Bijlage 1 Beleidskader Zon op daken gemeente Groningen 2021-2025.pdf
Tekst van het document
Beleidskader Zon op daken 2021-2025
nov 2021
Inhoudsopgave
Voorwoord
3
1. Inleiding
4
2. Evaluatie De Zonnewijzer 2016-2020
7
3. Kader
9
4. Zonpotentie en -ambitie
11
5. Ontwikkelingen zonnepanelen en regelgeving
16
6. Wat gaan we doen?
21
Categorieën
22
- Nieuwbouw
24
- Woningen
24
- Woningcorporaties
26
- VvE’s
26
- Bedrijven
27
- Maatschappelijk vastgoed
29
- Monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten
30
- Infrastructuur
32
- Verticale opstellingen
33
- Sportverenigingen
34
- Asbestdaken
34
Bijlage - Subsidies en leningen
36
Subsidies
36
Leningen
40
Foto voorzijde: Energy Academy Zernike Groningen. Bron: Cor van der Veen
2
Voorwoord
Zonne-energie is een belangrijke hernieuwbare energiebron. Op de daken van huizen, bedrijven en kantoren is veel ruimte voor zonnepanelen. Samen met de eigenaren van deze panden willen we ieder geschikt dak gebruiken voor zonne-energie. De gevolgen van de klimaatcrisis zijn inmiddels merkbaar. De gemeente Groningen neemt haar verantwoordelijk en wil in 2035 CO2-neutraal zijn. Dat doen we door volop in te zetten op het stimuleren en faciliteren van energiebesparing en het opwekken van hernieuwbare energie. Het gaat goed met zonnepanelen op de daken in de gemeente Groningen. Het draagvlak voor zonnepanelen op daken is groot onder onze inwoners. We willen deze potentie van zonnepanelen op daken benutten en de groei van het aantal zonnepanelen op daken versnellen. Dat doen wij samen met verschillende partijen want het is een opgave waar iedereen aan kan bijdragen.
Het ‘laaghangend fruit’ van zon op daken is inmiddels grotendeels geplukt. Nu is het ‘hoger hangend fruit’ aan de beurt. We onderzoeken de mogelijkheden voor architectonisch verantwoorde zonnecarports boven P+R terreinen. Dat doen wij zorgvuldig en in samenspraak met de omwonenden. Daarnaast zijn of gaan we in gesprek en maken afspraken met de netbeheerders, bedrijvenverenigingen, woningcorporaties, schoolbesturen, energiecoöperaties en woningeigenaren om het ‘verzonnen’ van de daken te versnellen. Door de potentie van zon op daken te benutten zorgen we er gezamenlijk voor dat Groningen niet alleen de koplopersrol blijft behouden op het gebied van zonne-energie, maar dat wij ook onze bijdrage leveren aan bestrijding van de klimaatcrisis! Philip Broeksma, wethouder Energietransitie
Philip Broeksma, wethouder Energietransitie
3
1. Inleiding
1. Ambitie: CO2-neutraal in 2035 De klimaatcrisis vraagt om ingrijpende keuzes. Iedereen krijgt ermee te maken. De gemeente Groningen werkt toe naar een aardgasloze en CO2-neutrale gemeente. De gemeente Groningen wil vooruitlopen op het Klimaatakkoord en heeft in de ‘Routekaart Groningen CO2-neutraal’ vastgelegd dat we dit in 2035 willen bereiken. Dat willen we doen door flink te besparen op het verbruik van energie voor bedrijven, industrie, mobiliteit en woningen. Daarnaast door alleen nog maar energie op te wekken uit hernieuwbare bronnen. Ongeveer de helft van de resterende energievraag kunnen we in de eigen gemeente opwekken, met wind en zon. Daarmee is de gemeente ambitieuzer dan de huidige nationale doelstellingen.
ropese doelen verhoogd worden, kunnen we dus vasthouden aan onze eigen opgave.
Met de ondertekening van het internationale Klimaatverdrag van Parijs heeft Nederland zich verplicht om de CO2-uitstoot sterk te verminderen, en daarmee de temperatuurstijging en de impact van klimaatcrisis te beperken. Het vervangen van fossiele energie door hernieuwbare energie is daar een belangrijk onderdeel van. Nederland heeft zich vastgelegd op een vermindering van de CO2-uitstoot tot 49 procent van het niveau in 1990. De Europese Commissie werkt aan voorstellen om de uitstoot sneller terug te brengen. Het recente IPCC-rapport, net als de vele overstromingen, stormen en bosbranden van afgelopen zomer, laten zien dat de wereldwijde klimaatcrisis reëel is en meer actie vereist. Door nu al in beeld te brengen wat er in de gemeente Groningen naar verwachting nodig is om helemaal CO2-neutraal te worden, maar ook wat er wel en niet mogelijk is, weten we wat ons te doen staat, en zijn we voorbereid op deze opgave. Ook als de nationale of Eu-
Voor zonneparken is de ambitie gesteld op 500MWp. Er is een eigen beleidskader Zonneparken met daarin beschreven waar en onder welke voorwaarden die opgave een invulling kan krijgen. Dit beleidskader gaat in op zon op daken. Dat zijn zonnestroominstallaties op (of aan) gebouwen of op constructies, zoals een zonnecarport boven een parkeerterrein. Van de gezamenlijk opgave van 450MWp op daken is al 70MWp gerealiseerd. Dit beleidskader gaat dus over de opgave van de resterende 380MWp. Deze beleidskaders hebben een sterke verbondenheid met elkaar.
2. Omvang van de opgave en doel van dit beleidskader voor zon op daken Van de benodigde energie in 2035 kunnen en willen we de helft opwekken op het grondgebied van de gemeente Groningen. De andere helft komt van buiten de gemeente. In de Routekaart 2035 is veel aandacht voor zonne-energie als energiebron; voor stroom, warmte en de productie van waterstof. Als het om zonnestroom gaat, zien we potentie voor ten minste 950MWp aan zonnepanelen. Zonnepanelen op daken en parkeerterreinen hebben daarbij de voorkeur. Dit sluit aan bij de motie ‘Dak voor land’ (#24-2021) die door gemeente is aangenomen.
Met deze totale zonopgave kunnen we een grote stap zetten op weg naar CO2-neutraliteit. Of dat genoeg is, zal periodiek moeten worden geëvalueerd. We beoordelen dan de voortgang van de totale opwekcapaciteit, en de totale verwachte energiebehoefte. De Routekaart wordt binnenkort weer geactualis
Figuur 1 De opgave voor zonne-energie in 2035 in de gemeente Groningen.
4
In onderstaand overzicht is weergegeven hoeveel zonnestroom nu al gerealiseerd is, en wat de prognose en ambities tot 2035 zijn.
Zonnepanelen
2020
2023
2025
2030
2035
Daken en parkeerterreinen
70MWp
135MWp
250MWp
425MWp
450MWp
Grond (vergund)
25MWp
150MWp
275MWp
475MWp
500MWp
TOTAAL
95MWp
285MWp
525MWp
900MWp
950MWp
TWh in 2035
0,8TWh (komt overeen met ongeveer 14% van het Groninger RES 1.0 bod van 5,7 TWh)
Indicatie ruimtebeslag
60% van beschikbaar dakoppervlak op woningen. 30% van beschikbaar dakoppervlak op andere gebouwen. Zonneparken: ca. 600 ha, 3,3% van totale grondopp.
Tabel 1. Prognose zonne-energie, status 2021
Potentie zonnepanelen in relatie tot de totale ambitie In de Routekaart CO2-neutraal 2035 hebben we in 2018 berekend dat in 2035 er 810MWp aan zonne-energie nodig zou zijn. Dit getal beweegt echter mee met de voortschrijdende inzichten over de werkelijke opgave. We kunnen nu niet in exacte getallen aangeven hoeveel energie nodig is over 10 of 15 jaar. Dat hangt af bijvoorbeeld van de groei van woningbouw en bedrijvigheid, en de snelheid waarin we energie besparen. Met iedere actualisatie van de Routekaart verandert dit doel, en dat zal zo blijven. Het inzicht in de potentie van zonne-energie, zowel op daken, parkeerterreinen als in zonneparken, verandert ook steeds. De nieuwe berekening van de potentie van zonnepanelen op daken en parkeerterreinen valt positief uit: van 310MWp naar 450MWp. De verwachte potentie van zonneparken is 500MWp. Daarmee komt de potentie minimaal op 950MWp. De definitieve uitwerking van de grote zonneparken in gemeentelijke handen kent nog positieve en tegenvallende scenario’s. De oorspronkelijke opgave van 810MWp is zowel bij tegenvallende als positievere uitkomsten van de grote zonneparken daarmee dus ruimschoots onder handbereik. De verwachting is echter dat de opgave gaat toenemen, maar hoeveel is nog onduidelijk. Daarom faseren we de aanpak voor zonneparken.
