Bijlage 1 Beleidskader Zon op daken gemeente Groningen 2021-2025.pdf
Tekst van het document
Daarom is in het ambitiekader 2021-2025 tussen gemeente corporaties en huurdersorganisaties opgenomen dat wij zoveel mogelijk corporatieve daken willen benutten voor het opwekken van hernieuwbare energie. Gemeente en corporaties delen elkaars beleid en dragen van daaruit bij. Deze ambitie wordt meegenomen in het traject naar het nieuwe Woonakkoord en de nieuwe prestatieafspraken.
• Bedrijven Veel bedrijfsdaken zijn nog onbenut. Wij zijn daarom via Groningen Werkt Slim in gesprek met de bedrijvenverenigingen en maken afspraken om bestaande geschikte bedrijfsdaken zoveel als mogelijk te benutten met zonnepanelen. De afspraken leggen we vanuit een integrale benadering van de energietransitie vast in een uitvoeringsplan. Dat doen wij in eerste instantie op basis van vrijwilligheid. Als ‘vangnet’ ontstaat naar alle waarschijnlijkheid op termijn de mogelijkheid om zonnepanelen op geschikte industriedaken te verplichten. De voorwaarden om over te gaan tot eventuele verplichting doen wij in overleg met de bedrijvenverenigingen. • Scholen Wij vinden het belangrijk dat kinderen opgroeien in een omgeving die het goede voorbeeld geeft. Daartoe is een convenant gesloten dat alle schoolgebouwen de komende 15 jaar energieneutraal worden. Hoewel de gemeente veelal geen zeggenschap heeft over deze daken is onze ambitie dat wij zonnepanelen op schooldaken willen we versnellen door, daar waar het kan, de plaatsing van het zonnedak in tijd naar voren te trekken. Vanaf de volgende pagina gaan wij dieper op de verschillende bovengenoemde en andere categorieën en subcategorieën in en geven een korte analyse van de (subsidie)mogelijkheden, belangrijkste knelpunten en opgaven, en schetsen we wat wij als gemeente daarin wel en niet kunnen betekenen.
23
Nieuwbouw Vanaf 1 januari 2021 moeten nieuwe vergunningaanvragen voor woning- en utiliteitsbouw en renovatie voldoen aan de BENG-normering (Bijna Energieneutrale Gebouwen). Gebouwen moeten daarbij zeer energiezuinig gebouwd worden en er worden eisen gesteld aan het aandeel hernieuwbare energie. Het is zeer aantrekkelijk en aannemelijk dat ontwikkelaars zonnepanelen gaan toepassen om aan de nieuwe eisen te voldoen, maar dit is niet verplicht. Als op een andere manier aan de BENG-normering voldaan kan worden, dan mag dat. De betaalbaarheids- en ruimtelijke aspecten in ogenschouw nemend, zien wij graag dat bij nieuwbouw van woningen en bedrijfsgebouwen zoveel als mogelijk beschikbaar dakoppervlak benut kan worden voor zonnepanelen. Met ingang van de Omgevingswet, het Omgevingsplan en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) ontstaat naar alle waarschijnlijkheid de mogelijkheid voor gemeenten om middels maatwerkregels aanvullende eisen in het Omgevingsplan en bij de omgevingsvergunning te stellen voor de toepassing van zonnepanelen. Wanneer dit nodig blijkt, en wettelijk mogelijk is, willen wij dit als vangnet inzetten om de kansen van zonnepanelen op nieuwe daken zoveel als mogelijk te benutten. Gezien de relatief beperkte kosten van zonnepanelen verwachten wij niet dat dit tot onacceptabele meerkosten leidt.
Wij verwachten dat dit door de markt op een slimme manier wordt georganiseerd. Wij houden dit nauwlettend in de gaten. Als blijkt dat dit tot knelpunten in de financiering leidt, onderzoeken wij wat hiervoor nodig is en wat de gemeente hierin kan betekenen. De nieuwe wetgeving zal naar verwachting (maar onder voorbehoud) op 1 juli 2022 in werking treden.
Woningen Particuliere koop- en huurwoningen Verreweg de meeste potentie voor zonnepanelen is te vinden op daken van bestaande particuliere woningen. Particuliere woningeigenaren (al dan niet in VvE-verband) dragen voor meer dan de helft bij aan de ambitie van 450MWp. Zij zijn daarmee de belangrijkste doelgroep voor de gemeente om de ambitie te halen. Woningeigenaren in de gemeente Groningen hebben de afgelopen periode boven verwachting veel zonnepanelen op hun daken geïnstalleerd. Op 12 procent van de panden met een woonfunctie zijn inmiddels al zonnepanelen geïnstalleerd. Daarmee scoort Groningen landelijk bovengemiddeld. Omdat zoveel mogelijk elektriciteit terugleveren op dit moment niet financieel wordt gestimuleerd, leggen veel huiseigenaren precies genoeg zonnepanelen op hun daken voor hun eigen gebruik. Daardoor worden grote delen van daken niet gebruikt. Met het afbouwen van de salderingsregeling heeft voormalig minister Wiebes beloofd dat voor het produceren van eigen zonne-elektriciteit ‘een eerlijke prijs’ wordt betaald. Wij verwachten dat het hierdoor loont om het beschikbare geschikt dakoppervlak zoveel als mogelijk te gaan benutten met zonnepanelen en wij verwachten dat in 2035 op 6 van de 10 geschikte woondaken uiteindelijk zonnepanelen worden geïnstalleerd. Dit gebeurt grotendeels volgens een autonome groei en naar aanleiding van landelijke wet- en regelgeving.
Bovendien kunnen particuliere woningeigenaren in het aardbevingsgebied met erkende bevingsschade gebruik maken van de subsidie waardevermeerderingsregeling om de woning duurzamer te maken. Maximaal 4.000 euro subsidie per woning is beschikbaar om bijvoorbeeld de vloer te isoleren, een zonneboiler of zonnepanelen te installeren. Ook als er gebruik maakt is van de stuwmeerregeling en niet eerder gebruik is gemaakt van de waardevermeerderingsregeling komt men voorlopig nog in aanmerking voor deze subsidie. De meeste woningeigenaren weten de weg naar de installateur te vinden. Uit het Stadspanel is gebleken dat een deel van de eigenaren die nog geen zonnepanelen hebben dit nog niet hebben gedaan omdat zij niet precies weten waar zij op moeten letten. Daarnaast zijn er zoveel zonnepaneleninstallateurs dat veel huishoudens,
Figuur 6 Reitdiep. Bron: Mariska de Groot
24
bedrijven en instellingen door de bomen het bos niet meer zien. We hebben als gemeente daarom de taak om hen nog beter te helpen wegwijs te worden en hen te helpen aan de juiste subsidie- en/of leenmogelijkheden. Dit doet wij via het Energieloket Groningen. We zetten in op onafhankelijke ‘zonnecoaches’ die persoonlijk maatwerkadvies ‘aan de keukentafel’ kunnen bieden. Parallel hieraan continueren wij bij voldoende belangstelling via het Energieloket de gezamenlijke inkoopacties voor zonnepanelen. Een eerdere inkoopactie is succesvol verlopen. Woningcorporaties 34 procent van de woningen is in eigendom van een van de woningbouwverenigingen en vervullen daarmee een belangrijke rol om de doelstellingen te halen. Wij vinden het belangrijk dat de woningcorporaties de woningvoorraad versneld verduurzaamd en de woningen voorziet van zonnepanelen. Dit omdat de energieprijzen (voor met name gas) verder gaan stijgen en wij willen dat betaalbaar wonen én verduurzamen samen op moet kunnen gaan. Met de corporaties maken wij jaarlijks prestatieafspraken. Voor duurzaamheid stellen we dat bij renovatie de woningen label A moeten zijn. Wij constateren echter dat er nu gerenoveerde woningen worden opgeleverd met een energielabel A, maar dat niet altijd gelijk al zonnepanelen of -collectoren worden geïnstalleerd.
