Bijlage 1 Rapport afweegonderzoek variantenstudie.pdf
Tekst van het document
Onderdeel / variant Inrichting van de vaarweg
12,9
Variant 1 (inclusief inrichting van de vaarweg): doorvaarthoogte 3,0 meter, 2 fiets-loopbruggen, tafelbrug
55,2
Variant 2 (inclusief inrichting van de vaarweg): doorvaarthoogte 4,5 meter, 2 fiets-loopbruggen, tafelbrug
54,1
Variant 3 (inclusief inrichting van de vaarweg): doorvaarthoogte 4,5 meter, 2 fiets-loopbruggen, hefbrug
52,3
Variant 4 (inclusief inrichting van de vaarweg): doorvaarthoogte 5,7 meter, 2 fiets-loopbruggen, tafelbrug
64,7
Variant 5 (inclusief inrichting van de vaarweg) ): doorvaarthoogte 5,7 meter, 2 fiets-loopbruggen, hefbrug
63,2
Variant 6 (inclusief inrichting van de vaarweg): doorvaarthoogte 5,7 meter, geen fiets-loopbruggen, tafelbrug
61,8
Tabel 22: Investeringskosten kansrijke varianten (bron: RHDHV, afgerond op 1.000-tallen, inclusief btw)
17 augustus 2021
AFWEEGONDERZOEK VARIANTENSTUDIE
BG9965IBRP2108171559
70
Projectgerelateerd
11
Voorkeursvariant
Het Afweegonderzoek variantenstudie moet conform de aanpak die is vastgesteld in de Stuurgroep drie Groninger bruggen (Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, gemeente Groningen en provincie Groningen) leiden tot: ◼
Een voorkeursvariant voor de inrichting van de vaarweg en voor de nieuwe brug die bestuurlijk, financieel, technisch en juridisch realiseerbaar is
◼
Het vastleggen en onderbouwen van de voorkeursvariant voor de inrichting van de vaarweg en de nieuwe brug in een projectbeslissing
Het Afweegonderzoek variantenstudie maakt duidelijk of de voorkeursoplossingen technisch en juridisch realiseerbaar zijn. Ook geeft het duidelijkheid over de kosten en de wijze waarop de omgeving en stakeholders zijn betrokken. Uiteindelijk bepaalt de Stuurgroep op basis van de af te wegen belangen, de input vanuit de omgeving en de kosten welke variant zowel financieel als bestuurlijk haalbaar is. Bij het zoeken naar de gevraagde voorkeursvarianten voor de vaarweg en de brug is het van belang dat die varianten nadrukkelijk een onderlinge samenhang hebben. De inrichting van de vaarweg is van invloed op de nieuwe brug en andersom geldt hetzelfde. Samen vormen ze geïntegreerd de totaaloplossing voor de nieuwe Gerrit Krolbrug en de aanpassingen aan de vaarweg. Het Afweegonderzoek variantenstudie is uitgevoerd in samenwerking tussen Rijkswaterstaat, de gemeente Groningen, Royal HaskoningDHV, ZJA, Bosch Slabbers landschapsarchitecten. Daarbij heeft gedurende de looptijd van de variantenstudie intensief overleg plaatsgevonden met de relevante stakeholders en de omgeving. In het Afweegonderzoek is geprobeerd om alle door stakeholders gevraagde inzichten met betrekking tot de varianten te geven. Dit met als doel dat stakeholders duidelijk wordt wat de effecten van de varianten zijn ten aanzien van de aspecten die zij belangrijk vinden.
Het Afweegonderzoek moet daarmee bijdragen aan de besluitvorming over de inrichting van de vaarweg en de nieuwe Gerrit Krolbrug.
11.1
Voorkeursvariant inrichting van de vaarweg
In het Afweegonderzoek variantenstudie naar de inrichting van de vaarweg zijn vier opgaven onderzocht en besproken met de gebruikers en omgeving van de vaarweg. De oplossingen voor die opgaven vormen samen de voorkeursvariant voor de inrichting van de vaarweg en bestaat uit de volgende elementen: 1 Vaarwegverbreding Van Starkenborghkanaal tussen Boterdiep en Gerrit Krolbrug.
