CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota Sociale basis, voor elkaar 2023.pdf

gemeenteraad 5 april 2023, gemeente GroningenBij agendapunt: c: Nota Sociale Basis fase 2 (raadsvoorstel 22-2-23)12.922 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een goede inrichting van ruimte draagt bij aan een sterke sociale basis. Voor deze inrichting is de Leidraad Openbare Ruimte17 een belangrijk uitgangspunt.

23

5.10 Veiligheid en leefbaarheid Inwoners noemden veiligheid als belangrijke voorwaarde voor een sterke sociale basis. Tegelijkertijd helpt een sterke sociale basis onveiligheid te voorkomen en is onveiligheid makkelijker aan te pakken met een sterke sociale basis. Er zijn meerdere ontwikkelingen die in wijken en dorpen de onveiligheid vergroten en de sociale structuren verzwakken. Dit hangt samen met bijvoorbeeld verloedering, ondermijning, (multi)probleemhuishoudens, woonoverlast, jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit. Ook polarisatie, spanningen in de samenleving en inwoners die niet meer aan de samenleving willen of kunnen deelnemen, spelen een rol. Een sterke sociale basis is belangrijk voor ons beleid op veiligheid en leefbaarheid.20 We willen dicht bij inwoners zitten. Dit helpt ons om snel te kunnen signaleren en informeren en om benaderbaar en vertrouwenwekkend te zijn. Toezicht en handhaving spelen daarbij een grote rol. Het gebiedsgericht werken met betrekking tot veiligheid is sterk in ontwikkeling. Inwoners willen graag meewerken aan het veiliger maken van hun buurt of dorp en nemen daar regelmatig initiatief voor. Al weten zij niet altijd hoe ze dat het beste kunnen doen.21

Er is onderscheid te maken tussen gedeelde veiligheid en de persoonlijke beleving ervan. Daarvoor moet worden stil gestaan bij de oorzaken van gevoelens van onveiligheid of een gebrek aan gevoel van veiligheid. Vooral het gesprek daarover met inwoners is van belang om gepaste maatregelen te kunnen nemen om gevoelens van veiligheid te bevorderen.

• Voor een sterke sociale basis is het van belang om te bouwen aan een goede samenwerking met de WIJ en andere partners. Dat vraagt om duidelijke ‘basisprincipes’. Hoe ga je als hulpverlener bijvoorbeeld om met een situatie waarin het behoud van je relatie met een cliënt (door niets te zeggen) en het in stand houden van de veiligheid van de buurt haaks op elkaar staan? Voor dit soort dilemma’s moeten wij samen een richtinggevend kader opstellen. • Belangrijk is de bewustwording van onveilig gedrag. Professionals en inwoners moeten bijvoorbeeld signalen van ondermijning kunnen herkennen.

>

• Dat laatste geldt ook voor de gemeente. Als we bijvoorbeeld subsidie verstrekken, moeten we weten met wie we ‘zakendoen’ en resultaten monitoren op veiligheid.

24

5.11 Wmo Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van zorg en ondersteuning dicht bij inwoners. Dit is in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Goede zorg én een sterke sociale basis zijn hiervoor de pijlers. Voor alle inwoners zijn er toegankelijke basis- en algemene voorzieningen in de buurt voor ontmoeting en activiteiten. Kwetsbare inwoners kunnen zo gewoon blijven meedoen. Deze voorzieningen dragen bij aan het versterken van de sociale basis. Een sterke sociale basis kan voorkomen dat iemand vroegtijdig in een zorgtraject terechtkomt. Wij willen zorgprofessionals beter laten aansluiten bij de sociale basis en de leefwereld van inwoners. Ook streven we naar een goede samenwerking in de buurt tussen formele en informele zorg. Zowel bij de sociale basis als bij de Wmo streven we naar zelf- en samenredzaamheid: gezonde en gelukkige inwoners die prettig samenleven.

