Bijlage 1 Bomenplan Groningen.pdf
Tekst van het document
1
BOMENPLAN GRONINGEN Een Urban Forest Master Plan
2
Deze nota is opgesteld door: Gemeente Groningen: Y. VAN DIJK W. DE BOER G. HUMMEL Pius Floris Boomverzorging: T. VAN DE HOEF T. JANSMA T. VAN OVERBEEK
Advies: C. KONIJNENDIJK Beelden: M. ANNEMA B. LANTING Vormgeving: THE STORY SO FAR
1E EDITIE 2025
4
VAN PLANNEN NAAR
MIRJAM WIJNJA wethouder Groen & Klimaatadaptatie
PLANTEN Bomen zijn geen luxe, maar een investering in de
De kracht van bomen zit in hun kroon. Niet het aantal
toekomst waarvan de waarde niet in geld uit te
stammen, maar het oppervlak van hun bladerdak
drukken is. Ze dragen bij aan de gezondheid van
bepaalt het effect van bomen op hun omgeving.
onze inwoners, versterken de biodiversiteit in onze
Met dit bomenplan kiezen we voor een
wijken en zijn essentieel voor onze aanpassing aan het
langetermijnvisie: een robuust netwerk van
veranderende klimaat.
bomen in stad en dorpen, met als doel een boomkroonbedekking van minimaal dertig procent
Dit bomenplan is een totaalplan voor alle bomen en
per woonbuurt in 2075. Dit percentage wordt
het groen in onze hele gemeente, zowel publiek als
internationaal gezien als de basis voor een gezonde,
particulier. Dat is essentieel omdat van alle bomen
leefbare stedelijke omgeving.
slechts vijfentwintig procent gemeentebomen zijn. Dat maakt het extra belangrijk om samen aan de slag te
Dit plan is niet alleen een beleidsdocument, maar ook
gaan.
een uitnodiging. Aan iedereen die woont, werkt of leeft in Groningen. Want de opgave is groot en de ruimte is
Groningen groeit snel en de komende jaren zullen er
schaars. Samen kunnen we ruimte maken in onze
veel nieuwe woningen bijkomen. Tegelijkertijd staan
plannen, onze tuinen en in onze manier van denken.
we voor de uitdaging om ons aan te passen aan het veranderende klimaat en de afname van biodiversiteit
Laten we samen zorgen voor een groener en gezonder
te stoppen. Bomen spelen daarin een sleutelrol.
Groningen, nu en in de toekomst.
Leeswijzer Samenvatting Inleiding
6 9
3.5 Boomkwaliteit 3.6 Leeftijdsverdeling
49
4. WAT GAAN WE DOEN?
52
4.1 Behouden en beschermen
54
50
14
1. WAAROM DIT PLAN?
16
1.1 Noodzaak van een bomenplan
18
4.1.1 Groeiplaatsen
54
1.1.1 Klimaatverandering
18
4.1.2. Boomkwaliteit
54
1.1.2 Biodiversiteit
19
1.1.3 Gezondheid en leefbaarheid
20
4.2.1 Spreiding
56
1.1.4 Druk op boven- en ondergrondse ruimte
22
4.2.2 Soortdiversiteit
56
23
4.2.3 Groeiplaats
57
1.2.1 Integraal beleid
23
4.2.4 Biodiversiteit
57
1.2.2 Relatie met groennormen
25
4.2.5 Bomennorm bij ruimtelijke ontwikkelingen
58
1.2.3 Relatie tot de Omgevingswetinstrumenten
25
4.2.6 Bomen op particulier en semi-openbaar terrein
58
1.2 Beleidskader
1.3 Werkwijze en participatie
27
4.2 Toevoegen en vervangen
4.3 Samen en integraal werken
56
59
1.3.1 Waarom een Urban Forest Master Plan
27
4.3.1 Samenwerken met groene organisaties
59
1.3.2 Proces en participatie
28
4.3.2 Samenwerken met professionele organisaties
59
4.3.3 Samenwerken met andere overheden
60
2. WAAR WILLEN WE NAARTOE?
29
2.1 Visie 2.2 Doelstelling 2.3 Voorwaarden
31
4.3.4 Eenduidige kaders en richtlijnen voor bomenbeleid 60 4.3.5 Boomstructuren en koppelkansenkaart
61
32
4.4. Monitoring
63
34
4.4.1 Kroonbedekking
63
2.3.1 Voorwaarden voor een gezonde kroonbedekking
34
4.4.2 Soortendiversiteit
63
2.3.2 Overige voorwaarden en uitgangspunten
35
4.4.3 Leeftijdsdiversiteit
63
3. WAAR STAAN WE NU?
38
5. FINANCIËLE VERANTWOORDING
64
3.1 Boomkroonbedekking
40
5.1 Beschikbare budgetten 5.2 Kosten en baten van groenopgave
65
Dankwoord
67
3.1.1 Boomkroonbedekking per woonbuurt
41
3.1.2 Boomkroonbedekking particulier en openbaar
42
3.2 Spreiding 3.3 Soortdiversiteit 3.4 Kwaliteit groeiplaatsen
43 45 48
66
LEES WIJZER
Het plan is onderverdeeld in verschillende hoofdstukken die elk een specifiek aspect van het bomenbeleid behandelen:
HOOFDSTUK 1 legt de noodzaak van het bomen-
HOOFDSTUK 3 geeft een analyse van de huidige
plan uit, met aandacht voor klimaatverandering, biodiversiteit, gezondheid en leefbaarheid, en de druk op boven- en ondergrondse ruimte. Het beschrijft het beleidskader waarin het plan past en de relatie tot de instrumenten van de Omgevingswet. Daarnaast wordt de methode van het Urban Forest Master Plan toegelicht waarbij de betrokkenheid van inwoners en organisaties centraal staat.
situatie in de gemeente Groningen. Het behandelt de huidige boomkroonbedekking, de spreiding van bomen, de soortdiversiteit, de kwaliteit van groeiplaatsen en de boomkwaliteit. Deze gegevens vormen de basis voor het bepalen van de benodigde maatregelen.
In HOOFDSTUK 2 wordt de visie en doelstelling van het bomenplan beschreven: een gezonde, leefbare omgeving met minimaal 30% boomkroonbedekking per woonbuurt in 2075. Het hoofdstuk gaat in op de voorwaarden die nodig zijn om deze doelstelling te bereiken, zoals spreiding, soortdiversiteit, goede groeiplaatsen, boomkwaliteit en leeftijdsverdeling.
In HOOFDSTUK 4 worden de concrete acties en maatregelen beschreven die nodig zijn om de doelstellingen van het bomenplan te bereiken. De acties zijn onderverdeeld in vier actielijnen: (1) behouden en beschermen, (2) toevoegen en vervangen, (3) samen en integraal werken, en (4) monitoring. In HOOFDSTUK 5 wordt een overzicht gegeven van de beschikbare budgetten en de benodigde investeringen om de activiteiten uit het
8
bomenplan te financieren. Het hoofdstuk beschrijft de verschillende financieringsbronnen en de verdeling van de middelen over de verschillende jaren. De BIJLAGEN bevatten aanvullende informatie zoals wetenschappelijke onderbouwing van de 30% kroonbedekking, gedetailleerde gegevens over boomkroonbedekking per buurt en de gemiddelde groei van boomkroonbedekking.
SAMEN VATTING
10
TOEKOMSTBEELD EN KERNOPGAVE Groningen werkt met dit bomenplan aan een gezonde, leefbare en klimaatbestendige gemeente. Het centrale doel is dat in 2075 elke woonbuurt een boomkroonbedekking van minimaal 30% heeft. Deze doelstelling is wetenschappelijk onderbouwd en gekoppeld aan voordelen op het gebied van gezondheid, verkoeling, biodiversiteit en sociale cohesie. Het plan heeft een looptijd van 50 jaar en is opgezet als een ‘Urban Forest Master Plan’: een cyclische aanpak van meten, plannen, uitvoeren en bijstellen.
WAAROM DIT PLAN? De noodzaak is duidelijk: Groningen groeit snel en verstedelijkt, terwijl klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en gezondheidsvraagstukken steeds zwaarder gaan wegen. Bomen zijn essentieel in het tegengaan van hittestress, het verbeteren van de luchtkwaliteit, het versterken van biodiversiteit en het bevorderen van welzijn. Tegelijkertijd komt de boom in de knel door ruimteclaims onder en boven de grond, bijvoorbeeld door woningbouw en de energietransitie.
WAAR STAAN WE NU? De huidige situatie laat zien dat Groningen nog ver verwijderd is van de 30% norm: het gemiddelde ligt op 12,5% kroonbedekking, met grote verschillen tussen buurten. Ook zijn de soortendiversiteit, kwaliteit van groeiplaatsen en leeftijdsopbouw van het bomenbestand nog onvoldoende robuust.
