Bijlage 1 Voorjaarsbrief 2025.pdf
Tekst van het document
De verwachting is dat vanaf 2031 weer extra netcapaciteit beschikbaar komt. Tot die tijd is netcongestie een complicerende factor voor onze economische groei, onze woningbouwopgave,
Terug naar het overzicht
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Paragraaf 2
Duurzaamheid
Economie en1Ruimte Programma
Programma 1
Economie en Ruimte Leefomgeving Programma 2 en Veiligheid
Programma 2
Leefomgeving en Veiligheid Vitaal en Sociaal Programma 3
Programma 3
onze ambities voor maatschappelijke accommodatie en verduurzaming. Een noodzakelijk maatregel om netcongestie het hoofd te bieden is het verzwaren van zowel het hoog-, midden- als laagspanningselektriciteitsnet. De netbeheerders werken aan het verzwaren van het elektriciteitsnet waaronder het plaatsen van extra elektriciteitshuisjes. We werken daarbij nauw samen door o.a. het opstellen van een handreiking gebaseerd op de uitgangspunten van onze Ontwerpleidraad.
Vitaal en Sociaal Dienstverlening Programma 4 en Bestuur
Programma 4
Dienstverlening en Bestuur Wijkvernieuwing Paragraaf 1 en gebiedsgericht werken
Paragraaf 1
Wijkvernieuwing en gebiedsgericht werken Duurzaamheid Paragraaf 2
Paragraaf 2
Duurzaamheid Voorpagina
Terug naar het overzicht
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Inleiding financieel perspectief Ook nu de financiële ruimte onder druk staat, blijven we vasthouden aan datgene wat ons drijft: mensen perspectief bieden, ongelijkheid verkleinen en onze gemeente en regio voorbereiden op een duurzame toekomst. Dit doen we onder andere door op een verantwoorde wijze te blijven investeren, in te zetten op externe financiering en te kijken naar financiële ruimte binnen de begroting.
De druk op de financiële ruimte wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de korting op het gemeentefonds vanaf 2026. In de begroting 2025 zijn we er desondanks in geslaagd om met een aantal keuzes en maatregelen een sluitend financieel perspectief te presenteren tot en met 2027 en vanaf 2028 is er sprake van een structureel en oplopend tekort. Om ook in de komende jaren een reële meerjarenbegroting op te kunnen stellen, zetten we in op 3 sporen: 1. De discussie met het Rijk over taken en middelen in balans. 2. Het verhogen van inkomsten. 3. Het bezuinigen op taken. Het afgelopen jaar zijn er gesprekken gevoerd met het Rijk over het in balans brengen van taken en middelen voor gemeenten. We blijven van mening dat het Rijk gemeenten in staat moet stellen om de gemeentelijke taken op een goede manier uit te kunnen voeren. Tegelijkertijd hebben we ons voorbereid op de situatie dat het Rijk de korting niet terugdraait en we genoodzaakt zijn om de korting op te vangen binnen de gemeentebegroting. In april 2025 bent u geïnformeerd over het proces reële begroting. Nu de uitkomsten van de voorjaarsnota van het Rijk bekend zijn geven we in deze voorjaarsbrief richting aan de financiële strategie voor de begroting 2026. Uw raad kan zich hier in het voorjaarsdebat dan over uitspreken.
Voorpagina
Uitkomsten voorjaarsnota Rijk In de voorjaarsnota 2025 heeft het Rijk aangegeven hoe om te gaan met de korting op het gemeentefonds vanaf 2026 en met het advies van de deskundigencommissie voor Jeugdzorg. De voorjaarsnota geeft lucht voor 2026 en 2027, maar de problemen zijn niet opgelost. De VNG spreekt van een “tussenresultaat”. Aangezien de problemen vooruit worden geschoven en voor de jeugdzorg na 2027 zelfs worden vergroot vinden wij de uitkomsten teleurstellend. •
•
De korting op het gemeentefonds blijft grotendeels overeind. In de voorjaarsnota heeft het Rijk aangekondigd de landelijke korting met 400 miljoen euro te verlagen, maar daarmee blijft er een korting staan van bijna 2 miljard euro. Voor Groningen gaat de korting van 33 miljoen euro naar 27 miljoen euro vanaf 2026. Het advies van de deskundigencommissie jeugd is door het Rijk voor een deel overgenomen. Er komt vanaf 2025 structureel extra geld gebaseerd op het landelijke tekort 2024, waarbij dit tekort gelijk wordt verdeeld over Rijk en gemeenten. Ook wordt in 2026 en 2027 de taakstelling op de hervormingsagenda jeugd voor gemeenten tijdelijk verlaagd. Dit is in lijn met het advies van de deskundigencommissie.
