CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota van Zienswijzen.pdf

gemeenteraad 10 juli 2024, gemeente GroningenBij agendapunt: j: Vaststelling Bestemmingsplan Meerstad-Noord (raadsvoorstel 7-6-24)10.430 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van Zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan gebiedsontwikkeling Meerstad -Noord

1

Inhoud 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3

2.

Reacties op inspraak ........................................................................................................................ 4 Algemeen............................................................................................................................................. 4 Beheer en ecologie .............................................................................................................................. 9 Geluid ................................................................................................................................................ 11 NAM-locatie/Gasunie ........................................................................................................................ 12 Landschappelijke inpassing ............................................................................................................... 13 Participatie en omgevingsovereenkomst .......................................................................................... 15 Verbeelding ....................................................................................................................................... 18 Verlichting .........................................................................................................................................

19 Waterhuishouding ............................................................................................................................. 19 Zonnepark en groene buffer ............................................................................................................. 24

2

1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Meerstad-Noord heeft van 14 december 2023 tot en met 26 januari 2024 ter inzage gelegen. In deze Nota van Antwoord geven we aan welke reacties zijn binnengekomen en wat we met de ingekomen reacties hebben gedaan. In de inspraakperiode zijn 13 reacties binnengekomen van inwoners en organisaties. A. Ernst Adviesgroep bv. B. Particulier 1 C. Particulier 2 D. Particulier 3 E. Gasunie F. Waterschap Hunze en Aa’s G. Particulier 4 H. Waterschap Noorderzijlvest I. Particulier 5 J. Particulier 6 K. Groep particulieren L. Particulier G M. Provincie Groningen De beantwoording van de zienswijzen is in een tabel gezet en geanonimiseerd. De eerste kolom is het volgnummer, de tweede kolom geeft met bovenstaande letter aan van wie de inspraakreactie afkomstig is. Vervolgens hebben we in de derde kolom de vraag of het voorstel gezet. Hierbij hebben we soms in italic (schuine letters) een korte toevoeging gedaan om de context duidelijk te maken. In de vierde kolom geven we het antwoord op de vraag. Hierbij hebben we de eerste kolommen de kleur groen gegeven als dit tot aanpassing van het bestemmingsplan heeft geleid.

De reacties zijn gegroepeerd naar de volgende onderwerpen: • Algemeen • Beheer en ecologie • Geluid • NAM-locatie/Gasunie • Landschappelijke inpassing • Participatie en omgevingsovereenkomst • Verbeelding • Verlichting • Waterhuishouding • Zonnepark en groene buffer

3

2. Reacties op inspraak Algemeen 1

F

2

I

3

J

4

J

Verzoek Ik constateer dat van bijlage 6 de versie van 02-10-2023 is toegevoegd terwijl er al een aangepaste versie ligt. Ik verzoek u om de meest recente versie toe te voegen, waarin de eerder gemaakte opmerkingen van o.a. het waterschap zijn verwerkt. Het hele plan bevat veel uitspraken en beloftes die als je objectief kijkt niet heel realistisch zijn. Wij vragen ons af of de gemeente deze niet gebruikt om ons als bewoners over de streep te trekken. Op nummer één zou moeten staan het besparen van energie en het benutten van de mogelijkheden van zon op daken. Deze argumenten zijn ook opgenomen in het plan 2.3.2 alleen is de politieke wil er niet om er meer focus hierop te leggen en verder te gaan in het realiseren van grotere doelstellingen op die punten zoals het verstevigen van industriële daken om die geschikt te maken voor zonnepanelen. Alsmede zoeken naar ruimtes naast snelwegen, bij knooppunten. Er wordt gezegd dat het niet kán, maar feit is dat de keuze niet wordt gemaakt omdat men andere zaken financieel belangrijker vindt.

Vanaf 1 januari 2024 is er een verbod ingesteld voor nieuwe zonneparken op landbouwgrond, dus vanaf die datum worden er geen vergunningen meer verleend. Ik begreep dat er voor het voorliggende plan in de Polder Lageland nog wel de nodige vergunningen worden verleend uit Den Haag. Maar ik vraag me af of we dit nog moeten willen, nu er voldoende argumenten naar voren zijn gekomen om hier een verbod op in te stellen, puur en alleen op grond van ‘het kan nog net op tijd dus we drukken het plan door.’ Wat zijn dan de argumenten van het verbod waard om het hier in Groningen alsnog door te laten gaan?

Antwoord We hebben de nieuwste versie van het landschappelijke inpassingsplan toegevoegd.

Ondanks dat bepaalde onderdelen nog niet volledig uitgewerkt zijn, geeft het bestemmingsplan de juridische basis voor de uitvoering. Het uitgangspunt van het Groningse zonbeleid is het prioriteren van zon op dak boven zonneparken. In het beleidskader zon op daken (2021-2025) geeft de gemeente aan hoe hier invulling aan wordt gegeven. Daarbij is de gemeente actief bezig het onderzoeken van de mogelijkheden van zonnepanelen op P+R parkeerterreinen en doet de gemeente daarnaast mee met een project van Rijkswaterstaat voor zonnepanelen nabij de A7. Voor het Groningse zonbeleid is tevens een potentiescan gedaan van daken in de gemeente. Daaruit blijkt dat – zelfs wanneer alle geschikte daken worden volgelegd – de restopgave met zonneparken dient te worden ingevuld. We zullen dit onderdeel beter toelichten in paragraaf 2.3.2 van de toelichting op de regels. In de kamerbrief “Aangescherpte voorkeursvolgorde zon” van demissionair minister van BZK (26 oktober 2023) wordt niet gesproken van een absoluut verbod. In de brief staat onder andere het volgende: “Projecten waarvan de participatietrajecten al in een vergevorderd stadium zijn en niet (helemaal) conform de aangescherpte voorkeursvolgorde zon zijn vormgegeven, kunnen doorgang vinden.” Het participatietraject voor de gebiedsontwikkeling Meerstad-Noord loopt al sinds 2019, waardoor er aan deze eis wordt voldaan.

Daarnaast mogen projecten alsnog doorgang vinden wanneer er voldaan wordt aan een aantal criteria. De gemeente voldoet aan twee van de drie criteria, namelijk: het betreft landbouwgrond met een andere toekomstige bestemming (woningbouw), en draagt bij aan 4

5

J

6

J

7

J

8

J

Ik vind dat in het geval van het beoogde zonnepark niet recht gedaan wordt aan het gelijkheidsbeginsel: Een van de verschijningsvormen van het gelijkheidsbeginsel is de regel dat de onevenredig nadelige — dat wil zeggen: buiten het normale maatschappelijke risico of het normale bedrijfsrisico vallende, en op een beperkte groep burgers of instellingen drukkende — gevolgen van een overheidshandeling of overheidsbesluit niet ten laste van die beperkte groep behoren te komen, maar gelijkelijk over de gemeenschap dienen te worden verdeeld (vgl. HR 18 januari 1991, NJ 1992, 638, ABRvS 6 mei 1997, AB 1997, 229, alsmede art. 3:4 lid……. Het gebied is in het verleden geconfronteerd met het Masterplan Meerstad en heeft te maken gekregen met aardbevingen. Er wonen betrekkelijk weinig mensen hier omdat het gaat om buitengebied. Het gebied is door de komst van Meerstad en de miscalculatie van megalomane geldgierige planmakers in de uitverkoop gegaan. Diezelfde plannenmakers hebben nu op de tekentafel bedacht dat dit gebied perfect is voor een nieuw wingewest in Groningen. De Hyperloop moest en zou hier komen. Het gaat er niet alleen om dat we veranderingen niet kunnen tegenhouden. We snappen heus wel dat veranderingen horen bij een veranderende wereld. Maar betrek je burgers in een vroeg stadium en neem ze serieus.