11
WE WERKEN LANGS
ACTIELIJNEN
1. BEHOUDEN EN BESCHERMEN -G roeiplaatsen van gezonde bomen registreren, behouden en beschermen; -G roeiplaatsen verbeteren van bomen die nog niet in de volgroeide fase zijn en die niet of nauwelijks groeien; -B oombeheer verschuift van risicogestuurd naar waardegestuurd, met aandacht voor ecologische waarde en levensduur. 2. TOEVOEGEN EN VERVANGEN - Lange termijn investering in goede groeiplaatsen, met 1.000 nieuwe kwalitatieve groeiplaatsen tot 2030; - Bomen die nog niet in de volgroeide fase zijn en die niet of nauwelijks groeien, waarbij verbetering van de groeiplaats niet haalbaar is, vervangen; - Beperken van plaagdruk, ziektes en gevolgen van klimaatverandering door toepassen van meer soortendiversiteit (maximaal 10% van een boomsoort, 20% van een geslacht, 30% van een familie);
- Opstellen van een handreiking voor het biodivers inrichten van groeiplaatsen; - Ontwikkelen van een boomkroonplanner - Herziening van de APVG en bijbehorende beleidsregels voor onder andere flexibeler vervangingsbeleid; - Stimuleren van bomenaanplant op particulier terrein; - Verankeren van een bomennorm in het omgevingsprogramma Groennormen. 3. SAMEN EN INTEGRAAL WERKEN - Versterken van samenwerking met groene en professionele organisaties; - Bundelen van informatie in een bomenstructuurkaart en koppelkansenkaart voor een gebiedsgerichte aanpak; - Actieve regierol van de gemeente bij herinrichting, wijkvernieuwing en afstemming met netbeheerders. 4. MONITORING - Vierjaarlijkse metingen van kroonbedekking per buurt, soortendiversiteit en leeftijdsverdeling; - Dashboards voor transparantie en sturing op voortgang.
12
De uitvoering van de maatregelen in dit plan wordt gefinancierd uit gemeentelijke budgetten zoals het Stedelijke Investeringsfonds Groen, Beheer en Onderhoud en Groen en Duurzaam Eelde. Omdat dit plan een langetermijnvisie hanteert, herijken we periodiek en stellen we doelen bij. Als daaruit blijkt dat extra inzet nodig is, kan dit vragen om aanvullende middelen. Met dit plan legt Groningen de basis voor een gezonde, klimaatbestendige leefomgeving, waarin bomen een structurele plaats hebben.
De verplaatsing van een monumentale zuileik in Haren, een voorbeeld van hoe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen samengaan met boombehoud.
13
De Lutsborgweg in Haren. Een vertrouwd gezicht in de weekenden, wanneer veel inwoners van de gemeente komen recreëren onder de boomkronen.
INLEIDING
15
Dit bomenplan is een beleidskader met een langetermijnperspectief. Het is geen beheerplan met richtlijnen, of een structuurplan waarin de plekken voor bomen zijn vastgelegd. Als het bijdraagt aan de doelen, kan vanuit het bomenplan wel initiatief worden genomen om een beheerplan of structuurplan op te stellen of te wijzigen. Het bomenplan bevat verder geen juridisch bindende regels, maar functioneert als beleidskader met bijbehorend uitvoeringsplan. Het hoofddoel van het plan beperkt zich tot de bomen en hun groeiplaatsen in het bebouwd gebied van de gemeente Groningen, zowel op openbaar als particulier terrein. Daarbij zien we bomen nooit los van hun omgeving: ze zijn met elkaar verbonden en maken altijd deel uit van een bredere context. De focus ligt op een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving waarin bomen een belangrijke rol spelen.
INTEGRAAL WERKEN Effectief gebruik van de schaarse onder- en bovengrondse ruimte vraagt om constructieve en integrale samenwerking. Het doel is om tot geïnformeerde en berekende keuzes te komen, waarbij bomen een volwaardige plek krijgen in ruimtelijke ontwikkelingen. In de praktijk is het niet altijd mogelijk om binnen projecten de maximale boomkroonbedekking te realiseren, gezien alle verschillende ruimtelijke en functionele eisen. Door samenwerking en timing te verbeteren, is het echter wél mogelijk om tot een optimaal resultaat te komen. We zetten in op betere afstemming tussen afdelingen en externe partijen, zodat het belang van bomen in elke fase van een project wordt geborgd.
1.
WAAROM DIT PLAN?
17
Groningen groeit snel. In 2034 zal de gemeente naar verwachting ruim 267.000 inwoners tellen en in 2044 ruim 282.0001. Dit stelt ons voor grote opgaven. Om deze groei te bedienen hebben we een grote woningbouwopgave, met name binnen de bestaande stad. Daarnaast moeten we ons aanpassen aan het veranderende klimaat, de afname van biodiversiteit ombuigen en de gezondheid en het welzijn van onze inwoners bevorderen. De rol van groen, met name die van bomen, is cruciaal. Bomen zorgen voor verkoeling op warme dagen, vangen regenwater op, verbeteren de luchtkwaliteit en bieden leefruimte aan vogels, insecten en andere dieren. Ze hebben een positieve invloed op fysieke en mentale gezondheid, ecologie en klimaatadaptatie. Deze waarden zijn niet altijd direct zichtbaar, maar wel essentieel voor een leefbare en toekomstbestendige gemeente. In dit hoofdstuk beschrijven we de noodzaak voor een nieuw plan, het beleidskader en de werkwijze. 1
(Bevolkingsprognose,
Een groene en blauwe omgeving brengt veel voordelen voor zowel mens als dier.
18
1.1 Noodzaak van een bomenplan 1.1.1 KLIMAATVERANDERING We voelen allemaal de gevolgen van klimaatverandering. Zelfs als we er alles aan doen om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen, neemt het aantal hete dagen richting 2050 toe van gemiddeld 28 naar 40 per jaar. Zomers worden droger en warmer, winters worden natter en buien worden zwaarder en langer. Extreme weersomstandigheden nemen toe. Bomen helpen ons bij het weerbaarder maken tegen het veranderende klimaat. Bomen werken verkoelend omdat ze vocht vasthouden, door verdamping de omgeving koelen en voor schaduw zorgen. Vooral in de dichtbebouwde en versteende delen van onze gemeente is de opwarming het grootst en dragen bomen bij aan een prettig leefklimaat. Effect op mensen
Afbeelding 1.
Klimaatverandering heeft directe impact op de levenskwaliteit van mensen.
Het gemiddelde hitte-eiland effect zoals gemeten in
Bij toenemende hitte kunnen mensen zich moeilijker concentreren, ervaren ze
juni, juli en augustus in 2020 in de gemeente Groningen,
sneller hoofdpijn en worden ze eerder moe of duizelig. Tijdens warme nachten
volgens het RIVM. Hoe roder, des te hoger de temperatuur.
slapen mensen vaak minder goed, waardoor ze overdag minder alert zijn en de arbeidsproductiviteit afneemt. Het lichaam moet harder werken om de temperatuur op peil te houden, wat leidt tot een afname van de fysieke gesteldheid. Kwetsbare groepen, zoals ouderen en chronisch zieken, merken dit het eerst. Onder deze groepen komen de meeste sterfgevallen door hitte voor. Tussen 1991 en 2018 was 1,8% van de sterfgevallen in de zomer gerelateerd aan hitte. Uit onderzoek van het RIVM2 blijkt dat 31% daarvan kon worden toegeschreven aan klimaatverandering. 2
(Klimaatverandering Leidt Nu Al Tot Meer Sterfte door Hitte, z.d.)
Door toenemende warmte krijgen luchtvervuiling en allergieën een grotere rol. Ongeveer 15 tot 20% van de Nederlandse bevolking heeft last van allergische klachten, wat de mogelijke impact voor deze groep groot maakt. De toename van UVstraling verhoogt de risico’s op kanker, terwijl infectieziekten meer kans krijgen door veranderingen in temperatuur, vochtigheid en neerslag.
19 Hoe meer bomen bij elkaar staan of bij andere planten,
Onder een boomkroon kan de temperatuur op een warme dag tot wel 10 graden lager zijn. Tijdens de hittegolf van 2003 stierven in Nederland alleen al tussen de 1.000 en 1.400 mensen en in de hittegolf van 2015 stierven in Europa 6.700 mensen3 door hitte.
