Bijlage 1 Nota Sociale basis, voor elkaar 2023.pdf
Tekst van het document
DE SOCIALE BASIS,
VOOR ELKAAR! WERKEN AAN EEN STERKE SOCIALE BASIS VOOR IEDEREEN IN GRONINGEN
>
Inleiding DE SOCIALE BASIS,
VOOR ELKAAR! Inleiding Beleidstheorie 5 Gebieden aan het woord 9 Smalle sociale basis 12 Brede sociale basis 19 Doorgaande dialoog 26 Werkagenda 30 Maatschappelijk draagvlak en participatie 32 Financiën 33 Verwijzingen 35
Deze nota gaat over het versterken van de sociale basis in Groningen. En over de rol die de gemeente hierbij heeft. ‘Sociale basis’ is landelijk een veelgebruikte beleidsterm. Maar het is een onduidelijk begrip. Het roept bij veel mensen wel een beeld op, maar er is geen gedeelde definitie1. Voor effectief beleid is het belangrijk dat iedereen die het aangaat, weet wat ermee wordt bedoeld. Wij definiëren de sociale basis als: De (informele en formele) contacten tussen mensen, netwerken en organisaties in de samenleving. Samen dragen deze contacten bij aan sociale, leefbare wijken en dorpen.
>
1.1 Context Deze nota is het vervolg op de nota De sociale basis in Groningen: harmoniseren en verder uit 2020.2 Die nota was fase 1 van het ontwikkelen van beleid op de sociale basis. De directe aanleiding hiervoor was het harmoniseren van beleid voor de nieuwe gemeente Groningen. Na de nota uit 2020 hebben we met inwoners en organisaties in wijken en dorpen gesproken. Het doel hiervan was om te komen tot een gezamenlijke visie op de sociale basis in de gemeente Groningen. Een jaar geleden gaven we in een brief3 een tussenstand van deze gesprekken. Voor de sociale basis gaan we uit van een collectieve benadering en van wat mensen met elkaar en voor elkaar (kunnen) doen. Een collectieve benadering is een aanpak die gericht is op groepen, niet op individuen. Met deze vervolgnota geven we daar invulling aan. Ook maken wij duidelijk hoe we als gemeente het beste kunnen bijdragen aan een sterke sociale basis. Met deze nota voldoen we aan de voorwaarden voor het ontvangen van Rijksmiddelen: de SPUK (specifieke uitkering). Elke gemeente die hiervoor in aanmerking wil komen, moet in 2024 een visie op de sociale basis hebben. Daarbij moet aandacht zijn voor gebiedsgerichte uitvoering.
1.2 Waarom nu deze nota? We willen de sociale basis in Groningen in de spotlight zetten. Dat is nodig om: • te zorgen voor meer gelijkheid in de samenleving; • de maatschappelijke cohesie te bevorderen; • minder professionele zorg en ondersteuning in te hoeven zetten; • inwoners het vertrouwen in de overheid terug te laten winnen. In het coalitieakkoord hebben wij ons het doel gesteld om te werken aan sociale cohesie. Sociale cohesie is een sterke samenhang in de samenleving.
Samen maken we Groningen. Een gemeente waarin iedereen mee kan doen, waar we omkijken naar elkaar en waar de overheid er is voor de inwoners. Het versterken van de sociale basis sluit goed aan bij dit doel. Met ‘iedereen’ bedoelen we ook echt íédereen. Elke Groninger verdient een sociaal netwerk, waarbinnen hij of zij zich thuis voelt en waarop diegene kan terugvallen wanneer dat nodig is. Ongeacht leeftijd, inkomen of opleiding. Ook als je minder gezond bent. Ook als je te maken hebt met een beperking. Voor iedereen is het prettig om het gevoel te hebben erbij te horen, deel uit te maken van een gemeenschap en er daarin toe te doen. Het landelijke beeld is dat er de afgelopen jaren in het sociaal domein te veel nadruk op een individuele aanpak en eigen kracht heeft gelegen4. In Groningen herkennen wij dit. Er zijn veel factoren die bepalen of inwoners van Groningen prettig kunnen leven. Gesprekken met inwoners hebben dit de afgelopen tijd aangetoond. De sociale basis raakt dan ook aan veel verschillende beleidsthema’s, sociaal én fysiek. Ze kan geen grote maatschappelijke problemen oplossen, zoals ongelijkheid, armoede en hoge zorgkosten. Ze kan wel verzachtend werken en bijdragen aan laagdrempelige hulp en onderlinge steun5.
>
De sociale basis is voor ons niet één vraagstuk, maar heeft te maken met bijna alle beleidsthema’s. We vinden het belangrijk om deze thema’s in samenhang met elkaar te benoemen. Het gevolg is wel dat in deze nota een groot aantal onderwerpen voorbijkomt. Wij benadrukken daarom waar het in deze nota om gaat: de noodzaak om nu aan een sterke sociale basis te werken, voor iedereen. Dat laatste doen we aan de hand van de beschreven actielijnen. Verder moet deze nota vormgeven aan de doorgaande dialoog. We willen constant met inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en/of andere overheden in contact blijven. Op die manier kunnen we ze zo vroeg mogelijk bij het ontwikkelen van nieuw beleid betrekken.
3
Smalle en brede sociale basis We maken in deze nota onderscheid tussen de smalle en de brede sociale basis. Voor onderwerpen binnen de smalle sociale basis gaan we beleid ontwikkelen of opnieuw vaststellen. Voor onderwerpen binnen de brede sociale basis kijken we door een ‘collectieve bril’ naar de samenhang in beleid. Onder de smalle sociale basis vallen: • de bestaande sociale infrastructuur: denk aan bewonersorganisaties, sociaalculturele accommodaties, vrijwilligerswerk en sociaal werk; • maatschappelijke en bewonersinitiatieven; • actuele relevante onderwerpen als eenzaamheid, mantelzorg en ouderen.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 beschrijven we de definitie en beleidstheorie van de sociale basis. Ook lichten we toe waarom een doorgaande dialoog kan bijdragen aan een sterke sociale basis. In hoofdstuk 3 geven we weer wat is besproken in onze gesprekken met inwoners, maatschappelijke organisaties en gebiedsteams. Ook staan daar de uitkomsten van het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut beschreven. In hoofdstuk 4 gaan we in op de onderwerpen van de smalle sociale basis. In hoofdstuk 5 doen we dat voor de brede sociale basis. Hoofdstuk 6 staat in het teken van de doorgaande dialoog. Hoofdstuk 7 bevat de werkagenda, hoofdstuk 8 een weergave van betrokken adviesorganen en hoofdstuk 9 de financiën.
Voor al deze onderwerpen geldt dat ze van grote betekenis zijn voor een sterke sociale basis. Komend jaar besteden wij hier daarom extra aandacht aan. Op elk onderwerp komen we apart terug bij de raad. Onder de brede sociale basis vallen alle actuele beleidsthema’s die samenhangen met de sociale basis en eraan bijdragen. Denk bijvoorbeeld aan de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning), wonen en zorg, gezondheid, jeugd/positief opgroeien/onderwijs, veiligheid en leefbaarheid, armoede, werk en participatie, cultuur, sport, diversiteit, leefomgeving en de Voedselagenda. Wij stellen beleid op met als doel om maatschappelijke problemen te voorkomen, verminderen en op te lossen. Of om de kwaliteit van de samenleving te verbeteren. Bij het werken aan een sterke sociale basis stuiten we meestal op vraagstukken die betrekking hebben op diverse beleidsterreinen. We hebben dan te maken met meerdere partijen met verschillende rollen en inzet. Dit vraagt om voortdurende afstemming over doelen en de aanpak, zowel intern als met inwoners. Deze doorgaande dialoog is het beste te voeren op gebieds-, wijk- of dorpsniveau.
