Bijlage 1 Routekaart voedsel- en eiwittransitie routekaart.pdf
Tekst van het document
Onno van Eijk (strategisch adviseur landbouw en voedsel) en Bart Bremmer (innovatiesocioloog veranderingsprocessen)
26
De eiwittransitie De eiwittransitie is een verandering naar een nieuwe balans in ons menu met minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten. Deze verandering vraagt om technische ontwikkeling, zoals andere teelten, producten en technieken. En ook gedragsverandering, zoals aanpassingen in consumptie door andere keuzes en reflectie op het eetpatroon: wat we eten, waar het vandaan komt en wat het met je lichaam doet. Eiwittransitie is voor de meeste belanghebbenden een logisch gevolg van de zoektocht naar gezonder en duurzamer eten. Voor sommigen is het een middel om te verduurzamen, voor anderen is het eten van minder dierlijke producten een expliciet doel. Dit betekent niet dat de impact en bijdrage van dierlijke productie op onze omgeving en onze gezondheid niet besproken moet worden. Het betekent ook niet dat de ethische aspecten van het houden van eten van dieren geen onderwerp van gesprek zou moeten zijn. Het betekent wel dat wanneer je focust op betaalbaar, lokaler, gezonder
en duurzamer eten, je een gemeenschappelijke beweging versterkt met een veel bredere coalitie. Plantaardiger eten maakt daar een logisch onderdeel van uit. Gezonder en duurzamer eten voor iedereen, daar willen mensen – zowel producenten als consumenten – mee geholpen worden (zie onder meer de enquête die de gemeente recent heeft uitgevoerd).
Wat er al gebeurt Als je gaat kijken naar wat er al gebeurt, worden ook de direct betrokkenen in de stad verrast. Wat gebeurt er al veel! Je hoeft niet ver te zoeken of je ziet een breed palet aan initiatieven gericht op beweging naar lokaler, gezonder en duurzamer eten in Groningen. In al die activiteiten onderscheiden we vier sporen: Lokale burger-voedselinitiatieven: kleinschalige, vooral plantaardige voedselproductie op basis van duurzame principes, waarbij de producent direct aan de consument verkoopt. Bij sommige initiatieven wordt er samen geoogst, samen gekookt of samen gegeten. Op een gedreven en kleinschalige wijze brengen de voedselinitiatieven bewuster en gezonder eten heel dicht bij de stedeling. Daarbij is ook specifiek aandacht voor bewoners die minder te besteden hebben.
Lokale ketenondernemers en inkopers: de voorlopers in retail, horeca en cateringinkoop van grote stedelijke instituten. Of het nu gaat om commerciële bedrijven of inkoop voor publieke organisaties, al deze voorlopers brengen vanuit marktgedrevenheid en een persoonlijke visie en verantwoordelijkheid, meer lokale en plantaardige producten onder de aandacht van hun consument. Door het verbreden van aanbod, marketing en het vertellen van de verhalen achter het voedsel, stimuleren ze ander consumentengedrag.
Grote ketenpartijen: die nationaal of internationaal werken, maar geworteld zijn in Groningen en Noord-Nederland. Zij werken vanuit duurzaamheid en marktvisie aan een renderende teelt van nieuwe gewassen en aan nieuwe verwerkingstechnologie van plantaardige eiwitten. Met hulp van nieuwe technologie werken ze samen met kennisinstellingen aan opschaalbare en betaalbare processen waarmee ze plantaardig eiwit een logisch en smaakvol alternatief voor dierlijk eiwit maken. Daarbij is ook aandacht voor de relatie tussen de gezondheid van de bodem, van de gewassen en van de mens. Het grootste samenwerkingsprogramma op dit gebied is Fascinating met onder andere Cosun, Avebe, Friesland Campina en Agrifirm. Ook buiten Fascinating zijn partijen met vergelijkbare ontwikkelingen bezig.
Partijen in en om het landelijk gebied: boeren, provinciale gebiedsmanagers en ook natuur- en terreinbeherende organisaties die, aangejaagd vanuit de stikstofcrisis, werken aan de transitie naar een ecologisch, economisch en sociaal gezond en leefbaar buitengebied. Samen zoeken zij naar nieuwe perspectieven en een robuust verdienmodel voor boeren in het gebied. De stad kan hieraan bijdragen door onder andere lokaal te consumeren. Meer plantaardige eiwitten produceren voor humane consumptie kan onderdeel uitmaken van deze transitie, maar dan moet daar wel actief op gestuurd worden. Specifiek voor de boeren geldt dat zij zowel werken met oog voor de keten (spoor C), als werken met oog voor het landelijk gebied.