In het stuk over Participatie worden in de inleiding de bezwaren van omwonenden behoorlijk kort door de bocht samengevat. Alsof het omwonenden alleen om rust en ruimte zou gaan, ‘not in my backyard’. Op blz 16 van de bijlagen van de toelichting bestemmingsplan gaat het in het artikel 2.4.3 over een artikel in de provinciale

het verhelpen van netcongestie doordat er ook flexibel vermogen (batterijen) in het plan wordt meegenomen. Daarnaast streeft de gemeente ernaar om ook aan het laatste criterium te voldoen: vormen van agri-PV worden onderzocht in het kader van het beheer en verdere detaillering van het zonnepark. De gemeente heeft mitigerende maatregelen getroffen om de impact op de omgeving zo klein mogelijk te maken. Het zonnepark ligt op de meeste plekken op minstens 300 meter afstand van de omringende woningen, en er wordt struweel en bomen geplaatst om het zicht op het zonnepark zoveel mogelijk te ontnemen. Daarnaast is er voor omwonenden de mogelijkheid om zowel passief, als actief financieel te participeren in de gebiedsontwikkeling. Zo wordt er bijvoorbeeld een omgevingsfonds opgericht dat geheel naar de wensen van de omgeving ingevuld mag worden. Hierdoor profiteren direct omwonenden ook van de komst van het zonnepark. Er wordt sinds 2019 gesproken met directe omwonenden. In meerdere gebiedstafels van de gemeente hebben bewoners invloed kunnen uitoefenen op het proces. De omgevingsovereenkomst, met daarin meerdere afspraken, is daar een direct product van.

We gaan deze paragraaf aanpassen om een uitgebreider beeld van de bezwaren van de omgeving weer te geven.

Op basis van artikel 2.42.1 lid 2 sub f van de geconsolideerde Provinciale Omgevingsverordening 2023 (POV) kan een 5

9

J

10 J

11 K

omgevingsverordening. Het artikel is naar mijn idee niet correct toegepast. Het gaat hier over een uitzondering op artikel 2.42.1. lid 1 ‘aansluitend op een bestaand stedelijk gebied’. Bij de Polder Lageland/ Meerstad-Noord is er geen sprake van een ‘bestaand stedelijk gebied’ maar van een landelijk gebied met een voornamelijk agrarische bestemming. Dus als je mijn redenering volgt geldt artikel 2.42.1.lid 1: ‘een bestemmingsplan voorziet niet in een plaatsing van zonneparken’. Op blz 17 onder de kop 2.3.3 Routekaart CO2 neutraal in 2035 wordt realiseren van ‘blijvende meerwaarde’ genoemd. Nu is er in dit bestemmingsplan ineens sprake van nieuwe zaken zoals ‘zonnethermie, een wijkcentrale, aanland- en verdeelpunt van het warmtenet uit de Eemshaven, windturbines langs het Eemshavenkanaal, de productie van groene waterstof, een onderstation van Enexis of TenneT en tijdelijke energieopslag’ bij. Ik zou hier graag uitleg over willen hebben waarom deze zaken hier genoemd worden. Op blz 53 onder de kop uitvoerbaarheid/exploitatie wordt ondanks er de toezegging is dat de gemeente zelf ontwikkelaar is van het zonnepark nog steeds geïmpliceerd dat de verkoop aan de markt of een Publiek-Private Samenwerking tot de opties behoord. Ik kan mij inmiddels enigszins vinden in het idee dat er d.m.v.

het zonnepark geld wordt verdiend om ten goede te komen aan verduurzaming van woningen in de gemeente Groningen maar ik zou er minder goed mee kunnen leven als de inkomsten gaan naar aandeelhouders van een willekeurig groot kapitalistisch bedrijf dat niets te maken heeft met de zorgen en behoeften van de Groningers. Ik zou dus deze mogelijkheid uit dit bestemmingsplan geschrapt willen hebben. In de Gebiedsvisie wordt geschreven dat de vergunningsperiode van de zonneindustrie 25 jaar is. Met een economische heroriëntatie na 15 en 20 jaar. In dit bestemmingsplan wordt 30 jaar geschreven.

bestemmingsplan voorzien in het plaatsen van zonneparken voor een periode van maximaal 30 jaar op door Gedeputeerde Staten, op basis van een gemeentelijke gebiedsvisie zonne-energie aangewezen locaties en de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur. Met de Gebiedsvisie Meerstad-Noord wordt aan dit criterium voldaan.

De routekaart gaat over de gemeentelijke opgave om in 2035 CO2-neutraal te zijn en hoe we dat doel als gemeente willen bereiken. De zaken die hier worden genoemd betreffen gemeente-brede ideeën en zijn niet van toepassing op de huidige gebiedsontwikkeling Meerstad-Noord. Behalve het hoog- en middenspanningsstation, eventueel zonnethermie en tijdelijke energieopslag, worden de andere genoemde ideeën niet meegenomen in dit bestemmingsplan. We zullen dit duidelijker benoemen onder paragraaf 2.3.3. Uitgangspunt blijft het zelf exploiteren van het zonnepark. Mocht de gemeente besluiten het park te verkopen, dan zal dit onder strikte voorwaarden van de gemeente gebeuren om te borgen dat het park gerealiseerd en beheerd wordt volgens de vereisten van de gemeente. De winst van een mogelijke verkoop van het park komt dan alsnog ten gunste aan de verduurzaming van woningen in de gemeente Groningen. De mogelijkheid om te verkopen wordt niet uit het bestemmingsplan geschrapt.

De vergunningen voor het zonnepark, het klantstation van de gemeente (Gesloten Distributiesysteem) en de batterij-opslag worden aangevraagd voor een periode van 25 jaar, met een heroriëntatie na 15 en 20 jaar. Het hoogspanningsstation krijgt een definitieve bestemming en zal dus blijven staan na het 6

Wat zijn de tijdspaden die bij de verschillende ontwikkelingen horen (zonne-industrie, hoogspanningsstation en de andere nog te plannen activiteiten)?

12 K

13 K

14 K

15 L

Kaarten (o.a pagina 14 en 16): Het zou erg op prijs gesteld worden als u in uw rapporten eens kaarten verwerkt die leesbaar zijn. In het plan zoals het nu geschreven is in dit bestemmingsplan zit nog veel ruimte om keuzen te maken. Zo schrijft u op pagina 24: “omdat de gemeente optreedt als ontwikkelaar kan ervoor worden gezorgd dat, verdergaand dan wettelijk noodzakelijk, gebruik kan worden gemaakt van de Best Beschikbare Technieken voor aspecten als opwekcapaciteit, circulariteit en vorm, afmeting en geluidsproductie.” In deze zin gebruikt u twee keer het woord KAN. Dit betekent dat u geen garantie geeft om vergaande keuzen te maken voor de opwekcapaciteit, circulariteit, vorm, afmetingen en geluidsproductie. Allemaal zaken die de omwonenden direct aangaan. Hoe wilt u de omwonenden rond de polder tegemoet komen? Hoe gaat u KUNNEN invullen op het gebied van bodem, ecologie en omwonenden en de afweging van winst en energiearmoede?

Strijd met Omgevingsverordening: In de toelichting behorende bij het ontwerp-plan wordt opgemerkt dat het bij het zonnepark Meerstad-Noord gaat om een park als bedoeld in artikel 2.42.1 lid 2 onder c. Zonnepark Meerstad-Noord kan niet worden gebaseerd op artikel 2.42.1 onder c. Punt is namelijk dat polder Lageland in het geheel niet grenst aan bestaand stedelijk gebied.

verdwijnen van het zonnepark en het klantstation. In de toelichting op de regels staat onder 2.2.2 “30 jaar,” omdat hier wordt verwezen naar artikel 2.42.1 van de Omgevingsverordening van de Provincie Groningen. Hierin staat dat de maximale periode voor een zonnepark maximaal 30 jaar is. Wij wijken dus met een maximale periode van 25 jaar af. We hebben waar mogelijk grotere versies van de kaarten toegevoegd.

Wat de Best Beschikbare Technieken (BBT) zijn ten tijde van de bouw van het zonnepark kan de gemeente nog niet voorspellen. Wij zullen dan aan de BBT-eisen van dat moment moeten voldoen. Daarnaast zal in de vergunning van het zonnepark van de gemeente, opslag en het klantstation worden opgenomen dat gebruik wordt gemaakt van Natuurlijke ventilatie in plaats van mechanische ventilatie.