1.1
Als het bladerdak van bomen in die steden dubbel zo groot was geweest (30% in plaats van 15%), dan hadden 2.600 sterfgevallen voorkomen kunnen worden (bijna
Noodzaak van een bomenplan
40%). Effect op bomen Bomen spelen een belangrijke rol bij het matigen van klimaatverandering. Toch zijn ze er zelf ook kwetsbaar voor. De meeste bomen hebben moeite met langdurige droogte en sterk wisselende grondwaterstanden. Dit vermindert hun conditie en weerstand, waardoor ze kwetsbaarder worden voor ziekten en plagen. Nu al is te merken dat sommige boomsoorten, zoals de beuk, op sommige plekken niet meer goed gedijen in het veranderende klimaat van Nederland. De verwachting is dat een deel van de bomen die we als ‘inheems’ beschouwen, hier uiteindelijk zal uitsterven en zich noordelijker zal verspreiden. Ons land wordt daarentegen steeds geschikter voor boomsoorten die tot enkele decennia geleden alleen in zuidelijke delen van Europa groeiden. Van grote invloed op de weerbaarheid van bomen in een veranderend klimaat, is de ‘groeiplaats’ waar ze in staan. Bomen hebben vooral voldoende wortelruimte nodig, met zuurstof, vocht, voeding en bodemleven. Hoe meer ze bij elkaar staan of bij andere planten, hoe gemakkelijker ze een stabiel microklimaat kunnen vormen.
1.1.2 BIODIVERSITEIT Biodiversiteit, de verscheidenheid aan levende organismen, genetische variaties en verschillende habitats, vormt de bouwsteen van het leven op aarde. Van kleurrijke bloemen tot majestueuze bomen, van kleine insecten tot imposante roofdieren,
3
(Centraal Bureau voor de Statistiek, 2003)
des te gemakkelijker is het om een stabiel ‘microklimaat’ te vormen.
20
elk levend organisme speelt een essentiële rol in het behouden van ecologische evenwichten en het leveren van onmisbare ecosysteemdiensten. De samenwerking tussen bomen en ander groen draagt bij aan de leefbaarheid van zowel bebouwde als natuurlijke gebieden. Bomen in combinatie met struiken
1.1
en kruiden zijn als leefgebied voor planten en dieren van groot belang voor de biodiversiteit. Bomen en struiken bieden beschutting, nestelgelegenheid, zijn een
Noodzaak van een bomenplan
voedselbron voor vogels en insecten en geven onderdak aan kleine zoogdieren zoals eekhoorns. Veel dieren zijn exclusief verbonden aan specifieke boomsoorten. Met name op oude bomen worden tot wel honderden verschillende schimmels, insecten, amfibieën, vogels en zoogdieren waargenomen. Bomen creëren microklimaten waarin ook andere planten, zoals mossen, varens en grassen, kunnen gedijen. Wereldwijd neemt de biodiversiteit sterk af. Dit wordt mede veroorzaakt
Bomen creëren microklimaten waarin een veelheid van andere organismen gedijen. Bijvoorbeeld schimmels, die in symbiose leven met bomen en ze helpen afbreken wanneer ze zijn gestorven. Hiervan profiteert het hele
door klimaatverandering, omdat veel soorten slecht tegen veranderende omstandigheden kunnen. Toch is dit slechts één van de oorzaken, naast bijvoorbeeld het vernietigen en versnipperen van leefgebieden, het gebruik
1.1.3 GEZONDHEID EN LEEFBAARHEID
van bestrijdingsmiddelen, vervuiling, vermesting, ontbossing en overbevissing.
In 2023 werd Groningen, volgens internationaal onderzoek, na Zürich uitgeroepen tot de
Sinds 1970 zijn de populaties vissen, vogels, zoogdieren, amfibieën en reptielen
meest leefbare stad van Europa5. In datzelfde jaar bestempelde onderzoek van Arcadis
wereldwijd met gemiddeld 73% afgenomen. In Nederland is nog maar 15% van de
Groningen als de gezondste stad van Nederland. Een gezonde stad vraagt echter blijvend
inheemse planten- en diersoorten over ten opzichte van het jaar 1900 . Bij verdere
om aandacht. Groningen heeft een goede basis, maar niets is vanzelfsprekend. Zeker
daling kunnen volledige ecosystemen instorten, wat ook voor de mens grote
omdat Groningen altijd in beweging is en steeds meer bebouwd wordt. Bomen hebben
gevolgen heeft.
een positieve invloed op de fysieke en mentale gezondheid. Mensen die in een groene
4
omgeving wonen, voelen zich niet alleen gezonder, maar zijn dat ook daadwerkelijk. Ook bomen kunnen de nadelen ondervinden van teruglopende biodiversiteit.
Ze brengen minder vaak een bezoek aan de huisarts en herstellen sneller van stress. Bij
Neem het bodemleven: bomen zijn voor een groot deel van hun vocht, zuurstof
mensen met een lagere sociaal-economische status, ouderen en kinderen is dit positieve
en mineralen afhankelijk van de samenwerking met schimmels. Onder meer door
effect het grootst. Daarnaast nodigt een groene, boomrijke omgeving uit tot bewegen zoals
verzuring van de bodem neemt de schimmelactiviteit af, wat parasieten meer kans
wandelen, fietsen, tuinieren en spelen. Er is bewezen dat hoe dichter kinderen uit armere
geeft om een boom binnen te dringen. Als bomen in zogenaamde ‘monocultuur’
buurten wonen bij groen grondoppervlak, hoe minder ADHD-medicatie er wordt gebruikt6.
staan, wordt het effect versterkt. In een straat met bomen die genetisch allemaal hetzelfde zijn, kan een boomziekte hard toeslaan. In het geval van een dodelijke
4
(Biodiversiteit | WWF | Wat Betekent het Voor Ons?, z.d.)
ziekte kan een hele straat dan zelfs boomloos worden.
5 6
(Gezonde Stad Index 2024, z.d.)
(Meer Groen, Minder ADHD, 2015) 7
Taylor et al. (2015)
21
Noodzaak van een bomenplan
1.1
De baten van bomen Verhoogt de waarde van vastgoed
Helpt concentratie en productiviteit verhogen
Versnelt het herstel van ziekte of aandoening
Matigt het effect van extreme neerslag
Maakt winkel- en horecagebied aantrekkelijker, zorgt voor een toename van bestedingen
Koelt door verdamping via bladeren bij warm weer
Biedt schaduw en beschermt tegen UV-straling
Ondersteunt de sociale cohesie, de binding met een plek en de banden met het verleden
Verlaagt de stookkosten
Afbeelding 1.
Versterkt ecologische verbindingen
Vergroot de lokale soortendiversiteit en habitats
Produceert zuurstof
Het gemiddelde hitte-eiland effect zoals gemeten in
Vermindert geluidsoverlast
Voorziet in juni, juli en augustus in 2020 in de gemeente Groningen, Filtert vervuilende stoffen en verbetert de luchtkwaliteit
WAAROM DIT PLAN?
Breekt de koude winterwind
Verlaagt de kosten voor airconditioning
volgens het RIVM. Hoe rode, des te hoger de
vruchten
Vangt CO2 af en slaat het op Beperkt wateroverlast, verbetert waterinfiltratie in de bodem en beschermt de bodem
Matigt het verkeer en draagt bij aan de reiservaring
Nodigt uit tot recreatie
Verlaagt stress, ondersteunt gezondheid en welzijn Bron van bouwmateriaal en brandstof
22
Hetzelfde geldt voor het gebruik van antidepressiva7.
km/u en het beperken van parkeerplaatsen in de openbare ruimte.
De leefbaarheid is groter als er meer bladerdak is. Auto’s rijden bijvoorbeeld minder
Het gemeentelijk parkeerbeleid zet in op minder vergunningen, meer deelmobiliteit en
hard in straten met bomen . Er zijn ook diverse aanwijzingen dat de aanwezigheid
parkeren aan de randen van de stad. Deze ontwikkelingen bieden mogelijkheden om
van bomen de criminaliteit kan matigen9, de vastgoedwaarde verhoogt en bijdraagt
ruimte vrij te maken voor vergroening, zoals bredere boomstroken, groene wadi’s of
aan sociale cohesie.
schaduwrijke wandelroutes en ander gebruik van de openbare ruimte.
Noodzaak van een bomenplan
1.1
8
1.1.4. DRUK OP BOVEN- EN ONDERGRONDSE RUIMTE Groningen blijft de komende jaren doorgroeien. Om het huidige woningtekort terug te dringen en de toenemende vraag bij te houden, moeten we 1.500 woningen per jaar bouwen. Een groot deel van deze woningen wordt de komende jaren gerealiseerd via nieuwbouwprojecten zoals De Suikerzijde en Stadshavens. Er is gekozen om binnen de huidige grenzen van de bebouwde kom te ontwikkelen. Uitbreiding wordt daarmee inbreiding. De inbreidingslocaties bevinden zich vaak op plekken van oude industrie of op plekken waar de bestaande bebouwing aan vervanging toe is. Binnen de beschikbare ruimte moet veel gerealiseerd worden: woningen en andere gebouwen, tuinen, wegen, ondergrondse infrastructuur, parkeerplaatsen, ontmoetingsplekken, maar ook groen en bomen. Hierbij is het belangrijk dat een boom een goede groeiplaats krijgt, zodat deze gezond blijft en oud kan worden. Een extra uitdaging is de toenemende druk op het elektriciteitsnet (netcongestie). Door onder andere de energietransitie, waarbij het net door teruglevering in twee richtingen wordt gebruikt, loopt het bestaande elektriciteitsnet tegen zijn grenzen aan. Om bedrijven en woningen te blijven voorzien in hun energiebehoefte moet netbeheerder Enexis de komende jaren minimaal 770 laagspanningsstations en 12 middenspanningsstations met bijbehorende kabels aanleggen binnen onze gemeente.