De komende jaren geven we tot en met 2025 ruimte aan een beperkt aantal projecten per tijdvak, namelijk vijf voorstellen voor kleine zonneparken en grootschalige zonneparken. Na ieder tijdvak wordt het beleid geëvalueerd en eventueel bijgesteld.
5
3. Doel van dit beleidskader Dit document beperkt zich tot de opgave om zoveel als mogelijk zonne-energie te realiseren op geschikte daken en boven parkeerplaatsen in onze gemeente. Daarin definiëren wij een opgave voor nieuwbouw en een aanpak voor de vijf belangrijkste partijen. In 2025 willen we 250MWp hebben gerealiseerd om op de koers te liggen voor de doelstelling van 2035. Het gaat daarbij om een kleine 700.000 zonnepanelen op de Groningse daken en boven parkeerplaatsen. De gemeente Groningen wil deze ambitie graag realiseren in nauw overleg en samenwerking met belangrijke stakeholders. Hierbij is het evident dat de noodzakelijke balans in het elektriciteitsnetwerk een belangrijke voorwaarde is bij de uitvoering van alle toekomstige plannen voor de opwek van hernieuwbare energie. In dit document blikken we terug op de afgelopen vijf jaar, geven we inzicht in de huidige stand van zaken, updaten wij het huidige beleid met de nieuwe ontwikkelingen, informeren we u nader over de achtergronden van onze aangescherpte ambities, wat de potentie van zon op daken is en over hoe we ze in samenwerking met huiseigenaren, woningcorporaties bedrijven en collectieven denken dit te kunnen realiseren.
Door de potentie van zon op daken te benutten zorgen we daarmee gezamenlijk ervoor dat Groningen niet alleen de koplopersrol blijft behouden op het gebied van zonne-energie, maar dat wij ook onze bijdrage leveren aan het grotere doel; het aanpakken van de klimaatcrisis.
4. Proces totstandkoming: communicatie en inspraak De energietransitie ligt onder een vergrootglas. Hoewel zon op daken kan rekenen op veel draagvlak onder de inwoners van Groningen, nauwelijks weerstand kent en een logische invulling is van de energietransitie, leert ons dat zonneparken een zorgvuldig en uitgebreid participatieproces vergen met inwoners en omwonenden bij de planvorming. Op 17 november 2020 is het concept-beleidskader Zonneparken vrijgegeven voor inspraak. Hier zijn veel reacties op gekomen. Op 14 januari 2021 heeft een online-informatiebijeenkomst plaats gevonden, waarvan de veelgestelde vragen en antwoorden hier zijn te lezen. Na de vele reacties besloot het college om de inspraak op een andere manier vorm te geven, te verlengen en vanaf dat moment voor beide beleidskaders Zon op daken en Zonneparken gezamenlijk op te trekken in het communicatie- en participatieproces. In maart 2021 werd een startbijeenkomst belegd om de opzet hiervan samen met belangen- en bewonersorganisaties door te spreken. Hiervoor is de gemeente met zowel bewonersen belangenorganisaties, als met individuele inwoners in gesprek gegaan. Zo werden in april 2021 22 inloopsessies met ‘de kaart op tafel’ georganiseerd, waarvan alle deelnemers een individueel verslag hebben gekregen. In juni maakte de wethouder twee fietstochten langs verschillende plekken om met inwoners in gesprek te gaan.
Hiervan is een beeldverslag gemaakt. In juli en augustus zijn de onderzoeksresultaten, de resultaten van het Inwonerspanel en de input uit het participatieproces uitgewerkt in een concept-beleidskader. Het concept-beleidskader is vervolgens voorgelegd aan specialisten in het vakgebied, de bedrijvenverenigingen en de woningcorporaties. Veel vragen, zorgen en onduidelijkheden die we hebben gehoord, zijn in beide beleidskaders verwerkt en hebben waar nodig tot aanscherping en verduidelijking geleid.
6
2. Evaluatie De Zonnewijzer 2016-2020
Ambitie 2020
Werkelijk 2020
Gehaald?
Vermogen zonnepanelen op woningen
18MWp
46MWp
✓✓
Vermogen zonnepanelen op bedrijven
12MWp
10MWp
≈
Vermogen zonnepanelen in zonneparken
30MWp
25MWp
≈
TOTAAL
60MWp
95MWp1
✓
TOTAAL aantal zonnepanelen
240.000
365.400
✓
6%
6,2%
✓
% stroom lokaal met zonne-energie opgewekt
Tabel 2. Ambitie voor 2020 uit De Zonnewijzer (2016) versus de werkelijk behaalde resultaten in 2020.
In 2016 heeft de gemeenteraad van Groningen het beleid voor zonne-energie vastgesteld; het beleidsdocument en uitvoeringsprogramma De Zonnewijzer. Hierin zijn ambities gesteld voor 2020. Groei Het gaat goed met zonne-energie in de gemeente Groningen. Dankzij de jaarlijkse zonnepanelentelling hebben we een vrij nauwkeurig beeld van het aantal zonnepanelen in de gemeente. In de gemeente Groningen lagen medio 2020 ongeveer 232.000 zonnepanelen op daken, goed voor een vermogen van zo’n 70MWp. Hiermee werd ongeveer 6 procent van de elektriciteitsvraag lokaal en hernieuwbaar opgewekt. In vijf jaar tijd is het aantal zonnepanelen meer dan vertienvoudigd. De ambities voor zonnepanelen op daken is ruimschoots gehaald. Elk jaar lagen wij voor op de prognose. Met name de groei van het aantal zonnepanelen op daken van woningen is fors groter geweest dan geprognosticeerd. Hiertoe zijn enkele redenen aan te voeren:
- De cijfers van De Zonnewijzer waren gebaseerd op de oude gemeente Groningen. Door de samenvoeging van Ten Boer, Haren en Groningen zijn de zonnepanelen van Haren en Ten Boer nu ook mee genomen in de nieuwe cijfers. - De waardevermeerderingsregeling bij aardbevingsschade. Veel pandeigenaren met aardbevingsschade hebben gebruik gemaakt van de waardevermeerderingsregeling en hiervan zonnepanelen aangeschaft. - Prijsdaling en efficiëntieverbetering van zonnepanelen. Naast het feit dat zonnepanelen in de afgelopen vijf jaar flink goedkoper zijn geworden, zijn ze tevens efficiënter geworden waardoor met hetzelfde aantal panelen meer vermogen opgewekt wordt. Zonnepanelen zijn daarmee een slimme investering en steeds meer inwoners kregen dat door.
1 Naast de categorieën ‘woningen’ en bedrijven’ en ‘zonneparken’ zijn er nog andere categorieën waardoor de optelsom iets hoger is.
7
bruto oppervlakte in ha
aantal zonnepanelen
MWp
Vierverlaten
3,0
7.776
1,75
Woldjerspoor
16
43.000
12
Zernike
0,7
1.700
0,4
21,2
81.444
10,8
40,9
133.920
25
Naam zonnepark
Roodehaan I - fase 1 TOTAAL
Tabel 3. Gerealiseerde zonneparken in 2020.
Het aantal zonnepanelen op bedrijfsdaken heeft bijna de ambitie gehaald maar kende niet de spectaculaire groei die wij wel op woningen zagen. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat bedrijven als grootverbruikers van energie veel lagere stroomtarieven betalen, waardoor de terugverdientijd een stuk langer is dan bij huishoudens.
Zonder aanvullend beleid is de verwachting dat tussen 2022 en 2023 het omslagpunt bereikt is en de groei gaat achterlopen op de prognose. Dit beleidsdocument gaat aan welke inspanning nodig is om tot 2025 op schema te blijven voor de ontwikkeling van zonnepanelen op daken.
Ook het aantal zonneparken blijft iets achter ten opzichte van de prognose. In 2020 waren weliswaar zonnepark Fledderbosch bij Garmerwolde en drie zonneparken bij Roodehaan vergund maar nog niet opgeleverd. Nieuw beleid nodig Een waarschuwing is op zijn plaats. We constateren dat het ‘laaghangend fruit’ inmiddels grotendeels geplukt is. Veel daken met een zeer gunstige terugverdientijd zijn inmiddels voorzien van zonnepanelen. Dat zien we nu al terug in de groeicijfers; waar we in voorgaande jaren ruim voorliepen op de prognose, wordt deze voorsprong steeds kleiner. Volgens de prognose zou de groei van het aantal zonnepanelen nog altijd moeten versnellen. We verwachten in de nabije toekomst echter dat de groei gaat afzwakken. Daarmee komt de ambitie in gevaar.
