26-05-2021 verslag politieke woensdag 17.00 uur - Radesingel - Suikerzijde Noord.pdf
Tekst van het document
Graag willen wij dit neerleggen bij de wethouder. Als er dan eventueel één of twee of drie woontorens zouden moeten komen, dan zou de Partij voor de Dieren daar geen bezwaar tegen hebben. Dan is er de kwestie van de compensatie. De geoorde fuut is hier enigszins beschermd. Er zijn nog maar vijfhonderd broedparen in heel Nederland en die compensatie komt in een zeer belangrijk weidevogelgebied, waar veertig gruttopaartjes, alleen al, hebben gebroed vorig jaar. Behalve die dieren zijn er ook de kluut en de tureluur. De ene rode-lijstsoort wordt hier geslachtofferd voor de andere. Dit leidde ertoe dat de stichting Groninger Landschap en het 20
Collectief Groningen West ferme taal gebruikten en dit een misdaad tegen de natuur noemden. Wij begrijpen dat, maar het is wel bijzonder dat er zulke forse taal hier wordt gebruikt. Dat is niet voor niets. Het is zeer wrang dat wetgeving die bedoeld is ter bescherming van natuur, juist leidt tot meer vernietiging ervan. Ook de inspraak van de Vleermuiswerkgroep loog er niet om. Het kwam erop neer dat ambtenaren vaak onzin spraken en dat raadsleden het toch wel weer niet zouden begrijpen – dat is vaak zo – en eigenlijk kondigden ze al aan om weer juridisch bezwaar aan te tekenen. Ze hebben dat ook gedaan met de Ring Zuid en dat heeft tot veel vertraging geleid. De vraag is aan het college: wilt u daar echt voor kiezen met deze plannen? Dat zal namelijk de woningnood ook niet helpen. De Partij voor de Dieren zou willen dat deze vloeivelden een echte beschermde status hadden. Wij hebben schriftelijke vragen gesteld, recentelijk, en toen zeiden wij: waarom heeft u er niet voor gezorgd dat dit een Natura 2000-gebied werd, wat toch een beetje beschermde status heeft 01:17:30
Voorzitter: U heeft nog een halve minuut. 01:17:31
Mevrouw De Wrede: De gemeente antwoordde: " Daarvoor zijn wij niet het bevoegde gezag". Nu hebben we bij de provincie diezelfde vraag ook neergelegd, bij het college, en het antwoord was daar: "Ja, wij hebben van de gemeente daartoe geen verzoek binnengekregen". Het had dus misschien best wel gekund. Zou het college dat nog willen overwegen? Daarnaast toch even een opmerking over die curieuze situatie met betrekking tot de stedelijke ecologische structuur. De vloeivelden maakten daar deel van uit en in 2014, nadat het gebied was aangekocht door de gemeente en die stedelijke ecologische structuurwet geherijkt – of herreken moet ik misschien wel zeggen – niet meer. Dat is toch een beetje bijzonder. De documenten zijn weg, dus het is niet meer te achterhalen hoe dat is gekomen. Ik vind het bijzonder. Laat ik het daar op houden. Wij willen kortom, geen bebouwing van het vloeivelden. 01:18:29
Voorzitter: U moet het echt afronden. 01:18:31
Mevrouw De Wrede: Wij willen geen bebouwing van de vloeivelden. Wij willen een second opinion voor die compensatie. Wij zouden graag willen dat het college ook reageert op de opmerkingen van meneer Noordam over die gifbelt De Halm. Dank u wel. 01:18:47
Voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik dan het woord gegeven? De heer Claassen. 01:18:56
De heer Claassen: Ja, dank u wel Voorzitter. Ook dank aan de insprekers. D66 is positief over de toekomst van Groningen. De Suikerzijde als nieuwe plek, waar integraal is nagedacht over woningen, natuur en voorzieningen. Een goed proces, waarin inwoners en organisaties zijn betrokken over onderwijs, horeca, sport en bewegen en de openbare ruimte. Over mobiliteit, waarin lopen en fietsen de prioriteit hebben. Van het ontsluiten van het autoverkeer, fietsverbindingen naar de stad en plannen voor een treinstation. Ten aanzien van die fietsverbinding noord-zuid sluiten wij ons aan bij de vragen van GroenLinks en ook 21
de PvdA, om een toelichting te geven op deze gekozen variant ten opzichte van de zienswijze van de Fietsersbond. Graag een reactie van het college. D66 sluit zich ook aan bij, al eerder genoemd door GroenLinks, de initiatiefnota's: dat natuur inclusief bouwen en duurzaam en betaalbaar bouwen een plek krijgen in dit plan. Echter, om De Suikerzijde in te richten, als de meest duurzaam en circulaire wijk van Nederland, is naar mening van mijn fractie een volgende stap nodig. D66 vraagt het college om experimenteerruimte voor een biobased economie. Een biobased bouwketen, als een antwoord om in 2050 volledig circulair te zijn. Een nieuwe keten waarin circulaire, lokale en regionale economie centraal staat. 01:20:19
Voorzitter: Meneer Claassen als u biobased noemt, dan krijgt u een vraag van mevrouw De Wrede. 01:20:25
Mevrouw De Wrede: Ja, dank u wel Voorzitter. Als ik termen hoor als biobased, maar soms ook wel, als natuur inclusief hier opeens in de discussie wordt geworpen, dan word ik toch een beetje kriebelig. Bent u het met mij eens dat een duurzame toekomst – het woord duurzaam is eigenlijk ook al natuurlijk volstrekt betekenisloos geworden – ook vooral bestaat uit natuurbehoud? 01:20:50
De heer Claassen: Als u me nog even het woord gunt, dan ben ik ook heel nieuwsgierig naar uw reactie, op wat wij dan verstaan onder duurzaam en natuur inclusief. Wij willen graag een lokaal antwoord geven op de klimaatverandering en niet alleen daarop, maar ook op de wooncrisis. Op een alternatief voor wellicht ook boeren in de regio om zich hierbij aan te sluiten voor regionale gewassen die als stenen kunnen worden gebruikt voor de woningen van de toekomst. Alle schakels in deze keten moeten we nog ontwikkelen. We zien de samenwerking graag met lokale en regionale partners, zoals kennisinstellingen als de Hanzehogeschool en de RUG en ROC's, zoals het Noorderpoort en het Alfa-college. Om samen nieuwe woonconcepten te realiseren, want naar onze mening is het noorden een kansrijk gebied voor een biobased economie. Dank u wel. 01:21:37
Voorzitter: Mevrouw De Wrede. 01:21:39
Mevrouw De Wrede: Ja, dank u wel Voorzitter. Ja, uw initiatiefvoorstel Duurzaam Bouwen vonden wij hartstikke mooi en wij vinden dat een hele positieve ontwikkeling. Het is prima dat u dat hier inbrengt. Bent u het echter met mij eens dat hoe biobased, natuur inclusief en duurzaam bouwen ook is, als het ten koste gaat van zeer waardevolle natuur, dat dat nooit de bedoeling kan zijn? Hoe denkt een 'groene' partij als D66 dan over het wegvagen van de zeer bijzondere natuur op dit terrein? 01:22:14
Voorzitter: Een heldere vraag. De heer Claassen. 01:22:15
De heer Claassen: Fijn dat u ons ook herkent als een groene partij, daar herken ik mijzelf ook 22
zeker in. Wij zien, zoals ik al zei, dat we vooral ook in de regio moeten kijken en zoeken, als het gaat om biobased. Dat we moeten gaan zoeken in de gebieden, waar we deze gewassen zouden kunnen produceren. Daarin zien wij een enorme kans om op deze manier ook vorm te geven aan een biobased bouwketen en daarmee ook een begin te maken van een biobased economie. 01:22:47
Voorzitter: Mevrouw De Wrede, laatste korte poging. 01:22:49
Mevrouw De Wrede: Laatste korte poging. Uw kans om groen over te komen, is bij deze dan echt vervlogen. Ik vraag u iets over natuurbehoud en weer praat u alleen over economische kansen en bouwen. Dank u wel. 01:23:03
Voorzitter: De heer Claassen nog. Ik hoorde geen vraag. Nee, u heeft ook geen behoefte aan een antwoord. De heer Dijk. 01:23:11
De heer Dijk: Een korte vraag, die ik ook aan de andere fracties heb gesteld of de fractie van D66 ook openstaat voor een second opinion? 01:23:20
De heer Claassen: Nee, wij staan niet open voor een second opinion. 01:23:24
De heer Dijk: Waarom niet? Voorzitter, als vraag aan D66. 01:23:29
De heer Claassen: Ja, daar geef ik graag een reactie op. Er is inderdaad al een vraag over gesteld en wij zijn ook heel nieuwsgierig naar de antwoorden van de wethouder hierop, maar op voorhand wij niet voor een second opinion. 01:23:37
Voorzitter: De heer Moerkerk. 01:23:42
De heer Moerkerk: Ja, dank u wel, Voorzitter. Kom ik over en duidelijk? 01:23:47
Voorzitter: Ja, wilde u een vraag stellen? 01:23:49
De heer Moerkerk: Er gaat even wat mis hier. Mijn fractie is positief over 01:23:55
Voorzitter: Laat u vooral het serviesgoed heel. Wilde u een vraag stellen aan de heer Claassen? 01:23:59
De heer Moerkerk: Nee, ik dacht dat hij klaar was en ik mijn woordvoering ging doen. 01:24:04
Voorzitter: Ja, hoor natuurlijk. Ik was u niet vergeten. Gaat uw gang. 23
01:24:08
De heer Moerkerk: Oké, dank u Voorzitter. Mijn fractie is positief over het bouwplan. Natuurlijk moeten we hier keuzen maken die niet altijd prettig zijn voor de natuur en voor de vloeivelden die daar nu prachtig liggen, maar we zien toch wel voldoende waarborgen voor herstel van groen en we denken dat de leefruimte en het leefklimaat goed gewaarborgd worden. Het is wel zo dat we vinden dat bij het bouwen het percentage en de invulling van sociale woningbouw wat hoger zou kunnen liggen. Ik wil me wel aansluiten bij wat de SP hierover gezegd heeft: iets hoger bouwen vinden we niet een groot bezwaar, als dat de oplossing is. Een heel ander issue dat hier nog niet zo genoemd is. Er zijn een aantal cultureel ondernemers nogal actief in dat gebied en ook een aantal opstartende bedrijfjes. Ja, ik hoop dat de wethouder aandacht wil geven aan deze bedrijfjes, zodat die ook door kunnen groeien naar een volwassen fase en ook plek kunnen krijgen in het nieuwe gebied. Er zitten een aantal hele initiatiefrijk ondernemers en die kunnen, ook al is het straks bebouwd en verandert de hele samenstelling van het gebied, daar nog veel aan toevoegen. Ik heb er een paar gesproken en zij hopen dat er invulling aan kan worden gegeven en dat ze niet, nu al heel snel gebouwd gaat worden, toch best snel weer moeten vertrekken.
