CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 toelichting, regels en bijlagen regels.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 17 februari 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 2 cf a: Vaststelling bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 (raadsvoorstel 13-1-2021)24.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

NSL/NIBM Op 15 november 2007 is dit deel van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM1 0 ) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Onderzoek Het plan biedt de mogelijkheid tot het realiseren van 12 appartementen voor vrije sectorhuur in de middenklasse. Aan de hand van de CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (oktober 2012) is de verkeersgeneratie van deze woningen bepaald op 3,6 ritten per etmaal.

De toename van de totale verkeersgeneratie bedraagt derhalve afgerond 43 ritten per etmaal. NIBM-TOOL Voor kleinere ruimtelijke plannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft InfoMil de nibm-tool mei 2017 ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool is de toename in de lucht van de stoffen NO2 en PM1 0 bepaald.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 33

Figuur 12. Nibm-tool

Uit de berekeningen met de nibm-tool blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 µg/m3 NO2 of PM1 0 ) niet overschrijdt. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit vanwege de toename van het verkeer is niet noodzakelijk. Achtergrondniveau Hoewel geconstateerd is dat het project een zogenaamd nibm-project betreft, dient ook te worden bezien of de luchtkwaliteit in het plangebied niet zodanig is dat de normen voor een goed woonklimaat worden overschreden. De meest relevante luchtkwaliteitseisen voor ruimtelijke plannen betreffen stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM2 .5 en PM1 0 ). De grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM2 .5 en PM1 0 ) uit de wet zijn opgenomen in de navolgende tabel. Luchtconcentratie

norm

NO2

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m3

PM2 .5

jaargemiddelde concentratie

25 µg/m3

PM1 0

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m3

Tabel 12. Grenswaarden luchtconcentraties NO2 en PM1 0 Op 29 augustus 2017 is het 'Verslag luchtkwaliteit 2016 gemeente Groningen' met de bijbehorende luchtkwaliteitskaart vastgesteld. Op deze gedetailleerde kaart is per locatie/weg aan de hand van kleuren te zien wat de achtergrondconcentratie van luchtverontreiniging is. Het verslag luchtkwaliteit en de luchtkwaliteitskaart zijn gebaseerd op de NSL Rekentool 2017. Het verslag luchtkwaliteit en de bijbehorende luchtkwaliteitskaart staan op gemeentelijke website (https://gemeente.groningen.nl/luchtkwaliteitskaart-inzien).

de

Uit het verslag luchtkwaliteit en de luchtkwaliteitskaart blijkt, dat in Groningen overal (ruimschoots) wordt voldaan aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen. ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 34

Conclusie Het project kan worden beschouwd als een nibm-project. Daarnaast is de luchtkwaliteit in en rond het plangebied zodanig dat de normen voor een goed woonklimaat worden gewaarborgd. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven. 4.7.4 Externe Veiligheid (transport, bedrijven/instellingen en buisleidingen) Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is dit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor transportroutes het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor hogedruk aardgastransportleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is.

Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaarcontour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaarcontour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve. Verantwoordingsplicht In de wet -en regelgeving is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Aandacht aan de verantwoording moet worden gegeven wanneer het groepsrisico boven de oriëntatiewaarde ligt of wanneer het groepsrisico (significant) toeneemt.

Bij de verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van deze kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten zoals mogelijke bronmaatregelen, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Beleid Om de externe veiligheidsrisico's te beheersen heeft de rijksoverheid een aantal besluiten opgesteld die leidend zijn voor externe veiligheidstaken van de provincie en gemeenten. Het gaat daarbij om wet- en regelgeving waarin risiconormen zijn gesteld voor respectievelijk inrichtingen, transport van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Het rijksbeleid staat niet op zichzelf. ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 35

Risicobedrijven Het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi) bevat veiligheidsnormen voor bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het Bevi verplicht gemeenten en provincies rekening te houden met de externe veiligheid als ze een milieuvergunning verlenen of een bestemmingsplan maken. Vervoer gevaarlijke stoffen Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is vergelijkbaar met het Bevi en bevat risiconormen voor transportroutes (spoor, weg en waterwegen). Op basis van het Bevt moet rekening worden gehouden met het Landelijk Basisnet (verder: Basisnet) voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Uitgangspunt van het Basisnet is dat door het vastleggen van veiligheidszones de gebruiksruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en ruimtelijke ontwikkelingen op elkaar kunnen worden afgestemd. Provincies kunnen een eigen Basisnet vastleggen; dat is ook binnen de provincie Groningen het geval. Buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn de normen voor externe veiligheid in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vastgelegd. De regels voor buisleidingen zijn op basis van het Bevb uitgewerkt in de Ministeriële regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Ook het Bevb is op dezelfde wijze opgesteld als het Bevi.

Het Bevb stelt verplicht om bij onder andere het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de externe veiligheidsaspecten. Tevens geldt een belemmeringenstrook van 4 of 5 meter aan weerszijde van de leiding die vrij moet blijven van bebouwing. Beleidsregel Externe veiligheid gemeente Groningen In januari 2010 heeft de gemeente Groningen eigen externe veiligheidsbeleid vastgesteld. Hierin geeft de gemeente Groningen aan, hoe zij binnen haar grenzen met het milieuaspect externe veiligheid om wil gaan. In de visie worden randvoorwaarden geformuleerd voor nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast bevat de visie een afwegingskader voor de initiatieffase van nieuwe ontwikkelingen. Inventarisatie Risicovolle inrichtingen In en in de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen waarvan het invloedsgebied is gelegen over het plangebied. Risicovolle transportroutes Binnen/nabij het plangebied zijn geen risicovolle transportroutes gelegen waarvan het invloedsgebied is gelegen over het plangebied. Risicovolle transportleiding In de nabijheid van het plangebied bevindt zich een buisleiding met een werkdruk van 40 bar of hoger, van de Gasunie, welke relevant is voor externe veiligheid. Onderzoek De Omgevingsdienst Groningen heeft een externe veiligheidsonderzoek uitgevoerd ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan.