Daarnaast hebben we vanuit de warmtetransitie een opgave om warmtenetten en warmteoverdrachtstations aan te leggen. De ruimte is schaars, maar waar
Tijdens werkzaamheden onder de grond is het belangrijk om het wortelpakket goed te beschermen.
ruimte gewonnen kan worden is bij toepassing van ons mobiliteitsbeleid en
Daarom is er in Groningen een systeem van structureel toezicht op graafwerkzaamheden bij bomen.
de Ontwerpleidraad Leefkwaliteit Nieuwe Ruimte. Er komt ruimte vrij door het versmallen van straten, het terugbrengen van maximumsnelheden van 50 naar 30
8 9
(Wolf, 2010)
(Conniff, z.d.)
23
1.2 Beleidskader 1.2.1 INTEGRAAL BELEID Dit bomenplan is één van de bouwstenen voor de omgevingsvisie van de gemeente Groningen en staat niet op zichzelf. Het sluit aan op het doel van de Omgevingsvisie
Bouwstenen
Uitwerking
Beheer
‘Levende Ruimte’: een zo hoog mogelijke leefkwaliteit in een groene, gezonde Uitvoeringsplan
en veilige leefomgeving. Het Groenplan Vitamine G is het overkoepelende beleidsdocument (2020) voor groen- en bomenbeleid. Dit bomenplan maakt
2 laat zien hoe de verschillende beleidsdocumenten zich tot elkaar en tot de uitvoering en het beheer verhouden. Daarnaast zijn er verschillende gemeentelijke beleidsdocumenten en instrumenten die raken aan thema’s als groen, gezondheid en leefkwaliteit. Denk hierbij aan de Ontwerpleidraad Leefkwaliteit, Groningen Goed op Weg, Klimaatbestendig Groningen 2020–2024 en Gezond Leven in 050. In bijlage I-2 is een overzicht opgenomen van deze beleidsdocumenten. Daarin is
Groenplan Vitamine
gebied van groen, leefkwaliteit, klimaat en gezondheid samenkomen. Afbeelding
Omgevingsprogramma Groennormen Groningen klimaatbestendig
Bomenplan
per document beschreven op welke wijze thema’s als een gezonde leefomgeving,
Handboek Groninger Boom
daarin een rol spelen.
BEA Landschapkoers
met andere beleidsterreinen die invloed hebben op de fysieke leefomgeving, zoals mobiliteit, woningbouw, energie en ondergrondse infrastructuur. In paragraaf 1.3 gaan we hier nader op in.
Kap- en herplantprogramma
Beleidsregels APVG behoud van groen
klimaatbestendigheid en biodiversiteit worden benoemd, en in hoeverre bomen
Bij het opstellen van dit bomenplan is ook nadrukkelijk gekeken naar de samenhang
Herijking zorgplicht
Actieplan
Afbeelding 2. Het beleidskader van het Bomenplan.
Regulier onderhoud en inspecties
Beheerstrategie
Ges
deel uit van een breder beleidskader, waarin verschillende documenten op het
24
Dit Bomenplan vormt een uitwerking van het overkoepelende Groenplan
Beleid
Conclusie
Vitamine G - 2020
De ambitie met betrekking tot bomen blijft behouden, maar wordt vertaald naar nieuwe initiatieven die gericht zijn op kwaliteit en functionaliteit.
Boombeleidsplan Haren (2009)
Dit document vervalt. De beschreven boomstructuren worden gecompleteerd en uitgebreid met de gegevens van Groningen, Ten Boer en nieuwe ontwikkelgebieden.
Sterke Stammen (2014)
Dit document vervalt. De beschreven boomstructuren worden gecompleteerd en uitgebreid met de gegevens van Haren, Ten Boer en nieuwe ontwikkelgebieden.
Algemene Plaatselijke Verordening en bijbehorende beleidsregels (2022)
APVG en aanvullende beleidsregels worden geëvalueerd en aangepast aan nieuwe inzichten.
Handboek de Groninger Boom (2025)
Blijft behouden als handboek en wordt aangevuld met een verzameling van eisen en regels waar werken bij en met bomen in de gemeente aan moet voldoen.
Herijking Zorgplicht Bomen Groningen (2024)
Dit wordt ondergebracht in het Handboek de Groninger Boom
Groninger Boomsoortenlijst (2024)
Wordt opgenomen in Handboek de Groninger Boom
Vitamine G (2020), zoals ook te zien in afbeelding 2. Het bomenplan biedt een geactualiseerd beleidskader voor het behoud, beheer en de ontwikkeling van het gemeentelijk bomenbestand. Het brengt daarin samenhang aan en vereenvoudigt het bestaande bomenbeleid. In bijlage I is een beleidsanalyse opgenomen waarin de verschillende documenten zijn beschreven en beoordeeld op hun waarde en functie binnen dit
1.2
plan. Tabel 1 geeft een samenvattend overzicht van de conclusies.
Europese Natuurherstelwet (2024)
Beleidskader
Naast gemeentelijk beleid hebben we te maken met Europese regelgeving, zoals de Europese Natuurherstelwet die in juni 2024 is vastgesteld. Deze wet verplicht lidstaten, waaronder Nederland, om beschadigde ecosystemen te herstellen en biodiversiteitsverlies te keren. De wet bevat een aantal specifieke doelstellingen, onder andere over ecosystemen van bossen, landbouw en steden. Zo worden verplichtingen gesteld aan het herstellen en behouden van natuur en een groene omgeving. Lidstaten moeten een stijgende trend laten zien in stedelijke boomkroonbedekking en groene ruimte totdat een gunstige staat is bereikt. Bovendien moeten ze ervoor zorgen dat tussen de inwerkingtreding van deze wet en het einde van 2030 geen nettoverlies is aan stedelijke groene ruimte of stedelijke boomkroonbedekking. Het met regelmaat vaststellen van de hoeveelheid groen en boomkroonbedekking is hierbij verplicht. De exacte impact voor gemeenten wordt de komende jaren duidelijker via nationale herstelplannen, die uiterlijk in 2030 moeten zijn opgesteld.
Tabel 1. Samenvattend overzicht van de beleidsanalyse.
25
Bij het opstellen van dit omgevingsprogramma bomen is nadrukkelijk gekeken
Een deel van de uitwerking van dit beleidsvoornemen is opgenomen in het
naar de samenhang met andere beleidsterreinen die invloed hebben op de fysieke
omgevingsprogramma groennormen.
leefomgeving, zoals mobiliteit, woningbouw, energie en ondergrondse infrastructuur. Omdat het bomenplan een generiek beleidskader is, vindt de daadwerkelijke integrale afweging plaats op gebiedsniveau. Daarvoor zijn binnen de gemeente Groningen instrumenten beschikbaar, zoals het ambitieweb en buurtraamwerken van de Ontwerpleidraad Nieuwe Ruimte. Wel beschrijft dit plan waar spanningen en ruimtelijke knelpunten kunnen optreden, bijvoorbeeld in dichtbebouwde gebieden of bij netcongestie, en benoemt het de noodzaak van tijdige samenwerking met
1.2
andere beleidsvelden om tot werkbare oplossingen te komen. In bijlage I is een uitwerking opgenomen van de raakvlakken en mogelijke knelpunten met andere
Beleidskader
beleidsterreinen.
1.2.2 RELATIE MET GROENNORMEN Gelijktijdig met het opstellen van dit bomenplan werkt de gemeente aan een omgevingsprogramma voor groennormen. De groennormen stellen vast hoeveel groen minimaal aanwezig moet zijn in projecten en borgen dit juridisch. Ze omvatten groen op daken, maaiveld, gevels en kruidenrijke groenvlakken. Bomen hebben een aparte norm binnen deze groennormen vanwege hun cruciale bijdrage aan biodiversiteit en klimaatadaptatie. De normen houden ruimte voor maatwerk binnen projecten, zodat daar bekeken kan worden welk type groen en bomen het beste passen. De groennormen sluiten zoveel mogelijk aan bij de landelijke groennormen. Bestaande beleidsinstrumenten, zoals de Beleidsregel Natuurinclusief Bouwen en de Verordening afvoer hemelwater en grondwater, ondersteunen de invulling van deze normen.
