CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Routekaart voedsel- en eiwittransitie routekaart.pdf

gemeenteraad 18 december 2024, gemeente GroningenBij agendapunt: -: Motie n.a.v. Routekaart en uitvoeringsagenda eiwittransitie (collegebrief 19-6-24)11.410 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ROUTEKAART

voedsel- en eiwittransitie Routekaart

Voedsel- en eiwittransitie

1

VOORW OORD

Inhoud 1. Inleiding

3

Waarom deze routekaart

6

Opgaven

6

Totstandkoming

9

2. Algemeen beeld routekaart

11

 uidige situatie en H toekomstscenario’s

11

Terugblik

12

Verschillende overheden

13

Voedsel binnen verschillende beleidsterreinen

15

Rol van de gemeente

16

Samenwerking/partners

16

3. Doelen en strategie

17

Productie

19

Consumptie

19

Voedselomgeving

23

4. Monitoring

24

5. Fasering

24

Belangrijke bronnen

25

Bijlage 1: verkenning Groningse voedsel- en eiwittransitie

25

Voedsel is de basis van ons bestaan en het houdt ons allemaal elke dag bezig. Voedsel is meer dan alleen brandstof, het heeft een veel grotere waarde. Waar gegeten wordt, wordt geleefd. Voedsel is cultuur en een belangrijk onderdeel van onze samenleving. De gemeente Groningen hecht veel waarde aan een toekomstbestendig voedselsysteem, waarin gezond, duurzaam en lokaal voedsel voor al onze inwoners toegankelijk is. In het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Het begint in Groningen: voor wat echt van waarde is’, staat dat de gemeente (samen met kennisinstellingen, bedrijven en medeoverheden in de regio) koploper wil worden in de voedsel- en eiwittransitie. We streven nadrukkelijk naar een voedingspatroon met meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten. Er spelen veel opgaven op het gebied van voedsel, waarin we als gemeente voor onszelf een duidelijke taak zien weggelegd. Dat voedsel een van de grootste bedreigingen is voor het klimaat en de biodiversiteit, wordt vaak vergeten. Het huidige voedselsysteem is niet meer houdbaar en een verandering is noodzakelijk. We zien knelpunten en maatschappelijke problemen zoals obesitas, voedselverspilling en uitputting van landbouwgrond. Gezond voedsel is daarnaast niet voor iedereen in dezelfde mate toegankelijk. De manier waarop ons voedsel wordt geproduceerd, staat ter discussie.

Het wordt steeds duidelijker dat het huidige landbouwsysteem niet langer houdbaar is. De productie van ons voedsel kan duurzamer, natuurlijker en diervriendelijker. Veel boeren zetten hierin al stappen. Als gemeente ondersteunen en jagen we deze transitie aan, onder andere door een goede relatie op te bouwen met de agrarische ondernemers die onze mooie gemeente rijk is. Ook het versterken van de relatie tussen de producent in het landelijk gebied, en de consument in het stedelijk gebied, is van waarde. We streven ernaar om natuur en voedselproductie weer in elkaars verlengde te laten liggen. Zo kan voedsel nog meer een verbindende factor worden.

Weten wat je eet én weten hoe je lekkere en voedzame maaltijden bereidt, is een belangrijke drager van een gezond eetpatroon. Daarom zetten we ook in op het vergroten van voedselvaardigheden, waarbij wij ons ook duidelijk richten op de jeugd. Want jong geleerd is oud gedaan. Maar de jeugd alleen is niet genoeg. We willen gezond en duurzaam voedsel voor al onze inwoners toegankelijk maken, zonder de verbindende waarde van voedsel uit het oog te verliezen. Mensen samen laten genieten van een goede maaltijd, vinden wij een groot goed. Zien eten, doet eten: de voedselomgeving beïnvloedt onze eetgewoonten. Het is tegenwoordig gemakkelijk om op basis van de omgeving ongezonde en niet-duurzame voedselkeuzes te maken. Ook hierin zien we een verantwoordelijkheid voor de gemeente. In deze routekaart voedsel- en eiwittransitie nemen we u mee op reis. We kijken niet alleen vooruit, we blikken ook terug. Want duurzaam en gezond voedsel is voor de gemeente Groningen geen nieuw thema. In 2012 was de gemeente Groningen de eerste Nederlandse gemeente met een voedselvisie ‘Groningen Groeit Gezond’. Hierna volgde de voedselagenda van 2021-2023, waaruit waardevolle stappen zijn gezet. De gemeente Groningen zet stevige ambities neer, met doelen voor 2050 als stip aan de horizon. 2050 is nog ver weg, dus we stellen tussendoelen voor 2030.

We onderscheiden drie thema’s, namelijk productie, consumptie en voedselomgeving. Deze routekaart is onze visie op de noodzakelijke voedseltransitie. Wij kunnen en willen dit echter niet alleen doen. Wij nodigen inwoners en betrokkenen uit om deze route samen met ons te bewandelen. Kirsten de Wrede, wethouder eiwittransitie, landbouw & platteland, natuur & ecologie en dieren

1

Inleiding

Met de leus ‘Nooit meer honger’ luidde Sicco Mansholt na de Tweede Wereldoorlog een nieuw tijdperk van de Nederlandse voedselproductie in. De Nederlandse overheid stimuleerde efficiëntie. Het gemengde bedrijf (veeteelt en akkerbouw) verdween en daarmee bedrijven met een gesloten kringloop. Bedrijven werden groter en efficiënter. Er kwam meer vee dan we konden voeden, waardoor het importeren van veevoer uit het buitenland noodzakelijk werd. De landbouw industrialiseerde en globaliseerde. Toeleverende industriële bedrijven (zoals producenten van kunstmest en diervoer, voedselverwerkers en verpakkers) kregen een steeds grotere rol in het voedselsysteem.

Nederland werd voedselexporteur en eten kwam in overvloed beschikbaar. Ons consumptiepatroon veranderde. Door de toegenomen welvaart zijn we meer calorieën per persoon gaan eten. Ook zijn we meer suiker en vlees gaan consumeren en kopen we steeds meer bewerkt en voorverpakt voedsel. Steeds vaker kopen we ons eten in de supermarkt, waar 70-80% van het aanbod niet in de Schijf van Vijf staat. Ook wordt er steeds meer buiten de deur gegeten. Met name fastfood zorgt daarbij voor een inname van meer calorieën, meer bewerkte producten en een lagere voedingskwaliteit.1

effecten op onze gezondheid. In 2050 wordt 80% van al het voedsel ter wereld geconsumeerd in steden.2 Steden spelen dus een belangrijke rol in het aanjagen van de voedseltransitie. Tegelijk vindt een groot deel van de voedselproductie plaats buiten de steden. Als zesde gemeente van Nederland, met een stad als kerngebied en omliggend landelijk gebied waar voedsel wordt geproduceerd, zien wij voor onszelf ook een belangrijke rol weggelegd.

Het wordt echter steeds duidelijker dat dit voedselsysteem niet meer houdbaar is. Er is een systeemverandering nodig. Onze huidige manier van voedselproductie en -consumptie gaat gepaard met een grote druk op het milieu. Ook heeft het negatieve

We hebben te maken met grote maatschappelijke opgaven. Alles wijst er op dat een transitie noodzakelijk is. We willen als gemeente regie pakken in de voedsel- en eiwittransitie. Door te werken aan deze systeemverandering kunnen we een grote impact maken op de gezondheid van zowel de mens als de aarde. Dit blijkt ook uit recent onderzoek naar het zogeheten 'Win-win-dieet'3.

1

2

Meer informatie: het rapport van de Ellen Macarthur Foundation (EMF)

3

Ook wel het Planetary Health Diet genoemd: Link

Meer informatie: rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid

Het mes snijdt hierbij dus aan twee kanten: gezonder en duurzamer eten is beter voor de aarde én voor onszelf. In het coalitieakkoord 2022-2026 met de titel ‘Het begint in Groningen, voor wat echt van waarde is’, wordt de noodzaak van de voedseltransitie benadrukt. We willen als gemeente Groningen gezamenlijk met onze inwoners, kennisinstellingen, bedrijven en medeoverheden in de regio, ambitieus inzetten op deze transitie. De voedseltransitie en de eiwittransitie zijn niet los van elkaar te zien. Om over te gaan op een duurzamer en gezonder voedselsysteem, is een transitie naar meer plantaardige eiwitten noodzakelijk. Tegelijk moet er ook gewerkt worden aan gezonder, meer lokaal en duurzamer eten.

