23-06-2021 verslag politieke woensdag 16.30 uur - Conformstukken NBK en VRG en gemeenterekening (veiligheid en financiën).pdf
Tekst van het document
De heer Been: Vorig jaar veertig miljoen jaar. Het jaar daarvoor ook veertig miljoen. Nu zestig miljoen overschot. Wij sluiten ons aan bij wat we een aantal fracties ook al hierover gezegd hebben. Hoe zit het met die cultuuromslag die nodig is? Moeten we onszelf geen harde doelstellingen stellen om onze meerjarenprogramma's duidelijker te ramen, zodat we het geld uitgeven in de jaren dat we dat echt willen? Tot slot een punt over de risico's met betrekking tot de grondzaken. Die zijn namelijk al een tijd vastgesteld op tachtig miljoen, terwijl we weten dat het inmiddels wel minder is. De reden daarvoor is best een goeie, want we zien in de toekomst een aantal grondexploitaties aankomen die de risico's flink doen toenemen. Daarom is besloten om de winst op grondzaken niet in het CIF, maar in de reserve grondzaken te storten. Dit ook om niet al te grote schommelingen te creëren. Dit risico staat al vast sinds november 2019, bij de begrotingsbehandeling voor 2020. Past bij de aankomende begroting worden de risico's geactualiseerd, schrijft het college. 01:25:53
De heer Been: Wij vinden, met de accountant, dat dat wel echt het uiterste moment is waarop dat kan. We hebben nu al een tijd niet het meeste accurate beeld van ons weerstandsvermogen. Wat ons betreft moet dat uiterlijk dan, wan het is echt belangrijk dat wij het meest accurate beeld hebben. De accountant geeft daarnaast aan dat er bij de actualisatie mogelijkheid is om ook het eigen vermogen van Meerstad en de anderen nog op te richten BV's - die de grondexploitatie gaan doen - mee te nemen in het bepalen van het weerstandsvermogen. Nu doen we dat nog niet en misschien is dat een optie voor de begroting van 2022. Graag een reactie van de wethouder. 20
01:26:27
Voorzitter: U heeft ook een vraag van de heer van Zoelen. 01:26:30
De heer Van Zoelen: Dank Voorzitter. Zou het dan niet beter zijn om eerst dat accuraat beeld te krijgen alvorens te gaan besluiten om het positieve resultaat te gebruiken om het weerstandsvermogen te verbeteren? 01:26:47
De heer Been: Als het college dat zou kunnen doen binnen de vooruitzichten die er zal zijn voor de grondexploitatie, dat wel zou willen doen. Er is al wel een schatting gegeven, namelijk dat er misschien vijfentwintig à veertig miljoen meer aan benodigd weerstandsvermogen gaat zijn. Maar ja, dat is nog steeds een schatting en laten we die snel concreter maken, want dan weten we precies waar we aan toe zijn. 01:27:12
Voorzitter: Meneer Bolle. 01:27:14
De heer Bolle: Dat lijkt me een goed punt, maar GroenLinks vindt dan wel dat als we de accurate risico-inschattingen hebben, we daar dan ook adequaat op zouden moeten reserveren. 01:27:27
De heer Been: Daar is het college nu mee bezig. We moeten zien hoe het risicoprofiel in zijn geheel is straks bij die begroting van 2022. Als die afweging in die analyse gemaakt is, zullen wij vervolgens een afweging maken daarover. 01:27:43
Voorzitter: Dat was een beetje cryptisch. Ik zie meneer Bolle. Geen vervolgvraag? Nee. Was dat het einde van uw woordvoering, meneer Been? Dan gaan we naar de heer Rustebiel van D66. 01:27:55
De heer Rustebiel: Dank u wel, Voorzitter. Ik wou het kort eerst even wat zeggen over de hoofdstukken elf en twaalf. Ik denk dat de complimenten die het CDA geeft over de verbetering van de gemeentelijke dienstverlening terecht zijn. Dat is niet vanzelfsprekend, zeker in deze tijd. Dus een knappe prestatie. Over de gebiedsgericht werken zie ik dat de experimenten inmiddels geëvalueerd zijn en onze fractie zit een beetje met de vraag: hoe kunnen we zorgen dat we die lering uit die democratische experimenten ook toepassen bij bijvoorbeeld de grote ruimtelijke projecten waarin we in deze gemeenteraad te vaak in de knel komen met de belangen van inwoners? Valt daar een parallel te trekken? Wat kan het één van het andere leren? Dat is een vraag die wij onszelf wel willen stellen. Misschien kan het college even kort te reageren. Op het gebied van financiën hebben hier heel vaak kritiek op de Rijksoverheid die onder financiering doet bij de taken die wij te vullen hebben. En die kritiek is, denk ik, terecht. Maar ik denk dat wij nu ook moeten zeggen dat de Rijksoverheid de ondersteuning naar de gemeenten in de coronacrisis heel goed heeft aangepakt. We zien dat we tegemoetgekomen zijn op de belangrijkste beleidsterreinen en zelfs wat middelen over hebben gehouden. Dat is heel netjes gedaan door de Rijksoverheid. Dat is fijn. 21
01:29:07
De heer Rustebiel: Hoewel veel inwoners en ondernemers nog steeds een financiële onzekerheid hebben, lijken we als gemeente vooralsnog deze crisis redelijk goed door te komen. Een andere financiële meevaller is dat de projecten vertragen, maar dit is een meevaller die mijn fractie niet zo graag ziet want we hebben die projecten allemaal gepland en ze moeten dan ook uitgevoerd worden. Een vertraging van zo'n project zorgt dan voor een meevaller in je rekening, maar het liefst wil je dat die projecten lekker doorlopen. We snappen ook wel dat corona hier niet altijd helpt. In zijn algemeenheid vinden wij het goed dat het college niet op de rem is gaan staan toen de crisis uitbrak. Daar hebben we hier in de gemeenteraad ook nog wel het debat over gehad. De gemeente is blijven investeren. Met een coronacrisis zijn een klimaat- en wooncrisis niet weg. De gemeente kan door te investeren in de stad ook weer andere investeringen aanjagen. Ik denk dat het goed is dat die route is ingezet. Wij vinden het ook verstandig dat de gemeente daarmee doorgaat. 01:30:09
De heer Rustebiel: Het feit dat we meer inkomsten hebben uit bouwleges en kavelverkoop geeft ook aan dat de stad blijft groeien en dat we een populaire vestigingsplaats zijn voor inwoners en bedrijven. Dat ziet er nog steeds heel goed uit. De blijvende zorgen zijn al genoemd zoals jeugdzorg. Ik zei net in een debatje met de heer de Greef al dat we ook een overheid hebben die steeds actiever wordt. Grondexploitaties, energie- en warmtebedrijven zijn toch allemaal stappen die ook weer voor risico's gaan zorgen. Met name de warmtetransitie, waarin we echt een voorlopersrol hebben in Nederland. Inhoudelijk ben ik daar heel trots op, alleen is het wel een risico. Als je dan zegt dat het verstandig is om het weerstandsvermogen aan te vullen met dit soort activiteiten, denk ik dat het college daar een goede keuze in maakt. 01:30:55
Voorzitter: Meneer van Zoelen wil daar graag op reageren. 01:30:58
De heer Van Zoelen: Ik ben het helemaal eens met de heer Rustebiel dat er daar een risico achter zit, maar dat risico was toch allang gedekt. Er was toch een potje voor WarmteStad? Waarom is dat nu opeens een probleem? 01:31:10
De heer Rustebiel: Het is net zo spannend als vorig jaar, maar we zien wel dat de uitrol steeds verder gaat. [Onhoorbaar] steeds meer aansluitingen. Dat zijn allemaal publieke investeringen die de gemeente doet om die warmtetransitie op gang te helpen. Die kosten worden gemaakt en gaan ook komend jaar nog gemaakt worden. Dat is niet iets wat allang bekend is. Mijn fractie wil nog complimenten aan het college geven voor het succesvol binnenhalen van externe gelden, want de gemeentefinanciën staan dan wel onder druk, maar wij zijn daar als gemeente best goed in. Op gebied van wonen, klimaatadaptie en verkeer proberen we middelen aan te boren uit Den Haag en Brussel. Die middelen hebben wij ook nodig om veranderingen in gang te zetten en we hopen dat het ook dit jaar en komend jaar weer gaat lukken om die middelen extern aan te wenden. Want zelf hebben we nog steeds niet zo heel veel vet op de botten. Het nieuwe Kabinet gaat er hopelijk ooit een keer komen en voor de gemeente kan dat niet snel genoeg gaan. Onze vraagstukken zijn er nog allemaal. Die gaan niet weg doordat ze langer met elkaar praten. We hopen dat het 22
