CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerp Gebiedsgericht Omgevingsprograma De Nieuwe Held.pdf

gemeenteraad 6 mei 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: 7a: Moties bij collegebrief Omgevingsprogramma, Samenwerkingsovereenkomst en financiering De Nieuwe Held (collegebrief 18 maart 2026 wensen en bedenkingen)30.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van de gebiedsontwikkeling ‘De Nieuwe Held’ wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan de betreffende locatie.

80

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen

0

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen

13 februari 2026 Projectnummer P003527 Opdrachtgever Gemeente Groningen

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

1

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Doel

3

1.3

Mer-beoordelingsplicht

4

1.4

Procedurele aspecten

4

1.5

Inhoudelijke eisen aan de mer-beoordeling

5

1.6

Leeswijzer

5

Beschrijving van het project

6

2.1

Ligging en huidig gebruik van het plangebied

6

2.2

Voornemen

7

2.2.1

Stedenbouwkundige hoofdlijnen

7

2.2.2

Programma

8

2.3

Fasering

11

2.4

Toets aan geldende planologische regeling

12

Mogelijke milieueffecten van het project

15

3.1

Kenmerken van het project.

15

3.2

Kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed

16

3.2.1

Landschap, archeologie en erfgoed

17

3.2.2

Bodem en water

22

3.2.3

Ecologie

25

3.2.4

Milieu en veiligheid

32

3.2.5

Spuitzones

46

3.2.6

Mobiliteit

47

3.2.7

Kabels en leidingen

488

4

Conclusie

50

5

Bronvermelding

51

Bijlagen

52

Bijlage 1 - Waterhuishoudkundig plan De NIeuwe Held Bijlage 2 – Uitvoerbaarheidstoets De Nieuwe Held (stikstof) Bijlage 3 – Akoestisch onderzoek De Nieuwe Held

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

2

1

Inleiding 1.1

Aanleiding

‘‘De Nieuwe Held’’ (voorheen ‘De Held III’) wordt het sluitstuk van de VINEX wijk ‘De Helden’ samen met ‘Gravenburg’ en ‘De Held I’. Deze grotere uitbreidingen aan de noordwestkant van de stad Groningen, inclusief ‘Reitdiep’, zijn al vanaf 1996 vastgelegd in de gemeentelijke structuurvisie ‘Stad van Straks’ en hebben sindsdien altijd van zowel de gemeentelijke als regionale visies deel uitgemaakt. Voor ‘‘De Nieuwe Held’’ bestaat al sinds 2006 een bestemmingsplan dat wonen mogelijk maakt. Het laatste bestemmingsplan ‘De Held III’ is op 27 november 2009 onherroepelijk geworden. De feitelijke realisatie van ‘‘De Nieuwe Held’’ heeft nog niet plaatsgevonden. In de loop van 2018 hebben de gemeente en de Groninger projecten CV (de ontwikkelende partijen met grondpositie) gezamenlijk besloten een doorstart te maken. Het denken over hoe een leefbare, gezonde, complete stad te maken is sinds het oorspronkelijke plan voor ‘De Held’ behoorlijk veranderd. Daarmee veranderde de opgave voor ‘‘De Nieuwe Held’’: zoals van 100% vrije sector en geen sociale woningbouw naar 20% goedkope huur/koop en 30% sociale huur, met méér voorzieningen inclusief sport en supermarkt en met hogere eisen aan klimaat en duurzaamheid. De gemeente en de Groninger projecten CV hebben eerst met bureau CULD gewerkt aan een stedenbouwkundige visie, waarin de uitgangspunten voor het nieuwe plan zijn vastgelegd.

