Bijlage 1 Bomenplan Groningen.pdf
Tekst van het document
Aantal boomsoorten per buurt
Doordat deze bomen genetisch vrijwel identiek waren, kon de schimmel zich
> 200 151 - 200 101 - 150 76 - 100 51 - 75 41 - 50 31 - 40 21 - 30 11 - 20 < 10
gemakkelijk verspreiden en complete lanen aantasten. In de afgelopen tien jaar is in onze straten meer diversiteit in boomsoorten toegepast. Daarmee streven we naar een stabieler en weerbaarder bomenbestand. Het doel is om niet alleen méér, maar vooral béter groen te realiseren. In de gemeente Groningen worden van elke boom de soort en (cultuur)variëteit geregistreerd. Hierdoor is er een nauwkeurig beeld van de soortendiversiteit in de gemeente.
Afbeelding 8. Aantal boomsoorten in eigendom van de gemeente Groningen per buurt.
46
In tabel 2 zijn voor de gehele gemeente Groningen de 10 meest voorkomende boomsoorten uit juni 2024 weergegeven. Deze vormen samen 51% van het Groninger bomenbestand. De zomereik komt het meeste voor, gevolg door
Soortdiversiteit
3.3
gewone es en de Hollandse linde.
Boomsoort
Ned.
Aantal
% t.o.v. totaal
Quercus robur
Zomereik
15346
12,1
Fraxinus excelsior
Es
11542
9,1
Tilia x Europaea
Hollandse Linde
6308
5,0
Alnus glutinosa
Zwarte Els
5798
4,6
Betula pendula
Ruwe Berk
5198
4,1
Acer pseudoplatanus
Gewone Esdoorn
4954
3,9
Salix alba
Gewone Wilg
3638
2,9
Acer campestre
Spaanse Aak
3460
2,7
Platanus x hispanica
Plataan
2747
2,2
Fraxinus exclesior ‘Westhof’s Glorie’
Es (cultivar)
2684
2,1
Carpinus betulus
Haagbeuk
2390
1,9
Tabel 2. De meest voorkomende boomsoorten in de gemeente Groningen per juni 2024. Het gaat hier alleen om bomen in gemeentelijk beheer.
Shannons Diversity Index 0.26 - 0.50 0.51 - 0.75 0.76 - 1.00 1.01 - 1.25 1.26 - 1.50 1.51 - 1.75 1.76 - 2.00 2.01 - 2.25 2.26 - 2.50 2.51 - 2.75 2.76 - 3.00 3.01 - 3.25 3.26 - 3.50 3.51 - 3.75 3.76 - 4.00 4.01 - 4.25
Afbeelding 9. Shannon Diversity index, een weergave van de hoeveelheid soorten en hoe goed deze verspreid zijn in een buurt. Een hogere score is beter. Het gaat hier alleen om bomen in gemeentelijk beheer.
Soortdiversiteit
3.3
47
Verschillend, maar toch één geheel. Diverse soorten bomen in één straat kunnen speelsheid en karakter brengen, net als in een tuin. Toch is het ook goed mogelijk om met diversiteit aan soorten een statig en eenvormige en symmetrische aanblik te realiseren. Aan de Concourslaan is bijvoorbeeld met verschillende variëteiten lindes gewerkt.
48
3.4 Kwaliteit groeiplaatsen Op dit moment wordt de grootte en kwaliteit van de groeiplaatsen per boom niet systematisch geregistreerd. We weten waar bomen binnen de openbare ruimte staan, en daarmee dat er een groeiplaats aanwezig is, maar de omvang en kwaliteit daarvan worden niet vastgelegd. Sinds 2022 werken we met het Handboek De Groninger Boom waarin eisen zijn opgenomen voor de aanleg van groeiplaatsen. Wanneer aan deze eisen wordt voldaan, krijgt een boom een kwalitatief goede groeiplaats, waardoor hij oud kan worden en veel baten aan de omgeving kan leveren. Een eerste analyse van de NEN-inspectie uit 2023 laat zien dat bij bomen met een verminderde conditie de vermoedelijke oorzaak in de meeste gevallen ligt bij problemen in de groeiplaats, zoals verdichting, verdroging, verzadiging of een verstoorde voedingstoestand. Deze inzichten onderstrepen het belang van een goede inrichting en zorgvuldig beheer van groeiplaatsen. In paragraaf 3.5 wordt hier uitgebreider op ingegaan. Grootte ondergrondse groeiplaats: een boom met een beoogde kroonprojectie van 55-65 m2 (kroondiameter 8,7), moet 30 m3 bomengrond tot de beschikking hebben. Voor minder voedzame bodems of minder doorwortelbare bodems moet 45 m3 ondergrondse groeiplaats gerealiseerd worden (met bomenzand en boomgranulaat).
Oude, grote bomen hebben veel ondergrondse ruimte nodig van goede kwaliteit. Zoals deze Amerikaanse eik aan de Blekenweg in Haren.
49
3.5 Boomkwaliteit In veel gemeenten worden de conditie, eventuele gebreken en toekomstverwachting van bomen systematisch geregistreerd. Binnen de gemeente Groningen is dit tot op heden niet vastgelegd. Er wordt uitsluitend informatie verzameld die strikt noodzakelijk is voor het beheer, zoals de snoeibehoefte en eventuele veiligheidsmaatregelen, waaronder nader onderzoek naar de ernst van gebreken. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden in een Bomen Effect Analyse of Boombeschermingsplan wél de conditie, toekomstverwachting en afwijkingen vastgesteld. Deze informatie wordt echter niet opgenomen in het beheersysteem, waardoor er geen gebiedsgerichte analyses kunnen worden uitgevoerd. Bij een NEN-inspectie uit 2023 is per boom de conditie visueel beoordeeld door gecertificeerde boomdeskundigen (ETW en ETT). Waar van toepassing is ook een waarschijnlijke oorzaak van de verminderde conditie genoteerd. Een eerste analyse van deze gegevens laat zien dat bij ruim 90% van de bomen met een verminderde conditie sprake is van verdichting, verdroging, verzadiging (te nat) of een verstoorde voedingstoestand. Deze oorzaken hangen veelal samen met de kwaliteit van de groeiplaats.
