Bijlage 1 Een samenvatting van de gesprekken met de verschillende partijen uit het accommodatiebeleid.pdf
Tekst van het document
Hoe zou het toekomstig sociaal-cultureel accommodatiebeleid er uit moeten zien? Hoe deze accommodaties bijdragen aan een sterke sociale basis?
Een samenvatting van de gesprekken met de verschillende partijen uit het accommodatiebeleid. Augustus 2022
Inhoud Inleiding: .................................................................................................................................................................................... 3 1.
Exploitatiesubsidie : ...................................................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
2.
Tarieven/gebruik om niet: ............................................................................................................................................... 4
3.
Activiteiten organiseren: ................................................................................................................................................. 5
4.
M2 subsidie/subsidie systematiek: ................................................................................................................................. 6 a.
Subsidie op basis van M2. ............................................................................................................................................ 6
b.
Subsidie op basis van M2 en andere factoren: ............................................................................................................ 7
c.
Subsidie op basis van de begroting zoals in Haren: ..................................................................................................... 8
d.
Overig .......................................................................................................................................................................... 8
e.
Zekerheid en simpel ..................................................................................................................................................... 8
5.
Eigenaar of niet en onderhoud? ...................................................................................................................................... 8
6.
Beheer en beheersubsidie ............................................................................................................................................. 10 a.
Wijkbudget of beheerbudget per accommodatie? .................................................................................................... 10
b.
Wie stuurt de beheerders (professioneel als vrijwillig) aan? ..................................................................................... 10
c.
Programmatisch beheer en of facilitair beheer ......................................................................................................... 11
d.
Zakelijk leider ............................................................................................................................................................. 11
e.
Basisbanen/participatie banen .................................................................................................................................. 12
f.
Accres op subsidies .................................................................................................................................................... 12
7.
Gebiedsteam/gebiedsgericht werken ........................................................................................................................... 12
8.
Samenwerking/afstemming: ......................................................................................................................................... 13 a.
Samenwerking met de gemeente: ............................................................................................................................. 13
b.
Samenwerking in het gebied: .................................................................................................................................... 14
9.
1.
Voorbeeld Beijum: ................................................................................................................................................ 15
2.
Voorbeeld Oosterparkwijk .................................................................................................................................... 15
Vrijwilligers .................................................................................................................................................................... 16
10.
Accommodaties die niet in het accommodatie beleid zijn
opgenomen: ............................................................. 17
11.
Belangenbehartiging/ondersteuning: ...................................................................................................................... 17
12.
Voortzetting van fase 2: ............................................................................................................................................ 17
13.
Voormalig gemeente Ten Boer ................................................................................................................................. 17
a.
Exploitatiesubsidie: .................................................................................................................................................... 17
b.
Tarieven/gebruik om niet: ......................................................................................................................................... 18
c.
Activiteiten organiseren:............................................................................................................................................ 19
d.
M2 subsidie/subsidie systematiek: ............................................................................................................................ 19
e.
Eigenaar of niet en onderhoud? ................................................................................................................................ 20
f.
Beheer en beheersubsidie ......................................................................................................................................... 20
g.
Gebiedsteam/gebiedsgericht werken ........................................................................................................................ 20
h.
Samenwerking/afstemming: ...................................................................................................................................... 21
i.
Vrijwilligers ................................................................................................................................................................ 21
14.
Voormalig gemeente Haren ...................................................................................................................................... 22
Inleiding: Verschillende partijen, die actief zijn in het accommodatiebeleid (waaronder alle accommodatiebesturen), zijn uitgenodigd om hun visie en gedachten te geven over hoe het toekomstig accommodatiebeleid eruit zou moeten zien. In ons accommodatiebeleid zijn 45 accommodaties opgenomen. Van die 45 hebben 18 accommodatiebesturen (exclusief speeltuinen) de uitnodiging voor een gesprek over het toekomstig accommodatiebeleid aangenomen. In ons accommodatiebeleid zijn 13 speeltuinverenigingen opgenomen. De speeltuincentrale heeft voor ons een interactieve avond georganiseerd met de speeltuinverenigingen om te praten over hoe toekomstig accommodatiebeleid eruit zou moeten zien. De bevindingen daarvan heeft de speeltuincentrale met ons besproken. Wij hebben persoonlijk gesproken met de volgende accommodatiebesturen; De Tiehof (Onnen), De Mellenhorst (Haren), De Hoeksteen(Noordlaren), De Groenenberg (Glimmen), Proathoeske (Lellens), De Meuln (Sint Annen), Trefpunt (Thesinge),De Leeuw (Garmerwolde), De Bongerd (Woltersum), Het Holt (Ten Post), MFC De Weijert, MFC Engelbert, Buurtcentrum De Wende (Vinkhuizen), Buurtcentrum Oranjewijk (plantsoenbuurt), Het Floreshuis, Het Poorteshuis en Het Vinkhuys. Daarnaast is er een gesprek gevoerd met de Vereniging Groninger Dorpen en de BBOG en is er een apart gesprek gevoerd met Werkpro en een met SGSB.
We denken hiermee een goede representatieve afspiegeling te kunnen geven van de wensen en behoeften vanuit het veld. In dit document vindt u een samenvatting van al datgene wat is opgehaald in deze gesprekken. Het is onderverdeeld in verschillende paragrafen om het zo overzichtelijk mogelijk voor u aan te bieden. •
Ik praat over partijen als het is gezegd door een of meer van de volgende partijen SGSB, Werkpro, BBOG, speeltuincentrale, de Vereniging Groninger Dorpen en/of de accommodatiebesturen. Ik spreek over accommodatiebesturen als het alleen vanuit accommodatiebesturen is genoemd.