De gemeente onderzoekt nog de mogelijkheden die passen binnen het beheerplan. Een beheerplan is voor het bestemmingsplan niet vereist. Bewoners zullen ook in de plannen rondom beheer gevraagd worden om mee te denken. Op basis van artikel 2.42.1 lid 2 sub f van de geconsolideerde Provinciale Omgevingsverordening 2023 (POV) kan een bestemmingsplan voorzien in het plaatsen van zonneparken voor een periode van maximaal 30 jaar op door Gedeputeerde Staten, op basis van een gemeentelijke gebiedsvisie zonne-energie aangewezen locaties en de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur. Met de Gebiedsvisie Meerstad-Noord wordt aan dit criterium voldaan.

7

16 L

17 L

18 L

19 M

20 M

Voorts ben ik van mening dat niet wordt voldaan aan het criterium van ruimtelijk ondergeschiktheid. Ingeval van zonnepark Meerstad- Noord gaat het om de realisering van een zeer grootschalig zonnepark van 175 ha, dat feitelijk volledig los komt te staan van verstedelijkt gebied. Rondom de gronden van het beoogde zonnepark zijn, overigens nog altijd op meer dan geringe afstand hiervan, alleen maar wat kleinere kernen gelegen, zoals Garmerwolde, Woltersum en Ten Boer. De aanwezigheid van deze kernen noopt ertoe dat de omvang van het zonnepark sowieso veel geringer zal moeten zijn. Anders worden deze geheel overschaduwd door het zonnepark van 175 ha. Reed vanwege het bovenstaande dient de gemeente haar planvorming te staken: er is evident sprake van strijd met de Omgevingsverordening. De vraag is of uw gemeente zich in het kader van het participatieproces wel voldoende heeft beseft dat de belangen van de hiervoor bedoelde negen woningeigenaren nopen tot een individuele benadering als het gaat om het op voorhand proberen weg te nemen van de onevenredige aantasting van hun belangen. In de toelichting staat onder 2.2.2 dat over de mogelijkheid voor omwonenden om te participeren in de ontwikkeling en opbrengst van het zonnepark verder wordt ingegaan in paragraaf 3.2, maar in de toelichting is hierover in laatstgenoemde paragraaf verder niets uitgewerkt. Voor zonneparken conform art.

2.42.1 lid 2 van de verordening dient de provinciale maatwerkmethode te worden doorlopen met een deskundige van de provincie. Aan de hand hiervan wordt een inpassingsplan opgesteld. Conform art. 2.42.2 van de verordening dien dit inpassingsplan te worden geborgd in het bestemmingsplan. De bijgevoegde gebiedsvisie is gedateerd. De bijgevoegde versie gaat nog uit van de hyperloop, die nu niet wordt gerealiseerd. Het inpassingsplan wijkt af van de gebiedsvisie, ook als het gaat om de

Het zonnepark is ruimtelijk niet ondergeschikt. Door de ruimtelijke inpassing en ligging van het zonnepark zullen kernen als Garmerwolde, Woltersum en Ten Boer weinig tot geen hinder van het zonnepark ondervinden. Zoals eerder gesteld is er geen strijd met de POV.

Wij hebben het participatieproces zo in proberen te richten dat individuele woningeigenaren zo goed mogelijk betrokken konden en kunnen worden bij het proces. De gebiedstafels voorzagen daarin. De betrokken medewerkers zijn naar onze smaak voldoende bereikbaar geweest voor individuele aandacht.

We gaan dit aanvullen.

De maatwerkmethode is toegepast. Het inpassingsplan is door de Provincie geaccordeerd.

In de gebiedsvisie wordt gesproken over verschillende fases, waarbij ook de variant zónder hyperloop is onderzocht. De gebiedsvisie wordt derhalve niet geactualiseerd. 8

landschappelijke inpassing. Ik verzoek u om de actuele versie van de gebiedsvisie bij het bestemmingsplan te voegen.

Beheer en ecologie 21 G

22 I

23 J

24 K

Op pagina 23 van de “Toelichting en regels bestemmingsplan” wordt voor het westelijke deel een bouwhoogte vermeld van 2,30 m. Deze hoogte wijkt af van de hoogte van 2,60 meter zoals vermeld in art. 4.2.3 van de regels op pagina 70. Omdat een (te) lage constructie o.a. een negatieve invloed heeft op de biodiversiteit, verzoek ik u de vermelde hoogte op pagina 23 te wijzigen in 2,60 meter. Bodemkwaliteit zonnepark. Dit gaat achteruit onder de panelen. Het streven is echter om tussen de panelen de bodemkwaliteit te verbeteren. Wat hier ontbreekt is een realistische toelichting hoe de gemeente dit denkt voor elkaar te krijgen. Optimale beheersmaatregelen: Op blz 29 onder 4.1 Millieu-effectenrapportage staat bij ‘afweging’ onder het kopje ‘afstand tussen de panelen’ de zin: ‘Het valt of staat met beheer; de gemeente zet daarom in op optimale beheersmaatregelen’. Ik zou dit duidelijker omschreven willen zien en als verplichting opgenomen willen zien in het bestemmingsplan. De gemeente geeft aan dat één van haar 3 afwegingsprincipes “het afwentelen naar de toekomst voorkomen” is. Studies naar de bodemgesteldheid van zonne-industrie laten zien dat de achteruitgang van de bodem wordt bepaald door de inrichting van de zonne-industrie. De gemeente gaat bij de aanleg van de industrie uit van een bodem die zij zelf jarenlang heeft verwaarloosd.

En, bij dit slechte uitgangspunt van de polder, wordt dan ook nog een uitgangspunt van verslechtering van de bodemkwaliteit onder de zonnepanelen (het grootste deel van de zonne-industrie) geaccepteerd. En gaat men akkoord met een lichte verbetering van de bodem tussen de zonnepanelen.

In de gebiedsvisie is de maximale hoogte van 2.30 voor zonnepanelen en 2.50 voor omvormers vastgelegd. Bij nader inzien was dit geen handige keuze omdat hierdoor de omvormers boven de zonnepanelen uitsteken wat een onrustig beeld oplevert. Om aan de andere kant iets flexibeler te zijn in de toepassing van de zonnepanelen hebben we in dit bestemmingsplan de hoogte van de panelen gelijk gesteld aan de hoogte van de omvormers en beide 2.40 ten opzichte van het maaiveld. In de MER is een analyse gedaan van de beste afstand tussen de panelen, zodat voldoende water en licht de bodem kan bereiken. De plannen voor beheer onder de panelen worden nog uitgewerkt. We houden de bewoners hiervan op de hoogte. De plannen voor het beheer van het zonnepark worden nog verder uitgewerkt. We houden bewoners van de plannen op de hoogte. Een beheerplan is geen verplicht onderdeel van het bestemmingsplan.

In het beleidskader zonneparken stelt de gemeente dat er altijd een plus moet zijn voor de ecologie. De intentie van de gemeente is om niet alleen tussen de panelen, maar ook onder de panelen de bodemkwaliteit te verbeteren. Een realistischer scenario is dat de kwaliteit van de bodem onder de panelen omlaag zal gaan. Het streven is om tussen de panelen de bodemkwaliteit te verhogen, om zo tot een netto positief effect op de bodemkwaliteit te komen. De plannen hiervoor worden nog uitgewerkt en we zullen bewoners daarvan op de hoogte houden.

9

25 K

26 K

27 K

28 K

Wat zijn de consequenties van deze keuzen op het afwentelen naar de toekomst? Hoe garandeert u dat u door de ambitie ten aanzien van vermogen de bodem/ecologie niet nog verder geschaad wordt? Bodemkwaliteit (pagina 25) Er wordt constant uitgegaan van een bodemkwaliteit die slecht is. Deze kwaliteit is door het gemeentelijk beleid slecht (pagina 21). We hebben al vaker voorgesteld om uit te gaan van een beginscenario waarin de bodem niet door gemeentelijk beleid verwaarloosd is. En nu schrijft u dat er wordt geaccepteerd dat de bodemkwaliteit onder de zonnepanelen achteruit gaat. En dat de bodemkwaliteit in de gehele zonne-industrie alleen maar licht hoeft te verbeteren. Wat is duurzaam aan deze keuzen? Wat schuiven we dan niet door naar de volgende generaties? Kunt u aangeven van welke beginsituatie u uitgaat in de bodem en ecologie, van goed onderhouden land of van de door u verwaarloosde staat van de polder? Hoe wordt kwaliteit van de bodem gemonitord? Hoe en waarop wordt de bodemkwaliteit beoordeeld?

