Bijlage 1 Ontwerp Gebiedsgericht Omgevingsprograma De Nieuwe Held.pdf
Tekst van het document
Ook de ‘contramal’, de robuuste groenstructuur rondom de woonwierden, is te zien. Het stadsdeelpark, als verbinding tussen een ‘schoolpark’ rondom de bestaande basisschool en een sportpark plus nieuwe basisschool vormen de belangrijkste structurerende groenelementen. De verkaveling op de kaart dient als indicatief te worden beschouwd. Hij wordt per deelplan in een concreet stedenbouwkundig plan uitgewerkt.
28
Figuur 7 Illustratieve plankaart (bron: Gebiedsvisie ‘De Nieuwe Held’, gemeente Groningen) Omgevingsprogramma kaart functies en hoogte Onderstaande kaart is dé plankaart behorend bij dit omgevingsprogramma en legt functies (activiteiten) en hoogtes vast. Geel voor wonen, oranje voor maatschappelijk, bruin voor ‘gemengd’, lichtgroen voor groen, donkerder groen voor sport, blauw voor water en ten slotte grijs voor verkeer. Met aanduidingen is aangegeven waar een hogere bouwhoogte dan de standaard uit het vigerend bestemmingsplan, mogelijk wordt geacht. De standaard hoogte is 11 meter (3 lagen of 2 lagen met kap). Aanduidingen betreffen locaties waar 14 meter (4 bouwlagen), 17 meter (5 lagen) of 20 meter (6 lagen) gebouwd mag worden. 29
Figuur 8 Plankaart omgevingsprogramma: functies en bouwhoogte
4.4 Ruimtelijke opzet en uitwerking De belangrijkste stedenbouwkundige principes en uitgangspunten voor de beeldkwaliteit voor ‘De Nieuwe Held’ worden hier toegelicht. Elke deeluitwerking moet daaraan voldoen. Per deelplan worden deze principes uitgewerkt in kwaliteitskader – met daarin een stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan. Stedenbouwkundige basisprincipes ‘De Nieuwe Held’ bestaat uit samenhangende herkenbare buurten, ingebed in groen. Daarbij bestaat onderscheid tussen het centrumgebied, en de landschappelijke wierden.
30
Het centrumgebied is stedelijker, bestaat niet uit losse buurten, maar wordt als samenhangend, gebied aan weerszijden van de boulevard ontworpen. De belangrijkste ruimte en de hoogste bebouwing bevindt zich rondom een ‘haven’ en aan een kadeplein. Langs de boulevard is de bebouwing hoger, en meer gesloten en deze wordt lager en opener naar de randen. De landschappelijke wierden zijn elk een herkenbare, samenhangende eenheid. Binnen een wierde wordt de bebouwing en groen als samenhangend ensemble ontworpen. Daarbij is de bebouwing zoveel mogelijk direct georiënteerd op het groen en is er veel aandacht voor de relatie tussen woning en openbare ruimte en op de overgang privé-openbaar komen zoveel mogelijk hagen. Hoofdprincipes beeldkwaliteit ‘De Nieuwe Held’ krijgt een duurzaam en landschappelijk karakter. Voor de openbare ruimte en de bebouwing wordt gestreefd naar een landschappelijk, duurzaam en ingetogen beeld dat eenheid, rust en samenhang biedt. Het materialenpalet bestaat uit (gebakken) steen(strips) en hout(accenten) in natuurlijke, gedekte tinten, van roodbruin tot zandkleur, in combinatie met antracieten kappen. Maatregelen in relatie tot natuurinclusief bouwen, klimaatadaptatie en/of hittestress zijn integraal onderdeel van de architectuur. In de openbare ruimte wordt gestreefd naar veel natuurlijk groen, veel en zichtbaar water en minimale verharding.
In de hele wijk worden dezelfde duurzame materialen toegepast: gebakken klinker, open bestrating, zoveel mogelijk inheemse soorten. In ontwerp, materialisatie en uitstraling wordt onderscheid gemaakt tussen de woonwierden en het centrumgebied. De woonwierden krijgen een landschappelijke, duurzame uitstraling en worden als ensemble ontworpen. Het centrum krijgt een andere kleurstelling en wordt stedelijker vormgegeven. De bebouwing gelegen aan de contramal reageert op de sfeer, identiteit van het deel van de contramal waarlangs ze gelegen is. Langs belangrijke lijnen in het plan wordt extra aandacht voor het beeld gevraagd. In de rest van het plan wordt reguliere aandacht voor beeldkwaliteit gevraagd. Bouwhoogte De basishoogte in ‘De Nieuwe Held’ is gelijk aan die uit het vigerende omgevingsplanregels: 11 meter, dat komt neer op twee lagen met kap of 3 bouwlagen. In delen van het centrumgebied is hogere bebouwing gewenst: het hoogste blok mag maximaal 6 lagen (20 meter) worden, aan het kadeplein, naast de boulevard. De hoogte loopt af vanaf dat punt naar het noorden en oosten, conform onderstaand kaartje. Binnen de landschappelijke wierden is de bouwhoogte overwegend 11 meter. Op strategische plekken in de landschappelijke wierden mag hoger gebouwd worden.
Alle locaties waar hoger gebouwd mag worden dan 11 meter, zijn aangegeven in figuur 9 Langs de Leegeweg is een landelijk karakter gewenst. De goothoogte is er lager dan elders in ‘De Nieuwe Held’: maximaal 3 meter, zodat de bebouwing beter aansluit bij de bestaande bebouwing langs dit oude lint. Dit omgevingsprogramma onderbouwt in 5.4 de locatie van de bebouwing hoger dan 11 meter. De feitelijke vastlegging in een kader gebeurt in de uitwerkingen per deelplan.
31
Figuur 9 Bouwhoogte en massa
4.5 Functionele opzet en uitwerking Inleiding
Deze paragraaf licht het plan voor ‘De Nieuwe Held’ toe, per thema. In het volgende hoofdstuk worden keuzes onderbouwd, gerelateerd aan beleid en worden omgevingseffecten en onderzoek toegelicht.
4.5.1 Wonen, werken en voorzieningen
‘De Nieuwe Held’ bedient mensen die door willen stromen vanuit omliggende wijken in de noordwestkant van de stad. De wijk is primair gericht op gezinnen, maar biedt ook plaats aan andere typen huishoudens. Er wordt gekoerst op realisatie van maximaal 1.850 woningen, waarvan minimaal 50% betaalbare woningen (20% goedkope huur/koop, 30% sociale huur), de overige 50% in de vrije sector. Het aantal van 1.850 woningen kan worden gerealiseerd met realisatie van ruim 20% appartementen. Het overige programma is grondgebonden. Er is in ‘De Nieuwe Held’ ruimte voor 'niches', bijzondere woonvormen waaraan aantoonbaar behoefte is. Bijvoorbeeld: gemeenschappelijk wonen, wooncoöperatie (particuliere collectieve 32
woonvormen), woonwerk woningen en wonen en zorg. De plekken met kansen voor bijzondere woonvormen zijn geduid op Figuur 10 (hieronder). In de noordelijke landschappelijke wierden worden totaal circa 700 woningen gerealiseerd, in het centrum circa 450-475 en in de landschappelijke wierden ten zuiden van de Leegeweg 675-700 woningen.
Figuur 10 Voorzieningen en bijzondere woonvormen (bron: Gebiedsvisie ‘De Nieuwe Held’, gemeente Groningen) Voorzieningen In ‘De Nieuwe Held’ is in het centrumgebied ruimte voor circa 4.000 m2 BVOvoorzieningen. Dit betreft een buurtwinkelcentrum van 2.500 m2, met moderne supermarkt van circa 1.500 m2 en circa 1.000 m2 ondersteunende functies (zoals een vers speciaalzaak, bloemist). Daarnaast is in het centrumgebied in de plinten van de bebouwing ruimte voor 1.500 m2 sociaal-maatschappelijke functies, zoals een gezondheidscentrum, WIJ punt of andere maatschappelijke dienstverlening. Ten slotte is in het centrum ook ruimte voor woon/werk-woningen. Ook op de landschappelijke wierden is werk aan huis mogelijk, denk daarbij aan een kapsalon of een administratiekantoor. Nadere uitwerking met betrekking tot de gewenste soorten beroep/bedrijf aan huis vindt plaats in de deelplannen. In het Hooihuis is mogelijk ruimte voor verbreding van de functiemogelijkheden, zodat de kans op een duurzame toekomst groter wordt. Herbestemming valt buiten het project ‘De Nieuwe Held’. Sport en onderwijs In de noordoosthoek van ‘De Nieuwe Held’ is ruimte voor een omnisportcomplex met 4 sportvelden en een clubgebouw. Voor het clubgebouw wordt onderzocht of het multifunctioneel inzetbaar kan zijn, bijvoorbeeld ook voor BSO/KDV en/of een buurtfunctie.