nieuw Kabinet nu ook wel echt aan de gemeente gaat denken, zowel om het gemeentefonds als de taken die ons een beetje boven het hoofd uitgroeien. 01:32:20
Voorzitter: Mevrouw Blauw heeft een vraag over die externe gelden, geloof ik. 01:32:25
Mevrouw Blauw: Al eerder. Over projecten en innovatieprojecten. Ik heb het al even genoemd. Hoe kijkt D66 ernaar dat er veel geld is uitgegeven aan projecten die niet op de begroting staan en nergens naar te herleiden zijn? 01:32:46
De heer Rustebiel: Dat vind ik een heel onspecifieke vraag. Misschien kan u dan voorbeelden van projecten noemen. Dat maakt het voor mij makkelijker om te beantwoorden. 01:32:54
Mevrouw Blauw: Op bladzijde éénenvijftig staan een aantal projecten. Ik heb het net ook al even aan het college gevraagd, maar in zijn algemeenheid staan er projecten genoemd waar heel veel geld aan uitgegeven is, niet te herleiden zijn en ook niet op de begroting heeft gestaan die wat wendbaarheid van je vragen en nog niet helemaal strak hebt weggezet in de begroting. Ik vind het lastig om daar nu even zo op te reageren. 01:33:28
Voorzitter: Dat was ook het einde van uw woordvoering, geloof ik. Ik meende te zien dat de heer Mellies zijn hand opstak voor de woordvoering of een vraag. Is dat het geval? De heer Duit, ga uw gang. 01:33:49
De heer Duit: Dank u wel, Voorzitter. Er is al aardig wat gezegd over de financiën in relatie tot de pandemie. Daar wil ik misschien nog een toevoeging op doen. Dit bijzonder jaar maakt dat in onze ogen één onderwerp belangrijk is en dat is het leveren van maatwerk. Zorg dat geluisterd wordt naar de behoefte en de situatie van het individu, juist wanneer een pandemie voor verschillende groepen zo verschillend uitpakt. Dat maatwerk is naar onze beleving niet altijd geleverd. Natuurlijk snappen we dat onze eigen mensen het druk hadden en dat er opeens een volledige nieuwe gewaarwording was. Dat men de zorg voor kinderen er bijvoorbeeld bij kreeg. Dat maakt het niet altijd mogelijk om maatwerk te leveren. Anderzijds zaten er enorm veel mensen opeens zonder werk. Enorm veel hele capabele mensen die graag bij wilden springen en misschien nog wel meer verstand hadden van maatwerk dan onze eigen mensen. Die mensen hadden we we bij kunnen staan, door ze binnen onze flexibele schil de kans te bieden om het maatwerk wat we zo hard nodig hadden, te leveren. Dat heeft het college in onze ogen te weinig gedaan, terwijl als we kijken naar de financiële situatie dat goed mogelijk was geweest. Dit najaar blijven de berichten01:34:59
Voorzitter: U heeft een vraag daarover van de heer Bolle. 01:35:03
De heer Bolle: Ik vroeg me af waar de heer Duit dan precies op doelt. Waar had de gemeente dan maatwerk moeten toepassen? 23
01:35:13
De heer Duit: Bijvoorbeeld daar waar het gaat om de cafés, kroegen en terrassen die we hadden in het najaar, waarbij bij sommigen onverhoopt zonder duidelijke redenen geen terras mochten voeren. 01:35:27
De heer Bolle: Voorzitter, dat is een heel ander voorbeeld over maatwerk. U had het net over maatwerk dat we mensen in dienst zouden moeten nemen. Daar ging het hele stuk over. En dan komt u met maatwerk bij coronamaatregelen en terrassen. Ik vroeg naar het punt van maatwerk bij het in dienst nemen van mensen die thuiszitten en heel goed binnen de gemeentelijke organisatie aan de slag hadden gekund. 01:35:54
De heer Duit: Voorzitter, ik denk dat het eerder een kleine spraakverwarring is. Volgens mij is het namelijk een op een met elkaar te rijmen. Namelijk enerzijds heb je de mensen die geen werk hebben en bij de gemeente aan de slag zouden kunnen. Anderzijds zijn de mensen die maatwerk nodig hebben en die mensen zouden dat kunnen leveren omdat onze eigen mensen een stukje drukke waren het afgelopen jaar. Dat is wat ik bedoel te zeggen. Ik hoop dat het daarmee duidelijk is. Want voor het najaar blijven de berichten vooralsnog dat het zomaar zou kunnen zijn dat er weer aanscherpingen van de maatregelen komen. Ongetwijfeld is er ook dan weer maatwerk nodig. Mijn vraag aan het college derhalve is: zijn zij bereid, indien dat nodig mocht blijken, binnen die flexibele schil mensen aan te nemen die dit maatwerk kunnen gaan leveren? Maatwerk zodat bijvoorbeeld café- en kroegeigenaren, winkels en alle ondernemers en instellingen hun werk zo goed mogelijk kunnen blijven doen. Daarnaast wil ik mij aansluiten bij een aantal opmerkingen van de Partij van de Arbeid over het gemeentefonds. Want ook al is het dit jaar goed gegaan en is de opmerking van D66 over de financiële middelen met betrekking tot de pandemie terecht, zijn er nog altijd stevige tekorten op onder andere het sociale domein, waar ook de Partij van de Arbeid en vele anderen genoeg over gezegd.
Daarnaast zal ik mij aansluiten bij de opmerking van het CDA over de verbeterde dienstverlening. Dank u wel, Voorzitter. 01:37:23
Voorzitter: Dank u wel, meneer Duit. Zijn er nog fracties die het woord willen voeren? Mevrouw Jacobs van de VVD. 01:37:30
Mevrouw Jacobs: Dank u wel, Voorzitter. Wij willen ook onze complimenten uit spreken over de goede cijfers ten aanzien van de dienstverlening. Ook vooral in een bijzonder jaar en onder bijzondere omstandigheden waarop onze medewerkers dat hebben moeten doen, is dit een compliment waard. Wij hopen uiteraard dat deze goede cijfers zich doorzetten naar dit jaar en de komende periode. We hebben ook gezien dat er een aantal gelden niet zijn uitgegeven en dat baart ons in die zin ook zorgen. We hebben mooie plannen maar we voeren die niet uit. Daar hebben diverse andere fracties ook al vragen over gesteld. Dus ik ben benieuwd naar de antwoorden zoals het college die geeft. Er zijn natuurlijk ook positieve signalen te zien ten aanzien van de inkomsten. We zien ook dat we op de OZBtarieven meer geld hebben binnengehaald. We vragen ons af in hoeverre die voorspelbaarheid daar niet in zat. Over het weerstandsvermogen heb ik het debatje gevolgd tussen de heer Bolle en meneer de Greef. In tegenstelling tot de fractie van de SP, vinden wij 24
het weerstandsvermogen wel heel belangrijk. We vinden het belangrijk dat we die risico's goed kunnen afdekken. 01:38:52
Mevrouw Jacobs: De positie bij de lokale lasten baart ons zorgen. Die positie is dan - zoals we hebben gezien in 2020 - voor de oude gemeente Groningen, omdat de kerngetallen van de nieuwe gemeente nog niet zijn samengesteld. We staan op de tweede plek ten aanzien van de lasten die er zijn. In sommige situaties heb ik het college wel eens horen zeggen dat rankings niet interessant zijn, maar wat ons betreft zijn die wel interessant als het de groenste lucht is. We zien ook dat het leven in onze gemeente heel duur wordt en dat steeds meer mensen moeite hebben om de belastingen te betalen. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de inkomsten en voor de kwijtschelding die we vervolgens weer gaan instellen. Het zou goed zijn als we ons daar druk over maken. Ik zou daar graag de visie van het college op willen hebben. 01:39:50
Mevrouw Jacobs: Een schot voor de boeg waar wij ongetwijfeld in de raadsvergadering ook mee komen, is: laten we makkelijk beginnen en laten we met elkaar de hondenbelasting zo snel mogelijk afschaffen. Maar dat is al een voorschot daarop. 01:40:03
Voorzitter: Mevrouw Blauw. 01:40:07
Mevrouw Blauw: Even vanuit de Commissie van vorige week over het afschaffen van de hondenbelasting, maar de VVD pleit dan ook om de OZB omhoog te halen. Kunnen jullie creatiever zijn en op een andere belasting bezuinigen? 01:40:21
