Bijlage 1 BOPA planologie Noorderpoort Verzetsstrijderslaan - motivering.pdf
Tekst van het document
4.6
Natuur
4.6.1
Wettelijk kader
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn diverse regels ter bescherming van de natuur opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de voormalige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van plant- en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland op het land. Stikstof Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Omgevingswet (Ow). De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Na de -nog te bepalen- datum dient stikstof te worden gemonitord als omgevingswaarde.
Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op zowel
30
BOPA motivering (ontwerp)
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als op bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Ow zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hiervoor actief beleid voeren. Gedacht kan worden aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: er soorten aanwezig zijn; en welke soorten dat zijn. In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is. 4.6.2
Toetsing
Gebiedsbescherming De projectlocatie ligt niet binnen NNN- gebied. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied is gelegen op circa 1,8 kilometer afstand. Het is niet aannemelijk dat deze ontwikkeling invloed heeft op dit NNN-gebied. Stikstof Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige gebied is het gebied 'Drentse Aa', wat gelegen is op circa 10 kilometer afstand van de projectlocatie. De voorliggende BOPA voorziet in het toestaan van de realisatie van nieuwe schoolgebouwen. Voor de realisatie van dit project wordt er tijdens de bouw- en aanlegfase gewerkt met meerdere werktuigen op de bouwplaats. Vanuit de verbrandingsmotoren van deze werktuigen ontstaan stikstofoxiden (NOx). De uitstoot is afhankelijk van factoren als het type werktuig, het vermogen, het percentage belasting en het aantal draaiuren. Deze variabelen zijn ingevoerd in het AERIUS model van het RIVM (versie 2024.1.2.). De basisinformatie ten aanzien van de uitgangspunten voor het gebruik en type materieel zijn berekend op basis van het landschaps-, stedenbouwkundig- en beeldkwalitetiskader. Na invoer van de gegevens van de mobiele werktuigen zijn ook de gegevens met betrekking op de vervoersbewegingen van en naar de bouwplaats en de vervoersgegevens tijdens de gebuiksfase in de AERIUS calculator ingevoerd.
Doordat de te realiseren gebouwen gasloos worden gebouwd, is ten aanzien van het gebruik hiervan zelf geen sprake van stikstofemissies en deposities op Natura 2000-gebieden. Voor de gebruiksfase wordt er gekeken naar de toevoeging van verkeer aan het huidige verkeersbeeld en de stikstofemissie die extra wordt uitgestoten als gevolg van dat verkeer. Aangezien er sinds eind 2024 geen gebruik meer gemaakt mag worden van intern salderen is in de stikstofberekening uitgegaan van een nieuwe situatie. Om de verkeersintensiteit per weekdag te bepalen is gerekend met het aantal parkeerplaatsen die per dag worden gebruikt. Voor stikstofberekening wordt gerekend met een worstcase scenario. In dit geval dat elke parkeerplaats twee keer per dag bezet wordt. Het aantal verkeersbewegingen komt dan neer op 198 verkeersbewegingen naar de parkeerplaatsen en 198 verkeersbeweging vanaf de parkeerplaatsen (4 maal 99 parkeerplaatsen). Sinds 1 oktober 2024 horen de koude starts die op de projectlocatie bij de stikstofberekening, ook deze zijn in de AERIUS calculator ingevoerd. Vervolgens is door de AERIUS calculator de totale stikstofdepositie van de bouw- en aanlegfase en de gebruiksfase in stikstofgevoelige gebieden als gevolg van deze emissies berekend. Het stikstofonderzoek is als bijlage 7 toegevoegd bij deze toelichting.
Uit het stikstofonderzoek is gebleken dat dit project geen negatieve effecten heeft op nabijgelegen stikstofgevoelige gebieden. Soortenbescherming Om uit te sluiten dat er beschermde flora en fauna op de projectlocatie aanwezig zijn, is in juli 2024 een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Bureau Faunax B.V. Deze quickscan is aan dit document toegevoegd als bijlage 8. De uitkomsten van dit onderzoek zijn als volgt: Algemene broedvogels Binnen en vlak buiten de projectlocatie kunnen enkele vogelsoorten tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten. Geadviseerd wordt om de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15
BOPA motivering (ontwerp)
31
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan maart-15 juli aangehouden. Afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden kunnen soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden komen. Zo kan grote bonte specht al vanaf begin februari tot broeden komen. Wat voor deze soorten van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd. Vleermuizen Binnen en rondom de projectlocatie werden tijdens het uitvoeren van het veldbezoek in een negental bomen holten aangetroffen die geschikt werden bevonden als verblijfplaatsen voor diverse vleermuissoorten (zie figuur 4.1). De ecologen adviseren om deze bomen, maar ook bomen binnen een straal van 10 meter daaromheen binnen het planvoornemen te sparen. Indien dit niet mogelijk is, is geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in boomholten vast te stellen, dan wel uit te sluiten.
Figuur 4.1 Overzicht bomen met boomholtes (bron quickscan Faunax) De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen achter stootvoegen in bestaande gebouwen kan worden uitgesloten, mits kan worden voorkomen dat deze stootvoegen worden geblokkeerd. Dit kan tot uiting worden gebracht door geen bomen of muurbeplanting voor stootvoegen aan te brengen. Indien hieraan kan worden voldaan is nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen in gebouwen niet nodig. Bunzing en hermelijn Tijdens de quickscan flora en fauna is geconcludeerd dat de aanwezigheid van (leefgebied van) de soorten bunzing en hermelijn binnen de projectlocatie niet op voorhand kan worden uitgesloten. Hiervoor is dan ook nader onderzoek geadviseerd. Nader onderzoek vleermuizen, bunzing en hermelijn Naar aanleiding van de quickscan is nader onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen, bunzing en hermelijn. Dit onderzoek is als bijlage 9 toegevoegd aan deze motivering. Aan de hand van de resultaten van het nader onderzoek is de aanwezigheid van één paarverblijfplaats van de soort gewone dwergvleermuis in boomholte 8 (zie figuur 4.2) aangetoond.