In stedelijke omgevingen zijn dit herkenbare patronen, vaak veroorzaakt door: • (te) kleine groeiplaatsen; • bodemverdichting door betreding of intensief maaibeheer; • jarenlang verwijderen van blad uit plantvakken en gazons zonder aanvullende bemesting. Een boom in goede conditie heeft een volle kroon. Zoals hier in het Noorderplantsoen, waar veel
Om te bepalen welke bomen nog te herstellen zijn, is een verdere analyse nodig.
gezonde oude bomen staan. Door de koelte, beschutting en sfeer is het een favoriete plek van
Daarbij spelen onder andere de huidige conditie, aanwezige gebreken, de
Groningers.
boomsoort (en het herstelvermogen daarvan) en de standplaats een rol.
50
3.6 Leeftijdsverdeling Van elke boom die in de gemeente wordt geplant, is het kiemjaar geregistreerd. We weten daardoor precies hoe oud de Groningse bomen zijn. De gemiddelde leeftijd van een stadsboom in Groningen is 39,6 jaar, iets hoger dan het landelijke gemiddelde van ca. 35 jaar. In afbeelding 10 is te zien hoe de Groningse buurten zich verhouden tot dit gemiddelde. Enkele buurten, met name in en rond Haren, hebben gemiddeld oudere bomen dan in de rest van de gemeente. Dit is waarschijnlijk het resultaat van de inrichting volgens het ‘Harens Profiel’, waarbij brede grasbermen aan weerszijden van de weg aanwezig zijn, soms aangevuld met
Gemiddelde leeftijd in jaren
een extra groenstrook tussen de stoep en de voortuinen.
0 - 20 21 - 30 31 - 40 41 - 50 > 50
Afbeelding 10: Leeftijd bomen per buurt
51 Sommige bomen hebben het vermogen om schijnbaar eindeloos te blijven uitgroeien. Neem de knotwilgen in het buitengebied, die er soms al eeuwen staan.
4.
WAT GAAN WE DOEN?
53
Dit bomenplan vormt het startpunt voor een periode van 50 jaar, waarin we stapsgewijs werken aan het vergroten, verbeteren en het versterken van de Groningse boomkroonbedekking en het bomenbestand. In dit hoofdstuk beschrijven we welke maatregelen we gaan nemen om onze doelen te realiseren. Deze zijn onderverdeeld in actielijnen: 1. BEHOUDEN EN BESCHERMEN; 2. VERVANGEN EN TOEVOEGEN; 3. SAMEN EN INTEGRAAL WERKEN; 4. MONITORING.
De bijbehorende activiteiten zijn uitgewerkt in het actieplan dat bij dit document hoort. Het actieplan heeft een looptijd van vijf jaar en wordt iedere vijf jaar herzien.
Het vergroten van de kroonbedekking levert veel voordelen op waar mens, dier en plant van profiteren.
54
4.1 Behouden en beschermen Als we in 2075 een minimale kroonbedekking van 30% per woonbuurt willen realiseren,
Bomen die nog niet in de volgroeide fase zijn en die niet of nauwelijks groeien,
moeten we allereerst de bomen die nu we hebben behouden en beschermen. Vooral
dragen niet bij aan het realiseren van beleidsdoelen zoals vergroening, biodiversiteit
de oude(re) bomen hebben een grote ecologische waarde en leveren veel baten aan
en klimaatadaptatie. We onderzoeken welke bomen baat kunnen hebben
de omgeving. Daarom is ons uitgangspunt dat oude(re), volgroeide bomen behouden
bij verbetering van de groeiplaats. Vervolgens passen we bij die bomen een
blijven, net als (potentieel) gezonde bomen. In deze paragraaf lichten we toe op welke
groeiplaatsverbetering toe. Afhankelijk van de locatie verbeteren we de
manier we ons bomenbestand behouden en beschermen.
groeiplaats door bijvoorbeeld verdichting op te heffen of gerichte toevoeging van
4.1.1 GROEIPLAATSEN
voedingsstoffen. Zo geven we bomen met herstelpotentie een betere kans om te groeien en bij te dragen aan de kroonbedekking.
Het beschermen van groeiplaatsen is essentieel om bomen nu én in de toekomst
Klimaatverandering en verdroging vormen een groeiende bedreiging voor bomen
optimale groeikansen te bieden. Een groeiplaats die in het verleden een (potentieel)
in Groningen. Uit onderzoek blijkt dat veel bomen op locaties staan die gevoelig zijn
monumentale boom heeft voortgebracht is daar, mits de omvang en kwaliteit
voor droogte. Om hier beter op te kunnen sturen, is aanvullend onderzoek nodig.
behouden blijven, waarschijnlijk opnieuw toe in staat. De groeiplaats heeft daarmee
We willen groeiplaatsen breder analyseren: waar zijn ze kwetsbaar, waar liggen
in feite eenzelfde waarde als de boom die erop staat of heeft gestaan. Het is
kansen voor verbetering? Deze analyse vormt de basis voor gerichte maatregelen en
daarom van belang deze waarde te beschermen, zodat op die plek in de toekomst
kleinschalige pilots op risicolocaties, zoals op de Hondsrug en haar flanken.
opnieuw grote bomen kunnen opgroeien. We onderzoeken hoe we (monumentale) groeiplaatsen in de toekomst kunnen beschermen en veiligstellen. Zo krijgt elke geplante boom daadwerkelijk de kans om volledig uit te groeien.