> 2. Beleidstheorie 3. Gebieden aan het woord 4. Smalle sociale basis 5. Brede sociale basis
7. Werkagenda Hoe en waar we er op terugkomen bij de raad
6. Doorgaande dialoog 8. Maatschappelijk draagvlak en participatie 9. Financiën Verwijzingen
4
2
Beleidstheorie Dit hoofdstuk beschrijft de beleidstheorie. Allereerst verhoogt een beleidstheorie de kans op doeltreffend beleid. Daarnaast helpt zo’n theorie om het gezamenlijke doel van het beleid helder in kaart te brengen. Een beleidstheorie zorgt voor een scherper gesprek met betrokken partijen: ‘Wil je dit bereiken, dan is dit en dit nodig.’5 Onderstaand model is de rode draad door deze nota. Het model is gebaseerd op de Context, Mechanism, Outcome (CMO)-benadering van Pawson & Tilley.6 De grote cirkel is de context van ons beleid. Groningen bestaat uit zeven gebieden die sterk van elkaar verschillen (zie bijlage). Ook binnen die gebieden is veel diversiteit. Bij het opstellen van beleid is het belangrijk om hier rekening mee te houden en maatwerk te leveren. Dit kan betekenen dat de focus van het beleid niet in elk gebied gelijk is. Een middel om deze context in kaart te brengen is de doorgaande dialoog met inwoners en samenwerkingspartners. De doorgaande dialoog is in figuur 2.1 verbonden aan de samenleving én de brede sociale basis. Wij streven naar een goede samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen. Zo kunnen we integraal werken aan hetzelfde doel: gezonde en gelukkige inwoners.
Rechts in de figuur (paars) staat het beoogde effect (outcome) van ons beleid: een sociale samenleving met een sterke sociale basis. Het kader dat we hiervoor gebruiken, is positieve gezondheid (met haar zes dimensies). De linkerkant van de figuur (blauw) gaat over de onderliggende mechanismen: hoe kunnen we de sociale basis het beste versterken? In dit hoofdstuk leggen we uit wat wij verstaan onder de sociale basis en waarom we die willen versterken. Ook geven we een aanzet voor hoe we dat willen doen.
2.1 Wat is de sociale basis? De beelden die mensen hebben bij ‘de sociale basis’ verschillen sterk. Daarom is het belangrijk om hierover het gesprek te blijven voeren, zowel binnen de gemeente als met samenwerkingspartners. Een gemeenschappelijk beeld zorgt ervoor dat duidelijk is welke doelen je nastreeft, vanuit welke visie je werkt en met welke strategieën je dat doet.5 Bij de sociale basis gaat het om wat mensen samen doen, om de gemeenschap. Samen leven, wonen en werken en met elkaar in contact komen. Zo kunnen relaties ontstaan tussen inwoners onderling en tussen inwoners, professionals en de gemeente. Dat betekent elkaar zien, ontmoeten en leren kennen. Samen zinvolle en leuke dingen doen. Je thuis en geaccepteerd voelen in je buurt, meedoen en ‘erbij horen’.
E CONTEXT SOCIAL
Gemeente Gronin gen bieden 7 ge
MECHANISMEN Hoe versterken we de sociale basis?
OUTCOME Beoogde effect van beleid Positieve gezondheid
“Wat is er nodig voor een sociale basis?”
Smalle sociale basis
Brede sociale basis
Sociale samenleving
>
2.2 Waarom versterken we de sociale basis?
met een sterke sociale basis
Doorgaande dialoog
Je sociale omgeving heeft invloed op je welzijn en gezondheid7. Denk aan het belang van het hebben van sociale contacten, een sociaal vangnet en de mogelijkheid om mee te doen. Hierbij gaat het niet alleen om het bieden van hulp en zorg aan elkaar. Het gaat ook om het gevoel erbij te horen, sociale steun, plezier maken en je talenten kunnen inzetten voor de gemeenschap. Wenodig willen de veerkracht, “Wat is er voor zelfredzaamheid en samenredzaamheid een sociale basis?” bevorderen.
Figuur 2.1: Grafische weergave van het beleid volgens de Context, Mechanism, Outcome (CMO)-benadering
5
2.3 Positieve gezondheid
Een sterke sociale basis is belangrijk voor het individu, maar ook voor het collectief en de samenleving. In een gemeenschap waar je elkaar kent, kun je op elkaar terugvallen en elkaar helpen. Ook is daar een gevoel van veiligheid en vertrouwen. Mensen die zich identificeren met hun sociale omgeving zetten zich daarnaast meestal sneller in voor het collectief. Niet alleen zorgt dit voor meer participatie, ook is zulke inzet nodig voor het functioneren van de maatschappij (denk aan mantelzorg). Verder komt de betrokkenheid van inwoners bij de leefomgeving ook het woonklimaat ten goede.
VOLKSGEZONDHEID
Je thuis voelen, keuzevrijheid Stimulerende omgeving. groen, natuur, cultuur Milieu, ecosysteem, landschap
MILIEU
R
at j e
zin vol vin Con dt waa sist rde enti e n /ge Bew dra g spir ustzijn itua , ve rlan lite it, w g aar ens den CU L
ZAK
KWALITEIT VAN LEVEN
nw
ZINGEVING
MEEDOEN
TUU
ON
MENTAAL WELBEVINDEN
N
LE
CIA
ga’s olle n, c k, nde wer vrie ers g ilie, wili ding Fam vrij ht, ap, he bin rac c sch erk eid een omis h e ve n Gem econ isch okke nom etr b MIE e eco NO en ppelijk CO iale a Soc atsch &E Ma EN
Positieve Gezondheid en Leefomgeving
ole
r ont
t, c
DAGELIJKS FUNTIONEREN
,ove luid
, ge
eid
ach
rkr
Toe
ligh
Vee
LICHAAMFUNCTIES
ZIJ
Vei
Voeding, beweging, sport
>
Ver
Wandel- en fietsfaciliteiten, sport- en speelplekken
L t uur WE et b g m ente din bin , geme t rlas wijk
DER gan WIJ g to t S ken infor ma nis tie, en t vaa Mo rdig aalbeh bilit hed eer eit, sing en win voorz kel i e aan ning bod en, Lee fsti jl, g edr ag
Toegang tot medische zorg
SO
Een sterke sociale basis werkt preventief. Hulpvragen van inwoners worden vroeg gesignaleerd en in hun omgeving hebben zij een vangnet om hiermee om te gaan. Het versterken van de sociale basis kan zo het bijeffect hebben dat minder zorgkosten worden gemaakt.
Hoewel het begrip positieve gezondheid vaak wordt gebruikt voor het individu, kan het ook betrekking hebben op collectieven. Figuur 2.2 laat zien hoe positieve gezondheid tot uiting komt op micro-, meso- en macroniveau.
Bij het streven naar een samenleving met een sterke sociale basis nemen we positieve gezondheid als leidraad. De definitie van positieve gezondheid is: ‘Het vermogen om je aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.’
Doe
Samenleven en samen redzaam zijn begint met elkaar kennen. Daarom willen we dat in elke wijk en elk dorp bewoners elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten kunnen organiseren. Het versterken van de sociale basis draagt bij aan het welzijn van zowel degene die een hulpvraag heeft als inwoners met een goed idee of (hulp)aanbod.
Figuur 2.2: Integraal Model voor Positieve Gezondheid en Leefomgeving van Louis Bolk Instituut®
6
POSITIEVE GEZONDHEID BESTAAT UIT ZES DIMENSIES Hieronder staan deze dimensies beschreven in de context van de sociale basis. Dagelijks functioneren Invloed van leefstijl en gedrag op elkaar. Mobiliteit, mogelijkheden, informatievoorziening, onderwijs, aanwezigheid van basisvoorzieningen, goed openbaar vervoer, (sociale) veiligheid.
Meedoen Noaberschap, levendige ontmoetingsplekken, buurtactiviteiten, vrijwilligerswerk, dagbesteding, sociaal-economische veerkracht.
Mentaal welbevinden Veiligheid in de wijk, geluid, overlast, verbinding met de buurt, wijk en gemeente. Ruimte voor verschillende doelgroepen. Goede match tussen voorzieningen en bewoners. Omgeving is aantrekkelijk en draagt bij aan mentaal welbevinden (geen leegstaande gebouwen en verloedering).
Kwaliteit van leven Leefbaarheid (denk aan speelplekken en winkelpleinen), stimulerende omgeving, groen, natuur, cultuur (historische elementen), trots op omgeving, milieu, landschap, toegang tot gezond voedsel (denk aan gezamenlijke kooklessen, maaltijdservice in de wijk, gezamenlijke moestuin), ecosysteem.
Lichaamsfuncties Wandel- en fietspaden, beweeg- en speelplekken, sport- en beweegaanbod, zorg en ondersteuning, goede basisvoorzieningen, informatiepunt over gezonde voeding en bewegen.
