CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Afweegonderzoek bijlagen 2van2 Variantenstudie Brug.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 22 september 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 4: Bewonersvariant vervanging Gerrit Krolbrug (gesprek met Gerrit Krolbrug comité)20.077 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1.83+

at

1.74+ 4.04+

2.35+

1.70+ De aansluiting (helling) van de Antillenstraat voldoet door een groter hoogteverschil met de Korreweg en beschikbare ruimte niet meer aan eisen voor auto, fiets en (mindervalide) voetganger. De auto is door een steilere helling niet meer in te passen en wordt afgesloten. Er kan wel een alternatieve verbinding ingepast worden voor (mindervalide) voetganger en mensen met fiets aan de hand, middels een hellingbaan en trap.

1.62+

ver

1.49+ 3.50+

1.60+

1.47+ af 1.37+ slui

ten

bin

den

3.00+

P-gar

stra

at

An

tille

nst

raa

t

1.38+

1.48+

nd

ca. 3.00+

1.23+

nd

kee rwa

Ko

rre

we

g

2%

1.28+

3.00+

p

1.10+

tra

2.12+

1.15+

1.70+

3.23+

kee rwa

Aandachtspunten: • Voor het overbruggen van de hoogte dient een hellingbaan gemaakt te worden. Bij situering in het verlengde van de huidige rijbaan komt de hellingbaan dicht op de woningen van de Korrezoom te liggen en ligt hiermee direct in het zicht van de bewoners. Bij uitwerking ligt hier een ontwerpopgave van functioneel ontwerp naar hoogwaardige inpassing. Bijv. door plaatsing op grotere afstand van de Korrezoom of het draaien1.36+ van de helling. Ook dient aandacht uit te gaan naar hoogwaardige inpassing in materiaal en groen. • Bij inpassing dient de beluchtingsfunctie van de garage van de Korrezoom behouden te blijven. Dit dient ingemeten te worden. Inpassing kan bijv. door een uitsparing met overloopbaar rooster. 1.23+ • Van de door Lefier benoemde 24pp in openbare ruimte passen er ca. 15 in de straat. Dit dient nader bekeken te worden. • In de Antillenstraat staan twee ondergrondse 1.06+ containers half op de rijbaan, deze vormen een blokkade voor het verkeer. Het is wenselijk deze containers te verplaatsen of de 1.12+ rijbaan te verschuiven.

hel l + f ingba lau we an tra p

2%

tra

p

Aansluiting garage Antillenstraat

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

1.04+

1.70+ 0.93+

185/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG - ZONDER FIETSLOOPBRUG

Impressie Antillenstraat richting Korreweg

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

186/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

gv

aar

1.20+

we

g

9.50+

WP 0.70-

6.00+ 9.50+

We

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG

1.30+

ZONDER FIETSLOOPBRUG

stin

dis

che

kad

e 1.10+

Sint Eustatiusstraat

5.54+ 2.74+

ge tra p

t

1.30+

1.31+

Om het toch mogelijk te maken om via deze weg de brug te kunnen bereiken wordt een hellingbaan en trap ingepast voor (mindervalide) voetgangers en mensen met fiets aan de hand.

baa

t Eu

sta 1.50+ afs tiu sst stra luiten 1.46+ raat at

erv

get rap t

ling

Sin

4.94+

n

1.46+

1.38+

1.15+

2%

1.77+

p

4.38+

tra

Aandachtspunten: • Bij uitwerking ligt hier een ontwerpopgave van functioneel ontwerp naar hoogwaardige inpassing. Een combinatie tussen hellingbaan en het getrapte landschap kan hierbij samenhang en meerwaarde opleveren. Ook hoogwaardige materialisering (beeld, langedurig mooi, onderhoud) is hierbij van belang.

e

4.15+

hel

De aansluiting van de Sint Eustatiusstraat voldoet niet meer aan eisen voor auto, fiets en (mindervalide) voetganger. De auto is door een steilere helling niet meer in te passen en wordt afgesloten. Er wordt wel voorzien in een keermogelijkheid (steken) voor auto, vrachtauto en brandweer.

res

Lefier =1.15+

1.83+

raa t

1.74+ 4.04+

2.35+

1.70+

hel l + f ingba lau we an tra p

1.15+

tiu

sst

1.70+

t Eu

sta

3.23+

Sin

1.62+

ver 1.60+

ten

bin

den

3.00+

Aansluiting garages Sint Eustatiusstraat Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

1.49+ 3.50+

1.47+ af 1.37+ slui

187/204

1.48+

P-gar

stra

at

An

tille

nst

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

1.38+ ca. 3.00+

raa

t

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG - ZONDER FIETSLOOPBRUG

Impressie Sint Eustatiusstraat richting Korreweg

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

188/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG - ZONDER FIETSLOOPBRUG

Vogelvlucht ter hoogte van de brug, richting de Korreweg

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

189/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

1.36+

2%

Ko rre we g k ee rwa nd

rwa kee

0.88+

1.23+

1.28+

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG

1.23+

ZONDER FIETSLOOPBRUG

0.97+

1.06+

2.12+

Oo ste 0.97+ rha m

1.12+

rikl

Aandachtspunten: • De rotonde vormt in het VO een verkeerskundige opgave. Tevens is het de opgave zoveel mogelijk bomen te behouden. • Er ontstaat een hoogteverschil tussen de rotonde en omliggende wegen van ca. 75-100cm. Bij verdere uitwerking dient aandacht te gaan naar hoge kwaliteit aansluiting en behoud (en evt. compensatie) van bomen.

aan p

0.95+

tra

Ter hoogte van de Oosterhamriklaan wordt de overgang van gebiedsontsluitingsweg (gescheiden verkeer) naar erftoegangsweg (gezamenlijk gebruik rijbaan) vormgegeven middels een rotonde vergelijkbaar met de rotonde op de Prinsesseweg in Groningen. Er wordt hierbij een helder verschil gemaakt tussen de twee typen inrichting waarbij fietsers vanaf de rotonde richting de brug voorrang krijgen. De bus kan hierbij de weg vervolgen vanaf het centrum van Groningen naar de westzijde van de de Oosterhamriklaan.