4.1.2. BOOMKWALITEIT Traditioneel boombeheer is gebaseerd op het voorkomen van letsel of schade.
Om beter zicht te krijgen op de kwaliteit en omvang van groeiplaatsen, en daarmee
Risicobeheersing en efficiëntie zijn hierbij de belangrijkste sturingsmechanismen.
op de groeipotentie van de kroonbedekking, starten we met het registreren van
In deze aanpak wordt echter weinig rekening gehouden met de bredere waarden van
groeiplaatsen. Wanneer een bestaande groeiplaats wordt verbeterd of een nieuwe
bomen. Deze werkwijze sluit niet meer aan bij onze ambitie: meer groen, meer bomen
wordt aangelegd, leggen we de omvang en kwaliteit vast. Op basis van deze
- en waar mogelijk- het laten uitgroeien van bomen tot op hoge leeftijd. Dit vraagt
gegevens kunnen we voorspellingen doen over de potentie van de boom zoals de
om een andere benadering van boombeheer waarin een betere balans wordt gezocht
verwachte omvang, kwaliteit en levensduur.
tussen risicobeheersing en de waarde van bomen. In de nota Herijking Zorgplicht Bomen Groningen is vastgelegd dat vergroting van de kroonbedekking en toename
Principe: standaard registreren van conditie, groeiplaats (omvang en grootte)
van diversiteit leidende principes zijn. Voor aftakelende en veterane bomen is een
kenmerken, toekomstverwachting en gebreken voor verbeteranalyses.
afwegingskader opgesteld met als uitgangspunt ecologisch beheer.
WAAR STAAN WE NU?
Behouden en beschermen
4.1
55
Begraafplaats De Eshof in Haren. Dat veel begraafplaatsen aangename plekken zijn, komt voor een belangrijk deel door de vaak oude bomen.
56
4.2 Toevoegen en vervangen Om onze kroonbedekking te vergroten moeten we naast het behouden en beschermen
We planten in principe niet meer dan tien dezelfde bomen in een rij. Op locaties waar
van het huidige bomenbestand, ook bomen vervangen en nieuwe bomen aanplanten.
een cultuurhistorisch of homogeen beeld van bomen gewenst is, variëren we met
Dit doen we op een toekomstbestendige en duurzame manier, zowel op gemeentelijke
soorten die genetisch verschillen, maar wel een vergelijkbaar beeld geven. Zo gaan
grond als op gronden van inwoners en beheerders van private of semi-openbare ruimte.
diversiteit en cultuurhistorie, landschap en ontwerpgedachten hand in hand.
4.2.1 SPREIDING
Principe: we planten niet meer dan tien dezelfde boomsoorten in een rij.
Bij het aanplanten van nieuwe bomen, het toevoegen of claimen van groeiruimte en het verbeteren van groeiplaatsen zorgen we voor een evenwichtige spreiding in de
Als onderdeel van het Handboek de Groninger Boom hebben we de Groninger
buurten. Daarbij kijken we onder andere naar de afstand tot koelte en de benodigde
Boomsoortenlijst ontwikkeld. Deze lijst dient als handreiking om de juiste boom op
koeltenetwerken. Het uitgangspunt is dat iedereen binnen 300 meter een koele
de juiste (groei)plaats aan te planten, afhankelijk van het doel. Bij herplant en nieuwe
buitenruimte moet kunnen bereiken, zoals vastgelegd in ‘Groningen Klimaatbestendig’
aanplant van bomen maken wij gebruik van de boomsoortenlijst. Daarnaast stellen
en beschreven in paragraaf 2.3.1. Daarnaast investeren we in de ontwikkeling van
we deze lijst beschikbaar voor professionele organisaties die met bomen werken.
koeltenetwerken: het in kaart brengen en optimaliseren van schaduw langs belangrijke
Iedere twee jaar passen we de lijst aan op basis van nieuwe inzichten.
routes en verblijfsplaatsen. Op deze locaties ligt de prioriteit bij het realiseren van nieuwe groeiplaatsen voor bomen.
4.2.2 SOORTDIVERSITEIT We beperken de impact van plaagdruk, ziektes en effecten van klimaatverandering met een gevarieerd bomenbestand. Door afwisseling tussen boomfamilies, -geslachten en -soorten wordt het risico op grootschalige uitval kleiner en neemt de stabiliteit van de kroonbedekking toe. Soortdiversiteit is bovendien van groot belang voor de biodiversiteit in de gemeente. Bij herplant en nieuwe aanplant is het uitgangspunt dan ook dat we actief sturen op diversiteit. Daarbij hanteren we de 10-20-30 vuistregel van Santamour14: maximaal 10% van één soort, 20% van één geslacht en 30% van één familie. Principe: Bij het (her)planten van bomen hanteren we de 10-20-30 vuistregel van Santamour. 14
(De 10-20-30 Regel van Santamour Als Kompas,
57
4.2.3 GROEIPLAATSEN We brengen bomen in beeld die niet of nauwelijks groeien en onderzoeken welke bomen baat hebben bij verbetering van hun groeiplaats (zie paragraaf 4.1.1.).