3

Met deze routekaart willen we als gemeente ook een bijdrage leveren aan het behalen van de Sustainable Development Goals (SDG), opgesteld door de Verenigde Naties (VN).4 Voedsel speelt een sleutelrol in alle SDG’s.5 Hieronder enkele voorbeelden van hoe de SDG’s aansluiten bij onze doelstellingen. SDG

2

en promoot duurzame landbouw. Voor Nederland ligt de nadruk op de duurzaamheid van voedselproductie, kwaliteit van de leefomgeving en dierenwelzijn en het reduceren van voedselverspilling.6

SDG

 oede gezondheid en welzijn. Verzeker een goede G gezondheid en promoot welzijn voor alle leeftijden. Een van de onderdelen voor Nederland is het aanpakken van overgewicht.

SDG

 ngelijkheid verminderen. Maak gezond en duurzaam eten O voor iedereen toegankelijk.

SDG

 erantwoorde consumptie en productie. Met name het V tegengaan van voedselverspilling.

SDG

13

 limaatactie. Met name het vergroten van kennis over de K impact van ons voedsel op het klimaat.

SDG

Leven in het water. Een duurzamere voedselproductie

3

10 12

14

SDG

15

4

4

Meer informatie: SDG Nederland

Geen honger. Bereik voedselzekerheid en verbeterde voeding

betekent ook rekening houden met de impact van voedselproductie op zoet water.  even op het land. We willen het verlies van biodiversiteit L tegengaan en de bodem herstellen.

5

Meer informatie: foodinspiration

6

Meer informatie: SDG 2

Waarom deze routekaart? Wij willen onze rol pakken in de voedsel- en eiwittransitie. In deze routekaart beschrijven we onze visie. We stellen doelen voor 2030 en 2050 waarmee wij de transitie willen bereiken. We zetten in op een systeemverandering. Dat is niet van de ene op de andere dag gerealiseerd. Juist daarom willen we er mee beginnen. We grijpen verschillende mogelijkheden aan om op lokaal niveau de systeemverandering aan te jagen. Dit kunnen we echter niet alleen. Deze routekaart is daarom nadrukkelijk een uitnodiging naar stakeholders binnen de voedselketen om met ons mee te denken en te doen: waar kunnen en willen we als gemeente in 2030 en uiteindelijk in 2050 staan? Hoe werken we samen aan de noodzakelijke transitie? Wij zien kansen op het gebied van productie, consumptie en de voedselomgeving. Voor elk onderdeel hebben we doelen gesteld voor 2050 en tussendoelen voor 2030. We gaan met verschillende partijen om tafel om ons openingsbod te bespreken. Wat we als gemeente kunnen en gaan doen om onze doelen te bereiken, werken we uit in de uitvoeringsagenda voedsel- en eiwittransitie. Deze stellen we vast voor de periode 2024-2026. In 2030 maken we de balans op: zijn we op weg naar een duurzaam en gezond voedselsysteem? Waar moeten we eventueel bijsturen? Zijn er nieuwe inzichten en onderzoeken waardoor we onze doelstellingen moeten bijstellen?

De voedseltransitie betekent op een andere manier voedsel produceren en consumeren: duurzamer en gezonder. Het is een transitie, dat wil zeggen: een structurele verandering of systeemverandering. De voedselomgeving maakt hier ook deel van uit, omdat de omgeving de voedselkeuzes van mensen beïnvloedt.

De eiwittransitie, een transitie naar meer plantaardige eiwitten, is onlosmakelijk verbonden aan de voedseltransitie. Hiermee bedoelen we een verandering van het voedingspatroon van het grootste deel van de Nederlandse bevolking naar meer plantaardige eiwitten. Eiwittransitie is het doel, een middel en een gevolg van een zoektocht naar een duurzamer voedselsysteem.

5

Opgaven Ons huidige productiesysteem en consumptiegedrag staan in verband met een aantal mondiale opgaven die ook Nederland en onze gemeente raken. Deze zijn hieronder beschreven.

Voedselzekerheid Het klimaat verandert en dit heeft impact op onze voedselzekerheid. Meer dan 70% van de landbouw is afhankelijk van regen. Door toenemende hitte is het op sommige plekken op de wereld, met name rondom de evenaar, al niet meer mogelijk om voedsel te produceren. Weersextremen zoals droogte en regenval zorgen ervoor dat steeds vaker oogsten mislukken. We produceren steeds minder voedsel. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de VN heeft berekend dat als de klimaatopwarming zo doorzet, we 50 miljoen mensen minder kunnen voeden. Dit terwijl de wereldbevolking juist toeneemt.7 7

Meer informatie: het artikel van de Volkskrant of het IPCC rapport.

Onze voedselproductie is kwetsbaar. Van de 6.000 verschillende plantensoorten die verbouwd kunnen worden voor voedsel, gebruiken we er wereldwijd slechts 200. Negen hiervan worden gebruikt in 66% van onze voedselproductie.8 Deze afhankelijkheid van een beperkt aantal plantensoorten, bedreigt de voedselzekerheid. Zeker met het oog op de toenemende klimaatverandering, weersextremen en ziekten. Daarnaast zorgt deze monocultuur tot een afname van de biodiversiteit als geheel. Minder diversiteit aan gewassen betekent ook minder diversiteit aan insecten, en daardoor minder diversiteit aan andere dieren. Het ecosysteem, waarbij dierenpopulaties elkaar in stand houden, wordt verstoord en maakt onze productie vatbaarder voor ziekten.

8

Meer informatie: het rapport van de VN (pagina 114)

Verspreiding van zoogdieren op aarde De biomassa van zoogdieren wordt gemeten in ton koolstof en weergegeven voor het jaar 2015. Elk vierkant komt overeen met 1% van de wereldwijde biomassa.

Mensen 34% mondiale biomassa

Landbouwdieren 62% mondiale biomassa

Wilde dieren

Geiten 3%

4% mondiale biomassa

Schapen 3%

Paarden 2% Camelen 1% Varkens 12%

6

Buffels Vee 5% 35%

Ezels 1%

Bron: ourworldindata

Ook wat dieren betreft is de diversiteit enorm afgenomen. Op dit moment bestaat slechts 4% van alle zoogdieren uit wilde dieren, 34% zijn mensen en 62% bestaat uit vee.9 Als je alle varkens, kippen, schapen en koeien gehouden voor veeteelt zou wegen, zouden deze 700 miljoen ton wegen. Alle wilde dieren (van minstens een paar kilo) zouden bij elkaar slechts 100 miljoen ton wegen.10 Europa is op dit moment in hoge mate afhankelijk van de invoer van plantaardige eiwitten. Dat geldt voor humane consumptie, maar nog meer voor veevoeding. Die afhankelijkheid maakt Europa in geopolitiek opzicht kwetsbaar. De import van soja voor de Europese markt is bovendien niet duurzaam, onder meer vanwege het beslag van de teelt in Zuid-Amerika op beschikbaar land en de druk op biodiversiteit en ontbossing. Geopolitieke spanningen en oorlogen laten zien hoe kwetsbaar onze lange voedselketens zijn. Zo stegen, na de Russische invasie in Oekraïne, wereldwijd de prijzen van graan.11 De afhankelijkheid en het gebrek aan diversiteit maakt voedselzekerheid kwetsbaar, dit geldt ook op de schaal van Noord-Nederland. Deze kwetsbaarheid vormt een belangrijke aanjager voor het streven naar een duurzame en toekomstbestendige voedselvoorziening, waarbij korte ketens van relevante waarde zijn.

Duurzaamheid De manier waarop we voedsel produceren draagt ook bij aan klimaatverandering. Met name de productie van vlees en zuivel zorgt voor een hoge uitstoot van broeikasgassen. Ook de productie van kunstmest kost veel fossiele brandstof en bij het proces komen veel schadelijke stoffen vrij.12 Voor vlees en zuivel wordt veel water gebruikt en de huidige productie van voedsel (en met name vlees- en zuivelproductie) vraagt veel ruimte. Twee derde van de grond in Nederland wordt gebruikt voor agrarische doeleinden.13 Door intensief landgebruik raakt de grond uitgeput, met gevolgen voor toekomstige voedselproductie.

CO2-uitstoot van een Nederlands huishouden Wat veroorzaakt de meeste CO2-uitstoot?