Voor 2028 en verder verhoogt het Rijk de taakstelling fors. En gemeenten ontvangen onvoldoende compensatie voor de toenemende kosten van de jeugdzorg in de komende jaren. Dit is niet in lijn met het advies van de deskundigencommissie. Er is afgesproken dat de deskundigencommissie in het eerste kwartaal van 2027 opnieuw kijkt naar de uitgavenontwikkeling en hoe om te gaan met afwijkingen. Hierbij wordt gekeken naar het verschil tussen uitgaven en inkomsten in de jaren daarvoor en vooruitgekeken naar 2028 en verder. Besluitvorming hierover door het Rijk loopt mee met de voorjaarsbesluitvorming in 2027. Gemeenten blijven de komende jaren dus in onzekerheid over de budgetten voor de jeugdzorg.
Terug naar het overzicht
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Financiële strategie begroting 2026 Gezien de grote korting van het Rijk, de onzekerheid ten aanzien van de jeugdzorg en de vele opgaven is het niet realistisch nu voor alle jaren een structureel sluitende meerjarenbegroting op te stellen. We willen voorkomen dat we (ingrijpende) bezuinigingsmaatregelen moeten nemen die onze inwoners hard raken, die op een later moment niet nodig blijken te zijn. Tegelijkertijd willen we verantwoord blijven investeren in gebiedsontwikkeling, cultuur- en sportvoorzieningen, energietransitie en vervanging & verduurzaming van maatschappelijk vastgoed.
Voor de begroting 2026 koersen we op een structureel sluitende jaarschijf 2026 en bij voorkeur ook voor 2027. We sluiten hierbij aan bij het begrotingsadvies van de VNG. Na 2027 gaan we uit een van een begroting, waarbij we het structurele tekort zo beperkt mogelijk houden. Op deze manier willen we een volgend college een zo realistisch mogelijk perspectief geven. De financiële strategie kan als volgt worden samengevat: • • • • •
•
Voorpagina
‘Bijna onontkoombare’ knelpunten nemen we (zoveel mogelijk) over. Voor de strategische investeringsagenda (SIA) maken we een realistische inschatting van de benodigde financiële reservering voor de projecten die op korte termijn gaan spelen. We kijken wat wanneer nodig is. Een tekort dat ontstaat door de bijna onontkoombare knelpunten en de financiële reservering voor de SIA vangen we zoveel mogelijk op met bezuinigingsmaatregelen die relatief makkelijk en op korte termijn zijn over te nemen. Voor overige knelpunten en opgaven is geen (structurele) ruimte. We beoordelen of deze binnen de beschikbare (externe) middelen opgevangen kunnen worden. Als dit niet kan, beoordelen we de mogelijkheid om knelpunten incidenteel op te lossen. We beperken de inzet van incidentele middelen voor structurele taken. Het incidenteel oplossen van knelpunten is alleen mogelijk als we bereid zijn te stoppen als de incidentele middelen aflopen. We betrekken hierbij ook het besteedbare rekeningresultaat 2024. Aanvullende middelen van het Rijk (bijvoorbeeld als gevolg van de herijking gemeentefonds) zetten we in voor de vermindering van het structurele tekort na 2028.
•
•
We blijven van mening dat het Rijk gemeenten in staat moet stellen om de gemeentelijke taken op een goede manier uit te kunnen voeren. De structurele financiering door het Rijk moet hiervoor toereikend zijn. We blijven ons hier samen met de VNG voor inzetten (spoor 1). We inventariseren welke taken we terug kunnen geven aan het Rijk. Tegelijk bereiden we ons voor op de mogelijkheden voor het verhogen van inkomsten (spoor 2) en het bezuinigen op taken (spoor 3) in beeld te brengen.
We constateren dat de begrotingsregels voor gemeenten steeds meer gaan knellen en gemeenten onnodig beperken in het komen tot een reëel financieel perspectief. Gemeenten mogen van de toezichthouder bijvoorbeeld geen rekening houden met onderuitputting van budgetten of een voordeel uit de herijking van het gemeentefonds. We nemen dit punt mee in onze gesprekken met het Rijk.