29 K

Wat zijn acceptabele grenzen voor een nog verdere achteruitgang van de bodemkwaliteit? En waarom?

30 K

Wanneer en hoe wordt er ingegrepen als de bodemkwaliteit toch verder achteruit gaat? Wat zijn de criteria?

31 K

De bodemkwaliteit wordt naast de afstand tussen de panelen ook bepaald door de grootte van de tafels. Per gemeentelijk nieuw rapport worden andere gegevens gebruikt en komen de tafels steeds dichterbij elkaar te liggen. Was de tussenafstand in de gebiedsvisie 3.40 m

Door de ruime afstanden tussen de panelen te handhaven en beheermaatregelen vorm te geven in samenspraak met ecologen is er geen reden om aan te nemen dat een verhoogd vermogen de bodem/ecologie verder schaadt. In verband met meetbaarheid kunnen we alleen uitgaan van de huidige staat van de bodem. Onder de panelen zal de kwaliteit waarschijnlijk omlaag gaan. Het streven is om tussen de panelen de bodemkwaliteit te verhogen, om zo tot een netto positief effect op de bodemkwaliteit te komen. We nemen daarmee onze verantwoordelijkheid en schuiven niet door naar toekomstige generaties.

Er is in 2021 een nulmeting uitgevoerd door ATKB, deze beginsituatie houden wij aan.

Zie ook beantwoording hierboven. Vanuit het MER zal er monitoring plaats vinden. Daarnaast heeft de gemeente zijn reguliere toezichtsinstrumenten op het gebied van bodem. Als gemeente streven we naar een lichte verbetering van de bodemkwaliteit. De beheermaatregelen die we gaan treffen dienen dat doel. Er is daarom geen reden om aan te nemen dat de bodemkwaliteit verder achteruitgaat. Als geconstateerd wordt dat de bodemkwaliteit toch verder achteruit gaat, dan heeft de gemeente zijn reguliere handhavingsmogelijkheden om de wettelijke kwaliteitseisen te garanderen. Uit de milieueffectrapportage (MER) is gebleken dat de potentie voor natuurontwikkeling significant hoger wordt wanneer er een paneelafstand van 2 meter of meer tussen de panelen wordt aangehouden. Om die reden is besloten dat bij een oost-westopstelling een paneelafstand van 2,5 meter wordt gehandhaafd. Bij de zuid-opstelling is de 10

32 K

dan is in dit bestemmingsplan nu 2 m geworden. Met welke gegevens en criteria onderbouwt u de afstand tussen de zonnepanelen en de tafelgrootte? Kunt u aangeven waarop de adviezen zijn gebaseerd die een andere paneelafstand aan de oost- en de westkant van de polder onderbouwen? Best Beschikbare Technieken (pagina 24) Worden ook Best Beschikbare Technieken voor de bodem en beplanting tussen en onder de zonnepanelen toegepast. En hoe ziet die best beschikbare technieken er dan uit?

afstand tussen panelen 3 meter. Deze gegevens zijn sinds de vaststelling van de MER niet meer gewijzigd.

Verzoek Hoe gaat de gemeente er per geluidsbron voor zorgen dat gebruik wordt gemaakt van best beschikbare technieken én het toepassen van bronisolatie?

Antwoord Vanuit de wet- en regelgeving zijn we verplicht om BBT toe te passen. Aan de omgevingsvergunning voor het klantstation, zonnepark en de opslag zullen wij maatwerkvoorschriften koppelen. Zie antwoord hierboven (13/33).

De gemeente gaat de plannen voor het beheer nog verder onderzoeken en uitwerken. Wat de Best Beschikbare Techniek is, is tijdsafhankelijk.

Geluid 33 B

34 B

35 B

36 B

37 D

Hoe gaat de gemeente deze (best beschikbare technieken) veel verder dan wettelijk toegestane geluidsisolerende maatregelen juridisch vastleggen en daarmee borgen voor: het zonnepark, de batterij-opslag, het inkoopstation, het trafostation en schakelstation van TenneT/Enexis? Hoe wordt gehandhaafd of best beschikbare technieken daadwerkelijk worden toegepast en geluidsisolerende maatregelen bij de bron conform afspraak worden toegepast? Hoe wordt geluid na de bouw gemonitord?

Gaat de gemeente zich behalve verdiepen in het onderwerp ook geluidsbeperkende maatregelen treffen? Voorbeeld: Transformatorstations krijgen aan drie zijdes een betonnen scherfmuur. Het is echter mogelijk om ook de vierde zijde te voorzien van een voorzetwand. Deze maatregel zal voorkomen dat geluid

Door de koppeling van maatwerkvoorschriften aan de omgevingsvergunningen kan en zal er publiekrechtelijk worden gehandhaafd.

Door middel van geluidsmetingen wordt er gemonitord en kan en zal er gehandhaafd worden. Er worden vanuit de netbeheerders geen extra geluidbeperkende maatregelen getroffen. Het geluidsonderzoek heeft uitgewezen dat met de huidige maatregelen ruimschoots binnen de wettelijke normen wordt gebleven.

11

38 D

39 D

40 I

41 L

zich via de vierde open zijde over het gebied kan verplaatsen. Gebruik van geluidsabsorberende bekleding/isolatiemateriaal: wordt dit overal in voldoende mate aangebracht? Trillingen in de grond: is er onderzoek gedaan naar de trillingen die zich via de bodem verplaatsen? Zo ja, wat zijn de uitkomsten van dit onderzoek en wat zijn de te nemen maatregelen?

Wij maken ons zorgen over mogelijk geluid overlast. Het is bekend dat metingen die een toekomstige situatie moeten simuleren, in de praktijk sterk kunnen tegenvallen. Met name als er sprake is van verschillende geluidsbronnen. In dit geval vanuit het hoogspanningsstation in combinatie met een behoorlijk groot zonnepark. Wat gebeurt er als onverhoopt de geluidsnormen worden overschreden? In 3.2.1 van de toelichting wordt opgemerkt dat de noodzakelijke omvormers (en alle andere randzaken) van het zonnepark conform de maatwerkmethode van de provincie landschappelijk worden ingepast en gesitueerd. Vanwege de vrees voor geluidhinder van die omvormers hecht cliënte eraan dat deze omvormers in ieder geval op zeer geruime afstand van haar boerderijwoning/perceel zullen komen te staan. Onduidelijk is evenwel hoe uw gemeente dit publiekrechtelijk heeft geborgd in het plan.

Zie antwoord 37.

De installaties zullen op zodanige wijze worden opgesteld dat er geen relevante trillingen in de bodem zullen optreden. Door de grote afstand zullen eventuele minimale trillingen volledig uitdempen. Bij de woningen zal geen sprake zijn van merkbare trillingen. Als de geluidsnormen worden overschreden kan en zal het bevoegde gezag van vergunninghouder eisen dat zij maatregelen treffen om aan de geluidsnormen te voldoen.

De omzoming van het zonnepark maakt dat bijna overal een afstand van 300 meter tussen het zonnepark en de omliggende bebouwing is, waardoor geluidhinder bijna uitgesloten is. Daarnaast zullen de omvormers aan de geldende wet- en regelgeving (BBT) voldoen.

NAM-locatie/Gasunie 42 E

Verzoek Wij verzoeken u in de onderbouwing aandacht te besteden aan de beïnvloeding van het zonnepark op de aanwezige gasinfrastructuur.

Antwoord In nauwe samenwerking is een rapportage gemaakt waaruit blijkt dat er geen beïnvloeding is wanneer de voorwaarden zoals in de rapportage beschreven worden toegepast.

Dit betekent dat voorafgaand aan de aanleg en ingebruikname middels een berekening moet worden aangetoond dat voorgenomen ontwikkeling van het zonnepark geen externe beïnvloeding heeft op onze gasinfrastructuur. Uit de aan 12

43 E

44 E

45 K

te leveren berekening moet blijken dat voor wat betreft de wisselstroombeïnvloeding wordt voldaan aan de NEN 3654 en dat geen ontoelaatbare externe beïnvloeding op het kathodische beschermingssysteem wordt veroorzaakt. Wij verzoeken u in de planregels een bepaling op te nemen (bijvoorbeeld opname van een voorwaardelijke verplichting of een toetsingskader binnen bouwregels of opnemen van een aanduiding) waardoor voordat het zonnepark wordt gebouwd/in gebruik wordt genomen de leidingbeheerder schriftelijk akkoord is.