Recreactie, sport en cultuur

6%

Collectieve voorzieningen

7%

Woning

8% Vliegen

9% Spullen en kleding

12%

1.400 KG

1.500 KG

1.700 KG

Eten en drinken

21%

1.100 KG

4.200 KG

CO2

UITSTOOT 4.000 KG

2.300 KG 3.300 KG

Auto, fiets en OV

20%

Energie in huis

17%

Bron: milieucentraal

Een Nederlands huishouden (2,2 personen) stoot gemiddeld 19.500 kilo CO2 uit per jaar. In de categorie ‘collectieve voorzieningen’ vallen bijvoorbeeld voorzieningen voor water, afval en riool.

9

Meer informatie: ourworlddata

10

Meer informatie: de correspondent

11

Meer informatie: consilium

12

Meer informatie: milieucentraal

13

Meer informatie: LNV

7

Niet alleen vlees en zuivel, maar ook fruit en dergelijke kunnen een grote klimaatimpact hebben, bijvoorbeeld als het vanuit andere landen wordt ingevlogen.

Voedselverspilling van boer tot bord in Europa In welke stap in de voedselketen wordt het meeste voedsel verspild? Landbouw

Tot slot is voedselverspilling een grote opgave. In Nederland verspillen mensen gemiddeld 33 kilo (ongeveer €140,–) per persoon per jaar. De VN willen wereldwijd voedselverspilling met 50% verminderen in 2030. Dit is een van de SDG’s. Het IPCC, de VN-werkgroep voor klimaatverandering en de wetenschappelijke EAT-Lancet commissie waarschuwen dat een transitie noodzakelijk is om in 2050 de wereld van voldoende voedsel te kunnen blijven voorzien. Beide organisaties pleiten voor een meer plantaardig dieet.14 De klimaatimpact van een vegetarisch voedingspatroon is 30% lager dan een gemiddeld voedingspatroon. De impact van een volledig plantaardig voedingspatroon is zelfs 50% lager.15 Verder pleit het IPCC voor een duurzamere manier van omgaan met landbouwgrond zodat deze minder uitgeput raakt. Ook is het tegengaan van voedselverspilling van belang. Op dit moment wordt wereldwijd 25-30% van al het geproduceerde eten verspild.16

11% Verwerkers

18% Verspilling

8

14

Meer informatie: IPCC-rapport en rapport van de EAT-Lancet Commissie

15

Meer informatie: Artikel op milieucentraal

16

Meer informatie: Het IPCC-rapport

17

Meer informatie: WHO

18

Meer informatie: Het preventieakkoord

19

Meer informatie: Voedingscentrum

9%

55%

Gezondheid Hippocrates, grondlegger van de westerse geneeskunde zei al: ‘Laat voedsel uw medicijn zijn en uw medicijn voedsel.’ Het belang van gezond eten wordt met de toename van leefstijl gerelateerde ziekten steeds belangrijker. De World Health Organization (WHO) waarschuwt voor een obesitasepidemie. In Europa heeft bijna zes op de tien volwassenen en één op de drie kinderen overgewicht.17 Ook in onze gemeente nemen de aantallen toe.18 Obesitas vergroot de kans op diverse aandoeningen, waaronder diabetes type 2, hart- en vaatziekten en een verhoogde bloeddruk.19 Hieraan gerelateerd krijgen we te maken met stijgende zorgkosten.

Horeca en catering

Huishoudens

Winkels en distributie

7% Bron: Eurostat

Een aanpassing van ons dieet kan bepaalde ziekten voorkomen of verminderen. Hierbij hoort ook een voedingspatroon met meer plantaardige eiwitten. De landelijke overheid zet in op een verhouding van 50% dierlijke en 50% plantaardige eiwitten. Omdat een verdere verschuiving van de verhouding vanuit milieuoogpunt goed is, heeft de tijdelijke Commissie Eiwittransitie van de Gezondheidsraad (een onafhankelijk adviesorgaan van de overheid) de gezondheidseffecten van een verdere verschuiving onderzocht. Deze commissie concludeert dat een verschuiving naar een voedingspatroon met 60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten, goed is voor de gezondheid van de meeste Nederlanders.

Door de toenemende consumptie van ultrabewerkte producten neemt de kans op hoge bloeddruk, een hartaanval of een beroerte toe.22 Deze producten bevatten volgens het Voedingscentrum per portie meer calorieën, suiker, verzadigd vet en zout dan minder bewerkte producten.23 Gezond voedsel is niet voor iedereen toegankelijk of vanzelfsprekend. In Groningen leven nog steeds veel mensen in armoede en gaat een deel van de kinderen zonder ontbijt naar school. Met de huidige inflatie wordt het voor veel mensen nog moeilijker om gezond eten te kopen.24 Hierdoor worden gezondheidsverschillen nog meer vergroot. De dominante positie van ongezond eten in onze voedselomgeving maakt het moeilijk om gezonde keuzes te maken.25 70-80% van het aanbod in de supermarkten is ongezond. 80% van de reclames voor voedsel is voor ongezonde voeding en deze zijn vaak gericht op kinderen. Omdat plantaardige eiwitbronnen minder eiwitten bevatten, gaat de tijdelijke Commissie Eiwittransitie ervan uit dat bij een transitie naar meer plantaardige eiwitten, in totaal minder eiwitten worden geconsumeerd. De energie-inname in de berekeningen is hetzelfde gebleven. Bij een verschuiving naar 60% plantaardig en 40% dierlijk, krijgen mensen gemiddeld gezien nog steeds voldoende eiwitten binnen, ondanks dat de totale eiwitinname afneemt. Nederlanders eten gemiddeld veel eiwitten, waardoor er marge is.

Uit modelberekeningen bleek dat zelfs wanneer 100% van het vlees en zuivel werd vervangen door plantaardige producten, de meeste Nederlanders nog steeds voldoende eiwitten binnenkregen.20 Voor zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en mensen met een lage eiwit- en energie-inname is aandacht nodig. Door deze transitie gaat het risico op chronische ziekten omlaag. Het eten van meer volkoren granen, fruit, peulvruchten, groenten en noten verkleint het risico op hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en kanker. Daarnaast hangt ook het minder eten van rood vlees samen met een lager risico op deze ziekten.21

20

Meer informatie: advies gezondheidsraad, (vanaf p. 29)

21

Meer informatie: advies gezondheidsraad:

Dierenwelzijn Binnen de huidige vee-industrie staat dierenwelzijn onder druk. Door het intensieve karakter, waarbij de nadruk ligt op veel produceren tegen lage kosten, worden veel dieren op kleine oppervlakten gehouden. Hierbij worden soms ingrepen gedaan, zoals het weghalen van hoorns of staarten, om te voorkomen dat dieren elkaar verwonden. Omdat er veel vlees wordt geëxporteerd, worden dieren door heel Europa vervoerd, wat kan zorgen voor stress en verwondingen. Hoewel een extensievere manier van veehouden niet automatisch een verbetering van dierenwelzijn betekent, liggen hier wel kansen. De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA), een onafhankelijke raad van deskundigen die het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) adviseert, bracht in 2020 de kansen voor dierenwelzijn binnen kringlooplandbouw in beeld.26 22

Meer informatie: artikel van DVHN

23

Meer informatie: artikel van het Voedingscentrum

24

Meer informatie: artikel van het Parool

25

Meer informatie: artikel van de Nierstichting

26

Meer informatie: rapport van de Raad voor Dieraangelegenheden

9

Totstandkoming In de aanloop naar de routekaart hebben we gesproken met verschillende share- en stakeholders binnen de voedselketen. Door middel van gesprekken en expertsessies hebben we in kaart gebracht wat er nu al gebeurt binnen de voedsel- en eiwittransitie. Ook waar bij de stakeholders nog behoefte aan is en wat de rol van de gemeente hierin kan zijn. We blijven deze stakeholders bevragen en betrekken bij het beleid en de uitvoering. We gaan deze samenwerking de komende twee jaar verstevigen/formaliseren, bijvoorbeeld door middel van een samenwerkingsverband of een netwerk. Voor het volledige verslag van deze verkenning, zie bijlage 1. Ter onderbouwing van de doelstellingen heeft Hogeschool Van Hall Larenstein voor ons een onderzoek uitgevoerd naar het huidige en mogelijk toekomstige grondgebruik in Noord-Nederland. Dit onderzoek is verwerkt in de routekaart. (zie ook: Huidige situatie en toekomstscenario’s)