Smalle sociale basis
●● ● ● ● Sociaal culturele accommodaties ● ● ● ● ● ● ●●● ● ●● Bewonersorganisaties Opdracht aan de WIJ ●●●●●● ● ●● ● ● ● Bewonersinitiatieven ● ●● ● ● ● Eenzaamheid Mantelzorg ●●● ● ● ● Ouderen ●●● ● ● ● Vrijwilligerswerk
Sport Armoede Gezondheid
Ruimte en mogelijkheden voor educatie en zelfontwikkeling, contemplatie, cultuur en creatieve bezigheden, er toe doen, betekenis hebben voor een ander, betekenisvol werk. Volgens Huber is zingeving de belangrijkste gezondheidsbevorderaar.
>
Brede sociale basis
Cultuur
Zingeving
●
Wonen en zorg Werk en participatie Jeugd en onderwijs Leefkwaliteit Diversiteit Veiligheid WMO
●●●●● ● ● ●● ● ● ● ● ●●● ● ● ●●●●● ● ● ● ●●● ● ● ●●● ● ● ●●●●● ● ● ● ●●● ● ● ●● ● ● ● ● ● ●● ● ● ● ●● ● ● ●
7
2.4 Rol van de gemeente Zoals te lezen is in de inleiding, is de definitie van de sociale basis die wij gebruiken breed. Het grootste deel van de sociale basis hebben mensen zelf in handen. Denk bijvoorbeeld aan buren die elkaar helpen of aan een familielid dat mantelzorg verleent. De behoeften van inwoners staan in de sociale basis centraal. In de publicatie ‘Ruimte maken voor ontmoeting’ van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving7 krijgen gemeenten het advies om het contact van de inwoner als de kern te zien bij het ontwikkelen van de ‘sociale infrastructuur’. In hoofdstuk 6 gaan we hier dieper op in. Als gemeente kunnen wij in verschillende situaties verschillende rollen aannemen. Zo kunnen we onze rol laten aansluiten bij de behoeften. In de ene situatie faciliteren we, in de andere zijn we aanjager van initiatieven. Als overheid moet je responsief zijn. Voor het versterken van de sociale basis en het werken aan preventie en welzijn is het goed om in te haken op wat speelt in de samenleving. Tegelijkertijd moet je als overheid een steunpilaar zijn, betrouwbaar7. De sociale basis heeft baat bij een ondersteunende, stimulerende en aanjagende rol van de overheid. Dit uit zich onder andere in duurzame financiering en voortbouwen op wat er al is.
2.5 Doeltreffend beleid Wij zijn ervan overtuigd dat ons beleid op de sociale basis doeltreffend is als we inzetten op het versterken
van de bestaande, herkenbare sociale infrastructuur. Hieronder vallen bijvoorbeeld sociaal-culturele accommodaties, bewonersorganisaties, vrijwilligerswerk en bewonersinitiatieven. De doorontwikkeling van sociaal werk is hierbij doorslaggevend. De manier waarop we de sociale infrastructuur ondersteunen leggen we vast. Extra aandacht geven we aan de ontwikkeling van beleid op de thema’s ouderen (inclusief dementie), eenzaamheid en mantelzorg. Ook samenhang tussen al het beleid dat direct of indirect te maken heeft met de sociale basis is van belang. Verder zetten wij in op de doorgaande dialoog met inwoners en partners; niet alles is in beleid te vangen. Waarom zetten we juist op deze onderwerpen in? Ten eerste willen we gebruikmaken van de kennis en ervaring die we al jaren hebben opgebouwd met onze sociale infrastructuur. In de gesprekken met inwoners komen onderdelen van die infrastructuur steeds naar voren. Daarnaast moeten we inspelen op nieuwe ontwikkelingen en initiatieven. Vooral als die komen van inwoners of maatschappelijke organisaties. Inwoners weten wat er speelt en nodig is in hun wijk of dorp. Hun initiatieven hebben daardoor vaak veel draagvlak. De sociale basis raakt aan alle aspecten van het dagelijks leven: ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, bewegen, cultuur en veiligheid. De dimensies van positieve gezondheid geven dat goed weer.
Sociale kwaliteit ontstaat als bij alle aspecten rekening wordt gehouden met de sociale basis. Om die reden is het van belang dat er samenhang is tussen de
verschillende beleidsterreinen. Ook beschrijven we daarom in deze nota waar de samenhang is in de brede sociale basis en waar kansen liggen om dit te verbeteren. Investeren in een sterke sociale basis vraagt om diepte-investeringen (in tijd, aandacht en middelen) zonder het al willen inboeken van mogelijke besparingen. Deze besparingen (zoals op zorgkosten) zijn moeilijk te meten en vinden op langere termijn plaats. Wat investeringen in de sociale basis opleveren, hangt af van wat inwoners (vrijwillig) willen en kunnen. Het al opnemen van beoogde besparingen ‘door meer in de sociale basis op te lossen’ is niet alleen onrealistisch, het vergroot ook het risico dat (actieve) inwoners afhaken.5 Per gebied is informatie opgehaald over wat inwoners en organisaties vinden dat nodig is voor een sterke sociale basis. Dit is op verschillende manieren gedaan. Zo is in de wijk Beijum, in gebied Zuid, een aparte bijeenkomst georganiseerd over de sociale basis. In andere gebieden is aangesloten bij initiatieven die daar al liepen en is informatie via het gebiedsteam opgehaald.12 Ook zijn gesprekken gevoerd met besturen van sociaal-culturele accommodaties, bewonersorganisaties13, de ASDG en partners als het Gebiedsondersteunend Netwerk (GON) en de WIJ.
>
8
3
Gebieden aan het woord Per gebied is informatie opgehaald over wat inwoners en organisaties vinden dat nodig is voor een sterke sociale basis. Dit is op verschillende manieren gedaan. Zo is in de wijk Beijum en gebied Zuid, een aparte bijeenkomst georganiseerd over de sociale basis. In andere gebieden is aangesloten bij initiatieven die daar al liepen en is informatie via het gebiedsteam opgehaald.3 Ook zijn gesprekken gevoerd met besturen van sociaalculturele accommodaties, bewonersorganisaties8, de ASDG en partners als de WIJ en het Gebiedsondersteunend Netwerk (GON). Daarnaast hebben we meegewerkt aan een landelijk onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut.
3.1 Gesprekken in de gebieden De informatie die is opgehaald, is divers. De gesprekken gingen deels over specifieke onderwerpen, zoals corona, inflatie, energiekosten en het in stand houden van voorzieningen. Daarnaast zijn algemene wensen en verwachtingen benoemd. We geven hier alleen deze algemene opbrengsten weer. Concrete behoeften in een gebied worden daar opgepakt. Voor actuele knelpunten zijn aparte maatregelen genomen, zoals ondersteuning bij energiearmoede. Tijdens de gesprekken en bijeenkomsten hebben wij inwoners en organisaties een aantal vragen voorgelegd. Wat verstaan jullie onder de sociale basis? Hoe staat het er daarmee voor? Wat is nodig om die te versterken? Kenmerken die genoemd zijn om de sociale basis te beschrijven, zijn: • elkaar kunnen ontmoeten; • goede, laagdrempelige en toegankelijke voorzieningen; • mantelzorg; • er voor elkaar zijn en elkaar helpen in de buurt; • activiteiten kunnen doen in de wijk of het dorp; • betrokkenheid; • saamhorigheid.
>
Het viel op dat inwoners en organisaties het begrip ‘sociale basis’ niet veel gebruiken. Het is vooral een beleidsterm.
9
3.1.1 Aandachtspunten en behoeften Andere onderwerpen die tijdens de gesprekken en bijeenkomsten ter sprake kwamen, zijn: • de rol van de gemeente voor wat betreft de sociale basis. Genoemd is dat het vooral inwoners zelf zijn die de sociale basis neerzetten, niet de gemeente; • het belang van verschillende doelgroepen met elkaar in contact brengen en betrekken bij de wijk of het dorp. Hierbij speelt de vraag hoe alle inwoners te bereiken en verbinden zijn; • de rol van sociaal-culturele accommodaties en andere ontmoetingsplekken; • het belang van veiligheid. Veiligheid raakt aan onderling vertrouwen en aan de leefbaarheid van een buurt of dorp. Dit maakt haar een voorwaarde voor een sterke sociale basis; • het belang van aanspreekpunten in de wijk of het dorp; • het belang van ‘ouderwets sociaal-cultureel werk’ in de vorm van opbouwwerkers en jeugd- en ouderenwerkers. Zij kunnen problemen snel signaleren en initiatieven ondersteunen; • bestaande wijkaccommodaties tegenover nieuwe bewonersinitiatieven (bijv. een wijkbedrijf). Aandacht voor nieuwe en bestaande initiatieven vinden inwoners belangrijk. Niet alleen bij het opzetten daarvan, ook bij het borgen; • de druk op vrijwilligers(organisaties), inclusief de bewonersorganisaties en accommodaties. Er zijn minder vrijwilligers; door corona zijn veel van hen afgehaakt.