Zie reactie bij 42. Dit is in de planregels opgenomen.

Een optie zou kunnen zijn dat u in de planregels opneemt dat het bouwen van de zonnepanelen moet voldoen aan het document: “Uitgangspunten ter voorkoming van beïnvloeding van gasleidingen door nabijgelegen zonneparken, versie 5.” Bij werkzaamheden in de nabijheid van de Zie reactie bij 43. gastransportleidingen moet worden voldaan aan de Velin Graafvoorwaarden en is toestemming van leidingbeheer noodzakelijk. De NAM locatie (pagina 24) We houden ons aan de afspraken zoals Bij elk nieuwe plan worden nieuwe omschreven in de gebiedsvisie. De aspecten toegevoegd. Zo wordt er nu “zoutbatterijen in zeecontainers” stond ook gesproken over zoutbatterijen in daarin al beschreven. Daarnaast kijken we naar zeecontainers op de NAM locatie. de Best Beschikbare Technieken die op dat Hoe zorgt u ervoor dat met deze nieuwe moment beschikbaar zijn. Wanneer het plannen geen extra overlast voor de kostentechnisch uit kan, kiezen we voor de inwoners en de polder ontstaat? techniek die het minste overlast geeft. Verder houden we ons aan wettelijke normen voor aspecten als eventueel geluidsoverlast.

Landschappelijke inpassing 46 B

Verzoek Gaat de gemeente binnenkort (in 2024) beginnen met de landschappelijke inpassing?

Antwoord De gemeente vraagt bij de gemeenteraad voorfinanciering aan voor het bouwrijp maken van de grond. Wanneer de vergunningen en het bestemmingsplan door de raad zijn vastgesteld willen we beginnen met de uitvoering van de landschappelijke plannen, zoals het aanplanten van struweel en bomen. Afhankelijk van de vraag of er beroep en een voorlopige 13

47 D

48 D

49 G

50 G

51 I

Gaat de gemeente zich aan de afspraak houden en een bos aanplanten zoals besloten tijdens de laatste gebiedstafel? Het bos zal dan langs de gehele Lagelandsterweg-zijde van het zonnepark komen. Wordt er in 2024 reeds begonnen met de aanleg van de groene buffer, zodat de omwonenden zo min mogelijk zicht hebben op de bouw van het zonnepark? De Kleisloot, die over mijn eigendom zal worden gegraven, heeft op de tekening het inrichtingsplan - een breedte van 35 meter met aan weerszijden een schouwpad van 5 meter. In totaal dus 45 meter breed. Mijns inziens kan deze sloot veel smaller worden aangelegd. Als het talud aan de oostkant niet 1:10 maar 1:5 wordt en het schouwpad aan de westkant vervalt, dan wordt de totale breedte aanzienlijk smaller. Ik verzoek u de tekening aan te passen zoals hierboven door mij voorgesteld. Nergens in het bestemmingsplan is opgenomen dat de Kleisloot een tijdelijke sloot wordt, wat betekent dat de brede sloot een aanzienlijke waardevermindering van mijn land betekent en tevens een beperking van eventuele toekomstige ontwikkelingen, nadat het zonnepark wordt ontmanteld. Ik verzoek u om op te nemen dat dit een tijdelijke sloot betreft voor de exploitatieduur van het zonnepark. Op figuur 3.4 is met een bruin vlak ten oosten van de NAM-locatie een voorlopige locatie aangegeven.

“Ambitie is de locatie zoveel mogelijk te bundelen met de NAMlocatie en uit het zicht van omwonenden te houden. Dit moet echter technisch wel mogelijk zijn.” De voorziene hoogte van de gebouwen van het station is circa 6,5 meter, met een aantal bliksemafleiders met een hoogte van 15 meter. Wij denken dat een station met deze hoogte onmogelijk uit het zicht kan worden gehouden. Waarom dit niet eerlijk zo benoemen?

voorziening wordt gevraagd, kunnen wij een aanvang maken met eerder genoemde werkzaamheden. Het plan is nog steeds om een bos aan te planten langs de zijde van de Lagelandsterweg.

Zie het antwoord bij 46.

Met deze aanpassing kunnen we instemmen. Kern van het ontwerp is een landschappelijke inpassing van het zonnepark. Dit kan ook door een smaller ontwerp. Zie het nieuwe landschappelijke inpassingsplan.

De tijdelijkheid zal worden toegevoegd.

We spannen ons in om het hoogspanningsstation zo veel als mogelijk uit het zicht van omwonenden te houden. In de toelichting op de regels geven we deze nuancering aan (“zoveel mogelijk,” p. 22).

14

52 K

53 K

54 M

55 M

De grenzen van dit bestemmingsplan wijken af van de grenzen uit de Gebiedsvisie. De bufferzone/ecologische zone is uit het bestemmingsplan geschreven. Wat is de waarde van een inrichtingsplan, zoals in de participatiesessies is besproken of het inrichtingsplan van bureau LAOS Landschapsarchitectuur, als de ruimte voor de bufferzone/ecologische zone uit het bestemmingsplan is verdwenen? In dit bestemmingsplan is de grootte van de bufferzone/ecologische zone, in vergelijk met de Gebiedsvisie, sterk verkleind/verdwenen. De strook langs het Slochterdiep en stukken langs het Eemskanaal vallen niet meer in dit bestemmingsplan. Kunt u aangeven wat hiervan de reden is? Het inpassingsplan is niet ver genoeg uitgewerkt. In het inpassingsplan ontbreken concrete uitwerkingen zoals hekwerken, camera’s, transformatorstations en de toegankelijkheid. Ik verzoek u daarom om een concretiseringsslag te maken voor wat betreft het inpassingsplan om zo een duidelijk beeld te schetsen van de uitwerking van het plan. In de toelichting en bijlage van het bestemmingsplan wordt gesproken over de bufferzone. Deze bufferzone is echter geen onderdeel van het projectgebied/bestemmingswijziging. De bufferzone is een belangrijk onderdeel van de inpassing van het zonnepark. Het niet inpassen van deze bufferzone maakt het plan kwetsbaar ten aanzien van de realisatie van de landschappelijke inpassing.

Ik verzoek u deze bufferzone alsnog op te nemen in het bestemmingsplan en de gestelde functie aan dit deel van het plangebied toe te kennen.

Wij zullen het plangebied aanpassen aan de grenzen uit de gebiedsvisie. Zie ook eerder genoemde opmerkingen hierover.

Zie antwoord bij 52.

We gaan het inpassingsplan uitbreiden met de genoemde uitwerkingen.

De strook langs het Slochterdiep en enkele percelen van derden zijn aan het bestemmingsplan toegevoegd.

Participatie en omgevingsovereenkomst Verzoek

Antwoord

15

56 I

57 I

Met betrekking tot de participatie overeenkomst hebben wij een principieel bezwaar tegen de manier waarop de overeenkomst voor ondertekening is aangeboden. In de toelichtingsbrief is gesteld dat niet ondertekening zal leiden tot financiële consequenties namelijk het geen aanspraak kunnen maken over de jaarlijkse vergoeding van 1000 euro over 25 jaren. Wij zien dit als een onrechtmatige manier om bewoners over de streep te trekken om te ondertekenen. Er is geen vooruitzicht op glasvezel internet terwijl Harkstede en Meerstad deze wel hebben. Het verbeteren van deze voor ons belangrijke voorzieningen lijkt ons veel beter dan het krijgen van een overlast afkoopsom.

58 J

Op blz 51 onder de kop Inspraak wordt gesteld dat het bestemmingsplan niet ter inzage wordt gelegd voor inspraak omdat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden. In mijn optiek sluit het een het ander niet uit en zou mijn vraag zijn of dit volgens de regels gaat of dat er niet altijd mogelijkheid tot inspraak moet zijn.