10

Om inzicht te krijgen in hoe onze inwoners denken over gezond en duurzaam voedsel, hebben we een enquête gedaan via het inwonerspanel. De uitkomsten zijn input geweest voor de routekaart. De enquête werd ruim 6.000 keer ingevuld, wat aangeeft dat gezond en duurzaam voedsel een onderwerp is dat leeft bij onze inwoners. Vrijwel alle respondenten geven aan dat ze gezond eten belangrijk vinden. Bij de keuze voor voeding is gezondheid dan ook het belangrijkst. Verder zijn geld, tijd, kennis en vaardigheden van invloed op de voedselkeuzes. 70% geeft aan open te staan voor meer plantaardig eten. Een van de suggesties die uit de enquête naar voren kwam, was het geven van voorlichtingen op scholen over gezond en duurzaam eten. Tot slot is voedsel voor de gemeente Groningen geen nieuw thema. We bouwen ook voort op opgedane ervaringen na de voedselvisie (2012) en de voedselagenda (2021-2023). (zie ook: 2 Terugblik)

2

Algemeen beeld routekaart

Figuur 1

■ Agrarisch gras ■ Akkerbouw ■ Overige landbouw ■ Natuur ■ Bebouwing ■ Water ■ Overig Bron LGN, 2022

Huidige situatie en toekomstscenario’s Hogeschool Van Hall Larenstein heeft onderzoek gedaan naar de invloed van verschillende vormen van productie en consumptie op het landgebruik in Noord-Nederland. Dit onderzoek is puur een theoretische exercitie om hier meer inzicht in te krijgen. De uitkomsten gebruiken we om hierover verder met stakeholders in gesprek te gaan. In totaal heeft Noord-Nederland 534.140 hectare landbouwgrond, waarvan 160.615 hectare in Groningen, 224.462 hectare in Friesland en 149.063 hectare in Drenthe.Op dit moment wordt een groot gedeelte van het land in NoordNederland gebruikt als grasland. (zie figuren 1 en 2: Huidige landgebruik Noord NL, GIS, data LGN22).

Figuur 2

Landgebruik Noord NL

zonder buitenwater

■ Grasland en groenvoedergewassen ■ Overig (wegen etc.) ■ Akkerbouw ■ Natuur ■ Water (binnen landoppervlak) ■ Bebouwing ■ Tuinbouw open grond ■ Tuinbouw onder glas Bron: Van Hall Larenstein

11

Tabel 1. Zelfvoorzieningsgraad voor plantaardige en dierlijke eiwitproductie in Noord-NL. We hebben in Noord-Nederland 0.3 hectare landbouwgrond beschikbaar per persoon. Voor ons huidige dieet is ongeveer 0.2 hectare nodig. In theorie is er in Noord-Nederland dus genoeg ruimte om zelfvoorzienend te zijn. Wanneer we overgaan op een biologisch, duurzamer en extensiever systeem, zal het grondgebruik bij gelijkblijvende consumptie toenemen. Een dieet met meer plantaardige eiwitten, vraagt daartegenover weer minder land. Voor een overgang naar een meer extensief landbouwsysteem waar ook ruimte over is voor natuur, is een verschuiving in ons dieet dus noodzakelijk.

Eiwitsoort Eiwitproductie (ton/jaar 2021)

Zelfvoorzieningsgraad 2022

Zelfvoorzieningsgraad 2050

Benodigd eiwit voor consumptie (op basis van huidig voedingspatroon)

Benodigd eiwit voor consumptie (op basis van huidig voedingspatroon)

(ton/jaar, aantal inwoners 1.757.677)

Huidige productie vs. huidige consumptie

(ton/jaar, aantal inwoners 1.933.685)

Huidige productie vs. huidige consumptie

Plantaardig eiwit

22.414

40903

54,8 %

44.999

49,8%

Dierlijk eiwit

188.616

57423

328,5 %

63.173

298,6%

Terugblik Dit is natuurlijk een gesimplificeerde weergave van de werkelijkheid. In dit onderzoek is alleen gekeken naar grondgebruik. Er is hierin geen rekening gehouden met de grondsoort, het klimaat en welke producten we in NoordNederland op basis daarvan zouden kunnen produceren. Dit is een mogelijkheid voor vervolgonderzoek.Dit onderzoek speelt zich af binnen de kaders van het huidige landbouwsysteem. Dit heeft gevolgen voor de reikwijdte van de geschetste scenario's. Inherent aan een transitie is dat er nog veel mogelijkheden onzichtbaar zijn, welke gaandeweg de transitie duidelijker zullen worden. Wat dit onderzoek wel goed laat zien is dat een verandering naar een biologisch, duurzamer en extensiever landbouwsysteem, hand in hand gaat met een verandering in ons dieet richting meer plantaardige eiwitten.

12

Duurzaam en gezond voedsel is voor de gemeente Groningen geen nieuw thema. In 2012 was de gemeente Groningen de eerste Nederlandse gemeente met een voedselvisie ‘Groningen Groeit Gezond’. Hierin spraken we al de ambitie uit om de transitie naar een duurzaam voedselsysteem te ondersteunen en versnellen. Speerpunten waren: • Ruimte voor initiatieven • Een geïnspireerde en gezonde consument • Een gezonde leefomgeving • Intensieve samenwerking • Nieuwe communicatie • Het goede voorbeeld geven

In 2021 stelden we de voedselagenda vast met activiteiten waarmee we inwoners aanmoedigen en ondersteunen om gezondere keuzes te maken, en duurzame productie en verwerking stimuleren. Daarnaast wilden we stimuleren dat er nóg meer in samenwerking werd gekeken naar het voedselvraagstuk. Hieruit zijn verschillende projecten ontstaan, met name gestimuleerd door het Europese project Food Trails. We werkten vanuit drie doelstellingen: Doel 1: D  e keuze voor gezond voedsel gemakkelijker maken: sociaal en inclusief. Doel 2: M  eer eetbaar groen in de openbare ruimte: duurzaam, leefbaar en circulair. Doel 3: M  eer plantaardig eten: op weg naar duurzaam en gezond. Binnen het Europese project Food Trails werkten we met in totaal 11 Europese steden samen aan de toegankelijkheid van gezond en duurzaam voedsel voor iedereen. De nadruk lag op de noordelijke stadswijken met de focus op de groepen die het aan mogelijkheden ontbreekt om gezond en duurzaam te eten. Daarbij zijn het ontwikkelen van voedselkennis en vaardigheden een doel. Bijkomende effecten waren sociale contacten. Daarnaast versterkten we lokale voedselinitiatieven door hun activiteiten te ondersteunen en nieuwe activiteiten op te zetten.

Leerpunten Wat we van bovenstaande ervaringen meenemen is dat het belangrijk is te beginnen met wat er al is. Er gebeurt al veel. Versterk en bouw voort op bestaande initiatieven. Heb hierbij ook oog voor de sociale waarde. Veel initiatieven betreffen plekken waar mensen samen komen, samen koken en samen eten: voedsel verbindt. Ook aan de interne samenwerking blijven we werken. Voedsel is per definitie een integraal onderwerp waar integraal aan gewerkt moet worden. Het interne voedseloverleg blijft doorgaan, ook na afloop van het Europese project. Voedsel wordt een actief onderdeel van verschillende beleidsterreinen. (2.4 Voedsel binnen verschillende beleidsterreinen) Er komt landelijk steeds meer aandacht voor het belang van de voedselomgeving bij de voedselkeuzes die we maken. Door de grote aanwezigheid van ongezond eten, fastfoodketens en reclame voor ongezond eten in onze omgeving, wordt het voor mensen lastiger om gezonde keuzes te maken: de ongezonde keuze is de meest voor de hand liggende keuze. Samen met kennisinstellingen en andere overheden willen we onderzoeken wat we als (lokale) overheid kunnen doen om een voedselomgeving te creëren die uitnodigt tot gezonde keuzes.