Deze zijn vervolgens uitgewerkt in een gebiedsvisie. Het nieuwe plan past niet (volledig) in de regels zoals die zijn opgenomen in het bestemmingsplan uit 2009. Daarom is het doorlopen van een ruimtelijke procedure nodig. Voor de ontwikkeling wordt eerst een vrijwillig gebiedsgericht omgevingsprogramma opgesteld. Daarna worden uitwerkingen voor deelplannen opgesteld met een bijbehorend kwaliteitskader (stedenbouwkundig kader en gebiedsgerichte welstandscriteria) dat als kader dient voor de te verlenen omgevingsvergunningen voor (buitenplanse) omgevingsplan activiteiten (hierna: BOPA’s en OPA’s) per fase (zie paragraaf 2.3). Het omgevingsprogramma is kaderstellend voor de inrichting van het gebied. Omdat het gaat om een stedelijk ontwikkelingsproject is voor het omgevingsprogramma een milieueffectrapportagebeoordeling (hierna plan-mer-beoordeling) opgesteld (zie ook paragraaf 1.3). Dit document vormt de plan-mer-beoordeling.

1.2

Doel

In een mer-beoordeling wordt beoordeeld of een activiteit of ontwikkeling aanzienlijke milieueffecten kan hebben en, als dat het geval is, waarvoor bij de voorbereiding van dat besluit een milieueffectrapport (MER1) moet worden gemaakt. De conclusie van deze mer-beoordeling geeft hierover duidelijkheid.

1 Het is gebruikelijk om ‘mer’ met kleine letters te schrijven als het gaat om de mer-procedure en mer-beoordelingen. ‘MER’

met hoofdletters wordt gebruikt voor het rapport dat volgt uit een wettelijke plicht.

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

3

1.3

Mer-beoordelingsplicht

De activiteit waarvoor het omgevingsprogramma kaderstellend is, valt onder onderdeel J11 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Onderdeel J11 betreft: ‘stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’. Voor onderdeel J11 gelden geen drempelwaarden; daarom is beoordeeld of op basis van de aard en omvang van het plan een mer-beoordeling aan de orde is. Hoewel het plangebied grotendeels al juridisch planologisch bestemd is als woongebied in het gemeentelijk omgevingsplan en er slechts beperkt sprake is van nieuw ruimtebeslag of functiewijziging, wijkt het beoogde programma inhoudelijk op onderdelen af van eerdere plannen. Op basis daarvan is de ontwikkeling alsnog als stedelijk ontwikkelingsproject aangemerkt. De gemeente Groningen heeft een totale oppervlakte van 19.796 hectare (197,96 km²). Het gebied “De Nieuwe Held” omvat circa 98 hectare (0,98 km²) en beslaat daarmee ongeveer 0,495% van het totale gemeentelijke grondgebied. Hiermee valt het binnen de in jurisprudentie gehanteerde ondergrens van 1% voor de kwalificatie als een klein gebied. Het

bevoegd

gezag

heeft

beoordeeld

dat

het

omgevingsprogramma

een

kaderstellend

beleidsdocument is dat ontwikkelprincipes, bandbreedtes en fasering bevat voor De Nieuwe Held. Het legt geen juridisch bindende locatie specifieke bouwrechten vast en bevat geen directe nieuwe toelatingsbeslissingen; deze volgen bij de opvolgende uitwerkingen met (B)OPA’s per deelplan. De beoordeling op programmaniveau richt zich daarom op de vraag of, gegeven aard, omvang en locatie van de ontwikkeling, waarschijnlijk belangrijke milieugevolgen te verwachten zijn (bijlage II SMB richtlijn). De ontwikkeling betreft in overwegende mate een actualisatie binnen een reeds bestaand planologisch kader (bestemming wonen en voorzieningen sinds 2009), met een beperkte uitbreiding en herschikking van functies (o.a. maximaal 1.850 woningen; toevoeging wijkcentrum, sport en tweede school). De ruimtelijke hoofdstructuur (groen blauwe contramal, wierdenprincipe, boulevard) borgt dat milieueffecten voorspelbaar en mitigeerbaar zijn bij de opvolgende besluiten. Gezien de beperkte planologische afwijkingen t.o.v. het vigerende kader, de gebiedsomvang (~98 ha ≈ 0,495% gemeentelijk grondgebied), is een directe plan-mer-plicht niet aan de orde en volstaat een plan mer beoordeling (daarna volgen uitwerkingen per deelplan inclusief bijbehorende project mer beoordelingen). Zoals gezegd in paragraaf 1.1 wordt voor de ontwikkeling eerst een vrijwillig gebiedsgericht omgevingsprogramma