Ze komen net een beetje op stoom en helemaal, hopelijk over een paar weken, als ze weer wat meer kunnen doen. Ze doen veel voor jong en cultureel Groningen. Het verkeer. De zorgen over de bietenwagens deelt mijn fractie. We zouden er ook erg voorstander van zijn dat de bietenroute, om het zo maar eens te noemen, zich verplaatst naar Westpoort. Volgens ons ligt daar een grote ruimte vrij in een industriële zone, waar een nieuwe weg gelegd kan worden. We hopen dat dat een keer op de raadsagenda kan komen. Ten slotte nog een verzoek aan B&W. Er liggen een aantal keuzen voor om infrastructurele projecten in dat gebied te ontwikkelen, zoals een station en misschien een aftakking van de trein buiten de stad. Er zijn wat opties en ons verzoek is om het niet zo dicht te plannen dat, als we nu niet kiezen voor die vormen van vervoer ... Dat het niet totaal dicht gebouwd wordt, waardoor we het misschien over vijftien of twintig jaar niet alsnog kunnen doen. Dat er ruimte blijft in de wijk of in het hele gebied om toch nog iets te kunnen doen, wat we nu niet willen en dat onze volgende raadsleden die keuze misschien wel kunnen maken. Dank u wel. 01:26:46
Voorzitter: U heeft een vraag van de heer Dijk. 01:26:49
De heer Dijk: Ja, Voorzitter, ik kwam toevallig bij de heer Moerkerk uit met deze vraag, omdat ik het al een aantal keer voorbij heb horen komen over de bieten en dat dat dan via Westpoort moet. Of ik zit er helemaal naast, maar daar wonen toch ook mensen? Daar komt al vrij veel bietenverkeer langs, dus het is niet zo dat dat een soort makkelijke oplossing is dan toch? Of zie ik dat verkeerd? 01:27:13
De heer Moerkerk: Ik wil daar wel op reageren. Er ligt een rotonde langs het Hoendiep bij die nieuwe brug. Volgens mij kan die recht doorgetrokken worden, dan komt die langs een paar energietransitie gebouwen en langs een sloperij en dan kom die al uit bij de bietenfabriek. Er moet alleen een brug worden gebouwd over het Aduarderdiep. Er staan daar amper tot helemaal geen huizen. De weg loopt daar dan door de weilanden en die zijn ecologisch al niet zo interessant gezien alle hoogspanningsmasten die daar staan. 24
01:27:46
Voorzitter: Ik zie de heer Dijk knikken. Hij begrijpt uw antwoord. 01:27:49
De heer Dijk: Ja, Voorzitter, dan concludeer ik wel met dit antwoord – dat vind ik oké, hoor – dat er dan wel stevige ingrepen gedaan moeten worden. 01:27:56
De heer Moerkerk: Dat realiseert mijn fractie zich terdege. 01:27:59
Voorzitter: Dat klopt, denk ik. U pleit voor een nieuwe weg. Dan hebben alle fracties het woord gevoerd, geloof ik en is het woord aan de wethouder. Gaat uw gang. 01:28:10
De heer Van der Schaaf: Dank u wel, Voorzitter. Een belangrijke fasen die wij aan u voorleggen in de ontwikkeling van dit nieuwe deel van de stad; De Suikerzijde. De structuurvisie en een bestemmingsplan voor het eerste deel. Ik moet wel zeggen, om mee te beginnen, dat het veel werk is geweest is in de afgelopen tijd. Van onze organisatie en de mensen die we daarvoor ingehuurd hebben, van planologen tot technici tot ecologen, volkshuisvestingsdeskundigen, projectleiders, is het een enorme hoeveelheid werk geweest om het zover te krijgen en dan staat er nog steeds geen huis en dat duurt ook nog wel een paar jaar. Misschien wel het belangrijkste om mee te beginnen, er werd een paar keer naar gevraagd, hoe kunnen we nu tempo maken. Dat tempo maken, de grootste bottleneck zijn we voor een heel groot deel zelf. Dat is niet verwijtend bedoeld, maar meer in de zin van alle procedures die wij op dit moment allemaal moeten doorlopen. Terecht, voor alle duidelijkheid, want het is een enorme ingreep die we doen in het landschap met de aanleg van deze wijk en alles wat dat betekent. Daar moet je ontzettend veel onderzoek doen. Voorafgaand vraagt het een uitgebreid participatie- en inspraaktraject van enkele jaren. Dat hebben we ook gedaan, maar uiteindelijk komt het wel tot een besluit. Dat besluit, een belangrijk besluit, is nu.
Dat is ook wel cruciaal, want op het moment dat we dit besluit niet nemen, betekent dat onherroepelijk ook vertraging in de latere realisatie. We hebben inderdaad die woningen – dat is niet het enige wat in De Suikerzijde komt – heel hard nodig. Er is echt een groot tekort op dit moment, niet alleen in Groningen, maar in heel Nederland, aan huizen voor allerlei doelgroepen. We zullen de komende jaren tempo moeten maken, ook al is het omdat de ruimte in de bestaande stad ook zo langzamerhand op begint te raken. Natuurlijk kan daar nog heel veel gebouwd worden, maar we hebben ook een aantal nieuwe gebieden nodig. We hebben Stadshavens al genoemd. We hebben natuurlijk Meerstad, waar flink wordt gebouwd, maar ook De Suikerzijde. Juist De Suikerzijde, zeker deze eerste fase, kan voorzien in de grote behoefte aan centrum stedelijke wonen voor de diverse doelgroepen tegen het centrum aan. Het gaat echter om veel meer dan huizen. Het gaat ook om werkgelegenheid faciliteren. Het gaat om voorzieningen en ook sport, zeg ik tegen de mensen die daar terecht opmerkingen over hebben gemaakt. Niet alleen voor de mensen die in de Suikerzijde gaan wonen, maar ook voor de omgeving. Er is een groeiende ruimtebehoefte in onze stad voor al die zaken die heel hard nodig zijn. We weten juist als geen ander wat de waarde ook is van recreatiegebieden, groengebieden en natuurgebieden in en om de stad.