Mevrouw Jacobs: Volgens mij is dat één van de voorbeelden die we hebben genoemd. Ik weet niet of u het zich nog kan herinneren, maar de vorige begrotingsraad hebben we vier voorstellen gedaan met verschillende grond van dekkingen. Dit was de laatste die we hadden gedaan. Onze basis is altijd: als je minder geld binnenhaalt, moet je kijken hoe je minder geld kunt uitgeven in plaats van de lasten te verhogen. Maar dat zou eventueel een oplossing zijn, die we aangedragen hebben, maar er zijn ook andere mogelijkheden. 01:40:49
Voorzitter: De heer van Zoelen. 01:40:51
De heer Van Zoelen: Daarop aanvullend: de VVD zegt dat ze een sterk weerstandsvermogen belangrijk vindt, maar als u de OZB gaat aanspreken voor de hondenbelasting, gaat dat ook ten koste van de onbenutte belastingcapaciteit. Hoe wil de VVD dat aanvullen? 01:41:09
Mevrouw Jacobs: Ik zou heel graag het idee weg willen nemen dat wij de hondenbelasting willen afdragen door de OZB te verhogen. We hebben een aantal andere voorstellen gedaan en die zullen we ongetwijfeld weer doen. Volgens mij zijn er diverse mogelijkheden om een tegenvaller op te vangen. Je kunt minder uitgegeven of je kunt meer binnenhalen. Daar binnen zijn mogelijkheden en daar zouden we naar moeten kijken. Maar als u graag wil 25
horen welk voorstel op een meerderheid kan rekenen, zullen we dat wegen en kijken in hoeverre we dat voorstel zouden willen doen. 01:41:41
Voorzitter: Dan heeft de heer van der Meide ook nog een vraag voor u. 01:41:43
De heer Van der Meide: Als het gaat over die risico's die de gemeente loopt. Daar zijn we ons ook bewust van. Als het gaat over bouwprojecten, dat zijn grote projecten. Maar vindt u het dan ook niet opvallend als we zo'n crisis hebben als corona, wat best een impact heeft en voor zo'n overheidsorgaan als de gemeente Groningen ontzettend grote consequenties kan hebben. En dat je dan kijkt naar de rekening en denkt: dat viel in ieder geval mee. Bent u het daarmee eens? 01:42:07
Mevrouw Jacobs: Je kan zien dat we een aantal gelden niet hebben kunnen uitgeven. We zien ook dat de inkomsten van de gemeente deels vergroot zijn. Er is meer gebouwd, dus de leges zijn binnengehaald. Maar in de basis denk ik dat de gemeente conform de doelstelling goed op de financiën heeft gepast afgelopen jaar en dat is ook een compliment dat ik wil aangeven. Ik denk dat het ook nog een compliment waard is - en daar heeft de fractie van D66 ook al op gewezen - dat datgene wat corona ons heeft gebracht niet alleen maar negatief is, met name zoals de gemeente ook de ondernemers op tal van punten tegemoetgekomen is, hetzij met uitbreiding van terrassen, hetzij ook met het uitvoeren van een aantal regelingen. We hebben daar kortgeleden vragen over gesteld: hoe toegankelijk zijn ze? We willen horen dat er minder gebruik van gemaakt wordt dan mogelijk zou zijn. Maar de antwoorden gaven aan ons wel zodanig het vertrouwen dat de gemeente zijn uiterste best doet en we zijn blij om dat te horen. Tot zover, Voorzitter. 01:43:11
Voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat iedereen die het woord wil voeren... u heeft nog een vraag, meneer Van Zoelen of woordvoering. 01:43:16
De heer Van Zoelen: Ik heb nog geen woordvoering gedaan. 01:43:17
Voorzitter: Ga uw gang. 01:43:19
De heer Van Zoelen: Ik denk dat ik eerst even de programma's langs ga over dienstverlening. Er zijn al wat dingen over zegt. De klantverlening schijnt goed te gaan. Compliment daarvoor. Ik las ook dat er geëxperimenteerd is met open vraag en spraakherkenning. Dit lijkt ons toch wel weer zo een extra irritatiefactor met hekjes voor de telefoon, als we dat invoeren. Dus onze voorkeur gaat uit om bij die digitalisering toch ook het menselijke te blijven behouden. En misschien dat de mens voor die telefoon kan blijven. Communicatie met de burger. We zien dat de gemeente goed communiceert op vragen. Ook op social media. Mijn collega vraagt dit ook in andere Commissies: om meer informatie voor de mensen die gedupeerd zijn van de mijnbouwschade op te nemen op de gemeentelijke website. Graag een reactie daarop. Bij het faciliteren van open data en ook 26
omgevingsvergunningen, merk je dat mensen toch nog moeilijk weten te vinden om kapvergunningen aan te vragen of om daar bezwaar tegen te maken. Kan de communicatie daar niet verbeterd worden? 01:44:28
De heer Van Zoelen: Programma twaalf: collegeraad en gebiedsgericht werken. Een speerpunt voor een nieuwe werkwijze was het meer betrekken van de inwoners bij de voorbereiding en de besluitvorming, en dat heeft nauwelijks uit de verf kunnen komen. Dus wij hopen dus wel straks dat daar echt een inhaalslag wordt gemaakt en ook goed dat dat vermeld is in het jaarverslag. Hier zijn ook opmerkingen over gemaakt: er is een miljoen niet uitgegeven bij gebiedsgericht werken. Ik ben het met de heer van der Meide eens dat dat jammer is. We hadden toch wel moeten kijken hoe we dat wel hadden kunnen besteden. Dit komt deels doordat we niet hebben kunnen praten of een burgerparticipatie hebben kunnen opzetten. Maar er zijn wel heel veel dingen in de openbare ruimte te doen, bijvoorbeeld aanleg van groenvoorzieningen. Het is jammer dat dat geld is blijven liggen. 01:45:12
Voorzitter: Meneer van Zoelen, u heeft een vraag van mevrouw Jacobs. 01:45:15
Mevrouw Jacobs: Dank u wel, Voorzitter. Afgezien dat u zegt dat het jammer is dat het geld is blijven liggen bij gebiedsgericht werken, kunt u ook aangegeven welke leemte er is ontstaan doordat het geld niet is uitgegeven? Heeft u enig idee dat de burgers ook daadwerkelijk iets gemist hebben? 01:45:33
De heer Van Zoelen: Als je iets niet doet, weet je ook niet wat je mist, maar ik denk wel dat je er veel mee had kunnen doen. Zeker op het gebied van groen in de wijk zijn er veel dingen te regelen, zoals stenen uit de tuinen halen. Als je dan ziet hoe de omgeving daarvan opknapt, weet de inwoner ook wel wat ze missen. Ik denk dat dat geld wel voor nuttige dingen ingezet had kunnen worden. Alleen dat vergt wat creativiteit hoe met bewoners in gesprek te gaan. Ik denk dat dat misschien beter had gekund. Tot zover mijn antwoord daarop. Over programma dertien, de inkomsten, is er ook al veel gezegd. De accountant heeft ook gezegd dat ons voorspellend vermogen beter moet. Er is veel minder uitgegeven dan begroot. De vraag is: hoe kunnen we dat beter inschatten? 2020 was ook wel een bijzonder jaar met de corona. Wat betreft het weerstandsvermogen denk ik meer ook in de richting van de SP en de PvdA: het resultaat moet zoveel mogelijk in het weerstandsvermogen gestopt worden. Misschien moeten we eerst eens even een goede inschatting van de risico's. 01:46:48
De heer Van Zoelen: Onderhoud en kapitaalgoederen: bij het borgniveau staat het Noorderplantsoen en de winkelgebieden als goed beoordeeld. Daar hebben we toch wel enorme twijfels over als we de enorme afval en restafval in die gebieden zien. We vragen ons af of die 'goed' beoordeling daar wel klopt. De verbonden partijen: bij het OV-bureau Groningen-Drenthe worden straks tekorten verwacht omdat het Rijk niet meer zou compenseren. Wij vragen ons af of een bezuiniging van drie miljoen niet nadelig gaat werken als straks het openbaar vervoer wel weer opstart. Wij hopen dat deze bezuiniging 27
niet ten koste gaat - of daar moeten we ook voor oppassen - van het personeelsbestand, zodat het opstarten van het openbaar vervoer bemoeilijkt wordt. De veiligheidsregio: we moeten jaarlijks één komma één miljoen extra bijdragen vanwege de aanpassing voorziening functioneel leeftijdsontslag. We vragen ons af of zo'n bedrag bij het Rijk niet terug te krijgen is als compensatie. Graag een reactie. 01:47:47