1.2.3 RELATIE TOT OMGEVINGSWETINSTRUMENTEN Dit bomenplan fungeert als een bouwsteen (beleidsvoornemen) voor de nieuwe omgevingsvisie. De omgevingsvisie is een strategisch beleidsdocument waarin de gemeente voor de lange termijn aangeeft welke doelen zij stelt voor de fysieke leefomgeving. De uitwerking van de doelen van de omgevingsvisie
Het Schuitendiep in Groningen. In dit soort dichtgebouwde gebieden kunnen ruimtelijke knelpunten optreden.
vindt vervolgens plaats in beleids-instrumenten zoals omgevingsprogramma’s.
Daar is samenwerking nodig tussen diverse beleidsvelden om tot werkbare oplossingen te komen.
WAAROM DIT PLAN?
26
Paardenkastanjes in herfstkleuren op het plein van de Nassauschool aan de Graaf Adolfstraat. Bomen geven kleur, beschutting en sfeer aan schoolpleinen. Het is belangrijk dat kinderen in omgevingen met natuurlijke elementen kunnen opgroeien.
27
1.3 Werkwijze en participatie Urban Forest Master Plan. Bij het ontwikkelen van dit plan kon iedereen die iets ‘heeft’ met bomen betrokken blijven, van inwoners tot natuurorganisaties en woningcorporaties.
Start
wijzigen
Monitoren & evaluatie
1.3.1 WAAROM EEN URBAN FOREST MASTER PLAN?
Wa ar st
u? en nw aa
langetermijnstrategie voor bomen. We gebruiken hiervoor de methode van het
Heb ben we he t
Door hun functies zijn bomen van strategisch belang. Dat vraagt om een
t? reik e b el o d Aanpassen &
Stakeholders & e deelna me bliek Pu
Beoordeling huidige
Een Urban Forest Master Plan is een strategisch beleidsplan met een lange looptijd, in ons geval van 50 jaar. Het doel van een Urban Forest Master Plan is om de baten
Daarbij wordt de cyclus gebruikt die in afbeelding 3 is uitgebeeld. Van een beoordeling van de huidige situatie, naar visievorming, doelen stellen, strategie-
td
e
oe
l?
toe ?
Visievorming
ar
u w e i n f o r m a ti
na
Vraagstukken &
we
he
e
beleid: acties en effecten worden steeds gemeten, geëvalueerd en bijgesteld.
Ontwikkelen strategie
nw
dus ook onderdeel van het beleid. Een Urban Forest Master Plan biedt dynamisch
ike
bijdragen aan het leefklimaat in een gemeente. Daarmee zijn particuliere bomen
Actieplanning
ere
De gedachte is dat alle bomen, zowel gemeentelijk als particulier, collectief
N ie
ke
n
vergroten van de boomkroonbedekking werken tot 2075.
Hoe b
van bomen te vergroten. Het is een levend document waarmee we actief aan het
Organisatie & implementatie
Wa
ar
r we
uitwerking en monitoring. Deze cyclus zullen we in 50 jaar vele malen doorlopen. Zo wordt er systematisch naar resultaat toegewerkt, op basis van de meest actuele situatie. Een voortdurend proces van doen, meten, leren en bijstellen. Afbeelding 3. Cyclus van een Urban Forest Master Plan.
28
1.3.2 PROCES EN PARTICIPATIE In een Urban Forest Master Plan is participatie een belangrijk onderdeel. Er zijn ontzettend veel mensen en organisaties in Groningen die zich betrokken voelen bij bomen. Van inwoners en ‘groene’ organisaties die hart hebben voor bomen en natuur, tot nutsbedrijven die vaak in de buurt van boomwortels werken en
Werkwijze en participatie 1.3
woningcorporaties die grote aantallen bomen in eigendom hebben. Deze grote groep stakeholders is vanaf het begin betrokken bij de planvorming. Bij aanvang van het project zijn ruim 100 semi-professionele en vrijwillige organisaties en 30 professionele organisaties uitgenodigd om mee te denken met dit plan. Bij de verschillende bijeenkomsten was circa de helft van de uitgenodigde organisaties vertegenwoordigd. De resultaten van de bijeenkomsten en alle gevoerde gesprekken zijn verwerkt in dit plan en terug te vinden het document ‘Participatieproces Bomenplan Groningen’. Steden met een Urban Forest Master Plan Er zijn veel steden die met een Urban Forest Master Plan werken. Dallas en Phoenix in de Verenigde Staten bijvoorbeeld, en Melbourne in Australië. Dichter bij huis ontwikkelde het Britse Birmingham enkele jaren geleden een Urban Forest Master Plan en heeft ook Belfast in Noord-Ierland een dergelijk plan ontwikkeld. Groningen is de eerste Nederlandse gemeente waarbij gericht aan het bomenbestand gewerkt wordt met behulp van een Urban Forest Master Plan.
2.
WAAR WILLEN WE NAARTOE?
30
In een steeds groter wordende gemeente moeten we de functies van bomen behouden, versterken en uitbreiden. We richten ons op duurzame resultaten op de lange termijn, met een looptijd van 50 jaar. In dit hoofdstuk is te lezen waar we willen staan in 2075. We beschrijven onze visie, het hoofddoel, de doelstelling en de voorwaarden om dit te bereiken.
Groene ruimtes in bebouwde omgevingen zijn een belangrijke factor bij fysieke en mentale gezondheid.
31
2.1 Visie
Bomen zijn natuurlijke en groene elementen in een versteende omgeving.
De basis van dit bomenplan is de visie. Dit is een ideaalbeeld voor de gemeente.
Uit alle gesprekken met betrokkenen komt naar voren dat een netwerk als essentieel
De visie is opgesteld op basis van bijeenkomsten en gesprekken met betrokkenen.
wordt beschouwd. Het geheel van bomen draagt bij aan tal van aspecten. Het gaat dan
Het is een leidraad die ons nu en in de toekomst richting geeft bij keuzes en dilemma’s.
niet alleen om het netwerk in fysieke vorm zoals bomenrijen in de straat, de boomgroepen in een park of bos of de structuren tussen bebouwd gebied en buitengebied, maar ook om het netwerk tussen bomen aan de ene kant en mensen en dieren aan de andere kant. Het symboliseert dat we allemaal onderdeel zijn van een samenhangend systeem dat bijdraagt aan een prettige en gezonde manier van leven.
ONZE VISIE
“In Groningen hebben we een vitaal en groeiend netwerk van bomen en groen dat klimaatbestendig is, WAARIN MENSEN EN DIEREN, NU EN IN DE TOEKOMST, MET ELKAAR IN VERBINDING STAAN, ZICH THUIS VOELEN EN GEZOND ZIJN.”
32
2.2 Doelstelling Ons uiteindelijke doel is een gezonde, leefbare omgeving voor alle inwoners van
Waarom is 30% de doelstelling?
Groningen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een hoog aandeel boomkroon-
Het huidige wetenschappelijke bewijs is sterk genoeg om aan te tonen dat een
bedekking, bij voorkeur ten minste 30%, aanzienlijke positieve effecten heeft op onder
boomkroonbedekking van minimaal 30% noodzakelijk is voor een leefbare bebouwde
andere mentale en fysieke gezondheid, luchtkwaliteit, hittestress, sociale cohesie,
omgeving (zie bijlage III voor een samenvatting). Daarom hanteren we 30%
veiligheid en arbeidsproductiviteit.
kroonbedekking niet alleen als doelstelling, maar als ondergrens. We zien wereldwijd dat
Van oudsher ligt de focus bij bomen vaak op het aantal stammen of het aantal
steden met een kroonbedekking boven deze grens significant betere gezondheids- en
geplante bomen. Dit geeft echter te weinig inzicht in de daadwerkelijke impact van
klimaatvoordelen ervaren. In veel gebieden ligt het huidige percentage lager, maar door
bomen op hun omgeving. Boomkronen zijn veel bepalender voor de baten die bomen
systematisch toe te werken naar deze ondergrens en kansen actief te benutten, dragen we
leveren. Door te kiezen voor boomkroonbedekking als maatstaf, richten we ons op de
bij aan een gezonde en toekomstbestendige gemeente.
daadwerkelijke bijdrage van bomen aan een gezonde leefomgeving. Om deze reden stellen we de volgende doelstelling vast:
Waarom 2075? Het realiseren van een boomkroonbedekking van 30% in alle buurten is een grote
In 2075 heeft elke woonbuurt een boomkroonbedekking VAN MINIMAAL 30 PROCENT.
uitdaging die vraagt om ruimte, budget en betrokkenheid van inwoners. Omdat ook andere belangen zoals woningbouw en mobiliteit een rol spelen, kiezen we voor een periode van 50 jaar. Dit geeft ons de tijd en ruimte om bij herinrichtingen en nieuwbouwplannen stapsgewijs toe te werken naar de norm van 30% kroonbedekking. Waarom kroonbedekking per buurt?