Dat weten we ook meer dan ooit, als gevolg van de coronacrisis en dat zullen we ook bij toekomstige gebiedsontwikkelingen leidend moeten laten zijn. Dat hebben 25
we van begin af aan gedaan en blijven we doen bij De Suikerzijde. Dat is natuurlijk altijd een ingewikkelde afweging, want ruimtelijke ordening speelt zich niet alleen maar af op het niveau van een stad of een gemeente, waarin je zegt, kies ik hier nu voor huizen, voor mensen of kies ik voor natuur? Nee, je moet ook altijd op een groter schaalniveau kijken, is dit nu de juiste plek voor grootschalige woningbouw of zou je dat beter op een andere plek kunnen doen. De overtuiging van deze gemeente – en ook van u, altijd in meerderheid ook op basis van onze omgevingsvisie – en ook de overtuiging van het Rijk is dat de grootste groei, als het gaat om woningbouw en werkgelegenheid en voorzieningen, in en om rond een aantal grote steden in Nederland moet plaatsvinden. Groningen is daar één van. De Suikerzijde is daar echt een cruciaal project in. Het staat niet voor niets met naam en toenaam genoemd in de Nationale Omgevingsvisie van het Rijk. We hebben de lat hoog gelegd. We hebben de lat hoog gelegd, als het gaat om leef kwaliteit. We hebben de lat hoog gelegd, als het gaat om duurzaamheid. We leggen de lat hoog – we zijn er nog lang niet – als het gaat om inclusiviteit en diversiteit in woningbouw, in bouwhoogten et cetera. Dan zijn er een aantal opmerkingen gemaakt over die stedenbouwkundige uitgangspunten van met name het eerste plandeel.
Opvallend is dat een aantal partijen die op andere momenten nog wel eens wat moeite hebben om hoog te bouwen, nu nadrukkelijk pleiten voor meer hoogbouw. Dat is op zich mooi 01:32:10
De heer Dijk: Voorzitter, nee, nee, nee, ik voelde deze al aankomen. We hebben het hier niet over flats. 01:32:14
De heer Van der Schaaf: Ik bedoelde u niet specifiek, maar goed. Dat geeft niets. De boodschap is helder en ik zeg u ook, in het plan zit natuurlijk ook een hele hoge, zeker in de eerste fase, dichtheid. Er wordt wel gezegd: ja, die 750 woningen kunnen dat er niet meer zijn. Nee, we maken nu een bestemmingsplan met een stedenbouwkundig plan, waar we in ieder geval 750 woningen in één keer kunt regelen, maar de ruimte is er om op te schalen tot zeker zo een 2000. We kiezen er echter heel nadrukkelijk voor om die 2000 niet in één keer vast te leggen. We hebben ook een beetje geleerd van Meerstad, waar we toch vrij snel – ook al is dat een heel ander type gebied – opnieuw moesten ontwikkelen. We kiezen ervoor om een robuuste hoofdstructuur neer te leggen, maar per deelgebied bestemmingsplannen vast te leggen die we proberen zo snel mogelijk in één keer te ontwikkelen. Soms met partijen, soms met corporaties en soms ook op basis van initiatieven, zoals bijvoorbeeld woningbouwcorporaties. Voor de eerste fase, de 750 woningen waar we het nu over hebben 01:33:12
Voorzitter: Een vraag van mevrouw De Wrede. 01:33:15
Mevrouw De Wrede: Ja, dank u wel. Ja, ik ben blij dat de wethouder benadrukt dat hij min of meer voorzichtig die woningen wil bouwen, gelet op de vraag die echter toch waarschijnlijk niet af zal nemen. Wat ik de wethouder wil vragen, als hij echt zo voorzichtig wil bouwen, waarom kiest hij er dan niet voor om met name die waardevolle natuur pas op het laatst te bebouwen en te proberen die in stand te houden? 26
01:33:42
De heer Van der Schaaf: Voorzitter, het woord voorzichtig zou ik niet willen gebruiken. Zorgvuldig, want voorzichtig suggereert alsof wij geen tempo zouden willen maken. Wij willen echter tempo maken. Ik kom zo echt terug op het vraagstuk van de natuurcompensatie en de keuzen die wij maken, maar op zich is dat natuurlijk niet een keuze die wij nu pas maken. We hebben eerder aangegeven dat we de eerste fase van De Suikerzijde juist het deelgebied Noord willen doen, inclusief de vloeivelden die daar liggen, omdat dat juist qua ligging en qua structuur heel goed aansluit op de bestaande stad. De kwaliteiten die daar liggen, lenen zich bij uitstek voor vrij intensief stedelijk bouwen wat ook in ons programma staat en waarvan een aantal van u zegt: leg de lat nog hoger. Dat is de keuze die we gemaakt hebben en natuurlijk het kan ook anders, als je het hebt over een alternatief. Er is één alternatief wat wij voorstellen en dat is op zich een helder alternatief, waar met name mevrouw De Wrede heel helder over is: we kunnen er ook voor kiezen om daar niet te bebouwen. We kunnen inderdaad ervoor kiezen om de vloeivelden niet te bebouwen. Dat betekent echter wel dat we een grotere hoeveelheid woningen, dat gaat richting de duizend, daar niet kunnen plaatsen. Die zullen we dan dus elders moeten bouwen. Ja, en dan maakt dit gemeentebestuur echt een andere keuze.
Wij denken dat wij juist de ruimte die we hebben in en nabij de bestaande stad veel beter kunnen gebruiken en dat wij nog meer weilanden in de omgeving – die ook zeer waardevolle gebieden zijn, ook voor de natuur – liever niet bebouwen. Je kunt je afvragen of het de beste oplossing is – de heer Van Niejenhuis zei er ook al iets over – dat de meest waardevolle natuurgebieden midden in het stedelijk weefsel liggen. Dat is niet altijd even handig. 01:35:19
Voorzitter: Mevrouw De Wrede. 01:35:21
Mevrouw De Wrede: Ja, dank u wel Voorzitter. Ja, ik kan dit verhaal toch moeilijk geloven. De wethouder impliceert dat, als we ervoor zouden kiezen om de vloeivelden niet te bebouwen, het gevolg daarvan zou zijn dat er duizend woningen elders gebouwd moeten worden. De Partij voor de Dieren zou die keuze wel degelijk willen maken. Afgezien daarvan is het zo een ontzettend groot terrein. Het is iets van 160 hectare in totaal. In vergelijking met de Stadshavens dat ruim 30 hectare is en daar komen drieënhalf duizend woningen. Waarom kiest het college er dan niet voor om hier iets gelaagder te bouwen? Zelfs dat lijkt niet eens noodzakelijk. Het Bureau Waardenburg heeft daarvoor een plan ingediend – dat zijn toch niet de minsten – waarbij deze woningen gebouwd kunnen worden zonder aantasting van de ecologische waarden. Waarom is dat niet ... Het had ook zo een meerwaarde voor deze stad kunnen zijn 01:36:25
Voorzitter: U vraag 01:36:26
Mevrouw De Wrede: Zo een waardevol natuurgebied. Waarom heeft het college dat niet serieus uitgewerkt? 01:36:32
De heer Van der Schaaf: We hebben er wel serieus naar gekeken. De suggestie dat we er niet 27
serieus naar gekeken zouden hebben, die werp ik van mij. Wij maken echter een andere keuze. Natuurlijk kunnen we ervoor kiezen om deze vloeivelden niet te bebouwen en om duizend woningen elders te bouwen bij Leegkerk bijvoorbeeld. Ja, u kunt wel nee schudden, maar dat is wel de consequentie van uw keuze. Soms moet je kiezen dat is bij ruimtelijke ordening. We kunnen niet alles. Wij maken de keuze en niet alleen wij. Wij hebben er met uw raad meerdere keren over gesproken om juist in De Suikerzijde, in hoge dichtheden, 5.000 woningen plus nog een heleboel andere voorzieningen op gebied van werkgelegenheid en verkeer te bouwen. De Suikerzijde wordt geen extensief bebouwd gebied, zoals u wellicht suggereert, zoals Meerstad wellicht is. Nee, De Suikerzijde zal een zeer intensief stedelijk bebouwd gebied worden, waarbij we zoveel mogelijk de openbare ruimte die er is, willen gebruiken voor groen. De auto wordt teruggedrongen. We gaan hier juist een heel duurzaam ecologisch en groengebied van maken. Wat we ook nog doen en dan kom ik ook op het punt ... Nee, nog niet. Ik kom zo op het punt van de compensatie, hoe wij dat willen oplossen. Ik was nog in het verhaal over wat zijn nu de uitgangspunten ook als het gaat om dichtheid en woningbouwprogramma.