De heer Van Zoelen: Tot slot, zien we dat we bij de externe inhuur er drieëndertig komma zes miljoen extra is uitgeven vanwege corona. Straks gaat dat weer veranderen als er een nieuwe situatie is. We zijn benieuwd of het overschot dat daar nu extra aan uitgegeven wordt, elders aan besteed kan worden. Ik heb al iets gezegd over het voorspellend vermogen. Dan nu echt tot slot, in het stedelijk investeringsfonds in de jaarrekening staat een bedrag van vijfentwintig miljoen. Wij krijgen ook wel de vraag: hoeveel zit daar nu aan groen in? Dat is niet gelabeld. Dat is ook niet terug te zien. Dat zou je dan technisch kunnen navragen maar het is wel mooi, want wij krijgen wel de vragen van veel mensen: hoeveel is er nu uit die pot gehaald voor groen? Hoeveel is daar voor herplant van gebruikt? Hoe zit dat dan met omgevings- of kapvergunningen waarvoor een compensatie is geleverd? Nu is dat helemaal niet zichtbaar in de jaarrekening. Het hoeft niet heel uitgebreid, maar een beknopte situatie van hoe het met de groenlabeling zit, zou wel heel prettig zijn. Graag een reactie. 01:49:00
De heer Heemstra: Dank u wel, meneer van Zoelen. U vraagt niet om de concrete cijfers, maar wel om dat inzichtelijk te maken. 01:49:07
De heer Van Zoelen: Ja. Anders zou je dat technisch moeten navragen, en dat is voor inwoners heel erg lastig. 01:49:12
Voorzitter: Helder. Dan denk ik dat alle raadsfracties het woord hebben gevoerd. We gaan zo over naar het college. We lopen een halfuurtje voor op schema. Dat maakt dat ik me niet bezwaard voel om even twee minuten te schorsen voor een kopje koffie. Dan zie ik jullie zo weer terug hier. 01:56:46
Voorzitter: Terwijl er in de pauze de nodige jij-bakken werden uitgedeeld, gaan we nu terug naar de vergadering. Het woord is aan het college en meer specifiek aan de wethouder van Financiën die dit voor het laatst gaat doen. Geniet ervan, wij gaan dat zeker doen. 01:57:06
De heer De Rook: Van deze negenenveertig minuten ga ik bijzonder genieten. Voorzitter, niemand heeft ernaar gevraagd maar ik kan wel vertellen - misschien is dat wel de melancholie van de laatste vergadering - dat er hier een trotse wethouder zit. Terugkijkend op 2020 - en niet zozeer op het handelen van het college - zou dit sowieso al een bijzonder jaar worden als ik kijk naar de organisatie. Ik roep maar even in herinnering dat we een begroting in 2019 hadden vastgesteld, waardoor wij door de bijstellingsramingen in het sociaal domein en een aantal tegenvallers in het gemeentefonds, een bezuinigingsopgave hadden van ruim vijfendertig miljoen euro. Het was een spannende begroting waarin we 28
zoveel mogelijk geprobeerd hebben het gemeentelijke voorzieningenniveau te sparen en de begroting sluitend te krijgen. Als er dan een crisis overheen komt die ook een financiële impact dreigde te hebben, kunnen we tevreden zijn met waar we hier nu staan. Dat is de financiële kant, maar op de inhoud denk ik dat het ook echt complimenten verdient. Ik vind het heel mooi dat uw raad aandacht heeft gehad voor de prestaties die in de organisatie zijn geleverd. Er werd heel snel omgeschakeld in de dienstverlening. We hebben ervoor gezorgd dat we door konden blijven gaan met het verlenen van vergunningen en projecten. 01:58:23
De heer De Rook: Dat heeft mensen heel veel tijd en energie gekost in onze organisatie, ook in het uitvoeren van alle steunmaatregelen en dergelijke. Als we terugkijken, moet ik constateren dat de gemeente Groningen dat op een hele goede manier heeft opgepakt. Dat is een compliment voor al de mensen die daar heel hard aan hebben gewerkt afgelopen jaar. Daarmee wou ik graag beginnen, Voorzitter. Ik begin even met het grootste thema en dan kom ik zo nog wel even op een aantal specifieke vragen. Door verschillende fracties is het voorspellend vermogen van de gemeente Groningen genoemd. Dit is een thema wat eerder al geagendeerd is en wat door verschillende fracties hier is neergezet. Bij het opstellen van de begroting ervaar je altijd krapte terwijl er aan de achterkant toch weer ruimte blijkt te zijn. De heer van der Meide zei dat er toch weer altijd een rekenresultaat is. Daar zijn ook altijd nuancerende opmerkingen bij te maken: de negenenvijftig miljoen bruto die u vandaag in de stukken heeft gezien, is maar een paar procent van het totaal. Dat is waar. Maar tegelijkertijd is die negenenvijftig miljoen euro in gemeenteland met de krapte wel heel erg veel geld. 01:59:41
De heer De Rook: Ik zou ook willen zeggen dat zo'n overschot voor niemand fijn is. Als ik dan de jaarcijfers van de gemeente presenteerde, werd ik bijna gefeliciteerd met die negenenvijftig miljoen overschot net alsof ik de winstcijfers van een beursgenoteerde onderneming aan het presenteren was. Maar bij de gemeente werkt dat anders. Want onze doelstelling is nul en het liefst komen wij op nul uit. Elke over- en onderschrijding is niet goed. Dat is de doelmatigheid waar je naar streeft. Sinds de begroting van 2020 maakt dit college er een agendapunt van om dit nadrukkelijk in de organisatie te agenderen. Dit willen we beter en scherper hebben. We willen de ruimte die kennelijk in onze begroting zit, zoveel mogelijk naar voren halen zodat we dit kunnen inzetten voor de prestaties die de gemeente levert. Ik vind het bijzonder terecht dat de raad daar heel scherp op is in dit debat. Dit is een opdracht voor dit en het volgend college. 02:00:44
De heer De Rook: Tijdens de begroting van 2020 hebben we voor het eerst een bedrag van vijf miljoen euro opgenomen, wat door een flexibele begroting gevonden moet kunnen worden. Dat adresseert dit bedrag dat kennelijk ergens in de begroting zit en we geprobeerd hebben om naar voren te halen. We hebben ook niet gezegd dat we die vijf miljoen aanvullend moeten bezuinigen, maar die moest in die begroting te vinden zijn. Dat is risicovol. Ik kom zometeen nog eventjes op dat begrip terug. Maar we hebben daarvoor gekozen omdat dit een reëel punt is. Het vraagt echt wat van de organisatie en van ons. Misschien ook even wat achtergrond hierbij: hoe krijg je dit dan beter? Er zitten drie elementen in de totstandkoming van dit soort type bedragen en een overschot daarbij. Het 29
eerste is de raming aan de voorkant. Heb je een goed en scherp genoeg beeld van hoeveel geld er nodig is voor iets in een bepaald jaar? Daar wil ik twee elementen bij aangeven. Het eerste is dat - en dat kom ik ook te zeggen op de cultuurvraag van de heer Bolle - wij in de gemeenteraad een voorkeur hebben voor het voorzichtig ramen. Het kan maar beter niet tegenvallen. Onze ramingen zijn - beschouwend over het totaal - te voorzicht blijkt dan achteraf. Een andere complicerende factor bij de ramingen is dat zij vaak al heel vroeg gemaakt moeten worden. 02:02:07
De heer De Rook: In onze P- en C-cyclus moeten onze verschillende afdelingen hun ramingen voor het volgend jaar al ongeveer in mei klaar hebben en moet je dan dus in mei 2021 al een heel scherp beeld hebben van wat je gaat uitgeven in november 2022. Dat zit soms een anderhalf jaar tussen. Dat is heel lastig om dat allemaal goed te ramen. Het vraagt veel aandacht om die scherpte in de organisatie te krijgen. Hoeveel geld is er nu precies nodig? Niemand heeft er belang bij dat wij dingen veel te ruim ramen aan de voorkant. Dat is ook wat de heer de Greef zegt: "We missen dan kansen en we zouden dan misschien wel meer kunnen gedaan hebben met het geld dat we hadden". Dus dat vraagt aandacht. Het tweede gaat - dat heeft u ook geadresseerd - over de besteding. Lukt het om alles wat je hebt geraamd weggezet te krijgen? Om dat doelmatig te besteden aan het doel dat daarvoor is. Dat is ook iets wat aandacht vraagt. Doorlooptijden zijn soms te lang. Projecten schieten in de vertraging. Dat is ook zonde en is een reden voor overschot in de jaren daarna. Het derde punt van aandacht in onze organisatie gaat over het melden van dit soort overschrijdingen. Het kan altijd gebeuren dat er iets meevalt. Er is altijd een dynamiek.