Een verbreding tot 54 meter van de huidige doorvaartbreedte is alleen nodig bij de brug zelf (daar is de doorvaartbreedte in de huidige situatie 21,8 meter) Voorwaarde is wel dat de bestaande ligplaats wordt aangepast (verder verlegd naar Ommelandzijde zodat het normaal profiel volledig beschikbaar is (nu ligt de ligplaats in het profiel van de vaarweg)) of wordt verplaatst naar een andere locatie. Zie punt 3
2 Vaarwegverbreding inclusief bochtverruiming Van Starkenborghkanaal tussen Gerrit Krolbrug en Busbaanbrug.
De bochtstraal wordt vergroot naar 1.350 meter door het met ongeveer 10 meter naar de Ommelandzijde verschuiven van de vaarwegas ter plaatse van en direct ten westen van de Gerrit Krolbrug
Door het verschuiven van de vaarwegas ter plaatse en direct ten westen van de Gerrit Krolbrug verdwijnt het landhoofd aan de Ommelandzijde. Ook dient enige grond aangekocht te worden voor het inpassen van de verschuiving van de vaarweg
17 augustus 2021
AFWEEGONDERZOEK VARIANTENSTUDIE
BG9965IBRP2108171559
71
Projectgerelateerd
Door het verschuiven van de vaarwegas ter plaatse van de Gerrit Krolbrug met ongeveer 10 meter naar de Ommelandzijde, verschuift ook de Gerrit Krolbrug naar de Ommelandzijde. Dit vermindert de ruimtelijke impact van de inpassing van de nieuwe Gerrit Krolbrug aan de Stadzijde
Door het vergroten van de bochtstraal naar 1.350 meter is de vereiste doorvaartbreedte van het kanaal in de bocht 54 meter
3 Ligplaats beroepsvaart. Behoud van de huidige ligplaats voor beroepsvaart langs de Ulgersmakade is niet mogelijk. De vaarweg is ter plaatse 64 meter breed. Dit is niet genoeg om het normaalprofiel van 54 meter voor de vaarweg plus (conform de Richtlijnen vaarwegen) 17 meter voor de ligplaats in te passen; in totaal is dat namelijk 71 meter. Binnen het studiegebied van het project is geen locatie met voldoende breedte (te maken) om een ligplaats in te passen. De huidige ligplaats wordt daarom verplaatst naar een nieuwe, nog nader te bepalen, locatie buiten het plangebied voor de vervanging van de Gerrit Krolbrug. Een nieuwe ligplaats op een andere locatie is nodig omdat het de enige ligplaats betreft tussen de Oostersluis en sluis Gaarkeuken. Dat is tevens de reden waarom de nieuwe ligplaats beschikbaar dient te zijn op het moment dat gestart wordt met het verwijderen van de huidige ligplaats. Het bepalen van de voorkeurslocatie voor de nieuwe ligplaats gebeurt door Rijkswaterstaat en de gemeente Groningen na overleg met de gebruikers en de stakeholders in de omgeving van mogelijke nieuwe locaties 4 Wachtplaatsen beroeps- en recreatievaart
Positionering wachtplaatsen beroepsvaart
De wachtplaatsen voor de beroepsvaart zijn aan weerszijden van de nieuwe Gerrit Krolbrug aan de noordoever (Ommelandzijde) van de vaarweg gepositioneerd
Positionering wachtplaatsen recreatievaart
De wachtplaatsen voor de recreatievaart zijn aan weerszijden van de nieuwe Gerrit Krolbrug gepositioneerd. Beide wachtplaatsen zijn daarbij gepositioneerd aan de noordoever (Ommelandzijde)
Deze voorkeursoplossing voor de inrichting van de vaarweg is technisch haalbaar en is realiseerbaar binnen de geldende juridische kaders van wettelijke eisen. De kosten voor deze voorkeursoplossing zijn € 12,9 miljoen.