Het onderzoek en advies is als bijlage 9 opgenomen.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 36

Figuur 14. Ligging buisleiding (N-505-41) ten opzichte van plangebied

Uit de risicoberekening met het programma CAROLA blijkt dat de aanwezige ondergrondse aardgasleiding N-505-41 geen PR 10-6 contour heeft. Buisleidingen met een druk tot 40 bar moet rekening worden gehouden met een belemmeringenstrook aan weerszijden van de leiding van 4 meter. Buisleidingen met een druk van 40 bar of meer hebben een belemmeringenstrook van 5 meter. Binnen de belemmeringenstrook mag niet worden gebouwd. Op grond van het Bevb levert deze buisleiding geen knelpunt voor het plaatsgebonden risico en de belemmeringsstrook op.

Van de aardgasleiding is het groepsrisico met het rekenprogramma CAROLA berekend. Het groepsrisico is gedefinieerd als het risico dat met een leidinglengte van 1 kilometer samenhangt. De mate waarin dit groepsrisico de oriëntatiewaarde nadert (of zelfs overschrijdt), wordt uitgedrukt in een overschrijdingsfactor. Als deze factor kleiner is dan 1, dan wordt de oriëntatiewaarde niet overschreden. Is zij groter dan 1, dan duidt dit op een overschrijding van de oriëntatiewaarde. Het resultaat van de risicoberekening voor de toekomstige situatie is dat het berekende groepsrisico onder de oriënterende waarde ligt. In onderstaande figuren is voor de leiding N-505-41 voor de maatgevende kilometer in het plangebied, het hoogste berekende groepsrisico weergegeven. Op basis van het berekende groepsrisico is van de desbetreffende leiding, voor de maatgevende kilometer in het plangebied, een groepsrisicoscreening gemaakt.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 37

Figuur 15. Groepsrisico maatgevende kilometer leiding N-505-41 met invulling Ter Borchlaan 1 Groningen

Figuur 16. Groepsrisico leiding N-505-41 met invulling Ter Borchlaan 1 Groningen De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 36 slachtoffers en een frequentie van 1.93E-008. Op basis van de FN-curve kan geconcludeerd worden dat, het groepsrisico niet wijzigt en er geen overschrijding van de oriëntatiewaarde wordt berekend. In de beleidsregel externe veiligheid van de gemeente Groningen is aangegeven dat in een ideale situatie de gemeente Groningen elke toename van het groepsrisico willen voorkomen. Echter een groot deel van het invloedsgebied rondom de inrichtingen, rijkswegen en het spoor overlapt het stedelijk gebied. Het betreft een zone met vele stedelijke functies en een hoge dynamiek. Ontwikkelingen zijn hier niet alleen gewenst maar ronduit noodzakelijk. Vanuit dit gegeven hebben wij binnen dit type aandachtsgebied een toename van het groepsrisico in beginsel acceptabel geacht, mits er een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico plaatsvindt met aandacht voor alle aspecten en in het bijzonder voor risico reducerende maatregelen. In onderhavige situatie worden 12 appartementen en een voorhuis gerealiseerd. De ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 38

afstand tot de dichtstbijzijnde aardgastransport leiding N-505-41 is circa 40 meter. In paragraaf 4.3.2 "Aandachtsgebied omgeving bestaande risicobronnen van de beleidsregels externe veiligheid gemeente Groningen" zijn de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden aangegeven:

Realisatie van 12 appartementen en een voorhuis aan de Ter Borchlaan 1 te Groningen veroorzaakt geen wijziging van het berekende groepsrisico en geen overschrijding van de oriënterende waarde van de aardgastransport leiding N-505-41. In de 12 appartementen en het voorhuis zullen geen minder zelfredzame personen worden gehuisvest. Gezien vorenstaande is realisatie van 12 appartementen en een voorhuis niet in strijd met de beleidsregel externe veiligheid van de gemeente Groningen. Conclusie De belangrijkste constateringen en te nemen maatregelen voor de verantwoording van het groepsrisico kunnen als volgt worden samengevat. In en in de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen en risicovolle transportroutes gelegen waarvan het invloedsgebied reikt tot over het plangebied; De risicovolle transportleiding N-505-41 heeft geen plaatsgebonden risico 10-6 contour buiten de belemmeringenstrook; Met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen door de risicovolle transportleiding N-505-41 geldt een invloedsgebied (1% letaliteit) van 140 meter; Realisatie van 12 appartementen en een voorhuis is niet in strijd met de beleidsregel externe veiligheid van de gemeente Groningen.