Na de decentralisaties is gekeken naar de organisatie van individuele zorg en ondersteuning in het sociaal domein. Er is meer aandacht nodig voor het verbinden van mensen. Vanuit de Wmo uit dit zich vooral in de vorm van basisen algemene voorzieningen. Toch is veel zorg nog gericht op oplossingen voor het individu. Als we meer inzetten op het versterken van de sociale basis, werken wij preventief. Het inperken van zorgkosten is hierbij niet het hoofddoel, maar een effect daarvan.

en groen met elkaar te verbinden. Met de Voedselagenda 2021-2023 wil de gemeente inwoners aanmoedigen en ondersteunen om gezondere keuzes te maken. Tegelijkertijd wil zij met deze agenda duurzame productie en verwerking van voedsel stimuleren.22

5.13 Overige beleidsthema’s De sociale basis raakt aan alle aspecten van het dagelijks leven. We hebben niet alle beleidsthema’s genoemd, maar bij elk thema zou je rekening moeten houden met de effecten op de sociale basis. Ook onderwerpen die daar niet direct verband mee lijken te houden, leiden ertoe dat mensen met elkaar in gesprek komen. Op inwonersbijeenkomsten over fysieke thema’s kan het zomaar over sociale thema’s gaan, en andersom. Wil je het bijvoorbeeld over vergroening hebben, dan gaat het gesprek al snel over overlast en veiligheid. Een bredere aanpak is dan effectiever. Dat wil zeggen, samen met het gebiedsteam en de opbouwwerker kijken naar wat speelt in de wijk. Dan blijkt dat vergroening aanleiding is voor contact en samenwerking. Zo werd een project voor vergroening in Vinkhuizen een ‘social event’ met een poffertjeskraam en een energie- en klusbus. En met inwoners die samen hun tuinen gingen vergroenen. Het is dus van belang om steeds af te stemmen met gebiedsteams en andere partners in de wijk hoe je het gesprek het beste aan kan gaan. Een gebiedsteam is het geheugen van een wijk.

>

Het is belangrijk dat de werelden van de zorg en de sociale basis elkaar ontmoeten. We benaderen gezondheid in de breedste zin van het woord. Positieve gezondheid is hiervoor een mooi instrument.

5.12 Voedselagenda Voedsel kan mensen verbinden. Het definieert onze cultuur. Samen koken en eten geeft bovendien plezier en bevordert interactie. Zo draagt voedsel bij aan een sterke sociale basis. Ook is het een goed middel om thema’s als verduurzamen, gezondheid

25

6

Doorgaande dialoog Dit hoofdstuk staat in het teken van de doorgaande dialoog. De doorgaande dialoog houdt in dat wij als gemeente steeds met inwoners en partners in gesprek blijven, samenwerken en afstemmen welke kant we op willen. Het zijn de gebiedsteams die de doorgaande dialoog vormgeven. Op die manier: • vergroten ze de zeggenschap van inwoners; • dragen ze eraan bij dat inwoners zich gehoord voelen; • versterken ze het vertrouwen van inwoners in de overheid23. De vorm van de dialoog verschilt momenteel sterk. Hij loopt van heel gestructureerd naar soms minder gestructureerd. Er wordt gebruikgemaakt van vaste structuren en netwerken in de wijk of het dorp, zoals bewoners- en maatschappelijke organisaties. Daarnaast is er dagelijks informeel contact met inwoners, waarbij signalen op te pikken zijn. In de doorgaande dialoog gaat het de ene keer over vraagstukken in de wijk of het dorp, klein en groot. Vraagstukken waar wij samen met partners mee aan

>

de slag willen, met hulp van deskundigen binnen de gemeente. De andere keer gaat het om het uitvoeren van beleid in het gebied. Of om het ontdekken en vormgeven van nieuwe netwerken en initiatieven.