32
BOPA motivering (ontwerp)
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan
Figuur 4.2 Boom met paarverblijfplaats en aanvliegroute (aanvullende onderzoek Faunax) Het advies is om deze boom, inclusief de bomen binnen een straal van 10 meter daaromheen en de bomen die onderdeel zijn van de aanvliegroute richting de verblijfplaats binnen het planvoornemen te sparen. Indien hieraan kan worden voldaan zijn vervolgstappen op het gebied van deze verblijfplaats niet benodigd. Als dit niet mogelijk is moet voor deze verblijfplaats een vergunning worden aangevraagd bij het bevoegd gezag (provincie Groningen). Een vergunning wordt aangevraagd aan de hand van een op te stellen activiteitenplan en wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Door de in het veld geplaatste struikrovers (camera's) zijn beelden verzameld van diverse muissoorten, waaronder bosmuis en rosse woelmuis. Ook werden beelden verzameld van een egel die hier tijdens de bezoeken ten behoeve van het onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen werd waargenomen. Deze soorten zijn allen vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen in de provincie Groningen. Men dient zich echter wel te houden aan de specifieke zorgplicht voor ruimtelijke ingrepen. Er werden geen beelden verzameld van bunzingen of hermelijnen.
Hoewel niet kan worden uitgesloten dat marterachtigen zich incidenteel door de projectlocatie verplaatsen, kan op basis van dit onderzoek worden uitgesloten dat de projectlocatie een vast onderdeel is van een leefgebied van deze soorten. Bomen Effect Analyse (BEA) In overleg met de gemeente is het stedenbouwkundig- en landschappelijk plan opgesteld. Uitgangspunt is dat er zo weinig mogelijk bomen worden gekapt. Op het terrein staan 12 individueel te onderscheiden bomen. Langs de Verzetsstrijderslaan staan 11 en langs de Concourslaan staan 35 individueel te herkennen bomen. Aan de zuidwestzijde van het terrein staan, langs het wandelpad door het park, 28 individueel te herkennen bomen. Op en aan de randen van het terrein is sprake van diverse houtopstanden met 46 (potentieel-) monumentale bomen. Gelet op het aantal bomen is voor de planontwikkeling een Bomen Effect Analyse (BEA) opgesteld (zie bijlage 10). Hiermee is de kwaliteit en toekomstverwachting van de bomen en houtopstanden in het gebied in beeld gebracht. Uit de analyse blijkt welke bomen waardevol genoeg zijn om bij een eventuele herinrichting te behouden, welke bomen verplant kunnen worden en welke bomen eventueel gerooid kunnen worden. Binnen het landschaps-, stedenbouwkundig- en beeldkwalitetiskader, op basis van de positionering van
BOPA motivering (ontwerp)
33
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan de paden en de verharding en de inrichting van de openbare ruimte kunnen zes bomen (boomnummers 3, 15, 16, 20, 34 en 35) niet duurzaam behouden blijven. Hierdoor wordt het gat op die plek opgevuld. Deze bomen zijn aangegeven op de terreininrichtingstekening (zie bijlage 2). Boom 3 heeft een stamdiameter van 12 cm is niet kapvergunningsplichtig. De overige bomen zijn zowel kapvergunningsals compensatieplichtig. Boom 34 wordt verplant binnen de projectlocatie. Twee bomen (boom 42 en 43) bij de nieuwe entree aan de Concourslaan worden verplant naar de oude entree. Voor het verplanten van de boom is een vergunning nodig. In totaal kunnen er 2.079 m2 houtopstanden niet duurzaam behouden blijven. Het gaat dan vooral om de houtopstanden in het zuidwesten. Twee bomen (boom 106 en 124) buiten de projectlocatie zijn aangemerkt als risicoboom. Geadviseerd wordt om de bomen te verwijderen in het kader van het verhoogde risico voor de omgeving. Uitgaande van het kappen van de vier niet duurzaam te behouden bomen is de volgende, op basis van de Beleidsregels APVG Behoud van groen, kap en herplant 2022, compensatie van toepassing:
Voor de bomen met nummers 106 en 124 is een reguliere herplantplicht van toepassing. Het uitgangspunt bij reguliere herplant is dat er voor iedere gevelde houtopstand een nieuwe wordt terug geplant. Op basis van de compensatie bij een ruimtelijke ontwikkeling plus de compensatie bij reguliere herplant moeten 27 bomen worden herplant. Vanuit de compensatieregels van de gemeente Groningen wordt gesproken over ‘standaardbomen’. Dat zijn bomen met een stamomtrek van 18-20 cm op 1 meter hoogte. Eventueel kan gekozen worden voor de herplant van een dikkere maat bomen om minder aantallen te compenseren. Deze omrekenfactor bedraagt voor bomen met een stamomtrek 20-40 cm een factor 0,5 (en betreft dan feitelijk de compensatie van totaal 14 bomen in de maat 20-40 cm), voor bomen met een stamomtrek 40-50 cm een factor 0,25 (en betreft dan feitelijk de compensatie van totaal 7 bomen in de maat 40-50 cm) en voor bomen met een stamomtrek 50-60 cm een factor 0,1 (en betreft dan feitelijk de compensatie van totaal 3 bomen in de maat 50-60 cm). Herplant dient op dezelfde locatie of in de directe omgeving (binnen 500 meter) plaats te vinden. Wat betreft de andere type houtopstanden is ook de Beleidsregels APVG Behoud van groen, kap en herplant 2022, compensatie van toepassing. Het gemeentelijk beleid is dat voor iedere gevelde houtopstand een herplantplicht voor een nieuwe houtopstand op.