Groepsrisico Het groepsrisico van de uitgevoerde berekening van de risicovolle transportleiding N-505-41 ligt onder de orïentatiewaarde; In de bestaande en in de nieuwe situatie is er geen sprake van een toename van het groepsrisico; Het het vaststellen van het bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 Groningen zal het berekende groepsrisico niet veranderen. Verantwoording Voor de verantwoording van het groepsrisico heeft Veiligheidsregio Groningen de aspecten ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 39

bestrijdbaarheid en zelfraadzaamheid beoordeeld. Het advies is als Bijlage 10 opgenomen. Veiligheidsregio Groningen ziet ten aanzien van de bestrijdbaarheid geen aanleiding voor het treffen van maatregelen en beoordeeld de bestrijdbaarheid van het plangebied als voldoende. Om de zelfredzaamheid van de aanwezige personen te beoordelen, is gekeken naar de volgende aspecten: zelfredzaam vermogen; mogelijkheden tot vluchten of schuilen; alarmeringsmogelijkheden. Het voorgenomen ruimtelijke besluit kent geen bestemmingen voor het langdurig verblijf van groepen verminderd zelfredzame personen in het invloedsgebied van de risicobronnen. De toekomstige gebruikers van het plangebied vormen een gemiddelde bevolkingsgroep uit de samenleving, die over het algemeen als zelfredzaam wordt beschouwd. Het plangebied en de omgeving geven voldoende mogelijkheden om van een risicobron af te vluchten. In geval van een incident met de hogedruk aardgas buisleiding wordt geadviseerd, indien de situatie het veilig toelaat, om te vluchten en niet te gaan schuilen. Het plangebied ligt binnen het sirenebereik van het bestaande Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS-paal 23-742). Het ministerie van Justitie en Veiligheid stopt in fases met de WAS-sirenes. Eind 2012 is NL-Alert geïntroduceerd.

Met NL-Alert kan de overheid mensen in een rampgebied en in de directe omgeving van een (dreigende) noodsituatie met een tekstbericht informeren via de eigen mobiele telefoon. Daarnaast wordt in de toekomst bij grote rampen alarm geslagen via onder meer calamiteitenzenders, geluidswagens en sociale media. Hierdoor is een snelle alarmering in het hele plangebied mogelijk. De Veiligheidsregio Groningen adviseert om de volgende maatregelen te treffen: De bevolking bij een ramp niet alleen via het bestaande WAS maar ook op een andere wijze te alarmeren (radio, NL-Alert, televisie, geluidswagen, enz.). Alles overwegende wordt geconcludeerd dat vanuit oogpunt van externe veiligheid het verantwoord is om voorliggend bestemmingsplan vast te stellen. Het restrisico is in dit kader aanvaardbaar. 4.7.5 Bodem Toetsingskader Voor de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak.

In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd, dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging, dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd.

Historisch / verkennend onderzoek ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 40

Ten behoeve van het planvoornemen is een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd (Sigma bouw&milieu, 29 maart 2019). Het rapport is als Bijlage 11 opgenomen. Uit het vooronderzoek blijkt dat het beoogde plangebied, vanwege de langdurige bewoning en gebruik, milieuhygiënisch "verdacht". Uit dit verkennend onderzoek blijkt dat de bodem (plaatselijk) matig tot sterk verontreinigd is. Aan de noordzijde van het plangebied is in de bovengrond een sterke grondverontreiniging aangetroffen met minerale olie en PAK en een matige grondverontreiniging met Nikkel en Zink. De omvang van de verontreinigingen zijn niet vastgesteld. Het grondwater is ten hoogste licht verontreinigd.

Asbest De naast het woonhuis gelegen schuur en de achter het woonhuis gelegen opslagruimte heeft een dakbedekking dat bestaat uit asbestverdacht golfplaatmateriaal. Beide zijn niet voorzien van dakgoten die er voor zorgen dat evt. emissie (erosie) van asbestvezels (door weersinvloeden) naar de onderliggende bodem (druppelzone) wordt voorkomen. De daken wateren meest af op onverharde bodem. Er heeft geen onderzoek naar asbest in de toplaag van de druppelzones plaatsgevonden. Verder bevinden zich in de toplaag van de locatie puin bijmenging. Op een deel van de locatie is in het verleden een asbestonderzoek uitgevoerd. Uit het verkennend asbestonderzoek dat op de onderzoekslocatie is uitgevoerd (MUG 2008) blijkt dat er puinlagen in de grond aanwezig zijn waarin analytisch asbest is aangetoond in gehalten <100 mg /kg ds. In de toplaag (grint) en in de ondergrond is zowel zintuigelijk als analytisch geen asbest aangetoond. Ook buiten het in 2008 door MUG onderzochte terreindeel is puinhoudend materiaal in de bodem waargenomen. Het is aannemelijk dat het aanwezige puin op de locatie in dezelfde periode is opgebracht.

Conclusie Het project heeft op zichzelf geen relevant risico op het veroorzaken van bodemverontreiniging. Wel is er vanuit het uitgevoerde bodemonderzoek bekend dat de bovengrond van de locatie asbest verdacht is en plaatselijk sterk verontreinigd. Bij herinrichting (nutsvoorzieningen, infrastructuur, gebouwen en omliggende terreindelen) zijn sterke bodemverontreinigingen in de toplaag (contactzone) niet wenselijk. Gezien het beoogde gebruik dient de bovengrond van de locatie voorafgaand aan de functiewijziging nader te worden onderzocht en indien nodig (functiegericht) gesaneerd te worden. Het nadere onderzoek dient zich te richten op de matig tot sterke grondverontreiniging (noordzijde van het plangebied) en op asbest in de bovengrond (inclusief toplaag onder de druppelzones van de achter het woonhuis gelegen opslagruimte). 4.7.6 Kabels en leidingen In het plangebied liggen geen zware leidingen (meer) die de ruimtelijke ontwikkeling kunnen frustreren. In het kader van de omgevingsaanvraag voor de nieuwbouw zal de gebruikelijke klic-melding worden gedaan.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 41

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 42

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Algemeen

Het bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 voorziet in een actueel en adequaat juridisch kader voor beheer en ontwikkeling van het plangebied. Het is een plan op basis van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daarmee kunnen met direct recht omgevingsvergunningen worden verleend. De gekozen bestemmingen en de daarbij behorende regels geven helder aan welke functies op welke plaats zijn toegestaan. Om de nodige flexibiliteit te waarborgen zijn tevens afwijkingsbevoegdheden opgenomen. Dit bestemmingsplan is gemaakt conform SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) en het standaard-bestemmingsplan van de gemeente Groningen. Daarin zijn de regels gestandaardiseerd. De bestemmingsregels zijn opgemaakt in een vaste indeling en bevatten in principe voor elke bestemming achtereenvolgens: een bestemmingsomschrijving, bouwregels, nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels, en waar nodig een vergunningenstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bestemmingsplan is digitaal gemaakt. De digitale verbeelding is variabel in schaal doordat kan worden in- en uitgezoomd, en bezit een meetfunctie. Het digitale plan is raadpleegbaar via het internet (gemeente.groningen.nl/projecten-en-bestemmingsplannen alsook www.ruimtelijke plannen.nl).