In het stadsdeelpark wordt ruimte gereserveerd voor openbare en uitdagende sport-, beweeg- en speelvoorzieningen. Op de grens van sportpark en stadsdeelpark is ruimte voor een nieuwe basisschool van 17 lokalen t.b.v. circa 425 leerlingen. Dit wordt de tweede basisschool náást de bestaande, bij Gravenburg (Aquamarijn en Feniks). Nabij de school moet ruimte 33
worden gereserveerd voor een kinderopvang, BSO en voor een binnensportvoorziening. Deze voorzieningen moeten vanaf de school veilig te voet bereikbaar zijn voor kinderen zonder oversteek van fietspaden of autowegen. Voor de sportvoorziening wordt mogelijk de koppeling met het clubgebouw op het naastgelegen sportcomplex gezocht. Eventueel is ruimte voor een extra sportzaal naast de bestaande school bij Gravenburg. Ten behoeve van de piek in aantal leerlingen in een nieuwe gezinswijk als ‘De Nieuwe Held’ moet rond ca 2035 voldoende onderwijsruimte beschikbaar zijn. Dit betreft een gebouw van 17 lokalen, t.b.v. circa 425 kinderen. Waar en hoe dit gebouw wordt gerealiseerd wordt t.z.t. bepaald (na 2030). Het is nog niet meegenomen in de (milieu)onderzoeken annex aan dit omgevingsprogramma.
4.5.2 Mobiliteit Voet & Fiets ‘De Nieuwe Held’ wordt een wijk voor de voetganger en fietser. Basisscholen, sporten wijkvoorzieningen bevinden zich in de wijk, dus op loop- of fietsafstand. De wijk is via meerdere fietsroutes goed aangesloten op het fietsnetwerk in de stad. De hoofdfietsroute langs de boulevard loopt grotendeels over ventwegen en het fietspad door het wijkpark is vrijliggend. De fietsstructuur is weergegeven op onderstaande figuur. Alle buurten in ‘De Nieuwe Held’ zijn ingericht op de voetganger. Langs de ventwegen en bij de buurtentrees, waar méér autoverkeer is, krijgt de voetganger een eigen ruimte. In straten met minder autoverkeer ontwerpen we 'leefstraten' straten in 1 materiaal en op 1 niveau, voor gemengd gebruik. Parkeren gebeurt zoveel mogelijk in parkeerhavens en op de eigen kavel, zo minimaal mogelijk als langsparkeren op/aan de straat.
Figuur 11 Verkeersontsluiting langzaam verkeer (bron: Gebiedsvisie ‘De Nieuwe Held’, gemeente Groningen)
34
Openbaar vervoer De Held I en Gravenburg worden in de toekomst beter op het openbaar vervoer aangesloten. De bestaande streeklijnen die door het gebied rijden worden gebundeld op de boulevard en worden aangevuld met een buslijn die waarschijnlijk vanaf het hoofdstation via Suikerzijde en ‘De Nieuwe Held’ naar Zernike gaat rijden. Met meerdere buslijnen op de boulevard ontstaat een hoogfrequente verbinding tussen ‘De Nieuwe Held’ en de rest van de gemeente. Bushaltes worden zo gepositioneerd dat ze een zo groot mogelijk aantal woningen ontsluiten. Ook komt er een halte in het centrum van ‘De Nieuwe Held’. Bij de bushaltes komen stallingen voor fietsers en richting Gravenburg en De Held I komen voetgangersbruggetjes, zodat ook vanuit dáár de bushaltes goed bereikbaar zijn. Auto ‘De Nieuwe Held’ en omliggende wijken worden via de boulevard - een nieuwe gebiedsontsluitingsweg - aangesloten op hun omgeving. Deze boulevard is deels 50 km/h en is in het centrumgebied ontworpen als GOW 30 km/h. Alle buurten in ‘De Nieuwe Held’ worden op de boulevard aangesloten. Dat gebeurt met één kruispunt voor buurten die tegenover elkaar liggen. De boulevard wordt ingericht met 2x1 rijstrook voor het autoverkeer. Buiten het centrum krijgt hij een brede middenberm en ventwegen erlangs. In het centrum krijgt hij een smaller profiel, met fietsstroken.
De aansluiting van ‘De Nieuwe Held’, Gravenburg en de Held I op hun omgeving is bepaald binnen de context van de MIRT westflank. Daar is o.b.v. milieuonderzoek besloten een knip te leggen tussen De held en Vinkhuizen, zodat sluipverkeer door Vinkhuizen voorkomen wordt. Een knip op de Kerkstraat wordt nog nader onderzocht. Gravenburg wordt via de Maresiusstraat en de Leegeweg aangesloten op de boulevard. De Held I wordt via de Leegeweg aangesloten op de boulevard. Bij de Maresiusstraat is dat met een rotonde. De exacte vormgeving van de aansluiting Leegeweg op de boulevard moet nog worden uitgewerkt.
Figuur 12 Verkeersontsluiting autoverkeer (bron: Gebiedsvisie ‘De Nieuwe Held’, gemeente Groningen) 35
Auto context: N355, doorfietsroute en Reitdiepplein De N355, aan de noordkant van de Held, zal in de toekomst worden verbreed en de aansluiting van de Noodweg op de N355, bij Slaperstil, zal verdwijnen. Langs de N355 wordt een doorfietsroute aangelegd. De aansluiting Reitdiepplein wordt als half klaverblad vormgegeven en er wordt gestudeerd op hoe de doorfietsroute het Reitdiepplein kruist. De uitwerking wordt gedaan búiten het project ‘De Nieuwe Held’, door het project ‘Ring west verbindt’ (provincie en gemeente). Als gevolg van de aanpak N355 moeten ook de functies tússen N355 en ‘De Nieuwe Held’ ánders worden ontsloten. Zij zijn nu direct op de N355 aangesloten en in de toekomst op de boulevard in ‘De Nieuwe Held’ óf Gravenburg. Dat geldt ook voor het beoogde MS-station van Enexis. Een voorlopige suggestie voor aansluiting is opgenomen in onderstaand kaartje met autostructuur. Deze wordt nog nader uitgewerkt.
4.5.3 Ecologie en groen
‘De Nieuwe Held’ wordt een natuurinclusieve wijk met een robuuste groenstructuur voor mens, plant en dier. De te realiseren groenblauwe en ecologische structuur is hieronder schematisch weergegeven. Donkergroen zijn de bestaande groengebieden (Eelderbaan, volkstuinen, Roegebos) buiten het plangebied. Deze zijn ‘bestaand kerngebied’ in de GES (gemeentelijke ecologische structuur) Binnen het plangebied is geel gemarkeerd het ‘stadsdeelpark’ en het park rondom de bestaande school. Deze gebieden hebben een functie voor mens én plant en dier. Het ‘stadsdeelpark’ ligt bewust op de grens tussen bestaande wijken en ‘De Nieuwe Held’, zodat bewoners van beide wijken er goed gebruik van kunnen maken. In het park worden robuuste groenblauwe verbindingen ten behoeve van onder andere vleermuizen gerealiseerd. Er worden verschillende biotopen aangelegd: natuurvriendelijke oevers, mantelzoom vegetaties met inheemse struiken, kruidenrijke vegetaties en bosschages. Lichtgroen op de kaart zijn brede groenblauwe zones met verbindende functie. Deels betreft dit bestaand kerngebied GES (langs Gravenburg), deels zijn het ‘te ontwikkelen verbindingen’ in de GES. De blauwgroene zones op de kaart betreffen de overige delen van de ‘contramal’, met een combinatie van water, groen, voetpaden en bescheiden mogelijkheden voor natuurlijk spelen.
In al deze groengebieden is ruimte voor verschillende biotopen: van water, tot natuurvriendelijke oevers, tot mantel-zoomvegetaties en op bescheiden schaal bosschages. Compensatie van verlies aan bestaande waarden (leefgebied van weidevogel en haas) gebeurt in de omgeving Dorkwerd en Leegkerk en wordt nader toegelicht in paragraaf 5.5.3.
36
Figuur 13 Ecologische verbindingen (bron: Gebiedsvisie ‘De Nieuwe Held’, gemeente Groningen)
37
4.5.4 Water en klimaat ‘De Nieuwe Held’ wordt een klimaatadaptieve wijk. Het toekomstig watersysteem in ‘De Nieuwe Held’ is weergegeven op onderstaande figuur.