Wordt het dan gemeld op het moment dat je er nog iets mee kan? Het zou heel mooi zijn als we een heel groot deel van het rekenresultaat bij de voortgangsrapportage al met elkaar inzichtelijk zouden hebben. We streven af op een overschot en misschien we een aantal dingen herijken. Bij sommige programma's moeten we ook nee verkopen en zeggen dat er dit jaar geen budget meer voor is. 02:03:45
De heer De Rook: Bij andere programma's blijkt dat er achteraf iets is blijven liggen. Dit vraagt onze aandacht om dat in onze organisatie normaal te krijgen. Een heldere en betere informatiepositie creëren voor diensten als financiën en control om intern dat beter te kunnen signaleren, zodat het college dat vervolgens weer bij u kan neerleggen. Dat zijn de drie fases waarbij het college probeert om dit scherper voor het voetlicht te krijgen. De heer Bolle, Voorzitter, heeft mij gevraagd naar dat cultuuraspect wat de accountant noemt. Wij hebben gezegd dat we dit meenemen in de PNC-cyclus en dat is ook zo, maar de accountant heeft daarin gelijk en dit hebben we ook zo met hem gedeeld. Intern zit daar een cultuurelement in. Je kan je voorstellen dat projectleiders zeggen: "Een overschot? Je kan maar beter nog wat achter de hand hebben, want straks hebben we nog een tegenvaller en dan is het allemaal heel ingewikkeld. Dus ik ga het beter nog even vasthouden omdat er toch nog een kleine mogelijkheid is dat ik het nodig zal hebben. Ik kan het geld maar beter op de rekening laten staan in plaats van dat ik nu meld dat ik het niet nodig heb". 02:04:53
De heer De Rook: Dat is een intern cultuurelement, maar Voorzitter, daar zit ook een extern cultuurelement aan. Dat is niet specifiek voor de gemeente Groningen. Ik denk dat overal in 30
politieke gremia anders op overschrijdingen wordt gereageerd dan op onderschrijdingen. Als we zeggen dat we ergens een tekort hebben, is de politieke dynamiek daaromtrent vaak veel verhitter dan op het moment dat wij een overschot ergens melden. Dat is een cultuur die al jarenlang in de politiek over ter wereld - dus ook in Nederland en in Groningen - aan de hand is, en zorgt ervoor dat we liever voorzichtig zijn dan dat we daarin risico's nemen. De manier waarop wij als raad en college samen mee omgaan is van invloed op een cultuur die we nu dus ook in onze jaarrekening zien, namelijk een hele grote voorzichtigheid bij dit soort punten. Voorzitter, wat zou je dan nog meer kunnen doen? Maar ik heb eerst een vraag, zie ik. 02:05:53
Voorzitter: Van meneer de Greef, ga uw gang. 02:05:56
De heer de Greef: Dank u wel, Voorzitter. De wethouder noemt een rijtje van drie punten waardoor er misschien overschotten zijn, maar vergeet die daar niet een vierde punt? Namelijk dat het geld niet terechtkomt daar waar het hard nodig is. Ik noem als voorbeeld de uitkeringen. Vorige week konden we in de krant lezen dat ongeveer een derde van de mensen die recht heeft op een uitkering deze niet krijgt. Die negen ton die we daarop over hebben, had bij mensen in de stad moeten landen. Ik kan nog wel eentje noemen: twee ton voor onderwijsachterstanden. Hadden we niet moeten zorgen dat met dat geld de onderwijsachterstanden werden beperkt? Waarom is dat dan niet uitgegeven? 02:06:44
Voorzitter: De vraag is helder, dank u wel. 02:06:47
De heer De Rook: Voorzitter, bij deze twee specifieke punten is dat geld weer toegevoegd aan de programma's van de betreffende afdelingen. Wij hebben een bepaald beleid dat we uitvoeren. Dat wat wij inwoners voorspiegelen doen wij. We hebben nergens een tekort op en we hebben tegen niemand gezegd: "Dit krijgt u niet, want het geld is op voor dit jaar". Conform de afspraken van uw raad, hebben we het geld uitgegeven bij mensen die het het hardst nodig hebben. Voor het overgrote deel van het sociale domein, komt dat weer ten goede van deze doelgroep, zodat we volgend jaar weer onze dienstverlening daarop kunnen inrichten. 02:07:27
Voorzitter: Een vervolgvraag. 02:07:28
De heer de Greef: Dat is u geraden ook. We hebben niet voor niets die opdracht gegeven aan het college. Maar we zien dat jaar na jaar die twintig miljoen - zoals mijn collega Koks dat berekend - niet wordt uitgegeven en wordt doorgeschoven. Wanneer gaan we zorgen dat de tweedeling in de Groningse samenleving wordt beperkt door dat geld juist wel uit te geven en we van het stuwmeer af komen? 02:07:54
De heer De Rook: Voorzitter, in mijn pleidooi wil ik aangeven dat onze opgave is hoe we dat geld dat aan de achterkant vrijvalt, inzichtelijk aan de voorkant? Pas dan kunnen we dat 31
doen wat de heer de Greef ook wil, namelijk dat inzetten om misschien wel het voorzieningenniveau of het niveau van dienstverlening en bepaalde bijstandsregelingen omhoog te zetten. Zolang het een incidentele vrijval is, is dat niet mogelijk. De regelingen die we hebben en die de heer de Greef ook wil, zijn van structurele aard. We gaan dit niet voor één jaar doen en dan volgend jaar heb je pech. Je wil dit soort dingen ook jarenlang kunnen regelen. We moeten dus meer inzicht krijgen op waar die lucht dan precies zit als die er al is. Ik heb net de manier aangegeven hoe wij daarop proberen te sturen. Een voorbeeld van een concrete maatregel is dus die inzet van die vijf miljoen waarvan het grootste deel ook weer bij het sociaal domein terechtkomt. We zeggen daarvan ook: "Dat moet hier dus uitkomen". Volgens mij vindt de heer de Greef het college ook echt aan zijn zijde in het vinden van manieren om dat te laag of te ruim geraamd geld beter inzichtelijk te krijgen, zodat we daar meer kunnen doen. Er is voor mij geen verschil tussen de SP-fractie en het college. 02:08:59
Voorzitter: Nog een keer de heer de Greef. 02:09:01
De heer de Greef: Als we jaar na jaar constateren dat er twintig miljoen over is, kunnen we daar toch meer risico op nemen. Dat was het punt in mijn betoog. 02:09:14
De heer De Rook: Dan kom ik op de risico’s. De heer de Greef, de heer van der Meide en de heer Been hebben het daar ook al over gehad. Dat zou een manier kunnen zijn waarop je beter gaat ramen en zegt: "Wij nemen iets meer risico". We koersen dan op nul en in de praktijk is dat nul plus een x-bedrag. Je zou een raming kunnen doen waarbij je iets meer risico neemt, zodat je aan het eind op een negatief getal uitkomt. Als je dat breed doet, zou je dat kunnen afspreken als raad en college en op die manier zouden we meer mogelijk kunnen maken. Dat is iets wat we gezamenlijk zouden kunnen verkennen. De heer de Greef zei dat we een te hoog weerstandsvermogen hebben, dus we kunnen wel wat meer risico nemen. Voorzitter, in de financiële degelijkheid werkt dat net anders. Op het moment dat je meer risico neemt, heb je een hoger weerstandsvermogen nodig. 02:10:14
Voorzitter: Meneer Been, ook op dit punt, 02:10:18
De heer Been: Ja, Voorzitter. Dank u wel. Eén van de maatregelen die dit college in 2020 nam om de lucht uit de begroting te halen, was dat leniger en flexibeler begroten. U zei dat dat ook best gewerkt had, maar nu staat er in deze jaarrekening en in de begroting van 2021 dat de helft daarvan alweer ingeboekt is door een verhoging van de structurele OZB-inkomsten en vrijval uit het BTW-compensatiefonds. Is dat iets wat we moeten terugdraaien ook gezien dat we volgende maand een voorjaarsnota hebben die ook niet al te florissant is? 02:10:53