4.2
Wanneer groeiplaatsverbetering niet volstaat, vervangen we de boom. Veel bestaande bomen staan echter op kabels en leidingen. Volgens de huidige werkwijze is het dan niet mogelijk om een boom op dezelfde plek terug te planten
Toeveogen en vervangen
als de boom uitvalt door storm of ziekte. Willen we over 50 jaar in iedere buurt een minimale boomkroonbedekking van 30% behalen, dan is het onontkoombaar dat we bomen terugplanten, ook als hier kabels en leidingen liggen. We houden hierbij rekening met reeds gemaakte afspraken met nutsbedrijven (zakelijk recht). Principe: we vervangen bomen die onvoldoende groeien, waar aanpassingen aan de groeiplaats geen verbetering zal opleveren. Principe: we herplanten bomen op dezelfde plek waar deze is uitgevallen, ook op kabels en leidingen. De kwaliteit van de groeiplaats is leidend. In de beperkte openbare ruimte is het lastig om genoeg bomen te planten. Juist op plekken waar bomen de grootste bijdrage kunnen leveren is er weinig ruimte voor (grote) bomen. Daarom brengen we de potentieel geschikte groeiplaatsen in kaart zodat we weten waar we kroonbedekking kunnen toevoegen. Hierbij houden we rekening met de bestaande ondergrondse infrastructuur. We ontwikkelen een tool waarmee, op basis van beschikbare parameters (zoals groeiplaats en boomsoort), zowel visueel als kwantitatief inzicht wordt gegeven in hoe de boomkronen zich op een specifieke locatie kunnen ontwikkelen. Hiermee visualiseren we per situatie een toekomstbeeld van de boomkronen. Door de parameters aan te passen, kunnen we verschillende scenario’s vergelijken, zodat we de beste keuze voor de locatie maken.
Waar mogelijk sluiten we aan bij lopende ontwikkelingen en onderzoeken we of bestaande boomkroonplanners of alternatieven geschikt zijn voor onze gemeente.
Om het doel van 30% kroonbedekking per buurt te bereiken, investeren we in nieuwe goede groeiplaatsen. Een boom weerspiegelt zijn groeiplaats: aIs die groot en goed genoeg is, staat niets een boom in de weg om goed te groeien. We kiezen er daarom voor om meer te investeren in de groeiplaatsen, zodat we in de toekomst kunnen profiteren van grote, gezonde bomen. Het aanleggen van goede en toereikende groeiplaatsen vraagt echter aanzienlijke investeringen. Daarom werken we volgens het principe van de koppelkansen: waar mogelijk sluiten we aan bij bestaande ontwikkelingen en structuren. Waar geen koppelkansen zijn, nemen we zelf de regie om meer kroonbedekking toe te voegen. We stellen het doel om tot 2030 1.000 nieuwe groeiplaatsen met bomen te realiseren. De huidige APVG van de gemeente Groningen staat niet toe dat bomen die onvoldoende groeien en niet bijdragen aan het vergroten van de kroonbedekking en/of biodiversiteit, worden vervangen.Door juist deze bomen te vervangen en te investeren in goede groeiplaatsen, vergroten we de boomkroonbedekking. We evalueren daarom de huidige APVG en bijbehorende beleidsregels en passen deze aan zodat we beter kunnen sturen op een gezond bomenbestand.
4.2.4 BIODIVERSITEIT Bomen spelen een belangrijke rol in de biodiversiteit. Bij de keuze van boomsoorten en de inrichting van groeiplaatsen houden we hier dan ook optimaal rekening mee. Om monoculturen te voorkomen, bloeibogen te verlengen en structuren en verbindingen te versterken, stellen we een handreiking op voor het biodivers inrichten van groeiplaatsen. Deze handreiking biedt richtlijnen voor de optimale inrichting van een boomgroeiplaats met het oog op biodiversiteit. Dit omvat onder andere het verbinden van groeiplaatsen, het toepassen van beplanting binnen groeiplaatsen en het creëren van ecologische verbindingen door middel van boven- en ondergrondse groeiplaatsen. De focus ligt niet alleen op de omvang van de groeiplaats, maar vooral op de mate waarin deze bijdraagt aan de bredere ecologische structuur. Door deze aanpak te combineren met een doordachte soortkeuze op basis van de Groninger Boomsoortenlijst, streven we naar een
58
bomenbestand dat zo biodivers mogelijk is.
meegewogen in ruimtelijke afwegingen, naast bijvoorbeeld de parkeernorm.
4.2.5 BOMENNORM BIJ RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN
4.2.6 BOMEN OP PARTICULIER EN SEMI-OPENBAAR TERREIN
Toeveogen en vervangen
4.2
In 2025 heeft de gemeente Groningen groennormen voor ruimtelijke ontwikkelingen
Een groot deel van de oppervlakte in de gemeente Groningen is in handen van inwoners,
vastgesteld. Deze normen bepalen de minimale hoeveelheid groen die aanwezig
organisaties en bedrijven. Omdat vergroening een omvangrijke taak is, hebben wij
moet zijn in projecten. Onderdeel van deze groennormen is een bomennorm,
iedereen nodig om bij te dragen aan een gezonde leefomgeving. We inspireren en
gericht op het vergroten van de boomkroonbedekking. De bomennorm is
faciliteren inwoners en organisaties om bij te dragen aan het behouden en aanplanten
gekoppeld aan het project- en gebiedstype en geldt voor het onbebouwde deel
van bomen. We inspireren door te zorgen dat de informatie over (gemeentelijke) bomen
van het projectgebied. Bij projecten in bestaande buurten geldt dat het huidige
op onze website altijd actueel is. Daarnaast geven we voorlichting over het belang van
percentage boomkroonbedekking in het projectgebied met minimaal 1% moet
bomen. We faciliteren particulieren en organisaties bij het aanplanten en onderhouden
worden verhoogd. Bij nieuwbouw uitbreiding of herinrichting van een gehele
van bomen door bij te dragen aan de aanschaf via onze klimaatsubsidie en het uitdelen
buurt geldt een streefwaarde van 30%. De norm wordt toegepast bij gemeentelijke
van bomen. We verwijzen naar lopende initiatieven zoals Natuurerven en Aanvalsplan
herinrichtingsprojecten en bij particuliere initiatieven waarvoor een buitenplanse
Landschapselementen Gorecht. We richten ons op goede informatievoorziening over
omgevingsplanactiviteit (BOPA) wordt aangevraagd. Zo worden bomen integraal
bomen in voor- en achtertuinen en bieden onze inwoners groen- en bomenadvies.