Figuur 14 Waterhuishouding (bron: Gebiedsvisie ‘De Nieuwe Held’, gemeente Groningen) Het watersysteem is opgebouwd uit grotere en daarmee robuustere peilvakken dan de huidige. Het bevat brede watergangen, die een functie hebben voor het bergen van hemelwater in het plan én (deels) óók het water van omliggende wijken (Vinkhuizen, De Held I, Gravenburg) afvoeren. De dimensionering voldoet aan de eisen van het waterschap en de gemeente en is robuust. De drooglegging in de woonbuurten is ten minste 1,30 m. Dit maakt ophogen (circa 0,4-0,8 meter) noodzakelijk. Er wordt een gescheiden riolering aangelegd en hemelwater wordt niet naar de RWZI afgevoerd. Het systeem kan een piekbui van 90 mm verwerken en moet een 'bui08' (eens per twee jaar, inclusief 13% klimaatopslag) kunnen verwerken zonder dat water op straat ontstaat. Water-op-straat-situaties tijdens extreme neerslag zijn acceptabel, maar cruciale routes voor hulpdiensten (wegen met een snelheid van ≥ 50 km/uur) moeten te allen tijde beschikbaar blijven en mogen niet onbegaanbaar worden door water op straat (meer dan 15 cm).
Het systeem kan een piekbui van 90 mm verwerken, als volgt: • Ruim 20% van het hemelwater infiltreert direct in de bodem (tuinen, publiek groen) • Circa 25% wordt via de hemelwaterriolering richting oppervlaktewater afgevoerd; • Circa 55% wordt opgevangen in de wadi’s in het buurtgroen en het water inde contramal. 38
Het systeem gaat uit van gemiddeld bergen van 20mm water op alle private kavels. Bij de inrichting van nieuwe watergangen wordt rekening gehouden met machinaal onderhoud. Dit betekent dat oevers bij voorkeur een natuurlijk flauw talud krijgen of worden voorzien van plasbermen voor de veiligheid. Voor het beheer door een maaiboot of tractor dienen onderhoudspaden van minimaal 4 meter breed aanwezig te zijn. Om grondwateronderlast (droogte) tegen te gaan, is het uitgangspunt om hemelwater zo veel mogelijk lokaal in de bodem te infiltreren. Er wordt ingezet op minimale gesloten verharding en het stimuleren van open bodem (20% tot 35%).
4.5.5 Archeologie en erfgoed Het plan voor ‘De Nieuwe Held’ gebruikt de referentie van een ‘wierde’ als kernkwaliteit voor de opzet van de wijk. De Leegeweg, een oude weg die kenmerkend is voor het landschap ter plekke, wordt ingepast in het plan en krijgt specifieke bebouwingsregels die ervoor zorgen dat nieuwbouw goed aansluit bij de karakteristiek van bestaande woningen en boerderijen langs deze weg. Ook het profiel van de weg – inclusief groene bermen en sloten aan weerszijden – vormt een referentie naar de cultuurhistorische karakteristiek. De richting van de agrarische verkaveling wordt waar mogelijk als onderlegger gebruikt voor de inrichting van het stedenbouwkundig plan. In het stadsdeelpark worden bestaande sloten én het bestaande maaiveld niveau zoveel mogelijk behouden. Inpassing van restanten van oude kreken is niet mogelijk, omdat het maaiveld moet worden opgehoogd. Waar mogelijk wordt in het buurtgroen en/of het stadsdeelpark, referenties naar de in het gebied aangetroffen oude bewoningsresten ontworpen. Het plan voor ‘De Nieuwe Held’ is waar mogelijk aangepast op de archeologische waarden: • De woonontwikkeling blijft búiten het archeologisch monument rondom het Hooihuis dat sinds 2016 beschermd is; • Het ontwerp voor de nieuwe basisschool en haar omgeving wordt aangepast op de vindplaats ter plekke.
Op/rond de andere vindplaatsen is planaanpassing niet mogelijk. Daar zal worden opgegraven. Voor nadere duiding zie paragraaf 5.5.5.
4.5.6 Duurzaamheid en energie ‘De Nieuwe Held’ wordt gasloos en te realiseren woningen voldoen aan de wettelijke eisen voor energieprestaties (BENG). Er wordt ingezet op een collectief warmtesysteem in het meer compacte centrumgebied. De landschappelijke wierden hebben een te lage dichtheid voor een collectief warmtesysteem. Ten noordwesten van de wijk, tegen de N355 komt een Transport Verdeel Station van Enexis. Dit heeft een bovenwijkse functie als verdeelstation voor alle noordwestelijke wijken, inclusief Zernike. Het heeft een ruimtebeslag van ruim 1.500 m2, wordt groen ingepast en krijgt een eigen ontsluiting buiten de wijk ‘De Nieuwe Held’ om. De hoofdtracés elektriciteit van en naar dit station moeten óók in ‘De Nieuwe Held’ worden ingepast. In de woonbuurten worden bij de start van het ontwerp voldoende pacto's (verdeelkasten voor stroom) meegenomen. Op de landschappelijke Wierden worden pacto’s op weinig gevoelige plekken in de openbare ruimte ingepast, bijvoorbeeld in parkeerkoffers. In het centrumgebied is er sprake van een compact stedelijk milieu. 39
Hier is het streven om de pacto’s niet in de openbare ruimte opnemen, maar in de bouwvelden (bijvoorbeeld gekoppeld aan een fietsenberging) of in gebouwen. Hiervoor is gekozen omdat in compacte stedelijke milieus de openbare ruimte schaars is en de we de leefkwaliteit op straat en de ruimte voor spelen, verblijf, water en groen het primaat geven.
40
5. Milieu en omgevingsaspecten 5.1 Inleiding
In dit hoofdstuk worden de wijzigingen in het plan voor ‘De Nieuwe Held’ toegelicht ten opzichte van het huidige planologisch-juridische kader, zoals samengevat in hoofdstuk 2. Paragraaf 5.2 beschrijft deze aanpassingen, zodat duidelijk wordt welke veranderingen er zijn en waarom deze relevant zijn. Vervolgens zijn deze wijzigingen beoordeeld in de plan-mer, zoals uitgewerkt in paragraaf 5.3. Daarnaast worden ze, waar nodig, getoetst aan het beleid en de regelgeving in paragraaf 5.4, waarbij verschillende omgevingsaspecten aan bod komen.
5.2 Belangrijkste wijzigingen t.o.v. vigerend juridischplanologisch kader De Gebiedsvisie ‘De Nieuwe Held’ bevat in haar ruimtelijke en programmatische opzet wijzigingen ten opzichte van het vigerend juridisch-planologisch kader. Deze worden in deze pararaaf kort toegelicht. In de navolgende paragrafen worden de wijzigingen onderbouwd en getoetst. De wijzigingen betreffen programmatisch: • Een toename van 1.600 naar 1.850 woningen • Van 100% vrije sector en géén sociale woningbouw naar 50% betaalbare woningen, bestaand uit 20% goedkope huur/koop en 30% sociale huur; • Van géén naar wél een buurtwinkelcentrum met moderne supermarkt en ondersteunende functies; • Van één naar ten minste een tweede basisschool, mogelijk op lange termijn een derde; • Van Drents water via een watergang versneld afvoeren naar een klimaatbestendige wijk (en de Onlanden als buffer voor Drents water); • Een nieuw stadsdeelpark en een robuuste groenblauwe structuur; • Een extra sportzaal of gymza(a)l(en) t.b.v. de basisscholen; • Omnisportpark met clubgebouw met bovenwijkse functie; • Aanpassing op incorporatie beschermd erfgoed (gebouwd en archeologie); • Niet alleen de Leegeweg, maar óók de Maresiusstraat als verbinding Kerkstraathoofdontsluiting. Ruimtelijk laten onderstaande beelden zien waar de wijzigingen zitten. De wijzigingen worden in paragraaf 5.4 en 5.5 toegelicht en onderbouwd.
