CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025 gemeente Gronginen boekwerk - na erratum.pdf

gemeenteraad 13 november 2024, gemeente GroningenBij agendapunt: e: Ontwerpbegroting 2025 Gemeente Groningen (raadsvoorstel 3-10-24)40.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

In deze werkwijze ondersteunen we inwoners ook bij vragen over inkomen en schulden door intensiever samen te werken met inkomensdienstverlening en schuldhulpverlening. De basisbaan biedt werk en bestaanszekerheid voor een belangrijke groep in onze samenleving die niet op de reguliere arbeidsmarkt terecht kan. Afgelopen september hadden 151 inwoners een basisbaan. In 2025 willen we uitkomen op 250 basisbanen. In Europa is veel belangstelling voor de basisbaan. We delen onze kennis en ervaring hierover met andere lidstaten. Een deel van de inwoners lukt het (nog) niet om mee te doen in de huidige arbeidsmarkt. Zij hebben meer behoefte aan ondersteuning om zich te kunnen ontwikkelen, maar ook in een context dat beter bij hen aansluit, zoals een veilige werk en ontwikkelomgeving. We zien daarbij een grotere rol voor iederz weggelegd als Sociaal Ontwikkelbedrijf. Inkomensdienstverlening, schuldhulpverlening en armoede en schulden Het minimumloon is in 2024 verhoogd, maar wordt door het nieuwe kabinet niet verder verhoogd, zoals het plan was. Na jaren van hoge inflatie lijkt de inflatie te stabiliseren en dat geldt ook voor de energieprijzen. Veel prijzen zijn nog steeds hoog waardoor er nog steeds veel inwoners zijn die moeite hebben om rond te komen. Met het project Regelingenwoud maken we gemeentelijke (minima)regelingen eenvoudiger en toegankelijker.

Zo gaan we het nietgebruik van regelingen tegen. De projectfase zijn we inmiddels voorbij en we blijven de werkwijze verder toepassen. Ook zetten we ons in om via het uitvoeringsprogramma Brede Aanpak Armoede en Schulden inwoners net zo lang te helpen tot een duurzaam perspectief is bereikt. Zoals in Kansrijk Groningen waarin deelnemer en buddy armoede te lijf gaan en zorgen voor een nieuwe toekomst. In aanvulling hierop willen we financiële problemen van inwoners voorkomen. Daarom organiseren we onze schuldhulpverlening dichter bij de inwoner en gaan we verder met vroegsignalering. Dit zijn een paar acties uit het uitvoeringsplan Schuldhulpverlening 2024-2025 waar we dit jaar verder uitvoering aan geven.

Resultaten, activiteiten en prestatie-indicatoren De resultaten geven aan wat we willen bereiken. De activiteiten geven aan wat we daarvoor doen. De prestatie indicator(en) meten de voortgang van de resultaten. De opbouw is opgesteld aan de hand van de beleidsvelden Werk en activering en Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening .

66

Wat willen we bereiken (resultaten)

Wat gaan we daarvoor doen (activiteiten)

Werk en activering Werk in Zicht (Regionaal arbeidsmarktbeleid) •

Er is een betere aansluiting tussen vraag en aanbod van onbenut talent op de arbeidsmarkt. Inzet is gericht op het ontwikkelen van competenties van inwoners waardoor er voor (potentieel) kwetsbare doelgroepen en andere personen met een zekere afstand tot de arbeidsmarkt een beter perspectief naar een goede (betaalde) baan ontstaat. • Hierbij is ook een goede aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt van belang, waardoor de mismatch tussen kwalificaties van mensen enerzijds en gevraagde competenties anderzijds wordt verkleind, en (jong) volwassenen hierdoor makkelijker vanuit de opleiding kunnen doorstromen richting een betaalde baan of reeds werkenden meer wendbaar kunnen zijn in hun (verdere) werkzame leven. Werk

•

•

•

Meer inwoners in een uitkeringssituatie weten met behulp van passende ondersteuning hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten en succesvol uit te stromen naar een (reguliere) betaalde baan of als ondernemer, al dan niet via een scholingstraject. Hierin gaan we kennis en vakmanschap stimuleren.

•

• •

•

• •

•

•

•

•

We zetten in 2025 actief in op de verdere ontwikkeling van het Regionale Werkcentrum, waarbij we publieke en private dienstverlening voor inwoners samenbrengen. In het Regionale Werkcentrum stellen we de vraag van de inwoner over (ander) werk en scholing centraal, krijgt iedereen toegang tot passende ondersteuning en we zetten in op duurzame inzetbaarheid van werkzoekenden en werknemers. Hierdoor kan de beroepsbevolking die ondersteuning nodig heeft op een plek terecht. We blijven vanuit de regio inzetten op mensen met een arbeidsbeperking en daarmee op het realiseren van afspraakbanen. We zoeken actief naar onbenut en ontwikkelpotentieel van mensen, dus ook inwoners die buiten de P-wet en de WW vallen. Samen met betrokken partners zorgen we voor activering naar de meest haalbare vorm. Dit doen o.a. via de nog op te zetten WIZ-ontwikkelcentra met behulp van een JTF-subsidie. In samenwerking met het bedrijfsleven zoeken naar oplossingen voor arbeidsmarktvraagstukken. Bedrijven zoeken naar andere wervingsmogelijkheden en vormen om personeel duurzaam te binden. Tegelijk wordt ingezet op het duurzaam inzetbaar houden van werknemers. De intensieve samenwerking tussen Doorstroompunt (voorheen RMC), scholen en arbeidsmarkt wordt doorgezet. We gaan bezig met doorontwikkeling van het concept van Talentperron in de regio.

We zetten in om inwoners met een uitkering naar werk te ontwikkelen, door middel van activering, scholing, praktijkleren en/of jobcoaching. Indien de stap naar werk (nog) niet haalbaar is zetten we in op maatschappelijke participatie. Om meer (duurzame) afspraakbanen te realiseren zetten we ons in voor voldoende jobcoaching voor de instroom van inwoners in het Landelijk doelgroep register (LDR), gezien de groeiende behoefte van deze groep aan coaching. We gaan verder met het doorontwikkelen van de gebiedsgerichte en Groningse aanpak en het bieden van een toegankelijke, nabije en laagdrempelige dienstverlening aan inwoners. Ons doel daarmee is om meer inwoners te bereiken en te ondersteunen, ook zonder bijstandsuitkering; Ontwikkelen van basisbanen voor mensen die niet regulier aan het werk komen. We streven naar 250 basisbanen eind 2025. In sept 2024 zaten we op 151 basisbanen. We willen voorkomen dat mensen (terug) in de bijstand komen, bijvoorbeeld door middel van het project Nazorg maar ook door inwoners vanuit de WW in een vroeg stadium te benaderen om te voorkomen dat ze in de bijstand komen;

67

• •

•

Experimenteren met vernieuwende manieren om mensen aan het werk te helpen, zoals de projecten Op Koers en Brede inzet LKS; Bij inburgeraars en statushouders willen we zo snel mogelijk aan het werk helpen door ze o.a. te ondersteunen bij taal op de werkvloer en werkgevers te motiveren om op werk- of ontwikkelplekken te creëren. We zijn de brug tussen bijstandsgerechtigde en de werkgever en zorgen ervoor dat vraag, aanbod en onderwijs bij elkaar komen door o.a. het organiseren van bijeenkomsten en banenmarkten in de wijk en gemeentebreed. Ook zorgen wij voor opleidingstrajecten naar werk en bieden wij maatwerk door te jobhunten en carven. Mede door dit soort plaatsingen kunnen inwoners stappen zetten op de ontwikkelladder of richting werk.

Maatschappelijke participatie •

Meer inwoners in een uitkeringssituatie met daarbij een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt worden geactiveerd en doen mee via verschillende vormen van maatschappelijke participatie

•

•

•

• •

Inwoners met een SWindicatie of een NB-indicatie zijn actief binnen een Nieuw Beschut omgeving of met een LKS subsidie bij een werkgever.

•

•

Inwoners bieden we het hoogst haalbare traject dat past bij het niveau en de mogelijkheden van de inwoner. Dit doen we op basis van maatwerk. We ondersteunen Nieuw Beschutters voor wie dat mogelijk is om bij een reguliere werkgever aan de slag gaan. Dat kan op basis van detachering of in dienst bij de werkgever via het project nieuw beschut in de markt dat in nauwe samenwerking met iederz wordt ontwikkeld. We zijn continu bezig met het uitbreiden van ons netwerk van geschikte werkgevers voor onze doelgroep. We bieden ontwikkeltrajecten aan bij iederz, zoals de z-route, Kansrijk Talent en Praktijkleren. Dit is een voorbereiding voor een opleiding of de arbeidsmarkt. Het Instroomportaal biedt laagdrempelige ontwikkeltrajecten aan voor iedereen die ondersteuning wil of nodig heeft bij een eerste stap richting werk of onderwijs. Instromers hebben een grote diversiteit aan achtergronden. Denk aan dagbesteding, Wajong, statushouders, ggzcliënten, cliënten van beschermd wonen en cliënten met een verslavingsachtergrond. In 2025 gaan we verder met de doorontwikkeling van het Sociaal ontwikkelbedrijf.