Boom in de tuin van een inwoner. Bomen op particuliere grond leveren veel baten voor de omgeving. In een tuin krijgen bomen de kans om oud te worden. Dit zonder last te hebben van werkzaamheden die met regelmaat in de openbare ruimte plaatsvinden.
59
4.3 Samen en integraal werken Het behalen van onze doelstellingen is alleen mogelijk door samenwerking en een
netbeheerders, het Waterbedrijf en projectontwikkelaars. Ook met ondernemers en
integrale aanpak te stimuleren. Als gemeente kunnen wij slechts een beperkt deel
bedrijvenverenigingen zoeken we de samenwerking, onder meer om samen te werken
van het grondgebied vergroenen omdat een groot deel in handen is van inwoners
aan de ambitie uit het coalitieakkoord om de groenste bedrijventerreinen van Nederland
en beheerders van private of semi-openbare ruimte. We hebben iedereen nodig om
te realiseren. Daarnaast werken we samen met belangenorganisaties en onderzoeken
onze doelstelling te behalen. Daarnaast hebben ruimtelijke ontwikkelingen invloed
we hoe we huurders en inwoners actief kunnen betrekken via woningcorporaties, zoals
op bomen. Het is daarom essentieel om het belang van bomen vanaf het begin van
opgenomen in de prestatieafspraken van 2025.
projecten mee te nemen. Door processen te verbeteren, samen te werken en projecten
Naast goede afstemming en samenwerking nemen we ook maatregelen om de positie
integraal aan te pakken, versterken we de positie van bomen.
van bomen te versterken, zelfs wanneer dit voor sommige partijen minder wenselijk is. Om
4.3.1 SAMENWERKEN MET GROENE ORGANISATIES
bomen een volwaardige plek te geven, nemen we als gemeente een actieve regierol. Dit betekent dat we niet alleen bestaande bomen en groeiplaatsen beter willen beschermen,
Door samen te werken met groene organisaties vergroten we onze impact op het
maar ook inzetten op aanplant van bomen en het aanwijzen van ondergrondse
groen in de gemeente. We bundelen kennis en krachten op verschillende manieren. We
groeiruimte. We gaan hierover in gesprek met betrokken partijen om de voorwaarden en
ondersteunen en werken samen met initiatieven om inwoners actief te betrekken bij
mogelijkheden in kaart te brengen en tot integrale en werkbare oplossingen te komen.
de vergroening van hun leefomgeving. Dit kan door het onder de aandacht brengen
Door samen te werken én duidelijke kaders te stellen, zorgen we ervoor dat bomen een
van subsidies, gezamenlijke boomplantdagen etc. We investeren in educatie en
volwaardige plek krijgen in de openbare ruimte, zowel boven- als ondergronds. Dit draagt
bewustwording om de kennis over bomen, groen erfgoed en biodiversiteit te vergroten.
op termijn bij aan het vergroten van de kroonbedekking.
En daarnaast ondersteunen we campagnes en evenementen die dit doel ondersteunen. Door deze samenwerking benutten we de kennis en de netwerken van groene
Principe: bij het planten van bomen houden we rekening met ondergrondse
organisaties om bomen beter te beschermen, te beheren en optimaal te laten bijdragen
kabels- en leidingen:
aan een groene, gezonde en klimaatbestendige gemeente.
1. We planten een boom terug op de plek waar een boom is verwijderd.
4.3.2 SAMENWERKEN MET PROFESSIONELE ORGANISATIES
Hier stond al een boom, dus de uitgangssituatie wijzigt niet . 2. We planten een boom op een nieuwe locatie. Hierbij houden we rekening met
Samenwerken met professionele stakeholders is essentieel voor het behalen van
bestaande ondergrondse kabels- en leidingen. Waar mogelijk is oplossingsgericht
onze doelen. We blijven in gesprek met organisaties die bomen beheren, ermee
maatwerk nodig.
werken of werkzaamheden uitvoeren in de nabijheid van bomen. Dit betreft onder
3. We planten bomen in het kader van een wijkvernieuwing of andere grootschalige
andere beheerders van private of semi-openbare ruimte zoals woningcorporaties,
aanpak. We benutten deze kans om de ondergrond integraal in te richten samen
Waterschappen, onderwijsinstellingen, terreinbeherende organisaties, maar ook
met nutspartijen waarbij er de mogelijkheid is om nieuwe werkwijzen te testen.
60
Om onze doelen te bereiken, is samenwerking met professionele stakeholders essentieel. We zijn al in gesprek met verschillende partijen en geven deze dialoog een prominente rol binnen onze communicatiestrategie. We delen dit bomenplan, lichten de uitgangspunten toe en zorgen waar nodig voor verdere
4.3
verduidelijking. Dit bevordert wederzijds begrip en maakt het mogelijk om elkaars inzichten actief te benutten in de dagelijkse praktijk. Daarnaast sluiten we aan bij bestaande overlegstructuren en processen om afstemming efficiënt en effectief te
Samen en integraal werken
laten verlopen. Door continu kennis en nieuwe inzichten uit te wisselen, kunnen verbeteringen worden doorgevoerd en waar mogelijk toegepast.