6.1 Weten wat er speelt en toegankelijk zijn Een reden waarom wij de doorgaande dialoog willen versterken, is om goed geïnformeerd te zijn over hoe we aan de sociale basis kunnen werken. Het sterker maken van de sociale basis vindt plaats in de gebieden, wijken

en dorpen. We streven ernaar om dicht bij de inwoners te staan, om ter plekke ogen en oren te hebben. En om laagdrempelig, benaderbaar en betrouwbaar te zijn. We willen weten wat lokaal speelt. De sociale basis is minder maakbaar dan mensen weleens denken. Het is een proces van een lange adem, van twee stappen vooruit en één achteruit, van vallen en opstaan. De gemeente kan dit proces ondersteunen, maar minder goed aansturen. Bij het versterken van de sociale basis past ons bescheidenheid.

26

Als gemeente kunnen we het gesprek aangaan over dit onderwerp, met partners als de WIJ, het GON, Lentis, Humanitas, Werkpro, de kerken, bedrijven en corporaties. Met elkaar moeten wij ieders rol en bijdrage tegen het licht houden. Zo kunnen we onderzoeken hoe we elkaar kunnen aanvullen en hoe wij inwoners nog meer kunnen betrekken en activeren. Hoewel het belangrijk is om waar nodig beleid bij te schaven en te ontwikkelen, moet er continuïteit zijn in de rol van de gemeente.5 De doorgaande dialoog heeft ook betrekking op hoe we met inwoners en organisaties corresponderen. Als wij in wijken en dorpen werken aan vertrouwen en waardering, moeten we in onze correspondentie niet formeel en afstandelijk zijn. Dit uit zich ook in de insteek van de gesprekken die we voeren. Inhoud is niet altijd leidend in de dialoog. Maar wel het luisteren naar en waardering uitspreken over wat inwoners doen. Dit stelden we al vast in de brief aan de raad begin dit jaar.2

6.2 Beleid vertalen naar gebieden Een ander doel van de doorgaande dialoog is beleid vertalen naar de gebieden. De opgaven die spelen in wijken en dorpen verschillen van elkaar. Elke wijk en elk dorp heeft een ‘couleur locale’. Wonen in een dorp is anders dan wonen in een wijk van de stad. Maar ook tussen wijken zijn er grote verschillen. Wij baseren ons beleid deels op theorie en aannames. Het is belangrijk om te kijken hoe dit in de praktijk blijkt

te werken, het beleid steeds te evalueren en het bij te schaven. Ontbreekt er iets? Sluit het beleid aan bij de behoeften van inwoners? De doorgaande dialoog is een middel om beleid op een kwalitatieve manier te evalueren. Beleid in het sociaal domein is niet altijd uit te drukken in cijfers. Goede gesprekken zijn nodig om te duiden waar het over gaat. Deze nota is een kapstok voor beleid op de sociale basis. Per gebied moeten we kijken hoe dit het beste in te vullen is. Zo nemen we de context mee waarin het beleid tot uiting komt, zoals aangegeven in figuur 2.1. Dit kan ertoe leiden dat het accent in elk gebied anders is. Om dit goed vorm te geven, moeten we constant het gesprek voeren.

>

Gebiedsgericht werken is dus een randvoorwaarde om de sociale basis te kunnen versterken. Deze manier van werken wil zeggen dat wij het gesprek met inwoners voeren op de schaal die het meest geschikt is. Vaak is dat in de directe leefomgeving, de straat, de wijk of het dorp. Maar niet voor iedereen speelt het leven zich in de directe leefomgeving af. In die gevallen voeren we het gesprek in het gebied of op stedelijke schaal. Bij gebiedsgericht werken gaat het meestal over de kwaliteit van de sociale basis in wijken of dorpen. Denk aan initiatieven van inwoners, activiteiten in een buurtof dorpshuis, het opknappen van een speelveld voor kinderen waar ouders elkaar kunnen ontmoeten of het voorkomen of tegengaan van onenigheid of overlast. Bij gebiedsgericht werken spelen wij zoveel mogelijk