1. Exploitatiesubsidie: Veel partijen melden dat een groot deel van de financiële dekking inverdiend moet worden om een sluitende begroting te krijgen. Accommodaties moeten daarom ruimtes verhuren om financieel te overleven. Dat is soms lastig omdat ze het liefst de ruimte om niet beschikbaar willen geven voor initiatieven vanuit de wijk of het dorp. Daarnaast geven sommige accommodatie besturen aan meer uren open te willen zijn. Dit is alleen financieel niet haalbaar. Als de subsidie van de gemeente niet meestijgt, dan ontstaat er een steeds grotere financiële spanning. De energiekosten stijgen enorm het laatste jaar. Meerdere besturen verwachten hierdoor financieel voor een moeilijke klus te staan. De continue druk om financieel gezond te blijven drukt zwaar op de schouders van de bestuursleden. Ze geven aan dat het bevrijdend zou zijn als niet steeds die druk gevoeld zou worden en er een bepaalde financiële zekerheid zou zijn. Het zou daarnaast makkelijker zijn de ruimtes om niet beschikbaar te stellen en activiteiten te ontplooien voor of vanuit de buurt met bijvoorbeeld een maatschappelijk karakter. De vereniging Groninger dorpen adviseert geen beperking te doen op de alcoholvergunning. Veel accommodatiebesturen moeten inverdienen via de horeca en wanneer daar te veel beperkingen op worden gelegd komen ze in financiële problemen. Conclusie -
De exploitatiesubsidie is niet kostendekkend: inverdienen is noodzakelijk. Accommodatiebesturen zouden meer om niet beschikbaar willen stellen maar dit is financieel niet haalbaar. Accommodaties zijn divers qua grootte, inrichting, autonomie, professionaliteit, personeel en dienstbaarheid. Inverdien capaciteit is afhankelijk van bovenstaande en soms niet afdoende realiseerbaar. Het geeft mentale en financiële druk voor besturen om een positieve exploitatie te draaien, wat ten koste gaat van kwaliteit en maatschappelijk organisatievermogen. Er ontstaat steeds grotere financiële spanning omdat de subsidie van de gemeente niet meestijgt met de kosten. Geen beperking op alcoholvergunning
2. Tarieven/gebruik om niet: Op dit moment zijn er geen vaste tarieven die accommodaties moeten hanteren. In MFC de Wijert hanteren ze de tarieven zoals die in de brief Niemeijer staan beschreven. Ze vragen zich af welke tarieven andere centra hanteren. Ze hebben het idee dat zij heel erg in de sociale basis ruimtes geven. Daarmee bedoelen ze dat veel ruimte om niet of tegen zeer laag tarief beschikbaar wordt gesteld voor activiteiten vanuit de wijk die de sociale basis versterken. Zou dat ook een rol moeten spelen in de subsidie, vragen ze zich af? Besturen gaan verschillend om met tarieven. Het hangt ook af van de omgeving waarin ze gesitueerd zijn. Sommige besturen geven aan dat de verenigingen genoeg vermogen hebben om een huur te betalen. Veelal zijn de tarieven vastgesteld zodat het voor alle gebruikers duidelijk is wat het tarief is. Er wordt wel onderscheid gemaakt in commercieel tarief en tarief voor verenigingen uit de wijk/dorp. Sommige besturen zijn van mening dat er bijna in alle gevallen een huur gevraagd moet
worden. Vaak is dit wel een hele lage huur. Een bestuur gaf aan dat wanneer de accommodatie om niet beschikbaar wordt gesteld, mensen er ook geen waarde aan hechten en ze dan ook eerder afzeggen. Hier zien we dus ook verschillen, want in sommige accommodaties worden ruimtes wel om niet beschikbaar gesteld. De meeste besturen hebben de wens meer of geheel de ruimtes om niet beschikbaar te willen stellen voor initiatieven vanuit de wijk/dorp. Het valt op dat voor activiteiten van De WIJ in sommige accommodaties de ruimte om niet beschikbaar wordt gesteld en in andere gevallen huur gevraagd wordt. Dit zou wel eens nader onderzocht mogen worden want de verschillen zijn hier soms groot. Of de ruimtes worden verhuurd voor grote feesten en of partijen hangt vaak af van de locatie (of er andere commerciële accommodaties in de buurt zijn). Besturen zijn er zich bewust van dat ze geen oneerlijke concurrentie willen bewerkstelligen. Daarnaast willen ze vrijwilligers niet te veel inzetten voor commerciële activiteiten. Inzet van vrijwilligers is schaars goed waar ze zuinig mee willen omgaan. Besturen geven aan dat ze de tarieven voor de mensen in de omgeving wel laag willen houden. Dat is soms wel in tegenstrijd met dat je financieel moet rondkomen. “Wil je er voor de mensen zijn dan moeten de prijzen laag zijn. Maar wil je rondkomen dan moet je prijzen hoog trekken”. -
Conclusie Er wordt verschillend omgegaan met tarieven en met het wel of niet in rekening brengen van huur. Er is geen eenduidig beleid wanneer het gaat om activiteiten van de WIJ. Wanneer kan er huur worden gevraagd en wanneer moet de ruimte om niet beschikbaar worden gesteld? De meeste besturen hebben de wens meer of geheel de ruimtes om niet beschikbaar te willen stellen voor initiatieven vanuit de wijk/dorp
3. Activiteiten organiseren: Ook hier zien we dat iedere accommodatie zijn eigen manier van doen heeft en op z’n eigen wijze de accommodatie vult met activiteiten. Alle accommodatiebesturen geven immers aan dat ze het belangrijk vinden dat er activiteiten plaatsvinden. Er zijn accommodatiebesturen die van alles zelf organiseren, maar er zijn er ook die vooral de ruimte bieden voor inwoners om zelf een activiteit te organiseren. Hoe dat gaat is ook vaak weer anders. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een groep inwoners zelf een bestuur vormen en huur betalen. Soms krijgen de initiatiefnemers de sleutel van de accommodatie en regelen ze alles verder zelf en bij andere accommodaties is dat niet mogelijk. Iedere accommodaties handelt autonoom in deze. Het ene accommodatiebestuur vindt dat ze zelf de partij zijn om activiteiten te organiseren terwijl de andere vindt dat inwoners zelf de accommodatie moeten vullen. Hierin kunnen ze eventueel ondersteund worden door de zakelijk leider of het bestuur. Sommige accommodatiebesturen geven aan dat de organisatiekracht van de mensen in de wijk/gebied niet goed genoeg is. Dit wordt soms weer tegengesproken door andere accommodatiebesturen die aangeven dat alle mensen in staat zouden zijn (wel of niet ondersteund) om activiteiten te organiseren.
Belangrijk is wel dat de mensen uit de omgeving weten bij wie ze terecht kunnen voor vragen en ideeën. Het WIJ team is in sommige gevallen de partij die de activiteiten organiseert. Echter, er zijn ook accommodaties waar De WIJ helemaal niet aanwezig is en participeert
Ook horen we dat er door de gemeente te veel verwacht wordt van de accommodatiebesturen als het gaat om het organiseren van activiteiten. De gemeente moet niet vergeten dat het om vrijwilligers gaat. De gemeente zou dan meer moeten investeren in zakelijk leiders die die organisatiekracht kunnen realiseren. Ieder bestuur functioneert op z’n eigen manier. Er zijn overal weer andere constructies. Het zijn uiteindelijk de mensen die bepalen wat en hoeveel er gebeurt. Sommige accommodatiebesturen vinden zichzelf de huiskamer van het dorp/gebied. Ze zien zichzelf niet echt als een welzijnsplek (waar bv allerlei welzijnsorganisaties actief zijn). Als je dan echter doorpraat blijkt dat er wel allerlei activiteiten plaatsvinden die wij wel als welzijnsactiviteiten zien. Dat weten deze accommodatiebesturen niet, ze lezen ons beleid in de nota anders dan wij bedoelen. Het wordt geregeld als een enorme druk ervaren dat ze aan allerlei voorwaarden moeten voldoen en anders geen subsidie meer ontvangen. Als gemeente moeten we dus duidelijker zijn in onze communicatie en niet onnodige druk leggen op de vrijwillige accommodatiebesturen. Een andere wens die we geregeld hebben gehoord is dat de communicatie over activiteiten nog verbeterd zou kunnen worden. Meer middelen voor communicatie beschikbaar stellen om algemener te communiceren over programma in gebied.
Ook bv schermen in de accommodatie zelf. Maar ook een website etc. -
Conclusie Accommodaties zijn erg divers en hebben diverse bestuurlijke doelstellingen. Besturen interpreteren huidige beleid gemeente niet uniform. Invulling en denkwijze over activiteiten is divers. Besturen hebben per gebied een andere behoefte aan invulling van activiteiten. Besturen zien een andere rol, afhankelijk van grootte en zakelijk leiderschap binnen accommodatie. Rol WIJ m.b.t. organisatie activiteiten divers en soms niet aanwezig. Begrip en realiteitszin wordt gevraagd voor besturen die alleen bestaan uit vrijwilligers. De gemeente verwacht te veel ten aanzien van te organiseren activiteiten. Binnen organisaties wordt verschillend omgegaan als het gaat om initiatieven.
4. M2 subsidie/subsidie systematiek: Ook hier zijn de aanbevelingen voor toekomstig beleid verschillend. Wat overeenkomt is dat alle accommodatiebesturen aangeven dat ze een basissubsidie willen behouden die hun in staat stelt zonder financiële zorg de accommodatie open te hebben voor hun verzorgingsgebied. Hieronder heb ik de aanbevelingen onder verschillende categorie verdeeld.
a. Subsidie op basis van M2. Er is maar een partij die pleit voor subsidiëren alleen op basis van m2; Deze partij geeft aan dat op activiteiten subsidiëren ingewikkeld is. Er ligt een relatie tussen m2 en activiteiten. Meer beheer betekent dat ze meer kunnen doen. Minder beheer kun je ook minder doen dus wordt je dubbel gestraft. Hoe minder beheer hoe minder kracht de accommodatie heeft, zegt deze partij. Het hangt er mede vanaf wie de activiteiten organiseert. Bestuur? Medewerkers? Vrijwilligers? Of combi. Voor zwakke besturen is het lastiger iets van de grond te krijgen.