1.10+

tra p

Aansluiting Oosterhamriklaan

3.00+

2%

1.04+

1.70+

0.87+

1.70+ 0.93+

0.98+

0.90+ 0.95+

1.70+

4%

0.89+ 0.95+

1.70+

Oo

ste

rha

mr

0.80+ 0.80+ 0.82+

2% 0.55+ 0.71+ 0.67+

0.65 0.12-

0.50+ Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

190/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

ikla

a

traa

-0.15

Wijdeveldstraa

-0.20 -0.02

1.70+

trap 1:4

-0.22

Sta

mst

raa

ad

t

Hunzedijk

t

Uitsnede Stamstraat - Van Eesterenlaan

He erd en p

aat Van Loghemstr

-0.20 -0.02

190cm verschil

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG

1.70+

trap 1:4

Uitsnede Stamstraat - Van Eesterenlaan

He erd enp

-0.19

Aansluiting brug op ommelandzijde

0.28-

Einde helling

-0.22

ad

Hunzedijk

ZONDER FIETSLOOPBRUG

Sta ms tra at

aat

Van Loghemstr

S ta ms tra at He erd enp ad

at

t

-0.25

2%

2%

-0.19

-0.23 0.40+

0.05-

-0.15

2%

nd rwa

enp He 40

3 1: d d

1:

3

lu ta

2%

ta

lu

erd

40 1. 0.50+

0.74+

kol

P W

km/u

0.40+

1.93+

0.87+

0.40+

50

u

0.75+

km/u

1:3 tal

aweg

Ulgersm

1.35+

km/

1:3 0.75+

ud

2.12+

0.70+

30

0.78+

ud

1.96+

50

en tal pad ud om 1:3 me n tal ud 1:3

2,6% Ulgers o0.75+ lom maweg men

0.75+

2%

0.97+ 5.43+

1.97+

n Hu

0.33+

tal

1.74+

op k

0.75+

op

op

1.93+ 1.57+

0.70+

0.75+

0.97+

1.84+

0.78+

4.25+

2,5%

1.25+

1.20+

ot

0.33+

He

kol

om m

en

0.81+

1.83+

b

ze

0.90+

le slo

0.40+

0.23+ 0.75+

Ulge

tione

km/ u

kol

0.50+

1.35+

P 0.40+

4.25+ 1.93+ 0.50+

rsmaweg

r oo

1.

0.33+

men

func

30

0.75+ 0.63+

tra

d

W

2,6%

olom

om

me

n

0.50+

erd

3 1:

d

lu

0.33+

op k

Uitsnede Stamstraat - Van Eester 0.00

-

4.25+

ad

3 d

1:

H

ta

0.32+

0.46+

0.23+

2%

0.33+

-0.22

oo

z un

lu

0.35+

ta

4.25+ 0.27+

0.90+

tione0.33+ le slo ot

1.70+

trap 1:4

rd

eb

kee

func

op

gv

nd

rwa 0.35+

0.05-

-0.02

kee

0.32+

0.75+

Ulgersm

aweg

0.87+ 0.74+

2.38+ 0.97+

2%

0.97+ 0.60+

9.50+

ug

6.00+

0.97+

0.80+

9.50+

0.97+

aar

WP 0.70-

we

g

ug

0.60+

GK -br

sin

tra at

kee

0.46+

4.25+

-br

0.40+

pas

-0.20

0.00

GK

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

j in

Sta ms

nd rwa

kee r

-0.23 0.40+

ad

erd

enp

mm

He

olo

op k

0.35+

Heerdenpad

en

Heerdenpad

wa nd

Effect brug op ommelandzijde De nieuwe brug met daaruit voortkomende uitgangspunten betekent dat: • De helling van de Ulgersmaweg 0.33+ begint bij de nieuwe kanaaloever 0.35+ 0.27+ en eindigt (met een 2% helling) in het bedrijventerrein waarmee bedrijfspanden ontoegankelijk worden. Er is hierdoor gekozen voor een lokaal 0.50+hoger 0.33+ 0.63+ hellingspercentage. • Er ter hoogte van de 0.50+ brugwachterswoning geen ruimte is 0.75+ 4.25+ voor een talud en een 0.81+ keerwand een grote ruimtelijke barrière oplevert. • Het deel tussen rotonde en bedrijventerrein door hoogte van de weg een grote ruimtelijke barrière 1.25+ 2,5% 1.83+ 1.15+ vormt in de1.21+ groene wig. 1.20+ • De helling van het Heerdenpad ver 1.84+ 1.93+ 1.57+ voorbij de Stamstraat eindigt. Ter 1.96+ 2.12+ hoogte van de Stamstraat ontstaat 1.74+ een wand van ca. 1.90m. 1.97+ 5.43+ 1.15+ • De directe aansluiting van rotonde 2.38+ op Ulgersmakade met 2% niet 1.21+ past binnen het ruimtebeslag (met bochten van R=10 of 20 conform 9.50+ CROW). 6.00+ • Door toepassing van 9.50+ erftoegangsweg i.c.m. een (verlegde) rotonde met drie aantakkingen er een veilige verkeerskundige en heldere ruimtelijke oplossing ontstaat. o v • eEr er door het uitlijnen van deWP 0.70bi brugj indoor pas het eigendom van de sin 0.40+ gv brugwachterswoning wordt gegaan. aar we • Er door aanpassing g en inpassing van wegen bomen komen te vervallen.

Ook ontstaan nieuwe kansen voor oev er groen en bomen. bi

0.05-

0.80+

191/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG - ZONDER FIETSLOOPBRUG

Impressie brugwachterswoning richting Gerrit Krolbrug

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

192/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

0.35+

nd kee rwa

kee rwa

Heerdenpad

nd

0.05-

0.33+

0.00

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG

0.32+

0.46+

4.25+

1: 3

om me n

men

2,6% 0.40+

1.93+

kol

0.50+

0.40+

5.43+

1.97+

Ter hoogte van de brugwachterswoning is het niet mogelijk een talud in te passen, en een keerwand levert een te grote barrière op die niet meer in verhouding staat tot de brugwachterswoning. Er wordt hierdoor gekozen de weg op kolommen te plaatsen en de zichtrelatie te behouden.

aweg

Ulgersm

1.35+

0.75+

50

1:3 tal

1.74+

ud

0.75+

km/

1:3 2.12+

ud

1.96+

0.70+

u

0.78+

km/u

enp erd

olom

0.75+

op

2,5%

op k

P

0.33+

ad

n me

He

om kol op

1.25+

4.25+

W

0.75+

1. 40 -

0.23+

0.81+

1.93+ 1.57+

d

lu

ta

0.50+

1.84+

2%

0.33+

1: 3

ot

o eb

nz

Hu

d

le slo

4.25+

1.83+

0.90+

lu

0.33+

0.63+

1.15+ Een hellingbaan van 2% vanaf de brug eindigt binnen het bedrijventerrein en 1.21+ 1.20+ maakt bedrijfspanden onbereikbaar. Hierdoor is gekozen voor een afwijkend percentage van ca. 2.5% waarbij de weg eindigt voor het eerste bedrijfspand.