Prestatie indicator(en)

Behaald 2022

Behaald 2023

Beoogd 2024

Beoogd 2025

1. Werk en activering Aantal plaatsing met betrekking tot.:

•

•

Een werk-/ stageplek gerealiseerd door SROI in de arbeidsmarktregio

1.176

1.055

900

900

•

Een beschutte werkplek ‘Nieuw’ (in het kader van de P-wet)

137

169

178

191*

•

% Inwoners (met uitkering) dat persoonlijk contact had met hun coach

-

-

90%

93%

•

Aantal mensen met LKS op een afspraakbaan met begeleiding vanuit de Participatiewet in Groningen

357

420

625

900

aantal plekken wordt eind 2024 definitief bepaald - is nieuwe indicator

68

Aantal personen met een bijstandsuitkering dat uitstroomt naar:

Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening Uitkeringen en minimaregelingen •

•

•

Meer huishoudens die onder of rond het sociaaleconomisch minimum (dreigen te) geraken hebben financiële rust en stabiliteit en zijn daardoor beter in staat grip op het eigen leven te houden en aan verschillende facetten van het leven actief te (blijven) participeren. Integraal armoedebeleid

•

Meer huishoudens die onder of rond het sociaaleconomisch leven kunnen actief (blijven) participeren aan verschillende facetten van het leven, waardoor sociale uitsluiting, gezondheidsverschillen en/of ongelijke ontwikkelingskansen voor kinderen kunnen worden beperkt; Meer huishoudens zien kans met aanvullende ondersteuning

•

•

•

• • • •

Voortzetting verstrekken uitkeringen voor bijstand, IOAW en IOAZ, waarbij we steeds meer werken vanuit stress-sensitieve dienstverlening. Voortzetting verstrekken minima- en armoederegeling met speciale aandacht voor de laagdrempeligheid (vereenvoudiging, minder bewijslast, vanuit vertrouwen) en het bieden van bestaanszekerheid. Actief tegengaan van niet-gebruik door vereenvoudigen en harmonisering regelingen en door verbetering van onze communicatie.

Voortzetten breed palet aan armoedevoorzieningen gericht op bestaanszekerheid, ondersteuning en talentontwikkeling, zowel gemeentebreed als op gebiedsniveau; We borgen de Groningse aanpak en de Doorbraakmethode in de reguliere dienstverlening; De Pilot Samenwerking in Oost wordt gemeentebreed ingebed in de reguliere werkwijze; We zetten het experiment Bouwdepot door en onderzoeken mogelijkheden voor uitbreiding; We investeren extra in intensieve ondersteuning van huishoudens in complexe situaties, onder meer via de aanpak Kansrijk Groningen;

69

zo lang als nodig - de regie over het eigen leven te herwinnen en de eigen financiële redzaamheid te versterken. Schuldhulpverlening

•

We intensiveren en versterken de samenhang in de dienstverlening van gemeente en WIJ.

•

•

Voorlichting, financiële educatie (budget-coaching) en andere preventieactiviteiten die gericht zijn op het voorkomen of beperken van financieel kwetsbare situaties; Uitvoeren van de wettelijke taak ‘vroegsignalering’, waarbij inwoners bij signalen van betalingsachterstanden van vaste lasten (huur, energie, water en zorgpremie) proactief een hulpaanbod krijgen; (integrale) Schuldhulpverlening aanbieden aan huishoudens met (problematische) schulden door meer aanwezig te zijn in de wijken en door middel van onder meer budgetbeheer, euro-coaching (jongeren), schuldregeling, sociale kredietverlening en (indien noodzakelijk) beschermingsbewind; Leveren van financiële begeleiding om financiële weerbaarheid van inwoners te vergroten en bieden van nazorg zo lang als nodig.

•

Minder huishoudens raken in een financieel kwetsbare - of zelfs (problematische) schuldensituatie; Daar waar dit wel gebeurt willen we de financiële situatie door tijdige en gerichte ondersteuning eerder stabiliseren en - daar waar mogelijk -laten leiden tot (financieel) herstel en een hogere uitstroom naar een financieel gezonde, zelfstandige, situatie.

•

•

•

Prestatie indicator(en)

Behaald 2022

Behaald 2023

Beoogd 2024

Beoogd 2025

2. Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening Aantal personen met een uitkering levensonderhoud in het kader van de Participatiewet (bijstand): 8.997 9.016 Afname • Totaal aantal uitkeringen levensonderhoud

Afname

•

Waarvan aantal (of %) personen met bijstand dat parttime inkomsten heeft uit arbeid

2.121

1.834

Toename

Toename

•

Waarvan aantal (of %) uitkeringen levensonderhoud dat behoort tot de groep verkerend in een langdurig financieel afhankelijke situatie (>=3 jaar) Aantal personen dat gebruik maakt van één of meerdere (aanvullende) inkomensondersteunende minimaregelingen Aantal huishoudens dat gebruik maakt van een of meerdere (langdurige) trajecten van schuldhulpverlening Percentage geslaagde 'minnelijke' schuldregelingen

5.573

5.498

Afname

Afname

10.047

10.602

Toename

Toename

3.662

3.510

Toename

Toename

75%

83%

80%

80%

Toelichting Indicator en (eventueel) nadere toelichting: Aantal personen met een bijstandsuitkering dat uitstroomt naar: Een regulier betaalde baan Toelichting: Het aantal dat uitstroomt naar een regulier betaalde baan wordt o.a. bepaald door een aantal factoren: 1) de mate van instroom; 2) bijstandsvolume; 3) kansen op de arbeidsmarkt voor deze groep. De instroom is voor een langere periode laag en ook is het bijstandsvolume historisch laag. Dat betekent dat er in absolute aantallen minder personen zijn die kunnen uitstromen naar een regulier betaalde baan. De arbeidsmarkt is krap en bied kansen. De mismatch is echter nog wel een knelpunt. Aantal personen met een bijstandsuitkering dat uitstroomt naar: Een opleiding Toelichting: Dit gaat om personen die uitstromen naar een opleiding met studiefinanciering.

70

Aantal plaatsing met betrekking tot.: Een werk-/ stageplek gerealiseerd door SROI in de arbeidsmarktregio Toelichting: Sociale return (SROI) is onderdeel van het inkoopbeleid. We werken hierbij samen met andere gemeenten, provincie en publieke instellingen. Zo stimuleren we opdrachtnemers om werk- en stageplekken voor inwoners te creëren. Aantal plaatsing met betrekking tot.: Een beschutte werkplek ‘Nieuw’ (in het kader van de P-wet) Toelichting: Er is een quotum voor het aantal plekken dat gerealiseerd moet worden. Het beoogde aantal voor 2024 is gelijk aan het quotum. Het quotum voor 2025 wordt eind van het jaar bekend gemaakt. % Inwoners (met uitkering) dat persoonlijk contact had met hun coach Toelichting: Deze indicator is nieuw en vervangt de indicator '% Inwoners (met uitkering) dat via het traject Kansen in Kaart in beeld is'. De werkwijze van Kansen in Kaart is opgegaan in de gebiedsgerichte aanpak van Werk & Participatie en daarom niet meer meetbaar. De nieuwe indicator gaat over het contact met alle inwoner met een bijstandsuitkering in de gebiedsgerichte werkwijze. Voor 2022 en 2023 zijn er geen cijfers beschikbaar. Aantal mensen met LKS op een afspraakbaan met begeleiding vanuit de Participatiewet in Groningen Toelichting: Aantal mensen met een afspraakbaan die in het Landelijk Doelgroepregister (LDR) staan met Loonkostensubsidie (LKS) en/of jobcoaching.