Op basis van activiteiten subsidiëren roept discussie op geeft deze partij aan. Betekent dit dat je gaat bezuinigen is de vraag die dan leeft? Deze partij gaat ervan uit dat wanneer je op basis van activiteiten gaat subsidiëren de subsidie lager gaat worden voor de accommodaties.
b. Subsidie op basis van M2 en andere factoren: Bijna alle partijen waarmee gesproken is vindt dat de gemeente ook naar andere factoren moet kijken om te bepalen hoeveel subsidie een partij krijgt. Er moet wel een bepaalde basissubsidie voor iedereen zijn die de accommodatie in staat stelt zonder financiële zorg de accommodatie open te kunnen hebben. Hoe groter de accommodatie is, hoe meer er vaak nodig is om die in stand te houden en te beheren Punten die genoemd zijn waar rekening mee gehouden zou kunnen worden: - Meer rekening houden met hoeveel om niet- beschikbaar wordt gesteld. - Meer rekening houden met het aantal openingsuren. Sommige accommodaties zijn 80 uur per week open. Sommige zijn ook in het weekend open. - Rekening houden met het aantal bezoekers. - Misschien dat je een potentieonderzoek kan doen. Dat je basispunten krijgt maar dan daar bovenop budget dat bijdraagt aan het versterken van de sociale basis; - Accommodaties zijn verschillend en hebben alle andere aantal m2. Ze hebben niet alle dezelfde verhuurpotentie.
Je zou bijvoorbeeld kunnen kijken naar de kwaliteit van de m2: is elke m2 verhuurbaar? Is elke m2 commercieel verhuurbaar of niet? Waar zit ‘m dat dan in? Hoeveel verschillende verhuurbare ruimtes bevat een accommodatie? Geschikt voor vergaderen? Of voor feestjes? Of voor café-achtige ontmoeting? Een accommodatie met veel commercieel goed verhuurbare ruimtes zou bijvoorbeeld een grotere terugverdienopdracht kunnen krijgen dan een acc. die vooral inloopruimtes en activiteitenruimtes heeft? - Op activiteiten subsidiëren spreekt wel aan, alleen moet je dan wel precies stellen wat dan een activiteit is. Dat vinden ze lastig objectief vast te stellen. - Kan er meer gedaan worden met monitoring? Meer relatiegericht. Ga gesprek aan m.b.v. format positieve gezondheid. - Het profijt van de activiteiten voor de wijk of buurt. Ze geven daarbij tegelijk aan dat dit criterium lastig is goed uit te voeren (hoe meet je het?). Het zal per wijk en buurt verschillen waar behoefte aan is, en welke beleidsdoelen je met een bepaald gebied hebt vastgesteld. -Een partij geeft aan dat naast de traditionele activiteiten (ontmoeting, creativiteit, beweging, …) er ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen (cultuur, intercultureel, op geestelijke ontwikkeling gericht, …). Maar hoe stel je die criteria vast? 2 gedachten hierbij: 1.
Je zou een groepje burgers (niet alleen accommodatiebestuurders) kunnen laten nadenken over wat belangrijke criteria zijn. Die groepjes zou je per wijk kunnen maken. 2. Je zou een deel van het budget kunnen reserveren voor nieuwe “projecten” waar dan een aanvraag voor moet worden ingediend door de accommodaties. Je verschuift dan wel het probleem, want wie gaat/gaan die aanvragen dan beoordelen? Een commissie uit de wijk of buurt? -Een partij gaf aan dat voor 2007 de subsidie activiteit gericht was. Dit werkte niet omdat het te ingewikkeld was en er te veel administratie aan vast zat. -Het hangt van de wijk af hoeveel subsidie er nodig is. De ene wijk heeft meer ondersteuning nodig dan de andere. -Subsidie ook laten aansluiten op het verzorgingsgebied? Door bouw van nieuwe aansluitende wijken groeit soms het verzorgingsgebied. Speel hierop in.
- Financiële ruimte hebben om maatwerk te leveren per accommodatie, zoals nu bijvoorbeeld met de energiekosten.
c. Subsidie op basis van de begroting zoals in Haren: Vooral de accommodaties in Haren geven aan dat een subsidie op basis van de begroting een goede basis zou kunnen zijn. Daarboven op willen ze wel een subsidie voor beheer.(Wordt onder kopje beheer verder op ingegaan) De basissubsidie zien ze puur om het gebouw in stand te houden.
d. Overig Meerdere accommodaties zouden meer subsidie willen ontvangen. De redenen daarvoor zijn verschillend. De ene omdat ze meer ruimte om niet, beschikbaar willen stellen. De ander om de exploitatie rond te kunnen krijgen. Door stijgende kosten (energie vooral) wordt dat lastig. Ook willen vooral de accommodaties in Haren en Ten Boer meer (programmatisch)beheer. Dit om de praktische zaken te regelen. De meeste partijen zijn het erover eens dat er verschillen zijn tussen het Dorp en de stad.
e. Zekerheid en simpel In de nota staat dat besturen verantwoordelijk zijn voor wijkprogrammering. Kun je van een bestuur wijkprogrammering verwachten is de vraag? Het komt best bedreigend over en dit is meerdere keren aangegeven door verschillende accommodatiebesturen. Ze hebben het gevoel dat ieder moment de subsidie stopgezet kan worden. Gepleit wordt voor meer zekerheid voor een paar jaar. Accommodaties willen meer zekerheid en perspectief. In Haren wisten ze dat de subsidie 4 jaar vaststond. Dat geeft rust. Daarnaast pleiten ze ervoor dat de subsidiesystematiek simpel blijft. Moet weinig werk en tijd kosten. -
Conclusie: Er moet een basissubsidie behouden blijven die de accommodatiebesturen in staat stellen zonder financiële zorg de accommodatie open te kunnen hebben voor hun verzorgingsgebied. Er moet ook naar andere factoren worden gekeken dan alleen maar de m2-systematiek (bezoekers, activiteiten, specifieke situatie, situatie in de wijk). De omvang van de subsidie wordt als onvoldoende ervaren omdat er sprake is van stijgende kosten die niet door de gemeente worden gecompenseerd. Organisaties pleiten voor een simpele systematiek. Er zou meer zekerheid en perspectief gegeven moeten worden.
5. Eigenaar of niet en onderhoud? In ons accommodatiebeleid zijn 45 accommodaties vertegenwoordigd, bij 13 daarvan zijn de stichtingen zelf eigenaar. In de voormalige gemeente Ten Boer zijn dat er 6 van de 6 die zijn opgenomen in ons accommodatiebeleid. Op dit moment is de gemeente bezig met het ontwikkelen van een nieuwe subsidieregeling voor het eigenaarsgedeelte van de sociaal culturele m2 oppervlakte van het pand. De gemeente onderhoudt voor zijn eigen panden ook alleen het eigenaarsgedeelte (dak, gevel en gebouw gebonden installaties). Dat betekent dat het overige onderhoud voor de huurder is.