4.3.3 SAMENWERKEN MET ANDERE OVERHEDEN Het vergroenen van de stedelijke omgeving is een opgave voor gemeenten, provincies en het Rijk. We werken daarom actief samen met andere overheden om kennis te delen, beleid op elkaar af te stemmen en gezamenlijk te zoeken naar oplossingen voor ruimtelijke en klimaatuitdagingen. We sluiten aan bij het provinciale ambities zoals de Bos en Hout Strategie en verkennen waar gezamenlijke doelen en projecten elkaar kunnen versterken. Op nationaal niveau zijn we aangesloten bij de Leeragenda GIOS (Groen In en Om de Stad). Omdat veel gemeentes en provincies werken aan een vergroeningsopgave heeft het Rijk een Handreiking GIOS opgesteld. Deze handreiking biedt zowel inhoudelijke als procesmatige handvatten om groen gelijkwaardig mee te nemen in de planvorming binnen het ruimtelijk domein. Eén van de onderwerpen betreft de integratie van de landelijke bomennorm, waarbij we onderzoeken hoe de Landelijke Bomennorm en de normen uit de Handreiking GIOS gecombineerd kunnen worden. Klimaatverandering heeft invloed op de kwaliteit van bomen en groen. Om hier beter inzicht in te krijgen doen wij onderzoek naar de effecten van klimaatverandering. Zo onderzoeken wij de impact van droogte op de gemeente Groningen, om risico’s te verminderen en kansen te benutten.
Daarnaast werken wij samen met de TU Delft om te bepalen welke boomsoorten het meeste verkoeling bieden. Zodra de resultaten van de onderzoeken bekend zijn, brengen we in beeld welke vervolgacties nodig zijn.
4.3.4 EENDUIDIGE KADERS EN RICHTLIJNEN VOOR BOMENBELEID Het Bomenplan en het Handboek Groninger Boom zijn de leidende documenten voor het bomenbeleid. Deze bundelen het bomenbeleid in één strategisch plan en één praktisch handboek, die regelmatig worden geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten en databronnen. • Het Bomenplan biedt strategische richting en blijft in grote lijnen over de jaren consistent. • Het Handboek Groninger Boom bevat praktische richtlijnen en uitwerkingen en wordt regelmatig herzien om up-to-date te blijven. Deze documenten zijn voor iedereen toegankelijk en vormen de officiële bronnen voor bomenbeleid binnen de gemeente. In deze bronnen zorgen we voor de bundeling en verspreiding van informatie met betrekking tot de bomen en hun groeiplaatsen, de ligging van kabels en leidingen en de benodigde boomkroonbedekking. Zo blijft het nieuwe bomenplan bekend en actueel binnen de organisatie. Daarnaast wordt een checklist opgesteld zodat iedere projectleider weet welke stappen ondernomen moeten worden wanneer bomen in een project voorkomen. De checklist specificeert bij welke afdelingen informatie opgevraagd moet worden, wanneer een onafhankelijk adviesbureau ingeschakeld moet worden en in welke fase van een project dit moet gebeuren.
61 De Riekele Prinsstraat in Ten Boer. Jonge aanplant die de structuur van het
4.3.5 BOOMSTRUCTUREN EN KOPPELKANSENKAART Om bomen een volwaardige plek te geven in stedelijke ontwikkeling, hanteren we een gebiedsgerichte aanpak. We bundelen informatie over bestaande bomen, (gewenste) boomstructuren en boomkroonbedekking op een
4.3
bomenstructuurkaart. Deze kaart toont per buurt of gebied de ecologische waarde (als onderdeel van de GES), de klimaatwaarde en de landschappelijke waarde
Samen en integraal werken
van bomen, inclusief hoofd- en nevenstructuren. We sluiten hierbij aan bij de tien waarden uit de Ontwerpleidraad Nieuwe ruimte. Op deze bomenstructuurkaart brengen we ook in beeld welke waarde bomen op specifieke plekken vertegenwoordigen. Op sommige locaties staat verkoeling of biodiversiteit centraal, terwijl erfgoed of sociale of productieve functies op andere plekken belangrijker is. Dit helpt ons om gebiedsspecifiek af te wegen welke rol en betekenis bomen hebben in het grotere geheel. De bomenstructuurkaart koppelen we aan de koppelkansenkaart, een integrale kaart die de ambities en projecten van de gemeente en nutspartijen in beeld brengt. Hiermee benutten we slimme combinaties en kunnen we strategisch vooruitkijken.
gebied voor de komende decennia versterkt en herkenningspunten geeft.
WAAR STAAN WE NU?
Samen en integraal werken
4.3
62
De Akerkstraat in Groningen. Met twee Ginkgo biloba’s en zitjes die een rustpunt markeren in een verder versteende straat.
63
4.4 Monitoring De voortgang van het bomenplan en de resultaten van de monitoring worden
alleen om een betere leeftijdsverdeling te bereiken. Wel kunnen op buurtniveau
bijgehouden door middel van dashboards. Deze dashboards zijn terug te vinden in
afwegingen worden gemaakt om bijvoorbeeld bomen in verschillende maten
het document ‘Actieplan en Dashboards’ dat bij dit bomenplan hoort.
en leeftijden aan te planten voor een betere leeftijdsverdeling. We monitoren de
De monitoring richt zich op drie hoofdonderdelen:
leeftijdsdiversiteit om de vier jaar.
4.4.1 KROONBEDEKKING De boomkroonbedekking is een belangrijke indicator van de voordelen die bomen voor een buurt bieden. Het maakt ook duidelijk welke verschillen er qua groen aanwezig zijn tussen de verschillende buurten. Het vergroten van de boomkroonbedekking is het hoofddoel van dit plan en wordt regelmatig gemonitord. Om de vier jaar wordt een vergelijkbare meting uitgevoerd als de groenanalyse uit 2022. Deze metingen helpen ons om het effect van onze inspanningen om de kroonbedekking te vergroten te volgen. De tussendoelen per woonbuurt en een toelichting op de meting zijn opgenomen in bijlage V.
4.4.2. SOORTENDIVERSITEIT Soortendiversiteit is essentieel voor de robuustheid van het bomenbestand. Deze monitoren we om de vier jaar en we passen de maatregelen aan op basis van de uitkomsten.