11.2
Conclusies ten behoeve bepalen voorkeursvariant nieuwe Gerrit Krolbrug
Er zijn zes kansrijke varianten uitgewerkt en beoordeeld op vier thema’s: 1 Passeerbaarheid voor kruisend weg- en vaarwegverkeer 2 Nautische veiligheid 3 Comfort en toegankelijkheid langzaamverkeer 4 Inpassing en ruimtelijke kwaliteit Op basis van de beoordeling worden de volgende algemene conclusies getrokken: ◼
De kansrijke varianten voor de nieuwe brug zijn allemaal technisch haalbaar en zijn realiseerbaar binnen de juridische kaders
◼
De varianten 2, 3 (doorvaarthoogte 4,5 meter) en 4, 5 en 6 (doorvaarthoogte 5,7 meter) voldoen aan alle uitgangspunten van het BVA2019. Daarbij wordt opgemerkt dat de brugvarianten wel breder zijn dan in het BVA2019 werd verwacht. Variant 1 (doorvaarthoogte 3,0 meter) voldoet aan de
17 augustus 2021
AFWEEGONDERZOEK VARIANTENSTUDIE
BG9965IBRP2108171559
72
Projectgerelateerd
uitgangspunten van het BVA2019 met uitzondering van de doorvaarthoogte. Het BVA2019 gaat uit van minimaal 4,0 meter en bij variant 1 is de doorvaarthoogte 3,0 meter ◼
Geen van de zes kansrijke varianten voldoet aan de Richtlijnen Vaarwegen 2020 voor wat betreft de doorvaarthoogte van de brug in gesloten toestand bij een normaal profiel klasse Va vaarweg. De doorvaarthoogte conform de richtlijnen is 9,1 meter MHWS exclusief eventuele toeslag voor bodemdaling als gevolg van aardgaswinning. Daarbij wordt opgemerkt, dat ook de huidige bruggen over de hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl bij Aduard, Dorkwerd en Zuidhorn en de Busbaanbrug in Groningen niet voldoen aan die richtlijn
◼
Alle kansrijke varianten voldoen aan de landelijke en Groningse richtlijnen voor comfort voor fietsers, voetgangers en mindervaliden alsmede een veilig (weg)ontwerp. Dit betekent dat geen van de kansrijke varianten wat dat betreft afwijkt van wat in Nederland en Groningen gebruikelijk is
◼
Alle varianten leiden tot een verbetering van de verkeersveiligheid op de weg ten opzichte van de huidige situatie. Dit als gevolg van de inrichting van de Korreweg vanaf de Oosterhamriklaan tot aan het Heerdenpad als fietsstraat met een maximumsnelheid van 30 km/uur, de aanleg van een rotonde op de kruising Korreweg-Ulgersmaweg en een fietsrotonde op de kruising Korreweg-Oosterhamriklaan
◼
De varianten 2, 3 (doorvaarthoogte 4,5 meter) en 4, 5 en 6 (doorvaarthoogte 5,7 meter) verbeteren de nautische veiligheid ten opzichte van de huidige situatie. In die varianten neemt de kans op conflicten tussen vrachtschepen en recreatievaart af door de betere doorstroming van de recreatievaart als gevolg van de grotere doorvaarthoogte. Daarbij is de verbetering bij de varianten 4, 5 en 6 groter dan bij 2 en 3. De varianten 2, 3, 4, 5 en 6 leiden ook tot een afname van de gevolgen in geval van een eventuele aanvaring. Bij de varianten 2 en 3 (doorvaarthoogte 4,5 meter) daalt het risiconiveau naar ‘midden’ en bij de varianten 4, 5 en 6 (doorvaarthoogte 5,7 meter) tot risiconiveau ‘laag’. Variant 1 (doorvaarthoogte 3,0 meter) leidt nauwelijks tot een verbetering van de nautische veiligheid omdat de doorvaarthoogte vrijwel niet wijzigt ten opzichte van nu. Het risicoprofiel blijft net als in de huidige situatie ‘hoog’ omdat door de lage doorvaarthoogte de gevolgen van een eventuele aanvaring groot zijn omdat de brug door de boeg van het schip wordt geraakt