Er is regeldruk en er zijn problemen met huisvesting; • de aandacht voor de groeiende groep ouderen en problemen waar zij mee te maken hebben, zoals dementie en eenzaamheid.
3.1.2 Verwachtingen en rol van de gemeente Een veelbesproken onderwerp is de samenwerking tussen inwoners, de gemeente en partners. Onder deze laatste groep vallen bijvoorbeeld de WIJ, het GON en de gebiedsteams. Het vertrouwen in de overheid is niet overal even groot.
Het (her)winnen ervan is een uitdaging en tegelijk een kans. Inwoners geven aan dat zij het belangrijk vinden dat de gemeente: • betrouwbaar is; • luistert naar wat er speelt; • duidelijker en eenvoudiger informeert; • kaders markeert (bijv. over aanbod van voorzieningen en activiteiten in de wijk of het dorp). Een veelgestelde vraag is: hoe kunnen de gemeente, wijk- en dorpsorganisaties en inwoners goed contact met elkaar houden? Met als doel om steeds zicht te hebben op wat er speelt. Over de rol van de gemeente is verder genoemd dat ze verantwoordelijk is voor financiering en subsidie, faciliteren, ondersteunen en verbinden. De sociale basis leggen inwoners zelf en ontwikkelt zichzelf. De gemeente houdt zich hierbij in eerste instantie op de achtergrond. Maar waar nodig kan ze verbinden, meedenken en/of meewerken. Daarnaast is het belangrijk om als gemeente inwoners te waarderen voor het werk dat zij doen. Het is prettig als er ruimte en interesse is voor hun ideeën. Waar inwoners, individueel of als collectief, zelf minder goed contact kunnen maken en initiatieven ontwikkelen, heeft de gemeente een actieve rol.
>
Uit de gesprekken met de besturen van accommodaties blijkt dat ze openstaan voor meer samenwerking in hun wijk of dorp. Fysieke contactmomenten met de gemeente stellen ze op prijs. Tegelijkertijd willen ze zekerheid over financiering over een langere periode en afspraken over de exploitatie. Ook vinden ze het belangrijk dat er aandacht is voor de problemen rond het in stand houden van de accommodaties. Over de gebiedsgerichte benadering horen wij positieve geluiden. Maar we horen ook dat de gemeente verschillende gezichten heeft. Zo informeert ze soms niet of te laat over een ontwikkeling. Of heeft ze te weinig aandacht voor het werk van vrijwilligers en bewonersinitiatieven. Van sommige vrijwilligers vraagt de gemeente te veel. En inwoners ervaren haar als traag en formeel.
10
Door ontmoetingen te organiseren met betrokken partijen en tussen buurthuizen, werken we aan verschillende doelen: • we geven hiermee gehoor aan behoeften van de deelnemende partijen; • de sociale basis wordt versterkt door uitwisseling van kennis en het delen van inspiratie; • zo blijven we als gemeente beter in contact met onze partners in het sociaal domein en maken we deel uit van de samenwerking.
3.1.3 Tot slot Het gaat in de gesprekken vaak niet over nieuwe uitgangspunten of nieuw beleid. Het gaat over de uitvoering van ons beleid: samenwerken in de wijk en de rol die we als overheid daarbij hebben.
3.2 Onderzoek Verwey-Jonker Instituut5
>
Afgelopen half jaar hebben wij meegewerkt aan een landelijk onderzoek van het VerweyJonker Instituut. De vraag hierbij was hoe twaalf verschillende gemeenten kijken naar de sociale basis. Naast een gezamenlijke rapportage kreeg elke gemeente ook aparte feedback. Hieronder staan de uitkomsten van het onderzoek kort weergegeven. Gemeenten worstelen met het begrip ‘sociale basis’. Ze hebben er veel verschillende visies op en definities van. Dat geldt ook voor Groningen. Een deel van de gemeentelijke organisatie heeft een visie waarin vooral sociale relaties (ontmoeten, contact maken, samen dingen doen) centraal staan. Dit is in de veronderstelling dat die sociale relaties: • zorgen voor meer welzijn (levensgeluk); • zorgen voor meer weerbaarheid (sterker in de schoenen staan); • helpen bij vroegtijdige signalering van problemen; • opschaling naar professionele hulp voorkomen (preventie). Een ander deel van de organisatie heeft het bij de sociale basis over het ‘voorliggend veld’. De sociale basis helpt ons om met problemen om te gaan of om ze op te lossen. Zo escaleren ze minder snel en hoeft er minder professionele hulp aan te pas te komen. Dit bespaart kosten.
11
4
Smalle sociale basis In deze nota maken wij onderscheid tussen de smalle en de brede sociale basis. Voor de smalle sociale basis ontwikkelen we beleid of stellen we dat opnieuw vast, in de vorm van actielijnen. Bij de brede sociale basis hebben we het over samenhang tussen de beleidsterreinen. We gaan in dit hoofdstuk in op: • de bestaande sociale infrastructuur: denk aan bewonersorganisaties, sociaalculturele accommodaties, vrijwilligerswerk en sociaal werk; • maatschappelijke en bewonersinitiatieven; • actuele relevante onderwerpen als eenzaamheid, mantelzorg en ouderen.
Voor al deze onderwerpen geldt dat ze van grote betekenis zijn voor een sterke sociale basis. Komend jaar besteden wij hier daarom extra aandacht aan. Op elk onderwerp komen we apart terug bij de raad. Voor elk van deze onderwerpen bespreken we: • de relevantie voor de sociale basis; • wat we nu doen; • welke ambities en doelen we hebben; • hoe we deze ambities en doelen willen uitwerken.
4.1 Sociaal werk Sociaal werk levert een belangrijke bijdrage aan de sociale basis. Onder sociaal werk vallen jeugdjongerenwerk, buurt- en opbouwwerk, ouderenwerk en maatschappelijk werk (laagdrempelige hulp). Sociaal werk werkt preventief. Het helpt problemen als eenzaamheid, isolement, een ongezonde leefstijl, gebrek aan zingeving, ernstige psychische klachten, overlast en onveiligheid te voorkomen en vroeg te signaleren.
In het coalitieakkoord staat dat wij gaan investeren in buurt- en opbouwwerk, jongerenwerk en ouderenwerk. Dit doen we door dicht bij inwoners te staan, te kijken naar hun mogelijkheden en daarbij samen te werken met lokale partners. En door andere, lichtere vormen van ondersteuning te bieden en de eigen kracht van inwoners te versterken. Dit draagt bij aan positief opgroeien en gezond en vitaal ouder worden. Kwetsbare inwoners krijgen weer grip en regie op hun leven en worden maatschappelijke kosten bespaard. Sociaal werk is ondergebracht bij de WIJ. De WIJ heeft de opdracht om toe te werken naar: • welzijn in plaats van zorg; • voorkomen in plaats van genezen; • collectief in plaats van individueel; • denken vanuit talenten in plaats van beperkingen; • de samenredzaamheid versterken in plaats van de individuele hulpverlening vergroten.
>
We hebben een meerjaren afspraak met de WIJ met daarin jaarlijkse doelen en resultaten.
12
4.2 Vrijwillige inzet
Naast de WIJ is ook het GON een belangrijke partner bij de preventieve aanpak rond welzijn en samenlevingsopbouw. Samen met informele netwerken zet het in op algemene voorzieningen als laagdrempelige maatschappelijke ondersteuning. Het is nodig om meer te experimenteren met het inzetten van deze ondersteuning zonder indicatie. Er zijn al gemeenten waar dit volledig zonder indicatie gebeurt. De sociale basis werkt niet zonder betrokken inwoners, vrijwilligers, mantelzorgers en partnerorganisaties in de gebieden, wijken en dorpen. Ze vraagt om extra inzet van sociaal werkers, zodat deze inwoners worden gezien en ondersteund. Wordt een te groot beroep gedaan op vrijwillige inzet, dan is het aan sociaal werkers om hen te beschermen. Zo blijven vrijwilligers inzetbaar en raken zij niet overbelast.
