CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Concept Mobiliteitsvisie.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 26 mei 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 3: Concept Mobiliteitsvisie Groningen (collegebrief 23-4-2021)22.070 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Regie op deelmobiliteit voeren Alle vormen van deelmobiliteit die zich afspelen in de openbare ruimte, zijn vergunningplichtig. Daarmee hebben wij een sterk instrument in handen om de regie te voeren op het ontstaan en exploiteren van deelmobiliteitconcepten. Zo kunnen wij zorgen voor de groei van deelmobiliteit. Daarbij gaat het ook om aanwijzen en faciliteren van standplaatsen en wisselplekken en het promoten van deelmobiliteit. Dit uiteraard in nauwe samenwerking met de marktpartijen die deelmobiliteit aanbieden. Tegelijk hebben wij de sleutel in handen om ongewenste neveneffecten tot een minimum te beperken, zoals overlast van gestalde deelfietsen of -scooters in de openbare ruimte. Hierover kunnen we eisen stellen aan de aanbieders. Bij de maatschappelijke meerwaarde die wij nastreven, past niet een ongebreideld aantal aanbieders die opereert in onze openbare ruimte. We gaan het aantal aanbieders limiteren en eisen stellen aan de concepten. We zien een trend dat er steeds meer elektrische microvoertuigen komen zoals elektrische steps die ook worden in gezet als deelvoertuig. Wanneer het zich voordoet wegen wij de meerwaarde af ten opzichte van het totale aanbod van deelmobiliteit op dat moment incluis de eventuele ongewenste neveneffecten. Elke aanbieder van deelmobiliteit heeft zijn eigen concept, marketing en specifieke apps.

Wij vinden het belangrijk dat we toegroeien naar één platform waarin onze inwoners en ondernemers alle doelvoertuigen kunnen vinden, boeken en betalen. Wij ondersteunen initiatieven die deelsystemen integreren in één (landelijk) platform. Zo integreren we deelmobiliteit efficiënt en overzichtelijk in het mobiliteitssysteem van de stad. Uitvoeringsprogramma deelmobiliteit opstellen Wij maken deelmobiliteit een volwaardig onderdeel van ons beleid. We kiezen ervoor het samenspel tussen markt en overheid zo vorm te geven dat deelmobiliteit maximaal bijdraagt aan de overgang naar duurzame mobiliteit. In deze mobiliteitsvisie leggen we het fundament hiervoor. Op basis van deze hoofdlijnen verkennen wij in 2021 de beste route naar een deelfietssysteem en werken wij een uitvoeringsprogramma deelauto’s uit.

6.2.7 Logistiek Ook logistiek verkeer moet een bijdrage leveren aan onze ambities. Afgesproken is dat de logistiek in de binnenstad vanaf 2025 emissievrij is. De stad Groningen trekt veel bezoekers, bedrijven en toeristen aan, en daarmee ook veel logistiek. Deze logistieke bedrijven zijn veelal gevestigd op de werklocaties aan randen van de stad Groningen, maar ook verspreid over de stad zien we veel kleinere logistieke bedrijven. Op de werklocatie Westpoort is nog ruimte beschikbaar voor nieuwe grootschalige bedrijven in de logistieke sector. Deze ruimte is ook hard nodig voor de transitie naar een duurzame, toekomstbestendige logistiek. Veruit de meeste logistieke bewegingen in Groningen vinden plaats via de weg. Met het ongelijkvloers maken van de ringweg ontstaan goede en rechtstreekse verbindingen naar onze bedrijventerreinen. Onze gemeente kent relatief weinig goederenvervoer via water en spoor.

47

In de binnenstad van Groningen zien we dat stadslogistiek vaak gepaard gaat met opstoppingen, verkeersonveilige situaties voor voetgangers en fietsers, geluidsoverlast en problemen met de luchtkwaliteit. Daarom zetten we in op het verminderen en verduurzamen van de logistieke stromen.