4.4.3. LEEFTIJDSDIVERSITEIT Door bomen in geschikte groeiplaatsen aan te planten, bomen te behouden bij ontwikkelingen en nieuwe bomen aan te planten, streven we naar een betere leeftijdsverdeling. We zullen geen gezonde, toekomstbestendige bomen vervangen
Een gezond en gevarieerd beeld staat doorgaans gelijk aan een robuust bomenbestand. Verschillende boomsoorten, groottes en leeftijden. Net zoals de demografie van de gemeente.
5.
FINANCIËLE VERANTWOORDING
65
5.1 Beschikbare budgetten De activiteiten uit dit bomenplan worden vanuit verschillende budgetten
Programma Water en Riolering
gefinancierd. Hieronder geven we een overzicht van de verschillende budgetten
Het Programma Water en Riolering is direct gekoppeld aan de lokale rioolheffing.
die bij aanvang van het plan beschikbaar zijn. Tabel 3 geeft een overzicht van de
De opbrengsten uit de rioolheffing zijn beschikbaar voor watergerelateerde projecten
begrote budgetten van 2026-2030.
en maatregelen. Uit maatwerk kan blijken dat maatregelen voor het wegenemen van wateroverlast ook de groeiplaats van een boom kan verbeteren. Op dit moment worden
Stedelijke investeringsfonds Groen
deze middelen nog niet ingezet ten behoeve van het verbeteren van het bomenbestand.
Binnen het programma Leefkwaliteit is jaarlijks een bedrag van € 500.000 beschikbaar. Dit budget wordt vooral ingezet voor groene maatregelen in de
Groen en Duurzaam Eelde
openbare ruimte.
Als onderdeel van het compensatiepakket voor het vliegveld zijn middelen beschikbaar
In het Groenplan Vitamine G zijn de algemene beleidsdoelstellingen opgenomen
gesteld voor groene, ecologische en klimaatadaptieve maatregelen in de gemeente. Naast
die zijn uitgewerkt in een uitvoeringsplan Groen. Een deel van het budget is
concrete projecten en locaties zijn ook budgetten voor het vergroenen van straten in de
gereserveerd voor het verbeteren van de leefkwaliteit door boomkronen toe te
oude wijken meegenomen en het vergroenen van bedrijventerreinen. Het budget van €
voegen. Hier is jaarlijks een structureel investeringskrediet van € 500.000 (wat
150.000 is van structurele aard.
neerkomt op circa € 25.000 aan jaarlijkse lasten). Ook is een jaarlijks budget van € 100.000 gereserveerd om de klimaatadaptatie- en vergroeningsopgaven,
Actielijn
2026
2027
2028
2029
2030
Dekking
1. Behouden en beschermen
150
150
150
150
150
BO
2. Vervangen en toevoegen
190
145
195
185
210
GDE/SIF/SIF-i
3. Samen en integraal
50
-
-
-
-
GDE/SIF
4. Monitoring
-
20
-
-
-
SIF
Totaal
390
315
345
335
360
waaronder het vergroten van boomkronen, binnen projecten financieel te ondersteunen. Daarnaast is er nog € 150.000 beschikbaar voor de brede klimaatsubsidie, communicatie en uit te voeren analyses. Beheer en onderhoud Naast het investeren in meer bomen koesteren we ook het bestaande bomen areaal. Om dit op peil te houden besteden we jaarlijks ruim 1 miljoen euro voor het vervangen van bomen die om diverse redenen zijn weggevallen. We gaan met dit geld onze bomenstructuren verbeteren waarbij we zullen inzetten op het vervangen van zieke kastanjes en essen en het vervangen van slechte boomstructuren. Daarnaast gebruiken we dit budget ook voor het verbeteren van groeiplaatsen.
Tabel 3: Overzicht van begrote kosten en dekking van de acties 2026-2030 (genoemde bedragen x 1.000). Dekking bestaat uit: SIF Groen (SIF), SIF Groen als investering (SIF-i), Beheer en Onderhoud (BO), Groen en Duurzaam Eelde (GDE).
66
5.2 Kosten en baten van groenopgave De ambitie van dit bomenplan vraagt om een langdurige en consistente inzet van
Deze baten zijn niet altijd direct zichtbaar in een jaarrekening, maar wel voelbaar in de
mensen, middelen en kennis. Voor de in dit bomenplan genoemde maatregelen, is
leefomgeving en in sommige gevallen kwantificeerbaar op termijn. Het bomenplan
budget gereserveerd. Denk hierbij aan investeringen in het verbeteren van groeiplaatsen,
vraagt dus om investeren met het lange termijnperspectief voor ogen. Niet alleen in
het aanplanten en herplanten van bomen, monitoring van kroonbedekking en de
euro’s, maar ook in ruimte, samenwerking en bewustzijn. Alleen dan kunnen we een
ontwikkeling van ondersteunende instrumenten zoals dashboards.
toekomstbestendig bomenbestand opbouwen dat een blijvende bijdrage levert aan het welzijn van mens en natuur in de gemeente Groningen.