8
3. Kader
1. Europees Er is geen landelijke doelstelling voor zonne-energie waar de gemeente zich aan moet houden. Nederland heeft het internationale Klimaatverdrag van Parijs ondertekend en moet zich houden aan Europese regels met betrekking tot de hoeveelheid hernieuwbare energie en de reductie van de CO2-uitstoot. Nederland heeft zelf vastgelegd dat het in 2050 klimaatneutraal wil zijn, met een reductie van de CO2-uitstoot van 95 procent. In het Regeerakkoord is opgenomen dat in 2030 de uitstoot tot 49 procent van het niveau van 1990 moet zijn teruggebracht. Nederland heeft in Europese verband aangedrongen op een aanscherping van deze doelen. In juli 2021 heeft de Europese Commissie als onderdeel van de Green Deal een nieuwe reeds klimaatwetten gepresenteerd; het zogenaamde ‘fit for 55’-pakket. De EU wil het eerste grote economische blok worden dat tegen 2050 klimaatneutraal is. Het pakket maatregelen heeft als doel om in 2030 de CO2-uitstoot met 55 procent te verlagen. Dit is een aanscherping van de eerder gestelde ambitie van 40 procent. Dat is nodig om de opwarming van de aarde te beheersen tot 2 graden. Die zorgt immers voor allerlei problemen, zoals een stijgende waterspiegel.
‘Fit for 55’ is een uitgebreid pakket maatregelen en bestaat uit een reeks onderling verbonden voorstellen die streven naar een eerlijke concurrerende en groene transitie tegen het jaar 2030 en de periode erna. Een van de maatregelen is dat hernieuwbare energie 38 tot 40 procent moet uitmaken van het totale energiegebruik. Hierbij wordt voornamelijk ingezet op meer wind- en zonne-energie. 2. Nationaal Ten opzichte van de andere Europese landen loopt Nederland echter ver achter op de ambities voor het gebruik van hernieuwbare energie. De ambitie van ten
minste 14 procent aandeel hernieuwbare energie in 2020 is niet gehaald en is blijven steken op 11 procent. Bovendien wordt meer dan de helft van de hernieuwbare energie gewonnen uit biomassa, voornamelijk uit houtpellets die uit het buitenland geïmporteerd worden. De ambitie voor 2023 is dat ten minste 16 procent van de energie uit hernieuwbare bronnen komt. Nieuwe windparken op zee, op land en zonnepanelen op daken en in parken moeten invulling geven aan deze ambitie. 3. RES 1.0 Volgend op het landelijke Klimaatakkoord van juni 2019 staan dertig regio’s voor de uitdaging in 2030 op hun grondgebied jaarlijks gezamenlijk 35 terawattuur (TWh) elektriciteit te produceren, opgewekt met windenergie en zonne-energie op land. Dertig regio’s stellen hiervoor afzonderlijk een Regionale Energiestrategie (RES) op, waarin zij aangeven hoe zij bijdragen aan deze opgaven. De RES 1.0 Groningen is de energiestrategie van de Groninger gemeenten, de waterschappen Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s en de provincie Groningen in samenwerking met verschillende stakeholders. De RES 1.0 is gebaseerd op bestaand beleid en vastgestelde ambities. De RES-regio Groningen wil in 2030 5,7 TWh elektriciteit hernieuwbaar opwekken door windturbines en zonneparken in onze provincie. Dit is een optelsom van wat al is aangelegd en bestaande, vastgestelde plannen.
Aanvullend op dit bod in kwantitatieve zin is verkend hoe beter tegemoetgekomen kan worden aan de wens zonnepanelen bij voorkeur op daken te leggen en hoe zonneparken meer ecologische kwaliteiten kunnen krijgen. Dat heeft geleid tot de volgende afspraken: Binnen de RES Groningen bestaat de wens om meer zonnepanelen op daken te realiseren. Voor de provincie Groningen is berekend dat er dakoppervlakte is voor opwek van in potentie ruim 1 TWh/jaar.
9
Door diverse oorzaken (ongeschikte dakconstructie, problemen met verzekering, ontbreken netaansluiting of te hoge aanlegkosten) zal deze potentie niet volledig benut kunnen worden, maar het streven is wel dat zoveel mogelijk te doen. Enerzijds zijn hiervoor inspanningen nodig van de dakeigenaar, anderzijds kunnen ook RES partners een rol spelen door dakeigenaren goed te informeren en te ontzorgen; door ze te helpen met procedures en financiering. Hier valt nog veel winst te behalen. In 2022 zal naar verwachting een wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) in werking treden. Het Bbl is onder de Omgevingswet de opvolger van het huidige Bouwbesluit 2012. Door de Bbl-wijziging krijgt de gemeente maatwerkmogelijkheden waarmee zij bij (bepaalde) nieuwe en bestaande industriegebouwen het duurzaam gebruik van het dak kan eisen. Een belangrijk punt van aandacht is de netaansluiting van daksystemen. Met name in de provincie is het netwerk daar momenteel nog niet op berekend.
Omdat dakprojecten tot nu toe niet lang van tevoren worden gepland, is het voor de netbeheerder Enexis ook lastig er tijdig op in te spelen. Afgesproken is in RES verband te onderzoeken hoe – bijvoorbeeld met een programmering per gebied – deze problematiek kan worden opgelost. Het streven is in 2022 een gemeenschappelijke aanpak zon-op-dak gereed te hebben. Deze provinciebrede aanpak geeft invulling aan de motie ‘Dak voor land’ (#24-2021). 4. Groningen CO2-neutraal De klimaatcrisis vraagt om ingrijpende keuzes. Iedereen krijgt ermee te maken; in Groningen gaan we op termijn van het aardgas af. De gemeente Groningen wil vooruitlopen op het Klimaatakkoord al in 2035 CO2-neutraal zijn. Dat wil zeggen dat alle energie die we gebruiken afkomstig is van hernieuwbare bronnen. Die hernieuwbare energie wekken we zoveel mogelijk op binnen de gemeentegrenzen. En we gaan fors besparen op het totale energiegebruik. We bereiken ons doel langs drie wegen: door isolatie en andere besparingen gebruiken we in 2035 34 procent minder energie; 31 procent wekken we zelf op en 35 procent importeren we van buiten de gemeente.
Figuur 2 Zonnepanelen en sedum dak op een schuin dak is ook mogelijk. Bron: Frisia Bergum
10
4. Zonpotentie en -ambitie
In 2018 is De Routekaart Groningen CO2-neutraal 2035 opgesteld. De Routekaart geeft een invulling op welke wijze de gemeente Groningen CO2-neutraal kan worden in 2035. Ongeveer de helft van het totale energiegebruik in 2035 kunnen we binnen de eigen gemeentegrenzen opwekken uit hernieuwbare bronnen. De andere helft van de hernieuwbare energie importeren we van elders. In 2018 was de verwachte prognose van de mogelijkheid voor zonnepanelen op Groningse daken gesteld op 310MWp. Deze berekeningen waren gebaseerd op oude cijfers uit De Zonnewijzer uit 2016. Met de opgave voor zonneparken kon volgens De Routekaart maximaal 810MWp aan zonne-energie in de gemeente Groningen gerealiseerd worden. Dit betekent dat ongeveer 60 procent van de lokaal opgewekte elektriciteit in 2035 door zonnepanelen binnen de gemeente Groningen wordt opgewekt. Dit komt ongeveer overeen met 2 miljoen zonnepanelen. Hernieuwde inzichten, grotere elektriciteitsvraag Wij weten inmiddels dat de vraag naar elektriciteit harder toeneemt dan waar De Routekaart uit 2018 vanuit ging. Dit wordt voornamelijk ingegeven doordat De Rou-
tekaart nog uitging dat de warmtevraag grotendeels met hoge temperatuur uit vijf geothermiedoubletten geleverd kon worden. Inmiddels is bekend dat dit geen realistisch scenario is en dat warmtenetten een lagere temperatuur leveren. Dit betekent inherent dat er deels elektrisch (met warmtepompen) naverwarmd moet worden. Hoewel op moment van het opstellen van dit beleidskader de nieuwe opgave nog niet precies bekend is, is wel duidelijk dat de vraag naar lokaal opgewekte hernieuwbare zonne-elektriciteit ten minste 950MWp is. Dat komt overeen met ongeveer 2,4 miljoen zonnepanelen. De definitieve uitwerking van de grote zonneparken in gemeentelijke handen kent nog positieve en tegenvallende scenario’s. De oorspronkelijke opgave van 810MWp is zowel bij tegenvallende als positievere uitkomsten van de grote zonneparken daarmee dus ruimschoots onder handbereik. De verwachting is echter dat de opgave gaat toenemen, maar hoeveel is nog onduidelijk. Daarom houden wij vast aan de ambitie van 500MWp en faseren we de aanpak van zonneparken. De komende jaren geven we tot en met 2025 ruimte aan een beperkt aantal projecten per tijdvak, namelijk 5 voorstellen voor kleine zonneparken en twee grootschalige zonneparken. Na ieder tijdvak wordt het beleid geëvalueerd en eventueel bijgesteld.