Aantal personen met een uitkering levensonderhoud in het kader van de Participatiewet (bijstand): Waarvan aantal (of %) personen met bijstand dat parttime inkomsten heeft uit arbeid Toelichting: We streven naar dat inwoners optimaal mee doen naar vermogen. Dat betekent dat we streven dat mensen met een bijstandsuitkering parttime gaan werken. Parttime werk kan voor inwoners een opstap zijn naar volledige uitstroom naar werk. Daarom streven we naar een toename van het aantal mensen die parttime werken als het aantal mensen met een bijstandsuitkering toeneemt. We verwachten een afname van het aantal mensen met parttime inkomsten uit werk, als het aantal mensen in de bijstand afneemt. Aantal mensen met LKS op een afspraakbaan met begeleiding vanuit de Participatiewet in Groningen. Toelichting: het gaat om het aantal mensen die vanuit Werk en Participatie onder begeleiding en met loonkostensubsidie aan het werk zijn. Het aantal (regionale) afspraakbanen staan vermeld bij regionale arbeidsmarkt bij:’wat hebben we hier voor gedaan (activiteiten).

Migratie Realiseren van de taakstelling huisvesting vergunninghouders. Vergunninghouders weten de weg te vinden in de samenleving.

Inburgeringsplichtigen slagen voor het inburgeringsexamen en zijn actief op het gebied van onderwijs of werk.

Prestatie indicator(en) Aantal gehuisveste vergunninghouders Aantal personen dat in maatschappelijke begeleiding is genomen

In samenwerking met de woningcorporaties in Groningen zorgen we voor het huisvesten van vergunninghouders. Maatschappelijke begeleiding van vergunninghouders wordt voor de gemeente Groningen uitgevoerd door Humanitas. Ook zorgt Humanitas voor het aanbieden van workshops voor de participatieverklaring. Bij Thuis in 050 zijn bijna 1.300 inburgeringsplichtigen actief in begeleiding. Ongeveer 70 procent van de mensen in begeleiding is naast de inburgering actief in werk of vrijwilligerswerk. Behaald 2022

Behaald 2023

Beoogd 2024

Beoogd 2025

363 202

612 368

700 450

650 350

71

Met de bovenstaande indicator(en) wordt de voortgang van de uitvoering van ons beleid gemeten. Indien er geen cijfers beschikbaar zijn voor dat jaar, staat er een streepje. In dat geval wordt de indicator niet jaarlijks gemeten.

Financiën Financieel overzicht lasten en baten 03.1 Werk en inkomen Omschrijving (Bedragen x 1.000 euro)

Rekening 2023

Actuele Begroting 2024

Primitieve begroting 2025

2026

2027

2028

Lasten

312.118

299.038

321.330

315.569

318.869

326.825

Baten

189.785

190.027

206.876

205.437

208.747

212.740

-122.333

-109.010

-114.454

-110.132

-110.122

-114.085

Totaal toevoegingen

2.061

0

0

0

0

0

Totaal onttrekkingen

4.029

5.535

3.218

0

0

0

-120.365

-103.476

-111.236

-110.132

-110.122

-114.085

Saldo van baten en lasten voor reservemutaties Reserve mutaties

Saldo van baten en lasten na reservemutaties

Financiële toelichtingen begroting 2025 Hieronder lichten we achtereenvolgens toe waar het geld vandaan komt en waar het naartoe gaat, welke extra middelen er beschikbaar worden gesteld en of daar extra dekking tegenover staat. Hierbij geven we op hoofdlijnen aan wat de verschillen zijn in beschikbare baten en lasten ten opzichte van de vorige begroting. Toelichtingen op baten en lasten begroting 2025

3.1: Werk en inkomen

Lasten

Baten

Saldo

Begroting 2025

321.330

206.876

-114.454

6.807

0

-6.807

Bestaand beleid 2025

314.523

206.876

-107.647

Verschil ten opzichte van 2024

15.486

16.849

1.363

Waarvan intensiveringen 2025

Waar gaat het geld voornamelijk naar toe (bestaand beleid), inclusief verklaring verschil ten opzichte van begroting 2024 op hoofdlijnen (schuin gedrukt):

3.1: Werk en inkomen

Lasten

Baten

Sociale Werkvoorziening en nieuwe doelgroepen De lasten betreffen met name de personeelskosten voor de Sociale Werkvoorziening (inclusief begeleid werken) en Nieuw Beschut. Deze bedragen 41,8 miljoen euro, waarin inbegrepen de inzet van 7,1 miljoen euro loonkostensubsidie (LKS). De omzet uit detachering verlaagt de lasten naar 37,3 miljoen euro. De bedrijfslasten, met name de ambtelijke personeelskosten en de begeleidingsvergoeding, bedragen 9,2 miljoen euro. De baten betreffen hoofdzakelijk de loonkostensubsidie die wij ontvangen van het rijk (7,1 miljoen euro) en de omzet van het beschut bedrijf (6,8 miljoen euro). Ten opzichte van de begroting 2024 zijn de lasten 3,2 miljoen euro hoger en de baten 1,1 miljoen euro hoger. Het beschut bedrijf heeft 0,5 miljoen euro hogere omzet (baten) door de nieuwe

47.900

15.300

72

opdracht van Defensie. Hier staan 0,4 miljoen euro hogere materiaalkosten tegenover (lasten). Verder hebben we 0,6 miljoen euro hogere baten doordat we meer loonkostensubsidie ontvangen door een stijging van het aantal medewerkers Nieuw Beschut. De bedrijfslasten nemen toe met 2,7 miljoen euro, met name door de verschuiving van 2,1 miljoen euro aan lasten van deelprogramma 4.4 (Overhead en ondersteuning organisatie) naar deelprogramma 3.1. Dit is het gevolg van de notitie overhead (december 2023). Daarnaast stijgen de kosten van de ambtelijke formatie met 0,6 miljoen euro door loonindexatie, formatie-uitbreiding en vervanging van sleutelfunctionarissen. Participatie en re-integratie Van de begrote middelen is 14,4 miljoen euro nodig ter dekking van de uitvoeringskosten. Dit betreft hoofdzakelijk ambtelijke personeelskosten. Daarnaast zetten we 2,6 miljoen euro in voor trajecten en 2,9 miljoen euro voor overige subsidies en bijdragen. Ten opzichte van de begroting 2024 stijgen de lasten met 2,2 miljoen euro door een verschuiving van lasten van deelprogramma 4.4. (Overhead en ondersteuning organisatie) naar deelprogramma 3.1. Dit is het gevolg van de notitie overhead (december 2023). Daarnaast nemen personeelskosten met 0,9 miljoen euro toe, onder meer als gevolg van loonindexatie.

Basisbanen Basisbanen zijn betaalde banen die we aanbieden voor deelnemers die onder de Participatiewet vallen en voor wie uitstroom naar regulier werk, een beschutte werkplek of een afspraakbaan niet mogelijk is. De begrote lasten bestaan hoofdzakelijk uit kosten voor lonen en begeleiding. Daarnaast zijn er uitvoeringskosten. De baten betreffen de loonkostensubsidie die we ontvangen en de bijdragen die we verwachten van werkbiedende partijen. De loonkosten zijn 1,9 miljoen euro hoger dan in 2024 doordat we in 2025 verwachten te groeien van 185 naar 240 basisbanen. De loonkostensubsidie die we ontvangen stijgt eveneens, dit geeft een voordeel van 0,9 miljoen euro aan baten. Werk in Zicht Werk in Zicht (WIZ) is een regionaal samenwerkingsverband voor de arbeidsmarktregio Groningen, gericht op een betere aansluiting tussen vraag en aanbod van (deels onbenut) talent op de arbeidsmarkt. We zetten de middelen in volgens de WIZ programmabegroting 2023-2026 voor onder andere Kansrijk Talent, Praktijkleren en de NPG Talent tour. Voor het programma ontvangen we bijdragen van andere gemeenten, de provincie en vanuit Europa. Per saldo begroten we 0,5 miljoen euro hogere lasten in 2025. Lasten nemen toe door de inzet voor de NPG talent tour WIZ in 2025. Hier tegenover staan lagere lasten voor andere projecten waaronder Kansrijk Opleiden.

De baten nemen met 2,7 miljoen euro toe door NPG subsidie, ESF subsidie en bijdragen van deelnemende gemeenten. Inburgering Voor uitvoering van de inburgeringswet, die voorziet in begeleiding van statushouders naar opleiding en werk, hebben we 2,9 miljoen euro begroot. Daarnaast ontvangen we van het rijk een specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen zoals leerroutes en maatschappelijke begeleiding. We verwachten van deze uitkering in 2025 1,0 miljoen euro in te kunnen zetten voor maatschappelijke begeleiding. Dit bedrag is verwerkt als bate en als last. We begroten 0,5 miljoen euro hogere personeelskosten dan in 2024 als gevolg van loonindexatie en een tijdelijke uitbreiding van formatie in verband met toename van de caseload. Daarnaast stijgen lasten en baten met 0,3 miljoen euro doordat in de begroting van 2024 een lager bedrag aan SPUK middelen is begroot (inzet 0,7 miljoen euro in 2024). We verwachten in 2025 meer aan voorzieningen uit te geven omdat de totale caseload is gestegen. Afspraakbanen Afspraakbanen zijn aangepaste banen voor medewerkers met een arbeidsbeperking. Werknemers ontvangen daarbij begeleiding vanuit de gemeente en/of van externe jobcoaches. De begrote lasten betreffen met name ambtelijke loonkosten en externe jobcoaching voor de plaatsing en begeleiding van werknemers.