De compensatie van de te verwijderen 2.079 m² houtopstand vindt plaats binnen het huidige areaal van de houtopstanden. De houtopstanden worden volledig in het nieuwe plan gecompenseerd. Binnen de kadastrale grens neemt de hoeveelheid bosplantsoen/houtopstand ten opzichte van de huidige situatie toe met 855 m². Buiten de kadastrale grens is een afname van 451 m² bosplantsoen/ houtopstand. Per saldo bestaat de toename daardoor uit 404 m² bosplantsoen/houtopstand. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de compensatieplicht voor de houtopstanden.
34
BOPA motivering (ontwerp)
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan
4.6.3
Conclusie
De stikstofemissie tijdens de aanleg-, bouw- en gebruiksfase heeft geen significant effect op stikstofgevoelige gebieden. Hierdoor is er geen natuurvergunning nodig voor deze werkzaamheden. In de projectlocatie is één boom aanwezig die gebruikt wordt als paarverblijfplaats voor vleermuizen. In het landschaps-, stedenbouwkundig- en beeldkwalitetiskader is hiermee rekening gehouden. De boom en de aanvliegroute van en naar deze boom wordt niet aangetast. Voor vijf andere bomen geldt wel dat deze bomen niet duurzaam behouden kunnen blijven in relatie tot de aanleg van verharding en het realiseren van een open karakter. Daarnaast hebben deze bomen een matige conditie en een verminderde toekomstverwachting. Voor andere bomen geldt dat deze worden behouden maar dat hiervoor wel tijdens de aanlegfase maatregelen dienen te worden genomen.
4.7
Luchtkwaliteit
4.7.1
Wettelijk kader
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen voor luchtkwaliteit. Deze regels zijn gesteld ter bescherming van de gezondheid. In paragraaf 5.1.4.1 Bkl zijn omgevingswaarden voor onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) opgenomen. Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. 4.7.2
Toetsing
Noorderpoort stimuleert niet het gebruik van de auto. Ook komen veel studenten met het openbaar vervoer. In vergelijking met de huidige situatie worden er 67 parkeerplaatsen minder aangelegd. Hierdoor is er geen sprake van een toename van verkeer. Om toch inzicht te krijgen in de toekomstige situatie is in de Nimb berekening (figuur 4.3) gerekend met het maximaal aantal verkeersbewegingen op basis van een volledige bezettingen van de parkeerplaatsen en de dubbel gebruik van elke parkeerplaats gerekend. Aangezien er nu meer geparkeerd kan worden is dus niet (in tegenstelling tot hetgeen in de tabel staat) een toename. Ook als dit wel een toename zou zijn dat blijkt uit de berekening dat het parkeren niet in betekende mate effect heeft op de luchtkwaliteit.
Figuur 4.3 berekening luchtkwaliteit 4.7.3
Conclusie
Het milieuaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmeringen voor de doorgang van voorliggend project.
BOPA motivering (ontwerp)
35
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan
4.8
Geluid
4.8.1
Wettelijk kader
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder paragraaf 5.1.4.2.1 zijn instructieregels voor het aspect geluid opgenomen die gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen. Deze instructieregels zijn van toepassing op het moment dat een BOPA op een locatie een geluidbelastende activiteit of een geluidgevoelig gebouw planologisch mogelijk maakt. Daarmee gelden de instructieregels zowel bij het toestaan van de activiteit, als bij het toestaan van geluidgevoelige gebouwen in de nabijheid van de activiteit. Met uitzondering van het geluid van woonactiviteiten, zijn de instructieregels van paragraaf 5.1.4.2.1. van toepassing op het geluid van alle denkbare activiteiten. Het gaat hierbij niet alleen om geluid van bedrijven en/of instellingen, maar bijvoorbeeld ook geluid afkomstig van locaties waar openbare voorzieningen zijn voorzien, zoals groen of speeltuinen. Paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl gaat over het toelaten van een nieuw geluidgevoelig gebouw bij wegen, spoorwegen en industrieterreinen alsook het geluid veroorzaakt door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen gelegen binnen een geluidaandachtsgebied.
Onder geluidgevoelige gebouwen wordt verstaan: Woningen; Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal); Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Een geluidaandachtsgebied is een locatie langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde zoals opgenomen in de tabel in art. 5.78t van het Bkl. Een nieuw geluidgevoelig gebouw kan zonder meer worden toegelaten als het geluid niet hoger is dan de standaardwaarden zoals opgenomen in onderstaande tabel:
4.8.2
Toetsing
Een onderwijsgebouw is een geluidgevoelig gebouw. Voor het realiseren van dit schoolgebouw moet aangetoond worden dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om aan te tonen dat er op deze locatie sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op het gebied van geluid, heeft Geluidmeesters B.V. op 2 september 2024 een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 11. Onderdeel van dit onderzoek is het berekenen van wegverkeerslawaai op de ontwikkeling, industrielawaai op de ontwikkeling en de gecumuleerde geluidbelasting op de ontwikkeling. Ook zijn de gevolgen van de ontwikkeling van de school en de indirecte akoestische effecten op de omgeving vastgesteld.