Wat is boomkroonbedekking?
De 30% norm wordt toegepast op buurtniveau, niet als gemiddeld streefgetal voor de
Elke boom heeft een ‘kroon’, het geheel aan takken en bladeren boven de stam. Wanneer
gehele gemeente. Dit komt omdat de positieve effecten van bomen lokaal het sterkst
we een boom van bovenaf bekijken, zien we de oppervlakte van deze kroon. Door de
merkbaar zijn. Het doel is dat elke inwoner van Groningen gelijke toegang heeft tot een
kroonbedekking van alle bomen in een buurt op te tellen en te vergelijken met het totale
gezonde, groene leefomgeving. Dit betekent dat we niet alleen werken aan vergroening
grondoppervlak, verkrijgen we een percentage boomkroonbedekking. Dit omvat alle
in de gehele gemeente, maar vooral inzetten op buurten waar de boomkroonbedekking
bomen in de gemeente, zowel op openbaar als op privéterrein.
momenteel tekortschiet. Met deze aanpak zorgen we ervoor dat bomen hun maximale bijdrage leveren aan een gezond, klimaatbestendig en leefbaar Groningen in 2075.
33
Waarom geen boomkroonvolume? Naast oppervlakte kan ook het volume (lengte x breedte x hoogte) van een boomkroon
Landelijk gebied
worden gemeten. Boomkroonvolume geeft een vollediger beeld van de grootte en
Onze focus ligt op het vergroten van de boomkroonbedekking in bebouwde gebieden,
impact van bomen. Het geeft de waarde van de ecosysteemdiensten die een boom levert
waar de impact op de leefbaarheid het grootst is. In het landelijk gebied zijn bomen
weer, zoals verkoeling, luchtzuivering en waterregulatie. Daarnaast geeft het inzicht
ook belangrijk, maar spelen bomen en groen een andere rol, zoals het bevorderen van
in de benodigde groeiruimte voor de wortels van de boom. Toch hanteren we in dit
biodiversiteit, voor sociale en productieve functies en het versterken van landschappelijke
plan boomkroonbedekking als maatstaf. Het is momenteel de meest betrouwbare en
structuren. Daarom vallen bomen in het landelijk gebied en bomen in parken grotendeels
toepasbare maat op buurtniveau en wijze waarop we particuliere bomen mee kunnen
buiten de scope van dit plan als het gaat om het behalen van 30% kroonbedekking. Dat
wegen. Vanuit de landelijke bomennorm wordt in 2025 onderzocht hoe gemeenten
neemt niet weg dat instandhouding van het huidige boomkroonoppervlak van groot
zelf het boomkroonvolume per straat, buurt of wijk kunnen bepalen. We volgen deze
belang is in deze gebieden. De waarde en functie van deze bomen zijn verder opgenomen
ontwikkeling nauwgezet en sluiten niet uit dat we deze maat in de toekomst aanvullend
in andere beleidsdocumenten, zoals de Agenda Landelijk Gebied, de Landschapsbiografie
gaan gebruiken.
en het omgevingsprogramma Gemeentelijke Ecologische Structuur. Ook wordt gewerkt
2.2
10
Doelstelling
aan een Landschapskoers, die aanvullend op de biografie, inzichtelijk maakt welke kansen 30% als toekomstperspectief
er zijn voor boomstructuren in het landelijk gebied. Het landelijke gebied is wel onderdeel
De doelstelling van 30% boomkroonbedekking per buurt in 2075 is ambitieus, en dat is
van dit bomenplan als het gaat om biodiversiteit, leeftijdsverdeling en het creëren en
niet zonder reden. Tegelijkertijd realiseren we ons dat deze norm op sommige plekken,
versterken van ecologische verbindingen en landschappelijke structuren.
bijvoorbeeld in de dichtbebouwde stedelijke omgeving, een grote uitdaging vormt en in sommige gevallen niet haalbaar zal zijn. Dat betekent echter niet dat we voor minder moeten gaan. De 30%-norm is geen star getal, maar een richtpunt naar het niveau waar de maatschappelijke baten substantieel worden. Als het in bepaalde buurten niet mogelijk is om de boomkroonbedekking tot 30% te verhogen, is het zaak om die ambitie te compenseren met ander functioneel groen. Een studie van de KU Leuven stelt dat mocht 30% boomkroonbedekking niet mogelijk zijn er gecompenseerd zou moeten worden met een dubbel aandeel ander ‘klimaatgroen’. Dit sluit ook aan bij Europese richtlijnen, waarin wordt gesteld dat een kroonbedekking van 10% aanvaardbaar is wanneer 45% ander groen aanwezig is. Het streven naar 30% blijft dus richtinggevend, maar wordt benaderd met realisme én met de intentie om waar nodig functioneel groen als volwaardig alternatief in te zetten.
10
(Landelijke Bomennorm - Norminstituut Bomen, z.d.)
De groene zand- en fietspaden in de buurt van Haren zijn een bestemming voor zowel bezoekers als inwoners van de wijde omgeving.
34
2.3 Voorwaarden 2.3.1 VOORWAARDEN VOOR EEN GEZONDE KROONBEDEKKING We gaan de komende 50 jaar inzetten op het vergroten van kroonbedekking tot minimaal 30% op woonbuurtniveau. We kiezen bewust voor slechts één doelstelling, omdat met de groei van kroonbedekking veel verschillende positieve resultaten te bereiken zijn. De manier waarop groei tot stand komt, maakt echter een groot verschil: de waarde van bomen ligt in hun bijdrage aan een breder ecosysteem. Bomen functioneren in samenhang met onderbeplanting, bodemleven, fauna en waterhuishouding. Bij de uitvoering van het plan wordt daarom niet alleen gestuurd op de hoeveelheid kroon, maar ook op de kwaliteit en functie van vergroening, met oog voor ecologische samenhang, biodiversiteit,
Een goede groeiplaats is zelfs op moeilijke plekken te realiseren. De Kraneweg ging op de schop en er kwamen nieuwe bomen in ruime plantvakken. Onder de grond is een systeem van kunststof kratten gevuld met luchtige, voedingsrijke grond voor de bomen. Het zorgt ervoor dat de bomen kunnen groeien en dat er tegelijkertijd geparkeerd kan worden.
klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. We willen geen monocultuur van snelgroeiende bomen die weinig ecologische waarde hebben. Wat we wel willen is het realiseren van meer, beter en toegankelijker groen. Deze voorwaarden gelden voor zowel het stedelijke als het landelijk gebied. Daarom stellen we de volgende voorwaarden. Spreiding Alle inwoners van de gemeente hebben recht op een groene leefomgeving. Om dat te bereiken, gaan we voor minimaal 30% kroonbedekking in elke woonbuurt. Dit percentage moet binnen de buurten ook weer goed verdeeld zijn, zodat iedere inwoner profiteert van de baten die bomen leveren. In de Uitvoeringsagenda Groningen Klimaatbestendig 2020-2024 stellen we daarom dat iedereen binnen 300 meter een koele buitenruimte moet kunnen bereiken. Onder een koele buitenruimte verstaan we een gebied van minimaal 200 m² met een lagere gevoelstemperatuur dan in het buitengebied. We geven hierbij prioriteit aan kwetsbare groepen en maatschappelijke plekken waar veel inwoners samenkomen
zoals scholen, wijk- en dorpscentra, winkelcentra en sportplekken. Soortdiversiteit Een divers bomenbestand is minder kwetsbaar voor ziekten en plagen en beter bestand tegen klimaatverandering. Ook versterkt soortenrijkheid de biodiversiteit. Hoe meer boomsoorten, hoe meer waardplanten en mogelijkheden voor lange ‘bloeibogen’: dat is de lengte van een periode waarin de diverse planten op een locatie bloeien en zo insecten van voedsel voorzien. Daarbij vermindert een diverse aanplant ook de kans op hoge concentraties pollen en daarmee overlast voor mensen met een allergie. Soortendiversiteit moet tot op straatniveau worden nagestreefd. Goede groeiplaatsen Een goede groeiplaats is een voorwaarde voor een groeiende boomkroonbedekking. Een boom brengt zijn kroon namelijk altijd in balans met de capaciteit van zijn
35
en mogelijke gebreken die hier invloed op hebben, zoals de aanwezigheid van een schadelijke zwam of aanrijdschade van een auto. Daarnaast zijn andere factoren ook van invloed op de boomkwaliteit. Een kleine groeiplaats biedt bijvoorbeeld nooit genoeg ruimte voor een kwalitatieve grote boom(kroon). Door met deze factoren vanaf de aanplant rekening te houden, streven we een hoge boomkwaliteit na. De kwaliteit van de bomen geeft dus aan de ene kant aan wat we mogen verwachten van de kroonbedekking. Aan de andere kant geeft de kwaliteit aan of de voorwaarden voor de bomen optimaal zijn. Met het verzamelen van de hierboven beschreven gegevens over de kwaliteit van
Voorwaarden
2.3
bomen, ontstaat een beeld van de verbeterpotentie van het bestaande areaal. Zo kunnen we gericht acties ondernemen om de kroonbedekking te vergroten op Dakplatanen als natuurlijke parasol bij een horecagelegenheid. Kleine bomen met veel bladoppervlak kunnen erg nuttig zijn bij weinig ruimte.