Visie Ruimte voor Zero Emissie Stadslogistiek In 2014 hebben wij ons al uitgesproken voor een emissievrije stadslogistiek in 2025. Met de Visie Ruimte voor Zero Emissie Stadslogistiek (2021) geven we hieraan invulling. In de visie staan de volgende maatregelen centraal. • Het vergroten van het venstertijdengebied in 2022. • Het instellen van een zero-emissiezone voor stadslogistiek vanaf 2025. • Het invoeren van camera handhaving in 2022. • het aanscherpen van het ontheffingenbeleid in 2022. • Het stellen van voorwaarden aan logistiek bij nieuwe bedrijven en functies in de binnenstad. Wat zijn onze opgaves? • Logistieke stromen beheersen. • Overgang naar zero-emissie-logistiek begeleiden. • Oplossingen zoeken voor kleine logistieke stromen. • Logistiek over spoor- en waterwegen stimuleren. Logistieke stromen beheersen We willen de hoeveelheid logistieke voertuigen in en om de binnenstad beter beheersen. We gaan kritisch kijken naar wie we toegang geven en wanneer. Met behulp van een nieuw handhavingssysteem voor logistiek verkeer kunnen we gericht toegang verlenen. Zo sturen we in de binnenstad op een balans tussen bevoorradingsverkeer en een aangenaam verblijfsklimaat voor bewoners en bezoekers. De binnenstad kent ook verkeersstromen van bouwlogistiek en service-, montage- en storingsdiensten.

Mogelijk kunnen deze doelgroepen gebruik maken van hubs, collectieve diensten, cargobikes en licht-elektrische vrachtvoertuigen. Samen met de sector gaan we op zoek naar concepten om de hoeveelheid verkeer te verduurzamen en te minimaliseren. Overgang naar emissievrije logistiek begeleiden De markt van logistieke dienstverleners is bereid zelf een bijdrage te leveren aan de overgang naar emissievrije logistiek in de binnenstad. Het is echter te vroeg om de markt de vrije hand te geven. Wij willen zelf sturen op welke alternatieven we wel en niet in onze binnenstad toelaten. Onze aanpak is samen te vatten in de steekwoorden verbinden, aanjagen en ondersteunen. • Verbinden: We brengen verschillende partijen uit de logistieke keten bij elkaar, zoeken samen met marktpartijen naar geschikte locaties en maken nieuwe, efficiënte concepten mogelijk. • Aanjagen: We helpen bij het opzetten van logistieke hubs die fungeren als overslagcentrum voor goederen die worden aangeleverd met grote lange-afstandsvoertuigen. Op de hubs worden de goederen overgeladen in kleine, schone voertuigen zoals cargobikes en lichte elektrische transportvoertuigen. Op korte termijn vraagt dit van ons een actieve rol; op lange termijn denken we een stapje terug te doen en initiatieven bij de markt te laten.

48

•

Ondersteunen: We helpen marktpartijen bij de introductie van deelplatforms voor logistieke voertuigen en bundeling van vrachtstromen.

In 2035 gaan we nog een stap verder, dan moeten alle logistieke vervoersstromen op gemeentelijke wegen emissievrij zijn. We verkennen welke maatregelen geschikt zijn voor het stimuleren en versnellen van zero-emissie-logistiek in de wijkcentra, woonwijken en dorpen. Dit doen we door maatregelen die we de komende jaren voor de binnenstad uitvoeren, breder in te zetten. Ook introduceren we nieuwe businessmodellen voor zero-emissie-logistiek en bevoorrading. Nieuwe stedelijke, gemengde woon-werkgebieden richten we zo in dat de zware logistiek, voor bijvoorbeeld supermarkten en horeca, niet ver de wijk in hoeft te rijden. Oplossingen zoeken voor kleine logistieke stromen De laatste jaren is er een behoorlijke groei van kleinere vormen van logistiek vervoer, onder meer doordat meer particulieren en bedrijven kiezen voor online winkelaankopen en thuisbezorgen. Deze groei vergroot de druk op de schaarse ruimte in de stad. Samen met de markt zoeken we naar efficiëntere logistieke oplossingen, zoals centrale afhaalpunten, eventueel in combinatie met andere wijkvoorzieningen en hubs. Logistiek over spoor- en waterwegen stimuleren De drie noordelijke provincies en de vier grootste steden hierin (Groningen, Leeuwarden, Emmen en Assen) hebben gezamenlijk de ambitie vastgelegd dat Noord-Nederland in 2035 emissievrij is. Dit betekent dat ook de logistiek in 2035 emissievrij moet zijn.