Daar zijn de digitale bestanden ook te downloaden. De papieren (analoge) verbeelding bestaat uit één kaartblad met schaal 1:1000. Deze verbeelding is getekend conform de PRABPK 2012 (Praktijkrichtlijn Analoge Bestemmingsplankaart). De verbeelding geeft in samenhang met de regels de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied aan. 5.2

Geldende bestemmingsplannen en overige regelingen

In het plangebied vigeren momenteel de onderstaande (bestemmings)plannen. Deze worden geheel of gedeeltelijk door het voorliggend bestemmingsplan vervangen.

Nr.

(Bestemmings)plan

Hoornse Meer, Hoornse Park en 28 september 2011 Piccardthof

nvt

Woningsplitsing

23 april 2014

nvt

Facetbestemmingsplan Parkeren

8 juni 2016

nvt

Bestemmingsregels 1 april 2020

nvt

Herziening Wonen 2 5.3

Vastgesteld door de Goedgekeurd door gemeenteraad gedeputeerde staten

Toelichting op de artikelen

5.3.1 Artikelsgewijze toelichting Inleidende regels De artikelen 1 tot en met 3 bevatten achtereenvolgens de in het plan gebruikte begrippen en hun definitie, de wijze waarop moet worden gemeten en de manier van omgaan met uitmetingsverschillen. ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 43

Met de definitie van een aantal begrippen is, vaak letterlijk, aangesloten bij de definitie, zoals opgenomen in bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor), dat op 1 november 2014 in werking is getreden. De definities 'achtererfgebied', 'bebouwingsgebied', 'daknok', 'dakvoet', ‘hoofdgebouw’, 'openbaar toegankelijk gebied' en 'voorerfgebied' zijn letterlijk overgenomen en met de definitie van 'erf' is aangesloten bij bijlage II van het Bor. Deze begrippen zijn vooral van belang voor de bij recht toegestane bijbehorende bouwwerken. Achtererfgebied Omgevingsvergunningvrije bouwwerken, en dus ook de bijbehorende bouwwerken in dit bestemmingsplan, zijn vaak alleen toegestaan in het achtererfgebied. Het achtererfgebied is het achtererf en het niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijerf. De in dit bestemmingsplan opgenomen regeling is gebaseerd op het uitgangspunt dat aan de voorkant van hoofdgebouwen in beginsel niet mag worden gebouwd en aan de achterkant juist wel. Doel is de ruimtelijke kwaliteit van het publieke domein te beschermen.

De grens tussen voor- en achtererfgebied loopt door het hoofdgebouw op 1 meter achter de voorkant. Op 1 meter achter die voorkant komt die lijn uit de zijgevel van het hoofdgebouw; de lijn loopt vervolgens buiten het hoofdgebouw verder, evenwijdig aan het openbaar toegankelijk gebied dat grenst aan het perceel waarop zich het hoofdgebouw bevindt. Meestal bevindt dit openbaar toegankelijk gebied, dus ook het voorerfgebied, zich aan de voorzijde van een perceel. Maar in hoeksituaties bevindt zich ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 44

ook aan de zijkant van het hoofdgebouw voorerfgebied. Voor het bepalen van de situering van het achtererf is het van groot belang waar de voorgevel van een hoofdgebouw zich bevindt. Een bestemmingsplan bepaalt waar de voorgevel zich dient te bevinden. Indien het bestemmingsplan hierover geen voorschriften geeft, is de feitelijke situatie doorslaggevend. Mede gebaseerd op jurisprudentie zijn er daarbij de volgende aanknopingspunten: de systematiek van huisnummering (dus waar zich het huisnummer bevindt), de zijde van het gebouw waar zich voordeur of hoofdingang bevindt, de plaats waar de brievenbus is aangebracht en de plaats waar de hoofdontsluiting van het perceel zich bevindt. Bebouwingsgebied Het bebouwingsgebied is het achtererfgebied met inbegrip van de aan het oorspronkelijk hoofdgebouw toegevoegde bijbehorende bouwwerken. Dit begrip is van belang om te kunnen bepalen hoeveel de maximale oppervlakte bedraagt van bijbehorende bouwwerken die in totaal (bij recht) aanwezig mogen zijn. Openbaar toegankelijk gebied Met openbaar toegankelijk gebied wordt bedoeld: gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is. Hieronder valt niet het restgroen dat niet bedoeld is om te betreden, c.q. kleine strookjes langs de gevels van woningen, of brandgangen (vaak paden langs achtertuinen).