Figuur 3 De opgave voor zonne-energie in 2035 in de gemeente Groningen.
11
4.1. Zonpotentie op daken De oude cijfers uit De Zonnewijzer waren toe aan een herijking. Met de nieuwste inzichten, nieuwe ontwikkelingen en betere softwaremodellen is een veel betere inschatting gemaakt van de realistische potentie van zonne-energie op daken. Voor de hele gemeente is voor elk dak en voor elk gebouwcategorie berekend of en zo ja, wat de potentie voor zonnepanelen is. Hierbij is rekening gehouden met onder andere de hellingshoek, de richting van het dak en schaduwwerking door bijvoorbeeld bomen of andere gebouwen. Tevens is rekening gehouden dat niet elk dak volledig vol gelegd kan worden, omdat zonnepanelen een vast formaat hebben en dakeigenaren over het algemeen niet méér zonnepanelen plaatsen dan hun eigen energieverbruik. Vervolgens is een inschatting gemaakt van de eindsituatie in 2035. Hoewel dit natuurlijk uitermate lastig is om te voorspellen, is met de beschikbare kennis en ervaring een poging gedaan om een zo realistisch mogelijk scenario te schetsen. Daarbij is rekening gehouden met onder andere de toename van het beschikbaar dakoppervlak door uitbreiding en nieuwbouw, de ontwikkeling van het rendement van zonnepanelen en de toename van het gemiddeld aantal zonnepanelen per installatie (door de toename van het elektriciteitsgebruik).
Ook is rekening gehouden dat in de praktijk niet elk dak voorzien wordt van zonnepanelen, bijvoorbeeld doordat eigenaren niet willen of doordat de dakconstructie onvoldoende draagkrachtig blijkt. Volgens het meest realistische scenario bedraagt de potentie in 2035 op alle daken opgeteld circa 450MWp. Dit komt overeen met ongeveer 1,1 miljoen zonnepanelen. Dit is een derde méér vermogen dan de vorige
De zonneladder
We hanteren het principe van De Zonneladder. De verschillende treden geven niet de volgorde van ontwikkeling aan, maar wel met welke prioriteit en inzet van middelen de verschillende typen locaties worden benaderd. In algemene zin geldt dat zonnepanelen op daken altijd onze voorkeur hebben: wij stimuleren dubbel ruimtegebruik en alle geschikte daken in de gemeente moeten op termijn worden benut voor zonne-energie. We hebben daarbij elk geschikt dakoppervlak nodig om de ambitie te kunnen halen. Wanneer de opgave van 450MWp aan zonne-energie op daken niet volledige gerealiseerd kan worden, zal de resterende vraag uiteindelijk resulteren in een extra opgave voor zonneparken.
ambitie uit 2018. De groei wordt voor een groot deel verklaard doordat de groei van de stad tot 2035 nu beter is meegenomen. Groningen groeit dan tot ongeveer 250.000 inwoners. Hiervoor worden veel nieuwe (vooral particuliere koop-)woningen gebouwd. Het gaat hier om ongeveer 93 hectare nieuw bruto dakoppervlak voor zonnepanelen. Ook het aantal bedrijfspanden gaan groeien. De totale toename van bruto dakoppervlak tot 2035 bedraagt zo’n 146 hectare. Voor de berekening gaan wij ervan uit dat de daken van deze nieuwe panden grotendeels vol gelegd gaan worden met zonnepanelen. Ook nemen wij in dit nieuwe beleidskader de kansen voor zonnecarports (zie hieronder) integraal mee.
“De inschatting is dat in 2035 450MWp op daken realistisch haalbaar is.”
12
Kansen zonnecarports Een deel van de openbare ruimte in de gemeente wordt gebruikt voor het parkeren van auto’s. Deze ruimte wordt veelal voor één doel gebruikt. In de mobiliteitsvisie schreven wel al dat het combineren van functies op parkeerterreinen logisch is en onze voorkeur heeft. Door ruimtelijk goed ingepaste en architectonisch verantwoorde zonnecarports te plaatsen boven parkeerplaatsen wordt de ruimte dubbel gebruikt. Bovendien maakt dit het parkeren van auto’s aantrekkelijker; de voertuigen zijn beschermd tegen weersinvloeden. Een zonnecarport lijkt op een zonnepark ‘op pootjes’, maar een zonnecarport valt formeel onder de categorie ‘zon op daken’ omdat de constructie van de carport volgens de wet een gebouw is. Volgens de definitie van een ‘gebouw’ kan ook worden verstaan ‘een grondgebonden overkapping ten behoeve van het tegen weersinvloeden beschermd parkeren van voertuigen’. Uit analyse blijkt dat in de gemeente Groningen 560 parkeerlocaties de potentie hebben om hier een zonnecarport boven te plaatsen. Er is een maximale potentie berekend van 56MWp.
t/m 2020 gerealiseerd
Haalbaar in 2035
Woningen
46
313
Particuliere koopwoningen
32
217
Particuliere huurwoningen
5
34
Woningcorporaties
6
43
VvE’s2
1
7
Overige woonfunctie
2
12
Bedrijven
10
48
Kantoren
3
22
Industrie
7
26
Maatschappelijk vastgoed
2
8
Overheidsgebouwen
1
4
Scholen
1
4
4
11
1
4
Boven parkeerplaatsen (zonnecarports)
0,3
30
Stand- en Liplaatsen
0,2
1
Gemengd, onbekende en overige objecten
6,5
35
TOTAAL in MWp
70
450
Categorieën type gebouw
Monumenten en beeldbepalende gebouwen Beschermd stads- en dorpsgezicht
Tabel 4. Inschatting verdeling zonpotentie in MWp op daken in 2035
2 De kansen voor zonnepanelen op daken van VvE’s zijn in werkelijkheid veel groter. Veel VvE’s bestaan uit particuliere koop- of huurwoningen. Deze woningen staan al opgenomen in de categorie ‘Particuliere koopwoningen’ en ‘Particuliere huurwoningen’. De categorie VvE’s is een restcategorie waarbij sprake is van andere combinaties van type panden en is derhalve dus beperkt qua potentie.
13
4.2. Zonambitie op daken Deze nieuwe en verbeterde berekening is het vertrekpunt voor de bijgestelde ambitie. De ambitie voor zonne-energie op daken in de gemeente Groningen in 2035 is van 310MWp uit De Routekaart naar boven bijgesteld naar 420MWp op daken. De ambitie voor zonnecarports voegen wij toe aan de ambitie voor zon op daken. Vooralsnog gaan wij er vanuit dat maximaal 30MWp realistisch haalbaar moet zijn. Ongeveer de helft daarvan kan boven publieke parkeerplaatsen (waaronder P+R terreinen) worden gerealiseerd. De andere helft kan boven private parkeerterreinen worden gerealiseerd, bijvoorbeeld parkeerterreinen bij grootwinkelcentra en bedrijven. Bij de jaarlijkse zonnepanelentelling tellen wij zonnepanelen boven parkeerterreinen mee bij de categorie van de bestemming van het hoofdpand; zonnepanelen op een parkeerterrein van een kantoorpand tellen we mee in de categorie ‘kantoren’. Bij elkaar opgeteld is de ambitie voor zonnepanelen op daken 450MWp. Daarvan hebben we al een kleine 70MWp ingevuld. De restopgave is dus nog zo’n 380MWp tot 2035. Daarmee is de restopgave voor zon op dak groter dan de restopgave voor zonneparken (500 - 150 = 350MWp).