Werk- en Ontwikkelprogramma Voor het Werk- en Ontwikkelprogramma, waarmee we de kansen van inwoners op participatie en werk willen vergroten, hebben we 2,0 miljoen euro aan uitvoeringskosten begroot.

73

19.900

900

8.300

3.200

6.100

4.600

3.900

1.000

2.400

2.000

Loonkostensubsidie We zetten meer loonkostensubsidie (LKS) in door de groei van afspraakbanen, basisbanen, Nieuw Beschut en de brede inzet LKS en ontvangen daarvoor ook meer loonkostensubsidie van het rijk. Ten opzichte van de begroting 2024 geeft dit een toename van 2,4 miljoen euro aan lasten en aan baten. BUIG We verwachten 174,3 miljoen euro te besteden aan uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW (Inkomensvoorziening voor Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werknemers), IOAZ (Inkomensvoorziening voor Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen), Bbz 2004 (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen) en overige wettelijke regelingen. Voor de bijbehorende uitvoeringskosten is 13,3 miljoen euro begroot. We ontvangen voor deze regelingen een BUIG-uitkering van het rijk van 171,3 miljoen euro. Daarnaast is een opbrengst van 4,7 miljoen euro begroot uit terugvordering van teveel betaalde uitkeringen. Ten opzichte van de begroting 2024 stijgen de lasten met 3,5 miljoen euro. In 2025 besteden we naar verwachting 1,6 miljoen euro meer aan uitkeringen als gevolg van loon- en prijsontwikkeling en een hoger bijstandsvolume. Daarnaast stijgen de uitvoeringskosten met 1,9 miljoen euro, met name door de notitie overhead (december 2023).

Als gevolg hiervan is 1,4 miljoen euro aan lasten verschoven van deelprogramma 4.4 (Overhead en ondersteuning organisatie) naar deelprogramma 3.1. Verder nemen de uitvoeringskosten met 0,5 miljoen euro toe. De baten in de begroting 2025 stijgen met 7,5 miljoen euro. We ontvangen 8,3 miljoen euro meer BUIG-uitkering van het rijk doordat het landelijke budget is gestegen en doordat ons aandeel in dit budget is verhoogd. Overige baten dalen met 0,8 miljoen euro door een aanpassing in de dotatie voorziening dubieuze debiteuren. Schuldhulpverlening Het begrote bedrag zetten we in voor onder meer beschermingsbewind, budgetbeheer, de Eurocoach, schuldbemiddeling en voor bijkomende uitvoeringskosten. De baten betreffen eigen bijdragen cliënten en rente over leningen. Armoede- en minimaregelingen We verwachten vanuit de diverse regelingen 9,2 miljoen euro in te zetten, onder meer voor studietoeslag, wet kinderopvang, het plan Brede Aanpak Armoede en Schulden en diverse losse projecten. Daarnaast is rekening gehouden met 2,4 miljoen euro uitvoeringskosten. Bijzondere bijstand Voor de inzet van bijzondere bijstand in het geval van onverwachte maar onontkoombare kosten hebben wij 5,4 miljoen euro begroot. We zetten de middelen onder meer in voor kredietverlening aan statushouders, medische kosten, maaltijdvoorziening en de witgoedregeling.

Een aantal verstrekkingen hebben de vorm van een krediet; de begrote baten hebben betrekking op ontvangsten in verband met kredietverlening. Individuele inkomenstoeslag Voor de individuele inkomenstoeslag die kan worden aangevraagd wanneer langer dan 2 jaar sprake is van een uitkering of laag inkomen, hebben wij 3,9 miljoen euro begroot.

187.700

176.100

11.400

1.200

11.600

5.400

500

3.900

Waar zetten we dit jaar extra geld voor in (intensiveringen) en waar hebben we extra dekkingsbronnen binnen dit deelprogramma: 3.1 15 15 18 21 22 23 16 17 19

Intensiveringen en dekkingsbronnen 2025 Basisbanen: loonontwikkeling & externe bijdragen Basisbanen: loonontwikkeling & externe bijdragen Vervanging sleutelfunctionarissen Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Studietoeslag Formatie uitvoeringskosten statushouders Thuisin050 Formatie en uitvoeringsbudget afspraakbanen Tijdelijke extra instroom Nieuw Beschut

74

Intensivering 360 494 182 1.062 200 925 908 651 458

I/S I S S S S S I S S

Dekking

594

20 24 25 40

Loonkostensubsidie Formatie ontzorgen statushouders Armoederegelingen en voorzieningen Accres gesubsidieerde instellingen

1.500 500 100 61

I I I S

De nummering komt overeen met de nummering in het Financieel meerjarenbeeld, hier staat een totaaloverzicht van en toelichting op de intensiveringen en hervormingen uit voorgaande jaarschijven.

Deelprogramma 3.2: Onderwijs Wij vinden het van groot belang dat kinderen en jongeren optimale kansen geboden worden om op een positieve wijze op te groeien. Wij bieden hen de mogelijkheden om kennis en vaardigheden op te doen, zodat zij zich kunnen ontwikkelen tot perspectiefrijke, participerende en verantwoordelijke volwassenen. Hiervoor is het cruciaal dat kinderen en jongeren kunnen opgroeien binnen een pedagogisch gezonde, stimulerende en veilige omgeving; een omgeving die ruimte biedt om de eigen talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Samen met onze partners in onderwijs en opvang zetten wij ons daarom in om het onderwijs in Groningen blijvend te vernieuwen en te verbeteren om zo een uitstekend leerklimaat voor onze kinderen en jongeren te realiseren. Doelen Deelprogramma 3.2: Onderwijs 1. Wij versterken de kwaliteit van het onderwijs en de onderwijshuisvesting; 2. Wij bieden gelijke kansen aan alle kinderen; 3. Wij creëren een klimaat voor een leven lang leren.

Effect indicator(en)

Behaald 2020

Behaald 2022

Beoogd 2024

Beoogd 2026

Percentage scholen dat de signaleringswaarde 1F behaalt voor A) Lezen in groep 8 B) Taalverzorging in groep 8

-

-

> 85% > 85%

> 85% > 85%

Percentage scholen dat de signaleringswaarde 2F/1S behaalt voor A) Lezen in groep 8 B) Taalverzorging in groep 8

-

-

> 73% > 62%

> 73% > 62%

≥ landelijk gemiddelde

≥ landelijk gemiddelde

< 10% > 85% < 5%

< 10% > 85% < 5%

< 20% > 70% < 10%

< 20% > 70% < 10%

Afname Toename

Afname Toename

Onderwijsniveau: •

•

•

% leerlingen VO (voortgezet onderwijs) met niveau gelijk of boven niveau schooladvies in relatie tot landelijk gemiddelde

-

Hoger dan landelijk gemiddelde

•

Percentage leerlingen in leerjaar 1 VO dat zich - boven - op - onder het gegeven schooladvies bevindt

-

-

Percentage leerlingen in leerjaar 3 VO dat zich - boven - op - onder het gegeven schooladvies bevindt % Voortijdig schoolverlaters (VSV) % Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn met de aanwezigheid van scholen in het primair onderwijs

-

•

2,0% 81%

75

-

3,45% -

Toelichting • Percentage 1F is een nieuwe indicator (dus geen scores 2020 en 2022), beoogde score is conform landelijk doel. • Percentage 2F/1S is een nieuwe indicator (dus geen score 2020 en 2022), beoogde score is gebaseerd op landelijk gemiddelde in het voorafgaande schooljaar. • Percentage leerjaar 1 en 3 VO zijn nieuwe indicatoren (dus geen score 2020 en 2022). De beoogde resultaten zijn gebaseerd op een bestaand beeld, waarbij gestreefd wordt naar zo goed mogelijke adviezen. Met de bovenstaande indicator(en) wordt de voortgang van de uitvoering van ons beleid gemeten. Indien er geen cijfers beschikbaar zijn voor dat jaar, staat er een streepje. In dat geval wordt de indicator niet jaarlijks gemeten.