Onder openbaar toegankelijk gebied valt ook vaarwater, dat geschikt is om te worden gebruikt door scheepvaart, waaronder pleziervaart, zoals een rivier, gracht, beek, kanaal of wetering. Doorsnee- sloten/smalle watergangen vallen hier niet onder. Voorerfgebied Het voorerfgebied achtererfgebied.

betreft

het

erfdeel

dat

geen

onderdeel

uitmaakt

van

het

Het voorerfgebied is het gebied vóór de voorgevel plus 1 meter daarachter èn de delen van het zijerf die naar openbaar toegankelijk gebied zijn gekeerd. Bestemmingsregels

Artikel 4 Groen De bestemming Groen omvat de hoofdgroenstructuur in het plangebied. Het gaat hier om het terrein buiten het bebouwde erf. Artikel 5 Wonen Dit bestemmingsplan betreft een ontwikkelingsgericht plan. Een aantal harde eisen en spelregels zijn op de verbeelding vastgelegd of in de regels bepaald om de beoogde invulling en ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. Zo mogen de woningen alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte zijn gelimiteerd tot respectievelijk maximaal 3 en 10 meter. Ook de mogelijkheid voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken (zoals aan- en uitbouwen en (vrijstaande) bijgebouwen) is afgestemd om de beoogde verschijningsvorm en gelimiteerd tot één vrijstaand bijbehorende bouwwerk. Artikel 6 Waarde - Archeologie 2 Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' is archeologisch onderzoek nodig bij ingrepen groter dan 200 m² en een grotere diepte dan 0,3 meter. Hiermee worden eventueel voorkomende archeologische waarden beschermd. Artikel 7 Waarde - Cultuurhistorie ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 45

De dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' voorziet in de bescherming van het karakeristieke voorhuis. Sloop is alleen onder voorwaarden mogelijk met een goedgekeurde omgevingsvergunning. Aanvullend op de dubbelbestemming heeft het voorhuis de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - karakteristiek object' meegekregen. De regeling ziet toe op specifieke (ver)bouwregels van het object, rekening houdend met de bijzondere waarden. Dat is uitgewerkt door het vastleggen van de bestaande goot- en bouwhoogte, kapvorm, oppervlakte en gevelindeling van het object. Van de bouwregels kan onder omstandigheden worden afgeweken. Er is een sloopverbod zonder omgevingsvergunning opgenomen in artikel 7.4. Aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor het slopen van karakteristieke objecten of relevante delen van karakteristieke panden zijn voorwaarden verbonden. Van belang is dat een deskundigenoordeel wordt gevraagd over het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning. Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat de anti-dubbeltelregel. De redactie is conform artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze bepaling is ervoor om te voorkomen dat dezelfde grond meer dan eens betrokken wordt in een omgevingsvergunningstoets en daarmee meer gebouwd kan worden dan is toegestaan.

Artikel 9 Algemene bouwregels 9.1 Parkeren In dit artikel is geregeld dat in een omgevingsvergunning voor bouwen of verbouwen in het plangebied moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor de beoogde functie. Het toetsingskader dat hierbij wordt gehanteerd zijn de Beleidsregels Parkeernormen van de gemeente Groningen die op het moment van aanvragen van de vergunning gelden. De verwijzing naar deze beleidsregels is toegestaan op grond van artikel 3.1.2 tweede lid onder a. van het Besluit ruimtelijke ordening. In principe dient op eigen terrein in de parkeerbehoefte te worden voorzien. Voor gevallen waarin dit door bijzondere omstandigheden redelijkerwijs niet kan worden gerealiseerd, of wanneer elders aan de parkeerbehoefte kan worden voldaan, kunnen burgemeester en wethouders gebruikmaken van de opgenomen afwijkingsmogelijkheid. 9.2 Ruimte tussen bouwwerken De bepalingen omtrent dit onderwerp zijn overgenomen uit de inmiddels uit de Woningwet geschrapte stedenbouwkundige bepalingen van de (in dit geval) Groninger Bouwverordening. Artikel 11 Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat de gebruiksregels die op alle bestemmingen van toepassing zijn. In het voorliggend bestemmingsplan zijn geen seksinrichtingen toegestaan.

Reden is, dat de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders, de raad gehoord, hebben besloten seksinrichtingen te concentreren in één concentratiegebied binnen de Diepenring en in de tippelzone. Daarbuiten wordt vestiging van prostitutie-inrichtingen tegengegaan. Het gemeentelijk beleid heeft onder meer ten doel om het woon- en leefklimaat te beschermen. De strijdigheid met de woonfunctie ontstaat door de ruimtelijke uitstraling door bijvoorbeeld aanstootgevende of storende uiterlijke kentekenen, en/of door de mogelijke verkeers- en parkeeroverlast. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Dit artikel bevat enkele afwijkingsbepalingen, die op alle bestemmingen in het plangebied ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 46

van toepassing zijn. Bedoeling van de bepaling is om relatief kleine afwijkingen van het bestemmingsplan toe te staan, zowel qua omvang als qua functie. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 13 Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht. De redactie is conform de artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 14 Slotregel Dit artikel bevat de zogenaamde slotregel, die bedoeld is voor een eenduidige vastlegging van de naam van het bestemmingsplan. Interpretatieve gebruiksbepalingen Interpretatieve gebruiksbepalingen kunnen per bestemming worden opgenomen wanneer binnen die betreffende bestemming behoefte is aan specifieke gebruiksregels of -verboden. Wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht Dit bestemmingsplan bevat geen algemene procedureregels voor wijzigings- en uitwerkingsplannen. De procedure hiervoor is nu voorgeschreven in artikel 3.6 onder 5 van de Wet ruimtelijke ordening en heeft rechtstreekse werking. Dit artikel regelt dat deze procedure de weg moet volgen die is voorgeschreven in artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent een terinzagelegging van 6 weken, gedurende deze periode kunnen zienswijzen worden ingediend. Burgemeester en wethouders besluiten vervolgens binnen 8 weken over de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan.