“De restopgave voor zon op daken is groter dan voor zonneparken.” Om die ambitie daadwerkelijk te halen is het noodzakelijk om aanvullende beleidsmaatregelen te nemen om het aandeel zon op dak te verhogen door een hoge dekkingsgraad te stimuleren of het installeren van opwekvermogen hoger dan het eigen verbruik aantrekkelijker te maken. Tussendoelen Om 450MWp opgesteld vermogen aan zonne-energie op de daken in Groningen in 2035 te realiseren, moeten we de versnelling doorzetten. Met het actieprogramma dat we verderop beschrijven kunnen we de versnelling bewerkstelligen. Voor het bepalen van deze tussendoelen houden we rekening mee dat de ontwikkeling van de groei zonnepanelen niet lineair is maar ontwikkelt volgens de zogenaamde ’S-curve’. De tussendoelen zijn voor de gemeente evaluatiepunten waar we de balans opmaken om te zien of we op koers liggen en of we onze inspanningen moeten verhogen. Ons beleid en acties van de komende jaren richten zich op de 2025 doelstelling van 250MWp. Om dat te bereiken is het noodzakelijk dat we nu een versnelling inzetten.
14
Groen dak of zonne-energie?
Onze ruimte in de gemeente is schaars. Daar moeten wij slim mee omgaan. Ongebruikte daken zijn een gemiste kans. Wij zien graag dat daken een tweede of derde functie krijgen. Daarbij hebben wij verschillende doelstellingen waarbij daken een belangrijke rol vervullen; toevoegen ecologische diversiteit, klimaatadaptief bouwen, waterbergende functie en de opwek van hernieuwbare energie. Wij waarderen het als pandeigenaren hun ongebruikte dak op een extra manier gaan inzetten om een invulling te geven aan een van de bovenstaande ambities. Daarbij hebben wij in principe geen voorkeur in; als het dak maar op een betere manier benut dan het ongebruikt blijft. Het is mogelijk om verschillende functies te combineren. Zo draagt een groen dak veelal bij aan het verbeteren van de ecologische diversiteit, zorgt ervoor dat het in de zomer een graad koeler en in de winter een graad warmer in huis blijft én heeft het een waterbergende functie. Bovendien is het mogelijk om een groen dak (mits het dak voldoende draagkrachtig is) te combineren met zonnepanelen. Bij een juiste opstelling ontstaat een win-win situatie. De zonnepanelen zorgen voor deelschaduw waardoor de ecologische diversiteit van een dak verbetert. Daarnaast werkt het groen dak verkoelend voor de zonnepanelen waardoor deze iets beter presteren bij zomerse dagen.
Vanuit het ecologisch en energiestandpunt hebben wij de voorkeur voor deze slimme combinatie. Voor een groen dak stelt de gemeente een subsidie beschikbaar. Grofweg kan gesteld worden dat voor schuine daken wij adviseren om zonnepanelen te nemen. In gebieden met te weinig groen en hittestress adviseren wij om platte daken te voorzien van een groen dak en, indien het dak draagkrachtig genoeg is, te voorzien van zonnepanelen in een zuid-opstelling. Voor platte daken in gebieden waar geen sprake is van hittestress ligt het meer voordehand om voor zonnepanelen in oost-westopstelling te kiezen.
Zonnewarmte vs zonne-elektriciteit
De zon produceert energie. Deze energie kan omgezet worden in warmte (zonnecollector ofwel zonneboiler) of in elektriciteit (zon-pv ofwel zonnepaneel) of een combinatie van beide, de zogenaamde PVT-panelen. De uitdaging is om zoveel mogelijk van deze energie nuttig en goedkoop te benutten. Het omzetten van de zonne-energie naar warmte is qua benodigd oppervlakte ongeveer 3x zo (rendement van 20-24%). Omdat de vraag naar warmte (in KWh) groter is dan de vraag naar elektriciteit zou het logisch zijn om de zonne-energie op te vangen in de vorm van warmte. Toch zijn zonnepanelen veel populairder dan zonnecollectoren. Dat heeft drie voorname redenen. Een zonnepaneelsysteem is goedkoper dan een zonnewarmtesysteem met een collector en een opslagvat. Bovendien vergt een zonnewarmtesysteem ruimte voor een opslagvat van 200 liter of groter. Deze ruimte is niet altijd in de woning beschikbaar. De voornaamste reden is echter dat overtollige opgevangen warmte niet bewaard kan worden. Een vat dat op temperatuur is gebracht kan niet warmer worden gemaakt. Deze warmte gaat verloren. Overtollige elektriciteit die niet zelf gebruikt wordt kan echter het elektriciteitsnet opgebracht en verkocht worden. Daarmee is het een goedkoper, compacter en flexibeler systeem.
Zolang de salderingsregeling nog niet is gebouwd, de prijs van gas of warmte niet hoger wordt en overtollige warmte niet terug geleverd kan worden aan een warmtenet, zullen zonnepanelen populairder blijven dan zonnecollectoren. Zoals figuur 2 laat zien heeft zonnewarmte wel degelijk een potentie maar tevens een marginale rol in de energietransitie. In dit beleidskader stellen wij daarom dan ook alleen ambities voor zonnepanelen. Zonnewarmte wordt integraal opgenomen als onderdeel van de maatregelen in het warmtetransitieplan. We gaan daarbij vanuit dat in 2035 op 4 van de 10 woondaken een zonnecollector ligt. Al dan niet in combinatie met zonnepanelen (PVT-panelen).
15
5. Ontwikkelingen zonnepanelen en regelgeving 5.1. Zonnepanelen een ‘no-brainer’ De klimaatcrisis zorgt ervoor dat iedereen mee moet doen met de energietransitie. Woningen moeten worden verduurzaamd en van het aardgas af. Daarvoor moet veel worden geïnvesteerd. Zonnepanelen op daken draagt eraan bij dat er minder elektriciteit in kolen- en gascentrales hoeft worden opgewekt. Zonnepanelen op daken hebben de uitzonderlijke positie dat deze bijna altijd een rendabele investering zijn. Zonnepanelen verdienen zich vroeger of later altijd terug en zijn sec beredeneerd vanuit het financieel oogpunt volgens het Centraal Planbureau voor de Leefomgeving daarom een ‘no-brainer’. Ook voor mensen die niets met het klimaat van doen hebben en de financiële middelen daartoe hebben is het een slimme investering om zonnepanelen op het dak te plaatsen. Het rendement van zonnepanelen is hoger dan het geld op de bank te laten staan. Bovendien is de waarde van een woning met zonnepanelen aantoonbaar hoger dan een woning zonder. Het loont niet om nog een paar jaar te wachten totdat zonnepanelen goedkoper of rendabeler zijn geworden. Hoe langer met deze investering gewacht wordt, hoe minder ervan geprofiteerd kan worden. Voor degenen die wel een eigen dak hebben én beschikken over voldoende spaargeld maar nog geen zonnepanelen hebben; vandaag is de beste dag om in te stappen!
Maar… Helaas kan niet iedereen zomaar zonnepanelen nemen. Niet iedereen heeft een dak, een geschikt dak, zeggenschap over het dak of voldoende geld om te investeren in zonnepanelen. Door stijgende energieprijzen ligt voor een steeds groter worden groep inwoners energiearmoede op de loer. Voor mensen met een smalle beurs is het noodzakelijk dat hiervoor landelijk middelen beschikbaar worden gesteld. 5.2. Dalende elektriciteitsprijs De elektriciteitsprijs is mede bepalend voor de aanschaf van zonnepanelen. Hoe hoger de elektriciteitsprijs, des te meer geld ermee wordt bespaard. In het verleden steeg de elektriciteitsprijs lange tijd, maar de laatste jaren is de prijs gedaald. Dit geldt niet alleen voor de elektriciteit zelf, het leveringstarief, maar ook voor de energiebelasting die over de stroom wordt geheven. Deze energiebelasting is recent gedaald om de overstap van gas naar elektrisch verwarmen (warmtepomp) te stimuleren. Hoe de prijzen zich in de toekomst zullen ontwikkelen is erg onzeker. Aan de ene kant zou het kunnen dat de prijzen verder dalen doordat er een overvloed is aan hernieuwbare windelektriciteit uit bijvoorbeeld Denemarken. Anderzijds zou de prijs net zo goed weer kunnen stijgen als er minder elektriciteit beschikbaar komt wanneer vervuilende kolencentrales worden gesloten.