Verschillende overheden De wettelijke taken op het gebied van voedsel liggen op verschillende bestuursniveaus. De Europese Unie (EU) voert een Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) met als doel: voedselzekerheid voor de EUburger, levensstandaard voor landbouwers en instandhouding van de natuurlijke hulpbronnen en respect voor het milieu. Binnen de Europese Green Deal zet de Europese Commissie in op de ‘van boer tot bord’-strategie: het huidige voedselsysteem van de EU moet over naar een duurzaam model om de EU naar klimaatneutraliteit in 2050 te helpen. Doelen van de strategie zijn: 1. Voedselzekerheid en -veiligheid 2. Voldoende, betaalbaar en voedzaam voedsel binnen de grenzen van de planeet 3. Ondersteunen duurzame voedselproductie 4. Bevorderen duurzamere voedselconsumptie en voedingspatronen27

Daarnaast werkt de EU aan natuurherstel. De EU en de lidstaten werken aan bindende streefcijfers voor het herstel van ecosystemen, habitats en soorten. In 2030 moet 20% van de land- en zeegebieden in de EU hersteld zijn. Dit bouwt voort op internationale beloften van de EU en lidstaten bij het wereldwijde Biodiversiteitsverdrag (CBD). Maatregelen tot herstel van biodiversiteit zijn cruciaal om bedreigingen van voedselzekerheid tegen te gaan.28 27

Meer informatie: Europese Green Deal

28

Meer informatie: Natuurherstelwet

13

De nationale overheid kan een eigen landbouwbeleid bepalen binnen de grenzen van het GLB van de EU. Ook heeft de landelijke overheid zich gecommitteerd aan de klimaatdoelen binnen de Europese Green Deal: Nederland wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Daarnaast heeft het LNV in opdracht van de EU in 2020 een Nationale Eiwitstrategie (NES) opgesteld. Deze heeft als doel om ‘de komende 5 tot 10 jaar de zelfvoorzieningsgraad van nieuwe en plantaardige eiwitten te vergroten, op een duurzame manier die bijdraagt aan de gezondheid van mens, dier en natuurlijke omgeving’. Deze strategie zet enerzijds in op de productie van lokale, plantaardige en alternatieve eiwitbronnen. Bijvoorbeeld door eiwitinnovatie en het gebruik maken van reststromen voor veevoer, zodat er meer akkerbouwgrond voor humane consumptie is. Anderzijds zet de NES in op het stimuleren van meer plantaardige en duurzame eiwitconsumptie.29 De landelijke overheid zet in op een verschuiving van de huidige 60/40 (dierlijk/plantaardig) naar 50/50 in 2030. De Gezondheidsraad, een onafhankelijk adviesorgaan van de overheid, adviseert in te zetten op een verschuiving van de huidige 60/40 (dierlijk/plantaardig) naar 40/60. Dit levert zowel gezondheidswinst als klimaatwinst op. Een meer plantaardig voedingspatroon verkleint het risico op chronische ziekten.

De verschuiving naar een voedingspatroon met 40% dierlijke en 60% plantaardige eiwitten, kan een milieuwinst van 25% opleveren. Dit zit met name in de uitstoot van broeikasgassen en landgebruik. Behalve een eiwittransitie is ook een aanpak van voedselverspilling en innovatie van productiesystemen volgens de commissie noodzakelijk. 30

14

29

Meer informatie: Nationale Eiwitstrategie

30

Meer informatie: advies gezondheidsraad

De uitvoering van veel Europees beleid ligt op provinciaal niveau, waaronder uitvoering voor landbouw en natuurherstel. Bij de provincies wordt op dit moment gewerkt aan gebiedsplannen voor een toekomstbestendig landelijk gebied. Aangejaagd door de stikstofcrisis, heeft het Rijk in 2022 doelen gepresenteerd voor natuurherstel, water en klimaat in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). De provincie Groningen werkt hiervoor plannen uit binnen de Transitie Landelijk Gebied (TLG), in gebiedsplannen die ook betrekking hebben op het grondgebied van de gemeente Groningen. Het reduceren van stikstofuitstoot is onderdeel van deze plannen.

Waterschappen regelen onder andere het waterpeil, de waterzuivering en het natuurbeheer in en om het water. Agrarische bedrijven hebben veel te maken met water, bijvoorbeeld voor de bewatering van gewassen. Ook kan er uitspoeling van bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen of kunstmest plaatsvinden in het oppervlaktewater. Hier houden de waterschappen zich mee bezig.

Al sinds 2012 werkt de gemeente Groningen actief aan voedselbeleid. Het is noodzakelijk om als gemeente bij te dragen aan de voedseltransitie. Hierom is het ook een belangrijk onderdeel van het coalitieakkoord 2022-2026 ; Het begint in Groningen: voor wat echt van waarde is.' Vanuit (inter)nationale wetgeving hebben gemeenten een zorgplicht voor inwoners op het gebied van gezondheid. Veel taken rondom volksgezondheid zijn vanuit de nationale overheid gedelegeerd aan lokale overheden. Hierbij hoort bijvoorbeeld het terugdringen van overgewicht en obesitas. Het garanderen van een gezonde voedselomgeving zien wij als een taak van de gemeente. Daarnaast speelt gezond en duurzaam voedsel een cruciale rol in het behalen van verschillende beleidsdoelen waaraan we ons als gemeente hebben gecommitteerd (zie: Voedsel binnen verschillende beleidsterreinen p.15). Als gemeente willen we door samen te werken met kennisinstellingen, bedrijven en medeoverheden, bijdragen aan de noodzakelijke voedseltransitie.

Voedsel binnen verschillende beleidsterreinen Binnen onze eigen organisatie wordt voedsel meegenomen in steeds meer beleidsterreinen. De gemeente Groningen wil in 2050 volledig circulair zijn. In 2030 is het gebruik van primaire grondstoffen gehalveerd. Dit geldt ook voor voedsel. De voedsel- en eiwittransitie is een van de kansrijke sporen van de uitvoeringsagenda Groningen circulair. Voor landbouw betekent dit een inzet op kringlooplandbouw en werken aan gezonde bodem.31 Binnen de Healthy Ageing Visie is gezonde voeding een van de kernwaarden. Ook in het Uitvoeringsplan gezondheid 2023 wordt gezonde voeding belangrijk geacht. Gezond voedsel toegankelijk maken is een van de dingen die kan bijdragen aan het verkleinen van de gezondheidsverschillen in onze gemeente.32 In 2023 is de Toekomstvisie Evenementen vastgesteld. Evenementen en festivals zijn bij uitstek plekken waar je mensen kennis kunt laten maken met nieuw, ander eten. Binnen het thema ‘Groene evenementen’ speelt, naast thema’s als duurzame energie en circulariteit, ook duurzaam voedsel een rol. Organisatoren van evenementen worden gestimuleerd om duurzaam, plantaardig en lokaal voedsel aan te bieden. Dit geldt zowel voor bezoekers als voor de productie en organisatie.33 31

Meer informatie: Uitvoeringsagenda Circulaire Economie:

32

Meer informatie: Gezondheidsbeleid

33

Meer informatie: toekomstvisie evenementen

Als gemeente ondersteunen we daarnaast het platform GroeneEvenementen Noord-Nederland (GROENN), dat zich inzet voor duurzaamheid binnen festivals.

binnen de gemeente. We willen meer inzetten op verblijfskwaliteit in onze winkelgebieden, de binnenstad in het bijzonder. Daarnaast willen we de negatieve effecten van de bezorgeconomie beperken.35

Onze doelen en ambities in het landelijk gebied hebben we opgeschreven in de ‘Agenda Landelijk Gebied’. De voedsel- en eiwittransitie is een van de zeven thema’s waaraan we binnen het landelijk gebied willen werken. Deze agenda wordt gebruikt om input te leveren aan de gebiedsplannen van de provincie in het kader van het NPLG.34

We ontwikkelen een landschapsbiografie waarin beschreven wordt hoe het landschap is ontstaan en hoe het is veranderd. Het geeft informatie over wat belangrijk is om te beschermen en te bewaren. Op basis van deze biografie schrijven we een landschapskoers. Hierin staat hoe en op welke plekken we rekening moeten houden met belangrijke en herkenbare onderdelen van ons landschap. De landschapsbiografie kan ons ook inzicht bieden in waar we in de toekomst nieuwe of juist oude gewassen zouden kunnen produceren.

Momenteel voeren we het uitvoeringsprogramma ‘Ruimte voor Retail’ uit (vastgesteld door de raad in december 2021). Een van de onderdelen hiervan is het aanscherpen van categorisering van horeca

35 34

Meer informatie: uitvoeringsagenda detailhandel en horeca

Meer informatie: Agenda Landelijk gebied

15

Rol van de gemeente Welke rol kan een gemeente, en specifiek de gemeente Groningen, spelen in de transitie naar een gezond, duurzaam en meer plantaardig voedselsysteem? Uit de verkenning die we in 2023 hebben gedaan naar de voedsel- en eiwittransitie (zie bijlage 1), kwam naar voren dat werkende partijen in de voedselketen een rol voor de gemeente Groningen zien. De gemeente Groningen werkt aan een gezonder, duurzaam en meer plantaardig voedselsysteem vanuit verschillende rollen. Een belangrijke rol van de gemeente is partijen verbinden. Als een van de weinigen is de gemeente betrokken of zit aan tafel bij partijen uit alle vier de sporen.