Het bestuur van het Poortershoes is zelf eigenaar en geeft aan dat ze zelf niet financieel in staat zijn het niet eigenaar gedeelte te blijven onderhouden. Het is een monumentaal pand dat veel onderhoud vergt. De andere eigenaren hebben dit niet op deze wijze aangegeven. Het bestuur van MFC de Wijert heeft het pand niet in eigendom, maar huurt van een externe partij BEAK. Voor het bestuur zou het goedkoper zijn als ze zelf eigenaar zouden zijn. Ze kunnen de bedrijfsvoering beter doen zeggen ze omdat ze dan meer zelf regie hebben. Renovaties, verbouwingen en uitbreiding en keuzes voor verduurzaming etc. alles is dan makkelijker. Het bestuur van De Wende vindt het soms spijtig dat ze niet zelf eigenaar zijn: Zo is praktisch gezien, de fysieke toegankelijkheid van hun pand niet optimaal. Het ligt een beetje schuil in een hoek en een bushokje staat vlak voor de ingang. Ook is daar een hele hoge stoep. Ze zouden het graag wat meer toegankelijk willen hebben. Echter doordat ze zelf geen eigenaar zijn wordt dat lastig. Ook andere aanpassingen die ze graag willen, kunnen niet. Van andere besturen horen we overeenkomstige berichten. Meerdere accommodatiebesturen geven aan dat ze graag zouden willen verduurzamen d.m.v. energiebesparende maatregelen (zonnepanelen, dak isoleren, warmtepomp etc.). Op dit moment is dit erg actueel omdat de energiekosten zo hoog zijn.
De gemeente is echter niet bereid deze maatregelen te treffen horen we steeds terug. De accommodatiebesturen begrijpen dit niet aangezien duurzaamheid een beleidsthema is. Van de verschillende accommodatiebesturen horen we dat ze de communicatie met Jeroen van der Velde (vastgoed) als heel prettig ervaren. Het is duidelijk welk onderhoud er gedaan wordt en wat niet en Jeroen komt zelf langs bij de accommodatie (persoonlijk contact wordt gewaardeerd). Verschillende accommodatiebesturen vinden het echter wel een zware belasting zowel financieel als mentaal/emotioneel om het pand te onderhouden. De gemeente doet maar een klein deel van al het onderhoud ook al is het pand van de gemeente. Ze zouden het heel fijn vinden als deze belasting omlaaggaat. In de voormalige gemeente Haren deed de gemeente meer aan onderhoud (meer dan alleen het eigenaarsgedeelte). De accommodatiebesturen hebben daarom ook geen rekening gehouden met de kosten hiervoor in hun begroting. Deze begroting was echter wel de basis voor de subsidie die ze ontvingen. Logischerwijs zou de subsidie omhoog moeten als ze meer zelf aan onderhoud moet doen. . -
Conclusie Onderhoudssituaties en eigendom situaties zijn verschillend. Voor kleine besturen is het onderhoud van het pand een inhoudelijke en mentale zware belasting. Bij panden in eigendom is er meer regie op kostenbeheersing en uitstraling en bedrijfsvoering. Monumentale panden hebben extra financiële steun nodig vanuit gemeente. Huurders van panden zouden misschien wel liever eigenaar willen zijn (zelf keuzes maken, verduurzamen). Verduurzamen is ingewikkeld omdat daarvoor middelen nodig zijn en die zijn niet zomaar voorhanden. In de gemeente Haren werd er meer aan onderhoud gedaan. Dit is van invloed op de basissubsidie.
6. Beheer en beheersubsidie Beheersubsidie is een belangrijk onderwerp voor bijna alle partijen. Veel partijen zouden over meer beheersubsidie willen beschikken. Dat zou ze bijvoorbeeld in staat stellen meer uren open te kunnen en of vrijwilligers te ontlasten maar ook om de programmering te optimaliseren of activiteiten te organiseren. Hieronder wordt dieper ingegaan op het onderwerp beheersubsidie. Als aandachtspunt wordt gegeven dat wanneer je gaat snijden in het beheerbudget dit ook van invloed is op het personeel. Dat brengt de nodige consequenties met zich mee.
a. Wijkbudget of beheerbudget per accommodatie? Meerdere partijen geven aan dat het beheerbudget per gebied verdeeld zou moeten worden. Over wie het laatste woord over deze verdeling heeft is men het echter niet eens. Zo zegt de ene partij dat de beheerorganisatie dat moet zijn terwijl de andere partij aangeeft dat, dat niet de rol is van de beheerorganisatie. De beheerorganisatie is werkgever van de beheerders, niet meer dan dat zeggen ze. De gebiedsmanager zou het laatste woord moeten hebben over de verdeling mochten de partijen er niet uit komen. Ook horen we dat het op zich een goed idee is om met wijkbudgetten te werken. Als kanttekening daartegen wordt gezegd dat je niet overal kunt spreken van een wijk. Het is dus een kwestie van maatwerk. Je zou een bonus kunnen instellen voor wijken die voor een gezamenlijk budget gaan. Op die manier stimuleer je de samenwerking. Zo is er al geopperd een wijkraad te formeren die zeggenschap zou kunnen hebben over dit budget. Echter zijn er ook partijen die geen voorstander zijn van een gebiedsbudget. Als argument geven ze bijvoorbeeld aan dat iedere accommodatie zijn eigen bedrijfsvoering heeft. Dan krijg je misschien domein strijd is hun mening. De samenwerking gaat nu goed en dat komt juist misschien omdat de financiële stromen zijn gescheiden geven ze aan.
b. Wie stuurt de beheerders (professioneel als vrijwillig) aan? De SGSB vindt dat alle mensen die beheertaken uitvoeren door de beheerorganisatie begeleid zou moeten worden (dus ook de subsidie naar hen toe). Ze hebben daar verschillende argumenten voor: - Ze geven aan dat ze tegen een grens aanlopen om het beheer van een accommodatie als team te laten functioneren. Er is een te groot verschil tussen beheerders in loondienst en de beheerders met basisbanen/participatiebaan of als vrijwilliger. Ze lopen tegen verdeel en heers aan zeggen ze. Dit voorkom je als ze al het beheer zouden doen zeggen ze. Ze vinden het niet werken dat ze alleen de beheerders in loondienst begeleiden en dat het accommodatiebestuur en of een andere partij de vrijwillige/basisbaan beheerders begeleidt. Ze vinden het beheer dan versnipperd en dat is niet optimaal. Ze geven bijvoorbeeld trainingen, die geven ze dan alleen aan de mensen in dienst bij SGSB. Dat is niet goed voor het teamgevoel van het beheer en is geen goede basis. Teamgevoel bevordert samenwerking. Maar is ook positief voor wat er moet gebeuren in de accommodatie is hun mening. Daarnaast vinden ze dat, als het de bedoeling is dat mensen naar betaald werk gaan, je ook wat moeten kunnen bieden, bijvoorbeeld een opleiding etc. Dat doet de SGSB nu.
Als reactie hierop geeft een andere partij aan dat er ook overlegd zou kunnen worden om gezamenlijk de opleiding aan te bieden. Daarvoor hoeven ze niet per se bij de SGSB ondergebracht te worden.
Een ander tegen argument is dat het accommodatiebestuur met nog veel meer vrijwilligers te maken heeft. Ze zouden het niet fijn vinden voor de band tussen de vrijwilligers dat de ene vrijwilliger anders behandeld wordt dan de ander. Dat de ene vrijwilliger wel een kerstpakket krijgt omdat de SGSB ze begeleidt en de andere in de accommodatie niet omdat die ander vrijwilligers werk doet. Ze zeggen dat een vrijwilliger kiest voor een accommodatie en niet voor een beheerorganisatie. Het is aan het accommodatiebestuur een geheel te smeden van z’n vrijwilligers. SGSB moet meer faciliteren. Het bestuur van de accommodatie moet z’n autonomie kunnen behouden. Verschillende accommodatiebesturen geven aan tevreden te zijn over de beheerorganisatie. Ze vinden het fijn, niet zelf het werkgeverschap op zich te hoeven nemen. Het scheelt ze een hoop onrust. Daarnaast brengt het een stukje professionalisering met zich mee. Al het beheer is onder een noemer, waardoor het een team is. Dit wordt als prettig ervaren.
c. Programmatisch beheer en of facilitair beheer Wat opvalt is dat de accommodatiebesturen in Haren en Ten Boer aangeven behoefte te hebben aan een programmatisch beheerder: Daarmee wordt in het algemeen bedoeld iemand die de reserveringen inplant, de agenda bijhoudt, de inkoop regelt, een rooster voor vrijwilligers maakt, iemand die praktische zaken regelt en overleg pleegt met verschillende partijen. Opmerkelijk is dat de meeste accommodatie besturen uit deze twee gebieden zeggen dat het niet iemand hoeft te zijn die achter de bar staat. Dit is begrijpelijk omdat de regelneef achter de schermen een andere rol heeft dan het bekende gezicht uit de buurt en achter de bar wordt aangegeven door het gebiedsteam Ten Boer. Verschillende partijen geven aan dat er nog meer maatwerk geleverd kan worden. Wat is nodig in het gebied en of voor de accommodatie? Bijvoorbeeld wordt er nu door allerlei woning uitbreidingen in het gebied rondom Engelbert het bezoek aan MFC Engelbert aanmerkelijk hoger. Daardoor is er meer beheer nodig. Heb de mogelijkheid om daaropin te spelen. Het aantal uren beheer hangt daarnaast af wat de accommodatie zelf doet. Organiseren ze veel activiteiten of verhuren ze alleen ruimte? Dit heeft invloed op het aantal uren beheer dat nodig is en welk soort beheer. Hoe meer actief accommodatiebesturen zelf zijn hoe meer beheer uren nodig zijn.