Relevante beleidsnota's Het programma is verder uitgewerkt in de volgende beleidsnota’s: Onderwijsagenda Gemeente Groningen 2020+: Goed onderwijs voor iedereen Beleidsplan ‘Een goede start voor alle jonge kinderen 2023-2026' De tijd zal het leren; herstelprogramma onderwijs gemeente Groningen + uitvoeringsplan 3.0 Jaarverslag Leerplicht en Doorstroompunt 2022-2023 Thuiszitterspact 2.0 Groningen 2021-2024 Scholenplan Gro Up actualisatie 2024-2039 Ambitiedocument (door)ontwikkeling sportvoorzieningen 2037 Aanpak laaggeletterdheid Gemeente Groningen 2023-2024 Samen laaggeletterdheid bestrijden; Plan van aanpak Laaggeletterdheid 2020-2024, Arbeidsmarktregio Groningen

Relevante ontwikkelingen •

•

•

•

We investeren langjarig in goede en duurzame schoolgebouwen die een centrale rol in de wijk vervullen. Hiertoe is in mei 2024 het Scholenplan Gro Up – actualisatie 2024-2039 door de raad vastgesteld. Ook het Ambitiedocument (door)ontwikkeling sportvoorzieningen 2037, van belang voor de binnensportaccomodaties, is door de raad vastgesteld. Het Scholenplan biedt gemeente en de schoolbesturen de mogelijkheid om strategisch te sturen op en met onderwijshuisvesting. We sturen niet alleen op de fysieke kant van de onderwijshuisvesting, zoals de capaciteit en kwaliteit van de gebouwen. We sturen met de inzet van onderwijshuisvesting ook op het vergroten van de kansengelijkheid, het tegengaan van de (onderwijs)segregatie en het behalen van de doelstellingen uit de onderwijsagenda. De ambities in sport en bewegen maken een verbetering van de kwaliteit en uitbreiding van de capaciteit van de gymzalen en andere binnensportaccommodaties noodzakelijk. Daarvoor is de uitvoering van het Integraal toekomstperspectief accommodaties bewegingsonderwijs en binnensport (IABB) vastgesteld en gekoppeld aan de uitvoering van het Scholenplan Gro Up. We optimaliseren daarmee de afstemming tussen onderwijs en bewegingsonderwijs, verbeteren o.a. de akoestiek in gymzalen, verduurzamen onderwijsgebouwen en dragen hiermee bij aan de klimaatdoelstellingen.

Voor 2025 was de invoering van de Wet “Van School naar duurzaam werk” voorzien. De beoogde inwerkingtreding is echter vooruitgeschoven naar 1 januari 2026. Doel is een doorlopende aanpak van school naar werk voor jongeren tot 27 jaar. Voor het Doorstroompunt betekent dit een uitbreiding van de doelgroep (tot 27 jaar in plaats van 23 jaar). De middelen voor het Doorstroompunt worden verdeeld op basis van een nieuw verdeelmodel van het CBS. Bij leerplicht is er landelijk een verschuiving gaande van leerplicht naar leerrecht en van schoolafwezigheid naar schoolaanwezigheid. De wettelijke verankering hiervan valt in 2025 nog niet te verwachten. Wel gaan we in 2025 samen met het onderwijs onderzoeken in hoeverre we de focus in de praktijk alvast kunnen verleggen. Het Alfa-college en Noorderpoort, de twee aanbieders van volwasseneneducatie in de gemeente Groningen, hebben het educatieaanbod van beide instellingen gebundeld. Het volledige aanbod wordt vanaf 2024 onder de 76

•

vlag van het Alfa-college uitgevoerd. Ook de Taalhuizen in de gemeente Groningen worden door het Alfa-college bemenst en aangestuurd. De decentralisatie-uitkering “Tel mee met taal” voor coördinatie van de aanpak van laaggeletterdheid en het uitvoeren van het Regionale Plan van Aanpak laaggeletterdheid wordt vanaf 2025 verlaagd en vanaf 2026 gestopt. Dit heeft gevolgen voor het al dan niet voortzetten van regionale initiatieven, zoals de werkgeversaanpak en wervingsactiviteiten voor de taalhuizen en volwasseneneducatie. Dit maakt het moeilijker om het beoogde aantal deelnemers voor 2025 te bereiken.

Resultaten, activiteiten en prestatie-indicatoren De resultaten geven aan wat we willen bereiken. De activiteiten geven aan wat we daarvoor doen. De prestatie indicator(en) meten de voortgang van de resultaten. De opbouw is opgesteld aan de hand van de beleidsvelden Onderwijskansen en onderwijshuisvesting en Voortijdig schoolverlaten en leerlingenvervoer. Wat willen we bereiken (resultaten)

Wat gaan we daarvoor doen (activiteiten)

1. Onderwijskansen en onderwijshuisvesting Maatschappelijk Akkoord Sociale Inclusie Meer kinderen boeken • ontwikkelingswinst en stromen daardoor beter toegerust het onderwijs uit.

Uitvoeren van de 17 onderwerpen zoals opgenomen in de uitvoeringsagenda van het Maatschappelijk Akkoord, met daarin bestaande programma’s zoals de brugfunctionaris en de verlengde schooldag en nieuwe onderwerpen zoals uniforme afspraken over de aanmeldprocedure in het primair onderwijs, schoolkosten en onder- en overadvisering. • Samenstellen van de uitvoeringsagenda van 2026. • Organiseren van de vierde conferentie sociale inclusie voor alle partners. OAB (onderwijsachterstandenbeleid) & VVE (voor- en vroegschoolse educatie) Meer (jonge) kinderen boeken • Doorontwikkeling van het kennisnetwerk "Jonge Kind" ten behoeve ontwikkelingswinst en stromen van de deskundigheidsbevordering van de beroepskrachten. beter toegerust het primair • Verder vormgeven van de doorgaande ontwikkellijn tussen onderwijs in. kinderopvang en basisonderwijs. • Versterken van de relatie met andere beleidsontwikkelingen zoals Kansrijke Start en “Kansrijke Wijk; Jonge Kind”. • Met het pilotproject JoKi (Jonge Kind) in specifieke wijken inzetten op een groter vve-bereik door inzet consultatiebureau en voorschoolse brugfunctionaris, door versterking rol van de huiskamers en door extra handen in de onderbouw van het basisonderwijs.

Verlengde schooldag (VSD) Meer kinderen boeken Aanbieden van extra aanbod naast het reguliere onderwijscurriculum, met ontwikkelingswinst en stromen de volgende ontwikkeldoelen: daardoor beter toegerust het • Duurzaam verankeren van programma’s bij de deelnemende scholen voortgezet onderwijs in. en opschaling meer deelnemende kinderen. • Visie van de school tot uitdrukking laten komen in activiteiten. • Koppelen van rollen, zoals wijkprojectleider, brugfunctionaris en schoolcoördinator. • Brugfunctionarissen actiever betrekken. • Geïntegreerd werken met de kinderopvang. • Scholing van aanbieders ten aanzien van pedagogische en didactische kwaliteiten. • Meer verbinding met de wijk, o.a. vanuit de wijkplannen. Aanbieders vanuit de wijk aantrekken.

77

• •

Ouderparticipatie vergroten. Ontwikkelen van een lange termijn visie op meer onderwijstijd en VSDactiviteiten onder schooltijd.

Volwasseneneducatie Meer inwoners (18+) ontwikkelen vaardigheden en behalen een kwalificatie (en zijn daardoor beter toegerust om onder andere succesvol de arbeidsmarkt op te kunnen (en daarmee kans op financiële zekerheid te verhogen).

Onderwijshuisvesting Er zijn voldoende goede scholen in de nabijheid van leefomgeving kind; de scholen zijn daarbij een goede afspiegeling van wijk waarin ze staan en de populatie die er gebruik van maakt, zodat segregatie voorkomen of bestreden kan worden.

Bewegingsonderwijs De randvoorwaarden voor goed bewegingsonderwijs zijn aanwezig.

Met ons beleid voor volwasseneneducatie richten we ons op laaggeletterde volwassenen, analfabeten en mensen die vrijwillig inburgeren. • Aanbieden van leertrajecten Nederlandse taal, rekenen en digitale vaardigheden. Het aanbod is gericht op deelname aan de maatschappij en sociale zelfredzaamheid, opleiding (doorstroming naar vervolgonderwijs) of werk (doorstroming naar arbeidsmarktoriëntatie of werk). • Zorgen voor een laagdrempelig taalaanbod via de Taalhuizen. • Als contactgemeente verzorgen van de inkoop van educatie voor alle gemeenten in de arbeidsmarktregio. Uitvoeren van het Scholenplan Gro Up, actualisatie 2024-2039. • Start van trajecten op de Wegwijzer (Selwerd); Suikerzijde; OPDC Rebound (Kapteijnlaan); Maartenscollege + ISG + GSV (Haren); sws Meeroevers (Meerstad); Montessori Vaklyceum (De Wijert); Karrepad (1955 deel, Korreweg-Indische Buurt); Nassauschool (Oranjebuurt); Quintusschool (Glimmen); Meerstad Eemskanaalzone. • Oplevering van de Bisschop Bekkersschool met gymzaal (Paddepoel) en de Brinkschool met gymzaal (Haren). • Uitvoering onderzoek capaciteit omgeving De Held (Vinkhuizen, Gravenburg, Reitdiep), Stadshavens (Oosterpoort, Oosterpark). • Uitvoering locatiestudies: Augustinuscollege, Gomarus College, Parcival, Vrije School, Erasmusschool, Noorderbasis en Beijum.