Er is meerdere keren door uw raad en op zich delen wij dat ook, gezegd: als je de inclusiviteit van De Suikerzijde, waarbij je menging kiest van wonen, werken, leef kwaliteit en recreatie aan de ene kant en aan de andere kant ook diversiteit en inclusiviteit, als het gaat om woningbouwprogramma, dan zou je dat percentage sociale huur hoger willen hebben dan wat er nu financieel haalbaar lijkt. Dat sluit natuurlijk ook aan bij wat we in de woonvisie daarover hebben gezegd. Ik kan nu niet zeggen – dan zou ik beloften doen die we niet waar kunnen maken – dat we voor het hele gebied, want we zijn echt nog wel tientallen jaren bezig voordat het hele gebied klaar is, dat percentage fors omhoog gaan brengen. Ook meer hoogbouw helpt daar niet per definitie bij, al is het maar omdat hoger bouwen niet altijd betekent dat je per se meer woningen kan maken en er zit al behoorlijk wat hoogte in dit plan. Wat wel zo is – en dat is ook de vraag die de heer Van Niejenhuis stelde – is dat wij in de eerste fase en dan hebben we het over de eerste 700 woningen als onderdeel van die eerste 750, nu koersen om daar in ieder geval 200 woningen in de sociale huur neer te zetten en ook nog eens 80 tot 100 in de middenhuur. Dat betekent in ieder geval voor de eerste fase dat we op een veel hoger percentage gaan zitten, dan wat nu in het totale plan zit.
Of het voor de toekomst ook wenselijk is? Ja, ik denk het wel, want we moeten natuurlijk blijven aansluiten bij wat we in de woonvisie zeggen. Of het financieel ook haalbaar is om dat voor het hele gebied op een hoger percentage te zetten dat hangt natuurlijk ook voor een heel groot gedeelte af of we voldoende financiering krijgen, ook van het Rijk, waar we een aantal aanvragen hebben. We zullen in ieder geval in de eerste fase ook tegemoetkomen aan een breed levende wens in de stad en in de gemeente voor een veel hoger percentage dan die 15 - 20 procent in de eerste fase en ook in de middenhuur nog flink wat flink wat woningen aanbieden. Dan het punt van de natuurcompensatie 01:39:36
Voorzitter: De heer Dijk nog daarover. 01:39:37
De heer Dijk: Ja, Voorzitter, nog even over dit punt. Het verbaast me wel een klein beetje. Zevenhonderdvijftig woningen en u zei: er is eigenlijk wel ruimte, het kan wel oplopen tot 2000 in dit gebied. Ik vind dat daar een heel groot aantal tussen zit. Dat kan en het kan zijn 28
dat het college zegt: ja, wij kiezen voor zorgvuldig. Ik zou 1000 ook heel zorgvuldig vinden. Dat zou dus kunnen betekenen dat deze gemeenteraad zegt: nu, we geven het college de boodschap mee om op een zorgvuldige manier 1000 woningen in dit gebied te gaan ontwikkelen? 01:40:09
De heer Van der Schaaf: Nee, het gaat om het bestemmingsplan dat nu voorligt en wat natuurlijk al een hele inspraakperiode heeft doorlopen. Hier maken wij binnen een gebied wat stedenbouwkundig – maar dat is een inschatting, denken wij – ongeveer 2000 woningen zou kunnen herbergen op een verantwoorde manier. Echter, met dit bestemmingsplan kunnen er binnen dat gebied 750 woningen gemaakt worden. Ik verzeker u, voordat wij uitverkocht raken met die 750, heeft u al lang weer een nieuw bestemmingsplan, waarin we de volgende fase gaan doen. Het is dus niet zo dat ik zeg, 750 en we zien wel. Nee, er kunnen 2000, alleen planologisch maken we er nu 750 nodig. Daar doelde ik ook met het woord 'zorgvuldigheid' op. Wil je een gebied succesvol ontwikkelen, dan zul je echt een goede start moeten maken en er in één klap wat neer moeten zetten en zul je tegelijkertijd ook de flexibiliteit moeten houden om in de volgende fasen ook te kijken: wat heeft de markt – en dan bedoel ik niet alleen maar de commerciële markt – maar wat hebben we dan voor de woningvraag nodig. Op het moment dat we nu zeggen, we gaan van 75 naar 2000, zou de facto zelfs vertraging betekenen, omdat we dan een bestemmingsplanprocedure opnieuw moeten doen. Daarmee gaat ook de hoeveelheid woningen niet sneller. 01:41:20
Voorzitter: Mevrouw De Vries. 01:41:23
Mevrouw De Vries: Ik begreep van de wethouder dat we, voordat dit allemaal verkocht is, alweer een nieuw bestemmingsplan zien. Dan ben ik heel benieuwd, wanneer dat volgende bestemmingsplan komt en of de wethouder – maar misschien zou hij er later nog op teruggekomen – de raad ook iets kan toesturen over de planning voor dit hele gebied en wanneer wat mogelijk ontwikkeld kan worden? Natuurlijk rekening houdend met dat we inspelen op wat er gebeurt in de markt en welke vragen er zijn. 01:41:50
De heer Van der Schaaf: Ik had het idee dat we meerdere keren ook wel wat planningen met u gedeeld hadden. Het is enkel probleem – denk ik, want alles verandert voortdurend – om in beeld te brengen, wat nu, uitgaande van de huidige situatie, de planning is. Ja, het tempo, waarin een gebied zich ontwikkelt dat hangt natuurlijk van heel veel dingen af. Dan hebben wij niet alleen als overheid in de hand, maar hangt ook van hoe marktpartijen daarop inspelen of corporaties. Ik kan u echter verzekeren dat wij alles op alles gaan zetten om in één klap, in een paar jaar tijd, echt een groot aantal woningen, die 700, neer te zetten. De markt moet het ook op kunnen nemen, maar wij denken toch dat dat in een aantal jaren moet lukken. Wij denken dat de eerste woningen er in 2023/24 kunnen staan, dus ruim voor 2027 is het volgende bestemmingsplan aan de orde. Ik zeg u toe dat we dat even wat preciezer met de kennis van nu voor u opschrijven. 01:42:40
Voorzitter: Mevrouw De Vries. 29
01:42:41
Mevrouw De Vries: Ik moet eerlijk zeggen dat ik een beetje schrik van het jaartal. Kunt u daar nog iets meer over vertellen? Wat is de afweging om nu te kiezen voor 750 woningen en niet voor meer, met het enorme tekort dat we nu hebben? 01:42:51
De heer Van der Schaaf: Ja, ik verbaas me wel een beetje – ik bedoel het niet flauw, hoor – u als partij die toch altijd ook aandacht vraagt voor de markt en de behoeften van mensen. Het is niet zo dat op het moment dat je zegt, er komen 2000 woningen, dat die woningen dan staan. Nee, een gebied ontwikkelen, zeker een nieuw gebied als De Suikerzijde, vraagt tijd. Niet alleen tijd om iets te maken, maar er zullen partijen moeten zijn die daar willen bouwen, er zullen klanten moeten zijn. Kijk, als de markt het aankan om zevenhonderdvijftig woningen per jaar te verkopen in Suikerzijde, dan gaat het natuurlijk sneller. Dat is niet iets wat wij als overheid bepalen. 01:43:29
Mevrouw De Vries: Ik heb niet het gevoel dat er problemen liggen op het gebied van de markt momenteel. Er is enorm veel vraag naar woningen en er zijn ook enorm veel mensen die willen bouwen en die willen ontwikkelen. Natuurlijk kosten dingen tijd dat begrijpen wij ook erg goed. Alleen mijn vraag was: waar komt die 750 vandaan? Is dat dan een aantal, waarvan de markt heeft gezegd: dat vinden wij een prachtig mooi aantal, dat redden we. Wanneer heeft de markt dan weer ruimte voor meer? 01:43:56