Een accommodatiebestuur uit de stad geeft bijvoorbeeld aan meer programmatisch beheer te willen hebben om zo de programmering te optimaliseren en om de samenwerking in de wijk te verbeteren. Daar is nog veel winst op te behalen en dat zou een positieve uitwerking hebben op de versterking van de sociale basis is hun mening. Op dit moment is er bijna geen tijd voor dit type beheer. Accommodatiebesturen die zelf het beheer regelen (niet via een beheerorganisatie)geven aan dat dat veel extra administratieve inspanning vergt als het gaat om verantwoording naar de gemeente. Ze vragen zich af of dat niet simpeler kan.
d. Zakelijk leider In ieder gebied zou een zakelijk leider moeten zijn die de boel aan elkaar rijgt en begeleidt door de beheerorganisatie. De zakelijk leider kan ervoor zorgen dat alle grote partijen in het gebied die een rol spelen in het versterken van de sociale basis (als het gaat om ontmoeting) samenwerken en elkaar versterken. De zakelijk leider is de Spin in het web en coördineert de samenwerking en stuurt daarnaast de mensen in de gesubsidieerde accommodaties aan. Als eerste vinden de meeste partijen dat het basis beheer in orde moet zijn en dat dit aangevuld wordt met een zakelijk leider.
De besturen in Ten Boer geven dit niet direct aan ze vinden wel dat er gezamenlijk gezocht kan worden naar een regelneef voor achter de schermen.
e. Basisbanen/participatie banen Meerdere accommodatiebesturen geven aan gebruik te willen maken van een basisbaner. Ze zien daar nu meer mogelijkheden nu het nieuwe college heeft aangegeven daarop in te willen zetten. Meer uren beheer zijn door alle accommodatiebesturen gewenst. De begeleiding van deze basisbanen is soms nog wel een struikelblok. Misschien dat daar een rol is weggelegd voor een zakelijk leider?
f. Accres op subsidies Het accres van subsidies loopt niet gelijk op met de stijging van CAO lonen. SGSB gebruikt nu haar reserves daarvoor. Dit kan niet blijven voortduren. Uiteindelijk is de reserve ook leeg. Dit betekent dat het contract aangepast moet worden of dat je mensen moet ontslaan. Ook al nemen ze jonge mensen aan het probleem zal blijven bestaan. De huidige arbeidsmarkt is op dit moment ook erg krap waardoor het alleen maar lastiger wordt. De mensen die nu reageren zijn vaak ouder. Door de beperkingen op de arbeidsmarkt zijn er steeds meer mensen met een rugzak. Het is asociaal deze mensen gelijk te ontslaan. Het kost geld deze mensen extra te begeleiden (dit is niet de core business van SGSB, maar SGSB besteedt steeds meer tijd aan het begeleiden van mensen met een rugzak). -
-
Conclusie Beheer is essentieel voor het bestaan accommodatie en moet in de basis goed georganiseerd zijn. Accommodatiebesturen in Haren en Ten Boer(nu geen beheersubsidie) geven aan behoefte te hebben aan een programmatisch beheerder: Daarmee wordt in het algemeen bedoeld iemand die de reserveringen inplant, de agenda bijhoudt, de inkoop regelt, een rooster voor vrijwilligers maakt, iemand die praktische zaken regelt en overleg pleegt met verschillende partijen Beheermiddelen verdeling: diverse meningen/door diverse beginsituatie en belangen Beheersorganisatie diverse meningen over rol en zeggenschap Meer uren beheer is voor alle organisaties gewenst Er wordt veelal gebruikt gemaakt van gesubsidieerde banen bij beheer dat weer veel van de begeleiding vraagt Beheersubsidie is niet kostendekkend. Het accres zeker niet toereikend voor caoverhogingen. In de arbeidsmarkt is krapte en type personeel vraagt om veel begeleiding. In de toekomst geeft dit problemen. Zakelijk leider is waardevol om samenwerking; programmering; begeleiding, organisatievermogen per gebied te ontwikkelen. Programmering per wijk kan doorontwikkeld worden Verantwoording naar gemeente simpel houden
7. Gebiedsteam/gebiedsgericht werken Het gebiedsteam is belangrijk voor de ontwikkeling van de wijk en de samenwerking daarin. Gehoord is dat vanuit het gebiedsgericht werken gebieden misschien meer ruimte gegeven moet worden om maatwerk te leveren per wijk. Alle partijen zijn zich ervan bewust dat ieder gebied z’n
eigen DNA heeft en daarmee andere behoeften. Hier kan samen onderzoek naar worden gedaan en samen wijkbeleid op worden gemaakt. Gebiedsteam zijn weliswaar divers ontwikkeld en hebben ieder ook z’n eigen werkwijze. Partijen zien een rol voor het gebiedsteam om alle partijen in de wijk bij elkaar te brengen en een gezamenlijke missie/visie te formuleren. Er is behoefte aan een goed netwerk van alle partijen in de wijk die elkaar door goede samenwerking kunnen versterken. We horen vaak dat het gebiedsteam daarin faciliterend zou kunnen zijn. Een accommodatiebestuur van een grote accommodatie met een zakelijk leider geeft aan onderdeel te willen zijn van het gebiedsteam. Hoe ze dat precies zien zou verder onderzocht moeten worden. Ze zouden graag als gelijkwaardige partner gezien worden. Dat samen gekeken wordt naar wat de vragen zijn vanuit het gebied en hoe hier invulling aan kan worden gegeven. Het gebiedsteam moet in dienst zijn voor het gebied en de laagdrempelige toegang tot de gemeentelijke organisatie. -
Conclusie Gebiedsteams functioneren divers, ook doordat elk gebied en inwoners anders zijn Gebiedsteams kunnen een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling en de samenwerking in de wijk. Accommodatiebesturen, partijen in de wijk en gebiedsteam moeten samen werken en samen missie/visie formuleren Gebiedsteam moet laagdrempelig contact zijn naar de gemeente.
8. Samenwerking/afstemming: a. Samenwerking met de gemeente: Aangegeven wordt dat de gemeente zelf intern beter zou moeten communiceren. Ze zouden beter integraal af moeten stemmen wat de verschillende beleids/programmaopdrachten betekenen voor de totale bedrijfsvoering van organisaties. Die afstemming is er nu geregeld niet: Enkele voorbeelden zijn: - Het wijkbedrijf in Vinkhuizen is een nieuw initiatief dat veel aandacht en subsidie ontvangt. De al bestaande partijen voelen hierover frustratie omdat ze dezelfde werkzaamheden doen. Ze vragen zich af waarom er niet eerst goed gekeken wordt naar wat er al gebeurt in de wijk. Waarom gaat er zoveel subsidie naar een nieuw initiatief? Is dat wel nodig? Waarom krijgt dat zoveel aandacht en ontvangen bestaande initiatieven geen aandacht. Ze voelen zich niet gezien. -Huisvesting Wij dat soms zomaar weggetrokken wordt uit een accommodatie. Besef wat dit betekent voor een accommodatie. (Verlies van inkomsten) - Aan het Dorpshuis De Groenenberg zit een sporthal vast. Waarom is er geen gezamenlijk beheer met sport050 mogelijk vraagt het bestuur zich af. Volgens hun zou samenwerking meerwaarde hebben. - Het bestuur van De Wende geeft als voorbeeld “de zomer activiteiten”.