Daarnaast besluit de raad jaarlijks in december over het Programma onderwijshuisvesting voor het komende jaar. In dit Programma lichten we de actualisatie van het jaar 2025 nader toe. Uitvoeren van het Ambitiedocument (door)ontwikkeling sportvoorzieningen 2037. • Opstellen van een uitvoeringsprogramma waarin met name voor de binnensportaccommodaties intensieve afstemming met het IABB en het Scholenplan Gro Up plaats vindt.

2. Voortijdig schoolverlaten en leerlingenvervoer Voortijdig schoolverlaten (VSV) Meer kinderen en jongeren volgen onderwijs en ronden hun onderwijscarrière af met een erkend diploma.

•

•

•

Leerplichtambtenaren en doorstroomcoaches van het Doorstroompunt spreken dagelijks met jongeren, ouders en ketenpartners om schoolverzuim en schooluitval te voorkomen. De leerplichtambtenaren doen dit op het PO en VO en de doorstroomcoaches op het MBO. Als jongeren toch uitvallen krijgen ze begeleiding bij het zoeken naar een passend vervolg. In 2025 maken we samen met de regiogemeenten, het onderwijs en de arbeidsmarktregio een nieuw plan voor de regionale aanpak VSV. Dit plan dienen we, nadat het bestuurlijk is vastgesteld, in bij het ministerie OCW. Hierbij gaan we uit van de nieuwe Wet “Van school naar duurzaam werk”. De uitvoering van dit plan start in september 2025. We voeren alle wettelijke en niet-wettelijke taken uit die voortvloeien uit de leerplichtwet, de ambtsinstructie en het Thuiszitterspact (mits deze is verlengd in 2024). Waar mogelijk sluiten we aan bij het

78

gebiedsgericht werken en gemeentelijke programma’s en projecten die qua doelstelling raakvlakken hebben met de doelstelling van leerplicht en Doorstroompunt. Aansluiting jeugdhulp-onderwijs Kinderen en jongeren worden optimale kansen geboden om zich te ontwikkelen met als uitgangspunt dat elk kind onderwijs krijgt en dat dit zo gewoon mogelijk is.

Leerlingenvervoer Alle kinderen kunnen de voor hen dichtstbijzijnde toegankelijke school bezoeken.

We bieden een preventief integraal passend aanbod van onderwijs, ondersteuning en zorg, dat tot stand komt in samenhang tussen de onderwijspartners, de gemeente, de Jeugdgezondheidszorg, de basis jeugdhulp/WIJ, de jeugdhulpaanbieders en de ouders. We doen dit door: • Het bieden van collectieve ondersteuning in de school, om individuele zorgtoewijzingen te verminderen en kinderen in staat te stellen aan het onderwijs te kunnen blijven deelnemen en zo thuiszitten te voorkomen. • Het tegengaan van vrijstelling onder artikel 5a van de leerplichtwet. • Het verstevigen van de kindteams PO, doorontwikkeling AOJ-teams VO (aansluiting onderwijs-jeugdhulp) en versterken School als Wijk MBO. • Het aanbieden van algemene preventieve voorzieningen en het versterken van het pedagogisch klimaat op de scholen en wijken. • Het bieden van ondersteuning aan leerkrachten ten aanzien van pedagogische en didactische kwaliteiten. • Inzetten op inclusie en normaliseren: niet elke kwetsbaarheid/ moeilijkheid problematiseren of voorzien van label. Inzetten op acceptatie van ‘vallen en opstaan in opvoeden en opgroeien’. • •

•

We regelen leerlingenvervoer voor kinderen die hier volgens de verordening van de gemeente Groningen gebruik van kunnen maken. We breiden het aantal meerjarige beschikkingen verder uit: voor deze kinderen hoeft niet elk jaar opnieuw een aanvraag ingediend te worden. We participeren in de voorbereidingen voor de nieuwe aanbesteding Publiek Vervoer, onderdeel leerlingenvervoer.

Prestatie indicator(en)

Behaald 2022

Behaald 2023

Beoogd 2024

Beoogd 2025

•

Het percentage doelgroeppeuters dat na deelname aan een vve-programma doorstroomt naar het basisonderwijs met een leeftijdsadequaat niveau (geen geconstateerde achterstand) op de ontwikkelingslijnen taal en rekenen.

-

-

Minimaal 75%

Minimaal 75%

•

Het percentage doelgroepkleuters dat na deelname aan een vve-programma doorstroomt naar groep 3 met een leeftijdsadequaat niveau (geen geconstateerde achterstand) op de ontwikkelingslijnen taal en rekenen.

-

-

Minimaal 75%

Minimaal 75%

% doelgroepkleuters waarbij de ontwikkelingslijn taal en rekenen bij instroom groep 3 gelijk of beter is ten opzichte van de instroom groep 1. Overige indicatoren

-

-

Minimaal 75%

Minimaal 75%

•

-

81%

Toename

Toename

•

% Kinderen dat gebruik gemaakt heeft van VVE (% van het totaal aantal VVE-kinderen)

79

•

Aantal scholen dat een verlengde schooldag aanbiedt

19

22

28

Toename

•

% Schoolverzuimers dat succesvol is teruggeleid naar het onderwijs (schooljaar)

84,2%

72,2%

Toename

Toename

•

Aantal scholen met een brugfunctionaris

17

20

20

24

Aantal deelnemers taalhuizen

80

Aantal deelnemers Volwasseneneducatie

Toelichting Indicator en (eventueel) nadere toelichting: Het percentage doelgroeppeuters dat na deelname aan een vve-programma doorstroomt naar het basisonderwijs met een leeftijdsadequaat niveau (geen geconstateerde achterstand) op de ontwikkelingslijnen taal en rekenen: Toelichting: Nieuwe indicator vanaf 2024. Het percentage doelgroepkleuters dat na deelname aan een vve-programma doorstroomt naar groep 3 met een leeftijdsadequaat niveau (geen geconstateerde achterstand) op de ontwikkelingslijnen taal en rekenen. Toelichting: Nieuwe indicator vanaf 2024. % doelgroepkleuters waarbij de ontwikkelingslijn taal en rekenen bij instroom groep 3 gelijk of beter is ten opzichte van de instroom groep 1. Toelichting: Nieuwe indicator vanaf 2024 % Kinderen dat gebruik gemaakt heeft van VVE (% van het totaal aantal VVE-kinderen) Toelichting: Nieuwe wijze van registratie vanaf 2023. % Schoolverzuimers dat succesvol is teruggeleid naar het onderwijs (schooljaar) Toelichting: Dit betreft kleine aantallen, waardoor % snel fluctueert.

81

Met de bovenstaande indicator(en) wordt de voortgang van de uitvoering van ons beleid gemeten. Indien er geen cijfers beschikbaar zijn voor dat jaar, staat er een streepje. In dat geval wordt de indicator niet jaarlijks gemeten. Kengetallen

Behaald 2022

Behaald 2023

Beoogd 2024

Beoogd 2025

596

625

-

-

16%

16%

-

-

459 730

423 816

-

-

Aantal doelgroepkinderen VVE van 2-4 jaar % doelgroepkinderen VVE van 2-4 jaar van het totaal aantal 2-4 jarigen Aantal afgegeven indicaties VSV Aantal afgegeven beschikkingen leerlingenvervoer Toelichting Indicator en (eventueel) nadere toelichting: Aantal doelgroepkinderen VVE van 2-4 jaar

Toelichting: betreft het reële aantal kinderen op basis van de doelgroepdefinitie Aantal afgegeven indicaties VSV Toelichting: betreft het reële aantal indicaties per schooljaren: 2022 betreft schooljaar 21/22; 2023 betreft schooljaar 22/23 Aantal afgegeven beschikkingen leerlingenvervoer Toelichting: betreft het reële aantal beschikkingen op basis van de verordening.