27

6.3 Democratische vernieuwing en participatie De doorgaande dialoog is niet los te zien van democratische vernieuwing en participatie. Aan die laatste twee werken wij sinds 2014 hard. We ‘oefenen’ met het Gronings model voor wijk- en dorpsdemocratie in de Rivierenbuurt, Onnen, Noordlaren Glimmen en Hoogkerk. Participatie gaan we beter borgen in de ambtelijke organisatie. Zeggenschap van inwoners wordt voor ons nog meer een kernwaarde22. Gezamenlijke besluitvorming geeft draagvlak. Het geeft inwoners het gevoel van eigenaarschap over hun gebied6. Ook stimuleert het bewonersinitiatieven. Inwoners maken de sociale basis, dus het is belangrijk om hen te betrekken bij het beleid daarop.

>

6.4 Wijkvernieuwing in op de logica van een wijk of dorp. We verbinden gemeentelijke programma’s met lokale opgaven en bewonersinitiatieven. Signalen uit wijken en dorpen zijn input voor beleidsnota’s. We formuleren in gebiedsprogramma’s de doelen die we de komende jaren willen bereiken. We verbinden de systeemen leefwereld met elkaar. En we bevorderen de samenwerking tussen partners, organisaties en wijkof dorpsbewoners. Vraagstukken die betrekking hebben op de sociale basis zijn vaak moeilijk te vangen in beleid. In een wijk of dorp liggen meestal

ongeordende opgaven. Ongeordend betekent hier dat het gaat om meerdere beleidsterreinen en meerdere partijen met verschillende visies, rollen, mogelijkheden en beperkingen. Deze vraagstukken lenen zich minder voor een analytischrationalistische benadering3. Geschikter is een integrale benadering, met een doorlopende dialoog met inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Wij zijn een van de partners die voor het versterken van de sociale basis de agenda in een wijk of dorp vaststellen, er gezamenlijke acties aan verbinden en steeds monitoren of we op de goede weg zijn.

Voor de noordelijke wijken en de Wijert is extra aandacht vanwege wijkvernieuwing. Wijkvernieuwing is duurzame wijkontwikkeling in brede zin: een aanpak waarmee alle thema’s die hiervoor van belang zijn, samenkomen. Klein en groot, ruimtelijk en sociaal. Zo werken we samen met inwoners en andere partners aan een ongedeelde en inclusieve stad. Wijkvernieuwing gebeurt met een jaarlijks uitvoeringsplan. Een deel hiervan richt zich op het versterken van de sociale basis. Investeren in wijkvernieuwing is ongelijk investeren. Ten opzichte van andere wijken investeren we extra in

28

bijvoorbeeld nieuwe woningen, de openbare ruimte, sociaal werk, het terugdringen van armoede, de verlengde schooldag, algemene voorzieningen, werk en participatie.

6.5 Hoe richten we de doorgaande dialoog in de toekomst in? De komende jaren blijven wij de doorgaande dialoog versterken. Hier zijn mooie voorbeelden van, zoals de dorpenronde in Ten Boer, een sterk netwerk in Beijum en een ‘co-creatiegroep’ in Paddepoel. Voor het gebied Zuid is toegezegd om elk jaar twee keer bij elkaar te komen om te praten over de sociale basis. Voor deze gesprekken is gebruik te maken van het conceptueel gespreksmodel uit het onderzoek van het VerweyJonker Instituut5. We leggen vast wat werkt en hoe wij onze manier van werken steeds kunnen verbeteren. Op gemeentelijke schaal geven we de doorgaande dialoog vorm door tweejaarlijks het gesprek aan te gaan met organisaties die een belangrijke rol hebben in de wijken en dorpen. Denk bijvoorbeeld aan bewonersorganisaties en sociaal-culturele accommodaties. Maar ook aan de WIJ en het GON, omdat ze zicht hebben op wat lokaal speelt. In het gesprek gaat het dan over hoe het ervoor staat met de organisatie en de samenwerking met partners, inclusief de gemeente. Daarnaast is het doel ervan dat de gemeente dichtbij is, dat we elkaar kennen en toegankelijk zijn. Wij pakken op wat in de gesprekken naar voren komt. Dit helpt ook om vertrouwen te creëren.