De heer Van der Schaaf: Als de markt ruimte voor meer heeft, dan gaan we meer maken. Wij zijn niet de belemmerende factor. Ja, in deze fase nog, omdat we het allemaal klaar moeten maken. Op moment dat wij de structuurvisie hebben staan ... Het eerste bestemmingsplan maakt ruimte voor 750, wat ik al zei. Als wij het idee hebben dat, als het uitverkocht is, als die 750 gaat knellen, dan gaan wij direct met een volgend bestemmingsplan aan de slag. Dus het is niet zo dat daar vanuit de gemeente nog iets van versnelling op mogelijk zou zijn. 01:44:25
Mevrouw De Vries: Nog een laatste vraag, als het mag, Voorzitter. Zou het dan ook kunnen dat we bijvoorbeeld – wellicht gebeurt dat al – dat als 50, 60 of 70 procent verkocht wordt en het er dus op lijkt dat het hard gaat dat we dan al beginnen met een volgend bestemmingsplan, want we hebben zoveel woningen nodig? 01:44:40
De heer Van der Schaaf: In bestemmingsplannen kun je niet wonen. Wat ik wil zeggen, we hebben ... Volgens mij zijn we het daarover eens. Het mag niet zo zijn dat het bestemmingsplan straks de belemmerende factor wordt. Volgens mij is dat wat u vraagt en volgens mij zijn we het daar allemaal over eens. Wat wij daarvoor nodig hebben, is dat het structuurplan wordt vastgesteld, zodat wij verder ook bestemmingsplannen kunnen maken. U kunt het vergelijken met Meerstad. Kijk, ook destijds voor Meerstad is niet in één klap ... Er is destijds wel een heel breed bestemmingsplan gemaakt, waarin tot in detail stond ingetekend, waar welke woning zou komen, maar toen het achterhaald werd, hadden we er last van. Door niet in één keer voor een te groot gebied en elke woning uit te tekenen, voorkomen we juist dat het bestemmingsplan weer een vertragende factor wordt. We 30
proberen juist zo dicht mogelijk op de vraag die er is te bouwen en te ontwikkelen en ook planologische procedures te volgen. 01:45:45
De heer Van der Schaaf: De natuurcompensatie. Ja, dat is denk ik wel even een belangrijke. We hebben het net al gehad over de vrij fundamentele keuze, moet je nu willen bouwen in dit gebied of niet? Op moment dat je gaat bouwen, dan moet je compenseren. De wet vraagt dat en we willen dat ook. Sterker nog, we zijn daar vorig jaar al mee begonnen met de aanleg van de vloeivelden aan de zuidwestelijke kant van het gebied, maar dat is nog niet voldoende. Er moet ook een tweede compensatiegebied komen. Daar zijn een aantal inspraakreacties op gekomen en ook een aantal opmerkingen vanuit de raad. Er werd door een aantal van u gesuggereerd of gevraagd: zou het verstandig zijn om daar nog een second opinion op te doen? Het antwoord daarop is wat het college betreft: nee. Dat begint met een aantal argumenten, waarom wij denken dat een second opinion niets toevoegt op de fundamentele afweging die u natuurlijk wel nog moet maken volgende week. Het eerste is – en dan begin ik even met de inhoud – dat wij vrij uitgebreid onderzocht hebben – en niet alleen zelf, maar ook met externe bureaus – wil je compenseren in dit gebied, met name als het gaat om de vleermuizen, is er maar één plek, waar dat op een verantwoorde manier kan. Dat is ten noorden van het gebied, waar ze nu zijn.
Op het moment dat je aan de zuidkant gaat, dan sluiten de vliegrouten van de vleermuizen daar simpelweg niet bij aan. Ook als je veel verder weggaat – er is gesuggereerd, maak het compensatiegebied voor vleermuizen in Leegkerk – dan is de kans toch heel groot, zeggen ook alle ecologen, dat vleermuizen de routen niet weten te vinden. Dat betekent dus dat je maar één gebied hebt, waar je die vleermuizencompensatie echt goed kan organiseren en dat is ten noorden van de huidige Suikerzijde, dus dat is inderdaad de plek die wij aanwijzen in dat gebied. Dat heeft te maken met de routen die de vleermuizen over een heel groot deel van de stad voeren. Die gaat tot Selwerd aan toe bij wijze van spreken. Op het moment dat je dat op een andere plek zou doen, dan zou dat dus niet werken. Dan werkt dus simpelweg de compensatie niet. We moeten dus daar wel compenseren. Dat is de inhoud. Het tweede is het proces. Wij zijn echt niet over één nacht ijs gegaan, niet alleen maar omdat het moet, maar omdat wij – en dan sluit ik me echt aan bij opmerkingen die ook in de raad zijn gemaakt – juist enorm veel waarde hechten aan het op een goede manier inpassen van natuurwaarden in deze planontwikkeling, danwel het compenseren van deze planontwikkeling. Ik had net een debatje over het tempo met mevrouw De Vries.
Het meest funeste voor het tempo is, wanneer wij het ecologisch onderzoek en het natuurcompensatie-onderzoek aan de voorkant slecht hadden geregeld. Als we dat hadden gedaan, dan gaan wij inderdaad niet alleen langdurige procedures tegemoet, maar gaan we die ook verliezen. Je weet natuurlijk nooit of je ze wint, maar daarom hebben enorm veel aandacht besteed aan de zorgvuldigheid om te kijken hoe we dat kunnen doen. 01:48:40
Voorzitter: Mevrouw De Wrede. 01:48:41
Mevrouw De Wrede: Ja, dank u wel, Voorzitter. Ja, dit antwoord van de wethouder gaat mij toch echt wel een beetje te dol; dat het college het zeer belangrijk zou vinden om de natuurwaarden op de juiste manier in te passen. Het is natuurlijk een feit dat de 31
natuurwaarden hier werkelijk worden weggevaagd. Er zijn maar een paar soorten, waarvoor wettelijk gecompenseerd moet worden. Dat is inderdaad die geoorde fuut, waar we het nu over hebben in compensatiegebied twee en enkele soorten vleermuizen – de watervleermuis en de meervleermuis, geloof ik – en de rest wordt helemaal niet gecompenseerd. Die compensatie pakt dus ongelooflijk slecht uit ten koste van de grutto, maar het is ook maar zeer de vraag of die compensatie voor die geoorde fuut hier wel zal werken, om verschillende redenen. Een beetje technisch verhaal 01:49:39
Voorzitter: Wat is uw vraag, mevrouw De Wrede? 01:49:40
Mevrouw De Wrede: Ja, mijn vraag aan de wethouder is: bent u het dan met mij eens dat hier helemaal geen enkele sprake is van ecologisch waardevolle inpassing van natuurwaarden, maar dat u wil bouwen en dat die natuur u werkelijk helemaal geen zier interesseert? 01:49:57
De heer Van der Schaaf: Nee, dat slaat helemaal nergens op en ik ben er eigenlijk ook wel een beetje ... Kijk, u kunt van mening verschillen met het college en hoe wij het hier doen. Echter, de suggestie dat u een soort alleenrecht zou hebben op het waarderen van natuur en dat het college of de partijen die voor deze plannen zijn zich niet zou interesseren hoe we met natuur omgaan die is echt onterecht. Het zou net zo flauw zijn, als ik tegen u zou zeggen dat u alleen maar oog heeft voor de natuur en dat de mensen die een huis zoeken u niet zouden interesseren. Dat zou ook onterecht zijn, dus volgens mij moeten we daar reëel over zijn. We kunnen daar van mening verschillen. We kunnen ook andere afwegingen maken en de afweging die u kunt maken is – en dat is ook feitelijk het alternatief wat Waardenburg heeft geschetst – ga niet bouwen op deze plek. Dat kan en dat is een keuze die u kan maken. Echter, dat is wat anders dan suggereren dat wij in deze procedure geen oog zouden hebben voor de waarde van natuur. Ook als het gaat om het compensatiegebied. We zien op dit moment al dat het zuidelijk compensatiegebied, dat we al aangelegd hebben, ontzettend goed werkt. Binnen no-time hebben de soorten dat gebied weten te vinden. Ook dit noordelijke gebied.