Financiën Financieel overzicht lasten en baten 03.2

Onderwijs Omschrijving (Bedragen x 1.000 euro)

Rekening 2023

Actuele Begroting 2024

Primitieve begroting 2025

2026

2027

2028

Lasten

39.486

44.077

44.556

43.510

44.121

44.609

Baten

14.874

13.806

16.162

13.536

14.053

14.132

Saldo van baten en lasten voor reservemutaties

-24.612

-30.271

-28.394

-29.974

-30.068

-30.477

Totaal toevoegingen

3.044

4.575

6.454

7.331

8.779

13.241

Totaal onttrekkingen

814

990

13.531

7.044

6.544

6.544

-26.842

-33.856

-21.317

-30.261

-32.303

-37.174

Reserve mutaties

Saldo van baten en lasten na reservemutaties

82

Financiële toelichtingen begroting 2025 Hieronder lichten we achtereenvolgens toe waar het geld vandaan komt en waar het naartoe gaat, welke extra middelen er beschikbaar worden gesteld en of daar extra dekking tegenover staat. Hierbij geven we op hoofdlijnen aan wat de verschillen zijn in beschikbare baten en lasten ten opzichte van de vorige begroting. Toelichtingen op baten en lasten begroting 2025

3.2: Onderwijs

Lasten

Baten

Saldo

Begroting 2025

44.556

16.162

-28.394

10

0

-10

44.546

16.162

-28.384

469

2.356

1.887

Waarvan intensiveringen 2025 Bestaand beleid 2025 Verschil ten opzichte van 2024

Waar gaat het geld voornamelijk naar toe (bestaand beleid), inclusief verklaring verschil ten opzichte van begroting 2024 op hoofdlijnen (schuin gedrukt): Lasten

3.2: Onderwijs Onderwijshuisvesting De gemeente heeft een wettelijke plicht om te voorzien in de huisvesting van basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs en in accommodaties voor bewegingsonderwijs. De begrote lasten betreffen met name afschrijvingen, rente, onderhoud, energie en verzekeringen. De baten bestaan met name uit huurgelden (2,3 miljoen euro), doorberekende kosten (1,1 miljoen euro) en doorberekende rente over beklemde reserves (0,3 miljoen euro). We begroten voor 2025 1,2 miljoen euro minder aan lasten. In 2024 waren de lasten 1,8 miljoen euro hoger door de verplaatsing van tijdelijke lokalen van de Groene Wei. Daarentegen zijn er in 2025 hogere lasten door de ingebruikname van de nieuwbouw IKC Groene Wei (0,6 miljoen euro). Onderwijskansen Wij zetten het begrote bedrag onder meer in voor de verlengde schooldag, voorschoolse educatie, taalinterventies, talentontwikkeling en kwaliteitsbewaking kinderopvang. De baten zijn de rijksmiddelen die we ontvangen in het kader van voorschoolse educatie (3,4 miljoen euro) en taalinterventies (1,0 miljoen euro). Daarnaast ontvangen wij van het rijk de SPUK Kansrijke Wijken (2,8 miljoen euro). Ten opzichte van de begroting 2024 nemen baten en lasten toe met 2,1 miljoen euro. Enerzijds is er een toename van 2,8 miljoen euro door de SPUK Kansrijke Wijken.

In 2024 is deze SPUK niet in de primaire begroting verwerkt maar later toegevoegd omdat de hoogte van het bedrag nog niet bekend was. Anderzijds er is een afname van 0,7 miljoen euro doordat incidentele middelen van 2024, namelijk een ontvangst van 0,7 miljoen euro van het COA voor aanpassing huisvesting asielzoekers, niet beschikbaar zijn in 2025. Volwasseneneducatie De gemeente Groningen coördineert het regionale educatiebeleid en functioneert daarbij als contactgemeente. Het begrote bedrag zetten wij in ten behoeve van leertrajecten Nederlandse taal, rekenen en digitale vaardigheden via ROC's. Voor dit programma ontvangen wij een specifieke uitkering van het rijk (SPUK) van 3,4 miljoen euro. Natuur- en duurzaamheidseducatie Via het centrum voor Natuur- en Duurzaamheid Educatie zetten wij 1,3 miljoen euro in om kinderen kennis te laten maken met natuur en duurzaamheid. De inzet van deze middelen sluit aan bij beleidsdoelen in deelprogramma 2.1 (kwaliteit leefomgeving). Voortijdig schoolverlaten (VSV) Wij zetten de begrote middelen in om verzuim en voortijdig schoolverlaten (VSV) te voorkomen en voor overige leerlingenzaken. Wij ontvangen van het rijk 0,9 miljoen euro omdat wij de

83

Baten

20.400

3.800

13.800

7.200

3.400

3.400

1.300

2.600

1.600

Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaters uitvoeren en 0,3 miljoen euro aan VSV middelen. Voor VSV ontvangen wij daarnaast 0,4 miljoen euro aan bijdragen van regionale gemeenten. Ten opzichte van 2024 hebben we voor het doorstroompunt 0,6 miljoen euro lagere lasten begroot omdat de decentralisatie uitkering jeugd tbv VSV vanaf 2025 is beëindigd. Deze middelen worden in de rijksbegroting toegevoegd aan het budget van de contactgemeente. Omdat wij hiervoor nog geen formele beschikking hebben ontvangen, hebben we de middelen nog niet opgenomen in de begroting 2025. Leerlingenvervoer Voor kinderen die vanwege bijzondere omstandigheden niet zelfstandig naar school kunnen reizen, bieden wij leerlingenvervoer aan (eigen vervoer en aangepast vervoer). Dit is een wettelijke onderwijstaak van de gemeente.

2.700

Waar zetten we dit jaar extra geld voor in (intensiveringen) en waar hebben we extra dekkingsbronnen binnen dit deelprogramma: 3.2 40

Intensiveringen en dekkingsbronnen 2025 Accres gesubsidieerde instellingen

Intensivering 10

I/S S

Dekking

De nummering komt overeen met de nummering in het Financieel meerjarenbeeld, hier staat een totaaloverzicht van en toelichting op de intensiveringen en dekkingsbronnen uit voorgaande jaarschijven.

Deelprogramma 3.3: Welzijn, gezondheid, zorg en diversiteit In dit diverse en omvangrijke deelprogramma staan resultaten, indicatoren en activiteiten centraal die gericht zijn op het versterken van de lokale sociale basis. Daarnaast richt het deelprogramma zich op het verlenen van (al dan niet tijdelijke) ondersteuning en zorg, ten behoeve van het herstel en de bevordering van de zelfredzaamheid en participatie van onze inwoners. De zorg en ondersteuning, die aanvullend is op de eigen kracht en mogelijkheden van onze inwoners, hebben een preventief karakter en staan in het teken van het voorkomen van escalaties. Indien hiervan toch sprake is, bieden we een doelmatig vangnet (bijvoorbeeld in de vorm van maatschappelijke opvang of jeugdhulp) en werken we vanuit dat perspectief aan het herstel van regie. Doelen Deelprogramma 3.3: Welzijn, gezondheid, zorg en diversiteit Het deelprogramma 3.3. is inhoudelijk breed en divers. Aan de hand van vier beleidsvelden werken we via uiteenlopende interventies aan de maatschappelijke opgaven van onze gemeente. Met deze samenhangende inspanningen dragen we bij aan onze gezamenlijke ambitie om Groningen een gemeente te laten zijn waar een ieder prettig, gezond en veilig kan wonen, verblijven en samen leven. Daarbij vinden we het van belang dat iedereen op een volwaardige manier aan de samenleving kan meedoen.

Deze algehele ambitie is hieronder vertaald naar een vijftal maatschappelijke doelen waartoe dit deelprogramma zich specifiek verhoudt: • • • • •

Inwoners leven prettig met elkaar samen en voelen zich betrokken bij hun leefomgeving (I - II - III); Kinderen en jongeren groeien gezond, veilig en kansrijk op tot zelfstandige volwassenen (II - V - VI)); Inwoners leven zo lang mogelijk in goede gezondheid, het liefst in de eigen thuisomgeving (II - V - VI)); Inwoners doen naar vermogen mee aan de samenleving, ook bij gezondheidsbelemmeringen (II - III -IV); Inwoners voelen zich veilig en geborgen, zowel in de thuisomgeving als daar buiten (I - III - V).