Verder wordt geconcludeerd dat de varianten die goede beoordelingen hebben op de thema’s 1 (passeerbaarheid) en 2 (nautische veiligheid), omdat de varianten dan een grote doorvaarthoogte hebben, minder goede beoordelingen hebben op de thema’s 3 (comfort) en 4 (inpassing). Omgekeerd geldt hetzelfde. Goede beoordelingen van de varianten op de thema’s 3 en 4 (omdat de varianten dan een lage doorvaarthoogte hebben) resulteert in minder goede beoordelingen op de thema’s 1 en 2. Concreet betekent dit dat: ◼
Vanuit inpasbaarheid en ruimtelijke kwaliteit scoort variant 1 (doorvaarthoogte 3,0 meter) het beste, maar deze scoort op het gebied van nautische veiligheid en passeerbaarheid van de scheepvaart het laagst
◼
Vanuit inpasbaarheid en ruimtelijke kwaliteit scoren de varianten 4, 5 en 6 (doorvaarthoogte 5,7 meter) laag, terwijl deze op het gebied van passeerbaarheid voor scheepvaartverkeer en kruisend wegverkeer en nautische veiligheid het beste scoren
Geen van de kansrijke varianten heeft op alle beoordeelde thema’s een positieve of sterk positieve danwel negatieve of sterk negatieve score gekregen. Er zijn geen andere varianten denkbaar die op alle thema’s positief of sterk positief scoren. Omdat de effecten op de beoordeelde thema’s 1 en 2 tegengesteld zijn aan die bij de thema’s 3 en 4 komt uit het Afweegonderzoek variantenstudie niet één kansrijke variant als voorkeursvariant naar voren.
17 augustus 2021
AFWEEGONDERZOEK VARIANTENSTUDIE
BG9965IBRP2108171559
73
Projectgerelateerd
De keuze voor een voorkeursvariant is sterk afhankelijk van het gewicht dat aan de vier thema’s wordt toegekend en van de financiële mogelijkheden. Ondanks dat er geen duidelijke voorkeursvariant aan te wijzen is, is er binnen de kansrijke varianten wel het volgende onderscheid te maken: ◼
Toekomstbestendigheid. Het aantal passerende schepen bij de Gerrit Krolbrug zal de komende jaren toenemen. Het aantal passerende vrachtschepen stijgt, maar het aantal recreatievaartuigen daalt. Netto is de verwachting dat het totaal aantal passages (vrachtschepen plus recreatievaartuigen) in 2040 15% tot 27% hoger is dan in het referentiejaar 2014 en toeneemt tot tussen de 21.500 en 24.000 in 2040. De toename van het scheepvaartverkeer leidt bij variant 1 (doorvaarthoogte 3,0 meter) vrijwel 1 op 1 tot een toename van het aantal brugopeningen. Immers, vrijwel voor elk schip moet de brug bij die doorvaarthoogte worden geopend. De niet-beschikbaarheid van het beweegbare deel van de brug zal door de groei van het scheepvaartverkeer verder toenemen. Bij de varianten 4, 5 en 6 (doorvaarthoogte 5,7 meter) kan een groot deel van de passerende beroepsvaart en alle recreatievaart de nieuwe brug zonder brugopening passeren. Dit betekent dat in de toekomst de voordelen van de varianten met een doorvaarthoogte van 5,7 meter voor wat betreft passeerbaarheid van de brug en nautische veiligheid (thema’s 1 en 2 uit de beoordeling) nog groter worden in vergelijking met de varianten 2 en 3 (doorvaarthoogte van 4,5 meter) en zeker ten opzichte van variant 1 (doorvaarthoogte 3,0 meter)
◼
◼
Verschil in investeringskosten:
Bij alle varianten zijn de kosten voor de inrichting van de vaarweg gelijk en dus niet onderscheidend. De kosten daarvan bedragen € 12,9 miljoen