opgesteld, met

daaropvolgende

deelplannen (met

een bijbehorend

kwaliteitskader) die als kader dient voor de te verlenen omgevingsvergunningen voor BOPA’s en OPA’s per fase. Deze plan-mer-beoordeling vormt de input voor eventuele vervolg (project-)merbeoordelingen die nodig kunnen zijn voor vervolgbesluiten.

1.4

Procedurele aspecten

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen is bevoegd gezag voor het vaststellen van het omgevingsprogramma. Het bevoegd gezag beoordeelt de effecten van het

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

4

omgevingsprogramma om te bepalen of een plan-milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Voor die beslissing raadpleegt het bevoegd gezag ook andere bestuursorganen en wettelijke adviseurs. Als het plan aanzienlijke effecten voor het milieu kan hebben, volgt een plan-milieueffectrapportage. Als het plan geen aanzienlijke effecten voor het milieu kan hebben, volgt geen planmilieueffectrapportage. Dan wordt ook geen plan-milieueffectrapport gemaakt. Deze beoordeling motiveert het bevoegd gezag in het omgevingsprogramma. Dit is geen separaat besluit.

1.5

Inhoudelijke eisen aan de mer-beoordeling

In de beoordeling worden de milieueffecten van het voornemen beschreven. Deze beoordeling is vormvrij, maar er zijn wel eisen aan de inhoud. Op grond van artikel 16.36, lid 5 van de Omgevingswet, moet het bevoegd gezag rekening houden met de criteria van bijlage II bij de smb-richtlijn. In bijlage II van de smb-richtlijn staan de twee hoofdcriteria waarmee rekening moet worden gehouden bij het beoordelen van de mogelijke aanzienlijke milieueffecten: −

de kenmerken van het plan of programma;

−

de kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed.

De twee hoofdcriteria zijn in bijlage II bij de smb-richtlijn aangevuld met subcriteria. De hoofd- en subcriteria worden voor dit plan verder toegelicht en uitgewerkt in hoofdstuk 3.

1.6

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 met de beschrijving van het voornemen. In dit hoofdstuk wordt de ligging van het plangebied, het voornemen en de wijziging ten opzichte van de geldende planologische regeling beschreven. Hoofdstuk 3 bevat de toetsing aan de twee hoofdcriteria zoals beschreven in de vorige paragraaf, en gaat in op de kenmerken van het programma en op de effecten van het programma. Daarna volgt de conclusie in hoofdstuk 4.

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

5

2

Beschrijving van het project 2.1

Ligging en huidig gebruik van het plangebied

‘‘De Nieuwe Held’’ ligt aan de noordwestelijke rand van Groningen, gelegen aan de zuidkant van de noordwestelijke invalsroute naar de stad, de Friesestraatweg (N355), vanuit de omgeving. Het gebied ligt tussen de wijk Gravenburg aan de oostkant, en de wijk ‘Held I’ aan de westkant. Aan de zuidkant liggen agrarische gronden. Het gebied zelf bestaat voornamelijk uit agrarisch grasland en wordt op twee plaatsen doorkruist, door de Leegeweg en door het Aquamarijnpad. Verder zijn drie voormalige boerderijen (Friesestraatweg 422 en Leegeweg 3 en Leegeweg 6) onderdeel van het plangebied. Tot slot is ook het schoolgebouw aan de Maresiusstraat, inclusief de omliggende gronden onderdeel van het plangebied.

Fig. 1. Luchtfoto planlocatie

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

6

2.2

Voornemen

2.2.1 Stedenbouwkundige hoofdlijnen De gebiedsvisie is opgesteld aan de hand van een aantal hoofdlijnen: 1.

Groen en landschap als plandrager: Groen en landschap vormen op alle schaalniveaus de kernkwaliteit van het plan ‘‘De Nieuwe Held’’. Op het hoogste schaalniveau is dat een groene, landschappelijke contramal, die alle woonbuurten in ‘‘De Nieuwe Held’’ omgeeft.