We willen partijen die al bezig zijn met de noodzakelijke transitie zo veel mogelijk faciliteren. Dit kan bijvoorbeeld via vergunningverlening. Daarnaast werken we samen met partijen en organisaties aan concrete projecten die we hebben beschreven in de uitvoeringsagenda. We zetten hierbij nadrukkelijk in op economische kansen voor bedrijven en de ontwikkeling van duurzame initiatieven, producten en ketens. Door middel van onze eigen inkoop zijn wij als gemeente daarnaast een ketenpartner. Door zelf gezond, duurzaam en meer plantaardig in te kopen, pakken wij onze verantwoordelijkheid en inspireren wij andere organisaties.

De gemeente staat als bestuurslaag dicht bij haar inwoners. Door het delen van informatie, praktische workshops en cursussen, geven we onze bewoners meer kennis over gezond en duurzaam voedsel en meer vaardigheden om hier zelf mee aan de slag te kunnen. We willen onze bewoners stimuleren en inspireren om gezonde, duurzame en meer plantaardige keuzes te maken. Tot slot agenderen we het belang van de voedsel- en eiwittransitie in verschillende overlegorganen. Binnen de TLG, de uitwerking van de provincie Groningen van het NPLG, zijn we betrokken bij vier van de zeven gebiedsplannen van de provincie Groningen.

Samenwerking/partners De gemeente Groningen kan de voedseltransitie natuurlijk niet alleen realiseren. We zoeken de samenwerking met verschillende partners binnen de voedselketen. Dit doen we binnen bestaande samenwerkingsverbanden zoals Fascinating (samenwerkingsverband tussen LTO Noord, de provincie Groningen, Agrifirm, Avebe, Cosun en Friesland Campina), het Akkoord van Groningen (strategisch samenwerkingsverband van onder meer UMCG, Rijksuniversiteit Groningen, provincie en gemeente Groningen) en het Leernetwerk Leefomgeving Groningen (LEGrO, een regionaal leernetwerk over gezonde leefomgeving in Groningen). We zoeken daarnaast ook de samenwerking met natuur- en milieuorganisaties en supermarkten. We blijven de share- en stakeholders uit de verkenning, voedsel- en eiwittransitie bij beleid en uitvoering betrekken. De komende jaren onderzoeken we hiervoor de juiste vorm, bijvoorbeeld binnen een samenwerkingsverband of netwerk.

16

We vinden het ook belangrijk om samen te werken met en te leren van andere lokale overheden. We bekijken de mogelijkheid om ons aan te sluiten bij de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving. Er is meer kennis nodig over de werking van onze omgeving en over welke interventies werken om gezond voedselgedrag te stimuleren. Langdurig en intensief onderzoek is daarvoor nodig. Samenwerking en kennis delen op dit vlak lijkt zinvol. Voedsel is bij uitstek een onderwerp waar we ook in samenwerken met inwoners. In de visie van Imke de Boer is het democratiseren van het voedselsysteem, een van de noodzakelijke veranderingen. Wij willen ook deze ‘voedseldemocratie’ versterken, door inwoners actief te betrekken bij projecten en beleid. Bijvoorbeeld door het instellen van een voedselraad.

3

Doelen en strategie De noodzaak van een heroriëntatie van landbouw- naar expliciet voedselbeleid komt duidelijk naar voren in het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).37

We benaderen de voedsel- en eiwittransitie als elke andere transitie, namelijk als een proces van fundamentele en onomkeerbare veranderingen in cultuur, (institutionele) structuur en werkwijze op systeemniveau (definitie Dutch Research Institute For Transitions (DRIFT)). Een transitie kost tijd: het kan 25 tot 50 jaar duren voordat een systeem is veranderd.36 De doelen die wij in deze routekaart stellen zijn daarom een openingsbod: een stip op de horizon om samen met partners en stakeholders over in gesprek te gaan. Tegelijk willen wij als gemeente stappen nemen om richting de transitie te gaan.

Onze routekaart wordt ondersteund door de visie van prof. dr. ir. Imke de Boer en dr. Evelien de Olde. Op basis van wetenschappelijk onderzoek beschrijven zij hoe het ideale voedselsysteem van Nederland er in 2050 uit ziet.36 Een greep uit de noodzakelijke veranderingen volgens deze visie: • Een duurzame, circulaire productie met natuurinclusieve landbouw. Er worden geen bestrijdingsmiddelen meer gebruikt en er is volop biodiversiteit. Vruchtbaar akkerland wordt niet meer gebruikt voor de productie van diervoer. Dieren worden gevoerd uit niet-eetbare reststromen en biomassa die niet geschikt is voor menselijke consumptie. Waardevolle nutriënten uit menselijke uitwerpselen komen terug op het land. Er wordt minder vee gehouden en het dierenwelzijn wordt verbeterd. • We halen twee derde van onze eiwitten uit plantaardige en een derde uit dierlijke bronnen. Voedselverspilling is met 80% afgenomen. Kinderen krijgen voedselonderwijs op school en mensen eten weer samen met elkaar aan tafel. Bewoners zijn meer betrokken bij voedselbeleid, bijvoorbeeld door voedselraden. • We hebben een gezonde en duurzame voedselomgeving waardoor de keuze voor gezond eten gemakkelijk, aantrekkelijk, logisch en normaal is. De overheid heeft reclame voor ongezond voedsel verboden. In dichtbevolkte steden is voedsel toch dichtbij door tuinen, eetbaar groen en voedselbossen.

Dit maakt mensen bewust over de voedselproductie.

Het hoofddoel is in 2050 een gezond en duurzaam voedselsysteem waarin gezond, duurzaam en meer plantaardig voedsel voor iedereen in onze gemeente toegankelijk is. We zijn ons ervan bewust dat de invloed van de gemeente op sommige doelstellingen groter is dan op andere. Het initiatief en de verantwoordelijkheid voor bepaalde onderwerpen ligt elders, bijvoorbeeld in Europa, bij het Rijk of bij de provincie. Per doelstelling hebben we daarom onze invloed aangegeven met ★. Hoe meer sterretjes (1, 2 of 3), hoe meer invloed. Bij doelstellingen waar we minder invloed op hebben, zijn onze doelstellingen de inzet voor gesprekken en samenwerkingen.

36

Meer informatie: drift

We hebben deeldoelstellingen uitgewerkt op de thema’s productie, consumptie en voedselomgeving. Onze doelstellingen zijn geïnspireerd door de wetenschappelijk onderbouwde visie van De Boer (zie bovenstaand kader). Een aantal van de doelstellingen uit de visie van De Boer willen wij al voor 2050 behalen.

37

Meer informatie: wrr

17

18

Productie De agrarische sector wordt op grote schaal beïnvloed door externe factoren en spelers. Veel zaken die van invloed zijn op het halen van onderstaande doelstellingen worden elders bepaald, bijvoorbeeld in Europa of op provinciaal niveau. Hier zijn wij ons als gemeente van bewust, daarom zetten wij in op goede samenwerkingen en op een breed netwerk, waarbij we onderstaande doelstellingen meenemen. In 2050 halen we gezond, duurzaam en meer plantaardig voedsel van dichtbij.

In 2050

Tussendoel (2030)

Is de kringloop van de landbouw binnen onze regio* gesloten. We hanteren hierbij de vijf onderstaande principes:

• Wordt er 50% minder chemie gebruikt door de landbouwbedrijven binnen de gemeente.

1. Het waarborgen van onze natuurlijke hulpbronnen: een gezonde bodem, schone lucht en wateren, biodiversiteit en natuur. 2. Het vermijden van voedselverliezen en -verspilling, inclusief het vermijden van overconsumptie of onnodige consumptie. 3. Het effectief gebruik van grondstoffen, onder andere het gebruik van vruchtbaar akkerland voor de productie van voedsel voor directe menselijke consumptie. 4. Het hergebruiken van onvermijdbare reststromen. 5. Het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en het minimaliseren van het energieverbruik.38 (Invloed: ★)

(Invloed: ★)

• Wordt 50% minder vruchtbare akkergronden ingezet voor de productie van veevoer: akkergronden worden vooral ingezet voor humaan gebruik. Vee wordt gevoed met lokale reststromen en/of met gras van kruidenrijk grasland. (Invloed: ★) • Vindt bemesting hoofdzakelijk plaats middels groenbemesters, lokale compost/bokashi en mest van eigen bedrijf of van mest van lokale veehouderijen (ketens van akkerbouw en veehouderij, ook wel ‘boerenclusters’). (Invloed: ★)

We streven naar een circulair voedselsysteem waarbij de kringloop gesloten is. We houden hierbij de principes aan zoals geformuleerd door prof. dr. ir. Imke de Boer binnen het ‘Can Do It’project waarin onderzocht wordt hoe de transitie naar een circulair voedselsysteem in NoordNederland versneld kan worden.