Ze zijn gefrustreerd dat er een keuze is gemaakt om de speeltuincentrale de speelfestivals te laten organiseren, terwijl ze het zelf hadden kunnen doen net zoals in 2021. Waarom moet daar stedelijk over besloten worden?
-Betaald parkeren dat wordt ingevoerd bij een buurtcentrum. Dit kost het buurtcentrum bezoekers/huurders (verlies inkomsten). Waarom niet voor een paar plekken met een blauwe zone werken? De beheerorganisatie SGSB zou graag bij nieuwe ontwikkelingen zoals Stadshavens, Ruischerbrug betrokken willen worden. De bouw van deze nieuwe wijken heeft invloed op het bezoek van de accommodaties. Gehoord van andere accommodaties is dat dit ook een negatieve invloed kan hebben op bestaande accommodaties. Namelijk dat het bezoekers weg trekt doordat bezoekers verhuizen naar een nieuwe wijk. Een ander advies dat we hoorden is dat de gemeente nog beter inwoners en besturen moet informeren over beleid en beleidsveranderingen. De subsidiemogelijkheden moeten simpel uitgelegd worden en mensen moeten weten waar ze terecht kunnen.
b. Samenwerking in het gebied: Hoe de samenwerking in het gebied wordt ervaren is zeer verschillend. Alle partijen zijn het er echter wel over eens dat samenwerking belangrijk is. Het hangt vaak van de mensen af of er goed wordt samengewerkt. Zo is bijvoorbeeld de samenwerking met Wij in bepaalde wijken erg goed. Er zijn echter ook wijken waar die samenwerking veel minder tot niet aanwezig is. De meeste accommodatiebesturen doen actief hun best om samen te werken. Ze leggen verbindingen met andere partijen in hun wijk of dorp en hebben de intentie om er samen iets moois van te maken. Samenwerking in de wijk tussen alle verschillende partijen is belangrijk zodat er in de wijk/dorp een groot gevarieerd aanbod van activiteiten is. Inwoners weten waar ze terecht kunnen en zijn actief. Vrijwilligers zouden meer uitgewisseld kunnen worden als men elkaar kent en waardeert. Dit komt allemaal ten goede aan de sociale basis. Samenwerking tussen de verschillende accommodaties is o.a. ook goed om van elkaar te leren. Want het exploiteren van een accommodatie is niet altijd even eenvoudig en het is fijn om ervaringen te kunnen delen en van elkaar te kunnen leren. De meeste mensen zijn tenslotte vrijwilligers. Het samenwerken lukt echter nog niet overal. Hier mag de gemeente wel eisen aan stellen, is een veel gehoorde mening.
Het gebiedsteam kan hiervoor de aanjager zijn door de partijen te verbinden en het overleg te faciliteren. De rest moet vooral uit de betrokken partijen komen. Wat het samenwerken soms ook lastig maakt is dat ieder gebied z’n eigen aandachtsgebieden heeft. Opdrachten voor organisaties zijn in wijken verschillend dat maakt onder andere dat de samenwerking anders verloopt. Als een gebied of wijk een gezamenlijke visie/richting gevend kader heeft, bevordert dit de samenwerking. Mooie wijken is een voorbeeld van een goed lopend project. De opdracht in het gebied is voor alle partijen hetzelfde. Dat stimuleert op een positieve wijze de samenwerking. Men spreekt dezelfde taal en de rollen zijn duidelijk. Het zou goed zijn als iedere wijk z’n eigen visie ontwikkelt. Een wijkprogrammering zou deze visie in zich op kunnen nemen. Een wijkprogrammering is een ‘pre’ voor het versterken van de sociale basis wordt gezegd. Geadviseerd wordt om o.a. van tevoren inzichtelijk te maken welke budgetten beschikbaar worden gesteld in de wijk/dorp. Er zou gekeken moeten worden hoe dit elkaar kan versterken en hoe je zaken met elkaar kunt verbinden. Het inzichtelijk maken van de budgetten zou het gebiedsteam kunnen doen en een zakelijk leider zou de regie op zich kunnen nemen voor het opstellen van een wijkprogrammering. Dit in samenwerking met alle partijen waaronder ook de GON partij en de WIJ.
Vanuit de dorpen hoorden we niet zo sterk de aanbeveling voor wijkprogammering. Het werkt daar anders dan in de stad.
Een ander gehoord advies dat goed aansluit op bovenstaande is om de samenwerking te verbeteren tussen partijen door ontschotten te belonen. Beijum is daarvan een goed voorbeeld. Daar zijn meerdere beleidsterreinen en geldstromen ontschot neergezet. Achter de schermen is er ontschot maar aan de buitenkant ziet niemand dat:
1. Voorbeeld Beijum: Het Heerdenhoes en het Trefpunt vallen officieel onder de accommodatienota. De Wiershoeck is een bewonersinitiatief en wijkwerken is een WMO-participatie en sociaal ondernemer. Vier partijen in Beijum die voor de wijk en door de wijk een belangrijke rol vervullen. Sinds juni 2022 vormen zij een alliantie. Ze trekken samen op om een wijkbedrijf te vormen (zie bijlage). WerkPro heeft de werkgeversrol voor de accommodaties en voor wijkwerken. Door deze samenwerking kan er binnen het team van de accommodaties worden ontschot. Vanuit een team worden meerdere opdrachten uitgevoerd: Accommodatiebeheer Zwerfvuil, tuinteam, kringloop, smeltkroes (bewonersinitiatief), WMO-begeleiding Begeleiding basisbanen Begeleiding mensen met een participatiebaan Begeleiding mensen van het wijkgilde
-
Een groot voordeel is dat de afstemming in de wijk beter gaat. De ervaring is dat er op wijkniveau erg veel bijeenkomsten zijn. Door de ontschotting in Beijum kan een persoon al deze bijeenkomsten als een soort van linking pin bijwonen. Binnen de accommodaties worden bewoners met WMO-achtergrond ondersteund maar ook de bewoners (sterke en minder sterke) die het zwerfvuil ruimen. Hiervoor worden extra uren voor een begeleider (in dit geval de zakelijk leider) vanuit het GON bekostigd. Het resultaat is meer activiteiten in de accommodaties en meer uren voor de beheerder.
2. Voorbeeld Oosterparkwijk Ook in de Oosterparkwijk is sprake van ontschotting. De nieuwe stichting van het buurtcentrum Bij van Houten heeft de samenwerking met WerkPro gezocht. Hierdoor komen andere middelen beschikbaar zoals de begeleiding vanuit de WMO. Dagbesteding en begeleiding kan worden uitgevoerd in het nieuwe buurtcentrum. Het buurtcentrum kan extra personeel betalen. Deze voeren de begeleidende activiteiten uit. Over wijkbedrijven horen we dat ze voor een groot deel hetzelfde doen als de sociaal culturele accommodaties. Het lijken nu concurrenten. Ga kijken hoe deze samen kunnen samen werken en elkaar kunnen versterken. Maar misschien ook duidelijk onderscheid maken. Nu zie je dat bepaalde wijkbedrijven ook ontmoetingsactiviteiten organiseren (Voorbeeld: de oude Bieb). -
Conclusie Gemeente moet beter integraal directie overstijgend samenwerken en organisaties vooraf over nieuw beleid en veranderingen moeten informeren. Samenwerking in gebied is belangrijk, maar is in elk gebied anders en afhankelijk van de context van de wijk/het gebied. Samenwerken is persoonsafhankelijk. Wijkprogrammering (in de stad) en een gedeelde visie is een pre.