En als er wel zonnepanelen geïnstalleerd worden, dan zijn dit vaak maar 6 of 8 panelen. Dit is veelal voldoende om het eigen verbruik te dekken maar niet toekomstvast. Hierdoor blijft veel geschikt dakoppervlak helaas onbenut. Daarom is in het ambitiekader 2021-2025 tussen gemeente corporaties en huurdersorganisaties opgenomen dat wij zoveel mogelijk corporatieve daken willen benutten voor het opwekken van hernieuwbare energie. Gemeente en corporaties delen elkaars beleid en dragen van daaruit bij. Deze ambitie wordt meegenomen in het traject naar het nieuwe Woonakkoord en de nieuwe prestatieafspraken.
daken van appartementen van zonnepanelen voorzien. Het wetsvoorstel verduidelijkt dat het verduurzamen van woningen onderdeel is van de taak van woningbouwcorporaties. Praktisch gezien maakt de nieuwe wet het plaatsen van zonnepanelen op de daken van complexen gemakkelijker door te regelen dat opgewekte energie niet via de meterkast ten goede moet komen aan huurders maar dat er ook rechtstreeks aan het net mag worden geleverd. Dat maakt de implementatie gemakkelijker en goedkoper. De opbrengst kan vervolgens met de bewoners worden verrekend. Ook wordt het hierdoor voor corporaties mogelijk om bij het verduurzamen van hun eigen bezit ook direct betrokken particuliere eigenaren, dus gespikkeld bezit, te ontzorgen. Corporaties kunnen dan de overheadkosten dragen, bijvoorbeeld als een gemeenschappelijke vergunningsaanvraag moeten worden gedaan.
Win-win-win succesverhaal: Huren met Zon Nijestee investeert in zonne-energie door bij al hun woningen de mogelijkheid te bieden om zonnepanelen te laten plaatsen. Dit project voeren ze uit met de lokale energiecoöperatie Grunneger Power (GP). Wanneer minimaal 70 procent van het woonblok akkoord is, worden zonnepanelen geplaatst. 250 grondgebonden huurwoningen van Nijestee zijn inmiddels door GP voorzien van ruim 1.500 zonnepanelen en al 167 deelnemers in de gestapelde bouw (portieketagewoningen) hebben op deze manier 776 zonnepanelen in gebruik genomen. Hiermee ontstaat een win-win-win situatie: Nijestee verbetert hierdoor hun gemiddelde energielabel van hun woningvoorraad, de gemeente profiteert omdat onbenut dakoppervlak nu een nuttige tweede functie krijgt en ook de huurders profiteren; de huurders krijgen een huurverhoging, maar deze is gegarandeerd lager dan de besparing op de energierekening. De huurders profiteren dus direct, zonder dat ze hoeven te investeren.
Landelijk wordt het verduurzamen van corporatief vastgoed makkelijker gemaakt. Met het vaststellen van de nieuwe Woningwet mogen woningcorporaties nu hele
25
VvE’s Terwijl op particuliere daken steeds meer zonnepanelen verschijnen, blijft het aantal zonnepanelen op daken van VvE’s achter. Groningen staat in de top 5 steden met de meeste VvE’s. VvE’s kunnen een belangrijke startmotor zijn van de energietransitie, maar VvE’s hebben wel te maken met veel voorkomende barrières in het proces van besluitvorming. Dit als gevolg van verschillende belangen van de VvE-leden en onvoldoende technische en/of juridische kennis. Het gevolg is dat de meeste projecten al in een vroeg stadium vastlopen. In de procesaanpak van VvE’s in Groningen (mede ontwikkeld door TNO) wordt zonne-energie (zonnepanelen en zonneboilers) integraal meegenomen bij de onafhankelijke begeleiding van VvE’s. Voor zowel een totaaltraject van (vergaande) energiebesparing, maar ook voor alleen zonopwek. Door de eigenaren maximaal te betrekken bij het proces met aparte informatieavonden en een energie-ALV, is de kans op succes aanmerkelijk groter. VvE’s kunnen gebruik maken van de ISDE-subsidieregeling voor de plaatsing van een zonneboiler. Zonnepanelen op VvE-daken krijgen geen ISDE-subsidie, maar daken kunnen wel collectief ingezet worden door gebruik te maken van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE). Voor grote daken is het eveneens mogelijk om gebruik te maken van de SDE++ regeling.
Bedrijven Algemeen Een groot aantal bedrijven is al goed op weg en heeft op eigen initiatief, met behulp van Groningen Werkt Slim of door toezicht van VTH al verduurzamingsmaatregelen genomen. Zij hebben al voldaan aan de Energiebesparingsplicht. Die verplicht via het Activiteitenbesluit milieubeheer bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder uit te voeren. Deze verplichting geldt voor bedrijven en instellingen, zogenaamde Wet milieubeheer-inrichtingen, die per jaar vanaf 50.000 kilowat-
tuur of 25.000 kubieke meter aardgas of een equivalent daarvan verbruiken. Voor de financiering van maatregelen met een terugverdientijd van meer dan vijf jaar kunnen bedrijven en instellingen een lening aanvragen bij Fonds Nieuwe Doen met een aantrekkelijke rente. Voor maatregelen met een terugverdientijd van maximaal vijf jaar is een lening via FND minder aantrekkelijk. Wij onderzoeken met de provincie of het Fonds Nieuwe Doen altijd een lening met aantrekkelijke rente aan kan bieden, ongeacht de terugverdientijd van de maatregelen, of dat een aanvullende gemeentelijke Duurzaamheidslening met gunstige voorwaarden meerwaarde heeft. Bedrijfspanden worden grofweg opgedeeld in twee subcategorieën: kantoorpanden en industriepanden: Kantoren Per 1 januari 2023 moet elk kantoorgebouw minimaal energielabel C hebben (gevolgd door label A in 2030). Voldoet het gebouw dan niet aan de eisen, dan mag het per 1 januari 2023 niet meer als kantoor worden gebruikt. Bij de bepaling van het energielabel weegt ook het aandeel hernieuwbare energie mee in de beoordeling. De verwachting is dat veel kantoorpandeigenaren met een energielabel D t/m G het geschikt en beschikbaar dakoppervlak gaan benutten met zonnepanelen om aan deze eis te voldoen. Voor nieuwe kantoorpanden zijn de eisen strenger.
Voor alle nieuwbouw, dus ook kantoorpanden, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Ook bij de BENG normering weegt het aandeel zelfgeproduceerde hernieuwbare energie mee in de berekening. De verwachting is dat met de huidige landelijke regelgeving daken van kantoren vanaf 2023 in voldoende mate voorzien zijn van zonnepanelen. Vanuit de gemeente is hierop de komende jaren naar verwachting geen extra actie benodigd om de ambitie te halen.