5.3.2 Toelichting regeling van vrije beroepsactiviteiten en bedrijfsmatige activiteiten in en bij woningen De begrippen aan huis verbonden beroep en vrij beroep worden vaak, en ook hier, synoniem gebruikt. Het voorliggend bestemmingsplan biedt de mogelijkheid aan huis verbonden beroepen -met behoud van de woonfunctie- uit te oefenen in een woning en de daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken. In het algemeen is het verboden om, indien aan gronden en bouwwerken een woonbestemming of -functie is gegeven, deze te gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met de woonbestemming. Een ander gebruik dan wonen is niet toegestaan. In de jurisprudentie is echter bepaald dat het vestigen van een vrij beroep niet in strijd is met de woonbestemming, tenzij het bestemmingsplan het tegendeel bepaalt en het beroep door de bewoner van het pand wordt uitgeoefend, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en de uitoefening van het beroep een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is. Het gaat veelal om een eenpersoonsberoep. Op grond van de definitie van aan huis verbonden beroepen in dit bestemmingsplan zijn de betreffende activiteiten (onder voorwaarden, zie hierna) in overeenstemming met de functie wonen.

Voor dergelijke activiteiten in een woning en/ of de daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken is geen afwijking bij een omgevingsvergunning nodig. Of een bepaald gebruik in overeenstemming is met de functie woondoeleinden wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: a. de aard van het gebruik b. de omvang van het gebruik c. de intensiteit van het gebruik Ad a. Bij de 'aard' van het gebruik kan men denken aan een beroep die naar zijn aard (ernstige) hinder voor zijn omgeving oplevert, of die naar zijn aard grote ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 47

verkeersproblemen zal opleveren. Het gebruik mag immers geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer. Het mag evenmin een onevenredige parkeerdruk veroorzaken. Ad b. Bij de 'omvang' van het gebruik is relevant of het gebruik meerdere ruimten of gebouwen in beslag neemt, welk gedeelte van het gebouw door het gebruik in beslag wordt genomen, hoeveel vierkante meter het gebruik in beslag neemt. Ad c. Bij de 'intensiteit' van het gebruik kan worden gedacht aan frequent of incidenteel gebruik. Als nu blijkt dat het gebruik aldus een uitstraling heeft die niet te rijmen valt met de gelegde woonbestemming, dan is het gebruik strijdig met de woonbestemming (zie ARRvS, AB 1993/163). Onder een 'vrije beroepsbeoefenaar' wordt verstaan: 'iemand die wordt gevraagd om zijn individuele, persoonlijke kwaliteiten, die in het algemeen op artistiek of academisch/HBO-niveau liggen'. In de praktijk is het onderscheid moeilijk aan te geven.

Bij vrije beroepen valt te denken aan: advocaat, accountant-administratieconsulent, alternatieve genezer, belastingconsulent, bouwkundig architect, dierenarts, fysiotherapeut, gerechtsdeurwaarder, huidtherapeut, huisarts, interieurarchitect, juridisch adviseur, kunstenaar,logopedist, makelaar, medisch specialist, notaris, oefentherapeut, Cesar/Mensendieck, organisatieadviseur, orthopedagoog, psycholoog, raadgevend adviseur, redacteur, registeraccountant, stedenbouwkundige, tandarts, tandarts-specialist, (al dan niet beëdigd) tolkvertaler, tuin- en landschapsarchitect, verloskundige. Aan huis verbonden beroepen in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk Voor het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een aan huis verbonden beroep is het nodig om bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan. Hiertoe is een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders opgenomen in lid 5.6. Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Overige activiteiten, die niet vallen onder de aan huis verbonden beroepen, maar in bepaalde gevallen wel daarmee gelijk te stellen zijn, worden aangemerkt als beroepsen/of bedrijfsmatige activiteiten, die niet rechtstreeks passen binnen de woonbestemming. Zij zijn daarom niet bij recht toegestaan in dit plan.

Wel is het mogelijk voor deze activiteiten bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan (zie lid 5.6) voor zover voorkomend op de bij dit plan behorende Lijst van bedrijfstypen wonen-werken (bijlage 2).

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 48

Hoofdstuk 6 6.1

Participatie, inspraak en overleg

Participatie

Op 8 november 2018 is een informatieavond voor circa 30 omwonenden georganiseerd. Het bouwplan, omgevingsfactoren en procedure zijn op deze avond toegelicht. De reacties op het plan waren voornamelijk positief. 6.2

Overleg

Het plan is in het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro voorgelegd aan de provincie Groningen en het waterschap Noorderzijlvest. De overleg reacties zijn hieronder weergegeven. waterschap Noorderzijlvest Het waterschap Noorderzijlvest geeft aan dat zij geen opmerkingen hebben m.b.t. dit bestemmingsplan.

provincie Groningen De provincie Groningen vraagt aandacht voor het karakteristieke aspect van het pand Ter Borchlaan 1. Op basis van het bepaalde in de Provinciale Omgevingsverordening dient de gemeente regels te stellen over de bescherming van cultuurhistorische waarden en beeldbepalende en karakteristieke gebouwen. Op grond van artikel 2.9.1 van de Provinciale Omgevingsverordening dienen in een bestemmingsplan regels te worden opgenomen over de bescherming van karakteristieke en beeldbepalende gebouwen. Tot het moment dat het bestemmingsplan in overeenstemming is gebracht met artikel 2.9.1. is in artikel 2.9.2. van de POV een rechtstreeks werkende regel opgenomen die een algemeen sloopverbod bevat voor gebouwen. Het vorenstaande brengt met zich mee dat de gemeente een inventarisatie maakt van alle aanwezige karakteristieke gebouwen.