Terug naar het overzicht
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Financieel perspectief Het financieel perspectief voor de begroting 2026 wordt bepaald door de volgende onderdelen: actueel financieel meerjarenbeeld (1), knelpunten begroting 2026 (2), strategische investeringsagenda (3) en proces reële begroting (4). In deze voorjaarsbrief gaan we nader in op de verschillende onderdelen. Tussenstand financieel perspectief
2026
2027
2028
2029
2030
2031
1) Actueel meerjarenbeeld
19.217
19.373
9.759
5.203
-3.906
-3.906
Bijna onontkoombare knelpunten
-11.496
-15.978
-13.502
-13.414
-12.782
-12.502
Overige knelpunten begroting 2026
pm
pm
pm
pm
pm
pm
3) Strategische investeringsagenda
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Snel te realiseren bezuinigingsmaatregelen (korte termijn)
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Bezuinigingsmaatregelen langere termijn
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Doorkijk financieel perspectief 2026-2031
7.721
3.395
-3.743
-8.211
-16.688
-16.408
2) Knelpunten begroting 2026
4) Proces reële begroting
Algemene conclusie Voor de voorjaarsbrief hebben we het meerjarenbeeld geactualiseerd en een beoordeling gemaakt van de knelpunten die bijna onontkoombaar zijn. Dit geeft een eerste beeld van het financiële perspectief voor de begroting 2026. Er blijft vooralsnog sprake van een structureel tekort vanaf 2028. In 2026 en 2027 is er wel incidenteel ruimte.
We houden vooralsnog alleen rekening met knelpunten die volgens onze inschatting bijna onontkoombaar zijn. Voor overige knelpunten beoordelen we eerst of knelpunten binnen beschikbare (externe) middelen opgevangen kunnen worden. Als dit niet kan, kijken we naar de mogelijkheid om knelpunten incidenteel op te lossen. Met de beschikbare middelen kunnen we niet alle opgaven oppakken en moeten we keuzes maken. Een structurele aanvulling is gelet op de negatieve ontwikkeling van het meerjarige perspectief in principe geen optie. Voor de strategische investeringsagenda hebben we een financiële reservering opgenomen in de begroting 2025. Voor de begroting 2026 actualiseren we de benodigde financiële reservering. Enerzijds zien we dat de reservering voor bepaalde projecten iets kan worden verlaagd, vooral door fasering van de verwachte uitvoering. Anderzijds komt er een aantal nieuwe projecten bij die op korte termijn gaan spelen. In de begroting 2026 komen we terug op hoe we met de overige knelpunten en investeringsprojecten om willen gaan. Uitgangspunt daarbij is dat we het structurele tekort niet verder willen laten oplopen. Daarvoor kijken we ook naar bezuinigingsmaatregelen die relatief makkelijk en op korte termijn zijn over te nemen. Het besteedbaar rekeningresultaat over 2024 voegen we toe aan de incidentele ruimte voor de begroting 2026.
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Voorpagina
Terug naar het overzicht
1. Actueel financieel meerjarenbeeld Het financieel meerjarenbeeld laat de ontwikkeling van de gemeentefinanciën zien, zonder rekening te houden met (nieuwe) opgaven of knelpunten. In het meerjarenbeeld zitten alleen posten waar de gemeente geen invloed op kan uitoefenen. De belangrijkste zijn de actualisatie van de algemene uitkering, het effect van loon- en prijsontwikkelingen, de verwachte ontwikkeling van de rente en de aanpassing van de gemeentelijke bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Voor de voorjaarsbrief is het meerjarenbeeld geactualiseerd. In het actuele meerjarenbeeld zijn de effecten van de voorjaarsnota en meicirculaire van het Rijk verwerkt. Er is rekening gehouden met de verlaging van de korting op het gemeentefonds met 400 miljoen euro. Voor Groningen leidt dit tot een structureel voordeel van 6,4 miljoen euro. De voorjaarsnota van het Rijk heeft ook effect op de middelen voor jeugdzorg. Deze middelen zijn niet direct zichtbaar in het meerjarenbeeld, maar worden betrokken bij de actualisatie van het knelpunt jeugdzorg. We komen hier bij de knelpunten nader op terug. Ten opzichte van de begroting 2025 is het financieel meerjarenbeeld verbeterd. In 2026 gaat het om een plus van 19 miljoen euro. In 2029 neemt de plus toe tot ruim 23 miljoen euro.
Het voordeel ontstaat vooral door een hogere algemene uitkering op basis van de voorjaarsnota en meicirculaire 2025, door een hoger accres en de verlaging van de korting op het gemeentefonds. Het actuele meerjarenbeeld en de wijzigingen ten opzichte van de begroting 2025 worden toegelicht in het Financieel Meerjarenbeeld 2026-2029.
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Voorpagina
Terug naar het overzicht
2. Knelpunten begroting 2026 Voor de begroting 2026 hebben we de opgaven en knelpunten geïnventariseerd. Het financieel perspectief voor de komende jaren geeft geen ruimte voor nieuwe structurele knelpunten. We zullen dus zo goed mogelijk moeten kijken hoe we knelpunten binnen beschikbare middelen kunnen oplossen.