2.

Wierden: ‘‘De Nieuwe Held’’ krijgt overzichtelijke woonbuurten, vormgegeven als ‘wierden’ rondom een groen hart. Elke wierde ligt iets hoger dan de contramal en is als ensemble herkenbaar. Door hun beperkte omvang krijgen bewoners een duidelijk adres en wordt massaliteit voorkomen. Zo ontstaan sociale buurtschappen met ruimte voor ontmoeting.

3.

Centrum voor omliggende wijken: ‘‘De Nieuwe Held’’ krijgt een wijkcentrum, óók voor omliggende wijken. Het centrum zorgt voor verbinding, krijgt een kadeplein, een supermarkt, ondersteunende winkels en horeca en zorgvoorzieningen.

4.

Complete wijk, inclusief sport, voorzieningen: ‘‘De Nieuwe Held’’ wordt een gemengde wijk, met meer dan alleen wonen. De wijk krijgt winkelvoorzieningen, twee basisscholen, een nieuw complex van sportvelden, zorgvoorzieningen en een buurtcentrum. Ook komt er in de wijk ruimte voor atelierwoningen en/of werk aan huis.

5.

Voetganger en fietser centraal: ‘‘De Nieuwe Held’’ is ontworpen voor de fietser en voetganger: woonstraten zijn ingericht als leefstraten, met minimale verharding. Parkeren gebeurt op de eigen kavel, in parkeerhavens aan buurtentrees of op andere minder gevoelige plekken in de buurt. Buurten zijn onderling en via de contramal voor fietsers en voetgangers optimaal verbonden en er komen meer en betere fietsverbindingen richting Vinkhuizen, Reitdiephaven, Hoogkerk en de binnenstad.

6.

Boulevard een verbindend onderdeel: Door ‘‘De Nieuwe Held’’ loopt een boulevard die de wijk met omliggende buurten, de N355 en Vinkhuizen, verbindt. Voor de fiets, auto en OV. De boulevard is een verbindend planelement, met rijke boomstructuur, groene bermen en woningen die erop zijn georiënteerd. In het centrum is de boulevard smaller, intiemer en meer stedelijk.

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

7

Fig. 2. Plan op hoofdlijnen (bron: Gebiedsvisie, gemeente Groningen)

2.2.2 Programma VOORZIENINGEN SPORT ONDERWIJS In ‘‘De Nieuwe Held’’ is ruimte voor voorzieningen, óók voor omliggende wijken: −

Buurtwinkelcentrum met moderne supermarkt en ondersteunende functies (zoals een vers speciaalzaak, bloemist, gezondheidscentrum, dienstverlening), totaal ca 4.000 m² BVO.

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

8

−

Omnisport complex (4 wedstrijdvelden, multifunctioneel clubgebouw, kleedkamers) voor de westflank. Ambitie van gemeente voor deze complexen is: overzichtelijk, velden rondom centraal gebouw, goede aansluiting LV routes en bij voorkeur openbaar toegankelijk. Een clubgebouw heeft bij voorkeur ook een buurtfunctie en is gecombineerd met kinderopvang.

−

Tweede school, die samenwerkt met de bestaande school in ‘Reitdiep’, voor zowel ‘De Held’ als omliggende wijken. Opgave betreft een permanente brede school (.1750 m² gebouw) met extra tijdelijke piekruimte (920 – 1.720 m²), kinderopvang (500 m²) en buitenruimte (600 m²).

Daarnaast is in het centrum ook ruimte voor flexibele bebouwing met bijvoorbeeld werken aan huis en ook in landschappelijke wierden zijn kleinschalige voorzieningen of bedrijvigheid mogelijk.

