10-11-2021, verslag gemeenteraad 15.30 uur - Topweer.pdf
Tekst van het document
geeft goed onderbouwd aan, kies nou alsjeblieft voor optie B en het wordt optie A. Een andere keuze is op zichzelf niet erg, maar de wijze waarop dat dan gebeurt, verdient niet de schoonheidsprijs. Of het verdwijnen van de drafsport. Het kan best een standpunt zijn, dat je niets meer wilt investeren in drafsport. Niet dat er heel veel geld in werd geïnvesteerd, maar dat kan een standpunt zijn. Als je ziet hoe dat proces gelopen is en dan heb ik het nog niet gehad over het rijtje Lagelandpolder, windmolens, Skaeve Huse, Aduarderdiepsterweg, Gerrit Krolbrug enzovoort, enzovoort, Voorzitter, dan zult u wellicht begrijpen dat ik wat verbaasd ben dat het college in de terugblik over die coalitieperiode daar niets over zegt. Begrijp me niet verkeerd, het gaat er niet om dat je een opvatting moet delen, omdat er bijvoorbeeld een petitie door duizenden mensen wordt getekend. Het gaat erom, dat inwoners moeten kunnen vertrouwen op de overheid, op de gemeente en dat er geen valse verwachtingen worden gewekt. Dat de gemeente zegt wat ze doet en doet wat ze zegt. Dat de gemeente een betrouwbare overheid is. Op dat vlak, Voorzitter – om het positief te formuleren – is verbetering mogelijk. Het begint wel bij dat je het moet willen zien. Dan moet je het ook willen en durven erkennen, juist als het om lastige afwegingen gaat.
Participatie met plannen, waarmee iedereen het wel eens is, dat gaat in de regel wel goed. Begrijp me ook niet verkeerd, het ligt niet alleen aan de rol van het college. Zeker niet. Het ligt ook vooral aan de gemeenteraad. Wij hebben een verantwoordelijkheid op dat vlak, richting onze inwoners. Wij vertegenwoordigen onze inwoners. Betrouwbaar zijn is één, je moet ook een raad zijn die durft in te grijpen, als er dingen niet goed gaan. Als er geconstateerd wordt, door onze eigen ombudsman, dat de gemeente onbehoorlijk heeft gehandeld en je grijpt dan vervolgens als gemeenteraad niet in, dan moet ik ook de vervelende conclusie trekken dat er op gebied van macht en tegenmacht ook nog het nodige te verbeteren valt. Dat de inwoners van de Gerrit Krolbrug ontzettend teleurgesteld zijn, kan ik heel goed begrijpen. Hoe je het ook wendt of keert, daar zijn door bepaalde partijen verwachtingen gewekt en laten we nu bijvoorbeeld bij een Oosterhamriktracé niet weer dezelfde fouten gaan maken. Het gaat er vandaag niet zozeer om wat er allemaal beter had gekund of had gemoeten en er zijn ook een heleboel dingen goed gegaan, maar die hoef ik niet te noemen. Die noemen partijen als de Partij van de Arbeid en GroenLinks allemaal al uitvoerig 02:18:49
Voorzitter: Dat gaat de heer Bushoff nu misschien ook wel even doen. 02:18:53
De heer Bushoff: Voorzitter, ik had een andere vraag. Op zich kan ik best wel een stuk meekomen in het betoog van de heer Bolle, dat participatie ontzettend belangrijk is. Ik hoor de heer Bolle ook wel zeggen dat dat niet altijd betekent, dat je mensen hun zin geeft. Echter, mijn vraag is wel: stel je voor dat je mensen niet hun zin geeft, dus dat mensen boos zijn, zou je dan alsnog een positief punt over participatie kunnen noemen? 02:19:23
De heer Bolle: Ik begrijp de vraag niet. 02:19:24
De heer Bushoff: Ik denk dat u zegt, een aantal beslissingen die we hebben genomen, waarbij elke keer de inwoners in dit geval iets anders wilden, dan dat er besloten werd. 40
Logisch dat mensen dan boos zijn, dat snap ik ook nog wel. Alleen ik kan me niet voorstellen, dat dan in al die gevallen per definitie de participatie slecht is gegaan. Ik denk dat ook in een heel aantal van die gevallen, die u noemde, participatie best goed ging, maar dat het zo zou kunnen zijn, dat mensen met de uitkomst ontevreden zijn. Dan zeg ik niet dat niet op een heel aantal vlakken participatie nog beter kan, maar is dat niet ook een kern van het verhaal? 02:19:56
De heer Bolle: Ja, dat zou wel kunnen, maar mijn fractie ... Ik heb natuurlijk ook de vraag gesteld, denk nu eens na over dingen waar het wel heel erg goed gegaan is – nu is het natuurlijk ook zo, dat je vaak de dingen die niet goed zijn gegaan, je beter herinnert, dus dat is ook een lastige – maar er kwamen er niet zoveel dingen bij ons naar boven. Misschien heeft de heer Bushoff zelf een voorbeeldje voor mij? 02:20:20
De heer Bushoff: Ik vind dat we bijvoorbeeld ook geleerd hebben van hoe het bij de Barkmolenstraat ging. Daar hebben we van geleerd, denk ik wel. Ik denk dat je uiteindelijk kan zien dat het daar best goed is gegaan en met de uitkomst ook. Het heeft even geduurd, voordat mensen tevreden waren, maar dat we nu zien dat het daar best wel goed gaat. Ik denk dat 02:20:37
De heer Bolle: De uitkomst dat die mensen daar nu wonen en dat uiteindelijk de inwoners eraan gewend zijn. Dat is denk ik waar, maar ik denk niet dat je bij de Barkmolenstraat kan zeggen dat dat vanaf meet af aan goed is gegaan. Het is goed gekomen, maar dat is denk ik wat anders, dan dat het goed is gegaan. 02:20:55
Voorzitter: Dat is vraag van de heer Bushoff hierover 02:20:58
De heer Bushoff: Het was meer dat ik best een aantal punten – dat was de uitnodiging, volgens mij – kan verzinnen. Ik vind dat bijvoorbeeld bij het Stadspark het helemaal niet zo slecht is gegaan, want mensen wisten al heel lang, waar ze aan toe waren. Ik denk dat er best wel wat punten zo zijn te verzinnen, waarvan ik denk die zijn wel goed gegaan. Het klopt wat u zegt, dat vooral de negatieve voorbeelden blijven hangen, maar zou dan de oproep niet moeten zijn, aan ons als raad: hoe zorgen we ervoor als raad, dat we participatie beter vormgeven en wanneer zouden wij als raad tevreden zijn met een goed participatieproces? Dat je daar dan wat betere kaders voor stelt. 02:21:29
De heer Bolle: Ja, maar dan ben ik toch niet duidelijk genoeg geweest, want het gaat niet alleen om het participatieproces. Het gaat er ook om dat je zegt wat je doet en dat je doet wat je zegt. Dat je van tevoren helder bent. Dat je zegt: ja, ik wil gewoon betaald parkeren invoeren en ik zit niet te wachten op inwoners daaromheen die dat niet willen, want het is mijn beleid en dat wil ik invoeren en daarom wals ik over dat vastgestelde punt vanuit het parkeerbeleid heen. Dat mag van mij, maar je moet niet de illusie wekken, dat je mensen invloed in hun directe leefomgeving wil geven en dat dan vervolgens niet doen, want mensen gaan daar doorheen prikken. In maart 2022 hebben we weer zo een duidingsdebat 41
en hebben we allemaal vervelende debatten gehad, omdat mensen super cynisch zijn, omdat mensen daar wel doorheen prikken. Mensen zien dat wel. Ze zien wel of het echt participatie is, of je echt de regie aan die inwoners wil geven over hun eigen leefomgeving, of dat dat een lulverhaaltje is. 02:22:30
Voorzitter: Meneer Bolle, ik kijk even naar de tijd en ik zie dat u nog twee vragenstellers heeft op dit punt. Meneer Brandsema heeft daar geen behoefte meer aan, zie ik, mevrouw Wijnja wel. Gaat uw gang. 02:22:38