-
Inzicht hebben in alle verschillende budgetten die naar een gebied toegaan en kijken hoe die elkaar kunnen versterken. Ontschotten belonen. Zoek de connectie met wijkbedrijven.
9. Vrijwilligers Uit de verschillende gesprekken vallen drie thema’s op. Het aantal vrijwilligers is een probleem, er moet meer aandacht voor waardering van vrijwilligers zijn en er wordt vanuit de gemeente te veel verwacht van vrijwilligers. Hieronder wordt er uitgebreider op ingegaan. De meeste partijen geven aan dat het moeilijk is om vrijwilligers te zoeken, werven en te behouden. Er is een enkel accommodatiebestuur dat aangeeft over voldoende vrijwilligers te beschikken terwijl de meeste aangeven dat het erg krap is met het aantal vrijwilligers. Tijdens de Corona periode zijn er meerdere vrijwilligers gestopt en een deel daarvan is niet teruggekomen. Door krapte op de arbeidsmarkt zijn er ook minder vrijwilligers beschikbaar. We hoorden geregeld dat wanneer vrijwilligers een vergoeding krijgen voor hun inzet ze meer bereid zijn vrijwilligers werk te doen en blijven ze ook beter behouden voor de accommodatie. Dat is voor de continuïteit beter en geeft rust voor het bestuur. Gevraagd wordt of de gemeente hier een subsidie voor zou kunnen geven. De organisaties zouden daarnaast meer ondersteuning willen ontvangen bij het zoeken, werven en behouden van vrijwilligers. We hoorden geluiden dat de ondersteuning vanuit Link050 niet goed schijnt te werken. Vrijwilligers moeten in een warm bad komen zodat ze graag het werk willen blijven doen.
Gezegd werd dat er WIJ teams zijn die geen zin hebben in vrijwilligers. Ze vinden het een hoop werk en lastig. Dan doen ze liever het betreffende werk zelf. Dit is niet in het belang van het behouden en verkrijgen van vrijwilligers. Aangegeven wordt dat het belangrijk is dat de WIJ medewerker met een positieve grondhouding samen wil werken met vrijwilligers. Dit geldt natuurlijk voor alle professionele partijen. Vrijwilligers hebben soms een rugzakje, het vrijwilligerswerk dient dan meer dan alleen de dienst die hij/zij doet voor de accommodatie. De gemeente verwacht te veel van vrijwilligers is meerdere keren gezegd. Over het beheer wordt bijvoorbeeld gezegd dat de randvoorwaarden vanuit betaald beheer moeten worden geschapen. Vrijwillig beheer is daarop aanvullend. Vrijwilligers stellen zelf ook steeds meer eisen. Ze zijn niet bereid alle werkzaamheden te doen. Willen bijvoorbeeld wel achter de bar, maar niet schoonmaken. Daarnaast zijn er steeds meer vrijwilligers met een rugzakje. Het is lastig om vrijwilligers te vinden die deze mensen kunnen begeleiden. De gemeente moet niet vergeten dat bestuursleden ook vrijwilligers zijn. Het verwachtingsmanagement van de gemeente is te hoog. Je wordt als bestuurder bijna geacht professional te zijn. Vrijwillige bestuurders worden soms voor het blok gezet door professionals.
Hier zou in het beleid meer rekening mee moeten worden gehouden. Besteed meer aandacht aan het waarderen van vrijwilligers. De uren die ze vrijwillig inzetten zijn onbetaalbaar. -
Conclusie Het is steeds lastiger om vrijwilligers te werven en te behouden. Vrijwilligers die een vergoeding ontvangen zijn makkelijker te werven en te behouden. Accommodatiebesturen wensen meer ondersteuning bij het werven en behouden van vrijwilligers. Er zijn steeds meer vrijwilligers met een rugzakje die extra begeleiding nodig hebben. Professionele organisaties moeten een positieve grondhouding hebben tav vrijwilligers.
-
Het verwachtingsmanagement t.o.v. vrijwilligers is te hoog. Besteed meer aandacht aan het waarderen van vrijwilligers
10. Accommodaties die niet in het accommodatiebeleid zijn opgenomen: Naast de 45 accommodaties uit het accommodatiebeleid zijn er ook andere accommodaties die een belangrijke rol spelen in de sociale basis. Sommige daarvan hebben geen subsidie nodig omdat ze op een andere wijze de exploitatie rond kunnen krijgen. Er zijn echter meerdere accommodaties die hebben aangegeven ook graag te willen worden opgenomen in het accommodatiebeleid. Twee speeltuinen zijn de Kreukelhof en Oosterpoort. Daarnaast weten we ook dat buurtcentrum De Stroming graag wil worden opgenomen en in Ten Boer zijn er ook wensen voor een dorpshuis. En in Haren zien we een wijk waar geen accommodatie is, maar een woningcorporatie, een woonzorginstellingen en een kerk hun ruimtes meer beschikbaar willen stellen voor de wijk om ontmoetingen tussen wijkbewoners te stimuleren en realiseren. Hier wordt bv gedacht toe te werken naar een soort beheerder annex buurtregisseur. Hoe gaat de gemeente om met deze wensen?
11.
Belangenbehartiging/ondersteuning:
Er zijn op dit moment drie organisaties die de belangen behartigen van de verschillende accommodaties. Dit zijn de Speeltuincentrale, BBOG en VGD. Hoe kunnen we dit doelmatiger maken? Gehoord werd dat de BBOG meer als een belangenorganisatie dan een ontwikkelorganisatie wordt gezien. Het is een beetje achterhaald. Het voldoet niet meer aan de behoefte is gezegd. Er is behoefte aan een club die helpt te ontwikkelen. De VGD is een organisatie die daar meer aan voldoet. Alleen is deze nog niet bij alle accommodaties in de stad bekend omdat de naam doet vermoeden dat het alleen voor accommodaties in dorpen werkt.
12.
Voortzetting van fase 2:
De verschillende organisaties willen graag geïnformeerd worden over het vervolg van fase 2. Ze willen er graag bij betrokken blijven. Dat betekent dat ze ook mee willen blijven praten over toekomstig beleid. Er is zelfs geopperd om mensen vanuit accommodaties mee te laten schrijven aan de nieuwe subsidieregeling.
13.
Voormalig gemeente Ten Boer
Uit de gesprekken werd duidelijk dat de dorpshuizen in Ten Boer en Haren op bepaalde punten duidelijk verschillen ten opzichte van de accommodaties in de stad Groningen. Om te voorkomen dat ze in het geheel ondersneeuwen gaan we hier even kort in op datgene dat uit de gesprekken naar voren is gekomen.