41
Figuur 15 Bestemmingsplan De Held III
Figuur 16 Functiekaart 'De Nieuwe Held'
5.3 Toets aan mer-wetgeving 5.3.1 Plan-mer-beoordeling
Programma's onder de Omgevingswet kunnen plan-mer-plichtig zijn wanneer zij activiteiten omvatten met aanzienlijke milieugevolgen. Dit geldt met name voor omvangrijke gebiedsontwikkelingen of projecten die betrekking hebben op water, infrastructuur en grootschalige woningbouw. Voor het projectgebied ‘De Nieuwe Held’ is een plan-mer-beoordeling uitgevoerd. Een plan-mer-beoordeling (milieueffectrapportage-beoordeling) is bedoeld om vast te stellen of een voorgenomen ontwikkeling mogelijk aanzienlijke milieugevolgen kan hebben, en of daarom een milieueffectrapport (MER1) moet worden opgesteld. De ontwikkeling van ‘De Nieuwe Held’ valt onder onderdeel J11 van bijlage V van het Omgevingsbesluit: “stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen”. Voor dit onderdeel gelden geen drempelwaarden; daarom is beoordeeld of op basis van de aard en omvang van het plan een mer-beoordeling aan de orde is. Hoewel het plangebied grotendeels al juridisch planologisch bestemd is als woongebied in het gemeentelijk omgevingsplan en er slechts beperkt sprake is van nieuw ruimtebeslag of functiewijziging, wijkt het beoogde programma inhoudelijk op onderdelen af van eerdere plannen. Op basis daarvan is de ontwikkeling alsnog als stedelijk ontwikkelingsproject aangemerkt.
1
Het is gebruikelijk om ‘mer’ met kleine letters te schrijven als het gaat om de merprocedure en mer-beoordelingen. ‘MER’ met hoofdletters wordt gebruikt voor het rapport dat volgt uit een wettelijke plicht.
42
De gemeente Groningen heeft een totale oppervlakte van 19.796 hectare (197,96 km²). Het gebied ‘De Nieuwe Held’ omvat circa 98 hectare (0,98 km²) en beslaat daarmee ongeveer 0,495% van het totale gemeentelijke grondgebied. Hiermee valt het binnen de in jurisprudentie gehanteerde ondergrens voor de kwalificatie als een klein gebied. Het bevoegd gezag heeft beoordeeld dat het omgevingsprogramma een kaderstellend beleidsdocument is dat ontwikkelprincipes, bandbreedtes en fasering bevat voor De Nieuwe Held. Het legt geen juridisch bindende locatiespecifieke bouwrechten vast en bevat geen directe nieuwe toelatingsbeslissingen; deze volgen bij de opvolgende uitwerkingen met (B)OPA’s per deelplan. De beoordeling op programmaniveau richt zich daarom op de vraag of, gegeven aard, omvang en locatie van de ontwikkeling, waarschijnlijk belangrijke milieugevolgen te verwachten zijn (bijlage II SMB richtlijn). De ontwikkeling betreft in overwegende mate een actualisatie binnen een reeds bestaand planologisch kader (bestemming wonen en voorzieningen sinds 2009), met een beperkte uitbreiding en herschikking van functies (o.a. maximaal 1.850 woningen; toevoeging wijkcentrum, sport en tweede school). De ruimtelijke hoofdstructuur (groen blauwe contramal, wierdenprincipe, boulevard) borgt dat milieueffecten voorspelbaar en mitigeerbaar zijn bij de opvolgende besluiten.
Gezien de beperkte planologische afwijkingen t.o.v. het vigerende kader, de gebiedsomvang (~98 ha ≈ 0,495% gemeentelijk grondgebied) en de uitkomsten per milieuonderwerp (geen aanwijzingen voor significante negatieve effecten), is een plan MER niet noodzakelijk en volstaat een plan mer beoordeling (daarna volgen uitwerkingen per deelplan inclusief bijbehorende project mer beoordelingen). Een directe plan-mer-plicht is daarom niet aan de orde.
5.3.2 Toetsing en conclusie
Voor het voornemen is een aparte plan-mer-beoordeling opgesteld. Deze beoordeling is als bijlage II bij dit omgevingsprogramma toegevoegd. In deze mer-beoordeling zijn de milieueffecten van de toevoeging van 250 woningen aan het reeds toegestane programma voor ‘De Nieuwe Held’ en de bijbehorende voorzieningen beoordeeld. De beoordeling is uitgevoerd op basis van de relevante criteria uit bijlage II van de SMBrichtlijn. Hierbij is gekeken naar zowel de kenmerken van het programma als naar de aard, omvang en locatie van mogelijke milieueffecten. Het betreft hier een globale plan-mer-beoordeling op programmaniveau. De voorgenomen ruimtelijke inrichting is in grote lijnen beschreven en getoetst aan de relevante milieukundige aspecten. Uit de beoordeling blijkt dat, gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en de wijze van inpassing, er op dit moment geen aanwijzingen zijn voor significante negatieve milieueffecten. Er zijn daarom geen gronden om een volledige mer-procedure te starten. Een dergelijke procedure zou in dit stadium ook geen aanvullende inzichten opleveren voor de besluitvorming.
5.4 Omgevingsaspecten - Ruimtelijke opzet en beeldkwaliteit In deze paragraaf wordt getoetst in hoeverre het plan wat betreft ruimtelijke opzet en beeldkwaliteit past in het geldende beleid. De ontwikkeling ‘De Nieuwe Held’ vormt een directe uitwerking van de Omgevingsvisie: er wordt gebouwd binnen de contouren van bebouwd gebied, met nabijheid en leefkwaliteit als centrale principes. Met de Gebiedsvisie ‘De Nieuwe Held’ wordt op de meeste overgangen naar omliggende wijken de nieuwe bebouwing op 43
grotere afstand van bestaande bebouwing gelegd, dan op grond van het vigerende kader (bestemmingsplan de Held III) mogelijk is. De tussenruimte wordt ingevuld met de functie ‘groen’ met ruimte voor groen, water en parkinrichting. Dit is gunstig voor omliggende woningen. Ook is het zo dat de forse aaneengesloten bestemming ‘Woongebied’ uit het vigerend kader wordt vervangen door kleinere woonvlekken, met groen omgeven, ook dat is gunstig voor de leefkwaliteit. Rondom beschermd erfgoed (zowel gebouwd als archeologisch) wordt meer ruimte gecreëerd. Het archeologische monument rondom het Hooihuis wordt volledig vrijgelaten van bebouwing. Ter plaatse van de nieuwe school wordt de locatie van de bebouwing afgestemd op de aanwezige archeologische waarden. Op twee plekken biedt de Gebiedsvisie de mogelijkheid tot nieuwe bebouwing, daar waar dat in het vigerend bestemmingsplan niet mogelijk was: in de noordwesthoek bij Gravenburg en de tweede basisschool en het sportpark. Dit wordt in onderstaande tekst toegelicht en onderbouwd. De plekken waar hogere bebouwing dan de basishoogte is toegestaan zijn eveneens gewijzigd. Ook dat wordt hierna onderbouwd. Ten slotte wordt aandacht besteed aan hoe ruimtelijke kwaliteit (welstand) geborgd wordt, gegeven het feit dat er veel betaalbaar en fabrieksmatig gebouwd moet worden.
Bebouwing hoek Gravenburg Er is gekozen voor het mogelijk maken van één bouwblok in het groen, in de noordwesthoek bij Gravenburg. Dat is gedaan om het aantal van 1.850 woningen te kunnen halen en om de boulevard in deze bocht ruimtelijk te begeleiden met bebouwing. Om te kunnen bepalen of inpassing van dit bouwvolume geen onevenredige aantasting oplevert in relatie tot de omgeving, is extra onderzoek verricht. Varianten met appartementen (op een kleiner grondvlak) en met grondgebonden woningen (op een groter grondvlak) zijn 3D-modellen verbeeld in hun omgeving. Dit onderzoek is gebruikt om de contouren van het bouwvlak te bepalen en randvoorwaarden voor uitwerking te definiëren. Dit zijn de volgende: • Voldoende ruimte voor een brede groen/blauwe verbinding langs de bestaande sloot, zodat de ecologische verbinding blijft functioneren; • Ruimte voor opgaand groen in deze groenzone, ten behoeve van borging privacy omwonenden; • Bouwvlak op voldoende afstand tot bestaande bebouwing. In de gebiedsvisie is nog niet bepaald of dit blok als appartementen of grondgebonden woningen wordt uitgewerkt. De contouren van het bouwvlak zijn in de functiekaart geënt op grondgebonden woningen, terwijl de hoogte (maximaal 4 lagen, 15 meter) afgestemd is op appartementen.