Mevrouw Wijnja: Dank u wel, Voorzitter. Ja, kijk, op zichzelf vind ik het mooi dat het CDA hier met het verhaal komt – dat interpreteer ik maar even – dat ook heel erg gericht is op, waar zit nu het lerend vermogen en wat zouden we moeten doen. Toevallig voor mijn baan naast deze baan houd ik me altijd bezig met participatie en wat ik lastig vind in deze discussie is dat het een beetje wordt platgeslagen tussen wel of niet goed gegaan. Participatie, dat zijn processen, dat zijn levende dingen en daar moet je in leren. Als ik kijk naar hoe het de afgelopen periode bijvoorbeeld in de ontwikkeling van verschillende wijken is gegaan of de ruimtelijke ontwikkeling van bepaalde straten of de vergroening of de dorpsplannen in Ten Boer, dan zijn er ook een heleboel voorbeelden waar haakjes aan zitten, die we kunnen gebruiken voor het vervolg. Zou dan niet de oproep aan niet alleen het college en het volgende college en ook de raad moeten zijn, om vooral te zorgen dat we met elkaar blijven organiseren dat we dat lerend vermogen strak organiseren? Volgens mij heeft het college daar ook een aantal dingen over gezegd in een aantal voorbeelden die u noemt 02:23:44
Voorzitter: Ik denk dat de vraag wel helder is aan de heer Bolle of heeft u nog een tweede vraag? 02:23:48
Mevrouw Wijnja: Nee, dat was de vraag. Is het niet belangrijk om vooral daarop te focussen voor de toekomst? 02:23:55
De heer Bolle: Ja, natuurlijk is het belangrijk om ervoor te zorgen, dat je leert van je fouten en dat je het elke keer wat beter probeert te doen, maar ik heb ook geprobeerd – kennelijk niet helemaal in geslaagd dan – om het niet zo plat te slaan, omdat het niet alleen over dat participatieproces gaat. Het gaat er ook om of mensen je verhaal geloven en of je echt wezenlijk vindt, dat je mensen regie wil geven over hun eigen leefomgeving. Dat je er zo ingaat of je gaat met vastomlijnde plannen werken. Dat mag van mij ook alleen, dan moet je daar eerlijk over zijn en dan moet je dat zeggen. Er zijn ook mensen die zeggen: bij Skaeve Huse had je misschien wel beter kunnen zeggen, dit is de locatie, we gaan het hier doen en u kunt meepraten over de dingen die we kunnen doen om de risico's te beperken. Nu zijn die mensen een jaar lang bezig geweest en worden ook bepaalde verwachtingen gewekt en dan organiseren we met zijn allen – niet zozeer het college, maar ook de gemeenteraad – onze eigen teleurstellingen. 02:24:55
Voorzitter: Ik gun het u heel erg om ook nog even over te stappen op een ander punt, dat u 42
vast ook nog wil maken in uw woordvoering. Ja, oké, dan gaan we nog even naar mevrouw Wijnja en ook naar de heer Brandenbarg daarna. 02:25:06
Mevrouw Wijnja: Ik ben tot op zekere hoogte wel blij met de reactie van de heer Bolle, want dat is nu precies waar ik op doel. Onderdeel van je lerend vermogen kan ook zijn, dat je denkt, in casus A hebben we aan het begin dit gezegd, maar dat hadden we misschien beter iets strakker kunnen doen. Volgens mij is die reflectie er niet alleen bij het college, maar ook in de raad echt wel geweest de afgelopen periode. Dan hebben we toch de verantwoordelijkheid met zijn allen om ook dat soort dingen, blijvend in nieuwe plannen, ontwikkelingen, besluiten die genomen worden goed te doen en dat je op die manier door ontwikkelt. Dan hebben we het toch in grote lijnen eigenlijk wel over hetzelfde. 02:25:45
De heer Bolle: Ja, dan hebben we het over hetzelfde, maar wat gaan we dan anders doen? Dat zie ik namelijk niet. 02:25:52
Voorzitter: Ik denk dat dat wel voldoende is voor dit debat. Mevrouw Wijnja heeft het punt nog een keer gemaakt. Ik wil toch even door naar de heer Brandenbarg. 02:26:00
De heer Brandenbarg: Ja, want ik probeer het even uit dat proces te halen, want volgens mij zijn we het er allemaal over eens – in ieder geval in woord – dat je participatie goed moet doen. Alleen, ben ik wel benieuwd of het CDA een idee heeft, waarom dit dan steeds misgaat bij dit college of deze raad? Wat zit daarachter? Is dat een ... Nou ja, u kent onze analyse ook, een overheid die de inwoner als klant ziet. Wat is het voor het CDA? Is het een bestuurscultuur? Waar komt dit door en hoe zouden we dat dan kunnen aanpakken? 02:26:36
De heer Bolle: Ja, dat is inderdaad het lastige. Ik denk dat iedereen voor zichzelf na moet gaan hoe dat voor hem of haar zit op dat soort belangrijke punten. Hoe ze daar dan mee omgaan, als het lastig wordt? Durf je dan nog als gemeenteraadslid je onafhankelijk op te stellen en toch een andere keuze te maken dan het college, omdat je echt vindt dat het niet goed gegaan is. Of dat je de keuze maakt om te zeggen: dat het niet goed gegaan is, vind ik toch minder belangrijk, omdat ik het uiteindelijke doel van de beslissing daarboven stel. Ja, dat kan ook. Ik vind het lastig om te zeggen, dat ligt aan de bestuurscultuur, omdat we daar allemaal onderdeel van zijn. In ieder geval moeten we wel constateren dat – in ieder geval, dat doet mijn fractie – het de afgelopen jaren niet is opgelost en dat ik dus die noodzakelijke verandering op dat punt niet zie. Daarom kwam de heer Luhoff weer in mijn gedachten en ben ik het weer eens even terug gaan kijken. Daarom ben ik ook zo benieuwd hoe een nieuw college ermee omgaat, maar vooral ook hoe de lijsttrekkers en de partijen daarmee de verkiezingen ingaan, want het is makkelijk om te wijzen naar Den Haag voor het dalende vertrouwen in de overheid. Mijn appel hier is: laten we hier samen die verantwoordelijkheid nemen om hier in Groningen te proberen dat tij te keren. 02:28:10
Voorzitter: Ik denk dat uw oproep helder is overgekomen. Een hele korte vraag, alstublieft en ook een kort antwoord van de heer Bolle graag. 43
02:28:18
De heer Bushoff: Ja, Voorzitter. Kijk, doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Volgens mij is er een lijst te verzinnen met een aantal voorbeelden waar dat een keer fout is gegaan, maar is er een veel langere lijst te verzinnen van punten, waar het goed is gegaan, als je kijkt naar alle resultaten die zijn geboekt uit het coalitieakkoord. Dat vooraf en mijn vraag is: stel dat u – u noemde het al – straks in een nieuw college komt en het is aan u om vorm te geven aan dit vraagstuk, wat is dan het eerste wat u gaat doen en veranderen? 02:28:48
De heer Bolle: Voorzitter, het gaat er toch ook vooral om, dat je ook dingen wil verbeteren en je wil verbeteren. 02:28:54
De heer Bolle: Kijk, de heer Bushoff gaat hier elke keer staan en dan houdt hij het riedeltje schoonmaak en basisbanen. Elke keer weer. Hartstikke mooi dat dat gerealiseerd is en dat zijn speerpunten van de Partij van de Arbeid. Het gaat toch ook om de visie, waar wil je komen? Dit is de stip die we al bereikt hebben. Ja, dan ben ik misschien wat sneller ontevreden en dan wil ik naar het volgende toe. Daarom benoem ik de dingen die beter kunnen en heb ik het wat minder over de dingen die al goed gaan, want dat doen de coalitiepartijen al. Als wij in het college zouden komen, dan gaan wij dat natuurlijk niet in ons eentje doen. Het is namelijk niet een dingetje van één partij en daarom doe ik hier een appel. Wat je moet doen is volgens mij is daar op reguliere basis over spreken als college en als raad of misschien wel gezamenlijk. Dat moet je volgens mij organiseren en misschien ligt daar ook wel een taak voor de raad om dat te doen. Daar begint het volgens mij mee. Als je dat doet in plaats van te zeggen, maar er gaan meer dingen goed dan dat er fout gaan, want dan zijn we eigenlijk klaar. Volgens mij moeten we dat niet doen en moeten we juist proberen om het beter te maken. 02:30:04
Voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de woordvoerders van 100% Groningen. Wie mag ik als eerste het woord geven? Gaat uw gang, mevrouw Menger. 02:30:13