Bijna onontkoombare knelpunten Bij de geïnventariseerde knelpunten hebben we beoordeeld welke knelpunten ‘bijna onontkoombaar’ zijn. Daarbij hebben we gekeken of bijvoorbeeld sprake is van een open einde regeling en/of wettelijke taak, waar moeilijk op kan worden bijgestuurd of waarbij de consequenties van bijsturen zeer onwenselijk zijn. Nieuwe opgaven of continuering van eerder incidenteel gedekte activiteiten hebben we niet als ‘bijna onontkoombaar’ aangemerkt. In de financiële strategie hebben we opgenomen dat de ‘bijna onontkoombare’ knelpunten zoveel mogelijk opgelost moeten worden. We gaan er daarom vooralsnog vanuit dat de volgende ‘bijna onontkoombare knelpunten in de begroting 2026 worden opgenomen. Een toelichting op deze knelpunten staat in de bijlage bij deze voorjaarsbrief.
Nr.
Programma 1: Economie en Ruimte
s/i
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
1
Verwijderen wegenfundering Warmtestad
s
-450
-450
-450
-450
-450
-450
-450
Nr.
Programma 2: Leefomgeving en Veiligheid
s/i
2
Consignatievergoeding gladheidsbbestrijding
s
-400
-400
-400
-400
-400
-400
-400
3
Onderhoud openbare ruimte- kosten sociaal werkgeverschap
s
-373
-373
-373
-373
Overhead
s
-72
-72
-72
-72
4
Ontwikkelen geurbeleid
i
Nr.
Programma 3: Vitaal en Sociaal
s/i
5
Wet Kinderopvang
s
-320
-320
-320
-320
-320
-320
-320
6
Bijzondere Bijstand
s
300
300
300
300
300
300
300
7
Studietoeslag
s
-1.539
-1.539
-1.539
-1.539
-1.539
-1.539
-1.539
8
Ontzorgen statushouders
i
-438
Overhead
i
-140
Hoge instroom statushouders
i
-1.313
-1.045
-673
-316
Overhead
i
-368
-295
-181
-71
10
Meerjarenbegroting Werk & Participatie
s
-765
-2.375
-507
-723
-723
-723
-723
11
Frictiekosten loonkostensubisdies
i
-160
-735
-780
-825
-580
-300
12
Vervanging sleutelfunctionarissen
i
-138
-138
Vervanging sleutelfunctionarissen – beveiliger
s
-110
-110
-110
-110
-110
-110
-110
13
Afschaffing compensatie transitievergoeding WSW en nieuw beschut
s
-197
-363
-334
-307
-307
-307
-307
14
Sportzaal De Groenewei
s
-50
-50
-50
-50
-50
-50
-50
15
Zorgkosten Jeugd
s
-5.300
-8.400
-8.400
-8.100
-8.100
-8.100
-8.100
Nr.
Programma 4: Dienstverlening en Bestuur
s/i
16
Vervanging SW personeel
s
-58
-58
-58
-58
-58
-58
-58
-11.496
-15.978
-13.502
-13.414
-12.782
-12.502
-12.202
9
Totaal opgaven en knelpunten
Voorpagina
-50
Structureel
s
-8.889
-13.765
-11.868
-12.202
-12.202
-12.202
-12.202
Incidenteel
i
-2.607
-2.213
-1.634
-1.212
-580
-300
0
Terug naar het overzicht
Voorpagina
Terug naar het overzicht
2. Knelpunten begroting 2026 Gezien de omvang van het knelpunt jeugdzorg en de relatie met de voorjaarsnota van het Rijk gaan we hier nader op in. We maken jaarlijks een meerjarige inschatting van de kosten en het budget voor de jeugdzorg. Vóór het verschijnen van de voorjaarsnota gingen we er vanuit dat de adviezen van de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd ‘van kaft tot kaft’ door het Rijk zouden worden overgenomen. Daarmee pasten de kosten binnen het budget. Uit de voorjaarsnota blijkt dat de adviezen van de deskundigencommissie niet volledig worden overgenomen. Gemeenten ontvangen onvoldoende compensatie voor volume- en prijsontwikkelingen over 2025. Hierdoor ontstaat een knelpunt van 5,3 miljoen euro in 2026, dat in de jaren daarna verder oploopt tot ruim 8 miljoen euro structureel. Daarbij houden we rekening met een beperkte volumegroei in de jeugdzorg in 2026 en 2027 (bijna 2%). Deze groei krijgen we gecompenseerd in het gemeentefonds. De werkelijke volumegroei is waarschijnlijk aanzienlijk hoger. Hier houden we nog geen rekening mee. In het financiële perspectief is ook nog geen rekening gehouden met volumegroei na 2027. Gezien de volumegroei in de afgelopen jaren kunnen de kosten voor jeugdzorg ook de komende jaren nog harder toenemen. In de begroting 2026 brengen we in beeld hoe we hiermee omgaan. We kijken hierbij ook naar het begrotingsadvies van de VNG.