• Is er een korte-keten-netwerk opgezet, waar de agrarische ondernemers van de gemeente (een deel van) hun producten kunnen verkopen. (Invloed: ★★★)

* Op welke schaal deze ‘regio’ zich bevindt, is nog te bepalen. Over het algemeen geldt: op een zo klein mogelijke schaal de kringlopen sluiten. Wanneer de schaal groter is, is een evenwicht aan import en export van nutriënten voorwaardelijk.

38

Meer informatie: wur

19

In onze gemeente wordt ongeveer 37%39 van het landelijk gebied gebruikt voor agrarische doeleinden. Binnen de gemeente Groningen waren er 124 agrarische bedrijven in 2023. Het grootste gedeelte hiervan (61) zijn melkveehouderijen.40 Daarnaast zijn er in onze regio ook verwerkende bedrijven actief, zoals Avebe en Cosun Beet. In de transitie naar een gezonder en duurzamer voedselsysteem speelt de landbouwsector een belangrijke rol. De productie van ons voedsel heeft impact op het klimaat. Bij dierlijke producten is dat meer dan bij plantaardige producten. We zetten in op meer gezond, duurzaam en plantaardig eten van dichtbij. 39

19.796 hectare van de 7.386,14 hectare

40

Zie voor meer data: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/80781ned/table

Hierbij zetten we voornamelijk in op het sluiten van de kringlopen, volgens de genoemde vijf principes. Resultaat van dit circulaire voedselsysteem is een afname van dierlijke productie, en een toename van plantaardige productie. Deze plantaardige productie kunnen innovatieve ontwikkelingen en nieuwe producten zijn, zoals nu al gebeurt, binnen het project Fascinating. Daarnaast zetten we ook in op voedseltuinen, stadslandbouw en andere initiatieven die de productie dichter bij de bewoner brengen. Tevens ondersteunen we de (verdere) ontwikkeling van veehouderijsystemen waarbij plantaardige reststromen en blijvend grasland optimaal worden benut, om kringlopen te sluiten. Deze manier van voedsel verbouwen draagt vaak ook bij aan het versterken van de biodiversiteit.

Stakeholders • • • • • •

20

Lokale burger-voedselinitiatieven Grote ketenpartijen Partijen in en om het landelijk gebied Provincie Groningen Fascinating AgroAgenda Noord-Nederland

Consumptie

Op dit moment eten inwoners gemiddeld 60% dierlijke eiwitten en 40% plantaardige eiwitten.41 Onze inwoners zijn al op weg naar een meer gezond en duurzaam dieet. In de enquête gehouden onder het inwonerspanel geeft 66% van de respondenten aan al minimaal één dag in de week geen vlees of vis te eten. 70% van de respondenten staat open voor een meer plantaardig dieet.42

In 2050 kiest het merendeel van de inwoners van de gemeente Groningen voor duurzaam, gezond en meer plantaardig eten.

In 2050 • Halen de inwoners van de gemeente groningen 70% van hun eiwitten uit plantaardige bronnen. (Invloed: ★★) • Zijn er voedsellessen voor basis- en middelbare scholieren. (Invloed: ★★★) • Wordt er op alle scholen gezonde en duurzame schoolmaaltijden geserveerd.

We streven naar een dieet waarbij in 2030 inwoners 60% van de eiwitten uit plantaardige bronnen halen. Dit sluit aan bij de adviezen van de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum. Voor 2050 zetten we in op een verhouding van 70% plantaardig en 30% dierlijke eiwitten.

(Invloed: ★★)

• Zijn inwoners betrokken bij ons voedselbeleid, bijvoorbeeld door voedselraden. (Invloed: ★★★)

Tussendoel (2030) • Halen inwoners van de gemeente Groningen 60% van hun eiwitten uit plantaardige bronnen. (Invloed: ★★) • Wordt er op alle basisscholen voedsellessen gegeven. (Invloed: ★★★) • Wordt er geen voedsel meer verspild. (Invloed: ★★)

• Is in alle wijken de mogelijkheid om samen te koken en te eten, bijvoorbeeld in wijkcentra of buurtrestaurants. (Invloed: ★★★)

We willen onze inwoners stimuleren en handvatten geven om gezond, duurzaam en meer plantaardig te eten. Voedsel moet een centrale rol spelen wanneer we de gezondheid van bewoners willen bevorderen en de gezondheidskloof verkleinen. De gemeente Groningen heeft in haar Healthy Ageing Visie en het gezondheidsbeleid ‘Gezonde Voeding’ genoemd als een van de zes kernwaarden voor een gezonde stad en gezond ouder worden. Samen met verschillende beleidsterreinen in onze organisatie (zoals gezondheid, onderwijs en de sociale basis) zetten we in op het stimuleren van gezond, lokaal en plantaardig eten.

De transitie naar een meer plantaardig dieet, met minder vlees en meer groente en fruit, zal niet alleen de risico’s op levensbedreigende ziekten doen afnemen, maar ook een positieve impact hebben op het milieu. Zoals eerder beschreven, in Opgaven, heeft voedsel enorm veel impact op het klimaat. Bij een huishouden zorgt voedsel voor 21% van de klimaatbelasting. Dit is de grootste bron van belasting, meer dan bijvoorbeeld vervoer per auto, fiets en OV (20%) en energieverbruik in huis (17%). Duurzaam eten is een van de belangrijkste dingen die men als individu kan doen om de klimaatimpact te verminderen.

41

Meer informatie: Voedingsnormen voor eiwitten

42

Meer informatie: het volledige rapport

21

betaalbare maaltijd kunnen krijgen. Hiermee gaan we eenzaamheid tegen, creëren we verbinding met de wijk en sociale cohesie. Daarnaast valt er ook veel winst te behalen door voedselverspilling tegen te gaan. Het tegengaan van voedselverspilling is een van de belangrijkste aspecten bij het tegengaan van klimaatverandering. Nederland heeft zich gecommitteerd aan de SDG, waarin staat dat in 2030 voedselverspilling moet worden gehalveerd.44 De gemeente Groningen heeft daarnaast als doel om in 2030 afvalvrij te zijn.45 Een belangrijke stap hierheen is het terugdringen van huishoudafval en specifiek voedsel. De gemiddelde Nederlander verspilt namelijk 33,4 kilo vast voedsel per jaar. Het terugdringen van voedselverspilling is daarom een belangrijk onderdeel van de voedseltransitie.46

We zetten in op voedselkennis en -vaardigheden van onze inwoners. Hierbij sluiten we aan bij de definitie van het voedingsinformatiecentrum: “Mensen die voedselvaardig zijn hebben kennis, vaardigheden en gedragingen die nodig zijn om te plannen wat er gegeten wordt en om voedsel te kiezen en klaar te maken op zo’n manier dat het aan de behoeften voldoet (nutritioneel, veilig, smaak en plezier). Hierbij hoort ook de kennis en vaardigheden die nodig zijn om na te denken over de impact van voedingskeuzes op ecologische duurzaamheid en sociale gelijkheid.”43

22

43

Meer informatie: voedselkennis- en vaardigheden

Stakeholders

We streven naar kook- en voedsellessen op alle basisscholen in onze gemeente. Door kinderen al vroeg spelenderwijs in aanraking te laten komen met gezond en duurzaam eten en ze zelf te laten koken, geven we ze belangrijke vaardigheden mee voor de toekomst. Via wijk- en buurtcentra willen we ook andere inwoners samen laten koken en eten. We kijken hierbij ook naar wat er al gebeurt in de wijken en hoe we dit kunnen ondersteunen. We willen de verbindende functie van voedsel versterken door inwoners samen te laten koken en te eten. We vinden het belangrijk dat onze inwoners in de wijken een gezonde, duurzame en

• • • • •

Lokale burger-voedselinitiatieven Lokale ketenondernemers en inkopers Scholen Wijkcentra en buurthuizen Wijkorganisaties