36
BOPA motivering (ontwerp)
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan
Wegverkeerslawaai De maximale geluidbelasting vanuit de omliggende gemeentewegen bedraagt ten hoogste 42 dB Lden. Deze waarde blijft onder de standaard waarde van 53 dB Lden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor de provinciale weging geldt een maximale geluidbelasting van 46 dB Lden op het schoolgebouw. Deze waarde voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB Lden uit de Wet geluidhinder. Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen vanuit de omliggende wegen op de nieuwe schoolgebouwen. Industrielawaai gezoneerd industrieterrein 'Groningen' op de ontwikkeling Het te realiseren schoolgebouw ligt binnen de wettelijke geluidzone van het geluidgezoneerd industrieterrein 'Groningen'. De geluidbelasting van het industrieterrein op de te realiseren gebouwen is inzichtelijk gemaakt. Beoordeeld is of er in overeenstemming met het overgangsrecht van de Omgevingswet voldaan wordt aan de normen uit de Wet geluidhinder. Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting met ten hoogste 33 dB(A) etmaalwaarde, op het maatgevende beoordelingspunt, voldoet aan de voorkeurswaarde van 50 dB(A). De zonebeheerder (gemeente Groningen) heeft aangegeven dat de geluidsniveaus dusdanig laag zijn dat het onnodig is voor de nieuwbouw een hogere waarde vast te stellen. Met betrekking tot het gezoneerd industrieterrein zijn er vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen geconstateerd.
Gecumuleerde geluidbelasting op ontwikkeling Om vast te stellen of sprake is van een aanvaardbare geluidbelasting op de te realiseren schoolgebouwen is de gecumuleerde geluidbelasting, als gevolg van wegverkeerslawaai en industrielawaai, vastgesteld. Er is geen specifiek normenkader en de beoordeling is het aan het bevoegd gezag. Uit het onderzoek is gebleken dat de gecumuleerde geluidbelasting op alle beoordelingspunten lager is dan 50 dB. Dit is te kwalificeren als akoestisch goed. Ontwikkeling nieuwe school op de omgeving De ontwikkeling voorziet in het realiseren van schoolgebouwen. Een school is een milieubelastende activiteit (mba) die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Beoordeeld moet worden of ruimtelijke inpassing mogelijk is. Voor de beoordeling is aansluiting gezocht bij de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering ui 2009. De nieuwe VNG-publicatie uit 2024 richt zich op bestaande en nieuwe bedrijventerrein en is dus niet goed bruikbaar bij de voorliggende aanvraag. Om deze reden is voor het akoestisch onderzoek nog gebruik gemaakt van de oude systematiek. Daarnaast moet het geluid door activiteiten van de school op de omgeving te voldoen aan de normen uit het Omgevingsplan van de gemeente Groningen. Op scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs, voor beroeps- en hoger en overig onderwijs is een milieucategorie 2 van toepassing.
Bij deze categorie bedraagt de richtafstand 10 meter in gemengd gebied. Deze afstand wordt gemeten tussen de uiterste begrenzing van de bestemming voor de te realiseren school en de gevels van de omliggende woningen. De aanwezige afstand tussen het nieuwe schoolgebouw en de dichtstbijzijnde geluidgevoelige functies bedraagt circa 50 meter. Daarmee wordt de richtafstand van 10 meter voor het aspect geluid niet overschreden. Uit de berekeningen blijkt dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (Lar,LT) ter plaatse van de maatgevende woningen niet hoger zijn dan 43, 43 en 39 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Hiermee wordt aan de waarden uit het Omgevingsplan van de gemeente Groningen van respectievelijk 50, 45 en 39 dB(a) voldaan. De maximale geluidniveaus (LAmax) ter plaatse van de maatgevende woningen zijn niet hoger dan 53, 56 en 44 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Hiermee wordt aan de waarden uit het Omgevingsplan van de gemeente Groningen van respectievelijk 70, 65 en 60 dB(A) voldaan. Indirecte akoestische effecten op de omgeving Het realiseren van een schoolgebouw kan zorgen voor extra verkeer op de omliggende wegen. Het verkeer zal gebruik maken van de Verzetsstrijderslaan in- en uit oostelijke richting. In overeenstemming met artikel 5.78af van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), is voor deze weg vastgesteld of de
BOPA motivering (ontwerp)
37
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan toename in geluid op de bestaande geluidgevoelige gebouwen beperkt blijft. Voor het vaststellen van de indirecte akoestische effecten van de verkeerstoename op de Verzetsstrijderslaan is de geluidbelasting voor het maatgevend jaar 2040 met de voorgenomen ontwikkeling vergeleken met de situatie in datzelfde jaar zonder de ontwikkeling. Dit is gedaan voor de direct nabijgelegen bestaande woningen aan de Verzetsstrijderslaan. Als gevolg van de toename van de verkeersintensiteit neemt het geluid van de Verzetsstrijderslaan op de direct omliggende woningen met ten hoogste 1,36 dB toen. dit is lager dan de norm van 1,5 dB en is daarmee als beperkt aan te duiden. De verkeerstoename vormt daarmee geen knelpunt. 4.8.3
Conclusie
Het omgevingsaspect geluid vormt geen belemmering voor het wijzigen van functie op de locatie.
4.9
Geur
4.9.1
Wettelijk kader
In het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Rekening houden met geur werkt twee kanten op: bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geurveroorzakende bedrijven. De geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw moet aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat er beoordeeld moet worden of waarden, afstanden en gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente heeft beleidsvrijheid om te bepalen welke mate van geurhinder aanvaardbaar is. 4.9.2
Toetsing
Een school is een geurgevoelig gebouw. In de directe omgeving van de te realiseren schoolgebouwen bevinden zich geen geurproducerende activiteiten. Verder is een schoolgebouw geen geurproducerende activiteit. 4.9.3
Conclusie
Het omgevingsaspect geur vormt geen belemmering voor de wijziging van functie.