Vier sporen met hun eigen kracht, uitdagingen en behoeften De spelers op elk van deze vier sporen zetten allemaal concrete stappen op de weg naar betaalbaar, lokaler, gezonder en duurzamer eten. Ieder doet dat vanuit een eigen visie, ambitie en urgentie. Elk spoor heeft zijn eigen specifieke kracht. Elk spoor loopt ook tegen eigen specifieke barrières aan en heeft zijn eigen specifieke behoeften.
27
Lokale burger-voedselinitiatieven – Zij staan heel dicht bij de stedeling. Ze werken aan concrete gedragsverandering en een nieuw voedselbewustzijn. Dat doen ze met burgers met een ruime én met burgers met een krappe beurs. Voedselinitiatieven genieten veel vertrouwen vanuit de bewoners, ‘What you see is what you get’. Dat maakt dat mensen ontvankelijker zijn voor de boodschap die deze initiatieven uitdragen. Ook slaan de voedselinitiatieven bruggen tussen verschillende domeinen: zij zijn niet alleen met voedsel- en voedselbewustzijn bezig, maar tegelijk ook met gezondheid, sociale cohesie, armoedebestrijding. Voedselinitiatieven lopen ertegenaan dat iedereen het belangrijk en waardevol vindt wat zij doen, maar dat ze niet werkelijk omarmd worden en vaak niet als volwaardige gespreks- of ketenpartner worden gezien. Het opschalen van deze initiatieven vraagt veel tijd, menskracht, geld en professionaliteit. Het is een schaalsprong die je niet vanzelf maakt. Er is behoefte aan nauwere en professionelere samenwerking: een regionaal netwerk van kleinschalige voedselinitiatieven. Lokale ketenondernemers en inkopers – Deze voorlopers in retail, horeca, inkoop en catering staan dicht bij hun klanten. Ze zien wat hun klanten aanspreekt en kunnen hen met nieuw lokaal aanbod, aansprekende verhalen en kleinschalige proeverijen verleiden tot andere, duurzamere keuzes.
Retail, maar vooral de horeca bieden mensen inspiratie om thuis nieuwe dingen te koken en te eten.
28
Ondernemers in dit spoor ervaren een spanningsveld tussen enerzijds hun rol als dienstverlener die levert wat de klant vraagt, en anderzijds het oppakken van een proactieve rol in anders eten; bijvoorbeeld in het sturen op meer plantaardig consumeren. De inkopers van catering voor grotere instituties hebben iets meer ruimte om te sturen op anders eten, maar hebben daarbij te maken met strikte regels, contracten en aanbestedingen. De grote uitdaging voor al deze spelers is om de gezondere, duurzamere keuzes lekker en betaalbaar te maken. Dit is een absolute voorwaarde voor het bereiken van een breed publiek. Om veranderingen in het voedselaanbod door te voeren is afstemming nodig in de keten. Daarbij is het verschil in schaal tussen schakels vaak een bottleneck. Producenten maken vaak of veel te veel of veel te weinig om een bepaalde afnemer te kunnen voorzien. Ook is het lastig om logistiek efficiënte systemen op te zetten voor nieuwe producten. De ondernemers in dit spoor zijn daarvoor afhankelijk van partijen eerder in de keten. Anders dan bij grote ketenpartijen ontbreekt het de individuele ondernemers in dit spoor veelal aan tijd en geld, om groots door te pakken. Veel van hen zijn nog zoekende. Door meer ervaringen uit te wisselen kunnen partijen meer van elkaar leren. Grote ketenpartijen – Zij werken professioneel op een grote schaal.
