hier hun habitat. Om niet te vergeten zijn de vele sloten en kreken dik bevolkt met allerlei soorten kikkers, salamanders en vele andere kleine amfibieën en insecten. Om deze rijkdom te behouden, ook voor volgende generatie, is de BP van mening dat het van cruciaal belang is om dit aspect in balans te brengen met de totale groenambitie.
7.9
Tot slot vinden de BP het belangrijk om onder uw aandacht te brengen dat de Peizerbocht bewoners niet alleen bereid zijn om over de diverse deelplannen na te denken en mee te praten, maar ook beschikken over praktische expertise zoals
Uit onderzoek dat we hebben laten uitvoeren zijn De zienswijze leidt inderdaad diverse natuurwaarden in het hele niet tot aanpassing projectgebied van de Suikerzijde aangetoond. Dat is het van de stukken geval voor zowel de vloeivelden ten noorden van het spoor als het gebied waaraan u refereert ten zuiden van het spoor. Bij het ontwerpen en verder uitwerken van deelgebied noord (ten noorden van het spoor) is ook rekening gehouden met de natuurwaarden. Waar mogelijk krijgen ze een plek in de nieuwe woonwijk, bijvoorbeeld in de grotere groenstructuren die deel uitmaken van de nieuwe wijk. Indien het creëren van geschikt leefgebied voor bepaalde (beschermde) soorten in de nieuwe woonwijk niet mogelijk is, wordt elders compensatie gezocht voor de natuurwaarden. Voor het weilandengebied ten zuiden van het spoor waaraan u refereert, wordt tijdens de verdere uitwerking op een vergelijkbare wijze met deze natuurwaarden omgegaan. Het duurt naar verwachting nog jaren voordat dit gebied ontwikkeld wordt. Wij betrekken de bewoners van de Peizerbocht graag bij de verdere ontwikkeling en we kunnen ongetwijfeld voordeel hebben bij de inzet van gezamenlijke kennis.
21
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
landschapsarchitectuur, bos-en waterschap inrichting en sociaaleconomisch en culturele kennis en ervaring. 8 8.1 BP
8.2 BP
Naast dit bestemmingsplan is ook het bestemmingsplan ‘Openbaar Vaarwater 2019’ in ontwikkeling. Hierin worden, voor zover bekend, de ligplaatsen aan de Energieweg niet meer opgenomen (deze worden dan ‘wegbestemd’). Bij dit bestemmingsplan geldt voor deze ligplaatsen het ‘gewone’ overgangsrecht. Op basis hiervan mag het gebruik als ligplaats dan ook nog voortgezet worden. Er mag echter maar één keer gebruik gemaakt worden van dit overgangsrecht. De verwachting is dat het bestemmingsplan ‘Openbaar Vaarwater 2019’ eerder zal worden vastgesteld. Bij het bestemmingsplan ‘Suikerzijde, deelgebied Noord’ kan dan ook geen beroep meer worden gedaan op het ‘gewone’ overgangsrecht. Ook door het opnemen van een voorlopige bestemming voor de ligplaatsen is de mogelijkheid om een beroep te doen op het ‘gewone’ overgangsrecht niet mogelijk. Om deze reden komt het niet redelijk over om de termijn van de voorlopige bestemming slechts op 3 jaar te stellen.
Het bestemmingsplan ‘Openbaar Vaarwater 2019’ is op De zienswijze leidt 9 september 2020 door de gemeenteraad vastgesteld en niet tot aanpassing is ondertussen onherroepelijk. Een aantal ligplaatsen van de stukken aan de Energieweg zijn inderdaad niet in dit bestemmingsplan opgenomen. Voor deze ligplaatsen geldt (nog steeds) het bestemmingsplan ‘Openbaar Vaarwater’ (vastgesteld op 12 februari 2010). Deze ligplaatsen zijn derhalve niet wegbestemd en vallen ook niet onder het overgangsrecht.
De termijn voor de voorlopige bestemming is (in artikel 8.2) bepaald op drie jaar na vaststelling van het bestemmingsplan. De verwachting is, volgens de toelichting, dat na deze termijn
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Het meenemen van deze ligplaatsen aan de Energieweg in dit bestemmingsplan (en dus niet in de procedure van het bestemmingsplan ‘Openbaar Vaarwater 2019’) is afgestemd met de eigenaren van de woonboten. Deze termijn van 3 jaar is wat de gemeente minimaal nodig heeft om met de eigenaren van de woonschepen in goede orde te overleggen en een passende oplossing te vinden. Dit betekent dat de nu aanwezige woonschepen tijdens deze periode legaal aanwezig zijn. Na het verlopen van de voorlopige bestemming vallen de dan nog aanwezige woonschepen onder het overgangsrecht. Zoals u al stelt hanteert de Crisis en Herstelwet (CHW) een termijn van 6 maanden voor beroepsbehandeling door de Raad van State. Momenteel is niet met 22
Nr.