Meer logistiek over spoor- en waterwegen kan hier een grote bijdrage aan leveren. Als gemeente juichen we meer logistiek over spoor- en waterwegen toe, maar dat kan alleen in regionale samenwerking worden bereikt. Op het schaalniveau van Noord-Nederland wordt bekeken wat hiervoor strategische locaties zijn. Mogelijk ontstaan er goede kansen voor logistiek over water en spoor binnen de gemeente Groningen. Op dit moment werken we aan een nieuwe strategische aanpak voor onze werklocaties. Hierin bieden we meer duidelijkheid over wat in Groningen het perspectief is voor transport over water en spoor.

6.3 Vergroenen 6.3.1 Emissievrije voertuigen Elektrisch rijden wordt steeds meer gemeengoed. In de gemeente Groningen willen we een overgang naar emissievrij vervoer tot stand brengen. Elektrisch rijden wordt in de toekomst de norm. De termijn waarop in alle prijscategorieën een ruime keuze aan schone voertuigen voorhanden is, is vooral een verantwoordelijkheid van de voertuigproducenten. Deze overgang wordt versneld door landelijke en Europese regels over welke voertuigen in Nederland en Europa verkocht mogen worden en door stimulerende belastingvoorwaarden voor kopers en gebruikers. Als gemeente kunnen wij deze overgang naar emissievrije voertuigen op vele vlakken een duw in de rug geven. Wat zijn onze opgaves? • Voldoende openbare laadinfrastructuur en waterstofvulpunten aanbieden.

49

• •

Regels voor gebruik van infrastructuur opstellen. Zelf het goede voorbeeld geven.

Voldoende openbare laadinfrastructuur en waterstofvulpunten aanbieden We willen elektrisch rijden in onze gemeente stimuleren door voldoende laadpunten en waterstofpunten aan te bieden. Te allen tijde willen we voorkomen dat een potentiële elektrische rijder afziet van de aanschaf van een elektrische auto door een gebrek aan openbare laadinfrastructuur, en daardoor fossiel blijft rijden. Laadpalen In Nederland is sinds 2013 het aantal volledig elektrische auto’s toegenomen van 4.000 tot ruim 133.000 (augustus 2020, bron: RVO). Tegenwoordig is één op de vijf nieuw verkochte auto’s een ‘stekkerauto’ (volledig elektrisch of plug-in-hybride). We verwachten dat in 2025 zo’n 16.000 elektrische voertuigen in de gemeente rondrijden. Dit aantal neemt daarna alleen maar verder toe. In onze Visie Openbare Laadinfrastructuur Groningen 2025 beschrijven we hoe we het aantal laadpalen in de woonwijken op korte termijn proactief laten toenemen. We groeien daarbij door tot ongeveer 850 palen in woonwijken in 2025. In het eindbeeld van 2040 is het voorstelbaar dat er circa 6.000 openbare laadpunten zijn in onze gemeente. Met de plankaart openbare laadinfrastructuur hebben we voor 3.000 potentiële openbare laadpunten een concrete locatie bepaald op basis van een goede inpassing.

Daarnaast volgen wij nauwlettend de innovaties die mogelijk kunnen leiden tot ruimtebesparende en slimme manieren om in de laadbehoefte te voldoen dan gebruikelijke laadpalen. Laadplekken voor emissievrije voertuigen mogen ten koste gaan van reguliere parkeerplekken, ook als er sprake is van betaald parkeren. Op de lange termijn, wanneer het merendeel van de auto´s emissievrij is, gelden de regels om de parkeerdruk te beperken uiteraard ook voor schone voertuigen. Daarnaast zien we mogelijkheden voor het realiseren van een dekkend netwerk aan openbare (snel)laadpalen buiten de woonwijken. Specifiek richten we ons daarbij op de dorpskernen, bezoekers aantrekkende locaties, P+R-terreinen en stedelijke hubs. Om dit slagvaardig te kunnen opzetten, zoeken we naar een constructie waarbij wij zelf de laadpalen in eigendom nemen, exploiteren en onderhouden, maar voor de uitvoering hiervan een marktpartij inhuren. Daarbij kijken we ook of dit gecombineerd kan worden met energie van onze eigen zonneparken en windmolens. Waterstofvulpunten Daarnaast werken we aan het realiseren van nieuwe waterstofvulpunten. Deze zijn in eerste instantie voor ons eigen wagenpark en de waterstofbussen die in onze gemeente rijden. In 2025 heeft de gemeente Groningen naar verwachting circa 20 waterstofvrachtwagens. Vóór 2022 rijden er 32 waterstofbussen binnen de provincies Groningen en Drenthe.