Met hulp van nieuwe teelten en nieuwe procestechnologie maken ze plantaardig
eiwit breder toepasbaar in ‘gewoon’ voedsel. Men zoekt naar smakelijke, gezonde, duurzame plantaardige eiwitten uit Nederlandse teelten, als alternatief voor bestaande vleesvervangers. Deze ketenpartijen bedienen brede markten. Niet lokaal, maar internationaal; niet alleen consumenten, maar ook business-to-business. Als grote keten hebben ze veel kennis van koopgedrag van groepen consumenten, maar een directe vertrouwensrelatie met de lokale consument, zoals je die bij spoor A en B wel ziet, ontbreekt. De grote ketenpartijen zetten in op ontwikkeling van sterk bewerkte voedingsingrediënten. Voor die productie is veel energie nodig. Daarnaast wordt de vraag gesteld of intensieve bewerking van grondstoffen de meest doeltreffende wijze is om te komen tot gezonder eten. Dit leidt tot kritiek op hun aanpak vanuit andere sporen. Tegelijk hebben de ketenpartijen wel de markt en de mogelijkheden om goede plantaardige eiwitten in een breed productassortiment voor iedereen ‘normaal’ te maken. Ook hier is schaal weer een uitdaging: om betaalbare producten te produceren, moet je op grote schaal produceren. Daar zijn enorme investeringen voor nodig. Bij een beperkte vraag in de markt, zijn deze investeringen niet eenvoudig terug te verdienen. Maar zolang de producten niet tegen een betaalbare prijs worden aangeboden, zal de vraag ook nauwelijks groeien.
Het introduceren van nieuwe producten gaat met grote risico’s gepaard.
Partijen in en om het landelijk gebied – Boeren, beleidsmakers, natuurorganisaties en terreinbeheerders zoeken nieuw perspectief voor de landbouw, in directe relatie tot de kwaliteit en leefbaarheid van het landelijk gebied. Boeren zorgen voor ons voedsel en worden daarvoor beloond vanuit de keten. De maatschappij vraagt om extra zorg voor bodem, water, dier, klimaat, landschap en natuur. Maar de inspanningen van de boer op dat gebied worden slechts deels vergoed vanuit de bestaande keten. Voor extra zorg voor het landelijk gebied hebben boeren alternatieve verdienmodellen nodig die langjarig perspectief bieden. Kan verbinding met de stad dit perspectief vergroten? De zoektocht is of en hoe de stad de boer kan belonen voor de waarde die hij heeft voor de ommelanden. Deze beloning kan komen vanuit directe afzet van producten in de stad (onder andere de markt), maar kan ook zitten in langjarig gebruik van pachtgronden van de gemeente, terreinbeherende organisaties of particuliere initiatieven zoals Land van Ons. Ook de erkenning en waardering van de boer voor de groene diensten die hij levert is van belang. Om daadwerkelijk tot verandering te komen is er behoefte aan partijen die de risico’s van de nieuwe verdienmodellen helpen verkleinen (door langjarige afspraken) en/of meedragen. Het risico van verandering kan niet onder het mom ‘Daarvoor ben je ondernemer’, volledig bij de
boer blijven liggen. Daarnaast blijven ook voor afzet van producten in de stad, schaal en logistiek belangrijke bottlenecks. De stad biedt zeker niet de oplossing voor alle boeren in het buitengebied, maar wel voor ondernemende boeren direct om de stad heen. Hun behoeften aan afzet, grond en meer rechtstreeks contact met de stad en de bewoners, bieden een kans om veranderingen op het platteland te verbinden met veranderingen in voedsel in de stad. Als het gaat om het telen van eiwitrijke gewassen, dan is er in de afgelopen decennia veel kennis verloren gegaan. Er is behoefte aan passende kennis voor nieuwe/oude teelten.
Doen, met de blik vooruit De partijen die werken vanuit de vier sporen willen allemaal vooruit. Ze voelen de noodzaak om sneller en verder vooruit te komen op hun route naar gezonder en duurzamer eten. Daarbij zien ze hun uitdagingen helder voor ogen en zijn bereid om die op te pakken. Veel partijen staan open voor nieuwe verbindingen, om de obstakels waar ze tegenaan lopen weg te nemen. Tegelijk is er huiver voor vertraging van dat wat men zelf al doet. Er is geen enkele behoefte aan abstracte verbinding en praatsessies. Men wil concreet aan de slag, men wil doen!
sporen dragen allemaal op een eigen wijze bij aan betaalbaar, gezonder, duurzamer en lokaal eten. Maar ze hebben daarbij wel verschillende belangen, doelen, aanpakken en ze werken op verschillende schaalniveaus. Dit zorgt voor een duidelijke afstand. Er is beperkt direct contact tussen de sporen. Initiatieven in andere sporen zijn veelal onbekend, of de werkelijke waarde ervan wordt niet onderkend of gedeeld. Ook het verschil in macht en invloed tussen de spelers draagt bij aan de onderlinge afstand. Verschil in invloed maakt partijen wantrouwend en terughoudend.