44

Meer informatie: Food Loss & Waste:

45

Meer informatie: Uitvoeringsagenda Circulair

46

Meer informatie: Voedselverspilling

Voedselomgeving In 2050 • Is de fysieke voedselomgeving volledig duurzaam, gezond en bevordert duurzame en gezonde keuzes.* (Invloed: ★★)

• Zijn er rondom scholen gezonde en duurzame eetmogelijkheden. (Invloed: ★★)

Tussendoelen (2030) • Is er in elke wijk een gezonde en duurzame voedselhub.** (Invloed: ★★) • Is er voldoende duurzame en gezonde keuze in onze horeca (Invloed: ★★) • Is er in elke nieuw te bouwen woonwijk een fruitboomgaard en/of moestuin. (Invloed: ★★★)

*Omdat voedselomgeving een relatief nieuw onderwerp is, is de doelstelling nog niet gekwantificeerd. De komende jaren staan dan ook in het teken van nieuw onderzoek naar de status van de voedselomgeving in onze gemeente. Hieruit zal ook een kwantitatieve doelstelling volgen. ** Met voedselhub bedoelen we een plek waar gemakkelijk gezond en duurzaam voedsel kan worden opgehaald. Dit kan een voedseltuin zijn, maar ook een buurthuis of een winkel.

Er is de laatste tijd veel aandacht voor de invloed van de fysieke leefomgeving, zoals de supermarkt, horeca, (school)kantines en de openbare ruimte, op de voedselkeuzes van mensen. Het is tegenwoordig gemakkelijk om op basis van de omgeving ongezonde en niet-duurzame voedselkeuzes te maken. Calorierijk voedsel is gemakkelijk verkrijgbaar. Het Voedingscentrum noemt dit een obesogene leefomgeving: een omgeving die mensen stimuleert om te veel te eten en te weinig te bewegen.47 Daarnaast zijn de meest voor de hand liggende keuzes vaak ook niet de duurzaamste keuzes. Uit onderzoek van Lifelines blijkt bijvoorbeeld dat de nabijheid van een fastfoodrestaurant (binnen 1 km) een grotere kans geeft op de ontwikkeling van overgewicht. Kortom: de voedselomgeving stimuleert niet tot gezond en duurzaam eten.48 Op scholen worden kantines steeds gezonder, maar de directe omgeving van scholen steeds ongezonder, zo blijkt uit onderzoek. In 10 jaar tijd zijn er 40% meer fastfoodlocaties bij gekomen rondom scholen. De omgeving rondom een school is bepalend voor het eetgedrag van jongeren. Veel scholieren lunchen in de pauze buiten de kantine, in de directe omgeving van de school.49 De eerste stappen naar een gezonde en duurzame voedselomgeving hebben we al 47

Meer informatie: voedingscentrum > invloed omgeving op eetgedrag

48

Meer informatie: Lifelines > voedselomgeving kan invloed hebben op overgewicht

49

Meer informatie: Pointer

gezet: op de eigen reclameborden van de gemeente Groningen is geen reclame meer toegestaan voor gokken, alcohol, de fossiele industrie en vlees.50 We vinden het belangrijk dat horeca in onze binnenstad bijdraagt aan de verblijfskwaliteit. We werken daarom aan een (betere) regulering van de mogelijkheid voor horeca in de binnenstad.De Universiteit van Amsterdam en het Amsterdam UMC hebben een instrument ontwikkeld om de voedselomgeving meetbaar te maken. Aan de hand van het voedselaanbod in een bepaalde straat, wordt deze straat beoordeeld. Als een score negatief is, betekent het dat de voedselomgeving een negatieve impact heeft op de voedselkeuzes.51 Samen met andere gemeenten binnen de City Deal Gezonde DuurzameVoedselomgeving, onderzoeken we hoe dit kan helpen bij het reguleren van de voedselomgeving. 50

Meer informatie: aanbesteding reclamedragend straatmeubilair

51

Meer informatie: onderzoek van de UVA

Stakeholders • Lokale ketenondernemers (horeca, evenementen en festivals) en inkopers • Kennisinstellingen • Scholen • Andere overheidsinstellingen

23

4

Monitoring

We stellen ambitieuze doelen voor 2030 en 2050. Het is belangrijk te monitoren of we nog op de goede weg zitten. De komende periode (2024-2026) willen we daarom ook een goede monitor opzetten per thema (productie, consumptie en voedselomgeving). We gaan hierin samenwerken met verschillende onderzoeksinstellingen zoals de Rijksuniversiteit Groningen, Hogeschool Van Hall Larenstein en de Wageningen University & Research. Daarnaast kunnen we gebruikmaken van de data via het Lifelines-project en onze eigen wijkmonitor. Aan het einde van de komende uitvoeringsagenda hebben we een goed systeem waarmee we kunnen monitoren of we op weg zijn om onze doelen te behalen.

5

Fasering

Fase 1: 2023

Fase 3: vanaf 2025

Planvorming, onderzoeken, ontwikkelen routekaart en uitvoeringsagenda

Evaluatie en bijsturen uitvoeringsagenda

Fase 2: 2024 – 2026

Fase 4: 2027-2029

Uitvoeringsagenda, opzetten monitoring

Nieuwe uitvoeringsagenda

2030: Evaluatie tussendoelstellingen, eventueel bijsturen doelstellingen 2050 Doorkijk: 2050 einddoelen

24

Belangrijke bronnen

Onderzoeksrapporten

Beleidsdocumenten (Gemeente Groningen)

• Imke de Boer (WUR), Evelien de Olde (WUR) e.a. “Terug naar de roots van het Nederlands voedselsysteem: van meer naar beter,” 2020.

• Gemeente Groningen, “Bevindingen verkenning voedsel- en eiwittransitie en vervolg”, 2023. • Gemeente Groningen, “Agenda Landelijk Gebied,” 2024. • Gemeente Groningen, “Uitvoeringsagenda Circulair,” 2021. • Gemeente Groningen, “Toekomstvisie Evenementen,” 2023. • Gemeente Groningen, “Healthy Ageing Visie,” 2017. • Gemeente Groningen, “Voedselagenda,” 2021.

Beschikbaar via: WUR (terug naar de roots van het nederlandse voedselsysteem)

Uitgever

Gemeente Groningen Ruimtelijk Beleid en Ontwerp Gedempte Zuiderdiep 98 Postbus 7081, 9701 JB Groningen

• Imke de Boer (WUR), “CAN-DO-IT: Kringlooplandbouw in Noord Nederland,” 2020. Beschikbaar via: WUR (can do it)

Datum

• Gezondheidsraad, “Advies gezonde eiwittransitie,” 2023.

Juni 2024

Beschikbaar via: Gezondheidsraad (gezonde eiwittransitie)

Redactie

Gemeente Groningen Eindredactie

Manu’s Script Fotografie

Gemeente Groningen, Inge van Niel Ontwerp

Spark, Groningen

• EAT-Lancet Commission, “Food, planet, health: healthy diets from sustainable food systems (Summary), 2019

Overige documenten • SDG Nederland, de 17 doelen • Milan Urban Food Policy Pact

Beschikbaar via: Eatforum

• IPCC, “Sixth assessment report, summary for policy makers,” 2022 Beschikbaar via: ipcc

• Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), "Naar een Voedselbeleid," 2014. Beschikbaar via: WWR

25

Bijlage 1 verkenning Groningse voedsel- en eiwittransitie Groningen en de voedsel- en eiwittransitie Over wat er al gebeurt en hoe de gemeente en andere belanghebbenden in en om Groningen de transitie kunnen versterken en versnellen. Vooraf Deze notitie is het resultaat van een verkenning naar ‘wat er nodig is voor de Groningse voedselen eiwittransitie’, uitgevoerd tussen mei en oktober van 2023. Het geeft een beeld hoe een breed palet aan partijen in Groningen en Noord-Nederland aan die transitie werken, daarnaar kijken en waar zij tegenaan lopen. Er zijn gesprekken gevoerd met boeren, bedrijven, overheden, natuurorganisaties en kennisinstellingen; met hele grote en hele kleine partijen, binnen en buiten de gemeente Groningen, in de stad en op het platteland. Uit de gesprekken met zo’n 30 belanghebbenden, ontstaat een beeld hoe werken aan de transitie concreet gemaakt kan worden, wat die transitie nodig heeft, en welke rol de gemeente Groningen daarin kan spelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4910/documents/85549