Of gemeenten in de toekomst voldoende gecompenseerd worden voor volumegroei blijft vooralsnog onzeker. In het eerste kwartaal van 2027 kijkt de deskundigencommissie jeugdzorg opnieuw naar de uitgavenontwikkeling en zal hierover een advies geven. Besluitvorming hierover door het Rijk loopt mee met de voorjaarsbesluitvorming in 2027.
Tot slot blijkt uit de voorjaarsnota dat de structurele taakstelling hervormingsagenda blijft staan en vanaf 2028 zelfs fors wordt verhoogd naar 23,1 miljoen euro (inclusief een taakstelling van 4,1 miljoen euro op de invoering van een eigen bijdrage). De verhoging van de taakstelling leidt voor de gemeente tot een fors hoger risico voor het weerstandsvermogen. Dit nemen we mee in de paragraaf weerstandsvermogen. Wel wordt de taakstelling voor 2026 en 2027 incidenteel verlaagd. Omdat we hier al rekening mee hielden (overeenkomstig het advies van de deskundigencommissie), leidt dit niet tot een voordeel. Overige knelpunten Met de beschikbare (vooral incidentele) middelen kunnen we niet alle opgaven oppakken en moeten we keuzes maken. We beoordelen eerst of knelpunten binnen beschikbare (externe) middelen opgevangen kunnen worden. Als dit niet kan, kijken we naar de mogelijkheid om knelpunten incidenteel op te lossen. Een aantal knelpunten is dermate groot dat ze niet binnen de begroting kunnen worden opgevangen. Dit gaat bijvoorbeeld om de opvang van ongedocumenteerden, de borging van het werkprogramma, de aanpak van de gele loper, beschikbare middelen voor armoede, voedsel en eiwittransitie en het in stand houden van de pandenbrigade. Als we deze activiteiten willen doorzetten zullen we hier extra middelen beschikbaar voor moeten stellen.
Een structurele aanvulling is gelet op de negatieve ontwikkeling van het meerjarige perspectief in principe geen optie. Daarom kijken we naar mogelijkheden voor een incidentele aanvulling. Dit is alleen mogelijk als we bereid zijn te stoppen met een activiteit als de incidentele middelen aflopen. Als dit niet mogelijk is dienen hiervoor aanvullende bezuinigingsmaatregelen te worden aangewezen. In de begroting 2026 doen we hiervoor een voorstel. Ook de afgelopen jaren was de structurele ruimte beperkt door de korting op het gemeentefonds. Door de onzekerheid over deze korting hebben we er de afgelopen jaren voor gekozen voor een aantal meer structurele activiteiten eerst alleen incidentele middelen beschikbaar te stellen. Dit betreft bijvoorbeeld middelen voor energietransitie, wijkontwikkeling, wijkvernieuwing, participatie en dienstverlening burgerzaken. Na 2025 en 2026 loopt zo’n 15 miljoen aan incidentele beschikbaar gestelde middelen af. Bij de begroting 2026 en 2027 moeten we bekijken hoe we hiermee omgaan. Dit gaat overigens niet altijd om structurele activiteiten. Soms stellen we bewust incidentele middelen beschikbaar voor een tijdelijke activiteit.
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Voorpagina
Terug naar het overzicht
3. Strategische investeringsagenda We hebben de komende jaren een grote investeringsopgave in voorzieningen die essentieel zijn voor het op peil houden van het voorzieningenniveau in stad en regio. Deze investeringsopgave maken we inzichtelijk in de strategische investeringsagenda, waarmee we alle projecten periodiek en in samenhang beschouwen en zo een goede afweging te kunnen maken. Elk jaar actualiseren we de strategische investeringsagenda, en beoordelen we welke projecten we mee moeten nemen in de begroting. Bij een realisatiebesluit over strategische projecten moeten ook de benodigde middelen beschikbaar zijn. Daarvoor moet in de begroting voldoende ruimte worden gereserveerd. In de begroting nemen we hiervoor een structurele financiële reservering op. In de begroting 2025 hebben we voor het eerst een financiële reservering voor de SIA opgenomen. Deze reservering is lang niet genoeg voor uitvoering van de hele strategische investeringsagenda, maar dient ter dekking van de projecten die op kortere termijn gaan lopen. Voor de begroting 2026 actualiseren we de SIA en maken we een nieuwe inschatting van de benodigde structurele reservering. Deze reservering komt in de plaats van de reservering die is opgenomen in de begroting 2025. Op dit moment hebben we nog niet het volledige beeld van alle strategische investeringsprojecten die op korte termijn gaan spelen.