tione

tal

Ulgersmaweg

func

ta

0.50+

d

or

ZONDER FIETSLOOPBRUG

30

0.27+

0.35+

0.75+

Ulgersm

aweg

0.87+ 0.74+

2.38+ 0.97+

2%

9.50+ 6.00+

0.97+ 9.50+

0.97+

0.80+

-br

WP 0.70-

ug

0.60+

GK

Het wegdeel tussen rotonde en bedrijventerrein oev levert door sterke er verhoging eveneens bij een grote inpin het ruimtelijke barrière op ass inkeerwand landschap. 0.40+ Ook hier is een gv aar een te grote barrière in de groene we wig en wordt gekozen voor een wegg op kolommen zodat landschap (en ecologie) doorloopt. De sloten dienen verplaatst te worden ten behoeve van de inpassing. Aandachtspunten: • Onder de wegdelen komt beperkt zonlicht. Er dient gekeken te worden naar optimalisatie, zoals combineren met water, zodat hier geen vieze ‘onderwereld’ ontstaat.

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

193/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG - ZONDER FIETSLOOPBRUG

Impressie Ulgersmaweg richting rotonde

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

194/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

-0.23

ZONDER FIETSLOOPBRUG

rwa nd

0.35+

kee

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG

kee

Heerdenpad

rwa nd

0.40+

0.33+ 0.35+ 0.32+

0.46+

4.25+

0.50+ 0.63+ 0.50+ 0.75+

4.25+

0.33+

n

enp

olom

0.75+

men

2,6% 1.93+

om

me

erd

0.50+

0.40+

kol

He

2,5%

op k

0.75+

1.74+

5.43+

1.97+

g

awe Ulgersm

1.35+

1:3

2.12+

ud

1.96+

tal

1.93+ 1.57+

tal

1.84+

1:3

op

1.20+

2.38+ 0.97+

2%

9.50+ 6.00+

0.97+ 9.50+

0.97+ 0.60+ WP 0.70-

rug

1.21+

ot

0.33

ad

n me om kol op

1.25+

1.83+

0.90+

le slo

0.23+

0.81+

Aandachtspunten: • Het fietspad ligt door de onderdoorgang onder de brug lager in zijn omgeving. Deze onderdoorgang vormt een integrale ontwerpopgave in het VO waarbij gelet dient te worden op het hoogteverschil en aansluiting brugwachterswoning, het doorzetten van de bomenlaan, sociale veiligheid en ruimtelijke inpassing. • Het CSG Wessel Gansfort College wordt nu aan de zuidzijde omheind door een hekwerk en groene ‘wand’. Gezamenlijk dient gezocht te worden naar een ruimtelijke passende oplossing die voldoende afsluitbaar is. oev • De sloot wordt verlegd zodat deze er bij tussen het voetpad en eigendom inp van het CSG Wessel Gansfort ass ing 0.40+ College komt te liggen. Dit helpt bij vaa een natuurlijke afscheiding zonder rwe g hekwerken.

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

tione

4.25+

0.80+

GK -b

In verband met verkeersveiligheid (overzichtelijkheid door minder aantakkingen en voorkomen afsnijdingen) wordt de verbinding tussen de rotonde en Ulgersmakade verlegd. Hierdoor is gekozen om het fietspad langs het kanaal te leggen en in het verlengde van de Hunzeboord richting de Ulgersmaweg af te buigen. Dit levert een relatief directe route op die aansluit bij het ontwerp 1.15+ Hunzezone. Aan de noordzijde richting het CSG Wessel Gansfort College Gansfort College wordt een voetpad met trap voorzien voor een directe wandelroute tussen de twee Hunzelopen.

func

0.33+

ta

0.27+

ud

Aansluiting op Ulgersmakade

195/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

0.70+

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG - ZONDER FIETSLOOPBRUG

Impressie aansluiting Ulgersmakade richting Ulgersmaweg

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

196/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

-0.02

-0.22

1.70+

trap 1:4

e erd He

m

.70+ aat tr

Sta

-0.20

-0.02

-0.22

Uitsnede Stamstraat - Van Eesterenlaan

ad

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG

Heerdenpad

-0.19

Alternatieve verbindingen (bv. via de Stamstraat/ Hunzedijk) zijn onlogisch/ onwenselijk. Ook het aanpassen van de helling naar 3.3% zodat deze eindigt voor de aansluiting Stamstraat is onwenselijk i.v.m. comfort fietsverkeer.

2%

2% -0.23

In verband met ruimtegebrek tussen huidige bomen en eigendom scholengemeenschap is een talud niet mogelijk en wordt het nieuwe Heerdenpad opgesloten middels een keerwand. Door verbreding van het profiel komen enkele bomen te vervallen die direct langs het pad staan. Compensatie kan deels in de achterliggende laan en mogelijk met een aanvullende laan.

-0.15

rwa

kee

nd

rwa

nd

Sta

ms

tra

at

0.05-

kee

0.35+

-0.20

0.00

-0.02

ot

3

e slo

0.90+

rd o Uitsnede Stamstraat bo e z nGerrit MIRT Planuitwerking Vervanging Krolbrug Groningen u H 1: 3

fu197/204 nctio nel

-0.22

ud

1: 3

3 1: ud

pad

2%

lu

0.33+

eer den

d

Hu

ta

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

b

e nz

1.70+

0.00

al

d 0.32+

4.25+ 0.90+

trap 1:4

r oo

0.46+

0.63+

0.05-

0.40+

Aandachtspunten: • Op dit moment is er een flinke groene ‘wand’ aanwezig tussen scholengemeenschap en fietspad. Gezamenlijk zal gezocht 0.33+ moeten worden naar behoud of aanpassing i.v.m. zichtrelatie.

t

0.28-

-0.25

De helling vanaf de rotonde eindigt voorbij de Stamstraat richting de Van Eesterenlaan. Ter hoogte van de Stamstraat (schoolzijde) ontstaat een wand van ca.1.90m die een ruimtelijke en functionele barrière vormt.

sloo

Uitsnede Stamstraat - Van Eesterenlaan

He erd enp

ZONDER FIETSLOOPBRUG

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG - ZONDER FIETSLOOPBRUG

Impressie Heerdenpad vanaf Stamstraat richting brug

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

198/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG - ZONDER FIETSLOOPBRUG

Zicht vanuit de Korreweg, dichte toestand

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

199/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG - ZONDER FIETSLOOPBRUG

Zicht vanuit de Korreweg, open toestand

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

200/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG - ZONDER FIETSLOOPBRUG