Mevrouw Menger: Voorzitter, ik blijf zitten, want ik heb pijn. Dank u wel, Voorzitter, we bespreken vandaag met elkaar voor de laatste keer de begroting van deze coalitie. Onze fractie wil allereerst alle betrokkenen bedanken die deel hebben gehad aan de totstandkoming van deze ontwerpbegroting. Ook al is het uw werk, desalniettemin: bedankt. De onderliggende gedachte, wat onze fractie betreft, is de volgende: dient dit de inwoners van de gemeente Groningen alleen op korte termijn of is het ook een goede beslissing voor de lange termijn? Wat ons betreft bekijk en pas je dit toe op elk onderwerp om zo tot een juiste beoordeling en beslissing te komen. Voor onze fractie zijn er een drietal onderwerpen die ik kort en specifiek bij langs wil gaan. Op het moment dat de leefomgeving van mensen in steeds ernstiger vorm bedreigd wordt, dan is mijn fractie van mening dat je als gemeente stevig moet kunnen en willen ingrijpen en dan heb je daar financiële armslag voor nodig. Hier volop in investeren, heeft onze voorkeur en steun. Gelet op de toename van jeugdcriminaliteit, ondermijnende criminaliteit, de zware criminaliteit en de verwevenheid van de onderwereld en de bovenwereld ontkom je niet aan zwaar inzetten op opsporingsmiddelen en intensiveren van benodigde onderzoeksmogelijkheden en 44
specialisten. Het doel is om de leefomgeving veilig en leefbaar te houden voor onze inwoners en dan geldt voor onze fractie de uitdrukking 'het doel heiligt de middelen' in de goede zin des woords. Daarom zien wij graag in alle wijken terugkeer van wijkagenten met spreekuren en daar waar nodig meer jeugdwijkagenten. 02:31:56
Voorzitter: Mevrouw Menger, zou u de microfoon iets dichterbij willen plaatsen, want ik krijg te horen dat het online niet zo goed te verstaan is. Dank u wel. 02:32:06
Mevrouw Menger: Ik herhaal even dat stukje. We zien graag in alle wijken terugkeer van wijkagenten met spreekuren en daar waar nodig meer jeugdwijkagenten. Deze vraag horen wij meer en meer van onze inwoners. De wijk- en jeugdagenten kennen de straat en de wijk. De straat en wijk kent hun. Er gaat een preventieve werking van uit en vroegsignalering vanwege de laagdrempeligheid en betrokkenheid. De key is dat het dichtbij is en wat ons betreft onontbeerlijk. Onze fractie is ook van mening dat onderwijs de basis is van ieders ontwikkeling. De wijze waarop het college dit prioriteert en vernieuwend bezig is, zoals onder andere de verlengde schooldag en inzet op ontwikkeling en educatie van juist de kinderen die het nodig hebben, zoals bijvoorbeeld de voorschoolse en vroegschoolse opvang – al eerder benoemd door de heer Rustebiel – vinden wij heel belangrijk. Investeren in de ontwikkeling van kinderen is wat ons betreft altijd de juiste keuze en het rendement is van grote waarde, zowel op korte als op langere termijn. Toegang tot de digitale onderwijswereld voor alle kinderen die naar het middelbaar onderwijs gaan en door omstandigheden geen beschikking hebben over deze middelen, maar door middel van gratis tablets kunnen blijven deelnemen en daar geen stress over hoeven te hebben en daarom dus volwaardig aan het onderwijs kunnen deelnemen, is belangrijk.
Dit had al onze steun en zal dat ook behouden zo lang als dit nodig is. Ik heb een specifieke vraag gesteld over de nieuwe inburgeringswet ingaande per één januari 2022 en er was vandaag op het nieuws een bericht over. Het betreft taalonderwijs, dat maakt daar deel van uit, en de gemeente gaat daar weer verantwoordelijk voor worden, dus dat heeft dan ook indirect te maken met de begroting. De wethouder had al aangegeven daar volgende week op terug te komen. Voorzitter, ik rond af. Tekorten bij onderwerpen, waarbij het gaat om kwetsbare doelgroepen die veelal in een afhankelijkheidspositie verkeren, baren ons grote zorgen, zoals bijvoorbeeld het WMO. Wij vinden juist dat deze doelgroep zoveel mogelijk gevrijwaard dient te zijn van ingrepen, waar zij de dupe van kunnen worden. Wij vragen ons dan ook af of de gemeente de contracten die ze afsluit met aanbieders goed inzichtelijk heeft, zicht heeft op de geldstromen en de methodiek voor rekening en verantwoording voldoende hanteert, wat onlosmakelijk weer verbonden is met begroten. Ook hier komen wij binnenkort op terug.
Tenslotte, Voorzitter, wij zijn en blijven kritisch ten aanzien van de begroting en vinden dat we voortdurend moeten streven naar een minder dure en minder arme gemeente en onszelf steeds de vraag moeten blijven stellen: is de doeltreffendheid en doelgerichtheid, die we beogen met het doen van investeringen en uitgaven, wel steeds het uitgangspunt? Mijn collega-raadslid zal dieper op het financiële deel ingaan. Dank u wel. 02:35:04
Voorzitter: Dank u wel. De heer Moerkerk. 45
02:35:20
De heer Moerkerk: Dank u, Voorzitter. Ik ben blij dat ik u te woord kan staan zonder enige ideologie of rigide denklijnen, die ik hier toch af en toe zie langskomen. Dat ik per probleem, wat zich voordoet in onze gemeente, u te woord kan staan met frisse en nieuwe gedachten, hoe één en ander op te lossen. 02:35:40
Voorzitter: Mevrouw De Wrede. 02:35:50
Mevrouw De Wrede: Dank u wel, Voorzitter. Ja, de heer Moerkerk begint met uiten, dat er hier sprake is van rigide denklijnen in de gemeenteraad. Met andere woorden, het is een beschuldiging, maar niet gespecificeerd aan iemand. Ik ben wel heel benieuwd wie hij dan precies bedoelt. Diegene kan er dan eventueel ook nog weer een antwoord op geven. 02:36:24
De heer Moerkerk: Nou, ik vind een paar partijen die elkaar clichématig de haren in vliegen, elkaar een beetje vliegjes afvangen, elkaar de complimenten geven, elkaar proberen te versterken en elkaars diamant oppoetsen voor de verkiezingen. Goed, ik wil niet te veel wijzen. Volgens mij hebben we een verkiezingsstrijd voor de boeg en gaan we dat nog een heleboel doen, dus spaar ik dat voor die periode. Ik proef hier wel die verkiezingskoorts en ik vind dat het debat over de begroting maar matig goed doen. Ik denk dat we de dialoog moeten voeren op basis van meer harde argumenten die we terug kunnen vinden in de begroting. Wat wij zien, is een aantal dingen die goed gaan. Ik laat even achterwege om dat benoemen – dat is wel genoeg gedaan – maar we zien verbeterpunten. Mijn fractie vindt het jammer dat voorliggende begroting weinig ambities kent. Er zijn zaken waar urgentie gevraagd is. Anderzijds is het ook weer zo dat een ambitievrije begroting, wat meer lucht geeft voor een nieuw college en nieuwe raad. 02:37:27
Voorzitter: Meneer Brandenbarg, had u een vraag aan de heer Moerkerk? 02:37:32
De heer Brandenbarg: Ja toch wel een beetje, Voorzitter, want degene die het hardst roepen dat ze geen ideologie hebben, zijn de grootste verdedigers van de heersende ideologie. Het is namelijk onmogelijk om stil te staan op een bewegende trein. Iedereen die zegt, ik heb geen ideologie, is een exponent van de huidige heersende ideologie, dus daar reken ik u dan ook maar toe. 02:37:49