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

9

Fig. 3. Locaties voorzieningen (bron: Gebiedsvisie, gemeente Groningen)

WONEN ‘‘De Nieuwe Held’’ bedient mensen die door willen stromen vanuit omliggende wijken in de noordwestkant van de stad. De wijk wordt primair gezien als kansrijk voor gezinnen, maar biedt ook plaats aan andere vormen van huishoudens. In ‘‘De Nieuwe Held’’ wordt een substantieel aandeel betaalbare woningen gerealiseerd. De wijk biedt een meer landelijk segment aan de westzijde van

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

10

Groningen. Het programma is complementair aan meer stedelijke ontwikkelingen zoals ‘Suikerzijde’, ‘Reitdiepzone’ en ‘Stadshavens’. Er wordt gekoerst op realisatie van maximaal 1.850 woningen in ‘‘De Nieuwe Held’’, met daarbij de volgende uitgangspunten: −

minimaal 50% betaalbare woningen (20% goedkope huur/koop, 30% sociale huur);

−

50% vrije sector, waarvan vrijstaand minimaal 10%;

−

tenminste 15% van het programma in appartementen (waaronder een klein deel benedenbovenwoningen (ook wel Bebo’s genoemd));

−

ruimte voor niches: gemeenschappelijk wonen/wooncoöperatie/woonwerk, conform de woonvisie.

2.3

Fasering

Zoals aangegeven in paragraaf 1.1 van dit document, wordt voor de gehele ontwikkeling van ‘‘De Nieuwe Held’’ een omgevingsprogramma opgesteld, dat als kader dient voor de te verlenen omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplan activiteiten. De ontwikkeling van de nieuwe woonwijk zal gefaseerd (door middel van deelplannen) plaatsvinden. Per fase zullen hiervoor de benodigde toestemmingen worden aangevraagd, zoals een omgevingsvergunning voor een BOPA of OPA of wijziging omgevingsplan, en andere toestemmingen. Vooruitlopend op de realisatie en benodigde vergunningen zijn sommige onderzoeken al gedetailleerder uitgevoerd voor bepaalde delen die onder de eerste fase van de ontwikkeling vallen, dan voor de rest van het gebied. Op onderstaande afbeelding is de globale begrenzing van de eerste fase weergegeven. De eerste fase omvat wierde 5, 6 en 7 en de hoofdontsluiting Reitdiepplein – Kliefdiep. De tweede fase omvat waarschijnlijk wierde 1 t/m 4, dit zijn de meest noordelijk gelegen wierden.

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

11

Fig. 4. Begrenzing eerste fase – wierde 5, 6 en 7 (bron: gemeente Groningen)

2.4

Toets aan geldende planologische regeling

Zoals in de aanleiding (paragraaf 1.1) is beschreven, past het nieuwe plan voor ‘‘De Nieuwe Held’’ niet (volledig) in de regels van het bestemmingsplan ‘De Held III’ uit 2009. In het omgevingsprogramma wordt hier nader op ingegaan. De belangrijkste strijdigheden zijn: −

De begrenzingen van de gronden met functies Woongebied, Groen, Water, Dienstverlening, Gemengd en Verkeer komen deels niet meer overeen met het nieuwe stedenbouwkundig plan;

−

De basishoogte in het vigerend bestemmingsplan is 11 meter. Op drie plekken mocht een ‘bebouwingsaccent’ worden gerealiseerd. Die drie plekken zijn vervallen. Op andere plekken is in het nieuwe plan voor ‘‘De Nieuwe Held’’ hogere bebouwing dan 11 meter opgenomen.