In de navolgende tabel zijn deze maatschappelijke doelen verder uitgewerkt in tien concrete ‘-er’ doelen (bet-er, hoger, me-er, etc.). Hiermee geven we richting aan de gewenste maatschappelijke veranderingen die we beogen en de inzet die we voorstaan in de beleidsvelden van dit deelprogramma. Deze doelen zijn geclusterd, waarbij de Romeinse 84

cijfers (hierboven tussen haakjes) globaal inzicht geven in hoe deze ‘-er’ doelen samenhangen met de ‘hogere’ maatschappelijke doelen. Aan de hand van effect indicatoren geven we verderop telkens aan hoe we de veranderingen in de samenleving ten aanzien van deze '-er' doelen volgen. We concretiseren hier ons beoogde ambitieniveau en houden zo zicht op waar we staan ten opzichte van ons gewenste beeld. Doelen I Samen leven: •

Meer inwoners gaan op een prettige wijze met elkaar om, kennen elkaar en voelen zich opgenomen en geaccepteerd;

•

Meer inwoners voelen zich (actief) betrokken bij en verantwoordelijk voor de leefbaarheid van de eigen woonomgeving.

II Sociale infrastructuur: •

Meer inwoners zijn tevreden over de mate waarin de sociale infrastructuur in buurten, wijken en dorpen aansluit op de eigen behoeften en wensen.

III Sociale participatie en steun: •

Meer inwoners hebben een sterk en divers sociaal netwerk met betekenisvolle relaties waarop zij kunnen terugvallen;

•

Meer inwoners kunnen op een volwaardige manier meedoen aan de samenleving en hebben het gevoel er te toe doen.

IV Eigen kracht, weerbaarheid en zelfregie •

Meer inwoners zijn in staat regie te voeren over het eigen leven en - daar waar nodig - zelf hulp te organiseren;

•

Meer inwoners kunnen zich zelfstandig redden bij het doen van alledaagse handelingen.

V Lichamelijke en geestelijke gezondheid •

Meer (jonge) kinderen en jeugdigen groeien op in een stimulerende, gezonde omgeving;

•

Meer inwoners zijn tevreden over het eigen leven en voelen zich gezond en gelukkig.

VI Leef- en gezondheidspatronen •

Minder (jonge) kinderen en jeugdigen komen in aanraking met genotsmiddelen, zoals alcohol, tabak en drugs.

Effect indicator(en) Met de volgende effect indicator(en) wordt de voortgang van de uitvoering van ons beleid gemeten. Indien er geen cijfers beschikbaar zijn voor dat jaar staat er een streepje. In dat geval wordt de indicator niet jaarlijks gemeten. I: Relatie doelen en effect indicatoren t.a.v. 'Samen leven' Doelen

Effect indicator(en)

•

Meer inwoners gaan op een prettige wijze met elkaar om, kennen elkaar en voelen zich opgenomen en geaccepteerd;

•

Meer inwoners voelen zich (actief) betrokken bij en verantwoordelijk voor de leefbaarheid van de eigen woonomgeving.

•

•

•

85

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft dat buurtgenoten prettig met elkaar omgaan; % Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft zich in de afgelopen 12 maanden (wel eens) gediscrimineerd te hebben gevoeld; % Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft zich in de afgelopen 12 maanden (wel eens) actief te hebben ingezet [..] ten gunste van de eigen woonbuurt;

•

Effect indicator(en)

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft zich in de afgelopen 12 maanden (wel eens) actief te hebben ingezet op het gebied van het verrichten van vrijwilligerswerk.

Behaald 2020

Behaald 2021

Behaald 2022

Behaald 2023

Beoogd 2024

Beoogd 2025

Beoogd 2026

% Perceptie prettige omgang buurtgenoten % Perceptie slachtoffer discriminatie

73%

-

73%

-

> 75%

-

> 75%

12%

-

7%

-

< 10%

-

< 5%

% Actief in eigen buurt (ja)

26%

-

24%

-

> 25%

-

> 25%

% Vrijwilligerswerk (ja)

29%

-

29%

-

> 30%

-

> 30%

Toelichting De bovenstaande effect indicatoren komen allen uit de wijkenenquête Leefbaarheid & Veiligheid (OIS Groningen). Deze wordt 1x per 2 jaar (op de even jaren) afgenomen onder een substantieel deel van de inwoners van Groningen. Voor meer achtergrondinformatie of gebiedsgerichte verdiepingen verwijzen we naar de gemeentelijke Basismonitor. II: Relatie doelen en effect indicatoren t.a.v. 'Sociale infrastructuur' Doelen

Effect indicator(en)

•

•

Meer inwoners zijn tevreden over de mate waarin de sociale infrastructuur in buurten, wijken en dorpen aansluit op de eigen behoeften en wensen.

•

Effect indicator(en) % Tevredenheid aanwezigheid ontmoetingsplekken % Tevredenheid aanwezigheid maatschappelijke instanties

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn over de aanwezigheid van plekken om elkaar te ontmoeten, in of nabij de eigen woonbuurt; % Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn over de aanwezigheid van instanties voor informatie, advies en/of ondersteuning, in of nabij de eigen woonbuurt.

Behaald 2020

Behaald 2021

Behaald 2022

Behaald 2023

Beoogd 2024

Beoogd 2025

Beoogd 2026

66%

-

67%

-

> 70%

-

> 70%

66%

-

66%

-

> 70%

-

> 70%

Toelichting De bovenstaande effect indicatoren komen beide uit de wijkenenquête Leefbaarheid & Veiligheid (OIS Groningen). Deze wordt 1x per 2 jaar (op de hele jaren) afgenomen onder een substantieel deel van de inwoners van Groningen. Voor meer achtergrondinformatie of gebiedsgerichte verdiepingen verwijzen we naar de gemeentelijke Basismonitor. III: Relatie doelen en effect indicatoren t.a.v. 'Sociale participatie en steun' Doelen

Effect indicator(en)

•

•

Meer inwoners hebben een sterk en divers sociaal netwerk met betekenisvolle relaties waarop zij kunnen terugvallen;

86

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft zich (wel eens) eenzaam te voelen;

•

Meer inwoners kunnen op een volwaardige manier meedoen aan de samenleving en hebben het gevoel er te toe doen.

Effect indicator(en) % Ervaren eenzaamheidsgevoelens

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft voldoende contacten te hebben;

•

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn over de wijze van meedoen aan de Groningse samenleving.

Behaald 2020

Behaald 2021

Behaald 2022

Behaald 2023

Beoogd 2024

Beoogd 2025

Beoogd 2026

27%

-

27%

-

< 25%

-

< 25%

% Perceptie voldoende contacten (ja) % Tevredenheid meedoen aan samenleving

•

61%

-

-

66%

-

-

> 70%

-

> 70%

Toelichting De bovenstaande effect indicatoren komen allen uit de wijkenenquête Leefbaarheid & Veiligheid (OIS Groningen). Deze wordt 1x per 2 jaar (op de even jaren) afgenomen onder een substantieel deel van de inwoners van Groningen. Voor meer achtergrondinformatie of gebiedsgerichte verdiepingen verwijzen we naar de gemeentelijke Basismonitor. IV: Relatie doelen en effect indicatoren t.a.v. 'Eigen kracht, weerbaarheid en zelfregie' Doelen

Effect indicator(en)

•

•

Meer inwoners zijn in staat regie te voeren over het eigen leven en - daar waar nodig - zelf hulp te organiseren;

•

•

•

Meer inwoners kunnen zich zelfstandig redden bij het doen van alledaagse handelingen.

Effect indicator(en) % Perceptie kunnen terugvallen op hulp % Perceptie makkelijk zelf hulp kunnen organiseren % Ervaren belemmeringen dagelijks functioneren

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft terug te kunnen vallen op hulp of zorg vanuit de eigen omgeving, indien dit nodig is (eens, neutraal); % Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft gemakkelijk zelf hulp te kunnen regelen c.q. organiseren, indien dit nodig is (eens, neutraal); % Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft zich (zeer) belemmerd te voelen in het dagelijks functioneren door lichamelijke en/of mentale gezondheidsproblemen.

Behaald 2020

Behaald 2021

Behaald 2022

Behaald 2023

Beoogd 2024

Beoogd 2025

Beoogd 2026

-

-

93%

-

> 90%

-

> 90%

90%

-

91%

-

> 90%

-

> 90%

37%

-

40%

-

< 40%

-

< 40%

Toelichting De bovenstaande effect indicatoren komen allen uit de wijkenenquête Leefbaarheid & Veiligheid (OIS Groningen). Deze wordt 1x per 2 jaar (op de even jaren) afgenomen onder een substantieel deel van de inwoners van Groningen. Voor meer achtergrondinformatie of gebiedsgerichte verdiepingen verwijzen we naar de gemeentelijke Basismonitor.

87

V: Relatie doelen en effect indicatoren t.a.v. 'Lichamelijke en geestelijke gezondheid' Doelen

Effect indicator(en)

•

•

Meer (jonge) kinderen en jeugdigen groeien op in een stimulerende, gezonde omgeving;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4908/documents/84858