We stimuleren dat er ook openbare waterstofvulpunten gaan ontstaan, en stellen hiervoor een actieplan op. Regels voor gebruik van infrastructuur opstellen We gaan de toegang tot onze wegen en de openbare ruimte deels afhankelijk maken van de uitstoot. Voertuigen met vervuilende uitstoot zijn dan in bepaalde gebieden niet meer welkom. Zo verbeteren we de directe leefkwaliteit van onze inwoners in deze gebieden. We stimuleren zo de overgang naar emissievrije voertuigen. Uiteraard doen wij dit binnen een billijk tijdspad, zodat de samenleving tijd heeft om over te schakelen op emissievrije vervoersmiddelen. 50

In 2030 zijn alle voertuigen in de binnenstad van Groningen (personenauto’s, bedrijfsauto’s en bromen snorfietsen) volledig emissievrij. We zien de binnenstad van Groningen in dit opzicht als een ruim gebied. De stadsdistributie is al vanaf 2025 emissievrij. Daarnaast willen wij uiterlijk in 2025 snor- en bromfietsen die rijden op fossiele brandstoffen, verbieden in de binnenstad door het instellen van een gezondheidszone. We gaan verkennen of we op meer plekken emissievrije gebieden kunnen instellen, bijvoorbeeld de Zernike Campus en het centrumgebied van Haren. We onderzoeken hoe we emissie-eisen kunnen stellen bij het verlenen van taxivergunningen. Ook bekijken we hoe we via het uitgeven van parkeervergunningen het gebruik van emissievrije voertuigen kunnen stimuleren. Zelf het goede voorbeeld geven Wij geven als gemeente zelf het goede voorbeeld. Zo hebben wij direct invloed op een deel van de voertuigen en mobiele werktuigen die door onze gemeente rijden, zoals ons eigen wagenpark, het OV en het publiek vervoer. Hieraan kunnen we eisen stellen in de concessieverlening. Emissievrije voertuigen zijn hier nu al de norm. Het gemeentelijk wagenpark (onder andere personenauto’s en veeg- en vuilniswagens) moet in 2035 emissievrij zijn.

In 2025 heeft de gemeente Groningen 160 elektrisch aangedreven voertuigen, ruim 70 laadpalen bij de gemeentelijke gebouwen en circa 20 waterstofvrachtwagens. Ook het machinepark (veegmachines en maaimachines) gaat stap voor stap over op elektrisch of waterstof. Ook bij het inkopen en aanbesteden van civieltechnische werken of diensten (zoals catering en schoonmaak) stellen we, waar mogelijk, emissie-eisen aan de vervoersmiddelen die bijvoorbeeld leveranciers en aannemers gebruiken. Zo vervangt de aannemer de gele stenen in de binnenstad nu al volledig emissievrij.