6.6 Digitalisering We kunnen in deze tijd niet om digitalisering en sociale media heen. Sociale media kunnen bijdragen aan onderlinge verbondenheid. Vooral onder jongeren vindt een groot deel van de sociale contacten online plaats. Hiervoor hebben wij aandacht en we houden rekening met de randvoorwaarden die hiervoor gelden. Daarnaast houden we er rekening mee dat veel mensen niet beschikken over genoeg vaardigheden om gebruik te maken van internet. Terwijl dat wel steeds meer van hen wordt verwacht. Ook kunnen veel mensen zich niet goed genoeg wapenen tegen misbruik via internet. Van de voordelen die internet met sociale media kan bieden voor onderlinge verbondenheid kunnen zij daardoor onvoldoende gebruikmaken. We denken hierbij in het bijzonder aan ouderen en mensen die eenzaam zijn.

>

Actielijn: • W  e ontwikkelen een doorgaande dialoog in al onze wijken en dorpen. • W  e voeren tweejaarlijks gesprekken met wijk- en dorpsorganisaties. • W  e informeren de raad regelmatig over ontwikkelingen met betrekking tot de doorgaande dialoog en de sociale basis. Zowel per gebied als gemeentelijk. In februari 2024 komen wij met een brief hierover. • W  e letten erop dat we in onze correspondentie met partners in een gebied, wijk of dorp niet te formeel en afstandelijk zijn.

29

7

Werkagenda In deze nota hebben wij het belang van het versterken van de sociale basis beschreven. Ook hebben we aangegeven op welke beleidsthema’s we inzetten. Elk thema verdient extra aandacht. Daarom leggen we in ieder geval de onderwerpen van de smalle sociale basis aan de gemeenteraad voor om te bespreken. In onderstaande werkagenda geven we een overzicht van de actielijnen en van wanneer wij verwachten met een vervolg te komen. Per thema leggen we de uitwerking daarvan aan de raad voor in de vorm van een nota, informerende brief of uitvoeringplan. Sommige onderwerpen bundelen we. Er komen aparte stukken over, maar ze zijn wel tegelijk te behandelen.

>

Het komende jaar werken we verschillende actielijnen uit. Bij elke actielijn gaan wij in op de jaarlijkse monitoring van het beleid, de indicatoren en de meetbare resultaten. We hebben bijzondere aandacht voor het kwalitatieve onderzoek. Deze nota heeft een looptijd van vijf jaar. We informeren de raad twee keer per jaar over de voortgang van de actielijnen.

30

2023 Juni

Oktober

Actielijn

Bespreken d.m.v.

Sociaal-culturele accommodaties

Nota

Ouderen in Groningen

Brief aan de raad, uitvoeringsplan

Mantelzorg

Nota

Eenzaamheid

Nota

Sociaal werk

Brief aan de raad

Vrijwilligers

Nota

Bewonersorganisaties

Nota

Maatschappelijke en bewonersinitiatieven

Nota

Doorgaande dialoog

Brief aan de raad

>

2024 Februari

31

8

 Maatschappelijk draagvlak en participatie In hoofdstuk 3 hebben wij beschreven hoe en wat aan informatie over de sociale basis is opgehaald bij inwoners en organisaties. Bij het opstellen van de nota hebben we de Adviesgroep Sociaal Domein Groningen (ASDG) betrokken. De ASDG en de Werkgroep Toegankelijk Groningen (WTG) hebben meegelezen met de concepttekst.