26
Industrie Sinds 1 januari 2021 geldt voor industriële bedrijven met een hoge CO2-uitstoot een nationale CO2-heffing. Zo worden bedrijven meer gestimuleerd om bij hun investeringen rekening te houden met de gevolgen van CO2-uitstoot voor mens en milieu. De heffing is deel van een breed pakket maatregelen, dat industriële bedrijven stimuleert te investeren in verduurzaming, zoals de aanleg van zonnepanelen. Ondanks de CO2-heffing zijn nog steeds veel daken van industriepanden nog niet voorzien van zonnepanelen. Dat is zonde, want hierdoor blijft veel potentieel onbenut. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat bedrijven als grootverbruikers van energie veel lagere stroomtarieven betalen, waardoor de terugverdientijd een stuk langer is dan bij huishoudens. Daarnaast geldt dat, met name veel nieuwere panden met platte daken, niet voorbereid zijn op de komst van zonnepanelen en onvoldoende draagkrachtig zijn om het gewicht van de installatie te kunnen dragen. Zo is het bekend dat maar 20 procent van de agrarische daken in Noord-Nederland direct geschikt is voor zonnepanelen. Bij 75 procent van de agrarische daken zijn aanvullende, soms kostbare, dakverstevigingen nodig, waardoor de terugverdientijd langer wordt. 5 procent van de agrarische daken zijn ongeschikt.
Wij zijn daarom via Groningen Werkt Slim in gesprek met de bedrijvenverenigingen en maken afspraken om bestaande geschikte bedrijfsdaken zoveel als mogelijk te benutten met zonnepanelen. De afspraken leggen we vanuit een integrale benadering van de energietransitie vast in een uitvoeringsplan. Dat doen wij in eerste instantie op basis van vrijwilligheid. Als ‘vangnet’ ontstaat naar alle waarschijnlijkheid op termijn de mogelijkheid om zonnepanelen op geschikte industriedaken te verplichten. De voorwaarden om over te gaan tot eventuele verplichting doen wij in overleg met de bedrijvenverenigingen. Toelichting Op 1 juli 2022 (ovb) treedt de nieuwe Omgevingswet en ook het nieuwe Besluit bouwwerken Leefomgeving (Bbl) in. Gemeenten krijgen op grond van artikel 4.151 naar alle
waarschijnlijkheid de mogelijkheid om in het omgevingsplan bij nieuwe industrie- en overige gebruiksfuncties een regel op te nemen over het gebruik van het dak (of een deel daarvan) voor de opwek van hernieuwbare energie. Bovendien kan het Bbl het mogelijk maken om in specifieke situaties via maatwerkvoorschriften bij bestaande bedrijfsgebouwen aanvullende duurzaamheidseisen te stellen. De grondslag komt voort uit artikel 3.83 en luidt: ‘Een bouwwerk is voldoende energiezuinig en klimaatadaptief en voorziet in voldoende opwek van hernieuwbare energie’. Deze wettelijke mogelijkheid gaat vooralsnog alleen voor industriegebouwen en ‘overige functies’ bestaan; maatschappelijk vastgoed, zoals schoolgebouwen, vallen niet onder deze wettelijke mogelijkheid. Maatschappelijk vastgoed Overheidsgebouwen Ministeries en Rijksvastgoedhoudende diensten werken samen en in overleg met de regio’s aan de mogelijkheden voor de opwek van hernieuwbare energie op Rijksvastgoed. Dit gebeurt in het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER). Bij Rijksvastgoed gaat het om gronden, gebouwen en wateren van Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbedrijf, Staatsbosbeheer, ProRail en Defensie. De werkgroep kijkt in eerste instantie welke mogelijkheden er zijn op de eigen gronden en gebouwen. Op basis daarvan vindt het gesprek met de RES-regio’s plaats.
Uit de enquête onder het Inwonerspanel blijkt dat men het liefst zonnepanelen ziet op daken van bedrijfspanden en op de gebouwen van de overheid. In Groningen staan ongeveer 1.350 gebouwen van de overheid (Rijk, ProRail, provincie, waterschappen of gemeente). Zowel het Rijksvastgoedbedrijf, de provincie als de gemeente hebben de verplichting en uitvoeringsprogramma’s om de gebouwen te verduurzamen en de kantoren vóór 2023 op minimaal energielabel C te brengen. Gemeente Groningen ligt daarbij op koers. Zonnepanelen vormen daarbij een logisch onderdeel van.
27
De gemeente Groningen is vanuit verschillende rollen (eigenaar, economisch claimrecht, subsidierelatie, huur etc.) verantwoordelijk voor, danwel betrokken bij, meer dan 500 panden. Dit zijn naast de panden voor de ambtelijke organisatie, panden binnen de onderwijs-, sport-, cultuur- en welzijnssector, aangevuld met strategisch vastgoed en de monumenten van het Groninger Monumentenfonds. Voor de verduurzaming van de panden wordt eind 2021 de Routekaart Verduurzaming Maatschappelijke Vastgoed gepresenteerd waarin keuzes gemaakt worden over de aanpak van deze opgave. Zonnepanelen op daken zijn daarbij het ‘laaghangend fruit’ want deze kunnen in veel gevallen vroeger of later wel uit. Zonnepanelen op daken is een no-regret maatregel omdat deze in elk verduurzamingsscenario past. De gemeente Groningen heeft de intentie om al het beschikbare dakoppervlak, indien mogelijk en geschikt, in te zetten voor het plaatsen van zonnepanelen. Hierbij pakken wij eerst onze eigen panden aan. Voor gebouwen waarvan de gemeente geen of verlegd eigenaar is, is het in bepaalde gevallen denkbaar dat de gemeente wel een bepaalde verantwoordelijkheid heeft om partijen te helpen bij het verduurzamen van hun gebouw. Dit kan in de vorm van informatieverstrekking, maar in geval van bijvoorbeeld een gemeentelijke subsidierelatie kan meer ondersteuning nodig zijn.
Per geval moet bekeken worden hoe deze partijen geholpen kunnen worden en de aanpak is dus maatwerk.
Definitie industriefunctie Onder de definitie ‘industriefunctie’ verstaan wij een gebruiksfunctie voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor bedrijfsmatige agrarische doeleinden. Voorbeelden van de industriefunctie zijn een werkplaats of magazijn van een fabriek, een opslagruimte in een pakhuis, een archiefruimte in een kantoor, een stal van een boerderij of een kweekkas. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) maakt daarnaast nog onderscheid in lichte industriefunctie. Hieronder vallen industriefuncties waarin activiteiten plaatsvinden waarbij het verblijven van personen een ondergeschikte rol speelt, industriefuncties voor het bedrijfsmatig houden van dieren (meestal stal genoemd) en andere lichte industriefuncties voor het telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten. In dit beleidsdocument maken wij dit onderscheid niet en scharen elk bedrijfsgebouw, niet-zijnde kantoorfunctie, onder de categorie ‘industriefunctie’.
Figuur 7 Driebond en Eemspoort. Bron: Aanpak Ring Zuid/Rijkswaterstaat (aug 2021)
28
Schoolgebouwen De gemeente Groningen kent 23 schoolbesturen met ca. 130 gebouwen in het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs. Op de daken van deze gebouwen kunnen in totaal 28.000 zonnepanelen geplaatst worden. Op moment van schrijven van dit document liggen circa 2.000 zonnepanelen op de schooldaken. Hierbij blijft veel dakoppervlak onbenut. Tien schoolgebouwen zijn in eigendom van de gemeente (vier Vensterscholen), maar voor het grootste deel is het schoolbestuur eigenaar en heeft de gemeente het economisch claimrecht. Dat wil zeggen dat het eigendom terug valt naar de gemeente bij einde gebruik. De exploitatie is wettelijk neergelegd bij de schoolbesturen. Daardoor heeft de gemeente geen zeggenschap over deze daken en de exploitatiekosten en -opbrengsten. “Niet praten maar doen!” was de centrale boodschap van de Klimaattop Noord-Nederland 2017. Onder ander de gemeente Groningen heeft daar de intentieverklaring voor energieneutrale scholen in 2035 ondertekend want wij vinden het belangrijk dat kinderen opgroeien in een omgeving die het goede voorbeeld geeft. Als eerste stap hebben de gemeente Groningen en de PO-, VO- en SO- besturen besloten zich in te spannen voor het energieneutraal maken van alle circa 130 schoolgebouwen voor 2035. Daartoe hebben de schoolbesturen en de gemeente een convenant gesloten.