Daarbij hoort de uitdrukkelijke toezegging dat áls het appartementen worden, het maximale bouwvlak NIET wordt benut, maar gekozen wordt voor een kleiner bouwvlak. Tevens zal het plan te zijner tijd in overleg met omwonenden worden uitgewerkt. Daarbij staat het waarborgen van de privacy van omwonenden centraal en wordt gestreefd naar het tot een minimum beperken van mogelijke hinder. Sportpark en school Tussen de volkstuinen en De Held 1 wordt ruimte geboden voor de ontwikkeling van een nieuwe basisschool, eventueel in combinatie met een gym- of sportzaal en een kantine voor het sportpark. 44
De beoogde locatie voor de school is zorgvuldig gekozen en uit functioneelruimtelijke overwegingen bijzonder geschikt. Gelegen aan de rand van het stadsdeelpark en direct grenzend aan het sportpark ontstaat een groene, gezonde en sportieve leeromgeving voor kinderen, met volop ruimte voor bewegen en buitenspelen terwijl voldoende afstand tot de bestaande woonbebouwing behouden blijft. Bij de verdere planuitwerking wordt ingezet op het zoveel mogelijk beperken van eventuele omgevingsimpact. Archeologische waarden en bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden. Er wordt geen nieuwe autoverbinding naar Vinkhuizen gerealiseerd en ook geen brug naar de aangrenzende woonbuurt, om extra verkeersdruk en parkeeroverlast in te voorkomen. Er wordt gezorgd voor voldoende parkeergelegenheid in nabijheid van de school, het parkeerterrein van het sportpark is op loopafstand gelegen. Bouwhoogte De locaties binnen ‘De Nieuwe Held’ waar hogere bebouwing mogelijk is, zijn gewijzigd ten opzichte van wat in 2009 in het bestemmingsplan, onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, is vastgelegd. De hogere bouwhoogten zijn voornamelijk geconcentreerd in het centrumgebied, waar de functies en de ruimtelijke uitstraling stedelijker zijn en waar ruimte is voor een grotere programmatische dichtheid. Binnen het centrumgebied is het hoogteverloop zorgvuldig opgebouwd.
De grootste bouwhoogten bevinden zich in het hart van het centrumgebied, met accenten langs de boulevard en aan het centrumplein. Vanuit dit kerngebied nemen de bouwhoogten geleidelijk af richting de omliggende woongebieden, waardoor de ruimtelijke en visuele impact op de omgeving beperkt blijft. Ook op logische en ruimtelijk passende plekken op de noordelijke en zuidelijke wierden is hogere bebouwing mogelijk, bijvoorbeeld op beeldbepalende hoeken bij de overgang naar het centrumgebied en bij belangrijke wijkentrees. Deze hoogteaccenten dragen bij aan de herkenbaarheid van en oriëntatie in de wijk. Hoewel de locaties waar hogere bouwhoogten zijn toegestaan afwijken van waar dit volgende vigerende regels is toegestaan, leidt dit niet tot een negatief effect op de omgeving. Door de concentratie van hoogte in het centrum, het geleidelijke afbouwen naar de randen en de zorgvuldige inpassing aan de wijkranden blijft de ruimtelijke kwaliteit richting de omgeving gewaarborgd en wordt overlast, zoals schaduwwerking of aantasting van privacy tot een minimum beperkt. Welstand In ‘De Nieuwe Held’ worden relatief veel betaalbare woningen gerealiseerd waarvan een deel fabrieksmatig wordt gebouwd. De ruimtelijke kwaliteit van het plan als geheel wordt geborgd door de groene kwaliteit van de openbare ruimte als belangrijkste drager van het stedenbouwkundig ontwerp te hanteren.
Daarnaast worden per deelgebied beeldkwaliteitsplannen opgesteld waarin eisen worden gesteld aan de architectonische kwaliteit. Daarbij is specifieke aandacht voor de inpassing van betaalbare, fabrieksmatig gerealiseerde woningen. Deze woningen worden zorgvuldig gepositioneerd, waarbij zichtlocaties en beeldbepalende plekken bij voorkeur worden ingevuld met bebouwing met een kwalitatief hogere architectonische uitstraling. Tegelijkertijd worden ook aan fabriekswoningen duidelijke eisen gesteld ten aanzien van variatie, materialisering en detaillering, 45
zodat monotone bebouwing wordt voorkomen en een samenhangend aantrekkelijk straatbeeld ontstaat. Door deze combinatie van een hoogwaardige openbare ruimte en heldere beeldkwaliteitseisen wordt de omgevingskwaliteit in ‘De Nieuwe Held’ duurzaam geborgd. Conclusie en aanbevelingen uitwerking • ‘De Nieuwe Held’ wordt ontwikkeld als duidelijke uitwerking van de Omgevingsvisie met de compacte stad, nabijheid, leefkwaliteit als cruciale ruimtelijke principes; • Negatieve effecten op de omgeving als gevolg van wijzigingen in locatie en bouwhoogte van bebouwing worden zoveel mogelijk voorkomen; • Verdere planuitwerking van het bouwblok in het groen in noordwestelijke hoek nabij Graven-burg wordt in nauwe afstemming met omwonenden vormgegeven; • Bij de uitwerking van het omgevingsprogramma in deelplannen moet worden voorzien in heldere kaders voor de beeldkwaliteit en omgevingskwaliteit van bebouwing en openbare ruimte en de onderbouwing daarvan, Daarbij zijn de principes uit dit omgevingsprogramma leidend; • Bij de uitwerking van het omgevingsprogramma in deelplannen moet voor zover relevant (bijvoorbeeld in het centrumgebied) worden aangesloten op de uitgangspunten van het Handboek Hoger Bouwen en de Leidraad openbare ruimte.
5.5 Omgevingsaspecten – thematisch In paragraaf 4.5 is het plan voor ‘De Nieuwe Held’ thematisch toegelicht. In deze paragraaf worden voor dezelfde thema’s de omgevingseffecten, de relatie met beleid en onderzoeken geduid. Dilemma’s en aandachtspunten die uit de confrontatie van verschillende sectorale ambities komen worden geduid, evenals hoe daarmee is omgegaan in het plan. Elk thema wordt afgesloten met een conclusie en aandachtspunten voor uitwerking.
5.5.1 Wonen, werken, voorzieningen Wonen ‘De Nieuwe Held’ is één van de grote woningbouwlocaties en draagt in belangrijke mate bij aan de kwantitatieve én kwalitatieve ambities uit de Omgevingsvisie, het Volkshuisvestingsplan 2026 en de visie op wonen en zorg. ‘De Nieuwe Held’ maakt deel uit van de verstedelijkingsstrategie voor de Regio Groningen-Assen. De aanvulling van 150 woningen op het oorspronkelijke genoemde aantal draagt bij aan de landelijke woningbouwopgave die benoemd is in de Nationale Woon- en Bouwagenda. In de regio is afgesproken het woningaantal te updaten nadat het plan verder is uitgewerkt. De exacte woningbouwprogrammering wijkt af van het uitgangspunt om 2/3 van de woningen in het betaalbare segment te realiseren. Er is in ‘De Nieuwe Held’ voor gekozen om dit aandeel lager te leggen: op 50%. Dat is gedaan omdat ‘De Nieuwe Held’ gezien wordt als locatie voor doorstroming, voor huishoudens in NoordwestGroningen. Door deze doorstroming komen er in de bestaande woningvoorraad meer starterswoningen vrij waarmee het plan indirect bijdraagt aan de beschikbaarheid van betaalbare huisvesting. Gelijktijdig is het aandeel sociale huur in het project geborgd op minimaal 30% waarmee een belangrijke bijlage wordt geleverd aan de toegankelijkheid van de woningmarkt.
46
Het plan voorziet (nog) niet in de in het Volkshuisvestingsplan 2026 geduide opgave om 10% van het programma voor bijzondere woonwensen te benutten. Deze 10% is onderdeel van de 400 woningen die de gemeente zelf zal realiseren. Verder zien we kansen om in het centrumgebied geclusterde woningen voor ouderen te realiseren. Conclusie en aanbevelingen uitwerking • Vanwege het belang van de locatie voor doorstroming wordt voor ‘De Nieuwe Held’ afgeweken van het uitgangspunt om tweederde van de woningen in het betaalbare segment te realiseren; • Van het woningbouwprogramma voor ‘De Nieuwe Held’ is 50% betaalbaar met een minimaal aandeel van 30% sociale huur; • Per deelplan dient een woningbouwprogramma te worden vastgesteld die rekening houdt met de uitgangspunten uit het omgevingsprogramma; • Bij de uitwerking in deelplannen dient rekening te worden gehouden met de doelgroepenverordening en de huisvestingsverordening. Voorzieningen-retail De realisatie van het buurtcentrum in ‘De Nieuwe Held’ is een bewuste keuze, gericht op het versterken van leefbaarheid, nabijheid en het realiseren van dagelijkse voorzieningen op loop- en fietsafstand. Bij de verdere uitwerking blijft het uitgangspunt van een kleinschalig en passend voorzieningenniveau leidend, ook in situaties waarin de markt terughoudend is, bijvoorbeeld bij de realisatie van een kleinere supermarkt.