4.10
Omgevingsveiligheid
4.10.1 Wettelijk kader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit. 4.10.2 Toetsing Een schoolgebouw is een kwetsbaar object. De nieuwe gebouwen liggen in de nabijheid van de N370 en het spoortraject Haren-Groningen. Om deze reden is door AVIV een notitie voor externe veiligheid opgesteld, deze is bijgevoegd als bijlage 12. N370 provinciaal basisnet De projectlocatie ligt op circa 200 m van de Laan 1940-1945 (N370). De N370 is geen onderdeel van het landelijke basisnet weg. Vanuit het Bkl gelden in dat geval geen aandachtsgebieden. Wel is de Omgevingsverordening van de Provincie Groningen van toepassing. In paragraaf 3.9.7 van deze
38
BOPA motivering (ontwerp)
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan Omgevingsverordening wordt het onderwerp ‘Transportroutes externe veiligheid’ behandeld. Er worden vier veiligheidszones onderscheiden met elk hun eigen instructieregels. De ontwikkeling ligt volledig buiten veiligheidszone 2 en 3, maar binnen veiligheidszone 4. Dit wordt getoond in figuur 4.3.
Figuur 4.3: Veiligheidszones N370 (Bron: AVIV) Door de ligging in veiligheidszone 4 moet bij het verlenen van de BOPA omgevingsvergunning aandacht besteed worden aan het veiligheidsniveau van kwetsbare en beperkt kwetsbare locatie. Ook moet rekening gehouden worden met het veiligheidsrisico van branden en rampen. De kans op overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit is zeer klein. De reden hiervoor is dat de 35 kW/m2 contour van een BLEVE van een LPG-tankauto op een afstand van ca. 80 meter ligt. De toekomstige ontwikkeling ligt op circa 280 m van de weg. De nieuwbouw ligt dus ruim buiten deze zone. Verder wordt bij de bouw van de school rekening gehouden met de optimalisering van vluchtroutes door de ontvluchtingsmogelijkheden van de locatie en ook de vluchtmogelijkheden van de risicobron af toe te passen. Hierover wordt nog overleg gevoerd met de Veiligheidsregio. Het advies van de Veiligheidsregio wordt vervolgens betrokken bij de nadere uitvoering van de planvorming. Ten slotte geldt dat de personen die in en rondom de school aanwezig zijn zelfredzaam zijn. Bij een calamiteit kunnen deze personen zelfstandig vluchten en kunnen zij hiervoor adviezen vanuit Noorderpoort opvolgen.
Spoorlijn Leeuwarden-Groningen De ontwikkeling ligt op circa 370 meter van de spoorlijn Leeuwarden-Groningen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het project ligt daarmee buiten het brandaandachtsgebied van 30 meter, het explosieaandachtsgebied van 200 meter en het toekomstige gifwolkaandachtsgebied van 300 meter. Deze risicobron kan hiermee buiten beschouwing worden gelaten. De ligging van de projectlocatie ten opzichte van de spoorlijn en de aandachtsgebieden wordt getoond in figuur 4.4.
BOPA motivering (ontwerp)
39
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan
Figuur 4.4 Veiligheidszones spoorlijn Leeuwarden Groningen (Bron: AVIV) 4.10.3 Conclusie Het omgevingsaspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de wijziging van functie.
4.11
Trilling
4.11.1 Wettelijk kader Het rijk stelt regels aan gebouwen om trillinghinder door activiteiten te voorkomen. Deze instructieregels staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De instructieregels zijn gericht op aangewezen trillinggevoelige gebouwen. Hierin is de functie bepalend, bijvoorbeeld wonen. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente de mate van bescherming tegen trillingen. Het aspect 'trillingen' is geregeld in paragraaf 22.3.5 van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan van de gemeente Groningen. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan van de gemeente Groningen. 4.11.2 Toetsing Onderwijsgebouwen zijn trillinggevoelige gebouwen. Er zijn verschillende soorten trillingen, met verschillende bronnen. De Omgevingswet maakt bij de instructieregels over trillinghinder door activiteiten onderscheid tussen continue trillingen en herhaald voorkomende trillingen.
Bronnen van trillingen zijn: verkeer over de weg of het spoor (zoals vrachtwagens, treinen en trams) machines in de industrie (zoals stansen en draaiende motoren) bouw- en sloopactiviteiten (zoals heien en breken) De aard van de trilling is afhankelijk van de eigenschappen van de bron: de massa (zwaardere machines of transport zorgen voor grotere trillingen) de snelheid (snellere machines of transport zorgen voor grotere trillingen) de versnelling (onregelmatige bewegingen of krachtige machines en voertuigen zorgen voor grotere trillingen) 40
BOPA motivering (ontwerp)
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan
Uit de verkeerstellingen is gebleken dat de Verzetsstrijderslaan ter hoogte van de nieuwbouw geen drukke weg is. Ook is deze weg geen ontsluitingsweg voor vrachtverkeer. Het is hierdoor niet aannemelijk dat wegverkeer trillingsoverlast gaat veroorzaken. Aangezien in de omgeving geen machines in de industrie en bouw- en sloopactiviteiten aanwezig zijn is ook deze vorm van trillingsoverlast niet van toepassing. Ten slotte geldt dat de spoorlijn Leeuwarden-Groningen op circa 370 meter afstand ligt en daardoor niet leidt tot trillingsoverlast in de projectlocatie. 4.11.3 Conclusie Het omgevingsaspect trilling vormt geen belemmering voor de wijziging van functie.