>

De nota heeft een werkagenda waarbij we op de verschillende onderdelen van de sociale basis apart ingaan. Per onderwerp betrekken wij inwoners en organisaties vroegtijdig bij het opstellen van beleid en een uitvoeringprogramma. Aan het einde van het traject krijgen inwoners de ruimte om in te spreken. Het advies van de ASDG is als bijlage aan deze nota toegevoegd. De opmerkingen zijn verwerkt in de nota. De term (smalle en brede) sociale basis hebben we gehandhaafd, maar uitgebreider toegelicht.

32

9

Financiën We gaan hier in op de budgetten die betrekking hebben op de smalle sociale basis, omdat we ons in de uitwerking van de actielijnen daarop richten.

Smalle sociale basis Sociaal culturele accommodaties

5.109.066

Bewonersorganisaties

368.803

Vrijwillige inzet

1.304.950

Ouderen in Groningen (incl. dementie)

276.900

Eenzaamheid

76.000

Mantelzorg

1.055.607 Totaal

8.191.326

Het bedrag bij sociaal culturele accommodaties betreft de subsidies die betrekking hebben op de exploitatie en beheer. De subsidies worden verstrekt aan de besturen van de accommodaties. Het bedrag bij bewonersorganisaties betreft de subsidies aan dorp-, buurt- en wijkverenigingen. De vrijwillige inzet heeft betrekking op de subsidie aan Humanitas en Link050 (Werkpro) voor het ondersteunen van vrijwilligers en het verbinden van vraag en aanbod. Het bedrag voor ouderen in Groningen heeft betrekking op subsidies voor ouderenorganisaties en 200.000 die binnen het coalitieakkoord beschikbaar is gesteld voor nieuw beleid (de raad wordt over de

uitwerking in juni geïnformeerd). Het bedrag bij eenzaamheid wordt ingezet voor de aanpak eenzaamheid en bij mantelzorg wordt ingezet op mantelzorgwaardering en mantelzorgondersteuning. Het rijk heeft extra middelen voor eenzaamheid, mantelzorg en sociale basis beschikbaar gesteld. Zie hierna onder ‘SPUK middelen’. In de actielijnen die we de komende tijd uitwerken gaan we per onderdeel specifieker in op de financiën. Sociaal werk Voor de uitvoering van het sociaal werk verlenen we de stichting WIJ een subsidie in de vorm van een lumpsumbedrag. In de opdrachtformulering aan WIJ geven we richting aan de resultaten die we verwachten op deze kernactiviteiten. Preventie is binnen deze opdrachtformulering een belangrijke pijler waar we, over de invulling, in gesprek zijn met WIJ.

>

De kernactiviteiten zijn: 1. Samenlevingsopbouw en preventie. Het versterken van de kracht van de gemeenschap. Het ondersteunen van initiatieven in de wijken en dorpen en dit overdragen dit aan (groepen) inwoners zodra het kan. Het bieden van specifieke preventieve ondersteuning aan Jeugd en gezinnen op school en bij huisartsen. Het samen met inwoners en partners creëren en aanbieden van preventieve en collectieve activiteiten die bijdragen aan vroeg signaleren, het voorkomen van zorg en het stabiliseren en voorkomen van maatregelen. 2. Basisondersteuning. Dit bestaat uit praktische ondersteuning (plus), specifieke ondersteuning (zoals OGGZ, bemoeizorg, de Ploeg, gezinscoaches), overbruggingszorg tot inwoners terecht kunnen bij specialistische zorg en casusregie. 3. Toegangsfunctie en verwijzing naar specialistische zorg of voorziening (i.h.k.v. Jeugdwet en WMO).