De omgevingseffecten van de buurtvoorzieningen zijn beperkt. Door de schaal, positionering en het karakter van de voorzieningen is er geen of nauwelijks sprake van negatieve effecten voor de omgeving zoals overmatige verkeersdrukte en hinder als gevolg daarvan. Op basis van distributieplanologisch onderzoek is de keuze gemaakt om nieuwe voorzieningen toe te voegen in ‘De Nieuwe Held’ en De Suikerzijde. In beide ontwikkelingen is ruimte voor toevoeging van een supermarkt en andere dagelijkse voorzieningen. In ‘De Nieuwe Held’ zal dit een buurtsupermarkt zijn, In De Suikerzijde is op termijn mogelijk ruimte voor een tweede supermarkt. Bij voorkeur zal dit dan een verplaatsing zijn uit een bestaande wijk, zodat het totale voorzieningenniveau in balans blijft. Conclusie en aanbevelingen uitwerking • Het plan voldoet aan de uitgangspunten van het geldende retailbeleid. • Ruimte geven aan een buurtwinkelvoorziening incl. (kleine)supermarkt, ten behoeve van het borgen nabijheid en leefkwaliteit in de wijk. Onderwijs, sport en overige voorzieningen Met de realisatie van een omnisportcomplex en tweede basisschool vormt ‘De Nieuwe Held’ een concrete uitwerking van het Masterplan Sport en het onderwijsprogramma Gro Up. Het sportpark heeft een wijk overstijgende functie en is zo gepositioneerd dat het per auto, fiets en OV goed bereikbaar is.
Autoverkeer van/naar het sportpark en school zorgt niet voor overlast in de wijk, omdat het park een eigen entree heeft, buiten de woonbuurten om. Er worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd t.b.v. sport en school, conform de parkeernormen. Het parkeerterrein kent dubbelgebruik en wordt efficiënt benut. De ruimte t.b.v. realisatie basisschool en sportpark is beperkt en er moet rekening gehouden worden met archeologische en ecologische waarden, dit vraagt efficiënte inrichting. Conclusie en aanbevelingen uitwerking 47
• •
• •
• •
De ontwikkeling van sport en scholen in ‘De Nieuwe Held’ sluiten naadloos aan bij de ambities uit gemeentelijk beleid; Locatie van sport en school zorgen niet voor nadelige effecten op de omgeving (zie ook paragraaf 5.5.1 en 5.5.7). Alleen voor het aspect archeologie is nader onderzoek nodig om de locatie van de bebouwing af te stemmen op de contouren van het potentiële archeologisch monument; Het verdient aanbeveling om de realisatie van sportpark en school als één integraal deelplan uit te werken, zodat slimme combinaties van functies goed gelegd kunnen worden; Bij de uitwerking van het onderwijsprogramma vraagt de huisvesting van de piek – verwacht rond 2035 - aandacht. De locatie en opzet van de school en van de aan school gekoppelde functies dienen te zijner tijd afgestemd te worden op de capaciteit van omliggende bestaande scholen; Benut kansen voor multifunctioneel en flexibel gebruik van voorzieningen ten behoeve van een breed en divers activiteitenaanbod; Zelfstandige verplaatsingen van jonge kinderen vereisen een goede verkeersveiligheid voor voetgangers.
5.5.2 Mobiliteit
De ontwikkeling van ‘De Nieuwe Held’ sluit naadloos aan bij het vigerende mobiliteitsbeleid, de gemeentelijke fietsstrategie, de leidraad openbare ruimte, de principes uit ‘Groningen gezond’ en de Ontwikkelagenda Westflank. Het plan vormt een lokale uitwerking van de principes van nabijheid, fiets en voetganger centraal, actieve mobiliteit. Het realiseert de fiets-, auto- en OV-structuur die in beleid is weergegeven. Net als in het vigerende bestemmingsplan (De Held III) bevat het plan voor ‘De Nieuwe Held’ een nieuwe hoofdontsluiting voor de omliggende wijken. Wel wijzigt de exacte ligging van deze hoofdontsluiting. Hij komt centraler ten opzichte van de woonbuurten te liggen. Daarnaast wordt in het nieuwe plan niet alleen de Leegeweg, maar ook de Maresiusstraat benut als route voor de aansluiting van Gravenburg op de hoofdontsluiting. De Maresiusstraat krijgt hiervoor de functie 'verkeer' in de plankaart bij het omgevingsprogramma. Deze keuze draagt bij aan evenwichtige verdeling van de verkeersstromen en voorkomt een te zware belasting van één enkele route. Met de ontwikkeling van ‘De Nieuwe Held’ neemt het verkeer in het gebied toe en verandert de verkeersrouting, ook voor omwonenden. De ontsluitingsstructuur is ontworpen o.b.v. onderzoek naar de intensiteiten op de gebiedsontsluitingswegen – zowel op westflank niveau als voor ‘De Nieuwe Held’ in haar directe omgeving.
Uit dit onderzoek is gebleken dat de ontsluiting verkeerskundig uitvoerbaar is en er een samenhangende verkeersstructuur gerealiseerd kan worden. De structuur zorgt ervoor dat de intensiteiten op de wegvakken van de belangrijkste ontsluitende wegen in/om ‘De Nieuwe Held’ passen bij de voorgestelde inrichting en omgevingseffecten beperken. Naast de hoofdstructuur zijn aanvullende keuzes gemaakt om autoverkeer gericht te geleiden, de leefkwaliteit in de woonbuurten te waarborgen en veiligheid voor voetgangers en fietsers te genereren: • Het sportpark krijgt een eigen ontsluiting buiten de woonbuurten van ‘De Nieuwe Held’ om; • Een nieuwe functies in het Hooihuis (Friesestraatweg 422) wordt ontsloten via een eigen aansluiting direct op de boulevard, buiten de woonbuurten; 48
•
Elke woonbuurt krijgt een eigen ontsluiting op de boulevard waardoor doorgaand verkeer in de woonstraten wordt voorkomen en deze primair voor bestemmingsverkeer wordt gebruikt.
Voor alle buurten ten noorden van de Leegeweg is onderzocht welke woningbouwopgave gerealiseerd kan worden met inachtneming van de parkeereisen conform de geldende parkeernormen. Alle buurten zijn hiervoor uitgewerkt op het niveau van een stedenbouwkundig schetsontwerp, waarin zowel de woning typologieën als de volledige parkeeropgave zijn meegenomen. Het woningbouwprogramma van maximaal 1.850 woningen is rechtstreeks gebaseerd op deze studie. Door dit gedetailleerd onderzoek kan in dit omgevingsprogramma worden onderbouwd dat dit aantal woningen haalbaar is, inclusief de daarbij behorende parkeercapaciteit, conform de geldende parkeernormen. Conclusie en aanbevelingen uitwerking • Het plan voor ‘De Nieuwe Held’ sluit aan bij mobiliteitsbeleid en zorgt niet voor onevenredige (milieu)effecten; • Uit onderzoek blijkt dat er een samenhangende verkeersstructuur gerealiseerd kan worden tussen de verschillende wijken; • Ook blijkt dat er in het gebied voldoende ruimte is om de parkeerbehoefte conform de geldende parkeernormen, te realiseren; • Elk deelplan moet worden uitgewerkt conform de dan geldende parkeernorm.
Er moet bij de BOPA van het deelplan worden aangetoond dat hieraan wordt voldaan; • Bij de verdere uitwerking in deelplannen en concrete inrichtingsplannen voor de openbare ruimte vraagt de fietsveiligheid ter plaatse van de Leegeweg, door het centrum van ‘De Nieuwe Held’ en bij de rotonde Aquamarijnpad – hoofdontsluiting aandacht; • Bij de uitwerking in deelplannen dient rekening te worden gehouden met de ontwerpleidraad Leefkwaliteit Openbare ruimte.