kansrijke plekken. Leeftijdsverdeling Een goede leeftijdsverdeling (evenwichtige spreiding van het bomenbestand over
wortelpakket. Gaat het goed met de wortels, dan gaat het ook bijna altijd goed
alle leeftijdscategorieën) in een bomenbestand helpt bij het borgen van continuïteit
met de kroon. Gaat het niet goed met de wortels, dan zie je afsterving van twijgen,
in de boomkroonbedekking. Een onbalans in de leeftijdsverdeling kan leiden tot de
takken en soms de hele boom.
uitval van een deel van het bomenbestand. Bij een goede leeftijdsverdeling zijn bij uitval van oude bomen genoeg andere bomen in de omgeving aanwezig die voor een
Bomen hebben voldoende wortelruimte nodig met zuurstof, vocht, voeding
gezonde leefomgeving blijven zorgen. Als de aanplant van nieuwe bomen pas begint
en bodemleven. Boven de grond zijn factoren als licht en beplanting van
nadat een deel van de oude bomen is uitgevallen, zal de kroonbedekking (tijdelijk)
invloed. Bomen in een goede groeiplaats veroorzaken minder overlast zoals
afnemen.
bestratingsopdruk en losliggende tegels in de stoep. Hierdoor verbetert de toegankelijkheid van de gemeente. De norm is goede groeiplaatsen met
2.3.2 OVERIGE VOORWAARDEN EN UITGANGSPUNTEN
wortelruimte die groot genoeg is om bomen oud te laten worden. Daarbij zijn
Naast de gestelde voorwaarden voor een gezonde groei van de boomkroonbedekking
water en bodem sturend, beperken we gronduitwisseling en streven we naar een
zijn er ook andere voorwaarden en uitgangspunten waar het bomenplan aan
biodiverse inrichting van standplaatsen.
moet voldoen. Dit zijn uitgangspunten die zijn opgehaald uit de gesprekken met belanghebbenden en uit bestaand beleid. Met deze uitgangspunten borgen we dat
Boomkwaliteit
het resultaat in lijn is met de visie en overig gemeentelijk beleid.
De meest bepalende factor voor boomkroonbedekking is de boomkwaliteit. Een belangrijke voorwaarde voor een robuust bomenbestand. Onder boomkwaliteit
Juiste boom op de juiste plek
verstaan we de algehele staat van een boom en kijken we naar de conditie, vitaliteit
Voorop staat dat het aanplanten van een boom maatwerk blijft. Met de juiste boom op
Op een warme dag genieten mensen van de rust en koelte die een park geeft. Parken zijn groene elementen die met behulp van straaten laanbomen een grotere structuur kunnen vormen.
Voorwaarden
2.3
36
de juiste plek bedoelen we dat per locatie gekeken wordt welk doel of welke doelen
Biodiversiteit
de boom moet nastreven. In combinatie met een goede groeiplaats kan een boom
De afname van de biodiversiteit is een grote bedreiging voor de mensheid. Onze
dan langer zijn functie vervullen. Denk aan het versterken van de biodiversiteit, het
speciale aandacht gaat daarom uit naar het versterken van de biodiversiteit. We
opvangen van regenwater, het temperen van hitte, sociale en productieve functies
hebben biodiversiteit nodig voor ons voedsel, behoud van onze natuur en een
(bijvoorbeeld een voedselbos), het verbeteren van de luchtkwaliteit en het behouden
prettige leefomgeving. We focussen ons daarbij op de 6 V’s: voedsel, vocht, veiligheid,
van de cultuurhistorie. Om de biodiversiteit te bevorderen, zijn keuzes voor inheemse
voortplanting, verbinding en variatie. We doen dat juist in het bebouwde deel omdat uit
soorten voor de hand liggend.
onderzoeken blijkt dat daar op dit moment veel kansen liggen. Bomen moeten bijdragen
Maar dan moet de gekozen soort wél een toekomst hebben op bijvoorbeeld
aan de biodiversiteit. Bij de keuze voor de soort, de plek en de inrichting van de groeiplaats
een plek met veel blootstelling aan zon. Daarnaast is het van belang om bij de
moet hier optimaal rekening mee worden gehouden. Denk aan het voorkomen van
soortsamenstelling en soortkeuze rekening te houden met de wensen en behoeften
monocultuur, het beperken van gronduitwisseling, het verlengen van bloeibogen en het
van de omgeving. Denk aan het planten van niet-allergene bomen rondom
versterken van verbindingen. Daarnaast is het ook belangrijk om te kijken naar de huidige
drukbezochte plekken zoals scholen en winkelcentra. Tot slot moet rekening
ecologische kwaliteit van een gebied. In kruidenrijke graslanden of langs oevers kan het
gehouden worden met lokale wensen en initiatieven van inwoners en ondernemers.
wenselijk zijn om minder of zelfs geen bomen te planten. Dit om te voorkomen dat de ecologische kwaliteit van het grasland of water achteruitgaat door schaduwwerking van nieuw aangeplante bomen. Verder kan het onderhoud vanaf de kant van de watergangen
37
(maaien en baggeren) moeilijker worden uitgevoerd met meer bomen op de oever.
schoolomgevingen, zorginstellingen en drukbezochte parken, streven we ernaar
2.3
om geen monocultuur van boomsoorten met een hoge allergene werking te Sluit aan op bestaande structuren
planten. Hiervoor maken we gebruik van de Groninger boomsoortenlijst en
Voor bomen is er in de gemeente Groningen een hoofd- en nevenstructuur
kennisinstrumenten zoals het Bomenkompas van het LUMC, dat per soort inzicht
ontwikkeld. In de voormalige gemeenten Haren en Ten Boer waren ook structuren
geeft in de mate van pollenproductie en -impact. Door deze informatie al in het
en elementen aangewezen. In 2026 wordt de Stedelijke Ecologische Structuur
ontwerpstadium mee te nemen, draagt het bomenbestand bij aan een inclusieve,
vervangen door de Gemeentelijke Ecologische Structuur. Hierin zijn ook de
gezonde leefomgeving voor álle inwoners. Tegelijkertijd laat recent onderzoek
structuren van Haren en Ten Boer opgenomen. Daarnaast werken we, als uitwerking
in Finland zien dat contact met natuurlijk groen, zoals aarde en planten, het
van de ontwerpleidraad Nieuwe Ruimte, met buurtraamwerken en bouwdozen.
immuunsysteem van kinderen versterkt en het risico op allergieën en astma verlaagt11.
Om de effectiviteit van bomen te vergroten, is het belangrijk dat we bomen
Juist op plekken waar kinderen veel tijd doorbrengen, zoals schoolpleinen,
laten aansluiten op bestaande structuren (ecologische, cultuurhistorische en
onderstreept dit het belang van een groene inrichting, waarbij gezondheid vanuit
landschappelijke structuren) en nieuwe structuren voor onze hele gemeente
meerdere invalshoeken wordt meegewogen.
Voorwaarden
ontwikkelen. In elke structuur hebben bomen weer een andere rol en functie. Toegankelijkheid We willen dat iedereen toegang heeft tot schaduw, groenbeleving en verkoeling. Toegankelijkheid is daarbij een expliciet uitgangspunt. Dit betekent dat we in ontwerpkeuzes en bij het beheer rekening houden met fysieke en zintuiglijke toegankelijkheid, voor mensen met een visuele beperking, mensen die gebruikmaken van een rolstoel, rollator of kinderwagen, en andere langzame weggebruikers. Denk daarbij aan voldoende doorgang op trottoirs, veilige en voelbare boomspiegels, diepwortelende bomen ter voorkoming van wortelopdruk, en het benutten van de positieve effecten van groen op akoestiek in versteende omgevingen. Allergeniciteit en gezondheidseffecten Naast ecologische, ruimtelijke en klimaatadaptieve criteria speelt ook de volksgezondheid een rol bij de boomsoortenkeuze. Sommige boomsoorten, zoals berk, els en hazelaar, produceren veel pollen die hooikoortsklachten kunnen veroorzaken. Gezien het grote aantal mensen dat op dit moment gevoelig is voor pollen, wordt bij de keuze voor soorten rekening gehouden met de allergeniciteit. Vooral op locaties waar veel mensen verblijven, zoals drukke delen in woonwijken, 11
(Zurhake, S. (NOS, 2025)
3.