De verwevenheid met het nieuwe IHP, nadere regelgeving op landelijk niveau (Klimaatakkoord, routekaarten) en toenemende urgentie van de klimaatcrisis en complexiteit maakt een projectmatige aanpak noodzakelijk. Daarvoor is een stuurgroep en opdrachtgeversteam georganiseerd met een afvaardiging vanuit de gemeente en schoolbesturen. Het plaatsen van zonnepanelen maakt hier uiteraard integraal onderdeel van. Hoewel de gemeente veelal geen zeggenschap heeft over deze daken is onze ambitie dat wij zonnepanelen op schooldaken willen versnellen door, daar waar het kan, de plaatsing van het zonnedak in tijd naar voren te trekken. Wordt een school bijvoorbeeld pas in 2030 aangepakt en hoeft het dak daarbij niet gerenoveerd of geïsoleerd
te worden, dan kan worden bekeken of de uitvoering van de plaatsing van zonnepanelen naar voren getrokken kan worden. Over het algemeen kan gesteld worden dat hoe eerder zonnepanelen geplaatst worden, hoe eerder deze terugverdiend zijn en dus hoe rendabeler ze zijn. Bovendien zijn er meerdere subsidieregelingen voor zonnepanelen op schooldaken. Monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten Monumenten hebben vaak een laag energielabel. Toch is het niet zo dat monumenten per definitie milieuonvriendelijk zijn. Zo gaan de materialen waarvan monumenten zijn gemaakt vaak bovengemiddeld lang mee, is hergebruik van materiaal eerder regel dan uitzondering en zijn veel gebouwen zonder CO2-uitstoot tot stand gekomen. En om een monumentaal gebouw energiezuiniger te maken zijn er volop kansen. De vraag hiernaar stijgt ook. Mede daardoor neemt de techniek grote sprongen en nemen de mogelijkheden voor monumentale panden toe. Borging van monumentale waarden en beeldkwaliteit zijn essentieel. Zonder aantasting van deze waarden kunnen monumenten energiezuiniger gemaakt worden. Daarnaast kan er naar mogelijkheden voor duurzame opwekking worden gezocht. In alle gevallen blijft de uiteindelijke realisatie maatwerk. Groene Menukaart Veel eigenaren willen energiebesparende maatregelen nemen of zonnepanelen op hun pand plaatsen.
Dit vanuit hun maatschappelijk bewustzijn, ter verbetering van het wooncomfort en om de energierekening te drukken. Erfgoed Groningen helpt eigenaren hier graag mee. Niet alle gebruikelijke verduurzamingsmaatregelen kunnen altijd zonder meer op monumenten worden toegepast, maar er is vaak meer mogelijk dan vooraf gedacht. Het energieloket van de gemeente Groningen is hiervoor de samenwerking aangegaan met dé specialist op het gebied van verduurzaming van monumenten: Groene Grachten. De Groene menukaart is ontstaan als initiatief van de Groene Grachten en is tot stand gekomen is samenwerking met diverse monumentengemeenten, waaronder Groningen. De Groene Menukaart geeft een
29
overzicht van duurzame mogelijkheden voor historische panden. De nadruk ligt op het isoleren van woningen en het verminderen van het energieverbruik. Hierbij geldt dat niet standaard alle mogelijkheden toegepast kunnen worden in elk monument. Dit blijft altijd een actie in samenwerking met de gemeentelijke adviseur.
Zonnepanelen op monumenten en in beschermde dorps- en stadsgezichten Wij realiseren ons dat het grootste deel van de daken van monumenten of panden in het beschermd dorps- of stadsgezicht niet geschikt zijn voor zonnepanelen.
Daarna op de situatie ten aanzien van niet-monumentale panden in beschermde dorps- en stadsgezichten. Op monumenten Voor zonnepanelen op een monument (zowel rijks- als gemeentelijk) is altijd een omgevingsvergunning nodig. Toetsing vindt plaats op basis van de Welstandscriteria en aan de voorwaarden zoals opgesteld in de ROEG (Richtlijnen voor het Ontroerend Erfgoed Groningen). Puntsgewijs gaat het dan om het volgende. Zonne-energie is toegestaan op hellende en platte daken van monumenten (onder strikte voorwaarden), als: • De kleur en reflectie van zonnecollectoren en zonnepanelen zoveel mogelijk aansluit op het historische dak. De kleur en reflectie is gelijk aan de achtergrond, of anders donkergrijs of zwart. Ook belangrijk is dat de kleur egaal is, de randen niet zichtbaar zijn of anders in een niet-contrasterende donkere kleur is en witte horizontale en verticale lijnen ontbreken; • De zonnepanelen als losse elementen bovenop het historische dak worden geplaatst waarbij de oorspronkelijk dakpannen blijven liggen, i.c. reversibel zijn. • Plaatsing en mogelijke zichtbaarheid niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de beeldkwaliteit
Figuur 8 Zonnepanelen geïntegreerd in dak Gereformeerde kerk Enumatil
Deze panden zijn bepalend voor de identiteit van de gemeente Groningen en zijn van cultuur-, en bouwhistorische waarde. Zonnepanelen veranderen het aanzien van de panden. Wij koesteren deze bijzondere panden en gaan zeer zorgvuldig om met wijzigingen hieraan. Daar houden wij rekening mee in onze prognose en ambities. Ondanks dat wij terughoudend zijn met zonnepanelen op deze panden zien wij ook kansen. Zonnepanelen op monumenten of in beschermd dorps- op stadsgezicht zijn in sommige gevallen mogelijk. Hieronder wordt eerst ingegaan op de situatie wat betreft monumenten.
Goed om hierbij ook te melden dat zonnepanelen op monumenten niet zijn toegestaan, ook als aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan: • Als voor de montage van de panelen de beschermde kapconstructie aangetast wordt; • Bij met leien, koper of losanges gedekte daken, pannen met monumentwaarden, een zeldzame dakbedekking of een bijzondere dakvorm; • Op een dak, dat een prominent onderdeel is van de architectuur of het monumentale voorkomen van een monument.
30
Op niet-monumentale panden in beschermde dorpsen stadsgezichten
Facilitering Wij verkennen graag de mogelijkheden met de eigenaren. We werken toe naar een energiecoach binnen het Energieloket die gespecialiseerd is in de maatwerkaanpak voor monumenten en met intensieve samenwerking met de Adviseur Duurzaamheid Monumenten van de Vakgroep Erfgoed die eigenaren faciliteert en ondersteunt in de verduurzamingsaanpak. Voor eigenaren die hun dak niet kunnen gebruiken voor zonnepanelen attenderen wij op de mogelijkheden om mee te doen aan een collectief opwekproject op het dak van een ander pand (zoals middels de postcoderoosregeling) of door deelname in een zonnepanelen park of een lokale energiecoöperatie. Dit is te regelen via de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE).