Variant 3 (doorvaarthoogte 4,5 meter, 2 fiets-loopbruggen, hefbrug) is het goedkoopst (€ 52,3 miljoen, inclusief € 12,9 miljoen voor de inrichting van de vaarweg) en variant 4 (doorvaarthoogte 5,7 meter, 2 fiets-loopbruggen, tafelbrug) is het duurst (€ 64,7 miljoen, inclusief € 12,9 miljoen voor de inrichting van de vaarweg)
Varianten met een doorvaarthoogte van 5,7 meter zijn circa € 11 miljoen duurder dan varianten met een doorvaarthoogte van 4,5 meter
Varianten met een tafelbrug zijn tussen de € 1,5 en € 1,8 miljoen duurder dan varianten met een hefbrug
Variant 6 (de enige variant zonder fiets-loopbruggen) is € 2,9 miljoen goedkoper dan variant 4 met twee fiets-loopbruggen, dezelfde doorvaarthoogte van 5,7 meter en hetzelfde brugtype
Tafel- of hefbrug. Er is geen duidelijke voorkeur voor het brugtype. Een tafelbrug is in de basis uniform met de bruggen bij Aduard en Dorkwerd. Echter, in de varianten 1, 2, 3, 4 en 5 krijgt de brug twee fietsloopbruggen. Een beweegbare brug met twee fietsloopbruggen is geen voorkomend brugtype in Nederland. Daarmee is de nieuwe Gerrit Krolbrug geen vergelijkbare brug met recente nieuwe bruggen zoals de bruggen bij Aduard en Dorkwerd. Met betrekking tot inpassing en architectuur zijn er wel verschillen tussen de brugtypes, maar die zijn ook nauwelijks onderscheidend. Vanuit beheer en onderhoud heeft een hefbrug de voorkeur. Ervaringen met de bestaande tafelbruggen heeft geleerd dat een tafelbrug gevoeliger is voor harde wind. Vanaf windkracht 6 leidt een tafelbrug vaker tot storingen dan een hefbrug. Varianten met een hefbrug hebben een lichte voorkeur. Dit zijn de varianten 3 en 5
◼
Wel of geen fiets-loopbruggen. De aanwezigheid van vaste fiets-loopbruggen biedt duidelijke meerwaarde vanuit passeerbaarheid voor fietsers en voetgangers alsmede voor verkeersveiligheid vlak voor, tijdens en na brugopeningen. De verwachting is dat dagelijks tussen de 15.000 en 20.000 fietsers over de nieuwe brug rijden. Variant 6 is de enige variant die fietsers en voetgangers geen
17 augustus 2021
AFWEEGONDERZOEK VARIANTENSTUDIE
BG9965IBRP2108171559
74
Projectgerelateerd
mogelijkheid biedt om het Van Starkenborghkanaal over te steken tijdens brugopeningen door het ontbreken van vaste fiets-loopbruggen. In geval van brugopeningen moeten bij variant 6 grote groepen fietsers wachten op de hoofdrijbaan, voor en tussen het gemotoriseerd verkeer. Dit leidt tot meer onoverzichtelijke situaties en potentieel verkeersonveilige situaties, zeker op het moment dat de brug wordt geopend tijdens de (school)spits als de fietsintensiteit zeer hoog is. Hierbij wordt opgemerkt dat bij variant 6 het dagelijkse aantal brugopeningen daalt ten opzichte van de huidige situatie (van 28 nu naar 8 als variant 6 is gerealiseerd). Daardoor daalt ook het aantal momenten dat fietsers en voetgangers voor de brug moeten wachten uitgaande van het huidige aantal scheepspassages. Op basis van prognoses wordt verwacht dat het aantal passages zal toenemen. Echter, door de doorvaarthoogte van 5,7 meter kan een groot deel van het extra scheepvaartverkeer zonder brugopening passeren. Varianten met twee vaste fiets-loopbruggen hebben de voorkeur gezien het grote aantal fietsers dat over de Gerrit Krolbrug rijdt en de verwachte toename van het aantal brugopeningen. Dit zijn de varianten 1, 2, 3, 4 en 5.
17 augustus 2021
AFWEEGONDERZOEK VARIANTENSTUDIE
BG9965IBRP2108171559
75