−

In het geldende bestemmingsplan is een zekere flexibiliteit opgenomen ten aanzien van het programma. Ten aanzien van woningen was de inzet van het bestemmingsplan het realiseren

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

12

van een woonwijk voor circa 1.600 woningen met overwegend rijenwoningen, twee-onder-één kap woningen en vrijstaande vrijstaand-geschakelde woningen. Er wordt nu uitgegaan van een programma van maximaal 1.850 woningen. −

Ten aanzien van voorzieningen was in het bestemmingsplan een vlak ‘Dienstverlening’ in het noorden nabij de N355 opgenomen. Daarnaast was een vlak ‘Gemengd’ opgenomen ter plaatse van de bestaande boerderij (Leegeweg 3) waar nu bedrijvigheid plaatsvindt. In het nieuwe plan zijn deze beide locaties ook opgenomen. Maar daarnaast zijn nog twee locaties voor voorzieningen opgenomen, zie onderstaande figuur. Centraal in het plangebied is een buurtwinkelcentrum met supermarkt en ondersteunende functies opgenomen, in totaal circa 4.000 m² BVO. Aan de noordwestzijde van de wijk is het gebied uitgebreid door agrarische gronden toe te voegen. Hier is een programma met een omnisport complex (velden, clubgebouw en kleedkamers) en een tweede school opgenomen. Opgave betreft een permanente brede school (1750 m² gebouw) met extra tijdelijke piekruimte (920 – 1.720 m²), kinderopvang (500 m2) en buitenruimte (600 m²).

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

13

Fig. 5. Beoogde locaties voorzieningen (bron: gemeente Groningen)

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

14

3

Mogelijke milieueffecten van het project In dit hoofdstuk worden de mogelijke milieueffecten van het project beschreven aan de hand van de twee hoofdcriteria en bijbehorende criteria. Bij elk criterium wordt geconcludeerd of er sprake is van mogelijk aanzienlijke milieueffecten, in dat geval is een MER nodig.

3.1

Kenmerken van het project.

Criterium

Toetsing

Noodzaak mer-procedure

De mate waarin het plan of

Het omgevingsprogramma vormt een

Nee

programma een kader is voor de

kader voor de omgevingsvergunningen

ligging,

en

die (gefaseerd) verleend moeten worden

aard,

omvang

gebruiksvoorwaarden

voor

voor het voornemen. In paragraaf 1.3 is

projecten en andere activiteiten. En

hierop ingegaan en is aangegeven dat dit

voor

geen aanleiding geeft voor een mer-

de

toewijzing

van

hulpbronnen.

procedure gezien het voornemen, maar wel voor een plan-mer-beoordeling zoals nu voorligt.

De mate waarin het plan of

De ontwikkeling van ‘‘De Nieuwe Held’’

programma andere plannen en

vindt plaats in afstemming met projecten

programma's beïnvloedt, inclusief

in de directe context van het plangebied,

de plannen die deel zijn van een

zoals de aanpak van de N355 en het

hiërarchisch geheel.

Reitdiepplein,

doorfietsroutes

Nee

en

middenspanningsstations. Omdat deze andere plannen en programma’s geen betrekking hebben op woningbouw maar op (energie)infrastructuur, is er geen sprake van effecten die samenlopen of invloed hebben op andere plannen en programma’s. Enige uitzondering hierop is het thema verkeer, en daarom zijn in het

verkeersmodel

de

verschillende

ontwikkelingen meegenomen en is dit verkeersmodel ook als input gebruikt voor andere onderzoeken die voor ‘‘De Nieuwe Held’’ zijn uitgevoerd. Uit het model blijkt dat er geen sprake is van cumulatie van effecten of knelpunten waardoor een mer-procedure nodig zou zijn. De relevantie van het plan of

Het voornemen betreft woningbouw

programma voor de integratie van

(deels al planologisch geregeld) en de

milieuoverwegingen, vooral met

realisatie

het oog op de bevordering van

voorzieningen zoals een school, een

duurzame ontwikkeling.

wijkcentrum en een sportcomplex. In het

van

Nee

bijbehorende

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

15

Criterium

Toetsing

Noodzaak mer-procedure

stedenbouwkundig milieuthema’s geïntegreerd,

ontwerp zoveel

zoals

zijn

mogelijk

bijvoorbeeld

het

toepassen van groen en water, waardoor er een toekomstbestendige invulling van het gebied voorligt. Milieuproblemen die relevant zijn