4.12
Archeologie en cultuurhistorie
4.12.1 Wettelijk kader In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn ter bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. 4.12.2 Toetsing Archeologie Het oostelijke deel van de projectlocatie is op de cultuurhistorische waardenkaart van gemeente Groningen aangeduid als 'Archeologische zone Verwachting Laanhuizen, Gruno- en Stadsparkbuurt'. Gelet op deze waarde is door De Steekproef een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd om vast te stellen wat de kans is op aanwezigheid van archeologische resten. Dit onderzoek is uitgevoerd op 11 oktober 2023 en is toegevoegd als bijlage 13. Uit het verkennend onderzoek is gebleken dat de bovenste drie meter grond in het gebied vrijwel helemaal uit zware klei bestaat. Binnen de bovenste drie meter grond heeft het onderzoeksgebied twee potentieel archeologische niveaus.
Ter hoogte van de twee vegetatieniveaus kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit de periode ijzertijd – romeinse tijd. Daarboven kunnen resten liggen uit de middeleeuwen. In het grootste deel van het onderzoeksgebied zullen eventuele archeologische resten verloren zijn gegaan door graafwerk. Plaatselijk zoals in de zone rondom het grasveld in het zuidwesten kunnen eventuele resten nog wel bewaard gebleven zijn. De enige aanwijzing voor een archeologische vindplaats die het onderzoek heeft opgeleverd is de combinatie van licht verstoorde vegetatieniveaus met verhoogde concentratie fosfaten bij boring 19 in het zuiden. Het ligt echter voor de hand dat deze geassocieerd zijn met vlakbij gelegen boerderijen van omstreeks de negentiende eeuw. Eerder is de verwachting gesteld dat er waarden uit de ijzertijd - middeleeuwen aanwezig kunnen zijn binnen twee meter diepte van het maaiveld. Deze verwachting kan naar beneden worden bijgesteld. Er wordt geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Indien op de rest van het terrein in de toekomst eventueel graafwerk nodig is, wordt er eveneens geadviseerd dit toe te staan.
BOPA motivering (ontwerp)
41
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan
Figuur 4.5 Boorpuntenkaart (bron Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase, Steekproef) Vervolgens heeft de gemeente Groningen een selectiebesluit genomen. In eerste instantie heeft de gemeente aangegeven dat het advies van de Steekproef ten dele wordt overgenomen. In principe kan, conform dit selectiebesluit, gezien de resultaten van het onderzoek de bouw van de school zonder archeologische voorwaarde doorgaan. Voor de groenstrook tussen de Concourslaan en het onderzoeksgebied (aan de zuidkant) geldt dat hier weinig intacte archeologie kan worden verwacht. De aanleg van fiets- en wandelpaden aldaar, zal een beperkte diepte hebben. De enige zone waar nog aandacht naar uitging is de te graven sloot in het noordwestelijk deel van de projectlocatie. Echter is er geen sprake van een te graven sloot maar van het aanleggen van een inrit naar de nieuwe parkeerplaats. De gemeentelijk archeoloog heeft per mail op 3 september 2024 laten weten dat deze inrit zonder archeologisch voorschrift kan worden gerealiseerd. De kans op het aantreffen van intacte archeologische resten is klein. Deze mail is toegevoegd aan het archeologisch onderzoek.
Cultuurhistorie Een deel van de bestaande bebouwing op de projectlocatie is in de Cultuurhistorische waardenkaart Erfgoed van de gemeente Groningen aangegeven als gemeentelijk monument (zie onderstaande afbeelding).
42
BOPA motivering (ontwerp)
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan
Figuur 4.5: Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart - Erfgoed gemeente Groningen Ook al zijn de monumentale gebouwen geen onderdeel van deze opgave, het landschap daar omheen en de transitie naar de ontvangstruimtes zijn dat wel. Deze plekken hebben een duale functie. Aan de ene kant blijft het formele adres aan de Paterswoldseweg en de Verzetsstrijders. Daarmee wordt voorkomen dat aan die zijde een achterkant ontstaat. Aan de andere kant wordt de zijde van het monument dat zich richt op de parkcampus belangrijker. Het monument aan de Paterswoldseweg blijft onderwijsprogramma houden. Op dit moment is het gebouw via de achterzijde niet te betreden, maar zijn er wel deuren. Een mooie kans om ook het monument zich beter te laten richten tot wat straks een extra stukje openbaar parkgebied zal zijn. Wat betreft het Stadspark geldt dat bij het ontwerpen van de nieuwe buitenruimte de uitgangspunten van het Stadspark gebruikt zijn. Het huidige grasveld krijgt zo meer aansluiting op het monumentale Stadspark. 4.12.3 Conclusie De omgevingsaspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de functiewijziging.
4.13
Bodem
4.13.1 Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet (AbO) opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het AbO bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders die de Omgevingswet voor deze vormen van gebruik stelt, zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door:
BOPA motivering (ontwerp)
43
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan het beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; het duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. 4.13.2 Toetsing Op de projectlocatie is het niet uit te sluiten dat er een bodemvervuilende activiteiten hebben plaatsgevonden. Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te onderzoeken, heeft De Grondonderzoeker een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op 27 oktober 2023. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 14. Uit het onderzoek is gebleken dat op basis van het vooronderzoek de locatie, op de twee dempingen na, als 'niet verdacht' beschouwd kan worden. Tijdens het veldwerk zijn er ter plaatse van de dempingen geen bijzonderheden waargenomen. Bij de slootdempingen is in de meest verdachte laag bij één demping licht verhoogde gehalten aangetoond met lood en PAK. In de bovengrond van de huidige sportvelden, waar de nieuwbouw plaats gaat vinden, zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten aangetoond met lood en PCB.