5.5.3 Ecologie en groen
De ontwikkeling van ‘De Nieuwe Held’ wijkt op onderdelen af van het vigerende planologisch kader en heeft effecten op de aanwezige natuurwaarden. In deze paragraaf wordt toegelicht hoe hiermee wordt omgegaan. Gemeentelijke Ecologische Structuur De ontwikkeling van ‘De Nieuwe Held’ is consistent met het gemeentelijk planologisch kader voor groen en ecologie: de robuuste groenblauwe structuur in het plan sluit één op één aan bij de ‘Gemeentelijke Ecologische Structuur’ (GES). De gebiedsvisie bevat (veel) méér van de functie (bestemming) groen, dan het vigerend bestemmingsplan en dit groen ligt dáár waar ook de GES (bestaand en te ontwikkelen) is geduid. De te realiseren groenstructuur draagt daarmee bij aan de beleidsambities uit de GES. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in of nabij Natura 2000-gebieden en maakt ook geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland of Overig bos- en natuurgebied buiten NNN. Het plangebied ligt ook op grote afstand van Ganzenfoerageergebieden. Op deze beschermde gebieden en natuurwaarden wordt geen effect verwacht. Enige uitzondering hierop is dat het plan mogelijk wel effect kan hebben op verder liggende Natura 2000-gebieden vanwege stikstofemissie. Daarnaast gaat door de ontwikkeling areaal ‘leefgebied weidevogels’ verloren. Hieronder wordt op beide onderwerpen ingegaan. 49
Stikstof Het omgevingsprogramma is geen vergunning plichtig besluit in de zin van de Wet natuurbescherming, maar moet wel aannemelijk maken dat de uitvoering van ‘De Nieuwe Held’ binnen de geldende stikstof-kaders kan plaatsvinden. De project specifieke beoordeling volgt bij de vergunningverlening per (B)OPA. Voor het project is wel de referentiesituatie, de voorgenomen ontwikkeling en de strategie om tot een juridisch houdbare uitvoering te komen ten aanzien van stikstof, onderzocht. In de regio zijn met name de Natura 2000-gebieden Lieftinghsbroek, Zuidlaardermeergebied en Drentsche Aa relevant in relatie tot stikstofgevoelige habitattypen en kritische depositiewaarden (hierna: KDW’s). De huidige deposities zijn hoog, maar de gebiedsontwikkeling draagt — gelet op aard en omvang — beperkt bij in de gebruiksfase. De belangrijkste effecten in de aanlegfase en gebruiksfase zijn: • Aanlegfase: tijdelijke emissies door bouwverkeer en materieel. Deze worden geminimaliseerd via inzet van elektrisch/emissiearm materieel, slimmere logistiek en gefaseerde uitvoering; • Gebruiksfase: beperkte additionele verkeersbewegingen. De mobiliteitsstrategie (fiets/OV gericht, autoluwe opzet en deelmobiliteit) houdt de bijdrage laag.
Om te beoordelen of het omgevingsprogramma uitvoerbaar is met het oog op de stikstofdepositie die zal ontstaan als gevolg van de uitvoering van het omgevingsprogramma, is onderzocht of de stikstof-depositiebijdrage significante gevolgen kan hebben voor de Natura 2000-gebieden. Dit is onderzocht in de vorm van een uitvoerbaarheidstoets. De rapportage van de uitvoerbaarheidstoets is als bijlage bij de plan-mer-beoordeling gevoegd. Uit de toets blijkt dat het project niet leidt tot significante gevlogen voor de instandhoudingsdoelstelling uit voornoemde beoordeelde Natura 2000-gebied. Dat betekent dat het omgevingsprogramma uitvoerbaar is met oog op de gevolgen voor de omliggende Natura 2000-gebieden. Het programma legt geen stikstofruimte vast en vervangt geen natuurvergunning. Bij concrete deelplannen volgt een project specifieke AERIUS-berekening en — indien nodig — een passende beoordeling met mitigerende maatregelen en/of salderen. Samengevat zijn er voor dit omgevingsprogramma niveau geen aanwijzingen dat stikstof een onoverkomelijke belemmering vormt. De combinatie van emissiearm bouwen, duurzame mobiliteit en een zuinig energieconcept én de beoordeling van de extra depositiebijdrage door het project in de uitvoerbaarheidstoets, maakt de realisatie niet evident onuitvoerbaar. De juridische borging vindt plaats per (B)OPA.
Het thema stikstof vormt geen aanleiding voor een MER-plicht. Provinciaal beschermde gebieden – Leefgebied weidevogels De ontwikkeling van ‘De Nieuwe Held’ zorgt voor 31 hectare areaalverlies ‘leefgebied weidevogels’, zoals dat is beschermd in de provinciale Omgevingsverordening en heeft effect op circa 26 ha ‘leefgebied weidevogels’ direct ten zuiden van het plangebied (polder Oude Held). Het verdient aanbeveling dat de provincie in de toekomst de POV wijzigt en het deel van het ‘Leefgebied Weidevogels’ ter plaatse van het zuidelijk deel van ‘De Nieuwe Held’, niet meer als zodanig duidt. Dat draagt bij aan eenduidigheid van provinciaal beleid. Immers: de provincie heeft vanaf 2016 in haar Omgevingsvisie ditzelfde gebied óók als ‘Stedelijke gebied’ aangewezen, heeft de regionale woningbouwafspraken ondertekend én de Ontwikkelagenda Westflank. Voor zowel provincie als gemeente geldt dat deze planologische wijziging plaatsvindt onder voorwaarde dat er eerst goede compensatie plaatsvindt voor 50
weidevogels als gevolg van het plan voor ‘De Nieuwe Held’. Een en ander zoals toegelicht op de volgende pagina en vastgelegd in een Bestuursovereenkomst tussen gemeente en provincie. Soortenbescherming De ontwikkeling van ‘De Nieuwe Held’ zal effect hebben op de in het gebied aanwezige soorten en zal leiden tot een nieuw soort natuur, met ándere soorten en habitats dan de huidige. In 2025 is een ecologische beoordeling (Quickscan en nader soortenonderzoek) uitgevoerd door Altenburg en Wymenga. In het plangebied ‘De Nieuwe Held’ zijn meerdere beschermde soorten aangetroffen: • • • • •
Diverse soorten weidevogels (zie figuur 17). Broedvogels; Haas; Diverse soorten vleermuizen; Poelkikker.
Voor het planvoornemen is een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig ten aanzien van weidevogels, poelkikker en haas. Essentiele vliegroutes van vleermuizen moeten in het ontwerp worden geïntegreerd.
51
Figuur 17 Weidevogelterritoria in het plangebied in 2025, bron: Ecologische beoordeling inrichten ‘De Nieuwe Held’ in de gemeente Groningen, Altenburg & Wymenga Weidevogels Door de plannen zal er sprake zijn van een direct verlies aan habitat van weidevogels (jaarrond beschermde nestplaatsen). Daarnaast zal hierdoor het zuidelijke deel van Polder de Held extra verstoord worden door te realiseren woningen, daar waar nu relatieve stilte en rust heerst. De plannen zorgen daarnaast voor verstoring van een kleine 57 hectare ‘Leefgebied Weidevogels’ zoals opgenomen in de POV. Dit betreft 31 hectare binnen de plangrens: het zuidelijk deel van het plangebied. Daarnaast ondervinden weidevogels op een kleine 26 hectare ten zuiden van ‘De Nieuwe Held’ extra verstoring door de aanleg van ‘De Nieuwe Held’. Het gaat hier om weidevogels in polder ‘oude Held’, ten zuiden van het plangebied. Er zal dus leefgebied voor weidevogels gecompenseerd moeten worden voor zowel het areaalverlies aan ‘Leefgebied Weidevogels’ en verder leefgebied van weidevogels, aanwezig buiten de begrenzing van het Leefgebied Weidevogels. Het gaat hier om de weidevogels die voorkomen ten noorden van het Leefgebied Weidevogels. Deze compensatieopgave overlapt deels. Het verlies aan weidevogelleefgebied wordt gecompenseerd buiten het plangebied, in de omgeving van Dorkwerd.
Afspraken over de realisatie daarvan zijn vastgelegd in 52
een bestuursovereenkomst tussen gemeente en provincie Groningen. De al aanwezige compensatie bij Dorkwerd is voldoende voor in elk geval de eerste drie woonbuurten, het stadsdeelpark, de hoofdontsluiting tot aan de Maresiusstraat en de bouw van een projectbureau/ketenpark bij de Maresiusstraat. Voor de rest van de gebiedsontwikkeling is aanvullende aankoop en weidevogelvriendelijke inrichting in voorbereiding. Haas Bij de realisering van de plannen verdwijnt een oppervlakte van 110 ha aan leefgebied voor haas. Daarnaast zal het zuidelijk aangrenzende gelegen deel minder aantrekkelijk worden voor deze soort door de aanwezigheid van woningen. Hierdoor zal het leefgebied van deze soort worden aangetast en zal leefgebied voor de haas gecompenseerd moeten worden. Voor in elk geval de eerste drie woonbuurten, het stadsdeelpark, de hoofdontsluiting tot aan de Maresiusstraat en de bouw van een projectbureau/ketenpark bij de Maresiusstraat zal compensatie plaatsvinden in het gebied ten westen van Leegkerk. Dit gebeurt door middel van het invoeren van extensief beheer gericht op het verbeteren van leefgebied voor hazen. Voor de rest van de gebiedsontwikkeling is aanvullende aankoop en hazenbeheer in voorbereiding. Dit zal in de nabije omgeving van het plangebied zijn.