Zicht vanaf de vaarweg, dichte toestand

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

201/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG - ZONDER FIETSLOOPBRUG

Zicht vanaf de vaarweg, open toestand

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

202/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG - ZONDER FIETSLOOPBRUG

Vogelvlucht ter hoogte van de Korreweg

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

203/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

DOORVAARTHOOGTE 5.70M - TAFELBRUG - ZONDER FIETSLOOPBRUG

Vogelvlucht ter hoogte van het appartementengebouw Lefier

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

204/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

Projectgerelateerd

A6

Bijlage 6

17 augustus 2021

Notitie vaarweg

AFWEEGONDERZOEK VARIANTENSTUDIE

BG9965IBRP2108171559

81

Notitie

HaskoningDHV Nederland B.V. Transport & Planning

Aan: Marco Rispens Van: Jacco Valstar / Ronald Jeltes Datum: 10 mei 2021 Kopie: Hans Boeschoten, Marco Rispens, Dirk Bosma, Peter Traas, kernteam RHDHV Ons kenmerk: BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF Classificatie: Projectgerelateerd Goedgekeurd door Peter Traas Bijlagen: Bijlage 1: tekeningen variant 5a (3 bladen) Bijlage 2: K&L (2 bladen) Bijlage 3: verslag overleg RWS-GG d.d. 7/10/2020 Bijlage 4: vervanging beschoeiing ivm staat van onderhoud Onderwerp:

MIRT Planuitwerking Gerrit Krolbrug - Zaaknummer 31146509 Deelproject 3 - Aanpassing vaarweg – Advies – v6.0 - DEFINITIEF

Inleiding Deze notitie heeft betrekking op het advies voor de aanpassing van de vaarweg (Van Starkenborghkanaal) in verband met project Gerrit Krolbrug (verder GKb). Conform de Uitgangspuntennotitie (MIRTPlanuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug, zaaknummer 31146509, Uitgangspuntennotitie; ref. BG9965TPRP2005280942, S3/P1.2, d.d. 10 augustus 2020), omvatten de systeemgrenzen van dit deelproject het gebied tussen Boterdiep (boven) en de Busbaanbrug. Naast aanpassing om nautische redenen is ook gekeken naar de onderhoudssituatie van de bestaande beschoeiing binnen genoemde systeemgrenzen. Ook dit kan aanleiding geven tot aanpassing (vervanging van beschoeiing). Doel van deze notitie is om een overzicht te geven van de aanleiding, de uitgangspunten en randvoorwaarden, de beschouwde varianten, de onderlinge vergelijking van de varianten en het resulterend advies voor deze aanpassing. Als onderdeel van de beschouwing van de vaarweg is ook gekeken naar de bestaande ligplaats langs de Ulgersmakade, en naar alternatieven voor deze locatie. Hierop wordt apart ingegaan in deze notitie, net als op de eventuele vervanging van bestaande beschoeiing vanwege de onderhoudssituatie.

De inhoud van deze notitie is het resultaat van een analyse door RHDHV van de door RWS meegegeven eisen uit de eerdergenoemde VSE, de naar aanleiding hiervan uitgewerkte varianten en overleg hierover met RWS en de gemeente Groningen, in de periode vanaf 28 april 2020. Daarnaast is op 27 augustus jl. in het IPM-team van RWS bepaald dat niet de RVW 2017 maar de RVW 2020 van toepassing wordt verklaard (zie mail HB d.d. 27/8/2020). De in de twee alinea hierboven cursief gedrukte termen geven ook de opbouw van deze notitie aan: • Aanleiding: een samenvatting van de aanleiding voor het aanpassen van de vaarweg; • Uitgangspunten en randvoorwaarden: de uitgangspunten (eisen) die gelden voor de toekomstige situatie van de vaarweg en de van toepassing zijnde randvoorwaarden (omstandigheden) waarmee rekening moet worden gehouden vanuit de bestaande situatie; • Varianten: een overzicht van de realistisch mogelijke varianten, o.b.v. de geldende uitgangspunten en randvoorwaarden;

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

1/28

• • • •

Vergelijking varianten: een onderlinge vergelijking van de varianten ten behoeve van een afweging richting een voorkeursalternatief; Ligplaats: behalve naar de bestaande locatie langs de Ulgersmakade is ook gekeken naar alternatieve locaties; Bestaande beschoeiing (overig): beschouwing van eventuele vervanging van bestaande beschoeiing in verband met onderhoudssituatie; Advies en aandachtspunten: welke variant wordt gezien als voorkeursalternatief en welke aandachtspunten worden nu al gezien voor de verdere uitwerking.

Aanleiding De aanleiding voor het aanpassen van de vaarweg komt voort uit de volgende aspecten (hieronder nader uitgewerkt, onder het kopje “Uitgangspunten en randvoorwaarden”): • Ten westen van de GKb ligt de vaarweg in rechtstand, met aan noordzijde van de vaarweg (over vrijwel de gehele lengte, tot aan het Boterdiep, even ten oosten van de Noordzeebrug) de ligplaats langs de Ulgersmakade. De gezamenlijke breedte van vaarweg en ligplaats is ruim minder dan vereist. Aanpassing van vaarweg en/of ligplaats is nodig; • De nieuwe GKb krijgt een grotere doorvaartbreedte dan de bestaande, waardoor de landhoofden en aangrenzende oevers aangepast moeten worden; • Ten oosten van de GKb – tot aan de Busbaanbrug - ligt de vaarweg in een bocht. Getoetst moet worden of deze bocht voldoet aan de RVW 2020, of dat aanpassing of verbreden van de bocht moet plaatsvinden. Naast bovenstaande directe aanleiding, moet in het ontwerp rekening worden gehouden met de eisen ten aanzien van zichtlijnen en moeten er nabij de Gerrit Krolbrug wachtvoorzieningen (bestemd voor schepen - recreatievaart en beroepsvaart - die moeten wachten als de brug onverhoopt in storing is) worden gerealiseerd.

Uitgangspunten en randvoorwaarden Zoals vermeld in de inleiding zijn de eisen voor de aanpassing van de vaarweg zoals meegegeven door RWS door ons verwerkt in de Uitgangspuntennotitie. Deze is gebaseerd op de volgende achterliggende uitgangspunten: • Het bestuurlijk voorkeursalternatief Gerrit Krolbrug 2019 (BVA); • Als het BVA geen uitspraak doet, dan vormt de regionale vertaling van de Richtlijn Vaarwegen 2017 in het Netwerkschakelplan 1 HLD (NWSP 1 HLD), bijlage 1A “Richtlijn Vaarwegen 2017 – De functionaliteit van de HLD”, het kader; • Voor onderdelen die noch in het BVA noch in bijlage 1A van het NWSP 1 HLD zijn opgenomen, geldt de Richtlijn Vaarwegen 2020 (RVW 2020). Deze versie op basis van eerdergenoemde besluitvorming in het IPM-team van RWS. Naast bovenstaande uitgangspunten is er de bestaande situatie (randvoorwaarden). Voorgaande laat zich samenvatten in een aantal algemene uitgangspunten en onderstaande tabel met uitgangspunten en randvoorwaarden voor specifieke delen van de vaarweg.