In ons beleidskader zon-op-daken aan we er vanuit dat de elektriciteitsprijs licht gaat stijgen. 5.3. Energetisch rendement Zonnepanelen hebben een de afgelopen tien jaar een bijzonder snelle ontwikkeling doorgemaakt. Rond 2011 was het omslagpunt dat elektriciteit uit eigen zonnepanelen goedkoper werd dan elektriciteit inkopen vanaf het net. Vanaf 2011 begonnen zonnepanelen in Nederland met een exponentiële groei. In 2011 was het gemiddelde vermogen van een zonnepaneel ongeveer 206 watt. Tien jaar later is het gemiddelde paneelvermogen ongeveer 330 watt.
Figuur 4 Elk dakoppervlak telt mee! Bron: Dijkoraad
16
Daarbij moet wel vermeld worden dat panelen ook een stukje groter zijn geworden. Beter is het daarom om te kijken naar het rendement per vierkante meter zonnepaneel. Het rendement geeft aan welk deel van het zonlicht omgezet kan worden in elektriciteit. Het rendement van een zonnepaneel tien jaar geleden was ongeveer 15 procent. Tien jaar later is dit meer dan 20 procent. Nieuwe zonnepanelen leveren dus in tien jaar tijd ongeveer een kwart meer elektriciteit op hetzelfde oppervlakte. De ontwikkelingen van zonnepanelen staan niet stil. Nieuwe technieken zoals grotere zonnecellen, optimalisaties, hybride zonnecellen (met een laagje perovskiet) en dubbelzijdige zonnecellen laten het rendement tot 2035 naar verwachting toenemen tot 24-27 procent. 5.4. Kostprijs In de afgelopen tien jaar is de prijs van zonnepanelen gehalveerd. De grootste prijsdaling is inmiddels geweest. De prijzen van zonnepanelen zijn inmiddels gestabiliseerd. De tijd dat het loonde om te wachten met zonnepanelen, omdat ze het volgende jaar goedkoper zijn, is voorbij. De prijs van een zonnestroominstallatie is sinds 2020 zelfs iets toegenomen. De kosten voor arbeid, transport en grondstoffen en de inflatie zijn sinds 2020 toegenomen. 5.5. Lichtere panelen Veel panden op bedrijventerreinen hebben nog geen zonnepanelen op het dak liggen.
Een van de meest voorkomende problemen is dat het dak technisch ongeschikt is. De panden hebben vaak daken die de last van al die panelen niet aankunnen. Bij 30 tot 40 procent van de utiliteitsbouw is de draagkracht van het dak te beperkt. Dure technische oplossingen om het dak te verzwaren zorgen ervoor dat de business case van een zonnedak niet rendabel is. Het totale gewicht van een pv-installatie met conventionele glaspanelen weegt al snel tussen de 13 en 30 kilo per vierkante meter. Nieuwe type panelen met een kunststof afdeklaag wegen iets meer dan 5 kilo per vierkante meter. Door deze ontwikkeling zijn meer daken te voorzien van zonnepanelen. Bovendien zijn deze panelen 100 procent recyclebaar.
5.6. Afbouw salderingsregeling Nederland kent een unieke regeling waarbij de teruggeleverde zonnestroom verminderd mag worden van het totaalverbruik; de salderingsregeling. Deze bijzondere constructie zorgt ervoor dat de waarde van een eigen geproduceerde kWh zonnestroom hetzelfde is als dat deze ingekocht wordt via het elektriciteitsnet, incl. belasting en opslag. Hierdoor is de terugverdientijd van zonnepanelen hoog en heeft erin geresulteerd dat zonnepanelen populair zijn geworden, met name onder woningeigenaren. Het nadeel van deze regeling is het niet uitmaakt wanneer de elektriciteit teruggeleverd wordt en dat rond piekmomenten er in sommige gevallen teveel zonne-elektriciteit wordt aangeboden en er te weinig vraag is. Bovendien zorgt deze regeling ervoor dat eigenaren veelal niet méér zonnepanelen nemen dan dat dit hun eigen elektriciteitsverbruik dekt. Hierdoor worden daken niet optimaal benut. Deze situatie is niet volhoudbaar en daarom wordt de salderingsregeling afgebouwd. De salderingsregeling blijft in haar huidige vorm gehandhaafd tot 1 januari 2023. Tot dat moment verandert er niets voor wie al zonnepanelen heeft, maar vanaf dan mogen zonnepaneeleigenaren ieder jaar 9 procent minder salderen, totdat de salderingsregeling in 2031 afgebouwd is naar 0 procent.
De verwachting is dat de afbouw van de salderingsregeling weinig gevolgen gaat hebben voor de groei van zonnepanelen op daken omdat als alternatief afgesproken is dat de consument een ‘eerlijke prijs’ krijgt voor de teruggeleverde zonne-elektriciteit. Wat die prijs zal zijn is nog niet bekend maar is in ieder geval hoger dan de kostprijs van elektriciteit op de groothandelsmarkt. Deze hogere vergoeding zorgt ervoor dat de eigen geproduceerde zonne-elektriciteit meer waard is en dat het aantrekkelijker is om het hele dak vol te leggen met zonnepanelen. Hierdoor wordt het beschikbaar geschikt dakoppervlak beter benut. Daarnaast heeft de afbouw van de salderingsregeling tot gevolg dat thuisaccu’s aantrekkelijker gaan worden om elektriciteit op piekmomenten op te slaan zodat de elektriciteit later gebruikt kan worden. Dit verlicht de druk op het elektriciteitsnet.
17
5.7. Regeling Verlaagd Tarief wordt Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking De Regeling Verlaagd Tarief (beter bekend als de postcoderoosregeling) was een subsidie waarbij deelnemers aan een project in aanmerking kwamen voor een korting op de energiebelasting en daarmee lagere woonlasten hadden. De regeling bood 15 jaar lang vrijstelling van energiebelasting over de zonne- of windenergie die de deelnemers in een project gezamenlijk opwekken. De regeling gold voor gebruikers die veelal niet zelf de mogelijkheid hebben om zonnepanelen te installeren (bijvoorbeeld appartementeigenaren zonder eigen dak) en samen eigenaar wilde zijn van een productie-installatie. Bijvoorbeeld op een groot agrarische dak net buiten het dorp, op het dak van een school of op een beschikbaar stuk grond in de buurt. Deelname was beperkt tot het viercijferige postcodegebied of het aansluitende postcodegebied. De regeling was maar beperkt populair omdat het onder andere ingewikkeld was, iedereen bij dezelfde energieleverancier aangesloten moest zijn en de aandelen verkocht moeten worden bij verhuizing uit het postcodegebied. De regeling is per april 2021 vervangen door de verbeterde Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE). De SCE lijkt op de SDE++.
Het verschil tussen de oude postcoderoosregeling en de SCE-subsidie is dat de SCE-subsidie wordt uitbetaald aan de energiecoöperatie of VvE. Het is vervolgens aan de energiecoöperatie of VvE om de opbrengsten te verdelen onder de leden. Hieraan worden geen nadere eisen gesteld. In de oude postcoderoosregeling ontvingen de leden van de energiecoöperatie of VvE belastingvoordeel via hun energieleverancier. De businesscase van een postcoderoosproject was afhankelijk van de energiebelasting, die weer afhankelijk is van de politiek. Een businesscase onder de SCE is uiteindelijk gebaseerd op marktprijzen. Bij de SCE is er geen koppeling meer met het stroomverbruik van participerende leden. Daardoor kent hij ook minder rompslomp met energieleveranciers. Bovendien is de subsidie relatief hoog en daardoor aantrekkelijk. De verwachting is dat de nieuwe regeling populairder is dan de oude regeling en dat er veel nieuwe collectieve daken op deze manier ontwikkeld worden.
5.8. Accu’s De meeste landen kennen geen regeling zoals de Nederlandse salderingsregeling en kennen ook niet zo’n goed elektriciteitsnet. Het is gebruikelijk dat een accu een onderdeel is van een zonnestroominstallatie zodat de elektriciteit even bewaard kan worden tot de momenten dat er behoefte aan is. Zo worden 9 op de 10 particuliere zonnestroominstallaties in Duitsland al verkocht in combinatie met een accu. Accu’s zijn nog duur en verdubbelen de aanschafkosten van een zonnestroominstallatie. Zolang de salderingsregeling nog actief is, is het als particulier niet aantrekkelijk om een accu te nemen. De verwachting is dat vanaf 2025 de markt voor particuliere zonnestroomaccu’s vorm gaat krijgen. Voor grote zonnedaken en zonneparken wordt steeds vaker gebruik gemaakt van grote accu’s. Door een deel van de elektriciteit overdag op te vangen en later die dag af te geven kan men toe met een kleinere en goedkopere netaansluiting. Hierdoor wordt het elektriciteitsnet minder belast en kunnen meer zonnedaken worden aangesloten op hetzelfde elektriciteitsnet, zonder dat dure verzwaringsinvesteringen nodig zijn. Bovendien is de elektriciteit meer waard op momenten dat de vraag groot is en het aanbod van hernieuwbare energie laag. Eigenaren van zonnedaken of -parken met een accu kunnen de restcapaciteit van de accu ook aanbieden om te handelen op de onbalansmarkt.