De heer Moerkerk: Ik vind het een hele leuke en hele mooie kwalificatie. Ik leg dat naast mij neer. Ik deel uw mening hierover niet. Ik wil graag per probleem wat deze stad heeft, per probleem wat in een dorp leeft, kijken wat we kunnen doen en hoe we dat kunnen oplossen. Enkele aandachtspunten voor deze begroting. Het weerstandsvermogen dekt niet volledig de risico's die in Bv’s worden ondergebracht, zoals Meerstad. Het baart ons zorgen dat we ons daar voortdurend nog min of meer rijk rekenen. Het punt is een beetje dat rijk rekenen leidt tot een aantal zaken. Ik wil nu niet verder ruzie maken met de SP, maar de SP weet heel goed, waar het geld naartoe kan. Echter, de coalitie weet het ook al, want zij sorteert heel driftig voor op een nieuw muziekcentrum wat bijna een kwart miljard kost. Daarover dienen 46
wij een motie in, om daar het tempo van in ieder geval de uitgaven voor de voorbereidingen af te remmen. 02:38:42
Voorzitter: Meneer Bolle. 02:38:44
De heer Bolle: Voorzitter, zo een motie doet verder nog niets. Dat betekent niet dat die risico's die in Bv’s zijn gestald, dan beter worden gedekt. Waar is het amendement van 100 procent Groningen, waarin dat bedrag toegevoegd wordt aan het weerstandsvermogen? Dat is dan namelijk het harde argumenten, u wilt die risico's beter dekken en u maakt zich daar zorgen over. Echter, ik zie niet dat u dan vervolgens ook zegt, ik haal hier het geld weg en dat gebruik ik voor de risico-opslag. 02:39:13
De heer Moerkerk: We hebben nu geen motie ingediend om dat te wijzigen en om het weerstandsvermogen anders te becijferen, maar ik wil hier mijn zorgen uiten over dat we vinden, dat we er gezond qua weerstandsvermogen voor staan. Ik zeg dat dat volgens mijn fractie niet zo is, omdat een aantal zaken erbuiten gehouden worden en toch wel aanspraak maken op het weerstandsrisico zoals nu Meerstad doet met Noord voor het gebied waar zonnecollectoren gelegd worden. Die ruimte wordt hier nu gezien en daar wordt dan ook alvast een uitgavenpatroon bijgelegd en dat baart mij zorgen. Er ontstaan nieuwe prestigeobjecten en die hebben weerstandsvermogenruimte nodig en die zit volgens deze begroting in de begroting. Daarover dienen we een motie in, om die voorbereiding van het nieuwe muziekcentrum min of meer af te remmen. Eerst te wachten op een kadernota en niet alvast weer meer budget te alloceren om dat voor te bereiden. Verder maken we ons zorgen over de gemeentelijke lasten. Daar is ook al het een en ander over gezegd. Wij denken zelf dat de lasten in Nederland één van de hoogste zijn. We hopen dat een volgend college meer aandacht schenkt aan dat terug te brengen. Enkele oplossingen zijn: minder prestigeprojecten, misschien wat minder ambtenaren en wat minder bureaucratie. Op dat vlak denken we dat er nog veel op te pakken valt. Dank u, Voorzitter. 02:40:42
Voorzitter: Blijft u nog heel even staan voor een vraag van de heer Bolle in ieder geval. 02:40:47
De heer Bolle: Op welke prestigeprojecten doelt de heer Moerkerk dan? 02:40:51
De heer Moerkerk: Met name op het nieuwe muziekcentrum wat zich aandient en wat richting een kwart miljard zal moeten kosten. 02:40:59
Voorzitter: De heer Brandenbarg ook. 02:41:03
De heer Brandenbarg: Ja, dan toch maar even, want dan kiest de Stadspartij 02:41:06
De heer Moerkerk: 100% procent. 47
02:41:07
De heer Brandenbarg: Sorry. Ja, ik weet het tegenwoordig allemaal niet meer. 02:41:11
De heer Moerkerk: U mag ons mengen, dat is goed. 02:41:13
De heer Brandenbarg: Dan kiest 100 % er toch voor om die risico's af te dekken, dat geld dus op te potten en niet uit te geven aan belangrijke zaken die moet gebeuren op dit moment in de stad. Wat is daar dan niet ideologisch aan? Daar zit toch een visie en een keuze achter? Dat is toch niet puur pragmatisch? 02:41:29
De heer Moerkerk: In die zin wel dat, als er te veel geld wordt uitgegeven en het weerstandsvermogen blijkt ergens over vijf of tien jaar te weinig te zijn, dan zullen we de stad moeten confronteren met bezuiniging op allerlei vlakken. U weet 02:41:39
De heer Brandenbarg: Dat is toch ook een ideologische keuze, dat je dan automatisch moet bezuinigen? 02:41:43
De heer Moerkerk: U kunt alles ideologie noemen, maar als het huishoudpotje niet klopt en je gaat bezuinigen, dan is dat niet de ideologische keus. Het is gewoon een praktische keus, want je kan anders je boterham niet betalen, dus je moet ergens het geld vandaan halen. Ik zie dat los van ideologie. Goed, de definitie van ideologie kunnen we hier uitvechten, maar volgens mij dient dat dit debat niet. 02:42:02
Voorzitter: Dank. 02:42:02
De heer Moerkerk: Dank u, Voorzitter. 02:42:03
Voorzitter: Dan in de resterende spreektijd nu de heer Sijbolts. De heer Sijbolts van de Stadspartij voor alle duidelijkheid. Gaat uw gang. 02:42:32
De heer Sijbolts: Een krukje is inderdaad wel handig, want hij kan niet omhoog of naar beneden. Dank u, Voorzitter. Vandaag bespreken we de gemeentebegroting 2022 in een vorm die ik niet gehoopt had, dat nog nodig zou zijn. De maatregelen rondom corona maakt dat we de begrotingsbehandeling anders moeten doen, dan voor de coronacrisis. Wat mij betreft wel één van de belangrijkste vergaderingen van het jaar en dan is het vervelend voor alle fracties dat het niet kan plaatsvinden in de vorm, zoals we dat graag zouden willen, samen met je gehele fractie samen en collectief als raad, om onze rol als volksvertegenwoordiger optimaal te kunnen vervullen. 02:43:11
Voorzitter: De heer Bolle.
48
02:43:12
De heer Bolle: De heer Sijbolts, Voorzitter, zit daar toch met de gehele fractie en drie man en één vrouw heeft ook al het woord gehad, dus u komt wel heel erg aan bod op deze manier. 02:43:23
De heer Sijbolts: Ja, dat klopt en eigenlijk zitten wij er nu met zijn vieren, dus wat dat betreft is dat wel een vooruitgang, maar ik kan me voorstellen dat het groepsgevoel het collectieve gevoel van een gemeenteraad als Groningen bij een debat over een begroting toch liever anders had plaatsgevonden. 02:43:38
Voorzitter: Misschien mag ik dan toch even dat punt van orde maken. Het was bij griffie en uw voorzitter opgevat dat er nog steeds twee partijen zijn en dat dat pas later samen wordt gevoegd. Als dat anders is, dan hoor ik dat graag, want dan betekent dat iets voor het volgende debat. 02:43:51
De heer Sijbolts: Nee, Voorzitter, dat is correct, dus ik heb ook nog tien minuten, volgens mij. De samenleving is net als de politiek klaar met corona en voor veel mensen is de grens, en wat van hen verwacht mag worden, bereikt. We moeten daarom ook oppassen voor een tweedeling in de maatschappij, oppassen voor onverdraagzaamheid en uitsluiting. Ja, Voorzitter, wie had dat verwacht? Twee fracties van twee lokale partijen die elkaar in korte tijd hebben gevonden. Die samen vooruit hebben gekeken naar wat het beste is voor onze inwoners, ondernemers en verenigingen. Daar kwam voor een deel van de buitenwereld misschien wel een verrassende keuze uit voort, maar het toont wel aan dat als je samen ergens voor wil gaan, een gemeenschappelijk doel hebt en open en eerlijk met elkaar in gesprek gaat, met respect voor elkaars verschillen, je veel kunt bereiken. Voorzitter, dat brengt mij bij een voor ons belangrijk thema, waarbij de heer Bolle misschien al een deel van het gras voor mijn voeten heeft weggemaaid: inspraak, burgerparticipatie en samen met inwoners, ondernemers en verenigingen werken aan wijken en dorpen. Dat samengaat nog wel eens mis in onze ogen. Stadspark, de Drafbaan, Skaeve Huse, Gerrit Krolbrug, Lagelandpolder, zonneparken in Haren. De heer Bolle heeft ook een aantal zaken genoemd, waar ik mijzelf in herken en waar onze partijen zich in herkennen.