De komende tijd investeren wij in sociaal werk en ontwikkelen we de uitvoering ervan door. We willen beter zicht hebben op deze uitvoering. Daarom zetten we de komende jaren meer in op gebiedsgerichte samenwerking. Hierbij bepalen organisaties samen de focus en inzet op basis van de gebiedsopgaven. Dit geldt overigens niet alleen voor de WIJ, maar voor alle stedelijke contracten met gebiedsgerichte inzet. We werken de komende tijd op een andere manier om inzet, resultaat, monitoring en maatschappelijke effecten op gebiedsniveau zichtbaar te maken en te verantwoorden.
Actielijn: We komen in oktober 2023
met een brief waarin wij de raad informeren over een gebiedsgerichte werkwijze met betrekking tot sociaal werk. Een werkwijze waarmee we inzet, resultaat, monitoring en maatschappelijke effecten op gebiedsniveau zichtbaar maken en verantwoorden.
Bij vrijwillige inzet snijdt het mes aan twee kanten: vrijwillige inzet houdt de samenleving verbonden en vitaal én de vrijwilliger zelf gezond en veerkrachtig. Waar inwoners zich vrijwillig inzetten voor een ander en de samenleving ontstaan sociale cohesie, innovatie en ondernemerschap. Dat hebben we tijdens de coronacrisis duidelijk ervaren. Vrijwillige inzet is een doel én een middel. Wij willen dat inwoners meedoen, meetellen en gewaardeerd worden voor hun maatschappelijke inzet. Tegelijkertijd willen we een sociale, verbonden en energieke gemeenschap. Vrijwillige inzet vormt zo ‘het cement’ van de sociale basis.
>
Vrijwilligerswerk stimuleren, koppelen, coachen en waarderen is een taak van de gemeente, samen met vrijwilligersorganisaties. We maken het mogelijk dat vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties ondersteuning krijgen in de vorm van de vrijwilligersvacaturebank, informatie en advies, gratis trainingen, workshops en cursussen9. Met de grotere vrijwilligersorganisaties hebben we periodiek overleg: het Bondgenotenoverleg. Wij zien bij vrijwillige inzet een aantal ontwikkelingen waar we samen met de grotere vrijwilligersorganisaties op anticiperen: • Er is een groot tekort aan vrijwilligers. De verwachting is – ook door de dubbele vergrijzing en de tekorten op de arbeidsmarkt – dat dit alleen maar toeneemt. Hoe bereiken we meer inwoners die zich vrijwillig willen inzetten?
13
•
•
•
•
We zien een ander type vrijwilliger en vrijwilligerswerk ontstaan: kortdurend, het mag ook leuk zijn, vrijblijvender, voor je eigen c.v., inzet van je talent. Hoe kunnen vrijwilligersorganisaties daarop inspelen? Er zijn (strenge) wetten en regels (bijv. de WBTR) bijgekomen voor vrijwilligersorganisaties. Dit maakt het moeilijker voor ze om vrijwilligers te vinden. Hoe kunnen wij de zorgen daarover wegnemen? Er zijn steeds meer vrijwilligers met een rugzakje die vaak extra begeleiding nodig hebben. Hoe kunnen we hen een passende plek en de juiste begeleiding bieden? Er wordt soms (te) veel van vrijwillige inzet (en mantelzorgers) verwacht. De vrijwilliger wordt soms gezien als een goedkope arbeidskracht die bezuinigingen op kan vangen en niets kost. Dat is natuurlijk niet waar. Vrijwilligers moet je vinden, koppelen, coachen, ondersteunen en waarderen. En de vrijwillige inzet moet boeien en passen bij de talenten van de vrijwilliger. Vrijwillige inzet is geen bezuiniging of goedkope verdringing van betaald werk. Het komt van binnenuit: je bent intrinsiek gemotiveerd om je talenten ergens voor in te zetten. Daar moeten we zuinig op zijn en waardering voor hebben. Hoe kunnen we zo’n houding ten opzichte van vrijwillige inzet de norm maken?
•
Er komt weer meer aandacht voor het nut, de noodzaak en de waarde van zingeving en actief burgerschap. En voor de mogelijkheden die vrijwillige inzet daarbij biedt (positieve gezondheid). Hoe spelen we in op deze kans?
Vrijwillige inzet speelt op bijna alle beleidsterreinen een rol. Een integrale benadering is daarom van belang. Wij gaan deze inzet ‘een boost geven’ en gebiedsgerichter vormgeven. Zodat bewoners daarbij op wijkniveau gestimuleerd, ondersteund en gewaardeerd worden. En zodat de vrijwilligersorganisaties op de ‘warme ontmoetingsplekken in de wijk’ inwoners dichtbij en laagdrempelig kunnen bereiken.
>
Tot slot zoeken we binnen het Bondgenotenoverleg naar mogelijkheden om de kracht van informele zorg en ondersteuning onder de aandacht te brengen. En om die meer te verbinden met de formele zorg. De vrijwilligersorganisaties die deelnemen aan dit overleg dragen graag laagdrempelig en op wijkniveau kennis over informele zorg en ondersteuning over. Dit vergroot de inzet van en waardering voor informele zorg en ondersteuning in de wijken. Ook helpt dit om nog meer inwoners te bereiken die zich vrijwillig willen inzetten.
Actielijn: In oktober 2023 leggen wij de vrijwilligersnota aan de raad voor.
14
4.3 Sociaal-culturele accommodaties Er zijn 47 sociaal-culturele accommodaties (inclusief speeltuinverenigingen) in ons accommodatiebeleid opgenomen. Deze accommodaties bestaan al lange tijd en zijn goed verspreid over onze gemeente. Ze zijn een belangrijk middel om doelen op het gebied van leefbaarheid, sociale cohesie en participatie te bereiken en zo de sociale basis te versterken. Het zijn over het algemeen goed onderhouden en goed bereikbare gebouwen, met daaromheen een netwerk van vrijwilligers en professionals. De primaire functie van een sociaal-culturele accommodatie is het stimuleren van ontmoeting en activiteiten. Dit draagt bij aan de leefbaarheid in een
wijk of dorp. Grotere accommodaties faciliteren ook gemeentelijke welzijnsactiviteiten (zoals voorlichting, advies en dienstverlening). Zo’n gevarieerd aanbod komt ten goede aan ontwikkeling, participatie, sociale verbanden en verbondenheid. Dit geldt vooral voor een centraal gelegen gebouw waar inwoners zich welkom en veilig voelen. In 2020 is het accommodatiebeleid geharmoniseerd. Dit betekent dat het beleid van de voormalige gemeente Groningen als uitgangspunt is genomen en is geactualiseerd. Daarnaast is er sinds november 2022 onderhoudssubsidie voor besturen die eigenaar zijn van een accommodatie. In Groningen behouden wij deze structuur van ontmoetingscentra, omdat
we vinden dat ze een belangrijke rol spelen bij het versterken van de sociale basis. Ze zijn een vertrouwde plek in het gebied. We behouden wat vertrouwd en herkenbaar is, maar er is altijd ruimte voor verbetering. Dit laatste geldt voor het beleid zelf, de uitvoering daarvan en het inspelen op nieuwe ontwikkelingen. We optimaliseren onze subsidiesystematiek en ontwikkelen een goede doorlopende dialoog.
Actielijn: In juni 2023 leggen wij de raad een geactualiseerde nota voor. Ook starten we dan met het optimaliseren van onze subsidiesystematiek.