6.4 Verkeersmanagement en Smart Mobility maakt het mogelijk Verkeersmanagement is het beïnvloeden van verkeersstromen om de verkeersafwikkeling te verbeteren. En op basis van actuele data ontstaan andere keuzes in reisgedrag. Technische ontwikkelingen bieden steeds meer kansen om onze doelen te bereiken. De manier waarop wij reizigers kunnen beïnvloeden, verschuift van dynamische informatieborden langs de weg naar apps en verkeersinformatiesystemen in de auto of op de telefoon. Dit biedt legio kansen om deze nieuwe technieken proactief in te zetten voor de doelen van deze mobiliteitsvisie. Daarmee kunnen de beschikbare wegen op de juiste wijze worden benut en kan het gebruik van ruimte-efficiënte en schone voertuigen worden gestimuleerd. Denk bijvoorbeeld aan het anders instellen van verkeerslichten, zodat fietsers of het OV vaker groen krijgen. De nieuwe technieken kunnen ook automobilisten helpen die naar Groningen rijden. Zij moeten in de toekomst eerder een routekeuze maken dan nu. Dat komt door het laten vervallen van de Diepenring als verdeel- en parkeerring voor auto’s en het ontmoedigen van direct autoverkeer tussen wijken. Het huidige Parkeerroute Informatiesysteem (PRIS) met displays langs de wegkant gaan we na afschrijving niet meer vervangen. Actuele informatie over de parkeerbezetting is dankzij 51

apps in de auto sneller bekend dan via de borden langs de weg. Dit voorkomt veel onnodige verkeersbewegingen rondom de binnenstad en helpt om de geparkeerde auto’s beter te spreiden. Cruciaal bij het stimuleren van ketenvervoer (paragraaf 6.2.5) is de ontwikkeling van slimme apps om de reis te plannen, te boeken en te betalen. Deze apps werken met actuele reisinformatie, waarvan een aantal informatiestromen bij ons vandaan komen, zoals het aantal beschikbare P+Rparkeerplaatsen en bustijden. Wat zijn onze opgaves? • Beschikbaar stellen en het delen van verkeersdata. • Verkeersmanagementsysteem doorontwikkelen. Beschikbaar stellen en het delen van verkeersdata Als wegbeheerder stellen wij data beschikbaar over bijvoorbeeld parkeervoorzieningen, bruggen, gebruiksregels voor wegen en parkeerplaatsen, verkeersregelinstallaties en tijdelijke afsluitingen door wegwerkzaamheden en evenementen. Reizigers kunnen op basis van deze en andere informatie, gerichte reisadviezen ontvangen. Zij kunnen zo sneller, slimmer en gezonder reizen. Dat levert weer voordelen op voor de samenleving, zoals minder files, minder (onnodige) reiskilometers, het efficiënter benutten van de wegen, minder zoekverkeer in wijken en dorpen, meer verkeersveiligheid en meer gebruik van alternatieven voor de auto. De komende jaren gaan we ons aandeel in de data betrouwbaar en tijdig beschikbaar stellen.

Ook richten we ons op het ontwikkelen van kaders voor het verzamelen en delen van data en het inzetten hiervan. Het directe belang van de markt of de individuele reiziger sluit namelijk niet altijd aan bij het algemeen belang. Zo is het bieden van de kortste autoroute van A naar B vanuit leefbaarheid misschien wel ongewenst. Of leiden dit soort ontwikkelingen juist tot een toename van het gebruiksgemak van de auto. Terwijl wij, vanuit het oogpunt van leefbaarheid, juist willen dat mensen meer gaan fietsen. Uiteraard hebben wij daarbij er altijd oog voor dat wij privacy rechten van de weggebruikers niet schenden. Verkeersmanagementsysteem doorontwikkelen We willen ons verkeersmanagementsysteem doorontwikkelen. Elk verkeerslicht in onze gemeente dat vervangen moet worden, wordt een ‘slim’ verkeerslicht. Een intelligente verkeersregelinstallatie (iVRI) verzamelt en verzendt informatie over het verkeer. Doordat iVRI’s met elkaar in verbinding staan, ‘weet’ een iVRI beter dan een gewone VRI hoeveel verkeer eraan komt en wat voor soort verkeer het is. Met de data die een iVRI uitzendt, kunnen weggebruikers persoonlijk geïnformeerd worden. Ook kan de iVRI specifieke voertuigen herkennen en eerder voorrang geven. Met de huidige VRI’s is dat alleen beschikbaar voor nooddiensten en op sommige kruisingen voor openbaar vervoer.