8.3 BP
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
gestart zal worden met het realiseren van de definitieve bestemming. Na vaststelling van het bestemmingsplan is het bestemmingsplan echter nog niet in werking getreden. Ook is er nog de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de Raad van State. Gezien de omvang en impact van het bestemmingsplan is de kans erg groot dat van deze mogelijkheid gebruik zal worden gemaakt. Dit betekent dat, als er geen voorlopige voorziening wordt ingediend, de termijn al van toepassing is, terwijl het bestemmingsplan nog niet in werking is getreden en er nog een procedure tegen het bestemmingsplan loopt. De termijn waarbinnen de Raad van State een uitspraak moet doen bij Chwbestemmingsplannen is korter dan bij een ‘normale’ bestemmingsplanprocedure. Het is echter niet te voorspellen wanneer de raad van State een uitspraak zal doen, en wat de inhoud ervan zal zijn. Gedurende deze periode is er onzekerheid over zowel de duur van de procedure, als over de uitkomst ervan, terwijl de relatief korte termijn van de voorlopige bestemming al van toepassing is. Ook als het bestemmingsplan nog niet in werking treedt gedurende de procedure, is de termijn van drie jaar erg kort. Er zijn allerlei factoren die de realisering van de definitieve bestemming bepalen.
Indiener is van mening dat het redelijk is om de start van de termijn van de voorlopige bestemming te koppelen aan de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van artikel 7c van het Besluit uitvoering Chw. In lid 3 staat dat de termijn van een voorlopige bestemming maximaal 10 jaar is (in afwijking van de maximale termijn van 5 jaar als bedoeld in artikel 3.2 Wro). Gezien de omvang en impact van (de realisatie van) het bestemmingsplan, en het feit dat er een maximale termijn van 10 jaar geldt, is drie jaar dan ook relatief kort. Er wordt niet
zekerheid te stellen dat het beroepstermijn niet gehaald wordt door de Raad van State, waardoor wij kunnen uitgegaan van deze termijn.
voorstel
Wij achten daarom de termijn van 3 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad redelijk, ook met het oog op een eventuele behandeling bij de Raad van State. Daarnaast biedt het hanteren van het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan meer onduidelijkheid, omdat niet met zekerheid kan worden gesteld wanneer dit exact is. Het moment van vaststellen heeft deze duidelijkheid wel.
De eerste brug en ontsluiting komt te liggen aan de zuidoostkant van het plangebied. In de eerste plaats is de keuze gemaakt vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Beoogd is het plan met deze route te richten op en te verbinden met het centrum van de stad. In de tweede plaats geeft de keuze om het gebied eerst via een andere route te ontsluiten ook de tijd en ruimte om met 23
De zienswijze leidt tot aanpassing van de stukken. In paragraaf 5.3.1 van de toelichting van het BP wordt
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
toegelicht waarom er geen gebruik wordt gemaakt van de maximale termijn van 10 jaar. Indiener is van mening dat het redelijk is om gebruik te maken van de mogelijkheid om de termijn van de voorlopige bestemming te stellen op maximaal 10 jaar, te weten op 5 jaar na inwerkingtreding.
de woonbootbewoners, die niet kunnen blijven als gevolg van de komst van de tweede brug, een passende oplossing te vinden.
het termijn van 3 jaar nader toegelicht.
Vanaf 2018 is in gesprekken aangegeven dat het niet de bedoeling is de ontwikkeling van De Suikerzijde te beginnen met deze (tweede) brug in het verlengde van de Diamantlaan. Met het noemen van een termijn en het toevoegen van een regeling in het bestemmingsplan hebben we beoogd dit vast te leggen om de bewoners duidelijkheid en zekerheid te bieden. Vanaf 2018 is ook in de gesprekken met bewoners aangegeven dat we de brug voorzien binnen circa 8 à 10 jaar ), afhankelijk van de voortgang van het project. Deze tweede brug betreft de hoofdaansluiting van de wijk. Omdat we verwachten dat de bouw van woningen gezien de grote behoefte in Groningen - snel kan gaan en deze tweede brug / ontsluiting zal dienen als hoofdroute voor het gemotoriseerde verkeer, hebben we de termijn op 3 jaar gezet. Het hanteren van een langere termijn kan de voorbereiding en tijdige aanleg in gevaar brengen. De termijn van 3 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan hebben we reeds ten tijde van het voorontwerp bestemmingsplan gecommuniceerd met de bewoners van deze woonschepen. Daarnaast leidt het hanteren van een kortere termijn dan wat wettelijk gezien maximaal is toegestaan voor
24
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
een voorlopige bestemming niet tot onduidelijkheid of rechtsonzekerheid. We concluderen dat naar aanleiding van de zienswijze het wenselijk is het bestemmingsplan op dit onderdeel nader toe te lichten. 8.4 BP
8.5 BP
8.6 BP
In artikel 8.4 staat de mogelijkheid voor B&W om de termijn van de voorlopige bestemming voor afloop ervan te wijzigen. Hiermee kan de termijn zowel verlengd als verkort worden. Niet duidelijk is of hiermee de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 3.6, lid 1 onder a Wro wordt bedoeld. In dat geval is voor toepassing van deze bevoegdheid artikel 3.9a Wro van toepassing. Klopt het dat met artikel 8.4 een wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 3,6, lid 1 onder a Wro wordt bedoeld?