>
4.4 Bewonersorganisaties Een bewonersorganisatie is een groep vrijwilligers die zich inzet voor wat inwoners in hun wijk of dorp belangrijk vinden. Ze zijn een belangrijk onderdeel van de dialoog en infrastructuur rond de sociale basis. Bij interventies in de fysieke of sociale structuur van een wijk of dorp hebben we in veel gevallen contact met de betreffende bewonersorganisatie. Veel van dit contact loopt via de gebiedsteams. Samen maken we de stad. Wij hechten veel waarde aan sterke bewonersorganisaties als spreekbuis van wijk- of dorpsbewoners. Dit is in de voormalige gemeente Groningen in 2008 vastgelegd in een
15
convenant tussen de gemeente en wijkorganisaties, met een update in 2012. De hoofdlijn uit dit convenant is dat elk voornemen voor een interventie in een wijk of dorp eerst moet worden voorgelegd aan de bewonersorganisatie. Momenteel zijn er in onze gemeente vijftig organisaties die als bewonersorganisatie zijn geregistreerd en gesubsidieerd. Ze verschillen sterk qua aantal bewoners dat ze vertegenwoordigen: van minder dan honderd in een dorp, tot duizenden in een wijk. Ook verschillen ze qua taakopvatting en -uitvoering. Het convenant is alweer meer dan tien jaar oud. Bovendien zijn we nu een nieuwe gemeente, na de samenvoeging met de voormalige gemeenten Ten Boer en Haren. Reden genoeg om opnieuw aandacht te hebben voor de samenwerking met
de bewonersorganisaties. Wij gaan daarover het gesprek met ze aan. We leggen deze samenwerking vast, inclusief een update van het convenant.
Actielijn: In februari 2024 leggen wij een beleidsnota aan de raad voor over de bewonersorganisaties.
4.5 Maatschappelijke en bewonersinitiatieven Bij maatschappelijke en bewonersinitiatieven nemen inwoners of een maatschappelijke organisatie zelf het initiatief om aan een maatschappelijk doel te werken. De kracht van deze initiatieven is het informele en het werken met wat zich voordoet en wat voorhanden is. Er wordt ingespeeld op een bepaalde behoefte. Initiatieven kunnen klein
en groot zijn en allerlei vormen aannemen. Denk bijvoorbeeld aan een moestuin voor de wijk, dagbesteding voor ouderen, koken voor buurtgenoten, een wijkbedrijf, een buurtcoöperatie of een kringloopwinkel. De voorbeelden zijn eindeloos. Deze initiatieven dragen bij aan de leefbaarheid in wijken en dorpen en het welzijn van inwoners.10 Ze zijn creatief en ondernemend, hebben lokaal draagvlak en bereiken diverse groepen mensen. Gemeenschapszin en je welkom en opgenomen voelen in je wijk of dorp: daar draait het om. Maatschappelijke en bewonersinitiatieven hebben een maatschappelijke impact: inwoners ontmoeten elkaar tijdens activiteiten en voelen zich daardoor meer verbonden met elkaar en minder eenzaam. Ook ervaren zij meer zingeving. Activiteiten die gericht zijn op samen bewegen of cultuur beleven bevorderen een gezonde leefstijl en geest. Inwoners stimuleren elkaar om mee te doen en er ontstaan gemeenschappen waar ze op terug kunnen vallen. Dit helpt om professionele hulpverlening te voorkomen.
>
Als er een goed initiatief komt, dan kijken we hoe we dat vorm en inhoud kunnen geven. We willen graag meedenken over hoe we een goed initiatief mogelijk kunnen maken. Dit doen wij onder andere door uit te zoeken of er vanuit een subsidie of fonds geld voor is. Ook willen we waar nodig helpen bij het opzetten van een project en de aanvraag van financiële middelen.
16
Gemeenten en fondsen ondersteunen graag bewonersinitiatieven, maar het liefst eenmalig. Ook in onze gemeente zijn er veel mooie initiatieven die al langer bestaan en die we zo nu en dan financieren vanuit tijdelijke middelen. Denk aan middelen als een gebiedsbudget, een regiodeal of gelabeld projectgeld. Hoe en hoeveel financiering deze initiatieven ontvangen, varieert. Vaak staan ze in het teken van meerdere maatschappelijke opgaven, zoals participatie, sociale activering, gezonder leven en het voorkomen van indicaties. Verdienen ze daarom niet een structurele vorm van financiering? Goede initiatieven hebben rust nodig om goed te kunnen blijven. Een initiatief starten is iets anders dan het volhouden. Willen wij initiatieven verduurzamen, dan moeten we ze anders financieren. Niet op basis van bijzonder en gelabeld projectgeld, maar op basis van reguliere geldstromen.
4.6 Ouderen in Groningen De gemeente heeft voor wat betreft ouderen een aantal pittige uitdagingen. Zo is er de dubbele vergrijzing en een te krappe arbeidsmarkt voor de zorg. Ook kunnen ouderen in de toekomst minder gebruikmaken van verpleeghuizen. Dit zorgt ervoor dat mensen langer zelfstandig thuis wonen, er een groter beroep wordt gedaan op mantelzorg en mensen meer vereenzamen. Om dit tegen te gaan, is een grotere inzet nodig van de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan informele netwerken en aandacht. Of aan gelijkwaardige waardering van en samenwerking tussen formele en informele activiteiten. De vergrijzing vraagt ook om aandacht voor mensen met dementie. Naar verwachting gaat deze groep mensen in Groningen bijna verdubbelen. Ook mishandeling van ouderen of profiteren van ouderen op financieel vlak is een probleem. Hiervoor is er een lokale alliantie Groningen, maar het probleem is groter dan aan de oppervlakte zichtbaar is en lastig aan te pakken. Dit vraagt om meer aandacht voor de veiligheid van ouderen.
Actielijn: Wij komen in februari 2024 met een voorstel waarin we uitwerken hoe we omgaan met maatschappelijke en bewonersinitiatieven. En hoe we het mogelijk willen maken om initiatieven die een bijdrage leveren aan gezamenlijke doelen voor een wijk of dorp voor een langere periode te financieren.
In december 2021 is de notitie Ouderen in Groningen vastgesteld11. De notitie gaat vooral in op vitaliteit, ertoe doen (zingeving) en zorg en ondersteuning. Komend
jaar wordt gewerkt aan een Uitvoeringsprogramma Ouderen in Groningen, waarin deze thema’s worden uitgewerkt en ingevuld. Met dit uitvoeringsprogramma stimuleren we de gebiedsgerichte aanpak. Die aanpak houdt in dat we samen met ouderen en maatschappelijke organisaties concrete, gebiedsgerichte actieprogramma’s voor en door ouderen opstellen. In deze programma’s gaat het om thema’s als bewegen, culturele activiteiten, vrijwilligerswerk, (mantel)zorg en ondersteuning, ouderenmishandeling, veiligheid en technologische ontwikkelingen. Vanuit het uitvoeringsprogramma richten we ons op het wegnemen van belemmeringen en het stimuleren van innovatieve samenwerkingsvormen. Zo willen wij samen met ouderen werken aan wat nodig is om zo lang mogelijk gezond en vitaal te blijven. En om op een leuke manier in of bij de samenleving betrokken te blijven en oud te worden. Daarbij hebben we oog voor de rol die de samenleving, partijen op het gebied van zorg en welzijn, maatschappelijk verantwoordelijke ondernemers en de gemeente vervullen.
>
Actielijn: Wij informeren de raad in juni 2023 over het uitvoeringsprogramma.
17
4.7 Eenzaamheid In de sociale basis staan verbondenheid en sociale relaties centraal. Eenzaamheid is het gemis van betekenisvolle (sociale) relaties. Dit betekent dat het versterken van de sociale basis zorgt voor minder eenzaamheid. Op dit moment is er geen beleid op eenzaamheid. Wij werken aan een breed gedragen, duurzame aanpak, verankerd in de Groningse wijken. In Groningen is Humanitas sinds 2016 kartrekker voor de lokale aanpak van eenzaamheid. Hiervoor hebben we een stevig netwerk: ‘Eensamen12’. Onze aanpak is niet alleen gericht op eenzaamheid onder ouderen. Wij willen eenzaamheid verminderen onder álle inwoners. De aandacht voor eenzaamheid is toegenomen, onder andere door corona. Dit heeft ertoe geleid dat het landelijke programma ‘Een tegen Eenzaamheid13’ uitgebreid is naar eenzaamheid onder jongeren. Een vraag bij onze aanpak is hoe die gebiedsgericht is vorm te geven. We willen eenzaamheid bestrijden op individueel, straat-, buurt- én gemeenteniveau. We ontwikkelen daarvoor een beleidskader met de belangrijkste uitgangspunten en een uitvoeringsplan.