Wij denken dat dit in ieder geval primair voor de vleermuizen, maar ook voor de geoorde fuut wel degelijk gaat werken en daar liggen ook onderzoeken onder. Het klopt, we raken hiermee het weidevogelgebied. Wel in het gebied, wat het minst gebruikt wordt door de weidevogels van deze zone, maar wij zoeken ook compensatie binnen het weidevogelgebied wat er is. Ook als het gaat om het punt van, want daar had ik het over, een second opinion; wij hebben op dit moment een aanvraag liggen voor onze voorstellen voor de compensatie bij de provincie. De provincie zal dat moeten beoordelen of er een ontheffing mogelijk is. Zij zullen dus nogmaals toetsen of wij dit allemaal op een nette en zorgvuldige manier hebben gedaan, dus feitelijk is dat al een second opinion van de provincie. Ik wijs u er wel op het moment dat wij nu ... Als u zegt: nee, er moet nog in opdracht van het college een second opinion worden gedaan, dan is de overtuiging van het college dat we beter kunnen wachten met het vaststellen van de structuurschets in het bestemmingsplan, omdat wij van mening zijn – zeg ik ook tegen mevrouw De Wrede – dat de natuur juist wel buitengewoon belangrijk is en dat je niet zonder een goed compensatieplan kunt. Als je daar niet van overtuigd bent, dan moet je dit plan niet 32
vaststellen. Dat hoort dan wel ook een beetje bij elkaar. Dat even over een eventuele second opinion. 01:52:11
Voorzitter: Mevrouw De Vries. 01:52:15
Mevrouw De Vries: Dank u wel, Voorzitter. Zou een second opinion ook kunnen leiden tot een beter compensatieplan? Dat we nog steeds wel door kunnen gaan, maar dat er nog wordt gekeken of er toch nog betere alternatieven zijn dan wat we nu van plan zijn? Zodat we wel door kunnen, maar toch ook kijken of er nog betere opties zijn? 01:52:35
De heer Van der Schaaf: Nee, naar de overtuiging van het college niet. Ten eerste, als je een bestemmingsplan vaststelt met een structuurschets, waar die compensatie een wezenlijke randvoorwaarden voor is, dan moet je echt wel weten wat je gaat doen. Je kunt niet zeggen, we gaan het bestemmingsplan al vaststellen en de compensatie zien we nog wel, want dat is feitelijk wat je doet, als je een second opinion doet. Ja, ik heb net ook proberen uit te leggen, waarom een second opinion niet leidt tot een ander of beter voorstel. Ook de alternatieven die tot nu toe zijn aangedragen, komen maar op één ding neer en dat is het niet bebouwen van de vloeivelden. Er ligt uitgebreid onderzoek aan ten grondslag. De enige plek waarop wij, met name de vleermuizen, op een goede manier kunnen compenseren, is op de plek in het gebied die wij hebben bedacht. Ja, en dan kiezen wij ervoor om binnen dat gebied een zone aan te wijzen die de aanwezige weidevogels zo weinig mogelijk raakt, namelijk aan de oostzijde en zorgen wij voor compensatie binnen het veel grotere weidevogelgebied. Ja, ook inhoudelijk zijn er eigenlijk ook in theorie geen alternatieven denkbaar. Dan zou een second opinion dus niet alleen tot vertraging leiden, maar uiteindelijk tot dezelfde uitkomst – is onze overtuiging – en dat zou verspilling zijn van energie en geld. 01:53:56
Voorzitter: Mevrouw De Wrede, gaat u nog een keer dezelfde vraag stellen? 01:53:59
Mevrouw De Wrede: Nu, toch zeker een variant op het thema. 01:54:03
Voorzitter: U moet wel een beetje uitkijken zo langzamerhand, want u stelt nu denk ik voor de zesde keer dezelfde vraag. 01:54:09
Mevrouw De Wrede: Het Collectief Groningen West, het collectief dat hier doet aan de weidevogelbescherming is wel degelijk met een alternatief op de proppen gekomen voor compensatie twee. Zij zien dat dus toch anders dan het college. Ik denk dat zij wat meer in die 'gruttosferen' zitten dan dit college. De wethouder zegt wel duidelijk, waarom het allemaal zo ingewikkeld is met de natuurcompensatie, maar hadden we dan toch niet gewoon niet op de vloeivelden moeten bouwen? Twee vragen: waarom is dat alternatief van Collectief Groningen West volgens deze wethouder niet goed en hadden we misschien moeten kiezen voor andere bebouwing hier dan op de vloeivelden? 33
01:54:52
Voorzitter: Ik hoor die tweede vraag nu voor de zesde keer. Die hoeft u wat mij betreft niet nog een keer te beantwoorden. 01:54:56
De heer Van der Schaaf: De tweede vraag is aan u, want u stelt het plan vast en niet het college. De eerste vraag is, dit is de enige plek waarop wij de vleermuizen op een goede plek kunnen compenseren. Er is juist uitgebreid onderzoek gedaan naar de vliegrouten van vleermuizen. Op het moment dat wij dat op een andere locatie zouden doen dan bij dit weidevogelgebied, dan werkt de compensatie voor de vleermuizen niet. Dat is de redenering. Dat is niet, omdat het college daar nu persoonlijk zo veel verstand van heeft – misschien een collega van mij wel – maar juist omdat wij onderzoeken hebben laten doen, niet alleen door onze eigen ecologen maar ook door externe bureaus. Nogmaals, de provincie toetst dat allemaal en de provincie is juist op dit vlak buitengewoon kritisch en terecht. 01:55:47
Voorzitter: Gaat u verder met de beantwoording of was uw rond? 01:55:50
De heer Van der Schaaf: Nee, ik ben nog niet klaar. Volgens mij voldoende over de natuurcompensatie daar zullen we het denk ik niet helemaal eens over worden. Er zijn nog een paar andere belangrijke thema's. Hoogbouw en sociale huur hebben we het ook over gehad. Misschien nog een paar punten. Ik loop er even bij langs. Fietsverbindingen is door een aantal van u over gesproken. Het klopt en als je naar de kaart kijkt, zie je dat er hele mooie lijn loopt van Vinkhuizen-Zuid naar het Stadspark, waar je het liefst ook een mooie fietsverbinding op zou willen. Dat heeft ook oorspronkelijk ooit in de plannen gezeten of in de eerste schetsen van de plannen, maar we hebben er nu toch voor gekozen om de primaire fietsverbinding via het station te laten lopen, de beoogde plek van het station. Daar zijn twee redenen voor. Eén is dat het in relatie tot de verbinding met het station voor het hele gebied ook logisch is om dat in ieder geval te combineren. Ten tweede ook praktisch, zien wij op deze plek dat daar een gasleiding ligt die een goede tunnelverbinding onder het spoor praktisch onmogelijk maakt. Het is dus een combinatie van een technische reden en een meer verkeerskundige reden, waarom we dit doen. Ook als je kijkt naar het 'omrijden' wat er nodig is, dan vinden we dat overzichtelijk.