Dat zijn slechts een paar voorbeelden, waar het allesbehalve goed is gegaan. Wat ons betreft is één van de oorzaken, dat de uitkomst vooraf al vaststond. In die zin complimenten ook voor de uitgebreide beschouwingen op dit punt van het CDA, – wat ons betreft ook wel een nieuwe insteek van hen – en misschien sorteert de heer Bolle daarmee al voor op een soort fusie. 02:45:47
Voorzitter: Meneer Brandsema. 02:45:49
De heer Brandsema: Ja, dank u wel, Voorzitter. Er wordt nu weer de suggestie gewekt, alsof alles al in kannen en kruiken is en dan nog eens een keer participatie als vorm van afvinklijstje wordt opgesteld, maar waarop baseert de heer Sijbolts dat dat zo is? 02:46:03
De heer Sijbolts: Ik kom daar straks op terug, Voorzitter. 49
02:46:06
Voorzitter: Mag ik voorstellen om het debat van zojuist niet weer over te doen, dat lijkt me nu weinig toevoegen aan deze discussie. 02:46:12
De heer Sijbolts: Dan denk ik ook. Voorzitter, dan gaat het er niet om dat bewoners per se in de eerste plaats gelijk willen hebben of gelijk willen krijgen. Wat burgers wel willen, is gehoord worden en gezien worden en serieus genomen worden. Daarbij gaat het niet in eerste instantie om de goede argumenten. Het belangrijkste is de bereidheid om het standpunt van de ander uitgebreid naar boven te halen. De boodschap die we daarmee onder water uitzenden is simpel: ik vind jou belangrijk genoeg om naar jouw standpunten te luisteren. Vaste regels, paden en structuren lopen na verloop van tijd vast, wanneer we niet meebewegen met de veranderende samenleving. Nelson Mandela zei daarover ooit: "Loslaten betekent niet dat ik hem smeer. Het is het besef dat ik de ander ruimte geef. Loslaten in vertrouwen, maar niet loslaten van vertrouwen". We moeten elkaar ruimte geven voor nieuwe initiatieven en ervoor zorgen dat bewoners hierover kunnen meepraten, zodat er een breed draagvlak in buurten, wijken en dorpen gevonden kan worden. Die opdracht geven wij ons zelf mee richting 2022. Voorzitter, de voorliggende begroting is de laatste van dit college, de eerste van deze wethouder van Financiën die meteen met een nieuwe opzet mocht gaan werken. Dat zal een flinke opgave zijn geweest, maar alles bij elkaar is dat best gelukt. Dat is bij hem ook wel in goede handen.
Dank daarvoor ook aan de ambtelijke organisatie. Ook is dit de laatste begroting die door deze gemeenteraad wordt vastgesteld. Volgend jaar zijn er immers gemeenteraadsverkiezingen en logischerwijs past dan terughoudendheid, want we moeten geen hypotheek nemen op de toekomst. Dat zien we dan ook terug in de – ik had gezegd vele, maar dat valt relatief gezien nog wel mee – moties en amendementen, die vooral vaak om een onderzoek vragen. Daarmee laat de gemeenteraad ook zien een niet al te grote hypotheek op de toekomst te willen nemen. Dat is ook wel noodzakelijk, want de gemeente Groningen kent nog steeds een kwetsbare financiële situatie en daarom is het ook goed dat het college natuurlijk al in de voorjaarsbrief aankondigde, geen nieuwe ambities op te nemen in deze begroting. De Stadspartij maakt zich nog steeds zorgen over de schuldpositie van de gemeente Groningen – ik ga dat hele verhaal niet weer herhalen, want dat heb ik al vaak genoeg gedaan – Voorzitter, die financiële situatie is wel sinds ik in deze raad zit al broos. De vooruitgang en investeringen, waar een aantal partijen vandaag trots op zijn, hebben een keerzijde, want met plakken wortels kan je die ambities nu eenmaal niet betalen.
Wij vinden ook dat je je ambities uit het juiste potje moet betalen en daarom dienen wij dus een motie in met 100% Groningen, VVD, CDA en PVV om de dagelijkse kosten, zoals fietsstewards, handhaving en beheerskosten niet te laten drukken op het SIF, maar te dekken uit het operationele deel van de programmabegroting. Wij zien nog steeds dat grote projecten koste wat het kost door moeten blijven gaan. Bij het laatste voorjaarsdebat heb ik al eens een rijtje opgesomd dat samen optelde tot 300 miljoen en dat was slechts het korte rijtje. Daartegenover zien wij ook lokale lasten, zoals OZB, parkeertarieven en nu ook weer horeca-leges, stijgen, terwijl wij tegelijkertijd één van de duurste en armste gemeenten van Nederland zijn. De geprezen vooruitgang gaat in onze ogen gepaard met een achteruitgang van het besteedbare inkomen van onze inwoners, ondernemers en verenigingen. Dat is zeker met de constatering van het college, die stelt dat de financiële positie van onze gemeente nog niet rooskleurig te 50
noemen valt, zorgwekkend. De zwaarste lasten liggende steeds meer bij inwoners, ondernemers en verenigingen en dus niet bij de sterkste schouders. De sterkste schouders dragen wellicht de zwaarste lasten, maar de vraag is of bij het verhogen van al die zware lasten de schouders ook sterker worden. Duidelijk was, is en blijft dat de Stadspartij andere keuzen had gemaakt, waarbij haalbaar en betaalbaar voor onze inwoners, ondernemers en verenigingen het uitgangspunt is. Verantwoord begroten dus 02:50:34
Voorzitter: Mevrouw Wijnja heeft een vraag. 02:50:36
Mevrouw Wijnja: Dank u wel, Voorzitter. Nu, op zichzelf is het wel bekend en logisch dat de Stadspartij andere keuzen zou maken, dan bijvoorbeeld mijn partij. Ziet de Stadspartij dan ook, dat we een enorme opgave in deze gemeente hebben als het gaat om mensen die in armoede leven, om mensen die in de bijstand zitten en die niet mee kunnen komen en mensen die het slachtoffer worden van energiearmoede. Is het dan niet zo dat wij ook vinden in deze gemeente, dat mensen recht hebben op hulp, als ze die moeten krijgen en dat we dat zelf moeten betalen? Zijn dat dan geen keuzes, waarvan de Stadspartij zegt: ja, die moeten we dan maken en dan moet de rekening ergens liggen. Als je dan moet kiezen, dan leg je deze toch neer bij de mensen die het beter hebben in deze gemeente en niet bij de mensen die eigenlijk al niet mee kunnen komen? 02:51:30
De heer Sijbolts: Uw eerste deel van uw interruptie deel ik, alleen de conclusie niet. In elk geval niet in de uitvoering en hoe we dan het geld besteden. Dan zijn wij namelijk op een gegeven moment op het moment, dat we denken: we hebben een aantal grote projecten, zoals nieuwbouw Oosterpoort 221 miljoen, nieuwbouw Vrijdag 37 miljoen, tien miljoen extra om de binnenstadsplannen te dekken .... Ja, de sterkste schouders dragen zwaarste lasten, maar op een gegeven moment zou je ook als gemeente, als college of als raad een keuze kunnen maken om dan iets in je ambities te snijden, zodat je niet enkel en alleen eenzijdig die rekening neerlegt bij de huizenbezitter en bij de ondernemers. Die balans is wat ons betreft wel heel erg zoekgeraakt de laatste jaren. 02:52:20
Voorzitter: Mevrouw Wijnja. 02:52:22
Mevrouw Wijnja: Voorzitter, de heer Sijbolts weet toch ook wel dat de gemeente maar heel beperkt controle heeft op het geld wat je binnenkrijgt. We zijn voor een groot deel afhankelijk van het Rijk. Dan zien we de afgelopen jaren, dat we veertig miljoen per jaar daarop moeten bijleggen en dan heb je nog niet eens echt iets gedaan. Dat is toch een heel relevant onderdeel van dit verhaal en dan is het toch niet fair om alleen maar te komen met een aantal andere voorbeelden, maar over te slaan, wat het fundament is onder het financiële probleem van deze gemeente? 02:52:53
De heer Sijbolts: Ja, als u dan spreekt over het Rijk dat te weinig geld geeft voor een aantal zaken die wij moeten oplossen, dan heeft u gelijk. Echter, dan vragen wij ons nog steeds af ... We weten dat het Rijk niet voldoende over de brug komt, dan zul je op een gegeven 51
moment keuzen moeten maken en wij hadden die keuzen dan anders gemaakt of in elk geval de lasten beter verdeeld en op een andere manier dan de keuze die u daarin maakt. Goed, ook dat is een politieke afweging en die discussie hebben we vaker gevoerd. We zien natuurlijk ook wel lichtpuntjes. Kleine lichtpuntjes, het tekort op de BUIG-compensatie is teruggelopen en meer mensen kunnen aan het werk, waardoor dit minder zwaar leunt op de gemeentelijke begroting. Voorzitter, ik weet niet hoeveel tijd ik nog heb? 02:53:36
Voorzitter: Ik zie het nu ook even niet in beeld, maar het zal niet veel meer dan een minuut zijn. 02:53:41
De heer Sijbolts: Nu, zal ik het hier dan eerst maar bij laten. 02:53:47
Voorzitter: Dank voor deze woordvoering en uw reactie op de vragen die u gesteld zijn. Dan gaan we nu naar de voorlaatste partij en dat is Student en Stad, de heer Bosch. 02:54:17
De heer Bosch: Ja, Voorzitter, dank u wel. Dank u wel om hier te staan en om het te hebben over de laatste begroting van dit college. Daarbij wil ik ook eventjes, net als veel partijen al hebben gedaan, terugkijken naar wat er afgelopen drieënhalf jaar gebeurd is. Dat zal ik kort houden, want wij hebben ook een heel aantal voorstellen, moties en amendementen die wij op dit moment gaan indienen. Als wij kort terugkijken, naar wat er afgelopen periode gebeurd is, dan zien we dat we de grote lijnen, die het college heeft uitgezet, heel erg goed hebben kunnen volgen. Onze gemeente is groener geworden, is duurzamer geworden, is eerlijker geworden en we hebben ingezet op meer levendigheid bijvoorbeeld in het Stadspark. Wat doet een partij met één zetel, Student en Stad, met een raadslidmaatschap wat je op opdeelt, dan wanneer je het in grote lijnen eens bent met de lijn die het college uitzet? Nou, wat ons betreft zijn dat dan kleine zaken – het mooie van de lokale politiek is nu juist dat je dicht bij inwoners staat –bijsturen en er zijn voor de inwoners die dicht bij je zijn en wat je meekrijgt uit je omgeving. Precies dat is wat wij ook nu bij deze begroting willen gaan doen.