Actielijn: In oktober 2023 leggen wij het beleidskader eenzaamheid aan u voor.
4.8 Mantelzorg Mantelzorg maakt deel uit van de sociale basis. Het is een vorm van informele ondersteuning en zorg. Mantelzorger ben je als je langdurig (langer dan drie maanden en minstens acht uur per week) en onbetaald zorgt voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, familielid, vriend of kennis. Er is geen specifiek beleid voor. Wij onderscheiden mantelzorgwaardering en mantelzorgondersteuning. Er is een gevarieerd pakket aan ondersteuning met informatieverstrekking, advies en begeleiding, emotionele steun, educatie, praktische hulp, respijtzorg en kortdurende opvang. Ook is er verschil tussen mantelzorgwaardering en -ondersteuning voor volwassenen (boven de 18 jaar) en voor jonge mantelzorgers (tot 24 jaar).
>
De druk op mantelzorgers is groter geworden. Dit komt onder andere door corona, veranderingen in de zorg en vergrijzing. Het is belangrijk om te investeren in de ondersteuning van mantelzorgers, zodat zij de zorg voor hun naaste vol kunnen houden. Vanuit het coalitieakkoord is hier 155.000 euro extra voor beschikbaar gesteld. De invulling daarvan bespreekt de gemeenteraad in juni 2023. Ook vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en de SPUK-middelen komt extra geld beschikbaar. Daarvoor volgt aparte besluitvorming. Hoe we zorgen voor meer ondersteuning van mantelzorgers leggen we vast in een beleidsnota. 14
Actielijn: In juni 2023 leggen wij de beleidsnota over mantelzorg aan de raad voor.
18
5
Brede sociale basis De sociale basis heeft raakvlakken met veel beleidsterreinen. In dit hoofdstuk maken wij duidelijk wat die raakvlakken zijn. Per beleidsterrein beschrijven we de belangrijkste overeenkomsten. Ook geven we aan waar vanuit het perspectief van de sociale basis kansen liggen.
5.1 Sport Samen sporten zorgt voor verbinding en versterkt de sociale basis. Dat geldt niet alleen voor sporten bij een vereniging, maar ook voor anders georganiseerde vormen. Inwoners van verschillende leeftijden en achtergronden leren elkaar kennen, ontmoeten elkaar en ondernemen samen activiteiten. Dit kan op school, in de wijk, in het dorp, in het park, bij een sportvereniging of particuliere aanbieder, tijdens een evenement, in het buurthuis of via het werk. Ook komen er soms digitale platformen aan te pas, denk aan e-sport. Sporten kun je samen actief doen, ook maar samen passief beleven. Het kan deel gaan uitmaken van je sociale identiteit: het gevoel ergens bij te horen.
>
Sporten is een laagdrempelige manier om actief aan de samenleving deel te nemen. Sport en bewegen kunnen belangrijk zijn voor positieve gezondheid. Het gaat niet om wat je niet kan, niet hebt of niet mag. Het gaat om de activiteit zelf en het plezier dat je daarbij hebt. Ook in de sport vraagt het steeds inspanning om mensen te activeren, sociale verschillen te overbruggen en een gezonde, positieve omgeving te bieden.
• Het kunnen sporten staat en valt in veel gevallen met de inzet van vrijwilligers. Bijvoorbeeld voor de vereniging, een activiteit of een evenement. Maar aan vrijwilligers is er een tekort. Een aanpak vanuit de gemeente om vrijwillige inzet te stimuleren, kan hierbij helpen. • Sport en bewegen zijn door de gunstige bijeffecten goed in te zetten om de sociale basis te versterken. We streven daarom naar een openbare ruimte die uitnodigt om te sporten. Ook bijvoorbeeld buurtsportcoaches kunnen op dit gebied een belangrijke rol spelen.
19
5.2 Cultuur Groningen heeft een rijk amateurkunstveld. Onder amateurkunst vallen bijvoorbeeld theater, muziek en beeldende kunst. In de gemeente zijn ruim tweehonderd verenigingen op een of meerdere van deze gebieden actief. Daarnaast nemen veel inwoners deel aan cursussen van onder andere VRIJDAG en het Centrum voor Kunst en Cultuur in Haren. Hoe meer mensen zich creatief bezighouden met kunst en cultuur, hoe beter zij in hun vel zitten. En hoe meer ze zich met de samenleving verbonden voelen. Iedereen, jong en oud en met welke achtergrond dan ook, moet aan kunst en cultuur kunnen doen. Bij een vereniging of cursus ontmoeten inwoners elkaar. Gedeelde interesses zorgen voor verbinding en versterken sociale netwerken. Het is de rol van de gemeente om culturele partners te verbinden met de gebiedsteams, de WIJ en andere partners in het sociaal domein. De laagdrempelige kennismaking met cultuur begint al in het basisonderwijs. Wij investeren hierin door scholen te ondersteunen bij het ontwikkelen van een visie op cultuuronderwijs en door te informeren over het cultuuraanbod.
• Een grote uitdaging bij zowel de sociale basis, sport als cultuur is het tekort aan vrijwilligers. De gemeente en de provincie investeren in vrijwillige inzet. Dit doen ze onder andere door het belang van vrijwilligers en de meerwaarde voor vrijwilligers zelf te benadrukken. • We kunnen cultuur nog meer benutten om de sociale basis te versterken. Denk hierbij aan inzet van cultuurcoaches, culturele activiteiten en culturele organisaties.
5.3 Armoede Armoede is een opgave die dwars door verschillende beleidsprogramma’s heen loopt. Daarom kan armoedebeleid alleen effectief zijn als het integraal wordt gemaakt en uitgerold. Armoede en de sociale basis zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er zijn veel initiatieven in de samenleving om inwoners in armoede te ondersteunen.
Andersom helpt armoedebeleid bij de vorming en instandhouding van de sociale basis. Dit gebeurt door inwoners te stimuleren om aan de samenleving deel te nemen. Door aanwezig te zijn in de gebieden vangen we signalen op van armoede en gebrek aan bestaanszekerheid. Dit raakt de opgaven met betrekking tot sociaal werk, eenzaamheid en maatschappelijke initiatieven.
• Wij constateren dat armoedebeleid en de sociale basis een sterke samenhang hebben. De aanpak van armoede versterkt de sociale basis en andersom. Bij het opstellen van beleid houden we hier rekening mee.15 • Het is belangrijk om goede bewonersinitiatieven structureel te financieren.
>
5.4 Gezondheid16 Gezondheid raakt op verschillende manieren aan de sociale basis. De kracht van positieve gezondheid is de integraliteit. Het gaat niet alleen om ‘niet ziek zijn’, maar om alles wat ervoor zorgt dat je je goed voelt. Je kunt bijvoorbeeld een chronische ziekte hebben, maar je toch gelukkig voelen. De raakvlakken tussen gezondheid en de sociale basis zien we vooral bij (sociale) omgevingsfactoren. Ontmoeting en gezamenlijke activiteiten dragen direct of indirect (beter in je vel zitten) bij aan een goede gezondheid, vaak in de vorm van preventie. Gekeken vanuit positieve gezondheid liggen de sociale basis en gezondheid in elkaars verlengde. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) van het Rijk stelt de randvoorwaarden waarbinnen gemeenten een integraal preventief gezondheidsbeleid kunnen voeren. Met ons beleid spelen we hierop in.
Gezondheid en de sociale basis overlappen elkaar deels. Dit moet tot uiting komen in het beleid.
20
5.5 Wonen en zorg Voor wonen en zorg zoekt de gemeente naar een evenwicht tussen woonwensen, betaalbaarheid en financiële haalbaarheid. Dit doet zij samen met initiatiefnemers, ontwikkelaars en corporaties. We streven naar meer aangepaste woningen in elke buurt. Het uitgangspunt is dat iedereen die in onze gemeente wil (blijven) wonen er een goede plek kan vinden. Een van de thema’s in de woonzorgvisie is ‘sociale basis, informele ondersteuning en zorg aan huis’. Het versterken van de sociale basis met een gebiedsgerichte aanpak is een van de hierbij genoemde doelen.