Artikel 8.4 van het bestemmingsplan betreft inderdaad een wijzigingsbevoegdheid zoals bedoeld in artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op een wijzigingsbevoegdheid is de procedurebepaling als bedoeld in artikel 3.9a Wro van toepassing.
Omdat op basis van artikel 8.4 de termijn van de voorlopige bestemming zowel verlengd als verkort kan worden, wordt hierdoor grote rechtsonzekerheid gecreëerd over de uiteindelijke duur van de termijn. Het lijkt indiener dan ook redelijk om met deze wijzigingsbevoegdheid alleen een verlenging van de termijn van de voorlopige bestemming mogelijk te maken.
Met deze wijzigingsbevoegdheid kan enkel de termijn van 3 jaar worden verkort (en niet verlengd). Het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid leidt niet tot een grote rechtsonzekerheid. Indien het college gebruik wenst te maken van deze bevoegdheid, dan moet hiervoor een procedure worden gevoerd volgens de geldende wet- en regelgeving.
In artikel 8.3.5 is de mogelijkheid opgenomen om, kort gezegd, met een omgevingsvergunning tijdelijk (maximaal 7 jaar na vaststelling) af te wijken van de definitieve bestemming. Met deze omgevingsvergunning kan de voorlopige bestemming langer worden gelegaliseerd. Het al of niet verlenen van deze omgevingsvergunning is volledig afhankelijk van de indiening van
De voorlopige bestemming heeft een termijn van 3 jaar, waarna de geldigheid vervalt. Bij het gebruik maken van de afwijkingsbevoegdheid wordt er afgeweken van de definitieve bestemming. Het opnemen van een afwijkingsbevoegdheid in de definitieve bestemming
Ter verduidelijking wordt de titel van het artikel aangepast.
25
De zienswijze leidt tot aanpassing van de stukken De titel van artikel 8.4 in het BP wordt vervangen door ‘wijzigingsbevoegd heid’. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken.
Nr.
8.7
Inhoud zienswijze de omgevingsvergunning voor de brug. In theorie kan de termijn van de voorlopige bestemming hiermee worden verlengd. Echter moet hiervoor een omgevingsvergunning worden aangevraagd (met bijbehorende kosten) en is de kans dat deze vervolgens wordt verleend vooraf niet in te schatten. Ook wordt er bij een dergelijke aanvraag geen belangenafweging gemaakt, maar wordt alleen de planning m.b.t. de realisatie van de brug als toetsingskader gebruikt. Hierdoor wordt er rechtsonzekerheid gecreëerd over de uiteindelijke termijn van de voorlopige bestemming. Het lijkt indiener dan ook redelijk om de termijn van de voorlopige bestemming niet van een toekomstige en onzekere situatie af te laten hangen, maar om bij voorbaat al meer rechtszekerheid te bieden door aan de voorlopige bestemming een langere termijn dan de drie jaar als genoemd in artikel 8.2 te geven, te weten 5 jaar na inwerkingtreding. Op ruimtelijke plannen is de voorlopige bestemming op de digitale verbeelding alleen aan weerszijden van de toekomstige brug zichtbaar, maar niet ter plaatse van de brug zelf. Het is dan ook niet duidelijk of de voorlopige bestemming ook geldt voor de locatie van de brug zelf. Graag duidelijk verbeelden voor welk gebied de voorlopige bestemming geldt.
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
leidt niet tot rechtsonzekerheid over de duur van de voorlopige bestemming. Indien u (of de gemeente) gebruik wenst te maken van deze afwijkingsbevoegdheid, moet hiervoor een aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend. Bij een afwijking van het bestemmingsplan wordt een afweging gemaakt. Deze afweging gaat over de belangen van de aanwezige bewoners, de ontsluiting van deelgebied noord en verschillende omgevingsfactoren (b.v. geluid) die van invloed zijn op het betreffende gebied.
Op de locatie van de toekomstig brug geldt de bestemming ‘Verkeer’, op de omliggende wateren is de bestemming ‘Water – Voorlopig’ opgenomen. De locaties van de bestemmingen op de verbeelding geven duidelijk aan waar deze van toepassing zijn. Naar aanleiding van uw zienswijze concluderen wij wel , dat de toezegging van de gemeente dat gronden en wateren die niet benodigd zijn voor een termijn van minimaal 3 jaar (voor de bouw van de brug) niet binnen de bestemming ‘Verkeer’ is opgenomen. Deze toezegging wordt aan de regels toegevoegd.