Desgevraagd heeft de vakgroep Erfgoed van de gemeente Groningen aangegeven dat er een inventarisatie bestaat. Het pand Ter Borchlaan 1 is geïnventariseerd en gewaardeerd. Uit deze inventarisatie vloeit voort dat het pand een karakteristiek object is. Het voorliggende bestemmingsplan is hierop aangepast voorbereiding zijnde bestemmingsplan Gebouwd Erfgoed.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 49

en anticipeert

op het

in

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 50

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid / exploitatie

Door middel van de grondexploitatieregeling beschikt de gemeente over de mogelijkheid tot het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Wanneer sprake is van een bouwplan als bepaald in artikel 6.12 Wro en 6.2.1 Bro moet de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan vaststellen. Hiervan kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In dit geval wordt er een overeenkomst gesloten tussen gemeente en initiatiefnemer, waarin het kostenverhaal is geregeld. Hierin wordt ook rekening gehouden met mogelijke planschade. De vaststelling van een exploitatieplan is dan ook niet nodig.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 51

Bestemmingsplan

Ter Borchlaan 1 versie ontwerp

Ter Borchlaan 1

Inhoudsopgave Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1

Begrippen

4

Artikel 2

Wijze van meten

11

Artikel 3

Uitmetingsverschillen

12

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

13

Artikel 4

Groen

13

Artikel 5

Wonen

15

Artikel 6

Waarde - Archeologie 2

18

Artikel 7

Waarde - Cultuurhistorie

20

Hoofdstuk 3

Algemene regels

22

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

22

Artikel 9

Algemene bouwregels

23

Artikel 10

Verwijzing naar beleidsregels

24

Artikel 11

Algemene gebruiksregels

25

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

26

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

28

Artikel 13

Overgangsrecht

28

Artikel 14

Slotregel

29

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 2

Regels

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 3

Hoofdstuk 1 Artikel 1

1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan: het bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 met identificatienummer NL.IMRO.0014.BP614TerBorchlaan1-ow01 van de gemeente Groningen.

1.2

bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

verbeelding: de verbeelding van het bestemmingsplan Ter Borchlaan 1, met het identificatienummer NL.IMRO.0014.BP614TerBorchlaan1-ow01.

1.4

aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5

aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6

bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.7

bebouwingspercentage: een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd.

1.8

bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak.

1.9

bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.10

bouwgrens: de grens van een bouwvlak.

1.11

bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.12

bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 4

1.13

bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.14

maatvoeringsgrens: een op de verbeelding aangegeven lijn, die de grens aanduidt van een maatvoeringsvlak.

1.15

maatvoeringsvlak: een op de verbeelding geheel of gedeeltelijk door maatvoeringsgrenzen omsloten vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waarop bebouwingsregelingen van eenzelfde aard van toepassing zijn.

1.16

aan huis verbonden beroep: het beroepsmatig uitoefenen van activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en/ of de daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken kan worden uitgeoefend, mits: 1. het beroep door de bewoner van het pand wordt uitgeoefend, en 2. de woonfunctie in overwegende mate intact blijft, en 3. waarbij het beroep een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.17

achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen.

1.18

additionele voorzieningen: voorzieningen die een onderdeel vormen van en ondergeschikt zijn aan een bestemming of functie.

1.19

archeologische verwachtingswaarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de hoge kans dat in dat gebied archeologische sporen voorkomen.

1.20

archeologische waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten.

1.21

bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.22

bebouwingsgebied: achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 5

1.23

begeleid wonen: vormen van wonen waarbij de begeleiding door externen plaatsvindt, zodat zelfstandig wonen mogelijk wordt of blijft.

1.24

bestaand: op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand.

1.25

bodemingrepen: werken en werkzaamheden waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten.

1.26

bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats.

1.27

bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, kapverdieping en dakopbouw ten behoeve van technische voorzieningen.

1.28

bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.29

bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. Een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is tevens functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw.

1.30

bruto vloeroppervlakte: de som van de oppervlaktes van alle bouwlagen van een gebouw, gemeten op de vloer van de bouwlaag, tussen de binnenzijde van de gevelmuren.

1.31

cultuurhistorische waarden:

de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt. 1.32

dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw.

1.33

daknok: hoogste punt van een schuin dak.

1.34

dakvoet: laagste punt van een schuin dak.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 6

1.35

erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw voor zover dit bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt.

1.36

erotisch getinte vermaaksfunctie: een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal.

1.37

gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.38

gebruiksoppervlakte woonfunctie: de oorspronkelijke vloeroppervlakte binnen de bouwmuren bepaald volgens NEN 2580 met dien verstande dat daarbij aangebouwde bergingen, garages en andere niet voor bewoning geschikte ruimtes niet worden meegeteld.

1.39

hogere grenswaarde: een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder.

1.40

hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.41

hoofdmassa van de bebouwing: het hoofdgebouw exclusief architectonisch ondergeschikte delen die door de vorm onderscheiden kunnen worden van dit hoofdgebouw.

1.42

huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; daaronder niet begrepen kamerverhuur.

1.43

huisvesting in verband met mantelzorg: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning.

1.44

kamerverhuur: ruimte(n) in een (deel van een) gebouw die geschikt is (zijn) of geschikt te maken is (zijn) voor (nacht)verblijf, niet zijnde een logiesfunctie als bedoeld in het Bouwbesluit of niet zijnde een (zelfstandige) woonruimte als bedoeld in de Huisvestingswet, ongeacht de duur van het verblijf en al dan niet tegen betaling.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 7

1.45

kamerverhuurpand: een gebouw of een deel van een gebouw met of geschikt te maken voor vier of meer woonvertrekken, niet vallende onder het begrip logiesgebouw en/of logiesverblijf als bedoeld in het Bouwbesluit en niet zijnde een zelfstandige woonruimte als bedoeld in de Huisvestingswet, waarin (ongeacht de duur van het verblijf) (aan) drie of meer personen (al dan niet tegen betaling) nachtverblijf wordt verschaft (hebben).