59 J

Ik heb lang over getwijfeld wél of níet te tekenen maar gezien het feit dat het tekenen een voorwaarde is voor compensatie voel ik me genoodzaakt te tekenen. Er staan echter zaken in de omgevingsovereenkomst die niet meer van toepassing zijn. Ik vraag me dus af of de omgevingsovereenkomst niet aangepast moet worden en opnieuw door omwonenden getekend moet worden. Verder mis ik in het stuk (toelichting, participatie) de nadrukkelijke vermelding van de mogelijkheid van ‘koppelkansen’

60 J

Elke bewoner is vrij om de omgevingsovereenkomst wel of niet te ondertekenen. Wanneer men niet ondertekent, kan er alsnog een planschadeverzoek worden aangevraagd.

In de gebiedstafels met omwonenden is besproken hoe het geld zoals omschreven in de omgevingsovereenkomst verdeeld kon worden. Hierbij heeft de omgeving gekozen voor een individuele uitkering van de gelden. Het resterende bedrag dat in het omgevingsfonds terecht komt zou – wanneer de omgeving dat besluit – alsnog ten goede kunnen komen aan sneller internet. Daarnaast voert de gemeente gesprekken met KPN en de netbeheerders om te kijken hoe er alsnog beter internet in het gebied kan komen. Mochten de omwonenden van mening zijn dat snel internet uit het fonds betaald zou moeten worden, dan kan dat nog steeds. Met “inspraak” wordt hier verwezen naar de mogelijkheid om een inspraakreactie in te dienen op het voorontwerp van het bestemmingsplan. Aangezien er veelvuldig gesproken is met de omgeving en andere belanghebbenden, de Gebiedsvisie en MER al ter inzage hebben gelegen en het ontwerpbestemmingsplan een vertaling van de Gebiedsvisie en MER betreft, is er geen voorontwerp ter inzage gelegd. Dit is ook niet wettelijk noodzakelijk. Niet bekend is welke zaken in de omgevingsovereenkomst niet meer van toepassing zijn. Indien gedoeld wordt op de Hyperloop is in de overeenkomst al beschreven dat deze onzeker was.

We gaan deze paragraaf verder detailleren.

16

61 K

62 K

63 K

64 K

zoals de ‘Zuidertuinen’ en ‘Meet Jelle en Marjan en andere beoogde projecten in het gebied. “De Gebiedsvisie is opgesteld met inbreng van de omwonenden”. Inbreng is een ander begrip dan participatie en samenbeslissen. Uit nieuwsgierigheid: kunt u aangeven waar u “inbreng van de omwonenden” op de participatieladder vindt staan?

Het is heel bijzonder hoe gesprekken uit het participatieproces in dit plan vorm krijgen en verwerkt worden. Bijvoorbeeld, de meerdere gesprekken die wij met de ecologische externe adviseur hebben gehad, hebben ertoe geleid dat de bufferzone langs het Slochterdiep waarover we met hem meerdere keren hebben gesproken uit dit bestemmingsplan is gehaald. Dit is in geen van de gesprekken ter sprake gekomen. We lezen dit dan in de Omgevingsovereenkomst en dit bestemmingsplan. U noemt dit participatie? Waar zit uw verwachtingsmanagement ten aanzien van participatie? Misschien kunt u zich indenken dat omwonenden niet gemotiveerd zijn voor deze participatie. En de motivatie van de omwonenden om de Omgevingsovereenkomst te tekenen. Waarom denkt u dat omwonenden de overeenkomst hebben getekend?

65 K

Als 15 ha van de 175 ha lokaal eigenaarschap is, is niet te stellen dat er lokaal zeggenschap is. De gemeente is de eigenaar van de zonne-industrie en bepaalt wat er gebeurt.

66 K

Kunt u aangeven hoe u de belangen van de mensen die om de zonne-industrie wonen afweegt tegen de belangen van de aanpak van energie-armoede?

De participatieladder kent vijf treden van participatie. Namelijk: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren en zelfbeheer. Inbreng staat dus niet op de participatieladder. Met inbreng voor de gebiedsvisie wordt hier gerefereerd naar de treden informeren, raadplegen en adviseren. Daarnaast zijn alle vijf de treden in meer of mindere mate van toepassing op de manier waarop er geparticipeerd is in de gehele gebiedsontwikkeling Meerstad-Noord. Er is sprake van planvorming van een gebiedsontwikkeling via een open planproces. Er zijn voortdurend veranderingen, waarvan we bewoners op de hoogte proberen te brengen. Voor wat betreft de bufferzone langs het Slochterdiep zal deze worden toegevoegd aan het bestemmingsplan.

Als gemeente hopen we dat bewoners meedenken in het proces van de ontwikkeling. Het is spijtig als men zich niet gemotiveerd voelt om te participeren. We staan open om te horen wat we kunnen verbeteren. De omgevingsovereenkomst is een product van de gesprekken die zijn gevoerd met de omgeving. Het is niet aan de gemeente om te speculeren over de motivatie van omwonenden om de overeenkomst te tekenen. Met het beleidskader Zonneparken (2021-2025) introduceert de gemeente het begrip “sociaal eigendom” als bijzondere vorm van lokaal eigendom. De rendementen van het zonnepark zullen worden gestort in het Fonds Energietransitie. Dit fonds komt ten goede aan de Groningse gemeenschap. Als gemeente wegen wij deze belangen niet tegen elkaar af. Om in 2035 als gemeente CO2 neutraal te zijn moeten er keuzes gemaakt worden waarmee – ondanks onze inspanningen – niet iedereen tevreden is. Zonneparken zijn nodig om in 2035 CO2-neutraal te kunnen zijn. 17

In plaats van dat de gemeente dit soort projecten uit handen geeft aan commerciële partijen, nemen wij het heft in eigen handen en streven we naar een inclusief ontwikkelproces met de omgeving. Uitgangspunt is daarnaast dat de omgeving niet alleen te maken heeft met de lasten van het zonne-energieproject, maar ook de lusten. Daarnaast proberen we mensen die zelf geen mogelijkheden hebben om te investeren in verduurzaming ook mee te laten profiteren via het Fonds Energietransitie.

Verbeelding 67 C

68 E

69 F

70 K

71 K

Verzoek Ik verzoek de gemeente om het bestemmingsplan zodanig te wijzigen dat een zonnepark ook op mijn grondpercelen worden toegestaan, door het toevoegen van de functieaanduiding “specifieke vorm van bedrijf – zonnepark.” Dit naast het gebruik als agrarische bestemming. Wij verzoeken de gemeente de belemmeringenstrook uit te breiden in het vlak waarin de verlegging van de geplande gasleiding plaats zou moeten vinden.

Ik verzoek u om de zuidelijke bufferstrook toe te voegen aan het voorliggende bestemmingsplan en eenduidig de bestemming agrarisch met waarden toe te kennen zodat het watersysteem beheersbaar blijft en de veenoxidatie daadwerkelijk tegen gegaan kan worden. Als de ambitie regionale ecologische verbinding is, waarom wordt dit gebied (zuidelijk deel van de bufferzone langs het Slochterdiep) uit dit bestemmingsplan geschreven? Waarom zijn de grenzen in elk plan anders en wat worden de werkelijke grenzen?

Antwoord Dit gaan we aanpassen. Er is een overeenkomst afgesloten.

Uit de beïnvloedingsrapportage van WPS is gebleken dat de minimale afstand van 10 meter tussen het uiteinde van de bestaande buisleidingen en ook de geplande gasleidingen onder technische voorwaarden gehandhaafd kunnen blijven. We zullen samen met de indiener van de zienswijze blijven afstemmen. Aan deze zienswijzen wordt tegemoet gekomen. Deze zienswijze is in lijn met andere zienswijzen.

Zie de beantwoording hierboven bij 69.

Het is een normale gang van zaken dat bij dit soort gebiedsontwikkelingen via een open planproces plannen voortdurend worden geoptimaliseerd. Door inbreng van bewoners, bedrijven en organisaties maar ook vanwege voortschrijdend inzicht worden de grenzen aangepast. Het voorliggend bestemmingsplan legt deze uiteindelijk vast.