Het netwerk van iVRI’s geeft ons meer mogelijkheden om het verkeer te regelen op basis van onze doelen gericht op de transitie naar ruimte efficient, schoon en gezond vervoer. We hebben invloed op de instroom en doorstroming van verkeer op diverse en langere routes met meerdere verkeerslichten. En kan slimmer en proactiever op specifieke verkeerssituaties gestuurd worden zoals bijvoorbeeld rond wedstrijden van FC Groningen of de Bloemetjesmarkt. Met onze huidige verkeerslichten kunnen we dankzij regensensors fietsers bevoordelen als het regent. Met iVRI’s kunnen we straks nog meer. Uitgangspunt is dat alle verkeersdeelnemers op een 52

billijke manier worden bediend. Uiteraard krijgen uitrukkende hulpdienst voorrang. Maar we willen nadrukkelijk ook voorkeuren geven aan meer ruimte voor fietsers, voetgangers of het OV. Zo versterken we het gebruik van vervoer dat minder ruimte inneemt en schoon is. Verder verkennen we de mogelijkheden om ook fietsers op de een of andere wijze informatie te geven over reistijd, werkzaamheden of bijvoorbeeld brugopeningen. Automobilisten ontvangen immers informatie via verkeersinformatiesystemen in de auto en OV-reizigers kunnen op telefoons kijken – fietsers niet.

53

7

Samen vooruit

Onze uitdagingen zijn fors. Het realiseren hiervan vraagt om samenwerking. Voor het vervolg stellen we uitvoeringsprogramma’s op en nemen de voorstellen op in ons jaarlijkse Meerjarenprogramma Verkeer en Vervoer.

7.1 Samenwerking De doelen uit deze mobiliteitsvisie bereiken we niet alleen. We zoeken samenwerking met overheidspartners, andere organisaties en natuurlijk onze inwoners. Wij hebben directe invloed op de wijze waarop wij gebieden ontwikkelen en waar voorzieningen zich vestigen. Ook hebben we natuurlijk invloed op onze eigen gemeentelijke wegen en op plekken voor parkeren. Maar het veranderen van de mobiliteit vraagt om samenwerking, met overheidspartners, grote werkgevers, bedrijven, onderwijsinstellingen en natuurlijk onze inwoners en ondernemers.

7.1.1 Samenwerken met overheidspartners Mobiliteit overstijgt per definitie de gemeentelijke grenzen. Er moet altijd samenhang zijn met de omliggende gebieden en de belangrijkste infrastructuur hierin, zoals hoofd- en regionale wegen en regionale fietspaden. We werken hierbij samen met de provincies Groningen en Drenthe en omliggende gemeenten binnen de samenwerking van de Regio Groningen Assen. Zo is binnen de Regio Groningen Assen in 2020 een mobiliteitsstrategie opgesteld, waarin verknopen, vergroenen en verslimmen de gezamenlijke kernambities zijn. Wij zien dat de thema’s en denkrichtingen die wij in deze mobiliteitsvisie aankaarten, aansluiten bij hoe onze regionale partners tegen de opgaven aan kijken. Met het rijk werken we samen waar de raakvlakken zitten als het gaat om hoofdvaarwegen, spoorlijnen en autosnelwegen maar denk ook de verstedelijkings- en economische structuur. Ook spoorbeheerder Prorail speelt in relatie tot onze ambities een belangrijke rol. Regionale beleidsvorming Deze visie sluit aan op het Regionale Mobiliteitsplan dat de provincie Groningen opstelt in het kader van het Klimaatakkoord 2019. Gezien de geografische ligging van onze gemeente is ook samenhang met het Regionale Mobiliteitsplan van Drenthe essentieel. Voor de grote ambities trekken wij op met deze regionale overheidspartners.

Samen voeren we gesprekken en maken we afspraken met het Rijk en de EU over hun betrokkenheid bij mobiliteitsprojecten binnen onze regio. In de Woondeal (2019) hebben wij met het Rijk afgesproken om gezamenlijk met de regio een integrale langetermijnstrategie voor wonen, werken, bereikbaarheid en leefbaarheid te ontwikkelen: de verstedelijkingsstrategie. Deze moet worden uitgewerkt tot een verstedelijkingsakkoord, als uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie. De verstedelijkingsstrategie zal onder meer ingaan op de effecten van verstedelijking op het vestigingsklimaat, de mobiliteit en het landschap in de regio Groningen-Assen. De grootste urgentie doet zich voor in de periode 2020-2030. Verder geven we een doorzicht naar de periode 2030-2040. Om de opgaves het hoofd te bieden, moet een strategie worden ontwikkeld waarin voldoende en geschikte woningen kunnen worden gebouwd, en waarmee de bredere ontwikkeling van de regio is gediend. OV Het vorm geven aan het OV met nieuwe of veranderende trein- en busdiensten doen we samen met onze partners zoals de provincies Groningen en Drenthe en het OV-bureau Groningen Drenthe. De