Overige beschermde soorten: broedvogels, vleermuizen en, poelkikker Altenburg en Wymenga duiden in de quickscan maatregelen om verstoring van broedvogels en vliegroutes van vleermuizen te voorkomen. Daarnaast staan er maatregelen in, in het kader van algemene zorgplicht. Deze worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Wanneer de bomen en bebouwing op het erf van Leegeweg 6 blijven behouden, is geen sprake van schadelijke handelingen ten aanzien van steenmarter en verblijfplaatsen van vleermuizen. Aandachtspunten zijn het inpassen van vliegroutes van vleermuizen en het afstemmen van verlichting op het sportpark en binnen het wijkpark. Verder komt de poelkikker voor in de sloot langs het Aquamarijnpad. Tijdens de uitvoer van de werkzaamheden wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van de poelkikker en dient de sloot behouden te blijven in het wijkpark. Daarnaast wordt het areaal geschikt leefgebied voor de poelkikker uitgebreid. In (de omgeving van) het plangebied is voldoende ruimte voor het nemen van compenserende en mitigerende maatregelen voor de in deze paragraaf genoemde soorten. In het planvoornemen worden ecologische waarden voor soorten (beschermd of niet) verbeterd. Dat gebeurt, doordat er een robuuste groenblauwe structuur wordt gerealiseerd, die voor vleermuizen, vissen, amfibieën, insecten, zoogdieren en vogels een verbetering vormt.
GES doelsoorten Op basis van de gewenste biotopen binnen de aan te leggen GES-gebieden binnen ‘De Nieuwe Held’ zijn op basis van de doelsoorten van de aangrenzende GESgebieden Gravenburg – Aquamarijnstraat – Eelderbaan doelsoorten bepaald. Aandachtspunten zijn verder het verwerken van de eisen van deze doelsoorten in bijvoorbeeld het wijkpark en het zorgen voor verbindingen (denk aan faunapassages en blauwgroene dooradering). Conclusie en aanbevelingen uitwerking • Het plan voor ‘De Nieuwe Held’ sluit aan bij gemeentelijk beleid voor ecologie, zoals verwoord in de GES. Het plan vormt een versterking van de GES;
53
• •
• • • • •
Het plan heeft effect op provinciaal weidevogelgebied en er dient compensatie plaats te vinden; T.z.t zal de provincie de aanduiding ‘leefgebied weidevogelgebied’ uit de POV moeten verwijderen; Per deelplan zal de stikstofdepositie in beeld gebracht moeten worden en waar nodig formeel getoetst worden of sprake is van significante effecten op Natura 2000-gebieden. De uitvoerbaarheidstoets die in het kader van het programma en de plan-mer-beoordeling is uitgevoerd, kan hierbij voor input zorgen. Er moet rekening gehouden worden met uitgangspunten zoals gebruik maken van elektrisch materieel in de bouwfase waar mogelijk; Opnemen functie ‘Groen’ bij uitwerking deelplannen en t.z.t in het nieuwe Omgevingsplan, en dit afstemmen op de GES; Opnemen gerealiseerd groen in de GES (kerngebied); Maatregelen en vergunningen voor soortenbescherming en compensatie (voor weidevogels en haas) zijn nodig voordat er negatieve effecten kunnen plaatsvinden; Er moet een ecologisch werkprotocol worden opgesteld voor tijdens de uitvoering. Aandachtspunten zijn het inpassen van vliegroutes van vleermuizen en het afstemmen van verlichting op het sportpark en binnen het wijkpark; Tijdens de uitvoer van de werkzaamheden wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van de poelkikker in de sloot langs het Aquamarijnpad en dient de sloot behouden te blijven in het wijkpark.
Daarnaast moet het areaal geschikt leefgebied voor de poelkikker worden uitgebreid.
Bomen en groen Het plangebied bestaat voor het overgrote gedeelte uit grazige vegetatie, niet zijnde houtopstanden en bomen. De min of meer waardevolle bomen en houtopstanden bevinden zich aan de grenzen van het plangebied: • De bomen en houtopstanden op en rond het erf van het Hooihuis vormt een waardevol onderdeel van het monument en zullen worden ingepast; • Op de grens van het plangebied groeien bomen en houtopstanden waarvan bij de uitwerking van het deelgebied de waarden worden bepaald en zo zoveel mogelijk worden ingepast; • Op de rand van Gravenburg, in/aan de buitenruimte bij de basisscholen, groeien min of meer waardevolle bomen/houtopstanden die voor het grootste gedeelte in de planvorming worden ingepast; • In het zuidoostelijk gedeelte van het plangebied groeien bomen en houtopstanden waarvan de waarde in beeld wordt gebracht bij de uitwerking van dit deelgebied. Daarnaast geldt een uitgangspunt voor realisatie van groen (zie hieronder bij conclusie en aanbeveling uitwerking). Conclusie en aanbeveling uitwerking • Middels een Boom Effect Analyse moet als onderdeel van de deelplannen in ‘De Nieuwe Held’ worden onderzocht hoe waardevol de aanwezige bomen/houtopstanden zijn en of/hoe deze kunnen worden ingepast in de ontwikkeling dan wel gecompenseerd conform de APV van de gemeente Groningen. • In elk deelplan wordt getoetst of minimaal 30% groen wordt gerealiseerd.
Deze toetsing wordt afgestemd op die van het waterhuishoudkundig plan en de beheerseisen van stadsbeheer om vroegtijdige dilemma's in beeld te brengen. Daarbij wordt vooraf onderkend dat de norm van 30% groen – ook op private kavels – in de praktijk niet handhaafbaar is.
54
5.5.4 Water en klimaat
Het voormalige bestemmingsplan voor ‘De Nieuwe Held’ ging uit van versnelde afvoer van water vanuit Drenthe via een waterloop door het gebied. Deze wijze van afvoeren is inmiddels achterhaald. De Onlanden functioneren inmiddels als belangrijk waterbergingsgebied. Het omgevingsprogramma voor ‘De Nieuwe Held’ kiest daarom voor een robuust en klimaatbestendig watersysteem met aanzienlijk meer ruimte voor water en groen dan in het oude plan. Binnen de groenstructuren kan oppervlaktewater worden gerealiseerd, in plaats van uitsluitend groen, conform de actuele beleidskaders. De gebiedsvisie en de eerste deelplanuitwerking zijn gebaseerd op onderzoek uit 2023 van Antea en een waterhuishoudkundigplan (2025) dat ook is opgesteld door Antea in opdracht van de gemeente en het waterschap. Het waterhuishoudkundig plan bevat een integraal schetsontwerp voor de verwerking van afvalwater, hemelwater, grondwater, oppervlaktewater en drinkwaterbesparing en wordt per deelplan nader uitgewerkt. In het waterhuishoudkundig plan is een toets opgenomen aan alle relevante beleidskaders van gemeente en waterschap. Voor hemelwater is aangesloten bij de eis van het waterschap met een maatgevende bui van 90 mm/uur in plaats van de 111 mm/uur die is opgenomen in de gemeentelijke beleidsnota 'Klimaatadaptief'.
Het hemelwaterbergingssysteem gaat uit van een gemiddelde berging van circa 20 mm op private kavels, ongeacht de kavelgrootte. Deze benadering is een interpretatie van de regels uit de hemelwaterverordening die zijn opgenomen in het omgevingsplan en wordt per deelplan vertaald naar concrete eisen voor private kavels en ontwikkelende partijen. De termen 'gebied' en 'perceel' uit de hemelwaterverordening zijn meervoudig te interpreteren en dienen nader uitgewerkt te worden in de deelplannen. Conclusie en aanbevelingen uitwerking • Het plan is klimaatbestendig, zo blijkt uit waterhuishoudkundig plan op hoofdlijnen, zoals dat bij het Omgevingsprogramma is opgesteld. • Voor elk deelplan dient een hemelwaterbergingsplan te worden opgesteld. Dat bevat de concrete eisen voor de private kavels en daarop dienen ontwikkelende partijen de maatregelen op de kavels af te stemmen. • Het wordt aanbevolen om de gemeentelijke beleidskaders te verduidelijken, met name ten aanzien van de maatgevende piekbui. Daarnaast is verduidelijking van de hemelwaterregels in het omgevingsplan vereist, specifiek voor de eisen voor private kavels en de begrippen 'perceel' en 'gebied'. • Tot slot wordt aanbevolen te onderzoeken of een berging van 70 mm op private kavels groter dan 200 0m2 technisch, financieel en beleidsmatig haalbaar en wenselijk is.