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

2/28

Algemene uitgangspunten In de Uitgangspuntennota (par. 4.5) zijn t.a.v. de vaarweg (deelproject 3) de volgende algemene uitgangspunten vastgelegd die relevant zijn voor de huidige ontwerpfase: • De basisbreedte van de vaarweg (rechtstandig) is 54m (UN par. 4.5) - eventuele breedtetoeslagen voor bocht en/of ligplaatsen zijn bovenop deze 54m basisbreedte; • Het maatgevende schip is klasse Va en heeft een lengte van 110m, een breedte van 11,4m en een maximale diepgang van 3,5m; • Voor de maatgevende (wind-)conditie moet het projectgebied als landstreek worden beschouwd. Specifieke uitgangspunten In onderstaande tabel zijn in de rijen de relevante aspecten en in kolommen de basis voor de van toepassing zijnde uitgangspunten en randvoorwaarden onderscheiden. Tabel 1 – Uitgangspunten en randvoorwaarden

Aspect

Bestaand

BVA / NSWP 1 HLD RVW 2020

Vaarweg rechtstand

B = 54m

Ligplaats Ulgersmakade

B = 10m

Totaal breedte rechtstand

B = 64 m

Doorvaart GKb

B = 21,8 m

Bocht

R ≈ 1083m B ≈ 56 m

Wachtplaats brug

-

Zichtlijnen

-

Overige eisen

B = 54m B = 11,4+6 = 17,4m B = 71,4ma B = 54m i.g.v. R ≥ 1120m geldt B = 54mb afmeervoorziening buiten vaarwegc

wachtplaats binnen vaarwegd 5*110 = 550m

a): t.a.v. totale breedte rechtstand i.r.t. ligplaats Ulgersmakade zie tekst hieronder b): t.a.v. bochtbreedte en -straal zie toelichting hieronder; c): afmeervoorziening = palen/bolders; d): eis t.a.v. locatie feitelijke wachtplaats (ligging schip) binnen vaarweg is meegegeven in overleg met RWS.

Rechtstand en ligplaats Ulgersmakade Zoals te zien aan bovenstaande tabel moet de totale breedte van vaarweg en ligplaats ten westen van de brug aanzienlijk worden vergroot om te voldoen aan de geldende eisen. Voor het oplossen van dit vraagstuk zien wij drie mogelijkheden: • Opschuiven (7,4m) van de bestaande Ulgersmakade en Ulgersmaweg in noordelijke richting; • Verplaatsen van de ligplaats naar zuidzijde, langs de Westindischekade, waarbij de oever aan die zijde dan 7,4m op moet opschuiven en het gebied opnieuw moet worden ingericht; • Verplaatsen van de ligplaats naar een volledig andere locatie (in verband met de gewenste concentratie van ligplaatsen is hiervoor door RWS een zoekgebied tussen de GKb en de Oostersluis aangegeven, bij voorkeur aansluitend op de bij de Oostersluis al aanwezige ligplaats voor kegelschepen aan de noordoever). Bocht (breedte en straal) De eisen ten aanzien van de bocht worden gebaseerd op de RVW 2020. De breedtetoeslag is afhankelijk van de bochtstraal en de bochthoek (par. 3.7.2 van de RVW 2020). De bochthoek - bepaald door de hoek tussen de rechtstanden voorbij de bocht - ligt vast en bedraagt 26,4°. In de bochtstraal is enige variatie mogelijk door eventueel verleggen van de vaarwegas ten westen van de GKb (zie hieronder, en tekening bijlage 1). Verder is van belang dat de breedtetoeslag niet hoeft te worden

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

3/28

toegepast als deze kleiner is dan de helft van de breedte van het maatgevend schip (par. 3.7.2 van de RVW 2020). Voor een bochthoek van 26,4° is dit het geval bij een straal R≥1120m (de toeslag bedraagt dan 5,7m = 0,5*B = 0,5*11,4m). Bij een straal R≥1120m kan de breedte in de bocht dus worden aangehouden op 54m. Wachtplaatsen GKb Voor de wachtplaatsen ten behoeve van beroepsvaart wordt uitgegaan van een maatgevend schip van L*B = 110*11,5m. De wachtplaatsen worden beiden aan de noordelijke oever van de vaarweg gepositioneerd, zodat schepen die onder de gesloten brug door passen relatief makkelijk kunnen passeren. De noordoever verdient de voorkeur ten opzichte van de zuidelijke, omdat wachtende schepen daarmee de zichtlijn niet blokkeren. Voor de recreatievaart worden aparte wachtplaatsen ingericht. Omdat deze ook gebruikt moeten kunnen worden (voor hoge recreatieschepen) op een moment dat (lage) beroepsvaart de gesloten brug passeert, worden ook deze wachtplaatsen aan beide zijde van de brug aan dezelfde oever (de noordoever) gelegd. De afmetingen van deze ligplaatsen zijn gebaseerd op een schip van 15*4,5m. Ligging vaarwegas (rechtstand) Ten aanzien van de ligging van de vaarwegas zijn geen eisen meegegeven.

Zeker wanneer de ligplaats Ulgersmakade wordt verplaatst naar een volledig andere locatie, dan bestaat de mogelijkheid om de vaarwegas ten westen van de GKb naar het noorden te verschuiven. Dit heeft een positief effect op de mogelijkheid van vergroting van de bochtstraal en gaat (uiteraard) gepaard met een verschuiving van de vaarwegas ter plaatse van de brug, wat een positief effect heeft op de inpassing van de toeleidende weg aan zuidzijde. De ligging van de vaarwegas (rechtstand) voorbij de Busbaanbrug wordt ongemoeid gelaten.