54

treindiensten rijden in opdracht van de provincie. Voor de busdiensten is het OV-bureau Groningen Drenthe de opdrachtgever voor de vervoerder. Deze organisatie beschikt over de specialistische kennis en ontwikkelkracht om het openbaarvervoersysteem succesvol te blijven verbeteren. Deze wijze van samenwerken heeft ons veel gebracht. Verkeersmanagement en smart mobility De wereld van slimme mobiliteitssystemen, waaronder de intelligente verkeerslichten, is zeer specialistisch. Daarnaast is verkeersmanagement bij uitstek een onderwerp dat onze gemeentegrens overstijgt. Deze combinatie maakt dat wij alleen samen met de andere wegbeheerders succesvol kunnen werken aan smart mobility. Nu is dit deels belegd bij Groningen Bereikbaar, de Regio Groningen Assen en onszelf. Samen met de andere overheden gaan we op zoek naar een passende organisatievorm hiervoor. We denken aan een opzet waarbij de overheden de kaders stellen en een regionale samenwerkingsorganisatie de dagelijks verantwoordelijkheid heeft, net als bij het OV en Anders Reizen. Duurzame mobiliteit Elektrische of waterstofvoertuigen beperken hun bereik natuurlijk niet tot de gemeentegrens. Wij nemen de verantwoordelijkheid voor het uitrollen van voldoende laadplekken en waterstofvulpunten binnen onze gemeente, maar doen dat in nauwe afstemming met onze regionale partners. Alleen zo komen wij tot een regionaal dekkend netwerk.

7.1.2 Samenwerken met bedrijven en onderwijsinstellingen De overgang naar andere mobiliteit vraagt veranderingen in het reisgedrag van forenzen, bezoekers, scholieren en studenten, en ook om andere logistieke stromen. Hier is veel winst te halen. Anders Reizen, een blijvende verandering in dit reisgedrag binnen onze gemeente, bereiken we alleen gezamenlijk met werkgevers, instellingen voor (hoger) onderwijs en denk ook aan onze ziekhuizen die veel verkeer generen. Veel van deze partijen zijn bereid een structurele omslag naar meer thuiswerken en -studeren te maken. Daarbij streven wij naar gebieds- en sectorspecifieke afspraken over bijvoorbeeld werkroosters, werktijden, arbeidsvoorzieningen thuis, voorzieningen in kantoren voor hybride vergadervormen, dienstreizen en financiële prikkels voor werknemers. Via Groningen Bereikbaar werken we aan een convenant om dergelijke afspraken en de rollen en verantwoordelijkheden van alle partijen vast te leggen. De afgelopen jaren heeft samenwerkingsorganisatie Groningen Bereikbaar veel winst behaald op dit vlak. Een goed voorbeeld hiervan zijn de afspraken over werktijden die zorginstellingen, andere werkgevers en onderwijsinstellingen hebben gemaakt in het ‘Gronings rooster’, ontstaan tijdens de coronacrisis in 2020.

Deze vorm van samenwerken zowel tussen de overheden onderling als tussen overheden en onze grote stakeholders, koesteren we en willen we in de toekomst bestendigen. En we werken steeds vaker en intensiever samen met andere steden in Nederland en Europa. Zo leren we van elkaar en blijven wij maximaal up to date in het zoeken naar telkens weer nieuwe en betere oplossingen voor onze mobiliteit en stedelijke ontwikkeling. En binnen hive.mobility werken we nauw samen met kennis- en onderwijsinstellingen, overheden, bedrijven, ondernemers en nonprofit organisaties aan een veilige, prettige en goed bereikbaar Groningen. Zo bundelen we zoveel mogelijk alle krachten in onze regio met allemaal datzelfde doel: de transitie naar ruimte efficiënt, emissievrij en gezond vervoer. 55