18

72 K

73 K

74 M

Waar valt het gebied langs het Slochterdiep, en de andere gebieden die buiten dit bestemmingsplan vallen, in de toekomst onder? Wat is de bestemming van deze gebieden? Wat zijn de begrenzingen voor nieuwe plannen in de polder? We realiseren ons dat het aanpassen van de bestemming van deze percelen ingewikkeld ligt. Immers is er op dit moment geen toezegging op middelen vanuit het transitie landelijk gebied. Maar het bestemmingsplan zoals dat er nu ligt, beperkt ons in de toekomst als deze middelen er wel komen. Een bestemmingsplan zou onzes inziens toekomstbestendig moeten zijn.

Het gebied langs het Slochterdiep wordt toegevoegd aan het bestemmingsplan.

De definitieve begrenzing zal de versie zijn van de verbeelding die onherroepelijk is vastgesteld. Het bestemmingsplan is toekomstbestendig in die zin dat de gebiedsontwikkelingen gekoppeld zijn aan een tijdelijkheid van 25 jaar. Mocht gedurende de looptijd financiering beschikbaar komen kan indien gewenst de tijdelijkheid worden aangepast.

Verlichting 75 D

76 D

77 I

Verzoek Gaat de gemeente zich aan de afspraken zoals gemaakt tijdens de gebiedstafels houden en alleen calamiteitenlichten plaatsen? De gemeente stelt dat er geen sprake zal zijn van permanent licht bij de batterijopslag. Geldt dit tevens voor alle overige locaties van het zonnepark? In het plan is het voor ons onduidelijk wat er aan verlichtingsbronnen zullen komen voor zowel het hoogspanningsstation als het zonnepark. Op dit moment is de polder een donker gebied en wij willen dat graag zo houden.

Antwoord Er zal geen sprake zijn van permanent licht, enkel calamiteitenlichten bij het hoogspanningsstation. Er zal geen sprake zijn van permanent licht op andere locaties van het zonnepark.

Zie beantwoording bij 75.

Waterhuishouding 78 F

79 F

Verzoek “Binnen de huidige functies en peilgebiedsgrenzen is peilverhoging niet mogelijk in de gehele polder alsook binnen het plangebied. De huidige veenoxidatie kan niet worden beperkt.” Ik constateer is dat het voorliggend ontwerp bestemmingsplan hier geen oplossing voor biedt. “Planologische functiewijziging in het plangebied is noodzakelijk om hogere

Antwoord In het aangepaste bestemmingsplan is dit nu mogelijk gemaakt. Een peilverhoging is in de regels opgenomen.

De strook langs het Slochterdiep en enkele percelen van derden zijn aan het 19

peilen en minder drooglegging in het plangebied mogelijk te maken. Hierbij moet worden gedacht aan de functies 'agrarisch met medegebruik' of 'natuur'.”

80 F

81 F

bestemmingsplan toegevoegd als Agrarisch met Waarden.

Ik constateer dat het voorliggende ontwerp bestemmingsplan hier maar ten dele aan tegemoet komt en op een dusdanige versnipperde wijze dat het verhogen van de grondwaterstanden beperkt mogelijk is. “Het verminderen van de drooglegging Een mogelijke waterpeilverhoging is in het leidt tot een afname van het waterbergend bestemmingsplan mogelijk gemaakt, zie vermogen in bodem en oppervlaktewater antwoord 78. en daarmee verhoogd risico op wateroverlast. Functiewijziging moet ook hier ruimte bieden door wateroverlastnormen te verruimen.” Bestemmingswijziging en daarmee het verruimen van wateroverlastnormen kan voor een deel ruimte bieden om de afname aan waterbergend vermogen van het gebied te compenseren. Echter dit mag niet ten strijdig zijn met een robuust en klimaatbestendig watersysteem die niet afwentelt op de omgeving of in de tijd. Hier zal een afweging gemaakt moeten worden tussen het verruimen van de wateroverlastnormen en het extra creëren van bufferruimte voor water. “Als in de benodigde planologische procedures voor Meerstad-Noord de hiervoor genoemde functiewijzigingen worden doorgevoerd, dan kan maximaal 60% emissiereductie worden gerealiseerd. Hiervoor is een verfijning van de peilgebiedennoodzakelijk om het overige deel van de polder niet te beïnvloeden.

Zie antwoord bij 80. Het is niet te onderkennen dat emissiereductie niet volledig wordt bereikt wanneer er geen peilverlaging plaats vindt. Dat zou betekenen dat deze koppelkans niet wordt verzilverd. Er is echter dan nog steeds sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Ik constateer dat de genoemde reductie van maximaal 60% emissiereductie lang niet gehaald kan worden omdat er maar ten dele een aanpassing van de hiervoor benodigde grondwaterstandsverhoging plaats kan vinden. Daarbij zullen de randeffecten van grote invloed zijn en zal het behalen van hogere grondwaterstanden in de praktijk nog geringer zijn en daarmee het terugdringen van de veenoxidatie.

20

82 F

83 F

84 F

85 F

86 F

Als er nog geen keuze gemaakt wordt over en geen invulling gegeven wordt aan de uitgewerkte varianten van bijlage 6, maar er al wel gestart wordt met de ruimtelijke inpassing door het aanbrengen van extra natte infrastructuur, is er zelfs een reële kans op het vergroten van de veenoxidatie in het gebied. De notitie (bijlage 6) kan nog niet beschouwd worden als een waterhuishoudingsplan voor het plangebied die voor de verdere uitwerking wel noodzakelijk is. In de notitie zijn verschillende varianten uitgewerkt om veenoxidatie tegen te gaan en ik constateer dat de drooglegging voor het hoogspanningsstation in meerdere varianten niet gehaald wordt. Om hier wel aan te voldoen zal het terrein opgehoogd moeten worden. In hoofdstuk 4 van de toelichting wordt het aspect waterbergingscompensatie benoemd en de algemene voorwaarden en uitgangspunten die hiervoor gelden. Aanvullend hierop zou ik adviseren om als vuistregel voor de waterbergingscompensatie niet 80 Iiter/m2 verhardingstoename te hanteren maar ca. 90 liter/m2. Dit is nog niet de formele vuistregel maar zal gezien de verdere klimaatontwikkeling in de volgende Waterschapsverordening van het waterschap het uitgangspunt worden. Overigens is de Keur van het waterschap per 1 januari 2024 in het kader van de omgevingswet over gegaan in de Waterschapsverordening Hunze en Aa's.

In de reactie tijdens het vooroverleg heb ik aangegeven dat de toename aan verharding die middels dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt en de hiervoor benodigde waterbergingscompensatie aan het plan toegevoegd zou moeten worden. Hier is nog niet concreet invulling aan gegeven, het gaat daarbij niet alleen om de toegangswegen, maar ook om bijvoorbeeld het hoogspanningsstation, die met een oppervlak van 31.500 m2 een waterbergingscompensatieplicht van 2.835 m3 geeft. Ik verzoek u nogmaals om de

Zie antwoord bij 81.

We gaan dit aanpassen

We gaan dit aanpassen.

We gaan dit aanpassen.

Wij zullen hier invulling aan geven in het aangevulde waterhuishoudkundige plan waarbij we ook de waterbergingscompensatie als gevolg van toename verharding en compensatie voor te dempen sloten concretiseren.

21

87 F

88 F

89 K

90 K 91 K

verhardingstoename in beeld te brengen en aan te geven op welke wijze de bergingscompensatie gerealiseerd gaat worden. Deze compensatie is extra ten opzichte van de compensatie die nodig is als gevolg van het mogelijk opzetten van de grondwaterstanden ten behoeve van de reductie van de veenoxidatie. Daarnaast zullen dempingen van watergangen volledig gecompenseerd moeten worden. Ten aanzien van de waterkwaliteit mis ik in de toelichting hoe de waterkwaliteit van het oppervlaktewater geborgd wordt. Wordt er bijvoorbeeld bij het hoogspanningsstation een lekvoorziening geplaatst om afstroming van vervuilende stoffen te voorkomen? Uitgangspunt van het waterschap is dat vervuiling van het oppervlaktewater in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Om deze reden vraagt het waterschap om de toepassing van uitlogende materialen zoveel mogelijk te beperken en om vervuiling door bedrijfsmatige activiteiten te voorkomen. Afstromend hemelwater dat vervuild is geraakt moet zo veel mogelijk gescheiden worden afgevoerd, of moet worden gezuiverd. Ik wil opmerken dat voor het realiseren van het zonnepark en de andere bouwactiviteiten in het gebied een watervergunning van het waterschap noodzakelijk is. Door de bouw van het hoogspanningsstation en de activiteiten die op de NAM locatie worden gepland neemt de verharding in de polder toe.