a. Exploitatiesubsidie: De accommodaties in Ten Boer ontvangen minder subsidie in vergelijking met de accommodaties in de stad Groningen. Over het algemeen geven ze aan dat ze dit begrijpen omdat de situatie in het dorp heel anders is als in de stad. Ze zijn alleen van mening dat de accommodatie wordt gezien als
onmisbaar voor het dorp omdat het vaak de enige plek is waar men elkaar vrij kan ontmoeten en waar activiteiten voor verenigingen kunnen plaatsvinden. In dorpen waar geen cafetaria is, is deze functie soms in het dorpshuis gevestigd. Dit is mede belangrijk om goed in te verdienen. Er zijn ook dorpshuizen die een kantine voor de voetbalvereniging zijn. Dit is voor het inverdienen een belangrijke meehelpende factor. Een vaste huurder geeft ook bepaalde zekerheid, of een jaarlijks congres zoals in Thesinge. In Ten Boer zijn er net zoals in de stad allerlei verschillen tussen de accommodaties. Ze pleiten ervoor dat de subsidie minstens gehandhaafd moet worden en het liefst verhogen. Ze adviseren om vooral per situatie goed te kijken wat nodig is, maatwerk. Ze vragen zich daarnaast af waarom de hypotheeklasten niet onder de zakelijke lasten valt. Meerdere accommodatie besturen maken zich net zoals in de stad zorgen om de energiekosten en zouden de zekerheid willen hebben dat wanneer die niet meer op te brengen zijn ze op de gemeente kunnen terugvallen. Het gebiedsteam geeft aan dat door de verscheidenheid van de dorpen (klein/ groot, ligging, samenstelling, aanwezigheid verenigingen, etc.) de dorpshuizen enorm divers zijn. Deze diversiteit is logisch en wenselijk om die te behouden. -
Conclusie Accommodaties zijn divers qua grootte, inrichting, autonomie, professionaliteit, personeel en dienstbaarheid. Subsidie moet minimaal gehandhaafd blijven. Er moet vooral gekeken worden naar wat nodig is. Lever maatwerk. Hypotheeklasten zouden onder zakelijke lasten moeten vallen. Energiekosten baren de accommodatiebesturen zorgen.
b. Tarieven/gebruik om niet: Omdat accommodaties in Ten Boer weinig subsidie ontvangen t.o.v. de andere accommodaties zijn de accommodatiebesturen genoodzaakt om in te verdienen middels verhuur en soms horeca. De meeste accommodatie besturen zouden wel meer om niet beschikbaar willen stellen. Dat kan vaak echter niet omdat het financieel niet haalbaar is. Een hogere subsidie zou dat meer mogelijk kunnen maken. Bij een accommodatie die met leden werkt, kunnen leden om niet gebruik maken van de accommodatie. De situatie is overal weer net iets anders. Het hangt voor een groot deel af van de mate waarop men kan inverdienen hoeveel om niet beschikbaar gesteld kan worden. Geen nieuwe beperkingen op het aantal keren per jaar dat de zaal verhuurd mag worden voor feesten en partijen aan derden. (Deze derden moeten wel een band met het dorpshuis hebben (zie de APV, (afdeling 8a/art.2.37.4.b)) -
Conclusie Doordat de situatie over verschillend is wordt er ook verschillend omgegaan met het wel of niet in rekening brengen van huur. Beperk de accommodaties niet in het inverdienen (zover ze geen concurrent zijn van andere partijen in het dorp).
c. Activiteiten organiseren: De meeste activiteiten die plaatsvinden in de accommodaties worden georganiseerd door de verenigingen uit het dorp. Sommige accommodatiebesturen zijn zelf redelijk actief De meeste accommodatiebesturen geven aan meer te willen zijn dan alleen het traditionele dorpshuis waar je een ruimte kan huren. Ze willen zelf actiever aan de slag om het dorpshuis het kloppend hart van het dorp te maken, waar men elkaar kan ontmoeten en waar leuke aansprekende activiteiten worden georganiseerd. Er zijn echter ook dorpshuizen die vooral faciliterend zijn voor de verenigingen uit het dorp. Door het gebrek aan vrijwilligers voelen ze niet de behoefte om zelf actief te zijn in het organiseren van activiteiten. De Wij is niet zo actief in Ten Boer als het gaat om het organiseren van activiteiten in de dorpshuizen. Dat gebeurt in de stad meer. Het gebiedsteam geeft aan dat dit bewust is. WIJ werkt vanuit de eigen kracht van inwoners. Ze leiden vooral toe naar de dorpshuizen en ondersteunen waar nodig initiatieven. Vanuit het gebiedsteam zijn ze heel tevreden met deze manier van inzet van de WIJ. Het is heel erg maatwerk. -
Conclusie Accommodaties zijn erg divers en besturen hanteren diverse bestuurlijke doelstellingen Het hangt veelal af van de mate van het aantal vrijwilligers of het bestuur zelf actief is in het organiseren van activiteiten. Rol WIJ m.b.t. organisatie bij accommodatiebestuur niet altijd bekend. Het gebiedsteam is tevreden over de wijze van maatwerk dat Wij levert.
d. M2 subsidie/subsidie systematiek: De meeste accommodatiebesturen geven aan dat de huidige subsidie in ieder geval in stand moet worden gehouden. Het liefst ontvangen ze meer subsidie. Dat maakt alles iets makkelijker. Er waren er echter ook bij die aangaven dat ze zich prima zelf redden met de subsidie die ze nu ontvangen (en de onderhoudssubsidie in de maak). Ze zijn zich ook bewust dat bij het ontvangen van een subsidie ook vaak bemoeienis of inspanning gepaard gaat van de gemeente, men vraagt zich af of ze dat wel willen. De eigenheid van de dorpshuizen is hun grootste kracht. Meerdere keren wordt aangegeven dat de nieuwe subsidie maatwerk zou moeten zijn. Iedere situatie is anders en heeft daarom iets anders nodig. Het zou goed zijn om daaropin te kunnen spelen. Ze geven aan dat alle accommodatie besturen betrokken zouden kunnen worden bij het opstellen van een top 10 aan indicatoren voor subsidietoekenning. Bovendien gaven ze ook aan graag betrokken te willen blijven/worden bij het vervolg van dit proces om eigenaarschap over het uiteindelijke voorstel te vergroten. Houdt de systematiek simpel s ook meerdere keren gezegd. -
Conclusie: Er moet een basissubsidie behouden blijven die de accommodatiebesturen in staat stellen zonder financiële zorg de accommodatie open te hebben voor hun verzorgingsgebied. Er moet gekeken worden per accommodatie wat er echt nodig is. Maatwerk.
-
Bepaal met de accommodaties samen welke indicatoren zouden moeten gelden voor subsidietoekenning. Organisaties pleiten voor een simpele systematiek.
-
e. Eigenaar of niet en onderhoud? Alle accommodaties in voormalig gemeente Ten Boer zijn in eigendom van de stichtingen. Ze zijn onlangs allemaal opgeknapt behalve die in Ten Post (wordt nieuwbouw).(Het dorpshuis in Ten Boer is niet opgenomen in ons accommodatiebeleid.) De accommodaties liggen er mooi bij. Het eigenaarschap wordt als positief ervaren. Het onderhoud baart sommige accommodatie besturen wel wat zorgen. Ze zijn bang dat ze ondanks de onderhoudssubsidie die nu in de maak is het financieel niet kunnen blijven opbrengen. Andere accommodatie besturen maken zich hier juist weer geen zorgen over. Hetzelfde beeld zien we in de meer stedelijke wijken van Groningen. Conclusie In Ten Boer zijn alle besturen eigenaar van het dorpshuis. Voor kleine besturen is het onderhoud van het pand een inhoudelijke en mentale zware belasting Bij panden in eigendom is er meer regie op kostenbeheersing en uitstraling en bedrijfsvoering en dat wordt als positief ervaren.
-
f. Beheer en beheersubsidie Op dit moment ontvangen de accommodaties in Ten Boer geen subsidie voor beheer. De meeste accommodatiebesturen uit Ten Boer geven aan dat ze graag een programmatisch beheerder zouden willen hebben voor een of meer dagdelen in de week. Deze beheerder zou dan vooral de praktische zaken kunnen regelen(het inplannen van bardiensten, inkoop, reserveringen, activiteiten organiseren etc.). Deze programmatisch beheerder zou dit kunnen doen voor meerdere dorpshuizen. Daarnaast zouden ze de beschikking willen hebben over een basisbaner (bardiensten, schoonmaak, herstel klusjes). Dit wensen alle besturen omdat de druk op vrijwilligers ontzettend hoog is. Ook zou het helpen om de accommodatie iets vaker open te kunnen hebben en/of te verhuren. Ook hoorde we dat een samenwerking met bijvoorbeeld het personeel van Het Dok gewenst zou zijn voor momenten waarop ze tijdelijk even ‘omhoog’ zitten. -