Verbinden zonder te vertragen? Een Afrikaans spreekwoord luidt: ‘Wil je snel gaan, reis dan alleen. Wil je ver komen, reis dan samen.’ In dat dilemma lijken partijen te staan. Wil je zelf versnellen of samen ver komen? Hoe is dat dilemma te doorbreken? Kunnen partijen voor gezonder, duurzamer, lokaal voedsel rond Groningen verbinden zonder te vertragen? Ligt de sleutel hiervoor misschien in het concrete doen? Het is aan de Groningse partijen rondom voedsel, landbouw en leefomgeving om hierin duidelijke keuzes te maken.
De diversiteit in en om de stad, als het om voedselproductie gaat, is iets om te koesteren en om op voort te bouwen. De partijen in de vier
29
Rol voor de gemeente Groningen Publieke, private en maatschappelijke partijen zijn samen het voedselsysteem, samen werken ze aan beweging. Partijen zien de mogelijkheden om als regio koploper te worden in de transitie naar lokaler, gezonder en duurzamer eten. Daarin ligt zeker een rol voor de gemeente Groningen. De gemeente is een belangrijke partner en facilitator van de gewenste versnelling. De gemeente wordt gezien en erkend als mogelijkmaker (door middel van financiering, vergunningen en agendering), als ketenspeler (via eigen inkoop), als verbinder tussen de verschillende partijen, en als belangrijke link naar burgers en consumenten. Vanuit al die rollen kan zij als partner bijdragen. De gemeente Groningen heeft daarin een unieke positie. Als een van de weinigen is ze direct betrokken in elk van de vier sporen. Vanuit die positie heeft de gemeente de mogelijkheid om elk van de sporen te ondersteunen in hun eigen aanpak (versnellen). Tegelijk kan ze spelers uit verschillende sporen heel concreet en heel gericht met elkaar laten kennismaken en verbinden. Verbinden, zonder te vertragen. Altijd vanuit een gedeelde drive; samen werken aan gezonder en duurzamer eten, in en om Groningen. Belanghebbenden uit alle vier de sporen geven aan dat het belangrijk is dat de gemeente begint bij dat wat er al gebeurt. Geef ruimte voor dat wat zonder de gemeente goed gaat. En zorg
30
dat je aanspreekbaar bent op het moment dat ondernemers of anderen je nodig hebben. Ondersteun en waardeer dat wat al gebeurt – groot en klein – en faciliteer dat partijen kleinschalige initiatieven kunnen opschalen. Kijk ook naar wat er in andere gemeenten (eventueel in het buitenland) gebeurt op het gebied van voedsel- en eiwittransitie. Daarbij is het belangrijk om niet alleen samen naar de inhoud te kijken, maar ook samen te kijken naar het procesontwerp. Wanneer je samen iets wilt doen, moet je ook samen kijken naar het ritme, het tempo, de voorwaarden waarop je samenwerkt en hoe je het gezamenlijke proces inricht. Het is aan de gemeente om daar zorg voor te dragen en dat proces te faciliteren. Zorg tot slot dat je als gemeente zelf het goede voorbeeld geeft door gezonder, lokaler en duurzamer in te kopen in je restaurants, catering en bedrijfsuitjes. Maar ook in de beleidskeuzes als toekenning van vergunningen en subsidies. Laat weten wat je als gemeente gaat doen (welke keuzes je maakt), zodat partijen weten wat ze kunnen verwachten. En kijk dan regelmatig samen met anderen wat je bereikt hebt en waar bijsturing nodig is.
Lijst van geïnterviewde partijen: • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Avebe Collectief Groningen West Cosun Beet Company Bidfood Provincie Groningen Mr. Mofongo/De Toekomst Het Groninger Landschap Natuurmonumenten Rijksuniversiteit Groningen Noorderpoort College Gemeente Groningen Fascinating LTO Noord AgroAgenda Noord-Nederland Graanrepubliek Landgoud UMCG Voedselinitiatieven op Westpark (Natuur en Duurzaamheidseducatie, Stichting PlukN, de Blije Bodem, Tuin in de Stad) • Maripaan Groep • Hogeschool Van Hall Larenstein
Lijst van betrokken partijen (niet geïnterviewd, wel resultaten aan voorgelegd en input verwerkt) • Natuur en Milieufederatie Groningen • Trans-Plant
Dit project heeft financiering ontvangen van het Horizon 2020 programma van de Europese Unie onder het Grant Agreement nr. 101000812