7.1.3 Samenwerken met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden Zoals gezegd zijn we bij de totstandkoming van deze mobiliteitsvisie in gesprek gegaan met inwoners en ondernemers over hoe zij de mobiliteit in de toekomst zien. Met een vastgestelde visie zijn we er natuurlijk niet. We blijven uitdragen wat onze visie op mobiliteit is. We blijven scherp op de signalen van onze inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden als het gaat om mobiliteit en de leefkwaliteit waarin mobiliteit een rol speelt. In de overgang naar een samenleving waar we stapje voor stapje naar meer duurzame mobiliteit groeien, is communicatie over de achtergronden van het beleid en de concrete impact van maatregelen belangrijk. Lokale initiatieven vanuit wijken die bijdragen aan de visie, omarmen we zo veel mogelijk. We zien bij onze inwoners het bewustzijn groeien over de impact die onze manier van reizen heeft op de directe leefomgeving en ook in relatie tot klimaatverandering. Mensen maken andere keuzes dan twintig jaar geleden. De effecten die persoonlijke keuzes hebben op het milieu en het leefklimaat worden steeds bekender, en mensen handelen daar meer en meer naar. Ons is er alles aan gelegen om deze keuzes toe te juichen en een zetje in de rug te geven richting een duurzame en leefbare wereld.

7.2 Vervolg: uitvoeringsprogramma Met deze visie zetten we een stip op de horizon: hier willen we in 2040 staan. Daarmee markeren wij de inhoudelijke agenda waaraan wij de komende jaren structureel en consistent willen werken. De looptijd van bijna twintig jaar is een bewuste keuze. Het herinrichten van het (auto)verkeersnetwerk en het omvormen van de openbare ruimte is een langjarig proces en kostbaar. De mobiliteitsvisie, en dan vooral de uitwerking in de doorwaadbare stad, is hierbij het kader dat aangeeft welke wegen mogen veranderen van verkeersfunctie. Dat gebeurt met een gefaseerde en adaptieve invoering. We beginnen op de locaties waar de noodzaak vanuit leefkwaliteit het hoogst is. We sluiten daarbij aan bij concrete aanleidingen of kansen om de wegen te herinrichten. Vaak komen deze voort uit ruimtelijke projecten vanuit leefkwaliteit. Stap voor stap komen wij zo tot het gewenste netwerk. Ook ons toekomstbeeld van een robuust OV-systeem vraagt een lange adem. Dat geldt ook voor het inzetten op meer ketenmobiliteit door het creëren van een consistent netwerk van hubs. Deze visie bevat ook voorstellen waarmee we op relatief korte termijn kunnen beginnen en waarvoor wij zelf voor honderd procent aan de lat staan. Denk aan het proactief omarmen van deelmobiliteit. Soms is de uitvoering snel helder; soms is er eerst een uitwerking nodig.

Zo zijn er enkele grote ontwerpopgaves. Hoe en in welke volgorde wij uitvoering geven aan alle voorstellen in de mobiliteitsvisie, nemen we op in uitvoeringsprogramma’s. Sommigen hebben we al zoals de parkeervisie en fietsstrategie. Sommigen gaan we de komende periode uitwerken. Daarbij hebben we oog voor de juiste volgtijdelijkheid van plannen. Zo moet bijvoorbeeld de ringweg op orde zijn voordat we stedelijke wegen sterk gaan afwaarderen.

56

Het uitvoeringsprogramma’s worden jaarlijks vertaald in het Meerjarenprogramma Verkeer en Vervoer, waarin wij voortschrijdend de uitvoering van het programma Verkeer en Vervoer vastleggen. In het meerjarenprogramma monitoren we hoe de realisatie van de doelen uit de visie verloopt. We stellen vast of er meer energie en tijd gestoken moet worden in onderdelen of dat zelfs herijking van onze doelen aan de orde is. Deze visie geeft de koers die wij willen varen. Maar we beseffen dat de uitwerking en vertaling naar plannen niet in beton gegoten is en keer op keer maatwerk betreft.

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4226/documents/61830