Er zijn er een hele hoop voorstellen die wij hebben ingediend en die ga ik rustig langslopen in deze volgorde: eerst huren, dan individuele studietoeslag, vervolgens over de noordelijke economie en af sluiten met onze prachtige nachtcultuur. Om dan te beginnen met huren, want dat is een enorm probleem in ons land en ook vooral in Groningen en dat zie je overal terug. Onderzoeken waaruit blijkt dat een gemiddelde student bijna tachtig euro per maand te veel betaalt aan zijn verhuurder. Dat betekent dus dat er jaarlijks duizend euro te veel gaat van een huurder naar een verhuurder en dat zijn zaken die in onze gemeente heel erg veel mensen pijn doen. Het is ontzettend goed om te zien dat, in deze beleidsarme begroting, het college toch inzet om die misstanden aan te gaan. Zo gaat er 325.000 euro structureel naar een pandbrigade en gaat er ook 850.000 euro in twee jaar als extra impuls naar het tegengaan van deze misstanden en het aanpakken van de 'verkeerde verhuurders' die we in onze gemeente hebben. Wat wij dan echter niet zo goed begrijpen, is dat wanneer er iets misgaat en we proactief als gemeente daarop afgaan, dat daar nu heel veel geld voor vrijgemaakt wordt, maar wanneer huurders zélf hun verhuurder willen aanpakken en daarom ondersteund willen worden door het Steunpunt Huren dat daar heel 52
erg weinig geld voor beschikbaar is. Op dit moment is dat 32.000 euro. Dat is niet eens een halve fte en daarin moeten we op gaan lossen, dat 40.000 huurders ondersteund kunnen worden op het moment dat zij iets willen aanpakken tegen hun verhuurder. Dat is te weinig en wij nemen geen genoegen met de toezegging die we al hebben gekregen in de commissie, dat er eventueel als er een tekort is, verder gekeken kan worden. Daarom dienen we hier ook een amendement voor in, maar we staan wel open voor eventueel een verdere toezegging, waarin we echt gaan kijken naar meer fte richting het Steunpunt Huren. Ik ben echter nog niet klaar over huren. Het gaat ook over studentenkamers die omgezet worden naar studio's en dat gaat enorm hard in onze gemeente. In 2020 zijn er 242 woningen omgezet en die zijn omgezet naar studio's; naar kale plekken, waar je niet samen kan wonen met je huisgenoten. Dat is dus niet alleen dat je je leuke gezellige studentenhuis verliest, maar dat is ook dat het interieur gesloopt wordt en dat je sociale cohesie teruggeschroefd wordt. Daarom zijn we ook heel erg blij dat we, samen met onder andere de Partij van de Arbeid, een motie kunnen indienen om niet alleen de toezegging die we in het voorjaarsdebat hebben gekregen uit te breiden, maar ook echt concreet te gaan kijken, hoe we nu dat ombouwen kunnen stoppen. 02:58:49
Voorzitter: Mevrouw Jacobs. 02:58:50
Mevrouw Jacobs: Dank u wel, Voorzitter. Meneer Bosch, ziet u ook een relatie tot de onttrekkingsvergunning dat het ombouwen van kamers naar studio's een enorme vlucht heeft genomen? 02:59:05
De heer Bosch: Die relatie zou je kunnen leggen. Wij zijn altijd kritisch geweest op de omzettingsvergunning, zoals die tegenwoordig heet, waardoor wij zeggen: ja, dan betekent het dus dat je netto geen studentenhuizen meer kan toevoegen, omdat je niet meer panden kan onttrekken uit de markt. Wij zijn er altijd voorstander geweest om dan te kijken naar, als we dan het aantal studentenhuizen in Groningen – in een studentenstad als Groningen, waar steeds meer studenten komen – dan niet kunnen laten toenemen, laten we dan in ieder geval zorgen dat het niet afneemt. In 2020 is het met bijna 1.000 woningen afgenomen, dus het mes snijdt aan twee kanten de verkeerde kant op, wat ons betreft. Ik wilde het echter niet alleen over huren hebben, ook over de individuele studietoeslag. Een ontzettend belangrijke toeslag voor studenten met een chronisch medische beperking. Ja, ik kan hier heel lang over praten, maar het doet mij heel erg goed dat er zoveel partijen zijn die op dit moment dit voorstel steunen en dat het college een plan gaat uitwerken om dit gelijk te trekken voor alle studenten hier in Groningen. Het is namelijk niet zo dat je huur lager is op het moment dat je 18 bent, dan als je 21 bent. Dan over de noordelijke economie.
Wij hadden deze motie niet op de planning staan, maar hebben we toch, naar aanleiding van wat de wethouder heeft gezegd vorige week tijdens de commissie, ingediend. Daar werd namelijk een onderzoek aangehaald uit 2011, waarin staat: er is geen braindrain; onder de streep blijven er meer theoretisch geschoolden mensen over in Nederland. Dat klopt. Dat onderzoek is ook goed uitgevoerd. Net als in bijna iedere stad is dat zo, dat dat naarmate de leeftijd iets oploopt. Echter, mijn wel gewaardeerde fractiegenoot Nienke – zij gaat helaas binnenkort stoppen bij Student en Stad, maar heeft wel heel erg lang heel erg veel goed 53
werk voor onze partij verzet – is nog even de literatuur in gedoken en zij heeft daar heel veel over gevonden. Onder andere dat er superveel studenten vertrekken uit onze stad en dat we totaal niet in zicht hebben, waarom precies. Een onderzoek uit 2012 haalt letterlijk aan, van *Arjan Etsis*: "Tot op heden is onvoldoende zicht op blijf- en vertrekmotieven. Deze vraag dient als input voor vervolgonderzoek". Voordat wij als raad daar iets over kunnen zeggen in de toekomst, moeten we eerst weten wat de redenen zijn dat er zoveel studenten na hun studententijd vertrekken. Daarom zouden we graag zien dat het college samen met de kennisinstellingen inzet op de vraag om dit onderzoek uit te voeren. 03:01:40
Voorzitter: Meneer Sijbolts. 03:01:42
De heer Sijbolts: Voorzitter, zou het ook zo kunnen zijn dat studenten hier komen studeren, omdat ze op andere plekken in het land geen studieplek kunnen krijgen of dat ze graag terug willen naar – ik wilde zeggen hun land van herkomst, dat soms ook, want we hebben ook veel buitenlandse studenten. Die komen hier studeren om de kennis die ze hier opdoen in hun land toe te passen – er zijn waarschijnlijk ook studenten die misschien uit Zeeland komen en denken: ik ga gezellig in Groningen studeren, een leuke en geweldige tijd, geen sluitingstijden – nu eventjes wel – en dan graag weer in Zeeland aan de slag gaan om ervoor te zorgen dat daar braindrain gaat plaatsvinden. Zou dat ook een uitkomst kunnen zijn? 03:02:18
De heer Bosch: Zeker, zeker, dat zou een uitkomst kunnen zijn. Het zou kunnen dat er een soort mythe is ontstaan bij studenten, dat ze denken dat hij hier helemaal geen banen zijn. Het zou kunnen, dat er zoveel mensen vertrekken dat ze al hun vrienden zien vertrekken en daarom vinden dat ze ook moeten vertrekken. Er zijn heel veel verschillende mogelijkheden mogelijk. Mochten wij echter als raad de mogelijkheid willen hebben om daarop te kunnen sturen, moeten we weten wat in belangrijke mate effect daarop heeft. Precies, dat is waar deze motie tot oproept. 03:02:50
Voorzitter: Ik moet even kiezen, sorry. De heer Brandenbarg eerst en dan de heer Bolle. 03:02:54
De heer Brandenbarg: Dank, Voorzitter. Ja, ik ben zoekende naar, wat het probleem is dat hieronder ligt, dat zo een onderzoek moet oplossen. Waarom moeten al die studenten hier blijven? 03:03:06
De heer Bosch: Nou, ja, dat is een vraag die je kunt stellen en daarover kun je van mening verschillen. Wij zijn van mening dat de ontzettend grote hoeveelheden studenten die hier in Groningen studeren een toegevoegde waarde hebben, uiteraard nadat ze hun studie hebben afgerond, voor onze noordelijke economie. Wij willen graag die economie versterken en daarom zien we graag dat er zo veel mogelijk mensen blijven. Als u zegt, laat ze allemaal maar verdwijnen, dat is ook een mogelijkheid, maar laten we eerst in kaart brengen waarom ze niet willen blijven.