33

Maatschappelijke en bewonersinitiatieven We financieren vanuit verschillen beleidsbudgetten en gebiedsbudgetten bewoners- en maatschappelijke initiatieven. In februari 2024 komen we met een voorstel hoe we omgaan met bewoners- en maatschappelijke initiatieven, waarbij het financieren voor langere tijd een optie is. We zullen dan een overzicht geven wat we uitgeven aan deze initiatieven. SPUK middelen In het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) zetten gemeenten, zorgverzekeraars en VWS zich gezamenlijk in voor een gezond en actief leven met een stevige sociale basis. Met de herwaardering van de sociale basis biedt het Rijk financiële mogelijkheden om onze plannen t.a.v. de sociale basis te financieren met de zogenaamde brede SPUK (Specifieke uitkering) -middelen. Het rijk heeft in februari de middelen voor de brede SPUK bekend gemaakt. Daarvan hebben de volgende middelen betrekking op de smalle sociale basis:

Jaar

Versterken sociale basis

Mantelzorg

Eén tegen Eenzaamheid

2023

€ 408.730

€ 111.981

€ 111.981

2024

€ 403.123

€ 111.979

€ 111.979

2025

€ 403.123

€ 111.979

€ 89.583

2026

€ 302.209

€ 100.736

€0

>

Elke gemeente dient uiterlijk in 2024 een beleidsvisie op de sociale basis, met aandacht voor gebiedsgerichte uitvoering, te hebben.

34

Verwijzingen en Noten 1 | Sociale basis is een beleidsterm.

In de gesprekken zijn daar vaak andere woorden voor gebruikt (zoals ‘welzijn’ en ‘samenleving’).

8 | Besturen van sociaal culturele accommodatie

konden zelf aangeven of ze een gesprek wilden, bij bewonersorganisaties gaan we bij alle langs een deel ervan heeft inmiddels het gesprek gehad.

2 | De sociale basis in Groningen:

harmoniseren en verder uit 2020. Link > 3 | Brief aan de raad,

‘Tussenstand nota sociale basis en accommodatienota’ Link >

Link > 19 | Diversiteitsagenda 2.0:

Link > 9 | Link 050, ondersteunt vrijwilligers en

vrijwilligersorganisaties 10 | Monitor Zorgzame gemeenschappen (2020)

20 | In het ‘Plan van aanpak preventie met gezag Groningen’

en het ‘Uitvoeringprogramma leefbaarheid en veiligheid’ staat beschreven hoe we als gemeente samen met ketenpartners deze problematiek willen aanpakken.

11 | Notitie: Ouderen in Groningen

Link > 4 | Movisie. (2021). Sterke beleidsinterventies, sterke sociale basis. Een verkenning. Geraadpleegd op: movisie >

12 | eensamen 050

5 | Verwey Jonker Instituut. Leren, sturen en

13 | Eén tegen eenzaamheid

verantwoorden in de sociale basis. Geraadpleegd op: verwey-jonker >

18 | Gedicht, Diversiteitsagenda pagina 2,0:

Link >

Link >

21 | Een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau stelt

vast dat ‘een sterke sociale cohesie tussen buurtgenoten de kans slachtoffer te worden van uiteenlopende vormen van criminaliteit beduidend verkleint [en] tevens direct verbonden [is] met minder onveiligheidsgevoelens bij de bewoners.’ (De Hart et al., ‘Zekere Banden: Sociale Cohesie, Leefbaarheid En Veiligheid,’ p1–2.)

14 | In voor mantelzorg-thuis 6 | Pawson, R., & Tilley, N. (1997).

Realistic evaluation. London, England: Sage Publications.

Movisie >

Link > 15 | Nota armoede

Toekomst met Perspectief > 7 | Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. (2022).

Ruimte maken voor ontmoeting. De buurt als sociale leefomgeving. Geraadpleegd op: Raad Volksgezondheid & Samenleving >

22 | Voedselagenda 2021-2023 :

16 | Nota gezondheid: Gezond Leven in 050

Link > 17 | Leidraad openbare ruimte:

Link >

23 | Coalitieakkoord. Het begint in Groningen.

Voor wat echt van waarde is. p.32 Link >

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4685/documents/73786