De heer De Rook: We hebben dit ook met de toezichthouder besproken. Dit bedrag is uiteindelijk niet op iets hard gebaseerd. Dat geld zit ergens, maar we kunnen het niet goed beet pakken. Het toeschrijven van die bezuiniging is wel een poging die wij gedaan hebben om dat soort bedragen wel harder te maken. Uiteindelijk zullen we met dat bedrag naar nul toe moeten. De toezichthouder zal dat ook van ons vragen. We kunnen niet tot in de lengte 32
van jaren met geld rekenen waarvan we in de begroting niet kunnen aantonen waar dat precies zit. Die maatregelen blijven nodig. Wat het college betreft, blijft die twee komma vier die nog over is, staan, ook richting de toekomst. Ondanks dat de toezichthouder en accountant vragen zullen gesteld worden of dat bedrag niet naar nul zou moeten. 02:11:42
Voorzitter: Meneer Been. 02:11:44
De heer Been: Maar als ik het goed begrijp, is voor de toezichthouder een overschot van tientallen miljoenen op de rekening negen jaren achter elkaar niet voldoende om aan te tonen dat er lucht in onze begroting zit, ook al kunnen wij dat niet per se meteen aanwijzen. 02:12:01
De heer De Rook: Voorzitter, in eerste aanleg was dat wel voldoende. Wij blijven onder repressief toezicht staan ook met deze post. Dat is besproken en van ons wordt gevraagd om op die raming uiteindelijk resultaten te laten zien. De verwachting dat wij die post opnemen en daar tot in de lengte van jaren een bedrag van vijf miljoen op kunnen laten staan, wordt wel spannend. Door dit zo te doen, laten wij aan de toezichthouder en de accountant zien dat we ook wel echt van plan zijn om dit bedrag concreet in te vullen. Wat het college betreft, kunnen we die twee komma vier miljoen laten staan en zoeken we naar een wat hardere dekking voor die post. 02:12:41
Voorzitter: Meneer Bolle ook nog even op dit punt van risico's. 02:12:43
De heer Bolle: Dank u wel, Voorzitter. De heer Been heeft wel gelijk. Nu gaan we dit bedrag naar beneden brengen met belastinginkomsten. Door het hele cultuuraspect dat we juist dingen niet uitgeven, halen we nu door die vijf miljoen naar beneden te brengen en door die belastingen daar maar weer voor in te zetten, de hele prikkel weg om die cultuur aan te passen en om die lucht eruit te drukken. De enige lucht die we nu gebruiken, zijn die extra inkomsten die we binnenhalen. Zou het dan niet handiger zijn om die er weer uit te halen en daar andere zaken voor te gebruiken? 02:13:26
De heer De Rook: Nee, Voorzitter. Zoals we dit hebben opgenomen, hebben we dat niet ingezet als een prikkel richting de organisatie. Die financiële prikkel is in de overtuiging van het college om niet het sleutelgat om dit te regelen. Als je hier een financiële prikkel van wil maken, moet je ervoor zorgen dat dit een kaasschaaf wordt over alle afdelingen. We boeken nog een miljoen extra in en dat is dan een kaasschaaf over alle afdelingen en dan moeten die maar kijken hoe dat wordt opgelost. In de praktijk zou dit ertoe kunnen leiden dat sommige afdelingen zeggen: "Met de kennis die ik nu heb en ik moet twee procent bezuinigen, moet ik mijn verwachtingen in de dienstverlening gaan bijstellen". Het probleem blijft: aan de voorkant heb je de informatie niet scherp genoeg om met de kennis van achteraf al te kunnen rekenen. Met een financiële prikkel richting alle afdelingen los je dat niet op. Vorig jaar hebben we het debat gehad over hoe hoog het bedrag moet zijn dat je hiermee rekent. Drie à vijf miljoen en dat brengen we nu naar beneden. 33
02:14:28
De heer De Rook: Die discussie blijft nog steeds. Ik kon toen niet hard maken waarom dat vijf miljoen moest zijn en niet vier of vijfenhalf. Het bedrag van de twee komma vier miljoen is een hele onzekere post, maar we vinden het wel verantwoord om die te laten staan. Voorzitter, ik was aan het reageren op de heer de Greef over het punt van de risico's en het weerstandsvermogen. Op het moment dat je meer risico gaat nemen in je raming, kan je in de begroting misschien wel meer mogelijk maken. Dan is het risico groter dat we niet met een plus aan het eind van het jaar komen maar met een min. Als je op een min komt, hoeft dat allemaal niet zo erg te zijn als je maar genoeg reserves hebt om dat op te vangen. Mijn pleidooi zou zijn: als uw raad ervoor kiest tegen het college te zeggen om meer risico in de ramingen te nemen, zal je er ook voor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen in staat is om die risico's op te kunnen vangen. De heer de Greef vraagt waarom de risico's van de ICT aanbesteding zo hoog? Omdat wij vijf miljoen per jaar trachten te verdienen met die uitbesteding van de ICT, waar we dan vervolgens weer allemaal belangrijke dingen voor de inwoners van deze gemeente mee doen. 02:15:33
De heer De Rook: Als we dat niet zouden doen en zeggen dat er tien miljoen extra gaat naar ICT, kunnen we veel minder doen voor onze inwoners, maar nemen de risico's wel af. Waar de SP zegt dat je het op één hoop moet gooien en geen risico's moet lopen waardoor er meer geld naar de mensen kan, zeg ik: "Het is van twee één". Als wij zoveel mogelijk geld naar onze inwoners toe willen hebben, lopen we risico's en moeten we weerstandsvermogen hebben. Als je dat weerstandsvermogen kwijt wil, kan je waarschijnlijk minder aanbestedingen doen. Neemt het college risico's? U ziet dat de financiële kerngetallen allemaal op rood staan. Daarvan zeggen wij dat dat vervelend en onwenselijk is voor een gemeentelijke organisatie, maar we doen het wel omdat het een alternatief is. Ik verwijs ook naar de houdbaarheidstest van de gemeentelijke financiën, die zegt: "Als de gemeente Groningen financieel gezond zou willen zijn en niet alle seinen op rood maar op groen, moet er tweeëntwintig miljoen structureel bezuinigd worden". 02:16:33
De heer De Rook: Dit college snapt dat signaal maar gaat dat niet doen, omdat je dan op een onaanvaardbare manier gaat snijden in de dienstverlening richting onze inwoners. Als een deel van de raad het college oproept om risico's te nemen en om niet alleen maar te bezuinigen, dan is dat precies wat dit college aan het doen is. Dat blijkt ook uit de financiële kerngetallen die hier staan. Scherp aan de windzeilen. We houden koers, maar de zeilen staan bol en die financiële kerngetallen wijzen dat ook uit. Voorzitter, dan naar een aantal specifieke vragen die zijn gesteld. De PVV vroeg een technische vraag over het programma twee. Die stond vanochtend op de agenda en we hebben nu niet de medewerkers achter de hand die daar een antwoord op kunnen geven. Er komt nog een lijstje naar de raad met alle onbeantwoorde vragen van vandaag. Ik zorg dat die er ook even in opgenomen wordt. Het antwoord is er wel, maar ik weet hem niet uit het hoofd. Excuses daarvoor. 02:17:30
Voorzitter: Geeft helemaal niks. 02:17:31
De heer De Rook: De Partij van de Arbeid heeft gevraagd naar de subsidies in coronatijd. Wij 34