Figuur 9 Qua kleur bijpassende zonnepanelen. Bron: Groene
Infrastructuur In de participatiegesprekken en via het Inwonerspanel hebben veel inwoners van Groningen aangegeven dat infrastructuur een logische plek zou zijn om zonne-energie op te wekken. Denk hierbij aan het plaatsen van zonnepanelen op geluidswallen, zonnepanelen in ‘overhoeken’ van op- en afritten van snelwegen, weggewerkt in het wegdek of het plaatsen boven parkeerterreinen. Uit de potentieelstudie van TKI Urban Energy blijkt dat Nederland meer dan genoeg plek heeft voor zonnepanelen. Hoe ze verdeeld worden over daken, weilanden, water of infrastructuur is een maatschappelijke en politieke keuze. Hierbij spelen de kosten een belangrijke rol. Hoeveel heeft Nederland over voor de productie van hernieuwbare energie? Zonnepanelen op infrastructuur zijn duurder dan zonnepanelen op daken of in zonneparken. Bij massale inzet van zonne-energie op infrastructuur stijgt de kostprijs van hernieuwbare energie.
gids; zonne-energie en uw monument.
Het plaatsen van zonnepanelen en zonnecollectoren is in een aantal gevallen vergunningsvrij op niet-monumentale panden in beschermde gezichten. Het betreft hier plaatsing op een achtergevel of achterdakvlak, mits die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd. In andere gevallen is de plaatsing van zonnecollectoren en/of zonnepanelen vergunningsplichtig. Zeker in beschermde dorps- of stadsgezichten blijft het van belang dat ook kleine ingrepen een bescheiden karakter hebben en het straatbeeld niet overmatig beïnvloeden. Hiervoor zijn in het welstandsbeleid sneltoetscriteria opgesteld waaraan de omgevingsvergunning getoetst wordt of voor een gebouw in beschermd dorps- of stadsgezicht is.
31
Zonnepanelen als geluidschermen Groningen doet mee aan de Green Deal Duurzaam Grond- Weg en Waterbouw 2.0 (Duurzaam GWW). Uitgangspunt en leidend principe daarbij is een CO2-neutrale infrastructuur. Geluidschermen kunnen een dubbele functie krijgen door naast het weren van geluid óók zonne-energie op te wekken en dragen bij aan de doelstelling. Op diverse locaties worden proeven gedaan om zonnepanelen te integreren in geluidsschermen of aan te brengen op geluidswallen. Samen met de wegbeheerders Rijkswaterstaat en de provincie Groningen kijken wij bij nieuwbouw en reconstructiewerkzaamheden naar de potentie van zonnepanelen als geluidschermen. De potentie van zonnepanelen als geluidscherm zijn echter zeer beperkt en dragen marginaal bij aan de opgave voor zonne-energie.
Zonnecarports bij bedrijven Een deel van de openbare ruimte in de gemeente wordt gebruikt voor het parkeren van auto’s. Deze ruimte wordt veelal voor één doel gebruikt. In de mobiliteitsvisie schreven wel al dat het combineren van functies op parkeerterreinen logisch is en onze voorkeur heeft. Door zonnecarports te plaatsen boven parkeerplaatsen wordt de ruimte dubbel gebruikt. Bovendien maakt dit het parkeren van auto’s aantrekkelijker; de voertuigen zijn beschermd tegen weersinvloeden. De meeste locaties hebben een onrendabele top. Uit analyse blijkt echter dat in de gemeente Groningen nog ongeveer 560 parkeerlocaties de potentie hebben om hier een zonnecarport boven te plaatsen. Er is een maximale potentie van 56MWp. Veel van de parkeerterreinen zijn van bedrijven. Vanuit Groningen Werkt Slim en vanuit VTH ondersteunen wij de bedrijven die hun bedrijfsvoering willen verduurzamen. Het aanleggen van een zonnecarport helpt om aan de wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen. De tool Park the Sun stellen wij beschikbaar voor bedrijven die willen weten of een zonnecarport rendabel is. Wij begeleiden bedrijven om daarin de juiste keuzes te maken.
Figuur 10 Geluidswal bij Pijnacker. Bron: voordewereldvanmorgen.nl
Zonnepanelen langs infrastructuur Langs met name de hoofd(spoor)wegeninfrastructuur zijn op diverse plekken ‘overhoekjes’ ontstaan; stukken berm tussen wegvakken die niet gebruikt kunnen worden en onbenut zijn gebleven. Denk hierbij aan de ‘oksels’ van een klaverblad of de grasstroken langs de start- en landingsbaan van Groningen Airport Eelde. Deze locaties hebben onze voorkeur en zijn als voorkeurslocatie sopgenomen in het beleidskader Zonneparken gemeente Groningen.
Figuur 11 Zonnecarport Caparis Drachten
Zonnepanelen in het wegdek Diverse proeven worden gedaan om zonnewarmte of zonne-elektriciteit uit het wegdek te halen. Ook in Groningen gaan wij hier op het Europapark een proef mee doen. Wegen met een lichte belasting zoals fietspaden kunnen worden voorzien van een doorzichtige deklaag
32
waar zonnecellen onder zijn gemonteerd. Het aanleggen van een wegdek met zonnepanelen is duurder dan een gewoon wegdek maar een deel van de meerkosten kunnen worden terugverdiend door de verkoop van elektriciteit. Het rendement is minder dan de helft van zonne-energie van een dak of uit een park en de kostprijs nog ongeveer tien keer zo hoog. Met andere woorden, een zonnepaneel op een dak of in een park is twintig keer zo effectief dan een zonnepaneel in een wegdek. Het is daarbij op dit moment maatschappelijk onverantwoord om in te zetten op de winning van elektriciteit uit wegdek. De verwachting is dat de kostprijs de komende jaren een factor vijf zal gaan dalen. Wij houden de ontwikkelingen hierop nauwlettend in de gaten. Verticale opstellingen Zonnepanelen kunnen ook aan gevels geplaatst worden of als gevelplaten geplaatst worden. Ook is het mogelijk om balkons of schuttingen van zonnepanelen te voorzien. Ze hebben door de verticale plaatsing weliswaar minder rendement maar veelal nog voldoende rendement om binnen afzienbare tijd terug verdiend te worden. Bij met name utiliteitsbouw die aan de nieuwe BENG normering moet voldoen is de verwachting dat gebruik gemaakt gaat worden van gevelbekleding die ook elektriciteit opwekt of warmte kan leveren. In de bestaande bouw zijn er ook mogelijkheden, bijvoorbeeld bij het renoveren van appartementencomplexen.
Vanuit Making City experimenteren wij samen met Nijestee hiermee op twee panden in Paddepoel. Waar zonnepanelen op daken veelal vergunningsvrij zijn, is voor zonnepanelen op een gevel wel een omgevingsvergunning nodig.
Figuur 12 Voorbeeld van zonnepanelen als gevelbekleding.