Een sterke sociale basis is nodig om het groeiende aantal kwetsbare inwoners dat langer zelfstandig thuis woont te ondersteunen. Onder deze inwoners vallen bijvoorbeeld ouderen en mensen met een GGZ-achtergrond. Zij moeten deel kunnen uitmaken van een sterk sociaal netwerk in hun wijk of dorp. Voor het stimuleren van ontmoeting en omzien naar elkaar helpt ook een goede inrichting van de fysieke ruimte. Vanuit de woonzorgvisie wordt gekeken naar ontmoetingsplekken dicht bij huis. Deze plekken kunnen zich in de openbare ruimte bevinden, maar bijvoorbeeld ook in welzijnsaccommodaties of op andere plaatsen waar veel inwoners komen. Een mogelijkheid is ook om voorzieningen in zorginstellingen en woonlocaties toegankelijk te maken voor andere wijk- of dorpsbewoners.
>
Nieuwe woonconcepten en geclusterde woonvormen zijn erop gericht om het makkelijker en vanzelfsprekender te maken om elkaar te kennen en ondersteunen. Ze dragen zo bij aan de sociale basis. Waar wooneenheden worden aangepast om langer zelfstandig te wonen, kan de druk op de sociale basis toenemen. Daarnaast is er een beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis (extramuralisering). Dat betekent meer kwetsbare bewoners in een wijk of dorp. We zijn ervan overtuigd dat dit een groter beroep doet op de sociale basis. Zorgorganisaties hechten veel waarde aan een sterke sociale basis voor mensen met een zorgbehoefte. Want die helpt hen om zo lang mogelijk zelfstandig te functioneren. De verschuiving naar informele zorg zet door. Ook zorgaanbieders weten dat de sociale basis belangrijk is. Maar zelf investeren ze er nog niet (veel) in.
In de woonzorgvisie wordt voor het versterken van de sociale basis de koppeling gelegd met het beleid op de sociale basis. Dit is inclusief de ouderennotitie en het preventieoverleg Groningen.
21
5.6 Werk en participatie
5.7 Jeugd/positief opgroeien/onderwijs
Als gemeente maken wij deel uit van de institutionele sociale basis. Dit is vanwege onze inkomensdienstverlening en ondersteuning richting werk en participatie. Een inkomen is belangrijk om jezelf te onderhouden. Daarnaast stelt het je in staat om samen met anderen leuke dingen te doen en lid te zijn van een vereniging. Zo leer je mensen kennen en bouw je een sociaal netwerk op. Ook biedt een inkomen je de kans om jezelf te ontwikkelen.
Positief Opgroeien is het integraal, preventief jeugdbeleid van de gemeente Groningen. Het is het kader waarbinnen de gemeente, vanuit de diverse beleidsterreinen, preventief inzet op het gezond, kansrijk en veilig opgroeien van kinderen en jongeren. Een goede start voor een jeugdige begint bij een stevige sociale basis. Het doel van Positief Opgroeien is om de sociale basis voor jeugdigen te versterken, om zo de kansen voor jongeren te vergroten.
Naast het verstrekken van bijstand zijn er ook regelingen om werkloze inwoners een inkomen te geven. Inwoners die wel werken of op een andere manier deelnemen en bijdragen aan de samenleving (bijvoorbeeld met vrijwilligerswerk of een participatiebaan) voelen zich daar vaak nuttig door. De gemeente biedt diverse mogelijkheden om inwoners te helpen om de stap naar werk te maken of op een andere manier mee te doen in de maatschappij.
Naast de school is de wijk of het dorp de omgeving waar een kind opgroeit en sociale contacten opbouwt en onderhoudt. En waar zijn of haar leefomgeving zich na verloop van tijd uitbreidt. Het is deze omgeving die hen deels sociaal vormt en leert hoe je prettig kunt samenleven. Samen met onder andere onderwijs, opvang, jeugdzorg, de WIJ en ouders werken wij in de wijken en dorpen aan een gemeenschappelijke visie op opgroeien. En we geven dit vorm in een integraal pedagogisch plan dat richting geeft voor de toekomst.
Om goed in te kunnen spelen op de behoeften van inwoners, moeten we dicht bij hen in de wijken en dorpen zitten. Zo leren we ze makkelijker kennen en zijn wij meer benaderbaar en vertrouwd. Wie moeilijker betaald werk vindt of maatschappelijk participeert, kunnen we dan beter helpen om een oplossing te vinden. Het perspectief van de inwoner staat centraal. Op 1 november 2022 zijn we daarom in ieder gebied gestart met een team dat verantwoordelijk is voor alle (bijstandsgerechtigde) inwoners daar. We werken volgens de ‘Groningse aanpak’. Ieder team heeft aandacht voor gebiedsspecifieke opgaven en ontwikkelingen rond werk en participatie. De teams werken samen met onder meer (buurt)initiatieven, maatschappelijke organisaties en lokale ondernemers. Alle inwoners - ook zonder bijstandsuitkering - die ondersteuning nodig hebben richting werk of participatie kunnen bij deze teams terecht. Iedere inwoner in de bijstand krijgt één coach en behoudt deze coach tijdens zijn of haar ontwikkeling.
>
• We zetten nu in op pedagogische wijkplannen voor de noordelijke wijken en de Wijert. Het liefst hebben we voor alle wijken en dorpen van de gemeente zo’n plan. Hiervoor is extra ondersteuning nodig. • Kinderen zorgeloos laten opgroeien in hun wijk of dorp vraagt om investeren in jeugdboa’s, jongeren- en opbouwwerkers en toegankelijke voorzieningen. • Er zijn veel bewonersinitiatieven voor de jeugd die eenmalig of zo af en toe financiering krijgen. Financiering voor langere tijd zou deze initiatieven ten goede komen.
Wij werken met een gebiedsgerichte aanpak.
22
5.9 Diversiteit
5.8 Leefomgeving De sociale basis en de leefomgeving zijn niet los van elkaar te zien. Een goede inrichting van een wijk of straat draagt bij aan een sterke sociale basis. Zijn er bijvoorbeeld plekken om elkaar te ontmoeten, pleinen, bankjes, genoeg groen en wandelpaden? Sinds kort nemen we voor de inrichting van de openbare ruimte de Leidraad Openbare Ruimte16 als uitgangspunt. Het doel van deze leidraad is het bieden van inspiratie en een kwaliteitskader voor een ‘herwonnen’ openbare ruimte. Dit is openbare ruimte die anders is verdeeld en waarin meer plek is voor groen, sporten, spelen en ontmoeten. De leidraad moet helpen om balans te vinden en zo nodig keuzes te maken tussen alle claims die op de openbare ruimte worden gelegd. Bij het ontwerpen van straten gaat het niet alleen om mobiliteit, maar ook om toegankelijkheid, veiligheid, beleving, gezondheid, sociale interactie, ecologie, klimaatadaptatie, economie en cultuurhistorie. Bij bijvoorbeeld vervanging van bomen en riolering of groot onderhoud in een straat of wijk is de leidraad te gebruiken bij het ontwerp.
Groningen is een diverse gemeente. De komende jaren neemt de diversiteit hier waarschijnlijk alleen maar toe. Dit komt onder andere door immigratie en een groeiend aantal expats en internationale studenten. Het is een uitdaging om een samenleving met zoveel diversiteit inclusief te laten zijn. De doelen van het diversiteitsbeleid en de sociale basis komen voor een groot deel overeen: • prettig met elkaar samenleven; • iedereen kan meedoen; • contact met elkaar leggen, • elkaar ontmoeten; • elkaar aanpreken op onwenselijk gedrag; • veiligheid; • mogen zijn wie je bent.
>
Door de bril van diversiteit is het streven dat iedereen actief aan onze samenleving mee kan doen en zich in Groningen thuis voelt. Ongeacht etniciteit, seksuele geaardheid, leeftijd, gender of beperking. Diversiteit, inclusie en verandering vragen om inzet, tijd en geduld. Verschillen leiden regelmatig tot vooroordelen, onbegrip, verharding, polarisatie, radicalisering en langs elkaar heen leven. Wij hebben oog voor deze gevoelens in de samenleving en de maatschappelijke onrust die hier soms mee gepaard gaat. Uitsluiting is juist wat we willen voorkomen. Groninger ben je ongeacht.18 Onze visie op diversiteit heeft zes pijlers. Deze pijlers zijn vertaald in concrete projecten en activiteiten (de diversiteitsagenda).19
De diversiteit neemt de komende jaren toe en doet in een aantal wijken een extra groot beroep op de sociale basis. Een gebiedsgerichte benadering kan daarbij helpen.