toetsen op noodzakelijkheid. Op het moment dat wij zien dat de reserves te hoog worden, heeft de gemeente een titel om dat ook terug te vragen. Dat is niet altijd een gemakkelijk gesprek met de betreffende instelling, maar dat remt ons niet. Alleen een aantal instellingen waarmee het nu gaat, hebben ook gebruik gemaakt van de landelijke steun en regelingen. Het zou niet terecht zijn om als gemeente landelijke subsidie terug te gaan vorderen. Wij kunnen nooit een bedrag terugvorderen dat hoger is dan ons eigen subsidiebedrag. In concreet antwoord op de heer van der Meide: wij subsidiëren de noodzakelijke kosten en als achteraf blijkt dat onze subsidie niet nodig was voor het leveren van prestaties van een instelling, heeft de gemeente een titel om dat terug te vragen. En dat doen wij ook. De instellingen reageren ook vaak, want dat is een beloning voor goed gedrag. Ze hebben netjes gespaard en dan komt de gemeente even geld terughalen. Maar wij zeggen dat het overal krap is en we het geld liever hebben om dingen mogelijk te maken dan dat het op de plank ligt bij gesubsidieerde instellingen. Zo zitten wij daarin. 02:18:40
De heer De Rook: Een aantal fracties heeft gevraagd naar de wijkprojecten. Er blijft geld over, ondanks dat de raad en het college veel nadruk leggen op het belang van wijkgericht werken. Dat heeft ermee te maken dat het wijkgericht werken - meer dan de gemeentelijke projecten - onvoorspelbaar van aard zijn. Je hebt met bewonersinitiatieven te maken en die planning loopt ook nog wel eens wat anders dan van tevoren bedacht. Ook daar heeft men last van het feit dat je soms anderhalf jaar van tevoren al moet vertellen wat je precies allemaal gaat doen in dat jaar. Eén van de oplossingen die we verkennen bij de gebiedsteams is overprogrammering. Als je al jarenlang weet dat je besteding tachtig procent is, maak je misschien volgend jaar de begroting op honderdtwintig procent van het budget en dan haal je uiteindelijk honderd. Dat doe je dan op basis van de ervaringscijfers. De raad hecht aan het besteden van die middelen waarvoor ze zijn bedoeld en het college is het daar helemaal mee eens. Wij sturen er dan ook op dat dat zoveel mogelijk gebeurt. 02:19:39
De heer De Rook: De heer van der Meide heeft gevraagd naar de evaluatie van het inkoopbeleid gevraagd en die komt eind 2021 - door allerlei dingen van vorig jaar enigszins vertraagd - naar u toe. Het CDA heeft gevraagd naar de business case voor ICT. Ik kan daar nu wel even op ingaan, maar er speelt wel een hoop. Bij de jaarrekening als bij de voorjaarsbrief ziet u daar ook cijfers over langskomen. Ik kan me goed voorstellen dat het wenselijk is - in aanvulling op de sessie die u enige tijd geleden heeft gehad - dat de raad binnenkort weer even bijgepraat wordt. Ik moet even met de Agendacommissie bepalen of de totale stand van de business case ICT mondeling of schriftelijk moet gebeuren. Wat is de stand van zaken van die samenwerking nu? Hoe ver is het met de implementatie? Daar hoort ook het financiële beeld bij. Ik stel voor om dat eventjes weer gezamenlijk te agenderen. GroenLinks heeft gevraagd naar het Innovatiefonds. In januari 2020 heeft dat zijn intrede gedaan en in maart waren we in de coronasituatie. Dus toen moest er een heleboel geïnnoveerd worden, maar keek men in eerste instantie niet naar dat fonds. 02:20:48
De heer De Rook: Ik ben het eens met de heer Been. Maar de behoefte in de organisatie is het grootst aan innovatie die zich niet per se hoeft terug te verdienen, maar die misschien ook wel wat mag kosten. Dat is onze financiële krapte op dit moment en dit instrument lost 35
dit niet op, maar het is een voorziening die beschikbaar is en we hebben er geen last van gehad dat die voorziening er is. Die mogelijkheid blijft en op het moment dat er initiatieven komen, zullen we die richting het Innovatiefonds blijven brengen. De heer Been heeft gevraagd naar de grondpositievoorzieningen die voor een heel belangrijk deel ook ons weerstandsvermogen beïnvloed naar de toekomst toe. Dat sluit aan bij ons P- en C-cyclus en bij de begroting kunnen we die bespreken. D66 heeft gevraagd naar de democratische experimenten en de relatie met de reguliere projecten. Mijn observatie is dat er bij projecten sprake is van een soort van reactief gesprek met de burgers. Zij reageren op een initiatief van de gemeente. Wat de democratische vernieuwing probeert te doen - het model voor wijk- en dorpsdemocratie - is een veel proactiever gesprek met de mensen te organiseren waardoor je weet wat hen bezighoudt. Je komt er dan niet achter op het moment dat je aan de gang bent met een project in de wijk, maar er is een basis waarin je een veel beter gesprek hebt met mensen waardoor specifieke projecten ook in een andere aarde kunnen vallen. 02:22:11
De heer De Rook: Er was een concrete vraag van de heer Rustebiel: zetten we de lessen die we leren in hoe om te gaan met de wijken, ook in voor specifieke ruimtelijke projecten waar dat speelt? Het antwoord is "ja". Ik ga dan niet de verwachting uitspreken dat mensen nooit meer een bezwaar tegen een project in hun eigen omgeving zullen hebben. Dat zal altijd wel blijven, maar misschien kunnen we het voorspellen en preventief inspelen op bepaalde zorgen en wensen vanuit de wijken en dorpen. Hierdoor kunnen we die al wegnemen aan de start van een project en niet gaandeweg erachter komen. Dat zou een hele wenselijke ontwikkeling zijn. Ik sluit me aan bij de opmerking die de heer Rustebiel heeft gemaakt over de coronacompensatie van het Rijk. U hoort mij vaker hier vertellen dat de Rijksoverheid zijn verantwoordelijkheid moet nemen richting gemeenten. Dat moeten ze nog steeds doen als het gaat om allerlei structurele posten, het gemeentefonds en het sociaal domein. Als het gaat over de samenwerking in de coronatijd, passen daar echt wel complimenten bij. De Rijksoverheid heeft dat op een nette manier gedaan en we hopen dat dat de voorbode is voor hoe het nieuwe Kabinet straks ook met de structurele gemeentebegrotingen omgaat. 02:23:12
De heer De Rook: Mevrouw Jacobs van de VVD vroeg naar de OZB en de woonlasten. Dan hebben we nog even het debatje over de ranking en de betekenis daarvan. Na de ranking, gaf mevrouw Jacobs goed aan waar het echt om gaat. We zien die ranking, maar ondertussen hebben mensen het wel moeilijk met het betalen van hun rekeningen. Het college probeert te zeggen dat die ranking niet zoveel uitmaakt, maar dat tweede wel. Op het moment dat wij onderaan de ranglijst staan in Nederland, maar mensen nog steeds hun belastingen niet kunnen betalen, is het college niet tevreden. Als we bovenaan de lijst staan maar er verder niemand last van heeft, vinden wij dat ook geen probleem. Mevrouw Jacobs wijst er heel terecht op dat als je de gemeente betaalbaar wil houden voor de middengroep - de topinkomens zullen er minder last van hebben - voor ondernemers en woningbouwcorporaties, vraagt dit wel onze aandacht want zij betalen de grootste post van de woningen OZB in deze gemeente. Voor de toegankelijkheid van de gemeente is het zaak om die woonlasten op een bepaald acceptabel niveau te houden. 36
02:24:26
De heer De Rook: Vandaar dat wij ook met het Rijk in gesprek zijn over een verbreding van het gemeentelijk belastinggebied. Als wij geacht worden iets aan onze inkomstenpositie te doen, staan niet alleen maar de honden- en de OZB-belasting ter onze beschikking, maar hebben we misschien ook wel een paar andere prikkels om daarop te kunnen sturen. De Partij voor de Dieren had een aantal specifieke vragen over de aarbevingsschade. Volgens mij is wethouder van der Schaaf via een collegebrief daarover in gesprek met uw raad. Dus dat komt zeker daar aan de orde. We kunnen zelf informatie op onze website zetten, maar we moeten er vooral voor zorgen dat we goed doorverwijzen naar waar deze informatie staat. Mijn beeld van de situatie is dat er eerder te veel informatie is en dat dat het gebrek aan overzicht veroorzaakt. Maar ik ben het helemaal eens met de Partij voor de Dieren: de mensen die op de gemeente Groningen zoeken, moeten dat kunnen vinden waar ze naar op zoek zijn. Wij zullen ervoor zorgen dat we doorverwijzen naar de juiste gremia. Wat betreft de kapvergunningen: wij gaan niet alle kapvergunningen op de voorpagina van de website zetten, want dan loop je het risico dat alle andere dingen niet meer goed gevonden worden. 02:25:38