Enerzijds zien we dat de reservering voor bepaalde projecten iets kan worden verlaagd, vooral door fasering van de verwachte uitvoering. Anderzijds komt er een aantal nieuwe projecten bij die op korte termijn gaan spelen. Hiervoor moet nog nader worden bepaald wat er nodig is.
Voor de begroting 2026 maken we een zo reëel mogelijke inschatting van de benodigde middelen. In 2025 zetten we belangrijke stappen in onder andere het nieuwe Muziekcentrum, Kardinge en de instandhouding en ontwikkeling van Martiniplaza. In de begroting 2026 actualiseren we de financiële reservering. We verwachten dat de in de begroting 2025 opgenomen financiële reservering eerst voldoende is en in de begroting 2026 nog niet hoeft te worden aangevuld. In de bijlage bij deze voorjaarsbrief geven we een toelichting op de projecten die op korte termijn gaan spelen. Met de financiële reservering kunnen alleen de strategische investeringsprojecten worden gedekt die op kortere termijn gaan lopen. De kosten voor de middellange en langere termijn worden betrokken bij volgende begrotingen. Voor de langere termijn na 2031 is een verdere aanvulling van de financiële reservering nodig.
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Voorpagina
Terug naar het overzicht
4. Proces reële begroting Met het proces reële begroting bereiden we ons voor op de situatie dat het financieel minder wordt en we bezuinigingsmaatregelen moeten nemen. We volgen hierbij drie sporen die we eerder hebben benoemd: 1. De discussie met het Rijk over taken en middelen in balans. 2. Het verhogen van inkomsten. 3. Het bezuinigen op taken. We brengen de mogelijke bezuinigingsmaatregelen in beeld, die kunnen worden ingezet als de financiële situatie van de gemeente dit noodzakelijk maakt. Dit kan betrekking hebben op het verhogen van inkomsten of bezuinigingen op taken. Elk jaar bij de begroting bekijken we of de inzet van bezuinigingsmaatregelen nodig is. In de financiële strategie voor de begroting 2026 hebben we opgenomen dat een tekort dat ontstaat door de bijna onontkoombare knelpunten en financiële reservering voor de SIA, zoveel mogelijk moet worden opgevangen met bezuinigingsmaatregelen die relatief makkelijk en op korte termijn zijn over te nemen. Voor de begroting 2026 maken we een inschatting welke bezuinigingsmaatregelen zonder grote beleidsconsequenties op korte termijn zijn over te nemen. Daarbij kijken we vooral naar het inzetten van structurele ruimte binnen budgetten, die niet nodig is voor uitvoering van onze taken.
Dit gaat bijvoorbeeld om een voordeel op het budget voor bijstandsuitkeringen door een stijging van het aandeel van Groningen in het landelijke budget, een hogere opbrengst bij reclamedragend straatmeubilair, een voordeel bij leerlingenvervoer en een lagere premie voor de brandverzekering. Met deze structurele maatregelen kunnen we het structurele tekort vanaf 2028 verlagen. Voor het structurele tekort dat overblijft brengen we de mogelijke bezuinigingsmaatregelen in beeld, maar gezien de onzekerheid over rijksmiddelen na 2027 nemen we nu nog geen besluit. Deze mogelijke bezuinigingsmogelijkheden kunnen op een later moment ingezet als dat nodig is. We voorkomen hiermee dat we bezuinigingsmaatregelen nemen, die op een later moment niet nodig blijken te zijn.
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Weerstandsvermogen Bij de uitvoering van de gemeentelijke taken en investeringsprojecten lopen we risico’s. Het weerstandsvermogen moet ons in staat stellen het effect van risico’s op te kunnen vangen, zonder dat we direct moeten ingrijpen in de lopende begroting, bijvoorbeeld door activiteiten of projecten stop te moeten zetten. De grootste risico’s van de gemeente zitten bij de grondexploitaties en de zorgkosten. Bij het opstellen van de gemeenterekening 2024 is het weerstandsvermogen geactualiseerd voor de jaren 2025-2028. Hieruit blijkt dat we ook in de komende jaren boven de streefwaarden zitten.