Ook is in het grondwater plaatselijk een licht verhoogde concentratie aan barium en nikkel aangetoond. Ten plaatse van het parkeerterrein voor de huidige bebouwing zijn ter plaatse puin- en baksteenresten aangetroffen. Vermoedelijk is er sprake van een stedelijk ophoogloog. In deze laag zijn lichte verontreinigingen met kwik, lood, zink en PAK gevonden. Visueel en analytisch is in de grond geen asbest aangetoond. Ter plaatse van het andere parkeerterrein en de aanwezige weg is onder de bestrating een puinfundatie aanwezig. Deze fundatie is onderzocht op het voorkomen van asbest. In het puin is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. In de onderliggende grond is plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan PCB aangetoond. De aangetoonde gehalten en concentraties in de onderzochte gebieden zijn dermate laag dat nader onderzoek naar de bodem niet noodzakelijk wordt geacht. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling en het gebruik van de locatie. 4.13.3 Conclusie Het omgevingsaspect bodem vormt geen belemmering voor de functiewijziging.
4.14
Water
4.14.1 Wettelijk kader Artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl regels met betrekking tot: het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven.
44
BOPA motivering (ontwerp)
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan
4.14.2 Toetsing Het voorliggende project is meerdere keren besproken met de gemeente Groningen en het waterschap Noorderzijlvest. Huidige situatie Op de projectlocatie bevindt zich nu een secundaire watergang (lichtblauwe pijlen in figuur 4.6). Deze sloten worden gebruikt om het regenwater (parkeerplaatsen en terrein rondom Verzetsstrijderslaan 4) af te voeren. Dit gebeurt via de sloot langs de Verzetsstrijderslaan, de sloot richting de Concourslaan en daarna via de Concourslaansloot.
Figuur 4.6 Uitsnede legger waterschap Noorderzijlvest Afkoppeling huidige situatie In de huidige situatie is 7.779 m2 oppervlakte verharding afgekoppeld. Toekomstige situatie Door de herinrichting van de projectlocatie worden de sloten in het terrein gedempt. De gedempte sloten worden in de projectlocatie gecompenseerd. Ook is met de gemeente en het waterschap afgesproken dat ook in de toekomstige situatie de huidige afkoppeling blijft bestaan. Verharding toekomstige situatie In de toekomstige situatie is er sprake van 9.465 m2 verharding waarvoor het hemelwater moet worden afgekoppeld. Dit is inclusief de gedempte sloten. Er is dus sprake van een toename 1.686 m2 af te koppelen hemelwater. In bijlage 15 is de berekening nader toegelicht. Compensatie Uitgangspunt voor compensatie is de bergingseis van het waterschap. Voor dit project geldt een bergingseis van 70 mm/m2 Dit komt neer op een compensatieopgave van 118 m3. Hiervoor is binnen het terrein voldoende ruimte. In het landschaps-, stedenbouwkundig- en beeldkwalitetiskader is bovendien rekening gehouden met de aanleg van een wadi.
BOPA motivering (ontwerp)
45
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan
Conclusie Gelet op de zeer beperkte toename van oppervlakteverharding is compensatie binnen de projectlocatie geen knelpunt. 4.14.3 Conclusie Het omgevingsaspect water vormt geen belemmering voor de wijziging van functie.
46
BOPA motivering (ontwerp)
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Kostenverhaal
Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat hier om kostenverhaalsplichtige activiteiten als genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit, (hierna: 'een aangewezen bouwactiviteit'). In artikel 8.13 lid b is bepaald dat de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie een aangewezen bouwactiviteit is. Hierdoor is het kostenverhaal voor dit project van toepassing. De gemeente Groningen heeft hiervoor een exploitatieovereenkomst opgesteld. Nadeelcompensatie In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV aangewezen als verhaalbare kostensoorten. In onderdeel A11 staat “Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico dat iemand onevenredig zwaar treft. Het kan gaan om directe of indirecte schade. Directe schade is het gevolg van inperking van bestaande rechten van de eigenaar. Indirecte schade wordt veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie.
Om eventuele nadeelcompensatie te kunnen verhalen op de aanvragers, heeft de gemeente met de aanvragers een nadeelcompensatieovereenkomst afgesloten.
BOPA motivering (ontwerp)
47
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan
Hoofdstuk 6 6.1
Voorbereiding & Participatie
Participatie
Om buurtbewoners, commissies en andere relevante organisaties mee te nemen in de plannen en het proces, zijn er verschillende contactmomenten geweest. Dit waren twee openbare bijeenkomsten en meerdere aparte overleggen met omwonenden en belangenorganisatie. Bij iedere bijeenkomst was Noorderpoort de uitnodigende partij en gastheer. De volgende participatiebijeenkomsten zijn georganiseerd: Inloopbijeenkomst 20 maart 2024 Informatiebijeenkomst 21 oktober 2024 Een op een gesprekken met belanghebbenden najaar 2024 Naast de fysieke overleggen met omwonenden / belanghebbenden hebben separate overleggen plaatsgevonden met de adviesgroep Stadspark, de werkgroep toegankelijkheid en het IVN. Deze overleggen hebben plaatsgevonden op: Adviesgroep Stadspark op 8 februari 2024 en 7 januari 2025 Werkgroep Toegankelijkheid 7 november 2024 IVN op 6 januari 2025 Met het schets stedenbouwkundig en landschappelijk kader in wording is op 8 februari 2024 een presentatie gegeven aan de adviesgroep Stadspark. De beoogde ontwikkeling is tijdens deze presentatie toegelicht aan de hand van een vlekkenplan. Er werden nog geen inrichtingsschetsen getoond. De aanwezigen konden op de presentatie en het vlekkenplan reageren. Over het algemeen lijkt Adviesgroep Stadspark de plannen positief op te vangen.