WAAR STAAN WE NU?
39
De gemeente Groningen heeft een oppervlakte van 83,69 km². Hierop groeien ruim 127.000 bomen in de openbare ruimte (2025) en nog veel meer privébomen. Om te bepalen waar we staan ten opzichte van ons doel voor 2075 – 30 % kroonbedekking per woonbuurt – brengen we de huidige situatie in deze paragraaf in beeld. Naast kroonbedekking, brengen we ook de factoren die hier invloed op uitoefenen in kaart: de soortendiversiteit, leeftijdsverdeling, kwaliteit van de groeiplaatsen en de kwaliteit van de boom zelf. Zo zien we aan welke knoppen we kunnen draaien om het doel te bereiken.
40
3.1 Boomkroonbedekking In 2022 is de boomkroonbedekking van de gemeente Groningen in beeld gebracht.
bijlage IV). Deze benadering houdt echter geen rekening met factoren zoals
Voor de analyse is onderscheid gemaakt tussen het stedelijk gebied en het totale
klimaatverandering, boomziekten of verlies van groeiruimte en vormt daarmee
grondoppervlak van de gemeente Groningen. Onder stedelijk gebied worden alle
een optimistisch scenario. Zelfs in dit gunstigste geval betekent dit dat we - zonder
bebouwde gebieden verstaan. Het stedelijk gebied van de gemeente Groningen
aanpassingen in ons bomenbeheer - geen gezonde leefomgeving met 30%
heeft een boomkroonbedekkingspercentage van 12,5% (peiljaar 2022). Deze
boomkroonbedekking zullen realiseren. Dit bomenplan moet daarom in de komende
stedelijke gebieden komen niet exact overeen met de CBS-buurten die voor dit
50 jaar minimaal 10% extra boomkroonbedekking kunnen realiseren.
beleidsdocument zijn gebruikt. Daarom is een analyse toegepast waarbij een selectie is gemaakt van het totaal aantal buurten naar ‘woon- en werkbuurten’, gebaseerd op het stedelijk gebied. Uit het onderzoek van 2022 kan geconcludeerd worden dat de boomkroonbedekking in de gemeente toeneemt. Deze groei is deels te verklaren door de verbeterde resolutie van de AHN-kaarten (Algemene Hoogtekaart Nederland). Dit betekent dat de daadwerkelijke groei enigszins kan afwijken. Wel is duidelijk dat de kroonbedekking toeneemt, ondanks een lichte daling van het aantal bomen tussen 2019 en 2022. Verder blijkt uit het onderzoek dat binnen het landelijke grondgebied het aandeel boomkronen in particulier eigendom groter is dan het aandeel publieke boomkronen. Binnen het stedelijke grondgebied is juist het aandeel publieke boomkronen groter. Op basis van het Terra Nostra-onderzoek uit 2022 is een globale inschatting gemaakt van de ontwikkeling van de boomkroonbedekking in de komende decennia. Indien de huidige groei zich lineair voortzet, bereiken we in 2075 een boomkroonbedekking van circa 20,8%. Dit kan worden beschouwd als de autonome groei. Hoewel individuele bomen niet lineair groeien, zorgt de afwisseling van jonge en oude bomen ervoor dat de totale boomkroonbedekking op lange termijn wél degelijk een redelijk constante groei vertoont (zie ook
41
3.1.1 BOOMKROONBEDEKKING PER WOONBUURT Ons doel is 30% boomkroonbedekking per woonbuurt in 2075. Groningen telt 93 woon- en werkbuurten. Op basis van de analyse uit 2022, waarbij de berekening plaatsvond op kompaswijk niveau, hebben we het kroonbedekkingspercentage
3.1
omgerekend naar CBS- woonbuurt. Hieruit blijkt dat: De Villabuurt en Haren-Zuidoost reeds voldoen aan de 30% boomkroonbedekking.
Boomkroonbedekking
Lewenborg Noord en -West hier dichtbij komen, met respectievelijk 27,4 en 28,4%. Sommige woonbuurten, zoals de Linie, Hoogkerk dorp en de Badstratenbuurt, niet boven de 7% uitkomen.
% boomkroonbedekking van totaaloppervlak buurt (2022) 0-5 5 - 10 10 - 15 15 - 20 20 - 25 25 - 30 > 30 Buurt met andere functie dan wonen of werken
Afbeelding 4. De boomkroonbedekking per woon- en werkbuurt binnen de gemeente. Twee buurten hebben meer dan 30% boomkroonbedekking, het merendeel heeft minder dan 15%.
42
3.1.2 BOOMKROONBEDEKKING PARTICULIER EN OPENBAAR De gemeente Groningen bezit 26,7% van het totale gemeenteoppervlak, terwijl 73,3% in particulier eigendom is. Om weloverwogen keuzes te kunnen maken over te nemen maatregelen, is het belangrijk om zowel de verhouding tussen openbaar en privaat eigendom (al het eigendom dat niet van de gemeente
3.1
Groningen is) als de kroondekking op beide type gronden in kaart te hebben. Uit de groenanalyse blijkt dat private gronden een boomkroonbedekking van 8,9% hebben, tegenover 16,3% voor het stedelijke openbare gebied.
Boomkroonbedekking
De groenanalyse laat zien dat op private gronden in het stedelijk gebied 54,7% van de oppervlakte uit groen bestaat, waarvan slechts 8,9% boomkroonbedekking betreft; het overige deel (45,8%) bestaat uit lagere vegetatie zoals gras en struiken.
% van totale boomkroonbedekking 0 - 10 11 - 20 21 - 30 31 - 40 41 - 50 51 - 60 61 - 70 71 - 80 81 - 90 91 - 100
Afbeelding 5. Het aandeel van de boomkroonbedekking binnen de publieke ruimte van de buurt. Het resterende percentage is dus de boomkroonbedekking in private ruimte.
43
3.2 Spreiding In 2023 is een nieuwe analyse uitgevoerd naar de loopafstand tot koelte, als actualisatie van de eerdere analyse uit 2019. Deze analyse geeft aan hoe ver gebouwen van een koele, aangename verblijfsplek af liggen. Koelteplekken zijn gedefinieerd als openbare locaties van minimaal 200 m² met een gevoelstemperatuur onder de 36,5°C. De minimale grootte van 200 vierkante meter is gekozen vanwege het significante koeleffect12 en omdat deze omvang minimaal nodig is voor bijvoorbeeld het vormen van een evenwichtig ecosysteem13. Smalle stroken en plekken vlak langs drukke wegen zijn uitgesloten. De afstanden zijn berekend via realistische voetgangersroutes. De analyse geeft in één oogopslag inzicht in wijken waar onvoldoende beleefbaar groen of koelte beschikbaar is. Voor het vervolg is het aan te bevelen ook de koelte netwerken voor de stad in beeld te brengen. Voor de ontbrekende schakels is het raadzaam aanvullende maatregelen voor schaduw te nemen en deze in te richten als comfort routes die ook sociaal veilig zijn en ook voorzieningen bieden als bankjes.
Loopafstand tot koelte - panden Loopafstand tot 100 meter Loopafstand tot 200 meter Loopafstand tot 300 meter Loopafstand tot 400 meter Loopafstand tot 500 meter Loopafstand vanaf 500 meter
Afbeelding 6. Afstand van panden tot koelte. Hoe roder, des te langer de afstand. Hoe groener, des te korter. 0
12
(Bacci et al., 2003)
13
(Verploegh, 2016)
0,5
1 km
Gemeentegrens
44
Loopafstand tot 100 meter Loopafstand tot 200 meter Loopafstand tot 300 meter Loopafstand tot 400 meter Loopafstand tot 500 meter Loopafstand vanaf 500 meter Gemeentegrens
Spreiding
3.2
Loopafstand tot koelte - panden
Afbeelding 7. Uitsnede afstand van panden tot koelte. Bron: Hitteanalyse 2023, Tauw.
45
3.3 Soortdiversiteit Beukenlanen, eikenlanen, rijen met essen, in Nederland zijn we gewend aan uniformiteit in straten en lanen. In het verleden werd hier vaak voor gekozen omdat het als mooi werd beschouwd, goedkoper was of eenvoudiger in onderhoud. De keerzijde is inmiddels duidelijk geworden. In de afgelopen jaren zijn bijvoorbeeld veel essen in Groningen afgestorven als gevolg van essentaksterfte.