De heer De Rook: Maar het punt van de heer Zoelen over de publicatie van de vergunningen, doen we wel tijdig. Het verlenen van de vergunningen en het publiceren ervan, hoort zo dicht mogelijk op elkaar te zitten. Overigens heb ik niet de indruk dat de achterban van de heer van Zoelen moeite heeft met het bezwaar maken tegen vergunningen vanwege dit punt. 02:25:57
Voorzitter: Een korte reactie van de heer van Zoelen daarop. 02:26:02
De heer Van Zoelen: Dank u. Ik weet niet of het mijn achterban is, maar de inwoners hebben wel vrij veel moeite om ze te vinden, want ze moeten de kapvergunningen uit een hele grote bak met omgevingsvergunningen halen. Er zijn ook bij de overheidservices - die de ICTdiensten leveren - ontwikkelingen gaande, bijvoorbeeld het kunnen typeren van de meldingen en het daardoor beter inzichtelijk te maken. Dus ik ben wel benieuwd wat de gemeente doet, in overleg met koopservices - heet het - om die dienstverlening te verbeteren zodat een inwoner beter kan vinden wat ze zoekt want wij verwijzen daar wel naartoe. 02:26:37
De heer De Rook: Die koopservices zegt mij zo specifiek niets, dus daar kan ik niet op ingaan. Maar we merken wel dat je met notificaties een meer gepersonaliseerde inval kan krijgen. Het is wel iets waar de gemeente aan werkt. Maar dienstverlening op maat waarbij mensen vinden wat ze zoeken, blijft een thema binnen het breder kader van de publieke dienstverlening. Het is een terecht punt dat de heer van Zoelen hier maakt. We hebben inmiddels zoveel informatie te delen en dat lijkt mooi, maar niet iedereen vindt even goed zijn weg en dat blijft onze aandacht hebben. De heer van Zoelen heeft gevraagd naar de spraakherkenning. Ik kan u meedelen dat we inmiddels met dat experiment zijn gestopt. De kosten wogen niet op tegen de baten. Ik had ook wel dezelfde ervaringen als de heer van Zoelen met een bandje. We proberen wel met nieuwe vormen in onze dienstverlening te experimenteren om ervoor te zorgen dat we kwalitatief op orde blijven en blijven aansluiten 37
bij de vraag van inwoners. Deze heeft daar niet een bijdrage aan geleverd, maar we blijven wel actief op zoek naar andere middelen die dat wellicht wel hebben. 02:27:48
De heer De Rook: De heer van Zoelen heeft ook gevraagd naar de externe inhuur. Die was heel hoog in coronatijd. De heer Duit vroeg daar ook naar. We hebben moeten bijschakelen met het inhuren van extra mensen om al het extra werk dat op de gemeente afkwam te doen. De ambitie is om dat af te schakelen. De raad geeft het college de opdracht om die externe inhuur te verminderen. En die trend is nu ook ingezet. We zitten onder het landelijke gemiddelde en de ambitie is om daar in het reguliere jaar weer terug naar toe te gaan. De heer van Zoelen heeft gevraagd of het CIF uitgesplitst kan worden. Wat zit daar nu precies in? Het begint bij de begroting, wat vervolgens zijn weerslag moet hebben in de rekening. Het is een redelijk verzoek om te kijken hoe we dat zo goed mogelijk overzichtelijk kunnen overnemen in de begroting zodat dat voor de raad inzichtelijker is om te zien. Voorzitter, dan nog een opmerking van Student en Stad over het inhuren van maatwerk. Zoals de heer Van Zoelen met zijn punt al aanduidde was dat ook de manier van werken van de gemeente tijdens de hoogtepunten van de coronacrisis. Dat was de basis van hoe wij opereerden. Her en der misschien niet, maar dat kwam ook omdat er bepaalde zaken in een hele korte tijd moesten en toch wel enige mate van specialisatie vroegen. 02:29:01
De heer De Rook: Je kon dat niet zomaar even inhuren op een paar weken en dat dat kwalitatief op orde is en dat je daar dan weer afscheid van kan nemen. Ik vermoed dat dit terug te voeren is op een casus die de heer Duit en ik een keer hebben gemeld voer een terras ergens. Dat was een specifieke situatie waar er in drie weken tijd allemaal aanvragen op het loket afkwamen. Daar moeten we wel mensen hebben zitten die verstand hebben van vergunningsverleningen. Voorzitter, dus bijschakelen daar waar nodig en dat heeft de gemeente gedaan tijdens de coronacrisis. Voorzitter, volgens mij heb ik dan de meeste vragen beantwoord. 02:29:37
Voorzitter: Daar lijkt het inderdaad op, maar in ieder geval één vraag van de heer Been nog niet. 02:29:41
De heer Been: Twee zelfs. Sorry, Voorzitter. 02:29:43
De heer De Rook: De frictiekosten. 02:29:44
De heer Been: Dat is er eentje. Laten we daarmee beginnen. 02:29:48
De heer De Rook: Dat is scherp opgemerkt. De frictiekosten bij de specifieke bezuinigingsposten zijn verwerkt in die bezuinigingsposten. Die zijn dus op een aantal punten gemaakt. De bezuinigingen zijn dan met een bepaalde ingroei gemaakt. In het verschil daartussen zitten die frictiekosten en de algemene post is daarom niet
38
aangesproken. Ze waren nodig, alleen is dit op een andere manier geregistreerd. Je zou het ook anders kunnen doen, maar dat zal per saldo geen verschil uitmaken. 02:30:15
Voorzitter: De tweede vraag. 02:30:16
De heer Been: Dat was precies wat ik vermoedde, maar dan gaat het meer om de aankomende jaren. Ook voor '21 '22 en '23 is er een totaal van drie miljoen aan frictiekosten gereserveerd. Maar er zijn niet heel veel meer bezuinigingen over waar dat eventueel nog aan besteed zou kunnen worden, als ik in dat lijstje kijk. Dus ik vraag me af wat daarmee gebeurt. 02:30:37
De heer De Rook: Het is misschien wat vertekend. We hebben een heel pakket aan openstaande bezuinigingen. Er zijn er ook een aantal die nog structureel gerealiseerd moeten worden en daar zijn wel degelijk frictiekosten bij nodig. Het lijstje van 2020 dat niet gerealiseerd is, is niet ons volledige openstaande post aan bezuinigingen. Volgens mij is dit een terechte vraag, ook richting de richting de toekomst. We moeten dat weer even herijken en dat zal bij de begroting opnieuw moeten gebeuren. Ik vermoed dat wat nu voor de extra hervormingen van 2020 niet gerealiseerd is, niet het volledige overzicht van alle bezuinigingen is die de gemeente structureel zou moeten realiseren. Maar in algemene zin volg ik de redenering van de heer Been. 02:31:21
Voorzitter: Meneer Been. 02:31:22
De heer Been: Sorry er was nog één, Voorzitter. De accountant gaf aan dat je in de berekening van het benodigde weerstandsvermogen, nog eventueel rekening kan houden met het eigen vermogen van BV's, zoals BV Meerstad en straks ook de andere grondexploitaties. [Onhoorbaar] een optie. 02:31:39
De heer De Rook: Ik veronderstel dat dat ook hoort bij de herijking die richting het einde van het jaar moet plaatsvinden. Je betrekt het eigen vermogen ook bij de risicoprofielen. De risicoprofielen van de huidige en de nieuwe grondexploitaties zullen moeten leiden tot een herijking van het weerstandsvermogen waarin dit punt ook zou moeten worden in meegenomen. 02:32:00