54
03:03:34
De heer Brandenbarg: Dat is natuurlijk niet wat ik zei. Ik vroeg: wat is de analyse van Student en Stad, waarom dit een probleem is voor de Groningse samenleving, dat we daar nu iets mee moeten? Kijk, ik ben het direct met u eens dat we veel meer werk moeten hebben voor mbo'ers, voor mensen met een vakopleiding, maar volgens mij is dat niet wat u bedoelt of wel? 03:03:55
De heer Bosch: Bij uw laatste vraag, sluit ik me ook aan; absoluut moet er meer werk komen, ook voor die groep mensen. Natuurlijk. 03:04:03
Voorzitter: Meneer Bolle. 03:04:04
De heer Bolle: Voorzitter, het is toch niet zo dat er uiteindelijk per saldo – en het gaat dan even over de hoger opgeleiden – dat er per saldo meer hoger opgeleiden weggaan, dan dat er hier achterblijven? Ze komen hier studeren en een deel daarvan blijft hier wonen. Per saldo blijven er hier toch meer achter, dan voordat er iemand ging studeren? Als er tien mensen komen studeren en er blijven er drie achter en er gaan er weer zeven weg, dan hoorde ik de heer Bosch zeggen: ja, dat is een braindrain. Nee, er zijn er drie die blijven en dat is toch juist een toevoeging? 03:04:36
De heer Bosch: Ja, Voorzitter en precies zo begon ik mijn betoog ook. Ik heb geen zin in een semantische discussie over wat nu wel of niet een braindrain is. Het onderzoek uit 2011, wat de wethouder eerder aanhaalde, klopt ook gewoon. Het gaat ons erom dat tussen de 63 en de 70 procent – net afhankelijk van hoe je het meet – van de studenten uit de stad weer verdwijnt en dat we op dit moment niet de kennis hebben, wat precies die beweegredenen zijn. Wij zouden graag in zijn totaliteit kijken of je dat kunt vergroten. Of je meer kenniseconomie of een grotere economie in de noordelijke regio kan bewerkstelligen? Dat kan, als er meer mensen na hun studie hier blijven. 03:05:16
Voorzitter: De heer Brandsema. 03:05:18
De heer Brandsema: Ja, misschien nog als laatste aanvullende vraag: is het dan nu zo, Voorzitter, dat als die studenten wel zou blijven, dat er ook allemaal werk voor is? Is er nu dus een probleem dat vacatures niet vervuld kunnen worden? Dat is, denk ik, de onderliggende vraag: zijn er nu allerlei vacatures niet vervuld kunnen worden of hebben we geen werk voor ze, als al die studenten allemaal maar blijven en is het gewoon een natuurlijke balans in wat komt en wat weer vertrekt? 03:05:47
De heer Bosch: Ja, er zijn veel vacatures die niet vervuld kunnen worden en daarnaast is het zo dat als er veel mensen werk zoeken op een plek, dat je dan je economie versterkt. Als er dus meer mensen blijven, versterken wij onze economie. Zo simpel is het. Ik wil graag, Voorzitter, de laatste minuut van mijn spreektijd nog gebruiken voor, zeker niet het minst onbelangrijke onderwerp wat ik hier vanavond wil aangaan, en dat is namelijk onze 55
fantastische nachtcultuur. Dat is een plek waar je kan ontladen, een plek waar je kan opladen, waar je jezelf kan zijn, waar je liefde, lust, woede of geluk kan voelen, zoals nergens anders. Te vaak vind ik dat wij als politiek te weinig waarde hechten aan het belang van een fantastische nachtcultuur. Omwille van de tijd zal ik kort houden, wat wij er graag mee willen. Allereerst zien wij graag een nachtvisie die specifiek ingaat op alle verschillende thema's die er zijn op de veiligheid binnen de gemeente Groningen en binnen onze nachtcultuur. Er speelt daar ontzettend veel en misschien kan ik de burgemeester vragen om nog eventjes te reflecteren op de plannen van de nachtraad, onder andere over een nachtstadhuis en de trainingen van het barpersoneel en wat de nachtraad graag zou willen doen. Dat zijn zaken die terug kunnen komen in die nachtvisie en daarom hoop ik ook ten zeerste dat we dit kunnen schrijven. Echt tot slot, Voorzitter, onze nachtcultuur is een monocultuur geworden. Laten we onderzoeken of we dat diverser kunnen maken. 03:07:19
Voorzitter: Bij monocultuur blijvende, gaan we even naar mevrouw De Wrede. 03:07:23
Mevrouw De Wrede: Ja, monocultuur, dan lust ik er nog wel een paar. Even over die nachtcultuur. Ik heb zelf buitengewoon – en misschien stiekem ook wel een beetje te veel – genoten van de nachtcultuur hier in Groningen. Dat is inderdaad alweer een aantal jaartjes geleden. Ja, toen was er geen huis van de nacht en zo. Het is niet zozeer dat ik nu tegen uw voorstel ben, maar bent u niet bang, dat als we die nachtcultuur helemaal gaan regelen en allerlei opvang organiseren en dat soort zaken, dat we ook een beetje die romantiek van dat nachtleven weghalen? 03:08:07
De heer Bosch: Voorzitter, ik denk niet dat de Partij van de Dieren nu suggereert ... Ik kan me haast niet voorstellen, dat als we de nacht veiliger en leuker voor iedereen maken, dat we dan 'de romantiek' van de nacht laten verdwijnen. Volgens mij is het juist heel goed om het veel veiliger en leuker te maken en dat voor iedereen die romantiek er is. Dit zo ontzettend nodig. Onlangs onderzoek, één op de negen studentes in Groningen of in Nederland wordt verkracht tijdens haar studententijd. Het zijn echt immense cijfers. Daarom dank voor uw vraag om nog een keer te benadrukken dat het noodzaak is om hier uitgebreid op te kunnen sturen als raad. 03:08:44
Voorzitter: Ik ga nog één vraag toestaan. Ik zag een aantal vingers zojuist of zijn die allemaal verdwenen bij deze? Meneer Sijbolts, een korte vraag. 03:08:54
De heer Sijbolts: Dank Voorzitter, het gaat over de motie, ik wil iets anders. Op zich is het inderdaad jammer en dat deel ik ook dat een aantal uitgaansgelegenheden er niet meer zijn, bijvoorbeeld Technohouse. U omschrijft dat in die motie. Alleen, ik vraag me af of wij dat als politiek kunnen oplossen, waarbij natuurlijk ook de vraag zit, is er dan wel voldoende vraag naar dit soort panden, waar deze muziek draait? 03:09:19
De heer Bosch: Ja, dank voor de vraag. Jazeker, het enige verschil tussen die cultuur die is verdwenen en de cultuur die er nu nog is, is dat de één veel meer geld opbrengt. Er zijn heel 56
veel mensen die graag naar een liveband zouden willen gaan of naar een jazzvoorstelling, alleen zij geven nu eenmaal wat minder geld uit, dan wat je misschien uitgeeft in de plaatselijke horeca, die nu in de Poelestraat of Peperstraat te vinden is. Wat ons betreft zou een diverse nachtcultuur niet af moet hangen van hoeveel geld je ermee verdient, maar zou je moeten kijken hoe je onze fantastische nachtcultuur voor iedereen leuk kan houden en daarom dit voorstel. 03:09:55
Voorzitter: Dank. Meneer Van Kesteren, mag ik u vragen om het woord voeren over de begroting? 03:10:01