Ontwikkeling weerstandsvermogen
2025
2026
2027
2028
Streefwaarde
Ratio weerstandsvermogen rekening 2024
170%
166%
157%
121%
100%
Ratio weerstandsvermogen begroting 2025
150%
134%
137%
127%
Aandeel reserves rekening 2024
107%
104%
99%
76%
Aandeel reserves begroting 2025
79%
70%
73%
68%
50%
Ten opzichte van de begroting 2025 is het weerstandsvermogen verbeterd, vooral door een toevoeging van resultaat over 2024 aan de reserves. Vanaf 2028 neemt het weerstandsvermogen sterk af ten opzichte van de jaren ervoor. Dit komt vooral door de korting van het Rijk op het gemeentefonds en de in de voorjaarsnota van het Rijk opgenomen verhoging van de taakstelling op jeugd. De korting van het gemeentefonds leidt tot een structureel tekort. Voor het weerstandsvermogen houden we rekening met een risico ter hoogte van het tekort. Voor jeugd heeft het Rijk een taakstelling op de hervormingsagenda opgenomen. In de jaren 2026 en 2027 verlaagt het Rijk deze taalstelling maar vanaf 2028 wordt de taakstelling fors verhoogd. Het risico sociaal domein neemt daarom sterk toe vanaf 2028. Gelet op de grote onzekerheden en de omvang van de strategische investeringsagenda is het noodzakelijk voldoende weerstandsvermogen aan te houden. Dit biedt flexibiliteit om tegenvallers op te kunnen vangen. Weliswaar zitten we nu nog boven de streefwaarden maar door de uitvoering van projecten uit de strategische investeringsagenda zal het risicoprofiel sterk gaan toenemen.
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Houdbaarheidstest VNG
De houdbaarheidstest gemeentefinanciën is een vorm van stresstest en geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de gemeente. De test wordt jaarlijks door de VNG beschikbaar gesteld. We voeren de houdbaarheidstest jaarlijks uit en lichten de uitkomsten toe in de voorjaarsbrief. De houdbaarheidstest is een financieel technisch instrument waarbij de financiële conditie van een gemeente wordt bepaald op basis van tien financiële kengetallen. De tien kengetallen belichten samen de aandachtsgebieden van de financiële structuur die invloed hebben op de toekomstige begrotingsruimte. Als een gemeente minder goed scoort op een aandachtsgebied, verlaagt dit de score voor de financiële conditie. Deze kengetallen staan niet op zichzelf maar komen voort uit de bestuurlijke keuzes. In de houdbaarheidstest op basis van de begroting 2025 komt de financiële conditie van de gemeente Groningen uit op een score van 5,5. Daarmee ligt de financiële conditie tussen zwak en voldoende. Deze score is vergelijkbaar met de houdbaarheidstest 2024. De beoordeling van de financiële conditie wordt negatief beïnvloed door een relatief grote toename van de netto schuld, een relatief grote afhankelijkheid van het gemeentefonds en geen onbenutte belastingcapaciteit. Daarnaast heeft Groningen een relatief hoge netto schuld, relatief hoge investeringen en een relatief lage solvabiliteit.
In vergelijking met andere gemeenten is Groningen minder goed in staat om eigen inkomsten te genereren uit bijvoorbeeld grondexploitaties of parkeren. Daarmee zijn we afhankelijker van de inkomsten uit het gemeentefonds en belastinginkomsten. Bij de herverdeling van het gemeentefonds in 2022 werd duidelijk dat Groningen, volgens de nieuwe verdeelmaatstaven, recht heeft op een groter aandeel van het gemeentefonds. Een beperkt deel hiervan hebben we tot en met 2025 ontvangen. In 2027 wordt duidelijk hoe het ingroeipad een vervolg krijgt. Dit betekent ook dat Groningen, nu en in het verleden, eigenlijk te weinig middelen uit het gemeentefonds heeft ontvangen om de uitgaven die passen bij een gemeente als Groningen te kunnen betalen. Dit kan ook een verklaring zijn voor de relatief hoge belastingdruk en de lagere solvabiliteit. De hoge belastingdruk geldt overigens alleen voor woningeigenaren. Voor huurders liggen de woonlasten in Groningen ruim onder het landelijk gemiddelde. De lage solvabiliteit maakt ook duidelijk dat Groningen in het verleden niet in staat is geweest om buffers aan te leggen dan wel dat Groningen heeft moeten interen op de eigen buffers. Op basis van de uitkomsten van deze houdbaarheidstest blijft het versterken van de financiële positie een aandachtspunt, zeker gezien de aanzienlijke investeringsopgave van Groningen in de komende jaren.