Hiermee wordt het aantrekkelijker om te investeren in een accu. De gemeente Groningen werkt aan plannen om op de Duinkerkenstraat 45 een accu te plaatsen. Overtollige zonne-elektriciteit overdag kunnen wij hiermee afvangen en daarmee ’s avonds en ’s nachts onze elektrische voertuigen slim en goedkoop opladen. Bovendien kunnen wij dan toe met een kleinere aansluiting en zo ontstaat ruimte op het elektriciteitsnet zodat andere bedrijven ook een zonnedak kunnen nemen.
18
5.9. Netcapaciteit Op dit moment worden energieprojecten aangesloten op het elektriciteitsnet op basis van het piekvermogen. Dat vraagt veel capaciteit, zeker omdat de netbeheerder voldoende reservecapaciteit moet aanhouden om de leveringszekerheid te kunnen garanderen. Ter illustratie: Als ons wegennet zo ingericht zou zijn als ons elektriciteitsnet, zouden alle wegen naar het strand breed genoeg zijn om op de drukste zomerdagen alle auto’s ruim baan te kunnen geven. Iedereen begrijpt dat dat niet logisch is. Die vergelijking doortrekkend: voor het elektriciteitsnet zouden we het ook kunnen hebben over spitsmijden, rekeningrijden of thuiswerken. Oftewel: het aftoppen van pieken, verschillende teruglevertarieven door de dag heen, of opslag of gebruik van energie dichtbij de productielocatie. De enorme ambities voor hernieuwbare energie en beperkte netcapaciteit brengt de discussie over ontwikkeling van het elektriciteitsnet in een stroomversnelling. Denk aan uitbreiding van netwerkstations en hoogspanningsleidingen, upgraden van trafostations in de wijken, tijdelijke energieopslag en slimme vormen van teruglevering. De regels waar netbeheerders zich aan moeten houden bieden hier nog niet de ruimte voor en worden nu aangepast. Alle betrokken partijen doen nu snel meer ervaring op met het realiseren en toepassen van de nieuwe mogelijkheden.
Ambitie uit de Routekaart 2035 is leidend Met de Routekaart is vastgesteld hoeveel hernieuwbare energie we in de gemeente Groningen moeten produceren om in 2035 CO2-neutraal te zijn. Al die elektriciteit moet van bron naar gebruiker worden getransporteerd. Op dit moment is de transportcapaciteit daarvoor ontoereikend. Dit geldt voor de gehele gemeente en ook voor de regio. Vooral voor de aansluit- en transportcapaciteit in het oostelijke deel van de gemeente zijn grote aanpassingen nodig die veel tijd kosten. Dat gaat over uitbreiding en aanleg van hoog- en middenspanningsstations (HS/MS-stations), en hoogspanningsleidingen. Daarom is het belangrijk hier snel mee te beginnen. We beschouwen onze eigen ambities en de zonneladder als leidend
in de gesprekken over de ontwikkeling van de netcapaciteit in de regio. Daarbij sluiten wij aan bij de motie Dak voor land (#24-2021) om netcapaciteit beschikbaar te houden of te maken voor zonprojecten hoger op de zonneladder. De inzet van het college is echter dat qua beschikbaarheid van de netcapaciteit geen keuze hoeft te worden gemaakt in zon op dak of zonneparken maar dat beide mogelijk moet blijven. Die ontwikkeling gaat stapsgewijs, net als de ontwikkeling van zonne- en windparken. Daarom is het goed om rekening te houden met de planning van beiden. Niet alles hoeft immers morgen te worden aangesloten, maar op langere termijn wel, en zeker voor 2035.
Transportcapaciteit Enexis september 2021. Grijs: beschikbaar. Geel: beperkt: Rood: Geen.
19
Beschikbare netcapaciteit De mogelijkheid om terug te leveren op het elektriciteitsnet neemt de laatste jaren snel af, maar is recentelijk weer verbeterd voor de regio gemeente Groningen. Dit kwam vooral door de snelle groei van veel zonnedak- en zonneparkprojecten en vervolgens door de maatregelen die Enexis daarop genomen heeft de beschikbare capaciteit zo goed als mogelijk uit te breiden of slimmer in te zetten. Sinds begin 2019 publiceert Enexis regelmatig een actueel overzicht van de beschikbare netcapaciteit in de regio. In de rode gebieden is nu geen ruimte voor nieuwe aansluitingen om terug te leveren met een grootverbruiksaansluiting (> 3x80A). Op HS/MS-station Vierverlaten is vooralsnog beperkt ruimte. In de gele gebieden gelden daarom beperkingen, en bekijkt men per project wat er mogelijk is. Het aansluiten van grote projecten met een aansluitwaarde van meer dan 1,75MWp is op dit moment nergens meer mogelijk, tenzij de aanvraag in het verleden al is goedgekeurd. Voor nieuwe zonnedaken (of zonneparken) groter dan 1,75MWp (ca. 6.000 panelen) geldt dus dat er op dit moment in de hele gemeente Groningen bijna geen aansluitcapaciteit meer is. Wij zijn in nauw gesprek met Enexis en TenneT. Zij werken hard om de knelpunten vóór 2025 opgelost te hebben.
Kleinverbruikers (huishoudens en de meeste MKB-bedrijven met een aansluiting van maximaal 3x80A) zijn aangesloten op het laagspanningsnet. Voor deze groep geldt dat Enexis vooralsnog geen beperkingen kent voor teruglevering van zonne-energie. De kaart gaat dus alleen over de grootverbruikersaansluitingen, groter dan 3x80A. Over het algemeen kan gesteld worden dat de problemen rond netcapaciteit vooralsnog geen gevolgen hebben voor de ambitie van zon op daken in de gemeente Groningen. Wij houden de ontwikkelingen op dit gebied voortdurend en nauwlettend in de gaten.
5.10. Recycling Nu voor de eerste generatie zonnepanelen het einde van de levensduur in zicht komt, komt de tweedehands markt en de recycling van zonnepanelen op gang. Geschat wordt dat 5 tot 10 procent van de oude zonnepanelen een tweede leven krijgt. De rest van de zonnepanelen wordt gerecycled. In de gemeente Groningen kan sinds enkele jaren zonnepanelen ingeleverd worden bij de milieustraat voor een duurzame verwerking. Stichting OPEN (Organisatie Producentenverantwoordelijkheid E-waste Nederland) is namens alle producenten en importeurs van elektrische apparaten in Nederland verantwoordelijk voor de inzameling en recycling van e-waste, waaronder zonnepanelen en de bijbehorende omvormers. Zonnepanelen worden nu nog centraal verwerkt in België, dichtbij de Nederlandse grens. De verwerking komt neer op bijna 100 procent hergebruik. Het aluminium frame kan gelijk verwerkt worden. De omvormer, de aansluitdoos (de junction box) en de bekabeling wordt zoals al het andere elektrische materiaal bij gespecialiseerde verwerkers gerecycled. De glasplaat, met daarop de zonnecellen verlijmd, en de achterplaat van kunststof of wederom glas worden gesmolten. Het aanwezige plastic verbrandt en heeft daarmee energetische kwaliteiten die het proces helpen. Het residu (slak) wordt verwerkt als betonwapening.
In 2019 kwam het daadwerkelijk behaalde recyclepercentage uit op 99 procent en het hergebruikpercentage van de grondstoffen uit op 98 procent. De volgende uitdaging is de verdere up-cycling en betere materiaalkwaliteit bij het hergebruik. Er zijn plannen voor een nieuwe recyclingsfabriek in de provincie Flevoland. Deze nieuwe recyclingsfabriek in Lelystad kan in de toekomst ook het silicium en zilver uit de zonnecellen terugwinnen voor een nog betere up-cycling.