Daarnaast heeft de ambitie van 30% kroonbedekking indirect ook gevolgen voor onze gebiedsontwikkelingen en projecten. Hoewel we vanuit het bomenplan geen
Kosten en baten van groenopgave
verplichtingen opleggen, vraagt het wel om een andere manier van kijken naar inrichting
De opgave van het toevoegen van boomkroonbedekking is afhankelijk van gebiedstype
en beheer van de ruimte. Grotere groeiplaatsen, meer ondergrondse ruimte voor wortels,
en het type project. Dat maakt het lastig om de meerkosten eenduidig en van tevoren in
en het behoud van bestaande bomen binnen projecten kunnen op korte termijn meer
beeld te brengen. Om op landelijk niveau beter zicht te krijgen op de kosten en baten van
kosten of ontwerpuitdagingen met zich meebrengen.
de groenopgave in onze gemeente is er een financiële verkenning uitgevoerd16. Deze laat
FINANCIËLE VERANTWOORDING
zien dat de opgave omvangrijk is en dat groen meerdere financiële en maatschappelijke Deze investeringen zullen zich op termijn terugbetalen, niet alleen in de vorm van
baten oplevert. Niet alle baten van groen zijn in geld uit te drukken. Dit geldt voor de
groenere buurten, maar ook in maatschappelijke en economische baten. Bomen leveren
waarde van het versterken van biodiversiteit, meer sociale cohesie en meer beweging in
een veelvoud aan ecosysteemdiensten, zoals:
een gezonde leefomgeving. De conclusie uit de verkenning is dat we ons als overheid niet moeten laten afschrikken door de kosten voor vergroening, want de verkenning laat
• Klimaatadaptatie: verkoeling in hete zomers, opvang van piekbuien
zien dat de financiële- en maatschappelijke baten samen hoger zijn dan de kosten. Verder
en vermindering van hittestress;
worden de kosten van het oplossen van opgelopen problematieken doorgegeven aan
• Gezondheid: minder luchtvervuiling, lagere kans op hart- en vaatziekten,
toekomstige generaties, indien nu niet wordt gekozen om te investeren in het oplossen
meer mogelijkheden voor beweging en ontspanning;
van klimaatproblematiek.
• Sociale waarde: prettiger leefomgeving, sterkere binding met de buurt, minder agressie en vandalisme;
Ook uit de Europese en nationale impactanalyse voor de EU Natuurherstelverordening
• Economische waarde: hogere vastgoedprijzen, aantrekkelijker
blijkt dat de maatschappelijke baten van natuurherstel flink hoger zijn dan de
vestigingsklimaat, lagere energiekosten;
maatschappelijke kosten, en de maatschappelijke kosten van ‘niets doen’ een veelvoud
• Biodiversiteit: meer leefruimte voor vogels, insecten en andere soorten.
zijn van de kosten van wél nu handelen17. 15
(“Groen, Gezond en Productief”, z.d.) / 16 (De Groot et al., 2024) 17
(Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2024)
67
DANKWOORD Bij het opstellen van dit bomenplan is samengewerkt
Actiecomité Behoud de Singels
Stichting Steenbreek
met een breed scala aan betrokkenen. We bedanken
Belangenvereniging MEER-dorpen, werkgroep MEER-bos
Stichting Behoud de Singel
alle organisaties, bewonersgroepen, professionals
Bermenclub Thesinge
Stichting Bomenridders Groningen
en collega’s die hebben meegedacht, waardevolle
Bewonersorganisatie Rivierenbuurt
Stichting Groninger Landschap
feedback hebben gegeven en hun kennis en ervaring
Bewonersorganisatie Binnenstad-Oost
Stichting Heermoes en Zevenblad
met ons hebben gedeeld. Samen hebben we gewerkt
Bewonersorganisatie De Hunze/Van Starkenborgh
Stichting Landelijk Gebied Haren (SLGH)
aan een plan voor een groener en gezonder Groningen.
Bewonersorganisatie Platform De Wijert
Stichting Landschapsbeheer Groningen
Bewonersorganisatie Rivierenbuurt Groningen
Tuinvereniging Tuinwijck
De inbreng was divers en waardevol. Niet alle ideeën
Bewonersvereniging Groningen Binnenstad
Tuin- en recreatievereniging Stadspark
en wensen konden volledig worden verwerkt, maar
Buurtcorporatie de Huismeesters
Vereniging Stadspark Natuurlijk
elke bijdrage heeft geholpen om het plan scherper,
Buurtvereniging Het A-Kwartier
Vergroenen gaslocatie Thesinge
rijker en beter onderbouwd te maken. We waarderen
Bomenstichting
Vlinder er Bij Natuurtuin (zzp bedrijf )
ieders betrokkenheid enorm.
Boomwachters Groningen
Waterbedrijf Groningen
Buurtvereniging Het A-Kwartier
Waterschap Noorderzijlvest
In het bijzonder bedanken we Prof. Dr. Cecil
Christelijke woningstichting Patrimonium
Werkgroep Toegankelijk Groningen
Konijnendijk, grondlegger van de 3:30:300 vuistregel,
Coöperatie Meerkracht / Dorpsbelangen Meerstad
Werkgroep Duurzaam Helpman
voor het begeleiden van de bijeenkomsten voor
De Groene Korrewegwijk
Wijkdeal De Wijert Groen & Buitenzijn
belanghebbenden en het geven van waardevol advies.
Dorpsbelangen Noordlaren
Wijkoverleg Vinkhuizen
De heer Oei (allergoloog)
Wijkraad De Held
De volgende organisaties en groepen zijn betrokken
Enexis
Wijkraad Grunobuurt
geweest bij het participatieproces. Sommige reacties
Ecoplan (via Boomwachters Groningen)
Wijkraad Paddepoel
zijn anoniem ingediend of zonder vermelding van de
Extinction Rebellion
Wijkraad Ulgersmaborg/ Oosterhoogebrug
organisatie die zij vertegenwoordigen. Hierdoor kan
Groenste buurt Noorderplantsoen
Wijkvereniging Reitdiep
het overzicht van betrokkenen mogelijk niet volledig
IVN Groningen Haren Werkgroep Stadsecolgie
Woldwijk coöperatie
zijn.
Landschapswerkplaats - programma Groene Longen
Woningcorporatie De Huismeesters
Natuurmonumenten
Woningcorporatie Lefier
Natuur- en milieufederatie Groningen
Woningcorporatie Nijestee
Ondernemend Haren
Woningstichting Wierden en Borgen
Oosterpoort Duurzaam
BOMENPLAN GRONINGEN Urban Forest Master Plan