Er is overigens wel op termijn een tweede fietsverbinding onder het spoor gedacht en dan hebben we het met name over het voorterrein en het gebied Peizerweg en aan de overkant. 01:57:11
Voorzitter: Mevrouw Nieuwenhout. 01:57:13
Mevrouw Nieuwenhout: Ja, zoals ik het begrepen heb van de Fietsersbond zou het ook mogelijk zijn om niet precies op de gasleiding, maar wel daar in de buurt een tunnel te maken. Is dat technisch niet mogelijk? De andere vraag is: er is nu maar een noordzuidverbinding gepland, die is bij het station, maar daar zal het waarschijnlijk ook best wel druk worden met fietsverkeer. Zou dan ook niet fijn zijn om die extra verbinding te hebben om ook het verkeer te verdelen over de twee routes? 34
01:57:45
De heer Van der Schaaf: Dat tweede klopt. Vandaar dat ik net aangaf dat er wel degelijk een tweede route op termijn gedacht is, tussen het voorterrein, waar nu het Zeefgebouw zit, en het zuidelijk deel, de Peizerweg, dus dan ontstaat er vanzelf op die manier een tweede verbinding. Ja, over de mogelijkheid om buiten de gasleiding om te leggen dat kan in theorie natuurlijk altijd. De vraag is wel, waar je dan uitkomt. Dat dan ik niet zo uit mijn hoofd doen. Als we dan midden op het terreintje *Bange Wier* uitkomen, dan lijkt me dat ook niet ideaal of in de Peizerbocht lijkt me ook niet de meest ideale situatie. Daar zouden we technisch nog even op kunnen reageren. Dan gaan wij verder. Dat over de fietsverbinding. Wat overigens niet wegneemt dat we de urgentie van de fietsverbindingen of langzaam verkeerverbindingen tussen noord en zuid met de fietsersbond geheel delen, dus dat die tweede verbinding ook echt wel essentieel is, wat betreft het college. De Partij van de Arbeid. Ja, ik ben daar net niet op ingegaan, maar dat had ik wel even kunnen doen op de nogal zware woorden inderdaad van het Groninger Landschap. Die verrasten ons ook. Het standpunt van het Groninger Landschap niet, maar wel dat dit soort woorden nodig zijn. Echter, mijn ervaring leert ook wel weer als argumenten ontbreken, dan gebruik je zware woorden. 01:59:01
Mevrouw De Wrede: Voorzitter? 01:59:02
Voorzitter: Mevrouw De Wrede. 01:59:03
Mevrouw De Wrede: Ik neem hier erg aanstoot aan deze woorden van de wethouder. Hij claimt hier dat het Groninger Landschap geen argumenten zou hebben en daarom zware woorden zou gebruiken. Ik heb geen vraag, maar ik wil even genoteerd hebben dat de Partij voor de Dieren hier zeer veel aanstoot aan neemt en dat dit misschien ook wel een beetje komt, omdat het college wel heel goed zelf ook beseft dat zij ervoor kiest om hier natuur op zeer grote schaal te vernietigen. 01:59:32
Voorzitter: Waarvan akte. De wethouder. 01:59:33
De heer Van der Schaaf: Ja, ik ga er verder niet op in. Dan gaan we naar de volgende punten. Geluid is door een aantal van u gebruikt als thema. Kijk, wij vragen ook een ontheffing voor geluid aan. Dat is wel iets wat bijna standaard gebeurt bij stedelijke ontwikkelingen. De hoeveelheid verkeer die er nu één keer is, zelfs in deze autoluwe wijk, al snel ervoor zorgt dat als je dat vlakbij woont je extra isolatie aan je woningen nodig hebt om aan de geluidsnormen te voldoen. Het is dus niet zo dat die mensen nu plotseling in een hele lawaaiige omgeving gaan wonen, maar wel dat als vereiste aan hun huizen extra voorzieningen moeten worden getroffen voor geluidsisolatie. Dan zitten we, voor alle duidelijkheid, echt aan de voorzichtige kant. We denken dat met allerlei maatregelen en beperkingen, zoals deelmobiliteit, autogebruik en de hoeveelheid verkeer behoorlijk verminderd kan worden. Gebeurt dat niet, dan nog denken wij dat iedereen in De Suikerzijde prima kan wonen, maar we hebben deze technische wijziging nodig. Ook de 35
Stadspartij vroeg daar nog naar. Zij vroegen, in een iets bredere context, ook hoeveel geluidsoverlast levert alles, wat er in die omgeving gebeurt, nu op? Ja, kijk, als het gaat om de evenementen, die vinden daar natuurlijk deels nu ook plaats op het voorterrein. Daar verwijs ik toch naar het algemene evenementenbeleid. Eerlijk gezegd denken wij wel dat als je kijkt naar waar we op dit moment aan het bouwen zijn op De Suikerzijde, ook de ligging ten opzichte van het verkeer eromheen, dat hier relatief het verkeerslawaai, als je een vergelijking met De Buitenhof maakt, nog wel mee zal vallen. We blijven hier op forse afstand van grote drukke wegen, behalve dan het stukje bij de westelijke ringweg. We denken dat de geluidsbelasting in De Suikerzijde op een hele acceptabele manier georganiseerd kan worden. De SP vroeg 02:01:23
Voorzitter: De heer Van Niejenhuis. 02:01:24
De heer Van Niejenhuis: Ja, nog even een korte vraag over het geluid. Ik vraag het ook even in het licht van het gesprek dat we gehad hebben over De Buitenhof. Ook daar worden niet per se wettelijke eisen overschreden, maar is er wel een rapport verschenen dat zegt: ja, geluid doet wel afbreuk aan de kwaliteit van leven hier. Het is niet zo dat de wethouder zegt, over tien jaar komen we misschien wel tot de conclusie dat we ook dergelijke ingrepen alsnog moeten gaan doen in De Suikerzijde? 02:01:48
De heer Van der Schaaf: Nee, ik ging er misschien wat snel doorheen, maar dat probeer ik ook aan te geven dat de manier, waarop de wijk wordt gebouwd en de ligging daarvan veraf van grote wegen – het spoor is misschien nog wel even een aandachtspunt wat dat betreft – dat ook de feitelijk geluidsbeleving of de beleving van bewoners dat die over het algemeen goed te organiseren is op zo een manier dat wij denken dat het acceptabel is. U heeft echter gelijk dat is niet iets wat je alleen maar aan de hand van wettelijke normen moet doen, maar in je hele ruimtelijke planning een rol moet krijgen. We denken door beperking van het autoverkeer en door op een goede manier huizen te isoleren, dat we dat flink kunnen beperken. 02:02:26
De heer Huitenga: Voorzitter, mag ik nog even aansluiten? 02:02:30
Voorzitter: Ja, meneer Huitenga. 02:02:30
De heer Huitenga: Nog even aansluiten op wat de heer Van Niejenhuis zegt: is het ook mogelijk in het plan om eventueel nog wel een geluidsscherm ergens op te richten? Stel dat er inderdaad, als door ongelukkige omstandigheden blijkt dat het geluid toch te hoog is of dat mensen heel veel klagen, zijn er dan mogelijkheden in dit plan om toch iets te doen? 02:02:53
De heer Van der Schaaf: Ja, dat kan natuurlijk altijd. Mocht een gemeenteraad in de toekomst vinden dat er toch een geluidsscherm geplaatst moeten worden, dan is het planologisch in ieder geval altijd herstelbaar. Dan even naar de SP, de woonschepen zijn ook 36
door een aantal van u aangehaald. Wij denken dat er mogelijkheden zijn voor maximaal 20 ligplaatsen met name in het noordwestelijke deel van het park. Wellicht in de toekomst ook aan de zuidkant, maar dat lijkt me wat minder waarschijnlijk. We zullen daar met een apart voorstel voor naar u toekomen, omdat daar natuurlijk ook discussies plaatsvinden over hoe ga je met de ruimte en omdat daar ook financiële consequenties aan zitten. Het is wel zo dat de bedoeling is dat hier dus in De Suikerzijde een uitbreiding plaatsvindt van de stedelijke vraag die hiernaar is. Ja, de funderingen, daar kom ik nog even apart op terug. Het is natuurlijk wel zo dat de vraag was ... Het ging over de fundering aan de Peizerbocht en een opmerking die wij over stalen fundering hebben gemaakt. Daar kom ik even technisch op terug hoe dat precies zit. De Halm is gevraagd, ook in de inspraakreacties, over de vervuiling. Ja, inderdaad in het noordwestelijke puntje zit het restant van De Halm en daar zit vervuiling. Wij kiezen er inderdaad voor, hoewel het ongeveer maximaal 10 procent oppervlakte is van het beoogde park, om dat niet helemaal te saneren voor tien tot twaalf miljoen euro, maar dat af te zetten en te zorgen dat er voor de omgeving geen risico's zijn. Wij moeten toch echt een kosten-batenafweging maken.
Tien tot twaalf miljoen euro voor een gebiedje wat op dit moment verder, als je het goed afzet, geen gevaar vormt voor de omgeving ten opzichte van de relatief kleine ruimte die je daarmee wint, terwijl eromheen een prima functionerend park is. Dat is de afweging die wij nu maken. Wij vinden met alle respect, terwijl hier natuurlijk wel vervuiling is, dat tien tot twaalf miljoen euro niet opweegt tegen de maatschappelijke voordelen. Dat is de keuze die wij op dit moment maken. De suggestie om iets met straatnamen of cultuurhistorie te doen, ook vanuit de SP, onder andere bij het voorterrein. Dat is inderdaad een interessante, wellicht met een prijsvraag. We komen daar zeker op terug. Ik vind het een goed idee om daar eens goed naar te kijken. De VVD over het tempo, daar hebben we het al vrij uitgebreid over gehad. We zijn het in ieder geval met elkaar erover eens dat de capaciteit van het bestemmingsplan niet het tempo mag beperken. We hebben ook geprobeerd in het schema van stad naar schep aan te geven welke stappen we daarin in zitten. Of het nodig is om afspraken met AOC Terra eerder op te zeggen is naar ons idee niet nodig, omdat dat het tempo op dit moment niet beperkt. De aard van de overeenkomsten zijn ook zodanig. Dan gaan we naar de Johan van Zwedenlaan. Dat zal op termijn, zeker bij een grotere ontwikkeling, zeker aangepast moeten worden.