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Begrotingsadvies VNG
In de afgelopen jaren heeft de VNG twee keer een begrotingsadvies gegeven aan haar leden. Dit richtte zich specifiek op de structurele korting op het gemeentefonds vanaf 2026 (het ravijn). Gemeenten hebben de VNG verzocht ook een begrotingsadvies te geven voor de meerjarenbegroting 2026-2029, gericht op de uitkomsten van de voorjaarsnota van het Rijk. Voor de begroting 2026-2029 geeft de VNG de volgende adviezen: • 2026 en 2027: probeer de begroting sluitend te maken, maar geef de effecten van de kortingen transparant weer. VNG adviseert de jaarschijven 2026 en 2027 sluitend te maken en de financiële en inhoudelijke consequenties van noodzakelijke bezuinigingen en/of lastenverzwaring toe te lichten. Daarnaast adviseert de VNG inzichtelijk te maken op welke dossiers in het medebewind er meer wordt uitgegeven dan we van het Rijk ontvangen. Deze informatie wordt gebruikt voor de verdere gesprekken met het Rijk. Het advies om tenminste 2026 én 2027 te sluiten wordt gegeven, zodat de toezichthouder van de provincie de gemeente niet onder verscherpt toezicht zet en een nieuw college na de verkiezingen niet direct vanaf 2027 moet bezuinigingen. •
Middelen jeugdzorg 2023 en 2024: benut de incidentele middelen voor compensatie over 2023 en 2024 via een stelpost om gaten in 2026 en 2027 te dichten of te investeren in het jeugdstelstel. De VNG adviseert de te verwachten middelen voor jeugd over 2023 en 2024 in te zetten voor dekking kosten jeugd in 2026 en 2027 of voor de te realiseren besparingen in de toekomst. Het advies van de VNG is hiervoor een stelpost op te nemen. • 2028 en 2029: breng baten en lasten jeugdhulp in balans met stelpost waarbij er een realistische raming is gemaakt van de lasten voor jeugdhulp. De deskundigencommissie jeugdzorg zal begin 2027 een nieuw advies geven over de verhouding tussen kosten en budget voor jeugd. Hiermee wordt zowel teruggekeken naar 2025 en 2026 als vooruitgekeken naar 2027 en verder. De VNG adviseert een reële raming van de kosten voor 2028 en 2029 te maken en een stelpost op te nemen om de baten in evenwicht te brengen met de kosten. Hiermee wordt voorkomen dat bezuinigingen nodig zijn om de groei van de kosten in de jeugdzorg op te vangen, terwijl het oordeel van de deskundigencommissie nog moet komen. Daarnaast is het Rijk verantwoordelijk voor tijdige invoering van wet- en regelgeving om de kosten in de jeugdzorg te kunnen beperken. Bij uitstel of afstel van wet- en regelgeving geldt dat dit voor rekening risico Rijk is.
Met onze financiële strategie voor de begroting 2026 volgen we wij het advies van de VNG. We koersen op een sluitende jaarschijf 2026 en liefst ook 2027. We maken een reële inschatting van de kosten. Dit zorgt voor een structureel en oplopend tekort. Gezien de onzekerheid over rijksmiddelen na 2027 nemen we nu nog geen bezuinigingsmaatregelen. Wel brengen we de mogelijke bezuinigingsmaatregelen in beeld, die op een later moment ingezet kunnen worden.
Voor jeugdzorg maken een reële inschatting van de kosten. Op basis van gerealiseerde effecten over het afgelopen jaar stellen we een meerjarenraming op. Voor de begroting 2026 moeten we nog bepalen hoe we rekening kunnen houden met een reële verwachting voor volumestijging. Vooral omdat het Rijk ons hiervoor onvoldoende vergoedt. Naar verwachting ontvangen we nog een vergoeding voor tekorten over 2023 en 2024. Voor Groningen gaat het om 11,6 miljoen euro. Deze middelen houden we beschikbaar om de volumestijging in 2026 en 2027 op te kunnen vangen. In de begroting gaan we ervan uit dat de taakstelling na 2027 uit de hervormingsagenda wordt ingevuld door maatregelen uit de hervormingsagenda. Door de voorjaarnota zal de taakstelling oplopen naar 23,1 miljoen euro vanaf 2028. De realisatie hiervan zal erg lastig worden. Daarom houden we rekening met een risico dat de taakstelling niet kan worden gerealiseerd. We verwachten dat forse extra investeringen nodig zijn in preventie en transformatie van de jeugdzorg.
Voorpagina
Terug naar het overzicht
Voorpagina
Terug naar het overzicht