Varianten Met voorgaande ontstaan twee logische varianten samengesteld. Deze zijn opgenomen in tabel 2. Beide varianten voldoen aan de hierboven opgesomde algemene uitgangspunten en aan de uitgangspunten van tabel 1. De volgende kenmerken zijn bepalend voor het onderscheid tussen de varianten: • As rechtstand (ZZ/NZ): de ligging van de as ten westen van de GKb, aan ZZ (op 27m uit de Westindischekade = huidige situatie), of aan NZ (op 27m uit de bestaande Ulgersmakade; alleen mogelijk bij verplaatsing bestaande ligplaats naar zijde Westindischekade of naar een volledig andere locatie); • Ligplaats (Ulg/Alt): handhaving op huidige locatie (Ulg; met noodzaak van verschuiven Ulgersmakade en Ulgersmaweg richting noorden), of verplaatsing naar een alternatieve locatie (Alt); • Hart GKb (ZZ/NZ): de as van de brug is gekoppeld aan de as van de vaarweg, met bijbehorende consequenties voor de wegstructuur aan noord- en zuidzijde van het kanaal; • Bochtstraal (1083m/1350m): in theorie is elke bochtstraal mogelijk, zolang de bijbehorende bochtverbreding (indien van toepassing) wordt toegepast. In de nu beschouwde alternatieven is gekeken naar handhaving van de bestaande straal (R=1083m; met een bijbehorende bochtverbreding van 5,9m) vs. een straal die ontstaat bij verlegging van de vaarwegas ten westen van de GKb (R=1350m; waarbij geen bochtverbreding nodig is). T.a.v.

deze laatste straal (n.a.v. eerdere vragen hierover): deze straal houdt geen verband met 10x een scheepslengte van 135m;

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

4/28

• •

Bochtbreedte (58,9m/54m): bochtbreedte behorend bij bovengenoemde bochtstralen van respectievelijk 1083m en 1350m; Maatregel zichtlijnen: uitgaande van toepassing van een eventuele bochtverbreding aan binnenzijde (bij een bochtstraal van 1083m) valt de vereiste zichtlijn (L = 5*110 = 550m) net (maximaal 1,5m) over de bestaande oeverlijn (i.g.v. R=1350m; zie figuur 1) of over de nieuw te realiseren oeverlijn (i.g.v. R=1083m) oeverlijn. Hiermee moet rekening gehouden worden bij plaatsing en/of beheer van groen op de oever. Lokaal zal het groen teruggesnoeid of verwijderd moeten worden over een breedte van ruim 1,5m ten opzichte van de oeverlijn. Naast het praktisch doel van openhouden van zichtlijnen (nautisch) moet de situatie die daarmee ontstaat ook duurzaam zijn en voldoende esthetische kwaliteit hebben. Figuur 1 – Toetsing zichtlijnen Var V5a

In tabel 2 staan verticaal de beschouwde kenmerken en horizontaal de variantnummers. Tabel 2 – Varianten vaarwegontwerp

Kenmerk

Var V1

Var V5a

As rechtstand

ZZ

NZ

Ligplaats

Ulg

Alta

Hart GKb

ZZ

NZ

Bochtstraal

1083m

1350m

Bochtbreedte

60,7m

54m

Maatregel zichtlijnen

n.v.t.

n.v.t.

a): de uitwerking van deze alternatieve locatie maakt geen onderdeel uit van deze notitie

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

5/28

Vergelijking varianten Aan de kenmerken per variant, zoals samengevat in tabel 2, zijn voor- en nadelen gekoppeld. Deze zijn hieronder beschreven en zijn opgenomen in een scoretabel (tabel 3): • As rechtstand (ZZ/NZ): de ligging van de as aan zuid- of noordzijde heeft op zichzelf geen voorof nadeel. Beide situaties worden als neutraal beoordeeld: “0”; • Ligplaats (Ulg/Alt): o Ulg: handhaving van de ligplaats aan zijde Ulgersmakade (bestaande locatie) heeft ingrijpende consequenties. Zowel kade als achterliggende K&L (o.a. HD-gas; zie ook bijlage 2) en Ulgersmaweg met plantsoen en groen (deels particulier eigendom) moeten ca. 7,4m verplaatst worden. De vrijwaringszone komt daarmee (net) over de bestaande woningen te liggen. De oplossing wordt als zeer slecht beoordeeld: “- -“; o Alt: algehele verplaatsing naar een alternatieve locatie is ingrijpend maar betekent dat een optimale locatie gezocht kan worden. Hierop wordt verderop in deze notitie apart ingegaan. Deze oplossing wordt als positief beoordeeld: “+”; • Hart GKb (ZZ/NZ): o ZZ: handhaving van de as van de brug aan zuidzijde (als bestaand) wordt als neutraal beoordeeld: “0”; o NZ: verplaatsing van de as naar noordzijde heeft een licht positief effect op de wegstructuur aan zuidzijde van het kanaal (de weg is “eerder beneden”).

Omdat de problematiek van de wegen aan zuidzijde als net iets complexer wordt gezien dan die van de wegen (en fietspaden) aan noordzijde, wordt dit als licht positief beoordeel: “+”; • Bochtstraal (1083m/1350m): o 1083m: deze straal is gelijk aan bestaand en wordt daarom als neutraal beoordeeld: “0”; o 1350m: een grotere bochtstraal heeft een positief effect op de kwaliteit en veiligheid van dit deel van de vaarweg. Het wordt als positief gezien: “+”; • Bochtbreedte (60,7m/54m): o 60,7m: een verbreding tot 60,7m is niet mogelijk zonder aanpassing van de oeverlijn (aan binnen- of buitenzijde bocht) en heeft daarmee aanzienlijke consequenties voor de omgeving en aanliggende terreinen en bedrijven. Deze verbreding behorend bij de bestaande bochtstraal wordt als negatief beoordeeld: “-”; o 54m: de breedte van 54m valt binnen de bestaande oeverlijn en wordt daarom als zeer positief beoordeeld: “+ +“; • Maatregel zichtlijnen: t.a.v. dit aspect is er sprake van een verbetering t.o.v. de huidige situatie, maar geen onderscheid in de alternatieven. Het aspect wordt voor alle alternatieven als positief gezien: “+ “. Tabel 3 – Beoordeling varianten vaarweg

Kenmerk

Var V1

Var V5a

As rechtstand

ZZ

0

NZ

0

Ligplaats

Ulg

--

Alt

+

Hart GKb

ZZ

0

NZ

+

Bochtstraal

1083m

0

1350m

+

Bochtbreedte

60,7m

-

54m

++

Maatregel zichtlijnen

n.v.t.

+

n.v.t.