Elke extra geplaatste zonnepaneel is een ontwikkeling in de goede richting en een welkome aanvulling voor het halen van de ambities op het gebied van de energietransitie. De verwachting is echter dat zonnepanelen in een verticale opstelling de komende jaren een zeer marginale rol vervullen waardoor de gemeente hierop geen doelstellingen formuleert of actief beleid op ontwikkeld. Sportverenigingen Sportverenigingen kunnen via de subsidieregeling ‘stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties’ (BOSA) van het ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport een subsidie aanvragen voor bouw- en onderhoudskosten waaronder zonnepanelen. Hiervoor is jaarlijks budget beschikbaar. Voor 2021 is het budget gesteld op 79 miljoen euro. Per sportvereniging is er per jaar 2,5 miljoen euro subsidie beschikbaar. Er is naar verwachting voldoende budget om alle aanvragen te behandelen. Zowel zonnecollectoren voor zonnewarmte als zonnepanelen voor zonnestroom komen in aanmerking voor subsidie. Ook voor energieopslag, in de vorm van zoutwaterbatterijen, kan subsidie aangevraagd worden. Het subsidiebedrag is maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten en maximaal 10 procent van de aanvullende kosten, inclusief btw. In de gesprekken met de sportverenigingen wijzen wij hen op deze subsidiemogelijkheden.
33
Asbestdaken Eigenaren van asbestdaken in de provincie Groningen kunnen sinds 2019 in samenwerking met energiecoöperaties deelnemen aan de stimuleringsregeling SamenZONderAsbest. De provincie Groningen stelt geld beschikbaar om asbestdaken te saneren en nieuwe daken van zonnepanelen te voorzien. Er is in totaal 700.000 euro beschikbaar, waarvan 600.000 euro uit Nationaal Programma Groningen en 100.000 euro vanuit de provincie Groningen. De dakeigenaren laten daarbij op eigen kosten het asbest van hun dak. Een energiecoöperatie van burgers huurt vervolgens het dak met zonnepanelen voor 15 jaar. De eigenaren van een asbestdak ontvangen 15 jaar lang inkomsten door de verhuur van het dak en kunnen de investering van de asbestsanering en renovatie van het dak voor een groot deel in 15 jaar terugverdienen. Na deze periode worden de zonnepanelen eigendom van de dakeigenaren.
Zonnepanelen op daken verdienen zich over het algemeen vroeger of later vanzelf terug. In basis hoeven zonnepanelen daarom niet gesubsidieerd worden. Daarom kent de gemeente Groningen geen aparte subsidieregeling voor de aanleg van zonnepanelen. Sommige dakeigenaren gaan echter om diverse redenen toch niet over tot het plaatsen van zonnepanelen. Een financiële prikkel kan ervoor zorgen dat dit wel gebeurt. Om de energietransitie te versnellen zijn er daarom diverse subsidies, regelingen en gunstige leningen beschikbaar voor zonne-energie. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de verschillende subsidieregelingen voor de verschillende doelgroepen.
Figuur 13 Verticale opstelling zonnepanelen in Reitdiep. Bron: Mariska de Groot
34
Bijlage - Subsidies en leningen
Subsidies Salderen Nederland kent een unieke regeling waarbij de teruggeleverde zonnestroom verminderd mag worden op het totaalverbruik; de salderingsregeling. Deze bijzondere constructie zorgt ervoor dat de waarde van een eigen geproduceerde KWh zonne-elektriciteit hetzelfde is als dat deze ingekocht wordt via het elektriciteitsnet, incl. belasting en opslag. In feite is dit een vorm van subsidie. Immers, er wordt op momenten van hoge elektriciteitsvraag elektriciteit betrokken van het net waarover geen belasting en ODE betaald hoeft te worden. Deze situatie is niet volhoudbaar en daarom wordt de salderingsregeling afgebouwd. De salderingsregeling blijft in haar huidige vorm in ieder geval gehandhaafd tot 1 januari 2023. Tot dat moment verandert er niets voor wie al zonnepanelen heeft, maar vanaf dan mogen zonnepaneeleigenaren ieder jaar 9 procent minder salderen, totdat de salderingsregeling in 2031 afgebouwd is naar 0 procent. De verwachting is dat een alternatieve subsidieregeling hiervoor in de plaats komt waarbij een minimum terugleverprijs voor consumenten is verzekerd. BTW-teruggave Een Nederlandse particulier die zonnepanelen op zijn woning plaatst is in principe ondernemer voor de BTW, vanuitgaande dat de energie ook wordt teruggeleverd aan het net.
Dankzij het Fuchs arrest kan de BTW op aanschaf en montage van de zonnepanelen de particuliere BTW ondernemer daarom, net als bedrijven, van de Belastingdienst terugvragen. De regeling houdt ik dat je in één keer de BTW afdracht afkoopt in plaats van vijf jaar lang BTW zou moeten afdragen over de stroom die je hebt geleverd aan het net. Deze regeling is geen geldelijke subsidie, maar je hoeft geen BTW administratie bij de houden en elk kwartaal aangifte te doen. Het is daarmee in feite een administratieve vrijstelling. Deze bijzondere constructie voor particulieren zorgt ervoor dat, in tegenstelling tot andere duurzame investeringen, over zonnepanelen geen BTW hoeft te worden betaald en er sprake is van een soort van ‘subsidie’ van 21 procent.
Subsidie Waardevermeerdering (SW) Woningeigenaren in het aardbevingsgebied met erkende bevingsschade van ten minste 1.000 euro kunnen gebruik maken van de subsidie waardevermeerderingsregeling om de woning duurzamer te maken. De subsidie bedraagt 100 procent van de subsidiabele kosten van maximaal 4.000 euro subsidie per woning. Deze is beschikbaar om bijvoorbeeld de vloer te isoleren, een zonneboiler of zonnepanelen te installeren. Ook als er gebruik maakt is van de stuwmeerregeling en niet eerder gebruik is gemaakt van de waardevermeerderingsregeling komt men in aanmerking voor deze subsidie. Subsidie Verduurzaming Groningen 7.000 euro (SVG7) Eigenaren van woningen die in het versterkingsprogramma van Nationaal Coördinator Groningen (NCG) zitten en een versterkingsadvies hebben met de oude inzichten, komen in aanmerking voor een subsidie van 7.000 euro voor het verduurzamen van de woning. Dit geld kan gebruikt worden voor onder andere het aanschaffen van zonnepanelen, isolatiematerialen of HR++ glas. Ook deelnemen aan een lokaal energieproject is mogelijk. Een klein deel van de woningen in de gemeente Groningen valt onder deze regeling.
Subsidie Verduurzaming en Verbetering Groningen – 10.000 euro (SVVG10) Eigenaren van woningen in het aardbevingsgebied, maar die geen onderdeel van het versterkingsprogramma van Nationaal Coördinator Groningen (NCG) vormen én binnen een postcode waar de waardedalingsregeling van Instituut Mijnbouwschade (IMG) geldt, komen in aanmerking voor een subsidie van maximaal 10.000 euro om de woning te verbeteren en verduurzamen, bijvoorbeeld met zonnepanelen. Een deel van de gemeente Groningen valt onder deze regeling.
35
Subsidie Verduurzaming en Verbetering Groningen – 17.000 euro (SVVG17) Voor eigenaren van gebouwen in het aardbevingsgebied die al lang wachten op de beoordeling van het versterkingsprogramma van NCG kunnen in aanmerking komen voor een subsidie van 17.000 euro voor het verbeteren én verduurzamen van de woning of het gebouw. Dit is een tegemoetkoming vanwege het lange wachten op de beoordeling. Met het verbeteren van de woning of het gebouw kan achterstallig onderhoud worden opgelost, verduurzaamd en/of het wooncomfort worden verbeterd. De subsidie kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor het verbouwen van de keuken of het kopen van zonnepanelen. Daarnaast geldt dit ook voor alle bijgebouwen, zoals een schuren. De verbeteringen zijn gericht op een duurzame verbetering van de woning of het gebouw. Investeringen aan je inboedel, zoals een nieuwe tv zijn niet subsidiabel. Een deel van de gemeente Groningen valt onder deze regeling. Energie-investeringsaftrek (EIA) Bedrijven kunnen gebruik maken van de EIA. Deze is ook van toepassing op de aanschaf van een nieuwe installatie en installatieonderdelen bij zonnepanelen. De investeringskosten van energiebesparende bedrijfsmiddelen worden voor 45,5 procent van de fiscale winst afgeschreven. Op deze wijze hoeft men minder inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting te betalen. Nb. Zonnepanelen vallen niet onder de MIA of de Vamil regeling.