We moeten kijken hoe we daar – nu nog niet, maar wel op termijn – bijvoorbeeld in het SIF dan wel uit de grondexploitatie bijdrage voor moeten leveren. Dat is op dit moment nog niet nodig, maar op termijn zal dat zeker onderdeel moeten zijn van de financiële strategie van De Suikerzijde. De Stadspartij heeft nog aandacht voor geluid. Daar hebben we het over gehad. WCG werd nog genoemd. Ik kan u verzekeren dat we regelmatig contact hebt met WCG en ook dit zal zeker met hen aan de orde komen. Als het om sport gaat, ik dacht dat het CDA daarnaar vroeg, het ontbreekt inderdaad wat in de opsomming. Dat moet beter, want er is echt in die hele westelijke flank van de stad waarschijnlijk ook wel behoefte aan sportfaciliteiten. Multifunctionele ruimten werden genoemd, dus het zal zeker worden meegenomen in het programma. Zoals u ziet zit ook in het eerste bestemmingsplan al ruimte voor maatschappelijke en commerciële bestemmingen. Student en Stad noemde ook nog de mogelijkheid voor jongeren om te wonen. Ik denk inderdaad dat we toch ook moeten kijken, willen we een inclusieve wijk zijn, dat er ook voor jongeren en studenten plek zou moeten zijn op De Suikerzijde op de één of andere manier. Of dat al gelijk in de eerste fase is, moeten we bekijken, maar dat zal zeker een plek gaan krijgen in de plannen wat het 37
college betreft. Dan 100% nog tenslotte, de positie van de tijdelijke ondernemers op het voorterrein. Het is inderdaad zo dat alle contracten lopen tot 2030. Dan moet het voorterrein weer worden opgeleverd, zoals het was, is in principe de afspraak. Uiteraard blijft het Zeefgebouw staan, maar het is zeker zo dat alle energie die zich heeft ontwikkeld op het voorterrein dat je dan niet eventjes na 2030 zomaar wegvaagt. We kunnen dat heel goed gebruiken de komende tijd om het gebied verder te ontwikkelen. We zullen zeker ook proberen in het gebied De Suikerzijde, waar we het over hebben, niet alleen maar ruimte te bieden voor wonen, recreatie of natuur, maar juist ook voor werkgelegenheid en cultureel ondernemerschap. Volgens mij heb ik zo alle punten gehad. Oh, nee D66 had ik nog. 02:07:58
Voorzitter: U gaat nog even verder met D66? 02:07:59
De heer Van der Schaaf: Ja, dat blaadje ben ik kwijt. Hoe kan dat nu? Volgens mij heeft u een vraag gesteld over biobased en hoe we dat een plek zouden kunnen geven in de bouwproductie. Ik denk inderdaad dat dat heel erg past bij de ambities die wij hebben bij De Suikerzijde en ook heel erg past bij de bredere ambitie, waar u zelf ook een initiatiefvoorstel heeft ingediend voor duurzaam bouwen. We zullen dus zeker kijken hoe we dit een plek kunnen geven. Ik kom erop terug. 02:08:24
Voorzitter: Dan zag ik een paar vingers omhooggaan. De heer Dijk. 02:08:27
De heer Dijk: Ja, Voorzitter. Heel kort over de toezegging over de prijsvraag of de cultuurhistorie. Kunnen we daar iets over afspreken, zodat ik geen motie hoef te schrijven? 02:08:38
De heer Van der Schaaf: Ja, dat kan. Kijk, het punt is wel een beetje dat het voorterrein, waar u naar verwijst, dat is natuurlijk pas in 2030 aan de orde. Echter, hoe eerder we al kunnen nadenken hoe we dat een plek kunnen geven ... dus ik stel voor dat we daar ... laten we daar met een voorstel komen – daar kan ik ook even met u contact over opnemen – na de zomer, hoe we dat willen doen. 02:08:59
Voorzitter: Mevrouw Nieuwenhout. 02:09:02
Mevrouw Nieuwenhout: Yes, even kijken. Ik vroeg me nog af: zou u nog iets kunnen zeggen over de alternatieve woonvormen, dus wooncorporaties. Met betrekking tot bietenwagens, hoe zit dat nu precies? Hoe duur is dat? Kunt u dat ook misschien anders ambtelijk nog verder uitwerken? 02:09:21
Voorzitter: Om met die laatste vraag te beginnen, een alternatief voor de bietenroute bedoelt u eigenlijk. Kijk, daar had de heer Moerkerk op zich wel gelijk in. In het bestemmingsplan ligt ruimte, in ieder geval planologische ruimte. Dan hebben we het over een heel ander bestemmingsplan dan de westkant van de stad voor de rondweg die onder andere het Aduarderdiep kruist. Dat zou echt een enorme verbetering betekenen, want dan 38
zou de bietenroute niet meer door de stad gaan. Ja, dat kost heel veel geld. Ik kan u wel verzekeren dat ik samen met mijn collega Broeksma op dit moment wel in gesprek ben, ook met De Suiker en met de Beet Company en anderen om te kijken: hoe kunnen we dit daadwerkelijk realiseren? Ja, het staat al heel lang op de wensenlijst. Realisatie is niet van vandaag op morgen geregeld en het gaat ook om behoorlijk wat geld. Ik kan u niet uit mijn hoofd zeggen hoeveel geld, maar dat is niet iets wat we eventjes snel via een begrotingswijziging kunnen regelen. Even los van De Suikerzijde, vraagt denk ik het hele vraagstuk van de bietenroute en de leefbaarheid en veiligheid in Hoogkerk wel om een oplossing. Daar zijn we ook druk, ook met de VVA, over in gesprek. Het tweede wooncorporaties 02:10:28
Mevrouw Nieuwenhout: Het zou fijn zijn als we daar, als raad ook, op den duur een keer een briefje over krijgen. 02:10:31
De heer Van der Schaaf: Dat zal zeker gebeuren. Dan de wooncoöperaties en andere bijzondere woonvormen. Wij komen binnenkort ook met een voorstel in de brede zin hoe we daar in Groningen meer ruimte voor willen geven. Daar hoort dus ook bij dat De Suikerzijde daar veel ruimte voor gaat bieden, voor allerlei vormen van initiatieven. Bij het voorstel kunnen we daar uitgebreid op terugkomen. 02:10:54
Voorzitter: Mevrouw De Vries. 02:10:56
Mevrouw De Vries: Dank u wel. Kunt u ook nog iets zeggen over mogelijkheden om meer dan alleen gebouw gebonden energie op te wekken in deze wijk? Of u ook iets ziet in energiemaatschappijen die voor hun rekening en risico panelen op daken leggen? 02:11:12
De heer Van der Schaaf: Ja, vind ik een beetje ... Klopt, ik had die vraag tot mij genomen. Ik denk dat we daar even apart over ... want dat raakt ook aan allerlei ... In principe kan er heel veel, maar ik vind het lastig om de vragen met betrekking tot de energie rond De Suikerzijde nu al te beantwoorden, omdat we voor die hele energiestrategie en de verwarming et cetera nog een keuze moeten maken. Ik kan me voorstellen dat we wel terugkomen op deze vraag, maar ik kan u niet op korte termijn daar al een ja of nee op geven. Ik kom daar even op terug wat daar de planning van is. 02:11:45
Voorzitter: We krijgen in het najaar ook nog ergens een zicht op zon-op-dak. Dat is een nieuw moment, waarop u die vraag weer naar voren kunt brengen. Dan zijn we denk ik ook rond. Zoals ik voorspelde, is het bijna zeven uur. Dan kijk ik even hoe dit naar ... Ja, knap hè. Ik zie de heer Dijk. Dank u wel voor de complimenten, meneer Dijk. Hoe gaat dit naar de raad? 02:12:15
Mevrouw De Wrede: Wij zullen wel een motie willen indienen.
39
02:12:17
Voorzitter: U gaat een motie indienen. 02:12:19
Mevrouw De Wrede: Ik denk twee. 02:12:20
Voorzitter: Twee. Mevrouw Nieuwenhout? 02:12:25
Mevrouw Nieuwenhout: Ja, wij zitten er ook over te denken om een motie te maken over een second opinion. 02:12:32
Voorzitter: Dan gaat het als conformstuk naar de raad met motie? Ik denk dat mevrouw De Wrede de discussie heel graag nog een keer over wil doen 02:12:45
Mevrouw De Wrede: Ja, dat klopt. 02:12:46
Voorzitter: Dat gaan we niet doen. De discussie overdoen gaan we niet doen, waar zou u het nog over willen hebben? 02:12:55
Mevrouw De Wrede: Inderdaad over die second opinion, maar ook over het feit dat het wel degelijk mogelijk is om hier 5.000 woningen neer te zetten zonder dat vloeivelden gedempt moeten worden. Ik vind dat we daar niet zo makkelijk overheen mogen gaan. 02:13:12
Voorzitter: Over dat makkelijk doen dat is een kwestie van smaak. We gaan eventjes bekijken of dit als discussie of conform met motie gaat. Dat zijn dan de motie over de second opinion en de moties van de Partij voor de Dieren gaan over 5.000 woningen, neem ik aan 02:13:36