1.46

kap: een door ten minste één hellend dakvlak omsloten dak dat meer dan 50% van de bovenste vloerlaag van de onderliggende verdieping omvat.

1.47

kleinschalige bedrijfsmatige activiteit: bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woning met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend.

1.48

kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden.

1.49

logies met ontbijt: het verstrekken van gelegenheid tot overnachting met ontbijt als toeristisch-recreatieve voorziening in een woning en ondergeschikt aan de woonfunctie.

1.50

mantelzorg: zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie.

1.51

NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm.

1.52

netto vloeroppervlak: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) vloeroppervlakte van horecagelegenheden, kantoren, winkels, bedrijven of instellingen uitgezonderd de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.

1.53

onderbouw: een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1.20 meter boven peil is gelegen.

1.54

oorspronkelijk hoofdgebouw: het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd.

1.55

oorspronkelijke vloeroppervlakte: de vloeroppervlakte volgens de aanvraag van de omgevingsvergunning dan wel bouwvergunning op grond waarvan de woning is opgericht.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 8

1.56

openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.

1.57

pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.58

peil: a. voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde: het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke niet bij het verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

1.59

prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

1.60

seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.61

standplaats voor straathandel: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel aanbieden van diensten: c. gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; d. door anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren.

1.62

standplaats voor woonwagen: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten.

1.63

straatmeubilair: de op of bij de weg behorende bouwwerken, zoals verkeersborden, wegbebakeningen, bewegwijzeringen, verkeersgeleiders, parkeermeters, informatie- en reclameborden, zitbanken, bloem- en plantenbakken, afvalbakken, rijwielstandaards, kunstobjecten, gedenktekens en hiermee naar aard en omvang vergelijkbare bouwwerken.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 9

1.64

voorerfgebied: erf dat geen onderdeel is van achtererfgebied.

1.65

voorgevel: de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan de weg grenst, de gevel aan de zijde van de weg, waarop de hoofdtoegang van het gebouw is ontsloten.

1.66

woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

1.67

woongebouw: een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.

1.68

woonhuis: een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat, en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd.

1.69

woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.

1.70

zelfstandige woning: de kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woondoeleinden geschikte eenheid van gebruik die in functioneel opzicht zelfstandig is.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 10

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

lengte, breedte en diepte van een gebouw:

tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevelvlakken en / of de buitenkant dakoverstek en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmurenmaten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing blijven. 2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

horizontale diepte van een gebouw:

de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel. 2.4

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8

de hoogte van een bouwlaag:

de hoogte tussen de bovenkanten van boven elkaar gelegen vloeren, of tussen bovenkant vloer en vlakke afdekking, waarbij de hoogte niet meer mag bedragen dan in de bouwregels is bepaald. 2.9

bruto vloeroppervlakte van een bouwlaag:

op de vloer van de bouwlaag, tussen de binnenzijde van de gevelmuren.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 11

Artikel 3

Uitmetingsverschillen

Voor zover op de kaart niet anders is aangegeven, wordt de vaststelling van afmetingen bepaald door middel van meting op de kaart, met dien verstande dat: a. de maatbepaling tot op 1 meter nauwkeurig geschiedt, en b. de maat van de openbare ruimte wordt berekend naar de ter plaatse geldende werkelijke situatie, behoudens indien de grenslijn van de bebouwing niet in de bestaande voorgevellijn is geprojecteerd.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 12

Hoofdstuk 2 Artikel 4 4.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplantingen; c. recreatieve voorzieningen; d. fiets- en voetpaden; e. waterlopen en waterpartijen; f. nutsvoorzieningen; g. additionele voorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemene bouwregels Er zijn wat de bebouwing betreft uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan ten behoeve van de in lid 4.1 genoemde doeleinden. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 6 meter bedragen. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 voor het bouwen van gebouwen ten dienste van de bestemming, zoals gebouwen voor onderhoud en beheer of voor recreatief (mede)gebruik van de in lid 4.1 bedoelde gronden, daaronder mede begrepen dierenverblijven, mits de oppervlakte per gebouw maximaal 50 m2 en de bouwhoogte maximaal 3,00 meter bedraagt. 4.3.2 Voorwaarden voor afwijken Afwijken van de regels, als bedoeld in lid 4.3.1, is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de verblijfssituatie: Ten aanzien van de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening gehouden te worden met het instandhouden c.q. tot stand brengen van een redelijke lichttoetreding, alsmede de aanwezigheid van voldoende privacy. b. het straat- en bebouwingsbeeld: Ten aanzien van de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen dient te worden gestreefd naar het instandhouden c.q. tot stand brengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld. In het algemeen zal bij bebouwing worden gestreefd naar: een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; een goede hoogte-breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en een samenhang in bouwvorm / architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is. c.

de verkeersveiligheid: ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 13

Ten aanzien van de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met het instandhouden c.q. tot stand brengen van een verkeersveilige situatie. d. de milieusituatie: Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met de milieu-aspecten, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking. e. de sociale veiligheid: Ten aanzien van de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen dient te worden voorkomen dat een ruimtelijke situatie ontstaat die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet sociaal controleerbaar is. f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden: Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met de gebruiksmogelijkheden binnen andere bestemmingen, indien deze daardoor kunnen worden beïnvloed.

ontwerp gemeente Groningen - bestemmingsplan Ter Borchlaan 1 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4172/documents/59872