Er is geen sprake van milieuproblemen

voor het plan of programma.

die

relevant

zijn

voor

Nee

het

omgevingsprogramma. Wel gelden er enkele

aandachtspunten

voor

het

voornemen door milieueffecten vanuit de omgeving op het gebied, bijvoorbeeld ten

aanzien

van

geur,

geluid

en

magneetvelden (zie paragraaf 3.2 van dit hoofdstuk). Dit zijn aandachtspunten waarmee in het voornemen rekening is gehouden. Tabel 1. Kenmerken van het project

3.2

Kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed

Het potentiële effect van het voornemen kan worden veroorzaakt door veel verschillende milieuthema’s. Om die reden wordt in deze paragraaf per milieuthema een beschrijving van het effect opgenomen. Hierbij wordt ingegaan op de criteria die voor dat betreffende milieuthema relevant zijn. Het gaat om de volgende criteria: −

de waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van de effecten;

−

de cumulatieve aard van de effecten;

−

de grensoverschrijdende aard van de effecten;

−

de risico's voor de menselijke gezondheid of het milieu (bijvoorbeeld door ongevallen);

−

de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden);

−

de waarde en kwetsbaarheid van het gebied dat kan worden beïnvloed, gelet op: −

bijzondere natuurlijke kenmerken of cultureel erfgoed;

−

de overschrijding van de milieukwaliteitsnormen of van grenswaarden;

−

intensief grondgebruik;

−

de effecten op gebieden en landschappen die door een lidstaat, door de gemeenschap; dan wel in internationaal verband als beschermd gebied zijn erkend.

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

16

3.2.1 Landschap, archeologie en erfgoed Landschap In de gebiedsvisie is rekening gehouden met het bestaande cultuurlandschap én de context in de stedelijke omgeving. De verkavelingsrichting vormt in grote delen van het gebied het vertrekpunt voor de stedenbouwkundige opzet. In het wijkpark worden bestaande sloten behouden en opgenomen in het parkontwerp. Langs de Leegeweg wordt een specifiek bebouwingstype met kleine korrel en lage goot voorgesteld, om de nieuwbouw te laten passen bij de oude bebouwing langs deze weg. Ook wordt voorgesteld het originele profiel van de weg – met sloten en groene bermen- terug te brengen. Dat vraagt een zorgvuldige afweging in relatie tot de ambities om deze weg een ‘GOW 30’ functie te geven: gebiedsontsluitingsweg 30 km/h, met fietsstroken. Dit vraagt aandacht bij de uitwerking van het wegprofiel. De gebiedsvisie ‘De Nieuwe Held’ is in december 2025 voorgelegd aan de CRK (Commissie Ruimtelijke Kwaliteit). De CRK heeft geadviseerd om zoveel mogelijk het bestaande reliëf van het landschap te behouden en de oude lopen van de Hunze rivier herkenbaar te maken. Ter plaatse van de woningen is het behouden van het bestaande reliëf niet mogelijk vanwege de vanuit het klimaat benodigde ophoging en drooglegging. In het wijkpark is dit een uitgangspunt voor de uitwerking.

De CRK heeft tevens geadviseerd om aan het lint langs de Leegeweg minder te bouwen en zo de bestaande boerenerven meer in het zicht te leggen. Dit is niet mogelijk in relatie tot de vastgestelde woningbouwopgave. Tot slot ligt het plangebied op basis van de Provinciale Omgevingsverordening binnen bestaand stedelijk gebied en is de ontwikkeling van het gebied als woongebied al in verschillende gemeentelijke beleidsstukken opgenomen. Er is in die zin beleidsmatig al de keuze gemaakt om de uitstraling en beleving van het landschap in dit gebied anders te maken, passend bij het stedelijk gebied. Omdat er bij de uitwerking van het plan in de gebiedsvisie rekening is gehouden met het bestaande landschap én de context in de stedelijke omgeving, worden potentiële negatieve effecten op dit punt zoveel mogelijk voorkomen.

Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen datum 13-02-2026

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5420/documents/92815