Er zijn verscheidene tips gegeven om het proces van dit project en het groene aspect van het project te verbeteren. De leden van de adviesgroep Stadspark en hun achterban zijn vervolgens uitgenodigd voor de inloopbijeenkomst op 20 maart 2024 alsook de informatiebijeenkomst op 21 oktober 2024. Deze twee bijeenkomsten waren openbaar. Op 7 januari 2025 is het stedenbouwkundig ontwerp kader aan de adviesgroep Stadspark gepresenteerd. Tijdens deze bijeenkomst is een toelichting gegeven op de ontwerpkeuzes, de beoogde kwaliteitsverbetering alsook de opbrengst van de participatie. Met het IVN heeft op 6 januari 2025 een overleg plaatsgevonden. Vanuit het IVN is een toelichting gegeven op de belangen die ze als organisatie behartigen en de waarden die ze vanuit die doelstelling bewaken in de procedure. Vanuit het Noorderpoort is het landschaps-, stedenbouwkundig- en beeldkwalitetiskader gepresenteerd en daarbij vooral ingegaan op de aspecten groen en behoud van bomen en de wijze waarop daarmee is omgegaan binnen het landschaps-, stedenbouwkundig- en beeldkwalitetiskader. Naast deze aspecten is ingegaan op de begrenzing van de locatie in relatie tot de begrenzing van het Stadspark alsook de onderliggende functie toedeling in het vigerende bestemmingsplan. Het participatietraject heeft geresulteerd in de volgende inhoudelijke aandachtspunten en wijzigingen.
Zo veel mogelijk behoud van groen en minimale kap van bomen conform wensen IVN. Verplaatsing van de tweede inrit van de parkeerplaatsen aan de Verzetsstrijderslaan om hinder van geluid, trillingen en inschijnen van koplampen op de woningen te minimaliseren. Visualisatie van schaduwwerking van en aanzicht op de nieuwbouw vanaf de Verzetsstrijderslaan. Behoud van ruimte binnen het plan voor het basketbalveld. Aandacht voor sociale veiligheid en optimaal gemeenschappelijk gebruik buitenruimte in te vullen in samenspraak en samenwerking met de gemeente. Het verloop van het participatieproces en de inhoudelijke reacties zijn weergegeven in een participatieverslag. In bijlage 16 is het participatieverslag toegevoegd.
48
BOPA motivering (ontwerp)
omgevingsvergunning Groningen Verzetsstrijderslaan
Hoofdstuk 7 aan locaties
Conclusie evenwichtige toedeling van functies
Het relevante beleid en de relevante omgevingsaspecten en andere thema's zijn onderzocht. In hoofdstuk 4 en 5 zijn de toetsing aan het beleidskader en de relevante beoordelingsregels beschreven. Hieruit volgt of de aangevraagde activiteit(en) kunnen worden vergund met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het nieuwbouwproject voldoet aan het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid Voor dit project geldt geen mer-plicht of mer-beoordelingsplicht Door het toevoegen van een parkomgeving en minder volledig verhard oppervlak verbetert de gezondheid van de gebruikers en de omwonenden. Ook is er sprake van een verbeterde duurzaamheid doordat de nieuwbouw duurzamer is dan het oude schoolgebouw waarvoor een nieuwe beter passende functie wordt gezocht. Door de functieverandering neemt de verkeersintensiteit op een klein gedeelte van de Verzetsstrijderslaan toe. Deze toename is nihil. De parkeermogelijkheden nemen fors af. De totale parkeerbehoefte wordt op het terrein opgelost. De bouw van de school heeft geen significant negatief effect op natuurgebieden. Uit een stikstofberekening blijft dat er geen toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden is. Hierbij is geen gebruik gemaakt van intern salderen. Op het terrein bevindt zich een paarverblijf van een vleermuis.
In het landschappelijk en stedenbouwkundig kader is rekening gehouden met de vleermuis waardoor de vleermuis niet verjaagd of verstoord wordt. Het project heeft geen in betekende mate effect op de luchtkwaliteit. Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen vanuit de omliggende wegen of bedrijven op de nieuw school. Het geluid door activiteiten vanuit de school op de omgeving voldoet aan de geluidsnormen. Er is geen sprake van geuroverlast De projectlocatie is archeologisch vrijgegeven De aangetoonde gehalten en concentraties in de bodem van de projectlocatie zijn dermate laag dat nader onderzoek naar de bodem niet noodzakelijk wordt geacht. Voor het huidige afgekoppelde terrein, de nieuwbouw en de gedempte sloten binnen de projectlocatie is binnen de projectlocatie ruimte gereserveerd voor waterberging. Aangetoond is dat deze ontwikkeling financieel uitvoerbaar is. De gemeente en de initiatiefnemers hebben hierover overeenkomst afgesloten. Voorafgaand aan het indienen van deze omgevingsvergunning hebben de initiatiefnemers de omwonenden geïnformeerd. Dit heeft geleid tot een andere locatie voor de nieuwe inrit.
BOPA motivering (ontwerp)
49