+

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

6/28

Op grond van tabel 3 en bijbehorende toelichting valt variant V1 af. Zowel handhaving van de ligplaats langs de Ulgersmakade (met de noodzakelijk verlegging van deze kade) als handhaving van de bestaande bochtstraal (met bijbehorende bochtverbreding) heeft grote impact op de omgeving. Met name de impact van de verlegging van de Ulgersmakade wordt als zeer onwenselijk en praktisch onhaalbaar gezien, vanwege de opeenstapeling van gevolgen voor zowel kade, weg, kabels en leidingen en aanliggend plantsoen en groen en de ligging van de vrijwaringszone. Daarbij is er geen sprake is van verbetering van de situatie en locatie van de ligplaats. Op basis van voorgaande wordt voor wat betreft de vaarweg variant V5a als voorkeursvariant gezien. Deze variant heeft de volgende hoofdkenmerken: • De vaarwegas ter plaatse van en direct ten westen van de GKb verschuift naar het noorden; • De bestaande ligplaats langs de Ulgersmakade wordt verplaatst naar een volledig nieuwe locatie (zie verder hieronder); • De bochtstraal wordt vergroot naar 1350m, waarmee de vereiste breedte in de bocht 54m bedraagt, en de bestaande bocht niet verbreed hoeft te worden.

Voorkeursvariant V5a is op tekening uitgewerkt en opgenomen in bijlage 1.

Ligplaats Voornaamste conclusie uit voorgaande ten aanzien van de bestaande ligplaats langs de Ulgersmakade is dat deze verplaatst moet worden. Uitgangspunten Voor de nieuwe locatie van de ligplaats gelden de volgende door RWS bepaalde uitgangspunten: • De ligplaats dient geschikt te zijn voor vier maatgevende schepen; • Varianten met dubbel afmeren zijn toegestaan (mits ook dan auto’s kunnen worden afgezet); • In verband met concentratie van ligplaatsen en onderlinge afstand tussen ligplaatsen is het gebied tussen Gerrit Krolbrug en Oostersluis door RWS aangewezen als zoekgebied (inmiddels losgelaten, zie tekst verder hieronder); • De nieuwe ligplaatsen mogen niet in de plaats komen van de huidige wachtplaatsen bij de Oostersluis (voor kegelschepen aan oostzijde en voor binnenvaart aan de westzijde); • Geen knik of bocht in de ligplaats en juist aansluitend maken met bestaande wachtplaatsen bij sluis; • Plaatsing van de nieuwe ligplaats aan zijde Florakade is geen optie vanwege daar aanwezige en geplande bebouwing (dit mede i.r.t. hieronder genoemde vrijwaringszone). In aanvulling op bovenstaande door RWS meegegeven uitgangspunten geldt verder: • Conform BARRO (art. 2.1.2) dient naast de ligplaats (aan landzijde) een vrijwaringszone van 25m te worden aangehouden.

In aanvulling op de RVW 2020 gelden voor de verdere uitwerking van het ontwerp van de ligplaatsen (na besluitvorming) verder nog de volgende (klant)eisen: • De gehele kade dient bereikbaar te zijn per auto en voorzien van een parkeerstrook zodat ook auto’s kunnen worden afgezet. Een aparte lengte voor een auto-afzetplaats is daarmee niet nodig. Bij voorkeur doodlopende weg i.v.m. sociale veiligheid (geen passanten); • Goede verlichting op de oever tot de rand van de kade;

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

7/28

• • • • • •

Hoogte van de afmeervoorzieningen volgens richtlijn 5 meter boven MHWS (RVV 2020 6.5) van alle palen (HOH 30 meter); Hoogte kade minimaal 1,50 boven MHWS met trappen; Palen (afmeervoorzieningen) in de oever Geen bodembescherming aanbrengen i.v.m. gebruik spudpalen, maar wel rekeninghouden met diepte gelijk midden van de vaarweg (-5,90 NAP). Walstroom i.o.m. met gemeente en ten minste 400V en 400Amp per aansluiting beschikbaar; Drinkwatervoorziening niet nodig.

Locatie en ontwerp Over de verplaatsing van de ligplaats heeft op 7 oktober 2020 (zie bijlage 3) overleg plaatsgevonden met de gemeente Groningen, deel op basis van inmiddels achterhaalde uitgangspunten. Verder is de verplaatsing aan de orde gekomen in de “Themasessie vaarweg” met gemeente, Waterschap Noorderzijlvest, Schuttevaer, schippers en andere belanghebbenden, op 10 november 2020 (zie notulen, ref. BG9965TPAG2011131403, d.d. 10/11/2020). In deze laatste bijeenkomst is een aantal mogelijke locaties gepresenteerd voor de nieuwe ligplaats, zoals weergegeven in onderstaande afbeelding. Figuur 2 – Beoordeling varianten vaarweg

Bovenstaande locaties zijn in beeld om de volgende redenen: • Dorkwerderbrug: koppeling nieuwe ligplaats met bestaande ligplaats voor Kegelschepen op deze plek. De beoogde locatie conflicteert echter met een van de varianten voor een nieuwe locatie van de Paddepoelsterbrug, • Westindischekade: ligging direct tegenover de bestaande locatie van de ligplaats. Nadeel van deze locatie is de directe nabijheid van bestaande woningen, waarmee dit geen voor de hand liggende keuze lijkt. • Ulgersmaweg: voordeel van de locatie is de nabijheid van de Oostersluis en de bestaande ligplaats voor kegelschepen. De locatie valt samen met een bestaand bedrijventerrein, dat naar verwachting herontwikkeld gaat worden. Een visie voor het gebied ligt er nog niet, waarmee onzeker is of herontwikkeling samengaat met een eventuele ligplaats. • Sint Petersburgweg: een momenteel niet bebouwd gebied nabij de Oostersluis.

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

8/28

In reactie op bovenstaande mogelijkheden (in de sessie van 10 november jl.) heeft de gemeente gevraagd om een locatie waarbij de impact op plannen van de gemeente kleiner is. Vanuit de vaarweggebruikers is aangegeven dat een ligging buiten de stad aantrekkelijker is dan in stedelijk gebied. Aan de hand van voorgaande opmerkingen, de overige op 7 oktober en 10 november meegegeven input, en de criteria ten aanzien van het ontwerp van de ligplaats zelf, wordt op een later tijdstip een separate studie naar locatie en ontwerp van de ligplaats uitgevoerd worden.

Bestaande beschoeiing (overig) Naast vervanging van beschoeiing om nautische redenen is binnen de systeemgrenzen ook gekeken naar eventueel noodzakelijke vervanging van beschoeiing in verband met de staat van onderhoud. Dit is uitgewerkt in bijlage 4 bij deze notitie. Op dit moment is de verwachting dat twee secties vervangen moeten worden vanwege een gebrekkige staat van onderhoud: • Circa 150m damwand aan westzijde Westindischekade (nabij Noordzeebrug); • Circa 225m damwand aan noordzijde vaarweg, tussen locatie Offringa Busbaanbrug (BBB).