De vier belangrijkste voorwaarden zijn: - Het vermogen van minimaal 15 kWp (rond de 40-45 zonnepanelen) bij de installatie. - Minimale investering is 2.500 euro. - Alleen van toepassing op een zonnestroominstallatie die aangesloten is op een netaansluiting met een doorlaatwaarde van maximaal 3x 80 ampère - Mag niet gecombineerd worden met de ISDE regeling.
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) KIA was ontstaan om bedrijven te stimuleren om te investeren in bedrijfsmiddelen voor eigen onderneming. Men komt daarom in 2021 in aanmerking hiervoor als een bedrag tussen 2.401 euro en 328.721 euro is geïnvesteerd. Hierbij is maximaal 28 procent fiscaal voordeel (of maximaal 16.568) te behalen op de installatiekosten. Subsidieregeling Verduurzaming MKB (SVM) Via de subsidieregeling Verduurzaming MKB (SVM) kan het midden en kleinbedrijf advies krijgen over zonnepanelen en warmtepompen. Mkb-ondernemers die niet onder de Energiebesparingsplicht vallen, kunnen subsidie krijgen voor het laten opstellen van een professioneel advies door een energieadviseur. In totaal is er 28,2 miljoen euro subsidie beschikbaar. De maximale subsidie is 2.500 euro per bedrijfspand. Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf krijgen steun van de overheid bij het verduurzamen van hun bedrijf. Veel mkb-ondernemers hebben vaak zelf weinig tijd en capaciteit om uit te zoeken hoe ze energie kunnen besparen en de CO2-uitstoot van hun bedrijf kunnen verlagen. De adviseur die mkb-bedrijven via de subsidieregeling kunnen inschakelen, zoekt per onderneming uit wat de beste manier is om energie te besparen en de CO2-uitstoot te beperken van zowel het bedrijfspand als de bedrijfsvoering.
Het gaat daarbij niet alleen om zonnepanelen, maar ook om isolatie, zonneboilers, een warmtepomp of een combinatie daarvan. De Rijksoverheid vergoedt 80 procent van het advies en de ondersteuning; 20 procent is voor rekening van de ondernemers zelf.
36
Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaat Transactie (SDE++) SDE++ is bestemd voor alle bedrijven en instellingen die hernieuwbare energie produceren. Dat geldt voor zonne-energie, biomassa, water, wind en geothermie. Sinds 2020 is SDE++ de vernieuwde subsidie van SDE+ geworden. Het verschil is dat SDE++ meer nadruk legt op CO2-reductie, in plaats van het stimuleren om hernieuwbare op te wekken. De subsidie kent een maximale looptijd van 15(+1) jaar. De subsidie wordt berekend door het verschil van kostprijs per eenheid hernieuwbare energie en de marktprijs voor fossiele energie en is de grootste subsidiebron van hernieuwbare energie in Nederland. De hoogte van de subsidie wordt jaarlijks bijgesteld. Nagenoeg alle grote zonnedaken en zonneparken maken gebruik van de SDE+ of de SDE++ regeling. Twee voornaamste voorwaarden zijn: - Het bedrijf of instelling heeft een grootverbruikersaansluiting groter dan 3×80 ampère. - Het vermogen van minimaal 15 kWp (rond de 40-45 zonnepanelen) bij een zonnestroominstallatie. Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) Coöperatief georganiseerde groepen (energiecoöperaties) en VvE’s kunnen subsidie krijgen voor de opwek van hernieuwbare energie op een coöperatief zonnedak.
In het geval van een VvE gaat het dan om het gezamenlijke dak van de VvE, voor energiecoöperaties voor een dak dat ter beschikking is gesteld door de dakeigenaar. De subsidieregeling lijkt in methodiek op de SDE++ maar stelt een aantal extra voorwaarden. De subsidie kent een maximale looptijd van 15(+1) jaar. De subsidie wordt berekend door het verschil van kostprijs per eenheid hernieuwbare energie en de marktprijs voor fossiele energie. De subsidieregeling wordt elk jaar op 1 januari opengesteld tot het budget volledig toegekend is. De subsidietarieven en voorwaarden worden jaarlijks in november bekend en de verwachting is dat deze jaarlijks worden bijgesteld. De belangrijkste voorwaarden: - Het project heeft een minimaal geïnstalleerd vermogen van 15 kW en een maximum van 500 kW.
- De zonnestroominstallatie wordt aangesloten op een ‘zuiverterugleveraansluiting’ op het net (doorlaatwaarde bepaalt de hoogte van het subsidietarief). - Voor elke 5 kW geïnstalleerd vermogen moet er minimaal 1 deelnemend lid zijn. Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) Vanaf 1 januari 2021 werd de ISDE-regeling met de Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) samengevoegd. Particulieren (woningeigenaren), scholen en zakelijke verbruikers kunnen ISDE aanvragen op het aanschaffen van zonneboiler, warmtepomp, isolatiemaatregelen, aansluiting van op een warmtenet en kleine windturbines. Er is voor rechtspersonen (ook VOF, maatschap, stichting of vc) met een groter verbruik dan 50.000 kWh per jaar de mogelijkheid om vanuit de ISDE subsidie te ontvangen op de aanschaf van een zonnestroominstallatie. De subsidie bedraagt 125 euro per kW geïnstalleerd vermogen. De voornaamste voorwaarden: - Alleen van toepassing op een zonnestroominstallatie die aangesloten is op een netaansluiting met een doorlaatwaarde van maximaal 3x 80 ampère - De subsidie wordt alleen afgegeven op zonnestroominstallaties groter dan 15 kW en kleiner dan 100 kW - Aantoonbaar netto verbruik in het jaar voorafgaand van 50.000 kWh. - Mag niet gecombineerd worden met de EIA-regeling.
Specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) Via de Specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) kunnen gemeenten subsidie aanvragen om het binnenklimaat van bestaande schoolgebouwen te verbeteren. De kosten van ontwerp, bouwmateriaal, bouwmaterieel, gebouwgebonden installaties, projectmanagement en arbeid, inclusief kosten voor sloop en lood- en asbestverwijdering, meegenomen mogen worden in het project. ‘Het moet gaan om een project voor het verbouwen van een bestaand schoolgebouw waarin in ieder geval noodzakelijke en energiezuinige maatregelen worden getroffen om het binnenklimaat te verbeteren. Het project kan dus ook groter zijn dan alleen het verbeteren
37
van binnenklimaat’, aldus RVO.nl. Ook zonnepanelen zijn daarmee subsidiabel. Daar is wel een belangrijke voorwaarde aan verbonden: de SUVIS-subsidie mag niet gestapeld worden met andere subsidieregelingen zoals de ISDE of SDE+(+). Gemeenten moeten de uitkering per project aanvragen. Een project betreft een of meerdere schoolgebouwen op dezelfde locatie. Het aantal aanvragen dat gemeenten kunnen indienen is onbeperkt. Maximaal 30 procent van de totale kosten zijn subsidiabel en de maximale toekenning bedraagt 1 miljoen euro per aanvraag. Een bijdrage van 30 procent in de kosten zal gemeenten en schoolbesturen die nu nog onvoldoende middelen hebben volgens de rijksoverheid handelingsperspectief geven. De overige 70 procent van de kosten zal tot stand komen door middel van cofinanciering vanuit de schoolbesturen. Stimulering Bouw en onderhoud van sportaccommodaties (BOSA) Per 1 januari 2019 werd de EDS-subsidie vervangen door de BOSA-subsidie. Alle niet-btw plichtige amateurs sportorganisaties kunnen BOSA aanvragen voor aanschaf, (ver-)bouw- en onderhoudskosten van duurzame sportaccommodaties. Zowel zonnecollectoren voor zonnewarmte als zonnepanelen voor zonnestroom komen in aanmerking voor subsidie.