De heer Van Kesteren: Dank u wel, Voorzitter. Voorzitter, het gaat over de begroting. Er is in de commissies ook al veel gewisseld. Een aantal partijen hebben ook mooie voorbeelden gegeven, daarover later meer. Voorzitter, de PVV-fractie verschilt met veel politieke partijen – en wellicht ook bestuurders – van inzicht over de definiëring van duurzaamheid. Dit pleidooi is dan ook een verzoek aan een deel van het college en van de raad om weer terug te keren naar meer realisme in het beleid. Gelukkig zijn er nog een flink aantal partijen in deze raad, die nog wel over een gezonde dosis realiteitszin beschikken. De heer Bolle en de heer Sijbolts hebben daar ook al het nodige over gezegd. Voorzitter, dan zijn er bepaalde partijen – en dan noem ik even mijn droomcoalitie van straks – dat is het CDA en dan wel met Bolle, 100% Groningen, Stadspartij, uiteraard de PVV, maar ook de PvdA, mits zij weer terugkeren en aandacht gaan krijgen voor de gewone man. Misschien zelfs wel de SP, maar dan wel met een vleug minder marxisme. Tot zover, maar ik ga verder 03:11:31
De heer Brandenbarg: Voorzitter? 03:11:31
Voorzitter: Nee, nog niet, want de heer Brandenbarg wil daarop reageren. 03:11:33
De heer Brandenbarg: Laat ik heel helder zijn, de SP zal nooit, maar dan ook echt nooit met de PVV in een coalitie zitten. 03:11:39
De heer Van Kesteren: Dan is dat duidelijk, dan kunnen we die meteen wegstrepen. Waarvan akte. 03:11:42
Voorzitter: Zullen we dit na maart beweren? 03:11:46
De heer Van Kesteren: Ik houd wel van duidelijkheid, Voorzitter. Dat kan ik de SP niet ontzeggen, maar goed. Een pleidooi voor het bedrijven van pragmatische politiek op basis van sociaaleconomisch en sociaal-maatschappelijk haalbare thema's, de kernwaarden en de kerntaken van een gemeente, daar zouden we ons toe moeten beperken. Stel dit beleid zou leiden tot een welvarend bestaan voor onze inwoners. Dat is voor de PVV nu echt streven naar duurzaamheid, Voorzitter, want die duurzaamheid loopt als een letterlijke rode draad door al het beleid heen. De afgelopen periode heeft mij dat wel een beetje geïrriteerd. Ik 57
noemde ook zo net de VVD niet. Een liberale VVD hoort daar ook bij. Dat was ik even vergeten. Voorzitter, duurzaamheid, klimaatverandering, energietransitie en duurzame energie. Het lijkt hier nergens anders meer over te gaan, het gaat alleen maar hierover. Het is een trend in de politiek en zelfs in de media, een politiek correct klimaatdiscour met bijna – zou ik haast zeggen – religieuze trekjes. Groene symboolpolitiek, waar velen van ons zich goed bij voelen, omdat politiek en media ons dag in dag uit voorhouden dat het voor Groningen en de wereld goed is, dat we overstappen van fossiel naar zon, wind, biomassa en waterstof, uiteraard zonder kernenergie! Ik zeg er maar voor de zekerheid even bij voor de veiligheid in Zeeland. Kernenergie in Zeeland, daar mag je het niet over hebben. 03:13:32
Voorzitter: Iets anders dan mevrouw De Wrede, waar u het wel over wil hebben. 03:13:35
De heer Van Kesteren: Interruptie; hartstikke mooi, Voorzitter. 03:13:37
Mevrouw De Wrede: Ja, ik ben wel een beetje verdrietig, dat wij niet behoren tot de droomcoalitie van de PVV, maar goed, daar wil ik het nu verder niet over hebben. U heeft het over klimaatbeleid hier in de gemeente, dat kenmerken zou hebben van religieuze trekjes. Nu is een kenmerk van religie, volgens mij, dat het er juist om draait dat het een geloof is. Dat je iets gelooft, zonder dat je dat hard kunt maken met wetenschappelijke instrumenten. Een vrij duidelijk kenmerk van de klimaatcrisis is dat het niet alleen wetenschappelijk te bewijzen is dat het klimaat verandert door menselijk toedoen, maar dat we daar deze zomer ook wel hele harde bewijzen voor hebben gezien. Bent u het met mij eens dat de klimaatcrisis en de aanpak daarvan helemaal niet religieus is, maar keihard noodzakelijk? 03:14:36
De heer Van Kesteren: Ja, Voorzitter, om te beginnen is bij de beesten af, als de Partij voor de Dieren niet in een coalities zou komen. Voor de sjeu vind ik daar wel wat voor te zeggen ... Voorzitter, maar het is inderdaad een geloof. Vandaar ook die motie die wij indienen elke maand. Die dient ertoe om de raad en bestuurders mee te nemen in dat er ook nog andere wetenschappers zijn en dat er ook nog andere standpunten zijn, die berusten op feiten en dat dat geloof toch wel een beetje onder druk komt, maar ik kom daar later nog een beetje meer op terug. Is dat goed? Bedankt, dan gaan we weer verder. Voorzitter, elke vorm van scepsis en kritiek of ruimte voor nuance is wel haast onmogelijk gebleken. Het klimaat verandert, het klimaat warmt op en de CO2-uitstoot is daarbij één van de meest belangrijke oorzaken. Het einde der tijden is nabij, tenzij we honderden miljoenen euro's gaan investeren in duurzaamheid. Voorzitter, de verkeerde duurzaamheid, zegt mijn fractie. Zeker, als je daarbij aantekent dat menig Gronings gezin nu al grote moeite heeft om de eindjes aan elkaar te knopen. Steeds hoger wordende lasten en deze duurzaamheidsmissie heeft al geleid tot minstens een verdubbeling van de maandelijkse energienota en dat, Voorzitter is inmiddels een keiharde werkelijkheid geworden voor een groot deel van onze inwoners.
Geloof gerust dat de aarde opwarmt, geloof ook dat de mens daar deels schuld aan heeft, maar geloof nooit dat de mens het kan tegenhouden. Klimaatverandering is
58
namelijk van alle tijden. Wat we wel kunnen tegenhouden, Voorzitter, is die hoge energierekening voor onze inwoners. Dat kunnen we wel. 03:16:35
Voorzitter: Meneer Sijbolts. 03:16:38
De heer Sijbolts: Ja, Voorzitter, ik wil aanstaand wethouder Van Kesteren graag een vraag stellen, want ik begrijp uit zijn betoog dat het college en misschien de coalitie en wij zullen ook wel eens iets aan duurzaamheidsambities, moties en voorstellen hebben gesteund, waar wij dan inhoudelijke achter staan. Als ik u goed begrijp, dan is het college en deze gemeente verantwoordelijk voor de stijging van lasten ten aanzien van energieprijzen en niet de markt of het Rijk? Heb ik dat goed begrepen? 03:17:08
De heer Van Kesteren: Nou, Voorzitter, de energietransitie en al het beleid wat daarmee te maken heeft, dat heeft wel mede geleid tot een enorm hoge energierekening voor onze inwoners. Dat klopt, ja. Wat ik in mijn pleidooi probeer te bereiken, is dat we een – en gelukkig zijn er al flink wat partijen in deze raad die ook wel realiteitszin hebben en dat vind ik mooi om te zien – omslag moeten maken en ambities moeten bijstellen, want het begint onderhand wel heel erg ... Kijk, alles wordt duurder, overal moet op bezuinigd worden sociaal-maatschappelijk. Alleen, als het dan over klimaatbeleid gaat en over duurzaamheidsbeleid, dan wordt er nooit gesproken over, dat kan ook wel een onsje minder, hoor. Daar wordt hier nooit over gesproken. Altijd moet de zorg, de jeugdzorg, armoedebestrijding ... overal moet met de kaasschaaf over. Alleen, als we het over duurzaamheidsbeleid hebben, dan worden we allemaal lyrisch en dan wordt er opeens gesproken over, dat moet en we hebben een grote opgave voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Wij denken daar iets anders over: wat is duurzaamheid? 03:18:15