Advies en aandachtspunten Advies Ons advies ten aanzien van de aanpassing van de vaarweg is door ons gegeven in bovenstaande tekst (samengevat in tekstkader op pagina 7 en hierboven in tekstkader en onder kopje “Bestaande beschoeiing (overig)”). Voor de nieuwe ligplaatsen komt dit neer op een nog uit te voeren studie. Het ontwerp van de vaarweg is hieronder afgebeeld en in bijlage 1 nog een keer op A3-formaat opgenomen. Figuur 3: Voorkeursvariant vaarweg (zie ook bijlage 1)

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

9/28

Van west naar oost is het ontwerp conform het advies dan als volgt: • “Rechtstand” tussen Noordzeebrug (NZB)en GKb: o De assen t.p.v. de NZB en GKb liggen niet in een lijn. De rechtstand onder beide bruggen is doorgetrokken over 2x de maatgevende scheepslengte. Daartussen verloopt de as; o Om een plotselinge overgang in vaarwegbreedte nabij de Gerrit Krolbrug te voorkomen, is – mede in overleg met de nautisch adviseur van RWS - de zuidoever naar voren gelegd en parallel getrokken aan de vaarwegas. Dit geldt ook voor het eerste deel ten oosten van de brug; o In overleg met RWS is besloten in de VO-fase nog een keer te kijken naar de exacte ligging van de knik in de vaarwegas bij Boterdiep (boven).

Mogelijk kan de knik in de vaarwegas meer richting Noordzeebrug worden gelegd, als dit het beeld van (voorzijde) Westindischekade verbetert; o Vervanging van circa 150m beschoeiing aan westzijde Westindischekade (nabij Noordzeebrug), vanwege staat van onderhoud; • Gerrit Krolbrug: o De vaarwegbreedte en doorvaartbreedte ter plaatse van de brug bedraagt 54m; • Bocht: o De bochtstraal (vaarwegas) bedraagt 1350m; de breedte bedraagt minimaal 54m (praktisch gezien zal de bestaande (grotere) breedte gehandhaafd worden); o Behalve direct ten oosten van de GKb hoeft de beschoeiing langs de vaarweg in de bocht daarmee in principe niet te worden aangepast (zie verder ook hieronder, bij “aandachtspunten”); o Op circa 150m ten oosten van de Gerrit Krolbrug wordt de damwand richting oever getrokken, om daarmee damwand te besparen. Hiermee ontstaat een kleine inham in de oever. Gezien de geringe omvang hiervan heeft dit nautisch gezien vrijwel geen effect. Een eventueel besluit de damwand verder door te trekken (deze mogelijkheid is opgenomen in het z.g.

kansendossier) zou vooral esthetische redenen hebben; o Vervanging van circa 225m beschoeiing aan noordzijde vaarweg, tussen locatie Offringa en Busbaanbrug (BBB), vanwege staat van onderhoud; • Busbaanbrug: o Ook de vaarwegbreedte en doorvaartbreedte ter plaatse van deze brug bedraagt 54m (N.B: dit is aanzienlijk minder dan voorzien eerder beschouwde varianten o.b.v. de RVW 2017); • Rechtstand tussen Busbaanbrug en Oostersluis: o De vaarweg wordt op dit deel niet aangepast. De vaarwegas blijft ongewijzigd; • Nieuwe ligplaats: o Ten aanzien van locatie en ontwerp van de nieuwe ligplaats wordt op een later tijdstip een aparte studie uitgevoerd. Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking van de variant wordt een aantal aandachtspunten gezien: • T.a.v. vaarwegas: o Herbeschouwen van exacte ligging knik in vaarwegas nabij Boterdiep (boven) i.r.t. het beeld van (voorzijde) Westindischekade. • T.a.v. zichtlijn: o In de VO-fase moeten de randvoorwaarden en consequenties van terugsnoeien van het groen in de bocht (t.b.v. realisatie vereiste zichtlijn) inzichtelijk gemaakt worden, zodanig

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

10/28

•

•

•

•

dat niet alleen nautisch maar ook esthetisch een kwalitatief goede en duurzame situatie ontstaat. T.a.v. dwarsprofielen vaarweg en ligplaats: o In het ontwerp van de vaarweg is momenteel uitgegaan van het theoretisch dwarsprofiel. Voor het VO en contract horen wij graag of moet worden uitgegaan van overdiepte i.v.m. aanslibbing. o Op aangeven van RWS dient bij voor ligplaats en wachtplaatsen geen steenbestorting te worden toegepast en uitgegaan te worden van een diepte gelijk aan diepte midden vaarweg. Dit kan tot uitspoeling leiden door schroefwerking. Graag overleggen wij of alsnog bestorting moet worden aangebracht, of dat in het ontwerp van de kade rekening moet worden gehouden met uitspoeling. T,a,v, beschoeiing: o De bepaling van te vervangen beschoeiing i.v.m. staat van onderhoud is gebaseerd op nu beschikbare gegevens. In een vervolgfase (of in realisatiefase) zal dit door inspectie en/of herberekening geverifieerd moeten worden. o In ontwerp en raming is op dit moment uitgegaan van een verankerde damwand tot NAP+0,75m. In de VO-fase zal het deel boven water mogelijk vervangen worden door een (meer) natuurvriendelijke oplossing. T.a.v. wachtplaatsen: o Zoals aangegeven in tabel 1 zijn de wachtplaatsen bij de brug, in afwijking van de RVW 2020, opgenomen binnen het vaarwegprofiel. Dit vanwege het zeer incidenteel gebruik en in overleg met de vaarwegbeheerder.

Deze BTO-keuze moet worden opgenomen in de klanteisen. o De ligging van de wachtplaats bij Offringa dient met dit bedrijf besproken te worden. Het bedrijf is eigenaar van de grond ter plaatse. T.a.v. de kostenraming: o De kostenraming ten aanzien van de aanpassing van de vaarweg wordt separaat verstrekt.

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

11/28

BIJLAGE 1: TEKENINGEN VARIANT V5a De tekeningen op de volgende pagina’s laten t.a.v. vaarweg variant V5a het volgende zien: - Blad 1: bovenaanzicht vaarweg (en variant L1 en L2 t.a.v. de nieuwe ligplaats); - Blad 2: dwarsprofielen 1 t/m 4; - Blad 3: dwarsprofielen 5 t/m 8.

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

12/28

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

13/28

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

14/28

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

15/28

BIJLAGE 2: K&L

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

16/28

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

17/28

10 mei 2021

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v6.0 - DEFINITIEF

18/28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4294/documents/64076