20
6. Wat gaan we doen?
6.1. Inleiding: rol van de gemeente Het vraagt een enorme inzet en investeringen om 450MWp aan zonnepanelen op daken in 2035 te kunnen realiseren. Zelfs de 250MWp in 2025 is al een forse uitdaging. De rol van de gemeente daarin is beperkt. Voor het halen van deze gezamenlijke opgave, is inzet van alle stakeholders vereist; particuliere huiseigenaren, woningcorporaties, verhuurders, bedrijven, instellingen en energiecoöperaties. Een gemeente heeft slechts beperkte mogelijkheden om via wetten en regels het gedrag van mensen te sturen of ze met subsidies te verleiden. Van veel stakeholders kunnen we niet eisen om de daken vol te leggen met zonnepanelen. De meeste zonnepanelen worden zonder bemoeienis van de gemeente geïnstalleerd. Dat is een erg positieve ontwikkeling. Dat betekent dat de markt volwassen is en de landelijke regelgeving in basis al goed is. De rol van de gemeente is inspringen op de sectoren waar zonnepanelen nog niet vanzelf gerealiseerd zijn of gaan worden. We kunnen de groei van het aantal zonnepanelen een zetje geven door bijvoorbeeld: • Wij zien het als onze rol om te lobbyen en actief mee te denken over effectieve regelgeving en maatregelen door provincie, rijk en Europa en toe te zien op correcte naleving van omgevingsvergunningen en de anterieure overeenkomsten. • belemmeringen wegnemen door te zorgen voor voldoende netcapaciteit.
• het goede voorbeeld geven door onze gebouwen, parkeerterreinen en P+R terreinen te voorzien van zonnepanelen. • bewoners, bedrijven en andere partijen informeren, stimuleren en met elkaar in contact brengen; • gezamenlijke projecten initiëren; • planologische en juridische voorwaarden creëren; Op al deze punten gaan we onze inspanningen de komende jaren vergroten. Een korte toelichting op enkele van deze punten:
bij het verdwijnen van de salderingsregeling thuisaccu’s gaan vallen onder de ISDE subsidieregeling en dat er voor de productie van zonnestroom een ‘eerlijke prijs’ gegarandeerd wordt. Bij de provincie Groningen lobbyen we voor gunstigere leningsvoorwaarden voor ondernemers die zonnepanelen willen. Zo zien wij graag dat naar analogie van de Energielening van de Drentse Energie organisatie ook groene daken en zon voor asbest onder Fonds Nieuwe Doen komen te vallen. Voldoende netcapaciteit Onvoldoende netcapaciteit belemmert de noodzakelijke energietransitie. Wij zijn doorlopend in gesprek met de netbeheerders TenneT en Enexis om te zorgen dat er voldoende netcapaciteit blijft en dat deze tijdig wordt vergroot daar waar nodig om alle hernieuwbare energieprojecten te kunnen realiseren. Dit doen wij onder andere via de aandeelhoudersvergadering van Enexis (zie ook hoofdstuk 5.9). Het goede voorbeeld geven Wij verlangen van onze inwoners en bedrijven dat iedereen zijn of haar steentje bijdraagt door geschikt dakoppervlak beschikbaar te stellen voor zonnepanelen. We willen daarom het goede voorbeeld geven en elk geschikt dakoppervlak van onze gemeentelijke gebouwen van zonnepanelen voorzien. De Gresco werkt hier al geruime tijd aan en ook in 2021 worden weer 4.000 panelen aanbesteed en geplaatst.
De daken met een geschikt dak en een rendabele businesscase zijn dan grotendeels voorzien van zonnepanelen. Gebouwen met daken die ongeschikt zijn voor zonnepanelen of waarbij zonnepanelen vooralsnog financieel niet haalbaar zijn, kunnen gerealiseerd worden via aanpak in de Routekaart Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed. Deze routekaart wordt eind 2021 aan de gemeenteraad aangeboden. Daarnaast onderzoekt de Gresco mogelijke oplossingsrichtingen voor gebouwen waarvan de gemeente eigenaar is, maar waar de gebruiker de energierekening betaalt. Hier geldt het zogenaamde split incentive principe.
Lobbyen Bij het Rijk gaan we actief lobbyen om te zorgen dat de regelgeving gunstig blijft, bijvoorbeeld om te zorgen dat
21
Zonnecarports op P+R terreinen Onze P+R-terreinen zijn historisch ontstaan als locaties aan de rand van de stad om het autoverkeer zo veel mogelijk af te vangen. Met hoogfrequente busverbindingen vanaf de P+R naar de belangrijkste werk- en onderwijslocaties lukt dat uitstekend. Het P+R concept koesteren we, gaan wij uitbreiden daar waar nodig en maken we aantrekkelijker door deze, daar waar mogelijk, te voorzien van architectonisch verantwoorde zonnecarports. De potentie van zonnecarports op de P+R terreinen is groot; in potentie is er ruimte om voor 14MWp aan zonnepanelen te realiseren op de P+R terreinen, maar niet elk P+R terrein is even geschikt. Het eerste P+R terrein Reitdiep is al voorzien van een zonnecarport. Voor P3 bij Europapark onderzoeken wij al de mogelijkheden voor een zonnecarport. Voor de overige P+R terreinen onderzoeken we de komende jaren wat ruimtelijk gezien de mogelijkheden zijn. Dat doen wij zorgvuldig en in samenspraak met de omwonenden. De minister heeft een aparte categorie in de SDE++ opgenomen om zonnecarports te stimuleren. Figuur 5 Zonnecarport bij ziekenhuis
Inkoop Bij consumentenelektronica is het sinds enige jaren verboden om lood in de soldeerverbindingen te gebruiken. Voor zonnepanelen bestaat een uitzondering. Inmiddels het technisch mogelijk om loodvrije soldeerverbindingen in zonnepanelen te gebruiken. Bij het inkopen van zonnepanelen voor onze eigen daken en voor gezamenlijke inkoopacties voldoen wij al aan de internationale normen IE en CE keuring IEC61215, IEC 61646 en IEC 61730, houden wij ook rekening met de CO2-footprint en stellen dat de zonnepanelen PFAS-, lood- en dwangarbeidvrij moeten zijn. 6.2. Categorieën We zijn met ons allen verantwoordelijk voor de invulling van die opgave. Iedere eigenaar met een geschikt dak zal de komende periode zonnepanelen moeten gaan nemen om de opgave te behalen. Een groot deel van de opgave wordt autonoom ingevuld en ingegeven door Europees en landelijk (stimulerings-)beleid en regelgeving. De rol van de gemeente daarin is beperkt. De verwachting is dat de komende jaren nog veel meer nieuwe én bestaande daken van zonnepanelen, vegetatie en andere duurzame oplossingen voorzien zullen worden. Op basis van bestaande en nieuwe regelgeving, en omdat burgers, bedrijven en overheden vrijwillig veranderingen in de gebouwde omgeving aanbrengen.
Omdat de gemeente Groningen al in 2035 versneld CO2-neutraal wil zijn moeten we een meer dan gemiddelde inspanning leveren om onze ambities te verwezenlijken. Wij zien graag dat pandeigenaren hun terreinen ten volle benutten voor de opwerk van zonne-energie en willen het goede voorbeeld geven. Wij voorzien daarom alle geschikte gemeentelijke daken en bijbehorende parkeerterreinen van een zonnedak. Ook onderzoeken wij de mogelijkheden van zonnecarports boven de P+R terreinen (zie paragraaf 6.1).
Nij Smellinghe Drachten. Bron: GroenLeven.
22
Daarnaast onderscheiden we in de aanpak de komende vijf jaar de volgende vijf belangrijkste categorieën: • Nieuwbouw Vanaf 1 januari 2021 moeten nieuwe vergunningaanvragen voor woning- en utiliteitsbouw en renovatie voldoen aan de BENG-normering (Bijna Energieneutrale Gebouwen). De verwachting is dat hierdoor al veel beschikbaar dakoppervlak benut gaat worden voor zonnepanelen. Met ingang van de Omgevingswet, het Omgevingsplan en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) ontstaat naar alle waarschijnlijkheid de mogelijkheid voor gemeenten om middels maatwerkregels aanvullende eisen bij de omgevingsvergunning te stellen voor de toepassing van zonnepanelen. Wanneer dit nodig blijkt, en wettelijk mogelijk is, willen wij dit als vangnet inzetten om de kansen van zonnepanelen op nieuwe daken zoveel als mogelijk te benutten. • Woningen Veel woningeigenaren twijfelen nog of zij wel of geen zonnepanelen moeten nemen. We zetten in op onafhankelijke ‘zonnecoaches’ die persoonlijk maatwerkadvies ‘aan de keukentafel’ kunnen bieden. Dit doet wij via het Energieloket Groningen. • Woningcorporaties De woningcorporaties zijn druk bezig hun voorraad te verduurzamen. Bij renovatiewoningen is label A het uitgangspunt. Helaas wordt nog niet altijd het dak voorzien van zonnepanelen.