Om in aanmerking te komen voor subsidie is het van belang dat de amateursportorganisatie vanaf het moment van ingebruikname economisch eigenaar is van de goederen en na afloop van de leasetermijn ook juridisch eigenaar van de goederen wordt. Het budget voor 2021 is 75 miljoen euro en voor het aanvragen en behandeling is er een budget van 15 miljoen euro, met een maximum van 2,5 miljoen euro per aanvrager beschikbaar. Er is naar verwachting voldoende budget om alle aanvragen te behandelen. De hoogte van de subsidie kan verschillen. De subsidie bedraagt standaard 20 procent van de investeringskosten, inclusief BTW. Voor de aanvullende kosten kan men in aanmerking komen voor maximaal 10 procent. Dus maximaal 30 procent van de totaalkosten kan worden gesubsidieerd.
SamenZONderAsbest (SZA) Eigenaren van asbestdaken in de provincie Groningen kunnen sinds 2019 in samenwerking met energiecoöperaties deelnemen aan de stimuleringsregeling SamenZONderAsbest. De provincie Groningen stelt geld beschikbaar om asbestdaken te saneren en nieuwe daken van zonnepanelen te voorzien. Er is in totaal 700.000 euro beschikbaar, waarvan 600.000 euro uit Nationaal Programma Groningen en 100.000 euro vanuit de provincie Groningen. De dakeigenaren laten daarbij op eigen kosten het asbest van hun dak. Een energiecoöperatie van burgers huurt vervolgens het dak met zonnepanelen voor 15 jaar. De eigenaren van een asbestdak ontvangen 15 jaar lang inkomsten door de verhuur van het dak en kunnen de investering van de asbestsanering en renovatie van het dak voor een groot deel in 15 jaar terugverdienen. Na deze periode worden de zonnepanelen eigendom van de dakeigenaren. Subsidie Groen Dak (SGD) U kunt subsidie krijgen voor de aanleg van een groen dak. Dat is een dak waar planten op groeien. Groene daken gaan langer mee. Ze zijn goed voor het comfort in huis, het rendement van zonnepanelen, voor de afvoer van regenwater en voor de luchtkwaliteit. U kunt subsidie aanvragen voor een woonhuis, bedrijf of instelling. Hoeveel subsidie u krijgt, hangt af van de grootte van uw dak.
Zonnepanelen op een plat dak combineren met een groen dak is een slimme keuze omdat: • Een zonnedak op een groen dak minstens 2 keer zo lang mee als een gewoon dak, omdat het zonlicht het dak niet aantast. • Het aantoonbaar de biodiversiteit vergroot. • Het rendement van zonnepanelen verhoogt omdat het dak koeler blijft. • Het ‘s zomers de warmte buiten en ’s winters de warmte binnen houdt. • Het regenwater tijdelijk opslaat en zorgt er zo voor dat het riool minder belast wordt tijdens steeds vaker voorkomende hevige regenbuien.
38
Leningen Fonds Nieuwe Doen (FND) Fonds Nieuwe Doen verstrekt vanuit het Energiefonds leningen voor energiebesparing en hernieuwbare energieopwekking in de provincie Groningen. Denk hierbij aan ledverlichting, isolatie, zonnepanelen, coöperatieve projecten of verduurzamen van productieprocessen. Leningen tussen 5.000 euro en 2,5 miljoen euro kunnen tegen gunstige voorwaarden aangevraagd worden. Maximaal 50 procent van de investeringskosten kan geleend worden. Energiebespaarlening (Nationaal Warmtefonds) Met de VvE Energiebespaarlening kunnen particuleren VvE’s en scholen zonnepanelen financieren. Voorwaarde is wel dat dit gecombineerd wordt met minimaal één energiebesparende maatregel van de maatregelenlijst. Met de verplichte extra maatregel (naast zonnepanelen) wordt gestimuleerd dat de energiebehoefte zo veel mogelijk omlaag gebracht wordt. Oftewel: eerst energie besparen en daarna hernieuwbare opwekken wat nodig is. Particulieren en VvE’s mogen maximaal 75 procent van de lening aan zonnepanelen (en eventueel de thuisbatterij) besteden. Voor de andere maatregel(en) wordt minimaal 25 procent van het totale leenbedrag gebruikt. Voorbeeld: een VvE leent 100.000 euro. Daarvan mag zij maximaal 75 procent, oftewel 75.000 euro, aan zonnepanelen besteden.
De kosten voor de zonnepanelen zijn echter 40.000 euro, waardoor ze deze voor 100 procent kunnen financieren met de Energiebespaarlening. Het overige bedrag besteedt de VvE aan bijvoorbeeld dakisolatie. Voor scholen zijn de voorwaarden iets anders. BNG Duurzaamheidslening Vanuit het BNG Duurzaamheidsfonds kunnen VvE’s bedrijven, verenigingen, coöperaties en stichtingen energiebesparende maatregelen (waaronder zonnepanelen) gefinancierd worden. Leningen beginnen bij 50.000 euro tot 2,5 miljoen euro. Tot maximaal 80 procent van de financiering kan via de duurzaamheidslening verlopen. De overige 20 procent kan met eigen middelen of door middel van een subsidie wordt ingebracht. Het is niet mogelijk om de overige 20 procent met een andere lening aan te vullen.
Svn Stimuleringslening Via de Svn verstrekt de gemeente Groningen een hypothecaire lening aan particulieren eigenaren, bedrijven en eigenaren van monumenten die gebruikt kan worden om een (onder)pand te verbouwen, te verbeteren (asbest verwijderen of fundering herstellen) of te verduurzamen. Het minimum bedrag is 2.500 euro. Maximaal mag 25.000 euro geleend worden met een aflossingsperiode van tien jaar. Duurzame Monumenten-Lening (Restauratiefonds) De Duurzame Monumenten-Lening van het Restauratiefonds is een laagrentende lening bedoeld voor de verduurzaming van rijksmonumenten. Met deze lening kunnen ook zonneboilers en zonnepanelen worden aangeschaft. Subsidie zonnepanelen
Woningeigenaren
VvE’s
Bedrijven Kleinverbr.
Scholen
(Sport-) verenigingen
Coöperaties
Grootverbr.
Salderen BTW SW SVG SVVG10 SVVG17 EIA KIA SVM SDE++ SCE ISDE SUVIS BOSA SZA SGD Lening zonnepanelen FND Energiebespaarlening BNG Duurzaamheidslening Svn Stimuleringsregeling Duurzame Monumenten-Lening
39