Door het verharde oppervlakte van de zonnepanelen neemt de verharding in de polder nog verder toe. Extra sloten zorgen voor afvoer van water. De extra verharding door de zonnepanelen zorgt voor een snellere afstroming. Hoe wordt de infiltratie van water in de polder geregeld? Wat zijn uw oplossingen voor waterberging? De ecoloog heeft gesproken over verschillende waterniveaus in de polder. Wat doet u met dit advies?

Dit wordt geregeld via de bouwvergunning. De uitgangspunten worden opgenomen in de waterparagraaf.

Hier zijn we ons inderdaad van bewust.

Zie inrichtingsplan. Het water dat op de zonnepanelen valt stroomt rechtstreeks af richting de bodem. Door de ruimte tussen de panelen is er ruimschoots ruimte voor opvang en infiltratie. Door het gebied intensief te begreppelen, neemt de opvang en verwerkingscapaciteit van het gebied toe. Door extensief beheer verbetert de bodemkwaliteit en daarmee het waterbergend vermogen.

Zie beantwoording vraag 86. In het waterstructuurplan dat is gemaakt voor het aanpassen van de waterstructuur worden meerdere peilgebieden onderscheiden. Er is 22

92 K

Wat is het gevolg van het veranderende waterpeil op de huizen rond het polder Lageland?

93 K

Kunt u aangeven van welke waterhuishoudkundige variant u in uw plannen uitgaat? En hoe deze in relatie staan tot veenoxidatie?

94 K

Hoe gaat het Waterschap om met de versnelde toestroom van water naar het gemaal en het vergroten van de pompcapaciteit voor afvoer van water naar het Slochterdiep? Wie draagt de kosten voor het veranderende waterbeheer in de polder Lageland? Het Waterschap Hunze & Aa of de gemeente? Overigens bestaat op dit moment ook nog niet de publiekrechtelijke zekerheid dat het waterschap het waterpeil door middel van het nemen van een besluit zal gaan verhogen. Cliënte heeft in ieder geval begrepen dat het waterschap de daarmee gepaard gaande kosten niet voor zijn rekening wil nemen. Dit is niet zonder

95 K

96 L

echter nog geen definitieve keuze gemaakt of het peilbeheer in de polder wordt veranderd. Dit wordt nog nader onderzocht door het waterschap, de provincie en de gemeente. Voor een peilwijziging dient een Peilbesluitprocedure conform de Omgevingswet bij waterschap Hunze en Aa’s te worden doorlopen. Om de gebiedsontwikkeling te accommoderen, zullen wel pragmatische ingrepen plaats vinden. Zie hiervoor het ontwerp en uitleg van Sweco. Er is nog geen sprake van een veranderend waterpeil. Het beoogde peilbeheer met bijbehorende peilgebieden wordt afgestemd op de verschillende functies in het gebied. Doel van het peilbeheer is om de grondwaterstand in droge perioden minder ver te laten uitzakken. In natte perioden wordt gestuurd op het voorkomen van wateroverlast. Tijdens de peilbesluitprocedure worden de diverse belangen afgewogen en wordt het nieuwe peilbeheer goed gemotiveerd. Om de gebiedsontwikkeling te accommoderen, zullen slechts pragmatische waterhuishoudkundige ingrepen worden gedaan waarbij het waterpeil gelijk blijft. Dit betekent dus dat in eerste instantie geen oplossing is voor de veenoxidatie. De beoogde waterstructuur in een eventuele latere fase zal via een Peilbesluitprocedure conform de Waterwet middels een uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure bij waterschap Hunze en Aa’s worden doorlopen.

Binnen het plangebied wordt voldoende buffercapaciteit gerealiseerd om afwenteling te voorkomen.

De reden dat het waterpeil nog niet wordt aangepast heeft te maken met het gebrek aan financiële middelen. Het bestemmingsplan maakt een eventuele peilverhoging mogelijk. De daadwerkelijke verhoging zal via besluitvorming van het Waterschap lopen.

23

97 M

98 M

belang nu juist de -met de verhoging van het waterpeil- voorgestelde milieuwinst in de vorm van vermindering van veenoxidatie daarmee op losse schroeven is komen te staan. Onduidelijk is dus of de veronderstelde milieuwinst wel zal worden gehaald, hetgeen uw raad toch te denken zou moeten geven. Door het handhaven van de agrarische functie van de bufferstrook en enkele percelen zullen we met dit bestemmingsplan niet voldoende vernatting kunnen doorvoeren omdat de agrarische percelen bediend moeten blijven. Dit geeft beperkingen voor het behalen de doelen die we hebben binnen de transitie landelijk gebied en de regionale veenweide strategie (voorkomen maaivelddaling, tegengaan C02-emissie uit veen, klimaatadaptatie en vergroten biodiversiteit). In het bestemmingsplan worden de bufferstrook en enkele agrarische percelen buiten beschouwing gelaten, waardoor er versnippering van het plangebied ontstaat. Waterhuishoudkundig kan niet gestuurd worden op perceelniveau. Het is onzes inziens nodig om het hele plangebied te beschouwen om de doelen te behalen. Daarnaast is het voor het waterschap praktisch gezien onmogelijk om deze versnippering aan functies te bedienen.

Er is nog geen definitieve keuze gemaakt of het peilbeheer in de polder wordt veranderd. Dit wordt nog nader onderzocht. Voor een peilwijziging dient een Peilbesluitprocedure conform de Waterwet middels een uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure bij waterschap Hunze en Aa’s te worden doorlopen.

Dit is correct, bij de aanpassing van het bestemmingsplan is het gehele gebied nu meegenomen. Zie antwoord 79.

Zonnepark en groene buffer 99

I

100 I

Verzoek Er wordt gesproken over minimaliseren van hekwerk, versterken van de ecologische waarde, inpassen van omvormers en alle randzaken van het zonnepark worden conform de maatwerkmethode van de provincie landschappelijk ingepast en gesitueerd. Dit is wat ons betreft te vrijblijvend. Er wordt gesproken over het streven om dit te transformeren tot een extensief beheerd agrarisch cultuurlandschap met een hoge natuurwaarde waarbij het

Antwoord Dit wordt in het inrichtingsplan weergegeven.

De transformatie is in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Het uitgangspunt blijft dit te realiseren.

24

101 I

102 K

103 J

104 J

105 J

grondpeil verhoogd wordt om veenoxidatie tegen te gaan. Dit lijkt politiek (waterschappen moeten dit mede gaan uitvoeren) en financieel helemaal niet realistisch. Tenslotte vinden wij het een minachting naar de bewoners van het Lageland dat wij naast een groot zonnepark en hoogspanningsstation komen te wonen terwijl onze eigen voorzieningen op dat gebied ver beneden peil zijn en er geen vooruitzicht is op verbetering. Wij hebben zelf 24 zonnepanelen op onze schuur en dak liggen die per jaar minder dan 50% van hun vermogen kunnen leveren door onvoldoende netwerk capaciteit. Bij ons op de Hamweg valt regelmatig de stroom uit. Waarom wordt dit niet meegenomen? Op pagina 24 staat: “De bufferzone is de groene ruimte tussen de bestaande bewoning en het zonnepark en heeft over het algemeen een breedte van 300 tot 500 meter.” Waarom schetst u alleen de gunstige afstand? Er zijn ook huizen die dichter dan 300 meter bij de zonne-industrie liggen. Waarom noemt u deze niet? Ik wil benadrukken dat ik het plan van een zonnepark van 175ha op landbouwgrond een bijzonder slecht doordacht en kortzichtig idee vindt zoals zoveel plannen die doen aan green-washing en doen voorkomen als ‘noodzakelijk voor de energietransitie en daarom gegrond.’ De wensen ten opzichte van afstand van het zonnepark richting de erven zijn genegeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4905/documents/82435